Bijlage 1 Stedenbouwkundig Programma van Eisen Binnenweg e.o
Tekst van het document
i) Indien vanuit de netbeheerder de noodzaak bestaat om een middenspanningsruimte (MSR) te realiseren, dient deze binnen de eigen plot / het plangebied te worden gesitueerd. De MSR mag niet in bestaand openbaar gebied worden geplaatst. Voor de inpassing wordt verwezen naar de leidraad MSR.
Gemeente Haarlemmermeer
34
Daktuinen
Parkeren
j) De binnentuinen liggen veelal op de parkeeroplossing en zijn groen ingericht. Om de binnentuinen toegankelijk te houden wordt het maaiveld van de binnentuin niet hoger dan 1,5 m ten opzichte van de openbare ruimte. Enkel in uitzonderingen kan na een stedenbouwkundige beoordeling het maaiveld van de binnentuin tot max. 3 m hoogte t.o.v. maaiveld openbare ruimte worden toegestaan.
q) Het fietsparkeren wordt optimaal ontworpen om te verleiden tot gebruik van de fiets als vervoersmiddel. Het Besluit bouwwerken en leefomgeving is landelijke regelgeving die regelt dat bij iedere woning een berging dient te zijn voor het stallen van fietsen. In ons Fietsplan Haarlemmermeer (10833380) is een Beleidsregel gezamenlijke fietsenberging bij hoogbouw in afwijking van het besluit bouwwerken en leefomgeving aangekondigd.
k) De daktuinen hebben een gronddekking van tenminste 60 cm om door het waterschap als ‘onverhard’ gekwalificeerd te worden en geven zo geen watercompensatie-opgave door toename van verharding te veroorzaken. Dit is ook nodig uit klimaatadaptief oogpunt. Aanvullend is om te voldoen aan de kwalitatieve groennorm een grondbedekking van ten minste 70 cm benodigd ter plaatse van struiken en heesters en ten minste 100 cm ter plaatse van bomen.
Met een gemeentelijke beleidsregel kunnen wij aangeven wat wij gelijkwaardig vinden aan een privéberging per woning voor de fiets. Bij een gezamenlijke fietsenberging wordt het gebruik van de fiets bevorderd doordat de beschikbaarheid van een veilige berging wordt gegarandeerd. We verwachten dat de gemeentelijke beleidsregel voor gezamenlijke fietsberging bij hoogbouw in 2025 van kracht kan zijn. De fietsenstallingen zijn geen onderdeel van de actieve plintfuncties.
l) Elk bijna-gesloten bouwblok krijgt een gemeenschappelijke binnentuin. Deze krijgen een rijke schakering aan lage en hoge beplanting. Per binnentuin dienen tenminste 2 bomen van de eerste orde of tenminste 4 bomen van de tweede orde aangepland te worden.
r) Het autoparkeren moet per deelgebied worden opgelost op de eigen kavel voor zowel de bewoners/ werknemers als de bezoekers. Mogelijkheid voor het inzetten van deelauto’s (maximale reductie van 20%, excl. het bezoekersaandeel) conform vigerend beleid.
m) Er is geen mogelijkheid voor privétuinen. De begane grond woningen krijgen wel een eigen terras dat direct grenst aan de gemeenschappelijke binnentuin. De terraszone is niet dieper dan 2 meter. Eventuele afscheidingen tussen de terrassen worden meeontworpen en zijn maximaal 1,5m hoog, de afscheiding met de daktuin is niet hoger dan 0,7m. n) De binnentuinen zijn tenminste overdag openbaar toegankelijk. Er wordt een aantrekkelijke afsluiting meeontworpen voor mogelijke sluiting in de avond en nacht. o) De daktuinen hebben tenminste 75% van het oppervlak ingevuld met beplanting en groen. p) De daktuinen bieden verschillende verblijfs- en speelaanleidingen voor de bewoners.
s) Bezoekers aan het stadscentrum maken gebruik van de openbare parkeeroplossingen. t) Nood- en hulpdiensten moeten kunnen parkeren op een maximale afstand van 40 meter tot (de portieken van) de woningen. Daarna moeten ze onbelemmerd kunnen wegrijden. u) Entree’s van de parkeergarages voor auto’s dienen voor het verlaten van de garages goed zicht te hebben op voetgangers (zichthoek van 45 graden) en de auto moet voor het oprijden van het trottoir horizontaal kunnen stilstaan. v) Indien het wenselijk is de ingang van de parkeergarage voor Binnenweg 3 aan de Binnenweg te realiseren, dan kan deze optie worden verkend. Er dient dan een nadere verkeerskundige en ruimtelijke onderbouwing ter toetsing te worden aangeleverd.
Gemeente Haarlemmermeer
35
4.3 Duurzaamheid Energie De groenste energie is de energie die we niet gebruiken. Dit is waarom de focus dient te liggen op het beperken van energieverbruik, waarbij passieve bouwkundige maatregelen de voorkeur hebben boven actieve installatietechnische maatregelen. De Trias Energetica, een belangrijk onderdeel van het GPRbeleid, dient als strategie te worden gehanteerd. • Energiebesparing; hiervoor is de inzet op isolatie en wko’s. • Energieopwekking; hiervoor is de inzet op gebruik van bodemwarmte met wko’s. • Efficiënte stromen. Inzet van dit SPvE voor de gebiedsontwikkeling Binnenweg is het gebruikmaken van bodemenergie om zo de elektriciteitsvraag van deze gebiedsontwikkeling te beperken. Ook het aspect ‘netcongestie’ en het voorkomen daarvan speelt een rol bij deze keuze. Concrete eis: Voor energiebesparing en opwekking wordt ingezet op wko’s, per deelgebied of op gebiedsniveau van de gebiedsontwikkeling Binnenweg, zie 4.4 Bodem. Gezonde mobiliteit Gezonde mobiliteit kan gestimuleerd worden door de leefomgeving gezond te ontwerpen en in te richten. Aandachtspunten voor een gezonde mobiliteit zijn: verkeers- en sociale veiligheid, een groene woonen werkomgeving, die uitnodigt tot wandelen of hardlopen. En als laatste een goede, aantrekkelijke en veilige fietsroutes pakt men sneller de fiets.
Waar de gemeente geen norm stelt aan fietsparkeren wordt de CROW gebruikt als richtlijn. Concrete eis: deze uitgangspunten onderdeel laten zijn voor de uitwerking van de openbare ruimte en situering van entrees, looproutes en fietsenstallingen in de bebouwing. Voor bezoekers van woningen en plintfuncties dienen voldoende (CROW-norm) fietsenstalplekken beschikbaar te zijn in de openbare ruimte. Natuurinclusief bouwen Het natuurinclusief bouwen beleid is van toepassing. Concrete eis: Bij de uitwerking van de openbare ruimte en bebouwing van de deelgebieden wordt aangetoond welke voorzieningen worden getroffen om, waar mogelijk, de biodiversiteit te verhogen.
Klimaatadaptiebeleid Het Klimaatadaptiebeleid is van toepassing. Het betreft een ontwikkelgebied groter dan 5000 m², bij deze ontwikkelingen moet voldaan worden aan alle basisveiligheidsniveaus. De initiatiefnemer moet dit aantonen door middel van onderzoek. Er kan alleen worden afgeweken van deze normen wanneer in het onderzoek is aangetoond dat een norm niet van toepassing is. Bij deze ontwikkelgebieden geldt wel een onderzoeksplicht (bijvoorbeeld naar bezonning, schaduw, grondwaterbalans en hemelwaterpercentages). Eisen ten aanzien van waterberging zijn verwerkt in de paragraaf Water. Concrete eis: In het kader van het tegengaan van het stedelijk hitte-eiland in deze omgeving is in de visie Stadscentrum Hoofddorp ingezet op specifieke maatregelen. Het realiseren van koele routes langs de Nieuweweg, de Cor van der Meerstraat d.m.v. bomen en/of water. De nieuwe bebouwing moet hieraan een bijdrage leveren door schaduw en een bebouwing die weinig hitte opvangt en afgeeft. Circulariteit De bouwwijze gaat uit van een circulaire gedachte, dat wil zeggen dat of wel hergebruikte materialen worden toegepast of dat er zo gebouwd wordt dat dit eenvoudig te demonteren is. Haarlemmermeer heeft het ‘houtconvenant’ ondertekend in metropoolregio Amsterdam-verband met de bouwsector. Er is sprake van houtbouw als de constructue minimaal 65% biobased is.
Ten aanzien van het ontwerp en de bouw van woningen worden eisen of prestaties gevraagd op het gebied van het toepassen van bijvoorbeeld ‘natuurlijke materialen’, zoals bijvoorbeeld een houten constructie. Tijdens de bouw wordt het afval in minimaal 6 stromen gescheiden. Voor deze afvalstromen kan onder andere worden gekozen uit: houtafval, steenachtig, metaal, kunststof, glas, papier en karton, gips en isolatiemateriaal (per soort). Het wordt zoveel mogelijk voorkomen dat materialen worden gebruikt die staan vermeld op de onderstaande lijsten. Het gebruik dat niet voorkomen kan worden wordt inzichtelijk gemaakt: • ‘Banned list of Chemical C2C Certified CM Product Standard 3.0’. • ‘De herziening van de lijst van voor de EU kritieke grondstoffen en de uitvoering van het grondstoffeninitiatief’. Concrete eis: per ontwikkeling wordt aangegeven wat de ambities zijn ten aanzien van circulariteit en biobased materialen.
Gemeente Haarlemmermeer
36
Grondstromen/grondbalans Het streven is een gesloten of beperkte grondbalans: Over de grenzen van een werk vindt zo min mogelijk aan- en of afvoerplaats van grond die geschikt is als secundaire bouwstof. De gemeente heeft vooralsnog niet de beschikking over een gronddepot. Het afvoeren moet door de initiatiefnemer bekostigd worden. Concrete eis: per ontwikkeling wordt de grondbalans aan de gemeente inzichtelijk gemaakt. Conclusie duurzaamheidsambities Concrete eis: In het omgevingsplan c.q. de omgevingsvergunning waarin of waarmee de bouw van de woningen mogelijk wordt gemaakt dient uitwerking te worden gegeven aan de duurzaamheidsuitgangspunten bestaande uit een verantwoording van de wijze waarop aan de wettelijke en gemeentelijke eisen met betrekking tot duurzaamheid wordt voldaan.
Gemeente Haarlemmermeer
37
4.4 Milieu en techniek Flora en Fauna De huidige bebouwing is mogelijk geschikt voor vleermuizen om in te verblijven. Daarnaast is de naastgelegen Nieuweweg mogelijk een essentiele vliegroute en ligt de locatie tevens in de invloedssfeer van de Geniedijk. De watergang langs de Geniedijk is ook een essentiele vliegroute. Hierdoor is het zaak dat de locatie onderzocht wordt op de potentie voor deze soorten. Voor Spaans is een quickscan Wet Natuurbescherming uitgevoerd. Hieruit kwam naar voren dat de locatie mogelijk essentiële functies vervult voor vleermuizen, kleine marters en huismussen en nader onderzoek naar deze soorten benodigd is. Vanuit deze onderzoeken kan volgen dat er voor één of meerdere soorten een Omgevingsvergunning Flora- en Fauna Activiteit (voorheen ontheffing Wet Natuurbescherming) benodigd is van de Omgevingsdienst NoordHolland Noord. Het treffen van mitigerende en/of compenserende maatregelen kan als voorwaarde aan deze vergunning worden verbonden. Deze maatregelen kunnen invloed hebben op het ontwerp van het betreffende perceel. De conclusie ten aan zien van beschermde soorten is: Gezien het habitat en het planvoornemen zijn er geen beschermde soorten van de soortgroepen flora, grondgebonden zoogdieren, amfibieën, reptielen, insecten, vissen en weekdieren binnen de plangrenzen aanwezig.
De conclusie ten aanzien van Gebieden is: Natura 2000: Uit de bureaustudie blijkt dat er op acht kilometer afstand van het plangebied een Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid ligt. Gezien de geringe omvang van de ontwikkeling en de ligging t.o.v. van het Natura 2000-gebied zijn directe effecten als gevolg van het plan door bv. verdroging of geluid- en lichtverstoring op de instandhoudingsdoelen uit te sluiten. Externe effecten als gevolg van een (toename) van stikstofdepositie op kwetsbare duinvegetaties zijn niet bij voorbaat uit te sluiten, aangeraden wordt om een Aerius berekening (stikstof -analyse) uit te voeren waarbij de aanleg en het gebruik wordt meegenomen. NNN-gebied: In de omgeving van het plangebied liggen NNN-gebieden. Er is geen sprake van directe aantasting van het NNN. Externe werking wordt niet toegepast binnen Noord-Holland op NNN-gebieden. Negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN worden uitgesloten. Het provinciaal NNN-beleid staat de uitvoering van het plan niet in de weg. Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) met habitat voor weidevogels.
Het plangebied bevindt zich niet in een BPL. Er is geen sprake van directe aantasting van, of verstoring van deze kernkwaliteiten van het BPL. Beschermde houtopstanden : Het plangebied bevindt zich niet in de nabijheid van een beschermde houtopstand. Er is geen sprake van directe aantasting van, of verstoring op de beschermde houtopstanden. Natuurinclusief bouwen Er zijn drie aandachtspunten in het gebied en toekomstige bebouwing voor natuurinclusief bouwen. • Natuurvriendelijke oevers. • Vleermuisvriendelijke verlichting. • Voorzieningen voor vleermuizen. • Stedelijk nest- en fourageergebied. Voor alle aandachtspunten wordt geadviseerd een ecologisch adviseur in te schakelen. Natuurvriendelijke oever Aan de noordwest kant van de Binnenweg 3 en 4 is een watergang gelegen. Om deze watergang te benutten voor natuur wordt geadviseerd deze natuurvriendelijk in te richten. Denk hierbij aan een geleidelijke overgang van water naar land en beschutting voor vogels, amfibieën en insecten. Daarnaast is minimale of speciale verlichting van belang om verstoring te voorkomen voor, onder andere, vogels en vleermuizen. Vleermuisvriendelijke verlichting Onder vleermuisvriendelijke verlichting wordt verlichting verstaan met minimale uitstraling en, idealiter, specifieke kleuren licht. Amberkleurig/ oranje licht is ideaal voor vleermuizen omdat zij hier de minste last van ondervinden.
De belangrijkste punten voor de Binnenweg 3 en 4 zijn hier de Zuidwestkant (Geniedijk) en de Zuidoostkant (Nieuweweg). Dit zijn beide (essentiële) vliegroutes voor vleermuizen. Derhalve wordt geadviseerd om de armaturen van straatlantaarns naar beneden te richten en amberkleurig/oranje licht toe te passen waar mogelijk. Voor de Geniedijk geldt dat hier idealiter helemaal geen licht op valt, waardoor verlichting aan de zuidwest kant van de Binnenweg 4 wordt afgeraden. Voorzieningen voor vleermuizen Aangezien vooralsnog enkel vleermuizen worden verwacht, zijn in beginsel alleen voorzieningen voor vleermuizen mogelijk noodzakelijk. Onder voorzieningen worden in dit geval verblijfplaatsen verstaan, aangezien er reeds vliegroutes en
Gemeente Haarlemmermeer
38
foerageergebied rondom de planlocatie liggen. Omdat het natuurinclusief bouwen naar verwachting wordt opgenomen in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving onder de Omgevingswet adviseren wij ook om die reden op voorhand voorzieningen voor gebouw-bewonende soorten mee te nemen in de ontwikkeling. De aan- of afwezigheid van vleermuisverblijven bij de bestaande bouw kan worden vastgesteld door middel van een aanvullend vleermuisonderzoek. In Haarlemmermeer en in de directe omgeving van de ontwikkeling (Stadspark, Geniedijk) zijn waarnemingen bekend van de volgende vleermuissoorten: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, watervleermuis en meervleermuis. Aan te raden is om voor verschillende soorten én functies voorzieningen te treffen, dus bijvoorbeeld ook grotere kasten die geschikt zijn als kraamverblijfplaats of winterverblijfplaats.
voedsel (incl. vocht), veiligheid, voortplanting, verplaatsing (incl. verbindingen). Hierbij dus niet enkel uitgaan van esthetische of menselijke gebruikswaarde.
Stedelijk nest- en fourageergebied Het gebied ligt langs het Geniedijkpark, watergang en in de buurt van het Stadspark. Er dient bij de inrichting rekening gehouden te worden met de functie die het plangebied zou kunnen hebben voor kleine marterachtige, en daarnaast voor waargenomen struweel- en watervogels. Uit historische verspreidingsgegevens zijn in en nabij het plangebied waarnemingen bekend van huismus, gierzwaluw, koolmees, ransuil, buizerd, ekster en zwarte kraai. De huismus en gierzwaluw zijn gebouwgebondensoorten omdat ze vaak verblijven onder dakpannen of nissen van bebouwing. De biodiversiteit kan worden verhoogd met nest- en inrichtingsvoorzieningen hiervoor. In het gebied is nu geen noemenswaardige of beschermde flora aanwezig. Door een rijke gemengde inheemse en/ of klimaatadaptieve beplanting aan te brengen, in de openbare ruimte en op en aan bebouwing, gaat de biodiversiteit sterk omhoog.
Bodemenergie en WKO’s Er is een Bodemenergieplan Centrum Hoofddorp vastgesteld waarbinnen de gebiedsontwikkeling Binnenweg valt. De bevoegdheid voor gesloten bodemsystemen ligt bij de gemeente. Voor open systemen ligt deze bij de provincie. Er moet als uitwerking van het bodemenergieplan Hoofddorp Centrum voor de gebiedsontwikkeling Binnenweg een integraal bodemenergieplan worden opgesteld om zo nadelige beïnvloeding van de verschillende deelprojecten te voorkomen en schaalvoordeel te behalen of de keuze te maken om per ontwikkeling bodemenergiebronnen te treffen.
Concrete eis: Bij een bouwontwikkeling wordt een flora en faunarapport opgesteld die aangeeft hoe de ontwikkeling voorziet in behoud van de beschermde soorten en met natuurinclusief bouwen inzet in welke soorten. Daarnaast een aantal aandachtspunten met betrekking tot overige voorzieningen: - Laat de landschappelijke/groene inpassing (soortenkeuze en inrichting) samenhangen met de soorten waarvoor voorzieningen worden getroffen. Uitgangspunt moet zijn de zogenaamde vier v’s:
Bodem De bodemkwaliteit ter plaatse van de bebouwing en groen moet voldoen aan de norm voor duurzame geschiktheid voor de woonfunctie (Regeling Bodemkwaliteit). Dit geldt voor alle deelprojecten. Concrete eis: bodemonderzoek overleggen in kader van omgevinsgvergunning of -plan. In 2020 is een notitie opgesteld waarin een beschrijving is opgenomen van de bodemkwaliteit (Grondslag, 3 december 2020). Zie Bijlage 11. De conclusie is: De bodem is geschikt voor werken en wonen.
Voor elk deelproject stellen de ontwikkelaars een eigen gedetailleerd bodemenergieplan op. Dit plan maakt de ruimtelijke consequenties, risico’s en beheersmaatregelen inzichtelijk. In dit bodemenergieplan dient minimaal te worden ingegaan op: • Bodemgesteldheid. • Opbarstrisico en beheersing van dit risico. • Effecten locatie specifieke kweldruk op functionering bodemenergiesysteem. • Interferentie tussen bronnen. • Ondergrondse ordening. • Effecten op bovengrondse ruimte. • Beheer en onderhoud van installatie. • Einde levensduur installatie en hoe veilig verwijderen/instandhouding. Concrete eis: gebruik van wko’s en opstellen integraal bodemenergieplan, en per ontwikkeling.
Gemeente Haarlemmermeer
39
Waterwet (Art. 3.5 Hemelwater) Deze wet geeft aan dat de eigenaar van de grond waar het hemelwater op valt, diezelfde eigenaar ook zorg moet dragen voor dit hemelwater. Dat betekent dat de perceeleigenaar in eerste instantie verantwoordelijk is voor het vasthouden van het hemelwater, berging en als het echt niet anders kan, dan pas afvoeren. In het verlengde van de Waterwet en DRA is door de gemeente Haarlemmermeer in Januari 2022 Klimaatadaptatie beleid vastgesteld. Concrete eis: Nieuwbouwplannen dienen aan dit beleid te voldoen. Afhankelijk van de grootte van het plan geldt een onderzoeksplicht of onderbouwing. Zie beslisboom op blz. 29 van het gemeentelijk klimaatadaptatie beleid. Riolering Het ontwerpen en aanleggen van nieuwe riolering vanaf het gebouw tot aan de bestaande gemeentelijke riolering is onderdeel van het ontwikkelproject. Riolering dient gescheiden te worden aangeboden, hemelwater zal (mits vertraagd binnen ontwikkeling) worden afgevoerd op de nabij gelegen waterpartijen. Vuilwater dient op de gemeentelijke riolering te worden aangeboden. Het is onduidelijk of de nabij gelegen gemeentelijke riolering voldoende capaciteit heeft voor de toename aan vuilwateraanbod voortkomend uit de ontwikkeling. Concrete eis: De ontwikkelende partij(en) dient een rioolcapaciteitsberekening op te stellen, waaruit blijkt dat riolering de extra toename aan kan.
Mocht blijken dat dit niet het geval is, behoort het maken van aanpassingen aan de riolering (bijv. vergroten van leidingdiameters, verleggingen, enz.) bij de projectontwikkeling. Concrete eis: Verdere technische uitgangspunten zijn in de gemeentelijke LIOR terug te vinden. Voor het aansluiting van de gebouwriolering op de riolering in openbare buitenruimte worden huisaansluiting putten toegepast. De gemeente vereist dat het aantal huisaansluitingen zoveel mogelijk beperkt blijft. Dit houdt in dat riolering zoveel mogelijk inpandig gekoppeld wordt en op een beperkt aantal centrale punten het gebouw verlaat. Hier dient in het gebouw rekening mee gehouden te worden. Grondwater De gemeente heeft een grondwatermeetnet, echter zijn rondom/binnen de projectlocatie geen peilbuizen aanwezig.
Concrete eis: Voor een juist inzicht in de grondwaterstand op de projectlocatie dienen meerdere peilbuizen in een vroeg stadium geplaatst te worden waarmee een jaarrond de grondwaterstand gemonitord wordt. Hierdoor kan met zekerheid de juiste diepteligging van IT/ DT rioolstelsels en/of bergingen (wadi’s, Rockflow) worden bepaald. Geohydrologie Bij de herontwikkeling zal er mogelijk ondergrondse bouwmassa zijn waardoor barrierewerking gaat optreden (opstuwing/verdringing van grondwater). Dit kan leiden tot (te) hoge grondwaterstanden in de vorm van grondwateroverlast of tot (te) lage grondwaterstanden in de vorm van grondwateronderlast. Op basis van het beleid van het Hoogheemraadschap van Rijnland is de locatie daarbij gelegen in een kwetsbaar kwelgebied. Door de barrierewerking van de beoogde realisatie binnen het kwetsbare kwelgebied wijzigt de huidige grondwatersituatie. Om in een vroeg stadium de eindsituatie (gebruiksfase) en de aanlegsituatie (aanlegfase) inzichtelijk te maken is een QuickScan geohydrologie nodig. Door deze QuickScan moeten de effecten van de ondergrondse bouwmassa op de lokale grondwaterstroming inzichtelijk worden. Water De waterschapsverordening van het Hoogheemraadschap van Rijnland is van toepassing.
Onderstaande artikelen zijn afkomstig uit de nieuwe Waterschapsverordening vigerend vanaf 1 jan 2024 en hebben betrekking op het onderdeel water en toename verhard oppervlak. Zie voor de artikelen van de verordening: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-202313636.html Open water Als er open water gedempt wordt, moet dit één op één worden teruggebracht in hetzelfde peilvak, echter heeft de gemeente geen gronden beschikbaar binnen dit peilvak om te vergraven te nieuw oppervlaktewater. Het uitgangspunt is dat, mocht er oppervlaktewater gedempt moeten worden dit binnen het plangebied wordt teruggebracht. Op dit moment is er geen open water in het te ontwikkelen gebied, wel aan de rand, en dat blijft zo. De vijver bij Spaans valt niet onder deze definitie.
Gemeente Haarlemmermeer
40
Waterberging hemelwater Het gemeentelijk Klimaatadaptatiebeleid (https:// lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR684424/1) geeft de volgende concrete eisen voor nieuwe ontwikkelprojecten: • Een bui van 70 mm per uur moet voor 85% binnen de projectlocatie geborgen worden. • Op hoofdinfrastructuur mag maximaal 20 cm water komen te staan, zodat kernen toegankelijk blijven voor hulpdiensten en calamiteitenverkeer. • Een bui van 60 mm per uur mag geen schade veroorzaken aan gebouwen en infrastructuur. • Naar verwachting zijn er waterbergende daken of groenblauwe daken nodig om aan deze eisen te voldoen. In hoofdstuk 5 worden de oplossingsrichtingen voor het thema water per ontwikkellocatie beschreven. Nutsvoorzieningen en kabels In de omgeving van het projectgebied bevinden zich al verschillende gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen zoals elektra, water en riolering. Binnen het projectgebied zijn diverse bestaande kabels en leidingen aanwezig: • 50 kv leiding • 10kv leiding Concrete eisen ten aanzien van nutsvoorzieningen ten behoeve van nieuwbouw: • De kabel en leiding aansluitingen voor de nieuwbouw dienen door de projectontwikkelaars aangevraagd te worden. • Nieuwe aanvoertracés dienen volgens LIOR ontworpen te worden en in afstemming met de gemeente een plek te krijgen in de openbare ruimte.
• Voorzieningen ten behoeve van nutsaansluitingen zoals bijvoorbeeld, transformatoren, inkoopstations en dergelijke, dienen inpandig opgenomen te worden.
Afval Concrete eisen: Op de kop van de Cor van der Meerstraat is een afvalbrengparkje voor de bestaande bewoners. Dit brengparkje kan worden gehandhaafd of op korte afstand worden verplaatst. Door vaker op te halen kunnen ook nieuwe bewoners van deelgebied Spaans, Binnenweg 3 en Binnenweg Noord hier gebruik van maken. Er dient echter nog een nieuw brengparkje gemaakt te worden voor de deelgebieden Binnenweg 4 en Binnenweg West, dit kan in het straatprofiel van de Binnenweg waarbij de afvalwagen keert in de doodlopende straat, of uitrijdt en over voetgangersgebied naar de Cor van der Meerstraat rijdt. De loopafstanden vanaf de ingangen van de appartementen tot aan het nieuwe afvalparkje dienen te voldoen aan afvalbeleid van de Gemeente (VANG). Omdat dit een gebied is gelegen binnen het Stadscentrum Hoofddorp, gaat hierbij om een maximale afstand van 75 m voor Restafval en GFT+e (Groente, Fruit en Tuinafval + etensresten). Voor de containers Plastic, blik & drinkpakken (PBD), glas en papier & karton geldt een maximale afstand van 300 meter. In het SO openbare ruimte is rekening gehouden met route ophaaldienst en locatie van de containers. De entrees van de toekomstige woonblokken worden hierop nader afgestemd. Bedrijfsafval van in de ontwikkeling op te nemen bedrijfslocaties/functies kan niet gecombineerd worden met de inzameling van huishoudelijk afval.
De inzameling van bedrijfsafval dient zelf geregeld te worden door deze bedrijven. Wel dient er binnen de ontwikkeling (inpandig) ruimte voor opslag bedrijfsafval opgenomen te worden. Het is niet wenselijk inzamelcontainers langs een gevel te plaatsten (uit het zicht).
Gemeente Haarlemmermeer
41
Geluid Op dit plan zijn de instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL) van toepassing. De standaardwaarde voor de gezamenlijke bijdrage van het geluid ten gevolge van gemeentelijke wegen bedraagt 53 dB Lden. De standaardwaarde voor de bijdrage van het geluid ten gevolge van provinciale wegen en rijkswegen bedraagt 50 dB Lden. De grenswaarde voor gemeentelijke wegen en provinciale/rijkswegen bedraagt resp. 70 dB Lden en 60 dB Lden. Bij overschrijding van de standaardwaarde moeten mitigerende maatregelen worden overwogen. Bij overschrijding van de grenswaarde is woningbouw in principe niet mogelijk mits gevelafscherming wordt toegepast en/of de toepassing van een niet geluidsgevoelige gevel (voorheen dove gevel). Het geluid van de Nieuweweg is hierbij een aandachtspunt. Naast de instructieregels van het BKL hanteert de gemeente akoestische randvoorwaarden zijnde de ruimtelijke kaders waarbinnen met betrekking tot het aspect geluid sprake is van ETFAL. Deze zijn weergegeven in de bijlage (9) ‘Akoestische randvoorwaarden ontwikkeling NieuwewegBinnenweg Hoofddorp’ bij het SPvE. De aanwezigheid van een geluidsluwe gevel per woning is een onderdeel van de randvoorwaarden.
Met name bij de toepassing van eenzijdige appartementen is dit een aandachtspunt. Op de geluidsluwe gevel wordt de standaardwaarde BKL voor het wegverkeer niet overschreden. De geluidsluwe gevel dient zoveel als mogelijk aan de geluidsgevoelige ruimten in de woning te grenzen. Ten aanzien van het maximaal toelaatbare geluidsniveau op de gevel ten gevolge van het wegverkeer sluiten de randvoorwaarden aan op de normering BKL. Het gezamenlijk geluid, zijnde het geluid van alle wegen tezamen wordt als uitgangspunt voor de bepaling van de gevelisolatie gehanteerd. Hierbij geldt een normering voor het binnenniveau in de woning van maximaal 33 dB. Naast de normering BKL wordt de aanvaardbaarheid van het totale gecumuleerde geluidsniveau afgewogen. Hiervoor worden in eerste instantie de bronnen wegverkeer, railverkeer, industrie en luchtvaart gehanteerd. Indien noodzakelijk kan de gemeente overwegen andere bronnen in de bepaling van de gecumuleerde geluidsbelasting eveneens mee te wegen. De randvoorwaarden bevatten een plafondwaarde voor de gecumuleerde geluidsbelasting van 68 dB.
Figuur 31 indicatieve geluidsbelasting Binnenweg Gemeente Haarlemmermeer
42
Industrielawaai Conform de Handleiding Activiteiten en milieuzonering 2024 dienen milieuhinderlijke activiteiten allen van een milieuwaarde met bijbehorende gebruiksruimte te worden voorzien. In de basis kent de Handleiding aan deze milieuwaarde een geluidsruimte toe van 50 dB(A) op 10m, of bij ontbreken van woningen op 30 m. Daarnaast gelden voor de bestaande activiteiten, zijnde het rioolgemaal aan de Binnenweg en het Trafostation Pieter Verhoogstraat, de instructieregels BKL die in grote lijnen overeenkomen met de basis milieuwaarde van de Handleiding. Indien nodig kunnen maatregelen worden getroffen aan deze activiteiten om alsnog aan de instructieregels BKL te voldoen, of gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid tot verruiming van de geluidsnormering die deze instructieregels bieden. Hierbij dient te allen tijde te worden voldaan aan de evenredige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Ten aanzien van de geluidsluwe gevel bij woningen bevatten de akoestische randvoorwaarden eisen mbt het maximaal toelaatbare geluidsniveau van een milieubelastende actviteit (mba). Leefbaarheid, gezondheid en (externe) veiligheid Luchtkwaliteit en gezondheid In de Omgevingswet staat dat het gezondheidsbelang expliciet moet worden afgewogen. De gemeenteraad heeft de Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040 vastgesteld op 3 maart 2022 (2021.0003036).
In de Omgevingsvisie heeft gezondheid een prominente plek gekregen. Luchtkwaliteit heeft in dat kader een eigen paragraaf ‘Milieukwaliteit: lucht’. Daarin staat: “Voldoende afstand houden tot de weg is ons uitgangspunt als het gaat om realiseren van gevoelige bestemmingen, zoals woningen. Het advies van de GGD, om het beschermen van de gezondheid te regelen vanuit het principe afstand houden en verkeersintensiteit in plaats van toetsing aan concentraties, is hiermee ook ons uitgangspunt. De GGD-richtlijn om geen nieuwe gevoelige bestemmingen te realiseren binnen een afstand van 50* meter van een weg met minimaal 10.000 mvt/ etmaal vraagt naar ons oordeel meer nuance en differentiatie. Deze richtlijn kent namelijk maar één type ‘drukke weg’ en bijbehorende afstandsmaat, terwijl meerdere situaties met bijbehorende afstandsmaten denkbaar zijn. Ook het belang van woningbouw moet hierbij goed worden afgewogen. Hiervoor zal een aparte beleidsnotitie worden opgesteld. Uiteraard zijn extreme afwijkingen van de GGD-richtlijnen ongewenst.” (pagina 37).
Bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) moet in ieder geval rekening gehouden worden met het belang van het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1 lid 4 Ow). Het alleen toetsen aan luchtkwaliteitswaarden is onvoldoende om de gezondheidseffecten van de ontwikkeling te kunnen vaststellen. Voldoende afstand houden tussen gevoelige functies en de rand van een drukke weg is een uitgangspunt in de Omgevingsvisie 2040. Woningen zijn gevoelige functies. Een drukke weg is een weg met een verkeersintensiteit vanaf 10.000 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etm). De (toekomstige) verkeersintensiteit (2040, verkeersmodel NHZ 3.4 Basisvariant) van de Nieuweweg is 9.700 mvt/etm. Afgerond naar 10.000 mvt/etm is de Nieuweweg hiermee aan te merken als drukke weg. Volgens de GGD-richtlijn Medische Milieukunde (MMK) zou de afstand tussen de Nieuweweg en de nieuwe woningen 25 meter moeten zijn gelet op de verkeersintensiteit van de drukke Nieuweweg. De 25 meter is de gewenste afstand. De ontwikkeling heeft een groot maatschappelijk belang, waarbij een substantieel aantal woningen gebouwd kan worden en een grotendeels braakliggende locatie in het centrumgebied ontwikkeld kan worden is. Wanneer de gewenste afstand van 25 meter wordt aangehouden is het gevolg een andere stedenbouwkundige opzet met minder woningen.
Naast deze aanzienlijke effecten op het mogelijk aantal te realiseren woningen en beperkte mogelijkheden om te komen tot de gewenste stedenbouwkundige opzet van de wijk, is bijkomend gevolg dat de haalbaarheid van het plan verslechtert. De in dit kader aangegeven bebouwingsrooilijn heeft stedenbouwkundig de voorkeur. Om de ontwikkeling volgens de aangegeven bebouwingsrooilijn te kunnen realiseren moet de afstand tussen de Nieuweweg en de nieuwe woningen korter zijn. De afstand tussen de Nieuweweg en de nieuwe woningen is overwegend 15 meter of meer. Over een lengte van circa 30 meter is de afstand tot de weg korter. Over deze afstand varieert de lengte van 13 meter tot 15 meter. Op de begane grond worden hier voorzieningen gerealiseerd. Vanaf de eerste verdieping komen woningen. De genoemde afstand is een afwijking van de volgens de GGD gewenste afstand van 25 meter. Deze intensiteiten zitten nog wel aan de onderzijde van de categorie ‘drukke weg’, volgens de richtlijn van de GGD zou bij aanzienlijk drukkere wegen dezelfde afstand aangehouden moeten worden. Het hanteren van de GGD-richtlijn voor het bepalen van de minimale afstand zal in Haarlemmermeer tot problemen zorgen bij het realiseren van de gemeentelijke ontwikkelopgave. De beschikbare
Gemeente Haarlemmermeer
43
ruimte is vaak beperkt, vooral in stedelijke gebieden waar vraag naar nieuwe ontwikkellocaties groot is. Om deze redenen gaan we in Haarlemmermeer uit compromisafstanden: er wordt een reductie van 20% op de GGD-richtlijn gehanteerd. De te hanteren afstand is daarmee 80% van afstand van de GGDrichtlijn. Voor de Nieuweweg wordt de te hanteren afstand daarmee 20 meter. In uitzonderlijke situaties kan de gemeente in de belangenafweging tot en met de kwalificatie ‘slecht’ nog accepteren. Hiervoor wordt onderstaande tabel gehanteerd: Percentage afwijking GGD-norm 0% 0%-10% 10%-20% 20%-30% 30%-40%
Beoordeling leefklimaat
40%-50% >50%
Slecht Zeer slecht
Goed Redelijk Matig Zeer matig Tamelijk slecht
Figuur 32 Tabel GGD richtlijn toegepast bij een verkeersintensiteit van 11.100 mvt/dag
De 15 meter is een afwijking van 25% van de volgens de GGD-richtlijn gewenste afstand van 20 meter. De 13 meter is een afwijking van 35%. %. Deze afwijking levert een leefklimaat op dat als ‘zeer matig’ tot ‘tamelijk slecht’ wordt gekwalificeerd. Het is geen extreme afwijking van de GGDrichtlijn. Rekening houdend met het belang van het beschermen van de gezondheid van de toekomstige bewoners en met het grote maatschappelijk belang voor woningbouwontwikkeling op deze locatie met weinig mogelijkheden, de afstand van de bebouwingsrooilijn aan de Nieuweweg tot aan de rand van de Nieuweweg en de toekomstige gevoelige functies, zoals woningen en/of speelpleinen voor kinderen acceptabel. Met de genoemde afstand van overwegend 15 meter is de luchtkwaliteit op deze locatie zeer matig, maar gelet op de bovenvermelde argumenten beschouwen we dat in deze specifieke situatie acceptabel. Bij de uitwerking van de plannen dient vanuit de algemene zorgplicht rekening gehouden te worden met de zeer matige luchtkwaliteit. Dit betekent bijvoorbeeld dat inlaatopeningen van ventilatiesystemen aan de schoonste zijde van het gebouw geplaatst dienen te worden.
Gemeente Haarlemmermeer
44
Concrete eisen: • De benoemde gevoelige functies voor nietzelfredzame personen worden niet mogelijk gemaakt. • Er dient voor de locaties Binnenweg 4 en Binnenweg west bij de aanvraag van een omgevingsvergunning een toetsing gedaan worden op de benodigde maatregelen zoals die op basis van het Besluit kwaliteitseisen leefomgeving en gemeentelijk beleid externe veiligheid in dit SPvE zijn opgenomen. • De gemeente verzoekt de Gasunie actief administratief toezicht te houden op werkzaamheden op en naast de gasleidingzone. • Voor de ontwikkeling van de twee deelgebieden Binnenweg 4 en Binnenweg west worden deze externe veiligheidseisen gesteld in hoofdstuk 5.
Externe veiligheid Het gemeentelijke beleid zoals vastgelegd in het bestemmingsplan uit 2016 is achterhaald. De eisen die daarin gesteld worden zoals bijvoorbeeld het maximaal aantal personen binnen dit gebied situeren zijn achterhaald door een nieuwe manier van regelgeving (Omgevingswet) en andere berekening. Op basis van het gemeentelijk externe veiligheidsbeleid moet buiten de blauwe stippellijn worden gebouwd, en tot de rode lijn volgt de afweging op basis van het BKL. Dit is een algemene maatregel van bestuur (AmvB) onder de Omgevingswet. In het gebied binnen de rode lijn zijn geen nieuwe functies voor personen gewenst die een lage zelfredzaamheid hebben, zoals medische voorzieningen of een kinderdagverblijf. Tevens kunnen er extra eisen gesteld worden, zoals aan de situering van vluchtwegen in de bebouwing. Zie voor meer informatie de bijlage van de Veiligheidsregio.
1% an
da
ran
r (b
u nto
sco
t tei
ali let
10 0%
m
) ied eb tsg ch
ns
da
gre ng
idi
sle ga
rd aa ne
lzo aa let
68
4m ng idi sle
Ga
Figuur 33 Uitsnede Signaleringskaart Externe Veiligheid, Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
Gemeente Haarlemmermeer
45
Groen - Kwalitatieve benadering van de richtlijn Groennorm. Voor de woningbouwontwikkelingen geldt de kwantitatieve groennorm uit o.a. de LIOR (zie par. 2.1) Op basis van het aantal woningen leidt dit tot een behoefte van ongeveer 12.000m² aan openbaar groen binnen het plangebied, en nog eens 12.000m² bovenwijks groen. Hiermee ontstaat een suburbaan woonmilieu. Het plangebied is echter slecht circa 2,8 hectare, het is niet mogelijk om 2,4 ha groen in te richten. Gezien het een binnenstedelijke locatie betreft en ingezet wordt op een stedelijk woonmilieu kan niet worden voldaan aan de oppervlaktes die voortvloeien uit de richtlijn groen bij woningbouw. Daarom wordt ingezet op een zo kwalitatief mogelijke groentoevoeging en een zo groot mogelijk oppervlak openbaar èn privé-groen. Dus door het toepassen van veel semi-openbaar groen (binnentuinen). En het toepassen van flankerende maatregelen om bestaand groen beter verbinden, te vergroten en kwalitatiever in te richten.
Maximaliseren groenoppervlak In deze schatting is geen rekening gehouden met de ruimte die benodigd is voor entrées, nooddienstroutes en andere claims op de buitenruimte die nog ontstaan ten behoeve van de gebouwen. Er is in de huidige situatie geen tot weinig openbaar groen. Wel is er 7.054m² aan bestaand privé-groen dat verloren gaat (voornamelijk privéterrein op de locatie Spaans). Dat betekent dat er onder aan de streep 1.384m² aan nieuw openbaar groen bij komt. Door zowel nieuwe openbaar groen als openbaar toegankelijk privé-groen in de vorm van de groene binnenterrein op de parkeergarages, en flankerende maatregelen is er een kwalitatief groen oppervlak mogelijk te behalen van maximaal circa 10.142 m². Hiervoor is het wel benodigd om randvoorwaardelijk uit te gaan van groene semi-openbare binnentuinen aan de binnenzijde van de nieuwe bouwblokken. Dat is mogelijk door de binnentuinen met een dusdanig dikke grondlaag (>60 cm) aan te leggen. Bijkomend voordeel is dat ze vanuit het waterschap dan als nietverhard worden gezien, en dus niet onderhevig zijn aan de watercompensatie-plicht. Hierdoor ontstaat bij de ontwikkeling telkens meer groen-oppervlak. Alleen bij de locatie Spaans is deze negatief en moet een watercompensatie plaatsvinden. Dit SPvE gaat daarom uit van een kwalitatieve groenbenadering.
Waarbij het nieuwe groen met een bovengemiddelde kwaliteit wordt ontwikkeld en het bestaande groen wordt opgewaardeerd. Ook dient het semi-openbaar groengebied in de binnentuinen dusdanig te worden ingericht dat het een hoog kwalitatieve groene uitstraling krijgt. Een financiële bijdrage aan het bovenwijksgroen, buiten het plangebied, zal noodzakelijk zijn.
Figuur 34 Schetsraming oppervlakte groen
Nieuw Nieuw Totaal Nieuw Kwaliteitsverbetering bestaand
Groen in volle grond Groen op garagedak (binnentuinen)
2.452 m² 5.986 m²
Pieter Verhoogstraat, Rotonde en Cor vd Meerstraat
8.438 m² 1.704 m² 10.142 m²
Totaal groen Figuur 35 Raming nieuw groen-areaal en kwalitatieve groen-benadering.
Gemeente Haarlemmermeer
46
Kwalitatieve groenbenadering Om de verhoogde groenkwaliteit te normeren zijn de volgende uitgangspunten van toepassing, in afwijking van en in aanvulling op de LIOR. Bomen Bomen zijn belangrijk voor het ruimtelijke beeld, het voorkomen van hittestress door schaduw, CO2 opname en waterregulerend vermogen. Ze voegen kwaliteit toe. Het klimaatbeleid gaat uit van 40% beschaduwing boven belangrijke langzaamverkeersroutes en openbare verblijfsplekken. De Nieuweweg en de Cor van der Meerstraat zijn koele routes volgens de visie Stadscentrum Hoofddorp. De Pieter Verhoogstraat is voorzien als groene route en kan tevens dienen als koele route. Alle openbare ruimtes, inclusief daktuinen, behalve de autorijbaan van de Cor van der Meerstraat, moeten worden gezien als (semi) openbare verblijfsplek. Hierom hanteren we de volgende aanvullende concrete eis: De 3-30-300-boomregel. • Elke woning ziet minstens 3 bomen uit het raam (inclusief binnentuinen), • De wijk heeft minimaal 30% kroonbedekking (van de openbare ruimte, exclusief binnentuinen), • Elke woning is maximaal 300 m verwijderd van een verkoelend parkje van minstens 200 m².
Een singelprofiel voor de Pieter Verhoogstraat Langs deze straat is een korte singel voorzien, waarbij de woningen met de voet in het groen staan, en een nieuwe route naar de Geniedijk ontstaat. De groenstrook wordt verbreed zodat hier een singelprofiel ontstaat met hoge verblijfswaarde. Als het ware een achtertuin voor de buurt. Benodigde ingrepen hierbij zijn: • Het verzachten van de oostelijke oever door een minder steile natuurvriendelijke helling; • Het toepassen van verblijfsplaatsen als ligweides, vlonders, bankjes en tafeltjes; • Het opdelen van de nieuw natuurvriendelijke oever met bomenclusters, met onderbegroeiing; • Het situeren van een dichtere beplanting op de oever voor het trafostation; • Het toevoegen van een bomenrij aan de Pieter Verhoogstraat; • Een halfverhard looppad langs de watergang met vrij zicht op de Geniedijk, aansluitend op het Jaan Dekkerpad, die dient als koele route tussen het Burgermeester Stamplein en de Geniedijk; • Het kruisen van de watergang met een voetgangersbruggetje om de Binnenweg met de wandelroute naar de Klaas van Reeuwijkstraat te verbinden.
De LIOR-norm: ´De plantafstand ten opzichte van obstakels is minimaal 0,6 x kroonbreedte´ gaat uit van de maximale kroonbreedte onder ideale groeiomstandigheden. Bij de gebiedsontwikkeling Binnenweg moet hier kritisch naar gekeken worden omdat bomen op deze plek mogelijk minder groot kunnen worden, o.a. vanwege beperkte openbare ruimte en daktuinen. Om toch een gewenste boomkroondekking te realiseren moeten met de nodige maatregelen grotere bomen op een kortere plantafstand worden toegepast.
Gemeente Haarlemmermeer
47
Principe doorsnede openbare ruimte
+
Cor van der Meerstraat
1 intermediair 1.5
2
Bestaande leidingen
5.0
Bestaande leidingen 6.0
2.0
0.6
0.6
15.0
intermediair 1.5
Pieter Verhoogstraat
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
3.0
5.0
5.0
7.0
5.0
12.5
+
3.0
5.0
3.0 7.0
5.0
intermediair
+
3.5
5.0
1.5
+
5.0
5.0
+
5.0
7.0 12.5
3.5
12.5
1.5
3.5
1.5
+
3
Binnenweg
intermediair 1.5
3.0
5.5
1.5
3.0
intermediair
Bestaande leidingen 5.5 5.5
1.53.0 3.01.5 1.5
4
3.0
3.0
1.5 1.5
1.5 1.5
Nieuweweg
Actieve plintfunctie
+
3.5
6.0
+
3.5
2.5
6.0 3.0
Gemeente Haarlemmermeer
2.5
3.0
48
5
Geniedijk
intermediair +
3.5
6.0
+
6
3.5
2.5
8.0 3.0 + 6.0
3.5
3.5
2.5
6.0
3.0
11.5 2.5
3.0
1.5
2.0
10.5
1.5
10.0
Nieuweweg bij Spaans
Actieve plintfunctie
2.5
7
4.0
7.0
8.0
4.0
rotonde Burg. van der Willigenlaan
Monument
2.5
5.0
11.0
Gemeente Haarlemmermeer
3.5
3.4
1.0
Actieve plintfunctie
3.0
49
Cor van der Meerstraat en Blok Spaans De Cor van der Meerstraat is een singel met een watergang, deze stopt aan de rand van het plangebied. Hier gaat de singel verder met een grasberm. Deze grasberm kan verbeterd worden tot groene laan, waar ruimte is voor bomen, vaste beplanting en een verbeterde speelplaats. • Het doortrekken van de bomenlaan op het voetgangersgedeelte, mede ter compensatie van de gemeentelijke bomen en heg langs de kavel Spaans. • Het vergroenen en vergroten van de speelplaats. • Het nieuwe schakelpleintje langs de Nieuweweg groen inrichten met behoud van zo veel mogelijk bestaande gemeentelijke en private bomen. • Rekening houden met beperkte ondergrondse ruimte ivm de aanwezigheid van bovenlokale ondergrondse infrastructuur. • De omgeving bij de rotonde en het Verzetsmonument heeft nu hoge afschermde heggen waar stedenbouwkundig juist zicht op, en een looproute langs, plintfuncties gewenst is. Hiervoor wordt de omgeving aangepast waarbij er meer bomen, meer verblijfsplekken en een groter oppervlak groen ontstaat. Het Verzetsmonument wordt hierbij behouden en goed ingepast tenzij het verplaatst wordt naar een meer centrale plek in het stadscentrum.
Jaan Dekkerpad Het groen aan de Geniedijkkant kenmerkt zich door openheid, de verbinding met de Geniedijk en verblijfsruimte. Hier is ruimte om te bewegen, samen te komen en te wandelen. Er is vrij zicht over het Jaan Dekkerpad naar de Geniedijk. Het bestaande fietspad wordt niet fysiek gescheiden van het parkje en aangevuld met een wandelpad waar dit nog ontbreekt. In dit gebied is ruimte voor een gewenste natuur/ waterspeeltuin. En een rustige verblijfsplek aan het water van de Geniedijk. Het groen langs het Geniepark aan de Nieuweweg-zijde krijgt een ontmoetingsplek. • Luchtige, open opzet van gevel tot fietspad. • Ruimte voor buurtbewoners om samen te komen. • Bankjes gericht op de Geniedijk. • Bomen geclusterd om veldjes te creëren. • Natuur / waterspeeltuin op gepaste afstand van de Nieuweweg. • Een minimum aan verharding, om te zorgen dat aan de watercompensatieregels blijvend wordt voldaan. • Een goede verbinding met het fiets- en wandelpad op de Geniedijk.
Nieuwe bomen in het plan Binnenweg • Bonenrij langs voorgevel Spaans in de Cor van der Meerstraat: Deze bomenrij is optioneel een voortzetting van de bestaande bomenrij in de C. van der Meerstraat, om eenheid in het beeld van deze straat te bewerkstelligen. Robinia pseudoacacia (net als elders in de straat), plantafstand 7-8 meter. De exacte afstand tot de gevel is, Binnenweg straatprofiel mits er ruimte beschikbaar is, te bepalen in samenhang met De Binnenweg zal de ondergrondse garages van het bestaande en nieuwe kabels en leidingen. noordelijke en zuidelijke blok ontsluiten. Ook heeft het de functie om de twee woonblokken ruimtelijk te • Overige bomen in de C. van der Meerstraat: Aanvullen bestaande, verspreid staande bomen, diverse soorten en scheiden. Deze plek heeft qua bebouwingswanden een stedelijk straatprofiel en samen met de oriëntatie grootte, passend bij de beplanting die er al staat. • Bomen op het driehoekige pleintje: Aanvullen bestaande, van de weg geeft dit een donkerder en koelere verspreid staande bomen, zo groot mogelijke bomen omgeving. gebruiken (bij voorkeur 1e grootte), diverse soorten, passend bij de beplanting die er al staat. • Het is belangrijk dat de beschikbare ruimte wordt • Bomen in de Binnenweg: Bomen van de 3e grootte ingezet om een prettig, veilig voelende entree te in rijen op gelijke afstand van de gevels.
Bij voorkeur creëren door gebruik te maken van lage struiken en meerstammige boomsoort met opvallende bloei of bladkleur voldoende bomen. toepassen die op een schaduwrijke plek kunnen groeien, • Doorzicht naar de Pieter Verhoogstraat en het bijvoorbeeld Amelanchier (krenteboompje), Prunus serrulata voetgangersbruggetje ernaartoe is belangrijk. (Japansekers),Acer japonica (Japanse esdoorn) of Crataegus • De oversteekbaarheid van de Nieuweweg vanuit laevigata (Tweestijlige meidoorn). de Binnenweg naar het fietspad en voetgangerspad • Bomenrij aan zuidzijde van de watergang: Een andere soort bij de Piet Heinflat is onderdeel van de herinrichting dan die langs het water van de Geniedijk (Gewone es), maar Nieuweweg. wel een inheemse soort die past op een oever. Bijvoorbeeld • Struiken onder ooghoogte scheiden de rijbaan van Salix alba, Salix triandra ‘Semperflorens’ of Populus nigra. de stoepen, • Aanvulling bomenrijen langs de Nieuweweg: Aanvullen van • Boomkronen die hoog genoeg zijn om een vrije de bomenrij(en) met dezelfde boomsoort, Acer platanoïdes. doorkijk te garanderen. • Bomen langs het water aan de zijde van de Geniedijk:Voortzetting van de bestaande bomenrij aan de kant van de Verzetsheldenbuurt, Fraxinus escelsior.
• Bomen in de parkstrook aan de zijde van de Geniedijk: Aanvullen bestaande, verspreid staande bomen, diverse soorten en grootte, passend bij de beplanting die er al staat. Gemeente Haarlemmermeer
50
De binnentuinen De semi-openbare binnentuinen zijn gesitueerd op uitgegeven grond en bovenop het dak van de parkeergarages. Het is daarom moeilijker om daar een hogere kwaliteit groene omgeving te creëren. De afwezigheid van volle grond en een verhoogde schaduwwerking beperken de plantenkeuze. Het uitgangspunt is om de binnentuinen ook echt de uitstraling van een volwaardig groene tuin te geven. • De grondbedekking is in de basis een leeflaag met daarop gras en beplanting. De grondlaag dient minimaal 60 cm dik te zijn. Volgens het klimaatadapatiebeleid en de watercompensatie van het Hoogheemraadschap geldt dit dan als onverhard oppervlak, waarvoor geen water behoeft te worden gerealiseerd ter compensatie. • Ter plaatse van de heesters en struiken dient de grondlaag minimaal 70 cm dik te zijn ten behoeve van het verzekeren van een gezonde groeiplaats. Voor bomen dient de grondlaag minstens 100 cm dik te zijn. • Door middel van keerwanden of heuvels kan de bodemlaag op bepaalde plekken dikker gemaakt worden, zodat grotere heesters en bomen mogelijk zijn. • De binnentuinen hebben primair een functie als verblijfplek voor de bewoners van het complex, waar zij rust en ontspanning kunnen vinden en elkaar kunnen ontmoeten. De nadruk ligt op kwaliteit, met voldoende zitgelegenheid en hoogwaardig groen met een hoog onderhoudsniveau.
• In de binnentuinen is geen ruimte voor het parkeren van auto’s, fietsen en andere vervoersmiddelen. Wel dienen de binnentuinen toegankelijk te zijn voor mindervaliden bewoners en hun bezoekers. Dit gebeurt vanuit de portieken van de omliggende bebouwing. • Om de rust zo veel mogelijk te garanderen worden er in de binnentuinen geen grote sport- en speelvoorzieningen gerealiseerd. • De binnentuinen zijn openbaar toegankelijk en vormen een aaneengesloten wandelroute voor bewoners van het complex en de directe omgeving. • De binnentuinen mogen na zonsondergang tot 7:00 uur ‘s morgens (of een kortere periode) worden afgesloten i.v.m. de sociale veiligheid. • De binnentuin van deelontwikkeling Spaans krijgt tenminste twee voetgangersaansluitingen op de omliggende straten, één op de Cor van de Meerstraat en één aan de kant van De Nieuweweg/Burg. van Stamplein. • ´Openbaar groen niet op particulier terrein aanleggen.´ Hier wijken we van de LIOR af, de binnentuinen op de garages worden semi-openbaar groen.
• Collectieve binnentuinen worden groen ingericht, voorzien van voldoende gronddekking en ingezet voor hemelwateropvang volgens het klimaatadaptatiebeleid (vasthouden, bergen, afvoeren). • Kwalitatieve eisen aan de groeninrichting van de binnentuinen: - In de binnentuinen wordt gestreefd naar een zo hoog mogelijk percentage aan groen, met een minimum van 75% van de oppervlakte. - Het groen in de binnentuinen bestaat voor minimaal 50% uit heesters en vaste planten. Ook een door bewoners beheerde moestuin of pluktuin behoort tot de mogelijkheden. - Voor de bomen wordt gekozen voor een mix van enkel- en meerstammige bomen van de 1e, 2e of 3e grootte, hiervoor kan de grondlaag plaatselijk worden verhoogd door bijvoorbeeld verhoogde plantvakken. Deze mogen verder gevuld worden met gras, vaste planten of bodembedekkers. - Per binnentuin van een deelgebied wordt er minstens 1 boom van de 1e orde aangeplant, of 2 bomen van de 2e orde. - De LIOR-norm “Een beplantingsvak met heesters en bodembedekkers is minimaal 3,00 m bij 5,00 m (inclusief banden).” herschrijven we voor de binnentuinen als een minimumoppervlak van 15 m², om meer beplantingsvakken mogelijk te maken in de beperkte ruimte en om deze vrijer te kunnen vormgeven. - De boomkroonbedekking moet minimaal 40% van de oppervlakte van de binnentuin bedragen, om voldoende schaduw te garanderen.
Daarmee wordt tegelijk voldaan aan de vereisten voor een koele verblijfsplek conform het klimaatadaptiebeleid van de gemeente.
Groene daken Naast de binnentuinen op de parkeergarages, die van semi-openbare aard zijn, worden de daken van de woongebouwen ingezet voor klimaatadaptieve en energieproducerende doeleinden. Onderdeel hiervan zijn maatregelen voor waterretentie, het vergroten van de biodiversiteit en het beperken van het stedelijk hitte-eilandeffect. Eventueel kan dit aangevuld worden met buitenruimten voor bewoners zoals een daktuin.
Gemeente Haarlemmermeer
51
5 Deelgebieden
De ontwikkeling Binnenweg is onder te verdelen in de volgende deelgebieden. Per deelgebied gelden de volgende aanvullende uitgangspunten, voorwaarden en andere eisen. 5.1 Overzicht deelgebieden en herverkaveling
Spaans: 5953m²
Gemeente 1: 3897 m²
Binnenweg 3: 1861 m²
Gemeente 2: 4485 m²
Binnenweg 4: 3880 m²
Figuur 36 Bestaande percelen
Spaans: 4853m²
Noord: 1914 m²
Binnenweg 3: 2292 m²
West: 2082 m²
Binnenweg 4: 3053 m²
Figuur 37 Nieuwe percelen Gemeente Haarlemmermeer
52
5.2 Spaans Herkaveling • Huidige perceelgrootte: circa 5.953 m² • Nieuw perceel: 4.853 m² Bandbreedte programma • Plintfuncties langs de Nieuweweg en rotonde-zijde; min. 750 m² BVO- max 1000 m² BVO •BVO max 14.680 m² • Wonen op de verdiepingen en deels aanvullend in de plint
Omschrijving • De herontwikkeling van Spaans heeft als opgave om met de nieuwe bebouwing de achterliggende bebouwing te sluiten tot een half geslotenbouwblok. Hierin komt een binnentuin te liggen waarover een semi-openbare route voert naar de andere twee binnentuinen. Door de nieuwe verkaveling ontstaat een nieuwe openbare ruimte, het schakelpleintje en dient ruimte rondom het Verzetmonument heringericht te worden. In het SO openbare ruimte wordt hiervoor een visie gegeven. Bijzondere aandacht heeft de aanhechting van het gebouw op de C. van der Meerstraat. Er liggen hier veel kabels, waaronder een aanzienlijke leiding, in de ondergrond. Daarom is een goed ontworpen overgang van gebouw, voetpad, ondergrond en nieuwe bomen van groot belang. • De daktuin van Spaans heeft een afschermende beplanting langs de grenzen met de buren. Behoud heeft de voorkeur echter indien voor de bouw van de parkeeroplossing meer ruimte nodig is dient in de nieuwe situatie langs dezelfde zijden een hoge afschermdende beplanting van grotendeels bomen van 1e en 2e orde gerealiseerd te worden.
Figuur 38 Kavel Spaans foto huidige situatie
Cor van der Meerstraat
Burgemeester van Stamplein
Figuur 9 Igendaep udaeptam, tem. Ra pra que sanducid
Figuur 39 Principe doorsnede Spaans, Urhahn | stedenbouw & strategie Gemeente Haarlemmermeer
53
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
54m
_ 2__0_ 7 1
+
+
+
+
+
+
.m +
+
+
12 + +
+
+
+
+
+
6m
+
+
+
+
_
2__0_ 7 1
41
_
2__0_ 7 1 +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
++
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
1:1000 +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+
+
12.4m
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
++
+
+
+
+
++
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+
++
+
+
+
+
+
+
+
+
++
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+
+
++
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+ +
54
+
+
Gemeente Haarlemmermeer
+
+
30
13m 16m +
+
+
+
6m
Figuur 40 Nieuwe situatie kavel Spaans
+
+
+
+
+
+
+
+
17m
+
8m
+
+
+
+
+
43.3m
34 m
+
+
+
+
+
+
+
57.3 m
84.7 m
+
+
+
+
15
Figuur 41 Overzicht kavel Spaans
Flora en Fauna – Spaans Voor Spaans is een quickscan Wet Natuurbescherming uitgevoerd. Hieruit kwam naar voren dat de locatie mogelijk essentiële functies vervult voor vleermuizen, kleine marters en huismussen en nader onderzoek naar deze soorten benodigd is. Vanuit deze onderzoeken kan volgen dat er voor één of meerdere soorten een Omgevingsvergunning Flora- en Fauna Activiteit (voorheen ontheffing Wet Natuurbescherming) benodigd is van de Omgevingsdienst NoordHolland Noord. Het treffen van mitigerende en/of compenserende maatregelen kan als voorwaarde aan deze vergunning worden verbonden. Deze maatregelen kunnen invloed hebben op het ontwerp van het betreffende perceel. De bestaande gemeentelijke bomen langs de kavel van Spaans dienen grotendeels te verdwijnen ten behoeve van de bouw. Een aantal bomen kunnen behouden blijven als deze in nieuwe openbare ruimte komen te staan of er naar toe verplant kunnen worden. Er dient hierover afgestemd te worden met de gemeente.
Water Bij de herontwikkeling van Spaans dient voldaan te worden aan de eisen ten aan zien van water en verharding. Doordat het perceel nu grotendeels onverhard is ligt bij dit deelgebied hierin een grote opgave. De SPvE-tekening is het uitgangspunt voor de m² nieuwe situatie. Voor de herkomst van de hoeveelheden zie Bijlage 7 “Berekening verhardonverhard Spaans” Het openbaar groen en de speelplek parallel aan de Cor van der Meerstraat zijn buiten beschouwing gelaten. In de berekening zijn zitten wat kleine afwijkingen tussen de SPvE-tekening en de bestaande situatie. De aangehouden grens is hier de buitenkant groenstrook rondom het kavel Spaans. De te dempen vijver is geen ‘oppervlaktewater’ zoals bedoeld in de verordening van Rijnland. Het wordt gezien als vierkante meters ‘onverhard’. Er ligt op het perceel van Spaans ‘verharding’ in de vorm van de bebouwing en bestrating, o.a de oprit. De verharding in de nieuwe situatie bovenop het parkeerdek is niet meegenomen als verhard oppervlak maar als ‘onverhard’. Uitgangspunt hierbij is dat het onder natuurlijk afschot afstroomt naar het groen. Conclusie water Op basis van bovenstaande tabel is een watercompensatie of alternatieve waterberging op eigen terrein benodigd voor 347 m² of 127 m³. Hiervoor worden de volgende oplossingen benoemd:
• Bomenrij C vd Meerstraat (in haag): 11 st Robinia pseudoacacia ‘Sandraudiga’, plantjaar 2004 • Bomen Nieuwewegzijde (in haag, geteld vanaf de hoek C vd Meerstraat): 5 st Acer pseudoplatanus, plantjaar 1971 • Bomen bij oorlogsmonument: 3 st Ginkgo biloba, plantjaar 2005. • Bomenrij tegen gevels verderop in de C vd Meerstraat: Robinia pseudoacacia ‘Sandraudiga’ / gewone acacia • Boom ten ZO van speelplaats: Populus nigra ‘italica’ / Zwarte populier(2019) • Bomen ten NW van speelplaats: 3 st Magnolia kobus (2004) •Bomen in vak met kunstwerk: 1 st Catalpa speciosa / Grootbloemige trompetboom (2011) Figuur 42 Inventarisatie bestaande gemeentelijke bomen
Gemeente Haarlemmermeer
55
Figuur 43 Berekening verhard-onverhard. Zie voor tekening bijlage 7: Berekening onverhard-verhard Spaans.
Watercompensatie nieuw graven Er dient met name voor de kavel Spaans watercompensatie gerealiseerd te worden. Het verbreden van het water in het plangebied zoals de watergang langs de Pieter Verhoogstraat is beoordeeld als stedenbouwkundig niet passend in combinatie met de gewenste natuurvriendelijke oevers. In overleg met Rijnland is aangegeven dat het mogelijk zou kunnen zijn om het projectgebied als één geheel te beschouwen. Dan zou voor de kavel Spaans tijdelijk water gegraven moeten worden. Met de ontwikkeling van de overige kavels die een positief effectief moeten hebben op de watercompensatie zou dit dan weer verwijderd kunnen worden.
Alternatieve waterberging Voor het realiseren van 127 m³ waterberging met als uitgangspunt een laagdikte van 0,5 meter gronddekking (mogelijk kan dit iets meer zijn) gaat dit om 254 m². Dit zouden bijvoorbeeld door middel van Rockflow-pakketten gerealiseerd kunnen worden in de binnentuin op het parkeerdek. De oppervlakte van de alternatieve waterberging op de binnentuin kan dan alleen niet als groen en dus ‘onverhard’oppervlak worden meegeteld. Hierdoor zal er meer waterberging toegepast moeten worden. Er lijkt meer dan genoeg beschikbare binnentuin-ruimte aanwezig voor een realisatie met 0,5m Rockflow-pakketten. Met het toepassen van alternatieve waterberging op eigen terrein wordt voldaan aan het beleid van Rijnland maar tevens wordt ook gelijk voldaan aan het gemeentelijk klimaatadaptatie-beleid. Hierdoor heeft deze optie de voorkeur. Bij de omgevingsaanvraag dient een verder uitgewerkt voorstel hiervan aan Rijnland voorgelegd te worden.
Gemeente Haarlemmermeer
56
5.3 Binnenweg 3 Herkaveling
Omschrijving
• Huidige perceelgrootte:
• Bij de herontwikkeling van Binnenweg 3 is een herverkaveling van het perceel nodig. Vervolgens kan met deelgebied Binnenweg 3 de helft van het half-geslotenbouwblok worden gerealiseerd. Dit deelgebied ligt grotendeels aan de Nieuweweg en heeft zodoende de opgave om bij te dragen aan de Stadsentree met een fraai vormgegeven plint met actieve plintfuncties. Daarboven komen appartementen, die aan de achterzijde kunnen genieten van de stille en groene binnentuin.
circa 1.861 m² • Nieuw perceel: 2.292 m² Bandbreedte programma • Plintfuncties langs de Nieuweweg en rotonde-zijde; min.350 m² - max 700 m² BVO • BVO max 10.697 m² • Wonen op de verdiepingen en deels aanvullend in de plint