2025-12-18 Raad
Tekst van het document
Van ons mag je ook CPI gebruiken, maar vervolgens een correctie toepassen, als het maar uiteindelijk neerkomt op dat realistische en daadwerkelijk uitgegeven bedrag. Als laatste punt willen we zeggen dat we het jammer vinden dat dit Verslag raad der gemeente Haarlemmermeer 18 december 2025
17
rapport niet in de praktijk daadwerkelijk ook is uitgevoerd, dus daarom zouden we ook aan de Rekenkamer willen meegeven om een vervolgonderzoek hierop te doen. Maar dit probleem zien we ook in de organisatie. Er wordt veel focus gelegd op de theoretische benadering. Bomen die te snel financieel worden afgeschreven en objecten die in Excel staan die aan het einde van de levensduur zijn en daarom vervangen moeten worden. Wij vinden dat dit niet de juiste insteek is, kijk ook daadwerkelijk wanneer een object klaar is en laat groen lekker groeien en zorg dat het niet te vroeg gemaaid gaat worden. Dit bespaart geld en is ook nog goed voor de flora en fauna. Hier willen we het bij laten, voorzitter. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel, mijnheer Zuyderwijk. Dan gaan we naar Forum voor Democratie. Nee, die zag u niet aankomen. Ik heb begrepen dat onze voorzitter van de raad graag af en toe een beetje wil husselen. Aangezien u alle veertien simultaan uw handen opstak dacht ik, nou, laat ik daar eens mee beginnen. Dus mevrouw Antolini, u heeft het woord. Mevrouw ANTOLINI: Dank u voorzitter. Vandaag hebben we het over het onderzoek van de Rekenkamer en dat geeft ons als raad een belangrijk signaal. We hebben onvoldoende zicht op hoe effectief en efficiënt het beheer en onderhoud van onze openbare ruimte werkelijk is.
Bij vier van de vijf beleidsdoelen ontbreken passende indicatoren en inwoners worden nauwelijks structureel betrokken. Daardoor is het voor de raad lastig om ook goed te beoordelen of we onze doelen halen. Daarnaast blijkt, andere partijen hebben het ook al benoemd natuurlijk, dat onze begroting op een aantal punten te optimistisch is ingeschat. De CPI-index sluit niet goed aan bij de werkelijke kosten in de grond-, wegen waterbouwsector, wat jaarlijks leidt tot bijstellingen in de voorjaarsrapportage. Het onderzoek laat ook zien dat in het verleden streefwaarden zijn verlaagd om binnen het budget te blijven, maar dat heeft juist geleid tot achterstallig onderhoud. Voorzitter, zulke keuzes zijn op lange termijn niet efficiënt en ook niet in het belang van onze inwoners. Wij kunnen de aanbevelingen van de Rekenkamer ook volledig volgen. Wij benadrukken daarom ook de volgende vier punten. Realistisch begroten, heldere en complete indicatoren, meer betrokkenheid van de raad en aandacht voor uitvoeringscapaciteit. Dus tot zover, voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Antolini. Dan gaan we naar Sociaal Rechts, Haarlemmermeer, SRH, de heer Beusenberg. U heeft het woord. De heer T.M. BEUSENBERG: Dank u wel, voorzitter. Nou, u begint een beetje voorspelbaar te worden ondertussen met de volgorde.
Voorzitter, de inwoners van Haarlemmermeer verdienen een straat die schoon is, een stoep die heel is en een buurt die veilig voelt. Dat is geen luxe, dat is de basis. Maar die basis staat onder druk. We zien dat onderhoud wordt uitgesteld, kwaliteitsnormen naar beneden worden bijgesteld en dat de raad pas wordt geïnformeerd als er al een probleem is ontstaan. En dan is het te laat en vaak ook te duur. Het college zegt, we doen het goedkoop. Maar goedkoop is geen compliment als het ten koste gaat van kwaliteit. Want als je vandaag bespaart op onderhoud, betaal je morgen de prijs. En die prijs betalen onze inwoners met meer overlast, meer risico's en uiteindelijk hogere kosten. Beheer en onderhoud is geen sluitpost. We moeten realistisch begroten en stoppen met kunstgrepen, stoppen met verkeerde indexatie en stoppen met jaarlijkse noodgrepen van achterstallig onderhoud. En ja, ook de raad moet verantwoordelijkheid nemen. Niet alleen bijplussen als het fout gaat, maar vooraf duidelijke keuzes maken. Welke kwaliteitsniveaus willen we, wat accepteren we niet en hoeveel mag dat kosten? Tot slot, voorzitter. Als we willen dat de openbare ruimte van iedereen is, dan moeten we onze inwoners ook structureel betrekken. Niet alleen bij incidenten, maar bij het beleid zelf. Want goed onderhoud begint met luisteren.
Laten we vandaag kiezen voor grip, voor kwaliteit en bovenal voor onze inwoners. Dank u wel.
Verslag raad der gemeente Haarlemmermeer 18 december 2025
18
De VOORZITTER: Dank u wel, mijnheer Beusenberg. Dan gaan we naar de ChristenUnie-SGP, mevrouw Hup. U heeft het woord mevrouw Hup. Mevrouw HUP: Dank u wel voorzitter, allereerst willen wij de Rekenkamer bedanken voor het onderzoek. Er valt op het gebied van beheer en onderhoud nog zeker het een en ander te verbeteren. Maar uit het rapport blijkt dat ook niet alles misgaat. Daar zijn we als partij erg blij mee. Waarom wilden wij dit onderzoek? Nou, dat was tweeledig. Ten eerste omdat er door de raad een bepaald kwaliteitsniveau werd verondersteld en hier gedurende het jaar extra budget voor wordt gevraagd. En ten tweede bleek uit het onderzoek dat het niveau van onderhoud tot verbazing van de raad, laag was. Wat betreft dit laatste hebben wij moeten constateren dat er geen onderzoek is gedaan of het onderhoud waarvan je aanneemt dat het een bepaald niveau heeft, ook daadwerkelijk dat niveau heeft. Om een voorbeeld te noemen, als een straat geveegd is, is deze dan ook echt schoon? Weet de wethouder wellicht of de gemeente deze plek daarna controleert? Of dat een extern onafhankelijk bedrijf dit uitvoert? Graag een reactie van het college als dat kan. Wat betreft het eerste punt, het kwaliteitsniveau en het extra budget, daar geeft het rapport een aantal duidelijke verbeterpunten. Prijsstijging en inflatie moeten beter geïndexeerd worden.
En wat onze fractie betreft kan het echter niet zo zijn dat nu, met het rapport in de hand, de geldkraan opengezet kan worden. Wij verwachten van het college dat voor dit budget, dat uitgetrokken is voor onderhoud, ook daadwerkelijk het beste onderhoud geleverd gaat worden. Wij begrijpen dat vergelijken moeilijk is, maar dat er indicatoren onder de loep moeten worden genomen lijkt ons dan weer duidelijk. Hiervoor kan naar indicatoren die andere gemeenten gebruiken gekeken worden. Het uitstel van onderhoud geeft op de middellange termijn en lange termijn meer kosten denken wij en op de korte termijn een gevoel van onveiligheid in de wijk. Tot slot, wij roepen het college op adequaat en inventief te handelen en bedrijven die zijn gecontracteerd zich aan de afspraken te laten houden met betrekking tot het uit te voeren werk in het belang van de burgers in Haarlemmermeer. Tot zover, voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Hup. Dan gaan we naar D66, de heer Bier. De heer BIER: Allereerst is D66 heel blij met de bovenliggende conclusie dat we veel doen voor relatief weinig. Er is geen sprake van wanbeheer. Verder wil ik alleen even de aanbevelingen afgaan. Ik begin bij de laatste. Die vinden we kansrijk.
Wat kunnen we aan bewoners, aanpalende eigenaren van percelen overlaten, zonder dat het algemene belang verloren gaat? Want niet iedereen zal blij worden als de buurman begint met tegelen, zelfs niet als de stoep in het bestemmingsgebied groen valt. Aanbeveling 3 is hard in ontwikkeling via de methode Duisenberg. Er werd ook al wat gezegd over: wat werkt, wat werkt niet. Er zijn er heel veel waar je uit kunt kiezen. Dat is nog niet zo makkelijk, hoe kies je een KPI die werkt. Aanbeveling 2 is wat ons betreft overbodig. Wijzigt het gewenste uitvoeringsniveau echt elk jaar? En realistisch begroten is een must, daar worden diverse goede suggesties voor gedaan. De rolling forecast is er feitelijk al, als ik de bestuurlijke reactie goed gelezen heb, al noemen we het nu bijstellingen in de P&C-cyclus. Technisch spreek je dan misschien niet meer van verrassingen, maar we vinden het wel een geitenpaadje om de conclusie heen. Op dit moment zijn de kostenoverstijgingen de expliciete aanleiding om het over beheer en onderhoud te hebben. Dat zouden de meer kwalitatieve indicatoren moeten zijn. Tot slot de rol van beheer en onderhoud. We merken dat we slecht toekomen aan de nodige vervangingsinvesteringen. Onder andere vanwege krappe financiële ruimte. Juist beheer en onderhoud heeft een grote rol in de total cost of ownership.
We geven over de looptijd waarschijnlijk meer uit aan onze buitenruimte dan de initiële investering. Ja, dank u wel. De VOORZITTER: Cliffhangers. Dat op deze avond. Het is een leuke kersttraditie als u binnen de spreektijd blijft krijgt u een highfive van de voorzitter. We gaan naar Forza! Ik denk mevrouw Hogervorst? Ja, ik wil het een beetje spannend houden.
Verslag raad der gemeente Haarlemmermeer 18 december 2025
19
Mevrouw HOGERVORST: Ja, dank u wel, voorzitter. Het Rekenkameronderzoek Grip op beheer en onderhoud bevestigt een ongemakkelijke waarheid. In Haarlemmermeer doen we weliswaar veel met weinig geld, maar sturen we onvoldoende. En dat is geen ambtelijk probleem, dat is politieke verantwoordelijkheid. De Rekenkamer is helder. Het beheer is op korte termijn doelmatig, maar de raad heeft weinig grip op de doeltreffendheid en op de kwaliteit op lange termijn. Jaarlijks worden wij geconfronteerd met bijstellingen, extra kredietaanvragen en reparaties via de voorjaarsrapportage. Dat voelt misschien als incidentenpolitiek, maar laten we eerlijk zijn, het is structureel beleid geworden. Voor Forza! is dit de kern. Wie grip wil, moet vooraf keuzes maken. We blijven begroten met de CPI, terwijl iedereen weet dat de kosten in de grond-, weg- en waterbouw structureel hoger stijgen. Dan moeten we niet verbaasd zijn dat we elk jaar moeten bijplussen. Dat is geen transparant bestuur en het helpt de raad niet bij zijn kaderstellende rol. Voorzitter, de Rekenkamer laat ook zien dat wij als raad nauwelijks kunnen beoordelen of het beleid werkt. Bij vier van de vijf beleidsdoelen ontbreken goede kwaliteitsindicatoren. Inwoners wordt niet structureel gevraagd hoe zij hun openbare ruimte ervaren.
Dan praten we wel over schoon, heel en veilig, maar weten we eigenlijk niet wat dat is en of we dat ook leveren. Forza! vindt dat onacceptabel. Kwaliteit moet meetbaar zijn en herkenbaar voor inwoners anders is sturen onmogelijk. Daarnaast staat de uitvoeringskracht onder druk. Personeelstekorten, een enorme vervangingsopgave en langdurige projecten leiden tot uitstel en noodoplossingen. Dat kost uiteindelijk meer geld en gaat ten koste van de leefbaarheid in wijken en dorpen. Blijven doorgaan op deze manier betekent dat we problemen vooruitschuiven. Voorzitter, als onderwerp voor de tweede termijn zouden wij graag slimmer organiseren, dicht bij de dorpen, door onderhoud op te delen per dorpskern en te werken met meerdere lokale en regionale uitvoerders. Vergroten we de capaciteit, verlagen we de kosten en verbeteren we de kwaliteit. Lokale ondernemers kennen het gebied, maken minder kilometers en kunnen sneller schakelen. Dat is gezond verstand. De Waterwolf blijft daarin een belangrijke partner voor specialistisch werk, calamiteiten en als leerbedrijf. Maar geen monopolie. Concurrentie waar het kan en publieke inzet waar het moet. Voorzitter, afrondend. De boodschap van Forza! is simpel. Stop met jaarlijkse noodverbanden. Neem als raad de regie terug. Begroot realistisch, maak kwaliteit zichtbaar en organiseer het beheer slimmer en lokaal.
Dat is geen luxe, maar noodzaak om Haarlemmermeer leefbaar, veilig en betaalbaar te houden. Vandaag en in de toekomst. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Hoogevorst. Dan gaan we naar... even kijken, laten we het aan het lijstje houden: mijnheer Spijker, u voelt hem al aankomen, EEN Haarlemmermeer. U bent aan het woord zo. U heeft het woord mijnheer Spijker. De heer SPIJKER: Dank u wel, voorzitter. EEN Haarlemmermeer ziet een duidelijke boodschap van de Rekenkamercommissie aan de raad. Wij zijn geschokt door het tekort aan de werkcapaciteit bij de gemeentelijke organisatie en de aannemers. Ook de relatief lage werkstreefwaardes zorgen voor een risico op achterstallig onderhoud en de hoge kosten. Dan hebben we natuurlijk ook de gebiedsgerichte aanpak van werk met werk. Ja, dat klinkt logisch. Maar als dit complexe projecten betreffen die een grote kans op vertraging hebben, moeten eerst maar even standaardbeheer- en onderhoudstaken gewoon als eerste worden uitgevoerd en de complexe acties later anders hebben we een groot probleem. Het is duidelijk dat er beter moet worden samengewerkt met Meerlanden en de Waterwolf. Zij voeren opdrachten veel goedkoper uit dan de dure externe opdrachtgevers. Dus waarom zou de gemeente hier geld verspillen? Ons advies. Het is zeer duidelijk dat in de begroting al jaren wordt gesneden op budgetten van beheer en onderhoud.
Wat zorgt voor een negatieve spiraal in de status van onze openbare ruimte. Dus laat de raad in de volgende voorjaarsnota en begrotingen ruimer budgetteren. Dit was mijn bijdrage. Dank u wel, voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel, mijnheer Spijker. Dan gaan we naar Lid Koolmoes. U heeft het woord, mevrouw Koolmoes.
Verslag raad der gemeente Haarlemmermeer 18 december 2025
20
Mevrouw KOOLMOES: Ja, dank u wel, voorzitter, wat fijn. Voorzitter, ik hoor mijn collega's meermaals aangeven dat het college het kwaliteitsniveau destijds naar beneden heeft gezet. Vanwege bezuinigingen in 2019, dacht ik. Voorzitter, in 2019 was het de raad die de beslissing heeft genomen. Dat waren wij. Wij hebben onze kaderstellende rol niet goed gedaan, denk ik. De keuze was weliswaar gegeven door het college, maar het was de raad die daarvoor stemde. Wij hebben dat destijds tenslotte gedaan. En toentertijd gaf ik al aan: een verlaging van de kwaliteitsindicatoren leidt op termijn tot hogere kosten. In gewoon Nederlands, wij hebben als raad destijds geprobeerd te bezuinigen, door de kwaliteit van de openbare ruimte te versoberen. Dat leek misschien logisch, maar op de langere termijn blijkt dit juist duurder uit te pakken. Doordat de kwaliteit wat lager werd gelegd, is het beheer en onderhoud minder gericht uitgevoerd dan voorheen. En dat hebben we allemaal gezien in het straatbeeld, met als gevolg dat achterstallig onderhoud en extra herstelkosten zich opstapelden. De VOORZITTER: U krijgt een interruptie mevrouw Koolmoes van de heer Boels, VVD. De heer BOELS: Ja, dank u wel voorzitter. Ja ik heb het idee dat wij een ander rapport gelezen hebben. Want op zich de statements die Lid Koolmoes doet, dat zal best, alleen dat staat niet in het onderzoek.
Dus ik zou vriendelijk willen verzoeken om het bij het onderzoek te houden en bij de conclusies en aanbevelingen. De VOORZITTER: Mevrouw Koolmoes. Mevrouw KOOLMOES: Ja, voorzitter, ik begrijp dat mijnheer Boels het vindt, maar daar komen we natuurlijk vanzelf terecht. Ik heb zo lang de tijd, ik heb wel twee hele minuten, dus ik kom daar vanzelf op. De VOORZITTER: Gaat u verder. Mevrouw KOOLMOES: Dus ik ga maar weer verder. Met als gevolg dat het achterstallige onderhoud en de extra herstelkosten zich opstapelen. En ik zal het vandaag nog duidelijker aangeven, wij hebben als raad niet goed genoeg opgelet. We hebben dit laten gebeuren. Wat betreft de aanbevelingen uit het rapport en ik bedank ook de Rekenkamer uiteraard voor dit rapport weer, ik ondersteun de aanbevelingen 1, 3 en 4. Want bij aanbeveling 2 zegt de bestuurlijke reactie al dat ze elke actualisatie in het beheerplan een informatieve avond gaan beleggen en ze gaan ook meer werken met startnotities. Dus ik zou niet weten wat we dan nog meer bij aanbeveling 2 moeten gaan doen. Tot zover, voorzitter. De VOORZITTER: Ja, u zit zeker in de tijd. Het gaat misschien zelfs een record worden dat jullie gewoon allemaal binnen de tijd blijven. Nou is dat natuurlijk geen doel, maar het is wel fijn. Dan gaan we naar de PvdA, mevrouw Denie. U heeft het woord, mevrouw Denie. Mevrouw DENIE: Nou, dank u wel, voorzitter.
Eens even kijken, er is al ontzettend veel gezegd en zeker bij de punten van GroenLinks sluiten we ons aan. Er is wel een aantal dingen die wij graag nog willen uitlichten en dat is eigenlijk het puntje over het cluster B&O beter betrekken bij de inrichting van de openbare ruimte. We hebben het vorige week over een ander Rekenkameronderzoek gehad en ook daar werd al een opmerking gegeven over de bestuurlijke reactie daarop en ook hier staat dan dat het college zich niet herkent in het beeld dat de Rekenkamer schetst. En wij hebben er toch wel wat vraagtekens bij. We willen dan ook aan het college vragen 'hoe zit dat nou?' Want eigenlijk zegt u daarmee indirect dat de werknemers liegen, dat het niet klopt wat ze zeggen. Dus graag daar een reactie op. Wij zijn namelijk van mening dat als je van tevoren goed afstemt met elkaar, je minder druk op de ambtelijke capaciteit hebt, want nu is het steeds dweilen met de kraan open en oplossen van plannen
Verslag raad der gemeente Haarlemmermeer 18 december 2025
21
van problemen die voorkomen hadden kunnen worden. En ik denk dat dit het wel is voor vandaag. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel mevrouw Denie. Dan gaan we naar de HAP. Ik vermoed de heer Klaassen, klein vermoeden. Mijnheer Klaassen, u heeft het woord. De heer KLAASSEN: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, wij weten hoe belangrijk de openbare buitenruimte is. Het is de plek waar elke dag alle inwoners gebruik van maken. De ruimte, die moet op orde zijn. Over de kosten is de laatste periode vaak gedebatteerd, maar HAP zegt duidelijk: op kwaliteit moeten we geen concessies meer doen, zoals in het verleden wel is gebeurd. Haarlemmermeer is groot, dus ja, dat kost wat, maar of het nu noord, oost, zuid of west is, de kwaliteit moet overal goed en controleerbaar zijn. Als raad geven wij het college mee in welke kwaliteitsnormen de omgeving onderhouden moet zijn. Zo kan beleid worden gemaakt, uitvoerende instanties worden aangestuurd en weten we als raad in welke kaders wij moeten controleren. Dan even over de aanbevelingen. Het college stelt dat het hanteren van de GWW-index in plaats van de CPI-index, dat is de grond-, werktuig- en waterbouwindex in opzicht van de consumentenprijsindex, tot meer kosten leidt. Dit lijkt ons niet noodzakelijk. Wel doen wij een verzoek. Rapporteer in de P&C-producten beide indexcijferpercentages.
Zo kan de raad in één oogopslag zien of een extra budgetaanvraag voortkomt uit het verschil tussen CPI en GWW, of dat er andere factoren spelen. Dit helpt ons als raad om efficiënt en effectief te sturen. Daarnaast missen wij concrete data, of zijn ze voor ons niet eenvoudig te vinden. Over hoeveel vierkante meter buitenruimte hebben we het eigenlijk? En wat valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente en de provincie? Zonder deze basisinformatie blijft sturen lastig. Ja, hij doet het weer. Ook zien wij dat er vijf beleidsdoelen zijn waarvan er vier voor verbetering vatbaar zijn. Voor HAP is het een signaal dat er werk aan de winkel is. We bedanken de Rekenkamer voor haar onderzoek en zien graag uit naar de opvolging. Voor HAP is het cruciaal dat de kostenstijging helder wordt geduid en ligt het in de inflatie of externe factoren en dat wij als raad beschikken over de juiste data en instrumenten om effectief te sturen. Tot slot, voorzitter. Openbare buitenruimte is voor inwoners het meest tastbare onderdeel van het gemeentelijk beleid. Thuiskomen in een groene, nette omgeving geeft een prettig en veilig gevoel. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel, mijnheer Klaassen. En dan zijn alle partijen hier aanwezig geweest voor de eerste termijn. De heer Sidali van Lid Sidali is niet aanwezig, zoals eerder vermeld.
Een vraag aan het college om te reageren op de vragen die aan u zijn gesteld. Mocht u een verduidelijkende vraag willen stellen, niet zijnde nieuwe vragen, dan kunt u in de arena om een interruptie vragen. Mevrouw Steffens, u heeft het woord. Wethouder STEFFENS: Dank u voorzitter. Wat heerlijk dat u het al de arena noemt. Dat belooft wat. Even, in zijn algemeenheid zijn we blij met de conclusies van de Rekenkamer, waar ze eigenlijk laat zien dat er geen reden is om aan te nemen dat het beheer en onderhoud niet doelmatig is. En ook de indruk, en een aantal van u heeft daar ook in uw bijdrage iets over gezegd, dat we best heel veel werk verzetten voor weinig geld. Minder geld per vierkante meter dan in andere gemeenten die men vergelijkbaar acht. En ook constateert de Rekenkamer dat we over het algemeen heel goed in staat zijn om onze streefwaarden te realiseren maar wij herkennen ons ook in de aanbeveling die daarbij hoort dat we moeten blijven zoeken naar passende indicatoren bij de activiteiten die we doen. Dat is niet altijd makkelijk, maar wel belangrijk. Ook zegt de Rekenkamer dat er geen sprake is van tekortschietende budgettaire controle en zegt daarbij dus ook dat verzoeken om extra budget nodig zijn vanwege aanwijsbare bijzondere omstandigheden.
En ik wil u meegeven, want ik meen dat er ook een vraag over is gesteld, ik dacht door mijnheer Sulmann, daar kom ik dan zo nog even op terug, dat de zaken waar wij de nieuwe budgetten voor aanvragen, gaan over Vernieuwing Openbare Ruimte. Daarvoor hebben we onlangs een nieuwe rapportage aan u voorgelegd, waarmee we ook proberen om het inzicht en de Verslag raad der gemeente Haarlemmermeer 18 december 2025
22
transparantie te vergroten, zodat dat voor u ook beter te volgen is. Ook de nieuwe opzet van het programma Fysieke Leefomgeving gaat daaraan bijdragen. Het beeld dat wij vanuit het college hebben is eigenlijk dat we op de goede weg zijn. We zijn er nog niet en een aantal aanpassingen, zoals die ook worden voorgesteld in de aanbevelingen van de Rekenkamer, kunnen dat ook nog beter maken. Voorzitter, dan een aantal hele, hele concrete vragen waarvan ik af en toe even de hulplijn heb ingeschakeld. Dus dan snapt u misschien dat ik een heel technisch antwoord geef. Maar om even te beginnen met mijnheer Boels, die eigenlijk vraagt bij aanbeveling 1: kunt u daar iets over uitleggen, over die extra capaciteit die u nodig heeft? En die zit hem vooral in de afdeling Financiën, die ons aangeeft dat het echt een ingewikkelde zaak is als we op het ene beleidsveld met deze indexatie gaan werken en bij een ander met de ander. En u heeft daar met elkaar al verschillende voorbeelden van genoemd. Mijnheer Klaassen zei 'misschien moeten we ze allebei rapporteren in de programmabegroting'. En u gaat daar vast ook nog in de tweede termijn met elkaar over in gesprek. Dus daar gaan we naar luisteren om te kijken of daar misschien nog mooie ideeën uit voortkomen. Voorzitter, ik zei het al, mijnheer Sulmann had een vraag.
Hij zei eerst dat we het basisniveau maar net halen en ik wil eigenlijk tegen hem zeggen, wat ik net ook probeerde te zeggen toen ik het had over de VOR-budgetten, dat we het basisniveau overal halen maar dat het de investeringen zijn die af en toe vertraging oplopen. Dus daar zit wel een verschil in. Hij zei ook en daar heeft een aantal van u iets over gezegd, iets over aanbeveling 4 waar staat B&O is te weinig betrokken en B&O die zegt: daar herkennen we ons niet in en dat is hoe het is. Ik schrok dan ook erg van mevrouw Denie, die vervolgens de conclusie trekt dat wij dan zeggen dat werknemers liegen. Nee, werknemers liegen niet. Het is zo dat het bureau dat een onderzoek heeft gedaan een conclusie trekt en dat wij, vanuit hoe wij vervolgens de bestuurlijke reactie vormgeven, natuurlijk nagaan bij de medewerkers die mee hebben gedaan aan die interviews, of dit de conclusie is die zij kunnen onderschrijven en het antwoord was nee. Daarom hebben wij geschreven dat wij ons niet herkennen in die conclusie van de Rekenkamer. De VOORZITTER: U heeft een aanvullende vraag mevrouw Denie? Mevrouw DENIE: Dank u wel voorzitter. Ik wil alleen even zeggen dat ik het vervelend vind dat de wethouder schrok, maar dat het een vraag was en geen harde conclusie. De VOORZITTER: Mevrouw Steffens. Wethouder STEFFENS: Dank u, voorzitter. Nee, ik verstond toch echt, u zegt dat werknemers liegen.
Vandaar dat ik daar zo op reageer. Voorzitter, dan nog even terug naar D66. U zei dat aanbeveling 2 overbodig lijkt, want het is toch niet zo dat het niveau van de kwaliteit elk jaar wordt aangepast. Dat is een terecht punt. Het bijstellen van het beheerniveau, voor welk onderdeel dan ook, gaat altijd via de raad en dat gebeurt zeker niet elk jaar. Dus ik hoop dat dit voldoende antwoord is op de vraag die u had bij deze aanbeveling. En dan nog even, voorzitter, nee, die heb ik volgens mij gehad, de opmerking van mijnheer Klaassen die iets zei over beide indexpercentages benoemen. Voorzitter, ik denk dat ik alles heb gehad en ik hoor dat het, iemand roept dat het niet zo is, voorzitter. De VOORZITTER: O, ChristenUnie-SGP nog een vraag. Wethouder STEFFENS: Ja voorzitter, nee dat was ook een hele concrete vraag, namelijk wie controleert nou de uitvoering van het werk? Dat doen onze toezichthouders. Dus die zijn gewoon in dienst van de gemeente Haarlemmermeer. Dank u voorzitter. De VOORZITTER: Dan concludeer ik dat, aangezien iedereen blijft zitten, dat alle vragen zijn beantwoord en dan sluiten we de eerste termijn af. Dan gaan we naar de tweede termijn. Ik wil eerst even, voordat we op de inhoud ingaan, ophalen waar we het over willen hebben. Ik heb drie dingen in Verslag raad der gemeente Haarlemmermeer 18 december 2025
23
ieder geval gehoord. Allereerst natuurlijk het amendement van BVNL, daar zullen we ook mee beginnen. U mag even antwoorden via uw eigen spreekgestoelte, om het maar even zo te zeggen. Dat is efficiënter voor nu. Mijnheer Boels van de VVD, u heeft een motie benoemd. Wilt u die ook bespreken? De heer BOELS: Ja, maar het wordt een amendement. De VOORZITTER: Het wordt een amendement, dus dat wordt een tweede amendement, dus die komt erna. Ik heb Forza! een opmerking horen maken over slimmer organiseren. Dat is denk ik een onderwerp. Ja, u knikt instemmend. Dat is altijd fijn. Dan heb ik natuurlijk de twee, dat had ik u beloofd aan het begin van het debat, de suggesties van de Rekenkamer voor het debat zijn namelijk 1, het bespreken van de aanbevelingen van de Rekenkamer. U heeft allen in eerste termijn daar al een eerste aanzet op gegeven en de bestuurlijke reactie van het college op de conclusies aanbevelingen van de Rekenkamer. En mijnheer Zuyderwijk? De heer ZUYDERWIJK: Ja, klein orde…, nou vraag misschien eerder. Het amendement van BVNL, wanneer wordt de reactie van het college dan gedaan? De VOORZITTER: Formeel is het nog niet ingediend en is het nog ter bespreking, maar ik kan me voorstellen dat het handig is om daar een reactie op te hebben, maar ik weet even niet hoe we dat het beste kunnen doen.
Laten we eerst even kijken of dat vragen oproept en dan kunnen we altijd bij het indienen alsnog formeel een reactie aan het college vragen. Ja, en dat indienen zal dan waarschijnlijk op 15 januari 2026 zijn, dus het is vanavond niet ter stemming. Het amendement is natuurlijk altijd op een raadsvoorstel. Dat kan niet afzonderlijk worden ingediend. Dan mevrouw Koolmoes. Mevrouw KOOLMOES: Mag ik ook nog een tweedetermijnonderwerp inbrengen? Over de participatie wil ik nog even in tweede termijn. De VOORZITTER: Ja, dan schrijf ik participatie op. Dan hebben we vier onderwerpen. Dan komen we volgens mij het debat wel rond. Dan wil ik vragen aan de heer De Ruiter om bij het spreekgestoelte plaats te nemen, kort uw amendement toe te lichten inderdaad. En dan is de vraag aan de raad om vragen te stellen en in debat te gaan in de arena. Mijnheer De Ruiter. De heer DE RUITER: Dank u, voorzitter. Voorzitter, dit amendement wijzigt het raadvoorstel op drie punten, zonder afbreuk te doen aan de aanbevelingen van de Rekenkamer. De Rekenkamer laat zien dat het beheer en onderhoud in Haarlemmermeer doelmatig is, dat hebben we ook al eerder gehoord, maar de kosten structureel onder druk staan en dat de raad weinig grip ervaart door incidentele bijstellingen en impliciete keuzes. Met dit amendement versterken wij de rol van de raad op drie manieren.
Ten eerste vragen wij dat bij structurele kostenstijgingen niet automatisch extra middelen worden gevraagd, maar dat de raad expliciet inzicht krijgt in de beschikbare keuzemogelijkheden binnen het bestaande budget. Ten tweede stellen wij voor dat nieuwe beleidsambities die leiden tot extra beheer of onderhoudslasten, alleen worden voorgelegd aan de raad als de financiële uitvoeringsconsequenties helder zijn gemaakt. En ten derde vragen wij om jaarlijks inzicht welke onderhoudsactiviteiten of kwaliteitsaspecten niet zijn uitgevoerd, zodat de keuzes niet impliciet, maar expliciet worden gemaakt. Dit amendement verandert het raadsvoorstel dus niet inhoudelijk, maar versterkt de kaderstellende rol van de raad. En volgens mij heb ik daar eerder op de avond ook al voorstellen voor gehoord. Tot zover. De VOORZITTER: Dank u wel mijnheer De Ruiter. Dan de uitnodiging aan de raad om in de arena in debat te gaan. De heer Boels en mevrouw Koolmoes. De heer Boels.
Verslag raad der gemeente Haarlemmermeer 18 december 2025
24
De heer BOELS: Ja voorzitter als mevrouw Koolmoes naar mij gaat luisteren dan denk ik ook dat het fijn is dat ik als eerste mag. Ik waardeer de inzet, voorzitter, van de heer De Ruiter ten zeerste om onze kaderstellende en controlerende taken te versterken. Wij zijn daar ook van. Tegelijkertijd zijn dit nou precies drie zaken waarvan ik denk, ja, dat doen we al. Bij alle drie. Dus daar heb ik wat moeite mee. Ik bedoel, het is niet dat ik ertegen ben, maar ja, dit doen we al. Dus ik wil graag, de heer De Ruiter vragen, via u uiteraard voorzitter, wat dan precies verandert als we dit aannemen want voor mij en voor onze fractie is het wat overbodig op deze manier. De VOORZITTER: Mijnheer De Ruiter. De heer DE RUITER: Ja, voorzitter. We doen het al, zegt mijnheer Boels. Maar tegelijkertijd heb ik ook vanavond gehoord dat de ambities, bijvoorbeeld over de kwaliteit van de uitvoering, door deze raad destijds zijn bijgesteld. Nu klagen we dat het niet goed genoeg zou zijn. Althans, geluiden in die richting heb ik ook gehoord. Eerder op de avond gaf mevrouw Koolmoes al aan dat dit nou juist iets was waar de raad specifiek om gevraagd heeft.
Dus het enige wat dit voorstel beoogt is dat we dat expliciet terugbrengen bij onderdelen, op gebieden waar bijgestuurd zou moeten of kunnen worden en dat we bijvoorbeeld de keuze krijgen: we gaan door met hetzelfde budget, maar dan kan de portefeuillehouder bijvoorbeeld voorleggen dan wordt de kwaliteit minder of u gaat er geld bij geven raad. En dan komt het van ons en dan komt de sturing ook expliciet van ons. De VOORZITTER: Nou, u bent terug mevrouw Koolhoes. De microfoon staat wel erg hoog. Mevrouw KOOLMOES: De microfoon staat ingericht op mijnheer Boels denk ik, voorzitter. Voorzitter, wat mijnheer De Ruiter zegt kan ik wel volgen, maar het gaat om twee verschillende dingen. Het amendement zegt iets anders dan de kwaliteitsimpuls. Voor de kwaliteitsimpuls, die zou ik zelf persoonlijk ook graag wat hoger willen zetten, moet er ook een zak geld naartoe en dat kan gewoon met een motie. Straks hebben we de voorjaarsrapportage, geven we een zakje geld en we zeggen tegen het college dat er dan zit natuurlijk, hier heb je geld en breng het kwaliteitsniveau weer omhoog naar de norm die het voor 2019 had bijvoorbeeld. Maar dit is iets anders dan wat u in uw amendement zegt. Want in uw amendement haalt u dingen aan die we al doen want we kunnen elk jaar zien wat we niet hebben gedaan of wat er wel is gedaan. Tot zover.
De VOORZITTER: U begon zo goed door via de voorzitter te praten. Laten we er scherp op blijven. Mijnheer Bier. De heer BIER: Dank u wel, voorzitter. Geld of alternatieven? Volgens mij stellen we een uitvoeringsniveau of een welstandsniveau, een uitvoeringsniveau vast voor de omgeving. Als we dat niet halen komt er geld bij. Ik denk dat we dan inderdaad precies doen wat we willen. Dat is de keuze al. En om dan op basis van één onderwerp, dat op dat moment voorligt, het hele idee over uitvoeringsniveaus om te gooien lijkt me geen goed idee. De VOORZITTER: Mijnheer Klaassen. De heer KLAASSEN: Ja, ik wil inderdaad exact hetzelfde als de heer Bier zeggen. Op het moment dat een kwaliteitsniveau vastgesteld wordt door de raad, dan kan het college daar niet zomaar van afwijken, dan wel zelf naar beneden bijstellen. De VOORZITTER: Mevrouw Hogervorst.
Verslag raad der gemeente Haarlemmermeer 18 december 2025
25
Mevrouw HOGERVORST: Eerder, via u, vroeg de heer Boels aan mevrouw Koolmoes: welk onderzoek heeft u gelezen? Maar ik vraag me een beetje af welk onderzoek de heer Boels heeft gelezen. Want er staat wel duidelijk in hapklare blokken door de Rekenkamercommissie dat het eraan schort. Dus ik kan me wel vinden in het amendement en we kunnen allemaal de andere kant op kijken en het college kan het mooi toedekken als: wij er herkennen ons er niet in. Maar Forza! geeft al langer aan dat er heel veel problemen zijn bij het onderhoud en dat daar iets aan moet gebeuren. De heer BOELS: Tja voorzitter, oh hij doet het bij mij wel. Ja, wat zal ik hier eens van zeggen? Want uiteindelijk, wat ik aangeef is dat wat de heer De Ruiter van BVNL beoogt met zijn amendement, dat is precies wat we al hebben gedaan. We hebben beheerplannen vastgesteld. Tot mijn grote irritatie, want dat moge duidelijk zijn. Maar ja, het werkt wel zoals het werkt. Datzelfde geldt voor overzichten waar projecten niet uitgevoerd worden. Dat vind ik ook superirritant, maar dit amendement gaat daarbij niet helpen, want het ligt er al en dat is precies het punt. De VOORZITTER: Mevrouw Hogervorst. Mevrouw HOGERVORST: Voorzitter, blijkbaar doen we dan toch nog steeds iets niet goed, want het gaat niet goed. En de Rekenkamer heeft alleen een theoretisch onderzoek gedaan.
Als we ook een onderzoek hadden gedaan onder de inwoners en onder de uitbestedingen, dan hadden er nog veel schokkendere resultaten uitgekomen, want ik heb dat onderzoek namelijk wel gedaan. De VOORZITTER: Schokkende resultaten, mijnheer Boels. De heer BOELS: Ja, of mevrouw Hogervorst, voorzitter, begrijpt het zelf niet. De VOORZITTER: Nou, laten we het hierbij houden. Dan gaan we naar de heer Bier. U mag reageren. De heer BIER: Dank u wel, ik dacht dat u hem wilde afronden. Ja, over smaak valt te twisten en dus ook over beheersplannen. Dus als hier nu iets voorligt dat er een bepaald plan extra geld nodig heeft om een bepaald niveau te halen, ja, dan kan de ene partij vinden dat het best een tandje minder kan en de andere zegt gooi er tegels over, want dan zijn we er in één keer vanaf voor tien jaar. Wat we vaststellen aan beheersplannen is denk ik toch wel wat het moet blijven en dan kiezen we liever voor een voorstel met extra geld en nog liever voor een realistische begroting inclusief de toepassing van een correcte inflatiecorrectie. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan zie ik niemand meer in de arena staan dus nu wil ik aan u vragen, mijnheer De Ruiter, om het onderwerp af te ronden.
De heer DE RUITER: Ja, dank u voorzitter en dank ook aan mijnheer Bier voor zijn bijval, want dit is volgens mij precies wat het amendement beoogt om op het moment dat er om dergelijke bijsturing gevraagd wordt en dat de keuze voorligt, gaat het om meer geld of gaan we de plannen bijstellen, gaan we het beheerniveau bijstellen? Dan is de raad op dat moment aan zet en dat is wat dit amendement mogelijk maakt. Dus ik ga ervan uit dat de fractie van D66 daarmee in kan stemmen. Tot zover. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan gaan we naar het volgende onderwerp en dan wil ik de heer Boels van de VVD vragen om naar het spreekgestoelte te komen voor het amendement. U heeft het woord, mijnheer Boels. De heer BOELS: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik zou het graag met de collega's willen hebben over aanbeveling nummer 1, de budgetten voor beheer en onderhoud realistischer te begroten. Ja en ik Verslag raad der gemeente Haarlemmermeer 18 december 2025
26
overweeg eigenlijk voorzitter, om een amendement in te dienen om de drie woorden, dit kan bijvoorbeeld, gewoon te schrappen. Namelijk, de budgetten voor beheer en onderhoud realistisch te begroten door en dan volgt die trits. Ik voel aan alle kanten aan dat het verschil tussen de CPI-index en de GWW-index, dat is 20 procentpunt sinds 2015, dus het is niet een klein verschil maar een groot verschil. Ik voel aan alle kanten aan dat dit prima uitvoerbaar is. Er wordt niet concreet gemaakt hoeveel extra capaciteit dat dan kost. Dus in die zin denk ik, ja, het zal vast wat extra capaciteit kosten, maar dat geloof ik dan wel als het niet concreet wordt. Dus laten we dat dan vooral ook doen, zodat we realistischer begroten, zodat we wat meer blijven bij wat de daadwerkelijke kosten zijn. Dus op die manier, voorzitter, zou ik het graag willen doen en ik sta uiteraard aan alle kanten ervoor open om ook andere punten hiervan verder te amenderen, want ja, volgens mij moeten we hem daarmee scherp maken. De VOORZITTER: Voordat ik naar mevrouw Koolmoes ga, wil ik de raad verzoeken om het een beetje stil te houden. Er is een hoop rumoer, een hoop geroezemoes en dat leidt af. Dus graag het verzoek om een beetje stil te houden. Mevrouw Koolmoes. Mevrouw KOOLMOES: Ik laat me niet zo snel afleiden hoor, voorzitter. Voorzitter, mijnheer Boels zegt iets dat we al jaren eigenlijk roepen.
Ik denk dat ik het ook al meerdere keer heb gezegd: we moeten realistischer het budget bekijken. Aan de andere kant hebben wij, ik meen anderhalf jaar geleden, ook wel weer gekort. Want voor de contracten, driejarige contracten zijn het vaak, werd toen nog maar geld gegeven voor een eenjarig contract, wat ook weer zorgt dat die contracten weer duurder werden. Dat logisch is, een driejarig contract is altijd iets goedkoper dan een eenjarig contract. Daar was de VVD ook bij. Wat hadden we dan toen anders moeten doen, voorzitter? Vraag ik via u aan mijnheer Boels. Hadden we toen niet ook kaderstellen de rol moeten pakken en moeten zeggen, joh, we geven geld voor 3 jaar, want anders wordt het weer duurder. Maar ik ben het in de basis gewoon met u eens mijnheer Boels. De VOORZITTER: Ja, dat 'met u' gaat dan toch weer net fout, mevrouw Koolmoes. Het is het makkelijkste dat u naar mij praat en zegt: die mijnheer Boels, die zegt allerlei dingen, dan kun je nooit u gebruiken. Het klinkt een beetje kinderachtig, maar het is een paar weken geleden natuurlijk niet helemaal lekker afgelopen in een bepaald debat. Dus we zijn als voorzitter, zoals de burgemeester al zei, wat strenger geworden op hoe wij elkaar aanspreken in de arena. Mevrouw Koelmoes. Mevrouw KOOLMOES: Mijnheer de voorzitter, mijn excuus. Uiteraard praat ik altijd via u, met u.
De VOORZITTER: Het zeggen van ik praat via de voorzitter maakt het nog niet dat u via de voorzitter praat. Dus via de voorzitter u dit, u dat. Zo werkt het dus. Mevrouw KOOLMOES: Mijnheer de voorzitter, misschien moeten we een keer een sessie erover afspreken. De VOORZITTER: Ik denk dat dit een heel goed idee is om dat met de nieuwe raad te doen. Ik denk dat u daarop wilt reageren. Eerst mijnheer Klaassen en dan mijnheer Bier. De heer KLAASSEN: Ja, voorzitter, dank u wel. Voorzitter, op het moment dat wij de bestuurlijke reactie van het college lezen over de GWW-index, de CPI-index, wordt er ook gesteld dat de CPI-index voor de gehele organisatie in één keer wordt gepakt en daarmee de ambtelijke capaciteit, dat het werk scheelt. Op het moment dat we de GWW-index gaan beheren op het stukje beheer en onderhoud, dan kost dit veel extra ambtelijke capaciteit, zoals in het Rekenkameronderzoek bestuurlijke reactie geschreven wordt. Ja, en die bestuurlijke capaciteit, die ambtelijke capaciteit, die hebben we op dit Verslag raad der gemeente Haarlemmermeer 18 december 2025
27
moment niet. Dus is mijn vraag aan het college, kunnen we dan de GWW-index in ieder geval noteren in de P&C-producten, zodat we een duidelijkheid hebben waar de eventuele prijsstijging vandaan komt, of dat door de indexatie komt, of door externe factoren. De VOORZITTER: Ik begrijp dat mijnheer Zuyderwijk op u wil reageren. Dus mijnheer Zuyderwijk. De heer ZUYDERWIJK: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, ik zou graag van de heer Klaassen willen weten hoe moeilijk het is om een ander indexcijfer te pakken. Je pakt een ander indexcijfer en die komt wel beter uit met het realistische bedrag. Het lijkt me niet heel moeilijk en ik kan me niet voorstellen dat er andere capaciteit nodig is om dat te bewerkstelligen. En als de heer Klaassen wel denkt dat het nodig is, dan zou ik graag willen weten hoe meer mensen meer werk oplevert. De VOORZITTER: Mijnheer Klaassen. De heer KLAASSEN: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, mijnheer Zuyderwijk stelt dat ik iets zou moeten doen. Als mijnheer Zuiderwijk hier vragen over had, dus hij ze in eerste termijn aan het college kunnen vragen en daar een reactie op kunnen krijgen, want dit is namelijk de bestuurlijke reactie van het college op het Rekenkameronderzoek en niet mijn reactie op de bestuurlijke reactie van het college Rekenkameronderzoek. De VOORZITTER: Gebruik punten. Nog een korte reactie van mijnheer Zuyderwijk en dan ga ik naar de heer Bier.
De heer ZUYDERWIJK: Natuurlijk Dat hebben we ook natuurlijk gezegd, maar we hebben hetzelfde antwoord gekregen. Dus vandaar dat wij geen extra vervolgvraag daarop hebben gesteld. Maar ons punt is meer van de heer Klaassen is het hiermee eens en wij kunnen er zelf geen beeld bij hebben hoe dit meer capaciteit scheelt, of oplevert, of nodig is. En de heer Klaassen is het daar wel blijkbaar mee eens. En als de heer Klaassen daar geen antwoord op heeft, dan geeft dat denk ik aan dat dat dus niet nodig is. De VOORZITTER: We wijken inmiddels redelijk af van het onderwerp, dus ik wil eigenlijk naar de heer Bier gaan. De heer BIER: Dank u wel. Het voorstel was om iets dwinger te zijn in advies 1 of aanbeveling 1. D66 wil graag het vertrouwen houden dat het college kan omgaan met een aangenomen raadsvoorstel straks waarin een oproep staat en gelet op het belang dat de diverse partijen er hieraan hechten ook echt aan de gang gaat met de voorgestelde mogelijkheden om tot een realistischere begroting te komen. De VOORZITTER: Mijnheer Boels wilt u reageren? De heer BOELS: Natuurlijk voorzitter, wil ik dat. Ik hoorde mooie reacties, waarvoor dank collega's. Laat ik beginnen bij het laatste, want dat zit dan nog fris in ieder geval in mijn geheugen.
Als je het hebt over vertrouwen houden in wat het college dan doet als we een aanbeveling op deze manier overnemen, dat ben ik uiteraard helemaal met de heer Bier eens want dat zou ik ook het liefste doen. Tegelijkertijd, de bestuurlijke reactie geeft eigenlijk aan dat het college helemaal niet van plan is om dat te gaan doen, omdat het het gewoon niet eens is met die aanbeveling op deze manier. Dus ja, als we die aannemen, heb ik wel wat twijfel inderdaad gekregen of die dan wel uitgevoerd gaat worden. Vandaar dat ik het wat krachtiger wil hebben. De VOORZITTER: Ja, mijnheer Zuyderwijk. Verslag raad der gemeente Haarlemmermeer 18 december 2025
28
De heer ZUYDERWIJK: Ik zou nog willen reageren op de vraag van de heer Boels. Wij kunnen het als fractie van GroenLinks helemaal eens zijn met het weghalen. We zien jaar op jaar dat wij niet het werkelijke bedrag goed begroten. Dus het lijkt me goed om aanpassingen aan te passen. De Rekenkamer heeft goede voorstellen gedaan om dat te doen. Als we kijken naar de bestuurlijke reactie, dan wordt, zoals de heer Boels ook al aangeeft, dat eigenlijk op veel punten niet uitgevoerd. Dus het lijkt ons goed om dat stukje gewoon weg te halen en dat op deze manier mee te nemen. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel mijnheer Zuyderwijk. Dan kijk ik nog even rond in de raad. Ja, de heer Bier nog. Toch wel. De heer BIER: Ja, want ik zat nog even na te denken over de reactie op mijn bijdrage. We hebben de index GWW, we hebben de index CPI. Ja, daar zit de prijs van koffie ook in. Ik weet dat de overheid allerlei indexcijfers heeft, ook voor indexatie loon medewerkers bij de overheid. Dan zijn er nog veel meer onderwerpen binnen de begroting waar we veel specifiekere indexen op kunnen loslaten, anders dan de GWW op kwaliteit, fysieke ruimte. Het lijkt me eerlijk gezegd ook wel een beetje buiten de orde van deze agenda te gaan. Ik wil er toch wel vertrouwen in hebben dat het wordt opgepakt met een aangenomen raadsvoorstel op dit punt. De VOORZITTER: Dank u wel, mijnheer Bier.
En in het bijzonder welkom in het publiek aan mevrouw van 't Hull, van harte welkom in de vergadering. Dan gaan we naar de heer Boels. De heer BOELS: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, het was zo jammer. Totdat de heer Bier begon te spreken had ik namelijk kunnen zeggen op de bijdrage van GroenLinks: ik weet niet wat ik meemaak. We zijn het met elkaar eens. Dus in die zin denk ik, voorzitter, inderdaad moeten wij daar wat aan doen. Het is fijn als we dat wat krachtiger kunnen formuleren. Ik sta uiteraard open om daar even goed naar te kijken, dat het ook uitvoerbaar is. Dus laten we dat erbij houden. Ik heb nog twee vragen gehoord. Eén is van Lid Koolmoes, die vroeg wat hadden we eigenlijk anders moeten doen? Ja, het leuke is, dat hebben we ook gedaan door juist de motie die leidde tot het Rekenkameronderzoek aan te nemen. Want die zorgt ervoor dat we er nu meer grip op gaan hebben. Want die irritatie of dat vervelende gevoel, dat hebben we allemaal kennelijk ervaren en daar gaan we nu wat mee doen. En dan nog ten slotte, voorzitter, ik heb ook de heer Klaassen van de HAP gehoord over dat het werk scheelt als je één indexcijfer hanteert. Ja, dat geloof ik direct. Dat lijkt me ook logisch, maar het is niet zozeer veel werk, weinig werk. Het lijkt me uiteindelijk gewoon: wat past het beste.
En als je constateert sinds 2015 dat je 20 procentpunt anders indexeert door een andere index te gebruiken en ik elke keer de verzoeken zie voor meer geld, ja dan is een en een twee en moet je gewoon een andere index hanteren omdat je anders elke keer dat geld erbij moet storten en dat lijkt me nou precies niet de bedoeling. Bovendien voorzitter en daar sluit ik mee af, juist door een andere index te hanteren heb je ook wel wat minder werk bij de afdeling Beheer en Onderhoud, want die hoeven niet meer zoveel te rapporteren over allerlei afwijkingen, omdat ze nu helemaal gewoon voldoende budget hebben. Ik dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel en we zullen in het volgende jaar zien of de VVD met een amendement komt. Dan gaan we naar Forza! Mevrouw Hogervorst loopt u vast naar voren. U wilt het onderwerp slimmer organiseren behandelen. Wij wachten vol smart op uw introductie. U heeft het woord. Mevrouw HOGERVORST: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik wil eigenlijk vooral bij de collega's ophalen hoe zij het zien, want het Rekenkameronderzoek laat zien dat we vaak achteraf bijsturen en als raad nauwelijks aan de voorkant keuzes maken.
En vinden wij als collega's dat acceptabel? Of zouden we juist aan de voorkant duidelijk maken wat hogere kosten betekenen en wat voor onderhoudsniveau en kwaliteit dat geeft? En hoe kijken fracties aan tegen het zichtbaar maken van wat niet wordt uitgevoerd Verslag raad der gemeente Haarlemmermeer 18 december 2025
29
door geld en capaciteitsgebrek? Helpt het ons beter te sturen of vinden we dat juist te ver gaan? Tot slot hoor ik ook graag hoe collega's denken over het slimmer en meer lokaal organiseren van het onderhoud, met meer ruimte voor regionale en lokale uitvoerders naast de vaste partners. Ik hoor eigenlijk graag hoe de collega's daartegen aankijken. De VOORZITTER: Mevrouw Koolmoes is on fire vandaag. U heeft het woord mevrouw Koolmoes. Mevrouw KOOLMOES: Dank u wel voorzitter. Ja voorzitter, ik hoor eigenlijk meerdere onderwerpen waarbij het eerste gedeelte van mevrouw Hogervorst eigenlijk een herhaling denk ik is van het vorige tweedetermijngedeelte. Terwijl ik het tweede gedeelte wel interessant vind. Dus voorzitter, wilt u vragen voor mij aan mevrouw Hogervorst of we het over dat stukje kunnen hebben? Dank u wel. De VOORZITTER: Zo indirect lukt dat. het ook weer niet, maar mevrouw Hogervorst. Mevrouw HOGERVORST: Ik wilde bijna mevrouw Koolmoes via u complimenteren met haar verbeteringen. Ja, dat heb je als je als laatste in de rij bent. Dan komt er wat herhaling. Maar voel u vrij, of via de voorzitter, nu ga ik zelf de fout in, voorzitter, via u, mevrouw Koolmoes mag zich vrij voelen om zelf te beslissen op welk puntje ze wil reageren. De VOORZITTER: Het lijkt mij dat gezien het eerste onderwerp al zodanig is besproken dat we ons focussen op de tweede.
Heeft u daar inhoudelijk nog een reactie op mevrouw Koolmoes? Mevrouw KOOLMOES: Mijnheer de voorzitter, Lid Koolmoes is altijd inhoudelijk bezig, laten we dat vooropstellen. Maar mijnheer de voorzitter, u kan aan mevrouw Hogervorst doorgeven dat ik het graag over het tweede stukje wil hebben. Want ik vind dat regionaal natuurlijk ook kan besparen, als we samen met onze gemeenten die naast ons zijn... En ik neem aan dat mevrouw Hogervorst die kant op wil. Maar misschien kan ze het nog toelichten, mijnheer de voorzitter, via u. De VOORZITTER: Nou, misschien kan dat inderdaad, korte toelichting. Mevrouw HOGERVORST: Ja, ik riep natuurlijk heel enthousiast, nadat ik er heel diep onderzoek naar gedaan heb, maar ik zag dat het Rekenkameronderzoek vooral theoretisch was. Dus ik heb ook gekeken, al eerder bij de bomen natuurlijk, naar de uitbestedingen en ik zie dat we vooral partners hebben van verre afstand van Haarlemmermeer en Europees aanbesteed. Maar er zijn ook mogelijkheden om het in stukjes te delen en het wat meer lokaal uit te besteden. En zo druk je de kosten, de afstand en de kennis is hier groter over dit gebied. De VOORZITTER: Ik wil wel voorkomen dat we het bomendebat opnieuw gaan doen. Mevrouw HOGERVORST: Nee, het was alleen een voorbeeld. De VOORZITTER: Het was een voorbeeld. Ja, nee, dat ik dat helder heb. Die hebben we namelijk al gedaan. De heer Klaassen.
De heer KLAASSEN: Ja, voorzitter, dank je wel. Voorzitter, mevrouw Hogervorst begon ermee dat we de kosten moeten bijstellen en daarmee de kwaliteitsindex moeten hanteren. Het gaat in die zin juist andersom. Op het moment dat we een kwaliteitsindex hebben, stelt het college een budget vast dat daarvoor nodig is. En op uw andere vraag over lokaal ondernemerschap, daar zijn we zeker voor. Alleen we moeten ook uitkijken dat we de Europese regels niet vergeten. Je mag bepaalde opdrachten niet in stukjes knippen om daarmee buiten de Europese aanbestedingsregels uit te komen. Verslag raad der gemeente Haarlemmermeer 18 december 2025
30
De VOORZITTER: Heel graag via de voorzitter, alsjeblieft. Ja, we moeten het erin... Nee, niet u mevrouw Hogervorst. De heer Boels. De heer BOELS: Ja, voorzitter, dan wil ik eigenlijk toch ongeveer hetzelfde, maar dan wel herhalen. Kijk, ik snap dat mevrouw Hogervorst, voorzitter, dat niet zo bedoelt, maar tegelijkertijd het actief opknippen van aanbestedingen in kleinere stukken is bij wet verboden. Dat mag echt niet. Daarmee probeer je actief de aanbestedingsregels te omzeilen die juist marktwerking moeten waarborgen. Dat zijn nou eenmaal de regels. Dat is heel vervelend, maar dat is wel hoe het in elkaar zit. Dus of ze moet het anders formuleren, voorzitter, want dat helpt wel, maar op deze manier mag het in ieder geval niet en vinden we het ook moeilijk om te kunnen steunen. De VOORZITTER: De heer De Ruiter. De heer DE RUITER: Ja, op hetzelfde onderwerp voorzitter. Inhoudelijk wil ik mevrouw Hogervorst graag bijvallen. Op wat mijnheer Boels hier zojuist zegt zou ik willen opmerken: ik neem direct van hem aan dat het actief opknippen van werkzaamheden of van aanbestedingen, niet is toegestaan. Maar ik vraag me af of we in deze gemeente niet eerder het tegenovergestelde doen. Dat we zoveel werk bij elkaar opsparen om er maar een Europese aanbesteding van te moeten maken en als dat het geval is, dan kunnen we dat toch in elk geval stoppen. De VOORZITTER: De heer Boels.
De heer BOELS: Ja voorzitter, ik doe zo mijn best om niet de hele tijd overal op in te gaan. Maar ja, als ik zo word aangesproken, dan leidt dat ertoe dat ik graag zou willen reageren. Nee, dat is ook niet het geval. Je hebt een werk, een dienst of wat dan ook, die in het vrije economisch verkeer zit waar marktwerking is. Dan moet je die aanbesteden en er zijn drempelbedragen in het aanbestedingsbeleid die bepalen hoe en wat en wanneer je dat moet doen. Niets meer, niets minder. Dus ja, het bij elkaar opplussen om maar een Europese aanbesteding te doen. Nou, geloof mij voorzitter, als je die eens een keer zelf moet doen, daar word je echt niet blij van, ook als ambtenaar word je daar niet blij van. Dus dat is helemaal geen doel op zichzelf. Meer of minder werken om maar ergens in een bepaald aanbestedingsregime te komen. Daar is gewoon het aanbestedingsbeleid niet voor. Echt niet. De VOORZITTER: Nog een korte reactie van de heer De Ruiter? De heer DE RUITER: Ja, ik begrijp van mijnheer Boels hoe het aanbestedingsbeleid vormgegeven is, voorzitter, maar toch blijf ik erbij. We kunnen natuurlijk zeggen, ja, we zoeken een aannemer die, ik noem maar wat, het onkruid op alle rotondes verwijdert.
Maar we kunnen ook gewoon per kern bijvoorbeeld zeggen en dat is volgens mij ook meer wat het voorstel van mevrouw Hogervorst, we gaan hier een bepaald onderhoud doen en dan blijven we onder die Europese aanbestedingsnorm en dan kunnen we het ook gewoon, in onze optiek, lokaal gunnen aan een aannemer of aan een regionale aannemer desnoods. De VOORZITTER: De heer Bier. De heer BIER: Ja dank u wel. Volgens mij verzanden we een klein beetje in aanbestedingen. Ik denk dat we ook niet moeten vergeten hoeveel tijd en energie het een organisatie kost om een aanbesteding te doen. Dat worden er dan heel veel meer. Maar ik was eigenlijk in deze discussie even kwijt welke drie punten Forza! mevrouw Hogervorst inbracht. Kunnen we dat nog een keer herhalen?
Verslag raad der gemeente Haarlemmermeer 18 december 2025
31
De VOORZITTER: Misschien kunt u kort reflecteren op de onderwerpen die u heeft ingebracht. Mevrouw HOGERVORST: Of we vooraf of achteraf willen sturen. Of we verrast willen worden met overschotten en extra aanvragen. Of dat we vooraf alvast willen meedenken. Of we meer op de hoogte willen zijn van de kwaliteit van wat we doen. En over het meer lokaal aanbesteden. De VOORZITTER: Mijnheer Bier. De heer BIER: Oh jeetje, mijn hoofd zit ergens anders. Wij bepalen van tevoren wat we gaan doen, want we stellen de beheerniveaus vast. We willen graag geïnformeerd worden over de kwaliteit. Ik heb ingebracht dat we het helaas steeds over kosten hebben en het eigenlijk over kwalitatieve parameters zou moeten gaan. En lokaal aanbesteden is sympathiek. Ja, natuurlijk is dat sympathiek. De VOORZITTER: Mijnheer Klaassen en dan hoop ik naar een afronding te komen. De heer KLAASSEN: Zeker voorzitter, dank u wel. Voorzitter, op de eerste twee had ik net een reactie gegeven, op de derde wil ik nog even iets toevoegen. Als we iets lokaal kunnen aanbesteden, dan zal onze gemeente dat ook zeker niet laten om dat te doen. Dank u wel. De VOORZITTER: Mevrouw Hogervorst, ik verzoek u het onderwerp af te ronden en daarna gaan we naar mevrouw Koolmoes.
Mevrouw HOGERVORST: Ja, ik ben heel erg benieuwd of we niet een onderzoekje kunnen doen om te kijken wat we nou wel en niet mogen met het aanbesteden en of we het nou wel of niet slim doen in Haarlemmermeer. Dus ik weet niet of ik hem nog mag heropenen om te vragen of de collega's daar wel iets in zien. Want ik denk dat het misschien veel meer duidelijkheid geeft over het aanbesteden en dat we daarna eens kunnen kijken of we het misschien meer lokaal moeten doen. Of dat dat niet kan of dat er andere oplossingen zijn die slim zijn. De VOORZITTER: Opnieuw, openen wordt lastig, want we zitten ook in de tijd. Maar ik hoor u wel een mogelijke motie aankondigen. Dus misschien dat u die kunt voorbereiden en dan alsnog in de raad kan brengen, als een motie vreemd. Dan wil ik graag naar mevrouw Koolmoes, want we hebben nog één onderwerp en dan zitten we mooi ook in de tijd in verband met participatie. Het Lid Koolmoes. Mevrouw KOOLMOES: Voorzitter, mijnheer Achterbergh. Voorzitter, conclusie 1, de doeltreffendheid. Er staat duidelijk in dat het lastig is voor het college om inwoners eens mee te laten denken. Tien, vijftien jaar geleden hebben ze dat al eens geprobeerd en er kwamen toen wel meningen over de openbare ruimte, maar niet sturingsinformatie.
En een van de aanbevelingen uit de Rekenkamer is ook: ga eens kijken hoe we inwoners hier ook naar kunnen laten kijken, meedenken, meebeslissen, meepraten. En ik wil daarom aan deze denktank vragen, goh, hebben jullie een idee hoe we dat zouden kunnen inrichten? Om niet zomaar een enquête uit te zetten, want dan krijgen we weer duizend meningen, maar gewoon ook met wat sturingsinformatie. Zou u dit willen of zou u dat willen? Zou u het gras weer korter willen? Zou u het onkruid vaker weggehaald willen hebben bijvoorbeeld? En ik vraag me af of mijn collega's daarvoor openstaan. Dank u wel, voorzitter. De VOORZITTER: Ik zie in ieder geval vier collega's naar de arena toe rennen, dus ze hebben in ieder geval een mening. Mijnheer Zuyderwijk wil heel graag als eerste. Nou, vooruit voor deze keer. De heer ZUYDERWIJK: Burgerberaad.
Verslag raad der gemeente Haarlemmermeer 18 december 2025
32
De VOORZITTER: Gezondheid wordt er gezegd. De heer Klaassen. De heer KLAASSEN: Ja, voorzitter, via alle dorps- en wijkraden wordt al geconsulteerd wat er gedaan moet worden, zeker met het maaibeleid. Het wordt ook besproken. Het bomenbeleid wordt ook besproken op het moment dat er iets gekapt moet worden, ja of nee en ook bij stukken groen die moeten worden aangepast bij grootschalig onderhoud. Als de kans er is, worden de bewoners die daaraan wonen en in de buurt wonen ook meegenomen of ze een perkje iets groter, iets kleiner willen hebben, zodat meer vergroening, meer tegels eruit, meer gras erin, meer planten erin, bloemetjes erin, dat wordt daar gedaan. De VOORZITTER: Mijnheer Bier en dan mijnheer De Ruiter. De heer BIER: Ja, dat was mijn eerste bijdrage over aanbeveling 4. En over smaak valt te twisten, beheerniveaus ook. Dus het lijkt me goed om inderdaad aan omwonenden te vragen 'wat kunnen we zelf doen?' Ik zie dat als een kans. Maar dan wel samen, dat niet de een loopt gras te maaien en het andere gif loopt te strooien. Nou ja, dat lijkt me niet handig. De VOORZITTER: Daar krijg je catastrofes van. De heer De Ruiter. De heer DE RUITER; Ja, voorzitter, ik sluit me aan bij de woorden van mijnheer Klaassen, want er is natuurlijk al voldoende feedback en er is te allen tijde een mogelijkheid, als het onderhoud echt plaatselijk achterblijft, voor inwoners om dat te melden.
Dus ja, tenzij mevrouw Koolmoes een referendum voor elke scheve tegel wil gaan houden, zie ik hier verder geen noodzaak toe. Een bindend referendum inderdaad, voorzitter. De VOORZITTER: Precies, via de voorzitter. We blijven het oefenen. Mevrouw Hogervorst. Mevrouw HOGERVORST: Ja, ik ben heel goed in knopjes indrukken, maar vandaag lukt het niet. Nee, maar voorzitter, ik ben het eens met het meer aan inwoners vragen. Zij zijn de ogen en oren van onze leefomgeving en zij weten niet anders hoe het eruit zou moeten zien. Dus ik denk dat we daar veel meer gebruik van kunnen maken. De VOORZITTER: Mijnheer Boels. De heer BOELS: Ja, ik ga doen wat de heer Bier ook doet, voorzitter. Dat is even gewoon terug naar het onderwerp. En dan denk ik dat het gaat over twee dingen. Je kunt het hebben over participatie. Hoe laten we inwoners meedenken, meebeslissen, et cetera. Daarvan heb ik het beeld dat het vrij aardig gaat in beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Maar je hebt het ook, en zo is het in het Rekenkameronderzoek bedoeld: hoe ervaren inwoners de openbare ruimte als sturingsinstrument? Als zij een onvoldoende geven, ja, het kan een optelsom zijn van allemaal meningen, maar ja, een vijf is altijd nog onvoldoende. Zoiets kan best wel helpen. En ik snap best dat het er in het verleden al eens een keertje is geweest en weer is weggehaald.