CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

2021.0001380 b19 crisis en herstelwet bestemmingsplan.pdf

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 8 juli 2021, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: SESSIE 3. 19.00 - 20.30 uur (Heijezaal) Nota Vaststelling voorontwerpbestemmingsplan en concept-MER Park 21 (2021.0001380) - geheime bijlagen28.967 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Overige ontwikkelprincipes De ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij: - het behouden en het zichtbaar/beleefbaar blijven van de huidige verkavelingsstructuur (inclusief

29

sloten) bij (semi-)tijdelijke functies en opstellingen in het landschap, zoals voor zonne-energie. - het behouden van de vrije ruimte (molenbiotopen) rond historische windmolens, in verband met de windvang en de zichtbaarheid van de molens in het landschap. Toetsing De basis is het polderland met de kenmerkende lange rechte bomenrijen en de boerenerven. Sinds de drooglegging in 1852 is Haarlemmermeer dé plek waar vernieuwers blijvend kunnen pionieren. Ook in PARK21 is volop ruimte voor innovatie, het landschap groeit mee met de behoefte en ontwikkeling van de maatschappij zonder afbreuk te doen aan zijn geschiedenis en oorsprong. PARK21 levert op deze wijze een bijdrage aan de sociale en economische vitaliteit van het gebied, inclusief zijn cultuurhistorie. PARK21 is opgebouwd uit drie lagen: de polderlaag, de parklaag en de leisurelaag. De lagen lopen elk dwars door het park, vullen elkaar aan, maar verschillen ook heel duidelijk. De polderlaag, het polderlandschap, verankert het park in de cultuurhistorie. De polderlaag transformeert van agrarisch naar verbrede stadslandbouw. Het gebied wordt toegankelijker en aantrekkelijker met activiteiten voor bezoekers.

Essentieel voor het ruimtelijke beeld van deze laag zijn de drie oorspronkelijk agrarische linten, bestaande uit boerenerven met erfbeplantingen, de ontginningskavels (van 1000 meter diep en 100 tot 200 meter breed), de poldersloten, de Hoofdvaart en de tochten die hieraan parallel lopen. Het karakter van de linten is geaccentueerd door laan- en erfbeplanting toe te passen en op veel plaatsen een ruime zone rond de linten vrij te houden van parkbeplanting. De geometrie van de polder domineert. Richting de achterkanten van de ontginning (de tochten) versterken de gebogen parkstructuren het ruimtelijk beeld en de diepte in het landschap. Vanaf de linten zijn er ruime doorzichten naar het achterland en naar herkenningspunten in Nieuw-Vennep en Hoofddorp. De parklaag zorgt voor samenhang in PARK21 en functioneert als kapstok voor alle andere initiatieven. Het is een openbaar toegankelijke groenstructuur. Hier ligt het recreatieve netwerk van wandel-, fiets-, skate- en ruiterpaden en hier is ruimte voor sport, spel en voorzieningen. De parklaag is ook de natuurlaag. Bomen, bosjes en waterpartijen garanderen een grote variatie aan planten en dieren. De parklaag is in de eerste plaats bedoeld voor inwoners van Haarlemmermeer en de regio. De parklaag is ontworpen als tegenhanger van de rationele en geometrische polder met een golvend reliëf en vloeiende lijnen.

Het is een robuust en gedifferentieerd raamwerk over de polderlaag heen. In de parklaag wisselen beslotenheid en panorama's op het omliggende landschap elkaar af. De parklaag ligt hoger, zodat bomen duurzaam kunnen groeien. De recreatieplas is onderdeel van de parklaag. De entrees zijn een duidelijke markering, hier betreed je PARK21. De leisurelaag versterkt de parklaag en biedt ruimte aan (commerciële) vrije tijdsvoorzieningen met een lokaal, regionaal en (inter)nationaal draagvlak die drager(s) voor het gebied kunnen worden, iconen voor het park. Deze voorzieningen worden landschappelijk ingepast in de groene omgeving.

30

4.2.4

Strategisch beleidskader Economie

In het Strategisch Beleidskader Economie (2016) zijn de hoofdkeuzes gemaakt voor wat betreft de inzet van het provinciaal bestuur voor de regionale economie in Noord-Holland. De volgende missie voor het economisch beleid is geformuleerd: 'Wij maken ons sterk voor welvaart en welzijn in Noord-Holland door een duurzame, vernieuwende en ondernemende economie'. De begrippen 'duurzaam', 'vernieuwen' en 'ondernemend' zijn richtinggevende principes die worden toegepast op vijf economische thema's die vallen onder vestigingsklimaat (werklocaties, bereikbaarheid, arbeidsmarkt, innovatieklimaat en digitale infrastructuur) en op de agrosector en de internationale marketing en acquisitie van bedrijven. Deze vijf thema's zijn verder uitgewerkt in de Uitvoeringsagenda Economie. Toetsing De ontwikkeling van PARK21 sluit aan op de drie richtinggevende principes uit het Strategisch beleidskader economie. PARK21 wordt duurzaam, ondernemend en bovenal vernieuwend. Daarnaast speelt de agrosector ook een belangrijke rol in het plangebied. Hiermee is de ontwikkeling in overeenstemming met het Strategisch Beleidskader Economie (2016). 4.2.5

Uitvoeringsagenda Economie 2016-2019

De Uitvoeringsagenda Economie (2016) is het uitvoeringsdeel van het Strategisch Beleidskader Economie. De Uitvoeringsagenda heeft de missie geformuleerd tot een doel, namelijk 'werken aan een aantrekkelijk, duurzaam en concurrerend vestigingsklimaat'. De Uitvoeringsagenda wil dit doel en de missie voor het economisch beleid bereiken door te zorgen voor:  aantrekkelijke en duurzame werklocaties;  goede bereikbaarheid;  een veerkrachtige arbeidsmarkt;  een sterk innovatieklimaat;  uitstekende digitale infrastructuur;  aantrekken van internationale bedrijven;  een sterke en duurzame agrosector. Toetsing Voortbordurend op het Strategisch beleidskader Economie, sluit de ontwikkeling van PARK21 ook aan op zeven punten uit de Uitvoeringsagenda Economie 2016-2019. PARK21 ziet toe op het bieden van ruimte voor duurzame, educatieve, innovatieve of recreatieve ondernemers. Voor de agrarische sector wordt specifiek ingezet op verbreding en verduurzaming. De bereikbaarheid van PARK21 vormt tevens een belangrijk aandachtspunt bij de verdere ontwikkeling van het park. 4.2.6

Beleidsagenda Energietransitie 2016-2020

De Beleidsagenda Energietransitie (2016) is opgesteld met als uitgangspunt een bijdrage te leveren aan het behalen van de doelstellingen van het Rijk bij de Klimaattop in Parijs. Uiteindelijk is het doel voor de provincie een volledig duurzame energievoorziening in 2050. De beleidsagenda kent drie beleidslijnen:  Energie besparen  Duurzame energie opwekken  Warmte en koude Daarbij zijn er twee doorsnijdende thema's die in elk van de beleidslijnen een belangrijke rol spelen, namelijk: op weg naar een nieuw energiesysteem en innovatie. Tot slot geldt een aantal randvoorwaarden waaraan voldaan moet worden om met het beleid successen te boeken. Dit zijn: Ruimtelijke impact, participatie en communicatie, financiering en monitoring.

31

Toetsing De ontwikkeling van PARK21 is in overeenstemming met de drie beleidslijnen uit de Beleidsagenda Energietransitie 2016-2020. Het streven is dat het park in 2030 energieproductief is. 4.2.7

Programma Natuurontwikkeling 2021-2025

Het programma natuurontwikkeling (2018) is één van de uitvoeringsprogramma's onder de provinciale omgevingsvisie. In dit programma beschrijft de provincie de fysieke projecten die worden uitgevoerd om biodiversiteit in Noord-Holland te vergroten en de natuur- en cultuurlandschappen beleefbaar te maken voor bewoners en bezoekers van de provincie. Voor Haarlemmermeer zijn de volgende projecten van belang:  PARK21  Groene AS Bovenlanden  Groene AS Aalsmeer  Houtrakpolder  Groene Uitweg: Stelling van Amsterdam-Nieuwe Hollandse Waterlinie Toetsing PARK21 wordt specifiek genoemd in het Programma Natuurontwikkeling 2021-2025. Het project dient meerdere doelen, waaronder: verbetering waterkwaliteit en duurzaamheid, landschap, recreatie, landbouw, vrije tijd en groenblauwe oost-westverbinding. 4.2.8

Visie op waterrecreatie

Provincie Noord-Holland heeft een variëteit aan kustlandschappen, uniek buitenwater, karakteristieke binnenwateren en belangrijke vaarwegen. Vaak is het water gecombineerd met cultuurhistorische elementen in het landschap. De ambitie voor 2030 is dat de provincie een vitale waterrecreatieprovincie is. Waarbij kansen zijn benut en afgestemd op de kwaliteiten, kenmerken en draagkracht van de omgeving. Daarnaast is er ingespeeld op diverse trends en ontwikkelingen, zoals klimaatveranderingen en verstedelijking. De visie maakt onderscheid in thematische en gebiedsgerichte ambities en opgaven. De thematische opgaven zijn: 1. Water is van ons allemaal: de diversiteit van waterrecreatie en de samenwerking tussen de daarbij betrokken partijen; 2. Water doet de economie stromen: de wijze waarop de economische waarden van waterrecreatie worden geoptimaliseerd; 3. Water verbindt: versterken van de verbindende functie van het water. Deze thematische ambities komen in alle gebieden terug. De visie maakt onderscheid in vier gebieden. De Haarlemmermeer is ingedeeld bij de Metropoolregio Amsterdam. Voor het gebied van de Haarlemmermeer gelden de volgende ambities: 1. Optimale verbinding met omliggende gebieden; 2. Veelzijdig en toekomstgericht waterrecreatiegebied.

Toetsing Met de prioritaire structuur wordt binnen PARK21 invulling gegeven aan de groen-blauwe oost-west verbinding, het vormt een recreatief kwalitatief verblijfsgebied dat Hoofddorp en Nieuw-Vennep verbindt. In de prioritaire structuur wordt infrastructuur gerealiseerd in de vorm van de parkweg en fiets-, wandel- en ruiterpaden. Het VDS, de polderuiterwaarde en de recreatieplas vormen belangrijke verbindende blauwe

32

aders door het park. Dit systeem beidt meer variatiemogelijkheden bij andere vormen van waterrecreatie zoals kanoen, suppen, vissen etc door het aaneengesloten VDS systeem (en mogelijk de Bennebroekertocht). In het westelijk deel domineert de parklaag met de grote recreatieplas. De nieuwe recreatieplas biedt mogelijkheden om te zwemmen en er komen voorzieningen voor bijvoorbeeld surfen, varen, kanoën, waterskiën en wakeboarden. Rond en langs het water worden wandel-, fiets- en skeelerpaden gemaakt. Ook komen er rustplekken en speelplaatsen. Bij de plas is er ruimte voor bijvoorbeeld een bezoekerscentrum, horeca met terrassen, wellness, ruimtes voor exposities, aanlegplaatsen voor bootjes en een uitzichttoren. Het plan draagt bij aan de provinciale doelstellingen met betrekking tot waterrecreatie.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1

Ontwikkelingsbeeld Noordvleugel 2040

In december 2007 is het Ontwikkelingsbeeld Noordvleugel 2040 van de Metropoolregio Amsterdam vastgesteld. De noordvleugel van de randstad is een belangrijke trekker van de Nederlandse economie. In de metropoolregio Amsterdam wonen in totaal 2 miljoen inwoners. Het 'Ontwikkelingsbeeld Noordvleugel 2040' beschrijft het toekomstbeeld van de Noordvleugel van de Randstad. Als belangrijke trekker van de Nederlandse economie ziet de Noordvleugel van de Randstad zich genoodzaakt zich in de komende decennia te ontwikkelen tot een Europese metropool: de metropoolregio Amsterdam. Het succesvol verder ontwikkelen van de metropoolregio moet, ingevolge het ontwikkelingsbeeld, gericht zijn op het creëren van een hoogwaardig en duurzaam leef- en woonmilieu, waar bedrijven, bewoners en bezoekers zich graag willen vestigen en willen verblijven. In het streefbeeld van de metropoolregio speelt de kracht van het landschap een hoofdrol. Toetsing PARK21 speelt een belangrijke rol bij het creëren van een hoogwaardig en duurzaam leef-en woonmilieu. Het verbindt het dynamische noordoosten en het meer ontspannen karakter in het zuidwesten. De groene parklaag biedt een scala aan ontspanningsmogelijkheden. De leisuremogelijkheden in het park zorgen voor attractieve voorzieningen. Tot slot verbindt de polderlaag het platteland en de stad waarbij ze elkaar versterken.

Daarnaast draagt het park bij aan de 'Groenblauwe structuur als raamwerk voor verstedelijking'. 4.3.2

Ruimtelijke Visie Greenport Aalsmeer 2015-2025

Greenport Aalsmeer is het grootste wereldhandels- en kenniscentrum voor de sierteeltsector. Productie van bloemen en planten hoort daarbij en is zelfs een essentieel onderdeel in de keten. De sierteeltketen is van groot belang voor de economie en werkgelegenheid van de hele regio (4 miljard omzet, 50.000 directe werknemers). De concurrentiepositie van de sierteeltsector kan alleen behouden en versterkt worden door bedrijven te moderniseren. Met dit doel voor ogen heeft Greenport Aalsmeer samen met de gemeenten en provincies uit de regio een Ruimtelijke Visie Greenport Aalsmeer 2015-2025 ontwikkeld. De visie maakt duidelijk waar de beste kansen liggen voor de ontwikkeling van moderne en duurzame tuinbouwbedrijven in de Greenport Aalsmeer tot 2025. In de meest kansrijke gebieden voor glastuinbouwconcentratie willen Greenport Aalsmeer en het tuinbouwbedrijfsleven de krachten bundelen voor gebiedsontwikkeling en op het gebied van duurzaamheid. De visie biedt het tuinbouwbedrijfsleven planologische duidelijkheid. Dit helpt ondernemers bij het nemen van investeringsbeslissingen, maar het is ook belangrijk voor exploitanten van de duurzaamheidsinfrastructuur zoals CO2- leidingen en warmtenetten. Binnen Greenport Aalsmeer zijn ongeveer 40 glastuinbouwgebieden te onderscheiden.

Deze gebieden zijn in te delen in categorieën waarmee ingezet kan worden op het verzilveren van de kansen en gebieden die onderdeel zijn van de opgave. De indeling is uitgewerkt aan de hand van vijf gebiedscategorieën:  categorie 1: Bestaand modern grootschalig glastuinbouwgebied;  categorie 2: Bestaand kleinschalig (glas)-tuinbouwgebied (specialistische teelt en niche producten);  categorie 3: Nieuw grootschalig glastuinbouwgebied;

33

 

categorie 4: Tuinbouwgebieden met maatwerkopgave; categorie 5: Transformatiegebieden en verspreid glas.

Per categorie ontstaat een ontwikkel- en investeringsperspectief. Binnen het plangebied zijn enkele glastuinbouwbedrijven gelegen die zijn aangemerkt met gebiedscategorie 5. Gebieden uit deze categorieën zullen niet meer tot het glasconcentratiegebied behoren of worden voorgesorteerd om daar niet meer toe te behoren. In deze gebieden is transformatie naar andere functies gepland of reeds gestart. Toetsing De bestaande glastuinbouwbedrijven zijn positief bestemd in dit bestemmingsplan. Deze bedrijven krijgen, net als andere agrarische bedrijven de mogelijkheid om te verbreden of van functie te veranderen. Binnen het plangebied zijn geen nieuwe glastuinbouwbedrijven beoogd. 4.3.3

Regionale hotelstrategie 2016 - 2022

Op 18 juni 2013 hebben de colleges van B&W Amsterdam en Haarlemmermeer besloten tot actualisatie van de regionale hotelstrategie. Op 5 juli 2013 zijn de uitgangspunten voor een nieuwe regionale hotelstrategie vastgesteld in het Bestuurlijk Overleg Platform Regionaal Economische Sturing (BO PRES) door alle partners van de metropoolregio Amsterdam (MRA). Uitkomst en toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen is de zogenaamde Hotelladder. De Hotelladder is een instrument voor gemeenten en marktpartijen om (snel en praktisch) nieuwe initiatieven aan te toetsen. De ladder is een vertaling van de beleidsuitgangspunten en de kansenkaart naar een voor iedereen bruikbaar instrument. Op de kansenkaart wordt aangegeven waar volgens de MRA de beste kansen voor extra hotels liggen en – indien gewenst door de betreffende gemeente - voor welke doelgroep deze het meest geschikt zijn. Daarmee wordt ook zichtbaar waar de MRA het minder wenselijk vindt om nieuwe hotel initiatieven te realiseren. De kern van de toetsing aan de Hotelladder is: heeft het nieuwe initiatief een toegevoegde waarde voor de directe omgeving en de overall hotelmarkt in de regio? Voorgesteld uitgangspunt is dat er voor concepten met een vernieuwende en toegevoegde waarde altijd ruimte zou moeten zijn, terwijl bij minder waardetoevoegende hotels kan worden gekeken of een andere locatie of invulling mogelijk is.

Dit zal gezien de grote planologische ruimte en de beperkte directieve sturingsmogelijkheden niet altijd mogelijk zijn, maar dit is wel het streven. Ook moet de concreetheid van marktinitiatieven gevolgd worden, waarbij de financiële haalbaarheid en financiering, aanwezigheid van hotelexploitant en fasering van het project een belangrijke rol spelen. Toetsing PARK 21 wordt als kansgebied voor de toeristisch/recreatieve markt gezien. De activiteiten die worden aangeboden in het park, van kanoën, sport en meditatie, tot werken, zijn zeer divers en zullen veel verschillende mensen aantrekken. Het park aan de oostzijde moet door ontwikkeling kunnen rekenen op een toename van toeristen en dagjesmensen. Eén hotel of meerdere, afhankelijk van de functies die het toekomstige gebied krijgt, in het park betekent dat mensen de kans krijgen in dit gebied meerdere dagen te verblijven. Uit de ladderonderbouwing (zie Bijlage 2) blijkt dat de ontwikkeling zorgt voor een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan hotels in de regio.

34

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

Structuurvisie Haarlemmermeer 2030

De Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 is vastgesteld in 2012. In de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 wordt de toekomstige ontwikkeling van de gemeente beschreven. De Structuurvisie behandelt belangrijke structurerende zaken met ontwerpprincipes voor duurzaamheid, een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem, energie, netwerk- en ketenmobiliteit, de synergie met Schiphol, ruimte voor attracties, en de cultuurhistorie en diversiteit als dragers van de ontwikkelingen. Ook over de wijze waarop wordt ontwikkeld en over het centraal stellen van de mens binnen dit ontwikkelproces worden belangrijke uitspraken gedaan. Het accent ligt hierbij op Sociale Duurzaamheid en Ruimtelijke Kwaliteit. Het doel van de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 is het bieden van een actueel juridisch en planologisch kader voor de gemeente Haarlemmermeer waarmee de gemeente: 1. de ruimtelijk bestaande situatie, de huidige ontwikkelingen en de gewenste toekomstige ontwikkelingen in hun onderlinge samenhang (voor de periode tot 2030) borgt; 2. het toetsingskader voor het ruimtelijk beleid voor de periode 2010-2020 geeft; 3. de kaders voor het maken van financiële afspraken met overheden en marktpartijen voor bovenplanse verevening biedt. De ambities van Haarlemmermeer in de komende twintig jaar komen voort uit de aan de Structuurvisie ten grondslag liggende Contourennota.

In de toekomst wil Haarlemmermeer de bestaande diversiteit aan woonen werkmilieus - haar zogeheten atypische stedelijkheid - versterken. Haarlemmermeer wil een gemeente zijn die verbonden is en verbindt, een samenleving met samenhang. Dat betekent ook dat er samenhang moet zijn tussen alle ontwikkelingen die plaats vinden, zowel de ruimtelijke als de sociale ontwikkelingen. Haarlemmermeer positioneert zich ook in de toekomst als een attractieve ontmoetings- en vestigingsplaats. Duurzaamheid en oog voor bestaande structuren zijn leidend bij de toekomstige ruimtelijke, economische en sociale ontwikkelingen. De ambities voor Haarlemmermeer in 2030 zijn daarmee:  sterk gevarieerd en gebruikmakend van de atypische stedelijkheid;  duurzaam en klimaatbestendig;  fysiek en sociaal verbonden met elkaar en met de omgeving;  blijvend gepositioneerd als attractieve ontmoetingsplaats. Hierbij zijn twee zaken nog van belang. Ten eerste ligt er al veel vast: de programmatische toekomst, tot 2020, is grotendeels al bepaald. En ten tweede: bij alle ontwikkelingen wordt steeds gestreefd naar hoge kwaliteit en grote ruimtelijke en sociale samenhang. Toetsing PARK21 wordt in de 'Structuurvisie Haarlemmermeer 2030' meermaals benoemd. PARK21 wordt gezien als de verbindende factor tussen de hoge dynamiek aan de noordoostzijde en het meer ontspannen karakter aan de zuidwestkant.

Het park zal, samen met Hoofddorp en Nieuw-Vennep het middelpunt van deze verbinding vormen. De noordoostzijde zal voornamelijk ruimte bieden aan Schiphol en daarbij horende bedrijvigheid. Hiermee ontstaat er een betere synergie tussen de gemeente Haarlemmermeer en Schiphol. Daarnaast moet PARK21 een aantrekkelijke ontmoetingsplaats zijn voor zowel inwoners als binnenlandse- en buitenlandse toeristen. Het wordt hiermee een landelijke netwerkstad. Hiermee voldoet het park aan de wens van de gemeente Haarlemmermeer om een attractieve ontmoetings- en vestigingsplaats te zijn. Tot slot zal PARK21 hét recreatieve hart van Haarlemmermeer gaan vormen.

35

4.4.2

Beleidsnota toerisme, evenementen en promotie Haarlemmermeer 2020-2025

Het doel van dit beleid is het toeristische, recreatieve aanbod in Haarlemmermeer te verbreden en ontwikkelen zodat inwoners en bezoekers meer mogelijkheden hebben voor vrijetijdsactiviteiten. Inwoners profiteren omdat de recreatieve keuzemogelijkheden toenemen. Bezoekers worden via promotie verleid tot meer overnachtingen en om meer vrijetijdsactiviteiten te ondernemen in onze gemeente. Het bestaande aanbod wordt meer in de etalage gezet. Bestaande vrijetijdsvoorzieningen, de detailhandel en horeca profiteren van de toename van de bezoeken. Verruiming, verbreding en toevoeging kan alleen onder voorwaarde dat er aandacht is voor de leefbaarheid en ook voldoende capaciteit beschikbaar is van hulpdiensten. Over PARK21 wordt aangegeven dat het vrijetijdslandschap in ontwikkeling is. Het park is bedoeld voor inwoners en bezoekers. Het parklandschap biedt ruimte aan groen en daarnaast ook aan diverse soorten vrijetijdsactiviteiten en -voorzieningen. Er wordt ingezet op een snelle realisatie van het groen. De ontwikkeling en mogelijkheden van vrijetijdsvoorzieningen, zoals eventuele attracties, zijn afhankelijk van de infrastructurele ontwikkelingen in de gemeente. Hotelontwikkeling in PARK21 kan onder bepaalde voorwaarden; indien een duidelijke koppeling met een vrijetijdsactiviteit wordt mee ontwikkeld en/of als er sprake is van een bijzonder, uniek (kleinschalig) concept.

Toetsing PARK21 wordt specifiek genoemd in de beleidsnota. De realisatie van PARK21 draagt bij aan een verbetering van het toeristische en recreatieve aanbod in Haarlemmermeer. 4.4.3

Groen en recreatie in Haarlemmermeer

In de beleidsnota 'Groen en recreatie in Haarlemmermeer: de kwaliteit van natuur- en recreatiegebieden' geeft de gemeente aan voor alle inwoners aantrekkelijke recreatiemogelijkheden in het buitengebied te willen bieden. Om te voldoen aan de vele verschillende behoeften en voorkeuren van inwoners streeft de gemeente er onder andere naar meer doorgaande routes in het buitengebied te realiseren die groengebieden onderling verbinden, meer differentiatie aan te brengen in het groen en het Park van de 21e eeuw aan te leggen. Deze doelstellingen zijn vertaald in twee bouwstenen. De eerste bouwsteen is het landschappelijk raamwerk, ofwel de verbindingen tussen de gebieden. Het raamwerk aan groene, recreatieve verbindingen in de polder biedt daarbij ook kansen voor het ontstaan van ecologische verbinden. De tweede bouwsteen heeft betrekking op de gebieden zelf, die zich onderscheiden door hun karakters (bossen, landerijen, agrarisch gebied met recreatief medegebruik, water en plassen, en parken en stadsbossen). De twee bouwstenen leiden tot een visie op de groenblauwe structuur. Toetsing Zoals eerder benoemd zal PARK21 hét recreatieve hart van Haarlemmermeer gaan vormen. Het park is één van de belangrijkste projecten die bijdragen aan de groene en recreatieve doelstellingen binnen de gemeente.

Voor alle inwoners zullen er verschillende, aantrekkelijke recreatiemogelijkheden ontstaan in het park en de omgeving daaromheen. Daarnaast zal het park de verbindende factor zijn tussen verschillende gebieden, zowel recreatief als ecologisch. Ook zal het gebied een grote aantrekkingskracht hebben door de verschillende karakters die het park zal krijgen (bijvoorbeeld bossen, landerijen, agrarisch gebied met recreatief medegebruik, water en plassen).

36

4.4.4

IJweg, de spiegel van de polder

Deze beleidsvisie richt zich op de hele IJweg van Ringvaart tot Lisserweg met aan weerszijden een 100 meter brede zone. Bij de nadere uitwerking van deze visie is ingezoomd op het gedeelte van de IJweg tussen de Kruisweg (N201) en de Leimuiderweg (N207). Centraal in deze visie staat de vraag wat het kenmerkende karakter van de IJweg bepaalt en hoe nieuwe ontwikkelingen langs de IJweg kunnen worden ingepast. Bij de IJweg wordt het basis-wegprofiel bepaald door een rechte weg, de enkele bomenrij, een wegsloot en de aangrenzende korrelige zone met een diepte van 100 meter. Uitgangspunt voor de IJwegzone is het behoud van het basis-wegprofiel (bomen en wegsloot worden gerespecteerd) en de ruimtelijke kenmerken van de aangrenzende zone. Nieuwe functies langs de IJweg passen in het thema wonen, landschap en cultuur. In lijn met de verschijningsvorm van de bebouwing langs de IJweg geldt bij nieuwe woningen een maximale goothoogte van 6 meter en een nokhoogte van maximaal 10 meter. De rooilijn ligt minimaal 20 meter uit de weg (het toepassen van een openbare zone is daarbij ook mogelijk) en de kavel dient ontsloten te zijn via de IJweg. Ten aanzien van de bestaande boerderijen is uitgangspunt deze te behouden. Toetsing Voor PARK21 is een beeldkwaliteitsplan Polderlaag en regiedocument deelgebied 2, IJweg e.o. vastgesteld. In deze beeldkwaliteitsplannen wordt ook de IJweg benoemd.

De IJweg verbindt de nieuwe woongebieden van Hoofddorp en Nieuw-Vennep. Hoewel er een aantal grote agrarische bedrijven aan het lint gevestigd zijn, hebben veel 'stedelijke functies zich in het lint genesteld. Aan de Hoofddorpzijde zien we op nummer 1273 Meers Paarden Centrum met grote bedrijfsgebouwen en parkeervoorzieningen; daar tegenover op 1336 tuincentrum GroenRijk met kassen en parkeren. Ter plaatse is de beplanting wegbeplanting verdwenen. Aan de Nieuw-Vennepse kant is de Van Zantenhal op 1415 opvallend, een evenementen bedrijf met ook hier grote hallen en parkeerplaatsen. De erven van de hiervoor genoemde functies steken honderden meters diep het veld in. Schuin tegenover de Van Zantenhal bevinden zich kassen en percelen met vollegronds tuinbouw. Verder bevinden zich verschillende burgererven aan het lint. Er is weinig van de authenticiteit van het lint overgebleven. Veel erven hebben een stedelijk karakter met geen of summiere beplanting. De IJweg, met aan weerszijden erven, blijft herkenbaar als polderontsluiting. Ook de rechtlijnige polderverkaveling blijft hier goed herkenbaar. Deze vormt een duidelijk contrast met de lijnen van de parklaag. In het kader van de ontwikkeling van PARK21 is het wenselijk dat de IJweg landschappelijk wordt versterkt (herstel of aanleg wegsloten, aanvullende wegbeplanting en passende erfbeplanting waar mogelijk.

De beschreven opgave rondom de IJweg sluit aan bij 'IJweg, de spiegel van de polder'.

37

4.4.5

Parels aan de Ringvaart

Het westen van de gemeente Haarlemmermeer is een aantrekkelijk gebied om te wonen. Dat komt door de strategische ligging nabij de grote steden Amsterdam, Haarlem en Leiden en de ligging bij de luchthaven Schiphol. Maar ook door de nabijheid van de kust, binnenduinrand, meren en polder. Met de Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer-Bollenstreek werd al in 2007 verkend hoeveel woningen er in dit gebied gerealiseerd zouden kunnen worden. In het vervolg daarop, het project Westflank, hebben de provincie Noord-Holland, Hoogheemraadschap Rijnland en de gemeente Haarlemmermeer, samen met het rijk verdere plannen opgesteld voor een integrale uitwerking van opgaven ten aanzien van woningbouw, recreatiegroen, waterberging en verkeersontsluiting. Het doel van dit project was het realiseren van een hoogwaardig woon- en leefklimaat, ten behoeve van het internationale vestigingsklimaat van de regio. Vanwege het kabinetsbesluit om door het gebied een nieuwe, gedeeltelijk bovengrondse, 380 kV hoogspanningsleiding aan te leggen heeft Haarlemmermeer en de provincie in 2011 besloten om het project Westflank terug te geven aan het Rijk. Nu wil de gemeente de gebiedsontwikkeling weer oppakken. Maar dan anders. Want er komt in de toekomst een behoefte aan woningen in een duurzame woonomgeving in dit deel van de metropoolregio Amsterdam.

Hoe Haarlemmermeer de gebiedsontwikkeling gaat aanpakken en waarom staat in het uitvoeringsplan 'Parels aan de Ringvaart'. Het plan bestaat uit vier delen: 1. Ontwikkelingsbeeld, waarin de gezamenlijke ambitie en uitgangspunten voor het gebied wordt weergeven. De gemeente maakt het ontwikkelbeeld op basis van onze Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 (oktober 2012) en de structuurvisies van Provincie Noord-Holland en Hoogheemraadschap Rijnland. In het ontwikkelbeeld wordt globaal de wensen voor de toekomst weergegeven. 2. Ontwikkelingsstrategie, waarin wordt aangeven op welke wijze wordt ontwikkeld. Hierbij wordt ook aangegeven wat nu, later en in de verre toekomst eventueel ontwikkeld kan worden. Zo kan afhankelijk van de vraag en gewenste ontwikkeltempo het gebied stapsgewijs een nieuwe invulling krijgen. 3. Een onderbouwd voorstel voor de besteding van de Nota Ruimte Gelden (NRG). 4. Vervolgproces waarin wordt beschreven hoe en wanneer het proces wordt opgezet. Daarnaast wordt ingegaan op de communicatie en de participatie van ontwikkelaars, grondeigenaren, inwoners, omliggende gemeenten en andere betrokkenen. Toetsing PARK21 wordt in het uitvoeringsplan genoemd als de investering in groen, natuur en recreatief water. Het is daarmee een belangrijke groene drager van Haarlemmermeer-West.

PARK21 zal een centrale rol spelen in de ambitie van de gemeente Haarlemmermeer om voor Haarlemmermeer-West een excellent, duurzaam en internationaal bereikbaar woon-, leef- en vestigingsklimaat te creëren. Hierbij wordt het gebied opengesteld voor recreatie, sport en leisurevoorzieningen, maar ook voor natuurbeleving en duurzaamheid. Hiermee wordt het een ontmoetingsplek voor mensen uit Haarlemmermeer, de regio en daarbuiten.

38

4.4.6

Masterplan PARK21

Volgens het Masterplan, vastgesteld door de gemeenteraad op 16 juni 2011, wordt PARK21 een groot en gevarieerd landschap voor recreatie. Het parkgebied tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep biedt niet alleen recreatiemogelijkheden voor bewoners van deze twee kernen, maar wordt ook gezien als een belangrijke schakel in de gemeentelijke en regionale groenstructuur. Als schakel tussen de landgoederen en bossen in de binnenduinrand in het westen en de Westeinderplassen in het Groene Hart oostelijk van Haarlemmermeer heeft PARK21 een belangrijke verbindende (ecologische) functie. Met het PARK21 wordt dan ook een nieuw landschap gecreëerd in de metropoolregio. PARK21 geeft Haarlemmermeer en haar cultuurhistorie méér gezicht, zorgt voor duurzame kwaliteit in de metropool én biedt daarnaast amusementsvoorzieningen voor mensen uit binnen- en buitenland. PARK21 wordt een park met lagen en sferen. Het gebied wordt opgebouwd uit drie lagen: de polderlaag, de parklaag en de leisurelaag. De polderlaag, het polderlandschap, transformeert van traditioneel agrarisch naar verbrede stadslandbouw. Uitgangspunt is de inzet van huidige agrariërs en het voortzetten van de agrarische polderhistorie. De parklaag (tevens natuurlaag) is de openbaar toegankelijke groenstructuur.

Hier ligt het recreatieve netwerk van wandel-, fiets-, skate- en ruiterpaden waarbij ook ruimte is voor sport, spel en voorzieningen. De leisurelaag biedt tot slot (commerciële) voorzieningen en (inter)nationale topattracties die dragers voor het gebied kunnen worden. Wat de verschillende sferen betreft zal PARK21 gekenmerkt worden door de parksfeer aan de westzijde, de stadslandbouw in het middengebied en de vrijetijdsvoorzieningen aan de oostzijde. Het concept voor PARK21 is gebaseerd op vastgesteld beleid, zoneringen en (milieu)regelgeving, keur- en andere regels vanuit het Hoogheemraadschap van Rijnland, randvoorwaarden voor verkeer en vervoer, de mogelijke toekomst van het watersysteem en uitgangspunten voor duurzaamheid. Dit zijn de bouwstenen voor PARK21. PARK21 draait om samenwerking van partijen. Het kan niet alleen door de overheid gerealiseerd worden. Zelfrealisatie door agrariërs en andere ondernemers is een belangrijk uitgangspunt. Het is de rol van de overheid om dat proces te ondersteunen, te regisseren en de juiste condities te scheppen. Onderdelen van de ontwikkelstrategie zijn het juridisch-planologisch traject, de financiële strategie en een goede aanpak van communicatie en promotie om van PARK21 een sterk merk te maken, een ontwikkeling waar partijen graag in mee doen.

Toetsing Voorliggend bestemmingsplan ziet toe op het juridisch-planologisch mogelijk maken van PARK21 conform het Masterplan PARK21, de herijking van de uitvoeringsstrategie, bijbehorende beeldkwaliteitsplannen Polderlaag, Openbare ruimte en regiedocument deelgebied 2, IJweg en omgeving. 4.4.7

Kaders klimaatbeleid 2008-2020

Op 4 september 2008 heeft de gemeenteraad van Haarlemmermeer de nota 'Kaders klimaatbeleid 2008-2020' vastgesteld. In deze nota zijn de kaders voor toekomstig klimaatbeleid vastgelegd. Algemene doelstelling van het klimaatbeleid is (1) een reductie van de CO2-uitstoot in 2020 van 30 procent ten opzichte van 1990 en (2) de realisatie van 20 procent duurzame energie in 2020. Bij de ontwikkeling en uitvoering van het klimaatbeleid/ energiebeleid wordt de trias energetica aangehouden als leidend principe: 1. beperking van de energievraag; 2. opwekking noodzakelijke energie door gebruikmaking van duurzame energiebronnen; 3. indien nodig dient de opwekking van de resterende noodzakelijke energie door middel van gebruikmaking van fossiele brandstoffen, zo efficiënt en zo schoon mogelijk te geschieden. Het klimaatbeleid is uitgewerkt in tien thema's. Per thema is aangegeven wat de beoogde CO 2-reductie of beoogde realisatie van duurzame energie binnen dat thema is. De thema's zijn:

39

         

gemeentelijke gebouwen, bestaand en nieuwbouw; bestaande woningen; nieuwbouw woningen; bestaande bedrijven; agrarische bedrijven / glastuinbouw; nieuwe bedrijven; verkeer en vervoer; windenergie; overige duurzame energie; interne milieuzorg.

Toetsing PARK21 streeft er naar in 2030 meer hernieuwbare energie te produceren dan zij verbruikt. Hiermee wordt het park niet energieneutraal maar juist energieproductief. Ook zullen in 2030 de kringlopen van materialen worden gesloten, waardoor het afval wordt hergebruikt. Hiermee is de ontwikkeling in overeenstemming met de 'Kaders klimaatbeleid 2008-2020'. 4.4.8

Mobiliteitsvisie Haarlemmermeer (2018)

Het aantal inwoners en ondernemers groeit zowel in Haarlemmermeer als in de regio. De druk op de verkeers- en vervoersnetwerken zal daardoor toenemen. Daarnaast zet de groei van de verkeersstromen van en naar de luchthaven de bereikbaarheid van de Multimodale Knoop Schiphol onder druk. Uitgangspunt voor de Mobiliteitsvisie Haarlemmermeer 2018 is dat de reiziger zelf het beste bepalen met welke vervoersmiddel hij zijn reis kan maken. De visie zal worden gevolgd door een nieuwe meerjarige investeringsagenda waarbij overgebleven Deltaplanprojecten (uit het voorgaande verkeersbeleid) en middelen worden meegenomen en heroverwogen. Ook worden investeringen beter afgestemd met beheeren onderhoudsplannen en zullen bereikbaarheidseffecten gemonitord blijven worden. In de Mobiliteitsvisie zijn de volgende ambities opgenomen: a. Vrijheid van bewegen en vrijheid om een vervoermiddel te kiezen; b. Ruimte voor innovatie voor het 'nieuwe bewegen'; c. Een efficiënt en flexibel mobiliteitssysteem: klaar voor de toekomst; door een slimme fasering, wat nodig is wordt aangelegd, ruimte voor toekomstige uitbreiding wordt gereserveerd. Uitgangspunt is 'eerst bewegen, dan bouwen'; d. Bestaande knelpunten in het netwerk oplossen; e. Mobiliteit met oog voor de leefomgeving; overlast zoveel mogelijk beperken. f. Veilig bewegen; g. Evenwichtige ontwikkeling op de juiste plek, met de juiste functies; h.

Mobiliteit in en door Haarlemmermeer: gedeeld belang van gemeente, regio, rijk en bedrijfsleven; i. Faciliteren van schone en stille mobiliteit; j. Monitoring en indicatoren. De mobiliteitsvisie benoemt vervolgens een aantal thema's waarvoor doelstellingen zijn benoemd. De thema's zijn: 1. Netwerken verknopen 2. Auto 3. Goederenvervoer 4. Openbaar vervoer 5. Fiets 6. Voetgangers 7. Verkeersveiligheid

40

8. Parkeren 1. Netwerken verknopen Het doel is een robuust wegennet om de verwachte groei van automobiliteit te kunnen accommoderen en de behoefte aan comfortabel openbaar vervoer te faciliteren. Investeringen in busverbindingen én een krachtige versterking van het regionale openbaar vervoer zijn vereist, met name een zuidwaartse uitbreiding van de Amsterdamse metro naar Hoofddorp. Reizen is vaak een combinatie van vervoerswijzen. Het is daarom belangrijk dat de verschillende netwerken voor openbaar vervoer, auto, fiets en voetganger sterk met elkaar verbonden worden op de knooppunten. Ook zetten we in op het beter laten aansluiten van het nationale spoorwegennet en de spoordienstregeling bij de behoeften van onze reizigers. 2. Auto Toekomstig autonetwerk Voor het landbouwverkeer dient het oude netwerk aan polderwegen zoveel mogelijk geschikt te blijven voor landbouwverkeer. De noord-zuid verbindingen zijn van belang voor het in stand houden van de relatie tussen het noordelijk en het zuidelijk agrarisch kerngebied van Haarlemmermeer. De oost-west verbindingen zijn van belang voor de onderlinge relaties en voor het bereiken van gelieerde bedrijven aan de rand van (of buiten) Haarlemmermeer. Wegcategorisatieplan De mobiliteitsvisie voorziet in een geactualiseerd wegencategoriseringsplan, die in plaats treedt van het wegencategoriseringsplan 2015.

In het wegcategoriseringsplan is vastgelegd welke wegen welke functie dienen te vervullen, welke maximum snelheid daarbij past en wat de maximaal toelaatbare intensiteit op ieder wegtype is. Er zijn drie wegcategorieën: stroomwegen, erftoegangswegen - die toegang verschaffen tot bestemmingen – en gebiedsontsluitingswegen, die een stroomfunctie op wegvakken en een uitwisselfunctie op kruisingen hebben. Als blijkt dat het nodig is om een weg een andere wegcategorie te geven passen we dit aan bij vaststelling van het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. 3. Goederenvervoer Er wordt naar gestreefd om het vrachtverkeer zoveel mogelijk over de geschikte wegen te geleiden. Dit om uitstoot van schadelijke stoffen in bijvoorbeeld woongebieden te voorkomen en economische schade door congestie te beperken. 4. Openbaar vervoer Het doel is een qua reistijd, kosten en comfort aantrekkelijk hoogwaardig openbaar vervoer. Dat de vervoerder een grote vrijheid om het netwerk en de dienstregeling in te richten binnen het door de Vervoerregio Amsterdam opgelegde Programma van Eisen heeft hierin resultaat. Voor de bereikbaarheid van kleine kernen en het bereiken van bepaalde doelgroepen wordt onderzocht of vraaggericht OV een oplossing kan bieden. 5. Fiets Onder andere door het toenemend gebruik van de E-fiets, is het nodig het huidige fietsnetwerk lokaal maar ook regionaal op te waarderen.

Snelfietsroutes dienen te worden verbeterd.

41

6. Voetgangers Voetpaden hebben verschillende doeleinden; speeldomein van kinderen, ontmoetingsruimte voor buurtgenoten en verkeersfunctie om van A naar B te komen. In woonwijken hebben voetgangers langs 50km en 30km-wegen een eigen verkeersruimte nodig. Toegankelijkheid van deze ruimte is van belang. Daar waar schakels ontbreken worden voetpaden aangelegd. 7. Verkeersveiligheid Met de toenemende mobiliteit groeit ook de verkeersonveiligheid en de overlast door sluipverkeer. Er wordt geïnvesteerd om structureel onveilige situaties en ontbrekende schakels weg te nemen. Verkeerseducatie blijft een belangrijk onderwerp. Bij toekomstige infrastructuur staat verkeersveiligheid voorop. Het doorgaande verkeer moet worden geweerd uit de wijken en zo snel mogelijk naar het regionale netwerk worden geleid. Waar nodig moet het regionale netwerk van bus- en wegverkeerverbindingen worden uitgebreid. 8. Strategisch parkeerbeleid De nota Strategisch autoparkeerbeleid Haarlemmermeer (2017) maakt integraal onderdeel uit van de Mobiliteitsvisie Haarlemmermeer. Met het Strategisch autoparkeerbeleid Haarlemmermeer willen we bereiken dat voorzien wordt in de parkeerbehoefte en dat overlast door onbedoeld gebruik van parkeergelegenheden wordt voorkomen. Om voldoende parkeergelegenheid voor doelgroepen te faciliteren, werkt de gemeente met parkeernormen, als onderdeel van het autoparkeerbeleid.

Het autoparkeerbeleid heeft als doel de parkeercapaciteit optimaal te verdelen; “de juiste parkeerder op de juiste plaats”. Toetsing In de prioritaire structuur wordt infrastructuur gerealiseerd in de vorm van de parkweg en fiets-, wandel- en ruiterpaden. De parkweg ontsluit de parkkamers in het westelijk deel op het omliggende wegennet, zodat deze niet op de polderlinten (IJweg en Hoofdweg) hoeven te worden aangesloten. Met de bestaande ontsluitingsweg van het baggerdepot langs het spoor van noord naar zuid in zone 5 wordt ook in die zone voorkomen dat regulier verkeer vanuit de parkkamers wordt afgewikkeld op het polderlint (Rijnlanderweg). De hoofdroute voor het langzaam verkeer (voet- fiets- en ruiterpaden) slingert vanaf de Drie Merenweg door de zes zones tot de verzorgingsplaats langs de A4, waar deze aansluit op de bestaande parallelstructuur langs de A4 naar het noordoosten. In deze route worden een wandelpad, fietspad en ruiterpad gebundeld. Op, de bestaande Hoogwaardig openbaar vervoer (HOV)-baan tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep door PARK21, wordt ingezet op een nieuwe halte gerealiseerd ter hoogte van het parkhart. Mobiliteit is een belangrijk thema bij de ontwikkeling van PARK21. In paragraaf 6.12 wordt nader ingegaan op de wijze waarop wordt omgegaan met de toekomstige verschillende verkeersstromen.

42

4.4.9

Economisch Perspectief 2030

Het Economisch Perspectief 2030 geeft richting aan het versterken van de economische structuur van de gemeente Haarlemmermeer. De koers en ambitie in de interactie met belanghebbenden voor de komende jaren wordt aangegeven in de vorm van een strategisch denkkader. De gemeente is zich bewust van de ontwikkelingen, de kansen én onzekerheden om ons heen die hierop van invloed zijn. Wanneer factoren om ons heen veranderen, vinden wij het belangrijk dat we ons optimaal daarop aanpassen en open en flexibel in ons beleid en handelen zijn. Intensieve samenwerking met andere overheden, ondernemers en bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en onderwijs- en kennisinstellingen is cruciaal voor een gemeenschappelijke en samenhangende economische agenda en strategie voor Haarlemmermeer. De economie van Haarlemmermeer ziet zich geplaatst voor belangrijke ontwikkelingen. Politieke, economische, technologische en maatschappelijke veranderingen volgen elkaar in rap tempo op, zowel op internationaal, nationaal en lokaal niveau. De manier van denken en handelen van de gehele samenleving wordt hierdoor beïnvloed.

De samenhangende opgaven van Economisch Perspectief 2030 geeft aan hoe de gemeente Haarlemmermeer hierop inspeelt: Het beleid en strategie richt zich op:  het vergroten van de weerbaarheid van de economie;  het verbeteren van het toekomstbestendig vermogen van de samenleving vanuit het principe van duurzame economische ontwikkeling;  het vergroten en benutten van de innovatiekracht;  het vergroten van de ondernemingskracht van inwoners, ondernemers, instellingen en bedrijven;  het benutten van de stedelijke dynamiek;  het bevorderen van sociale cohesie. De opgaven geven richting aan de concrete handelingsstrategieën. De handelingsstrategieën geven invulling aan ons handelen toegespitst op economische vraagstukken, zoals bijvoorbeeld schaarste van ruimte, grondstoffen en energie alsook het stimuleren van innovatie, ondernemerschap en werkgelegenheid. Economisch Perspectief 2030 past in een dynamische gemeente als Haarlemmermeer. Een gemeente die durft vooruit te kijken en tegelijkertijd met de voeten in de klei staat en de blik naar buiten richt. De inspanningen vanuit de gemeente moeten bijdragen aan het welzijn en de welvaart van onze inwoners, instellingen, bedrijven en ondernemers.

Deze opgaven en handelingsstrategieën vormen tezamen het antwoord op de centrale vraag van Economisch Perspectief 2030: 'Wat is de strategisch-economisch positionering en profilering van de gemeente Haarlemmermeer om de ambities op het gebied van leven, leren en werken te realiseren en welke strategieën passen daarbij voor de verschillende beleidsvelden?' Toetsing De plannen van PARK21 sluiten goed aan bij de ambitie om de concurrentiepositie van de Randstad op peil te houden. Investeren in groen en landschap is namelijk lonend voor de economie en werkgelegenheid in het gebied. Het vestigingsklimaat wordt hiermee verbeterd en dat trekt bedrijven aan. De kansen liggen verder bij het vergroten en benutten van de innovatiekracht. Daarnaast zijn leisure initiatieven een belangrijke stimulans voor werkgelegenheid en vergroten ze de aantrekkingskracht van het leef- en woonklimaat. Die kans wil Haarlemmermeer met PARK21 ook benutten.

43

Hoofdstuk 5 5.1

Milieueffectrapportage

Algemeen

In het Besluit milieueffectrapportage zijn activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvan het maken van een milieueffectrapport verplicht is (onderdeel C). In onderdeel D zijn daarnaast activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of het maken van een milieueffectrapport nodig is, gezien de belangrijke nadelige gevolgen die het voorgenomen initiatief voor het milieu kan hebben. In onderdeel D van het Besluit m.e.r. is als activiteit D9 opgenomen "een landinrichtingsproject dan wel wijziging daarvan, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een functiewijziging met een oppervlak van 125 hectare of meer van water, natuur, recreatie of landbouw". Daarnaast is categorie D10 relevant: aanleg, wijziging of uitbreiding van (…) themaparken. De relevante gevalsgrenzen liggen bij 250.000 of meer bezoekers per jaar of een oppervlak van 25 hectare of meer. De omvang van PARK21 ligt boven deze drempelwaarden, waardoor een m.e.r.-beoordelingsplicht aan de orde is. Gezien de beoogde functies en de potentiële bezoekersaantallen (meer dan twee miljoen) vindt de gemeente een volwaardige afweging van milieubelangen bij de planvorming op zijn plaats. Om die reden kiest de gemeente Haarlemmermeer voor het opstellen van een MER. Concreet betekent dit dat de gemeente vrijwillig een projectm.e.r.-procedure zal doorlopen.

Deze procedure is in november 2016 opgestart, met het ter inzage leggen van een notitie reikwijdte en detailniveau.

5.2

Samenvatting

Het MER bestaat uit drie delen. In deel A worden de voorgeschiedenis en uitgangspunten voor PARK21 beschreven. In deel B worden de milieugevolgen van twee varianten van de voorgenomen ontwikkeling beschreven en beoordeeld. Tenslotte worden in deel C de resterende vraagstukken behandeld, de kaders voor de verdere planuitwerking uitgewerkt en een aanzet voor monitoring en evaluatie gedaan. Het hoofdrapport van het MER Is als Bijlage 1 bijgevoegd. In het MER worden twee planvarianten onderzocht: een basisvariant en een maximale variant. Basisvariant De basisvariant bestaat uit ca. 175 hectare prioritaire structuur in de vorm van parklaag met parkkamers, die in aanvulling op het reeds aangelegde deelgebied 1 als een verbinding tussen oost en west en tussen noord en zuid door PARK21 wordt gerealiseerd. Deze prioritaire structuur bestaat uit een parklaag waarvan het maaiveld gedeeltelijk wordt opgehoogd en waarbinnen parkkamers worden gerealiseerd. Onderdeel van de prioritaire structuur zijn een recreatieplas in zone 2 en een polderuiterwaarde in zone 3, alsmede de totale verbinding tussen oost (groene scheggen van Amsterdam) en west (duingebied). Ook wordt binnen de prioritaire structuur het Verbeterd Droogmakerij Systeem (VDS) toegepast. Voor de transitie naar de basisvariant, zal ook een gedeeltelijke transitie van het huidige landbouwgebied kavelgewijs plaatsvinden.

Agrariërs transformeren binnen deze prioritaire structuur naar bijvoorbeeld multifunctionele landbouw. In totaal, met deelgebied 1 en de getransformeerde polderlaag, ontstaat een transitie van meer dan 300 hectare binnen PARK21 door het realiseren van de basisvariant.

44

Maximale variant In de maximale variant wordt een indicatief eindbeeld van PARK21 gebruikt om de gevolgen voor de fysieke leefomgeving te onderzoeken. In dit eindbeeld is geheel PARK21 getransformeerd, wat betekent dat het park bestaat uit een parklaag, een polderlaag en een leisurelaag in een 1/3-1/3-1/3 verhouding. In totaal is ca. 360 hectare aan recreatief groen gerealiseerd, inclusief de prioritaire structuur en deelgebied 1, dat tot de autonome situatie behoort. De polderlaag omvat minimaal 1/3 van het gebied, waar landbouw de hoofdfunctie blijft. Maximaal 1/3 wordt in parkkamers als leisurelaag met diverse recreatieve ontwikkelingen ingericht. Opzet MER In het MER komen alle relevante ruimtelijke thema's en milieuthema's aan bod. De thema's zijn geclusterd in zes hoofdthema's. Deze thema's vormen gezamenlijk het beoordelingskader.

De effecten van de varianten zijn in het MER beschreven en beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. Waar nodig en relevant is tevens gekeken of het verschil tussen de huidige situatie en de referentiesituatie volgens de autonome ontwikkeling zou leiden tot een andere beoordeling. De uitkomsten van het MER zijn richtinggevend voor de ontwikkelingsmogelijkheid van PARK21.

45

Hoofdstuk 6 6.1

Onderzoek en beperkingen

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de verschillende aspecten milieu- en omgevingsaspecten waar rekening mee moet worden gehouden. Om de haalbaarheid van het bestemmingsplan aan te tonen, is voor de meeste aspecten onderzoek verricht. Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van het MER (zie Hoofdstuk 5). Voor een aantal aspecten geldt dat deze alleen zijn getoetst voor wat betreft de mogelijkheden die dit bestemmingsplan direct mogelijk maakt. Sommige toekomstige ontwikkelingen zijn namelijk alleen mogelijk via een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit. In dat geval wordt te zijner tijd specifiek onderzoek uitgevoerd voor die ontwikkeling.

6.2

Bodem

6.2.1

Wet- en regelgeving

Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient in geval van ruimtelijke ontwikkelingen te worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. Of de bodem een planontwikkeling in de weg staat, wordt middels een historisch onderzoek, eventueel aangevuld met een bodemonderzoek, bepaald. De resultaten van het historisch onderzoek, het bodemonderzoek en de conclusie met eventuele saneringsadviezen worden in het bestemmingsplan vermeld. 6.2.2

Onderzoek

Algemene beschrijving bodemkwaliteit plangebied Op basis van oude luchtfoto’s blijkt dat het terrein sinds de drooglegging hoofdzakelijk in gebruik is geweest ten behoeve van agrarische doeleinden. Voor zover bekend is het terrein voornamelijk in gebruik geweest voor akkerbouw en veeteelt en heeft geen intensieve tuinbouw plaatsgevonden. Desalniettemin dient rekening te worden gehouden dat plaatselijk bestrijdingsmiddelen zijn toegepast die hebben gezorgd voor (lichte) bodemverontreinigingen met OCB’s (organochloorbestrijdingsmiddelen). In de omgeving van de openbare wegen (lintbebouwing) zijn of waren plaatselijk (kleine) industriële bedrijven aanwezig. Derhalve is de directe omgeving rondom de aanwezige openbare wegen verdacht op het voorkomen van bodemverontreinigingen met de parameters uit het standaardpakket (zware metalen, PAK, PCB en minerale olie). Op basis van de beschikbare gegevens met betrekking tot eerder uitgevoerde bodemonderzoeken blijkt dat de grond en het grondwater over het algemeen maximaal licht verontreinigd zijn. Plaatselijk zijn sterke verontreinigingen aangetroffen met PAK of asbest. De verontreinigingen met asbest hangen veelal samen met toegepast puin (afval) in paden en dammen. Uit de gegevens van de bodemkwaliteitskaart, zoals opgenomen in de Nota Bodembeheer, blijkt dat de locatie is gelegen in zone 1B (gebiedsspecifieke zone PARK21).

In deze zone voldoen de boven- en ondergrond gemiddeld aan de Achtergrondwaarden (AW2000) en wordt gemiddeld een licht verhoogd gehalte aan PCB verwacht. Plaatselijk worden tevens licht verhoogde gehalten aan PAK en minerale olie verwacht en voldoet de grond aan de kwaliteitsklasse Wonen.

46

Grondverzet Om PARK21 vorm te geven zal er grond moeten worden afgegraven en worden aangebracht. Te denken valt aan de beoogde ophogingen van de parklaag en de parkkamers en het graven van de recreatieplas, VDS en mogelijk de polderuiterwaarde. Op basis van de beschikbare gegevens blijkt dat de grond ter plaatse van het te realiseren PARK21 nu hoofdzakelijk voldoet aan de Achtergrondwaarde. Op basis van het Besluit bodemkwaliteit dient bij toe te passen grond het ‘standstill principe’ in acht te worden genomen. Dit betekent dat op de locatie alleen grond die voldoet aan de Achtergrondwaarde mag worden toegepast. De gemeente Haarlemmermeer heeft echter gebiedsspecifiek beleid voor PARK21 opgesteld in de Nota bodembeheer (d.d. maart 2020). Conform het gebiedsspecifiek beleid is het toegestaan om grond met kwaliteitsklasse Wonen of Industrie toe te passen, mits deze wordt afgedekt met minimaal 0,5 meter grond die voldoet aan de Achtergrondwaarde en mits grond met kwaliteit Industrie voldoet aan de emissie-eisen zoals die gelden voor het toepassen van grond in een Grootschalige Bodem Toepassing (GBT). Dit beleid wordt overigens pas van kracht bij onherroepelijk worden van voorliggend bestemmingsplan Indien grond met kwaliteitsklasse Wonen of Industrie wordt toegepast, treedt formeel gezien verslechtering van de bodemkwaliteit op. In de praktijk zal het effect echter minimaal zijn.

Grond die voldoet aan de kwaliteitsklasse Wonen of Industrie is maximaal licht verontreinigd. Indien de grond daarnaast voldoet aan de emissie-eisen zoals die gelden voor het toepassen van grond in een GBT zal uitloging en verslechtering van de bodemkwaliteit van de reeds aanwezige grond (en eventueel het grondwater) zeer beperkt zijn. Aangezien de toe te passen grond maximaal licht verontreinigd is zijn gezondheidsrisico’s niet aanwezig. Wanneer wordt voldaan aan de eisen zoals opgesteld in het gebiedsspecifiek beleid betreft het een nuttige toepassing van licht verontreinigde grond met zeer beperkte risico’s. Zoals aangegeven in het gebiedsspecifiek beleid dient de grond met kwaliteitsklasse Wonen of Industrie minimaal afgedekt te worden door 0,5 m grond als leeflaag, die voldoet aan de Achtergrondwaarde. Hierdoor worden eventuele risico’s voor intensief gebruik, bijvoorbeeld een pluktuin of speeltuin weggenomen. Recentelijk zijn binnen kleine delen van het gebied enkele bodemonderzoeken uitgevoerd naar de aanwezigheid van PFAS. De gemeten gehalten bevonden zich allen ruim onder de landelijke generieke waarden. Derhalve kan worden geconcludeerd dat er met betrekking tot PFAS geen belemmeringen zijn met betrekking tot de voorgenomen ontwikkeling en dat er geen milieuhygiënische risico’s zijn voor het toekomstig gebruik als park.

Locatie evenemententerrein Op deze locatie is momenteel nog een voormalig (bagger)depot aanwezig. Het betreft een be- en verwerkingsdepot voor grond en baggerspecie dat sinds 1996 actief is aan de Rijnlanderweg te Nieuw-Vennep. Het depot is momenteel niet meer in gebruik en er is sprake van een passieve gedoogsituatie, waarbij er geen grond meer wordt aan- of afgevoerd. Binnen het depot is circa 450.000 m3 grond aanwezig die minimaal voldoet aan de kwaliteitsklasse Industrie. Op basis van reeds uitgevoerde onderzoeken blijkt dat er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen bijzonderheden zijn aangetoond met betrekking tot de aanwezige grond/bagger of onderliggende bodem. Het voornemen bestaat om de aanwezige grond toe te passen ten behoeve van PARK21. De grond wordt zoveel mogelijk toegepast binnen het huidige perceel. Voordat de grond wordt toegepast zal deze nog worden gekeurd. Verder dienen ten behoeve van de toepassing de gebiedsspecifieke beleidsregels uit de Nota Bodembeheer te worden gehanteerd.

47

Toekomstige ontwikkelingen Bij toekomstige ontwikkelingen die via een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit worden mogelijk gemaakt, zal moeten worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor de beoogde functie. 6.2.3

Conclusie

Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan.

6.3

Cultuurhistorie en archeologie

6.3.1

Wet- en regelgeving

Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervangt zes wetten op het gebied van cultureel erfgoed en sorteert hiermee voor op de komende Omgevingswet. Door de wetten te bundelen en een aantal regels te vernieuwen is de wetgeving minder versnipperd. In de Erfgoedwet staat onder andere wat cultureel erfgoed is, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe Nederland daar toezicht op houdt. De Erfgoedwet gaat over de bescherming van het cultureel erfgoed. Er is ook erfgoed in ruimtelijke ordening (de leefruimte om ons heen). Hoe Nederland daarmee omgaat staat in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 6.3.2

Onderzoek

Archeologie Situatie plangebied De archeologische verwachting voor het plangebied is opgenomen in de nota 'Archeologiebeleid Haarlemmermeer 2020-2030'. In het westen van het plangebied was vroeger het eiland Beinsdorp gelegen. Dit eiland was tot de 17 e eeuw bewoond en bestond tot de drooglegging van de Haarlemmermeer in de 19e eeuw. De locatie van het voormalig eiland kent een hoge archeologische verwachting. Het betreft 'oude gronden' die zijn ingedijkt in de Haarlemmerpolder. In deze zone zijn voornamelijk sporen van bewoning, ontginning en gebruik te verwachten vanaf de Middeleeuwen. In de ondergrond zijn mogelijk ook sporen uit het Laat Neolithicum aanwezig. Het is niet bekend in hoeverre de potentieel aanwezige archeologische waarden zijn aangetast door moderne landbouwtechnieken als diepploegen. In dit gebied is een bijzonder regime van kracht vanwege de verwachte aanwezigheid van belangwekkende archeologische resten. Voor het overige delen van het plangebied geldt een lage trefkans voor archeologische waarden.

48

Uitsnede Archeologische beleidskaart

Op basis van de archeologisch beleidskaart is ter plaatse van het voormalige eiland Beinsdorp archeologisch onderzoek verplicht bij plannen met een oppervlakte van 500 m2 en groter (waarde - archeologie 4). Voor de overige delen van het plangebied is archeologisch onderzoek nodig bij plannen met een oppervlakte van meer dan 10.000 m². Booronderzoek op het voormalige eiland Beinsdorp (en iets noordelijker gelegen voormalige oeverwallen) wordt eind april/ begin mei 2021 uitgevoerd. PM ontwerpbestemmingsplan: archeologisch onderzoek Gevolgen bestemmingsplan Ter bescherming van de mogelijk aanwezige archeologische waarden in het plangebied is het gemeentelijk archeologiebeleid in dit bestemmingsplan verwerkt. Op de verbeelding en in de regels zijn, bij de verwachtingswaarden passende, dubbelbestemmingen voor archeologie opgenomen. Op deze manier worden mogelijke archeologische waarden in de bodem beschermd tegen bodemingrepen in de toekomst.

49

Cultuurhistorie Situatie plangebied In het plangebied en in de omgeving van het plangebied liggen meerdere cultuurhistorisch waardevolle elementen en gebieden. Waardevolle gebieden Het agrarisch cultuurlandschap De Haarlemmermeerpolder is een belangrijk agrarisch historisch gebied. De bedreiging van de omliggende steden door het nog steeds uitbreidende meer en de uitvinding van het stoomgemaal zorgden ervoor dat in 1837 per Koninklijk decreet werd besloten tot de droogmaking van de Haarlemmermeer. In 1852 viel het meer droog, de gemalen De Cruquius, De Leeghwater en De Lynden herinneren hieraan. Het resultaat is een sobere polder die volledig gericht is op de agrarische productie. Die soberheid, de ruimtelijke structuur en de agrarische betekenis is in PARK21 nog sterk aanwezig. In andere delen van de Haarlemmermeerpolder (Schiphol, Hoofddorp, Nieuw-Vennep) zijn deze kernkwaliteiten aangetast. Stelling van Amsterdam Het hele plangebied is als inundatiegebied onderdeel geweest van de Stelling van Amsterdam. Het gebied valt niet binnen de door de nationale overheid vastgelegde begrenzing van de Stelling van Amsterdam (en de door UNESCO overgenomen begrenzing), maar wordt wel op provinciaal schaalniveau beschermd. Hierop wordt nader ingegaan in paragraaf 4.2.3. De ligging van het inundatiegebied is met een oranje arcering weergegeven op de navolgende afbeelding.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=bb00b203-9070-4976-b31c-d9f8115559bf