Transcript commissie Samenleving van 10 juli 2024
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE SAMENLEVING VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 10 juli 2024 1.
Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Dames en heren, ik heet u van harte welkom bij deze extra vergadering van de commissie Samenleving op deze tiende dag in juli. Van harte welkom aan iedereen op de tribune die meekijkt en uiteraard ook aan iedereen thuis. We hebben een aantal berichten van verhindering. De heer Procee van OPHaarlem is afwezig. Mevrouw Hartman van Forum is afwezig. Mevrouw Otten van Hart voor Haarlem is afwezig. We hebben de melding gekregen dat mevrouw Lammertse vervangen zou worden door mevrouw Klazes van GroenLinks, maar die zie ik nog niet. Namens D66 de heer Van den Berg en de heer van de Vliet van de VVD is afwezig. Tot zover de meldingen van afwezigheid. Agenda, kan die als volgt voor u de agenda worden vastgesteld zo die voor ligt? Van de orde, mijnheer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ja, u sprak zich. Mevrouw Cimen is er niet en de heer Van den Berg is er wel. U zei dat ik er niet was. De voorzitter: Ik bedoelde dat u er was namens D66, maar dat was dan een verspreking. U bent er zeker.
2.
Vaststellen van de agenda De voorzitter: Maar goed, de agenda kan voor u worden vastgesteld. Dat is fijn.
3.
Mededelingen commissieleden en wethouder(s) De voorzitter: Gaan we door naar agendapunt 3, mededelingen van commissieleden en wethouders. Zijn er vanuit de commissie mededelingen? Zijn er vanuit de wethouder mededelingen? Oké.
4.
Informatie uit (regionale) samenwerkingsverbanden De voorzitter: Zijn er vanuit de wethouder mededelingen over de regionale samenwerkingsverbanden? Ook niet. Vliegen wij door de agenda heen.
5.
Agenda komende vergadering(en), Jaarplanning en Actielijst De voorzitter: Agendapunt 5 komen wij bij aan. De agenda voor de komende vergaderingen, jaarplanning en de actielijst. Heeft u vragen over de bijgevoegde planningslijsten? Nee, die houden we natuurlijk goed bij. Dan een agenderingsverzoek van mevrouw Moed van de Partij voor het Dieren over de ondersteuning minima bij de dierenartskosten. Wilt u het verzoek nog toelichten of is het voor u voldoende? Heel kort, ja, gaat uw gang. Mevrouw Moedt: Dank u wel, voorzitter. Ja, het is eigenlijk meer een soort technisch verhaal, want ik las die nota als dierenarts natuurlijk ook. En ik zag drie kleine feitelijke onjuistheden in de memo. En ik, blijkbaar moet ik het agenderen om dit te corrigeren. Maar mochten er mensen zijn die inhoudelijk nog wat willen zeggen over de memo, hangt er natuurlijk ook vanaf of morgen bij de kadernota onze motie wordt aangenomen, dan kan dat, denk ik, natuurlijk ook als we het gaan agenderen. Dus ik hoop op jullie steun, omdat het feitelijke verhaal ook moet kloppen.
1
De voorzitter: Mag ik handen zien voor steun voor dit agenderingsverzoek? Ja, daar is voldoende steun voor. Dan gaan we dat in ieder geval voor een volgende vergadering agenderen. Dat was het enige verzoek dat binnen is gekomen. 6.
Transcript commissie d.d. (alleen naar aanleiding van) De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 6, het transcript. Die hebben we nog niet ontvangen, dus die vindt u bij de volgende vergadering in september. Dat wordt dan het transcript van 4 juli.
7.
Spreektijd voor belangstellenden (over niet op de agenda staande onderwerpen) De voorzitter: We hebben geen meldingen voor het spreekrecht voor belangstellenden ontvangen.
8.
Hervormingsagenda Jeugd (BL) De voorzitter: Dus gaan we door naar agendapunt 8, de Hervormingsagenda Jeugd. Naar aanleiding van het agenderingsverzoek van de fractie van Jouw Haarlem is deze informatienota Hervormingsagenda Jeugd geagendeerd in de commissie. Het verzoek is om deze in een brede context te bespreken en na te gaan wat er nodig is om de Haarlemse jeugdhulp in de komende periodes verder te helpen. We hebben te maken met een toenemende vraag naar jeugdhulp en oplopende wachtlijsten en de situatie wordt als alarmerend gezien. Mevrouw Scholten, mag ik u als eerste het woord geven bij dit agendapunt? Mevrouw Scholten: Dank u wel, voorzitter. Ik wil eigenlijk inderdaad zoveel mogelijk in de brede context van jeugdhulp kijken. De voorzitter: Excuus dat ik u onderbreek, de microfoon van de heer Hulster staat aan. Ja, gaat u verder. Mevrouw Scholten: Nogmaals dank, voorzitter. Ja, nu klinkt het ook beter en ben ik ook in beeld. Goedenavond allemaal. Ik wil inderdaad in de breedte naar waar we op dit moment staan qua jeugdhulp kijken en eerst even uitspreken dat iedereen in het veld, of dat nou bij de gemeente is, in de jeugdhulpinstellingen, ouders, scholen, de samenwerkingsverbanden in brede zin, iedereen werkt zich uit de naad, om het maar even populair te zeggen, om jeugdhulp zo goed mogelijk neer te zetten. Toch lopen we tegen enorme problemen aan.
Eigenlijk zijn wij niet de veroorzaker van die enorme problemen. We hebben, en dat is in ieder geval onze visie, zo'n dertig jaar last van marktwerking nu. Zorg zou wat ons betreft gewoon echt geen markt moeten zijn en dat is het helaas wel. Dat eerst. De fout ligt in het systeem. De fout ligt niet bij de mensen. Natuurlijk kunnen er dingen beter, maar de fout zit niet bij de mensen. Dan de punten die ik vooral naar voren wil halen. We moeten absoluut af, wat mij betreft, van het frame van het normaliseren van opvoedvragen. Je zet je kind namelijk niet op een wachtlijst om vervolgens te stoppen met opvoeden. Je zet je kind ook niet op een wachtlijst, want dat is nu de praktijk, omdat je niet zo'n zin hebt in opvoeden. Je zet je kind op een wachtlijst bij jeugdzorg, omdat het je niet lukt om je kind te helpen op te groeien naar een evenwichtige volwassene. Tweede punt, als we inzetten op preventie, en dat zeggen we, en dat is hartstikke fantastisch, helemaal goed, moeten we ook doen, maar zorg dan dat er op elke vindplaats, dus op school, bij de buurtcentra, bij de jongerencentra, daadwerkelijk continuïteit van aanbod is. Dat is er nu niet. We zetten in naam in op preventie, maar in de praktijk eigenlijk te weinig. Jongerenwerkers worden ook vaak van plaats naar plaats gestuurd.
Als je nou continuïteit van zorg wil en continuïteit in die preventie, zorg dan dat het er ook kan zijn op een duurzame manier. Dan het derde, misschien belangrijkste punt voor vanavond. De muur die er staat tussen perceel 2 en perceel 1, die moet echt afgebroken. Als je passende hulp hebt op dit moment
2
van een psycholoog of een orthopedagoog, en je hebt daarnaast bijvoorbeeld medicatie nodig om je goed te kunnen concentreren op je schoolwerk, dan moet je doorverwezen worden naar een psychiater in een ander perceel. Dat kan pas als de hulp in het ene perceel stopt. Dat is natuurlijk super onhandig. Als jij een goede band hebt met je psycholoog of je orthopedagoog, en je hebt eigenlijk alleen maar een psychiater nodig voor medicatie, waarom kan de zorg bij die orthopedagoog, bij die psycholoog niet gecontinueerd worden? Jouw behandelcontinuïteit en je behandelrelatie is gewoon het allerbelangrijkst en zou niet onderbroken moeten worden, zeker niet door een wachtlijst, die inmiddels oploopt naar een jaar als je echt pech hebt. Daar laat ik het voor de eerste termijn even bij, anders ga ik meteen door mijn tijd heen. De voorzitter: Dank u wel. Wie kan ik dan het woord geven in de eerste termijn? Niemand? Jawel, gelukkig. Mijnheer Visser namens de Partij van de Arbeid. De heer S. Visser: Dank u wel, voorzitter.
De afgelopen maanden hebben we ons denk ik allemaal het hoofd gebroken over de vraag: waar kunnen we de jeugdhulp in de regio verbeteren en wat zijn de instrumenten die we als raad nu precies hebben? Samen met de collega's mevrouw Scholten van Jouw Haarlem en mevrouw Özogul van de SP heb ik namens deze commissie een aantal sessies mogen organiseren waarin cliënten, ouders, verzorgers, zorgprofessionals en andere inhoudelijk betrokkenen hun zorgen en problemen met ons konden delen. Ik wil de collega's daarvoor bedanken en ik wil iedereen die deze avonden heeft ingesproken bedanken. Ondanks dat de avonden niet precies zijn gegaan zoals de organisatie had gehoopt, wij hebben u allemaal gehoord. De PvdA dient daarom morgenavond tijdens de kadernota ook een aantal moties in. En die moties zijn gericht op het aanpakken van de knelpunten binnen de jeugdhulp. Ik wil mijn collega van GroenLinks, mevrouw Lammertse, die vanavond afwezig is, ontzettend bedanken voor het harde werk dat zij hierin heeft gestoken. En ook wil ik de heer Visser van de ChristenUnie en de heer Baars van de VVD bedanken voor de samenwerking op dit dossier. Het laat ook zien dat dit iets is dat coalitie en oppositie overstijgt. Voor de PvdA is het belangrijk dat we de oplossingen die we met elkaar bieden binnen de huidige afspraken van de gemeentelijke regeling laten passen.
Het afschieten van de GR en daarmee weer opnieuw een aanbestedingstraject ingaan met alle tijd die daarmee gemoeid is en ook bijkomstige onzekerheden, dat zien wij niet zitten. Wat wij vanavond graag van de wethouder zouden willen horen is: wat is er de afgelopen maanden gebeurd binnen de GR om de knelpunten die hier bekend zijn aan te pakken? De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Visser van de ChristenUnie. De heer F. Visser: U heeft het over het afschieten van een GR, maar volgens mij is juist het punt dat er geen GR is, dat er een vrijblijvende samenwerking is. Vindt u niet dat de afgelopen maanden aantonen dat we wel zo snel mogelijk richting een GR moeten, zodat er ook doorzettingsmacht komt van een meerderheid van gemeenten in plaats van unanimiteit? De heer S. Visser: Zover ik weet en zover ik heb begrepen hebben wij wel degelijk de gemeentelijke regeling samen met andere gemeenten in deze regio. Zijn we binnen de afspraken aangegaan die voor meerdere jaren gelden. Niet alleen met andere gemeenten in deze regio, maar ook met zorgaanbieders. Dus dat is hoe wij ernaar kijken. En ik denk dat de wethouder daar straks volgens mij ook best mee zou kunnen instemmen. Dan ga ik eventjes door, want wat wij vanavond van de wethouder zouden willen horen is wat er de afgelopen maanden gebeurd is binnen de GR om de knelpunten aan te pakken.
Waar zijn verbeteringen tot stand gekomen en welke knelpunten verdienen er nog aandacht? Hoe kijkt de wethouder naar de problemen die wij nu ervaren en hoe ziet hij mogelijke oplossingen in de toekomst? Zitten we in de regio op één lijn en als dat niet zo is, welke mogelijkheden ziet hij dan nog op lokaal niveau? Tot slot sluiten we ons aan bij het pleidooi van mevrouw Scholten over preventie. Wij zien het belang van preventie ook, wij lezen dat ook duidelijk in het
3
stuk en daarom zouden wij het liefst bij de begroting of anders uiterlijk volgend jaar bij de kadernota specifiek willen zien welk bedrag er nu precies naar preventie gaat, want dat is op dit moment niet geoormerkt. Kan de wethouder aangeven of hij hiervoor openstaat? Voor zover mijn eerste termijn, dank u wel. De voorzitter: Dank. Mijnheer Visser, gaat uw gang, namens de ChristenUnie. De heer F. Visser: Dank u wel, voorzitter. Ik had gehoopt dat we vanavond het pakket maatregelen konden bespreken om de vastgelopen jeugdzorg en dan met name ook de discussie over perceel 2 weer perspectief te bieden. Er ligt echter alleen een probleemanalyse en met name de vraag ‘…’ te hebben voor de zomer duidelijkheid nodig en moeten dat als raad eventueel kunnen bijsturen. Ik lees nu alleen dat de wethouder nog in onderhandeling is, maar over een ruim een week begint het reces al, dus hoe gaan we dat praktisch doen? We hebben een hele stapel moties bij de kadernota, misschien kunnen we die, als we het dat met zijn allen met elkaar eens zijn, een week uitstellen, dat we volgende week over stemmen. Maar kan de wethouder dan toezeggen dat er uiterlijk komende woensdag wel een pakket ligt? Of in ieder geval een eerste deel van het pakket, zodat we de moties eventueel nog kunnen aanpassen of de wethouder met extra huiswerk voor deze zomervakantie op pad kunnen sturen.
Ja, ik ben wat in verwarring. Ik kan hier de plank op dit punt misslaan. Dus wethouder, corrigeer me gelijk als het niet zo is. Ik dacht dat we geen gemeenschappelijke regeling hadden en dat we juist een vrijblijvend samenwerking, vrijblijvend verplichte samenwerking hadden en dat juist de gemeenschappelijke regeling tot doorzettingsmacht gaan leiden. Maar als ik dat verkeerd heb, corrigeer me gelijk. Maar als het niet zo is, dan zou ik zeggen van: moeten we niet naar die gemeenschappelijke regeling toe, zodat we die impasse van de samenwerking met de andere gemeenten doorbreken. Voorzitter, ik, de rest van mijn verhaal richting me vooral over die muur waar ook Jouw Haarlem het over had, over met tussen perceel 1 en perceel 2. Dat doe ik even aan de hand van de motie van de kadernota. Dat scheelt weer bij het debat van de kadernota wat spreektijd. In motie 31 vragen GroenLinks en PvdA een deel van het groeibudget te reserveren voor een betere verdeling van de capaciteit. Het college antwoordt dat een deel van dit geld naar innovatie en excessieve casussen kan. Maar voorzitter, volgens mij gaat de motie daar niet over. Die gaat juist over de inkoop bij onderaannemers uit bijvoorbeeld perceel 2. Dus is het college bereid een deel van het groeibudget te reserveren voor die inkoop bij andere partijen? Want dat is wat die motie vroeg. Anders wil ik een nader antwoord op motie 31.
Dan de spraakverwarring over eenvoudige en enkelvoudige zorg waarover mijn motie 32 gaat. Het zit mij niet lekker dat die discussie over deze definitie en ook over het budgetplafond bij onderaannemers ons als raad tijdens de aanbesteding nooit heeft bereikt. Tenminste, ik kan me dat echt niet herinneren. Hoe kijkt de wethouder daarop terug? Dat, dat dus niet zo besproken is met de raad? Of heb ik lopen slapen? Het college erkent dat enkelvoudige zorg niet per se eenvoudige zorg is. Oké, dat is stap 1. Mooi. Ook is samenwerking mogelijk. Dat is stap 2. Ook mooi. Maar als samenwerking dan mogelijk is, wanneer is het dan nog enkelvoudige zorg? Want daar lijkt het toch mis te gaan. Dat wordt gezegd: u moet in perceel 1 zijn, want dit is geen enkelvoudige zorg. Kan de wethouder dit eenvoudig aan mij uitleggen? Dan blijf je zitten met het onderaannemerschap. Dus eigenlijk de financiële constructie eronder. Daarover gaat motie 34. Dat als iemand anders inschakelt, dat het ten koste gaat van je eigen budgetplafond. Volgens de ChristenUnie moet dat echt anders. En laat duidelijk zijn, dat er één regiehouder wordt aangewezen, vindt ook de ChristenUnie heel goed. Dat dit dan met onderaannemerschap moet, ook dat kan nog wel, als het maar zo weinig mogelijk bureaucratie geeft. Maar dat dan vervolgens het budgetplafond waarop je moet inleveren, dat kan gewoon niet.
Wethouder, als u vandaag de aanbesteding had gedaan met alle kennis van nu, dan had u dat ook niet met zo'n rare constructie gedaan? Nu wordt simpelweg gezegd door het college: juridisch kan het niet de definities aan te passen en het budgetplafond per zorgverlener te doen, want dan verander je de regels tijdens het spel. Voorzitter, waar een wil is, is een weg. Als alle partijen het eens zijn, dan is volgens de ChristenUnie aanpassing gewoon juridisch gezien ook mogelijk.
4
En de huidige regeling is gewoon heel erg pervers. Een hulpverlener snijdt in zijn eigen vingers als deze hulpverlener vindt dat een deel van de zorg beter door een meer deskundige collega kan worden gedaan. Ik herhaal, bij mijn weten is dit dilemma nooit in onze raad voorgelegd. En ik vind het lastig dat ik mezelf nu schuldig moet voelen, terwijl het dilemma nooit onze raad heeft bereikt. Kan de wethouder daarop reflecteren? Voorzitter, dan motie 33 over de samenwerking tussen de twee percelen. Volgens het college kan het nu al. Mijn simpele vraag aan de wethouder is: waarom krijgen wij dan van hulpverleners allemaal signalen dat die samenwerking tussen die twee percelen niet of te weinig gebeurt? Hoe kan het dat perceel 1 met allemaal wachtlijsten zit en tegelijkertijd perceel 1 de deskundige uit perceel 2, die graag aan de slag gaat, links staat liggen? Dat kan niet allebei waar zijn, dat wij al die signalen krijgen dat de wethouder zegt: nee hoor, samenwerking, geen enkel probleem. Dus wethouder, leg me uit: hoe kan het dat ons al die signalen bereiken? Dank u wel. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Klazes van GroenLinks. Mevrouw Klazes: Ja een vraag aan de heer Visser.
Zou het zo kunnen zijn, want dat is wat wij begrepen hebben, dat de partijen consortia hun bedrag wat zij krijgen aan het begin van het jaar onmiddellijk verdelen, die lumpsum, dat is dan verdeeld en op het moment dat er hulp nodig is vanuit perceel 2, ik zeg maar wat, dat dan er geen budget meer over is om alsnog die hulp in te kopen bij perceel 2. Zou dat een probleem kunnen zijn, want zo hebben wij hem begrepen? De heer F. Visser: Ja, maar als dat zo is, dan is het eigenlijk precies hetzelfde als hoofdaannemerschap, onderaannemerschap binnen perceel 2. Dan is datzelfde dilemma er dus ook bij de samenwerking tussen perceel 1 en perceel 2. Als je binnen perceel 2 nog genoeg ruimte hebt in het budgetplafond, waarom zou dat dan niet gebruikt kunnen worden voor die persoon uit perceel 1? Dat is toch gek van: ja, het mag niet, omdat het plafond bij perceel 1 is bereikt. Nee, het gaat om het totale zakgeld die we hebben liggen en het gaat om de zorgplicht. En ik vind ook, er is een grens aan de wachtlijsten We hebben ook onze zorgplicht, dus als wij meer geld moeten besteden, omdat anders de wachtlijsten te lang worden, als puur geld het probleem is, dan zeg ik: budget omhoog, we hebben onze zorgplicht. De voorzitter: Ja, dat was voor u een voldoende antwoord? Uitstekend. Mevrouw Klazes, uw termijn, gaat uw gang. Mevrouw Klazes: Dank u wel, voorzitter.
Allereerst, ik zit hier namens mevrouw Lammertse, het door u zeer gewaardeerde commissielid. Ik zal proberen in haar grote schoenen te stappen nu ik hier zit. En ik zit hier ook omdat ik in voorgaande jaren in commissie Samenleving heb gezeten en ook in aanloop tot de aanbestedingen, denk ik toch wel enigszins er iets van te weten. Dus ik denk: nou, ik vervang haar voor deze speciale gelegenheid. Even kijken hoor. Ik wil eigenlijk, want mevrouw Scholten zei, ik ga een beetje bovenover. Ik hou de grote lijnen aan. Ik ga nog wat ruimer uitzoomen en ik hou de nog grotere lijnen aan wat mij betreft. Juist omdat wij het heel vaak al hebben gehad over jeugdzorg en het alsmaar weer hetzelfde verhaal wordt tussen perceel en perceel 1 en perceel 2. Allereerst, in aanloop tot de aanbesteding heb ik ervoor gepleit, via een motie, om een knip te maken tussen die percelen. Af en toe heb ik daar ongelooflijk veel spijt van, omdat de intentie van die knip betrof niet de uitvoering uiteindelijk in het veld. Dat betrof echt de manier van aanbesteden.
We hebben ervoor gekozen om een ingewikkelde manier voor complexe jeugdhulp, om een hele ingewikkelde manier van aanbesteding op te zetten, Toen hebben wij bedacht: zou je in ieder geval die aanbestedingsfase, de manier waarop je aanbesteedt bij het andere perceel, van enkelvoudige jeugdhulp, wat 80 procent van de hulpvraag is, zou je dat dan niet makkelijker kunnen doen? Dan bespaar je tijd en geld, dan kan je makkelijker aanbesteden. Misschien was dat te simpel gedacht. Hoe
5
dan ook, in de uitwerking is gebleken dat de knip heel ver is doorgevoerd is en dat het nu dus leidt tussen de, tot problemen die er in nu spelen, wat betreft het opstromen, het afstromen en de contacten tussen perceel 1 en 2. Dat is in ieder geval nooit mijn intentie geweest. Lost in translation zullen we maar zeggen, maar wel met redelijk grote gevolgen. En eigenlijk hebben mevrouw Lammertse en ik gekeken hoe wij een deel van de problemen die daardoor zijn ontstaan misschien zouden kunnen repareren, middels die moties die wij tijdens de kadernota gaan indienen. Feitelijk is het zo dat de problemen waar de jeugd nu mee te kampen heeft, het beperkt zich niet tot Haarlem, het beperkt zich ook niet tot Nederland, het is een wereldwijd probleem. Het gaat gewoon niet goed met de jeugd in de hele wereld. Dat heeft te maken met een aantal, wat ons betreft, met een aantal zaken. Het is natuurlijk een heel snel veranderende wereld, om echt maar even heel erg bovenover te trekken, waar dingen in een razend tempo veranderen. In de jaren negentig was er nog geen internet, intussen kan niemand meer zonder en dat heeft ongelooflijke consequenties voor een heleboel zaken, zoals informatievoorziening waar de jeugd nu mee te maken heeft, de manier waarop zij informatie tot hen komt, wat ze moeten verwerken.
Er zijn een heleboel dingen, de manier waarop ze omgaan met hun mobiele telefoon, met hun socials, de invloeden die dat heeft en dat leidt gewoon wereldwijd tot heel veel problemen. Nou, nu hebben we even onderzoek gedaan: hoe gaan andere landen hiermee om? Want waarom zou je het wiel opnieuw moeten uitvinden? Dan kijk je bijvoorbeeld naar de Scandinavische vrienden. Die doen het, schijnen het altijd heel goed te doen. Denemarken leek het ook een tijd lang heel goed te doen. En dan ga je kijken en dan blijkt dat zij eigenlijk precies tegen dezelfde dilemma's oplopen als waar wij nu mee te maken hebben. En ik wil het gewoon even zeggen, omdat het nu lijkt alsof Haarlem het gruwelijk slecht doet of Nederland het gruwelijk slecht doet. Het is overal een probleem en iedereen probeert er op zijn manier mee om te gaan. Het gouden ei, of tenminste de oplossing, is er gewoon niet. Dus moet je roeien met de riemen die je hebt. Nou, is geld dan het gouden middel? Meer geld, oneindige pot met geld, gaat dat alles oplossen? Wij denken van niet. Meer geld is niet per se de oplossing voor de problemen die er nu spelen. Minder geld daarentegen leidt wel tot grotere problemen, want op het moment dat er minder geld is, zullen de wachtlijst groeien, zullen er meer kinderen op die wachtlijst terechtkomen die echt hulp nodig hebben.
Dus we moeten in ieder geval voorkomen dat het veel erger wordt wat betreft de financiën. Ik voorspel, en dat is echt wel een hele tragische voorspelling, maar ik vrees dat ik gewoon gelijk ga krijgen. Ik voorspel dat het een generatie gaat duren voordat we weer een beetje op orde zijn met de gezondheidszorg van onze jeugd te gaan. En dat zeg ik, omdat ik zie om me heen wat er gebeurt. Ik heb me aangemeld bij Humanitas als vrijwilliger voor echtscheidingsbegeleiding, dat soort zaken. Daar zitten ongelooflijk veel problemen. Waarvan ik denk van: tjonge jonge, men krijgt wel wat te verstouwen. En de antwoorden daarop hebben wij nog niet allemaal geformuleerd en nog niet allemaal doorgevoerd. Dus het gaat nog wel even duren. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Scholten van Jouw Haarlem. Mevrouw Scholten: Hoe kijkt u aan tegen, nou ja, laat ik het een beetje plat slaan, dat dan weer wel. Maar hoe kijkt u aan tegen dertig jaar marktwerking in de zorg? Moeten we het niet daar oplossen? Mevrouw Klazes: Ja, kijk, die dertig jaar marktwerking, die is er en daar zijn een heleboel dingen fout gegaan. Dat is inderdaad in de jeugdzorg en ook in de gewone zorg. Daar zijn we nooit voorstander van geweest. Zoiets precairs als zorg moet niet afhankelijk zijn van winst en verlies en dat soort zaken. Dat moet gewoon gebeuren.
Dat moet je gewoon goed regelen zonder dat dit soort factoren daar een dragende rol in spelen. Maar ja, dat is water onder de brug. Dat is gebeurd. En daarom zeg ik ook: het enige wat we nu gewoon goed moeten doen, is kijken: waar zitten de knelpunten, waar zitten de problemen en voorlopig gaan repareren waar we kunnen en ondertussen proberen, en dat probeert ook die hervormingsagenda, hoewel ik daar, laat ik het zacht zeggen, niet echt enorm van overtuigd ben dat, dat nu al de problemen gaat oplossen. Iedereen is
6
ermee bezig, iedereen heeft het erover, maar er is nog geen duidelijke oplossing. Niet bij ons en niet in Europa en ook niet in de rest van de wereld. Dus we moeten hier gewoon echt doorheen. En dat is een hele tragische conclusie, maar we moeten in ieder geval, zoals we hier zitten als raad, als ouders, ons best doen om het in ieder geval aan de basis zo goed mogelijk op te lossen. Dat betekent preventie, maar ook goed ouderschap en dat je zorgt dat kinderen gezond kunnen opgroeien. Daar nog even een hele korte opmerking, want we hebben ontzettend veel spreektijd, wat heerlijk is. Dan kan ik even lekker losgaan. De voorzitter: Dat hoeft niet op, mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes: Nou ja, ik geef het even mee, omdat ik begrijp dat deze bijeenkomsten…Jullie hebben het heel vaak over jeugdzorg gehad. En ik probeer alleen, mijn toevoeging kan zijn dat ik er al wat langer mee te maken heb uit vorige periodes. We hebben te maken gehad met GIRFEC, Getting It Right For Every Child. Dat is een kansencirkel waar ik destijds ontzettend enthousiast over was. Je had een cirkel met acht schijven en in die acht schijven stond precies wat je zou moeten doen om een kind gezond te laten opgroeien. Vervolgens ga je in aanloop tot deze bijeenkomst even op zoek naar: waar werkt het al, die GIRFEC? Het is allang weer van tafel in Schotland, in Engeland, waar dat even de Heilige Graal was.
Daar werkt het niet, omdat er allerlei voorwaarden aan verbonden zaten die echt impact hadden op de privacy van de ouders en een onbedoelde impact hadden daarop. Dus dat was ook al geen Heilige Graal. Kortom, we zijn allemaal op zoek naar oplossingen, maar misschien kunnen we gedeeltes van de ideeën die zijn bedacht bij elkaar vegen om te kijken of we daar wat mee kunnen. Zo'n kansencirkel is in ieder geval heel handig, zo'n bal met acht taartpunten om eens te kijken: waar zit nou, wat is er nou voor nodig, waar moet je aan voldoen als ouder en als het goed is hoef je daar niet over na te denken, want doe je het automatisch, maar waar moet je nou aan voldoen om zo'n kind gezond te laten opgroeien. Dan kan je ook vrij makkelijk zeggen: nou, die taartpunt, daar komt hij een beetje tekort. Aandacht, gezonde voeding, beweging, ik noem het maar. Dan kan je daar misschien aan werken. En het is een hele simpele, basale manier om het een beetje te normaliseren en om een beetje weg te halen bij die gespecialiseerde jeugdhulp. Om eens te kijken: wat moet je doen als ouder om een kind gewoon op een normale, gezonde manier te laten opgroeien? En waar schiet je tekort? Nou ja, dat is eigenlijk tot nu toe, geloof ik, even mijn bijdrage. De voorzitter: Ja, dan heeft u eerst nog een interruptie van mevrouw Scholten. Mevrouw Scholten: Ik kom weer even terug op mijn eerste punt.
Ik maak echt grote bezwaren tegen het frame dat het gewone opvoedingsproblemen en gewone opvoedhobbels zijn. Ik loop ook al een tijdje mee in dit veld. Er is echt geen enkele ouder of geen enkel kind die ik ken die zijn kind bij jeugdzorg aanmeldt, omdat hij denkt: nou, ik zie het even zelf niet meer. Dan is er echt al heel veel gebeurd en dan gaat er al heel veel scheef. En als iemand heel kort hulp nodig heeft, prima. Maar we doen nu te weinig aan preventie, want die is niet continu en niet continu aanwezig. We blijven maar zeggen, terwijl we een marktprobleem hebben: nee, we hebben een opvoedprobleem. We hebben geen opvoedprobleem. We hebben een heel ander probleem. Het systeem klopt niet. De voorzitter: Ja, dit was een interruptie op u, mevrouw Klazes. Dus gaat uw gang voor de beantwoording. Mevrouw Klazes: Ja, maar ik vond wel goed om te reageren. Kijk, ik ben niet van de school dat ik zeg: we hebben een opvoedprobleem, als iedereen maar enorm zijn best doet, zijn alle problemen opgelost. Verre van. Ik zie dat er veel problemen zijn bij kinderen die met het opvoeden niet te maken hebben. Alleen, het is en en. En ik denk, ja, maar oké, dan heb ik een tegenvraag aan u mevrouw Scholten. U zegt: er zijn geen opvoedproblemen, de zaken die spelen in deze wereld, de snelle opvolging van gebeurtenissen, de
7
digitalisering, de social media hebben geen enkel effect op de staat van hoe het nu met de kinderen gaat, want dat is dan mijn tegenvraag. Is het alleen maar gevolg van de marktwerking wat u betreft? De voorzitter: Daar mag u kort op reageren, omdat u aangesproken wordt. Mevrouw Scholten: We hebben dan nog steeds geen opvoedprobleem, maar een maatschappelijk probleem. Want ouders kunnen best wel opvoeden, maar de maatschappij is veranderd. Dan hebben we het nog steeds niet over gewone hobbels van het opvoeden, want het is ook een soort frame. En ouders voelen zich op die manier ook weggezet als onmachtig of onzelfstandig of dom of wat dan ook. Dat doet mensen echt pijn als ze op die manier worden weggezet, want ze komen niet voor niks bij de hulpverlening aan. De voorzitter: Mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes: Ja, ik wil die problemen absoluut niet onderschatten. Ik heb alle respect voor ouders die hun stinkende best doen en die er niks aan kunnen doen dat een kind toch ontspoort of dat het slecht gaat met een kind. Maar er zijn wel degelijk manieren, en ik zeg dit ook uit eigen ervaring, nogmaals vanuit mijn vrijwilligerschap, bij Humanitas.
Je merkt hoe ouders ook worstelen met een aantal zaken waar ze misschien best wel hun best op doen, maar je ziet ook dat er gewoon, het spijt me, maar er worden ook vergissingen gemaakt, er worden ook ouders die in echtscheiding liggen die denken aan hun eigen belang en niet aan het belang van het kind. Ik vind dat, dat te maken heeft met opvoeding. 85 procent van de kinderen in jeugdbescherming heeft te maken met vechtscheidingen. Dat vind ik een enorm getal. Daarom heb ik mij aangemeld. Dus dat er iets misgaat en dat ouders wel degelijk een bepaalde verantwoordelijkheid hebben om het misschien beter te doen, dat kunt u toch ook niet ontkennen? De voorzitter: Ja, nou vooruit. Dat maken we wel de laatste keer. Mevrouw Scholten: Dat ontken ik ook niet, maar dat zit voor mij in een heel groot stuk in preventie en in het maatschappelijk veld. Ik vind nog steeds, nogmaals, ouders die hun kind aanmelden bij jeugdzorg, die hebben al een hele weg gegaan. En in de preventie is er gewoon te weinig aanbod en te weinig continuïteit. Dat is echt hoe ik het zie. Vroeger had je maatschappelijk werk op school. Daar kon je makkelijk laagdrempelig naar binnen lopen. Dat is allemaal wegbezuinigd de afgelopen dertig jaar. Eigenlijk zou ik het pleidooi ook willen houden, nu moet ik echt op mijn tijd gaan letten, zet het maatschappelijk werk terug.
Hoe denkt u daarover? De voorzitter: Mevrouw Klazes, tot slot. Mevrouw Klazes: Ja, het spijt me, er zat nog een vraag aan, dus ik moet wel even reageren. Ik denk dat we niet eens zozeer anders in de wedstrijd staan, mevrouw Scholten. Ik denk dat we het heel met elkaar eens zijn. Dat maatschappelijk werk op school, ja het lijkt mij prima. Ik kan me ook nog zoiets herinneren van mijn eigen lagere school. Dat het volstrekt normaal was dat er iemand was die je altijd kon aanspreken met problemen. Dus het lijkt me prima. De voorzitter: Is dat een interruptie of niet? Mevrouw Moedt, had u een interruptie of ook niet? Dan is de heer Baars als eerste nu. De heer Baars: Dank u wel, voorzitter. Ja, veel spreektijd vandaag, maar de VVD wenst niet hoog over te gaan, maar eigenlijk met name de urgentie uit te spreken van dit moment. Laten we alsjeblieft komen tot praktische oplossingen, want heel veel is inderdaad water onder de brug. Voordat ik daartoe kom, wil ik een aantal
8
mensen toch even bedanken, inderdaad. De ambtenaren die alle sessies mogelijk hebben gemaakt, met de ouders, de jeugd, perceel 1, perceel 2 hebben we gesproken. En ik moet zeggen, het heeft mij als nieuwbakken raadslid is het mij niet in de koude kleren gaan zitten. Ja, ik wil dan toch echt oproepen ook aan het college: geef ons wat voor de zomer waar we mee vooruit kunnen. Mooi dat we vanavond ook bij elkaar kunnen komen op deze belangrijke voetbalavond, maar dat deze partijen ook hun prioriteit hebben gegeven om hier samen te komen. Met name ook complimenten inderdaad aan de Partij van de Arbeid, de heer Visser, mevrouw Klazes en mevrouw Lammertse van GroenLinks voor hun inspanning om moties in te dienen en ook de andere de heer Visser van de ChristenUnie. Ik ben ontzettend blij dat we gezamenlijk deze urgentie voelen en dat we ook voor de zomer iets klaar willen spelen, want we kunnen de mensen thuis, al die insprekers, de mensen op de tribune, niet in de kou laten zitten, zelfs niet in een warme zomer.
Maar goed, nogmaals, ik hoef niet te hoog over te gaan, op dit moment kunnen we niet terug met de aanbestedingen, kunnen we de perceel 1-2 grens, die is er nu eenmaal, maar laten we wel kijken: wat kunnen we nu praktisch doen? Nou, daar was ik heel erg, het resoneerde bij mij erg sterk, slecht die muur nou tussen perceel 1 en 2, of zorg in ieder geval, als die muur niet te slechten is, dat die partijen met elkaar gaan samenwerken, dat die jongeren niet tussen het wal en het schip belanden. En ja, ik ben ook benieuwd van de wethouder welke knelpunten ziet hij nu en hoe gaan we dit nu binnen de beperkte mogelijkheden die we hebben toch oplossen? Er liggen nu een aantal grote, een aantal goede moties. Ik hoop op steun morgen. En dan nogmaals, ja, wethouder, college, ik ben benieuwd wat u ons voor de zomer te bieden heeft, want wat de VVD betreft kan het inderdaad eigenlijk niet op deze manier zo verder. Dank u wel. De voorzitter: U ook dank. Mevrouw Moedt, namens de Partij voor de Dieren. Of had u een interruptie? Nee toch? Mevrouw Moedt: Nee. Dank u wel, voorzitter. Ja, ik kan het met alle voorgaande sprekers eens zijn. We voelen de urgentie. Iedereen doet vreselijk hard zijn best, maar het lijkt erop alsof we minder bureaucratie wilden. Maar ondertussen toch door de regels behoorlijke belemmeringen en hindernissen worden opgeworpen.
Ik zit hier ook nog niet zo vreselijk lang in deze commissie, maar ik schrok ook van de verhalen. Bijvoorbeeld in perceel 2. Waarom hebben deze mensen pas na het eerste kwartaal van dit jaar gehoord wat hun budget was voor dit jaar? Waarom is het zo moeilijk als een kind bijvoorbeeld ADHD heeft en medicatie nodig heeft om dat dan te regelen? Die enorme wachtlijsten, wat gaan we daaraan doen? Dus ik steun de oproep van de VVD, laten we zo snel mogelijk voor het reces ingaat hier knopen over doorhakken en morgen biedt daar gelegenheid toe. Verder eens met Jouw Haarlem, we hebben een wettelijke zorgplicht en die zorg is niet bedoeld om winst mee te maken, dus laten we daar aan werken. En preventie, we hoorden het al eerder. Ik las gisteren in de krant over een conductrice van de NS die een wandeling aan het maken was en zij wilde daarmee aandacht vragen voor de agressie in het OV, maar ze zei ook: ik zag een vrouw op haar telefoon staren en naast haar werd een muur of een deur aan stukken geramd en ze had het niet eens door. Ze zat als een zombie naar haar telefoon te kijken. Als ik naar mijn eigen kinderen kijk dan herken ik dat wel, die zitten ook als zombies op een scherm.
En ik denk ook dat als we over een tijd terugkijken op deze tijd, dat we dachten: dat internet, die smartphones, wat waren we aan het doen? Want dat verklaart denk ik een heel groot deel van de problemen op dit moment, naast allerlei andere problemen natuurlijk. En er zijn ook ouders die de handen ineens slaan en WhatsApp groepen oprichten, dus we hoeven als gemeente ook niet alles te doen. We kunnen ook, mensen, neem je verantwoordelijkheid en verenig je en zeggen: mijn kind krijgt geen smartphone op de basisschool. Ik denk ook dat we die richting op moeten denken. De wethouder heeft het vaak over @ease, dat is zo'n inloopspreker bij Flinty’s, twee uur in de week. Als ik naar mijn pubers kijk dan zeggen ze: cringe, dat gaan we niet doen. Dus ik ben het ook eens met: laten we nog meer inzetten op preventie. Dus naast gezond eten, bewegen, minder schermtijd, zoveel mogelijk aan de preventieve kant gaan
9
zitten. En ja, het lastige is, er is dus geen formeel samenwerkingsverband tussen die gemeenten. Als Haarlem wil, dan moeten we nog zes andere gemeenten mee zien te krijgen. Misschien willen die gemeenteraden wel niet. Dus PVDA zei het al van: hoe kunnen we nou voort? En wat heeft de wethouder van ons nodig? Wat kunnen we nog betekenen om hier snel verbetering te krijgen? Tot dusver. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Hulster namens de Actiepartij. De heer Hulster: Dank u wel, voorzitter. Laat ik voorop stellen dat de Actiepartij niet gelukkig was toen we hoorden dat er aanbesteding in de jeugdzorg zou komen. Maar we begrepen ook dat er op dat moment met de gemeente heel veel contact waren met alle partijen die in de jeugdzorg actief waren en dat de hoop werd toen uitgesproken dat het efficiënter zou zijn als al die contacten bij een aantal hoofdaannemers zouden worden ondergebracht. Aanvankelijk was het idee eigenlijk om alles PxQ te doen. Daar hebben we echt hard voor gestreden, onder andere met GroenLinks, om in ieder geval voor de complexe zorg, om daar gewoon een open einde regeling te houden, wat overigens ook in de wet staat. Zodat in ieder geval daar betere zorg voor gegarandeerd kon worden.
We hebben daar echt niet mee voorzien, wat natuurlijk eigenlijk logisch is bij elk muurtje wat je tussen twee dingen inzet, is dat er een probleem op het grensvlak ontstaat en dat zien we nu. We zien ook dat er hard gewerkt wordt, dat zien we ook. We zien dat er heel hard gewerkt wordt en dat de gemeenten echt proberen de beste zorg voor de jeugd te bieden. En ik zie ook grote eensgezindheid hier in de raad, daar ben ik ook heel blij mee, dat we dat allemaal erkennen. Maar we lezen ook dat er nog een bezuinigingsronde op ons afkomt, dus dat we een nog groter probleem creëren, waarbij de gemeente nu al aangeeft dat een gedeelte van de bezuinigingsopdracht die op ons afkomt, eigenlijk niet te realiseren is in de instrumenten die het Rijk daarbij aanbiedt. We hadden al te weinig geld, we krijgen nog minder geld. Ja, wat moeten we nog doen? Ja, ik moet zeggen dat ik zie in deze raad heel veel ambitie, of in deze commissie, heel veel ambitie om met oplossingen te komen en dingen te verbeteren. Maar we staan wel behoorlijk klemgezet, als ik heel eerlijk ben. Dan hebben we inderdaad, het is al door een aantal partijen benoemd, ook nog eens te maken met de maatschappelijke ontwikkelingen die het voor ouders en kinderen steeds ingewikkelder maakt om op een gezonde manier op te groeien en op te voeden.
We hebben de scholen groter gemaakt, grote scholengemeenschappen gecreëerd, waardoor er grotere afstand is tussen kinderen en de scholen. Ja, het is allemaal niet in het voordeel en het gaat wel over de jeugd. Het gaat over onze toekomst. Het is eigenlijk het allerbelangrijkste wat we aan het doen zijn. En ja, soms heb ik ook wel het gevoel: laten we al ons geld daar maar aan overmaken, maar dat is natuurlijk ook niet reëel. Bovendien hebben we allerlei andere problemen in deze stad die ook opgelost moeten worden. Dus ja, wij erkennen de urgentie. We hebben de problemen gehoord van de mensen die hier tegenaan lopen. Het zijn echt schrijnende grote problemen. We zien dat er hard gewerkt wordt. En we hopen echt dat het college snel met stappen komt om nog verder te verbeteren, maar we zien ook dat het echt een taaie materie is. We geven steun aan het idee om verder te werken om tot een gemeenschappelijke regeling te komen. We hopen dat daarbij de andere gemeenten ondertussen de urgentie ook duidelijk begint te worden. Verder zullen we morgen inderdaad kijken welke moties we zullen steunen in de hoop hier op een positieve manier verbetering in deze problemen te brengen. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Özogul van de SP. Mevrouw Özogul-Özen: Dank u wel, voorzitter. Allereerst, marktwerking hoort niet in de zorg. Dat hebben we altijd al geroepen. Ten tweede, aanbesteding.
Wij hebben ook constant volgehouden dat in de zorg een aanbesteding niet nodig was. In 2020 hebben we een budgetplafond geaccordeerd als raad. Het college wilde dat. Eigenlijk hebben we vanaf dat moment ons zorgen geuit. Niet alleen wij, maar meerdere partijen hier uit de raad. Er zijn heel veel moties ingediend, heel veel amendementen. Sommige zijn aangenomen, sommige
10
helaas niet. In. 2021-‘22 met de aanbesteding hebben wij al gewaarschuwd dat er problemen zouden zijn met de manier hoe we gingen aanbesteden. Want in den lande waren er al problemen. En een van de redenen was dat er geen extra budget was voor administratie en bureaucratie, het opzetten van een consortium. Tijdens de gesprekken hebben we inderdaad ook begrepen dat zorggeld op is gegaan aan het opzetten van het hele spektakel. Jammer. Dat gezegd hebbende, tijdens de aanbesteding is ons voorgehouden dat juist door middel van het op- en afschalen tussen de percelen, dat het makkelijker zou zijn om een kind te helpen. Zo zwaar als mogelijk en zo licht als mogelijk. Dat was onze bedoeling. Tijdens de gesprekken begrijpen wij dat, dat juist helemaal niet zo gaat en niet werkt. En dat is jammer. Ik zou van de wethouder willen weten hoe hij dat ziet en hoe dat in ieder geval alsnog kan? Wanneer een kind zo licht mogelijk hulp heeft, dat het opschalen en afschalen kan. Een ander iets was onderaannemerschap. Er is ons voorgehouden dat onderaannemerschap mogelijk was. Je kon je bij aansluiten, je kon er ook weer van weggaan indien mogelijkheid. Ik heb een aantal consortiums gebeld, want er werd steeds gezegd: er is geen personeel. Ik zei: als dat zo is, er zijn een aantal mensen die willen onderaannemer worden.
Het verhaal dat ik hoorde was: dat kan, mits ze hun eigen budget meenemen, want wij hebben geen budget. Dus dat verhaal dat je, je kan aansluiten en dat je eraf kan, dat klopt dus niet. Eigenlijk hebben we iets voorgehouden gekregen wat in de praktijk niet werkt. Dan wil ik terugkomen op de wachtlijsten. Want dat is eigenlijk het hele probleem op dit moment. Ik heb gevraagd wat de wachtlijst in perceel 2 was. Nou, die heb ik een paar maanden geleden niet kunnen krijgen, want dat was toen niet bekend. In de krant lees ik in totaal op dit moment 1604 kinderen die op de wachtlijst staan. Dat zijn er heel veel. En dat de wachtlijst inmiddels, dat weten wij, zes maanden, negen maanden, een jaar, zelfs langer is. Zelfs voor kinderen waar urgente zorg voor nodig is. De wethouder heeft ons altijd verteld: op het moment dat er urgentie is, dan zou die zorg geregeld kunnen worden. En dat schijnt dus in de praktijk niet te werken. Ik heb een aantal aanbieders gebeld en die vertellen mij dat zelfs kinderen die dagelijks zich uit het raam willen gooien, suïcidaal zijn, dat daar niet een plek voor te vinden is in Haarlem. Dat is gewoon erg ernstig. Ernstig voor de kinderen, ernstig voor de ouders, want een kind voelt zich niet gehoord, niet geholpen en de ouders weten er geen raad mee. En wij praten er al maanden over.
En eigenlijk hebben wij als raad en als college tot op heden geen oplossing. Wat ons betreft moet het urgent. En had het eerder gisteren opgelost moeten zijn dan morgen. Dus dan ben ik benieuwd wat de wethouder hierover kan zeggen. De voorzitter: Dan heeft u een interruptie van de heer Van den Berg van D66. De heer Van den Berg: Dank u wel, voorzitter. Ik had een vraag. We hebben een wachtlijst van 1600 kinderen. U zegt ook: geen marktwerkingen in de zorg. Ik vroeg me af, als er dan geen marktwerking zou zijn, denkt u dat er dan ook geen wachtlijsten zouden zijn? Mevrouw Özogul-Özen: Dat denk ik wel, want dan is er veel minder bureaucratie, veel minder management, veel minder aanbestedingsspektakel. Al het geld wat nu opgaat aan aanbesteding zou in de zorg terechtkomen, ja. De voorzitter: Ja, gaat u verder. De heer Van den Berg: Ja, ik kan me nog wel herinneren dat er geen marktwerking in de zorg was, zo oud ben ik nog wel. Toen waren er ook echt gigantische wachtlijsten, in ieder geval in de ziekenhuizen, niet zozeer in de jeugdzorg, maar in de ziekenhuizen, ik weet niet hoe het toen in de jeugdzorg zat. Kunt u het beeld schetsen van hoe u dat voor zich ziet als er nou geen marktwerking is en hoe dat dan allemaal zo heerlijk helder zou verlopen? Ik weet dat u niet zoveel tijd heeft, maar als u het heel kort zou kunnen schetsen, dank u wel.
11
Mevrouw Özogul-Özen: Ga ik onder een kopje koffie doen, want ik heb maar een paar minuten en die wil ik graag anders benutten. Maar ik beloof dat ik erop terugkom. Even verder. Vandaag is een artikel verschenen van de kinderombudsman die waarschuwt over vechtscheidingen, dat ouders inderdaad wat normaler met elkaar om moeten gaan. Maar tegelijkertijd lees ik dat daar een schaamte is dat eigenlijk heel veel kinderen niet aangemeld worden voor hulp. Dus ik ben het volledig eens met Jouw Haarlem, dat ouders en kinderen niet zo snel naar de hulpverlening lopen, dat er echt iets aan de hand is wanneer er dus meldingen worden en dat we dat niet moeten bagatelliseren. Dat we inderdaad moeten inzetten op de preventie en dat mis ik ook. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer El Aichi namens CDA. De heer El Aichi: Dank u wel, voorzitter. Eén van de doelen van de landelijke hervormingsagenda jeugd is een duurzaam financiële houdbare jeugdhulpstelsel, maar ook tijdig zorg en ondersteuning voor jeugdigen en hun gezin. Veel gemeenten en zorgaanbieders werken bij complexe problemen al vanuit het principe één zorg, één plan, één regisseur. Deze werkwijze moet ertoe leiden dat de hulp beter aansluit op wat gezinnen echt nodig hebben, dat meerdere problemen tegelijk kunnen worden aangepakt en hulpverleners domeinoverstijgend met elkaar samenwerken.
Zodat gezinnen niet van het ene naar het andere loket worden gestuurd. Vraag aan de wethouder: is er bij de aanbesteding getoetst of gevraagd hoe consortia denken over dat plan één zorg, één plan, één regisseur. Door de huidige ontwikkelingen in de jeugdzorg verandert de positie van vrijgevestigden. De positie van vrijgevestigden is onder druk. Wij vinden dat hulp zo goed en dichtbij mogelijk aan te bieden, het liefst in de eigen omgeving van het kind of van de jongeren. Een kenmerk van vrijgevestigden is dat ze letterlijk en figuurlijk in de buurt zijn, omdat ze bekend zijn met de lokale situatie en snel kunnen ingrijpen. Vrijgevestigden hebben veel te bieden. Door hun persoonlijke benadering, hun deskundigheid en korte lijnen zijn ze goud waard. Het moet niet zo zijn dat de gemeenten steeds vaker hoge drempels opwerpen voor vrijgevestigden, waardoor ze afhaken. Tot slot, het is al gezegd: zet op preventie en investeer in jongerenwerk. Bovendien dient er op een cultuursensitieve wijze aansluiting gezocht te worden op het gebied van taal en cultuur. Over die muur tussen perceel 1 en 2, daar is ook wat over gezegd. Dus doorbreek eigenlijk die muur van perceel 1 en 2. Jouw Haarlem had het over dat er tegenwoordig geen maatschappelijk werk is op scholen. Ja, in de plaats is er tegenwoordig de ‘…’. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Scholten, interruptie.
Mevrouw Scholten: Waar haalt u vandaan dat er één plan, één kind is? Want dat is in de praktijk vaak helemaal niet het geval. Daarnaast is er op sommige scholen sprake van een redelijk goedlopende zorgkamer, soms ook wel een goede zorgkamer. Maar als je echt preventie wil doen, zul je echt iets meer moeten doen dan dat. Hoe kijkt u daar tegenaan? De voorzitter: Oh, wacht even. U moet wel uw microfoon aanzetten als u antwoord. De heer El Aichi: Ik had het over één zorg, één plan, één regisseur. Het komt eigenlijk erop neer dat heel veel organisaties door elkaar werken. Het komt eigenlijk erop neer dat eigenlijk de regie in handen van een van de instellingen moet zijn wil je echt goed samenwerken. Dat komt in het voordeel van het kind. Daar heb ik het een beetje over. De voorzitter: Dan gaan we verder. De heer Amand, namens Trots. De heer Amand: Dank u, voorzitter. Nou, ik wil toch ook wel even de ambtenaren bedanken voor alle sessies die we gehad hebben. Dat mag ook wel eens gezegd worden. En ook de ouders natuurlijk. Die willen we toch
12
wel een hart onder de riem steken. Die ons ook steeds benaderen van allerlei problemen. Het is natuurlijk al, er is al een heleboel gezegd natuurlijk, maar wij moeten eigenlijk proberen dat we in dit verhaal eigenlijk een mouw aanpassen, dat we toch de wethouder tot spoed willen manen. Omdat natuurlijk nu ook de kinderombudsman natuurlijk ook een goede uitspraak vandaag heeft gedaan, waar ik eigenlijk als Trots Haarlem erg tevreden mee ben. Dus wij zouden wel willen dat de wethouder ook eens even gaat onderzoeken wat de ombudsman verteld heeft. Mijn ervaring, en dan praat ik over de scholen die ik regelmatig bezoek in Haarlem, het is natuurlijk dat elke school heeft natuurlijk hetzelfde probleem heeft als wat wij nu praten. Dat is wel een conclusie. Maar het ligt natuurlijk ook aan het gezin waar de kinderen uitkomen. En er zitten natuurlijk altijd een paar, laat ik het netjes zeggen, ontspoorde bij. Maar die hebben we overal, dat houden we toch. Dus wij vinden van Trots natuurlijk dat je natuurlijk gezamenlijk een oplossing moet zoeken. Misschien dat de budgetten toch omhoog moeten in plaats van omlaag. Ik denk dat, dat voor de wethouder ook een, ja, een goed iets zou wezen, dat hij daar toch eens naar kijkt. Want kijk, die kinderen die, we hebben natuurlijk ook nu kinderen van, asielkinderen.
We krijgen allerlei soorten kinderen, dus we moeten wel zorgen dat we er toch een mouw aan passen. Zo heb ik, ik heb mijn neefje werkt in Volendam-Edam en dan hoor ik het wel eens dat het toch wel moeilijk is en dat soort, ook daar, die hebben hetzelfde probleem als wij hebben. Dus wij moeten toch ook eens meer proberen dat we ook eens op zoek, ja misschien zouden we wel eens een sessie moeten hebben, naar die andere gemeenten toe, hoe die dat proberen op te lossen. Dat lijkt me een dingetje voor de wethouder om eens in na te denken. Kijk, die wachtlijsten in Haarlem en omgeving, daar moeten we natuurlijk helemaal vanaf. En het is niet enkel bij rijken of jongen, dat maakt niet uit. Vele komt het ook. Ik heb van de week nog gehad, een gesprek gehad met een hoofdleidster van een lagere school. En die zei: ja, dit probleem neemt bij ons steeds meer toe. Dus probeer eens of de wethouder ook eens even kan kijken in alle scholen in Haarlem hoe het daarbij staat. Dus dat wil ik van de wethouder een antwoord hebben, of hij die contacten ook heeft die ik heb, met de scholen, hoe dat allemaal in elkaar steekt. Verder zeg ik altijd, en wij van Trots zijn er helemaal voor, verhoog het budget.
Verhoog het budget en dat blijf ik herhalen, want dat is toch een dingetje wat gaat spelen in de toekomst en we hebben die kinderen toch nodig en we willen ze toch proberen een goede opvoeding te geven. Iets wat we dan kunnen doen is dat de wethouder natuurlijk de macht heeft om dat allemaal te regelen. Dus ik zie hem al kijken naar me, dus ik denk dat het toch eens een goede uitstraling ook is voor de wethouder om daar eens even naar te kijken. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Een interruptie van de heer El Aichi. De heer El Aichi: Schijninterruptie, ik wil even iets recht zetten. Het is niet één zorg, één plan, één regisseur, maar het is één gezin, één plan, één regisseur. De voorzitter: Dat noemen we dan een punt van de orde, denk ik, in plaats van een schijninterruptie. Dat zou een nieuwe toevoeging aan het reglement van orde zijn, schijninterrupties. Ja, met een belletje inderdaad. Goed. Anders nog commissieleden die nog het woord willen voeren in deze eerste termijn? Nee, wethouder, dan is het aan u om alle vragen zo veel mogelijk te beantwoorden. Wethouder Van Leeuwen: Voorzitter, dank. Ook dank voor uw betrokkenheid bij dit onderwerp. Ik zie hier negenendertig raadsleden, en sommigen van u memoreerde het al, negenendertig raadsleden en natuurlijk ook commissieleden, maar iedereen in deze raadscommissie Samenleving, die samen zoeken naar oplossingen.
De PvdA zegt het ook al, voorzitter. Dus uw betrokkenheid wordt van harte gewaardeerd. Ook, en dat zeiden ook een aantal mensen van de raadscommissie al, voorzitter, naar de ambtenaren toe, naar de behandelaren, naar de ouders, naar alle betrokkenen in het jeugddomein. Want ook ik zie daar iedereen kneiterhard werken. Net iets minder plat zeg ik het dan, mevrouw Schotten van Jouw Haarlem, maar we zien
13
hetzelfde denk ik. Dus dank daarvoor. U heeft de afgelopen periode signalen ontvangen en verhalen gehoord over de situatie binnen de jeugdhulp en dat hebben wij natuurlijk ook. Dat hebben wij als college ook, hebben wij als ambtenaren ook. Verhalen van gezinnen, maar ook van behandelaars en die hebben ons ook bereikt. De urgentie is groot en ieders zorgen neemt toe. Ook op de oproep van een aantal partijen voor concrete maatregelen, daar kom ik op terug, maar ik wil eerst een paar zaken afgaan, want ik heb iets gehoord over toenemende zorgvragen, over perceel 1, perceel 2, over de regionale samenwerking, dus dat probeer ik zoveel als mogelijk bloksgewijs te behandelen en ik denk dat ik daarmee al heel veel vragen ook beantwoord, voorzitter. We zien dat er in toenemende mate naar de gemeente wordt gekeken voor specialistische jeugdhulp. U zei net ook al, dat systeem loopt vast en zit klem. En, en dan ga ik iets doen wat ik niet al te vaak doe. Jeugdhulp is niet voor alles een oplossing. Ik weet niet of u ook de actualiteiten in de gaten houdt. Een niet-partijgenoot van mij, voor u wellicht bekend, mevrouw Moorman, wethouder in Amsterdam, die heeft in haar termijn, toen ze het hier met haar raad over had, anderhalf maand geleden, zei ze: het recht om geen jeugdhulp te hebben.
Want ik herken ook even het minidebat tussen GroenLinks en Jouw Haarlem van grote waarde, want u kwam uiteindelijk weer bij elkaar uit. Ja, er komen mensen in het jeugdhulpsysteem die echt hulp nodig hebben. En zoals afgelopen week hadden wij een goede sessie met het college met de kinderpsychiater, die zei: vroeger was de normaalverdeling dit, was dit normaal, en daarbuiten dan had je hulp nodig. En de normaalverdeling is ook veel meer dit geworden, ook omdat er heel veel perverse prikkels in het systeem zijn. Dat duidde mevrouw Moorman in haar raadscommissie met het recht om geen jeugdhulp te hebben. Wat ik zeg, ik quote niet altijd PvdA'ers, maar dat leek me in dit geval, ook omdat u dat debat even met elkaar had, wel passend. Daarmee doe ik geen onrecht aan de hulpvraag die er wel is. Dus dat bagatelliseer ik niet. Want er zijn gewoon heel veel kinderen, heeft u ook in de GGD Gezondheidsmonitor kunnen zien, bij jongens vaak tussen de acht en de twaalf, bij meiden vaak tussen de twaalf en de zestien, waar echt een urgente hulpvraag is in het hier en nu. En dat is weer het maatschappelijk debat, en dat vond ik een waardevol en nieuw debat. Die vraag stijgt. We zien dat het anders moet. Dat is nog niet in het hier en nu gebeurd. Dus we moeten in het hier en nu wel handelen. Zowel gericht op de toekomst als in problemen hier en nu.
Want we hebben bij deze ontwikkeling te maken met een stelsel in transitie. Want we zien dat het zo niet werkt. We zien dat er ook in het wereldwijd, mevrouw Klazes van GroenLinks haalde het aan, dat het niet zo langer kan. Het stelsel hoe het nu werkt eigenlijk in heel Nederland piept en kraakt. De wachttijden lopen op en het risico op incidenten groeit ook. Zo, er zit een beetje een kikker in mijn keel, excuses. Gelukkig gaan er natuurlijk ook dingen goed. Er zijn een hoop jeugdigen die hulp krijgen, die hun behandelaar waarderen en die ook positief daarover zijn. Dus dat zie je ook op Zorgkaart Nederland, dat dat ook vaak gelukkig wel goed gaat. Maar alsnog blijft, de jeugdhulpsector is complex, kent vele uitdagingen en de oplossing ligt daarbij landelijk en regionaal, maatschappelijk, bij overheden, en ook soms inderdaad bij marktpartijen. Het zorgstelsel heeft een mooi uitgangspunt bij ons in het land en iedereen die in die hele sector werkt, en dat werd ook al gememoreerd, werkt met zijn hart op de goede plek keihard aan oplossingen, maar de organisatie daarvan is ingewikkeld en soms lijkt het ook alsof mensen tegen elkaar inwerken door hoe het stelsel landelijk georganiseerd is.
Ik zeg wel eens, het zijn vier verschillende ministeries, twee inspecties, die allemaal andere richtlijnen hebben, allemaal andere kaders, waarin uiteindelijk bijvoorbeeld bij een kleinschalige woonvorm de Wet zorg en dwang maakt dat het voor behandelaren bijzonder moeilijk is om die kinderen daar zo thuis als mogelijk op te laten groeien. Een visie die u ook deelt en die we hier vaak besproken hebben. Dit was nog maar de inleiding voorzitter, dus ik hoop dat de commissie even met me mee gaat. De eerste vraag van u als raad was regionale samenwerking. Hoe zit dat nou? Ik zal schetsen wat mij betreft, wat ons betreft als college aan de hand is, hoe wij daar tegenaan kijken, wat we al hebben gedaan en wat we nog gaan doen. En dat zal ik zo per thema telkens even proberen om het overzicht te behouden. U heeft met elkaar, wij hebben met elkaar, met zeven gemeenten zorg ingekocht. Dat is ook wat de wetgeving van ons voorschrijft. Wij mogen dat niet als gemeente zelfstandig. Dat moet met de jeugdhulpregio. Op dit moment loopt er ook nog een scan
14
naar robuuste jeugdhulpregio's, want zoals u weet hebben wij dat gedaan met twee jeugdhulpregio's, ZuidKennemerland en IJmond. En het ministerie doet nu een scan samen met de VNG: wat is dan een robuuste jeugdhulpregio? En de verwachting is dat zij ons gaan adviseren: u moet ook formeel een jeugdhulpregio worden, Zuid-Kennemerland en IJmond. Ook, en dat staat ook in die hervormingsagenda, er komt wetgeving aan die voor gaat schrijven wat voor een gemeenschappelijke regeling wij moeten worden. Dus voor de duidelijkheid, die vraag kwam heel concreet langs. Er is op dit moment geen gemeenschappelijke regeling. Wij besluiten op basis van unanimiteit. Dus dat betekent dat zeven colleges en zeven gemeenteraden, als er een budgettaire vraag liggen, die moeten net zoals de VN, die moeten het met elkaar in unanimiteit eens worden. Dus formeel is er nog geen samenwerkingsorgaan, er wordt nu gewerkt aan een samenwerkingsovereenkomst. Op weg naar die GR, want zo'n traject van een gemeenschappelijke regeling dat duurt gewoon lang, ook langer dan ik zou willen, want dan kan je die slagvaardigheid hebben. Dat hangt dus ook nog boven de markt, gaat het ministerie voorschrijven wat voor een GR het moet worden of niet? Dus in die zin zie je ook hier weer in het stelsel, vaak is het handelen met bewegende panelen.
De wetgever zegt: het moet een GR worden en wij zijn nog aan het nadenken of wij voor gaan schrijven hoe die GR moet zijn. Wat wij in het hier en nu zijn, is proberen zoveel als mogelijk samen te werken, maar daar heb je dus wel met zeven gemeenten te maken. Er is al eentje, daar kom ik straks nog wat verder op terug, als ik het over de oplossingen ga hebben. Wij zien bijvoorbeeld dat de gemeentebegrotingen van de zeven gemeenten niet op dezelfde wijze zijn ingericht. En daar ga ik zo meteen bij de oplossingen wat meer over zeggen. Wij proberen met elkaar dat gesprek te voeren en daar heb ik ook deze week nog overleg over. Dus daar ga ik ook bij de oplossingen nog meer over zeggen. Daar kom ik ook voor het zomerreces nog op terug. Morgen heb ik een overleg met de wethouders jeugd en de wethouders financiën om met elkaar te bespreken: hoe komen wij tot uniform ramen? Want u bespreekt ook in deze week de kadernota. U kent daar op basis van de trendanalyse jeugd kent u 4 procent groei toe. Ja, niet alle gemeenten doen dat. Het voorstel van deze portefeuillehouder is aan de gemeenten in de regio om dat ook zo te gaan doen. En er zijn een aantal die dat wel op een soortgelijke manier doen, een aantal nog niet. En dat betekent, ja, we zijn samen dit aan het doen. Als er al een GR is, dan wordt het een stukje makkelijker, want dan wordt de besluitvorming ook anders.
Maar voor nu moet het op basis van die uniformiteit. Uiteindelijk, de samenwerking met andere gemeenten, dus dat is even de beschrijving. Je ziet dus dat het uiteindelijk heeft geholpen ook wel om heel veel partijen te bieden, want in die aanbesteding, daar kan ik straks ook nog wat meer over zeggen, hebben we geprobeerd zoveel mogelijk van de partners die al in deze regio aan het werk zijn te gunnen, te betrekken bij de jeugdhulp aan onze jongeren. Tegelijkertijd beperkt het nu soms de handelingssnelheid om individueel te handelen. Want het zijn zeven gemeenten, zeven colleges, zeven keer financiële uitdagingen en ook zeven gemeenteraden die er regelmatig ook net anders in zitten. Dus daar hoor je het ook… De voorzitter: U had de zin nog af mogen maken, maar u stopte zelf al. Mijnheer Van den Berg. Gaat uw gang. De heer Van den Berg: Heeft u wel de vrijheid om zelf te handelen als gemeente of moet u echt altijd alles in overeenstemming doen? Wethouder Van Leeuwen: Ja, zo herken ik de heer Van den Berg, voorzitter, die wil gelijk gewoon de conclusie horen. Kijk, uiteindelijk is natuurlijk de vraag: wat zijn oplossingen binnen het stelsel, dus binnen ons jeugdhulpstelsel, wat we met ons zevenen hebben ingekocht, en wat zijn oplossingen die we als Haarlem zelf kunnen doen? Dus daar kom ik straks op terug.