CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Initiatiefvoorstel CU Een toeristische tramlijn in Haarlem

gemeenteraad 28 mei 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: Initiatiefvoorstel "Een toeristische tramlijn in Haarlem"27.332 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Daarom komt deze variant uit op €8,9 miljoen. Varianten I en J kunnen ook gefaseerd aangelegd worden. Door in de eerste fase nog niet de volledige ronde rond de Veerplas aan te leggen maar slechts een deel daarvan kunnen de kosten worden verlaagd (zie kader paragraaf 3.2). Verlenging van de tramlijn kost circa €1,2 miljoen per kilometer. Dit betekent dat het toevoegen van een rondje Veerplas aan één van de tracévarianten A t/m F €2,5 tot €3,0 miljoen kost. Vastgoed varianten A t/m I De begrote kosten voor verbouwing van de remise aan de Adriaan Hofmanweg 37 van €400.000 vallen uiteen in drie posten. Er is naar verwachting €150.000 nodig voor het aanpassen van de vloer, het realiseren van een inspectieput, het leggen van drie sporen en aanpassen van de gevel. Er is daarnaast €200.000 nodig voor het aanpassen van de dakconstructie zodat bovenleiding mogelijk wordt in de remise. Tenslotte is €50.000 nodig voor het 4e spoor buiten naast het gebouw met een eigen afdak. Deze werkzaamheden zijn toegelicht in paragraaf 4.3. Vastgoed variant J Voor variant J hoeven geen verbouwingen plaats te vinden in het pand Adriaan Hofmanweg 37. Daar staat tegenover dat er extra kosten moeten worden gemaakt voor ontwerp, grondaankoop en bouw van een nieuwe remise met museum. Dit is hierdoor de duurste variant. Een klein deel van het perceel is eigendom van gemeente Haarlem.

Initiatiefnemer heeft niet kunnen achterhalen wie de eigenaar is van de rest van het perceel voor het nieuwe gebouw, maar dit is waarschijnlijk de provincie. Voor de inschatting van de grondprijs is gebruik gemaakt van het tarief voor maatschappelijke voorzieningen zonder winstoogmerk uit de Grondprijsbrief 2025 van de gemeente Haarlem. Als de grondeigenaar inderdaad de gemeente en/of de provincie is dan betekent variant J ook ruim €400.000 extra inkomsten voor de overheid. Kostenraming op basis van referenties en met 20% risico opslag De kostenraming is gebaseerd op de investeringskosten voor de aanleg van de trambaan in het Openluchtmuseum Arnhem in 1996. Dit betreft een tramlijn van 2,1 kilometer. De aanleg kostte exclusief remise destijds 4 miljoen gulden. Vertaald naar prijspeil 2025 is dit €3,53 miljoen. Dit komt ook overeen met ervaringscijfers van de Electrische Museumtramlijn Amsterdam en van de stedelijke trambedrijven GVB, HTM en RET. Dat de kostenraming voor Haarlem hoger uitkomt dan het Arnhemse project komt door de opgenomen kosten voor de remise, het iets langere tracé (circa 500 meter in de meeste tracévarianten) en het feit dat is uitgegaan van een opslag van 20% voor onvoorziene kosten. De hoogte van dit risicopercentage past bij de fase van dit voorstel.

Een mogelijke kostenbesparing is als de aanleg van de tramlijn gebeurt in het kader van het opleidingstraject voor leerlingmonteurs van spooraannemers. Op deze wijze zijn door VolkerRail recent enkele wissels vervangen van het museum Buurtspoorwegen in Boekelo. 47

Initiatiefvoorstel: Een toeristische tramlijn in Haarlem Investeringskosten museumtramlijn Haarlem (excl. BTW) Variant A

Variant B

Variant C

Omschrijving Engineeringkosten Ontwerp remise + museum Ambtelijke begeleiding Materialenopslag Grondwerk trambaan Extra grondwerk Aanleg sporen Aanleg bovenleiding Onderstation Doorsnijding openbare wegen Aanpassen remise Grond remise + museum Bouw remise + museum Halteperrons en wachthuisjes Opleiding personeel Leges etc. Divers/onvoorzien Totale exclusief BTW

Eenheid Prijs Stelpost € 200.000 Stelpost € 50.000 Stelpost € 100.000 Stelpost € 30.000 Meter € 1.000 Meter € 400 Meter € 100 Meter € 50 Stuks € 250.000 Stuks € 50.000 Stelpost € 400.000 Meter € 158 Stelpost € 3.250.000 Stuks € 25.000 Stelpost € 5.000 Stelpost € 200.000 %

Hoev. 1 0 1 1 2565 100 2565 2565 1 3 1 0 0 3 1 1 20%

Omschrijving Engineeringkosten Ontwerpkosten nieuwe remise Ambtelijke begeleiding Materialenopslag Grondwerk trambaan Extra grondwerk Aanleg sporen Aanleg bovenleiding Onderstation Doorsnijding openbare wegen Aanpassen remise Grond remise + museum Bouw remise + museum Halteperrons en wachthuisjes Opleiding personeel Leges etc. Divers/onvoorzien Totale exclusief BTW

Eenheid Prijs Stelpost € 200.000 Stelpost € 50.000 Stelpost € 100.000 Stelpost € 30.000 Meter € 1.000 Meter € 400 Meter € 100 Meter € 50 Stuks € 250.000 Stuks € 50.000 Stelpost € 400.000 Meter € 158 Stelpost € 3.250.000 Stuks € 25.000 Stelpost € 5.000 Stelpost € 200.000 %

Hoev. 1 0 1 1 2685 450 2685 2685 1 2 1 0 0 4 1 1 20%

Aanleg 3e rail als meerwerk tijdens aanleg trambaan 60 zonnepanelen en batterijen Bouwkundige aanpassing voor A14 + BY2

€ 250.000 € 50.000 € 100.000

Bouw en renovatie materieel Bouw 2e tram normaalspoor: reconstructie A350 Rijvaardig maken A37 Rijvaardig maken A14 + BY2

€ 350.000 Realisatie 2030-2035 € 250.000 A-object: veel mogelijkheden voor subsidies € 300.000 A-objecten: veel mogelijkheden voor subsidies

Variant D

Variant E

Kosten Hoev. Kosten Hoev. Kosten Hoev. Kosten Hoev. Kosten € 200.000 1 € 200.000 1 € 200.000 1 € 200.000 1 € 200.000 € - 0 € 0 € - 0 € - 0 € € 100.000 1 € 100.000 1 € 100.000 1 € 100.000 1 € 100.000 € 30.000 1 € 30.000 1 € 30.000 1 € 30.000 1 € 30.000 € 2.565.000 2655 € 2.655.000 2585 € 2.585.000 2665 € 2.665.000 2755 € 2.755.000 € 40.000 150 € 60.000 200 € 80.000 350 € 140.000 400 € 160.000 € 256.500 2655 € 265.500 2585 € 258.500 2665 € 266.500 2755 € 275.500 € 128.250 2655 € 132.750 2585 € 129.250 2665 € 133.250 2755 € 137.750 € 250.000 1 € 250.000 1 € 250.000 1 € 250.000 1 € 250.000 € 150.000 3 € 150.000 2 € 100.000 2 € 100.000 3 € 150.000 € 400.000 1 € 400.000 1 € 400.000 1 € 400.000 1 € 400.000 € - 0 € 0 € - 0 € - 0 € € - 0 € 0 € - 0 € - 0 € € 75.000 3 € 75.000 3 € 75.000 4 € 100.000 3 € 75.000 € 5.000 1 € 5.000 1 € 5.000 1 € 5.000 1 € 5.000 € 200.000 1 € 200.000 1 € 200.000 1 € 200.000 1 € 200.000 € 880.000 20% € 904.000 20% € 882.000 20% € 918.000 20% € 948.000 € 5.279.750 € 5.427.250 € 5.294.750 € 5.507.750 € 5.686.250

Variant F

Variant G

Variant H

Variant I

Variant J

Kosten Hoev. Kosten Hoev. Kosten Hoev. Kosten Hoev. Kosten € 200.000 1 € 200.000 1 € 200.000 1 € 200.000 1 € 200.000 € - 0 € 0 € - 0 € - 1 € 50.000 € 100.000 1 € 100.000 1 € 100.000 1 € 100.000 1 € 100.000 € 30.000 1 € 30.000 1 € 30.000 1 € 30.000 1 € 30.000 € 2.685.000 2665 € 2.665.000 3300 € 3.300.000 3760 € 3.760.000 2220 € 2.220.000 € 180.000 50 € 20.000 150 € 60.000 500 € 200.000 400 € 160.000 € 268.500 2665 € 266.500 3300 € 330.000 3760 € 376.000 2220 € 222.000 € 134.250 2665 € 133.250 3300 € 165.000 3760 € 188.000 2220 € 111.000 € 250.000 1 € 250.000 1 € 250.000 1 € 250.000 1 € 250.000 € 100.000 1 € 50.000 1 € 50.000 3 € 150.000 1 € 50.000 € 400.000 1 € 400.000 1 € 400.000 1 € 400.000 0 € € - 0 € 0 € - 0 € - 2900 € 458.200 € - 0 € 0 € - 0 € - 1 € 3.250.000 € 100.000 2 € 50.000 2 € 50.000 4 € 100.000 4 € 100.000 € 5.000 1 € 5.000 1 € 5.000 1 € 5.000 1 € 5.000 € 200.000 1 € 200.000 1 € 200.000 1 € 200.000 1 € 200.000 € 930.000 20% € 874.000 20% € 1.028.000 20% € 1.192.000 20% € 1.482.000 € 5.582.750 € 5.243.750 € 6.168.000 € 7.151.000 € 8.888.200

Opties:

10.2 Bekostiging eenmalige investeringskosten Substantieel deel investering extern, rest uit investeringsplan Initiatiefnemer ziet kansen om de eenmalige investering voor een substantieel deel te bekostigen via externe partijen. De belangrijkste bijdragen voor realisatie van het project verwacht initiatiefnemer te kunnen verkrijgen uit eigen middelen van het NZH Vervoer Museum en Stichting De Nieuwe Blauwe Tram, bij de provincie, uit de recent afgesloten Regio Deal MRA West in Balans (50% rijk, 50% regio), door bijdragen uit loterijen en fondsen en mogelijk ook door sponsoring. Daarnaast is er wellicht een bijdrage mogelijk vanuit de EU en vanuit de begroting van Recreatieschap Spaarnwoude. Tenslotte is crowdfunding wellicht een optie. 48

Initiatiefvoorstel: Een toeristische tramlijn in Haarlem In het haalbaarheidsonderzoek zal moeten worden onderzocht welke bijdrage op deze manier kan worden gerealiseerd vanuit externe bronnen. Initiatiefnemer hoopt dat tenminste 2/3 van de benodigde investering uit deze bronnen kan komen. De rest zal bekostigd moeten worden vanuit het gemeentelijke investeringsplan. Hieronder worden de genoemde bronnen van bekostiging verder toegelicht. A. Eigen middelen museum en stichting (alleen bij tracévariant J) Het NZH Vervoer Museum heeft een reserve beschikbaar van ongeveer €250.000 voor het gebouw. Dit is onvoldoende voor de aankoop van het huidige gebouw aan de Adriaan Hofmanweg 35, maar kan wel worden ingezet bij de bouw van een nieuw museum omdat dit gebouw dan in eigendom komt. Ook zijn in de jaarlijkse exploitatie dan geen uitgaven meer nodig voor huur. Op basis hiervan is een bescheiden hypotheek mogelijk. Verkoop van het pand van Stichting De Nieuwe Blauwe Tram aan de Adriaan Hofmanweg 37 levert naar verwachting tenminste €700.000 op. Ook dit geld kan worden ingezet voor de realisatie van het project. B. Subsidie provincie De provincie Noord-Holland heeft in het recente verleden diverse subsidieregelingen gehad gericht op musea en erfgoedorganisaties. Een voorbeeld is de Impuls Innovatie Cultuur- en Erfgoedorganisaties uit 2023.

Via deze regeling gaf de provincie maximaal €100.000 subsidie voor nieuwe, niet bestaande, activiteiten die de toekomstbestendigheid van de cultuur- of erfgoedorganisatie versterken of die de werkgelegenheid in de culturele sector in de provincie versterken. Helaas is deze specifieke regeling nu gesloten. Gezien het coalitieprogramma verwacht initiatiefnemer op korte termijn geen nieuwe regeling. Kansrijker is de buiten uitvoeringsregeling. Via deze regeling kunnen subsidies worden toegekend aan projecten die niet binnen een bestaande subsidieregelingen passen. Voorwaarde hiervoor is dat deze toekenning in de begroting van de provincie wordt opgenomen. Dit moet afgestemd worden met een beleidsadviseur van de betreffende sector. Dat hier kansen liggen blijkt uit het feit dat de provincie jaarlijks middels subsidies bijdraagt aan de versterking van recreatievoorzieningen en economische initiatieven in de provincie. Dit betreft bedragen van enkele tienduizenden euro’s tot meer dan €1 miljoen per project. Zo staan in de begroting van 2025 op het gebied van cultureel erfgoed o.a. €510.000 voor het vergroten van de recreatieve kwaliteit van de vestingstad Weesp, €1 miljoen voor het Fort benoorden Spaarndam en €600.000 voor herstel en verbetering van recreatieve benutting van de liniedijk bij Spaarndam.

In het verleden heeft de provincie €600.000 geïnvesteerd in de Museumstoomtram Hoorn-Medemblik1. Initiatiefnemer verwacht, gezien genoemde subsidiebedragen en vanwege de belangrijke rol die de trams van NZH hadden in de bereikbaarheid en economische ontwikkeling van grote delen van de provincie, dat de provincie bereid zal zijn eenmalig een substantieel bedrag bij te dragen aan de realisatie van de trambaan en de remise. Tijdens het haalbaarheidsonderzoek zal dit met de provincie moeten worden verkend. C. Regio Deal MRA West Beter in balans Gemeente Haarlem is samen met de gemeenten Zandvoort, Haarlemmermeer, Beverwijk en Velsen deelnemer aan de recent gesloten Regio Deal MRA West Beter in balans. Het Rijk heeft daar maximaal €20 miljoen voor gereserveerd. Deze Regiodeal loopt vier jaar. In het concept-convenant staat het verbeteren van de leefbaarheid in de regio centraal. Hiervoor wordt een uitvoeringsagenda 2025-2028 opgesteld.

1

https://www.nhnieuws.nl/nieuws/42833/Geld-van-provincie-voor-stoomtram

49

Initiatiefvoorstel: Een toeristische tramlijn in Haarlem Het hoofddoel is de gezondheid én sociale binding in onze regio te verbeteren en tegelijkertijd de natuurwaarden te versterken. De uitvoering richt zich op de volgende drie inhoudelijke doelen: 1. Inrichten van een groene, gezonde leefomgeving. 2. Stimuleren van een actieve en gezonde leefstijl. 3. Versterken sociale cohesie en bewustwording ten aanzien van gezondheid & groen & natuur. Daarnaast zijn er twee overkoepelende thema's: a. Nieuwe vormen van duurzame gebiedsfinanciering. b. Leren en ontwikkelen. Gemeenten en partners werken voor vijf zogenoemde ‘cases for change’ het convenant van de Regio Deal uit, gericht op de drie hierboven genoemde doelen. Van de €20 miljoen is €5 miljoen beschikbaar voor de Case for Change Haarlem onder de voorwaarde dat dit bedrag door de regio ten minste wordt verdubbeld. Dat betekent dat voor Haarlem ten minste €10 miljoen zal worden besteed aan de Regio Deal. Een ‘case for change’ bestaat uit een of meer kwetsbare wijken binnen een gemeente, de standsrand en het buitengebied. De casus voor Haarlem is gericht op Haarlem Meerwijk, Boerhaavewijk en Haarlem Oost en het aansluitende buitengebied. Genoemde wijken zijn kwetsbaar met grote gezondheidsverschillen ten opzichte van andere wijken. Met de Regio Deal willen Haarlem samen met o.a.

Hoogheemraadschap van Rijnland en Recreatieschap Spaarnwoude onder andere meer groen dichtbij huis aanplanten en de kwaliteit van natuur en natuurbeleving in de oostrand van het buitengebied verbeteren. In de toelichting op het collegebesluit wordt daarbij expliciet het gebied rond de Veerplas genoemd. De exacte besteding van de minimaal €10 miljoen voor Haarlem is nog niet bekend. De uitvoeringsagenda moet immers nog worden opgesteld. Het plan voor de toeristische tramlijn past goed bij de Regio Deal. Het versterkt immers de recreatieve functies in het gebied dat in scope is voor de afgesproken Case for Change. Vooral gezinnen met kinderen zullen het gebied dat nu enigszins afgelegen ligt sneller bezoeken omdat de tram een echte bezienswaardigheid is. Ook de levensvatbaarheid van de horeca wordt versterkt. Juist de aanwezigheid van horeca is een belangrijke voorwaarde om bewoners te lokken om te recreëren en bewegen in de oostrand van het buitengebied. Initiatiefnemer stelt daarom in het voorgestelde raadsbesluit voor het college te vragen om te onderzoeken of binnen de Regio Deal geld kan worden vrijgemaakt voor de realisatie van de toeristische tramlijn. D. Loterijen en fondsen Er zijn meerdere fondsen die geld beschikbaar stellen voor projecten op het snijvlak van cultuur en erfgoed. Zo steunt de VriendenLoterij veel musea.

Dit zijn veelal wat grotere musea die vaak jaarlijks een bijdrage krijgen. Zo krijgt het Frans Halsmuseum jaarlijks €250.000 aangevuld met giften op basis van de voorkeur van deelnemers van de loterij. Ook de Museumstoomtram Hoorn-Medemblik krijgt jaarlijks tenminste €250.000 van deze loterij en heeft daarnaast recent een projectbijdrage van €750.000 ontvangen. De Vriendenloterij geeft ook eenmalige bijdragen voor initiatieven aan andere partijen. Met name hiervoor lijkt het initiatief voor de toeristische tramlijn kansrijk. Andere fondsen die mogelijk zouden kunnen bijdragen aan het initiatief zijn onder meer: •

•

Het Mondriaan Fonds is het stimuleringsfonds voor beeldende kunst en vormgeving en cultureel erfgoed. Het fonds heeft jaarlijks €41 miljoen beschikbaar. Dit fonds heeft o.a. een regeling voor de restauratie van mobiel erfgoed. Voor het rijklaar maken van de in bijlage 1 genoemde smalspoortrams zou een aanvraag kunnen worden ingediend. Stichting VSB-Fonds zet zich in voor sociaal-maatschappelijke en culturele initiatieven in Nederland gericht op een sociale, inclusieve en creatieve samenleving. De toeristische tramlijn sluit aan bij beide pijlers van het fonds: Kunst & Cultuur en Mens & Maatschappij. 50

Initiatiefvoorstel: Een toeristische tramlijn in Haarlem •

•

•

Het BPD Cultuurfonds levert een bijdrage aan de kwaliteit en de beleving van de openbare ruimte. Het fonds ondersteunt kunst- en cultuurprojecten die raakvlakken hebben met architectuur, bouwen, de gebouwde omgeving, stedelijke ontwikkeling, gebiedsontwikkeling, maatschappelijke vraagstukken, natuur & landschap. Het BPD Cultuurfonds stelt in haar reglement expliciet dat geen bijdragen worden verstrekt aan kunst en cultuurprojecten in relatie tot mobiel erfgoed. Toch lijken er kansen te zijn bij dit fonds. In het verleden verstrekte het fonds een bijdrage aan herbestemming van de museumwerkplaats van de museumstroomtram Hoorn-Medemblik. Initiatiefnemer denkt daarom dat het mogelijk is vanuit dit fonds een bijdrage te krijgen voor het realiseren van de remise. Het Edwin Bouw Fonds geeft subsidies aan cultureel/maatschappelijke projecten. Het fonds heeft in 2023 €2,2 miljoen uitgekeerd aan 12 projecten. Recent heeft de Electrische Museumtramlijn Amsterdam een subsidie toegewezen gekregen van €195.000 voor de restauratie van een Amsterdamse tram. Het Cultuurfonds kent ruim 450 fondsen op naam die voor specifieke doelen zijn ingesteld. Het doel van een aantal fondsen sluit aan bij het voorgestelde project. Zo zijn het Appie Baantjerfonds, het Jan Meesterfonds en het Hendrik-Jan Brouwerfonds gericht op het behoud van rollend erfgoed.

Stichting De Nieuwe Blauwe Tram heeft in het recente verleden al meerdere keren een succesvol beroep gedaan op bijdragen vanuit fondsen en zo enkele tonnen binnengehaald, zie kader paragraaf 10.4. E. Sponsoring Initiatiefnemer hoopt dat Haarlemse bedrijven, met name uit de Waarderpolder, eenmalig willen bijdragen aan dit project. Initiatiefnemer rekent hier vooralsnog niet op, maar vraagt de mogelijkheden hiervan in het haalbaarheidsonderzoek te verkennen. Mocht gekozen worden voor tracévariant J dan komt het huidige pand van het NZH Vervoer Museum aan de Adriaan Hofmanweg 35 beschikbaar. Dit pand zal dan verwachting door Transdev worden verkocht. Met Transdev zou kunnen worden onderhandeld of het bedrijf bereid is een deel van de opbrengst van verkoop van Adriaan Hofmanweg 35 te doneren als startkapitaal voor het nieuwe museum. Het bedrijf heeft immers het huidige pand verworven met het oog op het vestigen van het museum. F. Subsidie Europese Unie In het verleden heeft het Openluchtmuseum Arnhem voor realisatie van de trambaan gebruik kunnen maken van EU-subsidies op het gebied van cultureel erfgoed. Bij Horizon Europe bestond de call ‘Culture, Creativity and inclusive society', waarbij in cluster 2 de prioriteit ‘Safeguarding and promoting cultural heritage’ stond. Deze openstelling is echter al gesloten.

Een Horizon aanvraag duurt daarnaast al snel een jaar om voor te bereiden en heeft een lage slagingskans. Initiatiefnemer heeft geen andere recente fondsen gevonden van de EU die zouden kunnen bijdragen aan de realisatie van de toeristische tramlijn. Het loont de moeite deze mogelijke bron van bekostiging te onderzoeken. De kans dat dit lukt schat initiatiefnemer niet hoog in omdat voor Europese subsidies vaak betrokkenheid van meerdere Europese landen nodig is. G. Recreatieschap Spaarnwoude De financiële mogelijkheden van recreatieschap Spaarnwoude om bij te dragen aan de tramlijn zijn nihil aangezien het recreatieschap op dit moment inteert op de reserves. Er is nauwelijks nog een weerstandsvermogen aanwezig. Om deze reden worden op dit moment projecten waaronder de Veerplas (zie paragraaf 8.5) gefaseerd uitgevoerd. Wellicht is het wel mogelijk om kosten te besparen door realisatie van het project Veerplas en aanleg van de trambaan te combineren. H. Crowdfunding Ook via crowdfunding kan mogelijk een bijdrage worden geleverd aan realisatie van de tramlijn. Dit mag echter niet ten koste gaan van de donaties voor de renovatie en bouw van trammaterieel van de Stichting De Nieuwe Blauwe Tram. Eerder heeft deze stichting dankzij crowdfunding het pand aan de Adriaan Hofmanweg 37 kunnen kopen (zie paragraaf 9.2).

51

Initiatiefvoorstel: Een toeristische tramlijn in Haarlem I. Bijdrage gemeente uit Investeringsplan De museumstoomtram Hoorn-Medemblik krijgt van de gemeente Hoorn jaarlijks een subsidie van €299.0002 en van de gemeente Medemblik van €134.0003. Omgerekend naar aantal bezoekers is dit bijna €6 per bezoeker. Voor de voorgestelde toeristische tramlijn in Haarlem wordt geen jaarlijkse subsidie gevraagd. Door de tramlijn zal de jaarlijkse exploitatie van het NZH Vervoer Museum zelfs worden verbeterd. Wel wordt voorgesteld een eenmalige bijdrage te geven voor de realisatie van de lijn en de remise vanuit het Investeringsplan. Deze investering geeft de beoogde impuls aan het Stadsrandpark Oost en vergroot de recreatiemogelijkheden. Een exacte inschatting van de bijdrage moet duidelijk worden tijdens de haalbaarheidsstudie. Initiatiefnemer hoopt dat tenminste de helft van de investering kan worden bekostigd uit eerder genoemde bronnen. In dat geval zal de gemeentelijke bijdrage uit het Investeringsplan niet hoger zijn dan €2,5 miljoen.

10.3 Haalbaarheidsstudie: kosten en dekking Voor de voorgestelde haalbaarheidsstudie is door initiatiefnemer €40.000 geraamd. Initiatiefnemer verneemt graag van het college of dit een goede inschatting is anders kan dit richting besluitvorming naar de Raad nog worden aangepast. Initiatiefnemer stelt voor de kosten voor de haalbaarheidsstudie te dekken uit de middelen die door de gemeente Haarlem beschikbaar zijn gesteld voor het ontvangstgebied Veerplas. Dit betreft €591.000. Deze middelen zijn onvoldoende om alle beoogde maatregelen rond de Veerplas te bekostigen. Om deze reden en gezien het vertrek van de horecaondernemer zijn meerdere maatregelen uitgesteld. Initiatiefnemer verwacht dat synergie mogelijk is tussen het tramplan en de plannen voor het ontvangstgebied Veerplas. Daarom is het verantwoord om op het budget voor de Veerplas te bezuinigen. Mocht het tramplan worden gerealiseerd dan profiteert het Veerplasgebied immers bij vrijwel alle tracévarianten mee. Initiatiefnemer staat overigens ook open voor voorstellen vanuit het college of de Raad voor een andere dekking van de kosten voor de haalbaarheidsstudie.

10.4 Jaarlijkse lasten en baten In deze paragraaf worden de verwachte jaarlijkse baten en lasten van het trambedrijf gegeven en de impact daarvan op de exploitatie van het NZH Vervoer Museum. Aantal bezoekers De jaarlijkse baten en lasten worden voor een belangrijk deel bepaald door het aantal bezoekers. Gelet op de ervaringen in Amsterdam bij de Electrische Museumtramlijn alsmede bij de Stoomtrein Katwijk-Leiden in Valkenburg (ZH) en met de historische tramritten in Rotterdam (zie hoofdstuk 1) is de verwachting dat de eerste paar jaar de nieuwe tramlijn ongeveer 10.000 – 15.000 bezoekers zal tellen. De combinatie met een museumbezoek en de ligging in het recreatiegebied draagt daar aan bij. Nadat de lijn meer bekend is geraakt en bekender is geworden, kan dat uitgroeien naar 15.000 – 20.000 bezoekers. Voor dit initiatiefvoorstel is een inschatting gemaakt van de opbrengsten bij zowel 10.000 als 15.000 bezoekers. Exploitatie trambedrijf Stichting De Nieuwe Blauwe Tram De verwachte jaarlijkse bruto opbrengst is bij 10.000 bezoekers met ruim €150.000 voldoende voor het jaarlijkse onderhoud en instandhouding van het trambedrijf. Er blijft dan circa €12.000 winst over. Bij 15.000 bezoekers groeit de bruto opbrengst naar bijna €196.000. Er blijft dan €42.000 winst over voor de stichting. De winst kan worden geïnvesteerd in nieuwbouw en renovatieprojecten van materieel.

2

https://hoorn.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Document/ca1bbb6b-09eb-4fc4-a94e5712ba90fd0d?documentId=17defdd7-3d39-422b-ad9f-4ea2ba8dfcfb 3 https://www.medemblik.nl/fileadmin/Medemblik/website/Documenten/Subsidies/Subsidieprogramma_2024.pdf

52

Initiatiefvoorstel: Een toeristische tramlijn in Haarlem

Exploitatie toeristische tramlijn 10.000 bezoekers BATEN 1. Dagkaart volwassene tram 2. Dagkaart 65+ tram 3. Dagkaart HaarlemPas tram 4. Dagkaart kind tram 5. Dagkaart gezin tram (2v+2k) 6. Dagkaart volwassene tram+museum 7. Dagkaart 65+ tram+museum 8. Dagkaart kind tram+museum 9. Dagkaart gezin tram+museum (2v+2k) 10. Sponsoring en reclame 11. Verkoop publicaties tramhistorie 12. Speciale tramritten /verhuurd vervoer 13. Speciale tramritten /verhuurd vervoer + museum Totale bruto baten incl. BTW Af: afdracht BTW Af: afdracht NZH-museum Netto opbrengst exploitatie excl. BTW

Afdracht NZH-vm

15.000 bezoekers Afdracht NZH-vm

Afdracht Prijs Aantal Opbrengst Aantal Opbrengst NZH-vm € 10,00 1.250 € 12.500 1.500 € 15.000 € 9,00 1.000 € 9.000 1.500 € 13.500 € 5,00 100 € 500 500 € 2.500 € 5,00 400 € 2.000 750 € 3.750 € 26,00 500 € 13.000 750 € 19.500 € 15,00 € 5,00 1.250 € 18.750 € 6.250,00 1.500 € 22.500 € 7.500 € 14,00 € 5,00 1.000 € 14.000 € 5.000,00 1.500 € 21.000 € 7.500 € 9,00 € 4,00 1.000 € 9.000 € 4.000,00 750 € 6.750 € 3.000 € 40,00 € 14,00 500 € 20.000 € 7.000,00 1.000 € 40.000 € 14.000 € 7.500,00 2 € 15.000 2 € 15.000 € 15.000,00 1 € 15.000 1 € 15.000 € 1.250,00 10 € 12.500 10 € 12.500 € 1.750,00 € 500,00 5 € 8.750 € 2.500,00 5 € 8.750 € 2.500 € 150.000 € 24.750 € 195.750 € 34.500 € 21.738 € 27.986 € 24.750 € 34.500 € 103.512 € 133.264

LASTEN 14. Energiekosten 15. Onderhoud trambaan 16. Reservering groot onderhoud trambaan 17. Inspectie en onderhoud bovenleiding 18. Bruikleen materieel 19. Transportkosten materieel (retourrit, omwisseling 1 rijtuig) 20. Onderhoud materieel 21. Verzekeringen 22. Opleiding en instructie 23. Uniformen 24. Marketing en PR 25. Onderhoud gebouwen 26. Reservering groot onderhoud gebouwen 27. Druk- en verzendkosten publicaties tramhistorie 28. Divers/onvoorzien Af: jaarlijkse lasten excl. BTW Exploitatieresultaat (netto) excl. BTW

Kosten € 3.000 € 10.000 € 20.000 € 2.000 € 5.000 € 5.000 € 10.000 € 5.000 € 1.000 € 1.000 € 3.000 € 5.000 € 10.000 € 8.000 € 3.000 € 91.000 € 12.512

Kosten € 3.000 € 10.000 € 20.000 € 2.000 € 5.000 € 5.000 € 10.000 € 5.000 € 1.000 € 1.000 € 3.000 € 5.000 € 10.000 € 8.000 € 3.000 € 91.000 € 42.264

Toelichting: Ad 1 t/m 9: De baten van het toeristisch trambedrijf bestaan voornamelijk uit de verkoop van kaartjes en speciale ritten voor bijvoorbeeld trouwerijen. Door de combinatie met een bezoek aan het NZH Vervoer Museum, kan een aantrekkelijk dagprogramma geboden worden. Initiatiefnemer gaat er daarom vanuit dat ongeveer de helft van de bezoekers zal kiezen voor een combinatie-ticket. Hierbij vindt er een afdracht plaats van een deel van de ticketinkomsten naar het museum. Voor de ticketprijzen is gekeken naar de prijzen die worden gehanteerd door de Elektrische Museumtram Amsterdam (EMA) en de Stoomtrein Katwijk-Leiden (SKL) en de huidige ticketprijzen van het NZH Vervoer Museum. Zo rekent de EMA voor een dagkaart €14 en voor kinderen en 65+ €9. De SKL rekent voor een combi-ticket €13,50 en voor 65+ en kinderen €10,50. De voorgestelde prijzen voor Haarlem liggen vrijwel allemaal onder dit niveau. De huidige toegangsprijs voor het NZH Vervoer Museum is €8 voor volwassenen en €5,50 voor kinderen. Voor HaarlemPas houders geldt een speciaal tarief. Ook voor groepsexcursies zoals scholen, geldt een speciaal tarief. Hoeveel dat er zullen zijn, is thans moeilijk in te schatten.

53

Initiatiefvoorstel: Een toeristische tramlijn in Haarlem Ad. 10: Stichting De Nieuwe Blauwe Tram heeft op dit moment geen sponsors. Gezien de ervaringen bij andere toeristische trambedrijven bestaan er kansen om tramlijn door nabijgelegen bedrijven in de Waarderpolder te laten sponsoren. Dat kan in natura zijn of met een eenmalige of jaarlijkse bijdrage. Ook zal de mogelijkheid bestaan betaald reclame te maken op de trams. Dit is niet toegestaan op historisch materieel, maar wel op de Nieuwe Blauwe Tram A619/620 omdat dit een reconstructie betreft. Ad 11 en 27: Stichting De Nieuwe Blauwe Tram verdient ook de publicatie van boeken over de historie van de tram. Verwacht wordt dat deze inkomsten ook in de toekomst kunnen worden gegenereerd. Vooralsnog wordt een verkoop van €15.000 incl. BTW per jaar geraamd. Dit levert na aftrek van de druk- en verzendkosten per jaar netto ruim €5000 op. Ad. 14 t/m 28: De jaarlijkse lasten worden geraamd op €91.000. Dit bestaat voornamelijk uit lasten voor energieverbruik, onderhoud en instandhouding en een reservering voor groot onderhoud van de spoorbaan. Dit bedrag is zo laag omdat de werkzaamheden grotendeels door vrijwilligers kunnen worden uitgevoerd. Uitzondering is het 20 jaarlijkse groot onderhoud van de trambaan, dat door spooraannemers moet worden uitgevoerd.

Donateurs en fondsen Een belangrijke inkomstenbron van Stichting De Nieuwe Blauwe Tram zijn bijdragen van donateurs en fondsen. Deze zijn buiten dit overzicht van baten en lasten gehouden omdat deze inkomsten primair zijn bedoeld voor restauratieactiviteiten van de stichting. De donateurs zijn van belang omdat fondsen vrijwel altijd een eigen bijdrage van 10-25% vragen van de totale kosten. Voor realisatie van het tramstel A619/620 zijn de volgende bijdragen verkregen vanuit fondsen: Mondriaan fonds: €100.000, Cultuurfonds: €15.000, Fonds 1818: €15.000 en Stichting Precal: €125.000. Daarnaast is voor dit tramstel tussen 2016 en 2024 circa €410.000 via donaties. De Stichting De Nieuwe Blauwe Tram krijgt momenteel jaarlijks ongeveer €40.000 van circa 300 donateurs. NZH Vervoer Museum Het positieve neveneffect van de komst van de tramlijn is dat het bezoek aan het NZH Vervoer Museum hierdoor versterkt wordt. Met de komst van de tramlijn zullen de inkomsten van het museum per bezoeker licht dalen omdat een groot deel van de bezoekers zal kiezen voor een combi-ticket. Maar door het fors hogere aantal bezoekers zullen de totale inkomsten voor het museum stijgen. Hieronder is het effect voor het museum in beeld gebracht. Uitgangspunt daarbij is dat de lasten gelijk worden verondersteld en dat inkomsten uit subsidies, crowdfunding en donaties niet zijn meegerekend.

Het NZH Vervoer Museum trekt op dit moment zo’n 4.000 bezoekers per jaar met een opbrengst van zo’n €27.000, - uit tickets. Daarnaast heeft het museum circa €25.500 inkomsten per jaar uit de museumwinkel en consumpties en €10.000 uit speciale ritten met autobussen. De bezoekers komen redelijk verspreid over het jaar. Omdat het trambedrijf voornamelijk actief zal zijn in de maanden maart t/m oktober is de verwachting dat het museum buiten dit seizoen circa 1.300 bezoekers zal trekken met een opbrengst van €9.000 uit tickets. De opbrengst van €10.000 uit speciale ritten blijft naar verwachting in stand. Dit betreft namelijk voornamelijk ritten naar bestemmingen buiten de regio. De speciale tramritten concurreren hier niet mee. Hetzelfde geldt voor de inkomsten van de museumwinkel en consumpties van bezoekers. Het museum krijgt bij 10.000 bezoekers van het trambedrijf een afdracht van bijna €25.000. De totale inkomsten inclusief bezoekers buiten het seizoen, speciale ritten, museumwinkel en consumpties worden dan circa €69.500 voor het museum. Dit betekent dat de inkomsten van het museum met circa €7.000 zullen stijgen. Bij 15.000 bezoekers krijgt het museum een afdracht van bijna €35.000. De totale inkomsten voor het museum worden dan circa €79.000 waarmee de inkomsten voor het museum met circa €17.000.

Dat laat zien hoe belangrijk de beoogde museumtramlijn ook voor het museum is.

54

Initiatiefvoorstel: Een toeristische tramlijn in Haarlem

11. Planning, participatie en inspraak Haalbaarheidsonderzoek in 2025, doel realisatie in 2029 Doel is de trambaan in 2029 op te leveren omdat in dat jaar naar verwachting ook de Nieuwe Blauwe Tram A619/620 gereed is. Indien het initiatiefvoorstel wordt aangenomen start het college een haalbaarheidsonderzoek. Bij vaststelling van het initiatiefvoorstel in Q2-2025 kan het haalbaarheidsonderzoek nog in 2025 worden afgerond. Dit is mogelijk omdat in de voorbereiding van dit initiatiefvoorstel al veel is uitgezocht. Het haalbaarheidsonderzoek richt zich hierdoor vooral op het in overleg met overheden, nutsbedrijven en beheerders onderzoeken van de technische haalbaarheid en het draagvlak van verschillende tracés en het toetsen van de financiële haalbaarheid waaronder ook de mogelijkheden van bijdragen van andere overheden en fondsen. Onderdeel daarvan is ook een verkenning of een deel van het project kan worden bekostigd vanuit de Regio Deal MRA West in balans en naar de raakvlakken van het project met de geplande vernieuwing van ontvangstgebied Veerplas. Beslismoment Raad voor start ontwerpfase in najaar 2025 In najaar 2025 wordt de Raad geïnformeerd over de resultaten van het haalbaarheidsonderzoek. Hierbij wordt bij een positief resultaat een voorkeurstracé gepresenteerd en de Raad om een voorbereidingskrediet gevraagd. Na instemming van de Raad kan dan de ontwerpfase starten.

Zo nodig wordt de Raad tijdens de definitiefase tussentijds geïnformeerd middels een informatienota en desgewenst een raadsmarkt. Aanleiding kan bijvoorbeeld zijn als de resultaten van het haalbaarheidsonderzoek positief zijn maar er dilemma’s zijn ten aanzien van het te kiezen tracé. Project behandelen als impactvol Doordat dit project vanuit de Raad komt als initiatiefvoorstel is inrichting van de definitiefase anders dan andere civiele planprocessen. Vooralsnog wordt er vanuit gegaan dat het project vanaf goedkeuren van het voorbereidingskrediet en daarmee de start van de ontwerpfase volledig de stappen van het Haarlems Civiel Planproces (HCPP) zal volgen. Dan wordt in de ontwerpfase een voorlopig ontwerp gemaakt en vindt participatie plaats. In het haalbaarheidsonderzoek zal voor de exacte procedure afstemming plaats moeten vinden met het recreatieschap Spaarnwoude aangezien het recreatieschap momenteel bevoegd is dergelijke ontwerpen vast te stellen en de trambaan, afhankelijk van de tracévariant, grotendeels of zelfs geheel binnen het grondgebied van het recreatieschap valt. Hoewel het project zoveel mogelijk wordt ingepast op of langs bestaande wegen en paden en binnen gebied wat grotendeels de bestemming recreatie heeft stelt initiatiefnemer toch voor dit project te behandelen als een project met ‘Veel Impact’.

De reden is omdat het hier een functieverandering betreft in een gebied waar de komende jaren al veel gebeurt. Bovendien maakt de aanwezigheid van met name de hoogspanningskabels, de waterkering en de voormalige vuilstort Schoteroog dat op dit moment het exacte tracé nog niet kan worden vastgesteld. Initiatiefnemer stelt daarom voor dat het voorlopig en het definitief ontwerp en de nota van beantwoording ter bespreking naar de commissie Ontwikkeling worden gestuurd. Overleg overheden en nutsbedrijven Realisatie van het project is alleen mogelijk met medewerking van alle betrokken overheden, beheerders en nutsbedrijven. Voor Recreatieschap Spaarnwoude, Staatsbosbeheer en de Provincie Noord-Holland is van belang dat wordt voldaan aan de doelen van Natuur Netwerk Nederland en dat zo goed mogelijk wordt aangesloten bij de overige recreatieve voorzieningen (zie paragraaf 9.4). Met Liander en Tennet is overleg nodig in verband met de bestaande en geplande ondergrondse hoogspanningstracés (zie paragraaf 9.3). Met Hoogheemraadschap Rijnland, eigenaar van de rioolwaterzuivering, is afstemming nodig omdat bijna alle tracévarianten langs deze zuivering komen en het ondergrondse tracé van persriolen kruisen. Ook zal indien gekozen wordt voor een tracévariant op Schoteroog overleg moeten zijn met Afvalzorg die de voormalige vuilstort beheert (zie paragraaf 9.3).

In het voorgestelde haalbaarheidsonderzoek zal met al deze partijen overeenstemming moeten worden bereikt over het voorkeurstracé en de kaders waarbinnen de toeristische tramlijn mogelijk is en ook bij de verdere uitwerking van het project zal nauw overleg met deze partijen noodzakelijk zijn. 55

Initiatiefvoorstel: Een toeristische tramlijn in Haarlem Participatie en inspraak Initiatiefnemer beoogt belanghebbenden veel ruimte te bieden om mee te denken over dit project. Draagvlak is immers essentieel. Initiatiefnemer stelt daarom voor direct belanghebbenden vanaf de start van de haalbaarheidsstudie te informeren en in deze fase al de mogelijkheid te geven input te leveren, dus nog voor de formele participatie. Zo kunnen zij input leveren voor de te stellen eisen aan het voorkeurstracé en het ontwerp. Initiatiefnemer stelt daarnaast voor een klankbordgroep in te stellen. Dit gebeurt zo mogelijk al tijdens de haalbaarheidsstudie, maar in ieder geval vanaf de start van de ontwerpfase. De initiatiefnemer denkt voor leden van deze klankbordgroep aan onder meer het Platform Groen en de Industriekring Haarlem. Met belangen van beide groepen is in dit initiatiefvoorstel overigens al zoveel mogelijk rekening gehouden. Zo is voor de Industriekring Haarlem van belang dat er op werkdagen geen verkeer aanzuigende werking is. Dat de tramexploitatie voornamelijk in het weekend is sluit daarbij aan. Andere belanghebbenden zijn de gebruikers en eigenaren van de aanliggende percelen.

Dit betreft, afhankelijk van de gekozen tracévariant, enkele woonhuizen aan de Veerpolder, Ruitersportcentrum Schoteroog, bedrijven langs de Adriaan Hofmanweg en Oudeweg en de gebruikers van de kop van Schoteroog (Haarlemse Jachtclub, Haarlemse Reddingsbrigade, Roei- en zeilvereniging Het Spaarne en Paviljoen Loef). Conform het Haarlems Civiel Planproces vindt participatie plaats in de ontwerpfase richting het voorlopig ontwerp. Deze participatie gaat voornamelijk over de inpassing in het landschap, maatregelen voor verkeersveiligheid en de samenloop met reeds bestaande en eventuele nieuwe recreatieve functies. Bij mogelijke dilemma’s schetst het college bij het voorlopig ontwerp de belangentegenstellingen en de afwegingen die een rol hebben gespeeld bij de gemaakte keuzes in het voorlopig ontwerp. De zeggenschap over het resultaat van de participatie ligt bij college en Raad. Uitvoering: afbakening verantwoordelijkheden in haalbaarheidsstudie Onderdeel van de haalbaarheidsstudie is ook het afbakenen van rollen tijdens het project. Welke onderdelen van de realisatie gebeuren onder verantwoordelijkheid van de gemeente of het Recreatieschap Spaarnwoude en welke onderdelen gebeuren onder verantwoordelijkheid van de Stichting Nieuwe Blauwe Tram gezien het doel om zoveel mogelijk werk door vrijwilligers te laten doen.

In ieder geval moet een ambtelijke projectgroep worden ingesteld voor de begeleiding van het project. In deze projectgroep zijn vertegenwoordigd de gemeente Haarlem en het Recreatieschap aangevuld met specialisten van Stichting De Nieuwe Blauwe Tram en het NZH Vervoer Museum. Namens de gemeente Haarlem zijn in ieder geval een verkeersdeskundige en de gebiedsverbinder betrokken. Vooralsnog wordt aan de volgende rolverdeling gedacht: Projectaansturing Projectleider: Raadgevend ingenieur: Overleg met belanghebbenden: Ontwerp en realisatie trambaan: Engineering en detailontwerp: Opstellen bestek t.b.v. grondwerk: Aanleg onderbouw (baanlichaam): Aanleg bovenbouw *: Ontwerp en realisatie onderstation: Optioneel: maken vakwerkmasten: Monteren bovenleiding:

Gemeente Haarlem of Recreatieschap (zo nodig in te huren) Stichting De Nieuwe Blauwe Tram (SDNBT) Projectgroep

Ingenieursbureau in opdracht van projectgroep Ingenieursbureau in opdracht van projectgroep Wegenbouwaannemer na aanbesteding Spooraannemer na aanbesteding Elektrotechnisch aannemer in overleg met Liander Staalconstructiebedrijven uit Waarderpolder en/of vrijwilligers SDNBT/NZH-museum Vrijwilligers Elektrische Museumtramlijn Amsterdam tegen materiaalkosten 56

Initiatiefvoorstel: Een toeristische tramlijn in Haarlem Keuren trambaan: Opstellen Veiligheid Zorg Systeem (VZS):

Inspectie Leefomgeving en Transport Elektrische Museumtramlijn Amsterdam i.s.m. Stichting De Nieuwe Blauwe Tram Goedkeuren VZS en vrijgave exploitatie: Inspectie Leefomgeving en Transport Opleiden en examineren personeel: Elektrische Museumtramlijn Amsterdam * sporen, wissels, haltes, perrons en plaatsen bovenleidingmasten Aanpassing remise: Regie: Herontwerp gebouw: Aanpassing gebouw (inclusief sporen): Bovenleiding in remise:

Stichting De Nieuwe Blauwe Tram (gebouweigenaar) Ingenieursbureau in opdracht van projectgroep Bouwkundig aannemer na aanbesteding Elektrische Museumtramlijn Amsterdam

Indien gekozen wordt voor tracévariant J met een nieuwe remise en museum in de omgeving van de Veerplas dan is de aansturing daarvan nader te bepalen. Gemeente Haarlem kan de opdrachtgever zijn voor dit project, maar het zou ook kunnen via een subsidie aan Stichting De Nieuwe Blauwe Tram en het NZH Vervoer Museum die hiervoor dan een project- en ontwerpbureau inschakelen. Planning biedt ruimte voor uitloop De planning van definitie-, ontwerp- en voorbereidingsfase is sterk afhankelijk van de tijd die nodig is om in aanvulling op de gemeentelijke bijdrage aan het project subsidies en fondsen te werven. Dit kan er toe leiden dat meer tijd nodig is. De planning van de realisatiefase is sterk afhankelijk van het feit hoe lang het duurt voordat materialen voor de trambaan beschikbaar komen. Inzet is immers om uit te gaan van hergebruik van materialen. Met deze onzekere factoren is rekening gehouden door uit te gaan van meer tijd tussen besluitvorming en afronding van de realisatie dan daadwerkelijk nodig is. De daadwerkelijke realisatietermijn is circa één jaar. De Trambaan hoeft voor het rijden van de Nieuwe Blauwe Tram pas in 2029 klaar te zijn. Eerdere realisatie is wel wenselijk omdat exploitatie dan eerder kan starten met ander historisch materieel. Vroegst mogelijke realisatie lijkt op dit moment 2027.

Dit vraagt dan wel een provisorische oplossing voor de remise omdat het dak van de remise pas kan worden aangepast als de bouw van Nieuwe Blauwe Tram is afgerond. In 2027 kan er daarom nog geen bovenleiding zijn in de remise (zie paragraaf 4.3). Materialen opslaan in materialenhub Voorgesteld wordt de benodigde materialen voor de trambaan (rails, bielzen, wissels, keerlussen, bovenleidingmasten) te verzamelen in een tijdelijke materialenhub. Het is wenselijk om hier zo snel mogelijk mee te starten. De aanleg van de trambaan kan immers pas van start als er voldoende materialen zijn verzameld. Dit verzamelproces kan enkele jaren duren, afhankelijk van de geplande vernieuwingswerkzaamheden van ProRail en de trambedrijven in de grote steden. Met name het vrijkomen van wissels, bovenleidingmasten en keerlussen is hierbij een kritische factor omdat hiervoor alleen materialen van trambedrijven kunnen worden gebruikt en niet van ProRail (zie paragraaf 4.1). Op basis van het voorkeurstracé wordt duidelijk hoeveel materialen nodig zijn. Snelle afronding van het haalbaarheidsonderzoek is daarom wenselijk. Uiteraard kunnen genoemde materialen ook gemaakt worden maar dit maakt de aanlegkosten van de trambaan wel hoger.

57

Initiatiefvoorstel: Een toeristische tramlijn in Haarlem Mandaat voor sneller starten met materialenhub specifieke materialen In 2025 vindt vernieuwing van delen van het tramnetwerk in Den Haag plaats. Dit biedt kansen om materialen die minder frequent beschikbaar komen zoals wissels, keerlussen en bovenleidingmasten al snel te verkrijgen. Indieners stellen daarom voor het college mandaat te geven als een kans zich voordoet om reeds te starten met het verzamelen van deze specifieke materialen voordat het haalbaarheidsonderzoek is afgerond. De kosten hiervan zijn zeer beperkt. Het betreft transportkosten en opslagruimte. Hiermee worden investeringskosten voor de aanleg van de trambaan zo laag mogelijk gehouden. Een omheind terrein van circa 20x30 meter is voor deze specifieke materialen voldoende. Voor het verzamelen van rails en bielzen is meer ruimte nodig maar die komen frequent beschikbaar. Indieners verwachten dat voor de materialenhub ruimte te vinden is op de Circulaire Grondstoffenhub van de gemeente (Oude Waarderweg 1), bij het milieuplein van Spaarnelanden, op de busstandplaatsen van Transdev in de Waarderpolder of in de groenstrook langs de Adriaan Hofmanweg. Planning conform Haarlems Civiel Planproces: De voorlopige planning is globaal als volgt.

De verwachting is dat deze planning bij de presentatie van het haalbaarheidsonderzoek en het voorlopig ontwerp verder aangescherpt zal worden:

Fase Definitiefase

Ontwerpfase

Product Startnotitie & Schets (dit initiatiefvoorstel)

Bevoegdheid B&W / Raad

Planning Q1 2025 presentatie Q2 2025 preadvies college, behandeling commissie, raadsbesluit

Ontwerpverantwoording met eisen en KES tabel

B&W

Q2-Q3 2025 (onderdeel haalbaarheidsonderzoek)

Verkenning mogelijke tracés, technische en financiële haalbaarheid

B&W

Q2-Q3 2025 (onderdeel haalbaarheidsonderzoek)

Inrichten materialenhub

B&W

Vanaf Q2 2025 versneld indien opportuun, anders Q4-2025

Besluit start ontwerpfase en voorbereidingskrediet Participatie

B&W / Raad B&W

Q3-Q4 2025 Q3-Q4 2025

Vrijgeven Voorlopig Ontwerp

B&W / Raad

Q4 2025 – Q1 2026

Inspraak

B&W

Q4 2025 – Q1 2026

Aanvragen Subsidies en fondsen

B&W

Q4 2025 – Q1 2026

Verzamelen rails en bovenleiding

B&W

Q4 2025 – Q1 2026 58

Initiatiefvoorstel: Een toeristische tramlijn in Haarlem Vaststellen Definitief Ontwerp Voorbereidingsfase

Realisatiefase

Aanvragen vergunningen

B&W / Raad Q1-Q2 2026 Q3-Q4 2026

Opstellen uitvoeringsovereenkomst incl. RAW bestek

Q3-Q4 2026

Contractvorming uitvoeringsfase Uitvoering werkzaamheden

Q3-Q4 2026 Start nog nader te bepalen in periode Q1 2027 – Q1 2029

59

Initiatiefvoorstel: Een toeristische tramlijn in Haarlem

12. Risicoparagraaf In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste risico’s op een rij gezet. Doel van het voorgestelde haalbaarheidsonderzoek is deze risico’s te minimaliseren. Bij de start van de ontwerpfase zal deze risicoparagraaf daarom worden geactualiseerd. Tracés onmogelijk of duurder door vuilstort, nutsleidingen en/of waterkeringen Het initiatiefvoorstel beschrijft op hoofdlijnen meerdere mogelijke tracés in het gebied en enkele aandachtspunten bij deze tracés die verder zullen moeten worden onderzocht. Eén van de aandachtspunten is dat de meeste tracévarianten langs de voormalige vuilstort Schoteroog lopen die afgedekt moet blijven. Daarnaast lopen door het gebied diverse nutsleidingen en is er sprake van waterkeringen. Om deze redenen kan op dit moment het exacte tracé nog niet worden vastgesteld. De kans dat geen enkel tracé mogelijk is wordt klein ingeschat. Het haalbaarheidsonderzoek moet dit aantonen. De genoemde aandachtspunten kunnen ook tot extra kosten leiden. In de begroting is hier al wel rekening mee gehouden, maar dit zal in het haalbaarheidsonderzoek verder moeten worden onderzocht. Te weinig partijen zijn bereid financieel bij te dragen Uitgangspunt is dat een belangrijk deel van de realisatie wordt gedragen door (eenmalige) bijdragen van particuliere fondsen en uit subsidies en sponsoring.

Indien dit niet of in mindere mate haalbaar is zal de Raad moeten besluiten of het project doorgang vindt met een hogere gemeentelijke bijdrage of niet. Ook kan dan onderzocht worden of een korter tracé wel haalbaar is. Realisatie tramlijn niet mogelijk vanwege Natuur Netwerk Nederland In paragraaf 9.4 is onderbouwd waarom realisatie van de trambaan binnen Natuur Netwerk Nederland mogelijk lijkt. Het vraagt wel een stevige ecologische en juridische onderbouwing. De vastgoedontwikkeling in tracévariant J blijft buiten het Natuur Netwerk Nederland. Vertraging door onvoldoende draagvlak bij belanghebbenden De kans wordt klein geacht dat er bezwaren zullen worden ingediend tegen één van de voorgestelde tracés, maar helemaal uit te sluiten is dat niet. Dit kan leiden tot vertraging van het project. Om dit te voorkomen beoogt de indiener dat het voorkeurstracé wordt vastgesteld in nauw overleg met belanghebbenden. Exploitatie tramlijn blijkt niet rendabel Om te voorkomen dat de exploitatie in de praktijk niet rendabel is, is gewerkt met ervaringscijfers van andere vergelijkbare initiatieven met betrekking tot het aantal bezoekers en de kosten. Deze cijfers zullen tijdens het haalbaarheidsonderzoek worden getoetst.

Daarnaast wordt nadrukkelijk de samenwerking gezocht met het Recreatieschap Spaarnwoude en horecaondernemers zodat de recreatieve functies in het gebied elkaar kunnen versterken en meer bezoekers worden getrokken. Het NZH Vervoer Museum draait al jaren zonder subsidie. Dit geeft vertrouwen in een rendabele business case. Vertraging realisatiefase door leidingen, netcongestie of bij verzamelen materialen De planning is ruim, maar toch kan het gebeuren dat het project nog niet in 2029 klaar is. Dit kan bijvoorbeeld komen door noodzakelijke afstemming op de werkzaamheden aan de hoogspanningstracés of de waterzuivering. Ook kan het verzamelen van materialen voor de trambaan meer tijd vragen omdat het project afhankelijk is van vernieuwingswerkzaamheden van ProRail en van de trambedrijven in de grote steden. Latere oplevering heeft geen grote gevolgen voor het tramproject. Wel betekent dit dat het NZH Vervoer Museum langer moet wachten op de verwachte jaarlijkse extra inkomsten uit combi-tickets (zie paragraaf 10.4). Ook de wachtlijst voor aansluiting op het energienetwerk van Liander kan zorgen voor vertraging. Mocht dit risico optreden dan is een tijdelijke oplossing mogelijk door in de eerste periode slechts een gedeelte van de trambaan in gebruik te nemen met voeding vanaf de zonnepanelen op het dak van de remise en batterijen (zie tekstkader paragraaf 4.2).

60

Initiatiefvoorstel: Een toeristische tramlijn in Haarlem Opzegging huur museum Dat het museumcomplex niet in eigendom is geeft een risico. De huur kan immers worden opgezegd. Als dit gebeurt is dit impactvol voor met name het NZH Vervoer Museum. Het heeft ook impact op de exploitatie van het trambedrijf, maar initiatiefnemer verwacht dat het trambedrijf dan nog steeds voldoende bezoekers zal trekken. Het gebouw is in het verleden in een vastgoedruil in eigendom gekomen van Transdev/Connexxion. Deze vastgoedruil was mede met het oog op het hervestigen van het NZH Vervoer Museum. De kans dat de huur wordt opgezegd is in belangrijke mate afhankelijk van het winnen van de eerstvolgende concessies in de regio door Transdev/Connexxion. Momenteel bezit Transdev/Connexxion zowel de concessie Haarlem-IJmond als de concessie Amstelland-Meerlanden en daarmee het alleenrecht voor bijna al het busvervoer in Haarlem en omstreken. Alleen de buslijn Haarlem-Hillegom-Leiden valt niet onder deze twee concessies. De concessie Haarlem-IJmond wordt naar verwachting per 16-7-2028 opgevolgd door de concessie Noordwest Noord-Holland en de concessie Amstelland-Meerlanden wordt naar verwachting per 12-12-2032 opnieuw gegund. Mocht Transdev deze concessies verliezen dan zou ook het eigendom van het gebouw ter discussie kunnen komen.

Daarom moet er rekening mee gehouden worden dat het in de toekomst noodzakelijk kan zijn om het gebouw van het vervoermuseum te verwerven. De extra inkomsten die het trambedrijf oplevert voor het museum kunnen als reservering hiervoor opzij worden gezet. Het museum heeft zelf een reserve beschikbaar van ongeveer €250.000. Dit is onvoldoende voor de aankoop van het gebouw. In tracévariant J wordt dit risico gemitigeerd omdat hierbij sprake is van verhuizing van het museum naar een nieuw te bouwen museum/remise complex in de nabijheid van de Veerplas.

61

Initiatiefvoorstel: Een toeristische tramlijn in Haarlem

Bijlage 1 Materieel voor de lijn Normaalspoor NZH A619/620 Eigenaar: Stichting De Nieuwe Blauwe Tram Beschikbaar: permanent, rijvaardig vanaf 2029

De gloednieuwe NZH A601/602 bij de remise Soendaplein, augustus 1932. Fabrieksfoto Beijnes

Wethouder van Cultuur Diana van Loenen voor de nieuwe A619/620, februari 2024. Foto Wim Beukenkamp

De motorwagens van het type A600 waren de modernste trams van de Noord-Zuid-Hollandsche Tramwegmaatschappij (NZH) en zijn gebouwd door J.J. Beijnes uit Haarlem. Zij reden tot 1949 op de tramlijn van Haarlem naar Leiden (de “Bollenlijn”) en daarna nog tot 1961 tussen Leiden, Den Haag en Scheveningen en van Leiden naar Katwijk en Noordwijk. Vanwege de gelede constructie met twee identieke wagenbakken werden ze tweelingtrams genoemd. Deze creatieve en innovatieve constructievorm was het gevolg van een eis van de gemeente Haarlem dat normaalsporige trams in deze stad niet langer mochten zijn dan tien meter. Helaas zijn bijna alle Blauwe Trams in 1960/'61 gesloopt. Stichting De Nieuwe Blauwe Tram werkt aan de reconstructie van de tweelingtram A619/620 uit 1932. Dit is de laatst gebouwde tram van de serie A600 en tevens de laatste nieuw gebouwde Blauwe Tram. Ook is op 9 november 1961 de A619/620 de laatste Blauwe tram in de geschiedenis. Er wordt gebruik gemaakt van de originele bouwtekeningen die zijn teruggevonden in de collectie van het Spoorwegmuseum en andere historische documenten en materialen. Door de inspanning van tramliefhebbers zijn veel onderdelen van de serie A600 bewaard en geconserveerd. De kosten van de reconstructie worden begroot op circa €800.000. De stichting kan hiervoor rekenen op bijdragen van donateurs, fondsen, individuele personen en bedrijven.

NZH A106 Eigenaar: Tramweg-Stichting Beheer: Haags Openbaar Vervoer Museum Beschikbaar: incidenteel

A106+A327 in Katwijk 29 augustus 2015, Foto: Erik Swierstra, Bron: https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Bestand:NZHmotorwagens_A_106_en_A_327_te_Katwijk.JPG

Motorwagen A106 is in 1910 gebouwd door Waggonfabrik Uerdingen AG. Deze tram reed vroeger naar Katwijk en Noordwijk maar incidenteel ook in Haarlem. De NZH A106 werd in 1949 buiten dienst gesteld en verkocht. De wagenbak werd overgebracht naar Nieuwkoop. Hier deed de wagenbak dienst als noodwoning en later als schuur. In 1983 is het motorrijtuig verworven door de Tramweg-Stichting. Rond 2006 is deze restauratie afgerond en rijdt deze tram weer regelmatig op het Haagse tramnetwerk. In 2015 reed de A106 samen met de A327 over een tijdelijk aangelegd tramspoor in Katwijk.

62

Initiatiefvoorstel: Een toeristische tramlijn in Haarlem NZH A327 + B303 Eigenaar: Tramweg-Stichting Beheer: Haags Openbaar Vervoer Museum Beschikbaar: incidenteel

NZH A327+B303 als Haarlemse lijn 1 Soendaplein – Hillegom op de Geestbrug in Den Haag, 2019, Foto: Raymond Naber

Voor de Haarlemse stadslijnen leverde Beijnes in 1912 15 motorwagens af die de nummers C13 - C27 kregen. In 1918 werden deze vernummerd in A313 – A327 en aangevuld met A328 – A330 in verband met de uitbreiding van het tramnet. Met de verlenging naar Heemstede werden de stadslijnen interlokaal en werden twee koplampen aangebracht. Dit was op basis van de Locaalspoor- en Tramwegwet verplicht voor interlokale tramlijnen. Ook kreeg de bestuurder een schuine, minder reflecterende, voorruit. Na de opheffing van de Haarlemse stadslijn 1 gingen de trams A313 – A327 naar Leiden om daar de stadsdienst uit te voeren. Hun buitendienststelling volgde op 7 oktober 1960, toen de stadsdienst in Leiden werd opgeheven. Motorwagen A327 werd door de NZH aan de NVBS geschonken en is in 1965 bij de Tramweg-Stichting ondergebracht en gerestaureerd en sinds 1981 rijvaardig. De vierassige B303 aanhangwagen op twee korte draaistellen deed dienst op de Haarlemse stadslijn 1 (Soendaplein - Heemstede) en werd in 1918 door Beijnes afgeleverd. Er waren 24 zit- en 44 staanplaatsen en de wagen had een lage middeninstap waardoor het in- en uitstappen vlot ging. De aanhangwagens van dit type werden na de opheffing van de Haarlemse stadslijnen afgevoerd en deels gesloopt. Uit delen van de als tuinhuisjes gebruikte wagens B303 en B306 reconstrueerde de Tramweg Stichting bijwagen B303.

Deze Haarlemse trams rijden nu regelmatig voor toeristische ritten als tramstel over het Haagse tramnetwerk. HTM Buitenlijner 58 Eigenaar: Stichting Wassenaarse Tram Stalling: Remise Lijsterbesstraat HTM Beheer: Tramweg-Stichting Beschikbaar: Eigendom, stalling en beheer gaan binnenkort over op de Elektrische Museumtramlijn Amsterdam (EMA) na afronding reparatie. EMA is bereid deze tram beschikbaar te stellen op uitleenbasis.

HTM Buitenlijner 58, Prinses Mariannelaan Voorburg 2014, Foto: Wim Beukenkamp

Vanaf 1924 ging de HTM in Den Haag een interlokaal elektrisch tramnet ontwikkelen. De bestaande tramlijn naar Delft werd geëlektrificeerd. Ook gingen er elektrische trams naar Voorburg, Wassenaar en Leiden rijden. Hiervoor werden onder andere 30 grote vierassige motorwagens aangeschaft van verschillende leveranciers. Deze deden tot 1965 dienst. De HTM 58 bleef behouden als werkwagen en kwam na enige omzwervingen in Amsterdam terecht als museumwagen. In 2008-2014 werd deze typische jaren ’20 tram in Den Haag ingrijpend gerestaureerd.

63

Initiatiefvoorstel: Een toeristische tramlijn in Haarlem HTM 816+779 Eigenaar: Elektrische Museumtramlijn Amsterdam (EMA) Beschikbaar: Poule uitleenbasis

HTM 816+779, Elektrische Museumtramlijn Amsterdam, Koenenkade, Foto: EMA Amsterdam.

In 1927 bestelde de HTM voor haar stadslijnen in Den Haag bij de Rotterdamse firma Allan nieuw materieel. De deelserie 816-820 kreeg daarbij als proef eenassige draaistellen systeem Kamp. Doel was enerzijds een rustige gang en anderzijds vermindering van de spoorslijtage. De proef slaagde deels: het systeem werkte, maar vergde wel meer onderhoud dan de gebruikelijke trucks met vaste assen. De 816 bleef tot het einde van het vooroorlogse materieel in 1967 in dienst. Daarna werd de tram gered door liefhebbers en kwam uiteindelijk bij de EMA in Amsterdam terecht, samen met de bijbehorende bijwagen 779 uit 1929. Recent zijn beide voertuigen ingrijpend gerestaureerd en doen sindsdien weer regelmatig dienst op de Amsterdamse museumlijn. GTG 41 Eigenaar: Elektrische Museumtramlijn Amsterdam (EMA) Stalling: Uitgeleend aan Openluchtmuseum Arnhem voor renovatie Beschikbaar: Poule uitleenbasis

GTG 41, Elektrische Museumtramlijn Amsterdam, Kalfjeslaan, Foto: EMA Amsterdam

Van het Groningse trambedrijf bleef helaas niets bewaard. Daarom ging een groep buschauffeurs uit Groningen in 1980 aan de slag om op basis van de Haagse tram 267 een replica te maken van een Groningse tram zoals deze vanaf 1921 dienst deed op de tramlijn naar Zuidlaren. Aldus ontstond in 1981 de GTG 41. Sindsdien doet deze tram dienst bij de EMA. Op dit moment is de 41 te gast bij het Openluchtmuseum Arnhem. Daar ondergaat de tram een kleine revisie en schilderbeurt. RET 507 Eigenaar: Elektrische Museumtramlijn Amsterdam (EMA) Beschikbaar: Poule uitleenbasis

RET 507, Elektrische Museumtramlijn Amsterdam, Foto: EMA Amsterdam

In de jaren 1929-1931 schafte het trambedrijf van de RET in Rotterdam in totaal 170 nieuwe trams aan van een voor die tijd revolutionair model. De laatste trams van dit type verdwenen in 1968 bij de opening van de Rotterdamse metro uit de reizigersdienst, maar een aantal bleef behouden als werkwagen of strategische reserve. Een particuliere tramliefhebber uit Amsterdam kocht in 1974 de 507. Deze doet sinds 1975 dienst op de Amsterdamse museumlijn. Andere trams uit deze serie vormen de ruggengraat van het trambedrijf van het Openluchtmuseum Arnhem, terwijl er ook diverse in Rotterdam zelf bewaard zijn gebleven en aldaar regelmatig te zien zijn.

64

Initiatiefvoorstel: Een toeristische tramlijn in Haarlem NBM 20+43 Eigenaar: Stichts Tram Museum Beheer: Elektrische Museumtramlijn Amsterdam (EMA) Beschikbaar: Mogelijk poule uitleenbasis

NBM 20+43, Elektrische Museumtramlijn Amsterdam, Bovenkerk, 2023, Foto: Elektrische Museumtramlijn Amsterdam

De NBM 20 is oorspronkelijk in 1910 door Allan in Rotterdam gebouwd als wagen 23 van de Ooster Stoomtram Maatschappij ten behoeve van de tramlijn van Zeist naar Rhenen. Vanaf 1924 kwam deze tram in dienst op de tramlijn van Utrecht naar Zeist van de Nederlandsche Buurtspoorweg Maatschappij NBM. Na de opheffing daarvan in 1949 werden een paar trams waaronder motorwagen 20 en bijwagen 43 verkocht naar Duitsland. In 1967 kochten tramliefhebbers deze beide historisch belangrijke trams en keerden zij terug naar Nederland. Na een grondige restauratie doet het tramstel NBM 20+43 sinds een aantal jaren dienst op de Amsterdamse museumlijn. NBM 55 Eigenaar: Stichts Tram Museum Beheer: Elektrische Museumtramlijn Amsterdam (EMA) Beschikbaar: Mogelijk poule uitleenbasis

NBM 55, Elektrische Museumtramlijn Amsterdam, 2024, Foto: Stichts Tram Museum

Dit is een replica van een serie aanhangrijtuigen, genummerd 49-54 die in 1922 en 1923 in dienst werden gesteld op de lijn Utrecht – Zeist. Het aanhangrijtuig biedt plaats aan 20 zittende en 14 staande passagiers. Na de opheffing van het trambedrijf in 1949 werden de originele aanhangrijtuigen verkocht aan het trambedrijf van Mönchengladbach. Medewerkers van de Stichting het Stichts Tram Museum hebben de overtollige Amsterdamse bijwagen 778, geleverd in 1917 aan het GVB, in 2010 uitgekozen om er een replica van de serie 49 -54 van te maken. GETA 76 Eigenaar: Openluchtmuseum Arnhem Beschikbaar: Incidenteel voor evenementen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15573974/2