4. RV Vaststellen bestemmingsplan Haarlemmerliede Penningsveer 3-4 (2022.0000982).pdf
Tekst van het document
5.4.2 Inventarisatie Het plangebied is niet gelegen in een aardkundige monument. Op de eventueel voorkomende aardkundige waarden is in paragraaf 3.2.2 reeds uitgebreid ingegaan. In de gemeente Haarlemmermeer bevinden zich verder geen door het rijk, provincie of gemeente beschermde archeologische monumenten. Cultuurhistorie Zoals reeds uit het Rijks- Provinciaal- en gemeentelijk beleid is gebleken, bevindt het plangebied zich in de nabije omgeving van het Fort Penningsveer. In de landschappelijke inpassing in paragraaf 4.3 is rekening gehouden met de cultuurhistorische objecten rondom het plangebied. Het plangebied zelf bevindt zich niet binnen het Fort. Ook zijn er binnen het plangebied geen andere cultuurhistorische waarden aanwezig.
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
51
Figuur 5.5: Uitsnede kaart Beleidsnota Archeologie gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude, plangebied oranje omcirkeld.
Archeologie Het bestemmingsplan Buitengebied kent de dubbelbestemming 'Archeologie - Waarde 4', waarbij het verboden is op of in de gronden met deze dubbelbestemming zonder, of in afwijking van een omgevingsvergunning enige bodemroerende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, dieper dan 0,4 m en over een (totale) oppervlakte groter dan 2.500 vierkante meter. Het deel van het plangebied waar de drie vrijstaande woningen worden gerealiseerd heeft een totale oppervlakte van 2.687 vierkante meter. Echter beslaat de te realiseren bebouwing, en dus de grondroerende werkzaamheden, uit een oppervlakte van 491 vierkante meter. Dit ligt onder de grens van 2.500 vierkante meter, waardoor archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Voor de omzetting van de bedrijfswoningen naar burgerwoningen en het behoud van het rietdekkersbedrijf zijn geen grondroerende werkzaamheden voorzien. Daarnaast heeft de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude in 2012 de Beleidsnota Archeologie gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude vastgesteld, zie figuur 5.5. Tevens is uit de Archeologische beleidskaart af te leiden dat archeologisch onderzoek is vereist voor plannen met een oppervlakte groter dan 2.500 vierkante meter en dieper dan 40 centimeter. De grondroerende werkzaamheden vinden slechts plaats over 491 vierkante meter, waardoor archeologisch onderzoek niet vereist is.
Figuur 5.6: Uitsnede kaart Beleidsnota Archeologie gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude, plangebied oranje omcirkeld.
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
52
5.4.3 Conclusie In het plangebied zijn geen aardkundige monumenten en waarden, archeologische monumenten en waarden aanwezig. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling, echter dient de dubbelbestemming behouden te blijven. Daarnaast bevindt het plangebied zich binnen de zone van het fort, maar is het plangebied zelf geen fort. Bij de inpassing van het plan is dan ook rekening gehouden met de zichtlijnen, waardoor het aspect cultuurhistorie tevens geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.5 Geluid 5.5.1 Wet- en regelgeving
In het kader van de Wet geluidhinder moeten geluidsgevoelige objecten voldoen aan de wettelijk bepaalde normering als het gaat om de maximale geluidsbelasting op de gevels. De limitatieve lijst geluidsgevoelige gebouwen bestaat uit: woningen; onderwijsgebouwen; ziekenhuizen; verpleeghuizen; verzorgingstehuizen; psychiatrische inrichtingen; kinderdagverblijven. Relevante geluidbronnen in het kader van de Wet geluidhinder zijn wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. Op het moment dat een van bovenstaande functies ontwikkeld wordt in de nabijheid van voornoemde geluidbronnen of binnen de zones daarvan, zal middels een geluidsonderzoek aangetoond moeten worden of er voldaan wordt aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde. Daarnaast kan het als het gaat om bijvoorbeeld logiesruimtes (hotelkamers, recreatieve verblijven) wenselijk zijn om een goed en aangenaam binnenklimaat te kunnen waarborgen.
5.5.2 Onderzoek
Ten behoeven van de voorgenomen ontwikkeling is door Versus Bouwadvies een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de gevelbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai. De voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde bedraagt bij bouw van woningen in stedelijk gebied respectievelijk 48 en 63 dB. Het plangebied bevindt zich aan de Penningsveer, waar ten noorden van het plangebied 30 km/u gereden mag worden en ten oosten van het plangebied 50 km/u gereden mag worden. Tevens bevindt het plangebied zich aan het einde van de Lagedijk, waar tevens 50 km/u gereden mag worden. Wegverkeerslawaai Uit de resultaten van de berekeningen blijkt dat de geluidbelasting vanwege de Lageweg maximaal
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
53
53 dB bedraagt. Indien er sprake is van een ruimtelijke procedure, dient er door de gemeente Haarlemmermeer voor deze waarden een hogere grenswaarde te worden gevoerd. Luchtvaartlawaai Uit de Lden geluidkaart 2016 voor vliegtuiglawaai blijkt dat het project ligt tussen de 48 en 58 Lden contour, bij recht evenredige interpolatie bedraagt de waarde Lden 50,5 dB = 51 dB. Het luchtvaartlawaai is buiten beschouwing gelaten. Gevelisolatie De karakteristieke geluidwering ten aanzien van het wegverkeerslawaai dient minimaal 25 dB te bedragen.
5.5.3 Conclusie
Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling, mits B&W voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan een hogerewaardenbesluit hebben genomen.
5.6 Lucht 5.6.1 Wet- en regelgeving In bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn de luchtkwaliteitseisen opgenomen. Daarnaast zijn er luchtkwaliteitseisen opgenomen in het Besluit niet in betekende mate bijdragen (Besluit NIBM) en de bijbehorende ministeriële Regeling niet in betekende mate bijdragen (Regeling NIBM). In het Besluit NIBM en de Regeling NIBM zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project niet in betekenende mate bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. De definitie van 'niet in betekenende mate' is 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. De 3% komt overeen met 1,2 microgram/m3 (µg/m3). Als een project voor één stof de 3%-grens overschrijdt, dan verslechtert het project 'in betekenende mate' de luchtkwaliteit.
De 3%-norm is in de Regeling NIBM uitgewerkt in concrete voorbeelden, waaronder: woningbouw: 1.500 woningen netto bij één ontsluitende weg en 3.000 woningen bij twee ontsluitende wegen; kantoorlocaties: 100.000 m2 brutovloeroppervlak bij één ontsluitende weg en 200.000 m2 brutovloeroppervlak bij twee ontsluitende wegen.
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
54
5.6.2 Onderzoek In onderhavig geval is sprake van de realisatie van drie woningen, het omzetten van twee bedrijfswoningen naar twee burgerwoningen en het afbakenen van de bedrijfsbestemming met de functieaanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2'. Op basis van bovenstaande voorbeelden mag geconcludeerd worden dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt. In aanvulling op het bovenstaande wordt opgemerkt dat binnen de ontwikkeling geen gevoelige bestemmingen zoals bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) mogelijk worden gemaakt. Ook om deze reden is een aanvullend luchtkwaliteitsonderzoek niet nodig. Goed woon- en leefklimaat In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient een goed woon- en leefklimaat te worden gewaarborgd. Op basis van de NSL Monitoringstool kan worden beoordeeld wat de huidige grootschalige achtergrondconcentratie voor een bepaald jaar is ter plaatse van een specifieke locatie. Aan de hand daarvan kan worden beoordeeld of sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de projectlocatie. De grenswaarden voor toetsing van deze jaargemiddelde concentraties zijn: 40 µg/m3 voor stikstofdioxide NO2, 40 µg/m3 voor fijnstof PM10 en 25 µg/m3 voor fijnstof PM2,5.
Onderstaande tabel toont de grootschalige achtergrondconcentraties ter plaatse van het dichtstbijzijnde rekenpunt nabij de projectlocatie (geraadpleegd via NSL Monitoringstool op 7 september 2020). Jaar 2020
Totale concentratie, rekenpunt 15676113 NO2 (µg/m3) PM10 (µg/m3) 23,3 19,7
PM2,5 (µg/m3) 11,0
2030
14,1
17,5
9,0
Grenswaarden
40
40
25
Tabel 5.1: Jaarlijkse achtergrondconcentraties NO2, PM10 en PM 2,5 ter plaatse van de projectlocatie (bron: nslmonitoring.nl).
Uit de tabel blijkt dat de grenswaarden ter plaatse van de projectlocatie, van zowel fijnstof als stikstofdioxide, niet worden overschreden. De maximale bijdrage van het extra verkeer als gevolg van de beoogde ontwikkeling, is niet van zodanige omvang dat een overschrijding van de grenswaarden hierdoor te verwachten is.
5.6.3 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
55
5.7 Externe veiligheid 5.7.1 Wet- en regelgeving Externe veiligheid gaat over de risico's voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die luchthavens geven vallen onder externe veiligheid. De aan deze activiteiten verbonden risico's moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven. Het wettelijk kader voor risicobedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en voor het vervoer van gevaarlijke stoffen in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Normen voor ondergrondse buisleidingen zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Bij de beoordeling van de externe veiligheidssituatie zijn twee begrippen van belang: Plaatsgebonden risico (PR): Inwoners van een bepaald gebied kunnen te maken krijgen met plaatsgebonden risico (PR). Dit is de kans per jaar dat één persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof. In theorie zou die persoon zich onafgebroken en onbeschermd op één bepaalde plaats moeten bevinden. Deze kans mag niet groter zijn dan 1 op de miljoen. Het PR wordt 'vertaald' als een risicocontour rondom een risicovolle activiteit, waarbinnen geen kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) mogen liggen.
Groepsrisico (GR): Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers en is een maatstaf voor de verwachte omvang van een ramp. Rondom een risicobron wordt een invloedsgebied gedefinieerd, waarbinnen grenzen worden gesteld aan het maximaal aanvaardbaar aantal personen, de zogenaamde oriëntatiewaarde (OW). Dit is een richtwaarde, waarvan het bevoegd gezag, mits afdoende gemotiveerd door middel van een gedegen verantwoording, kan afwijken. Dit betreft de zogeheten verantwoordingsplicht. De verantwoordingsplicht geldt voor elke toename van het GR. Het Ipo (Interprovinciaal overleg) heeft een risicokaart ontwikkeld waarop verschillende risicobronnen inclusief bijbehorende relevante gegevens zijn weergegeven. De risicokaart vormt een hulpmiddel bij het beoordelen van het aspect externe veiligheid bij ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast kan ook het risicoregister worden geraadpleegd.
5.7.2 Onderzoek
Op de risicokaart is te zien dat: Het projectgebied niet ligt binnen het invloedsgebied van een Bevi-inrichting; Het projectgebied niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van andere stationaire risicobronnen; Het projectgebied niet ligt binnen het invloedsgebied van een nabij gelegen transportroute; Het projectgebied niet ligt binnen het invloedsgebied van een buisleiding voor het transport van gevaarlijke stoffen.
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
56
Figuur 5.7: uitsnede risicokaart (bron: www.nederland.risicokaart.nl)
In bovenstaande figuur is te zien dat het plangebied zich in de nabije omgeving van buisleidingen, transportroutes en Bevi-inrichtingen bevindt. Buisleiding W-532-01 bevindt zich op circa 380 meter van het plangebied. Het intercity traject en de A200 bevinden zich op meer dan 1 kilometer van het plangebied en de A9 bevindt zich op ruim 1,8 kilometer van het plangebied. Beviinrichtingen bevinden zich op meer dan 800 meter van het plangebied. Het plangebied is niet gelegen binnen de invloedsgebieden van deze risicobronnen.
5.7.3 Conclusie
Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.
5.8 Geur Het algemene uitgangspunt van het Nederlandse geurbeleid is het voorkomen van nieuwe hinder. Als er geen hinder is, hoeven er geen maatregelen getroffen te worden. De mate van hinder die nog acceptabel is moet worden vastgesteld door het bevoegde bestuursorgaan op grond van de Wet milieubeheer.
5.8.1 Onderzoek
Voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van drie woningen. Woningen worden beschouwd als standaard geurgevoelige objecten. Derhalve is sprake van het toevoegen van geurgevoelige objecten. In de nabijheid van de projectlocatie is de jachthaven 'Renautic' gelegen, waarbij voor het aspect geur een richtafstand geldt van tien meter. De afstand tussen het plangebied en de functieaanduiding jachthaven bedraagt circa achter meter. Echter is het bouwvlak op meer dan vijftien meter gesitueerd. Tevens worden de woningen direct aan de Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
57
perceelgrens gerealiseerd, waardoor een richtafstand van tien meter met betrekking tot geur realiseerbaar is. Daarnaast zal uit paragraaf 5.10 blijken dat het plangebied gekenmerkt wordt als een gemengd gebied, waarbij de richtafstand met één milieucategorie verlaagd mag worden naar nul meter.
5.8.2 Conclusie Geur vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.
5.9 Licht Strikte normen voor kunstmatige verlichting in de vorm van afstandsbepalingen zijn er niet. De regelgeving richt zich vooral op de lichtbronnen, de veroorzakers van licht. Specifiek voor bestemmingsplannen is voor sommige activiteiten Hoofdstuk 7 Milieueffectrapportage Wm van toepassing. Bijvoorbeeld voor grote projecten waarbij lichthinder kan ontstaan, is kunstmatige verlichting een van de milieuaspecten waarop het een en ander moet worden afgewogen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan (auto)wegen, grote oppervlakten met kassen, grote woningbouw projecten, stadsontwikkelingsprojecten of industrie gebieden. De kern van het beleid ten aanzien van licht is dat donkerte hoort tot een van de kernkwaliteiten van het landschap onder het kopje belevingskwaliteit. Het rijksbeleid is gericht op het in beeld brengen, realiseren en veiligstellen van de gewenste leefomgevingkwaliteit door het terugdringen van verstoring door activiteiten op het platteland (geluid, licht, stank). Ook worden het gebruik van energiezuinige (straat)verlichting bij gemeenten en provincies bevorderd met behoud van kwaliteit en (verkeers)veiligheid.
5.9.1 Onderzoek Binnen het plangebied komt geen sterke verlichting voor anders dan sprake is bij straatverlichting. Er is derhalve geen onderzoek benodigd.
5.9.2 Conclusie
Het aspect licht vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.10 Bedrijven en milieuzoneringen Milieuzonering is een instrument dat helpt bij het afwegen en verantwoorden van keuzes aangaande nieuwe woningbouw- en bedrijvenlocaties en beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie. Het gaat hierbij om de milieuaspecten: geluid, geur, stof en gevaar, waarbij de belasting afneemt naarmate de afstand tot de bron toeneemt. Om ervoor te zorgen dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden en dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen, is de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' opgesteld. Door toepassing te geven aan deze handreiking wordt zoveel mogelijk voorkomen dat woningen hinder en gevaar ondervinden van bedrijven en dat die bedrijven in hun milieugebruiksruimte worden beperkt.
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
58
In de handreiking zijn richtafstanden opgenomen voor een scala aan milieubelastende activiteiten, opslagen en installaties. De richtafstand geldt vanaf de grens van de inrichting tot de bestemmingsgrens van omliggende woningen en betreft nadrukkelijk een leidraad en geen norm. Indien goed gemotiveerd en onderbouwd door middel van relevant milieutechnisch onderzoek, kan ervoor worden gekozen van de richtafstand af te wijken. Milieucategorie
Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 1 10 m 2 30 m 3.1 50 m 3.2 100 m 4.1 200 m 4.2 300 m 5.1 500 m 5.2 700 m 5.3 1.000 m 6 1.500 m Tabel 5.2: Richtafstanden bedrijven en milieuzonering.
Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
De richtafstanden zijn afgestemd op het omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied. Zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat kan de richtafstand met één stap worden verlaagd indien sprake is van een omgevingstype gemengd gebied. In gemengd gebied komen direct naast woningen bijvoorbeeld winkels, horeca en kleine bedrijven voor.
5.10.1 Onderzoek De projectlocatie kent in de huidige situatie de bestemming 'Bedrijf', waarin de toekomstige bestemming omgezet dient te worden naar 'Wonen' en 'Bedrijf' met een functieaanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2'. Omliggende bestemmingen betreffen overwegend 'Maatschappelijk', 'Recreatie', 'Verkeer', 'Water', 'Wonen' en 'Natuur'. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat er sprake is van gemengd gebied. Zoals reeds besproken in paragraaf 5.8 bevindt het plangebied zich in de nabije omgeving van jachthaven Renautic. Een jachthaven kent een milieucategorie 3.1 op basis van de SBI-2008-code 932. Vanwege het aspect geluid dient voor Renautic een richtafstand van dertig meter tot het plangebied in acht te worden genomen binnen een gemengd gebied. De activiteiten die Renautic uitvoert bestaan uit: de verkoop van boten, motoren en bootonderdelen, zomer- en winterstalling van boten, boot- en motoronderhoud en reparatie, occasions, en hijsen van boten. De afstand tussen de meest noordelijke woning en het bouwvlak van jachthaven Renautic bedraagt circa 34 meter. De richtafstand bedraagt hier dertig meter, waarmee wordt voldaan aan de richtafstand. Daarnaast is het geluid afkomstig van de scheepswerf Renautic niet maatgevend, want het wegverkeerslawaai is maatgevend.
Daarnaast zijn er concrete plannen om de scheepswerf in de nabije toekomst te verhuizen en hier tevens woningbouw te realiseren.
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
59
Renautic is specifiek genoemd in het Woonakkoord Amstelland-Meerlanden als woningbouwlocatie in het landelijk gebied. In de huidige situatie is binnen het plangebied een bedrijf tot en met milieucategorie 4.1 toegestaan met een richtafstand van 100 meter binnen een gemengd gebied. De gemeente Haarlemmermeer is van mening dat er met de handhaving van de mogelijkheid van categorie 4.1 geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening voor de toekomstige woningen. Met deze woningen worden zowel de nieuw te bouwen woningen als de om te zetten bedrijfswoningen bedoeld. Een rietdekker valt met de beschreven werkzaamheden onder sbi-code 4391 (Dakdekken en bouwen van dakconstructies) en is daarmee te zien als een aannemer met de werkzaamheden op locatie buitenshuis. Het bedrijfsoppervlak is kleiner dan 1.000 m². De conclusie is dat een rietdekker past in milieucategorie 2. Richtafstanden voor categorie 2 bedrijven bedragen 10 meter binnen een gemengd gebied. Het achterterrein krijgt de bestemming 'Bedrijf' met maximaal milieucategorie 2, zonder mogelijkheid om de vloeroppervlakte van de bedrijfsruimte te vergroten. Dit betekent dat voortgezette uitoefening van het rietdekkersbedrijf in het nieuwe bestemmingsplan mogelijk blijft, ook bij overname van het bedrijf.
5.10.2 Conclusie
Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.11 Luchtvaartverkeer 5.11.1 Wet- en regelgeving Het Luchthavenindelingbesluit (LIB) bevat ruimtelijke maatregelen op rijksniveau die verband houden met de luchthaven Schiphol. Het Luchthavenverkeerbesluit is gericht op de beheersing van de belasting van het milieu door het luchthavenluchtverkeer. Tezamen vormen deze besluiten een uitwerking van het hoofdstuk 8 van de Wet luchtvaart.
5.11.2 Inventarisatie Het beperkingengebied van een luchthaven is een zone waar planologische beperkingen van kracht zijn, zoals ten aanzien van de maximale bouwhoogten in de aan- en uitvliegroutes. Daarnaast kunnen, met name ter beperking van de geluidhinder, beperkingen worden opgelegd ten aanzien van de bestemmingen van gebouwen in een ruimere zone rond de luchthaven. De omvang van het beperkingengebied en de planologische beperkingen daarin zijn onderdeel van het luchthavenindelingbesluit dat ten aanzien van een luchthaven is genomen. Het plangebied is gelegen in het beperkingengebied van Schiphol. In deze zone gelden maximale toetshoogtes voor objecten in verband met radarsystemen en beperkingen ten aanzien van aantrekkende vogels. Tevens gelden beperkingen ten aanzien van windturbines en lasers. Dit laatste is voor de voorgenomen ontwikkeling niet van toepassing.
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
60
De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van drie vrijstaande woningen en de omzetting van twee bedrijfswoningen naar twee burgerwoningen. De voorgenomen ontwikkeling zorgt niet voor een toename in het aantal vogels, bestaat niet uit een windturbine of laser en overschrijdt tevens niet de maatgevende hoogte van 68 meter.
5.11.3 Conclusie Het aspect luchtvaartverkeer vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.12
Kabels, leidingen en telecommunicatie installaties
Haarlemmermeer wil dat vergunning plichtige antenne-installaties op een stedenbouwkundig en maatschappelijk verantwoorde wijze ingepast worden in het landschap en de bebouwde omgeving. Daarom stelt Haarlemmermeer beleidsregels vast voor de plaatsing van antenneinstallaties. De belangrijkste uitgangspunten voor deze beleidsregels zijn: 1. Haarlemmermeer verleent medewerking aan het opbouwen van netwerken voor mobiele telecommunicatie; 2. Met de stedenbouwkundige beleidsregels waarborgen we dat de antenne-installaties op een maatschappelijk aanvaardbare wijze worden geplaatst; 3. Plaatsing van antenne-installaties vindt op planologisch en landschappelijk verantwoorde wijze plaats zodat de aantasting van landschap en horizon zoveel mogelijk wordt beperkt.
5.12.1 Inventarisatie
Voor het bestemmingsplan is het alleen relevant om die leidingen op te nemen en te beschermen die van (groot) belang zijn. Leidingen die gevaarlijke stoffen transporteren zijn al aan de orde gekomen bij de paragraaf externe veiligheid. Hieruit bleek dat in de nabijheid van de projectlocatie geen buisleidingen aanwezig zijn. In het plangebied zijn verder geen leidingen aanwezig die voor het bestemmingsplan relevant zijn.
5.12.2 Conclusie Het aspect kabels, leidingen en telecommunicatie installaties vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.13 Explosieven Op de opslag van munitie en/of explosieven is de “Circulaire Opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik" van toepassing. Deze circulaire kent een effectbenadering in tegenstelling tot het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), dat een risicobenadering kent. Er worden categorieën explosieven onderscheiden waarvoor per categorie aan te houden afstanden gelden. Binnen deze afstanden mogen geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten aanwezig zijn.
5.13.1 Onderzoek Uit de Conventionale Explosieven (CE)-bodembelastingkaart (zie onderstaand figuur) blijkt dat de projectlocatie is gelegen in een onverdacht gebied. Nader onderzoek is niet benodigd.
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
61
Figuur 5.8: CE-bodembelastingkaart (projectlocatie geel omcirkeld).
5.13.2 Conclusie Nader onderzoek naar CE is niet noodzakelijk. Explosieven vormen derhalve geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan.
5.14 Milieueffectrapportage De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieube-heer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt een m.e.r.-plicht. Kunnen deze belangrijke nadelige milieugevolgen wel uitgesloten worden, dan is een m.e.r. niet noodzakelijk.
5.14.1 Onderzoek De ontwikkeling omvat de realisatie van drie vrijstaande woningen, de omzetting van twee bedrijfswoningen naar twee burgerwoningen en het toekennen van de functieaanduiding ‘bedrijf tot categorie 2’ . Een dergelijke ontwikkeling kan worden getypeerd als stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. Een stedelijk ontwikkelingsproject staat genoemd in bijlage D, onderdeel D11.2 en is m.e.r.-beoordelingsplichtig wanneer het betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Onderhavige ontwikkeling valt daarmee ruim onder de drempelwaarden. Er geldt geen directe m.e.r.Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
62
beoordelingsplicht, een vormvrije m.e.r.-beoordeling is wel noodzakelijk. Indien hieruit blijkt dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet kunnen worden uitgesloten, geldt alsnog een m.e.r.-beoordelingsplicht. Aanmeldnotitie Ten behoeve van de ontwikkeling is een aanmeldnotitie opgesteld. De aanmeldnotitie met daarin opgenomen de vormvrije m.e.r.-beoordeling van 11 augustus 2021 is toegevoegd aan de bijlagen bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing. Op basis van de aanmeldnotitie neemt het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit.
5.15 Planologie 5.15.1 Wet- en regelgeving
De Ladder voor duurzame verstedelijking is voor het eerst geïntroduceerd in de SVIR en is als motiveringseis verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Wettelijk kader De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in het Bro. Artikel 1.1.1. definieert relevante begrippen: Bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur; Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.
Artikel 3.1.6 van het Bro: Lid 2: de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Toelichting op gebruik De Ladder is in de Nota van Toelichting (Stb. 2017, 182) gemotiveerd: “Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Uitgangspunt is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient dat nadrukkelijk te worden gemotiveerd in de toelichting.
5.15.2
Onderzoek
De projectlocatie maakt onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling omvat de realisatie van drie vrijstaande woningen en kan daarmee, gelet op de aard en omvang van de planologische wijziging, niet worden getypeerd als nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro. Tevens voorziet de beoogde ontwikkeling in de omzetting van twee bedrijfswoningen naar twee burgerwoningen en het vastleggen van de feitelijke situatie van het rietdekkersbedrijf Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
63
middels een maximale milieucategorie 2. In het kader van de Ladder van duurzame verstedelijking, dient de behoefte aan de ontwikkeling te worden aangetoond. Uit jurisprudentie blijkt dat wanneer een ruimtelijk plan voorziet in niet meer dan elf woningen of een gebouw met een bruto vloeroppervlakte kleiner dan 500 m², die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro kunnen worden aangemerkt, deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt (bron: uitspraak 201608869/1/R3, kenmerk: ECLI:NL:RVS:2017:1724). Gezien de ontwikkeling bestaat uit het realiseren van drie vrijstaande woningen, het omzetten van twee bedrijfswoningen naar burgerwoningen en het behoud van het rietdekkersbedrijf middels een functieaanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2', is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Ondanks dat de Ladder niet van toepassing is op het plan, zullen wij in het kader van een goede ruimtelijke ordening (en nut en noodzaak) wel de behoefte aan het project motiveren. In het kader van uitvoerbaarheid wordt onder andere aandacht besteed aan de behoefte aan het plan. Uit het Woonbeleidsprogramma 2019 - 2025 van de gemeente Haarlemmermeer blijkt dat het aantal woningen met 20.000 moet toenemen binnen twintig jaar.
Het woonbeleidsprogramma geeft tevens aan dat er voor Penningsveer een meer lokale oriëntatie benodigd is voor de woningbouw. Uit de gebiedsvisie Penningsveer blijkt dat het plangebied is aangemerkt als een ontwikkellocatie. Daarnaast geeft de wijzigingsbevoegdheid uit het geldende bestemmingsplan 'BP Buitengebied' aan dat het mogelijk is middels een wijzigingsbevoegdheid drie woningen te realiseren binnen het plangebied.
5.15.2 Conclusie
Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarnaast is de vraag naar woningen groot in de gemeente Haarlemmermeer. De toevoeging van drie woningen zorgt voor een (minimale) toevoeging van woningen in de gemeente Haarlemmermeer en is in lijn met de behoefte aan nieuwe woningen. Ook de omzetting van twee bedrijfswoningen naar twee burgerwoningen sluit hier bij aan. Tevens is het plangebied aangewezen als ontwikkellocatie, waarbij maximaal vijf woningen mogelijk gemaakt kunnen worden.
5.16 Verkeerskundige aspecten 5.16.1 Wet- en regelgeving Bij ruimtelijke ontwikkelingen dienen verkeer- en parkeeraspecten in kaart te worden gebracht. Daarbij is de parkeerbehoefte, verkeersgeneratie en de ontsluiting van belang. Hierdoor kan de realisatie van voldoende parkeerplaatsen worden gewaarborgd en worden ongewenste of onveilige verkeerssituaties tegengegaan. De genoemde verkeersaspecten worden hierna achtereenvolgens behandeld.
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
64
5.16.2 Onderzoek Parkeren Auto De gemeente Haarlemmermeer heeft op 27 november 2018 het paraplubestemmingsplan “Parapluplan parkeerregels Haarlemmerliede en Spaarnwoude" vastgesteld. Met het verdwijnen van de grondslag voor het toetsen aan stedenbouwkundige aspecten in de gemeentelijke bouwverordeningen, is het wenselijk op een andere wijze te voorzien in een toetsingskader voor parkeren. Met het parapluplan wordt voor het gehele gemeentelijke grondgebied voorzien in een kader waaraan ontwikkelingen kunnen worden getoetst op parkeeraspecten. Het Parapluplan parkeerregels verwijst naar 'het geldende parkeernormenbeleid' van de gemeente. Dat is momenteel het 'Handboek parkeernormen gemeente Haarlemmermeer 2018”. Een nieuwe ontwikkeling dient aan de regels uit deze uitvoeringsnota te voldoen. Het handboek parkeernormen geeft aan dat Penningsveer niet stedelijk is, met een omgevingsadressendichtheid van 77 adressen per vierkante kilometer. Op basis van de parkeernormen van de gemeente Haarlemmermeer dienen er minimaal 1,9 en maximaal 2,7 parkeerplaatsen gerealiseerd te worden voor vrijstaande woningen binnen de rest bebouwde kom. Op basis van de hemelsbrede afstand tot een HOV-knooppunt of treinstation kan de te hanteren parkeernorm worden bepaald. Het dichtstbijzijnde treinstation is Haarlem Spaarnwoude en bevindt zich hemelsbreed op 1.150 meter van het plangebied.
Voor een dergelijke afstand tot een treinstation kan gebruik worden gemaakt van de gemiddelde parkeernorm van 2,3 parkeerplaatsen. Voor de beoogde ontwikkeling betekent dit dat er 6,9 parkeerplaatsen gerealiseerd dienen te worden. De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van negen parkeerplaatsen, waarvan drie parkeerplaatsen per woning gerealiseerd worden. Tevens beschikt elke woning over een garage. Wanneer parkeerplaatsen op eigen erf worden gerealiseerd middels een garage of oprit zorgt dat ervoor dat de betreffende parkeerplaatsen niet volledig worden meegeteld in de berekening van het parkeeraanbod. De parkeerbehoefte dient in dat geval te worden berekend aan de hand van de correctiefactoren uit de onderstaande tabel.
Tabel 5.4: Correctiefactoren parkeren op eigen terrein bij woningen.
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
65
Kavel 1 en kavel 2 beschikken beide over drie parkeerplaatsen naast elkaar, waarvan er één parkeerplaats achter de berm is gesitueerd en dus niet bereikbaar is als de naastliggende parkeerplaats bezet is. Hier kan gesproken worden van een garage met dubbele oprit, waarbij 3 parkeerplaatsen gelden als 1,8 parkeerplaatsen. Daarnaast beschikt de woning nog over een enkele oprit zonder garage, waarbij 1 parkeerplaats wordt berekend als 0,8 parkeerplaats. In totaal beschikt zowel kavel 1 als kavel 2 na correctie over 2,6 parkeerplaatsen. Kavel 3 beschikt over een garage met dubbele oprit. In deze situatie is het theoretisch aantal vastgesteld op drie parkeerplaatsen, maar is het berekeningsaantal 1,8 parkeerplaatsen. Daarnaast beschikt de woning ook over een enkele oprit zonder garage, waarbij één parkeerplaats als 0,8 parkeerplaats geldt. In totaal beschikt kavel 3 over 2,6 parkeerplaatsen.
Figuur 5.9: Plattegrond kavel 1 (meest zuidelijke kavel), 2 en 3 met bijbehorende parkeerplaatsen (bron: Plan!).
De beoogde ontwikkeling voorziet theoretisch in 12 parkeerplaatsen, maar na correctie over 7,6 parkeerplaatsen. In totaal dienen er maximaal 6,9 parkeerplaatsen gerealiseerd te worden, waardoor er wordt voldaan aan de parkeernorm van de gemeente Haarlemmermeer. De bedrijfswoningen worden enkel omgezet naar burgerwoningen, zonder fysieke veranderingen. Het aantal parkeerplaatsen zal als gevolg van deze omzetting dan ook niet afnemen of toenemen. Fiets Ten tijde van het opstellen van de toelichting voor de ontwikkeling van drie vrijstaande woningen op de projectlocatie is de fietsparkeerregeling ex. artikel 4.30 en 4.31 uit het Bouwbesluit 2012 van kracht. In het vast te stellen bestemmingsplan vindt deze toets aan het Bouwbesluit plaats. Er kan vanuit worden gegaan dat in voldoende mate in bergingen t.b.v. fietsen wordt voorzien. Verkeersgeneratie Voor het berekenen van de verkeersgeneratie is de CROW-publicatie 381 geraadpleegd. Hierbij
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
66
hebben de volgende invoergegevens als uitgangspunt gediend: hoofdgroep wonen – rest bebouwde kom – niet stedelijk - drie vrijstaande woningen. De verkeersgeneratie bedraagt minimaal 7,8 en maximaal 8,6 verkeersbewegingen per etmaal per vrijstaande woning. In totaal bedraagt de verkeersgeneratie daarom minimaal 23,4 en maximaal 25,8 verkeersbewegingen per etmaal. De verkeersgeneratie door toedoen van de beoogde woonbestemming is zeer waarschijnlijk minder dan die als uitvloeisel van de geldende bestemming. Ook in dit opzicht is de nieuwe bestemming planologisch 'vriendelijker' dan de huidige. De verkeersgeneratie blijft door de omzetting van twee bedrijfswoningen naar twee burgerwoningen gelijk. Dit betreft enkel een planologische wijziging. Ontsluiting De ontsluiting van de projectlocatie vindt plaats via de Penningsveer. In noordelijke richting ontsluit de Penningsveer op de Lagedijk, welke tot aan Spaarndam loopt. In zuidelijke richting ontsluit de Penningsveer op de Liedeweg, welke ontsluit op de Haarlemmerstraatweg. In de nabije omgeving van het plangebied zijn de N200, A200 en A9 gelegen.
5.16.3 Conclusie De verkeerskundige aspecten vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
67
6 Uitvoerbaarheid 6.1 Financiële uitvoerbaarheid De Wet ruimtelijke ordening stelt verplicht dat de gemeenteraad tegelijk met de vaststelling van een bestemmingsplan een exploitatieplan vaststelt voor kostenverhaal in het geval het bestemmingsplan nieuwe, bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) aangewezen bouwplannen mogelijk maakt. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de bouw van één of meer woningen, de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen of de uitbreiding of verbouwing van gebouwen. In de wet is aangegeven welke kosten verhaald kunnen worden. Het vaststellen van een exploitatieplan is niet nodig indien het kostenverhaal anderszins verzekerd is, bijvoorbeeld door gronduitgifte of een anterieure overeenkomst. Het is in dit geval de bedoeling dat een anterieure overeenkomst wordt gesloten.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De maatschappelijke uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan wordt getoetst aan het vooroverleg met de reguliere overlegpartners en een zienswijzenperiode voor reacties van bewoners en andere belanghebbenden. Het gemeentebestuur hecht veel waarde aan een breed gedragen en haalbaar bestemmingsplan. Bij het vooroverleg met de reguliere overlegpartners wordt daarom ook de dorps- en wijkraden van het plangebied betrokken. De reacties uit zowel het vooroverleg als de zienswijzenperiode worden voorzien van een beantwoording en verwerkt in het bestemmingsplan.
6.2.1 Participatie In de voorbereiding van de bestemmingsplanprocedure is het voornemen om het plan in de dorpsvereniging van Penningsveer voor te leggen. Daarnaast heeft er uitvoerig overleg plaatsgevonden met de naaste buren van Penningsveer 3a. Na overleg besloten de buren hen bedrijfswoning ook om te willen zetten naar burgerwoning, net als Penningsveer 4. Ook wordt als gevolg van dit overleg de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2' aan het rietdekkersbedrijf toegekend.
6.2.2 Resultaten watertoets Het Hoogheemraadschap Rijnland heeft geen bezwaar tegen het plan. Voor de werkzaamheden is geldt wel een waterbelang en is wel een watervergunning nodig. Aandachtspunten voor het plan zijn de volgende: Er zal nader uitgewerkt moeten worden hoeveel oppervlakte er in de bestaande situatie verhard was en hoeveel oppervlakte er in de toekomstige situatie verhard gaat worden. Indien er sprake is van een toename van verharding van meer den 500 m² dan zal er een compensatie moeten plaatsvinden. zie hiervoor uitvoeringsregel 11. De inritten en woningen zijn gepland in de kern- en beschermingszone van de waterkering Lagedijk. De stabiliteit van de waterkering moet geborgd blijven en er mag dan ook niet Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
68
gegraven worden in het profiel van vrije ruimte van de waterkering. Het leggerprofiel van de waterkering kunt u vinden op de Legger waterkeringen. De uitgangspunten voor bouwen, wegen en graafwerkzaamheden in de kering vindt u in uitvoeringsregel 19, 25 en 20. Het nieuw te graven water en het verbreden van de bestaande watergang vindt (deels) plaats in de waterkering. Hiervoor moet aangetoond worden dat de stabiliteit van de kering niet in het geding komt. zie hiervoor uitvoeringsregel 5 en 20. Dammen met duikers worden gezien als dempingen. Dempingen moeten worden gecompenseerd door water te graven. zie hiervoor uitvoeringsregel 3. In Kavel 1 is een duiker aanwezig om de watergang langs de Penningsveer/waterkering Lagedijk te verbinden met het Fortgracht. Door het graven van een nieuwe verbinding kan deze duiker verwijderd worden. Deze duiker dient meegenomen te worden in de planvorming. De locatie van de duiker is te vinden op de legger oppervlaktewater.
De opmerkingen zijn verwerkt in het plan, zoals beschreven in paragraaf 5.1.
6.2.3 Resultaten wettelijk vooroverleg Een voorontwerpbestemmingsplan wordt in het kader van het wettelijk verplichte vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening voorgelegd aan de rijksoverheid, de provincie en het waterschap. Niet in alle gevallen is het echter nodig een voorontwerp bestemmingsplan voor te leggen aan provincie en rijk. Alleen als er rijks- of provinciale belangen in het geding zijn is vooroverleg nodig. Concreet zijn de volgende instanties op 4 november 2021 in de gelegenheid gesteld om gedurende vier weken op het plan te reageren: gedeputeerde staten van Noord-Holland (verder: GS), het hoogheemraadschap van Rijnland (verder: Rijnland) en de Veiligheidsregio Kennemerland (verder: VRK). Ook de Dorpsvereniging Haarlemmerliede en Spaarnwoude (verder: Dorpsvereniging) is benaderd met dezelfde vraag. De VRK heeft niet gereageerd. Rijnland heeft te kennen gegeven met het plan in te stemmen, zie eerder in deze toelichting. Van de Dorpsvereniging en van GS is een reactie ontvangen. We geven de essentie ervan hierna weer, met onze reactie. Dorpsvereniging Haarlemmerliede en Spaarnwoude De Dorpsvereniging is positief over de manier waarop het plan invulling geeft aan het verlaten bedrijfsterrein en de rest van de gronden Penningsveer 3 en 4. Dat is gebeurd na overleg met en instemming van de rechthebbenden op de gronden in het plangebied.
Zij zou graag zien dat een voetpad wordt aangelegd langs de weg door Penningsveer, van de Lagedijk tot de Veermolen, omdat de huidige situatie voor voetgangers op deze smalle weg gevaarlijk is. reactie:
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
69
Het gaat om gronden buiten het gebied van het voorliggende voorontwerpbestemmingsplan. Wij kunnen niet zomaar die gronden meenemen in dit bestemmingsplan; de opdrachtgever is een particulier. De voetpadwens heeft de Dorpsvereniging ook ter gelegenheid van de Gebiedsvisie Penningsveer te kennen gegeven. In het raadsbesluit – toen van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude – van 27 november 2018 luidt beslispunt 2d: “de overige suggesties uit de gebiedsvisie voor aanleg van voet- fietspaden en de realisering van een langzaam-verkeersbrug … niet te volgen.” In lijn met het vorenstaande kunnen wij in het kader van dit bestemmingsplan de wens niet inwilligen. De Dorpsvereniging wijst op diverse vermeldingen in de toelichting die aanpassing verdienen. reactie: De voorstellen over tekst op de pagina’s 21, 33, 36, 41 en 69 van de toelichting hebben wij overgenomen en verwerkt. De Dorpsvereniging wijst op de vermelding van een aardkundig monument in de omgeving (pagina 51), de financiële uitvoerbaarheid (pagina 68) en het begrip tuin (pagina 72). reactie: Wij merken op dat in rubriek 3.2.2 met een iets aangepaste tekst is ingegaan op het bedoelde aardkundig monument, dat de benodigde sanering los van het bestemmingsplan tijdig gebeurt en dat niet alle gronden die feitelijk tuin zijn, de bestemming Tuin vergen – de functie tuin past ook in de bestemming Wonen.
De toegestane goothoogte van de nieuwe woningen vindt de Dorpsvereniging aan de hoge kant, in relatie tot de woningen Penningsveer 3 en 4. reactie: Wij zijn van oordeel dat de voorgestelde bouwmassa’s zich redelijk goed voegen in het beeld van de bebouwde omgeving. Wij hebben er geen moeite mee, dat sprake is van verspringing c.q. ongelijke goothoogten van naast elkaar voorkomende woningen. De Dorpsvereniging vraagt of beplantingshoogte in het bestemmingsplan geregeld wordt. reactie: Nee, dat is een element dat niet in een bestemmingsplan thuishoort. Gedeputeerde Staten van Noord-Holland De reactie van GS luidt als volgt. “Met dit bestemmingsplan wordt het mogelijk gemaakt om twee bedrijfswoningen om te vormen tot volwaardige burgerwoningen en daarnaast 3 nieuwe woningen op te richten. Volgens de kaartviewer bij de Omgevingsverordening NH2020 is het plangebied onderdeel van de
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
70
werkingsgebieden Erfgoederen van uitzonderlijke waarden', 'Bijzonder Provinciaal Landschap Spaarnwoude en omgeving' en 'MRA landelijk gebied'. In MRA landelijk gebied kan een ruimtelijk plan niet voorzien in een kleinschalige woningbouwontwikkeling. Wel is het mogelijk om bij beëindiging van een agrarisch bedrijf of bij beëindiging van een stedelijke functie kleinschalige woningbouw toe te staan in de vorm maximaal twee burgerwoningen. Hierbij worden een aantal voorwaarden gesteld. Zo moet ter plaatse een bedrijfswoning planologisch mogelijk zijn, moet het plan bijdragen aan een substantiële verbetering van de ruimtelijke kwaliteit moet voor een tweede woning 1500m2 aan bestaande bedrijfsbebouwing worden gesloopt. Het maximum aantal van twee burgerwoningen wordt gesteld omdat de provincie Noord-Holland verdere verstedelijking van het landelijk gebied geen wenselijke ontwikkeling acht. De gedachte hierachter is dat voor een kleinschalige ontwikkeling, zoals bijvoorbeeld enkele woningen, vaak ruimte is te vinden binnen bestaand stedelijk gebied. Vijf woningen is op deze locatie te veel. De provincie Noord-Holland kan daarom niet instemmen met dit voorontwerp bestemmingsplan.” In een aanvullende reactie geven GS te kennen dat het provinciaal standpunt niet zozeer gaat over de (on)mogelijkheid om het plan te classificeren als nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Het gaat vooral over “de mogelijkheden voor woningbouw in MRA landelijk gebied (artikel 6.9) en die daarbij geldende voorwaarden. Dit artikel is ingesteld om verdere verstedelijking van het landelijke gebied tegen te gaan. Ter plaatse een voormalig agrarisch bedrijf of een andere stedelijke functie mag 1 of -bij voldoende sloop- 2 woningen worden gebouwd. Niet 3 of 5. Dit plan aan de Penningsveer voldoet niet aan de gestelde voorwaarden.” Aan de hand van de omgevingsverordening NH2020 kan geen ander standpunt ingenomen worden, is de conclusie van GS. Ons standpunt over dat van GS luidt als volgt. Uitleg geschiedenis van de geldende bestemmingen in bp Buitengebied Laten we beginnen met de uitgangssituatie te schetsen. In de totstandkoming van het ter plaatse van Penningsveer 3 en 4 geldende bestemmingsplan (bp) Buitengebied heeft de voormalige gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude op dat hele terrein de bestemming Bedrijf gelegd. Er zijn bedrijven mogelijk tot en met milieucategorie 4 volgens de lijst die bij de regels hoort. Ook is een wijzigingsgebied gelegd over het hele terrein. De wijzigingsbevoegdheid geeft de mogelijkheid om naast de woning Penningsveer 4 drie nieuwe woningen te bouwen. Daarbij is ook bepaald dat voldoende rekening moet worden gehouden met zicht op het achtergelegen Fort Penningsveer. Er staan twee aaneengebouwde woningen Penningsveer 3 en 4.
Op het achterterrein van nr. 3 staan bedrijfsruimten. Op het achterterrein van nr. 4 staan opstallen die toen vooral een bedrijfsfunctie hadden voor het bedrijf van de heer G. Molenaar. Ook en vooral op het aansluitend naastgelegen terrein oefende G. Molenaar zijn bedrijf uit. Hij handelde hier in bielzen en hij verhuurde rijplaten en dergelijke. Het was een open opslagterrein, waar hij zijn handelsmateriaal hooggestapeld had liggen.
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
71
GS hebben tegen het ontwerp-bp Buitengebied een zienswijze ingediend. Deze had geen betrekking op Penningsveer 3-4. Aan GS is de nota van zienswijzen toegestuurd, evenals het raadsvoorstel tot vaststelling van het bp. In de nota van zienswijzen wordt als eerste punt ingegaan op de zienswijze van GS, als tweede punt wordt op dezelfde pagina ingegaan op de zienswijze die over Penningsveer 3-4 is ingediend. In het raadsvoorstel is uitdrukkelijk genoemd dat naast Penningsveer 4 drie nieuwe woningen zijn geprojecteerd. Conclusie van totstandkoming geldende bestemmingsregeling GS hebben concreet kennis genomen van de voorgenomen bestemmingsregeling in het ontwerpbp, toen nog zonder wijzigingsbevoegdheid, en van het vastgestelde bp, mèt wijzigingsbevoegdheid. Zij hebben zich niet tegen de vermelde bestemmings-regeling gekeerd, bijvoorbeeld door beroep in te stellen of een reactieve aanwijzing te geven. GS hebben aldus ingestemd met de manier waarop Penningsveer 3-4 nu bestemd is, inclusief de wijzigingsbevoegdheid. Waarom geen wijzigingsplan? De aanvrager van het bestemmingsplan heeft eerst een woningbouwplan voor drie nieuwe woningen ontwikkeld en heeft daarvoor vergunning gevraagd. Om aan de wijzigingsregel over zicht op het achterliggende fort te voldoen, bleek dat het op zichzelf aanvaardbare bouwplan moest krimpen in de maat voor de zijdelings aan te houden afstand.
Dat leverde een afwijking op met een andere wijzigingsregel. Dat is de bepaling die verwijst naar de bestemming Wonen – 2. Er staat in de regels van de bestemming Wonen – 2, dat 4 meter tot de zijdelingse perceelsgrens moet worden aangehouden. In het bouwplan is dat 3,5 meter geworden. De andere afwijking van de bestemming Wonen – 2 is dat de inhoud per woning mag maximaal 600 m3 zijn, die wordt gemiddeld ongeveer 650 m3. Daarmee is zowel het bouwplan aanvaardbaar en wordt meer zicht op het fort bewerkstelligd. De volgende stap in de redenering om dat zicht op het fort juridisch te borgen, is de constatering dat vergunningvrij bebouwing in het achtererfgebied mag worden opgericht. Om dát te voorkomen, volstaat niet een op zichzelf staande omgevingsvergunning. De beoogde borging kan met name wel worden bereikt als een bestemmingsplan wordt vastgesteld, waarin die kansen worden gekeerd. Daarom is een wijzigingsplan niet aan de orde, maar een door de raad vast te stellen bestemmingsplan.
Woningen aanvaardbaar Uitgaande van het aantal van drie woningen dat de wijzigingsbevoegdheid als mogelijkheid biedt, is de aanvrager in goed overleg met onze gemeente en met inschakeling van een bureau voor de landschappelijke inpassing gekomen tot een verkaveling en stedenbouwkundig ontwerp dat uitsluitend op de genoemde punten qua maatvoering afwijkt van de bestemming Wonen – 2, waarnaar de wijzigingsregels verwijzen. De gemeente ziet dat als een ondergeschikte afwijking. Er worden geen nieuwe steigers achter de nieuwe woningen toegestaan. Bestaande situatie wordt veel passender bestemd Van belang is ook dat na goed overleg met de familie Molenaar die op Penningsveer 3 woont, waar de heer Molenaar een rietdekkersbedrijf uitoefent, is bepaald dat op diens achterterrein de Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
72
bestemming Bedrijf niet langer bedrijven tot en met milieucategorie 4 mogelijk zal maken, maar de nieuwe bestemmingsregeling aldaar de maximale categorie 2 toekent. En de aanvrager, de heer G. Molenaar op Penningsveer 4, heeft ingestemd met de bestemming Wonen voor zijn woning en zijn achterterrein. Zijn bedrijfsactiviteiten heeft hij gehervestigd op het bedrijventerrein Polanenpark, in het gelijknamige bestemmingsplan tussen de Ringvaart en de N200. Daarmee is nu al een landschappelijk ontsierend bedrijf verdwenen, wordt een te handhaven bedrijf passender bestemd, teruggeschaald tot milieucategorie 2, en wordt een planologisch-juridisch veel ‘vriendelijker’ situatie bereikt. Haarlemmermeer ziet het samengevat zo, - dat de gekozen planvorm met de voorgestelde planinhoud zich op aanvaardbare wijze voegt, - enerzijds binnen de situatie waarop de belanghebbenden rechtens aanspraak hebben zonder dat GS van hun bevoegdheden gebruik gemaakt hebben tegen de op dit punt gewijzigd vastgestelde bestemmingsplan Buitengebied - en anderzijds binnen de cultuurhistorische context, omdat in de regeling juist het Fort Penningsveer voluit is gerespecteerd. Onze conclusie is dat het beleidsmatig aanvaardbaar is om het bestemmingsplan met de voorgestelde inhoud verder in procedure te brengen.
6.2.4 Ontwerpbestemmingsplan
Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 11 maart 2022 tot en met 22 april 2022 ter inzage gelegen. Binnen deze periode zijn geen zienswijzen ingediend.
6.3 Handhaafbaarheid Het bestemmingsplan is het juridisch instrument om te bepalen welke ruimte voor welke bouwen gebruiksactiviteiten aangewend mag worden. In dit bestemmingsplan zijn voorschriften opgesteld waarbij het bestaande gebruik van gebouwen en bouwwerken in principe het uitgangspunt vormt. Dit betekent dat de huidige situatie in regels is vastgelegd. Het handhavingsbeleid is er op gericht dat deze regels ook worden nageleefd. Het bestemmingsplan bindt zowel burgers als de gemeente en is dan ook de basis voor handhaving en handhavingsbeleid. Handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen 'vasthouden'. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: alle grondeigenaren en gebruikers dienen door de gemeente op eenzelfde manier aan het plan gehouden te worden. Met deze oogmerken is in het bestemmingsplan allereerst gestreefd naar een zo groot mogelijke eenvoud van de regels. Hoe groter de eenvoud (en daarmee de toegankelijkheid en leesbaarheid), hoe groter de mogelijkheden om in de praktijk toe te zien op de naleving van het bestemmingsplan. Onder handhaving wordt niet alleen het repressief optreden verstaan, maar ook preventie en voorlichting. Repressief optreden bestaat uit toezicht en opsporing en in het Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
73
verlengde daarvan – na afweging van belangen waaronder de effectiviteit van optreden – correctie, bestaande uit sancties en maatregelen. De sancties en maatregelen kunnen bestaan uit het stilleggen van activiteiten, aanschrijvingen, bestuursdwang, strafrechtelijk optreden en de dwangsom. Preventief handelen bestaat uit voorlichting en vooroverleg voor het indienen van een aanvraag om een vergunning en voorts het weigeren van de vergunning en eventuele afwijkingen.
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
74
7 Juridische aspecten 7.1 Opzet regels en verbeelding De regels en de verbeelding vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. De toelichting is niet juridisch bindend, maar kan wel gebruikt worden als nadere uitleg bij de regels. Op de bij het bestemmingsplan behorende verbeelding zijn alle noodzakelijke gegevens ingetekend. Er wordt onderscheid gemaakt in (dubbel)bestemmingen en aanduidingen. De bestemmingen zijn de belangrijkste elementen. De op de verbeelding opgenomen bestemmingen zijn in overeenstemming met de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012). Door deze standaarden wordt de kleur en de codering van de bestemmingen bepaald. De bestemmingen zijn op het renvooi weergegeven in alfabetische volgorde. Elke op de verbeelding weergegeven bestemming is gekoppeld aan een bestemmingsregel in de regels. De regels laten vervolgens bij elke bestemming zien op welke wijze de gronden binnen de desbetreffende bestemming gebruikt en bebouwd mogen worden. Daarbij wordt onder meer verwezen naar aanduidingen op de verbeelding. Aanduidingen in samenhang met de regels, geven duidelijkheid over datgene wat binnen een bestemmingsvlak al dan niet is toegestaan.
De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: De 'Inleidende regels', bestaande uit een begrippenlijst en regels met betrekking tot de 'wijze van meten'; De 'Bestemmingsregels', die in dit bestemmingsplan te onderscheiden zijn in regels voor 'gewone', rechtstreekse bestemmingen en dubbelbestemmingen; De 'Algemene regels' die in principe betrekking hebben op alle bestemmingen die in het plangebied voorkomen; De 'Overgangs- en slotregels' die bestaan uit het overgangsrecht (voor bestaande bouwwerken en bestaand gebruik dat van het bestemmingsplan afwijkt) en de naam waaronder het bestemmingsplan moet worden aangehaald.
7.2 Inleidende regels Het eerste hoofdstuk bevat inleidende regels. In artikel 1 is een aantal in de regels gehanteerde begrippen gedefinieerd. In artikel 2 is de wijze van meten vastgelegd met betrekking tot de verschillende hoogte en oppervlakte van gebouwen.
7.3 Bestemmingsregels In deze paragraaf zijn regels opgenomen, horende bij de op de verbeelding opgenomen bestemmingen.
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
75
7.3.1 Enkelbestemming 'Bedrijf' Deze bestemming is toegekend aan het zuidwestelijk deel van het plangebied waar het rietdekkersbedrijf gevestigd is. Tevens is er een functieaanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2' toegevoegd op de verbeelding. In de huidige situatie kent dit deel van het plangebied reeds de bestemming 'Bedrijf'.
7.3.2 Enkelbestemming 'Groen'
Deze bestemming is toegekend aan het noordwestelijk deel van het plangebied en ziet onder andere toe op bescherming van de zichtlijnen vanaf fort Penningsveer. De zichtlijnen blijven behouden door bebouwing hoger dan 1 meter tegen te gaan.
7.3.3 Enkelbestemming 'Tuin'
Deze bestemming is toegekend aan de voortuinen van de nieuw te bouwen woningen en de om te zetten bedrijfswoningen naar burgerwoningen. Deze tuinen bevinden zich aan de oostzijde van het plangebied.
7.3.4 Enkelbestemming 'Water'
Deze bestemming is toegekend aan het noordelijk en (zuid)westelijk deel van het plangebied. In dit gebied is water aanwezig, maar zijn ook steigers en het bestaande boothuis toegestaan.
7.3.5 Enkelbestemming 'Wonen' Deze bestemming is toegekend aan de woonfuncties binnen het plangebied en heeft betrekking op zowel de nieuw te bouwen woningen als de om te zetten bedrijfswoningen naar burgerwoningen.
7.3.6 Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' Op grond van het gemeentelijk archeologiebeleid en de bijbehorende archeologische waardenkaart is in het gehele plangebied sprake van deze dubbelbestemming. Deze dubbelbestemming voorziet in de bescherming van mogelijk aanwezige archeologische en cultuurhistorische waarden en verplicht tot het aanvragen van een omgevingsvergunning en het verrichten van archeologisch onderzoek bij de uitvoering van bodemroerende activiteiten. Indien bodemroerende ingrepen dieper dan 40 centimeter over een oppervlakte groter dan 2.500 m² worden uitgevoerd, is er sprake van een vergunning- en onderzoeksplicht.
7.3.7 Dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'
Deze dubbelbestemming regelt de bescherming van de in het gebied aanwezige waterkeringen.
7.4 Algemene regels In dit hoofdstuk zijn de regels opgenomen die betrekking hebben op het gehele plangebied en alle andere regels in het bestemmingsplan. Ook de parkeerregels zijn opgenomen in dit hoofdstuk. In deze regel wordt dynamisch verwezen naar het geldende parkeerbeleid van de gemeente Haarlemmermeer. Dit heeft tot gevolg dat, indien in het kader van het bestemmingsplan gebouwd Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
76
kan worden, op basis van het bestemmingsplan altijd het op dat moment actuele geldende parkeerbeleid van de gemeente Haarlemmermeer gehanteerd moet worden bij het verlenen van de benodigde omgevingsvergunning.
7.5 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Het overgangsrecht heeft tot doel de rechtszekerheid te verzekeren ten aanzien van bouwwerken die op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan gebouwd zijn of op grond van een reeds verleende of een nog te moeten afgeven bouwvergunning, gebouwd mogen worden en afwijken van de bebouwingsregels in dit plan. Zij mogen blijven staan of, als een bouwvergunning is verleend, worden gebouwd zolang de afwijking maar niet wordt vergroot en het bouwwerk niet (grotendeels) wordt vernieuwd of veranderd. Ook het gebruik van gronden en de daarop staande opstellen dat – op het tijdstip dat het bestemmingsplan rechtsgeldig wordt – afwijkt van de gegeven bestemming, is in het overgangsrecht geregeld. Het afwijkende gebruik mag worden voortgezet of gewijzigd in een ander gebruik, zolang de afwijking van het bestemmingsplan niet wordt vergroot. Slotregel In de slotregel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.