Bijlage 2-27 Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen def..pdf
Tekst van het document
Nota van zienswijzen en ambtshalve voorstellen behorend bij het raadsvoorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan PARK21 en de vaststelling van de beeldkwaliteitsplannen Leisurelaag en Openbare Ruimte PARK21 A. Procedure B. Zienswijzenbeoordeling C. Ambtshalve voorstellen A. Procedure Op 24 februari 2022 is bekend gemaakt dat het ontwerpbestemmingsplan PARK21, het milieueffectrapport (MER) en de conceptbeeldkwaliteitsplannen Leisurelaag en Openbare Ruimte PARK21 vanaf 25 februari tot en met 7 april 2022 ter inzage werden gelegd. De bekendmaking vond plaats in het Gemeenteblad (www.officielebekendmakingen.nl) en op de gemeentelijke website (www.haarlemmermeergemeente.nl). In deze periode konden zienswijzen worden ingediend. Er zijn 27 zienswijzen ingediend. Om te voldoen aan de regels over privacy verspreiden wij persoonsgegevens zoals een naam, adres en een woonplaats niet via internet. Uitzonderingen daarop zijn gegevens van een onderneming die behoort tot een rechtspersoon (zoals een bv) en gegevens van personen die beroepsmatig betrokken zijn bij de procedure, bijvoorbeeld advocaten. De indieners van de zienswijzen noemen wij reclamanten. In deze nota krijgen de reclamanten waarvoor dat vanwege de regels over privacy nodig is een nummer. Daarmee voldoen we aan de regels over privacy.
Het college van burgemeester en wethouders geeft aan de reclamanten aan welke onderstaande tekstonderdelen over hun zienswijze gaan. Wij hebben de raadsleden door middel van een vertrouwelijk overzicht voorzien van de nodige gegevens van alle reclamanten. Het nummer van de reclamanten in deze nota komt overeen met de nummering die is aangehouden in het overzicht dat wij aan de raadsleden hebben gestuurd. De zienswijzen zijn afkomstig van: 1. Dorpsraad Nieuw-Vennep; 2. Reclamant 2; 3. Cumela Nederland; 4. Reclamant 4; 5. Reclamant 5; 6. Reclamant 6: 7. VWS Pipeline Control bv; 8. Reclamant 8; 9. LTO Noord; 10. Sweco namens reclamant 10; 11. Reclamant 11; 12. GJ Legal Advocaten namens Stichting Bewoners Rijnlanderweg e.o.; 13. Reclamant 13; 14. Reclamant 14; 15. Reclamant 15; 16. Provincie Noord-Holland; 17. VB Facility Services B.V.; 18. Reclamant 18; 19. Reclamant 19; 20. Reclamant 20;
21. Reclamant 21; 22. Reclamant 22; 23. Dorpsraad Zwaanshoek; 24. Reclamant 24; 25. Reclamant 25; 26. ASR Dutch Farmland Custodian B.V. 27. Reclamant 27. Ontvankelijkheid Bijna alle zienswijzen zijn ontvankelijk. Dit betekent dat de indieners aan alle eisen hebben voldaan om een zienswijze in te dienen. Vijf reclamanten hebben een pro forma zienswijze ingediend en meer tijd gevraagd om hun pro forma zienswijze aan te vullen. Deze reclamanten hebben tot en met 6 mei 2022 de tijd gekregen om hun pro forma zienswijze aan te vullen. Vier reclamanten hebben dat gedaan. Reclamant 8 heeft geen aanvulling ingediend. Wij verklaren daarom de zienswijze van reclamant 8 niet-ontvankelijk. Alle overige zienswijzen verklaren wij ontvankelijk.
B. Zienswijzenbeoordeling Hierna zijn de zienswijzen samengevat en van onze reactie voorzien. Ook geven wij aan of wij de raad voorstellen de zienswijze gegrond of ongegrond te verklaren. Tot slot geven wij in deze nota van zienswijzen en ambtshalve voorstellen aan of en hoe wij de raad voorstellen om het bestemmingsplan te wijzigen. Het juridisch bindende deel van een bestemmingsplan bestaat uit de regels en de verbeelding. De toelichting is juridisch niet bindend. Het kan zo zijn dat wij het eens zijn met een zienswijze en dat wij daarom wel de toelichting aanpassen, maar dat het niet nodig is om ook de juridische delen van het bestemmingsplan aan te laten passen. In dat geval benoemen wij bij ons antwoord op de zienswijze hoe wij de raad voorstellen om de toelichting aan te passen maar stellen wij de raad ook voor om de zienswijze voor dat aspect ongegrond te verklaren. Er hoeven namelijk geen wijzigingen te worden aangebracht in de juridisch bindende delen van het bestemmingsplan, de regels en de verbeelding. Zienswijze 1: Dorpsraad Nieuw-Vennep Samenvatting zienswijze a. Grote evenementen kunnen pas mogelijk worden gemaakt als er een verkeerscirculatieplan is gemaakt dat ook rekening houdt met de 40.000 te realiseren woningen in Nieuw-Vennep-West, Lisse, Lissebroek en Hoofddorp.
Ook moet er al een aantal van de benodigde aanpassingen zijn uitgevoerd en er mag geen extra verkeersdruk ontstaan voor de bewoners van Nieuw-Vennep. b. De dorpsraad wijst erop dat in de Ladderonderbouwing leisurevoorzieningen PARK21 Haarlemmermeer staat dat voorkomen moet worden dat het evenemententerrein in PARK21 alleen dient als overloopgebied voor evenementen die geen plek vinden in Amsterdam en wil weten hoe de gemeente dat ziet. c. De dorpsraad is op basis van ervaringen uit het verleden van mening dat het geluid van evenementen bij bepaalde windrichtingen het dorp Nieuw-Vennep wel degelijk bereiken en hinder veroorzaken. De dorpsraad wil dat er breder akoestisch onderzoek wordt gedaan naar de geluidsbelasting in Nieuw-Vennep waarbij ook Schiphol en het treinverkeer worden betrokken, evenals het effect van geluidsschermen. De dorpsraad wil ook weten wat de daadwerkelijke maximale output wordt van het evenemententerrein. Gaat het dan om 85 dB of 135 dB zoals genoemd in eerdere documenten? d. De dorpsraad is van mening dat er misschien een mogelijkheid is voor zonne-akkers in PARK21, maar dat de panelen dan wel een educatieve functie moeten hebben en slechts een beperkte oppervlakte in beslag mogen nemen.
In het document Onderzoek Landbouw wordt volgens de dorpsraad gepromoot dat agrariërs beter zonne-akkers kunnen plaatsen dan hun land te bebouwen omdat het eerste meer oplevert. De dorpsraad vindt dat voor PARK21 een verkeerd uitgangspunt. De dorpsraad heeft geen bezwaar tegen stellages met zonnepanelen boven parkeerplekken. Antwoord a. In het bestemmingsplan zijn voorwaarden opgenomen voor het houden van evenementen. Met deze voorwaarden wordt onder meer vastgelegd wat het maximale geluid is, welke en hoeveel evenementen maximaal mogelijk zijn en op welke uren van de dag het evenement mag plaatsvinden. Deze voorwaarden zijn tot stand gekomen op basis van, onder andere, onderzoeken naar de bereikbaarheid van het terrein (globaal verkeerscirculatieplan) en geluidsonderzoeken. Voor het in beeld brengen van de verkeerseffecten in de pieksituaties rondom de evenementen, is een analyse gemaakt naar de verkeerseffecten. Daar komen een aantal ‘spelregels’ uit voor de afwikkeling van het verkeer tijdens een evenement. Deze spelregels worden meegegeven aan de organisator van het evenement. Voor het organiseren van een evenement moet een evenementenvergunning worden aangevraagd. Deze vergunning wordt getoetst aan allerlei aspecten die te maken hebben met het op een goede en veilige manier organiseren van een evenement en ook gericht op het zoveel mogelijk voorkomen van overlast.
Bij het aanvragen van de vergunning zal de afwikkeling van het verkeer getoetst worden door gemeente. Bij
b.
c.
d.
het houden van evenementen wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de inwoners van NieuwVennep (en uiteraard andere omwonenden). Met het mogelijk maken van het evenemententerrein in PARK21 wordt onderkend dat de maximale capaciteit in de bestaande recreatiegebieden in Haarlemmermeer voor grootschalige evenementen is bereikt. De aanleg van het terrein maakt het mogelijk om te voorzien in een toenemende vraag naar evenementen in de gemeente en de regio. De vaststelling van het bestemmingsplan PARK21 betekent niet dat op andere plaatsen in de gemeente minder evenementen mogelijk zijn. Het bestemmingsplan PARK21 gaat niet over andere gebieden. Het geluidmodel is zodanig ingericht dat de bron, zijnde het muziekgeluid afkomstig van de speakers op het podium, naar Nieuw Vennep is gericht (richting 2200). Ook in de uitstralingshoek, de breedte waarover het geluid uitstraalt vanaf het podium naar de omgeving, is aandacht besteedt waarbij een openingshoek van 1500 is gehanteerd. Dit mag als een worst-case uitstraling worden beschouwd omdat deze naar Nieuw Vennep is gericht. De overheersende windrichting is in het algemeen westelijk waarbij deze haaks staat op de muziekuitstraling vanaf het podium richting Nieuw Vennep. Deze windrichting zal gelet op het voorgaande niet voor een betere overdracht zorgen van het muziekgeluid richting Nieuw Vennep.
Met het geluidsonderzoek is breed akoestisch onderzoek gedaan naar de geluidsbelasting in Nieuw-Vennep. Maatgevend zijn uiteraard de woningen die het dichtst bij het evenemententerrein zijn gelegen. De uitput van het evenemententerrein hangt af van het type evenementen. Hierbij hanteert men een 3 -tal type evenementen. Voor de grote evenementen wordt daarbij een bronniveau op het terrein (podium) gehanteerd van 135 dB(A) aflopend naar 85 dB(A) voor kleine evenementen. Voor deze drie type evenementen is de geluidsbelasting op de omgeving inzichtelijk gemaakt en kunnen dus alle drie in de praktijk voorkomen. De maximale output betreft hierbij het bronniveau ter plaatse van het podium tijdens de grote evenementen zijnde 135 dB(A). Men heeft de gecumuleerde geluidsbelasting in de rapportage betrokken. Hierbij is met name aandacht besteedt aan het luchtvaartlawaai. Dit blijkt binnen de totale geluidsbelasting van de omgeving maatgevend te zijn waarbij het evenement gelet op het verschil als ondergeschikt en akoestisch niet relevant kan worden beschouwd. Uit de berekening van de bijdrage luchtvaartlawaai (conform de procedure Wet geluidhinder) blijkt dat dit inderdaad het geval is. Langs de Hoofdweg kunnen zonneakkers komen en gerealiseerd worden door boeren die transformeren naar PARK21.
Dat wil zoveel zeggen als dat agrarische grond wordt omgezet naar een openbaar parklandschap waar alle inwoners gebruik van kunnen maken. Om toekomstperspectief te bieden aan de boeren, is het onder voorwaarde mogelijk dat zij een deel van hun gronden inzetten voor het opwekken van zonne-energie. De landschappelijke inpassing kent regels die borgen dat de opzet ruim is en mogelijk gecombineerd kan worden met het telen van agrarische producten. In totaal is in het gemeentelijk zonneakkerbeleid maximaal 20 ha zonneakker binnen PARK21 mogelijk gemaakt met de voorwaarde dat het ook ruimte moet geven aan educatie, recreatie en natuur.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zienswijze 2: Reclamant 2 Samenvatting zienswijze a. Het evenemententerrein dat in het ontwerpbestemmingsplan is gepland stuit op veel weerstand bij reclamant en overige bewoners in de omgeving. Er is al een evenemententerrein aanwezig binnen de gemeente. Reclamant vraagt zich af of een extra evenemententerrein wenselijk is nabij een druk bebouwd stuk van de Randstad en verzoekt om inzichtelijk te maken dat er behoefte bestaat aan een evenemententerrein op deze locatie. b. Voor een evenemententerrein is extern salderen van stikstofemissie nodig. Daarnaast dient de uitstoot volgens het rekenmodel lager te zijn dan ten opzichte van de huidige situatie. Het evenemententerrein is beoogd op het terrein van het voormalige baggerdepot. Op dit terrein is geen sprake van stikstofuitstoot.
c.
d.
e.
f. g.
h.
i.
Een evenemententerrein leidt als gevolg van verkeersbewegingen en op- en afbouw van een evenement tot extra stikstofuitstoot. Reclamant verzoekt om het evenemententerrein te schrappen uit het bestemmingsplan. Van drie deelgebieden kan niet inzichtelijk gemaakt worden wat de huidige stikstofuitstoot is. Reclamant verzoekt om inzichtelijk te maken hoeveel hectare landbouw in deze deelgebieden moet wijken om de toegestane evenementen te kunnen vergunnen. In tegenstelling tot het nu geldende bestemmingsplan staat het ontwerpbestemmingsplan geen kleinschalige windturbines toe. Dergelijke windturbines kunnen voor de verduurzaming van de agrarische bedrijven in dit gebied een welkome aanvulling op de zonnepanelen op de daken betekenen, wat de duurzame productie van elektriciteit betreft. Een mogelijkheid die steeds belangrijker wordt, gezien het steeds krapper wordende elektriciteitsnetwerk, de oplopende energieprijzen en de opgaven uit het klimaatakkoord. De provinciale omgevingsverordening staat windturbines met een ashoogte tot 15m wel toe. Het schrappen van de mogelijkheid voor het oprichten van kleinschalige windturbines is niet in lijn met de belofte dat de mogelijkheden voor agrariërs in PARK21 niet zouden afnemen, maar juist zouden toenemen.
Reclamant verzoekt om de mogelijkheid voor het oprichten van microturbines met een ashoogte van 15 meter bij agrarische bedrijven in het bestemmingsplan op te nemen. In het ontwerpbestemmingsplan is de dubbelbestemming Waarde – Archeologie toegevoegd. Hieruit volgt dat het niet is toegestaan om zonder vergunning drainage aan te leggen dieper dan 40 cm. Dit is funest voor de agrarische sector en het agrarisch bedrijf van reclamant. Verzocht wordt om de dubbelbestemming uit het bestemmingsplan te verwijderen. In zijn algemeenheid wordt opgemerkt dat te veel leesvoer is om door de bomen nog het bos te kunnen zien. Alles doornemen is eigenlijk niet mogelijk. De uitnodigingsplanologie geeft de indruk dat er weinig kosten op het gemeentelijk budget zullen drukken. Dit is echter schijn. Alle benodigde aanpassingen aan het wegennet zullen niet op het budget van PARK21 drukken, maar gaan de gemeente onnoemelijk veel geld kosten. Reclamant verzoekt om inzichtelijk te maken wat de werkelijke kosten worden. In het verleden is er vanuit de agrarische sector een aantal maal aangeboden om bedrijven te verplaatsen waardoor de gemeente in staat is om middels bottum up plannen (een goed voorbeeld is b.v. Parklanden) PARK21 vorm te geven. Ondanks dit succes kiest de gemeente er toch voor om het instrument onteigening in te zetten als de prioritaire structuur niet minnelijk kan worden aangelegd.
Een belangrijk onderdeel van de prioritaire structuur is echter een overgang over het spoor en de spoorlaan. Een megalomaan project waar geen vergunning voor is. Een absurde situatie, om wel in dit stadium het instrument onteigening al te noemen, terwijl het helemaal niet zeker is dat de prioritaire structuur ooit gerealiseerd zal kunnen worden. Reclamant verzoekt om de prioritaire structuur en de onteigening uit de planvorming te schrappen. Reclamant geeft aan dat het eerste masterplan groter vergelijkingen toont met de huidige plannen en al meer dan 10 jaar oud is. Ondertussen is de gemeente echter uitgebreid met een enorm groot recreatief gebied (Haarlemmerliede Spaarnwoude), is er een enorme druk op de woningmarkt ontstaan en is er in de hele wereld sprake van klimaatverandering, aankomende voedselschaarste, energiecrisis en hebben we net een periode achter de rug waarbij het ontegenzeggelijk duidelijk is geworden dat juist de recreatie in en om de woonkern enorm gewaardeerd wordt. En dat is echt iets heel anders dan een evenemententerrein en een leisurepark. Reclamant heeft de indruk dat koste wat kost aan de eens opgezette plannen moet worden vastgehouden, terwijl de wereld om ons heen ondertussen zodanig is veranderd dat deze plannen absoluut niet meer passen in de huidige wensen.
Reclamant verzoekt aannemelijk te maken dat er daadwerkelijk een behoefte is aan een evenemententerrein en grootschalige leisure.
Antwoord a. In het Masterplan uit 2011 is de functie evenemententerrein als onderdeel van PARK21 benoemd. Dit evenemententerrein is in eerste plaats een openbaar park, dat een aantal keer per jaar gebruikt kan worden voor evenementen. De marktbehoefte voor het evenemententerrein is onderzocht in het kader van het bestemmingsplan. Het onderzoek heet de ladderonderbouwing en is opgesteld door Bureau
b.
c. d.
e.
f.
g.
Stedelijke Planning, Voor het evenemententerrein bestaat een kwantitatieve behoefte aan zeker twee grootschalige evenementenlocaties binnen de Metropoolregio Amsterdam. De beoogde locatie binnen PARK21 sluit goed aan bij de eisen en wensen die aan een grootschalig evenemententerrein worden gesteld. Het baggerdepot wordt heringericht ten bate van PARK21. Voor deze transitie is een stikstofdepositieberekening in AERIUS gemaakt en toegevoegd aan het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan is een beperkende regeling opgenomen die voorkomt dat evenementen meer emissies veroorzaken dan er gereduceerd wordt. Het bestemmingsplan legt de maximale jaarlijkse uitstoot van de evenementen vast en daarmee borgt het bestemmingsplan dat de emissie van de evenementen nooit meer kan zijn dan de emissie van de uit gebruik genomen functie. In het definitieve bestemmingsplan zijn de benodigde stikstofberekeningen met AERIUS uitgevoerd voor alle zones. De ontbrekende gegevens zijn daarmee aangevuld. Vanwege een reactieve aanwijzing door de provincie Noord-Holland op het bestemmingsplan Buitengebied Midden is de regeling dat er windturbines waren toegestaan op grond van de aanwijzing komen te vervallen. Recent heeft de provincie Noord-Holland zijn beleid herzien en meer mogelijkheden geboden voor kleine windturbines, echter deze mogelijkheden zijn nog niet vertaald in gemeentelijk beleid.
Het bestaande recht/het huidige planologische beleid is daarom dat er geen windturbines rechtstreeks zijn toegestaan. Hier sluit het ontwerpbestemmingsplan PARK21 ook bij aan. Op 4 maart 2021 heeft de gemeenteraad archeologiebeleid vastgesteld voor het hele grondgebied: 'Archeologiebeleid Haarlemmermeer 2020-2030’ (2020.0000060). We constateren aan de hand van de zienswijzen dat opnemen van dit beleid in het bestemmingsplan PARK21 een verzwaring van kosten en regeldruk voor grondeigenaren tot gevolg heeft. Het gaat hier met name om een vergunningplicht voor grotere ingrepen in de bodem waar dat voorheen niet nodig was. Deze lastenverzwaring was niet de intentie bij de vaststelling van dit beleid. Om die reden wordt de raad voorgesteld om normaal (agrarisch) gebruik en beheer uit te sluiten van de preventieve archeologietoets zoals dat ook in het huidige bestemmingsplan het geval is. Hiervoor is de volgende begripsbepaling in het bestemmingsplan toegevoegd: “het reguliere gebruik, dat gelet op de (agrarische) bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goede agrarische bedrijfsvoering en het agrarische gebruik van de gronden waarbij grondbewerkingen mogen worden uitgevoerd tot een maximale diepte van 1,5 meter.
Voorbeelden van normaal agrarisch gebruik zijn: maaien, beweiden en bemesten van grasland, verbeteren van het grasland door het scheuren van de grasmat en het direct opnieuw inzaaien, (diep)ploegen en cultiveren van bouwland, verbouwen van akkerbouwgewassen, zoals mais in wisselteelt, maaien en schonen van sloot en slootkant, vervangen van en onderhoud aan drainage, het aanleggen van wegen ter directe ontsluiting van een agrarisch bouwperceel”. We realiseren ons dat PARK21 een omvangrijk project is met bijbehorende omvangrijke onderzoeken. Een omvangrijke gebiedsontwikkeling kent een lange doorlooptijd en dat geldt ook voor PARK21. In november 2010 is het concept masterplan PARK van de 21e eeuw door het college vrijgegeven voor participatie. De eerste ideeën zijn toen gepresenteerd en besproken. Na diverse tussenstappen, met veel openbare besluitvorming, informatiebijeenkomsten en publicaties, is in juni 2021 het voorontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegd voor participatie. Dit is geen formele juridische verplichte stap, maar de gemeente koos hiervoor om een ieder mee te nemen in de ontwikkelingen en het uitvoerige onderzoek dat ten grondslag ligt aan PARK21. In de periode maart en april van 2022 heeft het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen.
Dit ontwerpbestemmingsplan en bijbehorende bijlage zoals het milieu effectrapport (MER), zijn in grote lijnen gelijk aan het voorontwerpbestemmingsplan. De nota van zienswijze en ambtshalve wijzigingen geven inzage in de aanpassingen. Kortom, we realiseren ons dat het plan een uitvoerige grondslag kent in diverse rapporten en juist om die reden hebben we getracht een ieder vroegtijdig te betrekken, de mogelijkheid te geven om te participeren en te informeren om zodoende voldoende tijd te bieden om grondig kennis te nemen van het plan. Aanpassingen aan het wegennet zijn inderdaad ook nodig voor PARK21, net als voor de ontwikkeling van woningbouw en bedrijventerreinen. U stelt dat de gemeente daarvoor financieel aan de lat staat.
h.
i.
Uiteraard is gemeente, of andere overheden als rijk of provincie, verantwoordelijk voor het wegennet. Echter binnen de Wet ruimtelijke ordening kan de gemeente kosten van voorzieningen van openbaar nut (zoals wegen) verhalen op initiatiefnemers of ontwikkelaars. Dit regelt gemeente middels een privaatrechtelijke overeenkomst (anterieure overeenkomst) of middels een exploitatieplan. Gemeente streeft naar een park met minimaal een aaneengesloten basisstructuur. De wens is om dat zoveel mogelijk te realiseren op basis van vrijwillige transformatie. Mocht dat onverhoopt niet lukken middels vrijwillige transformatie dan houdt gemeente als laatste middel onteigening open, zoals ook opgenomen in het Masterplan PARK21 (p.117). Zodoende kan gemeente voorkomen dat er een versnippert landschap ontstaat. In de ladderonderbouwing is door Bureau Stedelijke Planning de behoefte aan evenemententerreinen en diverse vormen van leisure onderzocht. Voor het evenemententerrein bestaat een kwantitatieve behoefte aan zeker twee grootschalige evenementenlocaties binnen de Metropoolregio Amsterdam (MRA). De beoogde locatie binnen PARK21 sluit goed aan bij de eisen en wensen die aan een grootschalig evenemententerrein worden gesteld. Ook voor andere vormen van leisure die binnen PARK21 mogelijk gemaakt worden is middels deze laddertoets de marktruimte onderzocht en aangetoond.
Conclusie Naar aanleiding van de zienswijze zijn de volgende aanpassingen doorgevoerd in het bestemmingsplan: • Er zijn nieuwe stikstofdepositieberekeningen uitgevoerd waarbij het evenemententerrein en het voormalige baggerdepot zijn betrokken. Het herziene rapport is toegevoegd aan het vast te stellen bestemmingsplan. In het bestemmingsplan is een regeling opgenomen die voorkomt dat evenementen meer emissies veroorzaken dan er gereduceerd wordt. Het bestemmingsplan legt de maximale jaarlijkse uitstoot van de evenementen vast en daarmee borgt het bestemmingsplan dat de emissie van de evenementen nooit meer kan zijn dan de emissie van de uit gebruik genomen functie.
•
De begripsbepaling ‘normaal (agrarisch) gebruik)’ is toegevoegd. Deze luidt: “het reguliere gebruik, dat gelet op de (agrarische) bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goede agrarische bedrijfsvoering en het agrarische gebruik van de gronden waarbij grondbewerkingen mogen worden uitgevoerd tot een maximale diepte van 1,5 meter. Voorbeelden van normaal agrarisch gebruik zijn: maaien, beweiden en bemesten van grasland, verbeteren van het grasland door het scheuren van de grasmat en het direct opnieuw inzaaien, (diep)ploegen en cultiveren van bouwland, verbouwen van akkerbouwgewassen, zoals mais in wisselteelt, maaien en schonen van sloot en slootkant, vervangen van en onderhoud aan drainage, het aanleggen van wegen ter directe ontsluiting van een agrarisch bouwperceel”.
Zienswijze 3: Cumela Nederland a. In het plangebied liggen drie erftoegangswegen, de IJweg, Hoofdweg en Rijnlanderweg, die belangrijke routes vormen voor het doorgaande (land)bouwverkeer tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep. Daarnaast vormen deze wegen de ontsluitingsroutes voor aanliggende agrarische bedrijven. De verkeersfunctie van de IJweg, Hoofdweg en Rijnlanderweg dient dan ook onveranderd te blijven en de inrichting dient zodanig te zijn dat deze geschikt is en blijft om (land)bouwvoertuigen en vrachtverkeer veilig te kunnen afwikkelen in twee richtingen. b. De Spoorlaan van Nieuw-Vennep naar Hoofddorp is nu slechts gedeeltelijk opengesteld voor (land)bouwverkeer. Alleen het gedeelte tussen de Venneperweg en de Noordelijke Randweg staat open voor(land)bouwvoertuigen. Met het geheel openstellen van de Spoorlaan krijgt het (land)bouwverkeer er een nieuwe, geschikte doorgaande route bij. Daardoor hoeft het (land)bouwverkeer minder door de bebouwde kom van Hoofddorp te rijden. Cumela Nederland verzoekt om de Spoorlaan geheel open te stellen voor (land)bouwverkeer. c. Het verzoek van Cumela Nederland is mede ingegeven, vanwege de veranderde regelgeving voor (land)bouwvoertuigen. Vanaf 1 januari 2021 is de maximumsnelheid voor (land)bouwvoertuigen verhoogd van 25 naar 40 km/u. (Land)bouwvoertuigen die een gele kentekenplaat voeren mogen nu 40 km/u rijden.
Dit gegeven leidt bij wegbeheerders al tot heroverweging van bestaande geslotenverklaringen voor (land)bouwvoertuigen. Antwoord a. Aan de functie van de Hoofdweg en IJweg en Rijnlanderweg als landbouwroute verandert niets met dit bestemmingsplan. b. De Spoorlaan is een randweg met een maximum snelheid van 80 km/uur. Deze weg heeft als belangrijke functie de doorstroming van autoverkeer. Aangezien landbouwverkeer langzamer rijdt dan overig verkeer is het niet wenselijk om dat op deze weg te laten rijden. Het beperkt de doorstroming op deze belangrijke hoofdontsluitingsweg. c. In het bestemmingsplan is de bestaande wegenstructuur opgenomen. De ontwikkeling van PARK21 biedt geen directe aanleiding om de bestaande routes voor landbouwverkeer te wijzigen. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zienswijze 4: Reclamant 4 a. Reclamant maakt bezwaar op de plannen voor een evenemententerrein op het baggerdepot. Omwonenden zullen hinder gaan ondervinden als gevolg van geluidsoverlast maar ook als gevolg van mensen die dronken langs de huizen zullen gaan zwalken waarmee het woongenot zal worden aangetast. Antwoord a. Er is akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting van het evenemententerrein. Hieruit volgt dat de geluidbelasting op woningen in de omgeving acceptabel is.
Er wordt ruimschoots voldaan aan de richtwaarde en aan de geluidsnorm uit de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Haarlemmermeer. Voor het houden van een evenement is een evenementenvergunning nodig. Bij de vergunningaanvraag zal ook aangetoond moeten worden welke maatregelen worden genomen om overlast van komende en vertrekkende bezoekers te voorkomen. Conclusie De zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Zienswijze 5: Reclamant 5 a. Reclamant geeft aan dat themaparken in zone 3 (en dus ook in transformatielaag b tot en met categorie 2) behoren wegens het educatieve karakter en doel ervan (zie artikel 1.114). b. Reclamant geeft aan dat indien zich enige bouwvolumes in de kas bevinden, dit niet in de weg moet staan aan de typering van de kas volgens variant 1, mits de kas van buitenaf het aanzien heeft van 'groene' transparante glazen kas, gevuld met beplanting (en de kas niet over komt als glazen omhulling van een bouwmassa binnen die omhulling). c. Voor zaalruimte die in een parkkamer mag worden gerealiseerd, is het wenselijk dat buiten twijfel wordt gesteld dat deze kan worden gebruikt voor besloten gelegenheden, zonder dat per gelegenheid melding of vergunning benodigd is.
Ook is het gewenst dat er enige en duidelijke vrije ruime is voor publieke gelegenheden, tot een zeker bezoekersaantal, en zonder versterkt geluid in de buitenruimte. d. Reclamant vraagt zich af of voor ondersteunende activiteiten een afzonderlijke omgevingsvergunning kan worden verleend, aan een afzonderlijke entiteit, niet zijnde de entiteit die vergunning heeft voor de hoofdfunctie waaraan de vergunde activiteit ondersteunend of ondergeschikt is. Volgens reclamant zou dit mogelijk moet zijn. e. Reclamant hecht er waarde aan dat ondersteunende productieactiviteiten ook betrekking kunnen hebben op de benutting van organische reststromen uit de wijdere omgeving, voor de productie van duurzame energie en CO2.
f. g.
h.
i.
j.
Het is gewenst dat uitdrukkelijk wordt bepaald dat de voorwaarden die gelden voor nevenactiviteiten in de polderlaag niet gelden voor ondersteunende activiteiten in de leisurelaag. Het is gewenst dat uitdrukkelijk wordt bepaald dat de voorwaarden die gelden voor ondersteunende activiteiten in de polderlaag (artikel 20.4.2, 22.4.2 en 24.4.2) niet gelden voor ondersteunende activiteiten in de leisurelaag. Het is onwenselijk dat 'kleinschalige niche concepten voor verblijfsrecreatie' niet ondergeschikt mogen zijn aan een hoofd leisure-functie. Reclamant vraagt zich af waarom dat niet zou mogen en ziet het als een onredelijke beperking. Reclamant vraagt zich af welk doel deze beperking dient. Op pagina 19 van het Beeldkwaliteitsplan Leisurelaag moet het woord ' entiteit' worden vervangen door 'identiteit' in: “Belangrijk is dat parkkamers een duidelijke entiteit hebben met een duidelijke hoofdinvulling (op gebied van programma, vorm en architectuur)”. Reclamant geeft ter overweging mee om de beoogde locatie specifiek te bestemmen voor een combinatie van de hoofdfuncties: a) themapark, b) horeca met ondersteunende teelten en activiteiten, en c) educatie en conferentiecentrum voor duurzaamheid en circulariteit.
Antwoord a. Gemeente voorziet met een themapark een (grootschalig) attractiepark met een educatief karakter in plaats van alleen vermaak. De ladderonderbouwing geeft aan dat er binnen PARK21 marktruimte is voor ongeveer twee grootschalige themaparken. Grootschalig is gedefinieerd met het aantal bezoekers per jaar tussen de 100.000 en 1.000.000. Grootschalige themaparken hebben als een van de belangrijkste aandachtspunten de bereikbaarheid. Binnen PARK21 zijn zone 4 en 5 goed ontsloten en lopen er studies voor een verdere verbetering van de ontsluiting zoals naar de verbreding van de Nieuwe Bennebroekerweg. Mede daarom is de focus voor grootschalige themaparken gecentreerd in zone 4 en 5. b. Reclamant geeft aan dat een ‘groene’ geheel transparante glazen kas, gevuld met beplanting, wel interne bouwvolumes kan hebben die van buiten af niet beleefd worden door de aanwezige beplanting. Reclamant vraagt of zo’n kas met geheel groene en transparante uitstraling waarbinnen zich, onzichtbaar, bouwvolumes bevinden niet getypeerd moeten en kunnen worden als variant 1 zoals genoemd in het Beeldkwaliteitsplan Leisurelaag. De groene kas conform variant 1 heeft een ruimer toepassingsgebied dan hetgeen gesteld in eis B16 in het Beeldkwaliteitsplan Leisurelaag. Als in variant 1 verscholen een bouwvolume ligt, dan dient dit verscholen bouwvolume wel te voldoen aan eis B16. c.
Het organiseren van congressen, evenementen e.d. als onderdeel van horeca in een leisurevoorziening wordt niet structureel mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan. Wel is het onder voorwaarden mogelijk om in de leisurelaag, of na transformatie van een agrarisch bedrijf, horeca tot en met categorie 3a te realiseren. Onder Horeca categorie 3a vallen ook restaurants en zalenverhuur. Net zoals in andere bestemmingsplannen is het toegestaan om in horeca gelegenheden besloten bijeenkomsten te houden bijvoorbeeld in een zaal of op bijbehorend terras of bijbehorend buitenterrein. In de APV worden wel nadere regels gesteld t.a.v. terrassen bij horecavestigingen. Het Activiteitenbesluit geeft voor horeca inrichtingen nadere milieuregels. Bij het organiseren van een congres of vergelijkbaar evenement moet vooraf gecontroleerd worden of een evenementenvergunning nodig is op https://haarlemmermeergemeente.nl/taak/evenementenvergunning. d. Voorwaarde bij verlening van de vergunning is dat ondergeschiktheid en ondersteunende aard van de voorziening ten opzichte van de hoofdvoorziening voldoende is geborgd. Ondergeschikte of ondersteunende functies bedienen de hoofdvoorziening. Die causale relatie dient duidelijk aanwezig te zijn. Een ondersteunende activiteit kan dan ook afzonderlijk worden vergund. e.
In de randvoorwaarden voor leisurevoorzieningen is opgenomen dat nieuwe gebouwen aardgasvrij moeten worden gebouwd. Het bestemmingsplan biedt onder voorwaarden mogelijkheden voor de opwekking van duurzame energie. Ondersteunende teelten bestemmen voor benutting van organische reststromen, productie van energie en CO2 is niet op voorhand toegestaan. Of een dergelijke teelt met bijbehorende installatie in- en toepasbaar is, moet uit nader onderzoek bij de omgevingsvergunning blijken.
f. g. h.
i. j.
In artikel 11 zijn per functie de voorwaarden opgenomen waaraan moet worden voldaan. In artikel 11 zijn per functie de voorwaarden opgenomen waaraan moet worden voldaan. Hierbij gelden ook voorwaarden voor ondersteunende activiteiten. In het Verblijfsaccommodatiebeleid van de gemeente is voor PARK21 bepaald dat verblijfsaccommodatie functioneel gekoppeld en ondergeschikt moet zijn aan de hoofd(leisure)functie. De reden is dat verblijfsaccommodatie te allen tijde ondergeschikt moet zijn aan het park en het park moet versterken. Een kleinschalig concept is daarbij niet uitgesloten. Dank voor het meelezen. De door u voorgestelde wijziging wordt overgenomen. Dank voor de overweging. Vooralsnog voorzien we geen directe bestemming op de beoogde locatie. Uw voornemen is daarvoor nog onvoldoende concreet onderbouwd en beschreven.
Conclusie Naar aanleiding van de zienswijze is de volgende aanpassing doorgevoerd in het bestemmingsplan: • Op pagina 19 van het Beeldkwaliteitsplan Leisurelaag wordt het woord 'entiteit' vervangen door 'identiteit' in. Zienswijze 6: Reclamant 6 a. Reclamant merkt op dat men tot op heden geen aanknopingspunten heeft voor het bedrijf die kunnen leiden tot participatie in het park. Het bedrijf van reclamant is een gezond, innovatief en ambitieus bedrijf. De bij het bedrijf gelegen grondkavels worden hoofdzakelijk gebruikt, in een extensief vruchtwisselingsschema van 1 op de 8 jaar, voor aardappelproefvelden. Dat betekent in het kort dat de grond niet gebruikt wordt productiemiddel maar als selectiemedium. Dit specifieke selectiemedium is tot stand gekomen na jarenlang (min. 12 jaar) onderzoek, ervaring en de nodige bodemaanpassingen zoals extra drainage en egalisatie. Het huidige bestemmingsplan geeft de mogelijkheid ons bedrijf uit te oefenen zonder belemmeringen. Voor het kunnen voortzetten van het bedrijf in het gebied van het ontwerpbestemmingsplan PARK21 zijn verschillende voorwaarden van belang. b. Het huidige gebruik van de percelen van reclamant is gebaseerd op het duurzame poldersysteem met een zomer- en winterpeil, dit geeft de mogelijkheid beproevingen uit te voeren waarop het selectiemedium van reclamant tot stand is gekomen.
Het VDS, noodzakelijk om door de grootschalige bebouwing in de Haarlemmermeer voldoende bufferwater te reserveren om te "spoelen" en kwel tegen te gaan, heeft een negatief effect op de bedrijfsvoering. Een peilvaksysteem waarmee het grond- en waterpeil geregeld kan worden is van essentieel belang (desnoods op bedrijfsniveau). c. De bereikbaarheid van het bedrijf van reclamant mag niet geschaad worden. Het betreft een uitstekende locatie in de nabijheid van snelwegen, openbaar vervoer en vliegverbindingen (Schiphol). Dit geldt ook voor de overige infrastructuur zoals; ICT voorzieningen, gezondheidszorg, kennis en waterbeheer. d. Mocht er door bestemming wijzigingen activiteiten plaats gaan vinden in het gebied en op belendende kavels die de bedrijfsvoering van reclamant zouden kunnen schaden, is dit voor reclamant onacceptabel. Zo ook het onttrekken van grond of doorsnijden van huidige door reclamant in gebruik zijnde kavels. Voor reclamant is het van belang dat gebruik kan blijven worden gemaakt van gangbare en duurzame landbouwtechnieken op het gebied van bemesting en gewasbescherming. Het is van groot belang dat er een duidelijke afscheiding komt tussen de polderlaag en de eventuele in de toekomst aan te leggen belendende nieuwe functies in het park. Of op voldoende afstand worden gerealiseerd. e.
De archeologische aanduiding kan de bedrijfsvoering van reclamant verstoren omdat drainage en goede afwatering belangrijk is bij het testen van nieuwe rassen op de proefvelden. Beperkingen ten aanzien van archeologische onderzoeken zijn niet wenselijk, bovendien zijn de percelen al meerdere keren intensief geëgaliseerd en gedraineerd. Er is dus naar verwachting al veel verstoord. f. Om de ontwikkeling van het bedrijf naar de toekomst te kunnen waarborgen is het van belang de mogelijkheid te hebben uit te breiden, met name wat betreft bebouwing. Reclamant denkt hierbij aan het uitbreiden van de kas en het bedrijfspand. De uitbreiding van de kas, circa 1.500 m2, is noodzakelijk
g.
h.
vanwege intensivering van het ontwikkelingsprogramma. De uitbreiding van het bedrijfspand voor de aanleg van een nieuw ruw laboratorium. De aanduiding bij het bouwvlak in het bestemmingsplan is agrarisch maar de feitelijke aanduiding is; Speur- en Ontwikkelingswerk op het gebied van Landbouw en Visserij (niet biotechnologisch). Door de sterke toename van vliegverkeer over PARK21, de "Spijkerboor route", is de geluidsbelasting in het gebied de laatste jaren aanzienlijk toegenomen. Aangezien de medewerkers bij het bedrijf van reclamant voor een belangrijk deel hun werkzaamheden op het veld uitvoeren willen wij wijzen op, naast de geluidsbelasting, ook op de luchtkwaliteit. Vermindering van de luchtkwaliteit kan veroorzaakt worden door de vele overvliegende vliegtuigen die in tegenstelling tot het wegvervoer niet beschikken over katalysatoren. De bedrijfsgebouwen en 35 ha grond behorende bij het bedrijf van reclamant is helemaal ingericht als proefveld (testbank) voor de ontwikkeling van aardappelrassen. Er ligt intensieve drainage en alle percelen zijn geëgaliseerd (m.b.v. lasertechniek), er wordt extensief geteeld om ziektedrukte minimaliseren en er wordt intensief gemonitord op ziektes en nematoden in de bodem. Om een perceel geschikt te maken voor de veredeling van aardappelen moet gerekend worden op ca. 10 jaar voorbereiding.
Verplaatsen van het bedrijf is dus zeer complex en erg onwenselijk, te meer omdat reclamant graag het bedrijf wil doorgeven aan de volgende generatie.
Antwoord a. In het bestemmingsplan PARK21 zijn de bestaande regels, inclusief de bestaande mogelijkheden om te kunnen uitbreiden of om nevenactiviteiten te ontplooien, overgenomen uit het bestemmingsplan Buitengebied Midden. Deze regels staan in het ontwerpbestemmingsplan in artikel 17 en verder (in het vast te stellen bestemmingsplan is dit artikel 18 en verder). Naast deze bestaande mogelijkheden biedt het ontwerpbestemmingsplan PARK21 in artikel 21 (in het vast te stellen bestemmingsplan is dit artikel 22) extra mogelijkheden als er sprake is van transformatie. De mogelijkheden ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan zijn daardoor verruimd. Het is overigens zo dat de gemeente op basis van vrijwillige transformatie PARK21 vorm wil geven. Indiener is niet verplicht om zijn bedrijfsvoering te transformeren. b. Met het VDS worden gebieden met een flexibel peil (deels) aangesloten op de huidige polderboezem. Het VDS is een vorm van flexibel peilbeheer. De ondergrens is in principe gelijk aan het oude zomerpeil in het peilvak (benedenpeil VDS) en het hoogste peil is gelijk aan het peil op de polderboezem (bovenpeil VDS). Aanvoer van water in VDS gebied is primair door middel van neerslag, wat zoveel mogelijk wordt vastgehouden. Hierdoor is minder aanvoer van water nodig is, gemiddeld hoeft er nog maar eens per vijf jaar water ingelaten te worden.
Daarnaast houden we zoet water vast in het gebied en krijgt het kans te infiltreren. Zo wordt de zoutdruk/zoute kwel, voorkomen. Kortom, met het VDS realiseren we een toekomstig bestendig duurzaam watersysteem. Het VDS wordt binnen PARK21 ingevoerd in gebieden die een functiewijziging ondergaan van landbouw naar een niet agrarische functie. Gebieden die agrarisch zijn, kunnen indien zij daartoe verzoeken en dit inpasbaar is, op vrijwillige basis VDS introduceren. Dit is een mogelijkheid en geen verplichting. Zonder een vrijwillige wijziging zal het huidige peilvaksysteem in stand blijven. c. In het bestemmingsplan is de bestaande (wegen)structuur op gelijke wijze als het huidige bestemmingsplan Buitengebied Midden opgenomen. Wijzigingen in aan- en afvoerroutes of in de bereikbaarheid van percelen zijn niet voorzien. Het bestemmingsplan gaat daar niet over. d. Het agrarische gebied en het park worden gescheiden door een sloot/watergang. Zo voorkomen we dat mensen vrije toegang hebben tot percelen. Op een aantal plaatsen zullen we binnen PARK21 ‘doorsnijdingen’ gaan maken van het agrarische gebied. Dit doen we waar dit mogelijk en wenselijk is, uiteraard in samenspraak en goed overleg met de eigenaar en/of agrariër. Een van die doorsnijdingen wordt bijvoorbeeld op gronden van de gemeente voorzien. e.
Op 4 maart 2021 heeft de gemeenteraad archeologiebeleid vastgesteld voor het hele grondgebied: 'Archeologiebeleid Haarlemmermeer 2020-2030’ (2020.0000060). We constateren aan de hand van de zienswijzen dat opnemen van dit beleid in het bestemmingsplan PARK21 een verzwaring van kosten en
f.
g.
h.
regeldruk voor grondeigenaren tot gevolg heeft. Het gaat hier met name om een vergunningplicht voor grotere ingrepen in de bodem waar dat voorheen niet nodig was. Deze lastenverzwaring was niet de intentie bij de vaststelling van dit beleid. Om die reden wordt de raad voorgesteld om normaal (agrarisch) gebruik en beheer uit te sluiten van de preventieve archeologietoets zoals dat ook in het huidige bestemmingsplan het geval is. Hiervoor is de volgende begripsbepaling in het bestemmingsplan toegevoegd: “het reguliere gebruik, dat gelet op de (agrarische) bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goede agrarische bedrijfsvoering en het agrarische gebruik van de gronden waarbij grondbewerkingen mogen worden uitgevoerd tot een maximale diepte van 1,5 meter. Voorbeelden van normaal agrarisch gebruik zijn: maaien, beweiden en bemesten van grasland, verbeteren van het grasland door het scheuren van de grasmat en het direct opnieuw inzaaien, (diep)ploegen en cultiveren van bouwland, verbouwen van akkerbouwgewassen, zoals mais in wisselteelt, maaien en schonen van sloot en slootkant, vervangen van en onderhoud aan drainage, het aanleggen van wegen ter directe ontsluiting van een agrarisch bouwperceel”. het bouwvlak en de bestemming voor het perceel is gelijk aan het nu geldende bestemmingsplan Buitengebied Midden. Het bouwvlak biedt nog enige ruimte voor uitbreiding.
Voor concrete initiatieven kan een principeverzoek worden gediend op basis waarvan de gemeente de haalbaarheid kan beoordelen. Om een wijziging van het bestemmingsplan mogelijk te kunnen maken, is het aan de initiatiefnemer om de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het initiatief aan te tonen. Daarvoor is een goede onderbouwing van het initiatief nodig. Voor het perceel is de feitelijke situatie bestemd, overeenkomstig het bestemmingsplan Buitengebied Midden. Mogelijk negatieve effecten van vliegverkeer op bestaande situaties staat los van het bestemmingsplan PARK21. De gemeente eist van de initiatiefnemer niet om het bedrijf te verplaatsen. Transformatie van gronden binnen PARK21 geschiedt op vrijwillige basis.
Conclusie Naar aanleiding van de zienswijze is de volgende aanpassing doorgevoerd in het bestemmingsplan: • De begripsbepaling ‘normaal (agrarisch) gebruik)’ is toegevoegd. Deze luidt: “het reguliere gebruik, dat gelet op de (agrarische) bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goede agrarische bedrijfsvoering en het agrarische gebruik van de gronden waarbij grondbewerkingen mogen worden uitgevoerd tot een maximale diepte van 1,5 meter. Voorbeelden van normaal agrarisch gebruik zijn: maaien, beweiden en bemesten van grasland, verbeteren van het grasland door het scheuren van de grasmat en het direct opnieuw inzaaien, (diep)ploegen en cultiveren van bouwland, verbouwen van akkerbouwgewassen, zoals mais in wisselteelt, maaien en schonen van sloot en slootkant, vervangen van en onderhoud aan drainage, het aanleggen van wegen ter directe ontsluiting van een agrarisch bouwperceel”. Zienswijze 7: VWS Pipeline Control BV a. In het plangebied is een kooldioxideleiding (CO2-leiding) van OCAP aanwezig. Gesteld is dat voldaan wordt aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In de toelichting van het bestemmingsplan is echter aangegeven dat kwetsbare objecten en/of beperkt kwetsbare objecten mogelijk worden gemaakt.
Het is voor reclamant aan de hand van de huidige documentatie niet geheel duidelijk op welke afstand deze kwetsbare objecten en/of beperkt kwetsbare objecten zijn beoogd en in hoeverre dit past binnen de vigerende wetgeving. Verzocht wordt om aan te geven op welke afstand deze objecten zijn gepositioneerd ten opzichte van de buisleiding van OCAP. b. Conform artikel 14 lid 1 van het Bevb dient de buisleiding opgenomen te worden op de plankaart inclusief bijbehorende regelingen en belemmeringenstrook. Ten aanzien van de bestemmingsplanregels stelt reclamant de volgende twee verbeterpunten voor:
•
•
Artikel 34.4.1 sub g: het woord ‘permanent’ uit de regels halen omdat dit tot onduidelijkheid kan leiden bij de praktische uitvoering van de beheers- en onderhoudswerkzaamheden. De leiding dient te allen tijde toegankelijk te zijn; Artikel 34.4.4 Adviesprocedure van leidingexploitant toe te voegen aan de regels: “Alvorens omgevingsvergunning te verlenen als bedoeld in artikel 34.3 en artikel 34.4 wint het bevoegd gezag advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen werken en/of werkzaamheden de belangen van de leiding niet onevenredig worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen”.
Antwoord a. Omdat in het bestemmingsplan sprake is van uitnodigingsplanologie kan nog niet precies worden aangegeven op welke afstand kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten gesitueerd worden. Er is in het kader van het MER onderzoek uitgevoerd naar de risico’s op het gebied van externe veiligheid. Tevens is advies gevraagd aan de Veiligheidsregio. Hieruit volgt dat de kans op een calamiteit met de leiding zeer gering is en er geen extra maatregelen of voorzieningen nodig zijn. Bij werkzaamheden aan of nabij de buisleiding adviseert de Veiligheidsregio om de omgeving te ontruimen zodat er geen slachtoffers kunnen vallen bij omstanders tijdens een calamiteit. b. De door u voorgestelde wijzigingen worden overgenomen. Conclusie Naar aanleiding van de zienswijze is de volgende aanpassing doorgevoerd in het bestemmingsplan: • Artikel 34.4.1 gewijzigd en artikel 34.4.4 is toegevoegd conform voorstel van de indiener. Vanwege de toevoeging van twee artikelen betreft dit in het vast te stellen bestemmingsplan de artikelnummers 36.4.1 en 36.4.4. Zienswijze 8: Reclamant 8 Deze zienswijze is alleen pro forma ingediend en daarom niet van beantwoording voorzien. Zienswijze 9: LTO Noord a.
LTO Noord geeft aan dat een gezonde agrarische sector gebaat is bij een duidelijke werkcontext, waarbij een heldere ontwikkelingsvisie en een stabiel planologisch kader met toereikende ontwikkelingsmogelijkheden essentieel zijn. De planvorming rond PARK21, welke telkens wijzigt, hangt al jaren als het zwaard van Damocles boven de agrarische bedrijven binnen en in de omgeving van het PARK21-gebied. De planvorming met de navenante onzekerheid beïnvloedt de positie van de bedrijven op de markt in negatieve zin en frustreert de ontwikkelingsplannen van de ondernemers: de toekomstbestendigheid van de bedrijven staat daarmee als gevolg van het wispelturige beleid van de gemeente onder druk. Het beeld dat de gemeente schetst met dit ontwerpbestemmingsplan maakt dit niet anders. Sterker, de agrariërs worden in tegenstelling tot de eerdere insteek van een modulaire aanpak en vervolgens een deelplannenstrategie, nu weer geconfronteerd met een kavelgewijze uitvoeringsstrategie welke gestoeld zal zijn op ‘uitnodigingsplanologie’ met een planhorizon van 20 jaar. De conclusie van LTO Noord is dat de onzekerheid voor de bedrijven daarmee blijft bestaan en zal toenemen. b. De gemeente streeft met de planvorming een eindbeeld na dat niet realistisch is.
'Uitnodigingsplanologie' werkt volgens LTO Noord bij lucratieve stedelijke ontwikkelingstrajecten met ruime marges, maar niet bij de inrichting van een parkachtige omgeving. c. Het ontwerpbestemmingsplan staat bol van de misleidende termen. Met termen als uitnodigingsplanologie, vrijwillige transformatie en vrijwillige transitie wordt een beeld geschetst, waarmee gesuggereerd wordt dat het initiatief bij de bestaande gebruikers van het plangebied ligt en dat hun belangen en financiële positie gerespecteerd worden. De praktijk is echter dat dat de agrarische ondernemers door de onzekere planvorming en de aanleg van de parkzone, desnoods door onteigening, de duimschroeven wordt aangedraaid. Zo worden agrariërs gedwongen om mee te bewegen doordat hen het
d.
e.
f.
g.
h.
i.
perspectief op schaalvergroting ontnomen wordt en doordat het agrarische areaal hoe dan ook verkleind wordt. Met het binnen de plannen geboden planologisch compensatiepakket (nevenactiviteiten) wordt ook de indruk gewekt dat dit een oplossing is voor de schade die als gevolg van het plan bij de agrarische ondernemers ontstaat. LTO Noord stelt dat ook dit misleidend is. Zo is het sterk de vraag is of dit pakket voldoende financiële uitkomst biedt aan deze specifieke/individuele bedrijven (hetgeen bekrachtigd wordt in bijlage 5 'Onderzoek landbouw’). Het pakket is gestoeld op algemene aannames ten aanzien van nevenactiviteiten, waarbij dit pakket niet geprojecteerd is op de specifieke bedrijven ter plaatse. Niet is nagegaan of de bestaande ondernemers affiniteit hebben met nevenactiviteiten of de opbouw van de bedrijven geschikt is voor nevenactiviteiten en of de ondernemers überhaupt in de (financiële) positie verkeren om nevenactiviteiten te ontplooien. Daarbij stelt LTO Noord dat de door de gemeente gewenste transformatie van de bedrijven en het ontplooien van nevenactiviteiten volledig voor rekening van de agrarische ondernemers komt. Zij hebben niet gekozen voor deze omstandigheid, maar dienen wel volledig te bekostigen.
Zoals eveneens in bijlage 5 'Onderzoek landbouw’ gesteld wordt, is het daarbij onwaarschijnlijk dat de waardevermindering van de grond met de geboden nevenactiviteiten gecompenseerd kan worden. LTO Noord stelt ook dat de kans aanwezig is dat het eindbeeld niet gerealiseerd zal worden. In het bestemmingsplan wordt in het geheel niet ingegaan op deze situatie. Niet is verwoord wat deze onzekerheid voor invloed op de bedrijfsvoering van de agrarische bedrijven zal hebben: geen ondernemer zal investeren in een gebied of bedrijf met een onzeker toekomstperspectief. Ook is niet verwoord welke invloed een onafgemaakt project, gezien de kavelgewijze uitvoeringsstrategie is het niet ondenkbaar dat een zeer diffuus en inefficiënt landschappelijk beeld tot stand wordt gebracht, op de agrarische sector zal hebben. Zo bezien verzoekt LTO Noord de gemeenteraad om de kansen en risico's van uitnodigingsplanologie in beeld brengen alvorens over het nieuwe voorstel te besluiten: uit de stukken blijkt niet dat deze analyse naar kansen en risico’s van de uitnodigingsplanologie reeds is uitgevoerd, dan wel onderdeel zal uitmaken van toekomstige documenten.
Wat LTO Noord betreft kan en mag een zichzelf respecterende gemeenteraad, welke ook het belang van de agrariërs behoort te dienen, niet accepteren dat de nadelige effecten van een gemeentelijk plan volledig ten laste van zittende agrarische ondernemers komen. Waarom zou de gemeente een sector, die het landschap ter plaatse van PARK21 tot op heden heeft gemaakt en waarvan de ondernemers met hun gezinnen afhankelijk zijn, in grote onzekerheid brengen? Waarom wordt er ingezet op een plan dat bij voorbaat al zoveel onzekerheden kent en waarvoor geen (financieel) draagvlak is? Het risico op uitsluitend verliezers (verspilling publieke middelen, onafgemaakt plannen, faillissementen/risico’s bij de bedrijven, teleurgestelde bewoners a la Rijsenhout in relatie tot PrimA4a als gevolg van een té hoog ambitieniveau) aan het eind van de rit is zeer groot. LTO Noord stelt dat helder gemaakt dient te worden welke schade de bedrijven reeds hebben ondervonden als gevolg van de plandiscussie, hetgeen tot stagnatie in de bedrijfsontwikkeling heeft geleid en welke schade zij zullen leiden bij (gedeeltelijke) planuitvoering. In het kader van de planvorming dienen financiële middelen gereserveerd te worden om de gebiedsontwikkeling (inclusief kavelruil en bedrijfsverplaatsing tegen volledige schadeloosstelling) te faciliteren.
In het bestemmingsplan wordt verwoord dat in relatie tot de verzilting ingezet wordt op het toepassen van VDS. LTO Noord benadrukt dat dit een tot nu toe onbeproefd systeem betreft waarvan het effect niet bekend is. Onduidelijk is welke effecten het systeem op de teelten heeft daar het uitgangspunt “peil volgt functie" hier wordt losgelaten. Gezien de risico’s stelt LTO Noord dat slechts een beproefd systeem kan worden toegepast. LTO Noord ontvangt graag nadere informatie omtrent de keuze voor dit systeem, waarbij wij tevens informatie ontvangen over de hiertoe gemaakte afweging in relatie tot alternatieven. Ter informatie: LTO Noord werkt samen met het hoogheemraadschap aan onderzoekstrajecten en alternatieven. In het kader van de planvorming rond PARK21 wordt gesproken over (planologische) compenserende maatregelen voor de agrarische sector. Ook wordt veel aandacht besteed aan het thema duurzaamheid.
Vanuit dit perspectief bevreemdt het LTO Noord dat de mogelijkheid tot het realiseren van een kleine windturbine geschrapt is (in het vigerend bestemmingsplan is het wel toegestaan). Onduidelijk is op welke gronden tot deze keus gekomen is. Juist het oprichten van een kleine windturbine kan bijdragen aan de duurzaamheid en financiële positie van een bedrijf. Daarbij biedt de provincie Noord-Holland in de omgevingsverordening expliciet de mogelijkheid om windturbines tot 15 meter hoog toe te staan op agrarische percelen. LTO Noord verzoekt de gemeente daarmee om windturbines planologisch toe te staan. j. LTO Noord verzoekt de gemeente om een toelichting te geven op de omstandigheid waarin onteigening aan de orde komt. Ook verzoeken wij de gemeente om toe te lichten wat de grondslag voor onteigening kan/zal zijn. LTO Noord stelt dat onteigening zeer ongepast en ongewenst zou zijn. Zoals eerder toegelicht, bevinden de bestaande agrarische bedrijven ter plaatse van PARK21 zich in een onzekere situatie als gevolg van de planvorming. Het is een reëel perspectief dat bedrijven niet in de positie verkeren om gronden op te geven, om compenserende nevenactiviteiten te ontplooien, dan wel om een transformatieproces te starten. Onteigening van (delen van) percelen is extra kwalijk, omdat er geen optie wordt geboden om het hele bedrijven te verplaatsen.
LTO Noord verzoekt de gemeente om geen gebruik te maken van onteigening, ook niet als drukmiddel. k. In artikel 6.33 van de omgevingsverordening Noord-Holland is het volgende vermeld: Niet-agrarische bedrijfsfuncties zijn als onderdeel van een agrarisch bedrijf toegestaan, waarbij geldt dat: uitsluitend kleinschalige vormen van bijzondere huisvesting, werken, recreatie, gebruiksgerichte paardenhouderij, detailhandel en zorgfuncties zijn toegestaan. LTO Noord ziet een discrepantie tussen het gestelde in dit artikel en de in het bestemmingsplan opgenomen compenserende maatregelen voor de agrarische bedrijven. Zo is het zeer de vraag of de functies zoals genoemd in artikel 21.2.1 (voorzieningen van 650 en 950 m2) onder de noemer kleinschalig vallen. LTO Noord verzoekt om een toelichting op dit punt. l. LTO Noord mist in het ontwerpbestemmingsplan een beschouwing ten aanzien van de gevolgen van de planvorming voor landbouwverkeer (verkeersveiligheid / verkeersafwikkeling) en verzoekt om een toelichting op dit punt. m. Grote delen van het plangebied zijn voorzien van een dubbelbestemming Waarde-Archeologie. Deze bestemming strekt tot bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden. Bepaalde bodemactiviteiten zijn gekoppeld aan een vergunningsplicht en aan het doen van onderzoek.
LTO Noord merkt op dat deze regeling nieuw is ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan en een zware last voor de bestaande agrarische ondernemers kan inhouden. LTO Noord acht de opgenomen regeling onduidelijk. Zo staat er in de dubbelbestemming dat reguliere agrarische werkzaamheden vrijgesteld zijn van de vergunning/onderzoeksplicht, maar dat het aanleggen van bijvoorbeeld drainage hier niet onder valt. Wel zijn werkzaamheden tot 10.000m2 uitgezonderd. LTO Noord ziet graag een aanpassing van het bestemmingsplan met dien verstande dat het aanleggen van drainage eveneens uitgezonderd wordt van de omgevingsvergunning/onderzoeksplicht. Antwoord a. Het bestemmingsplan geeft de gewenste duidelijkheid. Met het bestemmingsplan respecteren we het huidige bestemmingsplan en de daarbij behorende ontwikkelmogelijkheden. Als extra mogelijkheid bieden we een transformatieregeling aan. Ook het bovenliggende doel om een aangesloten park te realiseren hebben we benoemd en aangegeven dat daarbij als laatste redmiddel onteigening zou kunnen worden ingezet. b. Gemeente heeft kennis genomen van uw zorg. Het bestemmingsplan PARK21 is een bestemmingsplan waar partijen door middel van uitnodigingsplanologie worden verleid om mee te doen aan PARK21. Het basisuitgangspunt is het gebied te laten transformeren op basis van vrijwilligheid.
Door gebruik te maken van uitnodigingsplanologie is het eindbeeld in fysieke zin niet vastomlijnd maar een perspectief/stip op de horizon. Wel is duidelijk dat er diverse eigenaren in het gebied transformaties richting PARK21 aan het verkennen zijn. c. Met het bestemmingsplan respecteren we het huidige bestemmingsplan en de daarbij behorende ontwikkelmogelijkheden. Agrarische ondernemers houden hetzelfde perspectief als binnen het huidige
d.
e.
f.
g.
h.
bestemmingsplan. Als extra mogelijkheid bieden we een transformatieregeling aan. Dat is geen verplichting maar een mogelijkheid voor een ondernemer. Perspectief op schaalvergroting wordt niet weggenomen, het bestemmingsplan en gemeente gaan immers niet over de bedrijfsstrategieën van bedrijven. Wel biedt het bestemmingsplan meer mogelijkheden voor andere bedrijfsstrategieën. Bedrijven die gebruik maken van de transformatieregeling, kiezen daarbij voor een andere bedrijfsstrategie dan schaalvergroting binnen hun eigen teeltareaal. Gemeente streeft een park met minimaal een aaneengesloten basisstructuur na. De wens is om dat zoveel mogelijk te realiseren op basis van vrijwillige transformatie, echter er dient uiteindelijk een aaneengesloten park te ontstaan, mocht dat onverhoopt niet lukken middels vrijwillige transformatie dan houdt gemeente als laatste middel onteigening open. Met het bestemmingsplan respecteren we het huidige bestemmingsplan en de daarbij behorende ontwikkelmogelijkheden. Agrarische ondernemers houden hetzelfde perspectief als binnen het huidige bestemmingsplan. Als extra mogelijkheid bieden we een transformatieregeling aan. Dat is geen verplichting maar een mogelijkheid voor een ondernemer. In de door u aangehaalde studie, waarop u tevens gereageerd heeft, is door individuele ondernemers juist aangegeven dat ieder bedrijf uniek is.
Verzoek van de ondernemers was om die reden om het bestemmingsplan ruim en breed te formuleren zodat er veel ruimte is voor individuele bedrijven de door hen gewenste bedrijfsvoering, in verbrede zin, nastreven. Dit heeft mede geleidt tot de opgenomen regeling in het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan PARK21 is een bestemmingsplan waar partijen door middel van uitnodigingsplanologie worden verleid om mee te doen aan PARK21. Het basisuitgangspunt is het gebied te laten transformeren op basis van vrijwilligheid. Zoals gezegd: het bestemmingsplan biedt transformatie mogelijkheden, maar transformatie is geen verplichting. Door gebruik te maken van uitnodigingsplanologie is het eindbeeld in fysieke zin niet vastomlijnd maar een perspectief/stip op de horizon. Dat het bestemmingsplan niet op dit aspect ingaat, is onjuist. In het Beeldkwaliteitsplan Leisure wordt ingegaan op dit aspect. Daarbij geven we richting aan de gewenste doorgroei van het park en beschrijven we hoe we omgaan met (tijdelijke) eindfasen. Dit beeldkwaliteitsplan is als beleidsregel onderdeel van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is bedoeld om de gewenste duidelijkheid te geven aan alle inwoners en ondernemers in het gebied. Met het bestemmingsplan respecteren we het huidige bestemmingsplan en de daarbij behorende ontwikkelmogelijkheden. Als extra mogelijkheid bieden we een transformatieregeling aan.