CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript commissie Samenleving 30 september 2021

commissie Samenleving 28 oktober 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: Transcript commissie d.d. 30 september 2021 (alleen naar aanleiding van)49.863 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Ik denk dat een heleboel mensen die hier aan tafel zitten nog weleens zich achter de oren zullen krabben van hoe we het nu hebben georganiseerd, want straks gaat het eigenlijk alleen maar om hulp en ondersteuning aan mensen die alleen maar zware zorg nodig hebben. Geen vaktherapie. Echt geen vaktherapie. Allerlei andere zaken die behoren ook tot het verleden. Maar dat zijn dus dingen waar we, denk ik, met zijn allen eens goed naar moeten kijken van wat dat voor betekenis heeft. Tot nu toe, denk ik, dat wij een heel mooi systeem hebben, goed georganiseerd. Er gebeuren soms dingen die niet goed zijn. Daar kunt u mij op afrekenen. Daar kunt u mij ook op aanspreken. Maar ik hoop dat u zich realiseert dat ik het wel doe op een manier van dat ik ook probeer recht te doen aan de gevoelens van uw raad. Ik ga naar de Partij van de Arbeid. Die heeft drie voorwaarden. Met twee wil ik instemmen. De derde wordt heel erg ingewikkeld. U zult ongetwijfeld ook begrijpen van welke dat is, namelijk het ja of nee zeggen tegen de aanbesteding as such. Ik vind het prima dat u mee wilt denken en ook nog wilt praten over het preselectiedocument. Dat kan ook de 30e nog. Maar dan hebben we het wel vastgesteld in het college. Maar ik wil er met u over praten, want de wereld stopt niet, maar het proces moet wel in gang worden gezet.

Als het dan gaat over met wie we in zee gaan, ik weet niet langs welke lat u ze wilt leggen. Maar ik wil met alle plezier gaan vertellen van, welke instelling is buitengevallen of niet. Maar dat wil ik dan wel in vertrouwelijkheid doen. Ook aangeven van waarom dat is. Maar ik weet niet waar u het aan gaat relateren. Want ik weet ook niet of u alle instellingen uit de regio kent. Misschien komen er wel hele nieuwe instellingen ook bij. De heer Sepers: U vraagt aan mij waaraan ik dat zou willen relateren. Ik vraag aan het college wat voor het college de criteria zullen zijn om na de preselectiefase te bepalen met welke partijen voortgegaan wordt. Dat moment, die afweging van het college, die zou ik graag hier in de commissie willen bespreken. Wethouder Botter: Dat is sowieso zeker mogelijk, want wij gaan zo’n lijstje maken van criteria. Dat heeft te maken met kwaliteit. Dat heeft te maken met prestaties vanuit het verleden. Dat heeft te maken met winst en weet ik veel wat en zo allemaal. Dus daar kunnen we met elkaar … Dan ontmoeten we elkaar. Maar dat ja of nee zeggen over de aanbesteding as such, dat wordt een hele ingewikkelde. Want stelt u zich eens voor, we hebben met zijn allen een heel traject doorlopen. Ik wil niet weer de tijdslijntroep trekken, maar dan komen we aan het eind van dat traject en dan zegt u van, nee, we doen het niet zo.

En dan? De heer Sepers: En dan? Dan begrijp ik heel goed dat er een probleem is op dat moment. Ik ga er ook niet vanuit dat het een nee zal zijn op dat moment. Maar om u te helpen, om te zorgen dat er een gedragen besluit komt aan het eind, zou u blij kunnen zijn om de betrokkenheid van de raad ook in beslissende zin te ervaren. Wethouder Botter: Maar dat lijkt me onwenselijk. Maar u kunt dat …

49

De heer Sepers: Dat komt voor hoor, dat men dat gewoon afspreekt. Als het dreigt mis te gaan, dan moet je een noodscenario maken. Dat begrijp ik ook wel. Wethouder Botter: Als het dreigt mis te gaan, dan … De heer Sepers: Maar ik ga er niet vanuit. Ik ga er niet vanuit dat het misgaat. Wethouder Botter: Maar als het dreigt mis te gaan, dan zijn we nog niet aan een beslissing toe of het wel of niet as such door moet gaan. Ik ben ook heel erg benieuwd van wat er moet gebeuren op het moment dat straks zes gemeenten ja zeggen en wij zeggen nee. Ik blijf het een ingewikkelde vinden. Ik zal er nog even over kauwen. Maar ik denk niet dat het wenselijk is om dat te doen. De voorzitter: Interruptie van de heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ik heb een ordevoorstel. Ik zie een publieke tribune vol met mensen zitten, die ongetwijfeld het heel interessant vinden om alles over de verwerving jeugdzorg te horen. Het is ook heel relevant voor ze. Alleen misschien zouden we een beetje vaart in het debat kunnen brengen en gewoon de wethouder de vraag kunnen laten beantwoorden. Snel een tweede termijn, zodat we dan door kunnen. Ik vind het nou wel heel lang gaan duren inmiddels. De voorzitter: Ik ben er ook helemaal voor natuurlijk. Ik zeg, de PvdA die heeft nog anderhalve minuut. Dus er wordt heel veel tijd voor genomen.

Ik stel voor de wethouder, probeer de vragen die u kunt beantwoorden nog even snel langs te lopen. Dan kunnen we snel besluiten. Wethouder Botter: Is goed. D66 vroeg hoe het zit met de integraliteitstoets. Is dat geborgd? Ja, dat gaan we aan de voorkant regelen. Dat is via de werkgroep indicatie. Dus daar gaan we mee aan de slag. Het is weldegelijk, even naar de Actiepartij, een open house constructie geweest. Open house wil niet zeggen dat je dan maar een beperkt aantal partijen hebt, maar je moet met alle partijen contracten hebben. Dus wij hebben gewoon volgens het open house model de vorige keer zowel de jeugdhulp als volgens mij ook zelfs de WMO aanbesteed. Maar het is in ieder geval bij de jeugdhulp gebeurd. Wij hebben tweehonderd contracten per gemeente getekend. Wat wij willen, is dat die tweehonderd gemeenten, dat zijn er nu veel en veel te veel, dat willen we graag terugbrengen. De voorzitter: De heer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Ik maak er toch bezwaar tegen, want het verschil met aanbesteding is of je een selectie hebt gehouden. Dat u een contract heeft getekend, dat geloof ik ongetwijfeld. Maar het verschil is, een aanbesteding daar hoort ook bij dat je een selectie hebt gemaakt. Als u tweehonderd contracten hebt getekend, dan weet ik niet hoeveel aanbieders het dan zijn geweest.

Wethouder Botter: Dat was in het begin in verband met de keuzevrijheid en de zorgcontinuïteit … Hebben we daarop ingestoken. Ten aanzien van een groot aantal andere percelen hebben we weldegelijk een selectie gemaakt. Dan transformaties en lege doos. Transformatie is gewoon, eigenlijk had je eerst de decentralisatie en later de transformatie. Dat is een vrij algemeen begrip geweest in de decentralisaties, waarbij je geprobeerd hebt om ervoor te zorgen dat je echt anders ging werken. Dat je op een andere manier inderdaad met één gezin, één regisseur, één plan ging werken. Maar we hebben de laatste jaren zoveel te stellen gehad met de jeugdhulp dat aan de echte transformatie, om veel meer te doen aan normalisatie, om veel meer te

50

doen aan de voorkant bij preventie in buurten en wijken, dat we die slag nu nog moeten maken. Ik zal ervoor zorgen dat dat beter dan wordt uitgelegd. Wij hebben full ‘…’ meegedaan aan Follow the Money, het rapport. Wij zijn een van de zeventig gemeenten die op alle terreinen ook alle informatie heeft aangeleverd. Ik was heel erg blij toen ik het rapport las, wat wel of niet wilden samenvatten wat in de krant stond, dat wij niet een van de gemeenten waren waar erg malafide zorgpartijen aanwezig waren. Want wij kwamen die lijstjes niet voor. Dat heeft u volgens mij ook wel gezien. Dan had GroenLinks een aantal vragen over consortia bij de partijen die vrijgevestigd zijn. Op ook uw voorspraak heb ik binnenkort een gesprek met een aantal vrijgevestigden om dan te horen hoe ze daar tegenaan kijken en hoe dat vorm zou kunnen krijgen. Dat gaan we dan ook meenemen in de, hoe heet het, dialoogfase. Of het handig is om wel of niet een lumpsumtaak uit te geven, waar u het over had met die grotere instellingen, dat zou zoiets kunnen zijn van dat we meenemen, ook in de dialoog net zo goed als hoe die op- en afschaling werkt en de perverse prikkels, op het moment dat je tussen die twee domeinen zit. Dat gaan we verder helemaal uitwerken. Het is niet zo dat die 16+-plannen, die toekomstplannen, helemaal niet worden gemaakt. Dat is weldegelijk het geval.

Maar het is niet standaard bij iedereen. Wat ik zie bij het Centraal Bureau voor de … CJG’s 18+. Daar zie je dat zij dat weer opnieuw oppakken en dat ze op die manier wel met de jongeren aan de slag gaan. Maar je moet zorgen dat op het moment dat een kind uit een gesloten setting komt niet het gevoel krijgt van, o, nu kan ik weer doen wat ik wil en een enorme terugval maakt. Je moet echt zorgen dat die zorgcontinuïteit ook na dat 18 e levensjaar door blijft lopen. De voorzitter: Een vraag. Mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes: Het was ook niet zozeer … Dit was een voorbeeld van dat je afspraken maakt met instellingen om dit te doen. Een toekomstplan te schrijven. Dat doe je niet zomaar. Maar de vraag was eigenlijk, hoe zorg je ervoor dat het ook daadwerkelijk gecontroleerd wordt, dat het ook wordt uitgevoerd. Dat was meer mijn … Dit was gewoon een voorbeeld. Wethouder Botter: Wij zullen strakker, hoe heet het, accountmanagement moeten gaan voeren, ook als het gaat over kwaliteit en effectiviteit en cliënttevredenheid. Ook als het gaat over kwesties waarbij je dan sneller doorhebt van, hoe staat het er financieel wel of niet voor? Dat moet gewoon vanuit de inhoud en vanuit de financial control geregeld worden. De voorzitter: U heeft nog een interruptie van de heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Dank u wel, voorzitter.

Mijnheer de wethouder, u heeft net de rol van de raad belicht, in het begin van uw betoog. Maar volgens mij heeft u in de vorige vergadering ook gezegd, of eervorige, dat de rol van de raad in de regionale opzet beperkt is. Is dat zo? Wethouder Botter: Als dat zo zou zijn, dan zouden we niet zo lang nu over dit stuk hoeven te praten. Dan maak ik er ook niet zoveel werk van om u proberen serieus te beantwoorden. De heer Smit: U kunt ons wel serieus beantwoorden, maar die rol kan nog steeds beperkt zijn. We kunnen het debat na luisteren, maar u heeft toen gezegd, de rol is beperkt. Wethouder Botter: Sowieso, als je puur, daar hebben meneer Hulster en ik een verschil van mening over, de rol van een raad bij een aanbestedingstraject, dat hebben we ook gezien in het verleden, is doorgaans beperkter dan dat we die nu invullen. U kunt wel het gevoel hebben dat u helemaal niks aan invloed heeft, maar u heeft het weldegelijk, want er wordt heel veel met uw inbreng gedaan. Dan bij Trots was een heel

51

interessant en boeiend verhaal. Ik vond echt dat daar heel veel goede dingen in naar voren kwamen, maar die liggen een beetje bezijden de inkoop. Dus het feit dat u zegt, de school kan het zelf wel aan, daar hoeft het CJG niet naartoe en allerlei andere zaken, die worden juist weer door anderen hier in deze commissie tegengesproken, namelijk, ik mis juist het onderwijs te veel. Kijk, er is een enorme goede samenwerking, denk ik, tussen de samenwerkingsverbanden in het onderwijs en de CJG’s. Je ziet ook steeds meer dat er heel veel belangstelling is om dat in elkaar te grijpen. Het project Buurtzorg, daar ben ik echt een enorme fan van. Ben ik echt heel erg groot voorstander van. Ik zie welke goede dingen ze doen. Dus dat moet ook blijven en dat moet op de ruimte hebben. Of dat dan in de sociale basis is, die vanuit jeugd gefinancierd gaat worden, of dat dat iets is vanuit de jeugdhulp, daar moeten we gewoon met elkaar goede afspraken over maken. Datzelfde geldt voor wie de dataverzameling beheert. Tot op heden is dat altijd iets geweest van de instellingen zelf. Dus Veilig Thuis heeft zijn eigen data. Het CJG heeft zijn eigen data. Dat veroorzaakt ook, in veel gevallen, de 40% overhead die door deze organisaties wordt berekend. Want heel veel mensen doen allerlei dingen over.

Als je aan de voorkant binnenkort, denk ik, gaat spreken met cliëntenorganisaties en patiëntenorganisaties, is het voor u goed … Wilt u een informed consent, heet dat dan, wilt u een algemene instemming maken dat we uw gegevens ook gebruiken, omdat u niet dan iedere keer opnieuw uw verhaal hoeft te vertellen, dan zie je in den lande dat dat heel erg goed werkt, mits men vertrouwen heeft in de hulpverlening. Dat zien we terug. De VVD, volgens mij staat in de oplegnota het een en ander over toezicht. Net als dat we hebben gedaan met corona. In de raden van toezicht zitten, dat is niet de bedoeling. Ik heb volgens mij de vorige vergadering al verteld dat ook de Jeugdautoriteit en de inspectie in het kader van de nieuwe Jeugdwet andere rollen krijgen. Veel meer in de vorm van ook dat ze steekproefsgewijs zaken gaan doorlichten en zakendoen. Ik denk ook dat bij de beoordeling van welke organisatie gaan we mee in zee, dat die een goede governance hebben. Dat je daar ook zorgt dat daar een goede Raad van Toezicht is. Dan het toezicht op … De voorzitter: De heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Ik neem aan dat ik klaar was met de beantwoording, VVD? Wethouder Botter: Ik had ook nog iets over het toezicht op het systeem as such. De heer Van Kessel: Ik wilde eigenlijk weten of u bereid bent om een dwarskijksessie te organiseren.

Om gewoon een keer onafhankelijke tegenspraak te organiseren van bijvoorbeeld, noem maar wat, een hoogleraar jeugdzorg, een voorzitter Raad van Toezicht en een verwervingsexpert. Die eens een keer een advies laten geven waar u dan ook op reageert. De slimme dingen meeneemt in het proces. Wethouder Botter: Dat is denk ik goed om te melden, dat we dat … Dat heb ik geprobeerd aan het begin van mijn betoog ook al duidelijk te maken, dat we dat wel met regelmaat al doen. Maar het is altijd belangrijk om die mensen bij de les te houden om te vragen van, kijk nog eens, zijn we inderdaad op de goede weg? Dus dat gaan we doen. Dit is nou bij uitstek, denk ik, zo’n dingetje dat mooi in zo’n addendum mee kan, of u moet me gewoon vertrouwen van als ik nu zeg van, we nemen het mee en we gaan er wat mee doen, dan is het verder ook goed. Dan het CDA. Ja, Follow the Money heb ik net al beantwoord. We hebben de data aangeleverd. En ja, het staat er wel in en het past ook bij de transformatie. Maar het werken met één gezin, één regisseur, één plan, heeft onze hoge, hoge aandacht. Want dat moet er nu echt ook van gaan komen. Jouw Haarlem, ja niet tevreden. Het kan niet door. Ja ik, ik vind het jammer dat ik u niet heb kunnen overtuigen. En ik ga ook niet meer mijn best doen daarvoor, want we worden het niet eens vanavond. Dus het is misschien maar goed dat we het dan zo laten.

Dan de heer Visser van de ChristenUnie. Gaan we nu alle problemen voorkomen, was de eerste zin die u uitsprak. Nee, we gaan niet alle problemen, er zullen altijd problemen op blijven poppen. En ook met instellingen. Wij hadden natuurlijk zelf ook nooit verwacht dat zoveel, dat er zoveel financiële

52

problemen naar boven zouden komen bij die instellingen. Dat hadden we echt niet verwacht. En, maar we hebben wel er vertrouwen in, want we gaan ook een financiële toets gaan we hanteren bij de criteria om met partijen in zee te gaan. En we blijven ons, zeg maar, vergewissen zodat daarbij ook de hulp van de jeugdautoriteiten inroepen op het moment dat we twijfels hebben. Maar het voorkomen van alle problemen, dat is er niet. Als het gaat over de regie, één organisatie die alles aanstuurt. Ja we hebben een projectorganisatie nu van de zeven gemeenten. En die stuurt de, zeg maar het programma aan. En dan heb je daarboven nog een stuurgroep zitten en daar zitten de wethouder van Velsen en ik in. En dan hebben wij, leggen wij weer verantwoording af aan de wethouders van de overige vijf, vijf gemeenten. Als het gaat over het sturen op inhoud. Ik heb u geloof ik weleens verteld over dat wij een speciale toets hebben voor kinderen die echt zorg nodig hebben, en waarvan dreigt dat ze misschien op een wachtlijst terechtgekomen of iets dergelijks. En daar is echt hele goede sturing op vanuit onze gemeente. Daar is echt iemand die daar ook naar kijkt, in samenwerking ook met CJG. En wij hebben ook heel nadrukkelijk nu de vijf, of de tien duurste gezinnen in het vizier, waar we nu ook mee aan de slag willen gaan. De voorzitter: De heer Visser, ChristenUnie.

De heer Visser: Ja de wethouder lichtte net de organisatie toe, met al die stuurgroepen enzo. Maar daar ging het me niet om. Het ging om bij die aanbesteding om juist een groep van buiten kritisch te laten meekijken. Dus een Critical Review Team. Is dat niet te overwegen, ook gezien de complexiteit en de omvang van de opdracht? De heer Botter: Nou ja, hoe sterk je dat aanzet, en zou moeten aanzetten, weet ik niet. Maar ik dacht met het antwoord op de vraag van de VVD eigenlijk min of meer ook al antwoord te hebben gegeven op uw vraag. Want dat is, dat lijkt heel erg op elkaar. Dus, dat gaan we zeker met regelmaat doen. Dan, drang en dwang en doel 0% dwang en drang. U moet dat vooral zien binnen de gesloten Jeugdhulp, waarbij separeren tot nul gereduceerd wil worden. Dus dat is hetgene waar wij aan denken. En dat zie je eigenlijk ook als algemeen beleid in heel veel gemeenten. Dan Veilig Thuis komt nergens voor. De voorzitter: De heer Visser. De heer Visser: Ja voorzitter, hier zie je dus dat, wat voor misverstanden er kunnen ontstaan als je een heel algemeen uitgangspunt formuleert. Maar dat betekent dus dat het hele stuk niks zegt over überhaupt drang en dwang rondom het verlenen van Jeugdhulp, terwijl daar heel veel gedoe over is. Rapporten 2009 wat niet mis te verstaan is. En er staat wel een zinnetje in dat er landelijk aan een nieuw toekomstscenario wordt gewerkt.

En dan blijft dus toch mijn vraag, hoe gaan wij daar visie op ontwikkelen? En wat de betrokkenheid van de raad daarbij? De heer Botter: Ja, wat dat betreft is er een landelijke ontwikkeling gaande voor de Jeugd- en Gezinsbescherming. Waarbij Veilig Thuis, de GI’en, en ook de Raad van de Kinderbescherming, met elkaar aan het nadenken zijn over hoe moet dat toekomstige systeem en stelsel eruit komen te zien. Daar zijn al heel veel stukken over verschenen. Dat is echt net weer iets anders dan de Jeugdhulp die wij nu willen gaan aanbesteden. Dat heeft er wel mee te maken. Het kan zijn dat de GI’en of Veilig Thuis een verwijzing doet naar die instellingen, maar die zorgen dan voor de verwijzing zelf. Dat kunnen wij niet beïnvloeden. Net zomin als dat we de verwijzen van de huisartsen kunnen beïnvloeden. Maar wij moeten wel zorgen dat die toegang op een goede manier geregeld is. En we moeten ervoor zorgen dat er voldoende plek is als daarnaar wordt verwezen. En dat rapport waar u aan refereert is een rapport van de Inspectie Jeugdhulp op de, wat was het ook alweer? Ja, de GI’en, zoals de DEBG en de William Schrikker Stichting. En dat heeft een staartje gekregen.

53

We zitten nu in een samenwerkingsverband, onder leiding van de Inspectie en het Ministerie, dat we de samenwerking moeten verbeteren. En dit gaat ook leiden dat we zo meteen een landelijk tarief gaan krijgen voor de GI’en. Want daar is tot op heden ook altijd ellende over geweest, namelijk dat elke regio een eigen tarief hanteerde. En daar werden die GI’en horendol van. Dan tenslotte de SP. Ja die was ook niet positief. Nee. En nou ja, dan volgt, dan volgt eigenlijk hetzelfde recept als met Jouw Haarlem. Ik heb, en dat weet u drommelsgoed mevrouw Özogul, dat ik verschillende keren met de vaktherapeuten heb gesproken. We hebben alleen, zeg maar, daar geen overeenstemming kunnen krijgen. Vaktherapie blijft straks gewoon ook mogelijk, maar wel onder verwijzing van een GGZ-psycholoog. En nogmaals, dat doen we niet omdat we de vaktherapeuten willen pesten, dat willen we doen omdat we een beetje een sluis willen hebben die de toegang is tot vaktherapie. En ik ben ervan overtuigd dat allerlei vormen van creatieve expressie die je daar kunt doen en die gewoon goed voelt, dat dat meehelpt aan je welbevinden. Maar de vraag is dan, op het moment dat je de deur wagenwijd openzet, van dat het een aanzuigende werking krijgt. En daarvan heb ik mij laten overtuigen als bestuurder dat het niet verstandig is om dat te doen. En als u een andere opvatting heeft, dan respecteer ik dat.

En dan hoop ik dat u ooit wethouder wordt en dat u het allemaal kunt regelen voor de vaktherapeuten, maar nu is het niet, ja het past niet in ons beleid. De voorzitter: Mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul-Özen: Ten eerste, een belachelijke opmerking met betrekking tot ooit wethouder worden. Ten tweede, voor andere vormen van therapie maakt u niet een tweede sluis. En is het, is een verwijzing vanuit een huisarts of CJG hiervoor niet voldoende. En waarom zou dat niet voldoende zijn? En nou ja, voor de rest kom ik terug straks bij de brief. De heer Botter: En dan, ja u zegt wij zetten vooral in op thuis, maar dat ben ik niet met u eens, want we zetten heel veel in ook op scholen. De samenwerking met scholen, de samenwerking met scholen, de samenwerking met samenwerkingsverband, noem maar op. Eigenlijk met heel veel verschillende partijen. En ja, ik ben het met u eens dat pesten heel erg vervelend is en dat dat tot, ja kan doorwerken tot op latere leeftijd. Ik heb er geloof ik van de week zelf ook nog een stukje over geschreven in het kader van de Week van het Pesten. En dat is een heel vervelend probleem, maar dat is veel meer iets wat ik met de scholen moet gaan bespreken als ik weer een BOPO/BOVO-overleg heb, dan dat ik dit in de, dat ik hier iets mee kan doen. Dit heeft alles te maken wel met preventie, want ik ben het op dat punt uitermate met u eens.

Dat hardnekkige, veelkoppige monster van pesten, dat dat heel veel leed veroorzaakt bij heel veel mensen. Maar ook op de werkvloer en ook in bejaardentehuizen. Het is niet alleen maar tot kinderen. Het is heel vervelend. En. De voorzitter: U heeft nog een interruptie van mevrouw, niet meer? Verhagen? Mevrouw Verhagen: Ja is niet echt een interruptie, maar één van mijn vragen is, één van onze vragen is zeker niet beantwoord. Wanneer kan ik dat nog vragen? Ja. De heer Botter: Nu denk ik dan. De voorzitter: Nou ja, we kunnen ook nog even voor de, ik weet niet of er nog behoefte is aan een tweede termijntje. Ik zeg tje, met, behoefte niet. Dan oké. Maar laten we eventjes de tweede termijn snel doen, en dan. De heer IJsbrandy. De heer IJsbrandy: Ja, nou gezien de tijd is het misschien, er is heel veel informatie gewisseld op dit moment. Het woord addendum is een paar keer gevallen. Ik denk dat dat misschien wel een nuttig aanknopingspunt is,

54

dat we zeggen van laten we nu proberen als raad, als partijen, onze meest prangende punten nog eens eventjes op papier te zetten. En dat die in één documentje zeg maar samen te vatten, zodat we dat als een addendum dan op de 14e uiteindelijk in het preselectiedocument kunnen meegeven. Ik wil me daar wel voor opwerpen als wie schrijft, die blijft. Dus als dat instemming heeft stuur ik jullie morgen allemaal even een mailtje met het verzoek om wat punten mijn kant op te slingeren. En dat in de loop van volgende week rond te maken, zodat we dan uiteindelijk een over één gezamenlijk document beschikken voor diegenen die daaraan mee willen doen uiteraard. Het is geen verplichting. De heer Botter: Waarbij natuurlijk wel randvoorwaarde is dat het niet zo kan zijn dat de hele stelsel op zijn kop gaat. Het gaat echt om dingen die passen in hetgene wat we vanavond hebben besproken, en waarvan u met elkaar zegt ga daar nog een keertje goed naar kijken in de dialoogfase. De heer IJsbrandy: De wethouders krijgen vetorecht. De voorzitter: De heer Sepers. De heer Sepers: Ja ik dacht dat we net afgesproken hadden dat wij preselectie documenten in onze vergadering van eind oktober zullen bespreken. En dat dat preselectiedocument een aanleiding kan zijn voor een addendum vanuit ons.

Dus ik zou de heer IJsbrandy even willen suggereren te wachten tot wij dat document hebben en dan in de commissie bespreken en dan een addendum maken. De heer Botter: Nee, zo heb ik het, nee. Het is echt andersom. Nee het is echt, het preselectiedocument gaan we echt de 12e vaststellen in het college. En daarvan heb ik tegen u gezegd, ik wil er met alle plezier over praten want het is niet in beton gegoten. Dus ik wil daar 28 oktober met u over praten, maar we moeten het echt vaststellen in het college de 12e. De heer Sepers: Ja maar daarvan, dat feit heb ik al geaccepteerd, maar we kunnen dan in onze commissievergadering een addendum vaststellen. De heer Botter: Nee, maar het addendum is bedoeld om dat bij de regiovisie te doen. En bij de, hoe heet, de verwerkingsstrategie. Want dat, dat heeft het meeste zin, want dan stelt u het daarmee meteen ook vast. De heer …: Maar dan stel ik voor dat u dat preselectiedocument snelstens aan ons doet toekomen, en dat wij op basis daarvan. Nou, dat, is dat zo? De voorzitter: De heer Van Kessel. Punt van orde. De heer Van Kessel: Ik zal in ieder geval aankondigen dat ik gewoon bij de eerstvolgende raad een motie ga indienen om mijn punt nog een keer te maken.

En ik stel voor dat iedereen die hier wat wil toevoegen aan de visie of nou wat wil meegeven, dus niet een amendement indient, maar gewoon in een motie nog meegeeft wat hij wil meegeven. En daar kan de wethouder mee aan de slag. De voorzitter: Ja want het lijkt me ook heel erg lastig om een addendum te maken waar iedereen het dan over eens zal zijn. Mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes: Goed voorstel mijnheer Van Kessel. Ik was al begonnen met het ‘…’ meekijkend oog tijdens de dialoog. Maar ik, dus we waren, we liepen op de zaken vooruit. Ik heb nog wel één dingetje gemist wethouder, want dit is de tweede termijn toch? We hebben het gehad over de uitval van professionals. En

55

mijn vraag is, kunt u iets verzinnen in de aanbesteding waardoor misschien die uitval minder groot zal zijn? Wat kunt u daaraan doen? Hoe houdt u de professionals? De heer Botter: Ik vind dat echt een enorme lastige. Dat heeft er natuurlijk alles mee te maken met hoe het werk is georganiseerd met de honoreringen, beloning en dergelijke. Ik kan vanuit mijn positie niet iedereen loonsverhoging geven. Kan ook niet iedereen een half jaar met sabbatical sturen als je dit werk 4,5 jaar hebt gedaan, hetgeen ik wel iedereen gun. Want het zal je maar gebeuren dat je als net van de Hbo-opleiding komt en je hebt 5 jaar gewerkt met zware problematiek van jongeren. Maar het, dat zal echt vanuit de beroepsgroep ook zelf komen, moeten komen. En wij zullen ervoor moeten zorgen dat wij de administratieve lasten zoveel mogelijk terugbrengen. Maar ik kan niet heel erg veel doen voor werkers in de Jeugdhulp vanuit mijn positie. De voorzitter: Mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes: Goed, dat snap ik. Is het een onderwerp wat, waar men ook over gaat spreken tijdens de dialoogfase? Zou dat kunnen? Want ik voorspel, en u weet dat zelf waarschijnlijk ook heel goed, het wordt echt een probleem. Het wordt een enorm probleem. De tekenen zijn daar, het wordt er niet beter op. De heer Botter: Het wordt niet een probleem, het is al een probleem.

En als ik kijk bij de gecertificeerde instellingen, zoals de William Schrikker Stichting en dergelijke, dan zie je gewoon dat dat nu al daar speelt. Mevrouw Klazes: Dus? Wordt het meegenomen in het dialoog? De heer Botter: Het betekent dat je de caseload moet verlagen ook, bij mensen. Maar dat betekent weer dat je nog meer mensen nodig hebt die er niet zijn. Dus het is een heel erg ingewikkelde situatie. De voorzitter: Oké, ik was bezig met de tweede termijn. Ik wil gewoon echt een tweede termijn doen. Maar de wethouder Meijs moet ook nog een ding, maar volgens mij gaan we hier ook helemaal niet uitkomen vanavond. Daar gaan we sowieso een bespreekpunt van maken lijkt me. Ik ga eerst even de wethouder Meijs even het woord geven. En dan even kort een tweede termijn om het af te hechten. Mevrouw Meijs: Ik had één vraag gedestilleerd, dat was van Jouw Haarlem. Dat ging over de partners die op dit moment in de sociale basis onderdeel uitmaken van de sociaal domein, de zachte partners die ik de vorige keer genoemd heb, de harde parels waar we niet zonder kunnen. Dat zijn een aantal insprekers hier geweest, de partners in de stad, Humanitas, De Wereldkeuken, Mooi ‘…’, nou er zijn een aantal die hier hun stem hebben laten horen. En ik kan u zeggen dat we twee ontmoetingen hebben gehad, 12 september en nog een keer in september, met verschillende partners uit de sociale basis.

We ze te kennen hebben gegeven dat ze echt van belang zijn, ook zeker straks als we verdergaan met de samenwerkingsverbanden die we zullen kiezen om door te gaan. Dat het belang van dit soort organisaties ook zij niet zonder kunnen. Alle vrijwilligersorganisaties kunnen we natuurlijk geen garantie voor geven, maar ik heb de vorige keer dezelfde terminologie gebruikt en dat zal ik nu weer gebruiken. Dat het belang van dat soort organisaties die het weefsel zijn van onze sociale basis nu uiteraard meegenomen zullen worden. En wie ook de aanbesteding zal winnen om dat als groot aannemer uit te rollen, kan niet zonder de partners in de stad. En dat zullen ze niet allemaal zijn, dus harde garanties kan ik u niet geven. Maar het belang van deze organisatie staat echt zeer hoog op de agenda in de tweede dialoogfase.

56

De voorzitter: Oké, dank u wel. Even kijken, wie wil er nog een tweede termijn? Ik zie Actiepartij, Trots, en de SP. Dus ik begin even bij de Actiepartij, de heer Hulster. De heer Hulster: Nou, dank u wel. En dank u wel voor de antwoorden ook wethouder. Ja u zei dat we lijnrecht tegen elkaar stonden over hoeveel invloed wij denken dat de raad moet hebben op dit proces. Ik denk dat dat heel mooi uitgelegd is wat we, hoe de politieke structuur in Nederland werkt. Overigens lees ik bijvoorbeeld op gemeente.nu dat we als raad heel veel mogelijkheden hebben om onze ruimte toch daarin op te zoeken. En daarom zal ik ook een motie indienen waarin we in ieder geval onze controlerende functie kunnen vergroten. En dat zal ik of amendement, maar dat is een beetje gevoelig omdat die al in de andere raden is vastgesteld kan ik me voorstellen, bij de regiovisie doen. En ik roep alle andere partijen die zich hebben uitgesproken voor een meer, een grotere controlerende functie vanuit de raden, op om mee te denken over die motie/amendement, en daaraan mee te schrijven en te ondertekenen. De voorzitter: Ja. Mevrouw Verhagen, Trots Haarlem.

Mevrouw Verhagen: Nou ja, dank u wel dat u ons complimenteerde, maar één van de vragen was of er iets gedaan kon worden aan die sluipwegen via het onderwijs dyslexie te krijgen, of dyslexietherapie te krijgen? En dat de gemeente dat dan betaalt? Ik heb het over dat budget gehad per leerling, van € 200. En hoe is het nou toch mogelijk dat die dyslexie eigenlijk door de gemeente wordt verzorgd, terwijl het in principe eigenlijk bij scholen hoort? Die hebben daar budget voor. De voorzitter: Dank u wel. De heer Visser, ChristenUnie. De heer Visser: Ja voorzitter, ik heb het de vorige keer nog gehad over een soort ontwikkelplan, wat dan één keer in de één of twee jaar wordt gemaakt, zodat de raad ook tussentijds betrokken kan blijven. Dus ik overweeg nog om daarover een motie te doen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Özogul, SP. Mevrouw Özogul-Özen: Ja als eerste, ik heb net tijdens het betoog van de wethouder een vraag gesteld, daar heb ik geen antwoord op. Als tweede, goed dat de wethouder het pesten mee wil nemen met het onderwijs.

Maar dan zou mijn vraag zijn, hoe word ik daarvan op de hoogte gesteld wat de uitslag daarvan is, of wat de vervolgstappen daar zijn? En als derde heb ik niet alleen pesten genoemd, maar ik heb ook bijvoorbeeld thuiszittersproblematiek en het niet passend zijn van onderwijs, wat voor schooltrauma zorgt en voor behandeling in de Jeugdzorg, daar heb ik de wethouder niet over gehoord. En het feit dat in het hele regiovisie lijkt alsof alle problemen thuis ontstaan, terwijl er dus ook andere plekken zijn, zoals scholen, waar ook problemen ontstaan die voor Jeugdzorg, wat de wethouder daarvan vindt. De voorzitter: De heer Smit, OPH. De heer Smit: Dank u wel mijnheer de voorzitter. Een vraag aan mevrouw Meijs. Is er geen enkele mogelijkheid te bedenken om de kwetsbare groep vrijwilligersorganisaties, de 16 miljoen sociale basis buiten de aanbesteding te houden? En ook vanuit de gedachte dat wellicht de partijen die de aanbesteding binnenhalen wellicht ook helemaal niet zo blij zijn met de rol om de sociale basis te verweven in het totaalproduct. Is daar nog een dialoog over mogelijk, mevrouw de wethouder?

57

De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij hebben we iedereen gehad die wat wilde zeggen. Gaan we naar de wethouder, wethouder Botter. De heer Botter: Ja, even voor Trots. Ja aan die dyslexie gaan we zeker werken, alleen er is een heel klein stukje dyslexiezorg wat is opgenomen in de Jeugdwet. Dus het moeilijk kunnen leren lezen en schrijven, dat moet de school oplossen. Maar heeft het een andere oorzaak of een andere consequentie, dan valt het onder de Jeugdwet. En het kost de gemeente Haarlem € 800.000 per jaar. Dus dat is niet zomaar iets. En we proberen te kijken van, als je het nou hebt over overlap. We hebben het bij het vorige onderwerp over onderwijshuisvesting gehad over overlap. Dan zit hier verschrikkelijk veel overlap. En we zijn hier echt aan het kijken van hoe we dat kunnen terugdringen. Maar de belangen zijn groot, want als je eenmaal een dyslexie indicatie hebt, betekent het ook dat je de rest van je leven die mag houden. Dat je langer over je examens en tentamens kunt doen. En dat je op een aantal andere terreinen ook, ja voordelen kunt hebben. Nou ja, we gaan daarmee aan de slag. We zijn daarmee aan de slag. En wat je ziet is dat het, ja heel lastig is om dit te tackelen. En die € 200 waar u het iedere keer over heeft, die zijn volgens mij bedoeld voor het samenwerkingsverband.

En, tenminste ik neem aan dat u die bedoelt, dat dat het geld is voor zorg in de school. Nou, de schoolbesturen hebben bedacht om dat naar de samenwerkingsverbanden te doen, en die organiseren daar dan gezamenlijk ook projecten van. En in sommige gevallen ook dyslexiezorg, maar dat is dan weer de kant waar de school voor verantwoordelijk is. Dan mevrouw Özogul. U zegt, ik heb een vraag gesteld maar daar hebben we nog geen antwoord op gehad. Ja u heeft een heleboel vragen gesteld, dus ik weet niet precies welke vraag dat dan is. Maar even terugkomend op de andere vragen die u daarna nog heeft toegelicht. Ik heb het juist heel expliciet net gehad over buiten en thuis. Dus ik heb de school genoemd, ik heb, hoe heet het, inderdaad het brede onderwijs genoemd en dergelijke. En instellingen als Veilig Thuis en het CJG. Dus er gebeurt inderdaad veel buiten het huis ook qua hulp en ondersteuning. Maar we willen met zijn alleen juist heel graag die ambulante hulp, die niet dat je wordt opgenomen, maar dat je inderdaad die hulp thuiskrijgt. Want dat is wat we zo dicht bij huis aan zorg noemen. Dat staat wel ook uitgelegd volgens mij in het stuk. Dan heeft u het over het pesten, hoe u daarover wordt geïnformeerd. Ja, ik, dat is zoals u dat wil.

Ik zal het volgende keer binnen het BOPO/BOVO en het OGO zal ik het aan de orde stellen en dan kom ik daar wel met een Raadsinformatiebrief naar u toe, van welke acties daarop ondernomen worden. En volgens mij heb ik dan alles gehad. En nog één vraag van mevrouw Özogul, alsjeblieft. Mevrouw Özogul-Özen: Ja, en dank voor de beantwoording. Maar ik denk dat u mij verkeerd begreep. Waar ik het over heb is dat bijvoorbeeld door het ontbreken van passend onderwijs, kinderen trauma’s op scholen oplopen, waarbij zij dan een hulp achteraf nodig hebben. Of juist over andere dingen. Dus dat de plek waar een kind problemen ontwikkelt niet alleen thuis is. En zo lijkt het wel in het stuk. Terwijl scholen ook een plek zijn waar schooltrauma’s ontstaan. De heer Botter: Er was, maar u bedoelt trauma’s in de zin vanwege passend onderwijs? Mevrouw Özogul-Özen: Bijvoorbeeld een kind wat naar een school is, waarbij de school achteraf zegt we zijn handelingsonbekwaam. Maar op dat moment is er al zoveel schade aan het kind, waardoor dus eigenlijk hulpverlening nodig is. Dat is wat ik bedoel. De heer Botter: Waardoor de verkeerde diagnose van het samenwerkingsverband zeg maar. Mevrouw Özogul-Özen: Bijvoorbeeld, of door de onjuiste benadering doordat ze handelingsonbekwaam zijn, maar daar later pas achter komen ontstaan er ook trauma’s waarbij een kind hulpverlening nodig heeft.

En dat staat, in het stuk zelf staat alsof al die schade aan het kind thuis ontstaat. En dat is wat ik bedoelde.

58

De heer Botter: Oké, nee maar daarom vinden we het juist ook belangrijk dat we zeg maar dat brede netwerk om het kind meenemen. Dat er gesignaleerd wordt als er iets aan de hand is, zodat snel kan worden ingegrepen. En ja, ik heb echt geen idee hoe vaak die verkeerde diagnose door Veilig Thuis, die mensen doen allemaal hun stinkende best ook om de kinderen te helpen. Dus ja, als u hele concrete gevallen hebt en dat het vaker voorkomt, dan wil ik het graag horen. Maar ik, met zo’n algemene uitspraak kan ik weinig doen nu. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik wil dit punt gaan afronden eindelijk. O, o sorry, mevrouw Meijs ga door, van de heer Botter wou ik zeggen. En dan naar mevrouw Meijs. Mevrouw Meijs: Ik had nog een vraag van de heer Smit. Of er geen enkele garantie is te geven voor de kwetsbare groepen waar de groepen die hadden ingesproken nog enige garantie mee te kunnen geven, hoe zij zullen landen in die samenwerking.

De heer Smit: Nou nee, ik bedoel, is er nog een mogelijkheid, gegeven het feit dat het zo een herkenbare groep is, dat die uiteindelijk uit de aanbesteding wordt gehaald? Mevrouw Meijs: Nee ik, zoals ik het van u begreep, en daar had ik een antwoord op, dat ik zal kijken, of ik zal onderzoeken en zal kijken hoe je kan zorgen voor een goede overgang, een soort zachte landing zoals ik dat ook in de versterkers heb gezet, dat ik daar extra geld voor heb gereserveerd om te kijken hoe ik die zachte landing van die overgang van deze situatie naar de situatie in Gewoon in de Wijk, dat ik dat naar een zorgvuldige manier kan begeleiden. En zeker, de organisaties waar ik het zojuist over had. Maar uitzonderingen maken, dat kan niet. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan gaan we nu dus het punt wel helemaal afsluiten. Nou ja, ik heb al meerdere, de heer Oomkes. De heer Oomkes: Dank u wel voorzitter. Mag ik een voorstel van orde doen? Op de publieke tribune zitten mensen met aanzienlijk minder zitvlees dan wij allen. Zou dat puntje ten aanzien van de Huiskamer van Oost naar voren kunnen? De voorzitter: Mijnheer Oomkes, ik ben het punt aan het afronden. En doet u dit soort dingen graag eventjes als ik klaar ben met mijn verhaal, het kost ook weer tijd. We gaan het punt afsluiten. Er komen meerdere moties aan. Graag, met zijn allen graag in overleg over wat u per motie.

Nou, het kunnen ook moties zijn, maar het kunnen ook inderdaad amendementen zijn, maar ga met elkaar goed in overleg dat we niet 30 amendement gaan krijgen. Probeer er een beetje uit te komen, is mijn voorstel. En de wethouder komt ook nog terug, hij gaat pesten aan de orde stellen in het BOPO/BOVO-overleg. En u wordt erover geïnformeerd t.z.t., toch? Wat zegt u? Ja ik ga het nu stoppen. Dank voor uw aandacht voor dit punt. Overige punten ter bespreking 10. Spreektijd voor belangstellenden De voorzitter: We gaan even snel naar, want we hebben nu insprekers op de tribune zitten, drie stuks. En die wil ik graag naar voren roepen. En ik moet even, ja inderdaad, volgens mij waren er aan de achterkant twee plekken gereserveerd voor insprekers voor zover ik weet. Ja, ja, ik wil graag mevrouw U... naar voren roepen en de heer Van der Zwet. Mevrouw U..., ja u mag ook als, volgens mij zijn er twee plekken nu gereserveerd. Tenminste, dat was voor de vergadering zo, maar ik weet niet waar de kaartjes gebleven zijn. Dan doen we het

59

eventjes om en om misschien, excuus. Dan, ja. Dan gaan we vast met de heer, ja. Dan gaan we met de heer Van der Zwet geloof ik hè, klopt hè? Ja. Als u het rechterknopje indrukt, ja. De heer Van der Zwet Slotenmaker: Dit knopje dus, ik had. De voorzitter: Exact. Oké, u krijgt drie minuten de tijd om uw verhaal te doen. Tegen het einde zal ik u een seintje geven dat u moet gaan afronden. En daarna kan de commissie eventueel nog vragen stellen. Maar ik denk dat we het even eerst u doen, en daarna mevrouw U.... En dan laten we de commissie even vragen stellen. Gaat uw gang, u krijgt drie minuten. De heer Van der Zwet Slotenmaker: Prima. Nou, voor het, mijn naam is Frans Van der Zwet Slotenmaker. Lange naam. Ik wil iets vertellen over het Anton Pieckhofje dat, wat daar speelt. Over dat er, afgelopen week hebben wij daar een omwonendenoverleg gekregen. Er zijn een aantal dingen toegelicht en ik wil daar even wat over vertellen. En daarna zal Sarina van de bewonersinitiatief erop verdergaan. De voorzitter: Eén klein dingetje vergat ik te vertellen. Want vorige keer is dat misgegaan. Indien u over ambtenaren spreekt, dat doen wij hier niet. De heer Van der Zwet Slotenmaker: O sorry. De voorzitter: Als u dus, ja gaarne geen namen van ambtenaren noemen in uw verhaal. De heer Van der Zwet Slotenmaker: Oké ja. De voorzitter: Ja? Dank u wel. De heer Van der Zwet Slotenmaker: Oké.

Ik zal beginnen. Er zijn 18 daklozen geplaatst in het Anton Pieckhofje, en over een aantal maanden worden dat er 36. En in deze kinderrijke buurt die wij hebben, waar scholen staan en kinderdagverblijven. Omwonenden en stakeholders zijn niet geraadpleegd en vooraf is er geen onderzoek gedaan over dit, of dit mogelijk was. Dit is een potentieel recept voor ellende en daarom heeft de omwonenden en de verschillende stakeholders met één stem gesproken. Hieruit zijn een aantal punten gekomen. De gemeente dient op zijn minst hier gehoor aan te geven, zodat onze rechten gerespecteerd worden. Wij hebben bijvoorbeeld een oplossing aangedragen met betrekking tot ingang van het Anton Pieckhofje. Onafhankelijk onderzoek heeft aangetoond dat dit kan, in tegenstelling tot het onderzoek van de gemeente. Het is verontrustend dat hieraan voorbij wordt gegaan. Er is geen actieplan en geen executie van besproken punten. Kortom, wij als omwonenden en stakeholders mogen ons hart luchten, maar er wordt niets mee gedaan, tot nu toe. We praten hier over mensenrechten, waarbij de voorzieningen die de gemeente biedt moet aansluiten bij de verschillende doelgroepen. Dit gebeurt niet, waarmee dus de mensenrechten van de omwonenden geschonden worden. Het is een basisplicht van de gemeenteraadsleden om deze te behartigen en deze misstanden recht te zetten.

U als gemeenteraad heeft de beslissingsbevoegdheid om deze vreemde gang van zaken stop te zetten en ervoor te zorgen dat de mensenrechten gerespecteerd worden. De vraag is, kort maar krachtig, zet dit project stil tot nader order. En geef ons een platform, de bewoners en de bewonersinitiatief en de bewonerscommissie, daadwerkelijk geluisterd wordt en ondernomen wordt, zodat wij de belangen zorgvuldig worden overwogen en niet alleen in behandeling wordt genomen voor de gemeente. De voorzitter: Ja, dank u wel. Dan mevrouw U.... U weet inmiddels hoe het werkt.

60

Mevrouw U...: Ja. De voorzitter: Gaat uw gang, u krijgt ook weer drie minuten. Mevrouw U...: Staat de microfoon aan inmiddels? De voorzitter: Sorry? Mevrouw U...: Staat de microfoon aan? De voorzitter: Hij staat aan, ja. Mevrouw U...: Oké. De voorzitter: Maar misschien ietsje dichterbij, want dan klinkt het iets harder. Mevrouw U...: Goedenavond allemaal. U kent mij inmiddels. Ik ben hier namens het bewonersinitiatief Anton Pieckhofje. Vanavond spreek ik weer in, omdat ik dat nodig vind om u op de hoogte te houden van de gang van zaken. Er is goed nieuws en slecht nieuws. En ik wil graag beginnen met het goede nieuws. Er vinden gesprekken plaats met een beleidsadviseur. En daarnaast heeft eergisteren, zoals mijn buurman vertelde, een omwonendenoverleg plaatsgevonden. Het probleem is dat wij nog steeds alleen maar aangehoord worden. Van daadwerkelijk overleg over concrete oplossingen lijkt geen sprake. En wij zijn moe van het continue maar aandragen van dezelfde punten. Het is tijd om de motie na te gaan leven die u met elkaar heeft aangenomen. Een motie waarin letterlijk wordt gevraagd om gedragen oplossingen. En die oplossingen zijn er en die benoem ik namens omwonenden al heel lang: 24-uurs begeleiding, 18 mensen, de ingang aan de Venkelstraat openen en op papier zetten dat er een lichte doelgroep blijft.

Dinsdag, tijdens het omwonendenoverleg, heeft onze buurt met één stem gesproken. Alle aanwezigen waren het eens. Men wil deze oplossingen gerealiseerd zien. Heel uniek. Iedereen wil hetzelfde. Aan het eind van het gesprek werd echter duidelijk dat de verbouwing toch gewoon doorgaat, waardoor het duidelijk werd dat de gemeente nog steeds 36 mensen wil huisvesten. Ook is de gemeente niet voornemens om begeleiding 24/7 in het pand aanwezig te laten zijn. En dat is immers, in vergelijkbare instellingen, ook niet nodig. Zo horen wij. Maar er zijn geen vergelijkbare instellingen qua buurt of qua gebouw, met inwonende huurders in een buurt zoals wij die hebben. Namens de bewoners, namens het bewonersinitiatief, wil ik heel graag om tafel met iemand die beslissingen mag nemen. En in dat omwonendenoverleg heb ik dit ook aangegeven. De wethouder gaf toen, tot mijn verbazing, aan dat zij niet beslissingsbevoegd is. Wat moeten wij dan nu doen? Tot slot wil ik u nog wijzen op iets wat wij schokkend vinden en ook zeer kwalijk achten. Er is een bouwkundig advies in omloop dat de gemeente door een zogenaamd onafhankelijk bureau heeft laten opstellen. Hieruit zou blijken dat het realiseren van de ingang aan de Venkelstraat niet mogelijk is, omdat dit een té zware verbouwing betreft.

Wij vinden dat schokkend, want de entree bestaat niet alleen, wij zijn er zelfs doorheen gelopen met wethouder, medewerker en gemeenteraadsleden. De gemeente is er dus heel goed van op de hoogte dat deze entree, deze deur, alleen maar geopend hoeft te worden. Er hoeven geen constructieve maatregelen plaats te vinden. Wij hebben zelf door deskundigen een rapport laten opstellen waaruit blijkt dat het openen van een reeds bestaande deur veel logischer is dan het wegslopen van draagmuren. Het heeft er echter alle schijn van dat de gemeente niet wil dat deze ingang wordt geopend. En om dit te voorkomen een vrij dubieus rapport heeft laten opstellen. U vindt in de stukken ons rapport en daaruit blijkt wat ik zojuist heb verteld. Dank u wel.

61

De voorzitter: Dank u wel. Dat is precies op tijd. De commissie kan nog even een paar vragen stellen. Mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Ja goedenavond, dank u wel allebei voor het inspreken. We hebben elkaar hier ook al vaker over gesproken inderdaad. Ik denk dat het goed is om, om aan te geven dat, nou ja, dat wij eerder vanavond dit onderwerp weer hebben geagendeerd voor de volgende commissie. Ook omdat we hier in de commissie wilden spreken over dat bouwkundig rapport. En welke oplossingsrichtingen er zijn en wat dan een mogelijk prijskaartje is, et cetera. Dus ik denk dat dat ook goed is voor jullie om te weten nu. Wat ik me wel afvraag is, tijdens dat bewonersoverleg ook aan bod gekomen over wanneer dan eventueel meer mensen worden gehuisvest, of ook meer duidelijkheid gegeven over die 24/7 begeleiding. Kunnen jullie daar ook op ingaan? Mevrouw U...: Ja. Tijdens het overleg is eigenlijk vrij vaak door de mensen van de gemeente aangegeven van, nou we willen met jullie in gesprek. En er is door meerdere bewoners is er gevraagd van, kunnen wij stoppen, of kan de gemeente stoppen met het inhuizen van meer bewoners totdat er, totdat wij eruit zijn? En aan het einde van de avond was er één oplettende omwonende en die vroeg, maar gaat de verbouwing wel door? En de verbouwing gaat.

Dat houdt dus in dat er sowieso 36 mensen komen en die zijn gepland in het volgende zomerreces, net als dit jaar in het zomerreces ook de eerste 18 in zijn gehuisd. Het staat dus al vast dat die 36 er gaan komen. De 24-uurs begeleiding. Nou ja, die wordt afgebouwd. Als er weer 18 nieuwe mensen worden geplaatst dan komt er weer eventjes 24-uurs begeleiding. En daarna wordt dat ook weer afgeschaald. En onze wens, omdat dit een doorstroomvoorziening is met een continue wisselende doelgroep, dus er zijn steeds mensen die in en uit komen, is dat die 24-uurs begeleiding ook gewoon permanent wordt. Er hoeft maar één iemand aanwezig te zijn in het pand om voor ons als buurt echt hét verschil te kunnen maken tussen overlast of geen overlast. Want de inwonende mensen hebben nu met 18 mensen, 18 mensen uit de doelgroep, hebben de reguliere huurders al overlast. Dan heb je het over 18 mensen mét begeleiding. En de gemeente is van plan 36 zonder te plaatsen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Aichi, u had ook een vraag zag ik? De heer Aichi: Dank u wel voorzitter. Bedankt voor het inspreken. Afgelopen dinsdag vond de overleg zeg maar met omwonenden plaats. Jullie hebben veel punten naar voren gebracht. Wat was de reactie van de wethouder aan de aanwezige ambtenaren over jullie vraag wat jullie gesteld hebben? Mevrouw U...: Ja dat verschilde natuurlijk per punt.

Wat ik het meest waar, nou ja wat voor mij het meest opvallend was, was wat ik net ook noemde. Wij willen heel graag, bewonersinitiatief en bewonerscommissie, praten, maar we willen ook graag dat er nu echt stappen gaan worden gemaakt. Want wij zeggen al heel lang hetzelfde. En de wens om met iemand om tafel te gaan die beslissingsbevoegd is, die hebben wij uitgesproken naar de beleidsadviseur met wie wij in gesprek zijn. Dus nog los van dat omwonendenoverleg, maar heb ik in het omwonendenoverleg ook aangegeven. Ik wil heel graag met mevrouw Meijs zitten en dit afmaken. Gewoon zeggen, welke oplossingen er komen, wat is er budgettair mogelijk, wat niet. En dan ronden we het af. En de, mevrouw Meijs gevraagd. Nou, ik ben ook niet de persoon daarvoor. En dan weet ik, zo heb ik het in ieder geval begrepen. Dan weet ik het ook niet meer. Wat moet ik dan nog? Wat moeten wij dan nog? Wanneer er 40 mensen als één man zeggen van wij willen graag deze oplossingen, maar er is niemand die ons daarmee verder kan helpen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Zohri, GroenLinks.

62

De heer Zohri: Ja dank je wel voorzitter. Ja is wel lastig allemaal. Afgelopen dinsdag hebben jullie een bewonersbijeenkomst gehad. Als het goed is, is de wethouder heeft daar ook bijgezeten? Ja? Hoe hebben jullie dat ervaren? En als eerste mijnheer Van der Zwet. De heer Van der Zwet Slotenmaker: Nou, mijn gevoel is kort maar krachtig: éénrichtingsverkeer. Ja het klinkt misschien, ik kan het uitgebreid neerzetten, maar het was heel erg éénrichtingsverkeer. En als er dingen werden aangedragen, nou goed, we hebben het net gehoord. Dan werd er op het eind gezegd van verbouwing gaat gewoon door. En water staat aan mijn lippen. Maar gelukkig niet ‘…’. Dus was heel erg éénrichtingsverkeer, zo kwam het heel erg over voor mij. En voor de rest van de mensen denk ik ook wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw U...: Ja ik sluit mij aan bij Frans. De voorzitter: Mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul-Özen: Ja, ik wilde even iets vragen over de, het afbouwen van de hulpverlening. Ik neem aan dat u dat ook aangekaart heeft op dat moment. Hoe werd daarop gereageerd? Mevrouw U...: Nou ja, wij hebben een uitleg gekregen en dat is heel goed geweest, want niet iedereen van de omwonenden wist dat, dat er twee soorten begeleiding zijn. Dat is de ambulante begeleiding die mensen echt helpt om hun leven weer op de rit te krijgen. Die blijft natuurlijk doorgaan.

Dat wordt ook door een andere instantie geleverd. En de woonbegeleiding van het Leger des Heils, die wordt afgebouwd. En, ja dat leek wel heel erg vast te staan. En op dat moment heeft ook een inwonende van het hofje daarover gesproken. En die gaf aan van, nou wij willen helemaal niet dat dit wordt afgeschaald, want de regels zoals die er nu zijn, zijn nu al niet te handhaven. Wij hebben als inwonende mensen nu al overlast. Met de halve groep, met woonbegeleiding. En ja wij staan daar als buurt alleen maar achter. Wij voorzien ook overlast wanneer er continue 36 wisselende mensen komen zonder begeleiding. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. Mevrouw Stroo: Ja, ik heb eigenlijk een vraag over de entree. Want daar zijn wij toen doorheen gelopen. En ja, in dat stuk wat er bijgeleverd is, dan denk, is er nu een slaapkamer gemaakt. Waardoor kan die entree niet gebruikt worden? Op dit moment. Mevrouw U...: Die entree kan wel gebruikt worden. Ik snap het net zomin als u. Er is een deur die kan open, die zit daar. Als je kijkt op de allerlaatste pagina van de stukken die ik heb meegestuurd, dan hebben wij daar aangegeven wat de mogelijke oplossing is. Dat is de buitendeur opendoen. Dat is het. En er moet ergens een raamkozijn voor een deurkozijn worden vervangen.

En vervolgens is er door de gemeente een rapport opgesteld waarin staat, nee er moeten draagmuren worden weggebroken, de trap moet worden verplaatst. Dit is veel te omvangrijk, dat gaan wij niet doen. Nee natuurlijk niet, dat is schieten met een kanon op een mug. Het is een kwestie van een deur opendoen. Dat is het. De voorzitter: Mevrouw Özogul.

63

Mevrouw Özogul-Özen: Ik meen gelezen te hebben vanuit het college, dat de begeleiding op dit moment aan de andere kant zit. En dat dat ook één van de redenen is om de achterdeur niet te gebruiken, omdat daar geen toezicht is. Wat vindt u daarvan? Mevrouw U...: Ik blader even naar dat rapport wat ik u ook had gestuurd, want, nou, ten eerste vinden wij dat geen relevant argument voor een bouwkundig rapport. Dat is echt op de inhoud van de zorg. Ten tweede, in het huidige plan van de gemeente is er geen begeleiding. Dus is er ook geen kantoor nodig. En ten derde, als die begeleiding zou blijven, wat wij heel graag willen, dan is er de mogelijkheid om direct naast die gewenste entree nog een kantoor te realiseren in één van de slaapkamers. Dus dat zou inhouden dat je in plaats van één, twee slaapkamers opgeeft voor de entree. De voorzitter: De heer Hulster had ook, of was de vraag beantwoord? De heer Hulster: Ja. Ik ben eigenlijk wel benieuwd wat de aard van de overlast is. Kunt u dat beschrijven? En treedt dat nou vaker overdag of ’s avonds op? Mevrouw U...: De overlast die is tot nu toe vooral voor de inwonende huurders. U moet zich voorstellen dat er 14 mensen boven in de voorziening. Gereguleerde huurders. Zij hebben overlast bijvoorbeeld van geluid, maar ook van ruzies van mensen in het pand. De mensen zitten opgehokt op slaapkamertjes van 2 bij 2, dan passen er 36 in.

Zes appartementen met 6 slaapkamertjes. Ja mensen met een rugzak, mensen die elkaar niet kennen, dat zorgt voor spanningen. Die spanningen die zorgen voor geluidsoverlast. En de reguliere huurders die wonen daarin. Er zijn regels opgesteld, ja die zijn niet te handhaven. Ik kan door blijven gaan, maar daar komt het op neer. De voorzitter: Dank u wel. De heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Dank u voorzitter. En ik begreep uit het stuk dat de brandweer de extra deur toch echt als een voordeel ziet in de brandveiligheid hè? Mevrouw U...: Ja, wij hebben een brandpreventiedeskundige heeft ernaar gekeken. En die heeft aangegeven, als deze deur officieel wordt geopend, dan zijn er nog een aantal kleine ingrepen nodig. Het ophangen van die groene bordjes met een vluchtwegroute. En dat verhoogt de brandveiligheid van het gehele pand. Ja, omdat er dan twee officiële routes zijn, nu is er één. Nou ja, dat is evident denk ik. De voorzitter: Dank u wel. Verder nog iemand? Mevrouw Klazes? Mevrouw Klazes: Dank u wel voorzitter. Ja misschien een hele rare vraag, maar vinden er ook gesprekken plaats tussen de inwoners, de bestaande bewoners, en de nieuwe bewoners? Worden zij aangesproken op hun gedrag op het moment dat er overlast is? Of wordt er direct gezocht naar ondersteuning vanuit de begeleiding? Mevrouw U...: Dat gebeurt allebei.

Het idee is, vanuit het Leger des Heils, dat zodra er overlast is dat mensen direct dat moeten melden. En de inwoners zeggen, terecht, wij zijn geen maatschappelijk werkers, wij willen gewoon hier wonen. Wij willen niet alles hoeven te melden. En natuurlijk, omdat je gewoon met elkaar bent spreken zij ook gewoon mensen aan. Ik weet van één iemand, die heeft bijvoorbeeld iemand aangesproken op een ruzie. En die kreeg als reactie van bemoei jij je er niet mee, ik ga hier toch weer weg, wat maakt mij het nou uit? En dat is precies het probleem in dit complex. Het is te dicht op elkaar. Er zijn geen vergelijkbare

64

voorzieningen. Er zijn geen voorzieningen waarin 14 mensen, reguliere huurders, boven wonen en 36 daklozen daar recht onder. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Raadt, wilt u nog wat vragen? Ik zag uw hand net ook. De heer Van den Raadt: Ja, nou ja, u vroeg zich heel terecht af van ja wat komt u hier eigenlijk doen. U zegt al, wethouder Meijs die zegt dat ze er niet over gaat. Er zit hier nog een hele tribune vol die zich ook weleens afvraagt, wat doet wethouder Meijs. Dus u bent in goed gezelschap. Maar u bent nu wel aan het goede adres natuurlijk, want de gemeenteraad gaat hierover. Trots Haarlem heeft op de 23e al al die moties aangekondigd en die stond op de agenda die u nou heeft opgenoemd. Dus de redding is nabij. We gaan 30 september bij mekaar komen en we gaan gewoon daar voor stemmen over die punten. De voorzitter: Mijnheer Van den Raadt, gaat, vraagt u alstublieft technische vragen. De heer Van den Raadt: Dus bent u daar niet ongelooflijk blij mee dat de gemeenteraad wél het goede werk gaat doen? Mevrouw U...: Ik heb me niet afgevraagd wat wethouder Meijs hier doet. Laten we dat even, ik weet gewoon niet meer. Ik weet niet meer, en wij als bewoners weten niet meer wat wij moeten doen wanneer in het omwonendenoverleg gewoon wordt gezegd van, nou met mij, ik kan ook niet, ik ben ook niet beslissingsbevoegd. Dat was mijn context.

Ja en ik ben verder heel blij met de gemeenteraadsleden die achter ons staan, maar onze oplossingen zijn zo simpel, budgetvriendelijk, we kunnen praten. Wij hebben continue gezegd wij willen blijven praten. Dat ik eigenlijk niet snap waarom hier zoveel kostbare tijd aan verspild moet worden. De voorzitter: Ja, mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: En dan zei u ook nog over dat onderzoeksrapport van, daar twijfelde u over. Wat zijn daar uw twijfels? Want u hebt het idee dat u eigen onderzoek een stuk beter is. Mevrouw U...: Nou, het is niet mijn onderzoek. Wij hebben dat laten, daar heeft, wij hebben dat ook door een ingenieur laten doen. Mijn twijfels zijn heel simpel eigenlijk. Als u naar buiten wilt door deze zaal, neemt u dan die deur, of gaat u dan die muur slopen? De voorzitter: Oké, ik wil af gaan ronden. Ik wil alleen nog even de heer Visser het woord geven. De heer Visser: Ja voorzitter, eigenlijk een punt van orde. Want het wordt volgende keer al besproken. De voorzitter: Nou ja, dat is ook mijn voorstel. De heer Visser: Ik zou eigenlijk willen vragen of de wethouder voor die volgende vergadering in ieder geval schriftelijk op dit tegenrapport van de bewoners wil ingaan? Want de bewoners hebben het dus over een andere route dan de wethouder, en best wel veel argumenten en voor een goed debat.

En ook omdat ze er dan niet uren over hoeft te praten, zou ik graag een schriftelijke reactie van de wethouder willen op dit tegenrapport van de bewoners.

65

Mevrouw Meijs: Dat kan deze wethouder toezeggen, dat ze dat wil doen. En ik wil één ding nuanceren. Ik heb gezegd dat ik niet de eindbeslissingsbevoegdheid heb over een verbouwing van een pand wat niet in ons eigendom is, maar van IJmeren is. De voorzitter: Dat is dan gezegd. Ja we gaan er geen discussie, want eigenlijk is de wethouder niet aanwezig in deze discussie. U heeft gehoord, er komen nog stukken aan en dat kunnen we ook gaan bespreken. Dus we kunnen het er nog ruim over hebben en dan misschien besluiten nemen, een motie indienen, of whatever. Ik wil u hartelijk danken beiden. Nou ja, misschien wel tot de volgende keer, ik denk het zo maar. En nu wil ik graag de heer Rick Van Schie naar voren hebben. Goedenavond de heer Van Schie. U krijgt ook 3 minuten de tijd om de commissie toe te spreken en daarna gaat de commissie eventueel nog wat vragen aan u stellen. En tegen het einde zal ik u een beetje waarschuwen als de 3 minuten bijna voorbij zijn. Gaat uw gang. De heer Van Schie: Ik dank u. Mijnheer de voorzitter. Mijn naam is Rick Van Schie, ik ben de voorzitter van de kerngroep bewoners Aurora. Aan alle goede dingen komt helaas een eind. Ook aan de opvang op de Aurora. Het was een hele goede tijd. Wij zijn de gemeente Haarlem dankbaar dat wij op deze boot mochten verblijven. Er zijn ook goede resultaten geboekt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12269764/1