4. RV Vaststellen bestemmingsplan Haarlemmerliede Penningsveer 3-4 (2022.0000982).pdf
Tekst van het document
Figuur 3.2: Landschappelijke karakteristiek, plangebied rood omcirkeld.
Openheid en ruimtebeleving De veenpolders zijn grotendeels open gebleven en worden doorsneden door de snelweg A9 en een (nieuwe) hoogspanningsleiding. Bij Spaarndam zijn de schootsvelden van de Stelling van Amsterdam goed herkenbaar, al is het schootsveld van het Fort benoorden Spaarndam dichtgezet met de beplanting van een voormalig mobilisatiecomplex. De beoogde ontwikkeling draagt bij aan het behoud van de zichtlijnen richting Fort Penningsveer. Middels de bestemming Groen worden de zichtlijnen behouden, omdat bebouwing hoger dan 1 meter niet binnen 'Groen' is toegestaan.
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
23
Figuur 3.3: Openheid en ruimtebeleving, en ruimtelijke dragers. Plangebied groen omcirkeld.
Ruimtelijke dragers De dijken vormen prominente dragers in het veenlandschap en zijn belangrijk voor de beleving ervan. De Stelling van Amsterdam loopt langs de oevers van de Liede en de Mooie Nel naar Spaarndam en via Spaarndam naar Beverwijk. De Stelling van Amsterdam blijft als ruimtelijke drager behouden, omdat de beoogde ontwikkeling landschappelijk is ingepast naast het Fort Penningsveer. De landschappelijke inpassing ziet toe op het behoud van de zichtlijn naar het Fort Penningsveer. Binnen de bestemming 'Groen' is bebouwing hoger dan 1 meter niet toegestaan. Dynamiek Het Bufferzonebeleid én het Luchthavenindelingsbesluit (LIB) bepalen in belangrijke mate de dynamiek van het gebied; verdere verstedelijking is uitgesloten. Er zijn enkele beschermingsregimes voor delen van het gebied. De strandwal waarop het dorp Spaarnwoude ligt is een archeologisch monument. De Stelling van Amsterdam heeft de status van UNESCOWerelderfgoed. Delen van het veenpolderlandschap en de recreatiegebieden vallen onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De veenweidepolders rond het dorp Spaarndam zijn weidevogelleefgebied. Het plangebied bevindt zich direct naast het UNESCO-Werelderfgoed, waardoor een bepaalde mate van ontwerpsvrijheid verloren gaat.
Middels landschappelijke inpassing is het plan zo ontworpen dat de zichtlijnen tot het Fort Penningsveer behouden blijft en er toch drie nieuwe woningen ontwikkeld kunnen worden. Binnen de regels van het bestemmingsplan is rekening gehouden met het niet toestaan van bebouwing in de bestemming 'Groen'. Ambities en ontwikkelprincipes 1. Gave veenweidepolders contrasteren met getransformeerde droogmakerijen; De beoogde ontwikkeling maakt drie woningen mogelijk op een locatie waar voorheen een bedrijf was gevestigd. Ook worden twee bedrijfswoningen omgezet naar burgerwoningen en wordt er middels een functieaanduiding een milieucategorie 2 toegewezen aan het rietdekkersbedrijf
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
24
conform de feitelijke situatie. De landschappelijke kwaliteit zal daardoor verbeteren, maar staat niet één op één in relatie tot de veenweidepolder of de droogmakerij. 2. Lange lijnen versterken de samenhang tussen de deelgebieden; Het plangebied is niet gelegen op een locatie waar gebruik kan worden gemaakt van de lange lijnen. 3. Versterk de recreatieve beleving van het Noordzeekanaal en de Haven van Amsterdam; De beoogde ontwikkeling staat niet in relatie tot het Noodzeekanaal of de Haven van Amsterdam. 4. De Stelling van Amsterdam is prominent aanwezig in het landschap; Middels de landschappelijke inpassing in het plangebied draagt de beoogde ontwikkeling bij aan het koesteren en zichtbaar maken van alle elementen die de Stelling van Amsterdam karakteriseren. De zichtlijnen dienen behouden te worden, waardoor de zichtrelatie met het Fort Penningsveer wordt versterkt. 5.
Overige ontwikkelprincipes; a. het behouden en het zichtbaar/beleefbaar blijven van de huidige verkavelingsstructuur (inclusief sloten) bij (semi-)tijdelijke functies en opstellingen in het landschap, zoals voor zonne-energie; b. het behouden van de vrije ruimte (molenbiotopen) rond historische windmolens, in verband met de windvang en de zichtbaarheid van de molens in het landschap.
De beoogde ontwikkeling staat niet in relatie tot (wind)molens of opstellingen voor zonne-energie. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. Paragraaf 4.3 behandeld de landschappelijke inpassing, waarbinnen de ambities en ontwikkelprincipes vanuit de Cultuurhistorische Leidraad terugkomen in het planontwerp.
3.2.4 Woonakkoord Amstelland-Meerlanden
Dit Woonakkoord is een bestuurlijk akkoord tussen de Provincie Noord-Holland en de zes gemeenten in de regio Amstelland-Meerlanden (gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Haarlemmermeer, Ouder-Amstel, Uithoorn). Door een nauwe samenwerking zijn de provincie en gemeenten beter in staat om de ambities zoals opgenomen in dit Woonakkoord, te realiseren. Een belangrijke ambitie is het versnellen van woningbouwrealisatie. Daarbij biedt het Woonakkoord kansen om afspraken te maken over woningbouwlocaties, zowel binnenstedelijk als in landelijk gebied. Onderhavig Woonakkoord bevat afspraken over samenwerking, nieuwbouw, optimaal benutten bestaande voorraad en duurzaam wonen. Nieuwbouw De doelstelling betreft het versnellen van de woningbouwrealisatie met een betaalbaar, aantrekkelijk en duurzaam woonaanbod voor verschillende doelgroepen. Onder 'betaalbare Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
25
woningvoorraad' wordt verstaan huurwoningen in de sociale sector, middeldure huurwoningen en betaalbare koopwoningen (met een koopprijs tot de NHG-grens, waarbij ook wordt geprobeerd om woningen met een koopprijs onder de € 200.000 te realiseren). De opgave ligt de komende jaren vooral op het 'hard' maken van de zachte woningbouwplannen van de gemeenten, en uiteindelijk het daadwerkelijk realiseren van de voorgenomen plannen en te zorgen dat wat wordt gebouwd ook goed aansluit bij de woningbehoefte. De geraamde additionele netto woningbehoefte voor de regio Amstelland-Meerlanden bedraagt 18.850 woningen tot 2030. Optimaal benutten bestaande voorraad Het optimaal benutten van de bestaande woningvoorraad, levert ook een bijdrage aan het voldoen aan de -kwantitatieve én kwalitatieve- woningbehoefte. Het gaat dan om het anders toewijzen van bestaande sociale huurwoningen, het betaalbaar houden van de voorraad en het bevorderen van doorstroming uit bestaande woningen. Duurzaam wonen De gemeenten in de regio willen de transitie maken naar een volledig klimaatneutrale, klimaatadaptieve, natuurinclusieve en circulaire gebouwde omgeving. Er liggen hier grote uitdagingen die op landelijk en regionaal niveau moeten worden opgepakt.
Vanuit wonen wil de regio waar mogelijk bijdragen aan de transitie naar een meer duurzame gebouwde omgeving – zonder dat hierbij wordt vertraagd ij de benodigde woningbouw. Relatie tot ontwikkeling De realisatie van drie vrijstaande woningen is in lijn met ambitie uit de wijzigingsbevoegdheid om drie woningen binnen het plangebied te realiseren. De ontwikkeling is tevens in lijn met de extra woningbehoefte van 18.850 woningen voor de periode tot 2030. Echter is de ontwikkeling niet in lijn met de behoefte om betaalbare woningen mogelijk te maken. De wijzigingsbevoegdheid voorziet in de realisatie van vrijstaande woningen, welke in de gemeente Haarlemmermeer doorgaans niet als betaalbare woningen worden aangemerkt. Qua aard en omvang zijn vrijstaande woningen wel passend binnen Penningsveer. Het omzetten van twee bedrijfswoningen naar een burgerwoningen zorgt er tevens voor dat de bestaande woningen niet verloren gaan. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is grotendeels in lijn met het Regionaal Actieprogramma Wonen. Op het gebied van betaalbaarheid is de ontwikkeling in overeenstemming met de wijzigingsbevoegdheid.
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
26
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2035
De gemeenteraad van Haarlemmermeer heeft op 17 juli 2012 de “Structuurvisie Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2035” vastgesteld. De structuurvisie is het ruimtelijk beleid in de periode tot 2035 op hoofdlijnen. Het vormt een samenhangende visie voor de afzonderlijke kernen (Halfweg, Spaarndam en Haarlemmerliede/Penningsveer/Spaarnwoude) en het buitengebied. Vijf inhoudelijke thema's vloeien voort uit de structuurvisie. Deze vijf thema's bestaan uit: 1. identiteit en zelfstandigheid; 2. wonen en leefbaarheid; 3. natuur en milieu; 4. verkeer en bereikbaarheid; 5. ondernemen en economie.
Figuur 3.4: uitsnede kaart Structuurvisie Haarlemmerliede Spaarnwoude 2035, plangebied aangegeven met rode pijl.
Wonen en leefbaarheid Een belangrijk thema uit de structuurvisie voor de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied is wonen en leefbaarheid. Om de woningvoorraad op peil te houden en veranderingen in de bevolkingsopbouw en samenstelling van huishoudens het hoofd te bieden, moet de woningmarkt zich blijven ontwikkelen. Er zijn meer woningen noodzakelijk, waarbij diversiteit in het woningaanbod moet worden nagestreefd. Hierbij moet met name worden gedacht aan het aanbod van woningen voor jongeren en ouderen.
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
27
Uitbreiding van het woningaanbod betekent bouw van nieuwe woningen. Behalve de ontwikkeling van nieuwbouwlocatie SpaarneBuiten, wordt nieuwbouw niet voorzien in de uitbreiding van de kernen. De focus ligt op het goed benutten van bestaande ruimte binnen de bebouwde kom, bijvoorbeeld door middel van functiewijziging. Deze inbreiding mag niet ten kosten gaan van het dorpse karakter. De kleinschaligheid van de kernen moet behouden blijven en de groene open ruimte rond het bestaand bebouwd gebied kan daardoor ongemoeid worden gelaten. De geldende milieuregelgeving en een goede stedenbouwkundige inpassing staan hierbij centraal. De nieuwbouw moet passen in de omgeving, onder andere wat betreft volume, bouwhoogte en uitstraling. De kernen lenen zich voor experimentele of welstandsvrije bouw. Beperkte hoogbouw en een meer moderne bouwstijl worden niet op voorhand afgewezen, maar per geval beoordeeld. Het gaat dan om maatwerk. Het benutten van beschikbare ruimte binnen de kernen zorgt, behalve voor meer woningen, ook voor een leefbare en veilige omgeving. Het voorkomt leegstand en verrommeling en zorgt voor een prettige, leefbare omgeving met meer uitstraling. Haarlemmerliede, Penningsveer en Spaarnwoude De drie kernen Haarlemmerliede, Penningsveer en Spaarnwoude zijn kleinschalig van opzet. Zij kenmerken zich door lintbebouwing langs de doorgaande wegen.
De kwaliteiten van de kernen zijn de ruimte, rust en een goede gemeenschapszin. De balans tussen bedrijvigheid, voorzieningen en woningen zorgt voor levendigheid, die door bewoners wordt gewaardeerd. Het doel is om deze kwaliteiten en de kleinschaligheid te behouden. De gemeente ziet vooralsnog alleen in Penningsveer mogelijkheden voor zeer beperkte uitbreiding buiten het bestaand bebouwd gebied. Nieuwe woningen kunnen alleen worden gerealiseerd door herstructurering of functiewijziging. Verder is er speciale aandacht voor Fort Penningsveer. Herstructurering Penningsveer In Penningsveer is, in de hoek van Penningsveer en de Lagedijk, een bedrijf gevestigd dat handelt in spoorbielzen en rijplaten. Indien het bedrijf op eigen initiatief zou verplaatsen, kan deze locatie worden herontwikkeld. Gedacht kan worden aan een functiewijziging van de bedrijfsfunctie naar een gemengde functie met wonen en werken. Ook is de herinrichting van het gebied met de Jachtwerf Penningsveer en de jachthaven aan de Lagedijk en omgeving wenselijk. Bij eventuele herstructurering van de locatie moet rekening worden gehouden met het nabijgelegen Fort Penningsveer. Hierbij kan worden gedacht aan zichtlijnen op het fort, vanaf de weg. Verder zijn op dit moment geen concrete locaties voorhanden binnen de kernen Haarlemmerliede, Penningsveer en Spaarnwoude die voor herstructurering in aanmerking komen.
Toekomstige ontwikkelingen sluit de gemeente niet uit, mits wordt voldaan aan de voorwaarde dat bestaande ruimtelijke en natuurkwaliteiten blijven of worden versterkt. Fort Penningsveer Fort Penningsveer maakt deel uit van de Stelling van Amsterdam. Voor de instandhouding en waardering van het fort is zowel een functionele invulling als de inpassing in het landschap Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
28
belangrijk. Onder functionele invulling wordt verstaan het gebruik van het fort dat de aantrekkelijkheid vergroot, de instandhouding garandeert en de monumentale waarde behoudt. Een maatschappelijke of lichte bedrijfsfunctie past binnen de gewenste invulling en wordt door de gemeente gestimuleerd. Voor de belevingswaarde van het fort is de inpassing in het landschap belangrijk. Het fort ligt nu verscholen achter bestaande bebouwing en groen. Dit doet geen recht aan de oorspronkelijke functie van het fort met een “vrij schootsveld”, een vrije ruimte om het fort heen. De gemeente wil het zicht op het fort verbeteren. Dat kan door hieraan aandacht te besteden bij ontwikkelingen in de directe omgeving, maar ook door het aanwezige groen anders te structureren door bijvoorbeeld bomen te kappen die het zich belemmeren. Relatie tot ontwikkeling Het plangebied bevindt zich binnen één van de twee aangegeven herstructureringslocaties binnen Penningsveer, namelijk op de hoek tussen de Lagedijk en Penningsveer. De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van drie vrijstaande woningen in de nabijheid van Fort Penningsveer. Vanwege de nabijheid van het fort is er in het ontwerp rekening gehouden met de zichtlijnen tot het fort. Paragraaf 4.3 gaat verder in op de landschappelijke inpassing.
Daarnaast voorziet de beoogde ontwikkeling in het omzetten van twee bedrijfswoningen naar burgerwoningen en het behoud van het rietdekkersbedrijf middels de functieaanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2' Conclusie De beoogde ontwikkeling is in lijn met de ambities uit de Structuurvisie Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2035.
3.3.2 Gebiedsvisie Penningsveer
De gebiedsvisie van Penningsveer is in augustus 2018 vastgesteld door de gemeenteraad van Haarlemmermeer. Binnen de gebiedsvisie worden de kwaliteiten en opgaven, en de kansen besproken. Binnen Penningsveer zijn vier kwaliteiten te onderscheiden, waaraan tevens een opgave is gekoppeld. Polderlandschap Haarlemmerliede is een waardevol natuurgebied en belangrijk als bufferzone, voor recreatief gebruik en met grote historische waarde. De buffer zorgt ook voor afkoeling en een beter klimaat in de omliggende steden Haarlem en Amsterdam. Echter verkleinen de nieuwe ontwikkelingen vanuit Haarlem de groene buffer. Door deze ontwikkelingen komt ook meer verkeersoverlast. De bestaande straten zijn niet voldoende breed om het verkeer op een veilige manier te regelen. Oeverlandschap Penningsveer ligt in het oeverlandschap van de Mooie Nel. De plaatsing en ervaring van het dorp vanuit het natuurgebied is waardevol. Het dorp met zijn fort, de molen en het historische dorpslint is zo een hoogtepunt in de ervaring van het landschap. De ervaring van de steeds dichterbij groeiende stad in het landschap bedreigt de pure beleving van het natuurgebied. Door de Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
29
verkeerstoename is het belangrijk het recreatieve langzaamverkeer en inwoners te beschermen tegen overlast en gevaarlijke situaties. Water dorpslint De historische waarde en de originele dorpslint is herken- en beleefbaar. De historisch gegroeide straat en zijn ruimtelijke beleefbaarheid is een belangrijk onderdeel van het dorpslint. De oevers hebben hun onderscheidende kwaliteiten; ofwel bewoond, ofwel natuurlijk. Door de waarde van de straat als erfgoed, is het een belangrijke opgave het karakter van het dorp te waren ook met meer verkeer op komst. Eventuele nieuwe woningbouw focust zich in de traditie van Penningsveer op een plek aan, of met zicht op, het water zonder de zichten op natuurlijke oevers en cultuurhistorische objecten (zoals het fort) geweld aan te doen. Het Fort Het Fort is een belangrijk onderdeel van de stelling van Amsterdam. Het voegt waarde aan het landschap toe en heeft een belangrijke sociale functie voor het dorp. De open inrichting maakt het Fort in de landschap beleefbaar. Door zijn sociale functie zal de rustige ligging van het Fort blijven bestaan. Versterken van de openheid van het landschap naar het Fort toe is een opgave, ook in toekomstige woningbouwontwikkelingen. Opgroeiende beplanting door niet gestuurd beheer, en een rommelige entreezone verminderen de beleefbaarheid van het Fort.
Uit de bovenste kernkwaliteiten en opgaven vloeien de volgende visiepunten voor Penningsveer voort: 1. Verbeteren verkeerssituatie dorpslint; 2. Zichtbaar maken van de cultuurhistorie; 3. Het polderlandschap en het water verbinden; 4. Water en natuur versterken. Relatie tot ontwikkeling Het plangebied bevindt zich in de nabije omgeving van het Fort Penningsveer. De beoogde ontwikkeling dient rekening te houden met de cultuurhistorische waarden rondom het Fort. Specifiek betekent dat voor de beoogde ontwikkeling dat de zichtlijnen behouden dienen te blijven, zie figuur 3.5. De landschappelijke inpassing wordt gemotiveerd in paragraaf 4.3 waarbij rekening is gehouden met de zichtlijnen vanaf het Fort. De omzetting van twee bedrijfswoningen naar burgerwoningen heeft geen invloed op de huidige zichtlijnen. Het behoud van het rietdekkersbedrijf en de toevoeging van de functieaanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2' hebben eveneens geen invloed op het behoud van de zichtlijnen.
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
30
Figuur 3.5: Uitsnede visiekaart Penningsveer, plangebied oranje omcirkeld.
Conclusie De beoogde ontwikkeling is in lijn met de Gebiedsvisie Penningsveer. Middels een landschappelijke inpassing zijn de zichtlijnen op het ontwerp toegepast, waardoor de cultuurhistorische waarden van het Fort Penningsveer behouden blijven.
3.3.3 Woonbeleidsprogramma 2019-2025 Haarlemmermeer
De ambities voor het woonbeleid van de gemeente Haarlemmermeer van de komende vijf jaar komen voort uit de regionale bouwtaak, lokale omstandigheden en vraag-aanbodverhoudingen op de woningmarkt. Na de kredietcrisis van 2007-2012 leek er aanvankelijk geen grote nieuwe bouwproductie nodig. Inmiddels is de economische situatie verbeterd. Er is nu sprake van schaarste in alle prijsen eigendomssegmenten. In juli 2019 heeft de Metropoolregio Amsterdam (MRA) de ‘Woondeal’ met het Rijk ondertekend. Hierin is afgesproken dat de regio aan de lat staat om voor het jaar 2040 230.000 nieuwe woningen in alle prijssegmenten bij te bouwen. Op basis van onze plancapaciteit kunnen we in Haarlemmermeer tussen tot 2040 circa 20.000 woningen toevoegen aan de voorraad. Om dit te bereiken is een versnellingsoperatie gestart. Naast de realisatie van 20.000 woningen binnen binnen twintig jaar, streeft de gemeente Haarlemmermeer in haar visie naar: grote en diverse bouwstroom realiseren; diversiteit in woonmilieus; diversiteit in prijs- en eigendomssegmenten; vitale en kwalitatief goede woningvoorraad in wijken en kernen; Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
31
beschikbaarheid van betaalbare woningen; goede huisvesting van aandachtsgroepen.
Relatie tot ontwikkeling Penningsveer behoort tot de dorpen, welke een meer lokale oriëntatie hebben. Bij bouwlocaties wordt de bestaande identiteit versterkt door in een ‘centrum-dorps woonmilieu’ te bouwen. Kleinschaligheid, gematigde dichtheden en functiemenging zijn uitgangspunt. In deze kernen verschilt de lokale opgave en dorpsidentiteit. Het bouwprogramma wordt op de kernspecifieke behoefte afgestemd. De identiteit in het noordelijk deel (Haarlemmerliede) wordt bepaald door het waterrijke en onbebouwde karakter. Daarnaast draagt de beoogde ontwikkeling van drie vrijstaande woningen bij aan het toevoegen van 20.000 woningen aan de totale woningvoorraad van de gemeente Haarlemmermeer. Het woonbeleidsprogramma geeft geen visie voor de diversiteit in prijs- en eigendomssegmenten voor Haarlemmerliede, maar de voorgenomen ontwikkeling sluit wel aan op de behoefte aan een vitale en kwalitatief goede woningvoorraad in wijken en kernen. Daarnaast worden de twee bedrijfswoningen omgezet naar burgerwoningen en blijft het rietdekkersbedrijf behouden. Het woonbeleidsprogramma staat hieraan niet in de weg. Conclusie De beoogde ontwikkeling is in lijn met het woonbeleidsprogramma 2019-2025 Haarlemmermeer en draagt bij aan het toevoegen van 20.000 woningen tot aan 2025.
Daarnaast is de beoogde ontwikkeling een kleinschalige ontwikkeling, wat aansluit bij de lokale oriëntatie van Penningsveer.
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
32
4 Toekomstige situatie In hoofdstuk 4 vindt een beschrijving van de toekomstige situatie plaats. Ten eerste wordt het plan nader toegelicht. Vervolgens wordt de ruimtelijke en functionele structuur beschreven. Daarna vindt een beschrijving van de landschappelijke inpassing plaats.
4.1 Planbeschrijving Het plangebied omvat de woningen Penningsveer 3 en 4 met hun achtererven en het terrein naast nummer 4. Het hele plangebied heeft nu de bestemming Bedrijf, volgens het bestemmingsplan Buitengebied. De woning Penningsveer 3 krijgt de bestemming Wonen; het achterterrein, met nummer 3A, behoudt de bestemming Bedrijf, maar met maximaal toegestaan milieucategorie 2, wat passend is om de huidige bedrijfsvoering te kunnen voortzetten, ook voor eventuele rechtsopvolgers. De woning Penningsveer 4 met achterterrein krijgt de bestemming Wonen. Daar worden geen bedrijfsactiviteiten meer verricht. Naast Penningsveer 4 was een opslagterrein van het voorheen gevestigde bedrijf. Naar aanleiding van een zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied over het nu besproken zijterrein en de hervestiging van het betreffende bedrijf naar Polanenpark is het bestemmingsplan Buitengebied gewijzigd vastgesteld: de mogelijkheid is opgenomen de bestemming zodanig te wijzigen dat er maximaal drie nieuwe woningen mogen komen. Dat is in de nota van zienswijzen van het bestemmingsplan Buitengebied te vinden onder nummer 2, direct na de bespreking van zienswijze nummer 1, die van GS van NoordHolland afkomstig was. Deze drie woningen vormen de nieuwe ontwikkeling in het plan.
De regels die aan de wijzigingsbevoegdheid zijn verbonden, verwijzen vooral naar de bestemming 'Wonen - 2' volgens artikel 18 van de regels van het bestemmingsplan Buitengebied. In de bouwregels van deze bestemming staat het volgende: “Voor het bouwen van woningen gelden de volgende bepalingen: a. het maximum aantal woningen binnen het bestemmingsvlak bedraagt 3; b. de inhoud van een woning mag niet meer dan 600 m3 bedragen; c. de afstand van de voorgevel tot aan de weg mag niet minder dan 5 m en niet meer dan 8 m bedragen; d. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder dan 4 m bedragen; e. een woning omvat één bouwlaag en dient van een kap te worden voorzien, waarvan de dakhelling niet minder dan 30° en niet meer dan 55° mag bedragen.” In de wijzigingsregels staat een belangrijk element. Dat is in artikel 3.6 sub b onder 2 als volgt omschreven: “met de situering van de woningen dient in voldoende mate rekening te worden gehouden met het vrije doorzicht vanaf de Lagedijk op het aangrenzende fort, zulks ter beoordeling van het bevoegd gezag.” Om meer zicht op het Fort Penningsveer te bewerkstelligen en te behouden dan op grond van de geldende bestemming afdwingbaar is, is ingestemd met een verkaveling en een voorlopig Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
33
woningontwerp welke beide qua maatvoering niet geheel in overeenstemming zijn met het geciteerde deel van artikel 18. Met name de onderlinge afstanden tussen de nieuwe woningen zijn minder dan volgens de geciteerde bepalingen. Dit betekent dat het vaststellen van een wijzigingsplan niet mogelijk is. Dit heeft ertoe geleid dat het voorliggende ‘reguliere’ bestemmingsplan is gemaakt. De grond waarop de drie nieuwe woningen zijn geprojecteerd, is verdeeld in drie kavels, kavel 1, 2 en 3. Kavel 3 bevindt zich op de kruising van de Lagedijk en Penningsveer, terwijl kavel 1 grenst aan de bestaande bebouwing aan de Penningsveer. Voor de woningen wordt een maximale goothoogte van 5,5 meter gehanteerd en een maximale bouwhoogte van 8,5 meter, welke zijn aangegeven op de verbeelding. In de tuinen van kavel 1 en 2 is een bouwvlak opgenomen voor een tuinhuis met veranda. Juist om de openheid richting het fort te optimaliseren, is de onderlinge afstand tussen de woningen ten opzichte van het geldend bestemmingsplan verkleind. Ook is de oriëntatie van de woning op kavel 3 gedraaid ten opzichte van de andere twee woningen, met hetzelfde oogmerk: verbreding van het zicht op het Fort Penningsveer. Om het zicht op het fort verder te waarborgen, is een waterpartij met een natuurlijke oever toegevoegd en zijn er eisen gesteld aan gedeelten van de kavels binnen deze zichtlijn vanaf de Lagedijk.
Figuur 4.1: Plattegrond toekomstige situatie (bron: PLaN! Ontwerp- en Tekenburo, april 2020).
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
34
Figuur 4.2: Impressie toekomstige situatie woning kavel 1 (bron: PLaN! Ontwerp- en Tekenburo, maart 2020).
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
35
Figuur 4.3: Impressie toekomstige situatie woning kavel 2 (bron: PLaN! Ontwerp- en Tekenburo, maart 2020).
Figuur 4.4: Impressie toekomstige situatie woning kavel 3 (bron: PLaN! Ontwerp- en Tekenburo, maart 2020).
4.2 Ruimtelijke structuur Het plangebied omvat een gebied van circa 4.750 vierkante meter ten zuiden van de kruising van de Lagedijk en de Penningsveer te Haarlemmerliede. De beoogde ontwikkeling voorziet een landschappelijke inpassing binnen het buurtschap Penningsveer, omdat de cultuurhistorische waarden van het Fort Penningsveer gewaarborgd dienen te worden binnen het plan. Door middel van zichtlijnen zullen de cultuurhistorische waarden rondom het Fort Penningsveer behouden blijven. De zichtlijnen worden binnen het bestemmingsplan mogelijk gemaakt door het tegengaan van vergunningvrij bouwen binnen het westelijk deel van het plangebied. Het plangebied bevindt zich aan het einde van de Lagedijk, de hoofdas die Spaarndam en Haarlemmerliede verbindt. Daarnaast is de Penningsveer de enige alternatieve route om Penningsveer te bereiken, vanuit de Waarderpolder in Haarlem. De stedenbouwkundige invulling van het plangebied zoekt aansluiting bij de bestaande karakteristieken van de omgeving passend bij het Fort van Penningsveer en het open landschap ten oosten van het plangebied. De volgende paragraaf motiveert de landschappelijke inpassing binnen het plangebied.
4.3 Landschappelijke inpassing Door Hosper is de landschappelijke inpassing opgesteld ten behoeve van de beoogde ontwikkeling. Het plangebied ligt in Penningsveer, op de hoek met de Lagedijk. Het plangebied
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
36
wordt geflankeerd door beschermde landschappen. Ten zuiden van het plangebied ligt Fort Penningsveer, met karakteristieke bebouwing. De bebouwing van Penningsveer bestaat vooral uit lintbebouwing, waarvan een deel drijvend en een deel met een collectief erf. Daarnaast is er een aantal grootschalige individuele gebouwen, zoals het fort en een aantal loodsen. In de Gebiedsvisie Penningsveer (opgesteld door H+N+S) wordt ruimte geboden voor nieuwe lintbebouwing en/of een nieuw collectief erf. Het plangebied ligt in een zone waar volgens de Gebiedsvisie nieuwe lintbebouwing mogelijk is, daarbij dient echter wel het zicht op het fort vanaf de kruising Lagedijk-Penningsveer open te blijven. De routes naar het plangebied voeren door het landschap en langs overwegend pittoreske bebouwing. Het plangebied vormt een schakel in de blauw-groene verbinding tussen het landschap ten westen en het landschap ten oosten van Penningsveer. Het zicht op het fort is afhankelijk van het standpunt van de kijker. Het bestaande nutsgebouwtje en de bestaande bijgebouwen achter de woningen vormen het beperkende kader waarbinnen het fort zichtbaar is. De open ruimte die zicht biedt op het fort, valt samen met de plek waar het plangebied belangrijk is als schakel in de blauw-groene landschappelijke verbinding. Het advies is om de nieuwe woningen buiten de zichtlijn op het fort te plaatsen.
Daarbij is het uitgangspunt dat de gevel van het fort vanaf de bocht volledig te zien moet zijn. Concreet betekent dit dat de woningen zo ver mogelijk naar het zuiden geplaatst moeten worden. Het heeft de voorkeur om de huidige zichtlijn volledig te handhaven, als dat niet mogelijk is dan kan deze eventueel iets beperkt worden.
Figuur 4.5: Zichtlijnen (bron: Hosper, 24 mei 2019).
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
37
5 Onderzoek en beperkingen 5.1 Water 5.1.1 Wet- en regelgeving Europese Kaderrichtlijn Water De kaderrichtlijn Water richt zich op de bescherming van water in alle wateren. Hiermee wordt beoogd vervuiling te voorkomen en te beperken, duurzaam gebruik van water te bevorderen, het aquatische milieu te beschermen en te verbeteren en de effecten van overstromingen en droogte in te perken. De algemene doelstelling is om een goede milieutoestand te bereiken voor alle wateren. Waterwet De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Ook is via de Invoeringswet Waterwet de saneringsregeling voor waterbodems van de Wet bodembescherming overgebracht naar de Waterwet. Naast de Waterwet blijft de Waterschapswet als organieke wet voor de waterschappen bestaan. Met de Waterwet zijn Rijk, waterschappen, gemeenten en provincies beter uitgerust om wateroverlast, waterschaarste en waterverontreiniging tegen te gaan. Ook voorziet de wet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, landbouw, industrie en recreatie. Afhankelijk van de functie worden eisen gesteld aan de kwaliteit en de inrichting van het watersysteem. Waterbeheerplan 5 2016-2021 In het “Waterbeheerplan 5 2016 – 2021” staat samen werken aan water centraal.
Zodat nu en in de toekomst in dit deel van Nederland waar onder zeeniveau gewoond, gewerkt en gerecreëerd kan worden. Het Hoogheemraadschap van Rijnland wil samen met zijn omgeving werken aan duurzaam en efficiënt waterbeheer tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Die toekomst wordt mede bepaald door trends in klimaat en maatschappij en de noodzaak om op duurzame wijze met onze omgeving om te gaan. De verwachte toename van neerslag en droogte, bodemdaling, verzilting zeespiegelrijzing en de verdergaande verstedelijking, leggen een steeds grotere druk op het watersysteem. De hoofdambitie is schoon water en droge voeten. Dit wordt bereikt door: Beschermen tegen overstromingen vanuit zee, de rivieren en het regionale watersysteem door een aanpak in drie lagen (meerlaagse veiligheid): preventie, adviseren over het beperken van de gevolgen van overstromingen (gevolgbeperking), en voorbereiden op een calamiteit. Zorgen voor schoon en gezond water dat past bij de verschillende functies in een gebied. Optimaliseren van de verwerking van het afvalwater en hergebruiken van de grondstoffen uit afvalwater. Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
38
Zorgen voor voldoende water: niet te veel en niet te weinig, passend bij het gebruik.
Riolering en afkoppelen Voor zover het bestemmingsplan nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, is het van belang dat er met Rijnland afstemming plaatsvindt over het omgaan met afval- en hemelwater. Overeenkomstig het rijksbeleid gaat Rijnland uit van een voorkeursvolgorde voor de omgang met deze waterstromen. Deze houdt in dat allereerst geprobeerd moet worden het ontstaan van (verontreinigd) afvalwater te voorkomen, bijvoorbeeld door het toepassen van niet uitlogende bouwmaterialen en het vermijden van vervuilende activiteiten op straat zoals auto’s wassen en chemische onkruidbestrijding. Vervolgens is het streven vuil water te scheiden van schoon water, bijvoorbeeld door het afkoppelen van hemelwaterafvoeren van gemengde rioolstelsels. De laatste stap in de voorkeursvolgorde is het zuiveren van het afvalwater. De doelmatigheid daarvan wordt vergroot door het scheiden van de schone en de vuile stromen. De gemeente kan gebruik maken van deze voorkeursvolgorde bij de totstandkoming van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP), waarin de uiteindelijke afweging wordt gemaakt en waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal staat. Keur Rijnland 2015 De Keur is een verordening van de waterbeheerder met wettelijke regels voor waterkeringen, watergangen en andere waterstaatwerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen) en voor kwelgevoelige gebieden.
Maar ook voor onttrekken en lozen van grondwater en het aanbrengen van verhard oppervlak. Het uitgangspunt van deze Keur is ‘ja, tenzij’: in beginsel zijn handelingen en/of werken in het watersysteem toegestaan, tenzij expliciet in deze Keur anders is bepaald. De Keur vermeldt expliciet welke handelingen vergunningplichtig zijn en welke aan algemene regels of aan de zorgplicht moeten voldoen. Wie bijvoorbeeld op een waterkering wil bouwen, moet een watervergunning aanvragen bij Rijnland (én een omgevingsvergunning bij de gemeente). In de Uitvoeringsregels die bij de Keur horen, is dit nader uitgewerkt. Waterplan Haarlemmermeer 2015-2030 De Strategische Samenwerkingsagenda Haarlemmermeer-Rijnland (verder Waterplan) is een samenwerkingsdocument tussen de gemeente en het hoogheemraadschap. Het geeft de situatie en problemen weer van het hele watersysteem (oppervlaktewater, hemelwater, grondwater en afvalwater) in Haarlemmermeer. Het stelt doelen met betrekking tot de riolering, het oplossen van infrastructurele knelpunten en nemen van maatregelen. Het Waterplan heeft onder andere als ambitie: het scheiden van vuil afvalwater en schoon regenwater; het tijdelijk bergen van water om extreme neerslag op te vangen; afvalwater als bron te gebruiken waaruit afvalstoffen en energie gewonnen kunnen worden.
Haarlemmermeer past bijvoorbeeld innovatieve ontwikkelingen toe bij het inzamelen van afvalwater zoals riothermie, het winnen van warmte uit afvalwater.
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
39
In het Waterplan worden ook grondwatermaatregelen beschreven, omdat deze een belangrijke link hebben met de rest van het watersysteem, zoals oppervlaktewater en de ruimtelijke inrichting. Daarnaast is er in het verleden onvoldoende aandacht besteed aan grondwater, waardoor een inhaalslag nodig is om aan de zorgplicht te voldoen. De maatregelen die genomen moeten worden om de doelstellingen voor het watersysteem te bereiken zijn verzameld in het uitvoeringsprogramma van het Waterplan. De financiering van deze maatregelen komt uit verschillende bronnen, waaronder het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2019 De gemeente is op grond van de Wet milieubeheer verplicht periodiek een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vast te stellen om invulling te geven aan haar zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Het GRP bevat rioleringsbeleid en een overzicht van alle aanwezige rioleringsvoorzieningen, inclusief de actuele toestand ervan en de te verwachten vervangingsperioden. Ook geeft het plan inzicht in de wijze waarop de riolering wordt beheerd, welke effecten er zijn voor het milieu en hoe het beheer wordt gefinancierd. De gedachten vanuit de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030, Proeftuin klimaatbestendige stad en het integraal Waterplan Haarlemmermeer 2015-2030 zijn ook van toepassing op het gemeentelijke riolerings- en grondwaterbeleid.
De rode draad in het beleid is dat de gemeente streeft naar een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem. Het GRP geeft basis de planning van nieuwe aanleg, plannen om vuiluitworp te reduceren en plannen voor beheer en onderhoud voor de komende vijfjaar, met een doorkijk naar de verdere toekomst. Bij nieuwbouw en verbouw is het gescheiden aanbieden van het afvalwater en het hemelwater het uitgangspunt. Voor nieuwbouwwijken en grotere reconstructiegebieden wordt uitgegaan van een zwaardere ontwerpnorm voor het rioolstelsel, waardoor zwaardere regenbuien minder snel overlast veroorzaken. Om overlast door grondwater te voorkomen voorziet het GRP in de aanleg van drainage in vijf wijken: Rijsenhout-Zuid, Pax, Graan voor Visch (Hoofddorp), Linquenda, Welgelegen (Nieuw-Vennep), en het uitvoeren van grondwatermaatregelen in Zwanenburg. Vanuit het Bestuursakkoord Water heeft de gemeente verdere invulling gegeven aan een verbetering van de samenwerking met omliggende gemeenten en met het Hoogheemraadschap van Rijnland.
5.1.2 Onderzoek De projectlocatie is gelegen binnen het beheergebied van het Hoogheemraadschap Rijnland. Ten behoeve van deze ontwikkeling is op 16 september 2020 de digitale watertoets doorlopen. Op basis van de gegeven antwoorden concludeert het systeem dat het Hoogheemraadschap Rijnland belang heeft bij de plannen. Op basis daarvan is op 16 september het plan toegestuurd met een toelichting op de plannen. Per email van 22 september 2020 heeft het Hoogheemraadschap een wateradvies toegezonden, waarin zij aangeven geen bezwaar tegen het plan te hebben (zie bijlage Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
40
2). Het advies is verwerkt in onderhavige waterparagraaf. Waar nodig is het advies meegenomen in de ontwikkeling. De beoogde ontwikkeling heeft geen (significant) negatief effect op de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse van de projectlocatie, mits de adviezen van het Hoorheemraadschap Rijnland worden opgevolgd. Waterkwaliteit Bij de totstandkoming van het project worden uitloogbare materialen, zoals lood, koper en zink niet toegepast, zodat schoon hemelwater hier niet mee in aanraking kan komen. Zo heeft de ontwikkeling geen negatief effect op de (grond)waterkwaliteit ter plaatse. Waterkwantiteit Het plangebied is in de huidige situatie bijna geheel verhard met een oppervlakte van 1.620 m². In de toekomstige situatie wordt water gegraven in de vorm van een sloot langs de Penningsveer. Daarnaast hebben de woningen een bebouwd oppervlak van 491 m², terwijl het gehele perceel 2.687 m² beslaat, exclusief de te graven sloot. De verharding neemt daardoor aanzienlijk af. De halfverharding bedraagt in totaal 329 m² als gevolg van opritten en terrassen. Daarnaast zal er binnen het plangebied water worden gegraven parallel aan de Penningsveer. Het nieuw te graven water vindt (deels) plaats in de waterkering. Hiervoor moet aangetoond worden dat de stabiliteit van de kering niet in het geding komt.
In Kavel 1 is een duiker aanwezig om de watergang langs de Penningsveer/waterkering Lagedijk te verbinden met het Fortgracht. Door het graven van een nieuwe verbinding kan deze duiker verwijderd worden. Deze duiker dient meegenomen te worden in de planvorming. Dammen met duikers worden gezien als dempingen. Dempingen moeten worden gecompenseerd door water te graven. Echter is dit voor de compensatie niet nodig, omdat er al voldoende water wordt toegevoegd door middel van de te graven sloot in het westen en noorden van het plangebied. Beschermde gebieden Het plangebied bevindt zich gedeeltelijk binnen de beschermingszone van de naastgelegen regionale waterkering. Daarnaast is het in het geldend bestemmingsplan 'BP Buitengebied' opgenomen dat het plangebied zich binnen de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' bevindt. Hierbinnen mogen geen gebouwen worden gerealiseerd, mits het gevoegd gezag hier een omgevingsvergunning voor verleend. Tevens ligt er op het plangebied een wijzigingsbevoegdheid, welke drie woningen mogelijk maakt, waardoor reeds aan wordt gegevens dat de gemeente Haarlemmermeer voornemens is hier woningbouw te realiseren. In Figuur 5.1 is de Leggerkaart weergegeven en in Figuur 5.2 is de toekomstige situatie binnen de legger weergegeven. De woningen worden gerealiseerd binnen de buitenbeschermingszone en beschermingszone.
De oprit van de woningen zal worden voorzien van een bruggetje, welke aangelegd dient te worden binnen de kernzone van de regionale kering.
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
41
Figuur 5.1: Uitsnede Legger regionale keringen Hoogheemraadschap Rijnland.
Figuur 5.2: Leggerkaart gecombineerd met plattegrond drie nieuwe woningen toekomstige situatie (bron: QGIS, eigen bewerking).
De inritten en woningen zijn gepland in de kern- en beschermingszone van de waterkering Lagedijk. De stabiliteit van de waterkering moet geborgd blijven en er mag dan ook niet gegraven worden in het profiel van vrije ruimte van de waterkering. De uitgangspunten voor bouwen, wegen en graafwerkzaamheden in de kering zijn terug te vinden in uitvoeringsregel 19, 25 en 20.
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
42
Riolering Het plan ligt in het buitengebied, waar in de riolering wordt voorzien door een systeem van persleidingen. Aan de noordkant loopt de persleiding gedeeltelijk over de kavel. Hetgeen resulteert in een belemmeringszone op de kavel, waar aan 1,5 meter aan weerszijden beperkingen gelden ten aanzien van bouwen, graven, diepwortelende beplanting, etcetera, omdat die strook nodig is voor toekomstig beheer en onderhoud. Ten behoeve van de realisatie van drie woningen dient nieuwe riolering binnen het plangebied aangelegd te worden. Deze nieuwe riolering zal echter wel aansluiten op de bestaande riolering in Penningsveer. De beoogde ontwikkeling voorziet in een gering aanbod van vuil water. Er is reeds sprake van lozing van vuil water vanaf de huidige kavel. Het extra aanbod is daardoor nog beperkter. Afgerond gaat het naar alle waarschijnlijkheid om een maatgevend debiet van 0.1m3/uur. De gemeente Haarlemmermeer heeft vooralsnog geadviseerd dat het uitvoeren van een rioolberekening niet noodzakelijk is.
5.1.3 Conclusie Ter plaatse van het plangebied zal ten behoeve van het voorgenomen initiatief extra water worden gegraven en het woondek ontworpen op de eisen van een 60 mm regenbui. Hiermee wordt voldaan aan de compensatieregeling van het Hoogheemraadschap en aan de Leidraad Duurzame Inrichting Openbare Ruimte. Het omzetten van een bedrijfswoning naar een burgerwoning resulteert niet in gevolgen op de waterhuishouding ter plaatse van Penningsveer 4. Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.2 Bodem 5.2.1 Wet- en regelgeving
Voor bodem en bodemverontreiniging is de Wet bodembescherming (Wbb) inclusief de aanvullende besluiten leidend. In de Wbb wordt een algemeen beschermingsniveau ingesteld voor de bodem ten aanzien van het voorkomen van nieuwe verontreiniging van de bodem. De Wbb geeft regels voor bodemverontreiniging, waarvan sprake is als het gehalte van een stof in de grond of in het grondwater de voor die stof geldende streefwaarde overschrijdt. Of een verontreiniging acceptabel is, hangt af van de aard van de verontreiniging en van de bestemming van de gronden.
5.2.2 Onderzoek De ontwikkeling omvat de realisatie van woningen. Woningen betreffen gevoelige functies in het kader van de Wbb, waarvan de gebruikers beschermd dienen te worden tegen onacceptabele verontreinigen in de bodem waarmee zij in aanraking kunnen komen. Ten behoeve van de planrealisatie is derhalve een bodemonderzoek uitgevoerd door onderzoeksbureau Terrascan. De rapportage d.d.13 april 2018 is opgenomen in de bijlagen bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing. De resultaten worden hieronder samenvattend besproken.
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
43
De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van ca. 2.600 m2 en betreft een bedrijfsperceel en een deel van het aangrenzende woonperceel. De locatie is deels bebouwd met enkele schuren en kantoorunits, maar grotendeels onbebouwd en tot voor kort in gebruik als opslagplaats van bouwmaterialen. Op het noordoostelijk deel van het perceel is een watergang gelegen. De locatie is nagenoeg geheel verhard met stelconplaten, puin, tegels en klinkers. Het bodemonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van het voornemen om op de locatie drie woonpercelen te ontwikkelen. De in het verleden aangetoonde bodem- verontreinigingen op het perceel vormen een belemmering voor deze ontwikkeling. Het doel van het onderzoek was meerledig: 1. Het geven van een representatieve actuele indicatie van de aanwezigheid van milieuschadelijke stoffen in de ophooglaag, onderliggende bodem en het ondiepe grondwater van het terrein, in samenhang met eventuele vroegere en huidige activiteiten op en rond het terrein (actualiserend bodemonderzoek conform NEN 5740). 2. Het vaststellen van de concentratie asbest in de ophooglaag en onderliggende bodem en de aard en omvang van de eventuele verontreiniging door asbest, teneinde te bepalen of er sprake is van een verontreiniging door asbest (nader onderzoek naar asbest in puin en bodem conform NEN 5897 en NEN 5707). 3.
Het vaststellen van de aard en omvang van de bodemverontreiniging door PAK in grondwater teneinde te bepalen of de verontreiniging door PAK in het grondwater leidt tot onaanvaardbare humane, ecologische en/of verspreidings- risico’s (nader bodemonderzoek conform NTA 5755). 4. Het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit en hergebruiksmogelijkheden van de waterbodem ter plaatse van de watergang aan de noordoostzijde van het perceel (verkennend waterbodemonderzoek conform NEN 5720). 1. Actualiserend bodemonderzoek Ter plaatse van het overgrote deel van de boringen is in de bodem vanaf het maaiveld afwisselend puin en puin- en bitumenhoudende grond aangetroffen tot een diepte van 1,5 à 2,0 m - mv. Lokaal is een laag aangetroffen die volledig uit bitumen bestond. In het puin en de puin- en bitumenhoudende grond zijn op diverse locaties zintuiglijk brandstofgeuren en oliewaterreacties aangetroffen. Hieronder bestond de bodem uit zintuiglijk schoon klei, zand en veen. Uit de analyseresultaten van de grond blijkt dat in de verdachte grond sterke verontreinigingen zijn aangetoond door PAK. Tevens zijn in de grond lokaal sterke verontreinigingen aangetoond door koper, lood, nikkel en/of zink. In de zintuiglijk schone ondergrond zijn ten hoogste lichte verontreinigingen aangetoond door kwik en PAK.
In het roodgrijze puin aan het maaiveld heeft geen van de organische parameters de maximale samenstellingswaarde overschreden. In het bitumenhoudend puin hebben de concentraties PAK en minerale olie de maximale samenstellingswaarde overschreden. Uit de analyseresultaten van het grondwater blijkt dat in álle peilbuizen sterke verontreinigingen zijn aangetoond door PAK.
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
44
2. Nader onderzoek naar asbest in puin en bodem Ter plaatse van het overgrote deel van de sleuven is in de bodem vanaf het maaiveld afwisselend puin en puin- en bitumenhoudende grond aangetroffen tot een diepte van 1,5 à 2,0 m - mv. Hieronder bestond de bodem uit zintuiglijk schoon klei, zand en veen. Zintuiglijk zijn lokaal asbesthoudende materialen aangetroffen in de puinhoudende grond. In de overige sleuven is bij de inspectie van de grove fractie in het puin en de grond geen asbesthoudend materiaal aangetroffen. De interventiewaarde van asbest in bodem op het noordoostelijk deel van het perceel wordt overschreden. Derhalve is er volgens de Wet bodembescherming sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De gewogen concentraties asbest op het overige deel van het terrein is gelegen onder de interventiewaarde. 3. Nader bodemonderzoek PAK in grondwater Ten behoeve van het bepalen van de omvang van de verontreiniging door PAK in het grondwater zijn bij het nader onderzoek peilbuizen op de perceelsgrenzen en diepere peilbuizen op het perceel geplaatst. Uit de analyseresultaten van het grondwater uit de peilbuizen die op de perceelsgrens zijn geplaatst blijkt dat hier ten hoogste lichte verontreinigingen door individuele PAK zijn aangetoond.
Uit de analyseresultaten van het diepere grondwater op het perceel blijkt dat in één peilbuis nog een sterke verontreiniging door PAK is aangetoond. De sterke verontreiniging door PAK in het grondwater op het perceel overschrijdt de grenzen van de onderzoekslocatie derhalve niet. De verspreiding van de verontreiniging naar het diepere grondwater is beperkt. 4. Verkennend Waterbodemonderzoek De waterbodem ter plaatse van de watergang bestond ter plaatse van alle boringen uit een laag zandig slib met een dikte van 20 à 40 cm. Hieronder is de vaste waterbodem gelegen die bestaat uit venige grond. In het zandige slib uit de watergang is een sterke verontreiniging aangetoond door PAK. Tevens zijn verhoogde concentraties metalen en minerale olie aangetoond. Het sterk door PAK verontreinigde slib wordt op basis van onderhavig onderzoek ingedeeld in de (water)bodemkwaliteitsklasse niet toepasbaar. Uit de toetsing van de analyseresultaten van de vaste waterbodem gelegen onder het slib blijkt dat op basis van de concentraties koper, kwik, lood en molybdeen de vaste waterbodem wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse wonen. 5.
Conclusie en advies onderzoek Op basis van de resultaten van veld- en laboratoriumonderzoek wordt geconcludeerd dat ter plaatse van de onderzoekslocatie sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging door PAK, metalen en asbest in de grond én PAK in het grondwater.
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
45
Alle puinhoudende grond binnen de onderzoekslocatie wordt beschouwd als sterk verontreinigd door PAK. Binnen deze verontreiniging bevinden zich lokaal tevens sterke verontreinigingen door nikkel, zink, lood, koper en asbest. Bij een gemiddelde dikte van de puinhoudende laag van 1,5 m en een oppervlakte van 2.600 m2 is er binnen de contouren van het perceel 3.900 m3 sterk verontreinigde grond gelegen. De oppervlakte van de grondwaterverontreiniging bedraagt ca. 2.200 m2. Bij een gemiddelde sterk verontreinigde grondwaterkolom van 2,5 m is er derhalve ca. 5.500 m3 sterk door PAK verontreinigd grondwater op de onderzoekslocatie aanwezig. De verontreinigingen zijn het gevolg van het ophogen van de onderzoekslocatie en de opslag van teerhoudende materialen in het verleden. De verontreiniging is ontstaan voor 1987 en betreft derhalve een historische geval van bodemverontreiniging. Bij de uitvoering van de risicobeoordelingen is gebleken dat de verontreinigingssituatie in grond en grondwater in de huidige situatie niet leidt tot onaanvaardbare humane, ecologische of verspreidingsrisico’s. Aangezien het voornemen echter is om op de locatie woonhuizen te realiseren zijn de eventuele risico’s ook berekend voor deze gebruiksfunctie.
Hieruit blijkt dat de verontreinigingssituatie in met name de grond mogelijk wel leidt tot potentiële humane risico’s als gevolg van de concentraties lood en asbest. Geadviseerd wordt om voorafgaand aan de realisatie van de woonpercelen een saneringsplan op te stellen en dit plan ter beoordeling voor te leggen bij het bevoegd gezag Wet bodembescherming (Omgevingsdienst IJmond namens de Provincie Noord- Holland). Doel van het saneringsplan zal zijn om de locatie geschikt te maken voor de gebruiksfunctie wonen met tuin. 6. Saneringsplan Milieukundige begeleiding van de uit te voeren bodemsanering zal door een deskundig bureau worden uitgevoerd. De sanering bestaat uit het ontgraven van grond in combinatie met het onttrekken en reinigen van grondwater. Voor de beheersing van de waterhuishouding is een tijdelijke damwand nodig om de toestroming van de naastgelegen fortgracht tegen te gaan, zoals te zien op onderstaande afbeelding. Een damwand is tijdens de sanering nodig om verdere verspreiding van de verontreiniging in het water te voorkomen. Een damwand is vergunningsplichtig, aangezien de damwand tijdelijk voor een verkleining van het wateroppervlak zorgt. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft op 25 oktober 2018 middels een toestemmingsbrief toestemming verleend voor het plaatsen van een tijdelijke damwand. Wel heeft het Rijksvastgoedbedrijf een voorwaarde gesteld.
Voor het werken in de fortracht dient er een vergunning in het kader van de waterwet te worden aangevraagd. Inmiddels is door het Hoogheemraadschap een watervergunning afgegeven.
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
46
Figuur 5.3: Dwarsprofiel opgesteld conceptueel model (bron: Terrascan).
5.2.3 Conclusie
Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Er zal een saneringsplan worden opgesteld voor het ontgraven van de verontreinigde bodem.
5.3 Flora en fauna 5.3.1 Wet- en regelgeving Sinds 1 januari 2017 is één wet van toepassing die de natuurwetgeving in Nederland regelt: de Wet natuurbescherming. De wet ligt in de lijn van Europese wetgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De Wet natuurbescherming vervangt de Boswet, de Flora- en Faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998. Wet natuurbescherming Via de Wet natuurbescherming wordt de soortenbescherming en gebiedsbescherming geregeld. De soortenbescherming heeft betrekking op alle, in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, op een aantal vissen, libellen en vlinders, op enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde diersoorten en op een honderdtal vaatplanten. Welke soorten planten en dieren wettelijke bescherming genieten, is vastgelegd in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Dat houdt in dat, bij planvorming, uitdrukkelijk rekening gehouden moet worden met gevolgen, die ruimtelijke ingrepen hebben, voor instandhouding van de beschermde soort. Gebiedsbescherming wordt geregeld middels de Natura 2000-gebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming moet uitgesloten worden dat significante negatieve effecten optreden in Natura 2000-gebieden.
Hier kan sprake van zijn wanneer een ontwikkeling binnen een Natura 2000-gebied plaatsvindt, maar ook stikstofdepositie kan verslechterende gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die als Natura 2000-gebied zijn aangewezen. Deze gevolgen kunnen significant zijn wanneer een plan, project of handeling leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die overbelast zijn. Voorheen Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
47
gold hier de regeling Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) voor, maar naar aanleiding een tweetal belangrijke uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (mei 2019) is deze regeling komen te vervallen. Als gevolg hiervan dient in Nederland voor elk project een stikstofdepositieberekening uitgevoerd te worden. Wanneer uit de rekenresultaten een hogere depositie dan 0,00 mol/ha/jaar, kan al sprake zijn van een significant negatief effect. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. NNN is tevens opgenomen in de Omgevingsverordening van de provincie. Indien het projectgebied in het NNN gelegen is, verlangt de provincie een 'neetenzij-toets'. Afhankelijk van de provincie kan dit ook gelden voor projectgebieden in de nabijheid van het NNN.
5.3.2 Onderzoek Ten behoeve van de ontwikkeling is door IDDS een quickscan uitgevoerd naar de effecten op beschermde soorten. De rapportage van IDDS is bijgevoegd in bijlage 5 bij voorliggende (bestemmingsplan)toelichting. Daarnaast is er door Mees Ruimte en Milieu een stikstofdepositieberekening uitgevoerd, welke is terug te vinden in bijlage 5 van deze toelichting. De resultaten worden in deze paragraaf per onderdeel beschreven. Soortenbescherming Het plangebied bestaat merendeels uit braakliggende grond met stelcon betonplaten. Twee kleine containers en twee schuren en een botenhuis zijn de enige opstallen. Geen van deze opstallen zijn van steen. Bomen zijn in het plangebied niet aanwezig. Vleermuizen In het plangebied bevinden zich geen voor vleermuizen geschikte potentiële vaste rust- en verblijfplaatsen vanwege het ontbreken van geschikte invliegopeningen in de opstallen. Het gebied maakt geen deel uit van een lijnelement en wordt daardoor niet gebruikt als vaste vliegroute van vleermuizen. Het is daaro uitgesloten dat de voorgenomen werkzaamheden negatieve effecten hebben op vaste rust- en/of verblijfplaatsen en vaste vliegroutes van vleermuizen. Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen (beschermde soorten) zoogdieren aangetroffen. Voor eventueel aanwezige algemene soorten geldt de zorgplicht.
Vaatplanten Geconcludeerd kan worden dat de aanwezige vaatplanten geen beschermde status hebben en ontwikkelingen niet in de weg staan.
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
48
Vogels Tijdens het veldbezoek zijn geen vogels waargenomen in het plangebied. Huismus, of andere jaarrond beschermde soorten, zijn niet aanwezig en worden in de toekomst vanwege ongeschikt biotoop ook niet verwacht. Algemene soorten vogels kunnen wel in het plangebied gaan broeden, met name in het riet langs de oever. Geadviseerd wordt het plangebied voor aanvang van het broedseizoen ongeschikt voor broedvogels te maken door het riet en het overige groen kort te houden (regelmatig maaien). Amfibieën en reptielen Beschermde amfibieën en reptielen kunnen op basis van verspreidingsgegevens worden uitgesloten. Algemene soorten kikkers worden gezien het biotoop wel verwacht aanwezig te zijn. Hiervoor geldt de zorgplicht. Overige beschermde soorten Met beschermde ongewervelde diersoorten hoeft op grond van biotoop en verspreidingsgegevens geen rekening gehouden te worden. Conclusie soortenbescherming Uit deze quickscan is naar voren gekomen dat het onwaarschijnlijk is dat met de plannen vaste rust- en verblijfplaatsen of belangrijk leefgebied van beschermde soorten wordt aangetast. Binnen het plangebied komen geen vleermuizen, grondgebonden zoogdieren, vogels, amfibieën en reptielen, vaatplanten of overige soorten. De zorgplicht uit de Wet natuurbescherming is daarnaast altijd van toepassing.
Gebiedsbescherming Nabij de projectlocatie zijn de navolgende Natura 2000-gebieden gesitueerd: Kennemerland-Zuid op circa 4,0 km afstand van het plangebied; Polder Westzaan op circa 7,8 km afstand van het plangebied; Noordhollands Duinreservaat op circa 11,9 km afstand van het plangebied. Overige Natura 2000-gebieden zijn op grotere afstand gelegen van de beoogde ontwikkeling waar mogelijk nog een bijdrage kan worden berekend. In de onderstaande figuur is een kaart opgenomen met de ligging van de projectlocatie ten opzichte van de omliggende natuurgebieden.
Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
49
Figuur 5.4: Uitsnede kaart Natura 2000-gebieden, projectlocatie rood omcirkeld (bron: QGIS, eigen bewerking).
De AERIUS-calculator 2020 geeft als uitkomst van de berekening dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn. Het aspect stikstof vormt geen belemmering bij de realisatie van het voorgenomen initiatief en het aanvragen van een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming is dan ook niet noodzakelijk. Met de huidige invoer van gegevens is het tevens niet nodig om gebruik te maken van eventueel vrijgekomen ruimte in het stikstofregistratie systeem. Daarnaast is de ontsluitingsweg op een afstand korter dan 5 kilometer gelegen. De berekening met het SRM2 model in AERIUS 2020 voldoet op basis van de uitspraak van de RvS in de zaak ViA15.
5.3.3 Conclusie Ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
5.4 Cultuurhistorie en archeologie 5.4.1 Wet- en regelgeving Nederland tekende in 1992 het Verdrag van Malta dat de omgang met het Europees archeologisch erfgoed regelt. Aanleiding voor dit verdrag was dat het Europese archeologische erfgoed in toenemende mate bedreigd werd. Niet alleen door natuurlijke processen of ondeskundig gebruik van het bodemarchief, maar ook door ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervangt 6 wetten op het gebied van cultureel erfgoed vervangen en sorteert hiermee voor op de komende omgevingswet. Door de wetten te bundelen en een aantal regels te vernieuwen is de wetgeving minder versnipperd. In de Haarlemmerliede Penningsveer 3-4
50
Erfgoedwet staat onder andere; wat cultureel erfgoed is; wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe Nederland daar toezicht op houdt. De Erfgoedwet gaat over de bescherming van het cultureel erfgoed. Er is ook erfgoed in ruimtelijke ordening (de leefruimte om ons heen). Hoe Nederland daarmee omgaat staat in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. In de gemeentelijke nota Erfgoed op de kaart (2011) ligt de nadruk op de gebieden van materieel erfgoed, waarvoor nog geen beleid bestaat, of waarvoor vanwege wettelijke verplichtingen aanpassingen noodzakelijk zijn. Het gaat hier om drie terreinen: cultuurlandschappen, archeologie en gebouwde monumenten. De gemeente had tot op heden alleen beleid op het gebied van gebouwde monumenten in de vorm van een monumenten- en subsidieverordening. Een beleidsnota op het gebied van monumentenzorg, cultuurlandschappen en archeologie ontbrak. In de nota wordt uiteengezet hoe de gemeente omgaat met de archeologische zorgplicht (bescherming van het bodemarchief) in ruimtelijke plannen en bij vergunningverlening.