Transcript commissie Samenleving 28 oktober 2021
Tekst van het document
Het punt wat mij wel zorgen baart is dat er staat dat sinds 2015 voor het eerst de regionale doelstelling van de invulling van de garantiebepaling niet is gehaald. Nou, daar zou ik toch wel een nadere toelichting, maar ik zie dat wethouder Roduner er niet is. Het laatste punt is dat we begrepen hebben dat Triple ThreaT nog steeds zit te wachten op onderdak. Eén, is dat juist? En twee, als dat juist is, op welke termijn kunnen ze dat wel verwachten? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Dank u wel, voorzitter. Afgelopen dinsdag hebben we het grote verkiezingsprijsfestival van 12 miljoen aan cadeaus gehad. De financiën van het lopende jaar en van de begroting, die zijn daarmee
33
eigenlijk min of meer vastgesteld. Voorzitter, die meevaller van 12 miljoen, die voelt bij de VVD niet goed, want is het wel verantwoord om deze meevaller uit te geven, terwijl er op langere termijn grote onzekerheden in de jeugd en de Wmo zijn? Over de meevaller heeft de raad behoorlijk veel gesproken, dus de VVD zal daarom eerst doorvragen op de onzekerheden die er zitten. Allereerst de Wmo. Er wordt een meevaller van 3,8 miljoen op de Wmo geïncasseerd, terwijl de toekomst onzeker is en niet gedekt. Want in dezelfde zin waarin staat dat er een meevaller vanwege corona is, omdat mensen zorg gemeden hebben, wordt er gesproken over een tweede corona-effect, namelijk dat de mensen die zorg gaan inhalen. Hoe rijmt de wethouder dit budgettair? Hoe gaat de wethouder budgettair om met dat tweede corona-effect, waarom is daar eigenlijk geen rekening mee gehouden, is de vraag. Er is ook, zo lees ik, een nadelige scenarioanalyse Wmo gemaakt voor 5 miljoen. Die lijkt weliswaar gedekt, die 5 miljoen, maar hebben wij die ontvangen, die analyse? Zou u hem in ieder geval kunnen toelichten hoe die is samengesteld? Dus graag wat meer informatie daarover, want ik heb het in ieder geval niet gezien. Zo is er ook, even tussendoor, een nadelige scenarioanalyse jeugd van 2,7 miljoen negatief.
Kunnen we die ook ontvangen, of hebben we die al ontvangen? Dan resteert denk ik voor Wmo nog de taakstellingen die nog niet zijn gehaald, 2,8 miljoen niet. Kan de wethouder daarop reflecteren, en vindt u het budgettair verantwoord om deze taakstelling in de lucht te houden, zonder daar een budgettaire dekking op te hebben? Dan jeugd. Meerjarig is er een serieus risico dat de taakstelling jeugd niet gehaald wordt. Dan zullen wij alsnog het spaarbankboekje moeten aanspreken en mijn vraag eigenlijk aan de wethouder is een net iets andere, maar hoe vindt de wethouder de keuze om alle rijksgelden die voor jeugd zijn binnengekomen, om die in te zetten voor de andere cadeautjes? Hoe taxeert hij dat en waarom heeft hij dat voorstel gedaan? Dan heb ik nog één … De heer Sepers: Voorzitter, ik vraag me even af wat de heer Van Kessel nou zit te doen, want het is precies dezelfde discussie die we in de raad hebben gevoerd. Maar goed, als u onze tijd wil verpesten daaraan, dat is prima, maar het lijkt me zinloos. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Van Kessel: Nou, ik heb de vraag met reden gesteld, omdat tijdens de beantwoording van het college we wel de financiële aspecten hiervan gehoord hebben, maar we hebben eigenlijk niet van degene waar het geld vandaan komt, namelijk jeugd, want daar was het voor bedoeld, een reactie daarop gehad.
Dus ik ben eigenlijk wel benieuwd hoe deze wethouder erin zit, gewoon om te kijken of het college inderdaad precies op dezelfde manier daarin zit. Als u dat vindt dat dit het verdoen van uw tijd is, dan spijt me dat zeer, maar u kunt natuurlijk altijd eventjes een bakje koffie gaan drinken, of geïnteresseerd luisteren naar de vragen en antwoorden zoals ik dat net ook bij u deed. De heer Sepers: Een herkansing. De heer Van Kessel: Dank u wel, voorzitter. Dan nog een laatste vraag, als u mij toestaat, want eigenlijk gaat die … O nee, die gaat ook over de Berap, sorry. Nee, dat kan ik gewoon nu doen. Ik wilde zeggen, maar de begroting en Berap lopen een beetje door elkaar. Dat gaat over onderwijshuisvesting, want we zien terug in de cijfers dat er extra investeringen in de onderwijshuisvesting zijn. Nou, dat is gewoon ontzettend mooi. Ik had de wethouder al eens uitgedaagd om boter bij de vis te doen en dit is een eerste stap. Alleen, nu lees ik op pagina 8 dat het aantal uitbreiding nieuwbouwprojecten van schoolgebouwen achterloopt op schema. Nu heb ik even gemist of we die informatie al een keer hadden gehad, of dat dit nieuwe informatie is. Dan de vraag eigenlijk: waar hebben we het over, en gaat dat dit jaar tot een onderbesteding leiden van de middelen op onderwijshuisvesting? Voor zover de vragen, de interessante vragen van de VVD.
34
De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar Jouw Haarlem, mevrouw Stroo. Mevrouw Stroo: Dank u, voorzitter. Uit de financiële ontwikkeling van het sociaal domein blijkt dat er 3,7 miljoen over is van het bedrag dat gereserveerd was voor de Wmo. Omdat er geen reserve sociaal domein meer is, stroomt dit geld terug naar de algemene reserve. Omdat er, zo te lezen, nog altijd sprake is van groei en de coronamaatregelen van grote invloed zijn geweest op de afname, is de onderbesteding incidenteel en is het aannemelijk dat er nu een inhaalslag aan zit te komen, zoals ook de VVD constateerde. Daarom wil Jouw Haarlem dit bedrag als reserve houden om deze inhaalslag op te kunnen vangen. Er zijn nu personeelstekorten, daar zouden we ook een deel van het bedrag aan kunnen besteden om personeel te werven. Wethouder, wat vindt u van deze suggestie? Afgelopen raad, afgelopen dinsdag heeft mijn partijgenoot, de heer Aynan, voorgesteld om het bedrag van 3,7 miljoen daarom te reserveren voor de Wmo. De raad leek niet erg enthousiast. Ik wil u vragen dit nogmaals te overwegen, zodat er niet opnieuw in 2022 een taakstelling uit de hoge hoed komt, terwijl als we besluiten dit bedrag nog even in de bekende oude sok te doen, dit waarschijnlijk niet nodig is. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Dank u wel, voorzitter.
Voorzitter, we verwachten het jaar 2021 met een voordeel van 4,7 miljoen euro af te sluiten, afhankelijk natuurlijk van nog eventuele voor- of nadelen in de laatste maanden van dit jaar. Ik heb daarom nog wel een paar vragen aan het college. Als eerste, er is 250.000 euro overschot op het lokale budget voor economisch daklozen. Deels verklaarbaar door minder hotelkosten dan geraamd en deels ook door lagere besteding op de trajectbegeleiding. Ik kan me niet voorstellen dat er opeens minder trajectbegeleiding voor daklozen nodig is, terwijl we een stijging van het aantal opgevangen daklozen hebben gezien in het afgelopen jaar. Kan de wethouder hier meer duiding bij geven? Dan vervolgens, in de Berap staat – het is al een paar keer genoemd – dat er een lagere groei van het aantal Wmo-cliënten is dan verwacht. Dit kan echter weer oplopen door de versoepelingen van coronamaatregelen, zie ik op pagina 43. Nou, dat is ook gebeurd, want we zien al sinds julij van dit jaar een stijging in de aanmeldingen en ook een stijging van de wachttijden bij de Wmo-aanvragen, zoals ook blijkt uit de brief van de wethouder van 12 oktober. Deels veroorzaakt door problemen bij het Hulpmiddelencentrum, deels ook door het vertrek van een aantal van de eigen medewerkers.
Maar wat gaat de wethouder concreet doen om die wachttijden terug te dringen? Mede ervan uitgaande dat het aantal nieuwe Wmo-aanmeldingen ook in dit laatste kwartaal nog zal toenemen. Hoe borgen we dat financieel? Graag een toelichting. Dan tot slot, Veilig Thuis. De doelstellingen voor passende en tijdige inzet van Veilig Thuis, maar ook de tijdige inzet en doorverwijzing naar het CJG en het Sociaal Wijkteam worden niet gehaald. Met het vaststellen van de Regiovisie versterken aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling is een goede eerste stap gezet zeer recent, maar wat gaat de wethouder nog concreet doen in de komende maanden om de doorlooptijden nog te verbeteren? Want ik zie ook een verwachte daling van die doorverwijstijden in 2022 in de begroting staan. Graag een toelichting. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer El Aichi, CDA. De heer El Aichi: Dank u wel, voorzitter. Een aantal opmerkingen. Opmerking één is al genoemd, het punt van de Wmo en de zorgen hierover over de groei van het aantal aanmeldingen binnen de Wmo. Twee, vanaf 1 januari 2021 is er een nieuwe wet vroegsignalering schulden. Ik lees hier niet zoveel over, ik ben wel benieuwd naar de stand van zaken van de invoering van deze wet.
Vraag aan de wethouder, hij is helaas er niet bij: wanneer kan de wethouder met een nota komen over de voortgang van de invoering van deze wet? Het gaat hier om vroegsignalering schulden. Drie, garantiebanen, die zijn ook al genoemd door mijn collega aan de overkant. Ik lees dat er momenteel onderzocht wordt welke extra en nieuwe maatregelen wij kunnen nemen
35
om met Wajong’ers aan het werk te helpen en te houden. Ook vraag aan de wethouder, die er niet is, graag meenemen: over welke onderzoeken hebben we het in de bestuursrapportage over, en wanneer worden wij geïnformeerd over de resultaten van dit onderzoek? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Dank u, voorzitter. Wij sluiten ons aan bij de eerdere opmerkingen, onder andere over de Wmo, maar ook over dat er nu budget over is voor de ondersteuning van mensen in de maatschappelijke opvang. We hebben nu in het pretpakket van de 12 miljoen hebben we extra geld vrijgemaakt voor één jaartje voor ondersteuning van de economisch daklozen. Wij hadden voorgesteld twee jaar, maar daar kregen we geen steun voor. Hier blijkt dat we eigenlijk geld over hebben gehouden een jaar lang, terwijl dat er ook nog volgens mij subsidie was om die ondersteuning te geven. Dus eigenlijk begrepen we het niet helemaal meer hoe dit gaat. Dan zien we dat er bij de jeugd van alles aan de hand is en dat wordt dan steeds toegeschreven aan: maar we krijgen straks de verwerving en dan komt alles goed. Maar bij één punt niet en daar voeg ik net ook al aandacht voor, dus dat blijkt ook hier. Er staat dat de vermindering van jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen krijgt een smiley met een recht mondje, dat is oranje.
Dat is omdat een aantal maatregelen redelijk stabiel is gebleven, maar dat er een toename in de complexiteit is. Het opvallende is dat hier geen reden wordt gegeven en ook geen oplossing, dus ik ben benieuwd hoe de wethouder daar tegenaan kijkt. De voorzitter: Dank u wel. De heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ik ga inderdaad niet de vorige raadsvergadering helemaal herhalen, mijnheer Sepers, maakt u zich geen zorgen, hoor. Het was natuurlijk een Sinterklaasavond en die Sinterklaasavond is verwerkt in de bestuursrapportage. We waren er toen tegen en we zullen nu ook tegen zijn. Het is inderdaad treurig als je beseft dat er 3 miljoen bezuinigd is … Nee, minder uitgegeven is aan de Wmo, maar wel wachtlijsten zijn voor hulpmiddelen en aanpassingen. Ook dat er 11,8 miljoen extra voor de jeugdzorg binnenkomt en we nu al weten dat we daar gevaarloos 6 miljoen van kunnen doorschuiven. Ik heb het allemaal uitgelegd in de afgelopen raadsvergadering, dat doe ik niet opnieuw, maar de bestuursrapportage maakt OPHaarlem niet vrolijk. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Nog iemand? Nee? Welke wethouder gaat als eerste het woord geven? Over Wmo komen we nog te spreken natuurlijk 2 december, dus ik weet niet hoeveel u daar nog aan kwijt wil, maar dat is geheel aan u.
Sorry? De heer Van Kessel: Voorzitter? U zegt: daar komen op 2 december over te spreken, over de Wmo. Maar er zijn heel veel vragen over de Wmo gesteld en we moeten binnenkort gewoon hierover stemmen. De voorzitter: Ik zeg ook gewoon even, ik laat even aan de wethouder hoe uitgebreid ze daarover wil praten, maar dat is aan de wethouder. Ze kan antwoord geven op de vragen, natuurlijk. De heer Van Kessel: Nou, dat zou ik wel op prijs stellen als we antwoord krijgen op de vragen die we nu gesteld hebben. De voorzitter: Gaat uw gang, wethouder Meijs.
36
Wethouder Meijs: Ja, dat zal ik zeker doen. Ten eerste, dat overschot van 3,7 miljoen waar we afgelopen dinsdag ook al over gesproken hebben is geen overschot alsof we dat geld niet nog in de pocket hebben gehouden. Dat heeft te maken met een bijgestelde begroting, een bijraming. Die hadden we ingezet op een forse grotere overschrijding en dat is niet gebeurd en daarom is er 3,7 miljoen over. Maar dat is niet zo dat wij daarin gekort hebben, dat is over omdat we onze begroting hadden opgehoogd. Dus dat heb ik gepoogd uit te leggen, maar blijkbaar is dat toch niet helemaal overgekomen, maar het is echt een bijgestelde raming van de begroting. In de RIB heb ik uitgelegd dat we inderdaad weer aankijken tegen oplopende achterstand bij de Wmo. Ik heb in diezelfde RIB uitgelegd dat we zeven fte hebben toegevoegd inmiddels om die achterstand weer weg te werken, dus ik hoop natuurlijk als we 2 december die RIB bespreken u dan te kunnen melden dat die weer is bijgebogen. Het grotere probleem daarbij is dat we wel zeven fte’s kunnen toevoegen, maar dat we die nog niet allemaal hebben kunnen invullen, omdat het grote personeelstekort in alle fronten, maar ook op die fronten, best ingewikkeld is. Dus we zoeken echt naar menskracht om die achterstanden ook weg te werken. Dat zoeken niet wij alleen, maar dat zien we ook bij onze ketenpartners, dat staat ook in de RIB volgens mij uitgelegd.
Dus het is alom een zorg rondom personeel. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor de wethouder, ze zegt: we maken ruimte voor zeven fte, die hebben we nog niet allemaal ingevuld. Maar zijn dat dan structurele plekken? Want we zien wel die stijging gewoon continu toenemen, dus ga je dan continu op en neer met: we gaan nu weer omlaag met het aantal aanmeldingen, dus we doen er weer drie bij. Of hoe zit dat? Wethouder Meijs: Dit zijn geen … Sorry. Dit zijn geen structurele plekken, dit is echt extra aangetrokken personeel om deze oploop terug te dringen. Dat zien we. Het is niet een continu fluctuerend iets. Uiteraard is het wel enigszins fluctuerend, maar we hebben de verwachting dat die oplopende achterstand nu kwam uit het wegwerken tijdens de zomervakantie. Dan gaan mensen natuurlijk ook op vakantie et cetera en we zien vaak na de zomervakantie ook weer een toename in verzoeken, dus dat was een dubbel effect. Dus dat inhaaleffect, ja, dat hopen we echt wel voor het einde van het jaar ook weer weggewerkt te hebben. De vraag … De voorzitter: U heeft nog een interruptie van de heer Van Kessel. Of niet? De heer Van Kessel: Nou ja, u ging nu in eigenlijk op de operationele gevolgen eigenlijk van dat effect: we zien het oplopen, dus we plussen er mensen bij.
Dat lijkt me verstandig, dus dat is ook heel fijn dat dat gebeurt en daar komen we inderdaad in december verder over te spreken. Alleen, doordat je nu ziet dat de vraag gewoon alsnog toeneemt, daar staan natuurlijk ook gewoon financiële gevolgen tegenover, want meer vraag, meer kosten. Dan is de meevaller van 3,8 miljoen die u zeg maar heeft weggestreept en aan andere dingen heeft uitgegeven, daarvan is natuurlijk wel de vraag: is dat niet te snel weggegeven? Want komt er dit jaar niet gewoon toch nog een hogere budgettaire last hieruit, uit dat tweede corona-effect, en bent u daar budgettair op voorbereid? Wethouder Meijs: Het is natuurlijk niet zo dat we allemaal heel krap hebben ingerekend. Ik bedoel, anders hadden we ons natuurlijk niet op die 12 miljoen begeven. We doen een raming en die ramingen zijn echt gebaseerd A, op vorige jaren en op scenario’s, zoals u daar al op doelde. We zijn hopelijk voorbereid op corona-effecten – ik bedoel, niemand heeft hier een glazen bol. We hebben in ieder geval voldoende mensen nu op inhuurbasis, zoals mevrouw Çimen net vroeg: is dat structureel of niet? Nee, dat is op inhuurbasis zijn we aan het zoeken en hebben we al voor een deel ingevuld om die achterstanden weg te werken. En ja, ik
37
hoop daarmee voldoende op dat tweede Wmo, of misschien is het inmiddels wel de derde Wmo-effecten te kunnen anticiperen. Maar niemand kan daar, ja, de waarheid op vinden. De voorzitter: De heer Van Kessel. De heer Van Kessel: We spreken een beetje langs elkaar heen, want u heeft het inderdaad over de operationele kosten, gewoon van de extra fte en de extra ambtenaren. Ik spreek over de kosten die vastzitten aan die extra zorg die geleverd moet worden, die nog vele malen hoger zal zijn. Mijn vraag is: die stijging ziet u nu al aankomen en die kondigt u aan in de Berap, maar onderwijl haalt u wel 3,8 miljoen, van de 7,6 die al bijgeplust was, haalt u nu daar weer 3,8 af. Mijn vraag is gewoon: is dat niet te veel geweest, als u zelf al aan ziet dat er een stijging van het aantal Wmo-gevallen komt? Wethouder Meijs: Nee, want volgens mij spreken we helemaal niet elkaar tegen. Wij hebben meer bijgeraamd dan alleen maar die 3,7 miljoen. We hadden veel meer bijgeraamd. We hebben daarop geanticipeerd en het is naar behoorlijk bestuur om hier te melden als we daar voorzien dat we daar geld op overhouden. Dus dat is de 3,7 miljoen, daar zit wel degelijk een oorzakelijk verband. Maar voorzitter, dit is de derde keer dat ik het probeer uit te leggen. Ik kan het niet op een andere manier nog uitleggen. De voorzitter: Afrondend, klein.
De heer Van Kessel: Afrondend hoor ik u eigenlijk zeggen: maakt u zich geen zorgen, de stijging in de Wmo voor dit jaar is, zover de ramingen dat toestaan, hebben we zo goed mogelijk ingeschat als we dat kunnen. Dus nou, prima, we wachten het jaarverslag gewoon af en dan hoop ik dat het in orde is. De voorzitter: En nog even een interruptie van de heer Sepers, PvdA. De heer Sepers: Over het probleem van de achterstanden praten we in december, maar misschien kunt u zich voorbereiden op de volgende vraag: wat zou ertegen zijn om eenmalig een generaal pardon ten aanzien van de liggende aanvragen door te voeren? Dan bent u er in één keer af en politiek gezien gebeurt dat wel vaker. Ik bedoel daarmee: alles wat er ligt toekennen en op nul beginnen. Wethouder Meijs: Een generaal pardon, dat deed me aan een heel ander dossier denken. Maar dat soort afhandelingen of behandelingen hebben we al vaker gedaan, dus het zal voor een deel zijn dat we achteraf dingen controleren en dat we Wmo-toezeggingen en -indiceringen al vooraf geven. Dus het mes snijdt vaak aan twee kanten, dus het is echt niet zo dat we alleen maar inzetten op personele wegwerking van de achterstanden, maar dat we én vaak al vooruitgeschoven die indicaties geven en dat we dan achteraf gaan toetsen of het keukentafelgesprek hebben. Dan nog even op D66, op de groei.
Ook daar zullen we 2 december nog wel over met elkaar komen. Er is een lagere groei, maar er is wel degelijk een groei. Ik bedoel, ja, het is allemaal bijna semantiek, maar ik denk dat we wel kunnen zeggen dat ik zal kijken of de RIB voldoende uitleg geeft over de techniek van de groei van het aantal en de verhouding – zoals we net al even met het debatje met mijnheer Van Kessel hadden over of je daar budgettair voldoende op voorbereid bent – om die verhouding en die scenario’s nog aan u doen toekomen, dan kunt u zien waarop wij onze kennis baseren. De voorzitter: Wethouder, toch een interruptie van mevrouw Çimen, D66.
38
Mevrouw Çimen: Voorzitter, dank u wel. Dank ook aan de wethouder. We gaan het er zeker ook nog over hebben in december, maar ik sloeg erop aan vanwege de formulering in de Berap zelf, waarin dus stond: we hebben een lagere verwachte groei. Nou ja, de werkelijkheid is inmiddels anders, dus vandaar. Wethouder Meijs: Volgens mij was er nog een vraag voor wethouder Rog over Triple ThreaT en onderdak, of gaat de collega daarop antwoorden? O, daar gaat u op antwoorden, oké. De voorzitter: Sorry, ja. De heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Nee, dan zou ik – misschien heb ik het gemist – maar toch nog de vraag hebben over de nadelige scenarioanalyse van 5 miljoen, of u die kunt u toelichten waar die vandaan komt, en of u de … O ja, om te reflecteren op de 2,8 miljoen aan taakstellingen die nog niet gerealiseerd is. Wethouder Meijs: U heeft mij net horen zeggen aan mevrouw Çimen van D66 dat ik die scenario’s mee zal nemen in de bespreking van 2 december, want volgens mij heeft u die scenario’s gehad, maar die zal ik u doen toekomen en in ieder geval 2 december weer met u bespreken. En het tweede effect wat u zegt? De heer Van Kessel: De taakstelling die nog openstaat voor Wmo. Wethouder Meijs: Ja, maar dat is een taakstelling die voor dit jaar en voor volgend jaar geldt.
Daar hebben we nog, nou ja, zullen we dat even netjes zeggen, we zijn natuurlijk aan het uitvoeren op die taakstelling, maar daar hebben we nog niet alles van behaald wat we hadden behaald. Dus ja, dat is gewoon een nadelig effect wat we nog hebben. Nog niet alle maatregelen zijn uitgevoerd, dat kan ook nog niet. We hebben te maken met oude cliënten die gewoon nog volgens de zorg bediend worden en we krijgen nieuwe cliënten die volgens andere systematiek bediend worden. Dus dat veroorzaakt achterlopen in de taakstelling. De voorzitter: Gaat u verder, wethouder. Nou, dan … Wethouder Botter: Laat ik dan eerst even beginnen met Triple ThreaT. Dat is natuurlijk een organisatie die we op verschillende manieren belangrijk vinden: op het terrein van cultuur, op het terrein van sport en ook op het terrein van jeugd- en jongerenwerk. Daar zijn we ook regelmatig mee in overleg, maar we zijn nu wel intern ook aan het kijken: hoe kun je nou het beste ook voor hen zorgen dat ze één aanspreekpunt hebben binnen de gemeente, zodat niet al hun vragen tussen wal en schip dreigen te komen? Ik heb volgende week ook een gesprek met ze en de wens over het nieuwe onderkomen in de vorm van een sporthal, die is bij ons natuurlijk al geruime tijd bekend. Dat wordt ook meegenomen in de planvorming die wij verder over Schalkwijk aan het vormgeven zijn.
Daar zijn nog geen concrete plannen verder van, maar het heeft in ieder geval onze aandacht en we vinden dat deze club het ook verdient om een eigen plek te hebben. Dus dat over, daarmee hoop ik dat dat onderwerp voldoende is beantwoord. Dan de 2,7 miljoen nadelige risicoanalyse waar de VVD over sprak. Kijk, wij zijn natuurlijk doorlopend bezig intern om vinger aan de pols te houden: hoe zit het met allerlei scenario’s, hoe zit het met gunstige scenario’s, hoe zit het met tegenvallende scenario’s? We hebben ook een scenario waar we dan uitkomen op dat nadelige scenario, die risicoanalyse. Die wil ik ook met alle plezier gewoon met u delen om daar het gesprek over aan te gaan. Er is ook een meerjarig risico natuurlijk verder voor jeugd, dat blijft heel penibel, als je dat zo wil beschouwen. Dan kun je natuurlijk afvragen: waarom gaan we dat geld wat dan van het Rijk komt om achterstallige kosten goed te maken, niet specifiek alleen maar investeren in jeugd? Nou ja, ik geloof dat wethouder Roduner dat ook afgelopen dinsdag op een voortreffelijke wijze heeft uitgelegd, namelijk: we hebben alles bij alles moeten schrapen om de jeugdzorg in de lucht te houden en we hebben in ieder geval vorig jaar een groot deel vanuit de reserve Vastgoed ook
39
ingezet om in ieder geval de begroting sluitend te krijgen. Wat hebben wij nu gedaan? We hebben een risicoanalyse gemaakt: wat hebben we in ieder geval per se noodzakelijk voor volgend jaar en het jaar daarop, en wat blijft er dan over? Dan had je daar een aparte reserve Jeugd voor kunnen maken, maar we hebben met u afgesproken dat we met zo min mogelijk reserves werken. Dat heeft er dan weer toe geleid dat we hebben afgesproken: dan gaat het naar de algemene reserve. U heeft collega Roduner afgelopen dinsdag ook horen zeggen dat daar goede afspraken over zijn gemaakt dat mochten wij middelen tekortkomen op het jeugddossier, dan wordt er ruimhartig omgegaan met de algemene reserve, in ieder geval gekeken: we hebben daar ook 6 miljoen van jeugd in gestort. Je kunt natuurlijk zeggen: de ene euro is dezelfde euro die voor die activiteiten zijn besteed, die zinvolle activiteiten die we in die 12 miljoen hebben gestoken. Maar dat is niet te herleiden tot elkaar, dus ik heb ook niet het gevoel dat ik nou degene ben geweest die die 12 miljoen aan activiteiten heeft gefinancierd. 6 miljoen daarvan is teruggevloeid naar de algemene reserve en daarvanuit is weer 1 miljoen toegevoegd aan de reserve Vastgoed, om in ieder geval voor de komende jaren het achterstallig onderhoud van vastgoed op een goede manier te kunnen realiseren.
De voorzitter: U heeft nog een interruptie van de heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: U had het over de risicoanalyse die is gemaakt op basis waarvan die 6 miljoen naar de algemene reserve is gegaan. Het was nogal hectiek afgelopen dinsdag, maar kunt u beamen c.q. herhalen dat het college toen heeft gezegd dat de raad zicht krijgt op die risicoanalyse? Want dat is een onderbouwing van die 6 miljoen die naar de algemene reserve gaat. Ik neem aan dat u dat toe kunt zeggen, of kunt herhalen, die toezegging. Wethouder Botter: Als de heer Roduner dat heeft toegezegd, dan wil ik dat gaarne nog een keertje herhalen – als hij dat heeft toegezegd. Dan gaan we naar het onderwerp van onderwijshuisvesting. Daar zit in ieder geval inderdaad wat vertraging in door de gestegen bouwkosten en door de vertraging met de inspraakprocedures. Dat is niet heel ernstig allemaal. Ik kan me ook voorstellen als je dit zo leest, dat je je meteen afvraagt: o, o, gaat de helft van het programma niet door? Nou, dat is niet zo. Doorgaans is het onderwijshuisvesting die vanuit het IP de meeste realisatie weet te bereiken van de bedragen die worden ingezet.
Zoals u weet ligt er nog een enorme voorraad van plannen, in ieder geval die nog uitgewerkt moeten worden voor de nabije toekomst, waarbij we het bedrag wat we nu extra gaan investeren van 40 miljoen in het IP, dat dat niet overbodig is ten opzichte van nu de vertraging die we hebben. Dan, de doorlooptijden van Veilig Thuis, daar zitten we echt bovenop. Elke vier weken hebben we zo’n beetje een stuurgroep Veilig Thuis, waar we de plannen bespreken en ook de afschaling van Veilig Thuis naar het achterliggende veld. Wij hopen dat dat op korte termijn weer op orde wordt gebracht, dus dat wat betreft ‘…’ en Veilig Thuis. Dan een ander punt over de smiley bij de GI’en. Het klopt dat het op dit moment ook niet lekker loopt bij de GI’en, daarover zal ik u ook volgende maand of misschien de maand daarna informeren. Zoals u wellicht weet is er een inspectierapport geweest van de Jeugdinspectie die naar de GI’en in heel Noord-Holland heeft gekeken en de wachtlijsten. In Haarlem hebben we een wachtlijst van negen kinderen die niet direct is doorverwezen. Hoe dat komt, dat is een punt wat we nog verder ook met het ministerie van zowel Justitie als VWS bespreken, dat is komende maandag weer. Dus ik vind het niet netjes om een groene smiley neer te zetten als er op de achtergrond allerlei problematiek speelt.
Dat is ook een kwestie van leren, in het verleden waren we misschien wat optimistischer daarover, maar er moet echt het een en ander ook bij de GI’en gebeuren. Wat ik u al heb aangegeven, er komt een heel nieuw stelsel de komende jaren en ook daar wordt aan gewerkt, waarbij de Raad van de Kinderbescherming, de GI’en en de vormen van Veilig-Thuis meer in elkaar geschoven gaan worden, omdat er nu vaak te lang heen en weer wordt gepingpongd met cliënten en dat zou op die manier kunnen worden opgelost. Dan waren er nog twee vragen voor collega Roduner. Daar kan ik op dit moment
40
geen antwoord op geven, maar met alle plezier zal ik die meenemen, dat is over: wanneer komt de nota Vroegsignalering bij schulden? Dus dat kan worden genoteerd als een toezegging dat we daar via de Raadzaam op terug zullen komen van wanneer die komt, of die komt en hoe dat eruit gaat zien. Het antwoord op de vraag van het onderzoeksrapport wat in de bestuursrapportage wordt genoemd, daar moet ik u ook het antwoord op schuldig blijven. Dat krijgt u ook mondeling terug … Schriftelijk, bedoel ik. Daarmee heb ik volgens mij alle vragen beantwoord. De voorzitter: Dank u wel. Ik weet niet of er nog behoefte is voor een tweede termijn, maar … Kort, maar. Mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Dank u wel, voorzitter. Het was eigenlijk geen echte tweede termijn, maar er stond nog een vraag open over die 250.000 euro voor economisch daklozen die nog open stond. Dat was deels te verklaren door minder besteding op de trajectbegeleiding en of de wethouder daar toch iets meer duiding bij kan geven. Maar we hebben een beller, dus misschien nog heel even wachten. De voorzitter: U krijgt nu het antwoord waarschijnlijk. De heer Oomkes, gaat u nou het woord voeren? Nou ja, het is niet gewoon dat er twee mensen uit dezelfde partij het woord voeren op één onderwerp. Maar als u het woord wil, dan geef ik u nu even de kans om nu dan een vraag te stellen. Het is de tweede termijn, dus gaat de gang.
De heer Oomkes: Dank u wel. Ik had een vraagje over uw uitspraken over Triple ThreaT. U heeft bij een inspraak, bij een mondelinge vraag van mij geantwoord dat u bezig was met de huisvesting van dit waardevolle initiatief in Schalkwijk voor wat betreft de periode na 1 januari van het komend jaar. U zei toen dat u het uiterst ging proberen om dat voor elkaar te krijgen. Is er een update te geven? De voorzitter: Dank u wel. Verder niemand meer? Nee? Daar gaan we eerst even naar … Of, ik weet niet wie het eerst? O, nou, de microfoon staat al aan. De heer Botter. Wethouder Botter: Ik weet niet precies meer of ik dat nou was. Kijk, ik neem nu ook de rol waar voor Sport voor de heer Rog, maar als het gaat … Ik weet niet meer of mijnheer Rog dat nou precies heeft gezegd, maar als dat ook zo is, als is toegezegd dat we ons uiterste best gaan doen, dan gaan we dat gewoon doen en dan kom ik daarop terug op het afgesproken moment. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Meijs. Wethouder Meijs: Volgens mij is het overschot ook daar bij de economische begeleiding van de dak- en thuislozen. Volgens mij hebben we daar te ruimhartig begroot en is er daardoor budget over. Maar als dat niet zo is, kom ik daar in ieder geval nog voor de besluitvorming schriftelijk bij u terug. Maar dat is volgens mij de verklaring waarom er geld over zou zijn. De voorzitter: Dank u wel.
Dan komen we tot besluitvorming. Hoe gaan we dit naar de raad brengen? Doet u een voorstel. Hamerstuk stemverklaring? De heer …: Bespreekpunt. De voorzitter: Een bespreekpunt? Oké, gaan we dat doen. Dan gaan we het als bespreekpunt naar de raad brengen en ik heb een aantal toezeggingen, dat heeft u duidelijk gehoord ook van de wethouder. Er komt een
41
antwoord op de Vroegsignalering schuld en een onderzoeksrapport komt er nog mee terug. Als er iets te melden valt, dan komt de wethouder terug even over die 250k. Ja? En u gaat ook nog, had ik u iets gehoord over wellicht in gesprek de risicoanalyse, in gesprek met … Ik weet niet, kunt u dat even wat duiden hoe u dat ziet dan, hoe u daarmee terugkomt? Wethouder Botter: In de vorm van een briefje. De voorzitter: Oké, dat is ook genoteerd. Dank u wel. Overige punten ter bespreking De voorzitter: Dan zijn wij toe aan punt 9, dat is het ‘Vaststellen van de begroting … Sorry? De heer Smit. De heer Smit: Zou het mogelijk zijn om te overwegen dat wij punt 10 naar voren halen, de ‘Spreektijd voor belangstellenden’, daarna een kopje koffie gaan drinken en dan punt 9 oppakken, ‘Vaststellen programmabegroting’? De voorzitter: Wacht even, want we zitten ook even met de agenda’s bij de andere commissie. Want de wethouder wordt zo meteen ook nog verwacht aan de andere kant, dus ik zou eigenlijk dit punt, waar deze wethouder nog bij nodig is, toch even willen behandelen. Wethouder Botter: Als ik niet nodig ben bij dat agendapunt over de begroting, dan kan ik gewoon weg zijn. Ja? Want dan kan ik naar de collega’s bij de andere commissievergadering. De voorzitter: De heer Smit, wilt u nog … Oké, de wethouder kan naar de andere commissie toe, ja. 10.
20.20 uur Spreektijd voor belangstellenden (over niet op de agenda staande onderwerpen) De voorzitter: Daarmee kunnen wij nu even het voorstel van de heer Smit om eerst de spreektijd voor belangstellenden te gaan doen en dan gaan we daarna even een kopje koffie drinken. Vind ik helemaal prima. O, wat ben ik makkelijk vandaag. We hebben één inspreekster, dat is mevrouw Alouani, als ik het goed uitspreek. Alouani, ah. U bent aanwezig op de tribune? O, zit nog in de … O ja, is niet te zien hier vandaan. Ik weet niet of ze gehaald kan worden? Ah, daar is ze. Ja, die stoel kunt u pakken. Ik weet niet, ik heb hier één inspreker op de lijst staan. Ik zie nu drie personen gaan zitten. Klopt dat? U krijgt drie minuten de tijd. U weet hoe het werkt, ja, exact. Oké, gaat uw gang. Mevrouw Alouani: Goedenavond, ik ben Raja Alouani. Ik ben vandaag hier gekomen om ... O nee, eerst eventjes voorstellen. Jij bent? De heer A. Van der Wijden: Amine van der Wijden. Mevrouw Alouani: En jij bent? De heer H. Van der Wijden: Hans van der Wijden. Mevrouw Alouani: Oké, nou, ik ben hier om uw hulp en steun te vragen voor de situatie van Amine van der Wijden, een Haarlemmer. Amine van der Wijden is de zoon van Hans van der Wijden, Haarlemmers …
42
De voorzitter: Het is niet de bedoeling dat u dit soort namen in de commissie eigenlijk noemt. Mevrouw Alouani: O, sorry. De voorzitter: Laten we het een beetje anoniem houden. Ja, het is al gebeurd, maar … Mevrouw Alouani: Nou ja, goed, het is ook in de krant geweest en overal. De voorzitter: Er is over gemaild ook over dat het niet mag. Mevrouw Alouani: Oké. Nou ja, dat wordt een beetje moeilijk, maar goed, omdat het eigenlijk ook al in de pers is gekomen en alles. Ja, ik vind het een beetje moeilijk om het op die manier te doen, maar goed. A en H, zeg maar. A, de zoon, en H, de vader, zijn slachtoffers eigenlijk van een oneerlijk systeem, zowel vanuit de Nederlandse overheid als de Marokkaanse overheid. Op 23 november aanstaande komt de zaak voor van A tegen de IND in de rechtbank van Amsterdam. En er loopt een zaak die aangespannen is tegen de Nederlandse staat bij het Europese Hof voor het erkennen van een recht op Nederlanderschap. A is een Haarlemmer, geboren in 1999. Sindsdien is vader eigenlijk aan het strijden voor zijn zoon. Het is een verhaal van een Haarlemse Nederlander, een zoon van Hans, en Hans strijdt … O, sorry. De voorzitter: Nou, kijk, voornamen is niet zo erg, hoor. Mevrouw Alouani: Hij strijdt al jaren voor de erkenning van zijn zoon. Het is een verhaal van een vader die strijdt gewoon om een vader te kunnen zijn voor zijn kind.
Een verhaal van een zoon die eigenlijk gewoon een liefdevolle vader wilde hebben en eigenlijk dat ontnomen is. Aan de vader is ontnomen om gewoon een vader te kunnen zijn en aan de zoon om een liefdevolle vader of een ouder te hebben. A heeft een hele moeilijke en schrijnende leven meegemaakt in Marokko, vader heeft jarenlang gestreden en is tegen allerlei systemen aangelopen om gewoon zijn kind überhaupt te kunnen erkennen, om überhaupt vader te kunnen zijn voor zijn kind. Het is een lang verhaal als ik het helemaal ga vertellen, maar helaas is A opgegooid bij een moeder die veel psychische klachten had, of we kunnen gewoon misschien zelfs zeggen psychiatrisch, waarbij hem heel veel onrecht aan is gedaan. Hij heeft ooit tegen mij gezegd: als ik in Nederland was geweest en Nederland had mij erkend, dat ik een kind ben van een Nederlander en een Nederlander, dan hadden ze mij waarschijnlijk al heel jong uit huis geplaatst en bij mijn vader geplaatst en had ik gewoon een normaal leven kunnen hebben en gewoon kunnen genieten van een liefdevolle en een normale ouder. Ik kan hem daarin niet ongelijk geven, want ik ken zijn verhaal en het is echt heel erg schrijnend. Ik weet niet hoeveel ik nog heb, maar goed, want ik kan het nergens zien. De voorzitter: Nou, nee, de tijd is daar al gestopt, maar ik zie hier nog veertig seconden.
Mevrouw Alouani: Hoeveel zegt u? De voorzitter: Veertig seconden. Mevrouw Alouani: Veertig seconden. Ik ben hier en ik spreek eigenlijk uw hart aan als onze volksvertegenwoordigers, als ouder, als burger, om deze zaak te steunen. De steun die wij aan u vragen is eigenlijk heel concreet: of u als Haarlemse raad – eigenlijk onze Haarlemse raad, een sociale raad die we eigenlijk al kennen, die er vaak staat voor de kwetsbaren, onlangs nog voor de Afghaanse vluchtelingen – om
43
schriftelijke steun te geven richting de IND, richting het Europese Hof, voor de zaak van onze A en H in Haarlem. Dat was mijn verhaal. De voorzitter: Dank u wel. Dan is mijn eerste vraag … Misschien moet mijnheer Van Kessel eerst. De heer Van Kessel: Allereerst ontzettend bedankt voor het inspreken. Ik vind het in ieder geval heel fijn om jullie verhaal in ieder geval gehoord te hebben. U vraagt aan ons om schriftelijk onze steun of in ieder geval voor deze zaak ook te geven richting twee plekken die volgens mij rechters zijn. Dus volgens mij is dit een zaak, zoals ik dat van u begrijp, die onder de rechter is. Dan is het in … Nou ja, goed, met de scheiding der machten die we hebben is het eigenlijk niet goed gebruik dat de politiek zich daarin mengt. Dus ik zit heel even te zoeken of u daar wat duidelijkheid kunt geven over of deze zaak onder de rechter is, want dan is het goed vaak om dat eerst zijn beloop te laten en daarna dat de politiek weer wat voor u kan doen. Als dat niet het geval is, wat u dan toch precies van ons vraagt, kunt u dat nog een keer herhalen dan? Mevrouw Alouani: Kijk, er zijn wel vaker zaken geweest van schrijnende situaties, onlangs van die twee jongedames in Amsterdam bijvoorbeeld waarbij ook de Amsterdamse raad en de Amsterdamse burgemeester de zaak heeft gesteund.
Het gaat er niet om … Natuurlijk is het de rechter die uitspraak doet, maar symbolisch weten wij dat de steun van een raad of van een gemeente en een burgemeester wel heel erg, zeg maar, in ieder geval die steun toch wel een beetje kan helpen. En alle hulp is aangeboden. Wij zullen het niet hierbij houden, ook als burgers, want H en A hebben ook heel veel steun ook nog van allerlei andere mensen en wij zullen ook echt wel gaan vechten voor hun rechten, maar wij verwachten van onze Haarlemse raad, die er voor ons is, onze volksvertegenwoordigers, ook al is het maar symbolische steun. De voorzitter: De heer Van Kessel. De heer Van Kessel: In dat geval hoor ik u goed dat het inderdaad onder de rechter is en dan heeft u wat mij betreft in ieder geval gewoon steun voor het feit dat u uw recht zoekt en het is ook heel goed dat u dat daar doet. Dus wat mij betreft zit u dan volgens mij ook op het goede pad. Mocht het daar tot een teleurstelling leiden, dan is dat het moment volgens mij dat u zich weer tot de politiek kunt wenden, zodat we de regels waar de rechter zich aan moet houden zouden kunnen aanpassen. Maar ook eerder, als u daar behoefte aan hebt, zou ik u in ieder geval graag hier ontvangen, maar om nou verder in te gaan op dit moment van het proces vind ik wel wat lastig, ook gelet op de scheiding der machten in Nederland. De voorzitter: Dank u wel. De heer Oomkes.
De heer Oomkes: Mijnheer Van Kessel, uiteraard bestaat de scheiding der machten, maar in dit geval is daar eigenlijk geen sprake van … De heer Van Kessel: ‘…’ (buiten microfoon). De heer Oomkes: Oké. Maar dan geef ik eventjes een vraag aan Raja: het is toch zo dat A in Haarlem geboren is en niet kon worden geregistreerd als Haarlemmer, dus als Nederlander, doordat zijn moeder dat voorkomen heeft? Mevrouw Alouani: Ja, hij is eigenlijk min of meer ontvoerd, zeg maar, want moeder heeft alles eraan gedaan om het de vader onmogelijk te maken om zijn kind te erkennen. Vader heeft van alles gedaan vanaf de geboorte, meerdere pogingen om het kind te erkennen in Haarlem en dat is toen helemaal onmogelijk
44
gemaakt überhaupt, om lange jaren kreeg hij niet de mogelijkheid om überhaupt contact te hebben met zijn zoon. De voorzitter: Dank u wel. Nog een vraag, de heer Oomkes? De heer Oomkes: Wat in uw verhaal vanwege de lengte ontbreekt is natuurlijk de inspanningen die zijn gepleegd, waarbij de vader echt alles heeft gedaan om met zijn zoon in contact te blijven, ondanks de ontvoering door de moeder. Het kind heeft eigenlijk zijn vader dankzij dat doorzettingsvermogen hele lange tijd op die manier kunnen zien. Kunt u mij even vertellen wat dat heeft betekend voor de vader? Mevrouw Alouani: Voor de vader heeft dat op een gegeven moment, hij heeft lange jaren zich ingespannen om überhaupt contact te krijgen. Via Facebook is het eigenlijk en via toeval dat A erachter kwam dat hij überhaupt een Nederlandse vader heeft, via Facebook zijn vader opgezocht en uiteindelijk in contact gekomen met zijn vader. De vader ging zeven keer per jaar naar Marokko om zijn zoon te bezoeken en heeft al het mogelijke gedaan met de Nederlandse overheid, met de Marokkaanse overheid om zijn zoon te kunnen erkennen, om Nederlanderschap, om het kind tot Nederlander, zeg maar om te vragen voor Nederlanderschap. Dus hij heeft echt … Ik kan het verhaal hier niet vertellen. Mocht u meer willen weten, daar zijn stukken over, er kan ook met de advocaat contact opgenomen worden.
Maar het is echt heel bijzonder, een heel bijzonder verhaal eigenlijk. De voorzitter: Dank u wel. De heer Zohri, GroenLinks. De heer Zohri: Dankjewel, voorzitter. Dankjewel voor het inspreken. We hebben het over Amine en ik heb wel een vraag aan Amine en misschien wil jij, ik weet niet of hij dat goed kan verstaan en eventueel terug beantwoorden. Hoe gaat het met Amine nu, en wat voor dagbesteding doet Amine op dit moment? Mevrouw Alouani: Ik weet dat hij heel zenuwachtig is. De heer Zohri: En als dat lastig is, dan mag u dat tolken. Mevrouw Alouani: Wil je zelf antwoorden? Je mag wel wat zeggen, als je wil. Kijk, deze. O, die is niet aan. Dan moet je hier even inspreken. De heer A. Van der Wijden: Nu in Holland ik vind het beter, door heb ik vader hier, heb ik familie, heb ik broers, heb ik ooms hier, beter dan in Marokko. Ja, nu doe ik niks, probeer ik lezen en schrijven leren, door ik heb niet gestudeerd in Marokko. Ik probeer iets te doen hier. Sowieso nu mag ik niks, alleen probeer ik iets te doen van een toekomst voor mij. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stroo, Jouw Haarlem.
Mevrouw Stroo: Ik heb begrepen dat Amine kan worden uitgezet, klopt dat? Mevrouw Alouani: Ja, als de zaak uiteindelijk afge… Als hij uiteindelijk uit… Hoe zeg ik dat nou? Als de zaak niet toegewezen wordt zeg maar, want het is nu tegen de IND en hij krijgt geen verblijfsstatus, dan kan het zijn dat hij uiteindelijk uitgewezen wordt, ja. Mevrouw Stroo: Maar wat zijn precies de gronden bij de IND om hem daar te laten komen en dat het onder de rechter is?
45
Mevrouw Alouani: Het is onder de rechter, omdat hij nu geen verblijfsstatus natuurlijk heeft. Hij is hier gekomen met zijn vader met een visum en uiteindelijk hier gebleven en een zaak aangespannen. Hij moet nog een verblijfsstatus krijgen en die heeft hij dus nog niet. De voorzitter: Mevrouw Verhagen. Mevrouw Verhagen: Is er sprake van enige nalatigheid misschien van de Staat der Nederlanden, gemeente Haarlem, of welke administratie ook, waardoor u het kind niet heeft kunnen erkennen? Is dat u onmogelijk gemaakt en is dat vooral door uw vrouw gebeurd, of is daar eigenlijk ook de staat en de gemeente hier misschien schuldig aan dat dat is gebeurd. Hoe ziet u dat? Mevrouw Alouani: Wil je zelf antwoorden? De heer H. Van der Wijden: Ja. De voorzitter: Ik vind het wel een ingewikkelde vraag, ook omdat het nog onder de rechter is. Dus ik zou daar heel terughoudend op antwoorden, heel algemeen, alstublieft. Mevrouw Alouani: Kan ik daarop antwoorden, algemeen? De voorzitter: Nou ja, heel algemeen. Mevrouw Alouani: U kunt stellen dat er enige verzuim geweest is vanuit de Nederlandse overheid en Nederlandse staat wat dat betreft, ook gemeente Haarlem. De voorzitter: Mevrouw Verhagen.
Mevrouw Verhagen: Wordt dat ook meegenomen in de rechtszaak nu? Mevrouw Alouani: Ja, zowel richting Europese Hof, dat staat in de stukken naar het Europese Hof, maar ook in de zaak richting de IND is dat verhaal ook meegenomen. De voorzitter: De heer El Aichi, CDA. De heer El Aichi: Dank u wel, mevrouw Alouani, voor het inspreken. Begrijp ik het goed dat Amine ook niet op school zit op dit moment? Mevrouw Alouani: Ja, dat mag niet. Als je geen verblijfsstatus hebt, dan mag je niet naar school. Ik heb zelf voor Amine geregeld dat hij via iemand van mijn netwerk een beetje, zodat hij iets kan doen, dat hij een aantal keer per week ergens bij iemand die een soort zorginstelling, welzijnswerk-achtig iets heeft, dat hij daar naartoe kan om een beetje daar wat dingen te kunnen doen. Maar verder, hij mag niet naar school. Overigens wil ik melden dat wij met heel veel mensen ook nog buiten zitten, omdat we dachten dat er veel meer mensen hier op de tribune mochten. Dus ja, we dachten dat er vijftig mensen ofzo hierbinnen mochten, maar dat mag dus niet in verband met corona. Maar er zitten dus een hele hoop mensen nog buiten. De voorzitter: Dat hadden we begrepen. Dank u wel. Als laatste mevrouw Özogul. Ik wil echt dit gaan afronden. O, nou, mijnheer Smit mag ook nog. Mevrouw Özogul.
46
Mevrouw Özogul-Özen: Dank u wel voor het inspreken. Mochten we willen steunen, hoe kunnen we dat doen? Mevrouw Alouani: Nou, wat ik heb gevraagd eigenlijk – en ik weet niet, dat moeten jullie even kijken – wij zouden het mooi vinden als er een of andere, ook al is het symbolisch, schriftelijke steun zou zijn richting de IND en richting het Europese Hof. Of dat juridisch, wettelijk mogelijk is weet ik niet, maar ik denk waar een wil is, is een weg. Ik denk altijd: de wetten maken wij niet, de wetten maken ons. Dus ik zou vragen aan de raad: kijk met uw hart en kijk wat u ervan kan maken en probeer op de een of andere manier uw steun te geven. De voorzitter: Dank u wel. De heer Smit, u had nog een vraag? De heer Smit: Knap wat u allemaal uitlegt, hoor, heel goed. Ik heb het krantenartikel gelezen, maar dat is natuurlijk niet de volledige juridische status van het stuk. In deze zaak gaat het natuurlijk inhoudelijk verder. In ieder geval OPHaarlem blijft de zaak volgen en we hebben een voorzichtige indruk dat hier een specifiek geval, een eenling uitvergroot is en dat op dit moment een verharde situatie is tussen de IND en tussen u als aanvrager. Ik ben zo klaar, mijnheer de voorzitter.
In die zin bijzondere aandacht in ieder geval van ons en ga ik de zaak ook volgen om te kijken, als u ook stukken toe kunt sturen op dit moment die, behalve het krantenartikel, de raad ook meer informatie geven. Mevrouw Alouani: Het is een heel dik dossier. De heer Smit: Dat is de bedoeling niet, dat kan niet. Maar het krantenartikel alleen is niet voldoende, vind ik. Mevrouw Alouani: Nee. De voorzitter: Goed, ik wil dit gaan afronden. Ik wil u allen hartelijk danken en natuurlijk ook sterkte toewensen bij de zaak. U kunt weer op de tribune plaatsnemen, indien u dat wenst, en de verdere vergadering bekijken, of u kunt natuurlijk ook weggaan. Mevrouw Alouani: Dank u wel voor uw aandacht. Bedankt. De voorzitter: En nogmaals succes. Wilt u de microfoon nog even uitzetten graag? Dank u wel. Nou, zoals beloofd gaan we even een kopje koffie drinken, dus we gaan de vergadering even schorsen voor … Kijken hoe lang we hebben staan. Tien minuutjes, kunnen we dat? Tien minuten schorsen. Schorsing Ter advisering aan de raad 16. 19.50 uur Vaststellen Programmabegroting 2022-2026 - alleen programma’s 1 t/m 3 (JB/MTM/FR) De voorzitter: Welkom terug weer bij de commissie Samenleving. We gaan weer even terug in de agenda naar agendapunt 9 en dat is het ‘Vaststellen van de Programmabegroting 2022-2026 en alleen over de programma’s 1 tot en met 3’.
Bij het vaststellen van de Programmabegroting 2022-2026 geeft de commissie advies over de beleidsvelden die deze commissie aangaan, in dit geval. Wie kan ik hier het woord? Het is een adviesstuk ook, dus wie kan ik hier het woord over geven? Niemand? 9, ‘Vaststellen begroting’, zijn we. Die hadden we net even overgeslagen, we zijn nu weer even terug, want we wilden daar nog wel wat over zeggen, dus vandaar dat die nu weer naar voren gehaald is. Dus wil niemand iets over de begroting zeggen? Nou ja,
47
dan snap ik het ook niet. Dan hadden we hem net ook wel kunnen afhandelen. Moment. Ja, het is een adviesstuk voor de raad, ik vind het ook wel een beetje een vreemde vraag: gaan we het als hamerstuk vaststellen? Ja, het kan eigenlijk niet, maar goed. Er is geen opmerking, maar dan gaan we dat in de begroting verder wel behandelen. Maar we stellen nu hier bij hamerstuk vast dat we dit behandeld hebben, dat stellen we vast. Oké. Nou, dank, wethouder, voor de bijdrage. De heer …: ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 11 … Wethouder Botter: ‘…’ (buiten microfoon). Wethouder Meijs: Ja, maar daarna zit jouw … De voorzitter: Agendapunt 12 is afgevoerd, dus de wethouder kan nu echt gaan. Tot ziens en een fijne avond. 18. 20.35 uur Concept Raadsjaaragenda 2022 van de Commissie Samenleving (JB/MTM/FR) De voorzitter: Dan gaan we naar de ‘Concept Raadsjaaragenda 2022 van de Commissie Samenleving’. De concept raadsjaaragenda betreft alleen nieuwe punten voor de planning van de commissie Samenleving. Aan de commissie wordt nu gevraagd aan te geven of zij nog onderwerpen wil toevoegen die zij in 2022 vanuit de organisatie of college verwacht. Ook wordt aan de commissie gevraagd of er belangrijke kaderstellende onderwerpen zijn waarvoor eerst een startnotitie gewenst is.
Wie heeft er iets over de raadsjaaragenda te zeggen, wie wil er nog iets toevoegen? Niemand? Ik heb wel … Dan spreek ik even, want die vraag is wel in het begin van de heer El Aichi van het CDA gesteld over, hij had het over de respijtzorg. Hij verwachtte nog eigenlijk dit jaar al een stuk over de respijtzorg en dit jaar is bijna afgelopen, dus de vraag is: kunt u zeggen of het nu nog komt, of kunnen we het dan gaan toevoegen op de raadsjaaragenda? Wethouder Meijs: ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Even op de … Wethouder Meijs: Volgens mij is dat in een RIB over gecommuniceerd, maar zo niet, dan zal ik dat nagaan en zorgen dat daar nog een stuk over komt. De voorzitter: Dank u wel. Oké, dan kunnen we deze ook afsluiten. De heer Smit. De heer Smit: Even een vraag. Als het gaat om de maanden waarin u geprogrammeerd is, is dat op grond van het nieuwste inzicht van bijvoorbeeld de haalbaarheid voor de organisatie om die stukken te leveren? Of zijn dit nog maanden die vanuit een oudere tijd dateren, die we achteraf de komende tijd nog gaan herijken? De voorzitter: Daar kan ik in eerste instantie geen antwoord op geven, denk ik. Ik weet wel, normaliter worden de stukken wel op basis van een moetje zeg maar gepland, dus die worden teruggewerkt als er bepaalde besluiten, wetswijzigingen, of bepaalde verordeningen moeten vervangen worden. Dus dan staan ze daar al geprogrammeerd.
De andere zaken, dat is naar het beste inzicht dat ze kunnen leveren, denk ik. Maar ik kan er dus geen echt sluitend antwoord op geven, mijnheer Smit.
48
De heer Smit: Nee, maar even voor de duidelijkheid. Ik bedoel, het staat nu op de agenda. Het staat niet elke keer op de agenda, volgens mij, hè? De voorzitter: Deze raadsjaaragenda staat niet elke keer op de agenda, nee. De heer Smit: Nee, precies. Dan is de vraag: is daaraan voorafgaand door de griffie een ijking gedaan bij de ambtelijke organisatie om na te gaan of die termijnen die genoemd zijn actueel zijn? Als u dat niet weet, dan zou ik graag het antwoord van de griffie … De voorzitter: Nee, maar ik mag dat wel hopen natuurlijk. Anders zitten we dingen hier te bekijken die misschien helemaal niet meer relevant zijn. Maar misschien dat de griffie daar, daar komen we dan nog wel even op terug. Indien het niet bijgewerkt is, dan vind ik het wel erg spijtig, maar ik laat het heel even uitzoeken of de griffie of daar inderdaad expliciet naar gekeken is. Dus daar komt de griffie nog wel een keer met een notitie op terug, maar we moeten even kijken via welk medium. Goed zo. 20. 21.45 uur Informeren Koploperproject Cliëntondersteuning na één jaar (MTM) 13.1Toezegging van wethouder Meijs om na een jaar de stand van zaken (bevindingen) inzake het koploperproject cliëntondersteuning Haarlem met de commissie te delen De voorzitter: Dan gaan we naar het volgende punt.
12 is afgevoerd van de agenda, dus dan kunnen we doorgaan naar agendapunt 13 en dat is ‘Informeren Koploperproject Cliëntondersteuning na één jaar’. De informatienota Koploperproject Cliëntondersteuning wordt op verzoek van de SP ter bespreking geagendeerd in de commissievergadering van 28 oktober. De SP heeft daar een motivatie aan toegevoegd als het goed is, dus ik wil graag nu het woord geven aan mevrouw Özogul, SP. Mevrouw Özogul-Özen: Nou, allereerst, de wethouder had natuurlijk ook aangegeven dat ze bij ons zou terugkomen wanneer het koplopersproject zou aflopen. Dat is nu het geval en we hebben vorig jaar een tussenevaluatie gehad waarbij toen bleek dat er eigenlijk niet zoveel bekendheid was en dat daardoor ook weinig aanmeldingen waren om daarvanuit ondersteund te worden. De SP was eigenlijk benieuwd hoe het nu was. Dat heb ik niet echt kunnen lezen qua aantallen, maar wat ik wel heb gelezen is het advies van de Participatieraad waarbij zij een definitie geven hoe zij denken dat een onafhankelijk ondersteuner hoort te werken. De SP is het daar volledig mee eens. Ook de andere adviezen is wat ons betreft correct.
De vraag van ons blijft is: hoe nu verder in de toekomst? Stichting MEE en cliëntondersteuning zijn hier aan het werk, kunnen zij nu iedereen bereiken, is daar een verbetering in? Daarnaast, is het nog steeds mogelijk dat een cliënt zelf iemand meeneemt waar zij willen dat diegene haar of hem ondersteunt, en kan dit geweigerd worden? Eigenlijk ben ik ook benieuwd hoe de rest van de raad denkt aan cliëntondersteuning, hoe we dat in de toekomst toch een plek moeten geven en wat daar de voorwaarden voor zijn. Dus vandaar dat ik het geagendeerd heb. Ik ben ook benieuwd wat de wethouder daar verder over te vertellen heeft en vooral met het bereik. En als het bereik weinig is, wat we nog gaan doen in de toekomst om te zorgen dat iedere Haarlemmer weet dat zoiets bestaat. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Zoon, Hart voor Haarlem. Mevrouw Zoon: Dank u wel, voorzitter. En dankjewel, SP, dat jullie dit geagendeerd hebben. Want mensen die zorg en maatschappelijke ondersteuning en een voorziening en een regeling nodig hebben, moeten vaak moeite doen om hun weg daarin te vinden. Ze weten nog niet altijd dat ze een beroep kunnen doen op
49
cliëntondersteuning en hoe ermee in contact te komen. De Participatieraad legt hier de vinger op de juiste plek. Gemeenten en zorgkantoren verantwoordelijk voor het aanbod van onafhankelijke cliëntondersteuning zijn vaak lastig te vinden. Ook hier schijnt een worsteling te zijn geweest wat onafhankelijk nu precies is. Onafhankelijk is volgens Hart voor Haarlem dat iedereen de zorg krijgt die op zijn of haar dossier van toepassing is, zonder aanziens des persoon, dat betekent professioneel en integraal. Hart voor Haarlem onderschrijft dan ook de oproep van de Participatieraad om het takenpakket van de aanbieders duidelijk te omschrijven. Heeft u een interruptie, mijnheer? De voorzitter: Interruptie van de heer Zohri van GroenLinks. Gaat uw gang. De heer Zohri: Voorzitter, mevrouw Zoon, de Participatieraad … Er gebeurt van alles om me heen nu even. O, nieuwe insprekers. Nou, helemaal top, geweldig. Participatie, hè? De Participatieraad heeft een advies gegeven, maar die heeft ook bij dit onderzoek van het koploperproject actief … Tenminste, de Participatieraad is actief betrokken bij de formulering van dit stuk. Dus ik vraag me nu even af, want u gaat nu een heel pleidooi formuleren, wat zou … Mevrouw Zoon: Ik was nog niet klaar met mijn betoog. De heer Zohri: Ja, nou ja, het begon al, maar door wat er hier achter me gebeurde, ben ik ook mijn vraag vergeten.
Ik kom er zo bij u op terug. Mevrouw Zoon: Dan ga ik even door met mijn betoog, als u het niet erg vindt. Goed, we waren bij de Participatieraad en die was inderdaad bij het hele proces betrokken, maar kwamen er toch wel uit, en dat staat ook in het advies, dat onbekend is toch wel belangrijk en dat mensen toch moeten zoeken naar wat ze eigenlijk willen vinden. Hart voor Haarlem onderschrijft dan ook de oproep van de Participatieraad om het takenpakket van de aanbieders duidelijk te omschrijven. Cliëntondersteuning draagt bij aan zelfredzaamheid en participatie. Voor de cliëntondersteuning vanuit de gemeente gaat het hierbij om hulp bij het regelen van aanvragen van bijvoorbeeld maatschappelijke ondersteuning, zorg, jeugdhulp, onderwijs, wonen, werk, inkomen. De cliëntondersteuning draagt bij aan de zelfredzaamheid en de participatie van die mensen. Emanciperen, daar zijn we van. Positieve ervaringen met cliëntondersteuning. Cliëntondersteuning zijn professioneel, vrijwilligers en ervaringsdeskundigen met kennis over het aanbod in de zorg, ondersteuning en ze weten de weg daar naartoe. Cliënten die ervaring hebben met deze cliëntondersteuning zijn overwegend positief. Meer mensen willen gebruikmaken van deze cliëntondersteuning. Uit het stuk blijkt dat meer mensen met een ziekte of een aandoening gebruik hadden willen maken van de cliëntondersteuning.
Ook kunnen niet alle professionals of verwijzers in de zorg, zoals huisartsen, verpleegkundigen, zijn er mee bekend. Hoe gaat de wethouder de bekendheid van dit soort dingen aan de Haarlemmers vertellen? Maar dan is wel ook weer, als er meer mensen bekend raken met dit goede initiatief, hoe gaat de wethouder dan de capaciteit op orde houden? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Yerden, PvdA. De heer Yerden: Dank u wel, voorzitter. Volgens de PvdA-fractie bleek er nu een definitie van onafhankelijke cliëntenondersteuning is, maar onduidelijk is hoe dit in de werkpraktijk van het sociale domein handen en voeten kan krijgen. Belangrijk is dat de organisatie die beslist over de toegang tot zorg geen onafhankelijke cliëntenondersteuning kan bieden. Wat betekent dit voor de verhouding tot de instelling binnen het sociaal domein? Opvallend is dat in de voortgangsrapportage is Stichting MEE – de SP heeft het ook net genoemd – ook aangeduid wordt als een onafhankelijke cliëntenorganisatie. Op dit moment is bijna tachtig procent van
50
de mensen die gebruik maken van een Wmo-voorziening het bestaan van onafhankelijke cliëntenondersteuning onbekend is. Participatieraad pleit daarom terecht voor een heldere beschrijving, definitie en takenpakket. Dit is een randvoorwaarde om onafhankelijke cliëntenondersteuning bekend en deskundig te maken. Naast een verheldering van de doelstellingen en het takenpakket, zou bij de promotie en voorlichting aandacht niet alleen uit moeten gaan naar de instelling uit het sociaal domein, maar ook naar het bredere zorg in het sociale domein, waaronder scholen, huisartsen en zelforganisaties. De PvdA-fractie vindt het noodzakelijk om bij verdere uitwerkingen zichtbaar te maken wat de meerwaarde is ten opzichte van de huidige situatie. Het is daarbij ook noodzakelijk om inzicht te krijgen in de financiële consequenties. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stroo, Jouw Haarlem, en daarna mevrouw Booms. Mevrouw Stroo: Dank u, voorzitter. Jouw Haarlem vindt het heel belangrijk dat mensen die van zorg en hulp afhankelijk zijn goed en op een respectvolle manier geholpen worden. Indien dit niet het geval is, dan is het zaak dat iemand zijn beklag, bijvoorbeeld bij onjuiste bejegening, kan doen bij een andere instantie dan die waarvan men op dat moment afhankelijk is. Kortom, we juichen het toe dat er een onafhankelijke cliëntondersteuning is.