CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

2021.0001380 b19 crisis en herstelwet bestemmingsplan.pdf

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 8 juli 2021, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: SESSIE 3. 19.00 - 20.30 uur (Heijezaal) Nota Vaststelling voorontwerpbestemmingsplan en concept-MER Park 21 (2021.0001380) - geheime bijlagen28.967 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

2

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding

6

Aanleiding Begrenzing plangebied Vigerende plannen Leeswijzer

6 7 8 9

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

Crisis- en herstelwet

10

Wat is een Chw bestemmingsplan Verantwoording instrumentarium

10 10

Hoofdstuk 3 3.1 3.2

Onderzoek en beperkingen

Algemeen Bodem Cultuurhistorie en archeologie Externe veiligheid Explosieven Flora en fauna Geluid Geur Kabels, leidingen en telecommunicatie installaties Lucht Milieuzoneringen Verkeer en parkeren Water

Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3

Milieueffectrapportage

Algemeen Samenvatting

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8 6.9 6.10 6.11 6.12 6.13

Beleid en regelgeving

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 5 5.1 5.2

Planbeschrijving

Ambities en opbouw PARK21 Toekomstige ontwikkelingen PARK21

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4

5

Instrumentarium

Juridisch Financieel Communicatie

11 11 16 21 21 24 33 35 44 44 44 46 46 46 48 54 59 61 66 68 68 69 70 72 81 86 86 86 86

3

Bijlagen bij de toelichting

87

Bijlage 1

Milieueffectrapport

88

Bijlage 2

Ladderonderbouwing

89

Bijlage 3

Natuurtoets

90

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek evenementenlocatie

91

Bijlage 5

Verkeersonderzoek

92

4

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De transformatie van het gebied PARK21 kent reeds een uitvoerige geschiedenis. Vanaf eind jaren negentig van de vorige eeuw duikt de ontwikkeling van het Park van de 21e eeuw op in diverse beleidsstukken, waaronder het 'Raamplan Haarlemmermeer Groen' en de 'Toekomstvisie Haarlemmermeer 2015'. In deze beleidsstukken gaat het nadrukkelijk om de realisatie van “groen als tegenwicht tegen de aanzienlijke verstedelijking van de noordvleugel van de Randstad.” Verder is er behoefte aan recreatiemogelijkheden dicht bij huis in een sterk verstedelijkte omgeving. Het 'Raamplan Haarlemmermeer Groen' uit 2000 gaat uit van de ontwikkeling van 2.000 hectare recreatie- en groengebied in de Haarlemmermeer. In 2005 heeft de gemeenteraad het college verzocht om met concrete uitwerkingsvoorstellen te komen voor het Park van de 21e Eeuw, met de daarbij behorende financiële middelen. In het Collegeprogramma 'Rood, Groen en Blauw: Meer in Balans; Collegeprogramma 2006-2010', (maart 2006) is opgenomen: "In deze raadsperiode wordt een besluit genomen over de inrichting en wordt gestart met de uitvoering van het Park van de 21e Eeuw.

Voor de financiering hiervan is een combinatie van groen met recreatieve functies noodzakelijk." In februari 2007 heeft het college ingestemd met de 'Startnotitie Masterplan Park van de 21e Eeuw', waarin de ontwikkelingsstrategie voor het opstellen van een Masterplan voor het Park van de 21e Eeuw is vastgelegd. De afronding van de eerste fase van deze ontwikkelingsstrategie heeft uiteindelijk geleid tot de nota 'Park van de 21e Eeuw; Plan van aanpak' van november 2007. De nota bevat de resultaten van de inventarisatiefase en maakt de stappen tot en met het opstellen van het Masterplan inzichtelijk. Het plan van aanpak gaat in op de resultaten van de inventarisatiefase en formuleert uiteindelijk hieruit de uitgangspunten voor de verdere ontwikkeling. In het plan van aanpak wordt Park van de 21e eeuw gedefinieerd als: "een grootschalig stadspark met voldoende ruimte voor (commerciële) recreatieve en leisure voorzieningen." Heel nadrukkelijk is het park bedoeld als tegenwicht tegen en aanvulling op de verstedelijking in Haarlemmermeer en daarmee op de verbetering van het woon- en leefklimaat. De inzet is een aantrekkelijk woon- en leefklimaat en het park heeft primair een lokale en regionale functie, waarbij een duidelijk accent ligt op het groene karakter. Het park vormt daarbij een schakel in de regionale groen/blauwe structuren.

Verder is er een dominant beeld van een stadspark als drager van verschillende functies, waarbij nadrukkelijke samenhang wordt nagestreefd. Het richtinggevende thema is avontuurlijke en sportieve recreatie. Een sterk beeld of spraakmakende functie geeft het park identiteit en het park is voor voetgangers en fietsers goed ontsloten. Het Plan van Aanpak is in december 2007 voorgelegd aan de gemeenteraad. In het raadsvoorstel is het concept voor PARK21 uiteengezet en is een stappenplan geformuleerd om te komen tot een uitwerking van het concept en het vervaardigen van een masterplan. In 2008 heeft een wedstrijd voor een ontwerpvisie voor het park plaatsgevonden, op basis waarvan een parkconcept is geselecteerd. Op 16 juni 2011 heeft de gemeenteraad het Masterplan PARK21 vastgesteld als kadernota voor de ontwikkeling van het natuur- en recreatiegebied tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep. Het Masterplan PARK21 gaat voor de inrichting van het park uit van drie lagen:  de parklaag bestaande uit een golvend, groen parklandschap met hierin gelegen parkkamers met een divers programma aan vrije tijdsbesteding.

6

de polderlaag, bestaande uit de structuur van het oorspronkelijke polderlandschap. Hierbinnen is ruimte voor o.a. agrarische transformatie, stadslandbouw, buitenplaats en moestuin voor Haarlemmermeer met ruimte voor activiteiten voor bezoekers; de leisurelaag bestaat uit het regionaal georiënteerde parkhart naast de zwemplas met leisure-functies met hierin gebouwde functies op het gebied van horeca, ondersteuning van de natte leisure van de plas en overige leisurefuncties als klimmuur, evenemententerrein, museumpark etc. Tussen de hoofdvaart en het spoor is ruimte voor een grootschalige agrarische leisurefunctie en tussen het spoor en de A4 is ruimte voor grootschalige leisure (zowel gebouwd als buitenevenementen) met een (inter)nationale focus.

Het is de ambitie van de gemeente om met de realisatie van PARK21 een grootschalig parklandschap te ontwikkelen, met voldoende ruimte voor recreatieve en (commerciële) leisurevoorzieningen, dat het recreatieve hart van Haarlemmermeer gaat vormen, vervlochten met het groene raamwerk en de recreatieve en ecologische verbindingen. PARK21 levert daarmee een belangrijke bijdrage aan de verbetering van het woon- en leefklimaat in de Haarlemmermeer en vormt de schakel tussen de dynamiek van de Metropoolregio Amsterdam en de rust en openheid van het Groene Hart. In 2016 is de uitvoeringsstrategie van het Masterplan herijkt. In deze herijking zijn de kaders voor de ontwikkeling en de strategie voor de realisering opgenomen. PARK21 is een organische gebiedsontwikkeling, die ruimte geeft aan afzonderlijke initiatiefnemers waarbij het kan gaan om zowel tijdelijke als permanente vormen van gebruik en ontwikkeling. Er is sprake van een landschappelijke 'stip op de horizon' waarin de hoofdstructuren van de ontwikkeling zijn bepaald. De initiatiefnemers ontwikkelen en creëren het uiteindelijke eindbeeld. De gemeente geeft haar visie, ambities, randvoorwaarden en kaders (ruimtelijk, functioneel en financieel) bij de planologische uitnodiging mee via het bestemmingsplan (uitnodigingsplanologie).

Om de ontwikkeling van het plangebied door private partijen naar een recreatief park te stimuleren investeert de gemeente in de zogeheten prioritaire structuur. Voorliggend bestemmingsplan biedt het planologisch juridisch kader, waarbinnen de ontwikkeling zijn weg kan vinden. Gekozen is voor een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte, een zogenaamd Crisis- en herstelwet (Chw) bestemmingsplan. Dit is een bestemmingsplan dat, vooruitlopend op de nieuwe Omgevingswet, een verbrede reikwijdte en een flexibel kostenverhaalsysteem kent. Dit sluit aan bij het faciliteren van de beoogde organische ontwikkeling. Op dit type bestemmingsplan wordt in Hoofdstuk 2 nader ingegaan.

1.2

Begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep en heeft een omvang van circa 1.000 hectare. Het plangebied wordt globaal begrensd door de N205 in het noordwesten, de Nieuwe Bennebroekerweg in het noordoosten, de A4 in het zuidoosten en de Noordelijke Randweg in het zuidwesten. Op de navolgende afbeelding is de globale begrenzing van het plangebied weergegeven. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding, horend bij dit bestemmingsplan.

7

Globale begrenzing plangebied

1.3

Vigerende plannen

Voor het plangebied zijn (delen van) de volgende bestemmingsplannen geheel of gedeeltelijk van toepassing: Plannaam Vastgesteld Nieuw-Vennep Park21 deelgebied 1 12 juli 2012 Buitengebied Midden 4 juli 2013 Parapluplan parkeerregels 4 oktober 2018 Parapluplan datacenters 22 oktober 2020 Inpassingsplan randstad 380 kv verbinding beverwijk - 3 september 2012 zoetermeer (bleiswijk) PM ontwerpbestemmingsplan: vaststelling Parapluplan wonen Het CHW bestemmingsplan PARK21 vervangt de genoemde bestemmingsplannen binnen de grenzen van het plangebied.

8

1.4

Leeswijzer

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. Het volgende hoofdstuk (Hoofdstuk 2) gaat in op de Crisis- en herstelwet. Op basis van deze wet wordt dit bestemmingsplan opgesteld. In Hoofdstuk 3 worden het plan voor PARK21 en de achterliggende gedachtes hierbij beschreven. In het vierde Hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleid en de regelgeving en de invloed hiervan op het bestemmingsplan. Hoofdstuk 5 bevat een samenvatting van het milieueffectrapport (MER) en de uitgangspunten voor het bestemmingsplan die voorkomen uit het MER. Het zesde Hoofdstuk gaat in op de onderzoeksgegevens en beperkingen. De toelichting besluit met een hoofdstuk over de juridische planbeschrijving, het financiële kader en de uitkomsten van de gevolgde procedure (Hoofdstuk 7).

9

Hoofdstuk 2 2.1

Crisis- en herstelwet

Wat is een Chw bestemmingsplan

De Crisis- en herstelwet (Chw) bevat een grondslag voor het aanwijzen van plangebieden waarvoor een zogenaamd bestemmingsplan met verbrede reikwijdte kan worden vastgesteld. De daadwerkelijke aanwijzing van het plangebied gebeurt in het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet, meer specifiek de artikelen 7c en 7v. Deze artikelen geven, vooruitlopend op de Omgevingswet die naar verwachting op 1 januari 2022 in werking treedt, de mogelijkheid om (op onderdelen) af te wijken van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). In paragraaf 2.2 wordt een overzicht gegeven van de mogelijkheden die de Crisis- en herstelwet biedt en of en op welke wijze hiervan voor het plangebied PARK21 gebruik is gemaakt.

2.2

Verantwoording instrumentarium

2.2.1

Artikel 7c Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet

In artikel 7c Besluit Uitvoering Chw is voor een aantal initiatieven van verschillende gemeenten de mogelijkheid opgenomen om te experimenteren met een bredere reikwijdte van bestemmingsplannen. Daarmee krijgen deze bestemmingsplannen het karakter van een omgevingsplan. PARK21 is ook opgenomen als een dergelijk initiatief. In artikel 7c staan aanvullingen en afwijkingen ten opzichte van bestaande wetgeving. Zo bevat het artikel bepalingen die het mogelijk maken om de reikwijdte van het bestemmingsplan voor PARK21 te vergroten door ook aspecten te regelen die niet onder artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening vallen (een 'goede ruimtelijke ordening') maar wel onder de ruimere noemer van de fysieke leefomgeving (7c onder 1). Om dit te bewerkstelligen zijn in dit bestemmingsplan bepalingen opgenomen die het gebruik van gronden of bouwwerken voor een bepaalde activiteit (ten behoeve van de transformatie van het park) alleen mogelijk maken na verlening van omgevingsvergunningen voor een bestemmingsplanactiviteit (7c onder 14). In paragraaf 7.1 wordt nader op deze systematiek ingegaan. Ook kan de raad de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het bestemmingsplan delegeren aan burgemeester en wethouders (7c onder 13). De Wet ruimtelijke ordening bevat geen delegatiebevoegdheid.

De delegatiebevoegdheid is echter wel vergelijkbaar met de wijzigingsbevoegdheid zoals de Wet ruimtelijke ordening die kent. 2.2.2

Artikel 7v Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet

Deze regeling biedt de mogelijkheid aan gemeenten om op voorhand opbrengsten te berekenen bij globale bestemmingsplannen voor organische gebiedsontwikkeling. De regeling uit artikel 7v maakt het mogelijk om door beleidsregels kostenverhaal aan te passen. PM ontwerpbestemmingsplan: Regeling kostenverhaal

10

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

3.1

Ambities en opbouw PARK21

3.1.1

Ambities

PARK21 vertelt het verhaal van de ontwikkeling van de droogmakerij Haarlemmermeer. De basis is het polderland met de kenmerkende lange rechte bomenrijen en de boerenerven. Sinds de drooglegging van het Haarlemmermeer in 1852 is onze polder dé plek waar vernieuwers blijvend kunnen pionieren. Ook in PARK21 is volop ruimte voor innovatie, het landschap groeit mee met de behoefte en ontwikkeling van de maatschappij zonder afbreuk te doen aan zijn geschiedenis en oorsprong. Met PARK21 maakt Haarlemmermeer een groot en gevarieerd landschap om te recreëren, te verblijven en te ondernemen, voor nu en in de toekomst. PARK21 is het nieuwe groene hart van de Haarlemmermeer, een bijzondere schakel in de regionale groenstructuur, een nieuw landschap, een manier om Haarlemmermeer en haar cultuurhistorie méér gezicht te geven. Dat doen we niet alleen, maar juist met initiatiefnemers. Zo groeien we organisch naar het eindbeeld. PARK21 wil graag voorzien in:  De lokale behoefte aan recreatiemogelijkheden, kwantitatief, maar ook kwalitatief. Het verbindt de kernen Hoofddorp en Nieuw-Vennep en zorgt voor een krachtige, groene en recreatieve oost-west verbinding door de polder.  Het samenbrengen van stad en platteland, burgers en boeren. Gebruik makend van de ligging in een dichtbevolkt gebied en de recreatieve aantrekkingskracht van het park ontstaan zo nieuwe perspectieven voor de landbouw.

 Het tot ontwikkeling brengen van recreatieve en toeristische functies, voor mensen uit de directe omgeving, maar ook voor regionale en (inter)nationale bezoekers.  Een voorbeeldproject op gebied van duurzaamheid met o.a. als belangrijke inzet het streven naar verduurzaming van het watersysteem in het gebied. 3.1.2

Opbouw in lagen

PARK21 is opgebouwd uit drie lagen: de polderlaag, de parklaag en de leisurelaag. De lagen lopen elk dwars door het park, vullen elkaar aan, maar verschillen ook heel duidelijk. Polderlaag De polderlaag houdt het bestaande open polderlandschap met zijn linten zichtbaar en herkenbaar, het verankert het park in de cultuurhistorie. Tevens biedt het ruimte voor transformatie naar kringlooplandbouw en verbrede stadslandbouw in het polderland en de agrarische erven in het Polderlint.

Polderlaag (indicatief)

11

Parklaag De parklaag is een openbaar toegankelijke recreatieve groen- en blauwstructuur die zorgt voor samenhang en verbinding in PARK21. Hier ligt het recreatieve netwerk van wandel-, fiets-, skate- en ruiterpaden en het vormt ook de groen/blauwe verbinding die gelegd wordt tussen gebieden en draagt bij aan de biodiversiteit.

Parklaag (indicatief)

Leisurelaag (parkkamers) De leisurelaag (bestaande uit parkkamers) biedt (commerciële en semi-publieke) duurzame educatieve en/of recreatieve voorzieningen. Deze voorzieningen worden landschappelijk ingepast in de groene omgeving en versterken, verbreden en vergroten de parklaag. 3.1.3

Opbouw in sferen en zones

Naast de drie lagen zijn in PARK21 ook verschillende sferen/zones te onderscheiden. Het gaat globaal om drie sferen die van oost naar west verschillen. In het westelijk deel overheerst de parksfeer rondom de recreatieplas en het parkhart (zones 1 en 2); in het middendeel rondom de Hoofdvaart bepaalt de stadslandbouw de sfeer (zones 3 en 4) en in het oostelijk deel zijn de vrijetijdsvoorzieningen (de leisure) en landbouw prominent aanwezig (zones 5 en 6). Navolgend zijn de verschillende sferen/zones weergegeven. Per zone is aangegeven wat het accent is voor de betreffende zone qua functies.

Indeling PARK21 in sferen/zones

12

3.1.4

Prioritaire structuur

In het Masterplan en in de herijking van de uitvoeringsstrategie zijn de kaders voor de ontwikkeling en de strategie voor de realisering opgenomen. PARK21 is een organische gebiedsontwikkeling, die ruimte geeft aan afzonderlijke initiatiefnemers waarbij het kan gaan om zowel tijdelijke als permanente vormen van gebruik en ontwikkeling. Er is geen sprake van een eenduidig eindbeeld, maar wel van een landschappelijke 'stip op de horizon' waarin de hoofdstructuren van de ontwikkeling zijn bepaald.

Herijkte masterplan

De initiatiefnemers ontwikkelen en creëren het uiteindelijke eindbeeld. De gemeente geeft haar visie, ambities, randvoorwaarden en kaders (ruimtelijk, functioneel en financieel) bij de planologische uitnodiging mee via het bestemmingsplan (uitnodigingsplanologie). Om de ontwikkeling van het plangebied door private partijen naar een recreatief park te stimuleren investeert de gemeente in de zogeheten prioritaire structuur. De verbindende parklaag heeft een variabele breedte van 65 tot 115 meter. Navolgend zijn typerende doorsnedes opgenomen van de toekomstige situatie.

13

Principe oplossing voor dwarsdoorsnedes prioritaire structuur (parklaag)

Binnen de parklaag worden parkkamers voor leisure gerealiseerd waar ruimte is voor initiatieven van derden. Nabij de toekomstige HOV1-halte op de Zuidtangent worden, in zone 2, een parkhart en een recreatieplas aangelegd als icoonprojecten. Ten oosten van de Zuidtangent, in zone 3, wordt verwacht dat een educatieve proeftuin kan worden gerealiseerd en ten zuiden daarvan een polderuiterwaarde als onderdeel van het Verbeterd Droogmakerij Systeem (VDS) als icoonproject. In de overige zones worden eveneens parkkamers gerealiseerd, waar verschillende types initiatieven een plek kunnen krijgen, waaronder het evenemententerrein in zone 5 als icoonproject. De exacte invulling is nog niet bekend, wel is er een leidende typering per zone bepaald. In de navolgende afbeelding is een indicatieve uitwerking van de prioritaire structuur opgenomen.

14

Rol gemeente bij ontwikkeling prioritaire structuur Verbindingen en icoonprojecten zijn voor de ontwikkeling van het park van groot belang. Bij de ontsluiting gaat het, naast de voor een belangrijk deel al bestaande verbindingen met de kernen, met name om de hoofdroutes in het park (zie voorgaande afbeelding). Icoonprojecten zijn het parkhart, de recreatieplas, de polderuiterwaarde en het evenemententerrein. In de afspraken tussen de betrokken overheden is de introductie van een klimaatbestendig watersysteem (VDS) in het gebied eveneens gemarkeerd als een belangrijke opgave. Met de prioritaire structuur wordt invulling gegeven aan de doelstellingen achter PARK21. Het realiseert de groen-blauwe oost-west verbinding, het vormt een recreatief kwalitatief verblijfsgebied dat Hoofddorp en Nieuw-Vennep verbindt. Het nodigt uit om vanuit de kernen het park en polderlandschap te bezoeken. Het park vormt daarmee een uitnodigende basis voor een verdere versterking door private initiatieven. Zo worden de condities geschapen om het hele park tot ontwikkeling te brengen. Dit komt alleen tot wasdom als de prioritaire structuur als aaneengesloten gebied wordt gerealiseerd en deze van voldoende kwaliteit is.

15

Daarom wordt gestart met het inrichten van een prioritaire structuur met voldoende aantrekkingskracht en belevingswaarde. Deze structuur wordt gevormd door elementen van bos, grasland (open ruimtes), landbouwgewassen en een wegen- en padenstructuur. Bezoekers moeten er willen én kunnen komen. De prioritaire structuur zal vooral ingericht worden voor de recreatiebehoefte van mensen uit de nabije omgeving. De dynamiek die veroorzaakt wordt is, naast een mooie groene omgeving, nodig om de interesse van de ondernemers te wekken. De inrichting van de prioritaire structuur biedt de voedingsbodem waarop initiatieven tot bloei kunnen komen. Het biedt houvast en vertrouwen voor ondernemers om in het gebied te willen investeren. Zo kunnen gezamenlijk ambitieuze doelen worden bereikt. En dragen de ondernemers bij aan het ontwikkelen van de prioritaire structuur tot het gewenste ambitieniveau. Door eerst de prioritaire structuur te realiseren ontstaat een aaneengesloten structuur die uitnodigend is en wordt versnippering van deelontwikkelingen met beperkte samenhang voorkomen. Deze structuur nodigt uit tot gebruik en gebruik nodigt uit tot investeren door derden. Vandaar dat voor PARK21 de prioriteit vanuit de gemeente ligt bij het realiseren van deze prioritaire structuur om daarmee het vliegwiel voor doorontwikkeling met derden te realiseren.

Voor de realisatie van de prioritaire structuur als een aaneengesloten gebied geldt dat de optie van onteigening als laatste redmiddel wordt opengehouden, waarbij de gemeente in principe streeft naar realisatie op basis van vrijwillige transformatie. Om die reden worden op diverse deellocaties van de prioritaire structuur de opties nog open gelaten.

3.2

Toekomstige ontwikkelingen PARK21

3.2.1

Algemeen

Zoals aangegeven gaat PARK21 uit van een organische gebiedsontwikkeling. Om deze gebiedsontwikkeling een vliegende start te geven, is de strategie om eerst de prioritaire structuur te ontwikkelen. PARK21 zal kavelgewijs ontwikkelen door een gedeeltelijke transitie van het huidige landbouwgebied. PARK21 streeft naar een eindbeeld waarbinnen geheel PARK21 is getransformeerd. PARK21 bestaat uit een parklaag, een polderlaag en een leisurelaag. In totaal zal ca. 360 hectare aan recreatief groen gerealiseerd, inclusief de prioritaire structuur en deelgebied 1. Voor de parklaag is de 1/3 een minimum. De polderlaag omvat tevens minimaal 1/3 van het gebied, waar landbouw de hoofdfunctie blijft. Agrariërs kunnen binnen PARK21 bijvoorbeeld transformeren naar multifunctionele landbouw. Maximaal 1/3 wordt als leisurelaag met diverse recreatieve ontwikkelingen ingericht. De ontwikkeling van de leisurelaag is mede afhankelijk van de intensiteit van de functies in samenhang met de draagkracht van het milieu, vandaar dat wordt gesproken over een maximum van 1/3 van het gebied. In de volgende paragrafen wordt ingegaan op een aantal belangrijke elementen en icoonprojecten van PARK21. In paragraaf 7.1 wordt nader uiteengezet hoe deze elementen op juridisch-planologische wijze in dit bestemmingsplan zijn vastgelegd.

16

3.2.2

Inrichting landschap

Voor de gronden in de polderlaag geldt dat het bestaande polderlandschap zichtbaar en herkenbaar blijft. De parklaag wordt een openbare structuur die ruimte biedt aan groen, natuur, en water. De initiatieven in de parkkamers worden landschappelijk ingepast in de groene omgeving. Zowel bij de parklaag als de parkkamers worden de gronden, vanuit landschappelijk oogpunt, gedeeltelijk opgehoogd. Voor de ophoging zijn nog verschillende opties mogelijk, zoals in de navolgende tabel weergegeven.

Voor de parklaag is een concept beplantingsstrategie opgesteld, de 'groene bouwsteen'. Deze vormt een belangrijke leidraad voor de beplanting van de parklaag. In het plangebied is een baggerslibdepot (ter plaatse van het beoogde evenemententerrein) aanwezig, waar afgeweken zal worden van de bovenstaande hoogtes. Aan deze locatie wordt een landschappelijke invulling gegeven met een landmark op een heuvel en de verbinding over het spoor. 3.2.3

Verbreding en transformatie agrarische sector

PARK21 is nu nog vooral een landbouwgebied, gekenmerkt door agrarische productie. De transformatie van dit gebied, met behoud van de openheid en cultuurhistorische waarden, is een belangrijke opgave bij de ontwikkeling van het park. Agrarische bedrijvigheid is in de gemeente lange tijd de belangrijkste economische basis geweest, maar heeft, door de ligging van de internationale luchthaven Schiphol in Haarlemmermeer, deze positie verloren. Haarlemmermeer is de laatste dertig jaar snel verstedelijkt en het ruimtegebruik is geïntensiveerd. PARK21 zoekt niet de confrontatie met het agrarisch gebruik, maar de verbinding. In feite zijn de agrarisch ondernemers beheerders van een groot deel van het Haarlemmermeerse landschap. Zij zorgen daarmee voor de openheid van het landschap en het behoud van de cultuurhistorische waarde van de lintbebouwing in de polder. Doel is om de agrarische sector te ondersteunen bij de vrijwillige transformatie naar Park21 met onder andere toekomstbestendige vormen van landbouw, passend binnen het nieuwe recreatielandschap PARK21. Gedacht wordt aan extra mogelijkheden voor neveninkomsten door multifunctionele landbouw, maar ook aan de transformatie naar een ontwikkeling richting kringlooplandbouw. PARK21 zal de transitie van het te behouden landbouwareaal van ca.

350 hectare ondersteunen, waarbij het platteland en de stad worden verbonden, het watersysteem wordt verduurzaamd en de biodiversiteit wordt vergroot. De bestaande agrarische bedrijven krijgen mogelijkheden om te transformeren naar kringlooplandbouw en verbrede stadslandbouw, dan wel om uit te breiden met functies die bijdragen aan de doelen van PARK21. Bij verbreding van de agrarische bedrijven kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een vergadercentrum, een bed&breakfast of kleinschalige horeca en detailhandel.

17

3.2.4

Infrastructuur

In de prioritaire structuur wordt infrastructuur gerealiseerd in de vorm van de parkweg en fiets-, wandel- en ruiterpaden. De parkweg ontsluit de parkkamers in het westelijk deel op het omliggende wegennet, zonder daarbij de bestaande linten te belasten. De parkweg is voorzien vanaf het honkbalstadion in zone 1 (waar het eerste stuk al is gerealiseerd) en loopt door zone 1, 2 en 3 naar het oosten, aan de oostzijde van de Nieuwekerkertocht naar het zuiden en sluit ter hoogte van de Operaweg aan op de Noordelijke Randweg. Met deze weg ontstaat een ontsluitingsroute voor de parkkamers in de prioritaire structuur in zone 1, 2 en 3, zodat deze niet op de polderlinten (IJweg en Hoofdweg) hoeven te worden aangesloten. Met de bestaande ontsluitingsweg parallel aan het spoor van het baggerdepot in zone 5 wordt ook in die zone voorkomen dat regulier verkeer vanuit de parkkamers wordt afgewikkeld op het polderlint (Rijnlanderweg). De hoofdroute voor het langzaam verkeer slingert vanaf langzaam verkeer verbindingen over of onder de Drie Merenweg door de zes zones tot de verzorgingsplaats langs de A4, waar deze aansluit op de bestaande parallelstructuur langs de A4 naar het noordoosten. In deze route worden een wandelpad, fietspad en ruiterpad gebundeld.

Op de Zuidtangent, de bestaande HOV-baan tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep door PARK21, wordt ingezet op een nieuwe halte ter hoogte van het parkhart. 3.2.5

Parkhart

Het parkhart is een drager van de recreatieontwikkeling, dat ontwikkeld kan worden tot een centrum voor buitenrecreatie en outdoor activiteiten, gecombineerd met horeca en indoor voorzieningen nabij de recreatieplas. 3.2.6

Educatieve proeftuin

In een parkkamer in zone 3 wordt de ontwikkeling van een educatieve proeftuin met een gemengde functie voorzien. Verschillende afzonderlijke kassen worden met een centrale as verbonden en vormen samen één geheel. Deze kassen hebben een productiefunctie voor tuinbouw. Daarnaast worden een hotelfunctie en verschillende kleinere educatieve en leisure functies voorzien. 3.2.7

Evenemententerrein

In zone 5, in het gebied tussen de spoorbaan en de Rijnlandweg, is een evenementenlocatie voorzien waar meerdaagse festivals maar ook losse concerten plaats kunnen vinden. Het aantal bezoekers zal ten hoogste 80.000 per evenement zijn. 3.2.8

Parkkamers

Naast het parkhart en een mogelijke educatieve proeftuin is er ook nog ruimte voor parkkamers waar initiatieven van derden een plek kunnen krijgen. In totaal wordt 220 hectare aan parkkamers gerealiseerd, waarvan één derde zal bestaan uit groen en water en circa 145 hectare aan leisure (in totaal). De invulling van de parkkamers moet aansluiten bij de doelstellingen van PARK21. De thematische typering per zone is een streven voor het eindbeeld. In de navolgende tabel zijn de uitgangspunten per zone opgenomen.

18

3.2.9

Verbeterd droogmakerij systeem

In de agrarische delen van de Haarlemmermeerpolder zijn door de realisatie van vakbemalingen vanaf de jaren '70 van de vorige eeuw waterpeilen ingesteld, zoals die destijds als optimum voor het agrarisch grondgebruik werden beschouwd. De waterpeilen in de deze vakbemalingen, die lager zijn dan het waterpeil van de polderboezem hebben echter ook de nodige nadelen. Door klimaatverandering neemt de kans op extreme neerslag toe, tegelijkertijd zullen er langere perioden van droogte zijn. Verder zal de verzilting vanuit de ondergrond toenemen en staat de beschikbaarheid van zoetwater om het watersysteem mee door te spoelen steeds meer onder druk. Het Verbeterd Droogmakerij Systeem, het VDS is een vorm van flexibel peilbeheer welke de nadelen van het huidige watersysteem moeten tegen gaan. Het gebied krijgt een waterpeil met een bandbreedte tussen het peil van de polderboezem en het oorspronkelijke zomerpeil van de vakbemaling. Als het water boven het maximale peil komt stroomt het water het gebied uit, de polderboezem in. Uitgangspunt voor PARK21 is dat het VDS wordt toegepast in de park- en leisurelaag en op vrijwillige basis in de polderlaag. 3.2.10 Polderuiterwaarde Door klimaatverandering neemt de kans op extreme neerslag toe en door de stedelijke verdichting is er binnen de gemeente Haarlemmermeer steeds meer verhard oppervlakte.

Bij hevige neerslag ontstaat er een snelle afstroming van water richting het boezemwater van Haarlemmermeer. Er kan bij deze extreme situatie een waterpeil in het boezemwater ontstaan die hoger is dan de normale hoogste waterstand. Tussen januari 2007 en heden zijn er acht gebeurtenissen met een hoger peil dan normaal opgetreden (zie navolgende afbeelding), waarbij deze situatie de laatsten jaren frequenter op treed. Juist in deze situatie biedt de polderuiterwaarde uitkomt.

19

Registratie van hoog water in de periode 2007-april 2021. Een hoogwatergebeurtenis trad 8 keer op.

De polderuiterwaarde is een tijdelijke waterberging ten tijde van hevige wateroverlast in de gehele Haarlemmermeer. In deze extreme situatie stijgt de polderboezem boven zijn gangbare hoogste waterstand en op dat moment biedt de polderuiterwaarde extra bergend vermogen voor de polderboezem. In deze extreme situatie vangt de polderuiterwaarde water op tot 0,5 meter boven de normale hoogste waterstand in de boezem. Naast de functie voor waterberging kan de polderuiterwaarde ook recreatief worden beleefd. 3.2.11 Recreatieplas In het Masterplan van PARK21 is als één van de belangrijke functies een recreatieplas voorzien. Deze recreatieplas moet mogelijkheden bieden om te zwemmen en er dienen voorzieningen voor surfen, varen, kanoën, waterskiën en wakeboarden aangelegd te worden. Rond en langs het water worden wandel-, fietsen skeelerpaden gemaakt. Ook komen er rustplekken en speelplaatsen. Bij de plas is er ruimte voor bijvoorbeeld een bezoekerscentrum, horeca met terrassen, ruimte voor exposities, aanlegplaatsen voor bootjes en een uitzichttoren. In PARK21 is een ondiepe plas, van minimaal 2 meter diep, voorzien. De ondiepe plas krijgt een recreatieve (zwemwater)functie. Over de randvoorwaarden en ontwerpuitgangspunten voert de gemeente overleg met het hoogheemraadschap van Rijnland. De wijze waarop de plas wordt gevoed (regenwater, polderboezem of VDS) is nog niet bepaald.

De plas krijgt een eigen peil en mag onder reguliere omstandigheden 50 cm fluctueren (seizoensfluctuatie).

20

Hoofdstuk 4

Beleid en regelgeving

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten met en zonder wettelijke grondslag en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. De NOVI benoemt de volgende nationale belangen: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties. 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit. 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving. 9.

Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. 10. Beperken van klimaatverandering. 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur. 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen. 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie. 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit). 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit. 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie. 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij.

Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten:  Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie;  De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden;  Steden en regio's sterker en leefbaarder maken;  Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de

21

belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. In de NOVI staan de keuzes op nationaal niveau, maar in veel gevallen ligt de verantwoordelijkheid bij gemeenten en/of provincies. Op basis van drie uitgangspunten helpt de NOVI bij het wegen van belangen en het maken van keuzes:  Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies;  Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal;  Afwentelen wordt voorkomen. Toetsing De ontwikkeling van PARK21 staat niet specifiek genoemd in de NOVI; toch past het park goed binnen de prioriteiten die gevolgen hebben voor het inrichten van de fysieke leefomgeving. Allereerst zal PARK21 ruimte maken voor de klimaatverandering en de energietransitie. De ambitie voor PARK21 is om in 2030 meer hernieuwbare energie te produceren dan wordt verbruikt (zie paragraaf 4.4.7). Hiermee wordt het park energieproductief. Daarnaast ziet het plan toe op klimaatadaptie met de toepassing van het VDS. Daarnaast zorgt PARK21 ervoor dat de steden en regio's rondom het park sterker en leefbaarder worden. PARK21 wordt de verbindende factor tussen de hoge dynamiek aan de noordoostzijde van de gemeente Haarlemmermeer en het meer ontspannen karakter aan de zuidwestkant. Het park zelf zal veel recreatieve mogelijkheden waarborgen.

Inwoners kunnen ontspannen in het park en tijdelijk uit het stedelijk milieu wegtrekken. Het park zal uitnodigen tot bewegen wat bijdraagt aan de doelstelling van een gezonde leefomgeving. Ook wordt het landelijk gebied verder ontwikkeld en daarmee toekomstbestendig gemaakt (omschakeling en verbreding). De verschillende beoogde functies in het park zorgen voor een impuls in de regio. Rode draad door PARK21 is de combinatie van functies. Het gehele park zal een samenspel worden tussen bijvoorbeeld recreatie, ontspanning, energieopwekking, educatie, agrarische mogelijkheden, ecologie en nog vele andere functies. Maar ook de kenmerken en de identiteit van het gebied staan centraal. Het 'polder gevoel' moet nog steeds duidelijk naar voren komen in PARK21. Verschillende lagen van de ontwikkeling zorgen voor een goede afweging tussen het polder gevoel behouden en het creëren van nieuwe functies binnen het gebied. Hiermee is de ontwikkeling van PARK21 in overeenstemming met de NOVI. 4.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) staat een aantal onderwerpen waarvoor het Rijk uit het oogpunt van de nationale belangen regels stelt. Voor gemeente Haarlemmermeer is hierin van belang:  Toekomstige uitbreiding van het hoofdwegennet en hoofdspoorwegennet;  De ruimte reservering voor de parallelle Kaagbaan;  Zones onder hoogspanningsverbindingen worden gevrijwaard;  Aan de provincies is opgedragen om Natuurnetwerk Nederland (NNN) te beschermen;  Primaire waterkeringen buiten het kustfundament krijgen ruimtelijke bescherming;  Nationale landschappen, zoals het erfgoed van de Stelling van Amsterdam, worden ruimtelijk beschermd;  Kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking en voor de bufferzones. Toetsing In het plangebied is NNN-gebied aanwezig. Hierop wordt nader ingegaan in paragraaf 6.6 van de toelichting. Met het initiatief zijn geen overige regels met betrekking tot nationale belangen gemoeid.

22

4.1.3

Besluit ruimtelijke ordening (Bro)

In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Het doel van de ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Dit belang staat beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte binnen een breder kader van een goed systeem van ruimtelijke ordening. Met de ladder worden eisen gesteld aan de motivering van onder meer bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. De toelichting bij een bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien die ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Toetsing PARK21 zelf is geen nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 aanhef en onder i Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en valt daarmee formeel-juridisch niet onder de toets van de ladder voor duurzame verstedelijking.

Omdat het park wel ruimte biedt aan (commerciële) (leisure)voorzieningen met een bebouwd oppervlak van 500 m² bvo of meer buiten bestaand stedelijk gebied vallen deze wel te kwalificeren als nieuwe stedelijke ontwikkeling De Ladder vereist dat de behoefte aan de verschillende functies inzichtelijk wordt gemaakt, kwantitatief (in aantallen en meters) en kwalitatief (qua concept, programmering, doelgroep en locatie). Ook moet worden aangetoond dat er geen onaanvaardbare ruimtelijke effecten optreden. Door Bureau Stedelijke Planning is in april 2021 een ladderonderbouwing uitgevoerd. Deze ladderonderbouwing is als Bijlage 2 bijgevoegd. In de onderbouwing wordt geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling van PARK21 met horeca, sport, attracties, evenementen, verblijfsaccommodaties, wellness en cultuur voldoet aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking. De beoogde (leisure)functies voorzien kwantitatief en/of kwalitatief in een (toenemende) behoefte aan deze functies. De ontwikkeling past daarnaast binnen de beleidskaders en -ambities van gemeente, regio en provincie.

De ontwikkeling past niet binnen bestaand stedelijk gebied, vanwege: de maat en schaal van de leisurefuncties (zowel binnen als buiten), de omvang en specifieke karakter (groen, landschappelijk, eigentijds) van PARK21 en het feit dat de leisurefuncties deel uitmaken van een groter geheel en als losse, zelfstandige entiteit in het bestaand stedelijk gebied geen bestaansrecht hebben. Daarnaast wordt geconcludeerd dat van structurele leegstand, aantasting van het woon- en leefklimaat en ondernemersklimaat als gevolg van de invulling van PARK21 geen sprake zal zijn. Sterker, de beoogde ontwikkeling draagt positief bij aan het woon- en leefklimaat van bewoners in de gemeente en regio, en versterken de economie en het ondernemersklimaat.

23

4.1.4

Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB)

In gebieden die (deels) liggen binnen het beperkingengebied rondom Schiphol moet rekening gehouden worden met verschillende soorten beperkingen die worden gesteld aan het ruimtegebruik. Deze beperkingen staan in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB). De beperkingen gelden voor het luchthavengebied en het beperkingengebied. De beperkingen doe voortvloeien uit et LIB worden juridisch bindend vastgelegd in bestemmingsplannen. In het LIB zijn regels opgenomen, waarin beperkingen worden gesteld aan het ruimtegebruik rond de luchthaven, die zijn gericht op de beheersing van de belasting van het milieu door het luchtverkeer. Toetsing De ontwikkeling van PARK21 valt binnen het beperkingengebied van het LIB. Dit houdt in dat er extra regels gelden voor wat betreft de ontwikkeling van het park. Voor het overgrote deel van het plangebied geldt de 'beperking bebouwing - LIB 5'. Voor gronden die hiervoor aangewezen zijn, geldt dat er geen nieuwe woningbouwlocaties zijn toegestaan. Binnen PARK21 zijn ook geen nieuwe woningbouwlocaties beoogd. Daarnaast geldt er een beperking voor het aantrekken van vogels (met name ganzen). Deze beperking geldt voor circa de helft van het plangebied, voornamelijk aan de oost/zuidoost zijde van het plangebied. Bij de opzet van het park wordt rekening gehouden met de vogelaantrekkende werking.

Functies en inrichtingen die vogels aantrekken zullen aan de westkant van het plangebied worden gerealiseerd. Er gelden ook beperkingen ten opzichte van de bouwhoogten. Binnen het plangebied zullen geen objecten worden gerealiseerd die hoger zijn de voorgeschreven maximale bouwhoogten. In de regels van dit bestemmingsplan zijn hiervoor regels opgenomen. Tot slot geldt er voor het gehele gebied een toetszone voor windturbines en laser. Voor gronden die hiervoor aangewezen zijn, geldt een beperking voor windturbines en vaste laserinstallaties. Windturbines zijn mogelijk, maar zullen wel getoetst worden op eventuele veroorzaking van hinder op het vliegverkeer. Kleine windturbines met een maximale ashoogte van 35 meter zijn uitgezonderd van deze toetsing. Voor windturbines die op een dak worden geplaatst, geldt een maximale tiphoogte van 5 meter en mag de hoogte van het gebouw inclusief de tiphoogte de 35 meter niet overschrijden. Daarnaast is het gebruik van laserinstallaties waarvan de lichtintensiteit meer bedraagt dan 5µW/cm2 (= maximum permissible exposure) in de directe omgeving van Schiphol niet wenselijk. Bij de realisatie van PARK21 zal er rekening worden gehouden met voorgenoemde regels omtrent windturbines en laserinstallaties. Voor tijdelijke werkzaamheden, zoals hijskranen, bestaat eventueel een ontheffingsmogelijkheid.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie Noord-Holland 2050

De Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 (2018) is het integrale provinciale beleidsplan voor de gehele provincie Noord-Holland. In deze visie staat beschreven hoe de provincie de ambities wil realiseren voor de belangrijkste ontwikkelingen die op ons afkomen:  Klimaatverandering  Overgang naar duurzame energie  Verdere verstedelijking  Bereikbaarheid  Gezonde leefomgeving  Economische transitie  Natuur en biodiversiteit De hoofdambitie van de provincie is het vinden van een goede balans tussen economische groei en

24

leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Met de sturingsfilosofie 'lokaal wat kan, regionaal wat moet' heeft de provincie de regionale ruimtelijke consequenties van deze ontwikkelingen grotendeels juridisch verankerd in de Omgevingsverordening. Toetsing PARK21 draagt bij aan de ambities op het gebied van 'klimaatverandering', 'overgang naar duurzame energie', 'gezonde leefomgeving', 'economische transitie' en 'natuur en biodiversiteit'. PARK21 kan omschreven worden als een groen tegenwicht tegen de aanzienlijke verstedelijking rondom het park. Het draagt daarmee bij aan de goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. 4.2.2

Omgevingsverordening NH2020

In de Omgevingsverordening NH2020 worden de eerste stappen gezet om de ambities, ontwikkelprincipes en de sturingsfilosofie uit de Omgevingsvisie NH2050 te vertalen in de regels van de provincie. Deze omgevingsverordening Noord-Holland integreert 21 verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Het doel is daarmee de provinciale regels te vereenvoudigen, harmoniseren, en op onderdelen meer ruimte te bieden voor lokaal en regionaal maatwerk en bestuurlijke afweging. Door deze integratie loopt de provincie Noord-Holland vooruit op de invoering van de omgevingsverordening als een van de kerninstrumenten van de Omgevingswet, voor zover dat al mogelijk is op basis van de bestaande wetgeving. Voor het plangebied zijn de regels rondom 'verblijfsrecreatie' (paragraaf 6.1.4), 'LIB 5 zone Schiphol' (Paragraaf 6.1.6), 'Herstructureringsgebied windturbines binnen de MRA' (paragraaf 6.2), 'agrarische bedrijven' (paragraaf 6.3), 'Natuurnetwerk Nederland' (paragraaf 6.4.1), 'Landelijk gebied' (paragraaf 6.5), en de 'Provinciale wegen' (paragraaf 6.7) van belang. Verblijfsrecreatie Er is sprake van een 'ruimtelijke spanning' tussen de ruimtebehoefte van verblijfsrecreatie en de openheid van het provinciale landschap.

Het is daarom van belang dat er zorgvuldig wordt omgegaan met nieuwe ontwikkelingen en het aanbod daadwerkelijk benut wordt voor de functie waarvoor het bedoeld is, namelijk kort verblijf ten behoeve van toeristisch overnachten. Het artikel heeft betrekking op alle vormen van verblijfsrecreatie. De regio's hebben ambities opgesteld omtrent de ontwikkeling van de verblijfsrecreatie in de regio's, wat is vastgelegd in een ontwikkelkader en regionale afspraken. Een ruimtelijk plan moet waarborgen dat een nieuwe ontwikkeling aansluit op deze ambities en daadwerkelijk regioversterkend is en blijft. Hierover dient afstemming plaats te vinden binnen de regio. Daarnaast geldt dat een ruimtelijk plan dat verblijfsrecreatie mogelijk maakt, regels stelt ter waarborging van een bedrijfsmatige exploitatie. LIB 5 zone Schiphol In zone LIB 5 heeft het Rijk geen restricties gesteld aan het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen. In deze zone maken gemeenten zelf de keuze om hier wel of niet woningen of andere geluidgevoelige functies te realiseren. Grootschalige woningbouw is in deze zone alleen mogelijk binnen het bestaand stedelijk gebied.

25

Agrarische bedrijven Er is een groeiende bewustwording in de landbouw dat meer rekening gehouden moet worden met natuurwaarden, ook omdat dat goed is voor de kwaliteit van de landbouw en haar producten. Een toekomstbestendige ontwikkeling van de sector houdt rekening met beleving (de mens), de biodiversiteit, de bodem- en de waterkwaliteit (milieu), én is economisch rendabel (verdienmodel). Daarom geeft de provincie de ruimte aan de agrarische bedrijven om duurzame ontwikkeling mogelijk te maken en wordt rekening gehouden met, en ingespeeld op, nieuwe ontwikkelingen binnen de agrifood keten. De agrifoodsector wordt gefaciliteerd bij de duurzame en economische ontwikkeling. Natuurnetwerk Nederland In artikel 6.43 is opgenomen dat een bestemmingsplan voor gronden binnen het werkingsgebied Natuurnetwerk Nederland en het werkingsgebied natuurverbindingen NNN regels stelt die in het belang zijn van de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van de gebieden. Een dergelijk bestemmingsplan maakt geen nieuwe activiteiten mogelijk die per saldo leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een vermindering van de oppervlakte van het Natuurnetwerk Nederland of de natuurverbindingen, of van de samenhang tussen die gebieden. Van deze bepalingen kan onder voorwaarden worden afgeweken.

Daarbij is het van belang dat voor de activiteiten die het bestemmingsplan mogelijk maken:  er sprake is van een groot openbaar belang;  er geen reële alternatieven zijn, en;  de negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte en samenhang worden beperkt en de overblijvende effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd. Gedeputeerde Staten kunnen, onder voorwaarde, de begrenzing van het werkingsgebied Natuurnetwerk Nederland en het werkingsgebied natuurverbindingen wijzigen. Landelijk gebied Veel van de instructieregels aan gemeenten hebben betrekking op het landelijk gebied. Daarom is in het werkingsgebied landelijk gebied duidelijk gemaakt waar volgens de provincie de grens ligt tussen stedelijk en landelijk gebied. Op deze manier wordt duidelijk waar deze regels van toepassing zijn. Bij de inpassing van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling ter plaatse van het werkingsgebied landelijk gebied, wordt in het ruimtelijk plan, gelet op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie:  rekening gehouden met: de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren;  bij de inpassing betrokken: de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes; en  bij de inpassing betrokken: de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren.

Provinciale wegen In de Omgevingsvisie NH2050 is de doelstelling opgenomen dat de inwoners en bedrijven zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. De provincie zet zich in voor het versterken van mobiliteitsopties die hieraan bijdragen, zoals uitstekende infrastructuur voor alle modaliteiten. De provinciale wegen moeten goed beheerd en onderhouden worden, zodat zij veilig en doelmatig kunnen worden gebruikt. In de toepassing van de verordening staat het goed functioneren van de weg ten behoeve van de weggebruiker voorop.

26

Toetsing De ontwikkeling is in overeenstemming met de Omgevingsverordening NH2020. Verblijfsrecreatie PARK21 wordt een plek waar verblijfsrecreatiemogelijkheden beoogd zijn. Uit de ladderonderbouwing (zie Bijlage 2) blijkt dat de ontwikkeling past binnen de beleidskaders en -ambities van gemeente, regio en provincie. Er wordt nadrukkelijk gekeken naar kleinschalige verblijfsrecreatie bij multifunctionele landbouw en verblijfsrecreatie als ondersteuning van de eigen hoofdactiviteit, als indicatief voorbeeld geven we een wellnesscomplex dat voor de eigen bezoekers ook overnachtingsmogelijkheden faciliteert. LIB 5 zone Schiphol PARK21 ligt (bijna) volledig in de LIB 5 zone. Binnen het plangebied worden geen woningbouwlocaties aangewezen (zie tevens paragraaf 4.1.4). Agrarische bedrijven De toename van het recreatief gebruik met meer dan 500.000 bezoekers per jaar, biedt kansen voor het landbouwperspectief. Zeker wanneer de transformatie verder gevorderd is, kan in (en rond) PARK21 een lokale landbouweconomie ontstaan rondom streekproducten en nicheproducten, die via horeca en detailhandel aan recreanten worden verkocht. Kringlooplandbouw en biologische landbouw hebben een belangrijke rol in het perspectief voor de landbouw in PARK21. De omschakeling naar deze vormen van landbouw en waardecreatie zijn van elkaar afhankelijk.

Een lokale markt voor streekproducten, biologische producten en ambachtelijke producten kan het vehikel zijn voor zowel de transformatie van de landbouwsector in PARK21 als geheel, als voor de verbreding en/of omschakeling van individuele bedrijven. De gemeente wil het verbreden van en waardecreatie binnen de landbouw faciliteren om agrariërs te verleiden in te zetten op deze bedrijfsstrategieën. Agrarische bedrijven die binnen het plangebied liggen krijgen mogelijkheden om te verbreden of te transformeren. Hiermee draagt het plan bij aan de duurzame en economische ontwikkeling van deze bedrijven. Natuurnetwerk Nederland Ter plaatse van het noordwestelijke deel van het plangebied liggen gronden die aangewezen zijn als onderdeel van Natuurnetwerk Nederland. De ontwikkeling beoogd geen activiteiten die leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN-gebied (zie tevens paragraaf 6.6 van de toelichting). De betreffende gronden zijn in dit bestemmingsplan bestemd als 'Natuur'. Teven ligt ten noordoosten van en evenwijdig aan PARK21 een nog te realiseren natuurverbinding. Wanneer de geprojecteerde NNN-verbinding door PARK21 gerealiseerd wordt, is er zelfs een positief effect op de kwaliteit van het NNN-gebied (spreiden van de recreatiedruk), omvang (meer natuur) en samenhang met andere gebieden.

Landelijk gebied PARK21 houdt in de polderlaag het bestaande open polderlandschap met zijn linten zichtbaar en herkenbaar, het verankert het park in de cultuurhistorie. Tevens biedt het ruimte voor transformatie naar kringlooplandbouw en verbrede (stads)landbouw in het polderland en de agrarische erven in het polderlint. Op deze manier kan een bijdrage worden geleverd aan de sociale en economische vitaliteit op het platteland, inclusief cultuurhistorie, het behoud of de versterking van de identiteit van Haarlemmermeer,

27

educatie, recreatie, zorg, innovatie etc. Het plangebied ligt binnen het 'landelijk gebied'. Bij nieuwe ontwikkelingen is als voorwaarde opgenomen dat deze landschappelijk dienen te worden ingepast. Provinciale wegen De provinciale weg N520 loopt door het plangebied en de N205 er langs. Het initiatief voorziet niet in ingrepen binnen het beperkingengebied van deze weg, die een negatief effect kunnen hebben op het gebruik van deze weg. 4.2.3

Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018

De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (2018) is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap, zoals bebouwing, agrarische bedrijven, infrastructuur of vormen van energieopwekking. De Leidraad is een belangrijk instrument dat richting geeft aan één van de hoofdbelangen van de provincie: ruimtelijke kwaliteit. De Leidraad is bedoeld om inzichtelijk te maken welke landschappelijke en cultuurhistorische waarden van belang zijn. Daarnaast geeft het inzicht in de landschappelijke karakteristiek en biedt het inspiratie voor een duurzame ruimtelijk kwalitatieve inrichting van het landschap. Het doel en de werking van de Leidraad zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening NH2020 (zie paragraaf 4.2.2 en verder is de Leidraad bedoeld als handreiking, welke onderscheid maakt in 'rekening houden met' en 'betrekken bij'. De in het plangebied aanwezige landschappelijke waarden kunnen onder twee noemers samengevat worden: de landschappelijke karakteristiek en de openheid en ruimtebeleving. De landschappelijke karakteristiek Het plangebied is onderdeel van een droogmakerijlandschap dat consequent en sober opgebouwd is. De Haarlemmermeerpolder is de grootste droogmakerij in Nederland. Het huidige maaiveld ligt tussen de -4.5 en -5,5 meter NAP. De vaarten, tochten, polderwegen en boombeplanting vormen het raster van de droogmakerij.

De Hoofdvaart is de vaart die de gemalen Leeghwater en Lynden met elkaar verbindt en duidelijk zichtbaar is in het landschap. De parallel aan de Hoofdvaart lopende polderlinten met boombeplanting en boerderijen op regelmatige afstand van elkaar zijn belangrijke ruimtelijke dragers. De verkavelingsstructuur is sterk bepalend voor het landschap en grondgebruik in de polder. De polderwegen binden de verschillende landschappen aan elkaar. Hoewel de meeste polderwegen zijn aangelegd kort na de drooglegging, kennen ze toch verschillende typologieën en een verschillend karakter. De huidige typen linten zijn:  Noord-Zuid polderwegen in akkerland: Hoofdweg, IJweg, Rijnlanderweg (ruime verkaveling, grote percelen, grote erven en grote ruimten tussen erven)  Oost-West polderwegen met geen tot weinig bebouwing: Bennebroekerweg. Het oorspronkelijke raamwerk van het landschap is ruimtelijk versterkt door het toevoegen van nieuwe waterlopen en lanen. Daarnaast kent Haarlemmermeer een naoorlogs netwerk van regionale en nationale verbindingswegen en de HSL. Dit bovenlokale netwerk wijkt op een aantal plaatsen af van de orthogonale structuur van de droogmakerij. Dit komt doordat de snelheden die op deze netwerken mogelijk zijn leiden tot de noodzaak van een ruime boogstralen.

Openheid en ruimtebeleving Binnen het beschreven polderraster bedraagt de minimale onderlinge afstand tussen de boerderijen 200 meter. Dankzij deze forse maat kregen de boerderijlinten een open karakteristiek. De

28

Haarlemmermeerpolder is echter sterk verstedelijkt. Niettemin zijn er op verschillende locaties nog ruime open plekken. Het polderlandschap van het plangebied tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep is daar één van de beste voorbeelden van. Vanuit de polderwegen is er goed zicht op het achterland van akkers en weiden. Ambities en ontwikkelprincipes De algemene ambitie is om ruimtelijke ontwikkelingen:  bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek;  bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid; en  helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers. De navolgende ambities en de bijbehorende ontwikkelprincipes zijn vertrekpunt bij het streven naar ruimtelijke kwaliteit. 1. Het poldergrid is uitgangspunt De vaarten, tochten, polderwegen en boombeplanting vormen samen het grid van de droogmakerij. De Hoofdvaart (in de lengterichting van de polder) en de Kruisvaart vormen samen het assenkruis. Parallel aan deze lijnen liggen de tochten en polderwegen. Ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij: - het versterken van het poldergrid. - het accentueren van het verschil tussen het poldergrid en de bovenlanden (restanten veengebied). - het respecteren van het verschil tussen polderlinten en dwarswegen. - het vrij houden van het zicht op de historische gemalen De Lynden, De Cruquius en De Leeghwater. 2.

Ringvaart en Ringdijk zijn het gezicht van Haarlemmermeer Ringvaart en Ringdijk zijn samen een structuur van provinciaal belang. Ze vormen het herkenbare gezicht van de Haarlemmermeer. Ze vormen ook de ruggengraat voor een reeks aan groengebieden, veenlanden (‘bovenlanden’) en ringvaartdorpen aan beide zijden van de ringvaart. Soms zijn er nog duidelijke ruimtelijke relaties tussen beide zijden van de ringvaart te herkennen. Ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij: - het versterken van de Ringvaart/Ringdijk als regionale groen-blauwe landschappelijke structuur. - het versterken van de continuïteit en herkenbaarheid van (het profiel van) de ringvaart en ringdijk. - het versterken van de Ringvaart/Ringdijk als cultuurhistorisch waardevolle route met opeenvolgende belevenissen. 3. De Stelling van Amsterdam is als geheel herkenbaar in het landschap De Geniedijk vormt een lange, met bomen beplante lijn door de polder. Deze dijk was de eerste grootschalige doorsnijding van het poldergrid. De Geniedijk heeft nu een functie als doorgaande, recreatieve langzaam verkeersroute. De ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij: - herkenbaarheid van onderdelen van de Stelling van Amsterdam en hun onderlinge relaties. - het behouden en versterken van de continuïteit van de Geniedijk. - het maken van een doorgaande recreatieve route over de Geniedijk. 4.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=bb00b203-9070-4976-b31c-d9f8115559bf