CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

2022.0001487 rv COMPLEET Vaststelling bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 3-4.pdf

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 22 september 2022, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV Vaststelling bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 3-4 (2022.0001487)39.380 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Die verplichting is gekoppeld aan bestemmingsplannen (toekomstige omgevingsplannen) en omgevingsvergunningen. De kosten van het archeologisch onderzoek zijn voor de initiatiefnemer van de bodemverstoring. Vanzelfsprekend volgt het nieuwe archeologiebeleid alle uitgangspunten zoals verwoord in de KNA 4.1. Op basis van een archeologisch bureauonderzoek wordt een gespecificeerde archeologische verwachting gegeven en een advies over al dan geen vooronderzoek. Vooronderzoek kan bestaan uit een proefsleuvenonderzoek en/of booronderzoek. Na dit vooronderzoek vindt een inhoudelijke waardering

36

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 3 en 4 plaats met weer een advies voor het vervolg. Hier adviseert de archeoloog op basis van een inhoudelijke waardering wat er moet gebeuren met de aangetroffen archeologie. Er zijn drie mogelijke uitkomsten: behoud in situ (in de grond laten) en maatregelen voor bescherming verder onderzoek en als laatste stap definitief opgraven geen vervolg, het gebied wordt vrijgegeven Het besluit over elke volgende stap wordt genomen door de gemeente (bevoegd gezag). Bij ontgrondingen of provinciale projecten zoals wegaanleg en waterwerken ligt de beslissing over het wel of niet behouden van de archeologische waarden bij de provincie. Het Rijk neemt de besluiten voor rijksprojecten. Relatie met het bestemmingsplan Hyde Park valt binnen het gebied met 'Waarde-Archeologie 6 op de archeologisch beleidskaart. Op basis van de beleidskaart is ter plaatse van Blok 3-4 archeologisch onderzoek verplicht bij plannen met een oppervlakte van 10.000 m2 en groter (waarde - archeologie 6). In paragraaf 5.3 wordt nader op het aspect archeologie ingegaan.

Toelichting (ontwerp)

37

bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 3 en 4

Hoofdstuk 4

Nieuwe situatie

Ten behoeve van de transformatie van kantorenwijk naar stadswijk is het stedenbouwkundig plan ‘Hyde Park, A new hub for living & leisure’ opgesteld. Zoals eerder beschreven heeft het plan als doel om de thans verouderde en in onbruik geraakte kantorenlocatie Beukenhorst-West te transformeren naar een levendige stadsomgeving.Voor Hyde Park is in beleidsstukken (Deelstructuurvisie, OSH) benoemd dat dit een passende locatie is voor een hoogstedelijke ontwikkeling. In de onderstaande paragrafen is de nieuwe ruimtellijke en functionele structuur zoals die blijkt uit het stedenbouwkundig plan, beschreven.

4.1

Ruimtelijke structuur

Om binnen de stad de specifieke kwaliteiten van stedelijkheid te benutten en de bijzondere natuurlijke en recreatieve kwaliteiten van het landelijk gebied behouden, worden woningen in een hoogstedelijke setting gerealiseerd op locaties waar dat past. Zo wordt voorkomen dat de groene gebieden die Hoofddorp omringen volgebouwd worden. Hyde Park en het stadspark versterken elkaar waardoor het park kan functioneren als stadspark. De nieuwe bebouwing omkadert het park en draagt bij aan de levendigheid en veiligheid van de routes door het park met een nieuw publiek en intensiever gebruik. De opzet van Hyde Park wordt zodanig dat de nieuwe bewoners zoveel mogelijk de kwaliteit van het park beleven. De oorspronkelijke structuur van het Haarlemmermeergrid wordt hersteld. Hiermee worden lange lijnen vanuit het winkelcentrum doorgetrokken en ontstaat er een duidelijke structuur die past bij Haarlemmermeer. Het gebied krijgt zo een verbeterde aansluiting op het omringende stadweefsel.

Figuur 4.1. Het Haarlemmer grid.

38

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 3 en 4

De Gridstructuur wordt duidelijk in het toekomstige stratenpatroon. In de onderstaande figuur is het stratenpatroon opgenomen.

Figuur 4.2. Het toekomstige stratenpatroon op Hyde Park.

Blok 3-4 is gelegen op een locatie ligt waar de stratenstructuur wordt aangepast. De gridstraat die tussen blok 3-4 en blok 2 wordt gerealiseerd overlapt voor een klein deel de bestaande bebouw op de locatie van blok 2. Het deel van de gridstraat tot aan het huidige hotel kan gerealiseerd worden. Dit deel is ook als zodanig opgenomen in de verbeelding bij dit bestemmingsplan. Gezien de hoge bebouwingsdichtheid is een groene inrichting van groot belang voor het woonklimaat. Kansen worden met name gezocht in (dak)tuinen en groene openbare ruimtes, waar bomen en groen het verblijfsklimaat kunnen verbeteren en ook bijdragen aan de vertraagde waterafdracht. Hyde Park zorgt voor goede bezonning, daglichttoetreding en zicht naar het park. Het stedenbouwkundig plan biedt een kwaliteitsgarantie voor goede bezonning van de privé- en openbare buitenruimte door middel van een bouwenvelop die daarop toegespitst is. Hiermee wordt tevens de daglichttoetreding binnen in de woning gewaarborgd. Zicht naar het park wordt gecreëerd door strategische verlagingen van de bouwvolumes richting het park. Zoals verderop onder functionele structuur beschreven, is differentiatie een sleutelwoord. De verschillende bouwblokken bestaan uit losse meerlaagse eenheden, de `Hoofddorpse huizen'.

Daarmee worden de bouwblokken opgedeeld in verschillende panden met een korrelgrootte die past bij het centrum van Haarlemmermeer. Het opdelen in Hoofddorpse huizen zorgt voor differentiatie, herkenbaarheid en een menselijke schaal.

Toelichting (ontwerp)

39

bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 3 en 4

Figuur 4.3. Diverse Hoofddorpse huizen

Figuur 4.4. Vogelvluchtperspectief Hyde Park met Blok 3-4 rood omlijnd.

Hyde Park wordt voorzien van een logische hoofdroute tussen het station en het winkelcentrum waabij deze voorzieningen en het stadspark met elkaar worden verbonden. De 580 studentenwoningen van blok 3-4 zijn niet gelegen aan de hoofdroute of hoofdstraat binnen Hyde Park.

40

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 3 en 4

Figuur 4.5. Hoofdroute station - winkelcentrum door Hyde Park.

Binnen blok 3-4 vormt een gesloten bouwblok met een binnentuin. Een deel van het blok wordt voorzien van tweezijdig georiënteerde woningen (ramen aan de voor- en achterkant van het huis). Dit is met name het geval bij de noord- zuid georiënteerde woningen en woningen in zones met hogere geluidsbelasting. Daarnaast worden binnen dit blok huizen voorzien met kernontsluiting (dikker volume met centraal trappenhuis en woningen rondom). Deze worden met name op de hoeken van de bouwblokken toegepast. Dit betreft de meer vierkante onderdelen van het bouwblok 3-4. Door de relatief kleine woningoppervlakten kunnen deze onderdelen met de kernontsluiting efficiënt ingevuld worden. Blok 3-4 bestaat uit een vijftal zogenaamde 'Hoofddorpse huizen' welke variëren bouwhoogten tussen de circa 32 meter en 43 meter. De laagste blokken bestaan uit 7 bouwlagen, de hoogtste uit 14 bouwlagen. De daken van de woningen worden voor blok 3-4 voorzien van een suncut van 46 en 49 graden haaks op de straat. Anders dan in veel andere blokken in Hyde Park, heeft blok 3-4 geen parkeervoorziening op het eigen terrein. In paragraaf 5.15 wordt nader op het parkeren ingegaan. In het bestemmingsplan wordt de differentiatie in bouwhoogte opgenomen op de verbeelding door een maximale bouwhoogte per 'Hoofddorps huis' op te nemen. Blok 3-4 krijgt daarmee op elk van de vijf deelblokken een aparte maximale bouwhoogte.

Het realiseren van parkeerplaatsen in de overdekte parkeergarage buiten het plangebied is als voorwaardelijke verplichting opgenomen om de woningbouw mogelijk te kunnen maken.

4.2

Functionele structuur

Hyde Park is onderdeel van het stadscentrum. Het stadscentrum bestaande uit het winkelcentrum, het gemeentehuis, de schouwburg, het stadspark, Beukenhorst West en het station, heeft de potentie om zich in de toekomst samen met Beukenhorst Oost en Zuid te ontwikkelen als het centrum en de entree van Haarlemmermeer. In Hyde Park komt een hoogstedelijke dynamiek tot stand. Dit gebeurt door een combinatie van grootstedelijke uitstraling, functiemenging en maximale differentiatie. Om dit te bereiken komt er om te beginnen een hoogwaardige inrichting van de openbare ruimte en architectuur met internationale allure. Daarnaast creëert het plan een goede functiemenging. Dit gebeurt door de bestaande kantoren en hotels aan te vullen met wonen en voorzieningen. Een gebied met een goede functiemenging genereert levendigheid gedurende alle tijden van de dag. Langs de hoofdroute tussen het station en het winkelcentrum is ruimte voor laagdrempelige voorzieningen voor de bewoners, werknemers en passanten tussen het station en de rest van Hoofddorp.

Toelichting (ontwerp)

41

bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 3 en 4

Blok 3-4 is niet gelegen langs de hoofdroute en zal daarom niet voorzien worden van wijkse of bovenwijkse voorzieningen. Op de begane grond worden wel voorzieningen (bijvoorbeeld een wasserette of studieruimte) voor de bewoners van blok 3-4 verwezenlijkt om zodoende op de begane grond een levendige plint te creëren. Hoge plinten anticiperen op de gebruiksdynamiek in het gebied, voor toekomstige ontwikkeling van niet-woonfuncties en flexibiliteit van invulling in de loop van de tijd. Daarnaast zijn de plinten faciliterend voor bewoners van blok 3-4 en dragen ze bij aan levendigheid en gezelligheid. In stedenbouwkundig plan is opgenomen dat er speelvoorzieningen in de binnentuinen gerealiseerd worden voor de 0-5 jarigen. In dit blok met studentenwoningen is dat niet aan de orde. De inrichting van de binnentuin zal afgestemd zijn op verblijf voor studenten. In het bestemmingplan wordt blok 3-4 bestemd als 'Wonen-gestapeld' waarbinnen ook de ondergeschikte voorzienigen voor studenten geschaard kunnen worden. De 580 woningen worden bestemd als zelfstandige wooneenheden. De wooneenheden varieeren in grootte en zijn al dan niet voorzien van gemeenschappelijke woonruimte.

42

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 3 en 4

Hoofdstuk 5 5.1

Onderzoek en beperkingen

Ladder voor duurzame verstedelijking

In 2019 is door de Provincie Noord-Holland de Bevolkingsprognose Noord-Holland 2019-2040 opgesteld. In de prognose is een inschatting gemaakt van het teoname van bevolking en het aantal huishoudens tot 2040 en de daaraan gekoppelde behoefte aan woningen. In 2020 is een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking voor heel Stadscentrum inclusief Hyde Park gedaan.Binnen Stadscentrum Hoofddorp vigeert veelal een centrumbestemming. Deze centrumbestemming maakt planologisch een breed palet aan functies mogelijk, maar deze meters kunnen in de praktijk maar één keer worden ingevuld. Dit betekent dat er planologisch - in potentie weliswaar veel en verschillende vierkante meters mogelijk zijn, maar in de praktijk maar één keer worden ingevuld (door detailhandel, kantoor/dienstverlening, horeca of wonen). Binnen het programma Stadscentrum Hoofddorp en de verschillende initiatieven, worden vierkante meters onttrokken aan de voorraad. De beoogde nieuwe ontwikkelingen zullen vervolgens geen onevenredige toevoeging van vierkante meters programma met zich mee brengen maar juist een strategische onttrekking waarbij de kansrijke locaties (kernwinkelgebied tussen de Hoofdvaart en het station) worden versterkt en op kansarme locaties (aan de randen van Stadscentrum Hoofddorp) juist (planologisch) worden onttrokken.

Wonen In de periode 2019-2040 neemt de woningbehoefte in Noord-Holland toe met circa 202 duizend woningen, 17.900 in NH-Noord en 183.900 in NH-Zuid. In de regio's van NH-Noord zit de groei vooral in de periode tot 2030, hierna is de groei beperkt. In de Kop van Noord-Holland daalt in de periode 2030-2040 de woningbehoefte met tweeduizend woningen. Voor de regionale woningbouwprogrammering is dit een belangrijk aandachtspunt. In NH-Zuid groeit ook na 2030 de woningbehoefte nog flink. Toch zit ook hier de grootste groei in de eerste jaren.

Figuur 5.1. Ontwikkeling woningbehoefte per tijdsperiode (aantal woningen)

Toelichting (ontwerp)

43

bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 3 en 4

Figuur 5.2. Ontwikkeling indicatieve woningbehoefte per gemeente 2019-2030 (aantal woningen)

De bevolkingsprognose van de gemeente Haarlemmermeer gaat uit van een groei van het aantal inwoners met circa 19.900 in de komende 10 jaar. Over een 20-jaarsperiode is de verwachting dat de bevolking zelfs met 30.600 inwoners toeneemt. Zie onderstaande grafiek voor een overzicht van de gemeentelijke prognose.

Figuur 5.3. Bevolkingsprognose Gemeente Haarlemmermeer 2019-2049 (Bron: Stec Groep, 2020).

Binnen de gemeente Haarlemmermeer staan meerdere grote en kleine woningbouwplannen op stapel. Een deel van deze nieuwe woningbouwplannen zijn in Hoofddorp gepland; een deel daarvan specifiek in of aan de randen van Stadscentrum Hoofddorp. Wanneer we inzoomen op Stadcentrum worden er circa 5.800 woningen toegevoegd tussen nu en 2030. In onderstaande tabel is het aantal voor Hyde Park te zien. De plannen leiden op basis van een verwachte gemiddelde huishoudensgrootte tot een toename van het aantal inwoners in en rond het stadscentrum van minimaal 9.000 inwoners tot 2030.

Figuur 5.4. Toevoeging woningen tot 2040 in Haarlemmermeer (Bron: Stec Groep, 2020).

44

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 3 en 4

Binnen Haarlemmermeer is de woningbehoefte tot 2030 een toename van 10.600 woningen. Binnen Haarlemmermeer zijn er tot 2030 plannen voor het toevoegen van 5.800 woningen. Daarmee wordt in een deel van de woningbehoefte voorzien. Hyde Park draagt daar met het toevoegen van 3.600 woningen tot 2030 daar in ruimte mate aan bij. De woningen van blok 27 zijn daarin meegenomen. Studentenhuisvesting Landelijke monitor studentenhuisvesting (LMS Uit het rapport van de landelijk monitor studentenhuisvesting (LMS) zijn de volgende highlights m.b.t. de realisatie van studenten woningen (Kences, 2020): De afgelopen acht jaar is het aantal studenten met 19 procent toegenomen. Zonder rekening te houden met de invloed van de coronapandemie op de studentenpopulatie, groeit naar verwachting het aantal studenten tot en met collegejaar '23-'24. De daaropvolgende jaren is een daling zichtbaar waarbij het aantal studenten in collegejaar '27-'28 net onder het niveau van collegejaar '19-'20 uitkomt. Het tekort aan studenten woningen blijft, ondanks de daling, in collegejaar '27-'28 t.o.v. collegejaar '19-'20 gelijk. 52 procent van de studenten heeft het ouderlijk huis verlaten. Onder hbo- en universitaire studenten is dit respectievelijk 70 procent. Vrouwen gaan met 55 procent eerder op zichzelf wonen dan mannen (49 procent). Studenten zoeken naarmate ze ouder worden meer zelfstandigheid.

Met 55 procent woont de meerderheid in een kamer met gedeelde voorzieningen. Deze kamers zijn gemiddeld 17 vierkante meter. Eénkamerwoningen hebben een marktaandeel van 20 procent en zijn gemiddeld 23 vierkante meter. Tot slot vertegenwoordigen de meer-kamerwoningen 26 procent van de markt (waarvan 36% wordt gehuurd van corporaties) deze woonruimten hebben gemiddeld een omvang van 68 vierkante meter. Op nationaal niveau is er een tekort aan 22.000 woonruimten voor studenten. In Amsterdam, Delft, Haarlem, Leiden, Nijmegen, Rotterdam, 's-Hertogenbosch en Utrecht is de druk het hoogst en is er sprake van een relatief zeer krappe woningmarkt voor studenten. Wanneer rekening wordt gehouden met de woonwensen van studenten, dan is er voornamelijk een tekort aan éénkamerwoningen onder de liberalisatiegrens. Doordat de meeste studentensteden overvol zijn blijkt uit de cijfers dat studenten ook in de omgeving zoeken naar huisvesting. Geografisch gezien komen de studenten uit Amsterdam, Leiden, Den Haag en Haarlem dan al snel in Hoofddorp. Daarom is uitgezocht hoe aantrekkelijk Hoofddorp en in het bijzonder Hyde Park geografisch gezien is. Er is aan de hand van het reisplanner 9292 uitgezocht hoe lang er gemiddeld wordt gedaan over het reizen van deur tot deur naar Hogescholen en Universiteiten in omliggende studentensteden: Universiteit Leiden

: ca. 50 minuten

VU Amsterdam

: ca. 40 minuten

HVA Amsterdam

: ca. 50 minuten

Universiteit Den Haag

: ca. 50 minuten

Inholland Diemen

: ca. 40 minuten

Inholland Haarlem

: ca. 50 minuten

De gemiddelde reistijd van 45 minuten bevestigd de aantrekkelijkheid van Hoofddorp voor studenten en bevestigd de reden om ook voor deze doelgroep huisvesting te realiseren. Cijfers Haarlemmermeer Haarlemmermeer telt ruim 10.000 studenten waarvan 3.782 HBO studenten en 1.905 WO studenten (CBS, 2019/2020). Zoals omschreven is uit de cijfers van de LMS blijkt dat 70% van deze studenten het ouderlijk huis (gaat) verlaten. Voor de gemeente Haarlemmermeer betekent dat 3.980 studenten het ouderlijkhuis gaat/heeft verlaten. Uit het rapport van LMS blijkt ook dat 20% van de MBO-studenten het ouderlijk huis verlaat (Kences, 2020). van de 4313 MBO-studenten in Hoofddorp gaan er 860 studenten (20%) op zich zelf of zijn dit al. Daaraan toegevoegd blijkt uit de cijfers van Woningnet dat het overgrote deel van de woning zoekende vertegenwoordigd wordt door mensen onder de 35 jaar (Nieuwsredactie, 2020).

Toelichting (ontwerp)

45

bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 3 en 4

Op basis van de landelijke cijfers van LMS en het aantal studenten in Hoofddorp blijkt dat 4.840 studenten het ouderlijk huis al heeft verlaten of wilt verlaten. En dat de omvang van de woningzoekende in vergelijking met andere doelgroepen bijna het grootst is. Voor studenten in Hoofddorp is er een woningaanbod van 528 woningen van DUWO (Rottumeroog en Opaallaan). Van deze woningen zijn er maar 7 woningen zelfstandig. (DUWO, 2021). Van deze woningen zijn er 7 beschikbaar met een totaal aantal aanmeldingen van gemiddeld 30 studenten per woning op 19-3-2021. (ondanks de ongewone tijd is hieruit op te maken dat de vraag erg hoog is.) Uit bovenstaande analyse blijkt dat ook in Haarlemmermeer de vraag naar studentenwoningen erg groot. Mede aan de hand van de cijfers Haarlemmermeer blijkt dat met 528 studentenwoningen er maar voor een klein deel van de vraag wordt vervuld. Voorzieningen In Hyde Park als geheel is op basis van marktonderzoek uit 2018 een programma voor voorzieningen voor 2.950 m2 detailhandel, 2.200 m2 horeca, 2.500 m2 commerciële dienstverlening en 2.000 m2 aan maatschappelijke dienstverlening en 1.000 m2 sport/fitness bepaald. In de Laddertoets Stadscentrum Hoofddorp (Stec Groep, 25 september 2020, Bijlage 1) is dit programma nogmaals beoordeeld.

De commerciële ontwikkelingen ter plaatse van Hyde Park zullen met name gericht zijn op de toevoeging van functies die gericht zijn op de toename van het aantal inwoners (circa + 6.200 inwoners) op en rond de locatie. De beoogde voorzieningen spelen in op de behoefte aan voorzieningen van deze toekomstige bewoners. Vanuit een ladderoogpunt worden er bovendien vierkante meters kantoorruimte aan planvoorraad onttrokken. Voor het gebied Hyde Park als geheel wordt gemonitord hoe de voorzieningen worden verdeeld over de verschillende blokken. Voor voorliggend blok worden alleen in inpandige voorzieningen voorzien, gericht op studenten. Voor blok 3-4 is toetsing aan de ladder voor commerciële voorzieningen niet relevant.

5.2

Bodem

5.2.1

Wet- en regelgeving

Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient in geval van ruimtelijke ontwikkelingen te worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. Of de bodem een planontwikkeling in de weg staat, wordt middels een historisch onderzoek, eventueel aangevuld met een bodemonderzoek, bepaald. De resultaten van het historisch onderzoek, het bodemonderzoek en de conclusie met eventuele saneringsadviezen worden in het bestemmingsplan vermeld. Wet bodembescherming (Wbb) In de Wbb zijn bepalingen opgenomen ter behoud en verbetering van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Bij bestemmingswijzigingen, verbouwingen of graafwerkzaamheden zal in veel gevallen een bodemonderzoek uitgevoerd moeten worden. De gemeente beoordeelt dat per geval. Met het bodemonderzoek kan bepaald worden of de bodemkwaliteit ter plaatse geschikt is voor de beoogde functie. De Wbb onderscheidt drie kwaliteiten grond: sterk verontreinigde grond (boven interventiewaarden); licht verontreinigde grond (boven achtergrondwaarden); schone bodems (beneden achtergrondwaarden). Indien gesaneerd moet worden, bestaan specifieke regels voor het bepalen van de terugsaneerwaarde (te behalen kwaliteit) en de milieu hygiënische kwaliteit van een aan te brengen leeflaag.

Besluit bodemkwaliteit (Bbk) Het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) geeft de lokale bevoegde gezagen de mogelijkheid om de bodemkwaliteit binnen hun gebied actief te gaan beheren binnen de gegeven kaders. Dit geeft onder andere ruimte voor nieuwe projecten op het gebied van natuur, wonen en industrie. In het besluit worden vier kwaliteiten gehanteerd, namelijk Achtergrondwaarde, Wonen, Industrie en Niet toepasbaar. Het besluit hanteert voor het toepassen van grond en bagger een toets op de kwaliteit van de ontvangende

46

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 3 en 4 bodem en aan de gebruiksfunctie. Gemeentelijke Nota Bodembeheer Haarlemmermeer probeert zoveel mogelijk een afweging te maken op basis van feitelijke risico's. De Nota Bodembeheer (2020) biedt een praktische richtlijn aan de gemeentemedewerkers, adviesbureaus, aannemers en andere bodemintermediairs hoe in Haarlemmermeer het beste met vrijkomende grond en baggerspecie kan worden omgesprongen, waarbij aan zaken als gezond verstand, kostenbesparing, milieuwinst en voldoen aan geldende wet- en regelgeving veel aandacht is besteed. De bodemkwaliteitskaart (2020) van Haarlemmermeer geeft aan wat de gemiddelde kwaliteit van de grond op niet-verdachte locaties is in de gemeente. De bodemfunctiekaart is tegelijk met de bodemkwaliteitskaart vastgesteld en geeft de (toekomstige) functieklasse van een gebied weer. In de Nota Bodembeheer Gemeente Haarlemmermeer zijn voor sommige gebieden Lokale Maximale Waarden vastgesteld. 5.2.2

Onderzoek

Op 13 maart 2018 heeft Tauw het bodemonderzoek ‘Vooronderzoek bodemkwaliteit Hyde Park te Hoofddorp’ (zie Bijlage 2) uitgevoerd. In dit vooronderzoek is het gehele gebied waar Hyde Park ontwikkeld zal worden onderzocht. Binnen het gehele gebied van Hyde Park zijn verschillende locaties aangewezen waar sprake is een verhoogd risico op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. De volgende locaties zijn aangewezen als verdacht op de aanwezigheid van bodemverontreiniging: Jupitergarage; Aggregaat en olietank tussen Planetenweg 2-18 en Jupiterstraat 50; Vetafscheiders Saturnusstraat 2 t/m 10. Deze locaties ten westen en ten zuidwesten van blok 3-4 liggen.

Figuur 5.5. Resultaten bodemonderzoek (Bron: Tauw)

Tevens is één asbesthoudend fragment aangetroffen binnen de onderzochte delen van Hyde Park. Die locatie is hiermee verdacht op het voorkomen van een verontreiniging met asbest. Op 17 januari 2020 is door Grondslag Bodemkwalitietsbureau bodem- en waterbodemonderzoek op blokniveau conform de NEN 5740 uitgevoerd (zie Bijlage 3). Opgemerkt dient te worden dat het deelgebied F rond gebouwen 3-4 op moment van het onderzoek nog deels bebouwd was. Dit betreft blok 4. De bebouwing ter plaatse van blok 3 was al wel gesloopt ten tijden van het onderzoek. Op deellocatie F zijn in de bovengrond plaatselijk lichte verhogingen aan PCB, PAK en minerale olie aangetoond. Voor het overige zijn in de boven- en ondergrond geen verhogingen gemeten boven de

Toelichting (ontwerp)

47

bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 3 en 4 achtergrondwaarde. In het grondwater op deellocatie F is in eerste instantie een matige verhoging aan kwik en zijn lichte verhogingen aan diverse zware metalen aangetoond. Na herbemonstering en analyse blijkt de matige verhoging aan kwik in het grondwater op deellocatie F niet reproduceerbaar. Na herbemonstering en analyse worden lichte verhogingen aan zware metalen (arseen, kwik, molybdeen en nikkel), naftaleen en som xylenen gemeten. De verhogingen aan barium en arseen kunnen worden gezien als een regionaal verhoogde achtergrondconcentratie. De herkomst van de overige lichte verhogingen zijn onbekend. Aangezien het gaat om maximaal lichte verhogingen, is aanvullend onderzoek niet noodzakelijk.

Figuur 5.6 Resultaten bodemonderzoek (Bron: Grondslag Bodemkwalitietsbureau)

Onder andere op deellocatie F bij blok 3 is een verkennend asbestonderzoek conform NEN 5707 uitgevoerd. De gestelde hypothese dat de bovengrond wordt aangemerkt als de meest verdachte bodemlaag op het voorkomen van een asbestverontreiniging, is niet bevestigd. In de bovengrond is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetroffen. Op het maaiveld van deellocatie F is één fragment asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het aangetroffen asbest betreft zwerfasbest en is reeds verwijderd.De gevolgde onderzoeksstrategie geeft in voldoende mate de situatie ter plaatse van de onderzochte deellocatie bij blok 3 weer. Er is geen aanleiding tot het uitvoeren van nader asbestonderzoek. Waterbodemonderzoek De kwaliteit van de waterbodem (slib en vaste bodem) ter plaatse van de watergang direct ten zuidwesten van de Kruisweg te Hoofddorp, is vastgelegd. De onderzochte watergang heeft een lengte van circa 330 meter. De opdrachtgever is voornemens om de watergang in de toekomst deels te dempen. De waterbodem bestaat uit donkergrijs slib. De dikte van de sliblaag varieert tussen de 6 en 35 centimeter. Dit betreft een globale beoordeling. De vaste waterbodem onder de sliblaag bestaat uit zand. Visueel is geen asbestverdacht materiaal in of nabij de waterbodem waargenomen.

Er is één monster van de sliblaag en één monster van de vaste waterbodem (zand) geanalyseerd op het standaardpakket voor regionale waterbodems. Beide analyses zijn aangevuld met PFAS (28-verbindingen). In de sliblaag zijn lichte verhogingen gemeten aan kwik, lood, zink en minerale olie. In

48

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 3 en 4 de onderliggende vaste bodem zijn geen verhogingen gemeten boven de achtergrondwaarde. In de sliblaag en de onderliggende vaste waterbodem (zand) zijn geen verhogingen gemeten aan PFAS ten opzichte van de bepalingsgrens, waardoor er ten aanzien van deze parameters geen beperkingen gelden De sliblaag uit is toepasbaar in oppervlaktewater als klasse A. De onderliggende vaste waterbodem (zand) is 'Altijd Toepasbaar' in oppervlaktewater. De sliblaag en de vaste waterbodem (zand) kan worden verspreid op een aangrenzend perceel. Het onderzoek naar aanwezigheid van asbest heeft plaatsgevonden in het onderzoek uit 2020 en is dit niet meer nodig. Hyde Park, waaronder het plangebied voor 3-4, is niet verdacht op het voorkomen van bodemverontreiniging, behoudens mogelijk enkele verhoogde achtergrondwaarden. 5.2.3

Conclusie

Uit het reeds uitgevoerde bodemonderzoek ter plaatse van blok 3 blijkt dat de grond en het grondwater maximaal licht zijn verontreinigd. Ter plaatse van blok 4 worden op basis van het historisch onderzoek geen sterke bodemverontreinigingen verwacht. Er worden geen milieuhygienische belemmeringen voor de bestemmingswijziging verwacht. De onderzoeksresultaten vormen geen belemmeringen voor de beoogde woonbestemming.

5.3

Cultuurhistorie en archeologie

5.3.1

Wet- en regelgeving

Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervangt zes wetten op het gebied van cultureel erfgoed en sorteert hiermee voor op de komende Omgevingswet. Door de wetten te bundelen en een aantal regels te vernieuwen is de wetgeving minder versnipperd. In de Erfgoedwet staat onder andere wat cultureel erfgoed is, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe Nederland daar toezicht op houdt. De Erfgoedwet gaat over de bescherming van het cultureel erfgoed. Er is ook erfgoed in ruimtelijke ordening (de leefruimte om ons heen). Hoe Nederland daarmee omgaat staat in de Wabo. De erfgoedvisie met uitvoeringsprogramma van de Gemeente Haarlemmermeer voor de periode 2020 2030 stelt vast dat erfgoed bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving, de aantrekkelijkheid van de gemeente als bezoeklocatie en aan een aangenaam vestigingsklimaat. De basis van de visie is erfgoed als inspiratie en motor voor nieuwe ontwikkelingen. De archeologienota heeft tot doel een verantwoorde balans te vinden tussen goede omgang met het archeologische erfgoed en andere maatschappelijke belangen die bij planontwikkelingen moeten worden gewogen. In de nota zijn de verhaallijnen met de kernwaarden 'Water en pionieren' en 'Transport en Logistiek' leidend.

Om relevante keuzes te kunnen maken die in lijn zijn met de andere beleidsdoelen die de gemeente zich stelt, zal een integrale afweging plaatsvinden. De volgende speerpunten zijn van belang bij cultuurhistorische en/of archeologische waarden: het meewegen van het archeologische belang bij het opstellen van bestemmingsplannen; de mogelijkheid om voorschriften te verbinden aan de omgevingsvergunning ter bescherming van archeologie; de mogelijkheid van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) om bij (dreigende) schade aan archeologische monumenten na een toevalsvondst voorschriften te stellen aan de uitvoering de werkzaamheden of die stil te leggen; de mogelijkheid van het bevoegd gezag of de minister van OCW om toegang tot een terrein af te dwingen om archeologisch onderzoek te kunnen doen. De gemeente is verplicht om verwachte en aanwezige archeologische waarden mee te wegen bij ruimtelijke beslissingen. De wetgever geeft de gemeente de vrijheid om naar eigen inzicht vorm te geven aan de archeologische monumentenzorg binnen de gemeentegrens. Deze beleidsnota geeft hier

Toelichting (ontwerp)

49

bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 3 en 4 invulling aan. 5.3.2

Onderzoek

Op 1 september 2017 heeft Tauw de notitie ‘Analyse archeologische en cultuurhistorische waarden Hyde Park’ (zie Bijlage 4)opgesteld. Van oorsprong is het plangebied een monofunctioneel kantoorterrein met middelgrote kantoorpanden. Het gebied ligt ingeklemd tussen de spoorlijn, Kruisweg en wandelbos. Het plangebied ligt in een droogmakerij. De Haarlemmermeerpolder is als veenmeer ontstaan en is vervolgens drooggelegd in de jaren 1849-1852. Zoals reeds geschetst in paragraaf 3.4.16 is de kans op het aantreffen van archeologische waarden in situ zeer klein is. Voor het onderzoek heeft Tauw in Archis de indicatieve kaart van archeologische waarden (IKAW) en de Archeologische Monumentenkaart (AMK) geraadpleegd. In roze en lichtgele zones is de IKAW archeologische verwachting/trefkans weergegeven. Het plangebied heeft een lage trefkans en bevat daarnaast geen elementen die op de AMK zijn opgenomen.

Figuur 5.7 Archeologische verwachting (bron: AMK & IKAW). Rood omlijnd is het plangebied weergegeven.

Door de provincie aangewezen aardkundige monumenten en aardkundig waardevolle gebieden komen niet voor in de gemeente Haarlemmermeer. Er bevinden zich daarnaast geen door het rijk, de provincie of de gemeente beschermde archeologische monumenten of cultuurhistorische waarden. 5.3.3

Conclusie

Er geldt een zeer lage verwachting ten aanzien van de aanwezigheid van archeologische waarden in het plangebied. Sinds het uitgevoerde overkoepelende archeologisch onderzoek is het archeologisch beleid vernieuwd. Voor type gebied is daarbij onderzoek gevraagd, tenzij procedure al in gang is gezet. Dit bestemmingsplan is onderdeel van groot project waarvoor overkoepelend in 2017 de beschouwing op archeologie is gedaan dat ook al als onderbouwing gediend heeft bij meerdere planologische procedures van het project Hyde Park. Omdat sprake is van een laag verwachtingsniveau, is het niet nodig alsnog archeologisch onderzoek te doen. Er is derhalve geen archeologisch onderzoek noodzakelijk en op de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan zal hierdoor geen dubbelbestemming 'Waarde Archeologie' worden opgenomen. Tevens zijn er geen cultuurhistorische elementen in het plangebied aanwezig waarmee rekening dient te worden gehouden.

50

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 3 en 4

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Wet- en regelgeving

Externe veiligheid heeft betrekking op de veiligheid voor de omgeving van een inrichting met gevaarlijke stoffen en/of transport van gevaarlijke stoffen. Elk nieuw ruimtelijk plan moet volgens de Wro getoetst worden aan de normen voor plaatsgebonden risico en de oriëntatiewaarden voor het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is het risico (uitgedrukt in kans per jaar) dat één persoon die zich onafgebroken en onbeschermd op die plaats bevindt, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit met een gevaarlijke stof. Het groepsrisico is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) gedefinieerd als: "de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is". In het Bevi en de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen vastgelegd. Denk hierbij aan risico's van onder andere tankstations met LPG, opslagplaatsen voor gevaarlijke stoffen en ammoniakkoelinstallaties. Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) is gebaseerd op de Wet milieubeheer (Wm) en de Wro.

Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normstelling is in lijn met het Bevi. Het vervoer van gevaarlijke stoffen is geregeld via de "Wet Basisnet", een stelsel van wetten en regels. Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Hierin wordt ingegaan op het plaatsgebonden risico, het groepsrisico en de verantwoordingsplicht. In de Regeling Basisnet staat waar risicoplafonds liggen langs de transportroutes, hoe hoog ze zijn en welke regels er gelden voor ruimtelijke ontwikkelingen. In de gemeente Haarlemmermeer zijn daarnaast routes voor het transport van gevaarlijke stoffen vastgesteld. In aanvulling op de landelijke wet- en regelgeving kent de gemeente Haarlemmermeer ook eigen externe veiligheidsbeleid. Specifiek gaat het om regels over de aanvaardbaarheid en verantwoording van het groepsrisico. Een belangrijk richtsnoer is onder andere dat objecten met niet- of met beperkt zelfredzame personen buiten het invloedsgebied van een risicobron worden geprojecteerd. Daarnaast biedt risicokaart.nl inzicht in risicosituaties in de leefomgeving. Dit instrument kan gebruikt worden als informatievoorziening om te helpen bij het voorkomen, bestrijden en beperken van de gevolgen van rampen en zware ongevallen. 5.4.2

Onderzoek

Op 19 juli 2017 heeft Tauw onderzoek gedaan naar de externe veiligheid (zie Bijlage 5). In het rapport zijn voor de geplande ontwikkeling van Hyde Park in Hoofddorp de risico’s met betrekking tot externe veiligheid onderzocht. De locatie van Hyde Park wordt herontwikkeld, waarbij woningbouw een prominente rol inneemt. Vanwege de introductie van woningen worden kwetsbare objecten geïntroduceerd, naast reeds bestaande kwetsbare objecten. Dit betekent dat er geen PR 10-6-contouren over de planlocatie kunnen liggen en, indien de locatie zich in een 1 % letaliteitsafstand bevindt van een risicobron, het groepsrisico beoordeeld moet worden.

Toelichting (ontwerp)

51

bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 3 en 4

Figuur 5.8. Risicobronnen rondom de te ontwikkelen bebouwing. Blauw: Locatie ontwikkeling, gele lijn: N201 en A4 (oranje omlijnd), rood: Bevi inrichtingen, rode stippellijn: buisleidingen, zwart: 10-6 contour.

Uit het onderzoek van Tauw blijkt dat Hyde Park niet binnen de PR 10-6-contouren van Bevi-inrichtingen,buisleidingen en/of transportroutes is gelegen. Daarnaast reikt het invloedsgebied van Bevi-inrichtingen,buisleidingen en/of transportroutes niet tot aan Hyde Park waardoor het groepsrisico niet berekend hoeft te worden en volstaan kan worden met een beperkte verantwoording. Verantwoording Maatgevende scenario Het maatgevend scenario voor Hyde Park betreft het toxisch scenario. Het scenario waarbij een toxische wolk' treedt op wanneer een opslagtank(er) met chemicaliën lek raakt door een externe bron of externe factoren zoals corrosie. Toxische vloeistoffen kunnen verdampen waardoor een gaswolk ontstaat die over de omgeving uitwaait. De omvang, verplaatsingsrichting en verstrooiing van de gaswolk is mede afhankelijk van de weersgesteldheid, en de vullingsgraad van de tank op dat moment. Effecten maatgevende scenario Bij het ontstaan van een ‘toxische wolk’ is er sprake een relatief langzaam scenario waarbij er tijd is voor ontvluchting van het gebied. Risicocommunicatie is hierbij van groot belang, evenals de opstelling en isolatie de bebouwing. Bij toxische scenario’s is het in bepaalde gevallen noodzakelijk om in de bebouwing te blijven in plaats van vluchten. Hierbij is afsluiting van de buitenlucht cruciaal, hiermee wordt een “safe-haven” gecreëerd.

Zeker bij personen die het gebied slecht kunnen ontvluchten is een “safe-haven” noodzakelijk om te kunnen “ontvluchten” aan het incident. Bestrijdbaarheid De bestrijdbaarheid is afhankelijke van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten in hoeverre zij in staat zijn hun taken goed uit te kunnen voeren en om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/ adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen,maar ook de brandweerzorgnorm wordt hier onder geschaard. Bereikbaarheid Het plangebied, maar ook de genoemde risicobronnen dienen goed bereikbaar te zijn voor de hulpverleningsdiensten, waardoor in geval van werkzaamheden of calamiteiten het plangebied bereikbaar is. Het plangebied is goed bereikbaar vanaf verschillende windrichtingen. Zorgnorm

52

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 3 en 4 De brandweerzorgnorm is een aanbevolen opkomsttijd die afhankelijk is van het soort object en de risico's voor de aanwezige personen. De opkomsttijd bestaat uit een optelsom van de uitruktijd en de aanrijdtijd. De uitruktijd betreft de tijd die men heeft vanaf het alarmeren totdat men gereed is om te vertrekken naar het plaats incident. De uitruktijd voor een beroepskorps ligt lager dan die van een vrijwillig korps, omdat de beroepsmedewerkers zich in de directe nabijheid van de kazerne bevinden. De streefwaarde voor een beroepskorps is 1,0 minuut en voor een vrijwillige organisatie ca 3,5 minuten. De aanrijdtijd betreft de zuivere rijtijd. Door de brandweer zal aangegeven worden of zij binnen de zorgnorm in het plangebied aanwezig kunnen zijn. Zelfredzaamheid De personen binnen het plangebied zijn hoofdzakelijk zelfredzaam. De ontwikkeling voorziet ook niet in functies die specifiek bedoeld zijn voor verminderd zelfredzame personen. Binnen het plangebied worden namelijk 580 studentenwoningen voorzien. Gezien het maatgevende toxische scenario (weg) wordt geadviseerd om de woningen luchtdicht afsluitbaar te maken. Dit houdt in dat ramen en deuren te sluiten zijn en dat de mechanische ventilatie eenvoudig handmatig uitgeschakeld kan worden. Restrisico Na het treffen van maatregelen resteert een resteffect.

Dit betreft een inschatting van het aantal doden, gewonden en materiële schade. Het maatgevend scenario voor beschrijving van het restrisico is het zwaarst mogelijke incident: het toxisch scenario. Gezien het feit dat de ontwikkeling zorgt voor een zeer beperkte toename van het groepsrisico en dat door middel van het luchtdicht afsluitbaar maken van de woning de risico's afnemen, wordt het restrisico acceptabel geacht.

5.5

Explosieven

In de Nederlandse bodem zitten nog veel conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Bij het opsporen en ruimen van conventionele explosieven (CE's) is de openbare orde en veiligheid het bepalende uitgangspunt. De burgemeester is op grond van artikel 172 van de Gemeentewet belast met de handhaving daarvan. De beslissing om in een concrete situatie al dan niet over te gaan tot het opsporen en ruimen van een CE is dus de bevoegdheid van de burgemeester. In een CE-verdacht gebied is grondroerende partij verplicht een explosieven onderzoek uit te voeren in het kader van 'veilige werkomgeving en veiligheid voor derden en de omgeving'. Er geldt geen verplichting om over te gaan tot opsporing en ruiming. Dit hangt af van het concrete geval en dat wordt vooral beoordeeld in relatie tot het huidige en toekomstige gebruik van het gebied. 5.5.1

Onderzoek

Op basis van de bodembelastingkaart CE kan geconcludeerd worden dat het plangebied deel uitmaakt van de Atlantikwall en de Nederlandse verdedigingslinie . De Atlantikwall was een meer dan 5.000 kilometer lange verdedigingslinie, die Nazi-Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog langs de westkust van de bezette gebieden in West-Europa heeft aangelegd ter voorkoming van een geallieerde invasie. De Atlantikwall liep van Noorwegen, via Denemarken, Duitsland, Nederland en België naar Frankrijk tot aan de grens met Spanje. De verdedigingslinie, die overigens nooit geheel werd voltooid, bestond uit kazematen of bunkers, kanonnen en mijnenvelden.

Toelichting (ontwerp)

53

bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 3 en 4

Figuur 5.9. bodembelastingkaart CE zwart omlijnd is het plangebied weergegeven.

5.5.2

Conclusie

Aangezien het plangebied behoort tot een verdacht gebied dient een explosievenonderzoek plaats te vinden. Vervolgens dienen verdachte objecten die uit het onderzoek naar voren komen altijd te worden benaderd om vast te stellen of het een CE betreft. Tot slot zullen de CE's geruimd moeten worden (onschadelijk maken of ter plaatse detoneren). De beoogde bouwactiviteiten zullen pas worden gestart als de locatie is vrijgegeven. Dergelijke onderzoeken staan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan echter niet in de weg.

5.6

Flora en fauna

5.6.1

Wet- en regelgeving

Sinds 1 januari 2017 vervangt de Wet natuurbescherming de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. Daarmee zijn gebiedsbescherming en soortbescherming bij elkaar gebracht in één Nederlandse wet. Deze wet beschermt de van nature in Nederland in het wild voorkomende planten en dieren en hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen. Deze wet neemt de Europese regelgeving als uitgangspunt. Dat is niet alleen van belang vanwege het feit dat Nederland is gehouden tot nakoming van zijn internationale verplichtingen, maar ook, omdat de Europese regelgeving een hoog beschermingsniveau van de natuur verzekert, hoger dan de bescherming die vóór de totstandbrenging van de Europese kaders werd geboden door de nationale wetgeving. De taken en verantwoordelijkheden worden in het wetsvoorstel zoveel mogelijk bij de provincies neergelegd, overeenkomstig het uitgangspunt 'decentraal tenzij'. Eén van de verantwoordelijkheden van de provincie is het Natuurnetwerk Nederland, een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Was het in de vorige wetgeving nog zo dat individuele exemplaren van zeldzame soorten werden beschermd, nu betreft het bescherming van de soort. Een belangrijk criterium in de wet is 'gunstige staat van instandhouding van een soort'.

Daarvan is sprake als: uit populatiedynamische gegevens blijkt dat de betrokken soort nog steeds een levensvatbare component is van de natuurlijke habitat waarin hij voorkomt, en dat vermoedelijk op lange termijn zal blijven, en het natuurlijke verspreidingsgebied van die soort niet kleiner wordt of binnen afzienbare tijd lijkt te zullen worden, en er een voldoende grote habitat bestaat en waarschijnlijk zal blijven bestaan om de populaties van

54

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 3 en 4 die soort op lange termijn in stand te houden. 5.6.2

Onderzoek

Door Pius Floris is op 12 oktober 2021 een quickscan flora en fauna uitgevoerd ter plaatsen van blok 3-4 en blok 27 (zie Bijlage 6). Soortenbescherming Alvorens de QuickScan uit te voeren is vooronderzoek gedaan, het vooronderzoek heeft als doel een overzicht te verkrijgen van relevante informatie met betrekking tot het voorkomen van beschermde soorten. Het vooronderzoek maakt gebruik van ondersteunende gegevens uit de NDFF (Nationale Databank Flora- en Fauna) via de applicatie QuickScanHulp (<3jaar), Waarneming.nl (<5jaar), Nederlands Soortenregister en soortverspreidingsatlassen van o.a. SOVON, RAVON en de Zoogdiervereniging. Tijdens het veldbezoek zijn de aanwezige biotopen opgenomen. Op basis van de voorkomende biotopen en ecologische kennis is een inschatting gemaakt van de te verwachte soorten en de soorten die op voorhand uit te sluiten zijn. Bij het bepalen van de mogelijke effecten wordt rekening gehouden met de aard van de ingreep en de gevoeligheid van de soorten.

Aanwezige biotopen In het deelgebied zijn de volgende biotopen met noemenswaardige landschapselementen aangetroffen:

Vaatplanten Vooronderzoek Vanuit het vooronderzoek is bekend dat onderstaande soorten,te verwachtten zijn in of nabij het plangebied.

Veldonderzoek Tijdens het onderzoek zijn geen waarnemingen gedaan van beschermde vaatplanten. Ook bied het gebied geen geschikte habitat voor deze soorten. Gezien de geringe verspreidingsmogelijkheden en de afstand waarop de soorten zijn waargenomen, wordt vestiging van deze soorten in plangebied niet verwacht.

Toelichting (ontwerp)

55

bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 3 en 4

Effectbeoordeling Negatieve effecten op beschermde vaatplanten kan op basis van het voor- en veldonderzoek worden uitgesloten. Er zijn geen waarnemingen gedaan en geschikt habitat ontbreekt. Vogels Verblijfplaatsen die jaarrond in gebruik zijn door vogels zijn beschermd onder de Wnb, alsook alle (tijdens de broedperiode) bezette vogelnesten (zie Bijlage II) Deze wettelijk beschermde status is ook van kracht in relatie tot de functionele leefomgeving van vogelsoorten. Tijdens de Quickscan wordt het plangebied op de aanwezigheid van vaste rust,- broed,- of verblijfplaatsen van vogels onderzocht. Vooronderzoek

Veldonderzoek Tijdens het veldonderzoek zijn geen waarnemingen gedaan van de in de bovenstaande tabel genoemde soorten. In beide percelen is wel een door struik(en) bezet stuk ruigte aanwezig, die als nestgelegenheid kan dienen voor algemeen voorkomende soorten. De onderzochte bomen in het gebied bevatten geen holtes. De bomen bieden verder geen potentiële broedlocatie voor de soorten genoemd in bovenstaande tabel. Effectbeoordeling Gedurende het broedseizoen kunnen algemene vogelsoorten gebruik maken van de aangetroffen stuiken. Derhalve wordt bij het verwijderen van dit struikgewas tijdens de broedperiode mogelijk bezette nesten weggenomen. Negatieve effecten op de nestgelegenheid kan worden uitgesloten indien de uitvoering van de geplande werkzaamheden buiten het broedseizoen plaatsvindt. Zoogdieren Vooronderzoek Op basis van verspreidingsgegevens en NDFF-gegevens kunnen binnen de grenzen van het plangebied egel, bunzing, haas en konijn voorkomen. Verder zijn in de nabije omgeving hermelijn en wezel te verwachtten. Door het ontbreken van een open terrein of weidegebied kan de aanwezigheid van haas op voorhand worden uitgesloten. Genoemde marterachtigen geven over het algemeen een voorkeur aan gebieden met kleinschalige landbouw waar voldoende schuilmogelijkheid en water nabij is, maar komen in principe in allerlei landschapstypen voor.

Enkelen zijn met regelmaat te vinden in parklandschappen en stedelijke gebieden. De aanwezigheid van groenstroken, heggen, bosjes, bermen en greppels zorgen hier voor geschikte jaagomgeving.

56

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 3 en 4

Veldbezoek Het oppervlak van perceel 3.4 bestaat uit kale delen en beperkt ontwikkelde ruigte waardoor deze ongeschikt bevonden als leefgebied voor beschermde grondgebonden zoogdieren en kan aanwezigheid van deze soorten worden uitgesloten. Perceel 27 is potentieel geschikt als foerageergebied voor konijn en egel. Weliswaar heeft verdichting van de grond (vanwege herhaaldelijk gebruik door werkvoertuigen) ervoor gezorgd dat de bodem ongeschikt is voor het graven van holen. In de aanwezige zandhopen elders, zijn dergelijke holen niet aangetroffen. Verder, het ziet eruit alsof er onvoldoende fatsoenlijke beschutting (e.g. dicht struikgewas) voor de egel aanwezig is. Ten gevolge hiervan lijkt het gebied ongeschikt als verblijfplaats voor konijn en egel. Een geschikte biotoop voor marterachtigen is ook vastgesteld binnen perceel 27. De opeenhoping van grof zand in combinatie met brokstukken verharding hebben geleid tot steenhopen, die voor marterachtigen potentieel als verblijfplaats gebruikt kunnen worden. Aangezien de steenhopen hier geruime tijd lijken te liggen, is vegetatie zich gaan ontwikkelen en gelijktijdig potentiële vestiging van grondgebonden zoogdieren mogelijk gemaakt. Aangrenzend aan en binnen het perceel is ook potentieel jaaggebied in de vorm van greppels, heggen en struikgewas aanwezig. Van de bunzing zijn in de nabije omgeving waarnemingen bekend (0 – 1 km).

Andere marterachtigen zijn evenzeer eerder waargenomen in de regio (1 – 5 km). Tot slot zijn ook waarnemingen van de egel en konijn op korte afstand van het perceel bekend (0 – 1 km). Effectbeoordeling Perceel 27 is geschikt bevonden als leefgebied voor grondgebonden zoogdieren. Negatieve effecten van de werkzaamheden op beschermde grondgebonden zoogdieren kan dan ook niet worden uitgesloten. Het perceel kan als foerageergebied voor egel en als verblijfplaats voor marterachtigen dienen. Met de voorgenomen werkzaamheden kunnen eventueel aanwezige verblijfplaatsen van marterachtigen worden aangetast. Vleermuizen Vooronderzoek Het leefgebied van vleermuizen bestaat uit een netwerk van verschillende vaste verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden. Gedurende het jaar wordt van meerdere typen verblijfplaatsen gebruik gemaakt, te weten: zomerverblijfplaatsen, paarverblijfplaatsen, kraamverblijfplaatsen en winterverblijfplaatsen. Een geschikte verblijfplaats kan meerdere type verblijfsfuncties vervullen. Op basis van de NDFF-gegevens en verspreidingsgegevens (Zoogdierenvereniging,Waarneming.nl) kunnen de soorten uit onderstaande tabel worden verwacht.

Toelichting (ontwerp)

57

bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 3 en 4

Veldonderzoek Verblijfplaatsen Vleermuizen maken gebruik van holtes en spleten in bomen en gebouwen als verblijfplaatsen. Bij de onderzochte bomen zijn geen geschikte holtes of spleten/schorsplaten geconstateerd die als verblijfplaats kunnen dienen voor vleermuizen. Aanwezigheid van vleermuizen in deze bomen is uitgesloten. Het onderzochte gebouw in perceel 3.4 is eveneens ongeschikt gebleken als verblijfplaats voor vleermuizen. Het betreft een constructie van betonnen containerblokken, waarbij de spleten en/of holtes die in menig gebouw wél aanwezig zijn, geheel dichtgemetseld zijn. Foerageergebieden en vliegroutes Vleermuizen maken gebruik van lijnvormige elementen, watergangen en luwte van groenstructuren als foerageergebieden en/of vliegroutes. Vleermuizen zijn afhankelijk van zulke lijnvormige elementen voor de verbinding van foerageergebieden met verblijfplaatsen. Tijdens het veldbezoek zijn er op de percelen geen elementen waargenomen die deze functie voor vleermuizen kunnen vervullen. Dienvolgens kan de aanwezigheid van foerageergebieden en/of vliegroutes worden uitgesloten. Effectbeoordeling Beide percelen bevatten geen potentiële rust en/of voortplantingsplaatsen voor vleermuizen. Vanwege het kleine oppervlak, ontbreken van bomen en andere lijnvormige elementen zijn beide percelen geen essentieel foerageergebied en fungeren niet als een vliegroute.

Derhalve kunnen negatieve effecten op vleermuizen worden uitgesloten. Amfibieën, reptielen en vissen Vooronderzoek Op basis van verspreidingsgegevens (RAVON) en NDFF-gegevens kunnen Rugstreeppad en Vroedmeesterpad voorkomen in of in de directe omgeving van de percelen. Tevens zijn vrijgestelde algemene soorten te verwachten onder meer de bastaardkikker, bruine kikker en gewone pad. Veldonderzoek Door de afwezigheid van voorplantingswateren en een geschikt landhabitat voldoet beide percelen niet aan de habitateisen van amfibieën en vissen. In dit kader kan aanwezigheid van zowel amfibieën als vissen op voorhand worden uitgesloten. Daarnaast is gekeken naar de geschiktheid van het plangebied als habitat voor hagedissen en slangen. Geschikt leefgebied is eveneens afwezig, in dit kader kan de aanwezigheid van deze reptielen op voorhand worden uitgesloten. Effectbeoordeling Een geschikte biotoop voor Wnb beschermde amfibieën, reptielen en vissen is afwezig binnen het gehele plangebied. Negatieve effecten op amfibieën, reptielen en vissen zijn uitgesloten. Voor de voorgenomen werkzaamheden is geen nader onderzoek en/of ontheffing onder Wnb nodig, wel is de algemeen geldende zorgplicht van toepassing. Ongewervelden Vooronderzoek De verspreidingsgegevens en NDFF-gegevens geeft geen indicatie voor de aanwezigheid van

58

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 3 en 4 beschermde ongewervelde in de directe omgeving beide percelen. Veldonderzoek Voor de voortplanting zijn vlinders afhankelijk van specifieke waardplanten. De waardplanten voor wettelijk beschermde vlindersoorten zijn niet aangetroffen in het plangebied. Door de afwezigheid van geschikte voortplantingswateren en jachtbiotoop kan de aanwezigheid van wettelijk beschermde vlinders, libellen, juffers en haften worden uitgesloten. Effectbeoordeling Binnen het plangebied is een geen geschikte voortplantingsbiotoop aanwezig voor wettelijk beschermde vlinders. Overige wettelijk beschermde ongewervelde zijn niet te verwachten binnen het plangebied, in dit kader zijn negatieve effecten op de gunstige staat van instandhouding uitgesloten. Nader onderzoek en ontheffing is niet noodzakelijk, wel is de zorgplicht van kracht. Gebiedsbescherming Voor onderhavig projectgebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wet natuurbescherming, de Structuurvisie Noord-Holland 2040 (2010) en de Provinciale Ruimtelijke Verordening (2017). Wet natuurbescherming In de Wet natuurbescherming is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig.

Relevant daarbij is dat de Wet natuurbescherming een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur genoemd) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het nationale natuurbeleid. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor provincie Noord-Holland uitgewerkt in de Structuurvisie Noord-Holland 2040 (2010) en de Provinciale Ruimtelijke Verordening (2107). Het NNN in Noord-Holland kent geen externe werking. Inventarisatie Het projectgebied ligt niet in of grenst niet aan een beschermd gebied in het kader van de Wet natuurbescherming. Het dichtstbijzijnde beschermde gebied betreft het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid op een afstand van circa 8 kilometer ten noorden van het projectgebied. Met behulp van een stikstofdepositieberekening dient aangetoond te worden dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot significante negatieve effecten ter plaatse van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Met de inwerkingtreding van de Wet Stikstofreductie en natuurverbetering op 1 juli 2021 is de bouwfase vrijgesteld van onderzoek.

Hierdoor dient alleen in de gebruiksfase nog aangetoond te worden dat de stikstofuitstoot in deze fase niet leidt tot significante negatieve effecten. De gronden van het projectgebied zijn verder niet aangewezen als NNN in het kader van het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid. De dichtstbijzijnde NNN-gebieden liggen op circa 4 kilometer afstand verspreid rondom het projectgebied en betreffen plassen, moerassen en natuurgraslanden en bossen. Het Voorkanaal, direct ten westen van het projectgebied, is aangewezen als ecologische verbindingszone. De afstand is echter voldoende om te voorkomen dat deze wordt aangetast door de voorgenomen ontwikkelingen in het projectgebied. Gezien de terreinomstandigheden en de ligging, heeft het projectgebied geen belangrijke ecologische relaties met beschermde natuurgebieden. Beschouwd is of de nu aangevraagde ontwikkeling leidt tot een nadelig effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de in de omgeving van Haarlemmermeer liggende Natura 2000 gebieden zijnde; Kennemerland-Zuid (ook wel bekend als de waterleidingduinen), Coepelduynen, en de Polder West Zaan, Botshol en Nieuwkoopse Plassen. Op basis van verkeersonderzoek van Goudappel Coffeng is op 24 januari 2022 door MEES Ruimte & Milieu een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd.

Omdat rekening gehouden dient te worden met cumulatie van projecten, is de berekening niet voor de diverse deelgebieden uitgevoerd, maar voor Hyde Park als geheel. Uit het onderzoek, waarbij intern gesaldeerd is met de situatie waarbij Beukenhorst-West in als zodanig in gebruik gebleven is, blijkt dat de ontwikkeling geen significant effect

Toelichting (ontwerp)

59

bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 3 en 4 heeft op de omliggende Natura 2000-gebieden. Het onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 7 5.6.3

Conclusie

Op basis van de uitgevoerde ecologische inventarisatie is gezien de aangetroffen terreinomstandigheden en de aard van de ontwikkeling een voldoende beeld van de natuurwaarden ontstaan. Het projectgebied van Blok 3-4 lijkt ongeschikt als leefgebied voor beschermde soorten. De aanwezigheid van deze soorten wordt uitgesloten. Op voorhand kan in redelijkheid worden gesteld dat natuurwet- en -regelgeving de uitvoerbaarheid van de ruimtelijke plannen niet in de weg staat.

5.7

Geluid

5.7.1

Wet- en regelgeving

Wegverkeer In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat het bevoegd gezag bij vaststelling van een bestemmingsplan de wettelijke grenswaarden in acht moet nemen. Toetsing aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van de Wgh vindt plaats per weg. Het geluidsniveau ten gevolge van het wegverkeer dient op de gevels van nieuwe (of te wijzigen) woningen in de geluidszone van een weg te voldoen aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting. Deze bedraagt 48 dB. Indien deze voorkeursgrenswaarde wordt overschreden kan de gemeente een hogere grenswaarde toestaan, de zogenaamde "Hogere waarde". De Hogere waarde mag enkel worden verleend indien uit akoestisch onderzoek is gebleken dat bron-, overdrachts- of gevelmaatregelen om het geluidsniveau terug of onder de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting te brengen niet mogelijk is. Aan de Hogere waarde is een maximum verbonden. Voor de nieuwbouw van woningen in binnenstedelijke situaties is dit 63 dB en in buitenstedelijke situaties is dit 53 dB. Deze niveaus zijn na aftrek van de correctie conform artikel 110g van de Wgh. Spoorweglawaai In artikel 105 van de Wgh staat dat landelijke spoorwegen een zone hebben. In artikel 106 en verder van de Wgh staan grenswaarden voor het geluid dat geluidgevoelige bebouwing mag ondervinden van railverkeerslawaai. Voor woningen in nieuwe situaties is de voorkeursgrenswaarde Lden = 55 dB.

Het gemotiveerd vaststellen van een hogere waarde is mogelijk. De maximaal hogere waarde is afhankelijk van de situatie. Zij is 68 dB voor spoorweglawaai bij nieuwe woningen in stedelijk gebied. Industrielawaai Op basis van artikel 40 van de Wgh kunnen (delen van) industrieterreinen worden aangewezen als gezoneerd industrieterrein met een zonegrens. Dit betreft industrieterreinen waarop zich gronden bevinden die zijn aangewezen voor mogelijke vestiging van zogenaamde "zware lawaaimakers" als genoemd in artikel 41 lid 3 van de Wgh en artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht. Buiten de zonegrens mag de geluidbelasting vanwege het industrieterrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven gaan. De op 1 januari 2007 geldende ten hoogste toelaatbare geluidsbelastingen voor woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen - vastgelegd in eerder genomen besluiten blijven gelden. Luchtverkeerslawaai Op grond van artikel 8.30a van de Wet luchtvaart stelt de minister elk vijfde kalenderjaar een geluidsbelastingkaart vast. Die heeft betrekking op de geluidsbelasting (hele dag (Lden) en 's nachts (Lnight) veroorzaakt door de luchthaven op woningen en bij Algemene Maatregel van Bestuur aan te wijzen categorieën van andere geluidgevoelige gebouwen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=f3ef9502-8452-460a-a94b-ec953b9bf1ce