CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript commissie Samenleving 28 oktober 2021

commissie Samenleving 2 december 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: Transcript commissie d.d. 28 oktober 2021 (alleen n.a.v.)43.885 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Een andere taak van een onafhankelijke cliëntondersteuner kan zijn om iemand te helpen in hun zoektocht naar de juiste hulp. Dit blijkt helaas nog regelmatig nodig. We lezen in deze definitieve tussenrapportage dat de continuïteit is gewaarborgd, maar ook dat er nog werk aan de winkel is om deze instantie goed te laten functioneren en vindbaar te maken. De folder kon ik bijvoorbeeld nog niet vinden, wel een stukje op de website. Volgens ons is het gewenste totaalplaatje nog niet gerealiseerd. Bent u dit met ons eens? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Booms, ChristenUnie. Mevrouw Booms-van der Meer: Dank u, voorzitter. Het is een heel mooi project en heel mooi dat Haarlem ook als koploper ingestapt is, maar het is gewoon nog niet klaar, want het is nog steeds eigenlijk een hele onbekende functie, term. Ik denk dat heel veel burgers er nog niet van weten. Waar ik eigenlijk een lans voor wil breken, dat is eigenlijk voor de naam. Want is dat niet, ja, eigenlijk iets wat we niet willen? We willen toch eigenlijk dat het geen cliëntondersteuning is, maar gewoon burgerondersteuning, want het is ook voor mensen die nog überhaupt helemaal geen cliënt zijn – al vind ik dat je het gewoon geen cliënt meer moet noemen – maar gewoon nog op zoek zijn naar hulp. Dus ik wilde wel vragen: kan de wethouder daar eens naar kijken of het een wat normalere naam kan hebben? Dank u.

De voorzitter: Dank u wel. De heer El Aichi, CDA. De heer El Aichi: Dank u wel, voorzitter. Veel Haarlemmers weten niet wat cliëntondersteuning betekent, of is. Ik kan alleen maar beamen dat de bekendheid en de vindbaarheid van cliëntondersteuning lastig is. Daarom vraag ik hierbij de wethouder wat zij eraan kan doen om meer bekendheid te maken voor, inderdaad, burgerondersteuning, in plaats van cliëntondersteuning. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Dank u wel. We zijn blij met de onafhankelijke cliëntenondersteuning. Natuurlijk vergt dit een lange adem, en als je het langer doet, wordt het ook bekender en daar moet je dan ook campagne voor voeren. Dus dat lijkt me al helder verwoord. Ik denk wel dat het aanvullend op de cliëntondersteuning nog steeds heel goed zou zijn als er wel een Wmo-vertrouwenspersoon zou komen in Haarlem, want de

51

cliëntondersteuning is vooral bedoeld om mensen de weg te wijzen in het woud van allerlei ondersteuningsvormen die er bestaan en de Wmo-vertrouwenspersoon is ervoor als je vastloopt in dat woud, omdat je ergens verkeerd behandeld bent, voelt, of op een andere manier problemen ervaart en die dan je daaruit kan helpen, of bij de betreffende instantie of bij de gemeente je zaak kan verdedigen. Dus dat ontbreekt nog, maar we zijn in ieder geval blij dat dit er is. Maar we zijn ook benieuwd naar hoe dat zit met de financiering, of er nu middelen zijn om dit project door te zetten. De voorzitter: Dank u wel. U had nog een interruptie van de heer Yerden. De heer Yerden: Denk je dat Wmo-vertrouwenspersoon is ook geschikt voor scholen en zelforganisaties en de bredere aanpak? De heer Hulster: Nou ja, het heet een Wmo-vertrouwenspersoon, zo staat het in de wet. Haarlem verzaakt die taak, maar ja, je zou het natuurlijk uit kunnen breiden, maar ik denk niet dat het daar per se beter van zou worden. Ik denk dat het goed is om vooral voor de Wmo voorlopig te beginnen met een vertrouwenspersoon. Mocht het nou inderdaad handig zijn om dat uit te breiden, ja, daar kunnen we het best over hebben, maar laten we daar eens mee beginnen. De heer Yerden: Uit het rapport begrijp ik dat binnen de instellingen is het bekend, maar buiten de instellingen is het onbekend.

Daarom moeten we meer aandacht besteden aan de scholen, zelforganisaties en breder terrein. De heer Hulster: Nou, even voor de duidelijkheid: we hebben, ondanks herhaaldelijke vragen vanuit de raad, onder andere op initiatief van de Actiepartij, geen Wmo-vertrouwenspersoon in Haarlem. Maar we hebben wel cliëntondersteuning, dat zijn twee verschillende dingen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. Mevrouw Stroo: Ik waardeer uw pleidooi voor de vertrouwenspersoon, dat u ons daar weer aan herinnert. Maar ik vind zelf de term een beetje verwarrend, als je dan vertrouwenspersoon Wmo zou zeggen. De heer Hulster: Ja, de term maakt niet zoveel uit, dat is nu eenmaal zoals de wetgever het noemt, dus dan gebruik ik die term maar even voor het gemak. Maar het zou natuurlijk goed zijn om daar een wat, net zo goed als voor de cliëntondersteuner, om daar een wat smeuïger term voor te verzinnen als die er eenmaal is. De voorzitter: Dank u wel. Kan ik nog iemand het woord geven? Nee? Dan gaan we naar de wethouder. Wethouder Meijs. Wethouder Meijs: Dank u wel, voorzitter. Fijn dat we het even kunnen bespreken met elkaar. Dit is inderdaad de tussenrapportage van een bijna af traject. We lopen nog door tot het einde van het jaar, nou, dat zijn nog tweeënhalve maand, dus dat is ook bijna al klaar. Maar het project loopt daarna ook nog door.

We kennen natuurlijk allemaal hier onze discussies over Gewoon in de Wijk en dat was natuurlijk ook een van de zaken om te kijken hoe we cliëntondersteuning wel of niet onder zouden moeten brengen bij Gewoon in de Wijk. Nou, qua invoering bij de aanbesteding houden we het eruit, dus het komt niet in de hele aanbesteding van Gewoon in de Wijk. We houden het apart om die onafhankelijkheid te waarborgen, dus dat is garant gesteld. Maar als werkwijze of als bekendheid en zeker ook inhoudelijk wordt het ondergebracht bij Gewoon in de Wijk en dan gaat het dus vooral aan het eind van dit jaar zal de website verbeterd zijn, want alle gegevens die we

52

nu hebben opgehaald waarom zaken niet zo gelopen zijn zoals we wensen dat het liep worden meegenomen om een bredere bekendheid ook via de website te maken. Ja, alle dingetjes zitten in het zicht, dus ik kan uw gezicht niet goed zien. De microfoons, sorry, dus ik kan het gezicht niet zo goed zien, dus ik zit een beetje zo eromheen te koekeloeren. Maar dat komt dus terug in een vernieuwde website, want ook wij vonden dat onze vindbaarheid wat dat betreft voor cliënten of voor … Ik moet niet zeggen cliënten, want het gaat eigenlijk gewoon om steuners, of ondersteuners in de gemeente die op zoek zijn naar ondersteuners voor hun zorg en daar in het sociaal domein een weg zoeken, dat dat gemakkelijker op onze website te vinden is. Dus daar komt een vernieuwde versie in de website terecht. Daarnaast zijn we bezig met een vernieuwde brochure, want de brochure die er was, was volgens mij heel erg verouderd en niet meer up-to-date. Dus er komt ook gewoon een brochure uit die makkelijker uitgedeeld kan worden en ook gebruikt gaat worden bij alle partners in Gewoon in de Wijk. Dus het wordt wel op de uitvoeringskant al veel meer onder de aandacht gebracht en is het ook naar mijns inziens ook al meer bekendheid gekregen, maar we gaan ook nog via ons digitale kanaal daar aandacht aan geven.

Uw suggestie om het woord cliëntondersteuning eraf te halen, ja, het is bij wet vastgelegd dat het cliëntondersteuning heet, maar ik ben het met u eens dat dat niet de garantie hoeft te zijn dat we dan, als we in het werkveld het erover hebben, dat we daar niet vrij in zijn om iets anders te gebruiken. Dus er wordt nu al heel vaak in de gewone taal, zal ik maar zeggen, of in de gewone omgang de term gebruikt van ondersteuners, of ondersteuning. Ja, what’s in the name, zal ik maar zeggen. Het is ook heel goed, zoals net al aangewezen werd, we hebben de professionele ondersteuning, cliëntondersteuning, dat is MEE en de onafhankelijke cliëntondersteuning. En de informele ondersteuners, of de informele cliëntondersteuners, die de inwoners zelf mee kunnen nemen. Dat zijn de families, de buren, of welke stichting dan ook, of zelforganisaties, of wie dan ook. Die kunnen ook altijd aan het gesprek deelnemen, want ik heb vanmiddag nog in het voorgesprek gevraagd daarom, want mevrouw Özogul had mij al een keer gevraagd: worden die geweigerd? Nee, die worden niet geweigerd, dus mensen die zelf hun eigen vrijwillige cliëntondersteuning inhuren mogen natuurlijk ook bij die professionele gesprekken bij de cliëntondersteuning aanwezig zijn. Want dat zijn vaak hun vertrouwenspersonen en ook hun klankborden of hun postbusbezorgers, zal ik maar zeggen, of vinders, voor hun problematiek.

Dus daar zit geen ruis tussen. We voeren hier niet de discussie volgens mij over de Wmo-vertrouwenspersoon. Dat is volgens mij niet iets wat wettelijk geregeld is. Ik weet dat Actiepartij daar al meerdere malen om gevraagd heeft, volgens mij hebben we daar ook al een aantal keren met u over gesproken en zullen we ook in de informatienota die we in het begin van het jaar daarover gaan rapporteren bij de Wmo zal daar ook nog wel wat over terugkomen. Maar we hebben dat in Haarlem op een andere manier geregeld dan de ombudsfunctie die u volgens mij voor ogen heeft, maar die discussie kunnen we dan daar nog wel een keer voeren. Even denken. Dan was er een vraag over de financiële consequentie. O ja, we houden het dus buiten de aanbesteding van Gewoon in de Wijk, dus het wordt een aparte aanbesteding om die onafhankelijkheid garant te stellen. Ik ben het ook met de Actiepartij eens dat het een kwestie is van lange adem, dus ik had hier ook graag nu al wel wat resultaten willen laten zien over of de naamsbekendheid nou vergroot is. Dat kan ik nog niet.

We hebben zoals regulier eigenlijk in ons cliëntervaringsonderzoek, volgens mij staat die in het begin van volgend jaar op de agenda, dus dan hopen we natuurlijk ook die lage bekendheid die we vorig jaar zagen, dat we die dan verhoogd terug kunnen vinden en kunnen zien dat alle acties die we afgelopen jaar hebben uitgevoerd, of die tot resultaat hebben geleid. Nou, tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Nog een tweede termijn even doen? Ja? Mevrouw Zoon, Hart voor Haarlem. Mevrouw Zoon: Dank u wel, voorzitter. Fijn om te horen dat er folders komen, websites. Verbeterde website is altijd een middel, hè, het is geen doel. Je moet eerst weten dat die website er is. Dus dat die folder er nu is aan de voorkant, daar zijn we blij mee. Maar ik had nog een vraag: als die bekendheid groter wordt, dan heb je ook

53

capaciteit meer nodig, want dan komen er meer mensen die ook meer vragen hebben. Hoe gaat u dat regelen? Dat antwoord heb ik nog niet gehoord. Mevrouw Stroo: Ik begrijp dat de ombudsfunctie niet in het takenpakket hoort van de onafhankelijke cliëntondersteuning. Klopt dat? Wethouder Meijs: Volgens mij – als dat niet zo is, kom ik daar schriftelijk op terug – maar volgens mij is dat echt een ander iets. Cliëntondersteuning kan wel, vooral de professionele gaat natuurlijk kijken wat de wederzijdse belangen zijn en of het klopt zoals het traject is gelopen. Maar dat is volgens mij iets anders als de ombudsfunctie die de heer van de Actiepartij voor zich had. De vraag over of de capaciteit voldoende is. Ja, op dit moment maken we een inschatting daarin en hebben wij daar geld voor gereserveerd. Of dat voldoende is, ja, dat kan ik natuurlijk ook niet voorspellen. Mocht dat onvoldoende zijn, dan kom ik daar zeker op terug bij u. De voorzitter: Mevrouw Özogul, SP. Mevrouw Özogul-Özen: Dank voor de beantwoording en ook dat mensen zelf iemand mee kunnen nemen en dat dat niet geweigerd wordt. De Actiepartij vraagt er al heel lang om en nou ja, bijna hadden wij inderdaad hier een ombudsfunctie. Zoals ik nu begrijp, hoort dit niet hierin, wat u net zegt. Is er zicht op dat er zoiets wel komt? Want we hebben natuurlijk toen twee jaar geleden met de daklozen gezien dat daar behoefte aan is.

En niet alleen daar, maar ook elders in het hele sociale netwerk is daar behoefte aan. Op dit moment kunnen ze bijna nergens terecht. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Meijs: Het is niet een vraag die in ieder geval op tafel is gekomen in de laatste bijeenkomsten die we dus hebben met de cliëntondersteuners, want we hebben dus geregeld nu bijeenkomsten met hun, dus die vraag komt niet vanuit het veld. Maar als u vindt dat dat noodzakelijk is, ja, dan rest het natuurlijk aan u als raad om dat weer te agenderen. Maar ik krijg niet aan mijn tafel de kwestie op tafel dat er een aparte ombudsfunctie noodzakelijk zou zijn, dus ik zal dat vanuit het college niet in gang zetten. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij hebben we dit ook voldoende besproken zo, het koploperproject. Yes? Het gaat niet naar de raad, dus dan gaan we het hierbij afsluiten. Het komt nog een keer terug, ja. Wethouder Meijs: Ik hecht er even waarde aan om te zeggen dat we dus het onderzoek van het cliëntenervaringsonderzoek hier zeker nog op tafel zullen hebben. Ik stel voor dat u dat dan gewoon weer agendeert, dan kunnen we kijken of dat koplopertraject ook echt effect heeft in de bekendheid. Dan zijn die percentages van dit jaar en vorig jaar vergeleken met de huidige cijfers, dus dan kun je ook zien of het effect heeft gehad.

De voorzitter: En wanneer zou het dan komen, denkt u? Wethouder Meijs: Volgens mij zal dat ergens in het begin van het voorjaar zijn, maar ik weet nu geen datum. Maar dat is een regulier traject, volgens mij hebben we die in maart of april komt het dan hier terug. De voorzitter: Mooi, dan kan de nieuwe raad daar even goed naar kijken. Dank u wel. Nee, nee, nee, dat zeg ik net, het is een bespreekpunt geweest, dus het komt niet naar de raad.

54

21. 22.05 uur Beantwoording art 38 vragen D66 en CDA omtrent Anton Pieck Hofje (MTM) De voorzitter: We gaan door naar agendapunt 14, dat is de ‘Beantwoording van de artikel 38-vragen van CDA en D66 omtrent het Anton Pieck Hofje’. Op verzoek van D66 wordt de beantwoording van de artikel 38-vragen besproken in deze commissie, zie het agenderingsverzoek wat erbij zit. De beantwoording van de artikel 38vragen leidt tot vervolgvragen aan de wethouder en in het bijzonder over het contact en de dialoog tussen de gemeente en bewoners van de Kruidenwijk en het bouwkundig rapport. We hebben hiervoor een inspreker en die had ook nog verzocht, klopt dat, om nog iemand … Het is eigenlijk niet de normale gang, maar ik heb toegegeven. U weet wat we afgesproken hebben. U krijgt totaal dan vier minuten, dus dan moet u zelf even splitsen hoe u dat gaat verdelen. U kunt naar voren komen. Er staan daar twee stoelen, die worden nu naar achter geschoven, daar kunt u plaatsnemen. De microfoon is als het goed is stand-by. Goed, nou, ik zie in ieder geval een bekende aan tafel, dat is mevrouw U.... U heet mevrouw Van der Zwet-Slotenmaker, geloof ik, dat is uw buurvrouw. Ja. Nou, zoals ik al zei, we gaan hier totaal vier minuten over spreken. U moet per persoon even de microfoon aan doen, dus alleen degene die spreekt de microfoon aan doen, anders kan ik niks vertellen namelijk.

Dus een van de twee moet de microfoon uit laten, ja? Even kijken, hoor. O ja, om nog even te vermelden: er is ook nog een schriftelijke inspreekbijdrage van de heer Tiel, ook namens de bewonerscommissie van het Anton Pieckhofje, dus nog even vermelden dat dat ook bij de agenda zit. Goed, ik weet niet wie als eerste het woord wil nemen? Mevrouw U...? Mevrouw U...: Ja, ik wil graag als eerste. We hebben allebei getimed op drie minuten, dus we gaan proberen om het beknopt te houden zodat het lukt binnen de totale tijd. De voorzitter: Nou, doe uw best, zou ik zeggen. Gaat uw gang, u weet precies hoe het werkt. Dus neem vooral niet de tijd, probeer het kort te houden. Mevrouw U...: Helemaal goed. Goedenavond allemaal, ik kom hier om u op de hoogte te houden van de stand van zaken rondom het Anton Pieckhofje. Ik ben namelijk momenteel in gesprek met de gemeente, maar de inhoud van deze gesprekken is zeer teleurstellend en de toon is aanmatigend. Deze aanmatigende toon wordt ook tegen u als commissieleden aangeslagen, kijkt u zo meteen eens bij het antwoord op punt twee in de brief. De vraag hoe de motie wordt opgevolgd, het antwoord op die vraag luidt: dat de buurt wordt uitgenodigd om op de koffie te komen bij de daklozenvoorziening. Op de koffie. Zo wordt er met uw motie en met onze overlast omgegaan.

Op vrijwel alle echte oplossingen, aangedragen door en voor omwonenden, hebben wij inmiddels een harde nee ontvangen. Door de weigering van de gemeente om naar gedragen oplossingen te zoeken ervaren wij inmiddels overlast. Er wordt nu gedeald in de buurt, maar volgens de gemeente gebeurt dat eigenlijk al jarenlang, hoewel niemand van de bewoners het ooit eerder heeft gezien. Dat dealen, dat hoort er ook gewoon bij, volgens de gemeente. Dus voor de duidelijkheid, dit gebeurt zelfs nu met begeleiding en een halve bezetting. Dan het openen van de deuren aan de Venkelstraat, dat is een verhaal apart en ik neem u alleen even kort mee in de meest recente ontwikkelingen. Er is eerder een document van twee A4’tjes aan u gepresenteerd als zijnde bouwkundig rapport. Daaruit zou blijken dat opening van de entree aan de Venkelstraat onwenselijk is. Inmiddels is door de gemeente toegegeven dat dit helemaal geen bouwkundig rapport betreft. En o ja, het ging ook over de verkeerde deur. Nu moet er opnieuw een onderzoek plaatsvinden en deze keer vanwege de indeling van het pand in brandcompartimenten. Maar zodra duidelijk werd dat een van de aanwezigen zeventien jaar bij de brandweer had gewerkt, gooide men het over een andere boeg. Nu is het probleem dat er leidingen moeten worden verlegd. Leidingen verlegd om een deur te openen, u hoort het goed.

Want de gemeente heeft bedacht dat er een badkamer verplaatst moet worden omwille van de privacy van de dakloze mensen. Maar men doucht toch niet met de deur open? En in

55

een gedeelde woning loop je toch sowieso gekleed van en naar de badkamer? Opnieuw lijkt dit een gezochte reden om de deur aan de Venkelstraat niet te openen. De voorzitter: Twee minuten zijn voorbij. Mevrouw U...: De gemeente heeft een dubbele pet op. Hierdoor kan zij niet onafhankelijk zorgen voor het welzijn van alle burgers. De gemeente heeft namelijk in deze kwestie als huurder een veel te groot belang in het doordouwen van hun plan en op geen enkele manier is of wordt er gezocht naar oplossingen met ons. Wij worden behandeld alsof wij achterlijk zijn en ook u als commissie wordt straal genegeerd. Maar we mogen wel op de koffie komen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kan mevrouw Van der Zwet. Mevrouw Van der Zwet: Ik woon al 28 jaar in de Anijsstraat met veel plezier. Ik woon recht tegenover de huidige entree van het Anton Pieckhofje. Er spelen altijd kinderen op het grasveld bij de deur, het hofje met ouderen fungeerde als een gezellig centraal punt in de wijk. Dit was passend binnen de Kruidenbuurt. De doelgroep die de gemeente afgelopen zomer met een sneltreinvaart heeft geplaatst is echter absoluut niet passend. Hoe graag de gemeente u en ons ook wil doen geloven dat het hier economisch daklozen betreft, mensen zoals u en ik, de praktijk van de afgelopen drie maanden wijst uit dat dit toch echt niet altijd het geval is.

Opeens wordt er in onze rustige buurt op straat gedeald, lopen er mensen met hoodies rond die wij niet kennen en waarvan wij het gezicht niet kunnen zien. Kinderen worden aangesproken en gevraagd of ze snoep of een ijsje willen. Dat geeft een dusdanig onveilig gevoel dat er in de buurt overal camera’s worden geïnstalleerd door de omwonenden. Voor het eerst, want dit is nog nooit gebeurd. Maar ja, vanaf nu komen er elk half jaar 36 vreemden te wonen. Vol vertrouwen waren ik mijn buurtgenoten dat de gemeente samen met het bewonersinitiatief zou willen zoeken naar oplossingen om de overlast te beperken. Dat vertrouwen in de gemeente ebde echter heel snel weg. Op de onlinebijeenkomst in juli werden microfoons van omstanders uitgezet wanneer zij inhoudelijk wilden reageren. E-mails van het bewonersinitiatief zijn structureel onbeantwoord gebleven. En erger nog, nu wordt er gedaan alsof wij wel betrokken worden, met een omwonendenoverleg onder andere. Ik ben bij dit overleg geweest en ik kan u melden: het was geen overleg. De voorzitter: Wilt u gaan afronden, mevrouw Van der Zwet? Mevrouw Van der Zwet: Het was opnieuw een schijnvertoning, waarbij de gemeente als kapotte langspeelplaat hetzelfde verhaal afdraait: maatschappelijke opvang, nood is hoog, et cetera. Zelfs in de notulen zijn onze vragen en zorgen geminimaliseerd. Dat de opvang gerealiseerd is, is een voldongen feit.

Dat de gemeente ons niet tegemoet wil komen in het zoeken naar preventieve maatregelen helaas ook. Er wordt door het Leger des Heils continu gezegd dat we altijd kunnen binnenlopen bij klachten en overlast. Moeten wij politie worden in onze eigen buurt? De wethouder lijkt compleet los te staan van de realiteit. Er zijn 36 kamertjes, dus er moeten 36 mensen in komen, zonder preventieve maatregelen. Onze voorstellen zijn zeer redelijk en worden door de hele buurt gedragen. Wat is toch deze onwil van de gemeente? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we nog even kijken of de commissie nog aanvullende vragen heeft aan u. Wilt u de microfoon alvast even uitzetten? Ja. Mevrouw Çimen, D66, gaat uw gang. Mevrouw Çimen: Dank u wel, voorzitter. Ik heb eigenlijk geen vragen, het is een helder betoog. Ik wil u gewoon danken voor het inspreken en ik ga een hoop van deze vragen ook de andere kant op richten, maar dank in ieder geval voor uw aanwezigheid vanavond.

56

De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Zoon, Hart voor Haarlem. Mevrouw Zoon: Ik wil nog steeds uw vasthoudendheid waarderen en dan hopen we toch dat deze vasthoudendheid, dat wij daardoor ook weer een steuntje in de rug krijgen om dat ook weer verder te brengen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Aan beide dames, u zegt, ik geloof dat mevrouw UlehakeU... dat zei: de toon is aanmatigend. Heeft u daarbij ook het gevoel dat u primair vanaf het begin niet serieus genomen bent in die aanmatigende toon? Mevrouw U...: Ja. De heer Smit: Ja, daar was ik al bang voor. Mevrouw U...: Er is inhoudelijk niet heel veel veranderd in de gesprekken. Het mooie is dat ze nu wel er zijn, eerst was het er helemaal niet. Eerst moest dat natuurlijk met een rap tempo gerealiseerd worden. Nou goed, deze gesprekken, die zijn er, maar inhoudelijk komen wij niet verder. Wanneer wordt gevraagd ook door de raadsleden: hoe wordt die motie opgevolgd? Dan is het antwoord letterlijk dat we op de koffie mogen komen. Ik vind dat onvoorstelbaar. De heer Smit: Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog verder andere commissieleden? Nee? Dan wil ik u … O, mevrouw Verhagen. Ja, u zit achter de microfoon, dus het is … Gaat uw gang.

Mevrouw Verhagen: Ik wilde u ook vooral een compliment maken hoe het mogelijk is dat u in deze situatie nog steeds tot een gesprek bereid bent en nog niet andere dingen van plan bent of heeft gedaan. Heel erg fijn, dank u. Mevrouw U...: Ik kan u wel vertellen dat dat sentiment inmiddels in de buurt wel leeft, wat u beschrijft, ja. De voorzitter: De heer Yerden, PvdA. De heer Yerden: Dankjewel, voorzitter. Bedankt voor het heldere verhaal. Wij zijn ook daar geweest en afgelopen maand, of een paar weken heb ik wel ook verhalen van de bewoners gehoord dat ze gewoon bij elkaar komen, een kopje koffie drinken. Dat was ook een positieve kant van het verhaal. Klopt dat? Mevrouw U...: Als u vraagt of de positieve kant van het verhaal is dat wij op de koffie worden uitgenodigd, terwijl wij overlast ervaren, dan acht ik dat niet heel positief. Ik snap uw vraag misschien ook niet goed. De heer Yerden: Nee, ik bedoel maar gewoon, ze komen bij elkaar om een kopje koffie te drinken met de nieuwe bewoners. Mevrouw U...: En u vraagt aan mij of ik dat een goede oplossing vind voor structurele overlast? De heer Yerden: Nou ja, dat is een kennismaking met de nieuwe bewoners.

57

Mevrouw U...: Een kennismaking met mensen die er over een half jaar niet meer wonen. Er stromen ieder jaar 36 … 72 zouden het dan zijn ongeveer, maar ieder half jaar 36 nieuwe mensen in en uit. Het is ons nooit gegaan om de mensen zelf. Het probleem ligt niet bij deze mensen, deze mensen hebben gewoon een nieuwe stap nodig in hun leven en daar hebben wij als buurt vanaf het begin af aan over gezegd: dat heeft iedereen nodig, die zijn welkom. Het gaat niet om de mensen. Het gaat erom dat wij overlast ervaren en dat dat in het begin is weggezet als: dat zijn aannames. Nu zijn we drie maanden verder en nu zien we dat die aannames toch wel ergens op zijn gestoeld en dat dat klopt. Ik vind het niet positief dat wij dan op de koffie mogen komen, nee. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan wil ik beide dames hartelijk danken voor uw inspreekbijdrage. U kunt weer plaatsnemen op de tribune. Ik hoop u niet meer te zien, dat betekent volgens mij iets goed, want ik weet hoe vasthoudend u bent. In ieder geval succes ermee. Dan gaan wij tot behandeling over. Ik denk, we gaan naar mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Dank u wel, voorzitter. Voor het zomerreces hebben we de motie ‘Goed overleg doet wonderen’ ingediend en aangenomen gekregen.

Hierin vragen wij het college op zoek te gaan naar gedragen oplossingen met de bewoners van de Kruidenwijk, zodat het prettig wonen is voor de huidige en ook de nieuwe bewoners in en rondom het Anton Pieckhofje. We zijn nu een paar maanden verder en ik heb recent nog samen met de collega van het CDA artikel 38-vragen gesteld over hoe de dialoog met de bewoners gaat en hoe deze motie wordt uitgevoerd. Ik vond de beantwoording op zijn zachtst gezegd – en het woord werd al genoemd zojuist – teleurstellend. Want het antwoord was, op een van deze vragen: er is een structureel bewonersoverleg opgezet en ik heb ingezet op kennismaking tijdens Burendag. Worden de zorgen van de omwonenden en de motie van deze raad hiermee nou serieus genomen volgens deze wethouder? Graag een reactie. Want ik heb namelijk continu het idee dat er wordt uitgelegd aan de bewoners wat de gemeente van plan is, maar dat is geen wederzijds gesprek met geven en nemen. Hoe beoordeelt de wethouder dit zelf? En kan de wethouder ons meenemen in de huidige situatie in het Anton Pieckhofje met de bovenbewoners en de achttien nieuwe bewoners beneden? Is er bijvoorbeeld sprake van overlast of incidenten, of volstaan de huisregels met de huidige begeleiding? Dan inderdaad, het werd ook al genoemd door de insprekers, het bouwkundig advies over het openen van de ingang aan de Venkelstraat.

Er wordt tegen het vervaardigen van een nieuwe entree geadviseerd en ik vroeg me eerlijk gezegd af of de adviseur ook daadwerkelijk op de locatie heeft gekeken voordat hij dit advies heeft opgesteld. Er is toch al een ingang? Het kantoor van de begeleiding aan de ene kant van het gebouw kan toch worden verplaatst naar de andere kant van het gebouw? Misschien dat je dan één kamer inderdaad moet opofferen om tegemoet te komen aan de bewoners in en rondom het Anton Pieckhofje. Maar is dat een te hoge prijs voor rust in de Kruidenwijk en tien jaar lang gemoedelijk samenwonen? En als er postvakjes aan de muur getimmerd moeten worden en draadloze bellen worden opgehangen, kan dat toch niet daadwerkelijk het obstakel zijn wat hier in de weg staat? Het is nu zelfs zo dat de bewoners van de Kruidenwijk maar uit eigen zak een tegenrapport hebben laten opstellen. Die komen met een aanzienlijk simpelere oplossing dan in het advies van PBA. Heeft de wethouder hierover gesproken met de bewoners? Nou, dat heb ik al gehoord dat daarover is gesproken, maar ik hoor ook graag haar kant van het verhaal. Ik heb ook gevraagd of dat tegenrapport bij de stukken vandaag kon worden toegevoegd. Dat is helaas niet gebeurd. De wethouder had vorige commissievergadering toegezegd om met een schriftelijke reactie te komen op dat tegenrapport en die hebben we helaas tot op heden niet gezien.

Waarom hebben we deze reactie niet ontvangen, en wanneer kunnen wij deze dan wel krijgen? Voorzitter, ik rond af. De gemeente heeft aangegeven deze locatie voor in ieder geval tien jaar in te zetten. Hoe groot is dan de eenmalige investering die gedaan moet worden om de ingang voor de benedenbewoners te verplaatsen? Over welke

58

orde van grootte hebben we het dan? Tot slot mijn allerlaatste vraag: waarom kan dit gewoon niet in goed overleg worden opgelost? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer El Aichi, CDA. De heer El Aichi: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, betreffende het Anton Pieckhofje heeft het college gefaald als het om communicatie gaat. Na aandringen van de raad vond een informatiebijeenkomst op 7 juli 2021 plaats. De vragen van de aanwezige bewoners zijn niet beantwoord en niet iedereen kwam aan bod om zijn vragen en zorgen te uiten. In de beantwoording van het college op onze artikel 38-vragen heeft het college toegegeven dat de communicatie niet goed is verlopen. Ik citeer: “Men gaf aan zich overvallen te voelen.” Dat zijn de woorden van het college. Voorzitter, de communicatie is, nogmaals, niet helemaal goed verlopen, daarom vraag ik hierbij de wethouder: waarom heeft zij niet een poging gedaan toentertijd om een tweede bijeenkomst te organiseren, zodat iedereen, of de meeste mensen aan het woord kunnen komen en hun vragen beantwoord te kunnen krijgen? Op onze artikel 38-vragen over de laatste stand van zaken over de uitvoering van de motie ‘Goed overleg doet wonderen’ geeft het college geen antwoord.

In de aangenomen motie hebben wij dit college gevraagd samen met de bovenburen van Anton Pieckhofje de omwonenden en Ymere in overleg te betreden en te zoeken naar een gedragen oplossing voor de verwachte geluidsoverlast, drukte in de Anijsstraat. Het college weigert tot nu toe te luisteren naar de bovenbewoners en naar de omwonenden. Deze mensen hebben vanaf dag één meegedacht en hebben oplossingen aangedragen door een andere ingang aan de Venkelstraat te verwezenlijken. Maar het college kiest de moeilijke variant te onderzoeken en ziet alleen maar beren op de weg, in plaats van te kiezen voor een oplossing wat aangedragen is door de bovenburen en de omwonenden. Daarom vraag ik hierbij nogmaals aan de wethouder te kijken naar de makkelijkste oplossing en te kiezen voor de variant wat door de omwonenden hebben aangedragen. Wethouder, neem deze mensen alsjeblieft serieus en neem ze niet in de maling. De kosten die gemoeid zijn voor het isoleren van de plafonds en een separate ingang aan de Venkelstraat, oplossen van rook- en tuinoverlast zijn nihil. Het gaat volgens de omwonenden en de bovenbewoners om een geringe financiële investering. Ik verwacht van de wethouder dat ze deze mensen serieus neemt en in gesprek met ze gaat en samen te zoeken naar oplossingen. Want tot nu toe spreekt de lichaamstaal van de gemeente boekdelen.

College, zet je trots opzij en neem ons welwillende Haarlemmers serieus. Tot zover de eerste termijn. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Özogul, SP. Mevrouw Özogul-Özen: Heel veel is al gezegd. Het eerste wat mij opviel was in het rapport, de bel moet dan vervangen worden of aan de andere kant en het adres moet gewijzigd worden, en nog een paar van dat soort in mijn ogen heel goedkope, een beetje rare, vervelende punten. Dan denk ik: wat kost het dan? Wat kost het veranderen van een adres? Wat kost het veranderen van een bel, of het trekken van een elektrische bedrading, of wat dan ook? Dan denk ik: alles kan, je moet het alleen willen. Ik begin het idee te krijgen dat we het niet willen en dat daar juist het probleem zit. Ik zou zeggen: er is een motie geweest, er zijn heel veel mensen die hetzelfde vragen, wethouder, ga met ze in gesprek. Ga er open in, ga er ook in met het idee: ik denk serieus mee, we gaan iets proberen, we gaan een oplossing zoeken. Ik weet zeker dat u er dan uitkomt. De voorzitter: Dank u wel. De heer Yerden, PvdA. De heer Yerden: Dankjewel, voorzitter. We hebben wel een aantal keer hierover gesproken, het zal ook een herhaling zijn. Maar bij de totstandkoming van het Anton Pieckhofje is de communicatie – net zoals El Aichi en Çimen en Sibel naar voren gehaald hebben – de communicatie met de buurt is misgegaan. Inmiddels is er

59

naast het onuitgewerkte rapport van de gemeente geen financiële toelichting, een rapport van het bewonersinitiatief waarin de achterdeuruitgang. Ook voor dit rapport geldt dat er geen financiële toelichting bij zit. Bovendien moet er nog nader onderzoek plaatsvinden naar de brandveiligheid. De PvdA-fractie vindt dat de wethouder openheid van zaken moet geven. Op voorhand wil de PvdA-fractie wel stellen dat de overlast als gevolg van de huidige entree tot nu toe weinig is gebleken. Tot zover, dank u. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Dank u wel, voorzitter. Het verbaast me echt dat we hier nu weer zoveel tijd aan besteden. Er zijn echt grote problemen in de stad en we zitten hier zo ontzettend lang te praten over iets wat volgens mij vrij simpel opgelost kan worden. Ik denk dat de raad zich daar al meerdere malen over heeft uitgesproken, dus ja, ik begrijp … Iedereen vertelt nog een keer hetzelfde verhaal. Ja, ik denk dat dit echt een beetje zonde van onze tijd is. Ik verwacht echt dat de wethouder het gewoon nu snel oplost en klaar. De voorzitter: Mevrouw Zoon, Hart voor Haarlem. Mevrouw Zoon: Dank u wel, voorzitter. Ik kan alleen maar ondersteunen wat er gezegd is. Slechte participatie, bouwkundige tegenwerking, acceptatie en draagvlak ver te zoeken. En tien jaar kan je toch echt wel iets investeren.

En ook de mensen in de Kruidenwijk, ik heb echt waardering voor ze dat ze inderdaad nu al maanden hier aan tafel zitten om hun zorgen uit te spreken en dat die zorgen niet als gemeente serieus worden. Daar voel ik me gewoon ook verantwoordelijk voor als zijnde degene die hier zit, dus ik hoop toch wel dat er nu wat gedaan wordt, anders moeten we toch wel wat andere stappen gaan nemen en daar wil ik dan ook wel een voortouw in nemen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Verhagen, Trots Haarlem. Mevrouw Verhagen: Dank u wel, voorzitter. Van samenwerking die wonderen zou moeten doen is blijkbaar heel weinig terechtgekomen. Bij lezing van de stukken krijgt Trots de indruk dat er nauwelijks naar de bezwaren en vooral de oplossingen van de bewoners geluisterd is. Het onderzoek naar het geluidsniveau en de toegangsdeur lijkt bijna gericht op genereren van fouten van de tweede soort. En helaas zijn alle moties van Trots – dat moet ik even van Sander melden – om concreet iets aan deze inmiddels onhoudbare situatie te doen verworpen. Blijft over dat alleen de bewoners met constructieve oplossingen zijn gekomen, terwijl de wethouder niet verder lijkt te komen dan weer een gesprek, of een onderzoek c.q. uitstel van executie.

Graag zouden wij weten: hoeveel kosten die voorgestelde prima oplossingen nu eigenlijk, en wat de wethouder nou eigenlijk tegenhoudt om deze volgens Trots heel goede oplossingen zo snel mogelijk uit te voeren. Hoe moeilijk kan dat zijn? Ik vraag me dan nog even af: welke afspraken zijn er nou eigenlijk tussen de gemeente en Ymere? Is daar misschien iets aan de hand, dat Ymere het liever niet doet, dat daar contracten over liggen? Weet ik natuurlijk allemaal niet, maar mogelijkerwijs. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. Mevrouw Stroo: Dank u, voorzitter. Met in het achterhoofd de plannen van de Domus Plus en de Skaeve Huse kan de wethouder nu laten zien hoe de wethouder omgaat met oplossingen aangedragen door de aangrenzende buurt. Maar jammer genoeg pakt de wethouder het zo op zoals het niet moet. Een aanmatigende toon in plaats van gelijkwaardig overleg. Ik hoopte van de insprekers te horen dat nu eindelijk de paarse krokodil, de achterdeur van de Venkelstraat, nu gevonden is en open is gegaan. De vorige keer zei ik al: wethouder, in naam van de boven- en de overburen, doe open die poort. Laat zien dat u de bewoners van

60

de Kruidenwijk serieus neemt. U zal gelijk al een hele hoop overlast wegnemen. Structurele gesprekken met elkaar hebben alleen zin als u wat met de opmerkingen en zorgen van de bewoners van de Kruidenwijk doet. U kunt het nog … Ik zou zeggen: gaat u nu aan de slag en zorg voor goede isolatie, doe die deur open en win het draagvlak weer terug. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Dank u wel, voorzitter. De VVD wil dat Haarlemmers een overheid hebben die er voor ze is en die naar ze luistert. In dit dossier is ondertussen wel heel veel misgegaan en mis aan het gaan. Het begon bij dit dossier eigenlijk al bij de start, waarbij dit college een besluit heeft genomen om het Anton Pieckhofje op deze manier in te richten, zonder daar eerst met de mensen in de buurt over te praten. Hoe is uw buurt, waar loopt u tegenaan en wat denkt u wat er gaat gebeuren als we deze mensen bij jullie plaatsen? Dat is het verhaal wat je als college eerst hoort te voeren met de buurt, voordat je dit soort beslissingen neemt. Nou, de beslissing is inderdaad genomen en dat gesprek kwam daarna, al wat haperend, maar toch wel op gang. Echter, dat is een one way street geworden, zoals het lijkt. Want ja, ik sluit me in die zin aan bij de woorden van mevrouw Zoon, ik voel me hier als gemeenteraadslid ook een beetje verantwoordelijk voor.

Wij geven het college aan waar het heen moet en het gebeurt niet. Dat de mensen hier een paar keer moeten komen inspreken vind ik echt een gotspe. Nou, goed, ik ben in ieder geval wel blij dat de mensen komen inspreken, zodat wij in de gemeenteraad er wat aan kunnen doen. Heel veel vragen zijn er al gesteld, daar zal ik me kortheidshalve bij aansluiten. Ik heb nog één aanvullende vraag naar aanleiding van de insprekers ook. Die kwamen met de opmerking dat ineens de buurt zich aan het vullen is met drugsdealers. Volgens mij hebben we, voordat hier sprake van was, hebben wij gevraagd: om wat voor mensen gaat dit, zijn dit mensen die wel of niet gebruiken? Dus mijn vraag aan de wethouder, in aanvulling op hetgeen wat er al gezegd is of gevraagd is, is: wat gaat u doen met deze signalen over dat er onder de inwoners van het Anton Pieckhofje blijkbaar sprake is van drugsgebruik? En in hoeverre is het college, dat op Handhaving heeft bezuinigd, in hoeverre is het mogelijk om daar toch wat aan te doen? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ik schaam me rot, laat ik het zo maar zeggen. Voor de zoveelste keer zit ik hier, voor de zoveelste keer luister ik naar integere insprekers. Ik schaam me gewoon rot, mevrouw de wethouder.

Ik ben bang als u niet enorm hard en duidelijk doorpakt, dat ik dan moet constateren dat u de regie kwijt bent en misschien al een tijd kwijt bent, en dat de ambtelijke formatie die hierop zit doet wat die wil, maar niet doet wat u wil. Of u gaat uitleggen dat wat er gebeurd is wat u wil. Voor ons is op dit moment de situatie zo dat er bij OPHaarlem geen sprake is van meer dan achttien bewoners totdat alles opgelost is. Lukt dat niet, dan blijft dat maar achttien. En lukt het helemaal niet, dan wordt het nul. Want hier is een plek gekozen die überhaupt een moeilijke plek is, dan moet je verschrikkelijk veel doen om de zaak goed te begeleiden en er is, mevrouw de wethouder – maar u mag mij tegenspreken – niets gedaan. Nog sterker, ik denk dat de bewoners gelijk hebben: ze zijn als kinderen behandeld. Het bouwkundig advies wat er lag: onzinverhaal. De deur naar de Venkelstraat kan morgen open, als u het wil en als u met uw vlakke hand op tafel slaat. Roken in de binnentuin, als dat nog met een dubbele bezetting gebeurt en de bovenwoners houden daar last van, dan is dat onacceptabel. Als er geen oplossing voor is, dan zijn er te veel mensen in het pand.

En het dealen, ja, we gaan er straks ook meemaken als de Domus Plus op de Nieuweweg komt, dat er dan de brommers af en aan rijden, dat we de borden moeten verzetten van links naar rechts dat de brommers niet tegen elkaar aan rijden. Mevrouw de wethouder, dit dealen is nieuw hier en dat gebeurt omdat hier achttien bewoners op dit moment zijn die blijkbaar een behoefte hebben. Maar dat betekent een enorme

61

belasting voor de buurt en ik hoop dat u uit gaat leggen hoe u die belasting gaat beëindigen. Want voor OPHaarlem is de tijd voorbij om te vragen of u weer na gaat denken of u dit … Er moet nu gewoon wat gebeuren. En alleen maar roepen: we gaan weer een keer met ze praten, ze komen weer een keer op de koffie en gaan weer een keer nadenken over de deur aan de Venkelstraat. Mevrouw de wethouder, vanavond met de hand op tafel en morgen tegen uw ambtenaren zeggen: zo gaat het gebeuren. Want als dit op een gegeven moment misgaat en dan heeft u bewoners gezien die hier al maandenlang werkelijk het toppunt van communicatie aan u zichtbaar maken, maar als dit misgaat is het uiteindelijk uw schuld, want dan heeft u onvoldoende gestuurd in dit proces. Ik hoop dat u echt nu gaat zeggen: het is na vanavond totaal anders. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Is er nog iemand? De heer Zohri, GroenLinks. De heer Zohri: Heel veel is al gezegd, maar ik heb wel een korte vraag aan de wethouder. Heeft ze een gesprek gehad met de verhuurder Ymere? In de vorige inspraakbijdrage van mevrouw heeft u aangegeven dat u daar een reactie op zou geven. Die hebben wij nog steeds niet ontvangen, ook op het tegen-bouwtechnische rapport wat ze hebben gegeven.

Wanneer kunnen we die verwachten en wanneer hebben we concreet alle plannen die gekoppeld zijn aan het Anton Pieckhofje bij elkaar en kunnen we ervoor zorgen dat er gewoon een duidelijk statement uitgegeven kan worden vanuit de raad? En hoe u ervoor kunt zorgen dat alles daar goed landt en dat de plannen die de mensen hebben aangedragen, dat die ook meegenomen zijn in de uitvoering daarvan. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Ik zou graag van mijn GroenLinks-collega horen hoe hij de houding van deze wethouder ten opzichte van de bewoners, hoe hij dat duidt. De heer Zohri: Dat wilt u weten? Nou, kijk, ik denk dat ook de wethouder … Wij hebben een motie ingediend voor de zomervakantie en daarin hebben we de wethouder opgeroepen om … Ik hou hem even wat verder van me af, denk ik. Zo beter? Ik hoor me een beetje … Ah. Ik denk dat het belangrijk is dat de wethouder op dit moment echt gewoon haar tanden moet laten zien en ook met de inspraakbijdrage van de bewoners en de bovenbewoners. De voorzitter: De heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ik hoor de heer Zohri ook zeggen dat inderdaad de motie al voor de zomer is ingediend en aangenomen.

Wat vindt hij een realistische termijn om de motie uitgevoerd te krijgen? Vindt hij ook dat dat op zijn minst dit jaar, dus voor 1 januari gebeurd moet zijn? De heer Zohri: Ik wacht even wat de reactie van de wethouder is op de vragen die ik net gesteld heb. Er zijn vragen gesteld, daar is uitvoering gegeven aan sommige zaken. Er is een bouwtechnisch onderzoek gedaan, daar is een tegen-bouwtechnisch onderzoek gedaan en daar moet ook gesproken worden met Ymere en dat heeft u ook in het RIB-verslag gelezen. Ja, ik wacht nu even wat de reactie van de wethouder is. De voorzitter: Dank u wel. Nou, dat gaan we snel horen, denk ik. Volgens mij heb ik iedereen gehad, hè? Ja. Mevrouw Meijs.

62

Wethouder Meijs: Dank u wel, voorzitter, en dank u wel ook voor de insprekers. Ik snap de frustratie. Het gaat niet snel genoeg, mea culpa. We hadden natuurlijk gehoopt dat we al snel nu konden handelen en een offerte hadden over een bouwkundig rapport. Dat is er nog niet. Dat had ik u graag willen toesturen, dan had ik ook die tegenrapportage waar mevrouw net over sprak met u meegestuurd. Dat heb ik nog niet. Dan hadden we dat in kunnen voegen en dan hadden we daar nu een besluit over kunnen nemen en dan hadden we ook zicht gehad daarop. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Zohri. De heer Zohri: Maar u geeft aan dat u dat tegenrapport, dat is er nog niet. Wanneer kunnen we die dan wel verwachten? Wethouder Meijs: Nou, u zult begrijpen dat ik hier ook wat ongemakkelijk zit, omdat het gewoon niet prettig is dat ik hier nu iets niet kan leveren. Maar ik heb geëist dat het er op 2 december wel ligt. Dan hebben wij de volgende commissievergadering, dan moet het er gewoon zijn. Er is een onderzoek geweest naar twee achteringangen. Daar is een misverstand over gegaan. Er is een branduitgang en er is een gewone achteruitgang en er is volgens mij bij het eerste onderzoek over de gewone uitgang iets onderzocht en de bewoners hadden het over een branduitgang. Dat houdt ook weer verband met de brandveiligheid.

Dat is echt een miscommunicatie geweest, dus ik heb gewoon geëist dat dat er op 2 december is, zodat we er hier met elkaar over kunnen spreken. Dat als eerste. De voorzitter: De heer … Wethouder Meijs: Het is een beetje de … Mag ik even af… De voorzitter: U mag het wel even afmaken. Maak het maar even af en dan komt de heer Smit. Wethouder Meijs: Dat is natuurlijk de wet van Murphy als er dan zoiets misgaat, dus mea culpa daarover. We hebben niet stil gezeten, want nu wordt de illusie gewekt dat ik vanaf de zomer niets gedaan heb, maar dat is niet waar. We hebben diverse keren ook met de bewoners en ook met de bewonerscommissie al gesproken. Dat heb ik niet alleen gedaan, dat hebben ook de ambtenaren gedaan. Ik heb als wethouder ook een omwonendenoverleg gehad. We hebben er eerst eentje digitaal gehad, was niet ideaal, daar ben ik de eerste die dat toegeeft, dat is verre van ideaal om digitaal met omwonenden een gesprek te hebben. Maar we hebben er inmiddels ook eentje gehad fysiek. Werd druk bezocht, is veel gesproken en begrijp dat als je op zo’n avond niet direct allerlei oplossingen aandraagt, dat dan de emoties en de frustraties alleen maar oplopen. Dat voel ik, dat begrijp ik, heb ik ook op die avond bevestigd. Ik ben ook afhankelijk van Ymere.

Ik heb met Ymere wel gesproken inmiddels en die zijn ook inmiddels ervan op de hoogte dat er een bouwkundig advies noodzakelijk is en dat ze daar ook mee zullen oordelen als daar een bouwkundige ingreep moet plaatsvinden. Zij zijn de eigenaar van het gebouw, maar wij zijn de gebruikers en als wij dat nodig achten, dan gaat dat gebeuren. Dat gesprek heb ik inmiddels met Ymere gevoerd en daar zullen zij ook mede een oordeel over vellen. De voorzitter: Nu wil ik even toch terug naar de … Ik ga eerst even naar de heer Smit, die was als eerste, dan de heer Van Kessel en dan de heer El Aichi. De heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Mevrouw de wethouder, begrijp ik dat u op 2 december het rapport krijgt? Ik denk dat als je nu drie mensen op pad stuurt – en trouwens, de bewoners hebben die al op pad gestuurd, die zijn al op pad

63

gestuurd – dan weet je eigenlijk morgen wel wat het probleem is met betrekking tot de deur aan de Venkelstraat. De insprekers zeggen: brandgevaar, dat is alweer weggewimpeld, nu zijn het leidingen. Mevrouw de wethouder, u geeft een voorbeeld van het feit dat u medeslachtoffer bent in het proces. U stuurt niet, u geeft geen besluiten, u zegt niet: het is nu één minuut voor twaalf, het moet gebeuren. U wacht tot 2 december totdat er een rapportje van een pagina of twee is en dan is het klaar. Je kunt er wel tien van maken, maar het kunnen er twee zijn. Mevrouw de wethouder, dat is toch geen tempo, als u ziet met welke processen de mensen zitten? Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Smit, wilt u haast maken? Want u bent al ruim over de tijd. De heer Smit: Ja, maar ik heb een paar keer mijn microfoon aan laten staan. De voorzitter: Daarom heb ik u ook ruim een minuut door laten lopen. U snapt het wel. Oké, de heer El Aichi nog even, CDA. De heer El Aichi: Dank u wel, voorzitter. Wethouder, hoezo misverstand? U bent zelf toch door die ingang ook gelopen? Wij waren erbij ook gezamenlijk, vandaar dat ik zoiets heb: misverstand, misverstand? Moeten de bewoners weer twee maanden gaan wachten? Vorige vergadering heeft u een toezegging gedaan op de vraag van de ChristenUnie dat u met een schriftelijke reactie komt. Dat heeft u niet gedaan.

Ik kan me voorstellen, als die reactie er nog niet is, dan houdt u toch ons op de hoogte: goh, mensen, de reactie komt er niet, omdat ik nog niet helemaal zover ben. De voorzitter: Wethouder Meijs. Wethouder Meijs: Ja, ik heb 2 december genoemd, omdat ik net even aan de griffie vroeg: wanneer is de volgende commissievergadering? Die is op 2 december, dan kan ik u dus terug rapporteren. Dat er voor 2 december die rapportage ligt, ja, dank je de koekoek, dat hoop ik ook, want anders kunnen we die offerte niet met u delen. Dus dat zal ruim voor die tijd natuurlijk met u gedeeld worden en ook met de commissie waar we op dit moment mee in gesprek zijn, met de bewoners. De voorzitter: Interruptie, mevrouw Zoon. Mevrouw Zoon: Dank u wel, voorzitter. U hoopt het, dus het is nog geen zekerheid die we krijgen. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Meijs: Ik kan er bijna wel mijn hand voor in het vuur steken, maar ik kan natuurlijk niet bij de bouwkundig adviseur zeggen: ik moet het dan hebben. Ik heb gezegd dat het … De heer Smit: Ja, dat kan. Wethouder Meijs: Ja, nou ja, ik weet niet of u weet hoe de markt in elkaar zit, maar: natuurlijk, natuurlijk. De voorzitter: Mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Dank u wel, voorzitter. Nog heel even voor alle scherpte dan.

Op 2 december bij de volgende commissievergadering hebben wij het echte rapport – dus dan vergeten we heel even wat er hier nu is gezegd

64

bij de beantwoording van mijn artikel 38-vragen – dan krijgen we dus ook het tegenrapport wat de bewoners al zelf hebben aangedragen, inclusief uw schriftelijke reactie op dat tegenrapport. Toch? Oké. Wethouder Meijs: Even voor alle scherpte: dat is wat ik bedoel, ja. En 2 december is de volgende commissievergadering, daarom werd 2 december geroepen. Ik weet dat u en ik eraan hecht om dan gestaag te zijn, of hoe noem je dat, de belofte gestaag te doen dat als we dan hier een behandeling hebben, dat er dan ook wat ligt. Ik zei u dat we op 28 september … De voorzitter: Graag even de wethouder de woorden even af laten maken, want ze wordt echt erg vaak geïnterrumpeerd. Laatste keer. De heer Zohri: Ja, maar het is omdat er net even een opsomming is van welke rapporten we nou verwachten. Ik ga ervan uit dat er ook het akoestische rapport dan er ook ligt, toch? Maar omdat er net een opsomming is, dan neem ik dat even mee. Wethouder Meijs: Nee, zeker. Twee rapporten liggen er dan: het bouwkundig rapport en het akoestisch rapport. De voorzitter: Ik ga even door, het duurt me veel te lang. Wethouder Meijs: Ik zal kort zijn. De voorzitter: Iedereen doet allemaal korte interrupties. Wethouder Meijs: Ik heb nog twee dingen te melden, dat was het omwonendenoverleg op 28 september.

Dat had ik net al gezegd dat we daar aanwezig waren, dat ik afhankelijk ben ook van de eigenaar en dat is Ymere, dat met Ymere is gesproken. Dan nog het aanmatigende kopje koffie. Dat kopje koffie, die uitnodiging is van het Leger des Heils gebeurd. Dat is echt een serieuze uitnodiging geweest om kennis te maken met de bewoners daar. Dat is niet bedoeld om mensen af te schepen of het kopje koffie alsof daarmee problemen zijn opgelost, maar wel om kennis te maken. Dus ik hecht er wel aan om namens het Leger des Heils, de professionele uitvoering van dit geheel, dat kopje koffie iets meer gehalte te geven dan aanmatigend bedoeld. Als dat zo is overgekomen, ook daarover mijn excuus, maar dat is echt bedoeld om mensen kennis te laten maken met elkaar. Dat is volgens mij ook nog eens herhaald op het omwonendenoverleg, dus ook aan u als raad: ik nodig u bij deze uit om dat kopje koffie ook daadwerkelijk te gaan drinken en te kijken wat voor bewoners daar zitten. Dat was het laatste waar ik nog een vraag over had. Het zijn geen verslaafden, het zijn geen drugsverslaafden. Als daar gedeald wordt, dan zou dat inderdaad zijn omdat dat al in de buurt zou gebeuren. Ik heb geen meldingen van VTH daarover, ik heb alleen een klacht van de bewoners daarover gehoord, maar ik heb niet uit de officiële kanalen daar iets over gehoord. Dat zal ik natuurlijk nog een keer onderzoeken, dat beloof ik.

Dat zullen we dan 2 december ook met elkaar bespreken, maar vanuit veiligheidsbronnen heb ik daar niets over gehoord. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we nu even naar de heer Hulster, Actiepartij. Gewoon even dit voor een tweede termijn, hè? Geen interruptie. We maken even een tweede termijntje en dan kunnen we … De heer Hulster: Nou, het is eigenlijk meer een ordevoorstel. Kijk, de wethouder zegt: op 2 december kan ik de stukken naar u toesturen. Maar ja, ik weet niet hoe de rest van de commissie daarin zit, maar als de wethouder met een oplossing komt, mag ze het van mij ook gewoon naar de raad sturen, dan kunnen we het

65

misschien even digitaal van tevoren nog zien. Maar ik bedoel, volgens mij is vrij duidelijk wat we willen, dus dan kunnen we er meteen een klap op geven. Dan winnen we anderhalve maand en ik denk dat u daar de bewoners heel blij mee maakt. De voorzitter: We gaan even door nog. Dat is even een voorstel. De heer Smit, OPHaarlem. Nee, u heeft geen tijd meer, dus hou het … Doen we even heel kort. De heer Smit: Mijnheer Hulster, dat is wat ik ook beoogde. We gaan niet weer vijf weken wachten, dan nog vergaderen, dan weer tig weken wachten. Mevrouw de wethouder, u krijgt op heel veel een klap met de hamer, vooral op die dingen die de buurt al maanden vraagt. Mevrouw …: Is dit de tweede termijn? De voorzitter: Ja, is tweede termijn. Mevrouw Verhagen. Mevrouw Verhagen: Als we die dingen nou eens uit elkaar plukken, de deur en die isolatie en de afscherming van de tuin. Is er nou echt een bouwkundig rapport nodig om een deur open te maken, die toch eigenlijk al open was vroeger? Als dat nou uitgevoerd zou kunnen worden, dan zouden we denk ik al een heel stuk verder zijn. De voorzitter: Het gaat natuurlijk niet om die deur, het gaat natuurlijk om de toegang en het hele pad naar de deur, dat is wel duidelijk.

Mevrouw Verhagen: Nee, nee, ik … De voorzitter: Ja, maar ik wil een beetje de discussie platslaan, want nu krijgen we vragen en antwoorden die … De heer …: Voorzitter, dat moet u niet gaan uitleggen. De voorzitter: Mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Voorzitter, ik snap gewoon niet waarom ik nu een tweede termijn krijg, want ik heb heel veel vragen gesteld waar gewoon geen antwoord op is gegeven. Die kan ik hier wel nog eens een keer allemaal gaan herhalen, maar ik heb echt zoiets: ik stel ze niet voor Jan met de korte achternaam. De voorzitter: De wethouder zegt dat ze klaar was, dus vandaar dat ik … Nou, weet u nog wat vragen van D66? Mevrouw Çimen: Ik heb gevraagd: worden de zorgen van de omwonenden en de motie van deze raad met deze handelwijze nou echt serieus genomen volgens de wethouder? Graag een reflectie. Ik heb continu het idee gehad dat er continu wordt uitgelegd aan bewoners wat de gemeente van plan is, maar dat er geen gesprek tot stand komt met geven en nemen. Dat is het gevoel wat bij mij beklijft, dat is het gevoel wat ook beklijft na de insprekers, al meermaals. Hoe kijkt de wethouder hiernaar? Ik heb gevraagd om ons mee te nemen in de huidige situatie in het Anton Pieckhofje, dat ging verder dan alleen het geval van: er wordt gedeald.

Maar hoe gaat het nou met die bovenbewoners en de achttien bewoners daar beneden? Is er sprake van overlast, zijn er incidenten, volstaan de huisregels met de huidige begeleiding? Ik wil gewoon weten hoe het nu gaat, in plaats van: we kunnen met elkaar kennismaken en een kopje koffie doen. Ik snap dat dat ook nodig is om elkaar te leren kennen, maar ja, het dekt niet helemaal de lading van wat we hier aan u vragen.

66

De voorzitter: Mevrouw Zoon, Hart voor Haarlem. Mevrouw Zoon: Dank u wel, wethouder. Wat me opvalt is volgens mij ook wat de bewoners voelen, dat de wethouder niet mij het gevoel geeft zich intrinsiek in te zetten voor dit dossier. Ze verwijst naar het Leger des Heils waar je een kopje koffie mee moet drinken, ze verwijst naar Ymere waar een rapport moet, ze verwijst naar bouwkundige dingen en daar moeten we ook op wachten. Mevrouw de wethouder, u bent verantwoordelijk voor alles wat er in dit dossier zit, dus u moet ons overtuigen dat u dat dossier ook werkelijk in uw hart draagt en er wat mee doet, en niet verwijzen naar allerlei andere instanties. Het zal allemaal, maar u bent verantwoordelijk en u moet zorgen dat het nu op orde komt. De voorzitter: De heer Yerden, PvdA. De heer Yerden: Dank u wel, voorzitter. Ik had wel ook in mijn verhaal over de financiële toelichting. Mevrouw Çimen heeft gezegd: het echte rapport. Maar hoort bij het echte rapport ook een financiële toelichting, zo’n bouwkundige aanpak? Dank u wel. De voorzitter: De heer El Aichi, CDA. De heer El Aichi: Dank u wel, voorzitter. Vorige keer heeft mevrouw UlehakeU... de wethouder gevraagd of zij in gesprek met haar kan gaan om alles te bespreken, zodat er een oplossing komt.

Mijn vraag aan de wethouder: heeft de wethouder de bewoners en mevrouw gesproken na die vorige keer dat ze ingesproken heeft? Omdat het hier gaat om een doorstroomvoorziening met een continu wisselende doelgroep vinden wij 24 uur begeleiding permanent moet worden. De bovenbewoners en de omwonenden moeten een aanspreekpunt hebben. Ik bedoel, het gaat hier om mensen die komen en gaan, het gaat hier niet om mensen die hier tien jaar gaan wonen, maar op het moment dat er een doorstroming is na zes maanden of na een jaar, dan komen nieuwe bewoners, dan beginnen we weer bij af. Dus ik denk dat 24 uur begeleiding wel nodig blijft. Even kijken. Ik heb nog een andere vraag. U had het in het begin over dat misverstand. Wanneer was bij u bekend dat die deur, dat het om een andere deur ging? Wanneer is het bij u bekend, is dat vorige week, is dat vorige maand, wanneer is dat bij u bekend? Graag een antwoord. Dank u wel. De voorzitter: Is er nog iemand? De heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Dank u wel. Ik dank in ieder geval de wethouder voor de toezegging om terug te komen op de veiligheidssituatie en een beoordeling over drugsgebruik, het vermeende drugsgebruik in ieder geval onder de bewoners en de signalen die hier worden aangegeven over jongelui die onherkenbaar met hoodies rondlopen en gekke vragen stellen aan kinderen en de buurt onveilig maken.

Dus dank dat daar in ieder geval informatie over komt. Ik wil, aangezien het de tweede termijn is en we toch ook een soort van behandeling moeten afspreken, wil ik eigenlijk het ordevoorstel wat werd gedaan door de heer Hulster om al deze zaken gewoon te behandelen op de raadsvergadering van 25 november – dat is ook nog steeds een hele tijd hiervandaan – maar om dat direct daarop te behandelen lijkt me verder prima. De VVD wil graag zien dat het op dat moment gewoon allemaal geregeld is en dat we de bewoners niet meer hoeven te zien hier, omdat het goed geregeld is. En anders denk ik wel dat wij ons oordeel er wel over kunnen geven. De voorzitter: Dank u wel. Is er verder nog iemand? Nee? Dan gaan we naar de wethouder. Wethouder Meijs. Wethouder Meijs: Als eerste toch de vraag, of de opmerking eigenlijk, of ik me daar niet verantwoordelijk voor voel of betrokken voel. Natuurlijk voel ik me daarvoor betrokken en volgens mij heb ik dat ook echt

67

daadwerkelijk wel laten blijken en ook gezegd op dat omwonendenoverleg. Want alle Haarlemmers, bewoners, inwoners, cliënten, iedereen gaat het mij aan en aan mijn hart. Dus natuurlijk voel ik me verantwoordelijk. Maar het is ook de verantwoordelijkheid van een ketenpartner zoals het Leger des Heils om te zorgen dat het daar goed landt en dat dat begeleid wordt. Dat was mijn opmerking dat de uitnodiging van het Leger des Heils wel degelijk op zijn merites beoordeeld moet worden als zij de omwonenden en bewoners uitnodigt voor een kopje koffie. Dus ik vind niet dat u dat mag afschuiven alsof ik dat afschuif. Maar we werken hier samen met het Leger des Heils. Het aanspreekpunt is dan ook het Leger des Heils. Het Leger des Heils heeft met de bewoners en de cliënten afspraken gemaakt over de huisregels, over het gebruik van de tuin, over tijden dat daar gebruik gemaakt mag worden en daar wordt ook gehandhaafd als dat niet aan de orde is, of als dat niet gebeurt. Dus het is niet zo dat er niets gebeurt. Maar dat het misschien … Ja, ik vind het zo jammer dat ik het niet af kan maken. Dus A, over het voorstel van de raad, zoals de heer Van Kessel dat zegt, of de Actiepartij, om dat 25 november te bespreken. Ja, daar ga ik natuurlijk niet over, daar gaat u over. Ik zou het graag op 2 december met u willen bespreken, net zoals we dat nu doen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12265992/1