CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript commissie Samenleving van 10 juli 2024

commissie Samenleving 5 september 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: Transcript commissie d.d. 4 juli en 10 juli 2024 (alleen naar aanleiding van)25.481 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Want ja, als wij met dit stelsel, wat ook met elkaar wettelijk voorgeschreven is, wat ook wenselijk is, daar moeten we zoveel als mogelijk met elkaar de oplossingen zoeken, En ik zal er straks ook op ingaan wat onze mogelijkheden als Haarlem zijn. Want ook daar, ik zei het al, dit college staat, net als u als raad, wel voor onze jongeren om hier te doen wat nodig is. Zoveel als mogelijk

15

binnen het stelsel, want dat is ook wel nodig om het werkend te maken. En als er in de tussentijd iets anders nodig is, kan ik ook kort op ingaan. Nou ja, wat zijn we dus aan het doen? Dit zijn even de duiding er van. Ja, het is nodig, het is goed dat we met elkaar met zeven samenwerken. Ook, en die heeft u allemaal langs gehad, of uw voorgangers, de regiovisie jeugd, dus dat is gelijk een antwoord op de heer El Aichi, die regiovisie jeugd is de leidraad geweest, daar hebben we ons allemaal aan verbonden. Daar zat inderdaad ook nog de Kansencirkel destijds in, dus dat is een vraag van GroenLinks, voorzitter. Tegelijkertijd merk je dus met zeven verschillende gemeenteraden, zeven colleges, als het spannend wordt, dat wordt het spannend, want iedereen heeft zijn eigen financiële uitdaging, iedereen heeft zijn eigen gemeenteraad, met zijn eigen moren, zijn eigen debatten, zoals wij die hier vanavond ook met elkaar hebben. Maar wat zijn we dus aan het doen? We zijn de samenwerking aan het formaliseren. Dus we zijn de voorbereiding aan het treffen voor die GR, ook afwachtend die wet- en regelgeving wat voor een GR dat moet worden.

Er komt dus inderdaad een samenwerkingsovereenkomst, We zijn op dit moment ook, als de wiedeweerga, echt een, want nu is het ook nog, de organisatie is dus ook de samenwerking tussen de zeven gemeenten, dus de zeven ambtelijke organisaties, die samen dit voor u doen. Daarvoor zijn we ook bezig om het kijken: wat is daar extra voor nodig, wat we ook al eerder gebudgetteerd hebben, om dat echt samen te gaan doen? Dus daar zijn we stappen aan het zetten om inderdaad een programmamanager te werven, om iemand te zorgen: wat doen we nou met elkaar als zeven wethouders als het spannend wordt, om ons daarbij te helpen. Dus we gaan inderdaad kijken hoe we dit gesprek tussen die zeven bestuurders ook gaan versoepelen en gaan kijken hoe die in de besluitvorming een volgende stap gaan maken en dus kijken ook hoe we als zeven gemeenten dat systeem wat in de knel zit, want daar komt ook veel op terug, wat we daaraan kunnen doen.

Inderdaad, de heer El Aichi zei het misschien al mooier dan u, uiteindelijk is die regiovisie jeugdhulp die volgens mij in 2021 of 2020, en dan moet ik ook opletten, want dit weet mevrouw Özogul vaak beter dan ik voorzitter, die hier ook in deze raad is vastgesteld, daar stond inderdaad gewoon in: samen staan voor de opgave te zorgen voor goede jeugdhulp die aansluit bij de behoeften en mogelijkheden van jeugdigen, ouders en gezin en die betaalbaar is nu en in de toekomst. Dat is natuurlijk een hele mooie zin, maar wat is dan betaalbaar als die gemeentelijke begrotingen, los van jeugdhulp, sowieso onder druk komen te staan in 2025, 2026? Dat is even dat spannende gesprek tussen die wethouders jeugd en die wethouders financiën. Hoe geef je met elkaar in elkaars begrotingen? Hoe doe je hier recht aan? Dat was over regionale samenwerking, voorzitter. En dan heb ik nog negentien minuten. Nou, dat valt ontzettend mee. Ja, u ziet het ook, nog even naar de inhoud, de zorgvraag neemt toe. En ik zei al, voorzitter, ik genoot oprecht wel van het debat en het gesprek van GroenLinks en Jouw Haarlem, waar ze volgens mij nader tot elkaar kwamen en waarbij ik allebei de kanten van het verhaal sterk herkende. Want we zien inderdaad dat het in de jeugdhulp knelt en tegelijkertijd zie ik, en daar heb ik het ook vaak met professionals over, met de jeugdhulp gaan we niet alles oplossen.

Want heel veel zaken zijn maatschappelijke problemen. Als je het hebt over prestatiedruk, over het na-ijleffect van corona, over de vechtscheidingen, werd net ook al aangehaald, de invloed van social media, we geven onze kinderen ook geen drugs, ook geen alcohol, ook niet roken. Nu gaan we iets wat gebouwd is om verslavend te zijn, geven wel. Maar ook bestaanszekerheid. Is er straks wel een huis voor me? Er is oorlog op het continent. Heb ik straks nog droge voeten, dus klimaatproblematiek. Je ziet dat in een tijd dat daar wel invloed is op het welzijn van onze jeugdigen, op het welzijn van gezinnen. Daarnaast zien we ook in de huidige maatschappij een groot idee van maakbaarheid. Het idee van maakbaarheid dat als het iets minder makkelijk loopt, als jij de verkeerde kant op gaat, omdat jij je niet goed voelt, dan ligt het aan jou en dan is het falen. Nou, dat is een maatschappelijke trend die de afgelopen dertig, veertig jaar naast alle andere ontwikkelingen is ingezet. En waarbij dus ook een soort van medicalisering en individualisering van de maatschappij is opgetreden, namelijk: het gaat niet goed met me, dat is niet goed, dus het gaat fout en ik heb hier professionele hulp bij nodig. Dat is een trend die niet volhoudbaar is, die niet houdbaar is.

Dus die twee omstandigheden, dat maakt dat, de maatschappij is in transitie, deze hulpvraag is in transitie, en je merkt dat daardoor het piept en het

16

kraakt. Ik zei net al iets over een sessie die wij als college hebben gehad met een kinderpsychiater die ons hierin heeft meegenomen. Die schetst dit ook wel mooi, want eigenlijk zei die, die schetst even een toekomstperspectief, hoe zij naar de toekomst keek, daar ga ik straks zo meteen ook wat over zeggen. Maar zij zei: ja, en wat ik dus ook meemaak, is dan heb ik met iemand met een hele hoge complexe zorgvraag, dit is een aanbieder in perceel 1, een kinderpsychiater. Dan heb ik een traject doorlopen met het broertje, naar een afronding en hun aanpak is dat ze altijd het gezin betrekken, want ze zeggen van: ja, als die jeugdige uitbehandeld is, dan moet het gezin het weer overnemen. En zei dus inderdaad een zusje, zei van: ja, maar mevrouw, ik vond het gesprek met u zo prettig, mag ik ook niet blijven? Daarvan zegt ze ook: ja, maar dat is uiteindelijk, zoek in jouw omgeving iemand met wie je het gesprek kan hebben. Zijn het niet je ouders, dan is het misschien de buurvrouw, de voetbaltrainer. Dat is wel wat er in de sector aan de hand is, dat als we op alles ja zeggen, dan is iedereen hele goede gesprekken aan het hebben en de vraag is of dat houdbaar is, ook financieel maar ook maatschappelijk en of dat wenselijk is. De voorzitter: Meerdere interrupties. Mevrouw Scholten als eerste. Mevrouw Scholten: Dank u wel, voorzitter.

Het lijkt alsof de wethouder hier het spiegelbeeld schetst van het probleem wat ik de hele tijd schets, namelijk dat het dus bijna onmogelijk is geworden om meer dan één jongere tegelijk te helpen. Dat juist vaak die aanpak van een heel gezin, dus inderdaad ook de broertjes of de zusjes, dat die op dit moment vaak niet mogelijk is. En dat je dus krijgt dat je in de wat laagdrempeligere hulp mensen één iemand moet doorverwijzen naar een consortium naar complexere hulp. Dat je eigenlijk de rest ook wil helpen, maar dat kan dus niet bij jou in dat consortium. Dat horen we ook best veel van hulpverleners. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Van Leeuwen: Ik hoorde niet gelijk een vraag. Laat ik even terugkomen naar het verhaal. Ik zie een systeem wat in de knel zit. Een systeem wat in de knel zit, waar de druk zo is opgelopen dat hoe men zou willen werken, want dit is volgens mij als ik aanbieders spreek is het wel hoe men zou willen werken wat mevrouw Scholten beschrijft, maar dat men dat op dit moment niet lukt. En dat is uiteindelijk, daar kom ik weer op terug, hoe krijgen we nou ruimte in het systeem dat wel zo werkt. Want eigenlijk als ik aanbieders spreek, en zoals ik zei, laat een inspirerende sessie gehad, maar ook wel meer, die zeggen juist eigenlijk: het gezin, de omgeving, Dat hebben we ook wel eens in een inhoudelijke sessie gehad.

Uiteindelijk het hele netwerk, de netwerk intake, dat is ook wel eens langs geweest in een sessie waarbij consortia vertelde, het netwerk moet uiteindelijk ook weer de jeugdige en de jeugdigen, als het om meer kinderen gaat, kunnen dragen. It takes a village to raise a child, en dan echt heel letterlijk, dat zijn dus de ouders, de sociale omgeving. Hoe doe je dat? Ik zie en spreek daar aanbieders, en dat doet niet elke aanbieder op dezelfde manier, die dat op die manier doen, of het gezin betrekken, of ook daar nog breder uitnodigen. En tegelijkertijd zie ik een systeem wat in de knel zit, waar dat niet vaak genoeg gebeurt. Dus ik herken deze signalen niet, dus als u dat concreet heeft, kunnen we het daar nog over hebben. Maar ik zie wel juist behandelaren die juist precies, ook hier weer de spiegel op zijn, en dan krijgen we een beetje een drosteeffect, die zeggen van: ja, de familie en het netwerk is juist die oplossing, want wij gaan niet voor deze problematiek heel de rest van het leven betrokken zijn. De voorzitter: Dan mevrouw Özogul, ook een interruptie. Mevrouw Özogul-Özen: Heel kort, volgens mij zijn huisartsen, onze CEG en schoolartsen de verwijzers en moeten wij toch vertrouwen op hun deskundigheid, dat zij de juiste kinderen doorverwijzen en niet kinderen die ergens op straat of bij een sport of wat dan ook geholpen worden?

17

Wethouder Van Leeuwen: Voorzitter, ik hoorde niet direct een vraag, maar ik denk de vraag was: ziet u dat ook zo voor wethouder? Dus ja, wij moeten met zijn allen kijken wat er aan de hand is. Maar ja, ook deze huisartsen, ook het CEG, zijn onderdeel van diezelfde samenleving waarbij die normaalverdeling die ik net duidde. En wat ik zei, die psychiater, die zei dat ook echt wel heel mooi. Ja. Ja, hoe ga ik dat nu kunnen reproduceren? Dus ja, daar moeten, gewoon twee antwoorden. Ja, daar moeten we op kunnen vertrouwen. En ja, tegelijk moeten we wel het gesprek aan: wanneer is iemand nou met een zorgvraag, wanneer is daarbij professionele hulp voor nodig? En met welke zorgvraag is een andere vorm van hulp nodig? En dat zit in de preventie. Dus volgens voor mij vinden wij elkaar daar. Wat is wanneer nodig? Daar moeten we inderdaad met elkaar het gesprek over voeren. De voorzitter: Mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul-Özen: Juist deze drie organisaties, personen, kunnen dat toch heel goed beoordelen? Wethouder Van Leeuwen: Zeker. Dus daar zijn we het over eens. Ik ga door met inderdaad de toenemende zorgvraag. Wat is er al gedaan? En dat weet u ook volgens mij. Nou kijk, er is de afgelopen maanden al gewerkt aan de aanmelding van gezamenlijke triage om zo snel als mogelijk, en die vraag kwam net al langs, om kinderen die het hardst nodig, het eerst te helpen.

Ik heb u eerder ook geïnformeerd over een noodmaatregel die wij de afgelopen maanden in gang hebben gezet voor de GI’s, voor de gecertificeerde instellingen, om jeugd of waar veiligheid in het gedingen is, buiten de lumpsum om te helpen. Eerder hebben we het ook al gehad over de noodmaatregel om excessieve casuïstiek, dus jeugdigen die dermate dure behandeling nodig hebben, om die ook buiten de lumpsum om te organiseren. En ik heb u ook eerder verteld, en dat heeft u kunnen lezen, over de inzet van het team aanpak wachttijden. Dat heeft wat meer op de lange termijn resultaten. Dus die hebben in een aantal regio's gewerkt, kijken echt naar data-analyse. Wat gebeurt er nou in uw regio? Dat zijn we nu aan het doen. En wat gaan we nog doen? Dan kom ik al een beetje in de oplossingensfeer, voorzitter. Wij hebben dus inderdaad deze week overleg met de zeven gemeenten in ZuidKennemerland en IJmond voor extra noodmaatregelen. Het zijn noodmaatregelen die zich op een viertal aspecten bevinden en we zoeken daarmee waar ruimte gecreëerd kan worden in het hele stelsel, want uiteindelijk, u kent de bedragen ook ongeveer, 80 procent van het budget is ongeveer perceel 1. Dan is 8, 9 procent ongeveer perceel 2 en dan zijn er nog wat andere categorieën, die zijn wat kleiner. Dus binnen het hele budget van honderd miljoen wat er voor zeven gemeenten is.

Daarbij, en dan ga ik zo meteen nog verder in op perceel 1 en perceel 2, dus maakt u zich geen zorgen. Daarbij is lucht creëren in het systeem, dat zit op die hoofdlijn. Dat gaan we dus met zeven gemeenten bespreken. Daarbij hoop ik en verwacht ik ook wel dat daar in ieder geval veel ruimte is en ook veel wens. Want ook hier zie ik zeven betrokken wethouders jeugd die ook echt zoeken van: hoe komen wij tot een oplossing? Tegelijkertijd zijn daar soms de financiële verhoudingen zijn daar anders. Dus dan zeggen ze van: ja, als ik dit geld of deze toezegging nu wil doen, dan moet ik eerst langs mijn gemeenteraad. Terwijl uw standpunt is heel helder. U zegt van: wethouder, kijk maar waar het nodig is. Dus binnen die bestuurlijke constellatie, dat heb ik net al even aangeduid, hebben wij het wel met elkaar te doen. Wat ligt daar dan voor? Daar kunnen we nog meer het financiële risico voor excessieve casuïstiek overnemen. Want vaak zie je dat jeugdhulpaanbieders, de vier consortia, een reservering houden in de begroting.

voor als er tot 30 december een excessieve casus komen, dat zij dat geld dus nog niet uitzetten bij behandelaars, ofwel zelf in dienst, ofwel in een flexibele schil, ofwel als onderaannemers, maar dat ze die begroting over hun raden van toezicht moeten behouden, om uiteindelijk dus inderdaad geen financiële tegenvaller te hebben op 30 december, en waardoor ze dus eigenlijk minder kinderen helpen. Nou, als wij als gemeenten dat risico overnemen, dan komt er lucht. Een tweede is de administratieve eis, die zat ook allemaal in die gunningsleidraden, dat ze allemaal een één AGB-code per consortium moeten hebben, dit

18

is een beetje technisch, Nou, dat kost gewoon geld, kost organisatiekosten en ook daarmee die eis voor nu laten varen, laten vallen of uitstellen, maakt dat er lucht komt in het systeem en dat gaat ook over veel geld. De derde, en dat heeft u ook gevraagd, dat is een vraag waarbij u mij ook heeft geholpen, een vergoeding van de implementatiekosten die de consortia hebben gemaakt voor het invoeren van de nieuwe contracten. Daar ging het net ook een paar keer over, dat we daar een vergoeding voor beschikbaar stellen, zodat de kosten die zij daarvoor afgelopen jaar hebben genomen, die ze nog steeds ook aan het verwerken zijn, als we daar een vergoeding tegenover stellen, dan kunnen ze ook weer meer kinderen helpen. Zo simpel is het. Dat is het derde. En de vierde, en die proeft u al een beetje, het toekennen van innovatiebudget, dat zei ik net ook al, dat in deze begroting stelt dit college het ook aan u voor, voor de komende jaren, dat we dat ook met zijn vieren gaan doen, ook hier en nu, om inderdaad andere zorgvormen, die inderdaad ook weer, meer kinderen sneller kunnen helpen om daar soelaas te bieden. En dan…Oh, ik zie daar een interruptie. De voorzitter: Mevrouw Klazes. Gaat uw gang. Mevrouw Klazes: Dank u wel, voorzitter. Even kort over de regio samenwerking en wat wij daar nog in kunnen betekenen.

Ik hoor u net een aantal maatregelen opnoemen die eigenlijk grappig genoeg heel erg overeenkomen met de moties die wij op het punt staan te indienen. Dan ga ik er maar even vanuit dat die moties morgen allemaal worden aangenomen. Maar dat is nog geen garantie voor dat het in de regio, dat deze moties natuurlijk ook worden uitgevoerd. Wat kunnen wij doen hier als Haarlemse Raad om misschien de gemeenteraden van de regiogemeenten een beetje een duwtje geven om ook die kant op te denken? Kunnen wij daarin iets betekenen? Wethouder Van Leeuwen: Dat is een hele mooie vraag, voorzitter. Spreek met uw collega's. Spreek met uw collega's. Kijk, ik zit niet bij alle raadsvergaderingen. Kijk ze ook niet allemaal terug zal ik toegeven, maar ik hoor wel eens terug dat er ook gemeenteraden zijn die zeggen: nooit meer een euro extra naar jeugdzorg. Dat is in een contract wat wij met zeven gemeenten hebben gesloten, waarin ook staat, wij kennen groei toe. U doet dat, u heeft in de kadernota de trendanalyse jeugd, waarmee u voor volgend jaar 4 procent groei toe kent.

Er zijn ook raden die zeggen: dat willen wij niet, want onze boekhouding is…Dat zijn vaak reële problemen, want wij zijn de grootste, we hebben een begroting van 730 miljoen, er zijn ook gemeenten met een begroting van 70 miljoen, dan is een miljoen extra is echt heel veel geld, wat ook gewoon gaat: hoe wegen we dat tegen onze andere inzet? Uiteindelijk zitten we met elkaar in een contract, waarin ook staat in dat contract, wij kennen groei toe indien dat noodzakelijk is, want wij willen recht doen aan de zorgvraag. Maar de grootste hulp is denk ik, spreek met uw collega's. Als u van een lokale partij bent, zoek een andere mooie lokale partij uit. Bent u van een landelijke partij, zoek uw partijgenoot op. Heb dit gesprek met elkaar, zou ik zeggen. De voorzitter: Een vervolg interruptie, mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes: Dat lijkt me een goed advies, dat zullen we zeker doen. Maar in het ergste geval kan het erop neerkomen dat wij straks die moties aannemen, dat wij het hier in Haarlem in onze optiek goed gaan regelen en dat Haarlemse kinderen het straks beter hebben dan de kinderen in andere gedeelten van de regiogemeente, klopt dat? Of gaat het alleen in als de andere regiogemeenten zeggen: nou, dan doen we mee of… Wethouder Van Leeuwen: Ja, voorzitter, het gaat nu over regionale oplossingen. Dus dat zijn oplossingen die wij als zeven gemeenten binnen het stelsel kunnen doen.

U heeft, GroenLinks en PvdA hebben bij de kadernota een aantal moties ingediend. Daarin staat ook: zet hem zo in en ga daarover in gesprek met de

19

regio. Nou dat is wat ik aan het doen ben. Dus daar ga ik op zoek. Kijk, als daar bij het regio naar de mening van dit college, terecht, vaak terecht. Als daarin het antwoord is van: ja, maar dit kunnen wij pas in oktober in onze gemeenteraad beslissen. Ja, dan zullen wij zelf actie ondernemen. Dus wat ik ook u kan toezeggen, want dat zit daar dus in. Ik hoop dat het gesprek wat ik morgen heb in de regio, dat het echt tot een concrete oplossing leidt. Is dat niet zo, dan ligt er in het Haarlemse college dinsdag een voorstel, waar u dus woensdag nieuws over krijgt, wat wij als Haarlem menen te doen om uiteindelijk wel gewoon in het hier en nu te handelen. Dat vind ik complex, want ik geloof in het stelsel, los van wat de wetgever voorstelt, ik geloof in het stelsel dat wij met zin zevenen kom je echt verder. Dus u kent de uitdrukking wellicht, alleen ga je sneller, samen kom je verder. Dus ik geloof dat we dit met zijn zevenen moeten doen. Dus er is bij mij alles opgericht dat we met zijn zevenen tot besluitvorming komen.

Lukt dat niet, dan staat dit college ervoor, ook u gehoord hebbende, maar ook de zorg gehoord hebbende en onze taak serieus nemende, dat wij op dinsdag daar kijken naar een Haarlemse oplossing die sterk karaktereigenschap met, u heeft zich goed ingelezen op de motie die u heeft ingediend over het triagefonds, dat we gaan kijken hoe we bijvoorbeeld een subsidie aan het CKG kunnen geven om versneld kinderen te gaan helpen en dan inderdaad ook via onderaannemerschap daar zorg te verlenen. Dat zou eigenlijk… De voorzitter: Goed. Ja, want anders wordt het antwoord heel lang en we hebben nog twee interrupties in de wacht. Mevrouw Scholten was als eerste. Mevrouw Scholten: Nou ja, die waardeert de wethouder enorm, maar hij heeft heel veel tijd vandaag en hij praat toch heel snel. En bij voorstel twee, u was me helemaal kwijt. Kunt u dat kort herhalen? Wethouder Van Leeuwen: Zeker. Wij eisen AGB-codes, dat is een administratieve code, waarbij als je dus nog geen instelling was, daar moet je voor betalen. Dat kost geld, dat gaat over tonnen. En als we die eis voor nu laten varen, dan zijn die tonnen kunnen naar behandelaars. Zo simpel is het ongeveer. De voorzitter: Dat is een duidelijk en korte antwoord. Mijnheer Van den Berg. De heer Van den Berg: Dank u, voorzitter.

Ik vroeg u eerder, dus wij kunnen eigenlijk ook zelfstandig als Haarlem iets doen, begrijp ik, dat is eigenlijk wat u zegt, als ik het goed begreep. En het tweede is, als we iets doen, is er eigenlijk ook meteen capaciteit, want als we iets zelfstandig doen, kunnen we dan zelf die wachtlijsten snel korter maken of duurt het ook nog heel lang voordat er voldoende capaciteit is? Wethouder Van Leeuwen: Ja, twee goede vragen. Kijk, in principe kopen wij met zijn zevenen jeugdhulp in. Dus alles binnen het jeugdhulpstelsel wat we gebouwd hebben, daar zijn zeven wethouders aan boord om te kijken wat noodoplossingen zijn voor het hier en nu. Als daar om moverende redenen, als dat niet zo snel zou gaan als wij als Haarlems college willen, dan kan ik als Haarlem iets doen. Maar dat is dus inderdaad echt wel een noodmaatregel dat je dus inderdaad zegt, en daar kan ik iets meer over vertellen. Dat vinden mijn collega's in het college vast wel goed. Kijk, als wij toch gewoon tegen het CJG zeggen: ga deze zomer alle Haarlemse kinderen die op de wachtlijst staan, ga die toch nog een keertje beter bekijken. En als er kinderen opstaan die echt nu hulp nodig hebben, koop dat onderhands in. Het maakt me niet uit of dat bij aanbieders zijn van een consortium, bij perceel 2, iedereen die zijn hand opsteekt. Ja, dat is iets wat ik kan doen.

Wat dan wel, dat is niet positief voor de samenwerking en is ook niet positief voor het stelsel. Het creëert wel voor onze Haarlemse kinderen hier en nu lucht. Dat is de soort oplossing waar wij met elkaar nu aan denken. En als we dus regionaal niet de lucht kunnen maken, want dat is mijn prio 1, met elkaar, met zijn zevenen kijken, recht doen aan elkaars financiële verhoudingen, financiële verordeningen, gemeenteraden. Kijken hoe we dit

20

regionaal op kunnen lossen. Lukt dat niet, dan zijn we als Haarlemse college in overleg hoe wij een tijdelijke noodmaatregel kunnen nemen. De voorzitter: Ja, mijnheer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ja, maar dan als er een inventarisatie is geweest, is er ook, je weet natuurlijk niet wat voor behandelingen nodig zijn, maar dan is er ook voldoende snel opschaling om de kinderen te helpen? Wethouder Van Leeuwen: Sorry, ik was zo in gedachten dat ik de vraag… De heer Van den Berg: Of u voldoende mensen hebt die er dan klaar voor staan om die kinderen te helpen, dat was ongeveer de vraag. Wethouder Van Leeuwen: Dat zal voor sommige specialismes wel zo zijn, voor andere specialismes niet. Dus dan gaan we heel erg de techniek in. Je ziet dat binnen de professionals dat er bij sommigen wel gewoon capaciteit is, maar inderdaad geen budget. Je ziet bij andere professionals dat er ook echt te weinig aan dat soort professionals is. Dat voert denk ik te ver voor nu om daar helemaal op in te gaan. De voorzitter: Ja, dat lijkt me ook. Dan hebben we nog een interruptie van mevrouw Moedt. Mevrouw Moedt: Dank u wel, voorzitter. Ik hoorde de wethouder vertellen over met elkaar in contact treden met raadsleden uit andere gemeenten. Hetzij van je eigen partij, van lokale partij. Dat is hartstikke goed natuurlijk.

Hoewel de Partij voor de Dieren in deze regio hier in Haarlem als enige gerepresenteerd is. Maar mijn vraag eigenlijk is: kunnen de wethouders jeugd daar nog een rol in spelen, bijvoorbeeld door een bijeenkomst op poten te zetten, zodat we elkaar wat makkelijker kunnen ontmoeten?. Wethouder Van Leeuwen: Ja, ik zit te gniffelen, want de voorzitter fluistert mij in: dat is net geweest. Dus bij regionale bijeenkomt van 5 juni, was dat natuurlijk inderdaad. Dan zie je wel dat er gewoon een paar gemeenteraden niet vertegenwoordigd waren, wat jammer is, want het komt er weer bovenop. Maar ik zal hier nog naar kijken wat we hierin kunnen doen, want dit heeft ook mijn, eigenlijk het gesprek wat u met elkaar heeft, dat lijkt me ook een heel waardevol gesprek om dat met alle raden te hebben, want uiteindelijk gaat het ons allemaal aan het hart en moeten we elkaar daarin ook verstaan. Dus ik zal hier naar kijken met de zeven wethouders, eentje ben ik, met de zes andere wethouders, om te kijken wat we daarin kunnen doen. De voorzitter: Gaat u verder met uw beantwoording. U mag nog een vervolgvraag stellen, zeker. Mevrouw Moedt: Helaas was ik toen geveld door de griep, dus die heb ik even gemist. Maar ik begreep ook van anderen die er wel waren, dat er niet veel interactie was, maar een hele hoop zenden.

Bent u dat met mij eens? En zo ja, kunnen we dan op een ander moment toch nog er eens over doorpraten? De voorzitter: Sowieso om even voor de wethouder uit een antwoord te geven over wat die regionale sessie was. Dat ging heel erg over de toelichting vanuit de consortia, deels in ieder geval. Daar komt ook nog een moment voor later in dit jaar hierzo in Haarlem. En het gesprek wat we met zeven gemeenten gaan voeren, dan ga ik toch weer naar de wethouder kijken. Wethouder Van Leeuwen: Ja, helder. Daarover in die zin vond ik die sessie heel mooi, voorzitter, nog een korte bypass. Iedereen is ingevoerd op zijn of haar eigen manier en dat is ook logisch, want wij hebben met elkaar, alle raden en hebben een andere rolverhouding ook tot hun omgeving. Sommige mensen komen veel op

21

scholen, andere mensen komen juist weer veel op jeugdhulpinstellingen. Dus ik merkte ook echt op zo'n avond dat voor sommige mensen die ik sprak, die zeiden: helemaal niks nieuws gehoord en andere mensen die zeiden van: oeh, dit is helemaal nieuw voor mij. Dus ik denk die sessie van 5 juni was heel goed om in ieder geval proberen het kennisniveau op één niveau te krijgen en dan kan je daarna ook dat gesprek beter met elkaar aan. Ik ga proberen wat snelheid te maken, want ik zie dat ik toch heel snel door mijn tijd ga, voorzitter. Ja, ik denk dat ik dan, want ik had ook nog, ik dacht perceel 1 heeft u eigenlijk weinig vragen over gesteld, ga ik daar iets over zeggen? De voorzitter: Wacht even, wethouder, u heeft een interruptie van de heer Baars. De heer Baars: Dank u wel, voorzitter. Omdat de wethouder in zijn laatste vijf minuten zit en ik toch nog wel wat knoopjes wil afhechten, of in ieder geval het resultaat zou willen weten, zou ik toch ook een navolging van D66 willen weten, als die vier goede noodmaatregelen nou doorgevoerd kunnen worden, op welke termijn kunnen we dan echt resultaat verwachten? En wat me ook nog te binnen schiet, we zouden een overzicht krijgen van de consortia waarin we zouden zien welk gedeelte gaat er nou op aan daadwerkelijke zorg en welk deel gaat er nou op aan overhead.

En op dat overzicht zitten we ook nog steeds te wachten en ik zou toch graag willen dat we daar in de laatste vijf minuten in ieder geval aan toe zouden kunnen komen. Dank u wel. Wethouder Van Leeuwen: Ja. Nu ben ik wel van mijn à propos. Ik ga gewoon, ik kom bij uw vragen terug, want het komt gewoon in mijn termijn terug. Hoeveel ruimte geeft dat? Dat moet uiteindelijk voldoende ruimte geven dat er meer behandelcapaciteit komt. En dan zal die wachtlijst uiteindelijk ook gaan dalen, want dan is er meer behandelcapaciteit. Hoe snel precies getallen, dat blijft gewoon lastig om dat heel precies te zeggen. Nog even heel kort, en die ga ik echt proberen heel snel te doen, want daar had u eigenlijk weinig vragen over. Perceel 1. Wat is daarvan het doel? En dan ga ik al een beetje op marktwerking in, maar daar ga ik zo nog wat verderop in. We hebben juist geprobeerd, langjarige contracten, negen jaar lang, vier grote partijen, die met elkaar een verbinding aangaan, die gewoon maandelijks geld van ons krijgen. Strategisch partnerschap heet het ook in die contracten. Om met elkaar samen te werken. Zij hebben kennis over de zorg en wat daar innovatief in is, hoe dat werkt, hoe je iets anders kunt organiseren om in die maatschappij die ook verandert, waar meer zorgvraag is, om daaraan recht te doen.

Gaat dat altijd nog even soepel? Nee, want ook daarbij zie je, we hebben het al vaak gezegd, het systeem zit klem. Ook mensen werken zich daar ook echt helemaal kapot en daarmee is er weinig ruimte om tot innovatie te komen. Tegelijkertijd zie je hem wel. Dus ik sprak ook daar een paar weken geleden weer een aanbieder die zei van: ja, als mensen bij ons op de wachtlijst staan, dan kunnen en eigenlijk moeten de ouders ook wel naar drie cursussen over pedagogiek, over drie dingen die voor ouders van belang zijn, om ook te kijken: hoe ga ik dan om met mijn jeugdige die dan een probleem heeft? Dat zijn natuurlijk al kleine zorginnovaties waarvan je kan denken van: ja, dat doet al meer dan in ieder geval niks doen op die wachtlijst. Dus hoe gaan we dat nou versnellen? Ja, dus implementatiekosten, kinderziektes, aan elkaar wennen en die transformatie, zowel van die consortia als van de samenleving kost tijd en geld en het stelsel piept en kraakt. Ik heb al gezegd wat we hebben gedaan om dat wat te ledigen, dus het excessieve maatwerk, de GI’s en inderdaad, we zijn deze week nog bezig met verdere noodmaatregelen. Ja, en daarbij zoeken we ook naar: welke gesprekken hebben wij nodig met elkaar als bestuurders, want ook daarbij zal ik eerlijk zeggen, ik heb wel eens voor mij, en dat is toch een beeldspraak.

Wij hebben denk ik ook hele hoge verwachtingen gehad van de jeugdhulpaanbieders, dat is ook wel in de dialoogfase teruggekomen, dat zij hebben hele goede ideeën, maar hoe ga je nou echt die stap maken naar uitvoering? Dus als je inderdaad zegt: wij gaan kinderen pas in zorg nemen, als die ouders ook inderdaad, en dat kwam ook al een paar keer langs, in ieder geval beseffen, en dat was ook die oproep van de kinderombudsman, beseffen dat zij moeten stoppen met vechten, want anders wordt jeugdige behandeld

22

voor trauma 1. Die ouders gaan door met de vechtscheiding en dan zijn ze een half jaar later weer binnen voor trauma 2. Ja, dat is natuurlijk niet volhoudbaar. Dus dat is ook een stuk van zorginnovatie. Durven we dan met elkaar, en daar hebben de consortia ook ons bij nodig, ons de zeven wethouders en u de zeven raden, om te zeggen van: nou, nee, dat kan inderdaad wel, die drempel durven wij op te werpen. Dat wij aan ouders vragen onder voorwaarden, als u nog niet, als u dit nog steeds aan het doen bent, als u nog steeds met elkaar aan het duwen bent, waardoor eigenlijk het trauma telkens opnieuw terugkomt. Tot die tijd is jeugdhulp geen oplossing, maar moeten we u helpen met uw scheiding. Dat is ander maatschappelijk werk. Dat was ook die oproep van de kinderombudsman. Dat is eigenlijk ook zo'n klein stukje zorginnovatie. Dat was heel kort, denk ik, over perceel 2, waar eigenlijk misschien wel, denk ik, voor de samenwerking, de transitie en ook de oplossing, de grootste oplossingsrichtingen zitten om het met elkaar beter te doen. Dan kom ik bij perceel 2. perceel 2 heeft u veel gevonden, heeft u veel gesproken. Heb ik ook veel gesproken, hebben onze ambtenaren ook veel gesproken. En ik denk, en de GroenLinks refereerde eraan, dat het voor ons als regio van waarde is dat wij perceel 2 een plek hebben gegund in ons stelsel.

Dus u, ook een aanpalende regio hier, die heeft geen budget meer toegekend aan vrijgevestigden, die heeft alles gedaan met consortia, u weet zelf welke regio dat is. Ik denk dat er een grote waardering is voor deze mensen die met lage overhead veel kinderen helpen. En dat heb ik hier ook eerder gezegd. Dat is met die budgetplafonds niet goed gegaan, niet zorgvuldig gegaan. Dat hadden ze eerder moeten weten. De voorzitter: Interruptie van mevrouw Scholten. Gaat uw gang. Mevrouw Scholten: Het is daar zijdelings denk ik aan gerelateerd. Hoe ziet de wethouder het belang van tariefdifferentiatie? Dus dat je echt gaat kijken naar ook wat er op 1 juli is aangenomen met de algemene maatregel van bestuur. Ook weer, ik blijf er een beetje over zeuren, maar die OVA-indexatie die te laag is voor de daadwerkelijke kosten. Maar hoe ziet u tariefdifferentiatie, dus voor zwaardere zorg, hogere prijzen dan voor lichtere zorg? Ik zeg niet dat ik er per se een voorstander van ben hoor, maar ik vraag me af hoe u daar naar kijkt. Wethouder Van Leeuwen: Ja, ik zal hem nu gewoon gelijk doen, want dan kan ik hem niet kwijtraken. Ik wilde hem eigenlijk doen bij mijn blokje over marktwerking. Kijk, uiteindelijk heeft die aanbesteding een jaar langer geduurd, omdat wij kosten tarievenonderzoek hebben gedaan.

Dus we hebben nog extra onderzoek, wat is nou een reëel tarief voor een ZZP’er, een vrijegevestigde en wat is een reëel tarief voor een instelling in perceel 2? Dus daarbij is ook niet gekeken naar een soort van…Er is niet gekeken naar de laatste aanbieders, er is gekeken naar een reële kostprijs. Dat er via de AMvB nu wordt gezegd: wij gaan landelijk voor een aantal zorg een reële kostprijs bepalen, dan kom ik…Ik denk korte termijn, makkelijk antwoord, dat dat goed is. Is het altijd terecht? Weet ik niet. Want u ziet ook, dat gesprek heeft u ook gehad, dat systeeminstellingen, waar vaak ook opleidingsplaatsen zitten, die een hogere overhead hebben en waar ook echt de meest complexe jeugdhulp zit, dat ook in deze regio vier van de grote jeugdhulpinstellingen die complex zorg bieden, dat ze het niet kunnen bolwerken. Dus de vraag is in die afgelopen dertig jaar, zijn de krenten daar niet uit de pap, waarmee ze eigenlijk een beetje, nou ja, de begroting rond konden krijgen en is inderdaad het feit dat het met hen slecht gaat, hangt het niet samen met hoe dat stelsel in Nederland er nu uitziet? En dat is inderdaad ook uw beschouwing en ik weet, uw partijen zijn ook fan van de artikelen van Follow the Money, dat ben ik ook. Want in die grotere beschouwing, hoe het stelsel verworden is, daar zit wel heel veel in.

Maar kort gezegd, zowel in onze aanbesteding hebben we altijd gekeken naar reële tarieven. Vandaar ook dat tarievenonderzoek dat nog aanvullend heeft plaatsgevonden. En ik denk dat die AMvB daarin in het huidige stelsel, binnen het huidige landelijke stelsel, nu wel kan helpen. Ben ik daar dan per se fan van? Weet ik niet. Want dat is gewoon echt heel complex. En ik denk dat we hier morgenavond nog zitten en bij de penalty-reeks zijn aangeland als

23

we daarover woorden gaan zeggen. Dus laten we niet doen. Nou, nieuw contract, want het was dus een jaar uitgesteld. Nieuw contract per 1 januari 2024. Dat is dus dit jaar. Heeft geleid tot een andere werkwijze en de financiering inderdaad met budgetplafonds. En die budgetplafonds, en dat heb ik ook nog even nagevraagd, ja, dat is uiteindelijk, en dat was ook weer in die visie jeugdhulp. We hebben altijd gezegd, passende en ook betaalbare zorg. Dus uiteindelijk is daarvan gezegd, dit is het jeugdhulpbudget. Dat hebben ook de zeven gemeenten in hun begrotingen vastgesteld. Dus dat is uiteindelijk toen aan u gecommuniceerd via het collegebesluit over de contracten. Dus dat is wel naar u toe geweest. Niet actief, want de verwervingsstrategie dat was toen actief naar u toe als raad. In die contractvorming uiteindelijk die inderdaad, wat zeven collegebesluiten waren, heeft dat gestaan. Maar dat is inderdaad niet actief aan u aangeboden. En dat heeft wel actief gevolgen. En met name in dit jaar. Want wat is er dus gebeurd? En dat hebben we ook al eerder besproken. Er was budget voor zorgcontinuïteit. Aanbieders die niet meer door wilde in deze regio, die niet meer door mochten, want we hebben ook daar gekeken naar winstmaximalisatie. Daarvoor was budget gereserveerd. Gegunde partijen en nieuwe partijen die ook gewoon aan de spelregels voldeden.

Dat betekent dat daar dus niet is bezuinigd, maar dat het dus wel zo kan zijn dat per aanbieder het minder is geworden. En ik merk ook dat de vrijgevestigden die daarin zitten, die zouden het liefst eigenlijk op de oude manier van werken handhaven en op die oude manier van werken door blijven gaan. Dat is niet uiteindelijk waar in dit stelsel voor gekozen is. Ondertussen heeft wel heel veel overleg plaatsgevonden met de vertegenwoordigers, zowel bestuurlijk als ambtelijk. Er zijn geloof ik wel dertig individuele gesprekken ook nog geweest met vrijgevestigden. En ook hier, en ook dit is er weer eentje waar as we speak nog aan gewerkt wordt, het lijkt erop dat er van de budgetten voor zorgcontinuïteit, dus dat was voor die aanbieders die geen contract meer hebben, dat daar zoveel vrij gespeeld kan worden, dat dat herverdeeld kan worden onder alle aanbieders van perceel 2 die wel actief zijn, dus onder de vrijgevestigden, waardoor inderdaad die plafonds beginnen te lijken op hoe het vorig jaar was. Dus waarbij dan uiteindelijk dus inderdaad die ophoging op een andere manier, want het zou dan met zeven gemeenten moeten, dat niet meer nodig is door het herverdeling van het budget. Ook dat ligt regionaal voor.

Ik denk dat dit voorstel gewoon heel snel op applaus kan rekenen, want het is inderdaad een herverdeling van het budget wat er al is, waarbij je dus inderdaad dat budget van zorgcontinuïteit al eerder verdeelt over de rest. Ik denk alsnog dat er zorgen zullen zijn bij perceel 2. En dat komt eigenlijk weer op de zorg en daar werd ook op ingegaan, ik zal niet al te technisch op ingaan, voorzitter, want anders zitten we hier inderdaad echt nog heel lang. Kijk, het is gewoon zo, perceel 1 mag altijd al samenwerken met perceel 2. Maar omdat bij perceel 1 zoveel krap zit op alles, want inderdaad, nou, mevrouw Özogul heeft zelf ook rondgebeld. Kijk, bij perceel 2 moet, bij perceel 1 moet eigenlijk de ruimte zijn dat als er een kind in zorg komt en het kind heeft een behandelrelatie voor een andere ziekte bij een vrijgevestigde psychiater, dat perceel 1 dan zegt: oh tuurlijk, dat is één keer per kwartaal heeft u een afspraak over uw medicatie met die psychiater. Dat is een half uur bellen. Dat betalen wij vanuit perceel 1. Die ruimte, die lucht moet bij perceel 1 zitten, zodat zij in de onderaannemerschap, die vrijgevestigde gewoon het contract kunnen geven. Moeten we dat nu, dat is dan gelijk een antwoord op de ChristenUnie, voorzitter, moeten we dat nu regelen door perceel 2 meer geld te geven? Nee, wat mij betreft niet.

Want kind is op dat moment in zorg bij perceel 1, omdat daar meervoudige problematiek is. Moet perceel 1 dan de ruimte hebben, en dus niet al het geld verdeeld hebben, want dat is inderdaad wat u ook zei, wat ik herken, die moet de ruimte hebben om inderdaad dan wel die investering te doen in de onderaannemerschap. De voorzitter: Interruptie van de heer Visser als eerste. De heer F. Visser: Ja, maar het probleem is ook andersom. Iemand zit bij perceel 2, zit daar helemaal perfect, alleen heeft ADHD-medicatie nodig en heeft daar een psychiater van perceel 1 voor nodig.

24

Wethouder Van Leeuwen: Ja, die herken ik zelf niet, maar volgens mij moeten we op casuïstiek ingaan na de vergadering, want zoals ik dit geval begrepen heb, want ik denk dat wij over dezelfde casus praten, was het iemand die kreeg van een vrijgevestigde psychiater ADHD-medicatie, die ging toen voor een andere ziekte, ging naar perceel 1, En toen moest die behandelrelatie met de psychiater in perceel 1 doorbroken worden. Dus zo ken ik de casus, maar laten we het over casuïstiek buiten de vergadering werken. Want dan kunnen we gewoon zoeken, en dat doen we altijd, zoeken we ambtelijk uit hoe het zit en kijken hoe we een oplossing kunnen maken. Want wat u ook al zei, en die waardering die deel ik, die meerdere partijen hebben uitgesproken, ik zie hier ambtenaren en behandelaars die kneiterhard werken om het goede te doen. En zo'n casus, willen we ook kijken waar het knelt. En daar moeten we echt van leren hoe we dat knelpunt op kunnen heffen. De voorzitter: Mijnheer Visser, een vervolg interruptie. De heer F. Visser: Gaat de wethouder nog in over hoofd- en onderaannemer binnen perceel 2? Gaat u daar nog op in? Dus de ene perceel 2 naar de andere perceel 2, wat ook snijden in eigen vingers is? Wethouder Van Leeuwen: Ja, daar ga ik kort op in, maar ik zal het proberen niet heel technisch te doen.

De voorzitter: Oké, maar dan hebben we eerst nog een andere interruptie voordat u hierop ingaat. Mevrouw Scholten. Mevrouw Scholten: Nou, ik wil toch benadrukken dat, dat geen casuïstiek is, als in dat dat geen enkel simpele enkele casussen zijn, maar dat we dat van heel veel aanbieders horen. Wat de heer Visser net zegt. De voorzitter: Dat is een opmerking. Mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul-Özen: Even wat ik zei, zo licht als mogelijk en zo zwaar indien nodig. Dat werkt op dit moment niet. Hoe gaat u ervoor zorgen dat het wel werkt? Zoals we dat voor ogen hadden. Dat is één. En het tweede is, waarom als een kind bij perceel 2 zit en er blijkt dus dat er zwaardere hulp nodig is, waarom stopt dan perceel 2 gelijk en moet het kind zonder hulp op perceel 1 op de wachtlijst? Wethouder Van Leeuwen: Ja, ik doe eerst de eerste vraag. Nou, eerst sowieso…Ik zit even te denken waar ik zal beginnen. Uiteindelijk is het zo, en dat heeft een beetje te maken met wat de heer El Aichi van CDA vroeg, wie heeft de regie? Wie is op dat moment de hoofdbehandelaar? Dus het is zo bedacht, en ik zeg bewust bedacht, want we moeten het met elkaar werkend maken. U zoekt ook naar oplossingen. Een kind heeft meervoudige problematiek, dus meerdere trauma's, meerdere complexen, daarvoor perceel 1.

Als dan iemand ernaast actief blijft van perceel 2, dan is het nog in regie, want die perceel 2 aanbieder kan alsnog in onderaannemerschap door perceel 1 worden aangenomen, maar uiteindelijk is het over die verantwoordelijkheid, krijgt perceel 1, die stapt dan in om die verantwoordelijkheid over te nemen. Dus dat is hoe het bedacht is, hoe we het met elkaar kunnen laten werken en dan kom ik weer bij mijn algemene antwoord en dat is denk ik niet per se zaligmakend, maar het wel wat het is. Ik zie nu een systeem in transitie en een systeem in knel. Dus ik zie dat eigenlijk bij perceel 2, dat daar inderdaad door die transitie van dit jaar, contracten zijn dit jaar ingaan, daar zit het in knel met alleen al door die budgetplafonds, door die zorg continuïteit, door de nieuwe toetreders wat daar knelt. En ik zie bij perceel 1 zie ik ook knel en daar heb ik ook gezegd: nou ja, daar zijn we met een aantal maatregelen bezig om daar weer lucht te krijgen. Want als die knel er niet zit en als ze dus inderdaad ook de olifantenpaadjes van mensen die elkaar altijd wel wisten vinden ineens, door hoe het nu anders ook in elkaar steekt, elkaar niet meer weten te vinden, ja dat doet mij ook pijn.

25

En in alle gevallen, als u dus inderdaad dit soort signalen krijgt, dat wou ik nogmaals zeggen, ook tegen mevrouw Scholten, als u dit soort signalen krijgt, wij willen het weten. Want kijk, het systeem is gemaakt, naar de regiovisie zin die ik al voorlas, om het uiteindelijk beter te laten werken. We zien heel veel zaken, en dat is altijd weer de vraag, wat is kinderziekte, wat is een punt, wat we inderdaad met elkaar nog een keertje moeten heroverwegen: was het nou de beste inrichting, en wat is echt een groot punt waarvan wij echt moeten zeggen van: oh, hier moeten we wat bijschaven. Ook dat is een soort van triage, maar dan aan de systemische kant. Waar zit het in? Is het een kinderziekte waar we met elkaar lucht in stelsel moeten maken? Of moet er ergens inderdaad iets toch verschoven worden? De voorzitter: Heeft u nog een interruptie van mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul-Özen: Ik snap het nog steeds niet. Het systeem zit in knel, dat, oké. Maar waarom laten we dan GGZ perceel 2 stoppen, terwijl wij vinden dat het kind zwaarder hulp nodig heeft, terwijl er bij perceel 1 geen plek is? Waarom zeggen we niet tegen perceel 2, ga dan in ieder geval één keer in de maand het kind zien. Waarom stopt alles? Wethouder Van Leeuwen: Ja, het hele platte en flauwe antwoord is: omdat daar in deze contractvorm zo voor is gekozen. Dat is dus precies wat ik zei. Zo is bedacht.

Hoe krijgen we het met elkaar werkend? Nou, dat moeten we met elkaar werkend krijgen. En uiteindelijk gaat het over verantwoordelijkheid. Dat heb ik ook op casuïstiek niveau weleens gehoord. Uiteindelijk, doordat er nieuwe problematiek is, aanvullende problematiek is, is perceel 1 verantwoordelijk. En kan perceel 1 verantwoordelijk zijn als er ook nog een andere behandelaar is. Dus dat zit ook even in, en ik ga niet helemaal in die beroepscode, dus er zit hier ook iets in wat in die dialoogfase gemaakt is, waarvan de intenties volgens mij goed waren, want inderdaad, je wordt aangenomen bij perceel 1, dus dan is perceel 1 ook verantwoordelijk dat jij je zorg krijgt, of dat nou is met een behandelaar van perceel 2 nog aan boord die er al was, of met perceel 1 behandelaars. Dus ik denk dat de intentie van hoe we dit gemaakt hebben heel goed was. Hoe dit nu uitwerkt voor dat systeem wat in de kramp zit, is er een zorg hoe we dat met elkaar werkend maken. Dus dat is niet een concreet antwoord, maar wel mijn antwoord. De voorzitter: Heeft u toch nog een derde en laatste interruptie van mevrouw Özogul Mevrouw Özogul-Özen: Even weer voor mijn begrip. Hoe kunnen we dan voor zorgen dat, dat kind in ieder geval continuïteit van zorg heeft, tot ze aan de beurt komt? Ergens hebben we het systeem dus fout opgetuigd. Wethouder Van Leeuwen: Nou ja, ik zou echt zeggen, het pakt verkeerd uit.

Dus kijk, perceel 1 is verantwoordelijk en die moet zorgen dat er goede zorg komt. Als daar, maar dan ga ik even schetsen hoe ik het voor me zie, een kind heeft al jarenlang één euvel, enkelvoudig, dus die heeft iets waarvoor hij of zij bij een behandelaar loopt van perceel 2. Er gebeurt iets in het leven waardoor perceel 1 wordt aangemeld, dan wordt perceel 1, die doet een goede triage, zegt: wat hier aan de hand is, dat is echt heel erg, Dit traject kunnen we u over vier maanden, drie maanden bieden. Dat zou ik een redelijke termijn vinden. Tot die tijd betalen wij uw zorgverlening uit perceel 2, die onder onze regievoerderschap, onze hoofdaannemerschap, want wij zijn nu professioneel, als wij zijn verantwoordelijk voor u, maar inderdaad om de zorg te bieden voordat u voor het nieuwe trauma geholpen kan worden, zorgen wij dat uw aanbieder die al kende betaald wordt. Dat is hoe het in het systeem hoe het bedacht is zou moeten werken. Wat we volgens mij nu met elkaar constateren…Volgens mij praat ik te veel, ik word, ik begon een beetje sterretjes te zien. Dus dat ik niet ineens onderuit zak in mijn stoel. Dus ik moet even een slokje water nemen, misschien.

26

De voorzitter: Ja, zet uw microfoon anders even uit, Bas. Wethouder Van Leeuwen: Ja, nee, mevrouw Özogul werd ineens een beetje wazig, voorzitter. Dus dat was niet zo goed, want mijn ogen zijn wel goed. Dus zo zou het wat mij betreft moeten werken. Werkt het zo op dit moment? Nee. Want het systeem zit vast. Dus ja, ik deel de zorg dat dit zou moeten kunnen. Werkt het zo op dit moment? Nee. En dat erkennen we ook met elkaar. En daar zoeken we met elkaar oplossingen voor. De voorzitter: Ja, opnieuw meerdere interrupties. Als eerste mevrouw Scholten. Mevrouw Scholten: Maar hebben we een idee waarom het niet werkt op deze manier? Ligt dat in de budgetten die dan naar van perceel 1 naar perceel 2 moeten en dat dus niet kunnen? Of ligt het aan iets heel anders? Wethouder Van Leeuwen: Nee, volgens mij gaat het goed. Als bestuurder is het altijd moeilijk om te gissen, maar ik waardeer uw sfeer waar u naar oplossingen zoekt, dus ik ga even mijn werkhypotheses. Ik heb hier geen conclusie, ik heb wel werkhypotheses. Ik zie hier, en dat hoort u ook terug, dat heeft u ook terug gehoord van behandelaars, dat het eerste jaar van de consortia tot het verdwijnen van olifantenpaadjes heeft geleid die er waren. Dus de CEG'er wist die en die altijd te vinden en die konden op die manier wel zorg bieden en dat factureren we zo.

En wij hebben met elkaar de administratieve last verminderd, maar het is wel veranderd. En die olifantenpaadjes zijn daarin weggegaan. Dus ik, als ik dus, want ik was laatst ook bij, samen met een aantal andere wethouders bij het CEG, dan zie je dat de gewoonte van wie elkaar op welke manier kon vinden en hoe dat dan uiteindelijk georganiseerd werd qua facturering, dat die gewoonte is verdwenen. Dat er dus eigenlijk, met uiteindelijk moet dit systeem, hoe we het hebben gemaakt, tot minder regeldruk leiden, want wij vragen echt, ook ten opzichte van andere PxQ-regio's, wij vragen minder administratie van de aanbieders. Alleen op dit moment is er het afgelopen jaar nog meer administratie geweest, omdat men elkaar bezig was met zoeken, met vinden. En is het dan budget wat onvoldoende was, of is het de nieuwe samenwerking die tot heel veel gedoe leidde intern, want dat hoor ik eigenlijk van iedereen, gemeenten, CEG, behandelaren. Jeetje mina, we konden elkaar niet meer vinden waar het voorheen normaal ging. Ik vraag me dan echt af of dat het budget was, of dat inderdaad de kinderziektes waren. Daar heb ik geen conclusie in, maar wel even eentje wat de interventies daarin zijn.

Dat is zo'n team aanpak wachttijden, die kijkt dus van: maar wat gebeurt nu dat die wachtlijnen zo oplopen? En een zo'n hypothese is dus, en dat is dus ook de regionale oplossing: misschien zijn er toch wel heel veel kosten in de implementatiekosten gaan zitten. Had men gedacht, heeft men dat voor zichzelf genomen, moeten ze dat dit jaar rechtbreien, zetten ze minder behandelaren in, omdat ze wel uiteindelijk ook de salarissen moeten kunnen betalen. Dus er zijn nu minder behandelaren aan het werk. Dus vandaar dat wij ook in het regionale voorstel zeggen: laten we nou bijvoorbeeld die implementatiekosten van afgelopen jaar daar een vergoeding tegenover stellen. Want dat zou inderdaad al zo'n luchtding kunnen zijn om weer lucht in het systeem te maken. Maar dat is dus een werkhypothese, geen conclusie. De voorzitter: Mijnheer Visser, ook een interruptie, van de Partij van de Arbeid. De heer S. Visser: Kijk, wat de wethouder zegt dat vind ik wel mooi dat er vanuit de professionaliteit zou moeten worden gekeken dan vanuit perceel 1, oké, dan we hebben een overbruggingsperiode nodig van drie maanden. Laten we die drie maanden dan betalen zodat er in ieder geval nog zorg is in perceel 2.

Maar hebben we niet met de manier waarop we het hebben opgetuigd ook een soort perverse prikkel laten ontstaan waarbij als je werkt met een zorgplafond, met een budgetplafond, en je gaat dan betalen voor een cliënt die eigenlijk in behandeling is bij een andere zorgaanbieder in perceel 2, dat dat ergens onaantrekkelijk

27

is voor een zorgaanbieder vanuit perceel 1 om dat te doen, omdat deze dan waarschijnlijk financiert vanuit zijn eigen lumpsum. Wethouder Van Leeuwen: Nee, ik denk het niet, want u heeft het met elkaar gekozen voor een systeem met de best passende zorg. En als op een gegeven moment geconstateerd wordt dat de jeugdige het meest gebaat is bij zorg wat wordt geboden in perceel 1, dan moeten we dat de jeugdige gunnen. En ook daar voor perceel 1, daar hoort de prikkel dan zo te zijn, dat als het voor perceel 1 ziet dat voor die jeugdige beter is voor zijn of haar trauma, dat de behandelaar die in perceel 2 al voor iets anders bezig was, wel betrokken blijft, dan kunnen ze daar ook budget voor vrijmaken. Want uiteindelijk is daar ook weer, als wij zien dat anders de situatie van de jeugdige erger wordt, is het ook penny wise, pound foolish om dat niet te doen. Maar hier kom je weer even op hoe het systeem bedacht is en zou moeten werken wat mij betreft. En we gaan nu heel diep de inhoud in en een gesprek, en daar komen we zo nog wel op wat voor een sessie u dan behoefte aan heeft met professionals. Ik denk dat de gesprekken met de kinderpsychiaters, met de vertegenwoordiger van de CEG, hier veel dieper op in kunnen gaan. Welke prikkels zitten daar nu in? Wat is kinderziekte? Korte termijn moeten we nu oplossen met noodmaatregelen.

En wat zijn echt bijschaafpunten in hoe we het georganiseerd hebben? De voorzitter: Ja, dan ook nog een interruptie van mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul-Özen: Ik zei het al in mijn termijn, als zo'n perceel 2 GGZ dus als onderaannemer aan het werk wil, betrokken wil zoals we dat wenste, dan zegt het consortium: dat mag wel, maar dan moet je eigen budget hebben, ons geld is op. Wethouder Van Leeuwen: Ja, en u hoort mij zeggen: dat zou niet zo moeten zijn. Het zou zo moeten zijn dat perceel 2 er ook voldoende ruimte zit om dat te zeggen: nou ja, dat klopt. Wat goed dat u betrokken bent bij deze jeugdige. En wij hebben hier een pot om u in onderaannemerschap aan te nemen. Werkt dat nu zo? Nee, dus dat zie ik ook. Dat zit vast, dus dat iets in het systeem dat knelt. Zou het zo moeten werken? Ja, wat mij betreft. Perceel 2. Ja, perceel 2, daar zijn we lang over in gesprek. En volgens mij komt alles al dan niet via de vrijgevestigden of via ons als college tot u. Een aantal zaken daarover. Ik was al begonnen. Wij vinden dat vrijgevestigden een toegevoegde waarde zijn in ons hulpaanbod. En we zien ook dat er die verwarring is over het woord enkelvoudige jeugdhulp en over de gesprekken die, en dat is altijd lastig voor mij als bestuurder, bij zo'n dialoogfase van aanbesteding, daar zit ik niet zelf aan tafel.

Ik zie alleen dezelfde documenten die u ook ziet daarna, dus wat er met elkaar wordt afgesproken. Dat daar in ieder geval verschillende verwachtingen zijn ontstaan en verschillende beelden. En om gesprekken te voeren over wat het nou precies is, want het is geen eenvoudige jeugdhulp, ik zeg nog maar, het is geen eenvoudige jeugdhulp, Het is enkelvoudige jeugdhulp. Oftewel, er is één trauma of één probleem en daar wordt aan gewerkt. En dat kan dus ook specialistische GGZ zijn. Dus voor mij dat gesprek, even zeggen, het is niet eenvoudig, wel enkelvoudig. En enkelvoudig kan ook complex zijn. Dat gesprek en de beelden daarover tussen de verschillende aanbieders, perceel 1, perceel 2, naar verwijzers toe. Dat gesprek moet wel inderdaad gevoerd worden, want zolang er daar het gevoel van verwarring is, is die verwarring er. En die verwarring willen we niet hebben. Dat mensen zich daarin niet gewaardeerd voelen, is ook onterecht, want wij waarderen daarin de vrijgevestigden, want wat ik zei, dat zijn mensen die met ook hart voor de zaak, met een heel lage overhead, bijzonder veel van onze jeugdigen helpen met hun problemen. Dus daar is een waardering voor. En wat ik ook al heb gezegd, het is niet goed gegaan door zo laat de budgetplafonds te communiceren. Daar hebben we alsook de hele inkoopregio hebben we onze excuus daarvoor aangeboden. En we bespreken ze dus ook.

28

De voorzitter: Ik zie dat er een interruptie is vanuit de zaal, maar ik zou eigenlijk nu even door willen met de beantwoording van de wethouder en dat we even kijken of we zo meteen uw vraag in de tweede termijn kunnen doen. Ik zou even de wethouder vragen of hij zijn beantwoording in de eerste termijn nu afmaakt. Wethouder Van Leeuwen: Ja, wat daar dus al is gedaan, ik had het al een beetje weggegeven, is dat in ieder geval in vele gesprekken is getoetst: klopt dat budgetplafond nou? Want er waren dus ook mensen die hadden een sabbatical, of er waren echt gewoon inderdaad echte ongelukken gebeurd, omdat er iemand vorig jaar om moverende redenen minder de omzet had. De eerste verlenging van de zorg is vereenvoudigd, dat was ook een klacht, van: we moeten wel heel veel moeite doen om die eerste verlenging rond te krijgen. Ook daarbij mag dat nu zonder CEG-toets. En ik had net al verteld, het vrijvallende deel van het budget zorgcontinuïteit is nu in kaart gebracht en kan worden herverdeeld over de aanbieders. Daar moet dus inderdaad even een klap op van de zeven wethouders om te zeggen van: ja, dit is inderdaad hoe we die herverdeling van het budget zorgcontinuïteit gaan doen. Ik zal wel zeggen dat is om en nabij een miljoen. Op dat budget van 7,8 wat er volgens mij voor deze partijen is, is dat serieus geld als je het hebt over hoeveel zorg daarin verstrekt kan worden.

Dan kom je op het systemisch en ik geloof de heer Visser heeft er ook technische vragen over gesteld, voorzitter, dus wellicht zijn die technische vragen, doen die meer recht aan de precisie die de heer Visser wil, dan ik in het hier en nu kan bieden. Ook hierbij zit een inhoudelijke reden. Er mag samengewerkt worden. Daar is een hoofdaannemer in perceel 2. Die moet dan inderdaad uit zijn of haar budget een andere aanbieder betrekken en dus ook bekostigen. Dat is een bewuste keuze, ook weer over dat eigenaarschap. Want als je twee parallel geschakelde aannemers krijgt, wie is er dan in de regie over de zorg voor die jeugdige? Dus daar zit een inhoudelijke reden achter. En met het makkelijker maken van die eerste verlenging, want verlenging is dus gewoon geld, je krijgt geld voor wat ongeveer gepaard gaat aan zoveel behandelingen, zit daar ook alweer lucht in. Want die lengte van de behandeling is niet voor niets zo gekozen, dat is een lengte die ook voor deze enkelvoudige, wat dus ook complexe jeugdhulp kan zijn, die zou moeten werken. Met die verlenging wordt het dus ook makkelijker om die onderaannemer dan binnen perceel 2 te doen. Dus dat zou soelaas moeten bieden. En ja, ik snap het ook, dat deze mensen het liefst zouden zeggen, die zouden het liefst zeggen van: ja, wij willen liefst alle vrijheid hebben om altijd zo te werken zoals wij doen.

En wij zeggen dan van: nou, wij vinden vrijgevestigden van waarde. Alleen daar zijn dus wel, proberen we wel een aantal voorwaarden te hebben uiteindelijk ten faveure van het kind en ook ten faveure van uiteindelijk de zorg die geboden wordt. Want, ik maak even een zij stapje en volgens mij, u spreekt volgens mij een deel dezelfde mensen, dus ik moet oppassen dat niet de helft van uw gemeenteraad heel verveeld gaat kijken naar mij. Ja, laatst zij dus ook een andere kinderpsychiater tegen mij: ja, er is gewoon gebleken dat na elf behandelingen neemt het effect van de behandeling logaritmisch af. Dus vandaar dat eigenlijk bij onze praktijk, zei zij, kijk wat na elf, twaalf behandelingen, kijken we altijd kritisch, moeten we nog doorgaan? Of gaan we nu iemand anders op de wachtlijst helpen? Nou, dus er is ook echt wel over, die verlenging is serieus nagedacht vanuit de inhoud. Wat is nou een zinnige verlenging voor perceel 2? Dus daar zit echt een inhoudelijke reden achter. Dat is niet om te pesten ofzo. Dat is uiteindelijk om het systeem, en dan kom ik weer terug bij de visie jeugdhulp, passend en betaalbaar te houden. Want u wilt ook niet de hele gemeentebegroting omver trekken. Nou, dat is even dus daarbij.

En als u het meer in de techniek wil weten, hoe dat dan precies zit juridisch, dat heb ik nu niet paraat, maar dit is even op hoofdlijn wel het antwoord over het hoofdaannemerschap. En ik ga dus aan u laten weten, zo snel als mogelijk, als er duidelijkheid over is, hoe dat budget voor zorgcontinuïteit wordt herverdeeld en wat dat dan doet ook voor de aanbieders. Dat zal in ieder geval ook tot ons komen. Er is heel veel gezegd over preventie, voorzitter. Dat is wat mij betreft, dat is ook echt een hele gekke. Jeugdhulp is een wettelijke taak, preventie niet. Nou, dat is best zorgelijk wat mij betreft. Want inderdaad, er moet inderdaad wel veel preventie zijn. En het werd ook door verschillende mensen gememoreerd. Ik weet niet meer zo goed hoe het dertig jaar geleden was, want toen was ik zelf nog jeugdige. Maar in ieder geval, wij proberen ook met elkaar,

29

en dat is ook deels die zorginnovatie, Het is op een gegeven moment zo geweest dat per kind er een hulpverlener in de gang kon zitten tot een kind inderdaad niet goed ging. Hoe zorgen we weer dat er standaard jeugdhulp komt op scholen en dat het een vast aanspreekbaar bekend persoon is? Nou, dat is ook één van die ontwikkellijnen, dat heb ik volgens mij u al eerder verteld, één van de ontwikkellijnen van ons gesprek met de vier consortia. Hoe kunnen we nou, en dat zei mevrouw Scholten volgens mij mooier dan ik het had kunnen doen, hoe kunnen we nou die hulp op logische vindplaatsen voor jeugdigen aanwezig maken dat ze er zijn? Nou, dat proberen we ook vanuit preventie. We zien dat, dat kan helpen. Dus daar werken we in de opdracht van Gewoon in de Wijk aan. Dus in buurt zit inderdaad wat jongerenwerk. En daar hebben we het natuurlijk ook met elkaar over gehad al. Was een vraag van het CDA bij de Kadernota: is dat dan op alle plekken in Haarlem afdoende? Nou, daar kijken we naar, ook vanuit veiligheid. En ook vanuit preventieve budgetten jeugdhulp, hebben we dus inderdaad @ease. Het werd al aangehaald. Wat dus niet alleen is als je naar binnen loopt. Je mag ook gewoon chatten. Ik was laatst op werkbezoek bij @ease. Toen zeiden ze ook: ja, de meeste jongeren komen bij ons op de chat. Want naar binnen lopen is toch best spannend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14410878/1