Jaarverslag OZSG 2024 Stedelijk Gymnasium Haarlem
Tekst van het document
•
Een terugblik op de focuspunten van het afgelopen jaar: •
•
Het project actualisatie functiehuis voor de OOP-/ Directiemedewerkers is uitgevoerd, gecommuniceerd en geïmplementeerd en vormt hierdoor een basis voor correcte beloning, loopbaanpaden, loopbaanbeleid en de individuele professionalisering van het personeel. Het promotiebeleid voor het onderwijzend personeel (OP) is vormgegeven, in het beleid is zowel ruimte voor promotie op basis van anciënniteit als wel op basis van kwaliteit. Het staat de scholen vrij om dit in samenwerking met de (P)MR verder vorm te geven.
Jaarverslag - OSZG
Financieel beleid
Financiële situatie
Op het gebied van Psychosociale Arbeidsbelasting (PSA) zijn er stappen gezet binnen de scholen, enerzijds door het benutten van de collectieve werkdrukmiddelen en anderzijds door het opgestelde beleid ten aanzien van de bestedingsdoelen van het Individueel Keuzebudget (PB90-uren). Het afgelopen jaar hebben bestuursleden actief geparticipeerd in de diverse onderwijsregio’s (o.a. OSVO en Brabant-Oost). Deze participatie is gericht op loting & matching, mensen enthousiasmeren om te kiezen voor een baan binnen het onderwijs, hoe om te gaan met de krappe arbeidsmarkt voor docenten. In 2025 wordt in het voortgezet onderwijs een extra tekort aan leraren verwacht. Met name de tekortvakken wiskunde, natuurkunde, scheikunde, klassieke talen, Duits, Frans en Nederlands.
Jaarrekening
•
Overige gegevens
Bijlage 1
Het maken van een Strategisch Personeelsplan waarin alle facetten van de medewerkersreis in contact met de OSZG aan bod komt en waarin aandacht wordt besteed aan: -
-
De aanstaande uitstroom van een substantieel deel van het personeel richting pensioen, zeker in relatie tot het lerarentekort vooral in de exacte vakken en klassieke talen. Technologie en de groeiende rol van AI binnen het onderwijs. Wat zijn de mogelijkheden voor het onderwijs, dit zal verder moeten worden onderzocht.
Goed gezamenlijk gedragen strategisch personeelsbeleid is voor de OSZG van belang, omdat voldoende gekwalificeerd personeel de scholen in staat stelt om hoogwaardig gymnasiaal onderwijs te blijven bieden in een continu veranderende maatschappij.
Voor het komende jaar heeft het bestuur haar focus op de volgende thema’s en onderwerpen gericht: •
De ontwikkeling en implementatie van het Koersplan, waarbij strategisch personeelsbeleid een belangrijke ondersteunende en faciliterende rol zal spelen om uitvoering te kunnen geven aan de gestelde missie en doelstellingen.
29
Bestuursverslag
Algemene informatie
Onderwijs
4.2 Personeelssamenstelling Eind 2024 (peildatum 31-12-2024) had de OSZG 498 personen in dienst – zeventien minder dan vorig jaar, dit heeft te maken met de afgebouwde NPO-gelden en de vermindering van het aantal leerlingen. Verwacht wordt dat het aantal leerlingen in de komende vijf jaar met ongeveer 4 procent zal dalen in Nederland. Met name in de vier grote steden groeit het aantal leerlingen naar verwachting de komende jaren nog. In de meeste andere regio’s van Nederland zal het aantal leerlingen naar verwachting de komende jaren afnemen. In de regio NoordHolland zal in de meeste regio’s het aantal leerlingen naar verwachting afnemen.
Financieel beleid
HRM
Alleen in Amsterdam wordt een toename verwacht van zo’n 1 procent. In de regio Noord-Brabant-Oost wordt een daling van bijna 5 procent verwacht (bron Voion). De personeelssamenstelling binnen de OSZG omvat verschillende functiecategorieën, die gezamenlijk bijdragen aan het onderwijsproces en de bedrijfsvoering van de scholen en het bestuursbureau van de OSZG. •
Schoolleiding (DIR)
•
Onderwijzend Personeel (OP)
•
Ondersteunend Personeel (OOP) op de scholen en het bestuursbureau
Financiële situatie
Jaarrekening
Overige gegevens
Bijlage 1
Het aantal docenten is per einde kalenderjaar als volgt over de drie schalen verdeeld: Schalen
2019
2020
2021
2022
2023
2024
LB
80
74
89
89
84
75
LC
84
85
98
100
100
97
LD
192
192
185
188
181
178
Totaal
356
351
372
377
365
350
De functiemix geeft een indicatie van de salariskostenopbouw van het docentenpersoneel. De OSZG hanteert als streefgetallen 129-141 voor de 4 randstadscholen en 114-128 voor de 2 scholen uit Noord-Brabant.
Functiemix per school School
Schaal LB
Schaal LC
Schaal LD
Functiemix
Aantal mw.
FTE
Aantal mw.
FTE
Aantal mw.
FTE
2024
SG Haarlem
15
8,68
18
14,05
37
29,03
139
Het personeel was als volgt verdeeld over de drie functiecategorieën Personeelsleden OSZG
2019
2020
2021
2022
2023
2024
Schoolleiding
14
14
14
13
12
13
Felisenum
5
3,35
17
11,14
29
20,04
148
Onderwijzend Personeel
356
351
372
377
365
350
Barlaeus
15
9,3
14
11,11
33
28,85
140
Ondersteunend Personeel
118
118
120
134
138
135
Vossius
6
4,25
23
16,65
33
23,28
143
Totaal
488
483
506
524
515
498
Bernrode
14
10,11
12
10,05
15
12,32
107
SG 's-Hertogenbosch
20
13,56
13
9,44
31
22,77
120
OSZG
75
49,25
97
72,44
178
136,29
134
Jaarverslag - OSZG
30
Bestuursverslag
Algemene informatie
Onderwijs
Financieel beleid
HRM
Bij enkele scholen zijn de kengetallen relatief hoog. Dit is te verklaren doordat er minder startend jong personeel in schaal LB aanwezig is, mede in verband met de lagere leerlingaantallen in combinatie met lage uitstroom vanuit schaal LD door oudere personeelsleden. Deze laatste groep zijn vaak in de laatste trede van LD ingeschaald. Mede door de krappe arbeidsmarkt komt de functiemix verder onder druk te staan.
De leeftijdsopbouw van het personeel per school onderverdeeld naar leeftijdscategorie is als volgt (peildatum 31-12-2024): Aantal medewerkers
34 jaar en jonger
35 t/m 44 jaar
45 t/m 54 jaar
55 jaar en ouder
Eindtotaal
SG Haarlem
13
23
17
41
94
Felisenum
10
13
29
18
70
Barlaeus
20
25
18
26
89
Vossius
11
13
29
29
82
Bernrode
15
15
12
26
68
SG 's-Hertogenbosch
16
30
17
20
83
3
4
4
11
122
126
164
497
Bestuursbureau Eindtotaal
85
Financiële situatie
Jaarrekening
Overige gegevens
De gemiddelde leeftijd van de medewerkers is 47,06 (peildatum 31-12-2024).
Bijlage 1
Gemiddelde leeftijd SG Haarlem
49,71
Felisenum
47,44
Barlaeus
44,68
Vossius
49,07
Bernrode
46,50
SG 's-Hertogenbosch
44,24
Bestuursbureau
50,36
Eindtotaal
47,06
Dit overzicht laat zien dat het grootste aandeel van het personeel 55 jaar en ouder is, dit betekent dat de komende 10 jaar veel personeelsleden gaan uitstromen richting pensioen, het tijdig opstellen van een strategische personeelsplanning c.q. vervangingsplan is evident, zeker gezien de huidige krappe arbeidsmarkt bij de tekortvakken.
Jaarverslag - OSZG
31
Bestuursverslag
Algemene informatie
Onderwijs
4.3 Verklaring omtrent gedrag (VOG) Wij hebben onze accountant geen opdracht gegeven om de werkzaamheden, zoals opgenomen in de bijlage IV bij het onderwijsaccountant-protocol inzake de tijdige aanwezigheid van de VOG in het verslagjaar uit te voeren. Het bevoegd gezag blijft hier echter onverkort verantwoordelijk. De aanwezigheid van een geldige Verklaring Omtrent Gedrag bij indiensttreding van een personeelslid dient 100% te zijn. Toelichting bestuur inzake niet of niet tijdig aanwezigheid en beleid omtrent VOG: met betrekking tot 2023-2024 heeft
HRM
Financieel beleid
Financiële situatie
het bestuur 94% van de VOG’s tijdig ontvangen en 6% te laat. Redenen voor de te late aanwezigheid van de VOG waren, het niet tijdig insturen van de VOG door de nieuwe medewerker en de snelheid waarmee nieuwe medewerkers of vervanging worden aangesteld. Voor het komende jaar 2025 zal de procedure tijdig ontvangst VOG’s worden geëvalueerd en bijgestuurd, zodat in 2025 een score van 100% zal worden behaald. Tabel tijdige aanwezigheid verklaring omtrent gedrag (VOG) (peildatum 31-12-2024).
Jaarrekening
Overige gegevens
Bijlage 1
4.4 Banenafspraak (MT) In 2013 zijn in het Sociaal Akkoord afspraken gemaakt over het aannemen van werknemers met een afstand tot de arbeidsmarkt. In totaal gaat het om het realiseren van 125.000 extra banen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in 2026 ten opzichte van de nulmeting op 1 januari 2013, waarvan 100.000 in de marktsector en 25.000 in de overheidssector. Deze aantallen zijn verdeeld over de jaren. De banenafspraak is wettelijk verankerd in de Participatiewet.
Quotumheffing opgeschort
Nieuwe VOG’s in verslagjaar 2023/2024
VOG aanwezig op indienst datum
VOG te laat aanwezig (1-5=<5)
VOG niet aanwezig
Nieuwe medewerkers in loondienst
66
62
4
0
Nieuwe personen niet in loondienst met een VOG-verplichting **
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
** Gezien het late moment van bekendwording van deze verantwoordingswijze is de OSZG niet in staat gebleken om een overzicht van beschikbare VOG’s op te stellen. Het huidige inkoopproces is nog niet afdoende ingericht op het opvragen, verzamelen en bijhouden van de VOG’s. Dit proces wordt in de loop van 2025 ingericht en geimplementeerd.
Jaarverslag - OSZG
Vanaf januari 2018 geldt voor de overheidssector de quotumregeling omdat de overheidswerkgevers de afgesproken aantallen over 2016 niet gehaald hebben. Het quotumpercentage voor de sector overheid voor 2023 is 2,76%. In de Tweede Kamer ligt een wetsvoorstel om de Wet banenafspraak te vereenvoudigen. De quotumheffing is daarom opgeschort tot dat het nieuwe wetsvoorstel is goedgekeurd. In het wetsvoorstel staat onder andere opgenomen dat de huidige quotumheffing verdwijnt. Er komt een systeem voor in de plaats dat werkt met een zogeheten inclusiviteitsopslag als heffing en een individuele beloning voor werkgevers: een bonus voor elke baan die gerealiseerd wordt.
32
Bestuursverslag
Algemene informatie
Onderwijs
Cijfers OSZG In onderstaande tabel is inzichtelijk hoeveel medewerkers per jaar zijn opgenomen in het doelgroep-register van het UWV. Deze medewerkers tellen mee voor het quotum.
Jaar
Aantal medewerkers in doelgroepregister bron: UWV
2018
4
2019
6
2020
5
2021
4
2022
3
2023
2
2024
3
Jaar 2024: In het doelgroep-register van het UWV stonden in 2024 drie medewerkers opgenomen. Gekeken naar het aantal fte komt dit neer op 1,4 FTE o.b.v. 40 uur (2023:1,13 FTE), omgerekend voor de banenafspraak (1331 uur i.p.v. 1.659 uur) komt dit overeen met 2,24 FTE (2023:2,2 FTE). Een kleine verbetering.
Jaarverslag - OSZG
HRM
Financieel beleid
Financiële situatie
Op basis van het quotumpercentage van 2,76% had OSZG 16 (2023:15,4) banen van 25,5 uur moeten realiseren. Uit bovenstaande tabel blijkt dat het aantal medewerkers opgenomen in het doelgroep-register ook weer uitstroomt. Het is de bedoeling dat een baan gecreëerd en behouden blijft om aan het quotum te voldoen. Omdat het aantal gerealiseerde banen afneemt en achterblijft is het bestuur geadviseerd om hier extra aandacht aan te besteden bij openstaande vacatures.
Getroffen maatregelen 2024 Bij elke ontstane vacature onderzoeken of deze ingevuld kan worden door een kandidaat die valt onder de banenafspraak. Actie rectoren in samenspraak met HR. Afdeling HR neemt contact op met het UWV Werkgever Servicepunt voor het verzoek om assistentie bij het zoeken naar een geschikte kandidaten. Er zijn gesprekken gepland op 14 januari 2025 (Werkgever Servicepunt Haarlem) en op 19 februari 2025 (Werkcentrum Noordoost-Brabant) om te zien welke mogelijkheden er zijn. In 2024 hebben er geen gesprekken plaatsgevonden. Ten slotte zal bij het aannameproces gecontroleerd moeten worden of een sollicitant daadwerkelijk in het doelgroepenregister van het UWV staat opgenomen. De afdeling HR (bestuursbureau) heeft hier een controlerende taak in.
Jaarrekening
Overige gegevens
Bijlage 1
4.5 Verzuim Inleiding Het afgelopen jaar is het verzuim (meldingsfrequentie en langdurig verzuim) binnen de OSZG een belangrijk aandachtspunt gebleven. De OSZG hecht grote waarde aan een gezonde en prettige werkomgeving voor haar personeel. De verzuimcijfers laten dit jaar een daling zien in vergelijking met het voorgaande jaar. Vergeleken met 2023 daalde het voortschrijdende verzuimpercentage van 4,64% in 2023 naar 4,47% in 2024. De OSZG blijft hiermee onder het landelijk gemiddelde van 5,6% (bron CBS Onderwijs). Daarnaast is de gemiddelde meldingsfrequentie in 2024 ook gedaald ten opzichte van 2023. In december 2023 bedroeg de voortschrijdende meldingsfrequentie 1,54, in december 2024 is dit gedaald naar 1,43. Het bevoegd gezag hanteert bij verzuim het zogeheten eigen-regiemodel. Hierbij treedt de leidinggevende op als casemanager. De afdeling HRM bewaakt de termijnen binnen de Wet Verbetering Poortwachter en adviseert waar nodig de leidinggevende. Ook is er iedere zes weken een sociaalmedisch overleg waarin de bedrijfsarts de schoolleiding informeert over lopende verzuimtrajecten. Een gestructureerde aanpak voor de re-integratie van medewerkers die terugkeren na langdurig verzuim is van essentieel belang gebleken. Bij de re-integratie staat waar mogelijk de terugkeer naar de eigen functie voorop.
33
Bestuursverslag
Algemene informatie
Onderwijs
Financieel beleid
HRM
Het komende jaar zal het verder optimaliseren van onze preventieve en curatieve aanpak rondom verzuim een belangrijk speerpunt blijven, om dit te bewerkstelligen is ervoor gekozen om een contract af te sluiten met een andere arbodienstverlener, welke over een breder scala aan professionals beschikt en hierdoor sneller een deskundige kan inzetten bij dreigend langdurig verzuim. Wij zijn ervan overtuigd dat deze inspanningen niet alleen bijdragen aan het verminderen van verzuim, maar ook aan een duurzame inzetbaarheid van ons personeel.
Verzuim %
Meldingsfrequentie
2022
2023
2024
2022
2023
2024
SG Haarlem
8,64
6,07
4,90
2,08
1,53
1,41
Felisenum
10,30
4,28
4,90
1,97
1,54
1,38
Barlaeus
6,55
3,37
3,78
1,79
1,58
1,77
Vossius
5,83
6,17
6,42
2,13
1,45
1,61
Bernrode
5,35
3,92
4,80
1,42
1,54
1,52
SG 's-Hertogenbosch
3,63
3,37
2,40
2,11
1,70
1,56
Bestuursbureau
5,16
6,39
2,33
0,89
0,88
0,90
Gemiddeld
6,69
4,64
4,47
1,91
1,54
1,43
Peildatum 31-12-2024
Jaarverslag - OSZG
Financiële situatie
Jaarrekening
Overige gegevens
Bijlage 1
4.6 Werkdrukmiddelen (MT) In het najaar 2022 is de regeling werkdrukmiddelen ingegaan met als doel de werkdruk in het onderwijs te verminderen conform de cao VO. Hiervoor dienen per school middelen beschikbaar te worden gesteld ter dekking van extra ruimte in het persoonlijk budget en het organiseren voor verlaging van de werkdruk middels collectieve oplossingen. Bij het vaststellen van de programma’s bepaalt de schoolleiding met de MR van de school op welke manier de middelen worden ingezet en zij spreken af hoe dat wordt uitgevoerd en verantwoord met elkaar. Omdat deze regeling pas intrad nadat de gehele formatie voor het schooljaar was ingevoerd, kon het merendeel van de ontvangen middelen pas in latere schooljaren opgemaakt worden. Daarom zijn we verplicht om een bestemmingsreserve in te voeren voor de niet verbruikte middelen. Omdat er jaarlijks nieuwe middelen worden verstrekt en de oude middelen nog niet zijn verbruikt wordt de bestemmingsreserve voor collectieve werkdrukmiddelen per einde kalenderjaar verminderd met het verschil tussen vrijval van oude middelen en de nieuw ontvangen middelen. Wij stimuleren onze schoolleidingen om met de PMR door middel van inhaalacties toch binnen 4 jaar de bestemmingsreserve op te maken. Het is de bedoeling om na deze inhaalactie de jaarlijkse structurele middelen ook in hetzelfde jaar te gebruiken.
Bij onze scholen is een uitgebreid pakket aan maatregelen afgesproken tussen schoolleidingen en PMR van de betreffende school. Dat heeft in 2024 geresulteerd in een totaal aan bestedingen van € 1.049.000 (2023: € 558.000). Bekostigd was € 730.000, wat inhoudt dat de bestemmingsreserve in 2024 is afgenomen met € 319.000. De reserve is daarmee per ultimo 2024 € 533.000. Dit wordt de komende jaren verder besteed.
34
Bestuursverslag
Algemene informatie
Onderwijs
HRM
Financieel beleid
Financiële situatie
Jaarrekening
Overige gegevens
Bijlage 1
De middelen zijn besteed als volgt, maar verschillend per school: • extra ondersteuning fte leraren
Jaarverslag - OSZG
•
ondersteuning voor surveillance
•
aanvullen persoonlijk budget
•
extra werkdrukverlichting startend leraren
•
compensatie voor klassen groter dan de splitsingsnorm
•
vergoeding voor opvanguren
•
teambuilding secties en OOP
•
uitbreiding taakuren mentoraat
•
uitbreiding uren voor- en nazorg
35
5. FINANCIEEL BELEID EN OVERIGE BEDRIJFSVOERING
Jaarverslag - OSZG
36
Bestuursverslag
5
Algemene informatie
Onderwijs
Financieel Beleid en overige bedrijfsvoering
5.1 Allocatie van middelen (MT) Het onderwijs kent overwegend lumpsum financiering. Dit betekent dat inkomsten van de rijksoverheid op schoolniveau worden berekend aan de hand van het aantal leerlingen en vervolgens toegekend worden aan het schoolbestuur. Het schoolbestuur is vrij in de besteding van de middelen. Als leidend principe voor de toedeling van bekostiging geldt dat alle bekostiging en andere inkomsten zoveel mogelijk ten goede komt aan de school. De middelen worden per school geadministreerd. Afdrachten voor gezamenlijke activiteiten worden per school in de exploitatierekening verwerkt. Dit wordt zichtbaar gemaakt in o.a. de kaderbrief, begroting, rapportages en het jaarverslag. Aangezien de scholen binnen de OSZG in grote mate financieel zelfstandig zijn, is het aantal onderwerpen waarbij er solidariteit geldt binnen de OSZG beperkt. In algemene zin geldt dat de volgende uitgangspunten worden gehanteerd in geval er sprake is van een allocatiesystematiek: •
Transparantie: Het moet voor eenieder duidelijk zijn hoe de opbouw, toedeling en besteding van middelen plaatsvindt.
•
Eenvoud: De spelregels voor de toedeling en besteding van de middelen zijn niet complex en daarmee voor de betrokkenen goed uit te voeren c.q. te volgen.
Jaarverslag - OSZG
Financieel beleid
HRM
Financiële situatie
Jaarrekening
Overige gegevens
Bijlage 1
•
Realisme: De allocatie van middelen sluit aan op de toedeling van taken.
school. Het minimumpercentage is 1% en het maximum percentage is 4%.
•
Zelfstandigheid en eigenheid van de scholen;
•
Solidariteit: Risico’s die op schoolniveau te groot worden geacht kunnen gezamenlijk worden gedragen.
Uitkeringen voor zwangerschapsverlof- en geboorteverlof door uitkeringsinstanties zoals het UWV worden ten gunste van het ZIZO-fonds geboekt en verlagen de vergoeding ZIZO voor de school.
•
Prikkels: Het allocatiemodel stimuleert ondernemend gedrag en biedt zo weinig mogelijk ruimte voor calculerend gedrag.
Kostenverdeling van gezamenlijke activiteiten Afdrachten voor gezamenlijke activiteiten worden aan de scholen toegerekend op basis van leerlingaantallen per 1 oktober, overeenkomstig het leerlingaantal dat gebruikt wordt voor de berekening van de Rijksbekostiging.
Solidariteit 1. ZIZO-fonds Om extreme schommelingen van het resultaat door incidentele uitschieters in de kosten van vervangingen te beperken is binnen de OSZG de regeling ‘Zekerheid in Ziektevervanging OSZG (ZIZO) gemaakt. Het ZIZOfonds keert vervangingsdeclaraties uit tot maximaal 4% van de loonsom. Het meerdere wordt ten laste van het resultaat van de school geboekt. De premie is gebaseerd op een percentage van de SWV-loonsom en wordt bepaald door middel van een staffel dat is gebaseerd op het declaratiegedrag van een
Overschotten en tekorten van een jaar worden verrekenend met de bestemmingsreserve ZIZO. Minimaal 3 keer per jaar wordt er door het bestuursbureau gerapporteerd over deze regeling. Indien de omvang van de bestemmingsreserve te hoog of te laag wordt geacht kan het bestuur besluiten om de premie gedurende een jaar te verhogen of te verlagen. 2. Onderling lenen liquiditeit De aangesloten scholen bij de stichting kunnen onderling lenen, door middel van een rekening courant verhouding. Alle liquide overschotten en tekorten op de bankrekeningen van de individuele scholen worden dagelijks afgeroomd of aangevuld door de zero-balancing methode, die met de huisbankiers is afgesproken. De overtollige gelden worden op één centrale bankrekening (paraplurekening) van de stichting ondergebracht bij het Ministerie van Financiën, waardoor het eenvoudig is in te schatten of erop kortere of langere termijn gelden rentedragend kunnen worden vastgezet. Bij onderling lenen gelden dezelfde condities als bij schatkistbankieren. Onderling lenen is hiermee op stichtingsniveau kostenneutraal.
37
Bestuursverslag
Algemene informatie
Onderwijs
5.2 Informatiebeveiliging en privacy (MT) Jaarverslag Functionaris Gegevensbescherming (FG) van de Onderwijsstichting Zelfstandige Gymnasia (OSZG) De FG is de onafhankelijke toezichthouder op de naleving van de AVG en dient de organisatie te informeren en adviseren over de verplichtingen die de organisatie in dit kader heeft. De eerste helft van het verslagjaar is besteed aan awareness sessies op ieder van de aangesloten scholen. Deze bijeenkomsten waren bestemd voor al het personeel van de administratie(s), afdelingsleiders/teamleiders/ conrectoren en eventueel ICT-medewerkers. De ontvangst hiervan liet zien dat er over verschillende onderwerpen te discussiëren valt, maar dat periodieke aandacht voor privacy-bewustwording positief wordt benaderd. Omdat deze periodieke bewustwording als verplichting in de AVG is opgenomen, kan worden gekeken naar een digitale uitvoering hiervan. Er zijn ondertussen diverse partijen in de markt die deze diensten aanbieden. Op deze manier is continuïteit gewaarborgd.
HRM
Financieel beleid
Financiële situatie
Jaarrekening
Overige gegevens
Bijlage 1
Meldingen van beveiligingsincidenten zijn in 2024 niet gedaan. Gedurende het jaar zijn enkele adviezen gegeven over bijvoorbeeld het hanteren van bewaartermijnen.
Conclusie en aanbevelingen Het aantal contacten tussen de FG en de OSZG is in het verslagjaar beperkt gebleven. De rondgang langs de scholen en de korte lijnen met het Bestuursbureau geven echter voldoende vertrouwen dat de hoofddoelen uit de AVG voldoende bekend zijn, worden toegepast en nageleefd. Opnieuw wordt geadviseerd om DPIA’s (privacy risicobeoordelingen) op te stellen van bestaande of nieuwe systemen c.q. applicaties. Ook dit is een AVG-vereiste. Iedere school dient hiervoor een eigen inventarisatie te maken van hiervoor in aanmerking komende systemen.
Voor de technische kant van informatiebeveiliging heeft de externe CISO (Chief Information Security Officer) voor het Bestuur een informatiebijeenkomst gehouden en later in het jaar een presentatie gegeven van het onderzoek dat bij iedere school heeft plaatsgevonden met aanbevelingen voor de implementatie ter verbetering van de informatiebeveiliging. Deze implementatie is vervolgens in gang gezet.
Jaarverslag - OSZG
38
Bestuursverslag
Algemene informatie
Onderwijs
5.3 Duurzaamheid, maatschappelijke aspecten van het ondernemen en schoolgebouwen Duurzaamheid wordt een steeds belangrijker thema in doen en laten van de OSZG-scholen. Daarbij wordt de individuele scholen ruimte gegeven om duurzaamheid op een passende wijze vorm te geven binnen het school- en onderwijsbeleid. Daarbij onderscheiden we de volgende dimensies op schoolniveau:
Financieel beleid
HRM
Financiële situatie
Op stichtingsniveau zijn ook een aantal duurzaamheid bevorderende stappen genomen: •
Het ontmoedigen van het printen van documenten;
•
Het aanmoedigen van bestuurs- en commissievergaderingen in Teams waardoor reisbewegingen drastisch kunnen worden beperkt;
•
Het faciliteren van thuiswerken voor medewerkers om het aantal reisbewegingen te beperken.
•
Het scheiden van afval, hergebruik van boeken en bevorderen van digitale informatiedeling in plaats van ‘print’ binnen de schoolorganisatie. Maar ook door studiereizen dichterbij huis te organiseren en vliegreizen zoveel mogelijk te beperken en het reizen met openbaar vervoer en fiets bij het personeel te stimuleren;
Voor Gymnasium Bernrode is een SUVIS-subsidie aangevraagd, die voor 50% als voorschot is uitgekeerd. Gezien de omvang van de benodigde investering en de beperkte wil van de gemeente Bernrode om bij te dragen aan het verbeteren van het klimaat, is deze subsidie nog niet besteed. De school wacht verder actie van de gemeente nog af.
•
Het bewustmaken van leerlingen van de noodzaak van duurzaam handelen bijvoorbeeld als onderdeel van het Burgerschap onderwijs. Dat kan binnen lessen, gastlezingen, via multidisciplinaire projecten en schoonmaakacties door leerlingen van bijvoorbeeld stad en strand;
5.4 Treasury
•
Het stimuleren van vergaderingen via Teams om reisbewegingen te beperken.
Met betrekking tot de schoolgebouwen geldt dat de scholen van de OSZG vooral zijn gehuisvest in oudere gebouwen. De opdracht met betrekking tot duurzaamheid en energiebesparing vraagt veelal om investeringen die boven het beschikbare budget uitgaan. De gesprekken met de diverse gemeenten zijn hierover gaande.
Jaarverslag - OSZG
Het treasurybeleid van de OSZG is primair gericht op het beheersen van financiële risico’s om de financiële continuïteit van de organisatie te waarborgen en secundair op het reduceren van financieringskosten. Ook wordt beoogd overtollige liquide middelen tegen een zo hoog en veilig mogelijk rendement uit te zetten. Dat is vooral de afgelopen jaren goed gelukt door de relatief hoge liquiditeiten. De liquide stand is aanzienlijk lager is dan in voorgaande jaren, waardoor naar verwachting de renteopbrengsten gaan dalen. Per saldo is er een resultaat behaald op de financiële baten en lasten van € 317.000 in 2024, tegenover € 409.000 in 2023.
Jaarrekening
Overige gegevens
Bijlage 1
Het treasurybeleid voldoet aan de Regeling Beleggen, lenen en derivaten OCW 2016. De OSZG voert een actief kasgeldbeheer. Daarbij maakt de OSZG gebruik van integraal Schatkistbankieren bij het ministerie van Financiën. De liquide middelen van de scholen staan grotendeels op een rekening-courant bij de Staat der Nederlanden. De Staat vergoedt over het gehele saldo een rente die gelijk is aan het EONIA-tarief. Daarnaast is het mogelijk deposito’s tegen het geldende EURIBOR-tarief te plaatsen. Besluiten tot beleggen en belenen van middelen worden genomen in lijn met het financieel statuut. Conform de afspraken met het bestuur en de RvT plaatsen we alleen kortlopende deposito’s. Omdat het dagtarief de depositorente overstijgt worden er momenteel geen 1-jaarsdeposito’s uitgezet. De lopende deposito’s (t/m juli 2025) hebben een hogere rentestand dan het dagtarief. De financiële vaste activa zijn inmiddels 0, waaruit blijkt dat er geen langjarige deposito’s worden uitgezet. Er wordt geen gebruik gemaakt van afgeleide financiële instrumenten en derivaten. Eind 2024 is een geactualiseerd treasurystatuut opgesteld en voorlopig vastgesteld door het bestuur.
39
6. FINANCIËLE SITUATIE OP DE BALANSDATUM
Jaarverslag - OSZG
40
Bestuursverslag
Algemene informatie
Onderwijs
Financieel beleid
HRM
Financiële situatie
2024
2023 €
€
1.2
Materiële vaste activa
11.695.652
11.846.351
1.3
Financiële vaste activa
0
300.000
Vlottende activa 0
0
Vorderingen
2.243.585
1.607.274
Liquide middelen
9.480.606
12.098.031
23.519.843
25.551.658
Voorraden
1.5 1.7
Bijlage 1
1.2 Materiële vaste activa: de afname is het resultaat van de alsnog in 2025 verkregen bijdrage van de gemeente Haarlem aan de renovatie van het gebouw Prinsenhof van Stedelijk Gymnasium Haarlem. Dit heeft de investering per 31-12-2023 met ruim €660.000,- verlaagd.
6.1 Balans per 31 december 2024 en 2023
1.4
Overige gegevens
6.2 Analyse balansposten
6 Financiële situatie op de balansdatum
Vaste activa
Jaarrekening
1.3 Financiële vaste activa: alle lopende deposito’s lopen korter dan 1 jaar conform de afspraken met bestuur en RvT. De laatste 1-jaar deposito’s lopen af in 2025. 1.5 Vorderingen: een toename van € 636.000 heeft met name te maken met de alsnog beschikbaar gestelde renovatiesubsidie van de gemeente Haarlem die nu in 2025 wordt uitbetaald.
2.1
Eigen vermogen
15.019.096
16.454.953
2.2
Voorzieningen
1.354.633
1.579.156
2.3
Langlopende schulden
0
0
2.4
Kortlopende schulden
7.046.115
7.517.550
1.7 Liquide middelen: per eind 2024 is de afname € 2,6 miljoen. Op één school na hebben alle scholen een negatief resultaat (excl. vrijval bestemmingsreserves) behaald. Dit vindt zijn weerslag in de liquide middelen. Daarnaast heeft het Stedelijk Gymnasium Den Bosch voor ruim € 800.000 geïnvesteerd en is het toegezegde bedrag van ruim € 660.000 van de gemeente Haarlem nog niet bij de bank bijgeschreven op balansdatum 31-12-2024. Ook de afname van bijna € 500.000 bij de kortlopende schulden is een belangrijke oorzaak van afname liquide middelen. Voor een verdere verklaring van de mutatie in de liquide middelen wordt verwezen naar het kasstroomoverzicht in de jaarrekening.
25.551.658
Eigen Vermogen en Voorzieningen wordt in het volgende hoofdstuk nader uitgewerkt.
Totaal passiva
23.419.843
2.4 Kortlopende schulden: een afname van bijna 5 ton is veroorzaakt door de besteding van de subsidie basisvaardigheden.
Jaarverslag - OSZG
41
Bestuursverslag
Algemene informatie
Onderwijs
Financieel beleid
HRM
Jaarrekening
Financiële situatie
6.3 Investeringen Onze scholen (in de persoon van de rector-bestuurder) hebben de ruimte om zelfstandig te beslissen over noodzakelijke investeringen tot € 100.000, ook als deze buiten de begroting om worden geïnitieerd. Hierboven moeten investeringsaanvragen voorgelegd worden aan het bestuur en na instemming van het bestuur wordt het tevens voorgelegd aan de RvT. Voor een aantal scholen was het afgelopen jaar zaak om specifiek in ICT (zoals ook in 2024) voor het onderwijs te investeren. Mede door de noodzakelijke digitalisering in verband met corona is de afgelopen twee jaar veel gebeurd op het gebied van hardware en vooral software, mede voor leermiddelen. In totaal is er na aftrek van de bijdrage van de gemeente Haarlem van € 660.000 voor een bedrag van € 1.318.000 geïnvesteerd in 2024. In de begroting is uitgegaan van een bedrag van totaal € 4.154.250, waarvan € 2.530.000 voor de verbouwing van Stedelijk Gymnasium Haarlem was opgenomen, dit is reeds in 2023 in de cijfers verwerkt. De investeringen in de gebouwen bestaan naast noodzakelijke onderhoudskosten, zoals deze in de meerjarenonderhoudsplannen zijn opgenomen, ook uit de verbouwingskosten van het Stedelijk Gymnasium ‘s-Hertogenbosch. Het bestuur heeft in 2024 het investeringsbudget voor de verbouwing opgehoogd met €100.000,- omdat het begrote budget onvoldoende bleek.
Investeringen 2024 1.2 Materiële vaste activa 1.2.1 Gebouwen en terreinen SG Haarlem
-632.932
Felisenum Barlaeus
27.176
Vossius
47.793
Bernrode
6.012
SG 's-Hertogenbosch
328.308
Bestuursbureau Totaal
1.2.2 Inventaris en apparatuur
-214.644
€
SG Haarlem
273.288
Felisenum
39.725
Barlaeus
280.170
Vossius
115.827
Bernrode
107.300
SG 's-Hertogenbosch
501.902
Bijlage 1
De investeringen in inventaris en apparatuur bestaan voor Stedelijk Gymnasium Haarlem uit investeringen die samenhangen met de verbouwing, zoals het LAN&WAN netwerk, meubilair en ICT. Het Felisenum heeft met name geïnvesteerd in leerlingdevices en muziekapparatuur. Het Barlaeus heeft ingezet op vervanging van leerlingdevices en netwerkapparatuur en voor meubilair. Daarbij is er voor ca. € 85.000 geïnvesteerd in vervanging van de pompen voor de warmteopwekking. Het Vossius Gymnasium heeft de investeringsruimte benut door de aanschaf van noodverlichting, brandwerende voorzieningen, VAPE-melders en de nieuwe inrichting van de website. Daarbij is de CV-installatie hersteld. Het Gymnasium Bernrode heeft ingezet op verbetering van het binnenklimaat door de zonwering te vervangen en airco’s te installeren. Daarnaast is een deel van het meubilair vervangen. Het Stedelijk gymnasium Den Bosch heeft mede vanwege de verbouwing geïnvesteerd in het vervangen van de digiboards, klimaatbeheersing (deels gesubsidieerd), lockers en is het muzieklokaal flink verbouwd. In de begroting 2025 zijn de plannen opgenomen voor nieuwe investeringen, zoals het vervangen van gymzaalvloer, meubilair, diverse inrichting en ICT, plus de noodzakelijke onderhoudsinvesteringen in de gebouwen voortvloeiende uit de MJOP’s.
Bestuursbureau Totaal
Jaarverslag - OSZG
€
Overige gegevens
1.318.211
42
Bestuursverslag
Algemene informatie
Onderwijs
HRM
Financieel beleid
Financiële situatie
Jaarrekening
Overige gegevens
Bijlage 1
6.4 Kasstromen
Sociaal plan
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode en geeft inzicht in de herkomst van de liquide middelen die in het verslagjaar beschikbaar zijn gekomen, en waarvoor ze zijn ingezet.
Volgens afspraak met de vakbonden bij de oprichting van de OSZG wordt € 455.000 bestemd voor de gevolgen van reorganisaties. Tot nu toe is het niet nodig geweest deze reserve aan te spreken.
De mutaties in afschrijvingen, schulden minus de toename in de vorderingen bepalen de operationele kasstroom. De investeringen minus de verlaging van de financiële vaste activa bepalen de kasstroom uit investeringsactiviteiten. De mutaties rondom de investeringen, extra eigen middelen en de hoge rentebaten zijn van invloed op de negatieve kasstroom. Het kasstroomoverzicht is opgenomen in de jaarrekening. Alle liquide middelen zijn direct opvraagbaar.
6.5 Reserves en voorzieningen
ZiZo-fonds De scholen van de OSZG vereffenen onderling hun ziektekostenvervanging. Het verschil tussen premies en uitkeringen komt in het ZiZo-fonds terecht. Het fonds heeft in 2024 een negatief resultaat laten zien van € 38.132, doordat de vergoedingen vanuit het Zizo-fonds in totaal hoger zijn uitgevallen dan de premie-inleg. Het saldo per einde 2024 is € 611.572.
Algemene reserve
NPO - Nationaal Programma Onderwijs 2021-2025
De algemene reserve van de OSZG bedraagt € 9.866.635.
Deze bestemmingsreserve betreft de aanvullende lumpsumbekostiging in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs die is uitbetaald in 2022 en 2023. Deze lumpsum is ingesteld om de leerachterstanden die zijn ontstaan door de coronapandemie in te halen gedurende de periode 2021 t/m 2025. Het bedrag dat na 2024 nog resteert is € 637.000.
Dat is € 106.000 hoger dan vorig jaar. Het negatieve resultaat van de exploitatie, exclusief het resultaat dat is aangemerkt als bestemmingsreserves is verrekend met de algemene reserve. De vrijval uit de bestemmingsreserves was in 2024 hoger dan het negatieve exploitatieresultaat.
Bestemmingsreserves Het totale bedrag van de publieke bestemmingsreserves is per eind 2024 € 2.236.572. De OSZG beschikt over de volgende publieke bestemmingsreserves:
Jaarverslag - OSZG
Collectieve werkdrukmiddelen Deze bestemmingsreserve betreft de aanvullende lumpsumbekostiging in het kader van de collectieve werkdrukmiddelen. Deze middelen zijn pas in het najaar
43
Bestuursverslag
Algemene informatie
Onderwijs
2022 uitbetaald en konden onmogelijk op een verantwoorde manier aan het personeel beschikbaar worden gesteld in het schooljaar 2022-2023. Vandaar dat de reserve na de introductie in 2022 zelfs in 2023 nog is toegenomen. In 2024 is er een bedrag van € 319.000 extra opgenomen uit de bestemmingsreserve, waarbij het Felisenum in 2024 in samenspraak met de MR de gehele bestemmingsreserve heeft besteed. Er resteert nu nog een bedrag van € 533.000. De scholen hebben de opdracht om dit t/m 2027 op te nemen.
Private bestemmingsreserves De private middelen van de OSZG zijn terug te vinden in de bestemmingsreserve Eigen Middelen. Deze is in 2008 ontstaan door het private deel van de algemene reserve over te hevelen en daar het exploitatieoverschot van de eigen middelen aan toe te voegen. Het gaat hierbij om bijdragen van ouders, opbrengsten uit leerlingactiviteiten of lustrumfestiviteiten en rente over het private deel van liquide middelen minus de kosten die hier tegenover staan. Tevens is een bedrag aan eigen middelen van € 90.000 in 2021 uitbetaald door Stichting Architraaf ten behoeve van besteding bij het Stedelijk Gymnasium Haarlem nadat de renovatie afgerond is. Hiervan is in 2024 het restant van ruim € 63.000 besteed. De totale omvang van de private middelen is per einde verslagjaar € 2.915.889. Het exploitatieverschil op de private middelen was in 2024 nagenoeg nul.
Jaarverslag - OSZG
Financieel beleid
HRM
Financiële situatie
Functies van de algemene reserve De algemene reserve heeft drie functies: 1. de financieringsfunctie, 2. de bufferfunctie en 3. de inkomensfunctie: 1. Financieringsfunctie De in het verleden behaalde exploitatieoverschotten staan op de balans als algemene reserve bij de passiva en als liquide middelen bij de activa. De investeringen in gebouwen en inventaris moeten betaald worden met deze liquide middelen. De OSZG heeft per 31 december 2024 € 6.306.225 geïnvesteerd in gebouwen en € 5.389.427 in inventaris en apparatuur. Verhoudingsgewijs zijn dit zeer hoge bedragen. De oorzaak is dat de vergoedingen van gemeenten tekortschieten om de noden van de lokale gymnasia bij renovaties en verbouwingen te dekken. De materiële vaste activa vormen hierdoor een groot deel van de algemene reserve. De conclusie is dat de algemene reserve van de OSZG vastzit in (vooral) stenen, inventaris en apparatuur.
Jaarrekening
Overige gegevens
Bijlage 1
zijn, langdurig zieken en het onderhoud-renovatie van gebouwen. De omvang van deze risico’s valt moeilijk in te schatten. De OSZG heeft besloten dit te stellen op gemiddeld 2,5% van de jaaromzet van een school gedurende 10 jaar (zie financieel statuut). Dat komt neer op een weerstandsvermogen van 2,5*10 = 25% van de jaaromzet van de OSZG, wat per eind 2024 neerkomt op zo’n € 12 miljoen. De OSZG zit hier ruim € 4 miljoen boven. 3. Inkomensfunctie Het eigen vermogen kan rente-inkomsten genereren die gebruikt kunnen worden ter dekking van structurele lasten.
2. Bufferfunctie De reserves dienen om toekomstige risico’s op te vangen. De OSZG loopt financiële, strategische, schadeen operationele risico’s. Voorbeelden zijn: wijzigingen en onzekerheden in de rijksbijdragen, nieuwe wet- en regelgeving, aansprakelijkheid, daling of (extreme) stijging van het aantal leerlingen, personeel dat ouder is dan gemiddeld, risico van uitval personeel, het tekort aan docenten, OOP-vacatures die moeilijk te vervullen
44
Bestuursverslag
Algemene informatie
Onderwijs
Voorzieningen Voorzieningen zijn nodig om te voorkomen dat toekomstige risico’s niet financieel zijn afgedekt. De OSZG kent met name personele voorzieningen. In tegenstelling tot andere schoolbesturen kent de OSZG geen onderhoudsvoorziening, maar worden onderhoudskosten afgeschreven. Indien sprake is van een beloning met opbouw van rechten dienen de verwachte lasten gedurende het dienstverband in aanmerking genomen te worden. Hiervoor dient per balansdatum een verplichting te worden opgenomen conform de regelgeving. De personeelsvoorziening bestaat uit 4 componenten: •
jubileumgratificaties;
•
ADV/LFB-spaarverlof;
•
WW-uitkeringen ex-personeel;
•
langdurig zieken.
De omvang van component 1. wordt berekend aan de hand van een onderzoek van VOS/ABB uit 2007. Het vastgestelde bedrag van destijds € 550 is inmiddels geïndexeerd tot € 1.050 per fte. Het totale bedrag van deze voorziening is per 31 december 2024 verhoogd met € 8.139 tot € 387.839. De cao-verhogingen van de laatste 2 jaar zijn hierin verdisconteerd. Voor component 2. is per deelnemer bepaald welk bedrag nodig is voor de vervanging tijdens het verlof aan de hand van de vastgestelde cao-bedragen. Na 2023 is het sparen niet
Jaarverslag - OSZG
HRM
Financieel beleid
Financiële situatie
Jaarrekening
Overige gegevens
Bijlage 1
meer opgenomen in het keuzemenu van het PB90 beleid. Als gevolg hiervan en door actief beleid te voeren om de uren te benutten of uit te laten betalen, is de voorziening per 31 december 2024 gedaald met € 43.381 naar € 753.303. Voor component 3. is op basis van de huidige WW-uitkeringen onderzocht wat de aanspraaktermijn is en is er een schatting gemaakt van mogelijkheden tot herintreding. De voorziening bedraagt per 31 december 2024 € 131.389. De medewerkers die met ontslag zijn gegaan zijn veelal niet meer in staat om hun oorspronkelijke functie uit te voeren. De OSZG stimuleert hen via een opleidingsvergoeding in de transitievergoeding een andere passende baan te vinden. Voor component 4. is op basis van de verwachte ziekteperiode tot de start van een uitkering of ontslag een inschattingskans op herstel gemaakt op basis van het individuele salaris van de zieke medewerker. De voorziening bedraagt per 31 december 2024 € 82.102, een afname van € 233.731. Deze voorziening is aan grote fluctuaties onderhevig, vooral omdat het om enkele individuele personen gaat en de voorziening op peildatum wordt berekend. De mutaties op de voorzieningen hebben dit jaar een positief effect op het resultaat van boekjaar 2024.
6.6 Gebeurtenis na balansdatum Een van de RvT leden heeft begin 2025 haar taak neergelegd in verband met onverenigbaarheid van functies.
45
Bestuursverslag
Algemene informatie
Onderwijs
HRM
Financieel beleid
Financiële situatie
Jaarrekening
Overige gegevens
Bijlage 1
6.7 Exploitatie en kengetallen
Solvabiliteit 2
Weerstandsvermogen
De financiële positie van de OSZG is door het voorziene negatieve resultaat en bijbehorende inzet van bestemmingsreserves op enkele punten verminderd, maar er is nog steeds sprake van een gezonde financiële positie op stichtingsniveau. De kengetallen zijn redelijk stabiel gebleven maar de liquide positie (de stand bij de bank) is onder druk komen te staan en bij de individuele scholen is deze variërend van zeer goed tot zeer slecht.
Dit kengetal geeft aan in hoeverre de OSZG in staat is op lange termijn alle schulden te voldoen. Het wordt berekend door het eigen vermogen en de voorzieningen te delen door het totaal van de passiva.
Het weerstandsvermogen geeft het verband aan tussen het aanwezige eigen vermogen en de totale baten van de stichting. Hiermee wordt inzichtelijk welke middelen de OSZG beschikbaar heeft om eventuele tegenvallers op te vangen.
Liquiditeit Dit kengetal geeft aan in hoeverre de OSZG op korte termijn aan haar verplichtingen kan voldoen. Het wordt berekend door de vlottende activa te delen door de kortlopende schulden.
2024
2023
Vlottende activa (A)
€
11.724.191
13.705.306
Kortlopende schulden (B)
€
7.046.115
7.517.550
1.66
1.82
> 0.75
> 0.75
Liquiditeit (=A/B) Norm VO en >€ 100K
De liquiditeit op de balansdatum is lager dan vorig jaar. De vlottende activa zijn met 2 miljoen gedaald en de kortlopende schulden met 5 ton. Een nadelig verschil in liquide middelen van 1.5 miljoen. De absolute omvang van de liquide middelen bedraagt € 12 miljoen en is ruim boven de minimumgrens voor het VO van € 100.000.
Jaarverslag - OSZG
2024
2023
2024
2023
Eigen vermogen (A)
€
15.019.096
16.454.953
Eigen vermogen (A)
€
15.019.096
16.454.953
Voorzieningen (B)
€
1.354.633
1.579.156
€
47.821.961
47.715.883
Totaal passiva (C)
€
23.419.843
25.551.658
Totale baten incl. rentebaten (B)
Solvabiliteit2 (=(A+B)/C)
0,70
0,71
Weerstandsvermogen (=A/B*100%)
31.4%
34.5%
Norm VO
> 0,3
> 0,3
Norm OSZG
25%
25%
De solvabiliteit op de balansdatum is iets lager dan vorig jaar en ligt ruim boven de minimumnorm voor het voortgezet onderwijs.
Het weerstandsvermogen ligt ruim boven de norm van 25% die de OSZG daarvoor heeft gesteld en is gedaald door het negatieve exploitatieresultaat waardoor de reserves zijn afgenomen, ten opzichte van de hogere totale baten. De norm is als volgt tot stand gekomen: de OSZG schat de risico’s op gemiddeld 2,5% van de jaaromzet van een school gedurende 10 jaar. Dat komt neer op een weerstandsvermogen van 2,5*10 = 25% van de jaaromzet van de OSZG. Deze norm wordt na de totstandkoming van het nieuwe koersplan herijkt aan de hand van een uitgebreide risicoanalyse.
46
Bestuursverslag
Algemene informatie
Onderwijs
Financieel beleid
HRM
Financiële situatie
Jaarrekening
Overige gegevens
Bijlage 1
Signaleringswaarde bovenmatig eigen vermogen
Overige kengetallen
Deze door OCW geïntroduceerde signaleringswaarde is ingesteld in verband met bovenmatige reserves bij een aantal onderwijsbesturen. Deze reserves zijn veelal opgebouwd vanwege onzekerheid over de OCW-bekostiging. Bij het opstellen van de jaarlijkse begroting weet een schoolbestuur namelijk nog niet hoe hoog de inkomsten vanuit OCW worden. Op het moment dat die duidelijkheid er komt, is de formatie voor het nieuwe schooljaar al afgerond. Hierdoor worden onder normale omstandigheden niet alle middelen in het betreffende schooljaar besteed.
Het aandeel personeelskosten bedraagt precies 80% van de totale lasten. Het aandeel huisvesting (incl. afschrijving) komt op 5.81% van de totale lasten en is iets hoger dan vorig jaar.
De signaleringswaarde is een instrument van het ministerie om besturen te wijzen op ongebruikte gelden en hen te dwingen deze in te zetten voor het onderwijs. Op de lange termijn moeten alle besturen binnen de marges van deze signaleringswaarde opereren. De formule is ingewikkeld, maar geeft een relatie aan tussen het gebouwencomplex + de totale baten en het eigen publieke vermogen. De signaleringswaarde voor de OSZG is in 2024 onder de norm uitgekomen. De factor voor 2024 komt uit op 0.79 ten opzichte van 2023 met 0.92 en ligt nu ruim onder de signaleringswaarde van 1.0. Voor de komende twee-drie jaar wordt nog een deel van de gereserveerde NPO en CW-middelen besteed om de onderwijsachterstanden en verlaging van werkdruk voor het personeel vorm te geven. Dit betekent dat het resultaat over die jaren negatief zal zijn, dat verder wordt versterkt door te verwachten bezuinigingen en ombuiging van de bekostiging. Hierdoor zullen we onder normale omstandigheden nog verder onder de signaleringswaarde dalen.
Jaarverslag - OSZG
EXPLOITATIE 2024 Exploitatie Baten
Realisatie 2024
Begroot 2024
Realisatie 2023
€
€
€
3.1
Rijksbijdragen
44.507.784
43.112.294
44.306.900
3.2
Overige overheidsbijdragen
267.237
275.900
258.818
3.4
Baten werk i.o.v. derden
20.456
0
44.045
3.5
Overige baten
2.709.552
2.348.311
2.697.570
Totaal baten
47.505.120
45.736.505
47.307.331
Lasten 4.1
Personeelslasten
39.418.628
38.047.944
38.395.237
4.2
Afschrijvingen
1.246.658
1.300.591
1.116.604
4.3
Huisvestingslasten
2.343.176
2.233.350
2.184.167
4.4
Overige lasten
6.249.357
5.702.801
6.298.608
Totaal lasten
49.257.819
47.284.686
47.994.618
Saldo baten en lasten
-1.752.698
-1.548.181
-687.286
Financiële baten
316.841
270.000
408.552
Resultaat (voor vrijval bestemmingsreserves)
-1.435.857
-1.278.181
-278.734
5
47
Bestuursverslag
Algemene informatie
Onderwijs
In de begroting 2024 was voorzien dat het negatieve resultaat voor ca. € 1.348.000 vanuit de bestemmingsreserves werd gedekt. Volgens de begroting zou de exploitatierekening een resultaat hebben van € -1.278.181. In werkelijkheid is er een negatief resultaat van € -1.435.857. Er is € 1.542.000 uit de bestemmingsreserve onttrokken, waarmee er per saldo een ‘netto’-resultaat is van €106.000,- (begroot 2023: €69.000).
6.8 Analyse exploitatie 2024 Baten (totaal ca. € 1.778.000 hogere baten) De rijksbijdragen waren ruim € 1.4 miljoen hoger dan begroot. Het verschil is verklaarbaar door de tarifering die hoger is uitgevallen dan begroot, een aantal lerarenbeurzen en een geringe stijging van het totale leerlingaantal. De overige overheidsbijdragen waren € 12.000 hoger dan begroot en betreffen extra projectondersteuning vanuit de samenwerkingsverbanden. De overige baten zijn € 361.000 hoger dan begroot. Dit heeft te maken met meer opbrengst uit de activiteiten, zoals buitenlandse reizen en excursies (waar ook gelijke kosten voor worden gemaakt). Daarnaast is er meer personeel uitgeleend aan andere instanties.
HRM
Financieel beleid
Financiële situatie
Lasten (totaal ca. € 1.978.000 hogere lasten) De kosten van het personeel waren € 1.372.000 hoger dan begroot. De cao-verhoging van juli 2023 (10%) heeft te laat invloed gehad op de formatie voor het schooljaar 2023/2024, waardoor 2024 te duur is uitgevallen. De aanpassing achteraf kon pas per aanvang schooljaar 2024/2025 echt in gang worden gezet. Tevens zijn de doelsubsidies (NPO) niet geïndexeerd. Er is verder voor projecten en interim-functies extra uitgegeven aan externen. De afschrijvingen zijn € 54.000 lager dan begroot. Investeringen zijn o.m. later ingezet dan voorzien. De huisvestingslasten zijn € 110.000 hoger dan begroot. De energiekosten vielen tegen vooral bij Gymnasium Bernrode. Zij verkrijgen hun energie via de gemeente en kunnen niet profiteren van het contract met Energie voor Scholen. De overige lasten zijn € 547.000 hoger dan begroot, voornamelijk door kostentoename (inflatie en aanschaf) over de gehele linie en individueel gezien door de georganiseerde reizen en activiteiten via de ouderbijdrage en de kosten voor de leermiddelen.
Jaarrekening
Bijlage 1
Financiële baten en lasten (totaal ca. € 47.000 hogere baten) De financiële (rente)baten waren € 47.000 hoger dan begroot. De onzekerheid over de rentestand verplicht ons tot een behoudende aanname voor de begroting. De opbrengst is in vergelijking met 2023 bijna € 100.000 lager, wegens een iets lagere gemiddelde rentestand en een flink gedaalde liquide positie bij de bank. De recapitulatie van de saldi (realisatie-/-begroting) (x € 1.000) ziet er als volgt uit: a.
Rijksbijdragen
b.
Overige overheidsbijdragen
-9
c.
Opbrengst werk voor derden
21
d.
Overige baten
366
e.
Personele lasten
-1.376
f.
Afschrijvingen
g.
Huisvestingslasten
-170
h.
Overige lasten
-487
i.
Financiële baten en lasten
Totaal verschil
Jaarverslag - OSZG
Overige gegevens
1.396
54
47 158
48
Bestuursverslag
Algemene informatie
Onderwijs
Financieel beleid
HRM
Financiële situatie
Jaarrekening
Overige gegevens
Bijlage 1
6.9 Begroting 2025 In de begroting 2025 zijn, voor zover mogelijk, de laatste ontwikkelingen rond de bekostiging van het ministerie van OCW meegenomen. Eventuele salarisverhogingen vanuit een nog overeen te komen cao 2024-2025 zijn niet meegenomen, omdat de onderhandelingen nog liepen ten tijde van het maken van de begroting. Wel is in de begroting en het meerjarenperspectief rekening gehouden met voorgenomen bezuinigingen op de Randstadgelden, de ophoging van de BTW op leermiddelen en verplaatsing van de middelen voor strategische personeelsplanning die op termijn naar de onderwijsregio’s gaan. Eind december 2024 werd bekend dat de politiek niet wil bezuinigen op de Randstadtoelagen en is er een nieuwe cao afgesproken voor 2024-2025. De begroting 2025 is daardoor op een aantal punten ingehaald door de tijd. Overigens geldt wel dat de opgenomen taakstelling vanaf 2026 deels is opgelost nu de bezuiniging op de Randstadtoelage vervalt. De compensatie vanuit het ministerie ter dekking van een deel van de cao VO 2024-2025 is gesteld op 5,68% (2023:3.7%), dit is inclusief de verwachte loonruimte.
Realisatie 2024
% baten (3+5)
Begroting 2024
% baten (3+5)
Begroting 2025
44.507.784
93,1%
43.112.294
93,7%
43.985.319
275.900
0,6%
425.780
3.1
Rijksbijdragen
3.2
Overheidsbijdragen/ subsidies overige overheden
267.327
0,6%
3.4
Baten werk i.o.v. derden
20.456
0,1%
3.5
Overige baten
2.709.552
5,7%
2.348.311
5,1%
2.590.995
3
Totaal baten
47.505.120
99,3%
45.736.505
99,4%
47.002.094
4.1
Personeelslasten
39.418.628
82,4%
38.047.944
82,7%
38.123.288
4.2
Afschrijvingen
1.246.658
2,6%
1.300.591
2,8%
1.372.161
4.3
Huisvestingslasten
2.343.176
4,9%
2.233.350
4,9%
2.311.203
4.4
Overige lasten
6.249.357
13,1%
5.702.801
12,4%
5.967.579
4
Totaal lasten
49.257.819
103,0%
47.284.686
102,8%
47.774.231
5
Financiële baten en lasten
316.841
0,7%
270.000
0,6%
180.000
-1.435.857
-3,0%
-1.278.181
-2,8%
-592.137
Buitengewoon resultaat/ bestemmingsreserves
1.542.121
3,2%
1.347.550
2,9%
818.450
Resultaat na best. reserves
106.264
0,2%
69.369
0,2%
226.313
Resultaat voor best. reserves 9
De geconsolideerde begroting voor het kalenderjaar 2025 sluit met een tekort van € 592.000. Na inzet van de bestemmingsreserves van € 818.000, geldt een positief
Jaarverslag - OSZG
‘resultaat’ van € 226.000. (begroot 2024: -/- € 1.278.180/ + € 69.000 na inzet bestemmingsreserve).
49
Bestuursverslag
Algemene informatie
Onderwijs
6.10 Continuïteitsparagraaf Meerjarenperspectief en taakstelling vanaf 2026 Voor het meerjarenperspectief heeft het bestuur op langere termijn geen rooskleurige verwachtingen. De uitgaven en de inkomsten hebben last van de eerder geschetste economische en politieke verwachtingen. Hoewel we inmiddels zien dat een deel van de aangekondigde bezuinigingen worden herroepen. We zullen de gevolgen onder ogen moeten zien en bijstellen op de momenten dat er besluiten worden genomen op regeringsniveau en gelijktijdig moeten acteren naar de waan van de dag (energie, klimaat, cao, politiek). De keuzes die zijn gemaakt voor de begroting 2025 en verder hebben een dalend effect op de liquiditeit van de OSZG. Mede door de inzet van de beschikbare bestemmingsreserves, investeringen in gebouwen en het negatieve resultaat in het meerjarenperspectief wordt een dalende trend ingezet richting 1,22. Hoewel dit boven de signaleringswaarde is, streeft de OSZG naar een liquiditeit die rond de 1,0 zit. Om ervoor te zorgen dat de kengetallen binnen de signaleringsgrenzen komen is een taakstelling nodig van minimaal ca. € 1.000.000 vanaf 2026, waarbij we inmiddels weten dat hiervan ca. 60% wordt opgevangen nu de Randstadtoelage blijft. Het jaar 2025 wordt gebruikt om de exploitatie bij te sturen, zodat de resterende taakstelling vanaf 2026 haalbaar is.
De betreffende rector-bestuurders krijgen hiervoor bij het vaststellen van de begroting een bestuurlijke opdracht om met een herstelplan te komen, waarin een set van maatregelen komt om de taakstelling te halen. Gedurende het jaar 2025 worden de herstelplannen door
Jaarverslag - OSZG
HRM
Financieel beleid
Jaarrekening
Financiële situatie
het bestuur gevolgd, eventueel voorzien van een financieel advies.
De ontwikkeling van het aantal bekostigde leerlingen binnen de OSZG wordt voor de komende jaren als volgt ingeschat:
Realisatie 2023
Bijlage 1
het financiële beleid t/m 2025. We verwachten wel dat de behoefte aan extra personeel in de loop van de tijd verder afneemt.
Het Nationaal Programma Onderwijs maakt het nog deels mogelijk uitbreiding van (extra) personeel te organiseren voor inhaal- en ondersteuningsprogramma’s bij de ontstane achterstanden in het onderwijs. Dit heeft gevolgen voor
2022
Overige gegevens
Begroting 2024
2025
Realisatie
Prognose
(na controle accountant)
2025
2026
2027
2028
SG Haarlem
844
821
822
829
829
830
838
828
Felisenum
616
569
583
608
607
622
623
623
Barlaeus
801
799
800
799
799
800
800
800
Vossius
845
843
831
829
827
850
852
850
Bernrode
607
555
557
558
557
548
545
555
SG ‘s-Hertogenbosch
762
748
753
745
752
761
767
775
4.475
4.335
4.346
4.368
4.371
4.411
4.425
4.431
Totaal
50
Bestuursverslag
Algemene informatie
Onderwijs
Nadat we de afgelopen jaren een gestage daling van het aantal leerlingen hebben gezien tot een totaal van 4.335 in het jaar 2023, heeft het leerlingaantal zich gestabiliseerd tot een aantal van 4.346 per oktober 2023 (bekostigingsjaar 2024). Vanaf 2025 wordt een verder stabilisering richting 4.431 in 2028 in de prognose zichtbaar. Bekijken we deze ontwikkelingen per school dan zien we behoorlijke onderlinge verschillen. In Amsterdam blijft het lotingsysteem voor een stabiele bezetting zorgen. En bij 2 kleinere gymnasia zijn we afhankelijk van het
HRM
Financieel beleid
Financiële situatie
aanbod uit het PO en de demografische ontwikkelingen. In de begroting is rekening gehouden met het feit dat het Vossius structureel een extra groep van 30 leerlingen vormt vanaf 2026-2027, maar het is nog niet zeker of dit door kan gaan. In andere gebieden heeft de stichting last van demografische ontwikkelingen. In het algemeen zien we landelijk een druk op het aantal leerlingen binnen de categorale gymnasia, zoals in het voorwoord al is genoemd.
Realisatie
Begroot
Perspectief
Perspectief
Perspectief
2024
2025
2026
2027
2028
12,3
13,1
13,0
13,0
13,0
Docenten (OP)
266,6
263,6
259,0
259,3
259,6
Ondersteunend personeel
95,6
91,2
88,5
88,5
87,7
Totaal
374,4
367,9
360,5
360,8
360,2
Directie
Jaarrekening
Overige gegevens
Bijlage 1
Voor het aantal fte trachten we te stabiliseren en zullen we afhankelijk van het aanbod van leerlingen, de profielkeuzes in de bovenbouw en de ontwikkeling van de bekostiging per geval beoordelen waar aanpassingen in het personeelsbestand gewenst zijn. Vanaf 2026 stopt een groot deel van de extra personele inzet vanuit de bestemmingsreserves.
Balansontwikkelingen In het onderstaande schema zijn de bedragen voor de verwachtingen 2025-2028 vastgesteld aan de hand van de realiteit 2024, de begroting 2024, de meerjarenverwachtingen 2026-2028. Er is tevens rekening gehouden met de besteding van NPO-middelen en collectieve werkdrukmiddelen vanuit de bestemmingsreserves voor de komende drie jaar. De veronderstelde resultaten van de afzonderlijke jaren zijn meegenomen als verandering in het eigen vermogen. De voorzieningen zijn sterk afhankelijk van incidentele gebeurtenissen zoals langdurig zieken of WW-verplichtingen t.a.v. ex-personeel. We nemen voor de meerjarenplanning aan dat ze stabiel blijven, want incidenten hebben we niet in de hand. Voor de vorderingen, liquide middelen en kortlopende schulden geldt dat na de verbouwingen en de afloop van de ondersteuningssubsidies de stand uit de jaren vóór 2021 weer normaal zal worden. Met de te verwachten resultaten op termijn zullen we onder de signaleringswaarde blijven.
Jaarverslag - OSZG
51
Bestuursverslag
Algemene informatie
Onderwijs
HRM
Financieel beleid
Jaarrekening
Financiële situatie
Overige gegevens
Bijlage 1
Meerjareninvesteringen Er zijn op dit moment geen noemenswaardige investeringen te verwachten i.v.m. onderhoud en aanpassingen aan schoolgebouwen.
Begroting Categorie Gebouwen en terreinen
2024
2025
2.530.000
ICT
629.250
429.400
Meubilair
350.000
259.425
Inventaris en apparatuur
2026
2027
50.000
236.858
235.600
1.500
56.310
2028
2029
88.100
27.000
80.750
316.600
2.000
50.000
Onderhoud en verbouwing
305.000
165.000
126.300
137.032
503.000
Machines en installaties
340.000
246.183
440.000
125.888
300.000
908.210
904.478
832.000
64.341
Overig Alle
4.154.250
1.165.849
130.750
Overige ontwikkelingen m.b.t. de balans Wij verwachten de komende jaren geen veranderingen in de financieringsstructuur. Voor het huisvestingsbeleid blijven we groot onderhoud activeren en afschrijven (componentenmethode). Activa waarop een subsidie rust worden alleen voor het meerdere in de activastaat opgenomen. Verdere veranderingen in reserve en voorzieningen worden niet
Jaarverslag - OSZG
verwacht. De bestemmingsreserves voor NPO en Collectieve werkdrukmiddelen zullen resp. geheel en gedeeltelijk aflopen. De kengetallen voor liquiditeit en solvabiliteit zullen de komende jaren enigszins dalen, maar ze blijven ruim boven de normwaarden. Ook het weerstandsvermogen zal voor de jaren 2023-2026 afnemen volgens onderstaande verwachte balanswaarden.
52
Bestuursverslag
Algemene informatie
Onderwijs
Financieel beleid
HRM
Jaarrekening
Financiële situatie
Overige gegevens
Bijlage 1
Meerjarige balans Realisatie
Begroting
Perspectief
ACTIVA
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
1.2 Materiële vaste activa
9.745
11.846
11.696
11.489
11.000
10.521
10.006
1.3 Financiële vaste activa
300
0
0
0
0
0
0
10.045
11.846
11.696
11.489
11.000
10.521
10.006
0
0
0
0
0
0
0
1.166
1.607
2.244
1.500
1.500
1.500
1.500
0
0
0
0
0
0
0
1.7 Liquide middelen
18.810
12.098
9.481
10.128
9.524
8.804
8.015
Vlottende activa
19.975
13.705
11.724
11.628
11.024
10.304
9.515
Totaal activa
30.021
25.552
23.420
23.117
22.024
20.826
19.521
Vaste activa 1.4 Voorraden 1.5 Vorderingen 1.6 Effecten
Realisatie
Begroting
Perspectief
PASSIVA
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2.1.1. Algemene reserve
10.515
9.760
9.867
10.093
9.069
7.877
6.581
2.1.2 Bestemmingsres. publiek
3.337
3.779
2.237
1.398
1.267
1.190
1.119
2.1.3 Bestemmingsres. privaat
2.881
2.916
2.916
2.936
2.948
2.968
2.981
Eigen vermogen
16.734
16.455
15.019
14.427
13.284
12.035
10.681
2.2 Voorzieningen
1.739
1.579
1.355
1.690
1.740
1.790
1.840
2.3 Langlopende schulden
0
0
0
0
0
0
0
2.4 Kortlopende schulden
11.548
7.518
7.046
7.000
7.000
7.000
7.000
Vreemd vermogen
13.287
9.097
8.401
8.690
8.740
8.790
8.840
Totaal passiva
30.021
25.552
23.420
23.117
22.024
20.826
19.521
€ *1.000
Jaarverslag - OSZG
53
Bestuursverslag
Algemene informatie
Onderwijs
Financieel beleid
HRM
Financiële situatie
Jaarrekening
Overige gegevens
Bijlage 1
Kengetallen Realisatie
Liquiditeit
Begroting
Perspectief
norm
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
landelijk >0,5, oszg 1,0
1,73
1,82
1,66
1,66
1,57
1,47
1,36
0,56
0,64
0,64
0,62
0,60
0,58
0,55
solvabiliteit 1 Solvabiliteit 2
>0,3
0,62
0,71
0,70
0,70
0,68
0,66
0,64
Rentabiliteit (voor Best. Res.)
0%
-1,8%
-0,6%
-3,6%
-1,3%
-2,5%
-2,7%
-2,9%
weerstandsvermogen
>25%
36,8%
34,2%
31,4%
30,0%
28,0%
25,4%
22,4%
Bovenmatig eigen vermogen
1
1,06
0,92
0,76
0,70
0,63
0,55
0,47
Omvang liquiditeit (x € 1.000)
landelijk > € 100
18.810
12.098
9.481
10.128
9.524
8.804
8.015
45.490
47.307
47.505
47.002
46.412
46.312
46.381
Totaal baten (x € 1.000)
n.v.t.
Trend
Scenario na 100% behalen taakstelling Realisatie
Liquiditeit
Begroting
Perspectief
norm
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
landelijk >0,5, oszg 1,0
1,73
1,82
1,57
1,52
1,58
1,65
1,72
0,56
0,64
0,63
0,62
0,62
0,61
0,61
solvabiliteit 1 Solvabiliteit 2
>0,3
0,62
0,71
0,70
0,69
0,69
0,69
0,69
rentabiliteit
0%
-1,84%
-0,58%
-3,58%
-1,26%
-0,26%
-0,12%
-0,13%
weerstandsvermogen
>25%
36,8%
34,5%
30,9%
30,0%
30,2%
30,2%
30,0%
Bovenmatig Eigen vermogen
1
1,06
0,92
0,76
0,70
0,70
0,69
0,69
Omvang liquiditeit (x € 1.000)
landelijk > € 100
18.810
12.098
9.481
10.128
9.524
8.804
8.015
45.490
47.307
47.505
47.002
46.412
46.312
46.381
Totaal baten (x € 1.000)
Jaarverslag - OSZG
n.v.t.
Trend
54
Bestuursverslag
Algemene informatie
Onderwijs
HRM
Financieel beleid
Financiële situatie