Transcript commissie Samenleving 30 september 2021
Tekst van het document
Want we zijn natuurlijk alweer twee uur onderweg en dan gaan we – waar is Sander? – dan gaan we 23:00 uur niet halen deze keer. Maar dat weet u alvast, maar het was natuurlijk niet allemaal veel, maar bij deze. Oké, we gaan door. We waren bezig met de afronding. Ik weet niet of er nog … Mijnheer Oomkes, PvdA. De heer Oomkes: Dank u wel, voorzitter. Wethouder Botter, we komen aan lang niet alles toe in het kader van bijvoorbeeld de bespreking van het SHO. Er is een enorme lijst uitgedeeld waarin staat welke school wanneer en voor welk bedrag wordt aangepakt. Het gaat nu te ver om op details in te gaan, maar hebben wij een mogelijkheid om bijvoorbeeld schriftelijke vragen te stellen aan u en te zeggen ‘licht dat nou eens wat breder toe dan hier in één klein kadertje gedaan is’? De voorzitter: Oké. Wethouder Botter. Wethouder Botter: Ja, dat wil ik met alle plezier doen. Ik weet alleen niet wanneer u dat wil hebben, want we hebben het natuurlijk best wel nog druk. Ik ben ook weer bang dat als ik dat naar u toe stuur, dat u er dan ook weer over wil praten. Maar zullen we beginnen met dat ik een korte toelichting geef per school om te kijken wat we voor u kunnen betekenen? Oké.
18
De heer Oomkes: Dank u wel. Wethouder Botter: Dan moet ik ook nog naar Jouw Haarlem, die heeft al twee keer de vraag gesteld en ik heb dat helemaal niet beantwoord, per abuis. Dat ging over de vraag of er dubbelingen in zitten, tussen wat de schoolbesturen en wat wij doen. In principe niet, want dat zijn wettelijke taken, maar er wordt natuurlijk wel eens wat geprobeerd. Dan probeer ik in ieder geval streng te zijn om in ieder geval heel helder voor ogen te krijgen: wat is nou hetgeen wat de gemeente moet betalen en wat moet het schoolbestuur? Ik hoor ook wel eens dat in de toekomst misschien andere varianten mogelijk zijn, dat de hele onderwijshuisvestingsproblematiek op een andere manier georganiseerd gaat worden, maar dat is dan in de toekomst geschreven. De voorzitter: Dank u wel. En de vraag van de heer Oomkes, een lijst van de scholen. Met? Wethouder Botter: Hij wil twee of drie regels erbij hebben, bij het overzicht wat er nu staat, per school: waarom we nu precies die school gaan aanpakken en hoe het zich verhoudt tot de plek waar ze staan. De voorzitter: En wanneer gaat u dat sturen, denkt u? Wethouder Botter: Ja, tussen nu en twee maanden. Ik zeg net: we hebben beperkte capaciteit op die afdeling. Dus ik moet even kijken. Dat is wel nog een uitzoekwerkje, maar we gaan ons best doen. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij is het voldoende besproken zo voorlopig.
De wethouder komt nog met hoe de prioriteiten zijn opgebouwd en de voortgangsrapportage binnenklimaat, als er wat natuurlijk te melden valt, dan komt de wethouder ook met een melding over hoe het binnenklimaat van een bepaalde school aangepast wordt. Oké, dank u wel. Wethouder Botter: De prioriteitenlijst komt dan gewoon in het eerstvolgende SHO wat in het begin volgend jaar beschikbaar komt. Want die moet ik maken, in samenhang natuurlijk ook met de schoolbesturen. Maar voor die tijd heeft u in ieder geval die lijst gehad. De voorzitter: Oké, dank u wel. 9.
Voortgang Levvel5 (JB) De voorzitter: Dan gaan wij verder, het gaat niet naar de raad, dus wij gaan door naar het volgende punt. Dat is agendapunt 9, de voortgang van Levvel5. Ik moet even mijn scherm goed zetten. Ja. Deze ter kennisnamestukken zijn ter bespreking geagendeerd op verzoek van Hart voor Haarlem, door mevrouw Zoon. Daarom geef ik eerst het woord aan mevrouw Zoon, gaat uw gang. Mevrouw Zoon: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Sorry, ik wil nog heel even één … Er staan volgens mij ook geheime bijlagen bij dit stuk, hè? Dus hou er rekening mee dat u niet dingen zegt die niet gezegd hadden mogen worden. Indien u dat wel wil doen, dat moet natuurlijk in beslotenheid gaan, maar ik neem aan dat het ook zonder kan. Ja, gaat uw gang. Mevrouw Zoon: Dank u wel, voorzitter. Levvel5 verkeert in de financiële moeilijkheden. Het was een ter kennisnamestuk. Daar vond ik het te zwaar voor om het ter kennisname naar de raad te doen, want het moet ook nog door de raad en zeker omdat de raad ook mee moet helpen om de continuïteit te waarborgen.
19
Daarbij was in mijn fractie meteen een aha-erlebnis vanuit Kenter, een welzijnsorganisatie die in financiële moeilijkheden zit en dat we dat met elkaar moeten helpen, dat is evident. Continuïteit moet er zijn, zeker voor deze kwetsbare kinderen met een licht verstandelijke beperking en die moeten we inderdaad helpen op deze manier. Maar het gaat wel een hoop geld kosten. In de hele regio, dertig gemeentes, moeten acht miljoen euro ophoesten. Haarlem levert een bijdrage van zo rond de vier ton om Levvel overeind te hebben en inderdaad de continuïteit te begeleiden. Het gaat met name om de belangrijke locatie in Driehuis. Zij zullen ergens anders heen moeten en zullen elders opgevangen moeten worden. Ik heb een paar vragen aan de wethouder. Hoe kan het dat door Levvel5 zo laat gemeld is dat er financiële problemen waren? Hoe heeft de wethouder op dit dossier gestuurd? Waarom heeft het moederbedrijf Levvel niet eerder ingegrepen? Wat heeft de wethouder met de kennis gedaan die hij in dossier Kenter heeft ondervonden en hoe overtuigt hij mij dat het scenario Hera het juiste scenario is? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Sepers, PvdA. De heer Sepers: Dank u wel, voorzitter. Voorgaande spreker meldt al: Kenter is net achter de rug – althans, dat hopen we – en het zoveelste financiële probleem.
Uiteindelijk is het prijskaartje bijna vier ton en ook wij vinden dat we uiteindelijk wel zullen moeten schokken, maar ik heb wel een paar vragen. Ook een beetje in lijn met wat mevrouw Zoon zegt: hoe kan het nou dat zo laat die financiële problematiek naar voren is gekomen? Die instelling heeft ook een Raad van Toezicht. Had die Raad van Toezicht niet eerder moeten ingrijpen en aan de bel moeten trekken? Hoe beoordeelt de wethouder in dit verband het optreden van de Raad van Toezicht? Want daar ben ik in ieder geval niet op voorhand heel positief over. Dan als oplossing wordt gezegd: het afstoten van verlieslatende activiteiten. Bedrijfseconomisch klinkt dat heel mooi, maar daarachter zitten cliëntjes. Wat verliezen we aan activiteiten, wat gebeurt er dan met die cliëntjes of cliënten die achter die verlieslatende activiteiten zitten? Want alleen maar het verplaatsen naar een andere instelling, neem ik aan, is niet voldoende om dat financiële probleem op te lossen. Dus daar graag uitvoerige reactie op, want het mag hoe dan ook niet koste gaan van de cliënten. Mijn vraag is ook, die 395.000, is dat inderdaad het maximum wat Haarlem kwijt zal zijn? Ten slotte iets over de geheimhouding van de stukken, er is weer een enorme lijst stukken waar we geheimhouding voor opgelegd krijgen.
Ik snap dat eigenlijk niet, want de instelling heeft het verziekt, die gaat naar de gemeenschap van burgers van Haarlem toe om extra geld op te leveren en dan zouden burgers van Haarlem geen inzicht mogen hebben in de cijfers van deze club. Dat gaat er bij mij vooralsnog niet in. En kunt u mij uitleggen welk risico er eigenlijk gelopen wordt wanneer die cijfers wel openbaar zijn? Want we hebben het toch niet over een concurrentiële markt? Dat zou de jeugdzorg nooit mogen zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Dank u wel, voorzitter. Er zijn al hele goede vragen gesteld, dus ik luister graag naar het antwoord van de wethouder. Maar ik was eigenlijk wel heel erg benieuwd naar het bestuurlijk overleg en dan met name de gemeenten Bloemendaal en Heemstede, want zij zijn nog niet bestuurlijk akkoord heb ik begrepen uit mijn technische vraag, dus ik ben wel benieuwd hoe dat overleg verloopt. Wat is dan de consequentie als zij niet akkoord gaan? Want we hebben bij mijn weten – als ik ook de antwoorden op mijn technische vragen mag geloven – geen alternatief op korte termijn voor bijvoorbeeld die locatie in Driehuis. Dus tot op zekere hoogte zul je ook wel moeten, want zoals de heer Sepers ook terecht zegt: er zitten cliëntjes achter, of cliënten achter en die moeten ergens hulp krijgen. Dus graag een reactie. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Booms, ChristenUnie.
20
Mevrouw Booms-van der Meer: Dank u, voorzitter. Het valt mij op dat ik eigenlijk niks lees over de oorzaken van de financiële problemen. Als ik even terugkijk, eerst was het Lijn5, en ik lees dat in 2017 ze 7,1 miljoen ontvangen hebben van de overheid om hun problemen op te lossen en voor herstructurering. Vervolgens is het overgegaan naar Levvel5, dat heb ik begrepen, dat weet ik niet precies, maar mijn vraag is wel: is er toen ook een grote som geld gegeven om die transitie te maken? Nu zitten ze dan bij Levvel en nu opnieuw zijn er financiële problemen. Dus ik vraag me wel een beetje af: wordt er nou wat gedaan aan de oorzaken van die financiële tekorten? Want we zien wel een heel mooi plan van aanpak, heel erg is dat gericht natuurlijk op zorgcontinuïteit voor de jongeren en het zorgen voor de medewerkers, maar ik zie eigenlijk nergens staan: dit is er misgegaan, dus dit moeten we nu anders doen. Dat zie ik niet terug, maar misschien kunt u er iets over vertellen. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Özogul, SP. Opnieuw inloggen. Is er nog iemand anders die het woord wil ondertussen? Dan wachten we even op mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul-Özen: Pardon. Heel kort dan. Ik lees dat in Driehuis een cliëntstop is.
Mocht dat uiteindelijk toch blijken dat dat volledig dicht moet, kunnen deze plekken opgevangen worden elders in de buurt? En inderdaad ook benieuwd naar Bloemendaal en Heemstede, want dat zou eind september bekend worden en daar zitten we nu. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de wethouder. Wethouder Botter. Wethouder Botter: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Het is kwalijk en toch ook tegelijkertijd stuitend dat we in een korte periode van twee jaar niet alleen te maken hebben gehad met Kenter/Parlan, maar nu ook met Levvel/Levvel5. Dat heeft allemaal wel andere oorzaken. Het is ook allemaal wel op een andere manier ontstaan. Bij Parlan ging het vooral over het mislopen van een aanbesteding in Noord-Holland Noord die zij niet hebben gekregen. Bij Kenter ging het vooral om dat wij een toch wel ingewikkelde tarifering hadden en die nogal, Midden- en Zuid-Kennemerland, waarbij de direct gebonden kosten voor de cliënt en de indirect gebonden kosten voor de cliënt verkeerd werden geadministreerd en dat daar een aantal andere zaken waren wat gewoon tegenviel binnen de bedrijfsvoering van Kenter en dat ze op een gegeven moment ook steun moesten hebben. Als het gaat over Levvel/Levvel5, dan moet je constateren dat daar in het recente verleden een partij is overgenomen die uiteindelijk minder florissant functioneerde dan dat de overnamepartner had gehoopt.
Dus dat is globaal hetgeen en als daar nog meer behoefte aan is om daar meer in de diepte op in te gaan, dan wil ik dat ook wel doen. Maar ik schets het, omdat het allemaal verschillende redenen zijn. Als je ook kijkt naar het Ministerie van VWS, die heeft een aantal centrumgemeenten aangewezen als accounthoudende gemeenten. Dus als je dan kijkt naar Parlan dan is dat – hoe heet het? – Heerhugowaard, als het gaat over Kenter dan is het Haarlem en als het gaat over Levvel/Levvel5 is dat Amsterdam. Amsterdam was dus accounthoudende gemeente voor deze organisatie en die is ook overvallen, want tijdens de accounthoudersgesprekken en dergelijke is men inderdaad heel erg laat geïnformeerd. Wij zitten dan ook nog eens een keertje achter Amsterdam, want wij zijn niet direct de accounthoudende gemeente. Wij kopen bij Levvel activiteiten in, plekken in voor onze jongeren, daar hebben we contracten mee. U kunt zich voorstellen dat niemand van die dertig gemeentes die hierbij betrokken is nou echt heel erg blij was. We hebben onder stoom en kokend water onder leiding van de wethouder van Amsterdam heel veel bestuurlijke overleggen gehad, soms wel ‘s ochtends om 08:00 uur en soms op vrijdagavond om 19:00 uur, juist om de vaart erin te houden en te kijken of je hierop nog iets kon redden. Nou ja, dat is dus dat herstelplan geworden wat ook voorligt.
Daar wordt ook naar gekeken en als het gaat over de cliënten, dan heeft eigenlijk de zorgcontinuïteit – zoals dat altijd speelt – geprevaleerd en daarom hebben we ook snel moeten ingrijpen. Niet alle dertig
21
gemeenten zaten aan tafel. Er zaten vooral de centrumgemeenten, Velsen namens Midden-Kennemerland, Haarlem – ik in dit geval – namens Zuid-Kennemerland en het is de bedoeling geweest van Amsterdam dat wij dat zouden verrekenen met onze partners in Zuid-Kennemerland, zijnde Zandvoort, Heemstede en Bloemendaal. Heemstede en Bloemendaal hebben allebei al aangegeven dat zij wel iets willen compenseren op het gebied van het in stand houden. Zowel Heemstede als Bloemendaal hebben de afgelopen jaren geen cliënten daar gehad en dat maakt dat zij nu wel zoiets hebben van: wij willen goede afspraken maken, het liefst voor de toekomst, dat als dit soort dingen zich vaker voordoet, dat we dan een soort verdeelsleutel hebben. Dat willen ze eigenlijk niet alleen met Zuid-Kennemerland, maar ook met Midden-Kennemerland. Ik heb in ieder geval geprobeerd duidelijk te maken in de gesprekken die ik, of in ieder geval ook de mailwisselingen die ik heb gehad, dat ik dat wel ingewikkeld vind voor deze casus, omdat wij eigenlijk doorlopend aan tafel hebben gezeten met Amsterdam om te kijken of we dat ook voor hun konden regelen. Want ook zij zijn erbij gebaat dat als er nu bijvoorbeeld een kind moet worden opgenomen, dat er ergens een plek is waar ondersteuning kan worden geboden.
Dus het klopt inderdaad, mevrouw Çimen, dat het nog niet helemaal rond is, maar het is ook niet zo dat de deur dichtgegooid is. We zijn met elkaar in gesprek en we zijn aan het kijken hoe dat gaat. Dan gaat het niet over wereldschokkende bedragen overigens, want het bedrag van vier ton wat wij betalen of zouden moeten betalen zou dan inclusief de 17.000 euro voor Bloemendaal zijn en de 19.000 voor Heemstede. Om een vergelijking te geven: Velsen is aangeslagen voor zeven ton en die moet dat weer regelen onderling met Beverwijk en Heemskerk. Dus dat zijn dingen die gewoon in het systeem vanuit het ministerie niet goed zijn geregeld. Ik kan me meteen ook voorstellen dat er iemand de vraag oproept: hoe zit dat nou dan bij Kenter? Bij Kenter waren toch ook allerlei partners en er waren contracten met andere gemeentes als Uithoorn en Volendam en zo? Waarom heb jij, wethouder, niet zo’n zelfde procedure gevolgd om dat terug te halen? Nou, daar is een simpel antwoord op: Midden- en ZuidKennemerland waren de enige gemeenten die die rare constructie hadden over cliënt- en niet-cliëntgebonden kosten. Dus de problematiek waarin Kenter verzeild was geraakt was de schuld van Midden- en ZuidKennemerland en niet van de andere contractpartners. Dus daarmee is ook de vergelijking tussen de twee casussen niet echt meer heel erg identiek.
Als het nou onverhoopt zo is dat die 395.000 euro hetgeen is waarvoor wij worden aangeslagen en niet er in Heemstede en Bloemendaal daaraan niet mee willen betalen, dan is dat het bedrag. Maar nogmaals, ik probeer dat dus naar beneden te krijgen, omdat ik daar alle reden toe vind en dat ik dat ook billijk vind en dat ik dat uit solidariteitsoverwegingen ook wenselijk vind. Is dit nou het geheel? Weet ik niet, we zijn discussies aan het voeren weer, want er schijnt in Noord-Holland Noord iets met tarieven te zijn en we hebben weer opnieuw bestuurlijk overleg. Maar vooralsnog ziet het er niet naar uit dat er wat bijkomt, maar ik sluit het gewoon echt niet uit. Ik weet het gewoon niet, ik weet het op dit moment niet. Ik weet wel dat op dit moment het ook niet heel erg goed gaat weer bij Kenter, dus daar heb ik volgende week weer een gesprek over. Maar wat daar speelt en hoe het er uitziet, maar ik vind vanuit mijn actieve informatieplicht dat ik dat wel hier nu met u moet delen, juist omdat we het er over hebben. Maar nogmaals, ik weet niet precies wat daar op dit moment speelt. In het verleden heb ik wel eens gehoord dat men een lening wil hebben van VWS waar wij misschien dan garant voor zouden moeten staan, maar of dat opnieuw nu weer aan de orde is weet ik echt niet, maar zodra ik het weet kom ik bij u terecht.
In die bestuurlijke overleggen heeft ook de Raad van Toezicht geparticipeerd in een aantal van die vergaderingen. Ik kan zeggen dat we daar ook wel ons ongenoegen hebben geuit, A. over het feit dat het zo laat bij ons is neergelegd en B. dat we wel hadden verwacht dat er een wat meer proactievere houding zou zijn geweest. Maar ook de Raad van Toezicht zegt dat zij overvallen is door het feit dat de partner die zij hebben overgenomen niet stevig genoeg was of in ieder geval niet zo stevig als dat zij hadden gehoopt. De voorzitter: Wethouder, u heeft een interruptie van de heer Smit, OPHaarlem. Dan gaan we eerst even naar de heer Sepers, PvdA.
22
De heer Sepers: U zegt: de Raad van Toezicht zelf, daar hebben wij als accounthouders ook ons ongenoegen over uitgesproken en zij waren zelf ook verrast. Daarvoor stellen we natuurlijk geen Raad van Toezicht vast of aan. Het is hun taak om primair de boel in de gaten te houden, dus gaat dat nog repercussies hebben bij eventuele herbenoeming van die Raad van Toezicht? Want ik vind het echt onacceptabel bij zo’n grote instelling, dat dat dus misloopt. Wethouder Botter: Bij Levvel ben ik geen accounthoudende gemeente, dat is Amsterdam. Dus ik heb mijn ongenoegen geuit als afnemer van diensten die Levvel geeft. Of dat consequenties heeft? Ik moet u zeggen: ik had een heel erg grote broek aangetrokken bij Kenter toen het ging over richting de Raad van Toezicht, maar het is in ons land zo geregeld dat het vele malen makkelijker is om een wethouder weg te sturen dan iemand van de Raad van Toezicht, laat ik u dat wel vertellen. Ook als wethouder ben je niet makkelijk in staat om een lid van de Raad van Toezicht weg te sturen. Over de herbenoeming en de vervolgende termijnen heb je al helemaal niks zeggen, maar het enige wat we kunnen doen is ons ongenoegen uiten. De voorzitter: De heer Sepers. De heer Sepers: Ik begrijp het, maar waar een wil is, is een weg.
U zou in ieder geval kunnen suggereren aan Amsterdam om aan die Raad van Toezicht te vragen om een soort zelfreflectie en zelfevaluatie op dit punt te gaan maken en die ter kennis te brengen van zowel de accounthoudende gemeenten als de betalende gemeentes. Want daar heb ik toch wel behoefte aan, want anders blijven die Raden van Toezicht … Wethouder Botter: Laat ik u vertellen, mijnheer voorzitter, dat ik het woord wanprestatie in de mond heb genomen richting mijn collega Kukenheim om dit over te brengen. De heer Sepers: Kunt u er iets mee doen? De voorzitter: Dat heeft de wethouder gezegd: hij heeft in ieder geval dat aangegeven en zijn ongenoegen geuit, denk ik. Ik denk dat het duidelijk is. De heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Dank u wel, voorzitter. Mijnheer de wethouder, weet u het of kunt u nagaan of er, met betrekking tot de overname, een due diligence is gedaan? Wethouder Botter: Ja, die is uitgevoerd. De heer Smit: Zou u wellicht uw deskundige mensen achter u kunnen vragen om die due diligence te analyseren in relatie tot de resultaten die er achteraf uitgekomen zijn? Want daar moet dan degene die hem opgemaakt heeft toch wellicht een aantal verkeerde slagen gemaakt hebben. Wethouder Botter: Ik begrijp heel goed uw vraag, maar er hebben heel veel financiële mensen, ook vanuit Amsterdam en ook onze controles, hebben daarnaar gekeken.
Het punt is dat op een gegeven moment je cijfers kunt interpreteren zoals je die ziet. In dit geval is er gewoon sprake dat er situaties ontstaan waar je gewoon nu je niet meer daar op dat due diligence-onderzoek kunt beroepen. Dus hoe vervelend dat ook is, want er is ook helemaal geen partner meer die het, dus het is gewoon heel erg vervelend. Ik begrijp uw vraag, maar dit is waar we mee te maken hebben gehad of waar we mee te maken hebben binnen de jeugdhulp. Daar moet gewoon een andere mores gaan heersen als het gaat over de manier zoals men ook dat samenspel doet met directie, de bestuurder en de Raad van Toezicht, want daar valt nog wel het een en ander te winnen. Maar daar kunnen we op dit moment … En ik denk dat de mensen die nu aan het stuur
23
zitten en aan het roer zitten, dat die goed bezig zijn. Er wordt orde op zaken gesteld, er wordt keihard gewerkt vanuit ook Amsterdam om te zorgen dat we alles, maar dan ook echt alles in beeld hebben en ook hoe de voortgang wordt gehanteerd van het verdiepingsrapport. Dus ja, ik kan wat dat betreft verder gewoon heel weinig daarover zeggen. Als het dan gaat over de kinderen, want daar zijn ook een paar opmerkingen over gemaakt, wij zullen, want dat is de allereerste doelstelling geweest: ervoor zorgen dat de kinderen die het betreft in ieder geval zorgcontinuïteit krijgen. Tegelijkertijd zie je ook dat Driehuis wordt omgevormd in een heel ander soort, een andere manier van werken. Dus veel meer in kleine units, waardoor ook de kosten worden gedrukt in plaats van de grote gebouwen die men had. Het gaat om in de regio zo om en nabij de zeventien kinderen en die moeten gewoon geholpen worden en die zullen ook geholpen worden. Desnoods gaan we kijken of dat in samenwerking met andere partijen kan. Volgens mij heb ik dan alles gehad. O ja, de geheimhouding. De geheimhouding is opgelegd door Amsterdam. Ik heb niet als parate kennis wanneer wij die geheimhouding gaan opheffen. Maar dat wil ik met alle plezier vragen aan college Kukenheim. Dan kom ik daarop bij u terug. De voorzitter: Dank u wel.
Was het zo duidelijk, commissie, of heeft u nog behoefte aan tweede termijn? Nee, of wel? Mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Een korte vraag, want dat houdt me toch een beetje bezig die Raad van Toezicht, dat verhaal. Misschien kan het helemaal niet, maar zou het niet een idee zijn om een vertegenwoordiger vanuit de colleges vanuit de regio in die Raad van Toezicht te zetten? Ik kan me voorstellen dat er dan wat scherper wordt opgelet. Maar misschien is dat onzin en kan het helemaal niet. Maar daar heeft u vast een goed antwoord op. Wethouder Botter: Kijk, wat wij met Kenter hebben gedaan en nog steeds doen, is dat wij de Jeugdzorgautoriteit ingeschakeld hebben. Zij beoordelen ook de voortgang bij Kenter. Zij overleggen met de bestuurder van Kenter en de twee wethouders van Midden- en Zuid-Kennemerland, zijnde, hoe heet het, Sebastian Dinjens en ondergetekende. Wij hebben onder leiding van de Jeugdautoriteit voortgangsgesprekken, nog steeds. Inmiddels heeft, op suggestie van Sebastian en mij, ook Amsterdam de hulp van de Jeugdautoriteit ingeroepen. Die kijken nu ook mee om ervoor te zorgen dat, met alle kennis en ervaring die er bij de Jeugdautoriteit is, ook daadwerkelijk de goede stappen worden gezet.
Het is niet mogelijk, want dan gaan de belangen te veel door elkaar heen lopen, om in een Raad van Toezicht een wethouder te zetten, want dan ga je degene waar je een opdracht aan geeft … Dan lopen gewoon de dingen te veel door elkaar heen. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we het stuk zo voldoende besproken. De wethouder komt nog even terug bij de collega in Amsterdam hoe het zit met de geheimhouding, wanneer die eraf kan. Ik neem aan dat we dat wel redelijk snel kunnen tegemoet zien komen. Toch? Gaat uw gang, wethouder Botter. De heer Botter: Ik heb een hulplijn die net aangeeft dat de geheimhouding wordt per half jaar bekeken. Op het moment dat het mogelijk is, wordt hij zo snel mogelijk opgeheven. De voorzitter: Dank u wel. De heer Sepers. De heer Sepers: Nu we het toch even over de geheimhouding hebben. Ik neem aan dat u richting accounthouder, Amsterdam dus, aangeeft dat dat de Haarlemse raad graag zo snel mogelijk die boel openbaar wil maken.
24
Wethouder Botter: Dat zal ik doen. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we door naar het … Het gaat niet naar de raad. Dus het onderwerp is hierbij afgesloten. Ter advisering aan de raad 7.
Regiovisie Jeugdhulp Zuid-Kennemerland en IJmond (JB)
7.0 Toezegging over ontbrekende rol toezichthouders (Regiovisie Jeugd) De voorzitter: We gaan door naar het volgende onderwerp. Die gaat wel naar de raad. Dat is een advisering. Dat is de Regiovisie Jeugdhulp Zuid-Kennemerland en IJmond. Die Zuid-Kennemerland en IJmond staan samen voor de opgave te zorgen voor goede jeugdhulp die aansluit bij de behoefte en mogelijkheden van jeugdigen, ouders en gezin en die betaalbaar is, nu en in de toekomst. Deze Regiovisie geeft richting aan de samenwerking tussen de gemeenten en de inhoudelijke opgaven en ambities waar de regio’s aan werken. De Regiovisie vormt dan ook het gezamenlijke inhoudelijke kader waarop regionaal gestuurd gaat worden. Met het opstellen van de Regiovisie wordt, voor dit onderdeel, ook gehoor gegeven aan de Resolutie Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd door de gemeenten in VNG-verband is opgesteld en in juni 2020 is aangenomen. Het college stelt de raad voor de Regiovisie Jeugdhulp Zuid-Kennemerland en IJmond vast te stellen. Even kijken. Sorry? Ik zie hier mevrouw Booms. Mevrouw Booms-van der Meer: Ik wilde wat vragen. Omdat het daar zo slecht te verstaan is, Frank gaat dit agendapunt doen. Mag ik hier wel blijven zitten? De voorzitter: Ja hoor. Mevrouw Booms-van der Meer: Ja? De voorzitter: Ja. U mag ook meeluisteren. Prima. De heer Visser, u bent met uw pas ook ingelogd, neem ik aan. Oké. Dank u wel.
We hebben dit stuk natuurlijk al grotendeels behandeld op 2 september jongstleden. Het was toen niet helemaal voor besluitvorming rijp. Dus dat gaan we hopelijk vandaag besluiten. We hopen dat de Commissie Samenleving dus advies kan geven over hoe we dit naar de raad gaan brengen. 7.1 Discussiestuk Hart voor Haarlem Gewoon in de Wijk en Jeugdzorg Bedrijfsvoering en Inkoop (MTM/JB) De voorzitter: Ik wil als eerste het woord geven aan de heer IJsbrandy, die heeft nog wel een stuk ook geschreven. Hem het eerste woord geven. Daarna kijken we wel. Heer IJsbrandy. 7.1.1 Discussiestuk HvH Gewoon-in-de-Wijk en Jeugdzorg bedrijfsvoering & Inkoop De heer IJsbrandy: Dank u wel, voorzitter. Dit stuk gaat niet zo zeer over de Regiovisie. Ik geloof dat we het daar de vorige eigenlijk, in de algemene bewoordingen waarin die gesteld is, het wel over eens waren. Het was alleen moeilijk om die discussie af te ronden, omdat de verwervingsstrategie daar natuurlijk nauw op aansluit en daar nog wel de nodige vragen en issues bij spelen. Bij het beoordelen van de voorliggende verwervingsstrategie, waar ik dan maar meteen over doorga, in het sociaal domein volstaan eigenlijk drie simpele vragen. De eerste is, is Haarlem na uitvoering van deze strategie beter of minder goed in staat de Wet WMO en Jeugdzorg uit te voeren voor haar inwoners? 2, wordt de sociale basis, oftewel het welzijn in de stad
25
met al zijn sociale ondernemers, zelforganisaties en vrijwilligers er beter of slechter van? 3, neemt de regie en budgetcontrole van de gemeente op deze domeinen door deze strategie toe of af? Onze inschatting is dat inwoners met deze strategie weinig op gaan schieten. Als het gaat om de omvang van de dienstverlening en toegang tot deze diensten om eigen bijdragen, om beschikbaarheid of wachttijden, is het volstrekt onduidelijk wat de voorgestelde strategie voor inwoners gaat betekenen. Wat wel duidelijk is, is dat als de uitvoering eenmaal volledig is uitbesteed aan een paar grote marktpartijen de gemeente veel minder regie en controle op deze aspecten zal kunnen uitoefenen. Het is daarom zelfs de vraag of de gemeente in de toekomst feitelijk nog wel kan voldoen aan de wettelijke plicht om WMO en jeugdzorg uit te voeren, dan wel tegen welke prijs. Als cliënten klachten hebben, zal de gemeente hier slechts aan tegemoet kunnen komen door het gevecht met haar zogenaamde strategische partners aan te gaan. Een gevecht dat, zo leert de praktijk, niet zelden voor de rechter eindigt. De gemeenteraad zal in dit proces vrijwel volledig buitenspel staan.
De sociale basis zal door uitvoering van deze strategie door een volgens de wethouder onbedoelde, maar in de praktijk onvermijdelijke en ongecontroleerde sanering alleen maar sterk achteruitgaan, zoals vele organisaties terecht vrezen en ons duidelijk hebben gemaakt. Zij moeten zich straks, als het ware met de pet in de hand, bij de strategische partners melden, die vervolgens over hun lot gaan beslissen. Het resultaat laat zich raden. Over budgetcontrole, tot slot, maken wij ons geen enkele illusie. Die zal in de voorgestelde opzet alleen maar slechter worden. De gepresenteerde gezamenlijke verantwoordelijkheid met de strategische partners is een wassen neus. Probeer dat maar eens in een bindende, juridische contractvorm te gieten. Strategische partners, we hebben het net bij Levvel5 eigenlijk ook al gezien, zijn heel snel to big to fail en hebben de gemeente daarmee financieel in een houdgreep. Ondertussen zullen zij zich vooral richten op hun eigen marge ten koste van cliënten, medewerkers en kleinere toeleveranciers. Het is zakelijk buitengewoon naïef van de wethouder om te verwachten dat dit anders zal gaan, als je bovendien alle data over inwoners, huishoudens, verrichtingen en kosten uit handen geeft en daarmee op een grote informatieachterstand ten opzichte van deze marktpartijen komt te staan.
Kortom voorzitter, wij vinden de voorgestelde verwervingsstrategie voor zowel Gewoon in de Wijk als de jeugdzorg drie keer niks. Hart voor Haarlem geeft het resultaat dat er nu ligt een dikke onvoldoende. Het huiswerk moet, wat ons betreft, dan ook over. Het gaat hier, voorzitter, alleen al voor Haarlem over duizenden cliënten, honderden organisaties en regionale werkgelegenheid voor duizenden medewerkers en vrijwilligers. De voorzitter: U heeft een interruptie, de heer IJsbrandy. De heer IJsbrandy: Het gaat over 1,4 miljard aan toekomstige bestedingen. Dat is het waard om zo lang bij stil te moeten staan als nodig is en om praktische bezwaren daarvoor desnoods ter zijde te schuiven. De voorzitter: Punt. U heeft een interruptie van mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Dank u wel, voorzitter. Dat er veel vragen zijn gesteld en dat er ook veel onduidelijkheden zijn geweest over zowel het proces Gewoon in de Wijk, dus voor de sociale basis als voor jeugdzorg, we spreken hier al maanden over met elkaar. We gaan het vandaag verder hebben dan echt specifiek over de verwervingsstrategie jeugd. Maar hoe ziet Hart voor Haarlem concreet nu de verwerking van deze plannen in het lopende proces? Want er zijn voor de jeugdzorg alleen al veertig gesprekken gevoerd met aanbieders, gemeente en weet ik wat, met ervaringsdeskundigen in die stad. Stukken zijn aangepast.
Het proces wordt deels aangepast. Het is al door zes raden goedgekeurd. Met Gewoon in de Wijk zitten we al in de tweede dialoogfase, volgens mij. Dus het neigt dan toch ook naar onbehoorlijk bestuur als wij bijvoorbeeld gewoon in de wijk gaan zeggen van, beste jongens en meisjes, u bent al maanden bezig, maar hand op de rem en we gaan het helemaal anders doen. We komen bij u terug.
26
De heer IJsbrandy: Er mag heel veel tijd al aan besteed zijn. Er zijn heel veel gesprekken gevoerd met de markt. Dat is altijd goed. Daar leer je ongetwijfeld van. Maar dat wil niet zeggen dat als je dus fundamentele, strategische punten eigenlijk niet behandeld hebt, want die zijn gewoon nog niet aan de orde geweest, dat je dan maar op het ingeslagen pad voort moet gaan en gewoon 1,4 miljard op een verkeerde manier uit moet gaan geven. Dat kan toch niet waar zijn, mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Maar ik vind dit wel een oversimplificatie van waar we ons nu in dit proces bevinden. Hoe ziet u dit nu concreet voor u en hoe denkt u dan dat de gemeente … Dus bijvoorbeeld ook met het maximaal verlengen van die contracten die nu lopen. Hoe ziet u dit nou voor u? De heer IJsbrandy: We hebben een aantal voorstellen gedaan die op verschillende manieren behandeld kunnen worden. Ik begrijp heus wel dat een volledig ander model niet van de een op de andere dag zomaar afgesproken zou kunnen worden, tenzij, goed, als we dat als commissie, als raad daarover eens zijn. Volgens mij kan dat dan. Aan de juridische bezwaren til ik eigenlijk niet zo zwaar. Er gebeurt natuurlijk helemaal niks als we gewoon nog even doorgaan op de manier waarop we nu verdergaan. Als dat ertoe leidt dat we uiteindelijk met een beter model en beter proces komen te zitten.
Maar je kunt ook kijken van, stel nou dat de gemeente … De voorzitter: Mijnheer IJsbrandy, even kort. Even uw microfoon uit. U bent ingelogd nog steeds onder de naam van uw voorganger. Of heeft u uw pasje niet bij u? De heer IJsbrandy: Ik heb hem wel bij me, maar ik ‘…’. De voorzitter: U kan hem gewoon erop leggen. Links. Aan de linkerkant, dan neemt hij hem over als het goed is. Gaat u verder. De heer IJsbrandy: Maar je kunt natuurlijk ook kijken naar, laat ik zeggen, een aantal randvoorwaarden die in dat model zitten. Dan gaat het dus over instroom, uitstroom, over data-eigenaarschap, over regie, over budgetcontrole. Over al dat soort aspecten wat we in ons model hebben beschreven. Dat vervolgens formuleren eigenlijk aan toetsingscriteria. Tegen de wethouder zeggen van, beste wethouder, ga vooral door op het ingeslagen pad, maar we zullen wel deze toetsingscriteria gaan hanteren om uiteindelijk te kijken, als de uitkomsten er liggen, als de keuzes over partijen gemaakt zijn, of ze hier feitelijk aan voldoen. Dus wij voegen dan eigenlijk gunningscriteria toe aan het lopende proces en zullen op basis daarvan zoveel mogelijk proces dan bijbuigen, zodat we in ieder geval er meer zekerheid van hebben dat het die uitkomsten gaat leveren. De voorzitter: Mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Dank u wel, voorzitter. Dus even gewoon voor mij, ter verduidelijking.
U geeft dan eigenlijk aan, ik wil een paar punten als een soort van addendum meegeven van, hiermee moet u dan die dialooggerichte fase in, voor wat betreft jeugd dan. Want waar is overigens de andere wethouder? Want het gaat ook deels over de sociale basis eigenlijk, vroeg ik me ook af. Maar geldt dat dan ook voor de sociale basis? De heer IJsbrandy: Wat ons betreft wel. Er wordt door beiden hetzelfde proces gevolgd. Dus dat zou een praktische uitkomst kunnen zijn van de discussie die we hier nog moeten voeren overigens, maar …
27
De voorzitter: De andere wethouder is bijna klaar daar, dus even ter … Maar we liepen iets sneller. Daar loopt het weer een beetje uit. Ze is in ieder geval onder weg zo. De heer …: Ik versta u niet goed. De voorzitter: Sorry, de wethouder is onderweg. Dat was heel even de vraag van mevrouw Çimen. Gaat u verder, de heer IJsbrandy. De heer IJsbrandy: Ik rond af. Het alternatieve scenario dat wij in onze discussienota beschrijven is vooral bedoeld om te laten zien dat er echt wel alternatieven mogelijk zijn die meer recht doen aan de besturingsvraag die wij gesteld hebben. Ik hoop dat de commissie ons hierin kan volgen en dat we gezamenlijk tot afspraken kunnen komen hoe we verder willen met dit dossier. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Sepers, PvdA. Geen interrupties toch? Nee, gaat uw gang. De heer Sepers: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad niet de eerste keer dat we over de Regiovisie praten. De Partij van de Arbeid-fractie die wil dat we uiteindelijk een systeem hebben wat optimale hulp biedt aan de jongeren die het behoeven. Waar de aanbieders trots op zijn. Waar wij als gemeente richting onze burgers kunnen zeggen, wij zijn daar verantwoordelijk voor en wij zijn er blij mee dat het geregeld is zoals het geregeld is. Dat is ons ideaalbeeld.
Nou heb ik de vorige keer al gezegd, die Regiovisie zoals hij geformuleerd is, daar kunnen we ons in grote lijnen in vinden, omdat je er bijna niet tegen kan zijn. Maar ik heb toen ook gezegd, het wat moeten we vooral ook zien in relatie met het hoe, met de machinekamer. Hoe ga je dat allemaal tot stand brengen? Dan hebben we het over de verwervingsstrategie. Als ik dan zie wat er in de loop der tijd op het punt van de verwervingsstrategie aan evolutie heeft plaatsgevonden, dan wil ik daar in ieder geval de wethouder mee complimenteren op het punt dat er nu die scheiding aangebracht is in twee percelen. Daar hebben ook de PvdA-fracties in andere gemeenteraden op aangedrongen. Dat is een enorme verbetering, want we voorkomen daarmee een ongezonde machtsstrijd tussen groter ‘…’ van organisaties en vrijgevestigden. Zodat er ook op een veel professionelere wijze in het circuit samengewerkt kan worden. Dat zeg ik wel richting de vrijgevestigden, dat het goed zou zijn om die gedachte van samenwerking onderling wel verder uit te werken. Ik heb begrepen dat er ideeën zijn om veel coöperatieve vormen van samenwerking … Daar clusters te maken. Ik zou in ieder geval de wethouder willen vragen om in dat hele proces ook te stimuleren dat dat gebeurt, daar waar hij dat in ieder geval kan beïnvloeden. Zijn we dan klaar? Zeggen we dan, voort met die geit? Nee, dat is niet het geval.
Want het is een proces waar we ingaan, waar nog ontzettend veel onbekend is. De heer IJsbrandy heeft dat eigenlijk ook al aangegeven. Er zijn nog een heleboel momenten, de bekostigingsstructuur, de beschrijving van over welke diensten eigenlijk geleverd moeten worden, et cetera, et cetera, dat wordt onder het ‘…’ begrip van de dialooggerichte aanbesteding begrepen. Wij kunnen accepteren op dit ogenblik dat er nog veel onbekend is en uitgewerkt moet worden. Maar de tegenkant daarvan is dat we wel vinden dat de raad en de commissie in positie gebracht moet worden op drie hele belangrijke momenten tot aan de aanbesteding zelf. Dat zijn wat de PvdA-fractie betreft voorwaarden om ja tegen het proces te zeggen. De eerste voorwaarde is dat wij vooraf een uitspraak kunnen doen als raadscommissie over het preselectiedocument. Want daar is een hele belangrijke start van het hele proces. Vervolgens, na die preselectie, wordt er een selectie gemaakt van de partijen waarmee verder gegaan wordt. Dat is ook een besluit wat het college niet zou kunnen nemen, in onze visie, dan na goedkeuring van de raad. Dus dat is ook een moment waarop wij als raad in positie willen zijn. Dan tenslotte helemaal aan het eind van de rit willen we ja of nee kunnen zeggen tegen de aanbesteding as such.
Ik weet dat je dan alleen nog maar ja of nee kan zeggen, maar wij vinden het zo belangrijk dat we die eindbeslissing ook mee kunnen maken, mee willen maken. Daarna begint er dus de periode van, of het nou zes, negen, acht, vier of zeven jaar is, dat is mij
28
nog niet helemaal duidelijk. Maar de wethouder heeft in ieder geval aangegeven dat er tussentijds geëvalueerd gaat worden en weer een verdere stap. Dat zijn ook momenten waarop de raad en de commissie in positie gebracht moet worden. Dus als de wethouder hier toezegt op al die drie momenten wordt de raad vooraf om toestemming en instemming gevraagd, dan kunnen wij ja zeggen tegen zowel de Regiovisie als de verwervingsstrategie zoals die nu voorligt. Waarbij ik wel wil vragen of de wethouder in ieder geval met een open oog wil kijken naar de elementen in de notitie van de heer IJsbrandy, die in die uitwerking een rol zou kunnen spelen. Want ik vind wel dat het college heel makkelijk in het stuk de visie van Hart voor Haarlem weggeschreven heeft. Zit er ook in onze opvatting weldegelijk aanknopingspunten in op onderdelen waar je iets mee zou kunnen doen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Dank u wel, voorzitter. De vorige keer hebben we het inderdaad uitgebreid gehad over die Regiovisie Jeugd. Daar heb ik toen al aangegeven dat D66 zich kan vinden in de visie en de lijnen die daarin zijn opgeschreven. Vandaag bespreken we dus ook de verwervingsstrategie waarin die visie wordt uitgewerkt. Het was ook heel fijn om de regionale technische sessie terug te kunnen kijken overigens, want ik kon daar niet aanwezig zijn. Dus dank daarvoor.
Maar voor de verwervingsstrategie, thema’s als kwaliteit en effectiviteit van zorg, samenwerking, normalisatie, kostenreductie en toegang tot die zorg zijn duidelijke aandachtspunten voor tijdens de dialoogfase. Tegelijkertijd zie ik ook, net als de collega hiervoor, veel onzekere punten en zaken die onzeker zijn. Heeft dit uiteraard ook allemaal te maken met de vorm waar we voor hebben gekozen met die dialooggerichte aanbesteding. We hebben de afgelopen maanden als raad heel duidelijk de oproep en ook vooral de zorgen van de vrijgevestigden gehoord. Hier heeft ook D66, net als de hele raad, voor het zomerreces aandacht voor gevraagd om hen een duidelijke plek in die dialooggerichte aanbesteding te geven. Er zijn inmiddels, het is al genoemd, twee percelen. Eén voor enkelvoudige hulp en één voor complexe zorg. Vraag aan de wethouder. Hoe wordt de integraliteitseis, die ten grondslag lag aan de oorspronkelijke ene perceel, geborgd in de twee huidige percelen? Tegelijkertijd denk ik wel dat dit een goede beweging is. Dat aanbieders van enkelvoudige hulp en dus die vrijgevestigden niet verplicht in dat consortium hoeven als onderaannemers. Daarmee dus ook geen aanvullende administratieve lasten krijgen. De partijen die wel nauw willen samenwerken, staat dat natuurlijk uiteraard vrij, want een aantal van hen werkt ook al gewoon samen.
Maar dat betekent wel een omslag in de werkwijze voor de gemeente. Maar zoals we allemaal weten, in een dialoog met de aanbieders en de partners is het natuurlijk ook geven en nemen. Dus dan lijkt me duidelijk dat we deze aanpassing doorvoeren. De vorige keer heb ik gevraagd naar de positie van de raad in dit proces. Niet alleen in aanloop naar de gunning, want op die punten wacht ik graag de antwoorden af op de vraag van de PvdA, maar juist ook daarna. Kan de wethouder inderdaad toezeggen om deze raad na de gunning jaarlijks op de hoogte te stellen van die voortgang, de ontwikkeling en eventuele evaluaties die plaatsvinden met de partners? Ik begrijp ook dat de contracten nu niet voor negen jaar, maar voor een periode van drie jaar worden afgegeven. Na drie en zes jaar wordt dan gekeken naar een mogelijke verlenging. Kan de wethouder toezeggen dat de raad daar ook tijdig inspraak op kan leveren? Tot slot zou ik willen meegeven richting die dialoogfase, kan er specifiek aandacht worden gegeven aan het echt inzichtelijk maken, ook voor de raad, van de effectiviteit van de zorg en de in-, door- en uitstroom van jongeren? Hier heb ik vorig jaar ook een motie over ingediend, maar ik zou op die punten echt wel gewoon meer inzicht willen krijgen in deze raad. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hulster en daarna mevrouw Klazes.
29
De heer Hulster: Dank u wel. De Regiovisie en de verwervingsstrategie hangen nauw met elkaar samen. Om te beginnen, we gaan aanbesteden. Daar zijn we een beetje ingerommeld als raad, tenminste dat is het gevoel, dat is de kwalificatie die ik daarvoor zou gebruiken. Het valt me op dat in het stuk nu wordt opgegeven als reden dat er drie jaar geleden een aanbesteding is geweest middels open house. Maar ik lees dat een open house helemaal geen aanbestedingsprocedure is. Zeker niet op de manier zoals wij het hebben georganiseerd, want er zijn gigantisch veel partijen, dus er is in ieder geval niet gekozen. Als het open house kan als aanbestedingsprocedure, maar dan zouden we hebben gekozen, maar nu hebben we, zo lijkt het althans, alles gehonoreerd, alle contracten zijn al aangegaan. Dus wat ons betreft is die verplichting die wordt gesuggereerd in het stuk, wordt op valse gronden vastgesteld. Het valt dus op dat we nu zien dat we stap 1, de Regiovisie vaststellen, terwijl stap 2 de keuze voor de verwervingsstrategie al is vastgesteld, of al vastligt. Of hij ooit vastgesteld is, is mij niet helemaal duidelijk, maar hij ligt in ieder geval ondertussen behoorlijk vast. Dan krijgen we dus, lezen we in het stuk, logischerwijze minder informatie als raad en college. Dat is dus logisch. Daar zijn wij het dus niet mee eens. Daar sluiten we ons aan bij D66.
Wij vinden dat we hier juist voor moeten waken en dat we juist goede informatie moeten krijgen, niet op detailniveau, maar wel op grote lijnen over de kwaliteit van zorg, bijvoorbeeld de behandeltijden en de wachtlijsten. Want dat zijn grote problemen die er nu zijn in de jeugdzorg. Daarop willen we sturen als raden. In zowel de Regiovisie als in de regionale verwervingsstrategie wordt voortdurend over de transformatie gesproken. Dat woord komt echt er een keer of vijftien voor, maar eigenlijk wordt nergens uitgelegd naar wat we dan gaan transformeren. Dus ik hoor de PvdA net zeggen dat het wat heel duidelijk is, maar dat is helemaal niet duidelijk, want dat begrip transformatie wordt echt als een lege doos erin gegooid. Dus we zien eigenlijk helemaal niet … Of gaat het gewoon puur om transformeren, een soort Barbapapa of kinetisch zand van, het maakt niet uit wat het wordt, het valt straks wel weer uit elkaar. Ik zou denken, we willen transformeren naar kortere wachtlijsten en gerichtere behandeling, maar dat staat er in ieder geval niet met zoveel woorden in. Ik zou echt verwachten dat dat er specifiek in genoemd wordt. Waar willen we nou naar heen transformeren dan? Het gaat in ieder geval niet om de kansencirkel. Want bij de kansencirkel staat dan weer, dit kan een basis vormen voor het gesprek over de transformatie. Daar heb je hem weer.
Wat ons betreft moet de regionale verwervingsstrategie gewoon langs de raad, want dat staat in onze economische verordening. Dit zijn grote verplichtingen die we aangaan als raad. Dus ik vind echt dat dat langs de raad moet. Ik hoop dat ik daar steun voor vind bij mijn collega’s. We zijn blij dat er onderscheid gemaakt wordt overigens tussen complex en enkelvoudig. Dat wil ik toch even gezegd hebben. Dan zie we dat ontschotten centraal staat in de nieuwe aanpak. Misschien is dat dan de transformatie. Dat klinkt heel goed. Maar we maken ons echt zorgen dat het op de lange duur leidt tot eenheidsworst en ook tot marktmacht, inclusief het bijbehorende misbruik van deze macht. Dan is een vraag, hoe slagen we er nou … Hoe is er geborgd in deze verwervingsstrategie dat de malafide organisaties buiten de deur worden gehouden? Want is echt een gekend probleem wat op dit moment in de jeugdzorg speelt, dat er veel partijen op de markt meedoen die helemaal geen goede zorg leveren voor … Geen waar voor hun geld leveren, op zijn zachtst gezegd. Dan missen ook wij nog steeds de goede inbedding van de vaktherapeuten en de vrijgevestigden. De vraag daarbij is echt, met wie spreekt de wethouder nu en met wie heeft de wethouder gesproken met het opstellen, voor de opstelling van dit stuk? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Klazes, GroenLinks. Daarna mevrouw Verhagen van Trots.
Mevrouw Klazes: Dank u wel, voorzitter. We zijn nu ruim een jaar bezig geweest met het voorbereiden van het stuk dat nu voor ons ligt. Vooropgesteld, wij zijn het eens met de inhoudelijke uitgangspunten van de Regiovisie, die op zijn beurt weer als uitgangspunt dient voor deze verwervingsstrategie, die ook is meegezonden. We zijn heel blij met de beslissing van de regio voor twee percelen in plaats van één. We hebben ons daar als commissie hard voor gemaakt, maar het is ons nog niet helemaal duidelijk waar de winst
30
van deze beslissing zit voor de gemeente. Het idee van de segmentering tussen de percelen en het daarbij behorende dansje mijnerzijds kwam bij ons voor een belangrijk deel voort uit het feit dat de dialooggerichte aanbesteding met strategische partners vooral opportuun was voor de complexe zorg, minder voor de enkelvoudige zorg en kwantiteit veruit het grootste gedeelte. Wij hebben het idee dat door de knip tussen de percelen veel meer mogelijk wordt dan nu staat omschreven, zowel in de aanbestedingsfase als in de uitvoeringsfase. Ik zal kort de vragen over de beide percelen die ik heb inleiden. Het perceel enkelvoudige jeugdhulp. Op dit moment zijn er zeventig aanbieders actief, waaronder veel vrijgevestigden. Uitgangspunt was om het aantal aanbieders terug te brengen, om de administratie overzichtelijk te kunnen maken en de administratieve lasten terug te kunnen brengen. Deze aanbieders werken met standaardtarieven. Een voordeel zou dus gehaald kunnen worden in het vormen van consortia die gezamenlijk kunnen factureren. De wil om hierin mee te gaan is er, maar deze partijen moeten wel geholpen op weg naar deze samenwerking. Om elkaar te kunnen vinden en afspraken te kunnen maken met elkaar, is de gemeente wat ons betreft een sturende partij. De complexe jeugdhulp.
Om te voorkomen dat kinderen met een complexe, dus dure hulpvraag voor de aanbieders als een hete aardappel door worden geschoven, ligt er naast de integraliteitseis bij de complexe jeugdzorg, die volgens mij is komen te vervallen bij de enkelvoudige hulp, ook een acceptatieplicht voor de strategische partners. Maar de perverse prikkel om op twijfelachtige gronden een duur kind niet voor behandeling te accepteren is hiermee nog niet weggenomen wat ons betreft. Pas wanneer je een traject volledig kan beleggen binnen een samenwerkingsverband verdwijnt die prikkel. Mijn vraag is, hoe het idee van strategische partners hierin voorzien? Of dat inderdaad wordt geborgd op het moment dat je de integraliteitseis belegt en de acceptatieplicht, ben je er dan? Als dat zo is, is het de bedoeling dat wordt afgesproken met deze partners dat zijn bijvoorbeeld een lumpsum krijgen om deze taak uit te voeren? Dat zou betekenen dat je gaat sturen op populatie en dat er met het samenwerkingsverband een afspraak wordt gemaakt die binnen het samenwerkingsverband wordt uitgevoerd. Is dat het geval? Of komt dat misschien, dat kan ook, naar voren in de dialoogfase? Dat zou ook kunnen. In zijn algemeenheid nog een aantal vragen. Wordt voor perceel één ook de dialooggerichte aanbesteding gehanteerd? Ik heb inmiddels antwoord gekregen op die vraag. Dat is inderdaad zo.
Zo ja, waarom is er niet gekozen voor een open house aanbesteding? De volgende vraag. Hoe wordt de op- en afschaling en de doorstroom tussen de percelen vormgegeven? Hoe wordt voorkomen dat hier perverse prikkels weer opnieuw ontstaan? Dat bijvoorbeeld … Ik kan me voorstellen dat op het moment dat een kind behandeld wordt en het valt onder die complexe jeugdzorg, dat de partners in die complexe jeugdzorg erbij gebaat zijn om het af te schalen, deze hulp af te schalen, wat misschien niet ten goede komt aan de zorg voor het kind. Maar ik weet niet, misschien is dat geborgd of wordt dat op een andere manier tegengegaan. Hoe wordt geborgd dat de in de contracten gemaakte afspraken ook daadwerkelijk nageleefd worden? Want ik kan me voorstellen dat er in een contract die wij straks aangaan voor volgens mij een periode van drie jaar, die dan vervolgens verlengd kan worden, dat je daar duidelijke afspraken maakt. Alleen de vraag is, zijn wij er ook daadwerkelijk in staat om te kijken of die afspraken ook nagekomen worden. Een voorbeeld is, wat ik onlangs hoorde, dat er afspraken zijn gemaakt bij 16+-kinderen die … Sorry, u bent misschien wel een beetje allergisch voor al mijn vragen. U moet zo niesen. Maar ik heb begrepen dat bij kinderen 16+ staat er in de contracten van de behandelaars dat daar een toekomstplan gemaakt moet worden voor op het moment dat zijn de 18 jaar bereiken.
Dat is een fantastisch idee. Alleen in praktijk is gebleken dat die toekomstplannen niet zijn uitgevoerd. Dus mijn vraag is, hoe zorg je ervoor dat die afspraken worden nagekomen? Dan nog een vraag die zijdelings te maken heeft met de verwerving, maar die wat mij betreft wel superbelangrijk is. De uitval onder professionals in de jeugdzorg is enorm. De hoge werkdruk en het hebben van weinig tijd en ruimte om te doen wat nodig is, worden genoemd als belangrijkste reden hiervoor. Dit gaat in de toekomst ongetwijfeld tot grote problemen leiden. Die problemen zijn er nu al. Ik heb begrepen dat de wachtlijsten oplopen en dat het niet alleen heeft te maken met de organisatie, maar ook een belangrijke reden is dat er gewoon te weinig mensen te vinden zijn. Mijn
31
vraag is dan ook, wat kunnen de gemeenten doen om de uitstroom van professionals tegen te gaan? Tot slot, dit stuk is ter advisering. De voorzitter: U heeft een interruptie, mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Voorzitter, dank u wel. Ik snap de zorgen. Die zijn hartstikke terecht natuurlijk van mevrouw Klazes, over de uitstroom. Maar de gemeente kan natuurlijk niet een soort van de werkgever gaan worden van dit soort aanbieders. Dit gaat wel heel ver, denk ik, voor nu in de verwervingsstrategie. Mevrouw Klazes: Ik zal zeggen wat ik ermee bedoel. Het is gebleken … Als u de stukken leest over waarom mensen niet meer in de jeugdzorg willen werken. Het zijn, de instroom van onderaf, dat zijn vaak jonge mensen. Die krijgen te maken met hele complexe gevallen, waardoor ze snel een burn-out krijgen, vaak al tussen de 20 en de 30 jaar. Dan vallen ze uit en komen niet meer terug. Het werk wordt er ook niet aantrekkelijker op, op het moment dat ze de helft van de tijd formulieren zitten in te vullen. Dus ik denk, op het moment dat je gaat verwerven en je gaat aanbesteden, dat je er rekening mee houdt dat het werk ook nog een beetje leuk moet zijn en dat professionals moeten kunnen doen waarvoor ze zijn opgeleid. Als je dat op een of andere manier toch in je aanbestedingsperiode kan verwerken, dan lijkt me dat een goede zaak. De voorzitter: Mevrouw Çimen.
Mevrouw Çimen: Dus even gewoon voor mijn helderheid, het gaan dan met name ook in dit geval dan echt om de lastendruk die dan wordt verminderd? Ja. Mevrouw Klazes: Dat wordt in ieder geval genoemd als belangrijke reden waarom mensen gewoon het werk niet meer leuk vinden. Ook begrijpelijk. Je wordt opgeleid om kinderen te helpen. Vervolgens zit je veertig procent van de tijd achter je tafel om je getalletjes in te voeren. Dus ik kan me voorstellen dat daar een causaal verband zit. Dit stuk is advisering. We stellen als raad dus vanavond, of tenminste in de raad, de Regiovisie vast. De vraag is, volgens mij heeft mijnheer Hulster dat ook al gevraagd, die verwervingsstrategie hangt die er dan automatisch aan? Hebben we die al vastgesteld? Moet die nog vastgesteld worden in de komende raad? Dat is een beetje een procesdingetje. De periode van de contracten. Ik heb begrepen drie jaar en dat wordt dan verlengd. Maar die contracten zijn volgens mij drie keer voor drie jaar, maar misschien nog wat duidelijkheid daarover. Bestaat er uiteindelijk nog de ruimte om uiteindelijk toch nog tijdens deze aanbesteding, tijdens de dialoogfase te kiezen voor een subsidierelatie in plaats van voor een aanbestedingsvorm. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Verhagen, Trots Haarlem. Mevrouw Verhagen: Dank u, voorzitter. Trots Haarlem heeft zeker niet de illusie dit tij nog te kunnen keren.
Maar we hebben er toch wel wat gedachten en vragen bij, die zouden kunnen helpen om het wat bij te sturen. Als eerste valt op dat in de Regiovisie vooral gesproken wordt van alles samen, strategisch partnerschap, in dialoog gericht, et cetera. Het wordt zo niet duidelijk wiens verantwoordelijkheid nu waar ligt en hoe die daarop afgerekend kan worden. Het geheel komt over als een mooie oppervlakteschittering van nochtans troebel water waarin het, zo weten we, goed vissen is. Een niet zo eenvoudige taak voor de twee toezichthouders, die er nu gelukkig wel zijn. Het begint eigenlijk allemaal met de toegang. Daar zou een volledig onafhankelijke en vakkundige diagnostieke procesbegeleider toegevoegd aan het sociaal wijkteam, als dat tenminste onder regie van de gemeente blijft, ervoor kunnen zorgen dat er naar de juiste hulp verwezen wordt. Zo ongeveer als de intern begeleider op een basisschool. Die kent als professional het kind, beschikt
32
over de benodigde data en houdt een vinger aan de pols over het verloop van de behandeling die gestopt of verwezen wordt zodra dit noodzakelijk of mogelijk is. Die heeft intrinsiek vooral het belang van het kind voor ogen en niet te bezettingsgraad, dus winst voor een instelling. Die bewaakt ook de privacy, waardoor ouders en leerkracht vertrouwelijk, vroegtijdig kunnen overleggen. Er wordt wel vroeg gesignaleerd, maar niet direct officieel gerapporteerd. Als pleegouder met de man in de residentiële jeugdhulp, maar ook als vertrouwenspersoon. Op school waar ik werkte, heb ik zo meerdere moeilijke gezinssituaties kunnen begeleiden, terwijl ik aan de andere kant letterlijk leerlingen uit de klauwen van de hulpverlening heb moeten redden. Ik kan er een boek over schrijven. Een aantal schrijnende brieven, bij eerder binnengekomen stukken, spreken overigens ook van dergelijke misstanden. Trots Haarlem wil weten of de wethouder daarvan op de hoogte is en hoe worden deze binnen de Regiovisie daadwerkelijk ondervangen? Zo normaal en licht mogelijk in de wijk is natuurlijk een loffelijk streven, maar voorkomen we zo erg dat in Nederland op basis van een rammelend meetinstrument, gehanteerd door vaak iemand met onvoldoende inzicht zoveel meer kinderen uit huis worden geplaatst dan elders? De nu veilige school zou daarom zeker niet als vindplaats voor de hulpverlening moeten fungeren.
In gesprekken met leerkrachten en een IB’er is mij overigens gebleken, sorry, dat de school daar beslist geen hulp van buitenaf voor nodig heeft, maar uitstekend functioneert met de al aanwezige expertise binnen het samenwerkingsverband. Meestal met behulp van de vrijgevestigde therapeuten. Wellicht te goed. Want hoe kan het zijn dat dyslexie en andere vaktherapeutische behandelingen op kosten van de gemeente komen als iedere school jaarlijks per leerling 200 euro voor leerlingen zorg ontvangt. Bekend is dat als een school veel zorgleerlingen heeft, dus te weinig budget overhoudt, er dan samen met de ouders, die toch wel graag een dyslexieverklaring voor hun kind hebben, een uitweg via de huisarts of het CJG wordt gezocht. Trots Haarlem wil weten of er iets gedaan zou kunnen worden om deze sluipwegen af te sluiten. Dat zou een kostenpost schelen en ook het contracteren van vaktherapeuten. Verder graag ontschotting tussen de vele vormen van hulpverlening en welzijn, waarin de plaats voor de bestaande vrijwilligersorganisaties absoluut geborgd moet zijn, maar wel een heel groot schot tussen een partij die winst maakt over de ruggen van zowel hulpverleners als hulpvragers. Soms wel 35 procent, zoals blijkt uit een onderzoek van Follow the Money. Dus geen mistige privaat, publieke samenwerking, waar onze hele maatschappij sinds de jaren 90 al door wordt ontwricht.
Maar weer een duidelijke grens tussen publiek en privaat belang. Dus geen vrijwilligersorganisaties als onderaannemer van een commercieel bedrijf, dat als er niet genoeg aan verdiend zou kunnen worden het kloppend hart van de samenleving gewoon uitfaseert. Contract of niet. De voorkeur zou dan sowieso uit moeten gaan naar een zo plat mogelijke organisatie, met een zo laag mogelijke administratieve druk en zo weinig mogelijk door dure managers, zonder vakinhoudelijke kennis, zoals Buurtzorg. Kan dit als selectiecriterium worden meegenomen? Kinderen en gezinnen zouden laagdrempelig zelf de hulp die ze nodig hebben moeten kunnen vinden en krijgen. In eerste instantie vertrouwelijk en informeel, eventueel binnen het welzijnswerk, waar je welkom voelt en niet direct in de computer van het hulpverleningscircuit belandt. Waarin de vrijwilligersorganisaties als Humanitas al een heel belangrijke organische en niet in prestatiegrafieken uit te drukken rol kunnen vervullen. Dus geen vindplaatsen van risicogevallen, maar vindplaatsen van zorg en welzijn, organisch in de wijk. Desnoods op een digitaal platform.
Zou aan de preventiekant in plaats van de opsporing van gevallen niet beter ingezet kunnen worden op het wegnemen van risicovolle omstandigheden en verbetering van het welzijn in de wijk? Is dat niet waar die vrijwilligersorganisaties van onschatbare waarde zijn? Zou wat dat betreft de erosie van de organisch gegroeide sociale integratie niet debet kunnen zijn aan de onverklaarbare toename van hulpvragen? Want waar zijn de club- en buurthuizen eigenlijk gebleven, zoals Radar bijvoorbeeld? De huidige splijting in gezinnen en groepen, door de coronamaatregelen en vaccinatiedrang, heeft in ieder geval veel jongeren in psychosociale nood gestort. Is er al meer duidelijkheid over de ernst en omvang hiervan? Ja, wij zijn inderdaad beducht voor goedbedoelde, maar ongevraagde bemoeizorg, zeker in samenhang met een verplicht digitaal dossier waar je nooit meer van een vinkje afkomt, ook al word je daarna