Bijlage 1 Startnotitie incl PvE, KES en PvE-schets
Tekst van het document
Mocht er besloten worden om een aantal bomen te verplanten, dan wordt geadviseerd om een verplantbaarheidsonderzoek uit te laten voeren
27 | 43
Witteveen+Bos | 136108/24-007.500 | Definitief 03
waarbij naast de visuele kenmerken ook wordt gekeken naar de beworteling, ondergrondse obstakels (K&L), verplantmethode en route naar de nieuwe locatie. In de gemeente Haarlem hebben alle bomen met een leeftijd >50 jaar dezelfde beschermingswaarde als monumentale of beschermwaardige bomen. Binnen het plangebied staan 15 bomen die gemarkeerd zijn als monumentaal, 44 bomen zijn ouder dan 50 jaar (exclusief Monumentaal gemarkeerde bomen) en één boom is cultuurhistorisch waardevol conform het beleid van de gemeente Haarlem. Tijdens de VTA controle was te zien dat een groot deel van de bomen recent waren gesnoeid. Hierdoor is er bij een groot deel van de bomen ook geen verhoogd risico. Toch wordt geadviseerd om bij 23 bomen een snoeimaatregel uit te voeren en één boom te rooien. Als deze maatregelen worden uitgevoerd is voldaan aan de zorgplicht en zijn de bomen weer veilig. Bij 13 bomen wordt een verhoogde controlefrequentie geadviseerd (attentiebomen). Dit doordat deze bomen verschillende gebreken vertonen of zijn aangetast door zwammen. Bij een verhoogde controlefrequentie dienen de bomen jaarlijks visueel te worden gecontroleerd. Voor de volledige rapportage en bijlagen wordt verwezen naar de Inventarisatie en VTA Kleine Houtweg te Haarlem d.d. 20 november 2023
4.7
Kabels & leidingen
De aanwezige kabels en leidingen zijn geïnventariseerd door het uitvoeren van een oriëntatiemelding bij het kadaster. Daarnaast is het project aangemeld en in januari 2024 besproken in het reguliere NUTS overleg van Haarlem. Hierin zijn schetsmatig de plannen gepresenteerd en is besproken wat de impact ervan is op de bestaande ondergrondse infrastructuur. De belangrijkste conclusies van het overleg zijn als volgt: - een deel van de hoogspanning in het projectgebied is buiten gebruik; - indien openbare verlichting verplaatst wordt (wat waarschijnlijk zo is) op tijd wijziging aanvragen/doorgeven bij OV portaal; - een groot deel van gasleidingen is nog gietijzer, NUTS partij (Liander) wil mee in het project om dit te vervangen; - een groot deel middenspanning is buiten gebruik. Dit kan waar mogelijk uitgenomen worden (dit zal lastig zijn in verband met grote hoeveelheid bomen en boomwortels); - er ligt nog een waterleiding uit 1928, deze wil PWN in het project vervangen (en vergroten); - er zijn geen noemenswaardige ontwikkelingen binnen projectgebied voor wat betreft data/telecom; - Waternet heeft langs de Kleine Houtweg een 980 mm betonnen watertransport leiding welke nog in gebruik is. Zij hebben geen werkzaamheden aan de leiding. Wel willen zij op de hoogte gebracht worden van de nieuwe inrichting om te kunnen beoordelen of dit raakvlakken heeft met de leiding.
28 | 43
Witteveen+Bos | 136108/24-007.500 | Definitief 03
5 GROENVOORZIENINGEN 5.1
Bestaande situatie
Het projectgebied bevindt zich in één van de meest groene stadsdelen van Haarlem. De straat is ook onderdeel van de hoofdbomenstructuur van de stad. Via de open data van de gemeente Haarlem en de aanvullende bomeninventarisatie VTA is er veel informatie over de boomsoorten, stamdiameters, kroondiameters, levensverwachting etc. van de bestaande bomen. De geformuleerde eisen uit de beleidsstukken kunnen helpen een robuust ontwerp te maken waarin de bestaande groenstructuur wordt beschermd en versterkt. Om aanvullend en projectspecifiek te kijken naar risico’s en kansen voor het nieuwe ontwerp is ook gesproken met de beheerders, beleidsmakers en (in het kader van participatie) adviescommissies die Haarlem en het projectgebied als geen ander kennen.
Afbeelding 5.1 De bestaande situatie
5.2
Ontwerpadvies
Bomen Het in stand houden van een bomenlaan vergt een gespecialiseerde aanpak. Slecht onderhoud of te laat ingrijpen kan als gevolg hebben dat een bomenlaan als geheel verslechtert waardoor deze in één keer gekapt en vervangen dient te worden. De impact op de omgeving en de biodiversiteit van zo’n ingreep is enorm, dus dat is iets voorkomen dient te worden.
29 | 43
Witteveen+Bos | 136108/24-007.500 | Definitief 03
De herinrichting van de Kleine Houtweg is een uitgelezen kans om de belangrijke en (deels) monumentale hoofdbomenstructuur te versterken en weer toekomstbestendig te maken. Om een goede beoordeling van de bestaande situatie te krijgen is er een bomeninventarisatie (VTA) uitgevoerd. De conclusies van de inventarisatie zijn omschreven in hoofdstuk 4.5 van deze rapportage. De rapportage zelf bevat een aantal kaarten met nauwkeurige omschrijvingen van beheersmaatregelen (begeleidingssnoei, onderhoudssnoei, rooien of verwijderen stobben) welke worden geadviseerd. Voor het ontwerp van de Kleine Houtweg wordt geadviseerd rekening te houden met de volgende maatregelen.
Tabel 5.1 Voorgestelde maatregelen voor bomen in het projectgebied Id
Maatregel
01
Uitgangspunt is dat alle bomen in het projectgebied behouden blijven in het nieuwe ontwerp.
02
Om aan de zorgplicht van de Gemeente te voldoen wordt geadviseerd om de snoeimaatregelen uit de bomeninventarisatie VTA uit te voeren. In de rapportage wordt ook geadviseerd een aantal bomen te rooien of stobben te verwijderen. Dit dient in overleg met een ecoloog besproken te worden. Dood hout is ook van ecologische waarde, en indien er geen direct gevaar is voor (toekomstige) gebruikers hoeft rooien niet direct noodzakelijk te zijn.
03
Bij de bomen met een matig of slechte toekomstverwachting wordt geadviseerd te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor (plaatselijke) groeiplaatsverbetering. Dit kan door het creëren van meer groeiruimte, of door het verbeteren van de groeiplaats door ontluchting of het toevoegen van organisch materiaal of meststoffen. Verbetering of vergroting van de groeiplaats zou de toekomstverwachting van de boom kunnen verbeteren.
04
Geadviseerd wordt om in de ontwerpfase een boom effecten analyse (BEA) uit te voeren. Deze analyse toetst het effect van projectplannen op bomen in en in de omgeving van het projectgebied (ook van bijvoorbeeld bemalingen).
05
Indien er in het nieuwe ontwerp ruimte ontstaat voor de aanplant van nieuwe bomen dient dit aangegrepen te worden. Zo kunnen gaten in de bomenlanen opgevuld worden met nieuwe aanplant. Bij de sortimentskeuze die gemaakt wordt dient rekening gehouden met de eisen uit beleid en participatie.
06
In de aanbesteding en uitvoering wordt aanbevolen extra aandacht te hebben voor bescherming van bestaande bomen. Het graven van proefsleuven, bescherming van de stam, zorgvuldige opslag van materieel, (graaf)begeleiding door een deskundige zijn werkzaamheden die noodzakelijk zijn om de bestaande boomstructuur te beschermen.
Overige beplantingen Voor de inrichting van de bermen en eventueel (vrijkomende) groenzones in het projectgebied is al een aanzet gedaan in het beheerplan van de Haarlemmerhout en Frederikspark (2023-2033). In de definitiefase is het te vroeg om aan een beplantingsplan te werken, maar in de ontwerpfase kan invulling gegeven worden aan de verschijningsvorm van groen in bermen, plantvakken, bosvakken etc. Naast dat het beplantingsplan moet voldoen aan de eisen die zijn gesteld in de verschillende beleidsstukken, zijn er ook een aantal stakeholders die zich moeten kunnen vinden in het beplantingsplan, zoals de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE), de adviescommissie Haarlemmerhout en Frederikspark en het Haarlemse Platform Groen. Advies is dan ook om deze stakeholders te (blijven) betrekken bij het plan en bij de uitwerking van het beplantingsplan. Hierbij is het eerder genoemde beheerplan een goede leidraad. Voor de vergroening van het pleintje ter plaatse van Kleine Houtweg huisnummer 85 t/m 99 is het voorstel om de directe bewoners mee te laten denken over de invulling van het ontwerp en het beplantingsplan. Dit kan gedaan worden door deze groep mee te laten denken d.m.v. participatie in de ontwerpfase.
30 | 43
Witteveen+Bos | 136108/24-007.500 | Definitief 03
6 WEGINFRASTRUCTUUR 6.1
Huidige situatie
De huidige situatie van de wegindeling is op te delen in een noordelijk deelgebied en een zuidelijk deelgebied (zie afbeelding 1.3). Het noordelijk deelgebied bestaat uit een trottoir langs de gevels met een variërende breedte (onder andere omdat de gevels en de erfafscheidingen verspringen). Na het trottoir volgt een rijbaan met een breedte van minimaal 7,00 m tot soms wel 8,00 m (zie afbeelding 6.1). De rijbaan wordt in twee richtingen gebruikt door gemotoriseerd verkeer en fietsers en is uitgevoerd in zwart asfalt. Het zuidelijk deelgebied bestaat uit twee losse rijbanen met een laan van lindebomen ertussen. De westelijke rijbaan (rijrichting noord-zuid) is gelegen tegen het park de Haarlemmerhout. De oostelijke rijbaan (rijrichting zuid-noord) is gelegen tegen de woonwijk en appartementen. De westelijke rijbaan heeft een breedte van ongeveer 6,00 m en is uitgevoerd in zwart asfalt. De breedte is inclusief een fietssuggestiestrook van 2,00 m breed. De oostelijke rijbaan heeft een breedte van ongeveer 5,50 m en is ook uitgevoerd in zwart asfalt. Ook deze breedte is inclusief een fietssuggestiestrook van 2,00 m breed. De beide wegen komen in de zuidelijke bocht samen (zie afbeelding 6.2) tot een rijbaan in twee richtingen met een breedte van 10,50 m (inclusief fietsstroken).
Afbeelding 6.1 Huidig profiel noordelijk deelgebied
31 | 43
Witteveen+Bos | 136108/24-007.500 | Definitief 03
Afbeelding 6.2 Huidig profiel zuidelijk deelgebied
6.2
Ontwerpadvies
Het uitgangspunt voor de toekomstige situatie is dat de maximumsnelheid op de gehele Kleine Houtweg verlaagd wordt naar 30 km/u (ETW 30 km/u). Daarnaast is het uitgangspunt dat noordelijke deel van de Kleine Houtweg ter hoogte van de Kamperlaan/N205 wordt geknipt voor gemotoriseerd verkeer. Dit houdt in dat gemotoriseerd verkeer het noordelijk deel alleen nog kan bereiken via bijvoorbeeld de Rustenburgerlaan. Fietsverkeer kan nog wel van/naar de Kamperlaan/N205 afslaan of oversteken. Er zijn vier mogelijke varianten voor het wegprofiel: - variant 1: één rijbaan met gemengd verkeer; - variant 2: één rijbaan met fietsstroken; - variant 3: fietsstraat; - variant 4: rijbaan met vrij liggend fietspad. Deze vier varianten zijn voor het noordelijke en zuidelijke deel afzonderlijk van elkaar afgewogen. Hierbij is gekeken naar verschillende beoordelingsaspecten zoals intensiteit, inpasbaarheid en ruimte voor groen. In de volgende paragrafen zijn de varianten per wegvak beoordeeld. Per variant volgt een korte toelichting van de beoordeling. In tabel 6.1 en 6.2 zijn de beoordelingen samengevat.
6.2.1
Noordelijk deelgebied
Variant 1 Fietsers op de rijbaan Een gemengde rijbaan (ETW 30 km/u) voor zowel fietsers als motorvoertuigen is mogelijk, al voegt dit verder weinig toe aan het wegbeeld. Dit alternatief past echter wel goed bij de inrichting als 30 km/u-weg (ETW). De aanwezige intensiteiten staan dit profiel ook doe, en dit alternatief neemt ten opzichte van de andere alternatieven weinig ruimte in beslag. Aangezien het noordelijke deel van de Kleine Houtweg als eenrichtingsweg zal worden uitgevoerd, kent dit alternatief ook een prima verkeersveiligheidsniveau. Het is niet ideaal, maar in verband met de laag verwachte verkeersintensiteit is dit een mogelijk alternatief. Variant 2 Rijbaan met fietsstroken Een rijbaan met fietsstroken zou qua intensiteit goed kunnen. Dit alternatief zou echter meer ruimte in beslag nemen dan andere alternatieven, waardoor dit een minder relevant alternatief is. De ruimte is echter wel aanwezig. Ook geldt dat een rijbaan met fietsstroken geen beeld wekt van een 30 km/u-weg. Automobilisten zouden hier eerder geneigd zijn om harder dan toegestaan te rijden. Variant 3 Fietsstraat Dit stuk wegvak voldoet aan de minimale hoeveelheid fietsers met zijn 1.300 fietsers/etmaal. Met een mvt-intensiteit van 1.399 mvt/etmaal is ook te stellen dat - bij benadering - geldt dat fiets ≥ auto.
Aangezien de Kleine Houtweg aan een hoofdfietsroute zal komen te liggen, zou het aandeel fietsverkeer hoger moeten liggen (factor twee tot vier meer fietsers dan auto’s). Advies is om te kijken naar hoe de wegbeheerder de fietsintensiteit kan verhogen, maar ook om met name te kijken naar hoe de wegbeheerder de mvt-intensiteit kan verminderen. Als hieraan wordt gewerkt, is een fietsstraat mogelijk. Vanuit het beleid van de gemeente is een fietsstraat ook wenselijk. Wel dient de Kleine Houtweg dan volledig ingericht te worden als 30 km/h-weg. Omdat de HIOR vanuit de gemeente dit ook al voorschrijft, is dit geen probleem. De HIOR vanuit de gemeente stelt 3,0 m voor als breedte rijloper met hiernaast twee rabatstroken van 0,40 m. Er is in de huidige situatie in totaal gemiddeld 11 m aanwezig (minimaal aanwezig inclusief trottoirs), dus er is genoeg ruimte beschikbaar. Vanuit de gemeente zijn plannen om dit stuk wegvak doodlopend te maken en om de aansluiting met de VRI voor autoverkeer te verwijderen. Dit zal de verkeersveiligheid sowieso verhogen, al blijft een fietsstraat wel het voorkeursalternatief. Het beleid vanuit de gemeente prefereert ook een fietsstraat op dit stuk wegvak, waardoor dit het voorkeursalternatief is.
32 | 43
Witteveen+Bos | 136108/24-007.500 | Definitief 03
Afbeelding 6.3 Aanbevolen rijbaanbreedtes voor fietsstraten (Fietsberaadnotitie CROW, maart 2019)
Variant 4 Rijbaan met losliggend fietspad Losliggende fietspaden is qua verkeersintensiteit niet nodig. Verder neemt dit alternatief dermate veel ruimte in beslag, dat het geen realistische oplossing is. Hiervoor zou dan veel (extra) verharding moeten worden aangebracht, wat niet bijdraagt aan de duurzaamheidsambities van de gemeente.
Tabel 6.1 Overzicht beoordeling varianten noordelijk deelgebied Variant 1 Fietsers op rijbaan
Variant 2 Rijbaan met fietsstroken
Variant 3 Fietsstraat
Variant 4 Rijbaan met vrijliggend fietspad
past bij (fiets)beleid/richtlijnen
+/-
+/-
+
+/-
intensiteit
+
+
+
+/-
inpasbaarheid
+
+/-
+
_
verkeersveiligheid
+
+/-
+
+
ruimte voor groen
+
+/-
+
-
cultuurhistorie
+
-
-
-
Conclusie Uit het beleidsplan van de gemeente Haarlem kan geconcludeerd worden dat de nieuwe inrichting van de Kleine Houtweg volledig als een 30 km/u-weg zal worden uitgevoerd. Het wegvak Rustenburgerlaan/Frederikspark - N205 kan worden ingericht als fietsstraat. Er dient hierbij wel rekening gehouden te worden met de parkeervraag bij dit stuk wegvak: dit is nu nog te hoog (bezettingsgraad tegen de 100 %). Dit dient verminderd te worden. Ook is de huidige verkeersintensiteit aan de hoge kant (1.399 mvt/etm). Dit kan in combinatie met het verlagen van de parkeervraag worden verlaagd. Er zijn plannen om van dit stuk wegvak een doodlopende straat te maken. Dit zal bijdragen aan de verkeersveiligheid en aan de gewenste verlaging van de bezettingsgraad. Een fietsstraat sluit goed aan in de omgeving, doordat het wegvak noordelijk van dit stuk wegvak al is uitgevoerd als fietsstraat. Door een fietsstraat aan te leggen, wordt de fiets zeer prominent, wat passend is bij het beleid vanuit de gemeente en het Hoofdnet Fiets. Dit alternatief is dan ook het voorkeursalternatief.
33 | 43
Witteveen+Bos | 136108/24-007.500 | Definitief 03
Materialisering van de fietsstraat Fietsstraten worden in de regel uitgevoerd in rood asfalt, en dat is ook wat het fietsbeleid en de HIOR voorschrijven. Het rode asfalt is voor fietsers comfortabel in gebruik en herkenbaar als fietsstraat voor fietsers en andere weggebruikers. Het toepassen van rood asfalt draagt echter niet bij aan de monumentale waarde van de plek. Tevens is het rode asfalt niet klimaat adaptief en is het niet of zeer gering her te gebruiken. Binnen dit project kan van de HIOR worden afgeweken, omdat het gehele project valt binnen het beschermd stadsgezicht van de Gemeente Haarlem. Er is een tweede variant voor de materialisatie te benoemen voor een fietsstraat in het noordelijk deelgebied. Met een goede argumentatie mag de fietsstraat ook worden uitgevoerd in gebakken klinkers. Een argumentatie voor gebakken klinkers zou kunnen zijn: In een stad van monumentale allure en in het bijzonder in dit deel van de stad: met beschermd stadsgezicht en grenzend aan een groen rijksmonument (het Frederikspark), draagt rood asfalt niet bij aan de monumentale waarde van de plek. Het toepassen van comfortabele gebakken klinkers is dan een (erfgoed)waardig alternatief. Dit is een elementenverharding met label EQ+, wat inhoudt dat deze wordt gebakken met zeer kleine maattoleranties waardoor deze stenen zeer strak tegen elkaar aan te straten zijn.
Dit leidt tot een strakke voeg en weinig trillingen voor weggebruikers. De straat gaat met klinkers een wezenlijk onderdeel vormen van het monumentale geheel. Bijkomend voordeel is dat klinkers ook bijdragen aan klimaatadaptiviteit (regenwater kan er gedeeltelijk doorheen zakken), circulariteit en duurzaamheid (bij hergebruik van de klinkers in de toekomst). De beoordeling van de materialisatie (klinkers versus asfalt) voor de fietsstraat in het noordelijk deelgebied is weergegeven in tabel 6.2
Tabel 6.2 Overzicht conclusies materialisatie wegvak noordelijk deelgebied Fietsstraat comfortabele klinkers
Fietsstraat rood asfalt
Draagt bij aan beschermd stadsgezicht/erfgoedwaarde
+
-
Klimaat adaptief
+ (waterdoorlatend door de voegen)
-
Circulair/her te gebruiken
+
-
Draagt bij aan veiligheid fietser
+
+
Ruimte voor de fietser
+
+
Comfortabel voor fietser
+/-
+
Herkenbaar als fietsroute
-
+
34 | 43
Witteveen+Bos | 136108/24-007.500 | Definitief 03
6.2.2
Zuidelijk deelgebied
Variant 1 Fietsers op de rijbaan De CROW schrijft de volgende afmetingen voor voor erftoegangswegen (hierna ETW’s te noemen):
Afbeelding 6.4 Ontwerpvoorschriften ETW (CROW ASVV H11.2, 2021)
Een gedeelde rijbaan ETW heeft een ideale wegbreedte van 5,80 m (zie afbeelding 6.4). Minimaal geldt 4,80 m. Met een profielbreedte onder de 5,50 m kan de rijweg blijven binnen de contouren van de bestaande verharding en zijn conflicten met (wortels van) bestaande (deels) monumentale bomen niet waarschijnlijk. Een gemengd profiel in klinkers past goed bij de wegcategorisering ETW binnen de bebouwde kom. Voorrangssituaties zijn hiermee duidelijk voor weggebruikers, namelijk rechts gaat voor (en bij de uitritten kan gebruik worden gemaakt van uitritconstructies conform detail HIOR). Fietsbeleid schrijft voor dat routes in het hoofdnet voor fietsers extra comfortabel gemaakt dienen te worden, bijvoorbeeld door rijlopers in asfalt. Alleen als de lokale situatie daarom vraagt kan hiervan (in beschermd stadsgezicht) worden afgeweken. Met een goede toelichting zou variant 1 dus passen bij het (fiets)beleid en richtlijnen. De HIOR schrijft hierin wel het volgende voor: Indien voor een deel van het fietsnetwerk de afweging wordt gemaakt elementenverharding toe te passen (in gebieden met beschermd stadsgezicht en in sommige woonstraten) dan wordt voor een straatbaksteen met label EQ+ gekozen. EQ+ stenen zijn strak tegen elkaar aan te straten, met minimale voeg zodat trillingen minimaal zijn.
Een nadeel aan deze variant is dat, met het in achtneming van het dwarsprofiel gegeven in afbeelding 6.5, dit een lagere verkeersveiligheid heeft dan een rijbaan met vrijliggend fietspad. Omdat autoverkeer niet de mogelijkheid heeft om elkaar tegelijkertijd te passeren, moeten deze wachten achter fietsverkeer en zoeken naar een veilig moment om in te gaan halen. Als de fietsintensiteit van dit stuk wegvak groot is, zal dit voor belemmering zorgen in de doorstroming van het autoverkeer en de verkeersveiligheid verminderen. De gemeten fietsintensiteit (zie tabel 4.4) van dit wegvak is echter relatief laag.
35 | 43
Witteveen+Bos | 136108/24-007.500 | Definitief 03
Afbeelding 6.5 Gedeelde rijbaan breedte 5,40 m
Variant 2 Rijbaan met fietsstroken
Afbeelding 6.6 Opbouw dwarsprofiel ETW 30 km/u met fietsstroken
Een rijbaan met tweerichtingsverkeer voor zowel auto- als fietsverkeer én fietsstroken aan beide helften van de weg wordt bij een ETW wegcategorisering in principe niet voorgeschreven. Hiermee wordt meer de suggestie gewekt van een GOW wegcategorisering (welke ook wel in 30 km/u uitgevoerd kan worden). Voor het toepassen van fietsstroken geldt een minimale profielbreedte van 5,80 m. Deze breedte valt buiten de contouren van de bestaande verharding. De variant lijkt mogelijk met de beschikbare ruimte, al dient wel
36 | 43
Witteveen+Bos | 136108/24-007.500 | Definitief 03
goed onderzocht te worden of de bestaande bomen hiermee behouden kunnen worden. Indien het inpasbaar is binnen het landschap om dit zo aan te leggen, is een rijbaan met fietsstroken en mogelijk alternatief. Een nadeel hieraan is echter dat, met het in achtneming van het dwarsprofiel gegeven in afbeelding 6.6, dit een lagere verkeersveiligheid heeft dan een rijbaan met vrijliggend fietspad. Omdat autoverkeer niet de mogelijkheid heeft om elkaar tegelijkertijd te passeren, moeten deze wachten achter fietsverkeer en zoeken naar een veilig moment om in te gaan halen. Als de fietsintensiteit van dit stuk wegvak groot is, zal dit voor belemmering zorgen in de doorstroming van het autoverkeer en de verkeersveiligheid verminderen. De gemeten fietsintensiteit (zie tabel 4.4) van dit wegvak is echter relatief laag. Variant 3 Fietsstraat Dit wegvak voldoet met zijn 3.252 mvt/etmaal en slechts 453 fietsers/etmaal niet aan de richtlijnen vanuit het CROW. Op verschillende punten lijkt het hierdoor ook geen realistische optie om hier een fietsstraat van te maken. Er dient dus gekeken te worden naar één van de andere alternatieven. Een maximumsnelheid van 30 km/h, en een daarbij behorende inrichting lijkt een realistische oplossing. Ook in verband met het beleid vanuit de gemeente, waarin staat dat zoveel mogelijk wegen een maximumsnelheid van 30 km/h dienen te krijgen.
Variant 4 Rijbaan met vrij liggend fietspad In verband met de hoge verkeersintensiteit en het belang van de doorstroming voor zowel fiets- als autoverkeer is een rijbaan met één of meerdere vrij liggende fietspaden een realistische optie. Een gemengd profiel zou de verkeersveiligheid niet bevorderen. De HIOR heeft verschillende profielen opgesteld voor zo’n uitvoering. Het enige aandachtspunt is wel dat een losse rijbaan met vrijliggende fietspaden voor een 30 km-h/weg in principe niet nodig is. Om de verwachte fietsintensiteit goed en veilig op te kunnen vangen, en om de doorstroming te voorkomen, is dit wel mogelijk. Door het vereiste ruimtegebrek is bij dit alternatief echter minder ruimte voor groen. De andere alternatieven nemen minder ruimte in beslag.
Tabel 6.3 Overzicht beoordeling varianten zuidelijk deelgebied Variant 1 Fietsers op rijbaan
Variant 2 Rijbaan met fietsstroken
Variant 3 Fietsstraat
Variant 4 Rijbaan met vrijliggend fietspad
past bij (fiets)beleid/richtlijnen
+/-
+
+
+/-
intensiteit
+
+
-
+
inpasbaarheid
+
+/-
+
+
verkeersveiligheid
+/-
+/-
+/-
+
ruimte voor groen
+
+
+
+/-
cultuurhistorie
+
+/-
-
-
Conclusie Variant 1 is een mogelijke optie. Dit gemengde profiel zou - indien deze wordt uitgevoerd met klinkerverharding - goed passen bij de gekozen wegcategorisering (ETW). Ook past dit profiel goed bij het herstel van het monumentale karakter dat met de herinrichting wordt beoogd. Verder zou de voorrangsregeling hier beter en duidelijker te realiseren zijn: rechts heeft namelijk voorrang en er zijn geen belijningen of haaientanden noodzakelijk. Een nadeel bij deze variant is echter dat er een kans is op parkerende auto’s op de rijbaan en dat de (klinker-)verharding op zich niks toevoegt aan de verkeersveiligheid voor fietsers. Een oplossing hiervoor zou kunnen zijn dat de bestaande parkeerverbodszone van de binnenstad een klein stukje wordt uitgebreid naar het zuiden waarmee parkeren buiten de vakken verboden zou worden. Variant 2 zou kunnen, al zou dit voor mogelijke onduidelijkheden kunnen zorgen bij weggebruikers: zo’n profiel past eigenlijk niet bij een 30 km/u-weg. Ook zullen automobilisten dan moeten wachten achter
37 | 43
Witteveen+Bos | 136108/24-007.500 | Definitief 03
fietsers, om dan vervolgens een punt te vinden om veilig in te kunnen halen. Dit kan voor onverwachte bewegingen en onveiligheid zorgen. Ook zou (rood) asfalt minder goed passen bij het herstel van het monumentale karakter dat met de herinrichting wordt beoogd. Wel zouden de fietsstroken automatisch zorgen voor een parkeerverbod aan de Kleine Houtweg, omdat deze een juridische status hebben. Variant 4 biedt de meeste verkeersveiligheid, maar zorgt voor meer verhard oppervlak. Vanuit de gemeente is de vraag gekomen om zo min mogelijk ruimte in beslag te nemen. In dit geval zou het alternatief met één gemengde rijbaan gekozen worden. Dit is vanuit een verkeerskundig oogpunt niet wenselijk: dit is uiteindelijk een politieke keuze binnen de gemeente om te bepalen. Aangezien het aantal fietsers beperkt is op dit stuk wegvak, is dit echter wel een mogelijke oplossing. Al met al is variant 1 (gemengde rijbaan voor auto- en fietsverkeer) het voorkeursalternatief. Deze kent de meeste voordelen en sluit het beste aan bij de visie vanuit de gemeente.
38 | 43
Witteveen+Bos | 136108/24-007.500 | Definitief 03
7 RIOLERING 7.1
Huidige situatie
In de huidige situatie bevindt zich niet overal in het projectgebied riolering. In de open data van Gemeente Haarlem is te zien dat in het deel van het projectgebied dat ten noorden van de Kamperlaan ligt een gemengd stelsel aanwezig is, welke bestaat uit een ongewapende betonbuis, type ei 400/600, aangelegd in het jaar 1958. In beschikbare kwaliteitsmetingen (KIC2022 Riolering Haarlem) is te zien dat de conditie van deze rioolstreng als ‘matig’ wordt beoordeeld. Voor de woningen met huisnummer 85 t/m 99 ligt ook een kleinere parallelstreng van het gemengd stelsel, welke bestaat uit een ongewapende betonbuis, type ei 300/450, ook aangelegd in het jaar 1958. In beschikbare kwaliteitsmetingen (KIC2022 Riolering Haarlem) is te zien dat de conditie van deze rioolstreng als ‘goed’ wordt beoordeeld. In het deel van het projectgebied dat ten zuiden van de Kamperlaan ligt is ten dele een gemengd stelsel aanwezig. Dit stelsel ligt vlak langs de kadastrale grens van het gemeentelijk eigendom en begint ter hoogte van de kruising Kamperlaan als een grote ongewapende betonbuis, type ei 500/750 welke geleidelijk kleiner wordt tot een ongewapende betonbuis rond 250 ter hoogte van de entree van zorglocatie Spaar en Hout (Pro Senectute). De lengte van dit stelsel is totaal zo’n 220 m. Opvallend is dat er zuidelijker in het projectgebied geen riolering meer aanwezig is.
De appartementencomplexen en midgetgolfbaan die zuidelijker liggen zijn aangesloten middels een gemengd stelsel in de Oosterhoutlaan en Hildebrandlaan, welke geen onderdeel zijn van het projectgebied.
7.2
Aanvullende uitgangspunten
Voor het rioolontwerp zijn de volgende uitgangspunten van toepassing: - al het ‘schone’ regenwater en drainagewater dient te worden ingezameld en gedoseerd/vertraagd afgevoerd te worden naar het oppervlaktewater of te infiltreren in de bodem; - een riool/drainage ontwerp/project mag geen nadelige invloed in hebben op de (directe) omgeving, afwentelen op de omgeving is niet toegestaan; - geen water-op-straat bij bui09 vanuit het gemengd stelsel; - geen water-op-straat bij bui09 bij het ontwerp van een nieuw hemelwaterstelsel; - bij het ontwerpen van de maatregelen wordt de verharding als volgt aangesloten op de riolering: · wegverharding wordt voor 100 % aangesloten op een hemelwatervoorziening; · daken van woningen met inpandige hemelwaterafvoer worden niet aangesloten op een hemelwatervoorziening en blijven afvoeren op het gemengde stelsel; · daken van woningen met een hemelwaterafvoer tegen de gevel worden voor 50 % afgekoppeld - geen schade aan panden bij extreme neerslag (70 mm/h en 90 mm/h); - voor de berekening van de risicopanden wordt uitgegaan een dorpelhoogte van 10 cm; - tijdelijke (= max 6 uur) berging van water op eigen terrein, maaiveld of in de openbare ruimte is tijdens extreme neerslag (>bui 9 uit de leidraad riolering toegestaan). Een overschot aan regenwater mag tijdens extreme neerslag ook via bovengrondse stroombanen afvoeren naar open water, bestaande
39 | 43
Witteveen+Bos | 136108/24-007.500 | Definitief 03
-
stroombanen mogen niet verstoort worden door het project. Haarlem en Zandvoort volgen het landelijk beleid, regenwater dient bij voorkeur geïnfiltreerd te worden daarna volgen, bergen en als laatste afstromen; geen schade aan vitale infrastructuur bij extreme neerslag (90 mm/h); de minimale gronddekking op de riolering is 1,2 m; de minimale leidingdiameter betreft Ø 300 mm; de ontwatering van de wegen is 1 m, indien dit niet haalbaar is kan er worden afgeweken naar een minimale ontwatering van 70 cm. Afbeelding 7.1 geeft voor de volledigheid de definitie van de ontwatering.
Afbeelding 7.1 Definitie ontwateringsdiepte
Daarnaast zijn de eisen uit het document ‘Gemeentelijke eisen voor de aanleg van riolerings- en drainagestelsels in Haarlem en Zandvoort, 27 oktober 2022’ van toepassing.
7.3
Ontwerpadvies
Voor het project is door Witteveen+Bos een rioleringsadvies opgesteld. De conclusies uit de rapportage zijn als volgt en kunnen worden gebruikt als ontwerpadvies bij de PVE-schets. Door de ontwikkelingen betreft het afkoppelen van wijken in de omgeving, wordt het gemengd stelsel in de omgeving van de Kleine Houtweg ontlast. De afname van verhard oppervlak zorgt tevens voor een ontlasting van het gemengd stelsel. In de huidige situatie is er geen riolering aanwezig in het zuidelijk deel van de Kleine Houtweg. Omdat de Kleine Houtweg niet maatgevend is voor de aanleg van een hemelwaterstelsel in de omgeving (in context met de aanliggende wijken) wordt geadviseerd om geen separate hemelwaterriolering aan te leggen ter plaatse van de Kleine Houtweg. Het advies is om het deel van de Houtweg ten zuiden van de Spijkermanslaan, waar geen gemengde riolering aanwezig is, oppervlakkig af te laten stromen naar de berm en daar middels infiltratiestroken te infiltreren. In de rioleringsrapportage is berekend wat de afmetingen van de infiltratiestroken moeten zijn. Er is een voorstel gedaan voor de ruimtelijke inpassing van de infiltratiestroken. Daarbij is het van belang in de ontwerpfase de infiltratiecapaciteit van de bodem ter plaatse te controleren.
40 | 43
Witteveen+Bos | 136108/24-007.500 | Definitief 03
8 VRAAGSTUKKEN EN CONCLUSIE 8.1
Vraagstukken
De volgende ontwerpafwegingen zijn voor het project van invloed. Voor het overzicht wordt ook hier onderscheid gemaakt in het noordelijk deel projectgebied (tabel 8.1) en het zuidelijk deel projectgebied (project 8.2).
Tabel 8.1 Vraagstukken project (noordelijk deelgebied) Vraagstuk
Beschrijving
Weginrichting en mobiliteit
De huidige rijbaan is ingericht als een rijweg twee richtingsverkeer met een maximumsnelheid van 50 km/u en een breedte van ongeveer 7,00 m. Deze afmeting is erg breed voor het huidige en beoogd toekomstig gebruik van de weg. Onderdeel van het project is het versmallen van de rijbaan en het inrichten van het profiel conform ‘hoofdnet fiets’ zoals vastgesteld in het mobiliteitsbeleid Gemeente Haarlem. Verkeerstellingen van het huidig gebruik wijzen uit dat de straat in te richten is als fietsstraat. De richtlijnen van CROW kunnen gebruikt worden om te bepalen welke profielbreedte bij de fietsstraat past.
Afsluiting noordelijke tak vanaf kruising Kamperlaan
De gemeente Haarlem streeft ernaar om (binnen het kader van het vastgestelde Mobiliteitsplan 2021) het autoverkeer in de stad zoveel mogelijk weg te houden uit de binnenstad en de schil rondom de binnenstad. Onderdeel van dit streven is het concentreren van oost-westverkeer ten zuiden van de binnenstad op de N205 en te voorkomen dat dit verkeer door de wijken blijft rijden. In april 2021 is hiervoor de studie Quick Scan N205 Haarlem van studio bereikbaar verschenen. In die studie zijn voorstellen gedaan voor herinrichting van de N205 kruisingen. In een notitie van Witteveen+Bos (d.d. 21 november 2021) zijn de voorstellen voor de herinrichting van de kruisingen verder uitgewerkt. Onderdeel van de herinrichting van de kruising met de Kleine Houtweg is een afsluiting voor autoverkeer van de noordelijke tak Kleine Houtweg. Nadere detaillering en onderzoek moet uitwijzen wat deze afsluiting oplevert en hoe deze geïntegreerd kan worden in het project Kleine Houtweg.
Inrichting ‘pleintje’ ter hoogte van huisnummer 85 t/m 99
Met de grote versmalling van de rijbaan ontstaat er veel ruimte voor nieuwe functies. Er bevinden zich een aantal parkeervakken waar betaald parkeren van toepassing is. De straat is een onderdeel van de hoofdbomenstructuur van Gemeente Haarlem (groenbeleidsplan). Er bevinden zich twee bomen op het pleintje waarvan één een grote witte paardenkastanje met een monumentale status. De conditie en de toekomstverwachting van de boom worden beoordeeld als matig. Er is voldoende ruimte voor een nieuw en integraal ontwerp van dit stukje projectgebied. Voor het pleintje wordt voorgesteld om een aanzet voor een ontwerp te doen in de PVE-schets. In de volgende fase (ontwerpfase) is dit een geschikte plek om bewoners te betrekken bij de verdere uitwerking van het ontwerp.
Parkeren doodlopende straat
In het parkeerdrukonderzoek komt naar voren dat de parkeerplaatsen op deze locatie veel gebruikt worden. De grote breedte van het profiel maakt het mogelijk om de openbare ruimte in te richten voor voetgangers, fietsers en groen, maar ook voor (geparkeerde) auto’s. Het is dan ook de wens de bestaande parkeerplaatsen terug te brengen in het nieuwe ontwerp.
41 | 43
Witteveen+Bos | 136108/24-007.500 | Definitief 03
Vraagstuk
Beschrijving Het is een uitdaging om een veilig ontwerp te maken op een plek waar een fietsstraat, een doodlopende (rij)weg en parkeerplaatsen samen ingepast dienen te worden.
Tabel 8.2 Vraagstukken project (zuidelijk deelgebied) Vraagstuk
Beschrijving
weginrichting en mobiliteit
De huidige situatie is ontstaan door de grote wegverbreding uit de jaren 50 die achteraf gezien overbodig was. De Kleine Houtweg is in het nieuwe wegcategoriseringsplan van Haarlem aangewezen als erftoegangsweg (ETW) 30 km/u. De Kleine Houtweg is in het fietsmobiliteitsplan aangewezen als hoofdnet fiets. Dit zijn belangrijke fietsroutes die gebruikt worden door alle soorten fietsers. Het beleid schrijft voor dat het hoofdnet fiets voor fietsers extra comfortabel gemaakt wordt, bijvoorbeeld door fietsstroken in asfalt. Alleen als de lokale situatie daarom vraagt kan (in beschermd stadsgezicht) hiervan worden afgeweken. De Kleine Houtweg valt binnen de zone beschermd stadsgezicht. Het vraagstuk hierin is welke variant (zie hoofdstuk 6.2.2) de voorkeur heeft vanuit het projectteam en de stakeholders.
groenstructuur
Het behouden en waar mogelijk verbeteren van de bestaande groenstructuur is een belangrijk uitgangspunt voor het ontwerp. Dit kan soms conflicteren met het aanbrengen van funderingen ten behoeve van nieuwe verhardingen. Er liggen veel kansen voor het versterken van de groenstructuur binnen het projectgebied. Het zal een uitdaging zijn dit goed te combineren met kabels en leidingen (bestaand en nieuw) en het nieuwe wegprofiel.
cultuurhistorie
De onderhoudsbehoefte van de Kleine Houtweg vormt een uitgelezen kans om een ingreep uit het verleden, namelijk de verdubbeling van rijbanen, goed te maken die achteraf overbodig was, en zodoende het oorspronkelijke besloten laanprofiel van de Kleine Houtweg te herstellen. Vanuit meerdere gezichtspunten wordt dan de samenhang in het gebied weer gerepareerd: 1 het hele zuidelijke deel van de Kleine Houtweg komt weer in lijn te liggen met het noordelijk deel, waardoor de gebruiker van deze weg de eenheid van de verbinding sterker ervaart. Bovendien wordt de verstoring van de cultuurhistorische waarde van de weg als lange lijn tussen de stadskern en de Hout verholpen 2 de verstoorde relatie tussen het bos- en parkgebied van de Hout (waar de Kleine Houtweg toe behoort) en het oude landgoederengebied ten oosten van de Kleine Houtweg wordt hersteld 3 de verschillende cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en locaties langs de weg komen beter tot hun recht wanneer hun historische ruimtelijke context (gedeeltelijk) terugkeert.
8.2
Conclusie
Noordelijk deelgebied Voor het noordelijk deelgebied onderbouwen de verkeerstellingen dat dit gedeelte van het projectgebied geschikt is om in te richten als fietsstraat. Het fietsbeleid van Gemeente Haarlem ondersteunt deze keuze. Voor het ontwerp dient onderzocht te worden hoe deze fietsstraat goed ingepast kan worden, welke rijbaanbreedte past bij de gemeten intensiteiten, en wat er gedaan kan worden met de (vele) ruimte die overblijft na het inpassen van de rijbaan. Voor het toewijzen van ruimteclaims in de openbare ruimte dient gebruik gemaakt te worden van de afwegingsmethodiek uit de SOR, waarbij het beschermen en versterken van de groenstructuur de hoogste, en de benodigde ruimte voor objecten en parkeren de laagste prioriteit krijgt. Daarnaast dient de afsluiting van de noordelijke tak vanaf de kruising Kamperlaan verder onderzocht te worden. Wat levert deze maatregel op voor de doorstroom N205, hoe kan het noordelijke deelgebied goed ingericht worden als doodlopende weg en hoe sluit de fietsstraat aan op de kruising met de stoplichten?
42 | 43
Witteveen+Bos | 136108/24-007.500 | Definitief 03
Zuidelijk deelgebied Voor het zuidelijk deelgebied zijn meerdere uitwerkingen denkbaar. De afwaardering naar een erftoegangsweg 30 km/u biedt mogelijkheden voor het sterk verminderen van het verhard oppervlak binnen het projectgebied. De twee losse rijbanen tussen de bomenlanen zijn niet meer nodig en beide rijrichtingen kunnen gecombineerd worden op één oostelijke rijbaan met een breedte tussen 4,80-5,80 m. Hiermee wordt het historische laanprofiel hersteld en wordt een grote strook openbare ruimte aan de parkzijde vrijgespeeld die kan worden ingericht voor andere doeleinden. Ook hierbij geldt dat voor het toewijzen van ruimteclaims gebruik gemaakt dient te worden van de afwegingsmethodiek uit de SOR, waarbij het beschermen en versterken van de groenstructuur de hoogste, en de benodigde ruimte voor objecten en parkeren de laagste prioriteit krijgt.
43 | 43
Witteveen+Bos | 136108/24-007.500 | Definitief 03
www.witteveenbos.com
II BIJLAGE: KLANT EIS SPECIFICATIES
Witteveen+Bos | 136108/24-007.495 | Bijlage II | Definitief 04
KLANTEISEN SPECIFICATIE
project
Kleine Houtweg
projectleider
RAAT2
opdrachtgever
Gemeente Haarlem
projectdirecteur
PATR
projectcode
136108
omgevingsmanager
HANP
status
Definitief
datum
24-5-2024
Naam Klantwens
Stakeholder
Klantwens
ID
Brondocument
Locatie
Object
Procesopdracht
Kleine Houtweg
Procesopdracht
Procesopdracht
Toelichting/ tegenstrijdigheid
Honoreringsadvies W+B
Honoreringsbesluit
Alle objecten
Akkoord
Akkoord
Kleine Houtweg
Alle objecten
Akkoord
Akkoord
Kleine Houtweg
Alle objecten
Akkoord
Akkoord
Het ontwerp dient de verkeersveiligheid van KE-001
Gemeente Haarlem
weggebruikers te waarborgen en waar mogelijk te verbeteren
KE-002
Gemeente Haarlem
KE-003
Gemeente Haarlem
Het ontwerp dient de fietsmobiliteit noord-zuid te versterken
Het ontwerp dient de historische structuren van de rijksmonumenten de Haarlemmerhout en het
hoofdboomstructuur te beschermen en waar mogelijk te
Procesopdracht
Kleine Houtweg
Groen
Akkoord
Akkoord
Procesopdracht
Kleine Houtweg
Alle objecten
Akkoord
Akkoord
Procesopdracht
Kleine Houtweg
Alle objecten
Akkoord
Akkoord
Kleine Houtweg
Alle objecten
Akkoord
Akkoord
versterken
KE-005
Gemeente Haarlem
KE-006
Gemeente Haarlem
KE-007
Gemeente Haarlem
Het ontwerp dient de klimaatbestendigheid van het gebied te vergroten
Het ontwerp dient de biodiversiteit van het gebied te versterken
In het nieuwe beleid is de Kleine Houtweg aangewezen als wegcategorisering erftoegangsweg (ETW) met een
Beleidsnotitie; Afweging 30 km/u
maximumsnelheid van 30 km/u. De weg dient als zodanig Haarlem d.d. 01-11-2023
Gemeente Haarlem
KE-012
Gemeente Haarlem
De inrichting van de openbare ruimte dient uit te nodigen Structuurvisie Openbare Ruimte om voor verplaatsingen in de wijk de fiets te gebruiken
Indien mogelijk dient het waternetwerk te worden uitgebreid en dient hemelwater geborgen te worden in het projectgebied
KE-013
Gemeente Haarlem
KE-014
Gemeente Haarlem
KE-015
Gemeente Haarlem
KE-016
Gemeente Haarlem
Gemeente Haarlem
KE-022
Gemeente Haarlem
KE-023
Gemeente Haarlem
Structuurvisie Openbare Ruimte (SOR)
Structuurvisie Openbare Ruimte
km/u
(SOR)
Kruispunten met verkeerslichten hebben maximaal twee
Structuurvisie Openbare Ruimte
opstelstroken voor autoverkeer
(SOR)
Kruispunten met verkeerslichten hebben voldoende
Structuurvisie Openbare Ruimte
opstelruimte voor fietsers en voetgangers
(SOR)
ruimte dient gebruik gemaakt te worden van de afwegingsmethodiek uit de SOR
KE-021
(SOR)
De maatgevende snelheid in de Kleine Houtweg is 30
Voor het toewijzen van ruimteclaims in de openbare
Structuurvisie Openbare Ruimte (SOR)
Opgaven en ruimteclaims in het ontwerp dienen integraal Handboek Inrichting Openbare afgewogen te worden
Ruimte (HIOR)
Ingetogen en logische inrichting; eenheid, samenhang en Handboek Inrichting Openbare continuïteit dienen terug te komen in het ontwerp
Reeds in de ontwerpfase dient rekening gehouden te worden met de drie-eenheid ontwerp, uitvoering en beheer
Het ontwerp dient de fietsmobiliteit noord-zuid te versterken
de Haarlemmerhout en het Frederikspark te behouden en waar
Ruimte (HIOR)
Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR)
Het ontwerp dient de bestaande groenstructuur te beschermen en waar mogelijk te versterken
Het ontwerp dient de klimaatbestendigheid van het gebied te vergroten
Het ontwerp dient de biodiversiteit van het gebied te versterken
In het nieuwe beleid is de Kleine Houtweg aangewezen als wegcategorisering erftoegangsweg (ETW) met een maximumsnelheid van 30 km/u. De weg dient als zodanig te worden ingericht.
te worden ingericht.
KE-011
waarborgen en waar mogelijk te verbeteren
mogelijk te versterken
Het ontwerp dient de bestaande groenstructuur en Gemeente Haarlem
Het ontwerp dient de verkeersveiligheid van weggebruikers te
Het ontwerp dient de historische structuren van de rijksmonumenten
Frederikspark te behouden en waar mogelijk te versterken
KE-004
Eistekst
Kleine Houtweg
Alle objecten
Akkoord
Akkoord
Kleine Houtweg
Alle objecten
Akkoord
Akkoord
Kleine Houtweg
Alle objecten
Akkoord
Akkoord
Kleine Houtweg
Alle objecten
Akkoord
Akkoord
Kleine Houtweg
Alle objecten
Akkoord
Akkoord
Kleine Houtweg
Alle objecten
Akkoord
Akkoord
Kleine Houtweg
Alle objecten
Akkoord
Akkoord
Kleine Houtweg
Alle objecten
Akkoord
Akkoord
Kleine Houtweg
Alle objecten
Akkoord
Akkoord
De inrichting van de openbare ruimte dient uit te nodigen om voor verplaatsingen in de wijk de fiets te gebruiken
Indien mogelijk dient het waternetwerk te worden uitgebreid en dient hemelwater geborgen te worden in het projectgebied
De maatgevende snelheid in de Kleine Houtweg is 30 km/u
Kruispunten met verkeerslichten hebben maximaal twee opstelstroken voor autoverkeer
Kruispunten met verkeerslichten hebben voldoende opstelruimte voor fietsers en voetgangers
Voor het toewijzen van ruimteclaims in de openbare ruimte dient gebruik gemaakt te worden van de afwegingsmethodiek uit de SOR
Opgaven en ruimteclaims in het ontwerp dienen integraal afgewogen te worden
Ingetogen en logische inrichting; eenheid, samenhang en continuïteit dienen terug te komen in het ontwerp
Reeds in de ontwerpfase dient rekening gehouden te worden met de drie-eenheid ontwerp, uitvoering en beheer
KLANTEISEN SPECIFICATIE
project
Kleine Houtweg
projectleider
RAAT2
opdrachtgever
Gemeente Haarlem
projectdirecteur
PATR
projectcode
136108
omgevingsmanager
HANP
status
Definitief
datum
24-5-2024
Naam Klantwens
Stakeholder
Klantwens
ID
Objecten in de openbare ruimte (bushokjes, KE-024
Gemeente Haarlem
afvalcontainers, schakelkasten, fietsparkeervoorzieningen etc.) dienen weloverwogen geplaatst te worden
KE-025
Gemeente Haarlem
Brondocument
Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR)
In alle straten wordt het HWA afgekoppeld, tenzij de
Handboek Inrichting Openbare
straat 8 meter of smaller is.
Ruimte (HIOR)
Locatie
Object
Kleine Houtweg
Alle objecten
Toelichting/ tegenstrijdigheid
Honoreringsadvies W+B
Honoreringsbesluit
Akkoord
Akkoord
Objecten in de openbare ruimte (bushokjes, afvalcontainers,
warmtenet zal komen dient bij de herinrichting van de Gemeente Haarlem
ondergrond rekening te worden gehouden met de te verwachte benodigde kabels en leidingen ten behoeve
Kleine Houtweg
K&L
Akkoord
Akkoord
Kleine Houtweg
K&L
Akkoord
Akkoord
Ruimte (HIOR)
woonstraten) dan wordt voor een straatbaksteen met label EQ+ gekozen. EQ+ stenen zijn strak tegen elkaar aan
Ruimte (HIOR)
Kleine Houtweg
Akkoord
K&L
Akkoord
Door aanleg van brede trottoirs en verbetering van de
aantrekkelijkheid van wandelroutes (waarbij specifiek Mobiliteitsbeleid
Kleine Houtweg
Akkoord
Alle objecten
Akkoord
name in de avonduren) dient voetgangersmobiliteit
zuidelijk deelgebied wordt onderbouwd afgeweken van het beleid en wordt een
liggende fietspaden. Ook overige routes in het hoofdnet dienen extra comfortabel gemaakt te worden, zoals een
Mobiliteitsbeleid
Kleine Houtweg
Alle objecten
fietsstraat, of rijlopers in asfalt, in plaats van een
Afwijzen
Afwijzen
Afwijzen
Afwijzen
Het noordelijk deelgebied wordt uitgevoerd als fietsstraat. In het noordelijk en zuidelijk deelgebied wordt onderbouwd afgeweken van het beleid en wordt een
uitgevoerd in een gesloten verharding zonder oneffenheden (asfalt of beton). Alleen in het centrum en
Houtweg is een bijzondere projectlocatie welke gelegen is binnen beschermd worden van de eisen in de HIOR.
Fietspaden, fietsstroken en fietsstraten worden in principe Gemeente Haarlem
fietsstraat en een gemengd profiel met klinkerverharding toegepast.De Kleine stadsgezicht van Haarlem. Met een goede argumentatie mag in dit project afgeweken
standaard 30 km/u woonstraat profiel.
KE-033
Mobiliteitsbeleid
Kleine Houtweg
Verhardingen
in het beschermd stadsgezicht kan daarvan worden
fietsstraat en een gemengd profiel met klinkerverharding toegepast.De Kleine Houtweg is een bijzondere projectlocatie welke gelegen is binnen beschermd stadsgezicht van Haarlem. Met een goede argumentatie mag in dit project afgeweken
afgeweken (de Kleine Houtweg valt hieronder).
worden van de eisen in de HIOR.
Fietsroutes zijn goed verlicht. Soms botst dit met
Fietsroutes zijn goed verlicht. Soms botst dit met uitgangspunten van
uitgangspunten van andere domeinen. Voor deze routes KE-034
Gemeente Haarlem
wordt gezocht naar mogelijkheden waarbij de route wel
andere domeinen. Voor deze routes wordt gezocht naar Mobiliteitsbeleid
Kleine Houtweg
Openbare verlichting
Akkoord
Akkoord
duisternis, maar er zo min mogelijk verstoring voor de omgeving
mogelijk verstoring voor de omgeving optreedt.
optreedt.
Er wordt ingezet op 30 km/u als standaardsnelheid in de stad. Dit
stad. Dit kan als de intensiteit in de huidige situatie Gemeente Haarlem
dermate laag (<6.000 motorvoertuigen/etmaal) is dat een Mobiliteitsbeleid
Kleine Houtweg
Alle objecten
Akkoord
Akkoord
herinrichting van 50 km/u naar een woonstraat 30 km/u
Binnen tien minuten kunnen Haarlemmers te voet de Gemeente Haarlem
belangrijkste dagelijkse voorzieningen bereiken, met de fiets de grotere stedelijke voorzieningen, of overstappen
Kleine Houtweg
Alle objecten
Akkoord
Akkoord
klimaatadaptatie (groen, waterberging etc.) ten koste van Omgevingsvisie 2045
Kleine Houtweg
Alle objecten
Akkoord
Akkoord
Kleine Houtweg
Water
Akkoord
Akkoord
ruimte voor de auto
Indien mogelijk dient de boezemwaterstructuur versterkt Gemeente Haarlem
verbreding van bestaande waterverbindingen. Deze
Omgevingsvisie 2045
verbindingen kunnen gecombineerd worden met groen
In Haarlem zijn verschillende plekken met grote ecologische waarde aanwezig is. Deze plekken dienen met Omgevingsvisie 2045 elkaar verbonden te worden om de ecologische waarde en daarmee de biodiversiteit te vergroten.
door de aanleg van waterverbindingen of de verbreding van bestaande waterverbindingen. Deze verbindingen kunnen
In Haarlem zijn verschillende plekken met grote ecologische waarde
ecologische waarde en een aantal plekken waar potentieel Gemeente Haarlem
waterberging etc.) ten koste van ruimte voor de auto
gecombineerd worden met groen en het tien-minuten netwerk.
en het tien-minuten netwerk.
KE-044
Er dient ruimte gecreëerd te worden voor klimaatadaptatie (groen,
Indien mogelijk dient de boezemwaterstructuur versterkt te worden
te worden door de aanleg van waterverbindingen of de KE-043
dagelijkse voorzieningen bereiken, met de fiets de grotere stedelijke voorzieningen, of overstappen naar het regionale OV-netwerk.
Er dient ruimte gecreëerd te worden voor Gemeente Haarlem
motorvoertuigen/etmaal) is dat een herinrichting van 50 km/u naar
Binnen tien minuten kunnen Haarlemmers te voet de belangrijkste Omgevingsvisie 2045
naar het regionale OV-netwerk.
KE-042
kan als de intensiteit in de huidige situatie dermate laag (<6.000 een woonstraat 30 km/u mogelijk is.
mogelijk is.
KE-041
mogelijkheden waarbij de route wel beter zichtbaar wordt in de
beter zichtbaar wordt in de duisternis, maar er zo min
Er wordt ingezet op 30 km/u als standaardsnelheid in de KE-035
voor sociale veiligheid van de routes, met name in de avonduren)
Het noordelijk deelgebied wordt uitgevoerd als fietsstraat. In het noordelijk en
In het hoofdnet fiets horen bij 50 km/u wegen altijd vrij Gemeente Haarlem
aantrekkelijkheid van wandelroutes (waarbij specifiek aandacht is dient voetgangersmobiliteit gestimuleerd te worden
gestimuleerd te worden
KE-032
een straatbaksteen met label EQ+ gekozen. EQ+ stenen zijn strak minimaal zijn.
Door aanleg van brede trottoirs en verbetering van de aandacht is voor sociale veiligheid van de routes, met
beschermd stadsgezicht en in sommige woonstraten) dan wordt voor tegen elkaar aan te straten, met minimale voeg zodat trillingen
zijn.
Gemeente Haarlem
worden gehouden met de te verwachte benodigde kabels en
gemaakt elementenverharding toe te passen (in gebieden met Handboek Inrichting Openbare
te straten, met minimale voeg zodat trillingen minimaal
KE-031
komen dient bij de herinrichting van de ondergrond rekening te
Indien voor een deel van het fietsnetwerk de afweging wordt
wordt gemaakt elementenverharding toe te passen (in Gemeente Haarlem
of smaller is.
leidingen ten behoeve van dit warmtenet.
Indien voor een deel van het fietsnetwerk de afweging
KE-027
In alle straten wordt het HWA afgekoppeld, tenzij de straat 8 meter
In wijken waar volgens de transitievisie warmte een warmtenet zal Handboek Inrichting Openbare
van dit warmtenet.
gebieden met beschermd stadsgezicht en in sommige
schakelkasten, fietsparkeervoorzieningen etc.) dienen weloverwogen geplaatst te worden
In wijken waar volgens de transitievisie warmte een KE-026
Eistekst
Kleine Houtweg
Alle objecten
Akkoord
Akkoord
en een aantal plekken waar potentieel ecologische waarde aanwezig is. Deze plekken dienen met elkaar verbonden te worden om de ecologische waarde en daarmee de biodiversiteit te vergroten.
KLANTEISEN SPECIFICATIE
project
Kleine Houtweg
projectleider
RAAT2
opdrachtgever
Gemeente Haarlem
projectdirecteur
PATR
projectcode
136108
omgevingsmanager
HANP
status
Definitief
datum
24-5-2024
Naam Klantwens
Stakeholder
Klantwens
ID
Brondocument
Locatie
Object
Kleine Houtweg
Omgevingsvisie 2045
Ecologisch beleidsplan
Toelichting/ tegenstrijdigheid
Honoreringsadvies W+B
Honoreringsbesluit
Alle objecten
Akkoord
Akkoord
Kleine Houtweg
Groen
Akkoord
Akkoord
Kleine Houtweg
Openbare verlichting
Akkoord
Akkoord
Er moet nagedacht worden over de KE-045
Gemeente Haarlem
hergebruikmogelijkheden van de vrijkomende materialen Omgevingsvisie 2045 bij het project
Er moet worden gezocht naar mogelijke KE-046
Gemeente Haarlem
verkoelingsmiddelen, bijvoorbeeld het planten van bomen en groen
Bij het vervangen en nieuw plaatsen van verlichting, KE-051
Gemeente Haarlem
indien verkeersveiligheid dit toelaat en het effectief is,
maatregelenkaart aangewezen als ‘te realiseren route EB’
Ecologisch beleidsplan
Kleine Houtweg
Alle objecten
Akkoord
Akkoord
Ecologisch beleidsplan
Kleine Houtweg
Alle objecten
Akkoord
Akkoord
als een oost-west verbinding
Als er zich kansen voordoen voor het verbeteren van een KE-053
Gemeente Haarlem
al redelijk goede ecologische kwaliteit moeten deze worden benut; bij slechte ecologische kwaliteit moet er
te worden. De inrichting en het beheer zijn dan ook niet alleen afgestemd op menselijke functies, maar ook op
Kleine Houtweg
Groen
Akkoord
Akkoord
afwegingskader op de ecologische impact van plannen (zie hiervoor bijlage 5 van ecologisch beleidsplan
Het zuidelijk deel van de Kleine Houtweg is in de maatregelenkaart aangewezen als ‘te realiseren route EB’ als een oost-west verbinding
goede ecologische kwaliteit moeten deze worden benut; bij slechte
De inrichting en het beheer zijn dan ook niet alleen afgestemd op menselijke functies, maar ook op leefvoorwaarden van flora en fauna.
Voor projecten geldt het gebruiken van een Gemeente Haarlem
verkeersveiligheid dit toelaat en het effectief is, overstappen naar een
Groen dient in principe ecologisch ingericht en beheerd te worden. Ecologisch beleidsplan
leefvoorwaarden van flora en fauna.
KE-055
bijvoorbeeld het planten van bomen en groen
ecologische kwaliteit moet er altijd verbetering plaatsvinden
Groen dient in principe ecologisch ingericht en beheerd Gemeente Haarlem
Er moet worden gezocht naar mogelijke verkoelingsmiddelen,
Als er zich kansen voordoen voor het verbeteren van een al redelijk
altijd verbetering plaatsvinden
KE-054
vrijkomende materialen bij het project
diervriendelijke variant
Het zuidelijk deel van de Kleine Houtweg is in de Gemeente Haarlem
Er moet nagedacht worden over de hergebruikmogelijkheden van de
Bij het vervangen en nieuw plaatsen van verlichting, indien
overstappen naar een diervriendelijke variant
KE-052
Eistekst
Voor projecten geldt het gebruiken van een afwegingskader op de Ecologisch beleidsplan
Kleine Houtweg
Alle objecten
Akkoord
Akkoord
ecologische impact van plannen (zie hiervoor bijlage 5 van ecologisch beleidsplan actualisatie 2019).
actualisatie 2019). Bij het aanplanten van groen dient gebruik gemaakt te worden van inheemse soorten. Indien met kiest voor niet-
Bij het aanplanten van groen dient gebruik gemaakt te worden van
inheemse soorten moet hiervoor een goede KE-056
Gemeente Haarlem
onderbouwing zijn (bijv. luchtvervuiling, fijnstof etc). Het
inheemse soorten. Indien met kiest voor niet-inheemse soorten moet Ecologisch beleidsplan
Kleine Houtweg
Groen
Akkoord
Akkoord
hiervoor een goede onderbouwing zijn (bijv. luchtvervuiling, fijnstof
gebruik van uitheemse plantensoorten die invasief zijn op
etc). Het gebruik van uitheemse plantensoorten die invasief zijn op
nationaal niveau of in en rond Haarlem dient vermeden te
nationaal niveau of in en rond Haarlem dient vermeden te worden.
worden. Oevers dienen waar mogelijk natuurvriendelijk ingericht KE-057
Gemeente Haarlem
en beheerd te worden (zie richtlijn natuurvriendelijke oevers bijlage 10 van ecologisch beleidsplan actualisatie
Oevers dienen waar mogelijk natuurvriendelijk ingericht en beheerd Ecologisch beleidsplan
Kleine Houtweg
Water
Akkoord
Akkoord
Groenstroken langs de weg dienen bij voorkeur KE-058
Gemeente Haarlem
aansluitend te zijn (dus geen hoge stoepen of
Ecologisch beleidsplan
Kleine Houtweg
Water
Akkoord
Akkoord
stoepranden) de vuistregel 3-30-300 dient nagestreefd te worden:
Gemeente Haarlem
-is 30 % aan openbaar groen als percentage van het totale oppervlak in de wijk aanwezig;
Gemeente Haarlem
Kleine Houtweg
Groen
Akkoord
Akkoord
Gemeente Haarlem
KE-064
Gemeente Haarlem
KE-065
Gemeente Haarlem
-is 30 % aan openbaar groen als percentage van het totale oppervlak in de wijk aanwezig;
is in de nabijheid van 300 m van een woning een groen
is in de nabijheid van 300 m van een woning een groen park of
park of plantsoen toegankelijk
plantsoen toegankelijk
van de wijk goed verbonden te zijn met het omringende
Groen beleidsplan
Kleine Houtweg
Groen
Akkoord
Akkoord
Groen beleidsplan
Kleine Houtweg
Groen
Akkoord
Akkoord
Groen beleidsplan
Kleine Houtweg
Groen
Akkoord
Akkoord
Groen beleidsplan
Kleine Houtweg
Groen
Akkoord
Akkoord
landschap
KE-063
(dus geen hoge stoepen of stoepranden)
-vanuit elke woning zijn 3 bomen te zien; Groen beleidsplan
de groenstructuren in de stad dienen tot in de haarvaten KE-062
Groenstroken langs de weg dienen bij voorkeur aansluitend te zijn
de vuistregel 3-30-300 dient nagestreefd te worden:
-vanuit elke woning zijn 3 bomen te zien; KE-061
te worden (zie richtlijn natuurvriendelijke oevers bijlage 10 van ecologisch beleidsplan actualisatie 2019)
2019)
de inrichtingsplannen dienen rekening te houden met het behoud van het bestaande groen
er dienen heldere keuzes te worden gemaakt voor aantrekkelijk en duurzaam groen
de richtnormen voor een duurzame standplaats dienen te worden gevolgd. De juiste boom op de juiste plek, met een groeiplaats afgestemd op boomgrootte
de groenstructuren in de stad dienen tot in de haarvaten van de wijk goed verbonden te zijn met het omringende landschap
de inrichtingsplannen dienen rekening te houden met het behoud van het bestaande groen
er dienen heldere keuzes te worden gemaakt voor aantrekkelijk en duurzaam groen
de richtnormen voor een duurzame standplaats dienen te worden gevolgd. De juiste boom op de juiste plek, met een groeiplaats afgestemd op boomgrootte
KLANTEISEN SPECIFICATIE
project
Kleine Houtweg
projectleider
RAAT2
opdrachtgever
Gemeente Haarlem
projectdirecteur
PATR
projectcode
136108
omgevingsmanager
HANP
status
Definitief
datum
24-5-2024
Naam Klantwens
Stakeholder
Klantwens
ID
Brondocument
Locatie
Object
Kleine Houtweg
Groen
Toelichting/ tegenstrijdigheid
Honoreringsadvies W+B
Honoreringsbesluit
Akkoord
Akkoord
huidig groen oppervlak voor de
huidig groen oppervlak voor de (her)inrichting/reconstructie dient
(her)inrichting/reconstructie dient minimaal gelijk te zijn KE-066
Gemeente Haarlem
gebleven en/of in kwaliteit te zijn verbeterd (bijvoorbeeld Groen beleidsplan kwalitatieve verbetering t.b.v. onder- en bovengrondse
stadsparken binnen het robuust netwerk aan Gemeente Haarlem
Groen beleidsplan
Kleine Houtweg
Groen
Akkoord
Akkoord
hoofdbomenstructuur van Haarlem. Deze dient behouden Groen beleidsplan
Kleine Houtweg
Groen
Akkoord
Akkoord
Kleine Houtweg
Groen
Akkoord
Akkoord
groenstructuren dienen niet verder bebouwd of verhard te worden
De Kleine Houtweg is onderdeel van de KE-068
Gemeente Haarlem
en waar mogelijk versterkt te worden.
De overgang van Kleine Houtweg naar Vijverlaan wordt KE-069
Gemeente Haarlem
gezien als een ontbrekende schakel in de hoofdbomenstructuur. Mogelijkheid voor vergroening
heeft maximaal de gevellengte van de woning of het
Geveltuintjes beleid
Kleine Houtweg
Groen
Akkoord
Akkoord
Geveltuintjes beleid
Kleine Houtweg
Groen
Akkoord
Akkoord
Geveltuintjes beleid
Kleine Houtweg
Verhardingen
Akkoord
Akkoord
gebouw
KE-072
Gemeente Haarlem
KE-073
Gemeente Haarlem
een geveltuin mag maximaal 30 cm diep gegraven zijn
het trottoir moet breed genoeg blijven. De doorgang moet na aanleg van de geveltuin minimaal 1,50 meter
opstaand randje (kantopsluiting) om verzakking van de
Geveltuintjes beleid
Kleine Houtweg
Verhardingen
Akkoord
Akkoord
Geveltuintjes beleid
Kleine Houtweg
Openbare verlichting
Akkoord
Akkoord
Geveltuintjes beleid
Kleine Houtweg
Groen
Akkoord
Akkoord
Geveltuintjes beleid
Kleine Houtweg
Groen
Akkoord
Akkoord
Gesprekken BBOR
Kleine Houtweg
Alle objecten
Akkoord
Akkoord
stoeptegels te voorkomen
openbare verlichting en toebehoren (zoals KE-075
Gemeente Haarlem
electriciteitskastjes) moeten zichtbaar en bereikbaar blijven.
geveltuinen mogen in elke straat worden aangelegd, met KE-076
Gemeente Haarlem
uitzondering van winkelstraten, bij terrassen of andere uitstallingen
bomen, breed groeiende struiken en vijvers zijn niet KE-077
Gemeente Haarlem
toegestaan. Deze kunnen schade toebrengen aan gebouwen, kabels en leidingen.
Bij nieuw ontwerp dient goed gekeken te worden naar de KE-081
Gemeente Haarlem
bestaande wortelzones. Deze mogen niet beschadigd raken. Nieuw wegprofiel dus zoveel mogelijk positioneren
Gemeente Haarlem
Kans om te vergroenen op het pleintje bij Kleine Houtweg huisnummer 85 t/m 99 dient onderzocht te worden
KE-083
Gemeente Haarlem
een matige relatie met De Hout. De Kleine Houtweg dient op inrichtingsniveau hersteld te worden, waarbij de toegang tot de Kleine Hout verder ontwikkeld dient te
Gesprekken BBOR
Kleine Houtweg
Groen
Akkoord
Akkoord
KE-085
Gemeente Haarlem
Gemeente Haarlem
De laanstructuur van de Kleine Houtweg dient versterkt te worden
De relatie met de Kleine Hout dient versterkt te worden door de randen deels te openen
de geveltuin mag maximaal 60 centimeter breed zijn en heeft maximaal de gevellengte van de woning of het gebouw