CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript commissie Samenleving 30 september 2021

commissie Samenleving 28 oktober 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: Transcript commissie d.d. 30 september 2021 (alleen naar aanleiding van)49.863 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

33

nog zo in je kracht gezet met Kanjertraining. In dat kader zou Trots Haarlem graag willen weten wie er zich op de dataverzameling en -uitwisseling … Wie zich daarmee bezighoudt, wie daar zicht op heeft en hoelang welke data ook bewaard blijven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Dank u wel, voorzitter. De vorige keer heeft de VVD al aangegeven wat we goed vinden aan visie en wat we minder vinden en welke zaken nog beantwoord zullen worden, lopende de dialoog. We hebben wel een belangrijke toezegging gekregen over het belang en de rol van vrijgevestigden. Daar zijn we blij mee. In aanvulling op hetgeen wat er al gezegd is, wil ik graag wat meer vragen eigenlijk ook nog over het toezicht, wat eigenlijk nog ontbreekt of wat nogal mager is in de visie. Ik was ervan uitgegaan dat de visie daar ook op aangevuld zou worden, maar dat is niet het geval geweest. Dus vandaar dat ik wat andere vragen heb. Dat gaat op twee punten. Toezicht op de aanbieders en het toezicht op het systeem. Allereerst het toezicht op de aanbieders. Ik begrijp dat toezicht op de naleving van de kwaliteit van de jeugdhulp is belegd bij de inspectiediensten.

Maar ook in de casus die we hiervoor hebben behandeld bij Levvel5, maar ook die Kenters en de Parlans van deze wereld, blijft toch de vraag boven de markt hangen waar die signalen die vanuit … Hoe er omgegaan is met de signalen die kwamen vanuit de instellingen. Niet alleen van de inspectiediensten, maar bijvoorbeeld ook van de controlerende accountants. Dat roept eigenlijk de vraag op van, wat kunnen we nu verbeteren in die toezichtsgovernance. Ik denk dat, zal maar zeggen, in gesprek gaan met de toezichthouders hierover veel zou kunnen helpen. Dus mijn vraag is, is dat inmiddels al gebeurd en wat komt daaruit? Maar ook bijvoorbeeld om na te denken over, welke sturingselementen kunnen we nou eigenlijk opnemen uiteindelijk in die contracten? Bijvoorbeeld, ontslag van bestuurders, maar dat gaat misschien wat ver. Of bedingen wij misschien onafhankelijke zetels in de raden van toezicht van de strategische partners en de onderaannemers? Hoe kijkt u daar tegenaan? De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Dank u wel, voorzitter. Ik ben echt een beetje op zoek naar waar u nou eigenlijk echt naar op zoek bent. Want dat met raden van toezicht en dergelijke, dat ligt allemaal lastig. Dus dan hoor ik graag de reactie van de wethouder.

Maar is het nou dat u op zoek bent naar goed contractmanagement vanuit de gemeente op de contractuele verplichtingen die we aangaan? Of gaat het echt erom wat landelijk via de kwaliteitseisen via de Jeugdwet en de IGJ is geregeld? Want dan wordt … Ik begrijp hem nog niet helemaal. De heer Van Kessel: Het zijn meerdere dingen. Zo meteen kom ik op het toezicht op het systeem. Nu heb ik vooral het toezicht op de aanbieders. Dan gaat het enerzijds dus om de kwaliteit. Dus hoe houden we dat in de gaten en hoe kunnen we ervoor zorgen dat wij als gemeente ook in positie blijven? Kunnen wij dus bijvoorbeeld, dat is het voorbeeld wat ik noem, in de contracten opnemen dat bij iemand in de Raad van Toezicht krijgen. Gewoon iemand die namens ons de informatie, toezicht houdt en ook meekijkt met die strategische partners de komende jaren, vind ik niet gek, want wij zijn een van de grootste financiers. Dus op het moment dat je gewoon een onafhankelijke commissaris bij de bedrijven neerzet, dat is een mogelijkheid. Maar dit is een voorbeeld wat ik geef.

Mijn vraag is eigenlijk, ik zou graag willen, dat is denk ik het antwoord op mevrouw Çimen haar vraag, dat wij bijvoorbeeld advies laten inwinnen van, hoe kunnen wij nu als gemeente grip krijgen op eigenlijk al die signalen die we gemist hebben en alle signalen over slechte kwaliteit? Hoe krijgen we daar nou als grote financier grip op? Daar zou ik gewoon … Daar mist de visie, in ieder geval, een begin van een antwoord. Daar zou ik graag meer over willen weten. De voorzitter: U heeft ook nog een interruptie van de heer Smit, OPHaarlem.

34

De heer Smit: Mijnheer Van Kessel, wij waren voor honderd procent eigenaar van Spaarnelanden. We zijn er voor negentig procent. Het is ons niet gelukt een dedicated commissaris in de Raad van Commissarissen te krijgen. Dus denkt u ook niet dat het een illusie is dat we iemand dedicated krijgen in een Raad van Toezicht of Raad van Commissarissen van een van de grootste aannemers in dit traject? De heer Van Kessel: Ik zie niet in waarom wij niet iemand zouden benoemen in de Raad van Toezicht van Spaarnelanden. Maar volgens mij doen wij dat ook, toch? De heer Smit: Nee, wij doen dat niet. De heer Van Kessel: Dat is op voordracht van, maar wij hebben daar toch benoemingsrechten? Als we dat niet hebben, zouden we die heel snel moeten krijgen als honderd procent aandeelhouder. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Van Kessel: Dat was één. Dan verder nog het toezicht op het systeem as such, of eigenlijk de verwervingsstrategie of het hele verwervingsproces wat we aan het doen zijn.

Ik vroeg me eigenlijk af of er ook nog borgingen zijn op het hele proces wat we nu aan het doorlopen zijn, anders dan de gemeenteraad die meekijkt? Zijn hierover gesprekken met de Jeugdautoriteit geweest of de Inspectiedienst over hoe de regio dit systeem aan het invoeren is en hoe dit proces verloopt? Eigenlijk is hier mijn vraag of u bereid bent om gedurende dit proces een dwarskijksessie met toezichtexperts te organiseren om de lopende verwervingsstrategie nog van een advies te voorzien voordat we tot een afronding komen in de contracten? Dus gewoon eens een keer onafhankelijk wat experts laten meekijken om nog wat tips te geven eigenlijk, voordat we bij het einde beland zijn. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer El Aichi, CDA. O sorry, er was een interruptie, mevrouw Klazes? Mevrouw Klazes: Eigenlijk meer een vraag. Mijnheer Van Kessel, u heeft het over experts mee laten kijken. Deskundigen op het gebied van processen, of inhoudelijk? Wat voor een deskundigen wilt laten meekijken? De heer Van Kessel: Kijk, eigenlijk is natuurlijk, in de brede zin wil je dat er meegekeken wordt. Maar nu specifiek vraag ik eigenlijk om experts op het gebied van toezicht, of die kunnen meekijken of hij nog in dit proces wat stappen kunnen zetten om gewoon meer grip in de toekomst op de kwaliteit van de zorg te houden.

Dus dat is eventjes misschien een voorstel om over verder te denken. Ik sta op open verder voor uw analyses. Maar ik mis gewoon in het geheel van de visie concreet wat wij doen aan toezicht op het systeem en het toezicht op de aanbieders. Ik ben gewoon op zoek nu naar concrete ideeën hoe we dat lopende het proces nog kunnen verbeteren. De voorzitter: De heer Sepers eerst. De heer Sepers: Een vraagje over dat toezicht. Op zich klinkt dat wel interessant, maar bent u niet bang voor een al te grote stapeling van allerlei toezichthouders? Want dat zijn de Jeugdautoriteit, dat is de inspectie. We hebben Raden van Toezicht bij de instellingen, die misschien niet altijd goed functioneren, maar dan moeten we zorgen dat heel goed gaan functioneren. Dus ik ben een beetje huiverig voor het stapelen van toezicht. De heer Van Kessel: Dat snap ik wel. Maar het grappige is, u noemt er nu een aantal, maar niets van deze groepen is benoemd in de visie. Verbaast u dat nu ook niet dat er gewoon eigenlijk over … Er zijn zoveel

35

toezichthouders, u bent zelfs bang voor stapeling, maar de visies echter helemaal niets over. Dat is eigenlijk het echte punt waar ik op wijs. De heer Sepers: Maar de visie kan toch gewoon uitgaan van datgene wat normaal is en wat bestaat? Je hoeft toch niet alles op te schrijven wat al is? De heer Van Kessel: Dat kan. Je kunt het inderdaad helemaal negeren. Mijn voorstel is dat daar toch wat over wordt opgenomen. Eigenlijk dus op twee punten. Dat wij echt nadenken over het toezicht op de aanbieders. Hoe is dat geregeld en hoe is het toch, ondanks al dat toezicht, gebeurd dat er drie van de jeugdinstellingen in onze regio omgevallen zijn? Daar gaat toch iets mis in dat systeem. Het hele traject wat we nu aan het lopen zijn, wat ook niet uitblinkt van goede grip op het proces, laat ik het zo netjes zeggen, ook daarvan zou het heel goed zijn om eens wat onafhankelijke experts mee te laten kijken om te zeggen van, doen we eigenlijk nog wel de goede dingen? Ik denk dat wij ook als gemeenteraad onszelf daar ook in die zin kunnen laten ondersteunen. Dat zijn eigenlijk twee concrete voorstellen die ik heb. Daar hoor ik graag ook of daar al invulling aan wordt gegeven door dit college, of niet. Want dan kunnen we nadenken over een idee om dat alsnog te regelen. De voorzitter: Dank u wel. De heer IJsbrandy. De heer IJsbrandy: Dank u wel.

Mijnheer Van Kessel, u snijdt op zich een belangrijk punt aan. Maar dat punt gaat er precies in op de tegenstrijdigheid eigenlijk van dit model. Je kunt niet een beetje zwanger zijn. Als je op een gegeven moment zegt van, we geven het aan de markt, dan geef je daarmee ook, maar goed liberaal recept, een stuk controle uit handen. Dan kun je niet langs een achterdeur weer proberen via toezicht die controle en die regie weer terug te pakken. Je zult moeten accepteren, wat ook in de verwervingsstrategie staat, dat je al veel minder informatie straks hebt over wat er op de werkvloer gebeurt. Dat je dus maar moet vertrouwen op je strategische partners, dat die dan met de goede informatie en tijdig komen. Dat zullen ze zeker doen op het moment dat het geld op is, want dan staan ze weer op de stoep. Maar de illusie dat je daar echt dag in dag uit toezicht op gaat houden, die is in dat model natuurlijk gewoon niet aanwezig. De heer Van Kessel: Dat ben ik gewoon niet met de heer IJsbrandy eens, want volgens mij is het ook wie betaalt, bepaalt. Als wij als overheid betalen voor diensten, dan is het toch eigenlijk de normaalste zaak van de wereld dat wij, op afstand natuurlijk, meekijken met wat er met ons geld gebeurt. Ik vind dat helemaal geen gekke gedachte. Dat is iets anders dan dat wij zeggen dat wij bedrijfsvoering bijvoorbeeld in handen nemen.

Dat we daarmee … Kijk, dat staat echt wel op afstand. Maar het toezicht daarop, dat wij daar meer invloed op hebben, dat vind ik helemaal niet te veel gevraagd voor ons geld. De voorzitter: Dank u wel. De heer El Aichi, waren we mee bezig. Het CDA gaat nu. En dan mevrouw Stroo. De heer El Aichi: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. We hebben op 2 september de Regiovisie uitgebreid besproken. Wij hebben toen als CDA een paar punten aangedragen. Ik wil bij deze de wethouder bedanken voor de extra aandacht die het college heeft besteed aan corona in de stukken. Vervolgens wil ik de wethouder nogmaals vragen om nog meer te werken vanuit de visie één kind, één gezin, één plan. Dat er duidelijkheid in de visie moet zijn over wie verantwoordelijk is. Wat betreft de verwervingsstrategie. Er is afgelopen jaar weinig afgeschaald naar de sociale basis, of het voorveld. Ik vind het goed om te lezen dat jeugdhulp, de sociale basis geen gescheiden werelden worden. In het stuk is te lezen dat de verbinding tussen het CJG en de sociale wijkteams en de sociale basis moet worden versterkt. Vraag aan de wethouder, hoe wil het college dit realiseren, aangezien de samenwerking tussen het CJG en de sociale wijkteams op veel vlakken

36

verbeterd moet worden? Ik vind het goed om te lezen dat de vrijgevestigden kunnen inschrijven op het perceel enkelvoudige jeugdhulp, zonder zich te hoeven aansluiten bij een samenwerkingsverband als onderaannemer en dat het huidige facturatieproces ongewijzigd blijft. Het college wil transparant zijn over de uitgaven van de jeugdzorg. Gemeente Haarlem heeft meegedaan aan het onderzoek Follow the Money. Vraag aan de wethouder, was hij volgens de wethouder de conclusies van Follow the Money? Wat zijn de gevolgen voor de gemeente Haarlem en eventuele zorgaanbieders in Haarlem? Heeft het college van Follow the Money data aangeleverd gekregen? Wij verwachten van het college de raad mee te nemen naar de dialoogfase over de uiteindelijke aanbesteding. Wij willen betrokken worden bij de evaluaties na drie jaar en na zes jaar. Het moet niet zo zijn dat wij na vandaag niets mogen zeggen inzake jeugdzorg. Tot zover, voorzitter. Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. Mevrouw Stroo: Dank u, voorzitter. De Regiovisie, met de bijbehorende regionale verwervingsstrategie, kunnen we vooralsnog niet vaststellen. We geven de wethouder nog geen mandaat. De verwervingsstrategie moet inderdaad langs de raad, zoals de Actiepartij zegt. Jouw Haarlem vindt dit een te belangrijke stap, die kunnen we niet zomaar zetten. Er zijn nog veel vragen en zorgen.

Dat blijkt ook uit de bijdrage van de PvdA, de VVD en GroenLinks. Het uitgangspunt dat de wethouder benoemt in de laatste raadsinformatiebrief ondersteunen we. Namelijk dat de vraag van de jeugdige en het gezin het vertrekpunt is. Jammer dat de wethouder het alternatief, geschreven door hart voor Haarlem, besproken met een aantal fracties, vrij snel lijkt af te serveren. Jouw Haarlem vraagt zich af of de wethouder de alternatieve denkrichtingen heeft overwogen. De wethouder lijkt een ogenblik te hebben voor zijn denkrichting. De oplossing is en blijft volgens de wethouder het werken met hoofd- en onderaannemers. Wij vinden deze nieuwe vorm van aanbesteding, overgenomen uit de bouwwereld, voor de jeugdzorg niet wenselijk en heeft zich nog niet bewezen. Of het kind, die jongere en het gezin in de toekomst daarmee inderdaad passende en zo nodig specialistische hulp zal krijgen, blijft onzeker. Gelukkig is de wethouder al wel van de aanbesteding met hoofd- en onderaannemers afgestapt bij de enkelvoudige jeugdhulp. Dit vinden wij een goede stap. Dit impliceert dat de vrijgevestigde psychologen zich niet hoeven aan te sluiten bij een samenwerkingsverband als onderaannemer en snel en dichtbij huis hulp kunnen bieden aan een kind dat is vastgelopen in zijn ontwikkeling, om welke reden dan ook. Een positie rechtgezet.

Dit geldt helaas nog niet voor de vaktherapeuten, die een kind goed kunnen helpen als het probleem nog niet goed te verwoorden is, maar waar het kind en zijn omgeving wel dagelijks mee te maken krijgt. Het wordt tijd dat de wethouder een positie erkent en ook recht gaat zetten. Wethouder, de beide wethouders, vergeet niet dat het moeilijk is om hulp te vragen. De meeste gezinnen willen het nog steeds graag zelf oplossen. Preventie werkt alleen met een uitreikende hand en het normaal vinden dat iemand hulp vraagt. Hulp vragen is ook makkelijker als hulp dichtbij huis wordt aangeboden, de zogeheten sociale basis, door het college Gewoon in de Wijk genoemd. Bij Gewoon in de Wijk wordt dezelfde verwervingsstrategie gevolgd met hoofd- en onderaannemers. In de vorige commissie hebben een aantal sociale ondernemers die werken met veel vrijwilligers, zoals Stem in de Stad, Humanitas, Juttersgeluk hoort er ook bij, maar die heeft niet ingesproken vorige keer, en de Wereldkeuken, hun zorgen geuit over een ondergeschoven positie hierin. Ze zijn niet veel wijzer geworden door het toegezegde gesprek door de wethouder om hen in dit aanbestedingsproces te betrekken. Jammer dat de wethouder niet zelf met hen heeft gesproken. De wethouder noemde deze organisaties de parels van de stad. Het is tijd om hen te laten shinen. Hen een toekomst te geven door hun financiële zekerheid te bieden.

Boter bij de vis. Zodat ze hun gewaardeerde werk kunnen voortzetten en hun opgedane ervaring in kunnen blijven zetten. Kunt u dit toezeggen, wethouder? Conclusie. Voor Jouw Haarlem betekent dit gekozen aanbestedingstraject, met hoofden onderaannemers, dat er te veel belangrijke partijen in onzekerheid verkeren. Onderweg lijken er

37

zorgaanbieders achter te blijven met vele vraagtekens. Het beeld van een grote inktvis met haar tentakels die de middelgrote en kleine partijen opslokt, laat ons niet los. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Wie kan ik dan het woord geven? De heer Visser, ChristenUnie. De heer Visser: Dank u wel, voorzitter. De ChristenUnie is blij met de opsplitsing van percelen. Daarmee is echt een angel uit het dossier gehaald. Maar we zijn er natuurlijk nog niet, want het blijft een heel complex aanbestedingstraject wat, denk ik, voor alle betrokkenen heel spannend is. Net zei de wethouder dat er mogelijk weer problemen zijn bij Kenter. Daar ben ik wel van geschrokken. Wij hebben vorige maand ook vragen gesteld over de wachtlijst, waar de wethouder nog met een brief komt. Ik ben heel benieuwd wat er uitkomt. Maar we hobbelen op het ogenblik wel van probleem naar probleem, bij de verschillende organisaties. Gaan we met deze aanbesteding dit soort problemen voorkomen? Wat doen we eraan om in ieder geval de kansen klein mogelijk te houden? Omdat het om veel geld gaat, ben ik wel benieuwd hoe de wethouder dit proces verder heeft georganiseerd. Wij krijgen allemaal verschillende rondes en dialoogrondes. Maar omdat het zo kwetsbaar is, zou ik eigenlijk willen vragen, heeft de wethouder ook een soort onafhankelijke groep aangesteld, een critical review team, die met dit proces meeloopt.

Een beetje onafhankelijk deskundige, met een onafhankelijke blik, die kunnen adviseren. Dat gebeurt bij diverse grote aanbestedingen van het Rijk ook. Ik zou dat eigenlijk bij deze aanbesteding ook willen aanbevelen. Juist om die frisse blik erin te brengen. Graag reactie van de wethouder. Dan het voorstel van Hart voor Haarlem. Wij snappen de antwoorden die de wethouder geeft. De wethouder kiest voor maatwerk in plaats van vaste producten. Het feit dat we al zover in het proces zijn en dat de regio heeft ingestemd. Dus ik kan het helemaal volgen. Dus ik snap dat de wethouder zijn eigen traject kiest. Maar het viel me wel op dat niet alle punten van Hart voor Haarlem inhoudelijk werden beantwoord. Eigenlijk de kern daarvan, is dat de wethouder niet echt ingaat op de vraag over de regierol van de gemeente. Dat is eigenlijk dat gekleurde plaatje aan het begin van de nota van Hart voor Haarlem wat eigenlijk zegt van, je zou ook als gemeente een soort regieorganisatie hebben die alles aanstuurt. De vraag is of je dat moet willen. Dat weet ik niet. Maar de gedachte erachter vond ik wel interessant.

Dat kunnen we nu niet meer veranderen, maar het riep bij mij wel de vraag op, in hoeverre blijft de gemeente, als we straks een samenwerkingsverband opdracht geven, toch in control? In hoeverre houden wij voldoende kennis in huis om die organisatie goed aan te sturen? Ik weet dat er in andere gemeenten best wel zware casemanagers op zitten, die echt ook op de inhoud, met name bij de zwaardere gevallen, dus die jongeren die echt veel geld kosten, weldegelijk ook op de inhoud sturen. Wat ik in dit stuk nog … Kan die deur alsjeblieft dicht? Ik hoor … Ik kan nu niet … Sorry hoor, voorzitter. Casemanagers die echt op die zwaardere gevallen met gezag ook die zorgaanbieders aansturen. Ik vind het lastig te overzien dit voorstel, in hoeverre de gemeente dat nog gaat doen, of dat helemaal bij die zorgaanbieder legt. In hoeverre we daar toch een beetje in control blijven, met name bij die echt dure zaken. Dan sociale basis. Dat hebben een paar partijen al genoemd. Die verschuiving naar sociale basis, prima. Maar ik mis in dit stuk, maar waarschijnlijk komt dat pas in de volgende fase, hoe dat dan werkt. Want als wij meer naar sociale basis willen doen, dan moet dat dus ook betekenen dat er uiteindelijk ook meer geld naar de sociale basis moet. Of willen we als een sociale basis doen met hetzelfde budget voor de sociale basis? Dan lees ik het stuk een citaat.

Er staat: “De beoogde transformatie moet in de komende jaren onder meer leiden tot een verschuiving van de gespecialiseerde jeugdhulp naar voorzieningen in de lokale sociale basis van gemeenten. Deze beweging kan invloed hebben op toekomstig budget.” Dus kennelijk kan dat budget voor de jeugdhulp omlaag als er meer naar de sociale basis gaat. Maar zijn dat dan communicerende vaten? Gaat dan het budget voor de sociale basis omhoog? Dat zie ik nog niet echt terug in dit stuk. Mijn vraag aan de wethouder is, gaat dat in de volgende fase concreter worden? Gaan er afspraken over komen? Want ik kan me voorstellen dat als de jeugdhulp ineens het budget omlaaggaat, dat dat ook allerlei discussies tot gevolg heeft. Dus dat moet je voor

38

zo’n lang contract wel goed vastleggen. Dus hoe gaat dat werken? Gaan wij daar als raad nog wat over zien? Kunnen we er nog wat over zeggen? Dan in het stuk, ik zag mevrouw Klazes daar een aantal hele goede opmerkingen op internet over maken in een mooi Facebookartikel, staat ook iets over het enorme effect van echtscheiding. Dat heel veel mensen in de jeugdhulp … Uiteindelijk daar een impact is van echtscheiding en vooral ook van vechtscheidingen. Er staat heel veel in het stuk, dat de wethouder er veel aandacht voor heeft, ook samenwerking met de rechtbank en mensen sneller helpen. Toch denk ik van, dat … Het kwam op mij over dat dat extreme gevallen waren. Terwijl ik denk dat bij de lichtere gevallen, die echtscheidingen wat niet per se een vechtscheiding is, maar waar wel gedoe is, daar zijn ook kinderen die schade hebben. Ik vond dat een beetje moeilijk uit dat stuk te halen of we daar ook voldoende inzetten, als je ziet wat voor impact dat heeft ook uiteindelijk op de vraag van de jeugdhulp. Maar uiteindelijk gaat het daar natuurlijk niet om. Natuurlijk, ons budget is belangrijk, maar het gaat uiteindelijk om die jongere. Dat die goed geholpen wordt en dat we daar zo preventief mogelijk bezig zijn. Dus ik ben benieuwd naar de reactie van de wethouder daarop. Daar heb ik eigenlijk nog een specifieke vraag. Dat zit hem op drang en dwang.

Want er staat in het stuk als uitgangspunt, bij separeren niet, dus 0% separaties en eveneens 0% dwang en drang. Ik denk, dat klinkt geweldig. Maar ik hoor uit andere gemeenten hele andere geluiden. Dat valt me op, dat in dit stuk nergens staat uitgewerkt hoe wij dan komen tot 0% dwang en drang. Want bij andere gemeenten is dat juist veel dwang en drang. Dus hoe zit dat? Want soms is dwang en drang misschien wel nodig, in moeilijke situaties. Maar soms is er ook verhullend taalgebruik. Is er eigenlijk wel sprake van dwang en drang. Want er wordt eigenlijk tegen mensen gezegd, als je niet meewerkt, dan gaan we de jeugdbescherming inschakelen. Dan is er eigenlijk sprake van dwang en drang. Dan valt me op dat in het stuk over Veilig Thuis weinig wordt gezegd. Ik heb op het woord Veilig Thuis gezocht, het komt eigenlijk bijna niet voor. CJG wordt heel veel genoemd, maar Veilig Thuis niet. Terwijl via Veilig Thuis kan je al snel in een situatie terechtkomen van dwang en drang. Terwijl misschien, dat is soms nuttig, maar in sommige situaties kan misschien vrijwillige jeugdhulp wel veel beter zijn. Dus wat voor een afspraken worden met Veilig Thuis gemaakt? Hoe zit die toeleiding? Wat betekent dat voor dat uitgangspunt 0% dwang en drang? Ik had gelezen dat daar ook een landelijk Toekomstscenario Kinder- en Jeugdbescherming is.

Dat een nieuw kabinet in het najaar 2021 een besluit moet nemen over het definitieve scenario. Dat is nog even afwachten, want er wordt nog onderhandeld. Dus het zal mij benieuwen. Dan staat er, mede op basis daarvan vindt de doorontwikkeling in Zuid-Kennemerland en IJmond plaats. Maar hoe moet ik dat zien in dit proces? Want wanneer gaan wij daarover spreken? Wordt het in dit proces meegenomen of omdat in de transformatie als er al een aanbieder is? Dus dat hele aspect van dwang en drang, daar zou ik eigenlijk als commissie wat fundamenteler over willen spreken. Maar dan zou ik ook een analyse van de wethouder erover willen van, hoeveel dwang en drang is er dan nu en hoe gaan we dan tot die 0% komen? Is dat een goed uitgangspunt of is er in 10% van de gevallen wel dwang en drang nodig en waarom dan? Dat mis ik een beetje in die hele visie. Graag een reactie daarop van de wethouder. Dank u wel. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Dank u wel, voorzitter. Ik luister heel aandachtig naar het verhaal van de collegae, want er worden hele zinvolle dingen gezegd. Maar het gaat wel heel erg de diepte in, nu al.

Ik denk dat dit nou juist hele mooie punten zijn om aan die dialooggerichte fase aan tafel ook met partijen te bespreken van, hoe vaak komt dit bij jullie voor? Hoe doen we de samenwerking beter in de toekomst? Dus is het niet zinvoller om dit soort punten, afhankelijk ook van de antwoorden van de wethouder hoor, juist echt als een richtsnoer ook mee te geven van, spreekt dit aan tafel en koppel dat bij ons terug op het moment dat wij een document terugkrijgen, een preselectiedocument.

39

De heer Visser: Weet ik. Maar ik zeg dat bewust, omdat er in 2019 een rapport was van de Raad voor Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming en van de Raad voor de Volksgezondheid. Een rapport wat er niet om loog. Wat heel kritisch was over dwang en drang. Dan valt het mij op dat in zo’n regionale visie daar een zinnetje over staat, zeer ambitieus, 0%, zonder enige analyse en zonder enige richting. Terwijl heel veel andere uitgangspunten wel veel verder uitgewerkt zijn. Dan wordt er dus nu naar zo’n toekomstscenario, dat ik voor de rest niet ken, verwezen naar nieuw kabinet en dat gaan we verder uitwerken. Maar nergens in het stuk wordt duidelijk hoe dat zich dan verhoudt tot deze inkoop. Daarom dus mijn vraag. Dus als het in het verdere proces komt, prima. Maar dit is wel een hele fundamentele discussie, wat echt over ethiek gaat, dwang en drang, waarvan ik denk dat wij als raad ook wel een mening hebben. Dus wij staan nu misschien wel allemaal te juichen bij 0% dwang en drang, maar is dat wel goed of is dat de ambitieus? Ik weet het dus niet. Maar ik hoop dat we daar nog over gaan spreken en dat het niet allemaal achter gesloten deuren plaatsvindt en we straks het resultaat krijgen, want ik denk dat dit echt iets is waar hier in de raad de meningen misschien ook wel over uiteenlopen. Wat misschien niet helemaal te vangen is in dit inkooptraject.

Wat misschien wel ook deels daarna gebeurt. Maar dan zou ik een traject willen hebben over dat dan gaan bespreken, omdat het nu ergens in een bijzinnetje staat. Het moet je echt opvallen dat je denkt, wat staat hier eigenlijk? Ik kon daar niet uit. De voorzitter: Maar goed, mijnheer Visser, een beetje korter, ook voor uzelf. Want wie heeft nog 1 minuut 40. Ik zeg het voor u. Wie kan ik het woord … Mevrouw Özogul, SP. Mevrouw Özogul-Özen: Een aantal maanden geleden hebben wij hier allemaal insprekers gehad. Ze waren bezorgd. Bezorgd, omdat we met strategische partners gingen werken. Omdat we alle verantwoordelijkheid en controle, maar ook de verantwoording vanuit de bureaucratie op de schoot van de strategische partners legden. Het lijkt wel alsof er met die zorgen, door ons als raad, maar ook door het college, weinig mee is gedaan. De zorgen waren onder andere dat straks strategische partners het moeilijk gaan krijgen, omdat zij heel veel administratie hebben en verantwoording af moeten leggen en ook daar verantwoordelijk voor zijn. Men wees ook naar andere gemeentes waar het mis was gegaan. Maar wij, als gemeente Haarlem, de trein dendert door, vinden nog steeds dat dit de juiste weg is. Als SP hebben wij daar nog steeds ontzettend zorgen over. Daarnaast zien wij dat een groep, de vaktherapeuten, worden buitengesloten.

Wij zijn blij dat er nu voor de vrijgevestigden een apart segment komt, om het zo te noemen. Maar de vaktherapeuten worden nog steeds buitengesloten en niet als serieuze hulpverleners gezien. Ik weet ook niet of zij ooit een gesprek met de gemeente of met de wethouder hebben gehad, terwijl daar wel om gevraagd was. Als je kijkt naar de Regiovisie, zie ik dingen staan. Dingen die goed zijn, zoals bijvoorbeeld dat er extra hulp komt bij vechtscheiding. Want ook de SP ziet dat dat voor jeugdigen heel veel problemen geeft. Als wij dat kunnen voorkomen, is dat natuurlijk meegenomen. Maar wat wij wel missen, zijn andere zaken. Ik lees in het stuk zelf constant jeugdhulpverlening en zorgen thuis. Terwijl er op scholen ook het een en ander gebeurt. Het was vorige week de week van pesten. Kinderen lopen eenmaal trauma’s op door pesten. Onderzoeken hebben ook aangegeven dat dit nog heel lang gevolgen kan hebben. Waarom zetten wij daar niet extra op in? Wij weten immers dat scholen wel hun best doen om pesten te voorkomen, maar dat soms ook pestprotocollen in de la liggen te stoffen. Daarnaast zijn er ook problemen rondom passend onderwijs. Trauma’s door passend onderwijs of juist niet passend onderwijs. Kinderen die thuiszitten. NMH Haarlem heeft er ook een aantal daarvan. Ook deze kinderen hebben daardoor hulpverlening.

Nu lijkt het alsof alle zorgen en alle problemen rondom jeugdzorg thuis gebeurt. Daar hebben wij en maken wij bezwaar van. Vervolgens lezen wij dat wij streven naar nul uithuisplaatsingen. Kunnen wij als SP alleen maar toejuichen. Maar ook daar hebben wij zorgen. Ik weet niet hoe het in Haarlem gesteld is, maar ik lees de kranten en ik lees dat er regio’s zijn waar problemen zijn bij Veilig Thuis. Waar de dossiervorming niet goed is. Waar feiten en aannames nog steeds

40

door elkaar lopen. Waardoor problemen ontstaan. Soms onterechte Veilig Thuis-meldingen zijn. Door school bijvoorbeeld, of door andere organisaties, omdat ouders niet meewerken. De voorzitter: U heeft een interruptie. Mevrouw Özogul-Özen: Zorgt dat niet voor trauma’s. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Dank u wel, voorzitter. Ik probeer een beetje te destilleren uit het betoog van de collega van, wat is de suggestie? Want zegt u nou eigenlijk van, joh, in die verwervingsstrategie moeten we duidelijker ook gaan spreken over de verbinding zorg en onderwijs of … Want ik bedoel, een doel nul uithuisplaatsingen, daar heb je een visie voor. Daar stel je doelen in vast. Dan probeer je dat te bereik in de uitvoering. Dus ik snap heel even niet waar u dan nu naartoe wilt. Wat is de suggestie? Mevrouw Özogul-Özen: Als u had gewacht, dan had u het gehoord, maar ik zal er nu op antwoorden. Kijk, het is hartstikke mooi dat we nul uithuisplaatsingen hebben, want we hebben altijd in Haarlem gehad, zoveel mogelijk thuis wonen indien mogelijk. Steunen wij met zijn allen, neem ik aan. Alleen je moet er ook een visie voor hebben. Je moet ook aangeven hoe je dat gaat doen. Iets lukraak roepen als kreet, kom je niet verder mee. Juist dat deel mis ik. Terwijl ik het een heel mooi initiatief mee. De voorzitter: Mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Dat snap ik.

Maar dat doe je dan toch in die dialooggerichte fase. Als je dan met elkaar om tafel gaat zitten en zegt van, dit is het doel wat we met elkaar hebben gesteld. Dat is heel mooi. Daar zijn we het allemaal mee eens. Maar nu, hoe gaan we dit uitvoeren? Hoe bereiken we dit? Dat komt dan toch in die volgende fase? Mevrouw Özogul-Özen: Ik zie heel mooi bij vechtscheidingen wel iets uitgebreider er weer op ingaan en waarom bij deze niet? Terwijl dit net zo belangrijk is. Ik heb net het voorbeeld van pesten en schooltrauma’s gegeven. Ik zie alleen maar in de tekst, problemen in huis. Maar waarom staan scholen daar niet in genoemd. Waarom staat dan die samenwerking met scholen hoe we dat gaan doen in ieder geval kort niet in genoemd? Jammer. Gemiste kans, denk ik dan. Maar los daarvan, de Regiovisie is wat ons betreft, heb ik eerder al gezegd … Heeft weinig visie. Daarnaast zijn er zorgen met betrekking tot het strategisch partnerschap nog steeds bij ons. Hebben wij niet een duidelijk beeld hoe het college dit gaat oplossen, of welke mogelijkheden er zijn. Wat wij wel mooi vinden, is natuurlijk de dialooggerichte richting. Alleen op het moment dat we hier straks ja tegen zeggen, geven we alles uit handen en weten wij eigenlijk niet welke kant het opgaat of kan gaan. Daar passen wij voor. Daarnaast, wat ik net al noemde, de vaktherapie heeft geen plek hierin.

Terwijl in de Jeugdwet duidelijk staat dat zij daar ook een plek hebben. Waarom is de wethouder, of houdt de wethouder haar hart vast om dit onder strategische partners te brengen, terwijl vanuit de vaktherapie meerdere redenen aangegeven zijn dat het een slecht idee is? Ook in de wet het gewaarborgd is en zij volwaardig als hulpverleners zijn. Dus dat zou de SP graag willen weten. Ik wil straks, ik weet niet of dat straks nog kan, op de bezwaren terugkomen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Smit, OPHaarlem.

41

De heer Smit: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Er komt in 2022 en 2023 twintig miljoen extra van het Rijk binnen voor de jeugdzorg. Bij de versterkers kunnen we zien hoe we daar een flink deel meteen weer van afromen. Financiële problemen hebben we met betrekking tot een verbetertraject in de jeugdzorg dus niet. De trein dendert, mevrouw Özogul zei het heel goed, door. Mijnheer IJsbrandy gaf een perfecte analyse. Mevrouw Stroo waardeer ik ook voor haar analyse. Vervolgens zijn er tientallen, misschien wel onderhand meer dan honderd vragen gesteld. Tot nu toe hebben we op de meeste vragen nauwelijks antwoord gekregen en wordt er buiten ons om wat gedaan. Dus ik heb weinig illusie dat nou die vragen zo transparant straks op tafel liggen dat wij zien wat er mee gebeurt en wat de uitkomst is. OPHaarlem kan de Haarlemmers en de medewerkers en cliënten in de jeugdzorg en in de wijk en in de sociale basis eigenlijk niet meer recht in de ogen kijken als wij als OPHaarlem alleen maar tegensputteren zonder een zeer duidelijk signaal van onvrede af te geven tegen deze, wat wij vinden, aanbestedingsonzin. Die uiteindelijk alleen maar schade aanricht en geen enkele meerwaarde heeft. Die structuren ondermijnt. Alles gaat uiteindelijk over de schutting.

Als uw college het preselectiedocument vaststelt op 12 oktober, onze raad in een schertsvertoning op 14 oktober een plakwerk Regiovisie mag vaststellen die aan legitimering van het preselectiedocument suggereert, dan zullen wij rond die tijd, dan hebben we nog even te maken met de status van het preselectiedocument, maar een motie van afkeuring overwegen. Een duidelijk signaal naar de Haarlemmers om aan te geven dat de uitverkoop van opgebouwde kwaliteit en structuren door OPHaarlem onacceptabel wordt bevonden. In die kantlijn constateren wij samen met de SP dat het wegdrukken van de vaktherapie gewoon doorgaat, nu al een aantal jaren lang, wat we ook proberen. Wethouder, mijn complimenten voor uw standvastigheid, uw betonnen gedrag hierin en uw nul verandering. Of u moet ons uitleggen wat de verandering is geweest. Wat dat betreft, de 023 is niet representatief voor de vaktherapeuten. In die zin is er ook niet een positieve reactie van de vaktherapeuten gekomen. Is er ook in feite geen dialoog. Krijgen ze op 4 oktober weer nieuwe informatie, maar geen dialoog. OPHaarlem is zeer teleurgesteld. Je kunt beter, vinden wij, ten hele keren dan ten hele dwalen, om een spreekwoord maar ietwat te gebruiken. Wij hebben ook gezien dat je in Friesland weldegelijk een aanbestedingstraject kunt stopzetten.

Met alle opmerkingen die er ook gemaakt zijn van, goh, we kunnen eigenlijk niet meer verder, we kunnen niet meer stoppen, want we zijn al zover. Zes andere gemeenten hebben al of gaan ja zeggen. Om weer aan te geven dat je tegenwoordig als gemeenteraad op allerlei manieren en op allerlei thema’s buitenspel wordt gezet. Stoppen kan. Werken aan het verder kwalitatief verbeteren van de bestaande structuur in Haarlem. Het verder efficiënt maken van de bestaande structuur. Het inbrengen van de ambities die we hebben, of het nou gaat over de scheidingen of talloze andere thema’s, kan ook in de bestaande structuur, kan ook met waardering voor de medewerkers die nu dit allemaal neerzetten en die eigenlijk straks weer een speelbal zijn van een aannemer, anders mag ik hem niet. Overigens, in de stad wordt de naam van Inclusio regelmatig, wat heet frequent al genoemd. Dat valt mij op en dat bereikt mij. Kortom, diep teleurgesteld zijn wij. Wij betreuren de gang van zaken en kunnen hem zelf niet meer stopzetten, maar laten het signaal naar de Haarlemmers wel horen. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Dank u wel, voorzitter. Ik was al een hele tijd in verwarring over uw bijdrage. Ik denk, gaat dit nou over jeugd of gaat dit nou over de sociale basis? Er zit natuurlijk een verbinding, aan de voorkant, in het voorveld.

Maar ik neem aan dat u het over de sociale basis heeft. Of heeft u het over de aanbesteding van jeugdzorg? De heer Smit: Ik heb het over … Zoals er gezegd werd, er zijn op dit moment verschillende stadia van ontwikkeling in trajecten. Ik heb het over het geheel. Dat mag sociale basis zijn. Dat mag de wijk zijn. Dat mag de jeugdzorg zijn. Ik vind dat wij de relatie met die organisaties als gemeente, moeten we als raad ook willen,

42

een-op-een behouden en een-op-een werken met efficiëntieslagen, met kwaliteitsslagen aan de verdere versterking van de bestaande structuur in de stad. De voorzitter: Mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes: Even voor mijn duidelijkheid. Wat mij betreft is het allemaal hetzelfde. Het is de verwerving van jeugd. De jeugdhulp is een regionale aanbesteding. Ik zie dat echt wel als iets heel wezenlijk anders en ook veel minder lokaal gericht dan de sociale basis waar u … Ik geef u gelijk hoor. Ik vind dat er te weinig aandacht is voor de lokale partijen bij de aanbesteding. Maar dat gaat dan wel over de sociale basis. Ik vind dat een wezenlijk ander onderwerp dan deze verwervingsstrategie in deze aanbestedingsronde waar we het nu over hebben, namelijk over jeugd. Dus alleen voor mijn eigenlijk duidelijkheid. U komt straks met een motie van afkeuring, overweegt u, als wij deze verwervingsstrategie of in ieder geval deze Regiovisie gaan vaststellen, of geldt dat voor de sociale basis? De heer Smit: Ik zou zeggen, daar hebben wij nog dialoog intern over, in ieder geval voor de sociale basis. Wij zullen het hele traject en het hele dossier hierop beoordelen.

Maar wij vinden dat we niet meer kunnen stoppen met alleen maar tegensputteren en toch weer een aantal, zoals u dat ook met zijn allen doet, minithema’s benoemen die extra aandacht behoeven en extra toelichting behoeven en in de dialoogfase meegenomen moeten worden. OPHaarlem heeft niet de illusie dat we dan weten wat er in de dialoogfase wordt besproken, want gespreksverslagen krijgen we nu ook niet. Dus die zullen we straks ook wel niet krijgen. Wij zullen proberen in de pragmatiek te komen tot een constatering dat wij dit traject niet kunnen ondersteunen en het ook zeer slecht vinden voor de stad. Dat is de Regiovisie, met de regionale aanbesteding. Dat is sociaal domein. Dat is in de wijk. Op een gegeven moment moet je een keer zeggen, het is voor ons … Wij zijn trouwens in een heleboel dingen gewoon nooit meegegaan, ook niet in het verslechteren van rechtsposities van medewerkers over een paar jaar. Hebben we ook niet gewild. Dus wij kunnen als OPHaarlem zeggen op een gegeven moment, het is voor ons te ver gegaan. Dit is niet goed voor de toekomst van de brede zorg, jeugdzorg in Haarlem. De voorzitter: Mevrouw Klazes, laatste keer. Mevrouw Klazes: Sorry, ik probeer het nog een keer. U graag straks een motie van afkeuring indienen waar uw argument is, wij vinden dat de lokale partijen te weinig gehoord worden in deze aanbestedingsperiode.

Dan gaat u een motie van afkeuring indienen op dit document. Want daar hebben we het nu over, op die Regiovisie Jeugd. Klopt dat? Heb ik het dan goed samengevat? De heer Smit: Nee, dat is niet alleen de Regiovisie Jeugd. Mevrouw Klazes: ‘…’ volgens mij hebben we het … Want ik wil het gewoon echt even duidelijk krijgen. We hebben aan de ene kant die … Dat loopt allemaal naast elkaar. Sociale basis. Gewoon in de Wijk. Aan de andere kant hebben we die Regiovisie Jeugd. Dat zijn, wat mij betreft, ik denk misschien wel voor de meerderheid zoals we hier zitten, echt twee gescheiden trajecten. Ook al hobbelen ze gelijk op en kampen ze met dezelfde problemen, deels, het zijn wel twee gescheiden trajecten. Dus als u nu een motie van afkeuring … De heer Smit: Dat beaam ik. Ik beaam dat het … Natuurlijk zijn het gescheiden trajecten. Het gaat erom dat wij moeten proberen als OPHaarlem om hier een stop op te zetten.

43

Mevrouw Klazes: Waarop? De heer Smit: Op de regionale aanbesteding en op lokale aanbesteding. Wij willen uiteindelijk geen aanbestedingsprocedure, omdat wij aanbesteden niet de oplossing vinden voor de toekomstige behandeling, op de toekomstige ondersteuning van de Haarlemmers. De voorzitter: De heer Smit, u heeft uw punt gemaakt. U gaat nu in herhaling vallen. Dat is zonde van uw tijd een beetje. Want u heeft ook nog een interruptie van de heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Dank u wel, voorzitter. Het indienen van een motie van afkeuring, dat is natuurlijk niet iets wat lichtzinnig gedaan wordt, zeker ook niet door de OPH. Maar mijn vraag is dan toch om maar duidelijk te kunnen maken en ook gewoon mijn fractie uit te kunnen leggen wat er voorligt, die motie van afkeuring, is dat er eentje … Dat zit normaal op beleid. Dus is dat er eentje op het beleid en dan richting een specifieke wethouder of het college als geheel? Dus kunt u nader toelichten waar die afkeuring precies op zit, zodat we het allemaal begrijpen? De heer Smit: Ik heb gezegd en geschreven dat wij een motie van afkeuring zullen overwegen. Dat betekent dat wij daar intern over praten. Als wij besluiten hem in te dienen, hem ook vormgeven. Op dit moment ga ik niet verder dan die constatering. Maar ik ben het met u eens. U kent OPHaarlem.

U weet dat wij nooit lichtzinnig omgaan met onze positie en ook altijd door blijven discussiëren, maar hier zien wij een traject waarbij we het gevoel hebben dat de raad ook nauwelijks serieus genomen is. Het proces nu. Op 12 oktober vaststellen van het preselectiedocument. Op 14 oktober het besluit in de raad. Op 15 oktober de deur uit. Wij zitten hier echt alleen maar voor het Nederlandse woord Piet Snot. Neemt niet weg dat er bij alle vragen die gesteld zijn wel stukjes antwoorden kunnen komen, aan het eind van de rit ergens in ’22 misschien weer terug kunnen vinden dat een aantal dingen best wel aardig opgepakt zijn, inhoudelijk. Maar we zitten hier uiteindelijk, vind ik, voor Piet Snot. Die situatie vindt OPHaarlem onverteerbaar. Dat maakt dat we dit standpunt op dit moment … De voorzitter: Dit gaat allemaal veel te lang duren. De heer Van Kessel nog eventjes. De heer Van Kessel: Het was wel een lang antwoord, maar geen antwoord op de vraag. Dat is, als u uw afkeuring gaat geven, doet u dat dan op het beleid, dan bijvoorbeeld ten aanzien van de visie? Want dan bent u eigenlijk de regio een motie van afkeuring aan het geven. Doet u dat op het optreden of specifiek op het gebied van jeugd? Dan hebben we hier de wethouder jeugd zitten. Gaat het over de sociale basis? Want daar heb ik u over horen zeggen. Dan is het de wethouder maatschappelijke ondersteuning.

Die heeft dan de derde op haar conto staan voor deze vergadering. De voorzitter: Houd hem kort, want het is min of meer herhaling van uw zelfde verhaal. De heer Van Kessel: Het is inderdaad dezelfde vraag, maar graag een antwoord. De voorzitter: Ik snap dat hij niet duidelijk heeft geantwoord. De heer Smit: Mijnheer Van Kessel, daar gaat OPHaarlem zich over beraden. De heer Van Kessel: Dat antwoord had ik verwacht dan. De voorzitter: De heer Sepers, PvdA.

44

De heer Sepers: Mijnheer Smit, mag ik u een vraag stellen? U zegt, de raad zit er voor Piet Snot bij. Geldt dat voor u ook als wij als raad zeggen dat we op drie toekomstige momenten in dit proces beslissingsmacht willen hebben? Want dan bent u toch volledig in control? De heer Smit: Ik zou het willen, mijnheer Sepers, dat ik dat kon denken. De heer Sepers: Ik heb dat gevraagd aan de wethouder. De heer Smit: Ik snap uw ambitie op dit punt, beter iets dan niets. Maar in het hele traject van de dialoog kunt u volgens mij niet geloven nu dat u daar werkelijk naast staat, mee luistert, mee kunt sturen. U heeft nog geen millimeter mee kunnen sturen. Een paar dingetjes. Hulde voor een paar verfijningen, ook met name door mevrouw Klazes geëntameerd. Ja, er zijn een paar dingen gebeurd, maar in de essentie staan wij aan de rand. Dat je dan probeert iets binnen te halen, dat gun ik eenieder, maar of dat nou echt onvoldoende is? Wij beraden ons de komende weken in de raad. De voorzitter: Ik wil de discussie nu even afkappen. Want ook de PvdA heeft nog maar drie minuten. Dus ook daar even een waarschuwing alvast voor uzelf. Want u denk dat u wel meer te vertellen zo meteen. Ook de heer Smit heeft ongeveer nog drie minuten. Ik wil nu eigenlijk gewoon naar de wethouder gaan. Die heeft volgens mij nog heel wat te vertellen ook. Dus wethouder Botter, gaat uw gang.

Wethouder Botter: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Dank u wel, leden van de commissie met uw vragen. Dat laatste debatje riep toch wel wat bij mij op hoor, in de zin van … Dat laatste debatje riep toch wel wat bij me op. Ik ben volgens mij namens de hele gemeenteraad aangesteld om lid te zijn van uw dagelijks bestuur. Ik doe mijn stinkende best om de zaken zo goed en zo kwaad mogelijk als dat bij zo’n ingewikkeld dossier de jeugdhulp gaat tot uitvoering te brengen. Ook naar u te luisteren. Ook te zorgen dat we de inbreng van Haarlem regionaal zo goed mogelijk gestalte kunnen geven. Maar ook ervoor kunnen zorgen dat, daar gaat het om, de jeugd van Haarlem de zorg krijgt die ze verdient. Volgens mij luister ik heel erg aandachtig naar u. Af en toe hebben we een verschil van mening, omdat ik aanvankelijk dacht dat het beter was om ervoor te zorgen dat je met samenwerkingsverbanden ging werken die integrale verantwoordelijkheid gaf. Maar ik heb heel goed naar u geluisterd. Ik heb dat ook ingebracht in de regio. We hebben de enkelvoudige hulp, dus niet alleen maar de vrijgevestigden, maar echt de hele integrale enkelvoudige hulp ondergebracht in een apart perceel. We hebben de meervoudige problematiek. Dat geeft zo meteen best wel nog een aantal dingen, waar ook GroenLinks wat vragen over heeft gesteld en ook D66. Daar kom ik zo meteen op.

Maar ik hoop dat u zich toch realiseert dat ik niet het gevoel wil geven dat u hier voor Piet Snot zit. Want als dat zo zou zijn, als die motie van afkeuring over het beleid en het gevoerde beleid wat ik de afgelopen maanden, jaren heb gevoerd op jeugd, als dat uw idee is, dan zou ik dat heel erg erg vinden. Ik begrijp het ook gewoon niet goed. Ik vind dat u heel lichtzinnig praat nu over uw motie van afkeuring, terwijl u mijn hele reactie nog niet eens heeft gehoord, noch die van wethouder Meijs. Dus om hier als een soort spook of een geest boven de tafel die motie van afkeuring te laten hangen, nog voordat ik het antwoord heb gegeven, vind ik niet kies. Dat wil ik heel graag toch even melden, want zo gaan we niet met elkaar om in deze raad. Nou kunt u na afloop weer naar mij toe komen, buiten de camera’s die aanstaan, om te zeggen dat u het zo niet bedoeld heeft, want dat is op dit moment een soort vast patroon aan het worden, maar ik houd daar niet van. Dat is niet de politiek die ik voorstel. De voorzitter: De heer Smit, u mag kort reageren.

45

De heer Smit: Is het een vast patroon dat ik zeg, ik heb het niet zo bedoeld? Zo ben ik niet, mijnheer de wethouder. Zo kunt u mij niet betitelen. Wethouder Botter: Dus nu lieg ik ook niet? De voorzitter: Ik denk dat we … Wacht even, mijnheer Smit. Moment. Ik heb al geen zin in deze discussie, want ik ben er geen getuige van geweest en ik denk dat het een welles-nietes-spelletje gaat worden. Dus laten we dit even rusten. Gaat u even reageren op het voorgaande. De heer Smit: Ik vind het zelf … OPHaarlem vindt het zelf niet correct, overigens dat is al eerder geconstateerd, dat je het preselectiedocument in het college vaststelt. Een regionale, een Regiovisie vaststelt en die in feite als de legitimering van het preselectiedocument laat gelden en een dag later het in de markt zet. Wij vinden dat niet kunnen. Het principe, dat mijnheer de wethouder, daar blijven wij elkaars tegenstander in, met alle respect, maar is dat wij het traject van aanbesteding vanaf het begin niet hebben zien zitten en nu nog steeds niet zien zitten. Het gevoel hebben dat het tot steeds meer schade gaat leiden voor uw cliënten, voor medewerkers en voor de stad. Dat u probeert ons uit te leggen dat de aanbesteding met een ‘…’ model … De voorzitter: De heer Smit, want u bent weer aan het herhalen … De heer Smit: Ik wacht nog even voorzitter. Dat is heel belangrijk.

De voorzitter: Wat u al tien keer gezegd heeft. Dat is eigen tijd. De heer Smit: Dat een aanbesteding met een dialoogfase voor u het middel is om te komen tot, wij vinden van niet. Dat is alleen maar uw mening en mijn mening. De vraag is alleen, hoever moet OPHaarlem kunnen gaan om aan te geven aan de Haarlemmers dat het voor ons … De weg die we ingaan echt een heilloze weg is. U mag het andere vinden. Uiteraard. De voorzitter: Wethouder Botter, gaat u verder. Wethouder Botter: Goed, ik ga beginnen met het beantwoorden van de vraag die mijnheer IJsbrandy heeft gesteld. Het gaat erover dat hij vindt het jammer dat wij niet het stuk wat hij heeft geschreven meer omarmd hebben in het stuk. Daar zaten weldegelijk een aantal hele interessante zaken in, die we ook zullen meenemen in de preselectiefase en ook in de dialoogfase. Maar om nu om te schakelen naar het systeem zoals u dat beschrijft, dat is inderdaad niet meer mogelijk. Daar hebben we geen tijd meer voor. Daar verschillen wij dus ook van mening. U zegt, het kan gewoon wel doorgaan, want er verandert helemaal niks. Maar 15 oktober is gewoon een deadline. Als we die niet halen met het publiceren van een preselectiedocument, dan moeten we doorgaan met bestaande contracten, alleen niet onder dezelfde condities. Dan moeten we aan elke partner, alle tweehonderd partners, gaan vragen of ze bereid zijn om te verlengen.

Dat zal niet gebeuren zonder een contractwijziging op het terrein van de financiën. Dus wij hebben op alle terreinen straks dan helemaal het nakijken. Dat heeft alles te maken met het hele proces wat we met elkaar zijn ingegaan, waarbij we geprobeerd hebben, naar mijn idee, te luisteren naar elkaar. Ook te zorgen dat we een aantal dingen hebben meegenomen. Het is gewoon wettelijk niet meer mogelijk om daarin te gaan schuiven. De voorzitter: De heer IJsbrandy, Hart voor Haarlem, gaat uw gang.

46

De heer IJsbrandy: Dat dat wettelijk allemaal niet kan, dat wordt wel altijd heel makkelijk geroepen. Kijk, natuurlijk kan het consequenties hebben, maar het gaat over 1,4 miljard. 1,4 miljard euro gaan we de komende 4 jaar in dit traject uitgeven. Dat kan toch niet anders dan naar de grootst mogelijke zorgvuldigheid? Dan laat je niet het … We hebben ooit een deadline verzonnen van 15 oktober. Van, o, die komt dichterbij. O, die moeten we springen. Dat is toch waanzin? Wethouder Botter: Zoals u het schetst, zou het waanzin zijn. Maar we hebben besloten om niet meer een contract aan te gaan voor negen jaar. We hebben besloten om het maximaal drie jaar te doen, met eventuele verlengingsmogelijkheden. Dus dat is een heel ander verhaal. Wij proberen daarbij natuurlijk ook niet alles uit handen te geven. Dat was een andere suggestie die u had van, we laten aan de markt over wat er gebeurt en we zijn straks alle sturingsmogelijkheden kwijt. De dialooggerichte fase is er juist op gericht dat je dat met zijn tweeën doet. Dus dat je dat met de aanbieders doet, samen met de overheid. Dat je op basis van de data die er liggen met elkaar de afspraken maakt van, welke zorg is er nodig, hoe gaan we dat inrichten en hoe gaan we daarmee om? Dus ik begrijp gewoon een aantal van de punten die u genoemd heeft niet helemaal.

Plus het feit van dat er een verschil zit waarschijnlijk toch in de opvatting van hoe je deze markt moet benaderen. Daar zit ik natuurlijk ook in. Aan de ene kant zijn er mensen in uw raad, die zijn heel erg voor het marktdenken. Aan de andere kant zijn er mensen die eigenlijk het liefst het op basis van subsidie willen hebben en dat je het niet aanbesteed. Daartussen moet ik manoeuvreren. Daartussen moet ik een keuze maken, samen met de regio, hoe je dat het beste vorm kunt geven. Het is dan ook niet een wens van mij of een verschil van mening van mij met uw raad. Het betekent gewoon dat er … We hebben ons gecommitteerd, dat is een wettelijke verplichting ook van de Rijksoverheid, om in jeugdzorgregio’s dit samen te doen. Om ervoor te zorgen dat de administratieve lasten zo beperkt mogelijk blijven, hebben we zelfs twee jeugdzorgregio’s samengevoegd om dit hele proces te doen. Volgens mij is dat alleen maar winst voor iedereen. Want we hebben capaciteit vanuit nu zeven gemeenten die met elkaar samenwerken om dit tot een goed einde te maken. We hebben zeven gemeenteraden die over onze schouders meekijken, aan wie we verantwoording moeten afleggen. We hebben zeven wethouders die met elkaar de expertise beschikbaar stellen om te kijken van hoe we dit proces zo goed mogelijk kunnen laten lopen.

Volgens mij zijn we in deze situatie eigenlijk alleen maar winnaar en is het zo dat er ook qua checks and balances onderling, dat er heel goed naar elkaar wordt gekeken. Op het moment dat de ene wat inbrengt, dan wordt er gezegd van, is dat nou wel handig? Moet je dat wel of niet doen? Ja, we huren ook externe expertise in van deskundigen, van mensen die natuurlijk zelf in het verleden betrokken zijn geweest bij het aansturen van instellingen die nu met pensioen zijn. We maken gebruik van de faciliteiten die door de VNG en VWS worden geboden. We spreken met de Jeugdautoriteit. We zijn er echt zo langzamerhand toch wel van overtuigd geraakt dat dit een systeem is wat recht doet aan de wensen van de aanbieders, zeker sinds we die twee percelen hebben opgeknipt. Inmiddels bent u de enige gemeenteraad, ik zeg het toch maar, dat is niet om u onder druk te zetten, maar gewoon om u een spiegel voor te houden … U bent tot nu toe de enige gemeenteraad die het nog niet heeft vastgesteld. Dat is helemaal niet erg. Het is goed dat we er dialoog en discussies over hebben met elkaar. Maar als je samenwerkt, is het wel zo dat je op een gegeven moment ook samen thuis moet komen. De voorzitter: Wethouder, ik wil even … De heer IJsbrandy staat al een hele tijd met een interruptie. Gaat uw gang.

De heer IJsbrandy: Dat deze gemeenteraad tegenstribbelt beschouw ik dan maar als een compliment voor de gemeenteraad. Dat we samenwerken, is ook nergens bestreden dat we niet zouden moeten samenwerken. Dus dat is alleen maar goed, omdat er allemaal zaken zijn waar een bepaald schaalvoordeel natuurlijk grote voordelen biedt. Dus daar geen enkel bezwaar tegen. Alleen, dat dat met zijn zevenen is, goed, dat lokt het

47

spreekwoord uit, dat we dan ook niet in zeven sloten tegelijk moeten lopen. Want natuurlijk zullen alle gemeentes dezelfde problemen ervaren, die we natuurlijk ook als zorgen hier gedeponeerd hebben in de zin van, hoe houden we regie? Hoe hebben we een onafhankelijke bewaking van instroom? Hoe zorgen we dat er ook uitstroom plaatsvindt? Dat blijkt ook uit de rapporten, is de belangrijkste kostendrijver ook van onder andere de jeugdzorg. Hoe zorgen we dat we data houden, dat we gewoon dataeigenaarschap houden? Dat is een zwaar onderschat probleem. We gaan naar een totaal datagestuurde samenleving toe. Degene die de data heeft, is gewoon de baas. Dus het gaat er niet om, wie betaalt is de baas. Nee, wie de data heeft, is de baas. Als wij die data niet hebben, omdat die data van die gezinnen en van die personen, die mogen we straks niet eens meer hebben, want dat is allemaal een AVG. Dus we weten echt niks meer van onze bevolking af van wie waar welke problemen heeft, in welke wijk et cetera. Dus hoe wilt u daarop gaan sturen? Dat kan helemaal niet meer. De voorzitter: Mijnheer IJsbrandy, ik onderbreek u even, want u loopt al onder de twee minuten en het is allemaal eigenlijk herhaling van wat u natuurlijk al gezegd heeft. U wilt het natuurlijk nog een keer benadrukken. Dat snap ik ook wel. Maar het is een beetje zonde van de tijd misschien.

Dus ik noem het maar even, maar u mag doorgaan als u wilt nog hoor. De heer IJsbrandy: Nee, het was een noodzakelijke herhaling op dat hele datavraagstuk, waar ik ook nog geen antwoord gehoord heb. De voorzitter: De heer Sepers. De heer Sepers: Ik hoor de wethouder tussen neus en lippen door zeggen dat 15 oktober een fatale datum is voor het preselectiedocument. Dat gaat er bij mij nou niet in, want ik zou juist zo graag zien dat wij in onze vergadering van 30 oktober dat preselectiedocument zouden bespreken en dat u er daarna mee aan de slag kan. Dus kunt u even uitleggen waarom dat een fatale datum is. Wat er misgaat als u die niet haalt. Wethouder Botter: Kijk, wat er misgaat, is dat je dan de termijnen die gesteld zijn in zo’n heel traject en zo’n wettelijk aanbestedingstraject gewoon heel erg lastig zijn, hoe heet het, waar te maken. Kijk, ik heb daar wel een escape voor hoor. Want ik kan mij heel erg goed voorstellen … Kijk, het preselectiedocument is eigenlijk hetzelfde of een uitvloeisel van de verwervingsstrategie. Dus daar zult u heel erg weinig andere dingen in aantreffen. Dat is namelijk de eerste keer dat we met de veldpartijen gaan praten over die verwervingsstrategie. Dan heet het het preselectiedocument.

Maar ik wil u heel graag straks in de gelegenheid stellen om … Want er werd door twee partijen, volgens mij, tussen neus en lippen, ook even gezegd van, de verwervingsstrategie is al vastgesteld. Maar in het document staat heel nadrukkelijk dat onder voorbehoud van goedkeuring van de Regiovisie wordt het verwervingsdocument aangenomen. Dat zit in de besluiten die onder in het collegebesluit staan, bij de verwervingsstrategie. Ik kan me heel goed voorstellen dat u er behoefte aan heeft om een aantal punten gewoon mee te geven aan het college. Dat is ook inderdaad bij andere gemeenten gebeurd. Die hebben een soort addendum gemaakt. Dat kan zijn in de vorm van een motie of een vorm van een aandachtspuntenlijstje. Waarbij u aangeeft van, als je nou straks die verwervingsstrategie ingaat met de dialoogfase, dan hechten wij er wel heel veel waarde aan dat daar en daar en daar en daar en daar allemaal ook nog nadruk op wordt gelegd. Dat zijn natuurlijk een aantal dingen die u al heeft genoemd. Dan kan het gaan over kwaliteit. Dan kan het gaan over effectiviteit. Dan kan het gaan over toegang. Maar weet dan ook dat er nu keihard al mensen bezig zijn, van onze verschillende gemeenten, in werkgroepen, om de criteria op te stellen voor effectiviteit en doelmatigheid, criteria op te stellen voor de toegang, hoe dat geregeld moet worden.

Dat wordt straks min of meer samengevat in een document. Dat heet een gespreksleidraad. Dat is dan de gespreksleidraad die wij als gemeenten gaan hanteren om het gesprek in te

48

gaan met de aanbieders. Zodat in ieder geval ook een aantal dingen die u nu heeft genoemd daarin sowieso wordt meegenomen. Want die hebben wij ook. Wij vinden het ook heel erg belangrijk dat er gesproken wordt over goede in- en uitstroom. Wij vinden het ook dat het belangrijk is om een aantal hele specifieke thema’s rondom cliënten, burgerparticipatie mee te nemen in het traject. Dat zijn ook essentiële voorwaarden. Dat zit ook in de norm voor een opdrachtgeverschap en ook in de verwervingsstrategie. Dus ik hoop gewoon dat ik u vanavond enigszins kan overtuigen van het feit dat we echt heel erg goed naar u luisteren. Ik heb echt alles meegeschreven als het gaat over de punten die u heeft genoemd. Maar over sommige dingen zullen we het niet eens worden. Dat is bijvoorbeeld bij de vaktherapie. Daar worden we het gewoon nu niet over eens. Maar wat niet is, kan nog komen. Ik wil u ook nog iets anders meegeven. Ik weet niet of u al in de gelegenheid bent geweest om het filmpje te bekijken van de hoofddirecteur van de VNG, Leonard Geluk. Die heeft op LinkedIn zijn bespiegelingen gegeven van hoe de komende zes jaar de jeugdhulp zich gaat ontwikkelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12269764/1