CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Programmabegroting 2026-2030

gemeenteraad 6 november 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: Programmabegroting 2026-203043.403 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Om tot de aankoop en renovatie te komen wordt een voorbereidingskrediet van € 300.000 vrijgegeven ten laste van IP post VG.07. Waarderbrug Om het relatief grote aantal storingen in de beweegbare bruggen van de gemeente Haarlem terug te brengen, wordt momenteel onderzocht welke maatregelen er nodig zijn aan en rond de Waarderbrug. Dit zal resulteren in een renovatie van de brug met als doel het aantal storingen te reduceren en de beschikbaarheid van de Waarderbrug te verhogen; te borgen dat de brug veilig is te bedienen door brugwachters en veilig is te gebruiken door de gebruikers en te zorgen dat de Waarderbrug toekomstbestendig is en geschikt om, indien gewenst, aan te sluiten op een centrale afstandsbediening. Ook wordt gewerkt aan een oplossing voor de lange wachttijden voor fietsers, met name van zuid naar noord over de doorfietsroute langs de Spaarndamseweg en enkele andere quick wins voor fietsers. Voor de renovatie van de Waarderbrug wordt een krediet vrijgegeven van € 4,8 miljoen ten laste van IP post BRG.04. Stroompunten evenementen Haarlem werkt aan de aanleg van stroompunten voor evenementen. Vanuit het actiepunt “De energievoorzieningen voor festivals gaan we verduurzamen met vaste stroompunten of andere duurzame stroomvoorziening” uit het coalitieakkoord geeft dit invulling aan het reduceren van de CO2 uitstoot.

Tijdens de voorbereiding is gebleken dat vanwege netcongestie de kosten hoger zijn dan eerder voorzien. De kosten zijn nu geraamd op € 500.000, terwijl een krediet was vrijgegeven van € 300.000. Voor de aanleg van stroompunten voor evenementen wordt een aanvullend krediet van € 200.000 vrijgegeven ten laste van IP post DRZ.02. Dit hogere krediet wordt gedekt vanuit de stelpost Duurzaamheid (DRZ.01). Uitbreiding Schuur Vanwege de in alinea 1.7.4 beschreven hogere bouwkosten, inrichtingskosten, bijkomende kosten en opslagen en het toevoegen van een personenlift wordt een aanvullend krediet vrijgegeven van € 1,4 miljoen voor de uitbreiding van de Schuur, ten laste van IP post CLT.14.

Programmabegroting 2026-2030

62

Huisvesting Frans Hals Museum Zoals beschreven in de nota Toekomst huisvesting Frans Hals Museum – vaststellen voorkeursvariant (2025/457907) wordt een voorbereidingskrediet vrijgegeven van € 1 miljoen voor de verdere uitwerking (definitiefase) van de huisvesting, ten laste van IP post CLT.15. Fietsmaatregelen bij vervanging verkeersregelinstallaties Een belangrijk onderdeel van het op orde brengen van het netwerk van fietsroutes is om fietsers minder (lang) te laten wachten bij verkeerslichten en het verbeteren van de oversteekplaatsen. In de komende vijf jaren heeft de gemeente Haarlem het voornemen om bij 32 met verkeerslichten geregelde kruispunten de verkeersregelinstallaties te vervangen. Het is mogelijk om ‘werk met werk’ te maken en bij de vervanging direct maatregelen door te voeren om de doorstroming en het comfort van de fiets te optimaliseren. Het krediet voor de vervanging van verkeersregelinstallaties op IP post OR.035 wordt opgehoogd tot € 7,2 miljoen. Ter dekking van dit krediet wordt IP post FTS.01 actieplan Fiets verlaagd met € 1,2 miljoen. Parkeervoorzieningen Vanuit de nota Ruimte voor mensen en mobiliteit: parkeren in Haarlem (2025/34230) zijn in paragraaf 1.7.4 investeringen benoemd om op te nemen in het Investeringsplan. Om uitvoering te kunnen geven aan deze investeringen worden de volgende (voorbereidings-) kredieten vrijgegeven.

Investeringsprojecten parkeren Elektrische installaties tbv laadpalen parkeergarages MRA-E Upgrade straatparkeerautomaten Realiseren extra parkeergarage Zuid West (voorbereidingskrediet) Realiseren extra parkeergarage Noord (voorbereidingskrediet)

Totale investering

Krediet

€ 900.000 € 450.000 € 9.000.000 € 3.750.000

€ 900.000 € 450.000 € 450.000 € 375.000

Stadhuis als huis van de stad Om het stadhuis toekomstbestendig te maken, worden verbeteringen doorgevoerd op het gebied van duurzaamheid, toegankelijkheid en het uitvoeren van gebouw technische werkzaamheden. Tegelijk wordt gewerkt aan het project hybride werken stadhuis, waarmee de fysieke werkomgeving van ambtenaren wordt gemoderniseerd. Voor deze verbeteringen wordt een voorbereidingskrediet van € 416.000 vrijgegeven ten laste van IP post FAC.06. Spaarnepark fase 1 In de nota Vaststellen Gebiedsvisie Spaarnepark (2024/465087) is in juni 2024 de gebiedsvisie Spaarnepark vastgesteld. Het Spaarnepark transformeert fasegewijs naar een open en toegankelijk park dat tegemoetkomt aan de behoeften van de groeiende stad: ruimte voor sporten, spelen, groen, water en ontmoeten. Om tot de transformatie te komen en een definitief ontwerp op te stellen wordt een voorbereidingskrediet van € 400.000 vrijgegeven ten laste van IP post ONT.10 Wooneenheden Florence Nightingale Voor het realiseren van circa 25 woonunits op de locatie van de oude gymzaal aan de Florence Nightingalestraat, zoals beschreven onder 1.7.4, wordt een krediet vrijgegeven van € 4,4 miljoen ten laste van IP post MTS.23. De investering wordt (als directe subsidie of vergoeding van kapitaallasten) gedekt door een Rijksvergoeding.

Openbare toiletten, renovatie en upgrading fietsenstalling Smedestraat In de Kadernota 2026 is een budget van € 700.000 opgenomen voor een renovatie en upgrade van de fietsenstalling in de Smedestraat. Dit bedrag wordt als krediet vrijgegeven ten laste van IP post FTS.08. Programmabegroting 2026-2030

63

Zwembad de Houtvaart In de Kadernota 2026 is het investeringsbedrag voor de renovatie en vervanging van de technische installaties van zwembad De Houtvaart opgehoogd van € 1 miljoen naar € 2 miljoen, maar was de ophoging nog niet als aanvullend krediet vrijgegeven. Bij deze wordt een aanvullend krediet van € 1 miljoen vrijgegeven ten laste van IP post SPRT.08. 1.6.6 Tienjarig Investeringsplan Met de uitbreiding naar een tienjarig Investeringsplan wordt de periode 2025-2029 beschouwd als ‘vastgesteld’ Investeringsplan en de jaren 2030 en verder als ‘indicatief’. Dit wil zeggen dat de bedragen die zijn opgenomen voor de jaren 2030 en verder (met kapitaallasten in de daaropvolgende jaren) nog niet zijn en worden vastgesteld. Ten overstaan van de Kadernota 2026 hebben er wijzigingen plaatsgevonden in het 10-jarig IP als gevolg van verschuivingen vanuit eerdere jaren, reeds genomen besluiten, het IP Civiel en nieuwe of hogere investeringen zoals voorgesteld in deze programmabegroting. Investeringen per programma (x € 1.000,-) 1 Maatschappelijke participatie 2 Ondersteuning en Zorg 4 Aantrekkelijke woon-werkstad 5 Gezonde en duurzame stad 7 Alg. Dekkingsmiddelen&Overhead Totaal indicatief IP

2030

2031

2032

2033

2034

64.786 5.123 91.350 18.073 2.406 181.738

93.668 6.340 96.885 27.325 1.544 225.762

35.604 5.377 80.674 28.899 1.582 152.135

35.692 0 71.601 27.260 1.622 136.175

40.835 0 56.109 27.651 1.662 126.257

1.8 Onderzoeken ingevolge de Verordening art. 213a De Gemeentewet artikel 213a schrijft voor dat gemeenten doelmatigheidsonderzoeken uitvoeren. In Haarlem is dit bekrachtigd door de raad in de ‘Verordening onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het college gevoerde bestuur van de gemeente Haarlem’ (2012/469231). In de programmabegroting geeft het college aan welke onderwerpen in het komend jaar onderzocht gaan worden. Overwegingen die bij de selectie een rol spelen zijn onder andere het rendement van het verwachte resultaat en spreiding over de beleidsvelden. In het jaar 2026 voert het college 213a onderzoeken uit naar de volgende drie onderwerpen: • Verduurzaming van gemeentelijk vastgoed • Precariobelasting • Staat van onze informatiehuishouding

1.9 Interbestuurlijk toezicht De provincie houdt toezicht op de volgende medebewindstaken voor Haarlem: 1. Financiën; 2. Omgevingsrecht; 3. Archiefbeheer (vastgelegd in de provinciale informatieverordening); 4. Huisvesting statushouders. Financieel Het Gemeenschappelijk financieel toezichtskader 2020 (GTK 2020) vormt het kader voor het financieel toezicht van de provincie op de gemeente. Het GTK 2020 heeft onder meer als uitgangspunt geformuleerd dat goed toezicht alleen in dialoog kan worden uitgevoerd. Het gaat om een constructieve dialoog, waarin betrokken partijen met behoud van ieders rol en verantwoordelijkheid elkaar aanspreken en kritisch bevragen. In de praktijk betekent dit dat er ambtelijk minimaal twee keer per jaar een overleg plaatsvindt over de financiële positie en de ontwikkeling daarvan. Op bestuurlijk niveau vindt overleg plaats indien een van de betrokken partijen daar aanleiding voor heeft. Programmabegroting 2026-2030

64

Voor 2024 heeft de provincie aangegeven geen aanleiding te zien het toezicht aan te scherpen en het repressieve toezicht te handhaven. Omgevingsrecht De provincie heeft over de processen op toezicht- en handhaving binnen dit kader over 2024 aangegeven dat Haarlem haar taken op de onderzochte punten in het brede palet van het omgevingsrecht gemiddeld goed uitvoert. Voor het jaar 2024 heeft de provincie bij alle gemeenten getoetst of de gevraagde documenten zijn aangeleverd en of deze actueel waren. Daarnaast heeft de provincie een tiental gemeenten geselecteerd waarvan de documenten ook inhoudelijk zijn beoordeeld. De gemeente Haarlem was niet een van de geselecteerde gemeenten. Bij het beoordelen van de aangeleverde documenten is als verbeterpunt opgemerkt dat een aantal documenten ontbraken bij het domein Ruimtelijke Ordening en Bouwen evenals bij het domein Milieu. Het ging daarbij om documenten als bewijs dat de beleidsevaluatie en het jaarverslag aan de raad zijn gestuurd. Deze verbeterpunten zijn in 2025 opgepakt en hier is rekening mee gehouden bij het aanleveren van de nieuwe stukken voor het Interbestuurlijk Toezicht door de provincie. Archiefwet De uitvoering van het informatie- en archiefbeheer verloopt conform de gemaakte afspraken met de toezichthouder en archiefinspectie.

In voorgaande jaren is de uitvoering van de taken die voortvloeien uit de Archiefwet- en regelgeving als adequaat beoordeel. De provincie geeft de uitvoering van het informatie- en archiefbeheer door de gemeente Haarlem in 2021-2022 (met een doorkijk naar 2023) het oordeel goed. Voor het jaar 2024 heeft de provincie het toezicht steekproefsgewijs uitgevoerd, waarbij de gemeente Haarlem niet een van de geselecteerde gemeenten was. Als gevolg hiervan is er geen recentere aanvullende informatie over dit onderwerp. Huisvesting statushouders De taakstelling voor de huisvesting van statushouders voor Haarlem is in 2024 helaas niet gerealiseerd. Er is een restant van 49 vanuit 2024 opgeteld bij de taakstelling van 2025. De taakstelling van 2025 is 261, met het restant van vorig jaar komt dat uit op 310. Per 1 september zijn er 135 huisvestingen gerealiseerd. Voor de rest van het jaar moeten nog 175 huisvestingen gerealiseerd worden. Bovenop de gerealiseerde huisvestingen zijn er ook 66 woningkoppelingen waarbij op korte termijn een sleuteloverdracht zal plaatsvinden. Er wordt ingezet op extra inspanning om de taakstelling te behalen. Echter is de achterstand dusdanig hoog dat de kans klein is dat de taakstelling voor 2025 gehaald gaat worden. Er wordt nu voornamelijk ingezet op het zo veel mogelijk beperken van de achterstand.

Er zijn verschillende oorzaken die invloed hebben op het ontstaan van de achterstand, zoals de druk op de sociale woningmarkt, de samenstelling van de huishoudens (alleenstaand of juist grote gezinnen van vijf of meer personen) en de lange wachttijden bij de IND voor gezinshereniging. Online De provincie Noord Holland publiceert zelf over de uitkomsten van het onderzoek online. Op een interactieve kaart kan op elke Noord Hollandse gemeente geklikt worden en komt de informatie naar boven voor de verschillende onderdelen van het Interbestuurlijk Toezicht. De gemeente Haarlem kan op deze manier ook vergeleken worden met andere gemeenten in Noord-Holland.

Programmabegroting 2026-2030

65

1.10 Duurzaamheidsbegroting Duurzaamheidsbegroting De “duurzaamheidsbegroting” is een instrument voor het college van B&W en de gemeenteraad van Haarlem om tot een efficiënte besluitvorming te komen over een doelmatige en doeltreffende inzet van middelen, en hierover verantwoording af te leggen aan de raad. Sinds 2021 wordt de Haarlemse Duurzaamheidsbegroting opgesteld. De duurzaamheidsbegroting biedt meer dan enkel een cijfermatig inzicht in de CO₂-uitstoot van de gemeente. Het is een samenstel van een begrotingsdocument en -instrumenten ten bate van effectief en kostenefficiënt klimaatbeleid ten behoeve van een leefbare stad voor Haarlemmers. Het belang van integrale afweging en het meenemen van duurzaamheid als criterium in de afweging staat hierbij centraal. De duurzaamheidsbegroting richt zich op de Haarlemse duurzaamheidsdoelstellingen, 2040 aardgasvrij en een circulaire stad, en in 2050 een klimaatbestendige stad. Daarnaast zijn de eerste stappen gezet om invulling te geven aan Brede Welvaart. Het uitgangspunt van de duurzaamheidsbegroting is dat er wordt aangesloten op landelijke doelstellingen en metingen. Haarlemse Routekaart Duurzaamheid De Haarlemse Routekaart Duurzaamheid ‘Route voor CO₂-reductie’ (2021/430881) is een belangrijk beleidsdocument voor de gemeente Haarlem.

De routekaart bevat de huidige beleidsvisie en strategie van de gemeente voor het reduceren van CO₂-uitstoot en hoe deze wordt uitgewerkt in doelstellingen en beleid. Naast beleid zijn in de routekaart ook (aanvullende) plannen en maatregelen opgenomen om de CO₂-reductie doelstelling te behalen. De feitelijke gevolgen van het geïmplementeerde beleid worden zichtbaar in het jaarverslag, waarna er een herijking van de CO₂ prognose plaatsvindt in het jaarverslag. In de begroting worden de jaarlijkse tussendoelstellingen indien nodig aangepast. Leeswijzer Deze duurzaamheidsbegroting belicht kort de duurzaamheidsopgave van Haarlem. De voortgang op de doelstellingen Aardgasvrij 2040 en Circulaire stad 2040 wordt toegelicht, inclusief een vervolgstap in monitoring van de circulaire economie. Daarnaast is er aandacht voor de eigen organisatie en beschikbare instrumenten. Afsluitend biedt een raamwerk richting voor de verdere ontwikkeling van de duurzaamheidsbegroting. De opgave, een blik vooruit Duurzaamheid blijft een centraal thema, mede door mondiale, Europese en nationale ontwikkelingen. Om uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te zijn, is de doelstelling voor 2030 in de Europese Klimaatwet aangescherpt tot tenminste 55% CO₂ reductie. Deze verscherpte doelstelling is in lijn met de Europese “Fit for 55”-voorstellen (CPB ‘economische beschouwing Fit for 55 pakket).

Medio 2022 heeft de rijksoverheid een plan (‘Ontwerp Beleidsprogramma Klimaat’) gepresenteerd. De maatregelen in het beleidsprogramma leggen de lat hoger dan de doelstellingen opgenomen in het regeerakkoord. Er wordt namelijk gestreefd naar 60% CO₂ reductie in 2030. De ratio hierachter is dat wanneer er iets tegenzit, het doel van 55% alsnog behaald wordt. De gemeente Haarlem heeft vervolgens in het coalitieakkoord 2022-2026 ‘Actie!’ opgenomen dat er wordt aangesloten bij de doelstelling vanuit het Rijk, namelijk 60% CO₂ reductie in 2030. Bij CO₂-uitstoot wordt onderscheid gemaakt tussen zogenaamde scopes. Scope 1 omvat de directe CO₂ uitstoot veroorzaakt door eigen bronnen (o.a. gas-/brandstofverbruik). Scope 2 de indirecte uitstoot van CO₂ elders door opwekking van zelf gekochte en verbruikte elektriciteit of warmte. Scope 3 omvat de indirecte uitstoot van CO₂, veroorzaakt door bedrijfsactiviteiten van een andere organisatie welke bijvoorbeeld goederen levert of de afvalverwerking.

Programmabegroting 2026-2030

66

De Integrale Circulaire Economie Rapportage (ICER) 2025 is op 20 februari 2025 gepubliceerd door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Deze rapportage biedt een actueel overzicht van de voortgang van de transitie naar een circulaire economie in Nederland. ICER 2025 bespreekt onder andere trends in grondstoffengebruik, milieueffecten, en de effectiviteit van beleid, met speciale aandacht voor productgroepen zoals plastic verpakkingen, woningbouw en hernieuwbare energietechnologie. Ondanks maatschappelijke initiatieven blijkt uit het rapport dat structurele vermindering van grondstoffengebruik nog uitblijft, en dat ambitieus beleid nodig is om de circulaire transitie te versnellen. Haarlemse duurzaamheidsdoelstellingen – de weg naar het volledig integreren van de duurzaamheidsdoelstellingen (en brede welvaart) in de programmabegroting Haarlem heeft als doel om aan het einde van deze coalitieperiode duurzaamheids-doelstellingen en brede welvaart volledig te integreren in de reguliere begroting (Coalitieakkoord 2022-2026 ‘Actie!’). In 2040 wil Haarlem van het aardgas af. Daarnaast is het doel gesteld om in 2040 circulair te zijn en in 2050 klimaatbestendig. Voor de doelstelling aardgasvrij 2040 is de CO₂ uitstoot tot en met 2023 gepresenteerd met daarbij de tussendoelstellingen voor komende jaren.

Voor de doelstelling Circulaire stad 2040 wordt een vervolgstap van het inzichtelijk maken van de circulaire economie in Haarlem gepresenteerd, waarna de link wordt gelegd met de transitieagenda’s van het Rijk. Aardgasvrij 2040 (scope 1 en 2 CO₂ uitstoot) Met de geactualiseerde Routekaart Duurzaamheid in het eerste kwartaal van 2023 (2022/1782261), legt Haarlem vast hoe de stad de CO₂-reductie van 65 % in 2030 haalt. Dat is 5 % boven haar eigen doelstelling van 60 % als veiligheidsmarge. De routekaart bevat alle maatregelen om die CO₂-reductie te realiseren en de jaarlijkse tussendoelen tot 2030. De bijgewerkte prognose in de Kadernota 2026 verandert deze tussendoelen niet. Uit onderstaande grafiek gepresenteerd in de Kadernota 2025 blijkt dat Haarlem vooralsnog goed op koers ligt. De uitstootcijfers over 2024 verschijnen in het Jaarverslag 2025, waarna verantwoording volgt.

Programmabegroting 2026-2030

67

Duiding CO₂-uitstoot De afname van CO₂-uitstoot wordt uitgedrukt in kilogram of ton (1.000 kilogram) Ter illustratie: 1 ton CO₂ is de uitstoot van ongeveer 6.000 kilometer rijden in een dieselauto.

In 2021 is de Haarlemse Transitievisie Warmte (2021/49560) gepresenteerd. In deze visie staan de plannen waarmee Haarlem steeds gasvrijer gemaakt zal worden. Momenteel wordt er gewerkt aan een actualisatie hiervan waarin ambitie met realisatie gecombineerd zal worden. Deze actualisatie zal naar verwachting impact hebben op de maatregelen en planning voor de geprognosticeerde CO₂ reductie. Bij de Kadernota 2025 is de motie ‘Duurzaamheidsbegroting: Maatregelen op de plank’ aangenomen. In de Kadernota 2026 heeft het college aangegeven dat ze zich gesteund voelt door de motie om onderzoek te doen naar extra maatregelen om CO₂ te besparen, maar dat daarnaast de huidige cijfers nog geen reden geven om in te grijpen. In de actualisatie van de Transitievisie Warmte (genaamd het Warmteprogramma) eind 2025/begin 2026 zullen voorstellen worden gedaan voor verdere CO₂ reductie. In de Kadernota 2027 wordt de prognose op de CO₂ reductie aangepast aan het warmteprogramma. Circulaire stad 2040: transitiepad Ketenverantwoordelijkheid (scope 3 CO₂ uitstoot) Nederland wil in 2050 circulair zijn en heeft dit vastgelegd in het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023 – 2030. Haarlem heeft deze doelstelling tien jaar eerder gesteld, namelijk om in 2040 een circulaire stad te zijn. Om dit doel te behalen is het nodig om te versnellen, te intensiveren en op te schalen.

De gedachte achter deze doelstelling is dat een radicaal efficiënter grondstoffengebruik, de reductie van grondstoffen en de inzet van schonere grondstoffen niet alleen klimaatverandering kunnen afremmen, maar ook bijvoorbeeld milieuvervuiling en biodiversiteitsverlies helpen voorkomen. Met de vaststelling van het Actieprogramma Circulaire Economie (2023/317984) is inzichtelijk gemaakt hoe Haarlem de doelstelling om in 2040 een circulaire stad te zijn beoogd te bereiken. Het actieprogramma is een concretisering van het in de routekaart opgenomen transitiepad ‘Ketenverantwoordelijkheid'. Door het monitoren van de (circulaire) economie in Haarlem streeft de gemeente ernaar om een beeld te krijgen van de goederen- en afvalstromen binnen de lokale economie. In de Kadernota 2025, Programmabegroting 2025-2029 en de Kadernota 2026 zijn de eerste stappen gezet door het inzichtelijk maken van goederen- en afvalstromen. Met deze inzichten wordt toegewerkt naar een Routekaart Circulaire Economie. Transitiepaden en transitieagenda’s Binnen de energietransitie wordt gewerkt met transitiepaden: concrete paden die beschrijven hoe sectoren zoals mobiliteit of industrie overstappen op duurzame energie, met duidelijke stappen en tijdslijnen.

In de circulaire economie wordt er gesproken over transitieagenda’s: strategische plannen per sector of materiaal (zoals Bouw of Biomassa & Voedsel) die de richting, doelen en systeemveranderingen beschrijven. Een transitieagenda geeft dus het strategisch kader, terwijl een transitiepad de operationele uitvoering beschrijft binnen dat kader. In de duurzaamheidsbegroting is een belangrijk uitgangspunt het navolgen van de landelijke doelstellingen en indicatoren. Daarom wordt ervoor gekozen om de transitieagenda’s van het Rijk te volgen, namelijk: 1) Biomassa & Voedsel, 2) Kunststoffen, 3) Maakindustrie, 4) Bouw en 5) Consumptiegoederen. De gemeente wil graag het goede voorbeeld geven, daarom zal er in de duurzaamheidsbegroting aandacht blijven voor de ‘Eigen organisatie’. Hierbij kan gedacht worden aan de inkoop, de CO₂-

Programmabegroting 2026-2030

68

Prestatieladder, het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed en de duurzaamheid van de eigen projecten in de openbare ruimte (GWW). Circulaire economie – ontwikkeling richting een routekaart De doelstelling Circulaire Stad 2040 volgt dezelfde aanpak als de eerdere Routekaart Duurzaamheid. Daarbij is in eerdere P&C documenten gestart met het bieden van feitelijk in meting op te stellen: ze geven een objectief beeld van de huidige situatie op het gebied van goederenstromen en afval. In deze begroting wordt een nulmeting van de omvang van de economie voor het jaar 2017 opgenomen. Deze nulmeting vormt de basis voor het opstellen van een toekomstige Routekaart Circulaire Economie. Haarlem houdt vast aan de landelijke doelstelling van 50% reductie van primaire en abiotische grondstoffen in 2030. Deze doelstelling is gekoppeld aan het gewicht van de gebruikte goederen in de economie. De landelijke en Europese doelstellingen blijven ook in 2025 nog in beweging. Gesprekken over het bijstellen van de doelstelling worden op nationaal niveau gevoerd en Haarlem is onderdeel van een aantal werkgroepen in de krachtenbundeling CE rijk-regio die aan de slag zijn met de transitieagenda’s. Daarmee is het opstellen van een routekaart Circulaire economie een opgave in etappes.

In de komende periode wordt er, tot er meer duidelijkheid is over de landelijke doelen, aangesloten bij de doorontwikkeling van de duurzaamheidsbegroting en bij de actualisatie van het actieprogramma circulaire economie in 2026/2027. Disclaimer bij de informatie over de circulaire economie De informatie is gebaseerd op landelijk beschikbare databronnen en geautomatiseerde analyses. Deze gegevens vertegenwoordigen een benadering van de werkelijke situatie en kunnen daardoor richting geven aan het bepalen van handelingsperspectieven. Zoals aangegeven in de Kadernota 2025: de gegevens over afval zijn op gemeenteniveau beschikbaar. De gegevens over goederen zijn enkel op het niveau van de agglomeratie Haarlem beschikbaar. De agglomeratie omvat de gemeenten Bloemendaal, Haarlem, Heemsteden en Zandvoort.

CO₂ emissies scope 1, 2 en 3

De energietransitie richt zich vooral op scope 1 en 2, terwijl de (circulaire) economie vooral impact heeft op scope 3. De onderstaande diagram laat zien dat de CO₂-uitstoot uit winning, productie en het transport van het materiaalgebruik (scope 3) groter is dan die van energie (scope 1 en 2). Hierbij dient benadrukt te worden dat de CO₂ emissies in scope 3 enkel gebaseerd is op de goederenstroom, de informatie over de CO₂ uitstoot van afval is nog niet beschikbaar. Zowel de energietransitie als de circulaire economie zijn cruciaal voor het behalen van de klimaatdoelen.

Programmabegroting 2026-2030

69

CO₂ uitstoot per transitieagenda in de economie Met de nieuwe informatie is het voor het eerst mogelijk om de CO₂ uitstoot (scope 3) van de economie door de jaren heen te laten zien. Onderstaande diagram specificeert de scope 3 uitstoot van de transitieagenda’s. Hier valt vooral op dat de transitieagenda Bouw de grootste CO₂-uitstoot veroorzaakt. Door de jaren heen wisselen de transitieagenda’s Voedsel en Maakindustrie elkaar af voor plaatsen 2 en 3 van uitstoters.

Meer dan alleen inzet op CO₂-reductie De transitie naar een circulaire economie kent meer doelen dan alleen de inzet op CO₂-reductie. Waar de energietransitie focust op broeikasgasemissies, draait de circulaire economie om het sluiten van kringlopen en het verlagen van de totale milieudruk. Deze indicatoren zijn in de Kadernota 2025, Programmabegroting 2025 - 2029 en Kadernota 2026 geïntroduceerd. Zoals in de P&C documenten beschreven, wordt er aangesloten bij de Rijksdoelen afkomstig uit het Nationaal programma Circulaire economie. Met de ICER 2025 is er nieuwe informatie beschikbaar gekomen die in deze programmabegroting wordt gebruikt om de inzet op een transitie naar een circulaire economie te onderbouwen. Nulmeting van de economie per transitieagenda en de hoeveelheid afval in 2017 Onderstaand wordt de nulmeting gepresenteerd voor de economie in 2017. Het jaar 2017 is gekozen omdat dit voor de energietransitie ook het peiljaar is. Op basis van de cijfers wordt per transitieagenda zichtbaar wat de grootste impactmakers zijn op basis van gewicht. De nulmeting geeft per transitieagenda van boven naar beneden inzicht in de CO₂ equivalent uitstoot, de Milieu Kosten Indicator (MKI) en het gewicht van de goederen die in 2017 door onze agglomeratie gingen. Goederen komen Haarlem binnen via onder andere handel, transport en bouwprojecten.

Ze worden gebruikt voor consumptie, inrichting en ontwikkeling van de stad. Uiteindelijk worden deze goederen afgedankt en worden ze afval. In het gearceerde deel worden de gebruikers van de goederen gepresenteerd. Hier is een inschatting gemaakt welke gebruiker de goederen afneemt, bewerkt en/of verhandelt. Deze percentages zijn gebaseerd op het gewicht van de goederen. Ruwweg komt dit neer op dat 80% van de goederen door bedrijven uit de Haarlemse agglomeratie worden ingevoerd en aangeboden, 13% door de huishoudens en 6 % door de gezamenlijke overheden.

Programmabegroting 2026-2030

70

Aan de rechterkant van de nulmeting staat de hoeveelheid (gewicht) afval binnen Haarlem in 2017 genoteerd. Afval wordt in een circulaire economie niet gezien als eindpunt, maar als nieuwe grondstof. Haarlem zet in op het verbeteren van afvalverwerking volgens de R-ladder, waarbij preventie, hergebruik en hoogwaardige recycling centraal staan. In de Programmabegroting 20252029 is geanalyseerd waar de gemeente direct dan wel indirect regie op voert, of kan voeren, als het gaat om het verwerken van het afval. Met directe regie wordt bedoeld dat het afval in handen is van de gemeente, en dat de gemeente zelf kan bepalen op welke wijze het afval verwerkt wordt of voorkomen kan worden. De directe en indirecte invloed van de gemeente is weergegeven in de nulmeting. Goederenstromen in Kton gewicht Van de transitieagenda’s zijn in het ICER 2025 ook het gewicht en de milieukosten berekend. Dit is ook voor de agglomeratie Haarlem gedaan. Onderstaande diagram presenteert dat het ruwe gewicht (Kton) van de goederen die naar de agglomeratie komen al jaren afneemt. Daarmee beweegt onze stad/regio zich richting de nationale doelstelling voor circulaire economie van 50% reductie van primaire en abiotische grondstoffen. In onderstaande staafdiagram staat de ontwikkeling van de goederen invoer en uitvoer van 2017 t/m 2023.

Programmabegroting 2026-2030

71

Rijksdoelstelling: 50% reductie primaire abiotische grondstoffen Sturing op het totale volume aan grondstoffen (in kton) biedt momenteel het enige beschikbare inzicht richting de 2030-doelstelling voor 50% reductie van primaire abiotische grondstoffen. Hoewel dit waardevol is, zou er idealiter onderscheid gemaakt moeten worden tussen primaire en secundaire grondstoffen. Dit inzicht is momenteel nog niet beschikbaar, waardoor gerichtere sturing op de Rijksdoelstelling op dit moment beperkt mogelijk is.

Goederenstromen uitgedrukt in milieukosten 2017 - 2023 In de nulmeting staat ook per transitieagenda de Milieukostenindicator (MKI) weergegeven. De MKI is een manier om in één getal uit te drukken wat de milieubelasting is van een product, materiaal of bouwwerk. Het helpt bedrijven, overheden en consumenten om duurzamere keuzes te maken. De MKI geeft aan hoeveel schade een product aanricht aan het milieu, uitgedrukt in euro’s. Het is dus een soort prijskaartje voor milieuschade. Het prijskaartje in de nulmeting is uitgedrukt in miljoenen euro's. De Rijksoverheid stelt vanaf 1 januari 2027 het gebruik van de Milieukostenindicator (MKI) verplicht bij aanbestedingen in de grond-, weg- en waterbouw (GWW) (Rijksoverheid). Wat opvalt in onderstaande diagram is dat wanneer het over milieuschade gaat dat Biomassa en voedsel grotere milieuschade toebrengt dan de transitieagenda Bouw. Dit komt doordat de MKI wordt berekend op basis van 19 indicatoren, waaronder broeikasgasemissies, landgebruik, waterverbruik, fijnstofuitstoot en toxiciteit voor mens en milieu. Door de MKI van de verschillende transitieagenda’s te kennen kan het gesprek over eventuele maatregelen om de milieu-impact naar beneden te brengen worden gevoerd.

Programmabegroting 2026-2030

72

Afval: door de jaren heen. De relatie tussen goederen en afval is cruciaal: elk product dat de stad binnenkomt, doorloopt een levenscyclus die eindigt als afval – maar dat afval vormt weer het begin van iets nieuws. In onderstaande grafiek staan de ontwikkelingen in het totale gewicht van het bedrijfs- en huishoudelijk afval voor de jaren 2017 tot en met 2023.

Afval (kton)

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

442

351

371

437

426

336

282

Circulaire economie: het sluiten van de kringlopen Op basis van de nulmeting 2017 is inzichtelijk gemaakt hoe goederen zich door de stad bewegen en wat invloedssfeer van de gemeente Haarlem is op de transitie naar een circulaire economie. Goederen komen de stad binnen via handel, bouw en consumptie, en vervullen een rol in het dagelijks leven. Na gebruik worden ze afgedankt en veranderen ze in afval. In een circulaire benadering is dit afval echter geen eindpunt, maar het begin van een nieuwe grondstofstroom. Door hergebruik, reparatie en recycling worden materialen opnieuw ingezet, waardoor de kringloop zich sluit en de vraag naar nieuwe grondstoffen afneemt. Deze visuele weergave maakt de materiële levenscyclus inzichtelijk.

Programmabegroting 2026-2030

73

De Haarlemse invulling van de transitieagenda’s In het volgende deel wordt voor vier transitieagenda’s de inzet van Haarlem weergegeven, hierbij komt kunststof te vervallen omdat het aandeel hiervan in de agglomeratie Haarlem beperkt is. Met het Actieprogramma Circulaire Economie heeft Haarlem op de verschillende transitieagenda’s en beïnvloedingsvlakken van het Rijk al veel acties gebundeld. Zowel intern als met externe partijen zet Haarlem stappen om de transitie naar een toekomstbestendige en milieuvriendelijke en daarmee vitale economie te maken. De acties zijn vooralsnog gericht op de huishoudens en de dienstverlenende bedrijven hier omheen en onze eigen organisatie. Bedrijven gebruiken goederen om hun economische activiteiten uit te voeren. Daarom is het belangrijk dat de gemeente Haarlem samen met deze bedrijven en fabrikanten in gesprek gaat. Door gezamenlijk creativiteit en innovatiekracht in te zetten, kan milieu-impact worden teruggedrongen. Hierbij moet Haarlem oog hebben voor het behouden van onze bedrijven en de werkgelegenheid en werken aan de ontsluiting van de bestaande financieringsfaciliteiten voor een circulaire bedrijfsvoering. Voor een gezond ecosysteem van ondernemers is (meer) samenwerking met (hoge) scholen en andere kennisinstellingen van belang.

Tegelijkertijd kan er met de onderwijspartijen onderzocht worden hoe de werknemers van de toekomst geïnteresseerd kunnen worden voor de transitieopgaven (energie en circulair). Hiervoor werkt de gemeente al samen met onderwijs en bedrijfsleven in het Smart Makers Network. De verwachting is dat voor circulaire bedrijvigheid meer ruimte nodig is: fysiek en qua milieuzonering. Inpassing hiervan in Haarlem, of mogelijkheden in de regio, vraagt aandacht. Omdat veel kansen (subsidies, financiering, samenwerking) en barrières zich buiten Haarlem om afspelen is een samenwerking op het vlak van lobby en subsidie in de regio, MRA, landelijk en Europees onontbeerlijk. Haarlem ziet inzet op dit vlak steeds vaker beloond worden en daarom worden de inspanningen hierop gecontinueerd. Met de nieuwe inzichten en gerichte inzet op bedrijven met de grootste goederen-en afvalstromen kan de gemeente Haarlem de milieu impact verminderen. Programmabegroting 2026-2030

74

Transitieagenda Biomassa en voedsel

% van het totaal:

CO₂ eq (Kton ) 681

MKI (miljoenen €) 429

Gewicht (Kton) 448

19%

37%

20%

In de circulaire economie speelt biomassa en voedsel een grote rol. Biomassa, waaronder gewassen en landbouwafval en reststromen uit de voedselindustrie kan in een circulaire economie worden ingezet om kringlopen te sluiten in de voedselproductie, als hernieuwbare energiebron en als grondstof voor bioplastics of bouwmaterialen. Het Rijk werkt in de transitieagenda Biomassa en Voedsel toe naar een Kringlooplandbouw in 2030. Deze transitieagenda zet onder meer in op het stimuleren van circulaire biobased producten, herstellen van de bodemgezondheid, de eiwittransitie (van dierlijk naar plantaardig) en het verminderen van voedselverspilling. De voedselindustrie vertegenwoordigt het één na kleinste aandeel in gewicht aan goederen maar kent een opvallend grote milieu impact. Haarlem draagt vanuit het Actieprogramma Circulaire Economie bij aan een circulair voedselsysteem in Haarlem in 2040. Om dit te bereiken werkt Haarlem middels verschillende acties aan een meer plantaardig menu, het zo lokaal mogelijk produceren en consumeren van voedsel en het verminderen van voedselverspilling. Doel is om eerlijk en milieuvriendelijk voedsel voor iedereen toegankelijk te maken. Het actieprogramma zet in op bewoners, voedselinitiatieven en MKB-bedrijven, zoals horeca. Omdat de helft van de import van voedsel van bedrijven komt gaat Haarlem in gesprek met de grootste importeurs van voedsel.

Daarnaast onderzoekt Haarlem met partners hoe (nutriënten)kringlopen beter gesloten kunnen worden. Transitieagenda Bouw

% van het totaal:

CO₂ eq (Kton ) 1767

MKI (miljoenen €) 331

Gewicht (Kton) 762

48%

28%

34%

De bouwsector zorgt voor veel afval en veel CO₂ uitstoot, dit moet worden teruggedrongen. Het doel is een circulaire bouweconomie waarin gebouwen en infrastructuur modulair, demontabel en herbruikbaar zijn, materialen zo lang mogelijk in de keten blijven en de milieu-impact van bouwen en slopen drastisch wordt verminderd. Hierbij wordt er in toenemende mate gebruik gemaakt van biobased grondstoffen. De bouwindustrie vertegenwoordigt het op één na grootste aandeel in gewicht aan goederen en kent vooral een groot aandeel in de CO₂ uitstoot van de economie. De transitieagenda bouw in Haarlem richt zich op circulair bouwen. Via het Actieprogramma Circulaire Economie worden aannemers verleid om duurzaam te (ver)bouwen. Een koplopergroep van MKB-bouwers deelt kennis over innovatieve technieken. Ook wordt er een circulaire bouwmaterialenmarkt doorontwikkeld. De gemeente past zelf circulaire principes toe in de Grond-, Weg- en Waterbouw (GWW), met hergebruik van materialen via de circulaire grondstoffenhub. De voortgang wordt gemonitord op hergebruikcoëfficiënt en de MKI. Bij nieuwbouwprojecten gelden MRA-afspraken voor toekomstbestendig bouwen, met aandacht voor energie, circulariteit, klimaatadaptatie, natuur, mobiliteit en gezondheid. Met de nieuwe inzichten kan Haarlem gerichter handelen om de milieu-impact te verkleinen of te verbeteren.

In dit convenant staan eisen voor het bouwen van woningen. Dit is ook wenselijk om verder uit te werken voor de utiliteitsbouw.

Programmabegroting 2026-2030

75

Transitieagenda Consumptiegoederen

% van het totaal:

CO₂ eq (Kton ) 514 14%

MKI (miljoenen €) 184 16%

Gewicht (Kton) 119 5%

Consumptiegoederen zijn alle spullen die als samenleving geproduceerd en geconsumeerd worden. Denk hierbij aan meubels, textiel, elektronica, gereedschap en huishoudelijke apparaten. De grootste impact zit in het produceren en vervoeren van consumptiegoederen. De grootste impact is dus: minder spullen. Daarnaast is het belangrijk dat nieuwe spullen zo lokaal en circulair mogelijk geproduceerd worden, van goede kwaliteit, zodat ze herbruikbaar zijn. De consumptiegoederen vertegenwoordigen het kleinste aandeel in gewicht aan goederen, maar hebben een relatief hoge milieu-impact. Bedrijven uit de sector voor consumptiegoederen werken vaak internationaal en zijn daardoor kwetsbaar voor schommelingen op internationale markten. Daarvoor is internationaal EU-beleid en monitoring nodig. Omdat textiel binnen het Rijk wordt beschouwd als onderdeel van de consumptiegoederen, sluit Haarlem zich hierbij aan. De gemeente stimuleert het lokale bedrijfsleven met oog voor duurzaamheid en zet in op bewust consumeren: koop alleen wat nodig is, liefst tweedehands en lokaal. Delen, ruilen en repareren worden actief gepromoot. De huidige inzet wordt uitgebreid om ook grotere bedrijven ook hiervoor te enthousiasmeren. Transitieagenda Maakindustrie

% van het totaal:

CO₂ eq (Kton) 669

MKI (miljoenen €) 219

Gewicht (Kton) 893

18%

19%

40%

De maakindustrie omvat de productie van systemen en materialen zoals machines, voertuigen en elektronica. De transitieagenda Maakindustrie richt zich op een circulair systeem met duurzame, repareerbare en herbruikbare producten. Er wordt ingezet op grondstofefficiëntie, emissiereductie en leveringszekerheid van kritieke materialen. Dit draagt ook bij aan de economische doelstellingen van de gemeente Haarlem als de stad van de toegepaste innovatie. De maakindustrie vertegenwoordigt het grootste aandeel in gewicht aan goederen maar heeft een relatief lage milieu impact. De maakindustrie speelt een grote rol in de Haarlemse economie, waardoor het behoud van ruimte voor circulaire productie essentieel is. Samenwerking met Parkmanagement Waarderpolder is cruciaal voor deze transitie. Er wordt gewerkt aan een nieuw convenant met doelen voor een circulaire economie en toekomstbestendig bedrijventerrein. Binnen de Waarderpolder ontwikkelt het C-district zich met het MAAK park en 3DMZ/Bouwlab, waar innovatieve circulaire bedrijven kunnen groeien. Ook onderwijsinstellingen vestigen zich op dit terrein. Op termijn kunnen de op het MAAK park startende bedrijven doorstromen naar andere locaties binnen de Waarderpolder. Vervolg Haarlem gaat komende periode door met de ingeslagen weg en werkt in etappes aan een routekaart Circulaire Economie.

Tot er meer duidelijkheid is over de landelijke doelen wordt er aangesloten bij de doorontwikkeling van de duurzaamheidsbegroting en bij de actualisatie van het actieprogramma circulaire economie in 2026/2027. Dit is conform de werkwijze van de duurzaamheidsbegroting.

Programmabegroting 2026-2030

76

Klimaatbestendige stad 2050 De gemeenteraad besloot in 2016 dat Haarlem in 2050 klimaatbestendig moet zijn, in lijn met het landelijke Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Dit plan beschrijft hoe Nederland zich voorbereidt op extremer weer, zoals hittegolven, hevige buien en droogte. In 2024 stelde Haarlem het Plan Stedelijk Water 2024–2033 vast. Dit plan bevat maatregelen voor rioolbeheer, verbetering van grond- en oppervlaktewater, en klimaatadaptatie. De plannen zijn gebaseerd op de KNMI-klimaatscenario’s, waarvan de herziene versies in 2023 zijn gepresenteerd. Het is belangrijk om bewust te zijn van de aard van klimaatscenario’s: ze geven geen exacte voorspellingen, maar zijn projecties van mogelijke toekomsten. Klimaatprojecties laten op basis van wetenschap en aannames zien wat ons op lange termijn mogelijk te wachten staat. Deze projecties vragen om tijdige en meerjarige voorbereiding. Door nu al in te spelen op geleidelijke veranderingen, kunnen abrupte aanpassingen in de toekomst worden voorkomen. Daarnaast kunnen hoge maatschappelijke kosten in de toekomst worden voorkomen. Klimaatrisico’s: actualisatie Naar aanleiding van de eerdere toezegging om terug te komen op klimaatrisico’s wordt opgemerkt dat er momenteel nog onvoldoende onderbouwing beschikbaar is om deze risico’s aan te passen.

De gebruikte landelijke databronnen bevatten verouderde gegevens, waardoor eerst nader onderzoek noodzakelijk is om tot een zorgvuldige herbeoordeling te komen. Verwacht wordt dat in 2026 meer informatie beschikbaar is om de huidige klimaatrisico’s te actualiseren. Daarnaast zal dan ook het overstromingsrisico inzichtelijk worden gemaakt. Risico: tekort aan drinkwatervoorzieningen De gevolgen van klimaatverandering worden steeds zichtbaarder en raken ook de beschikbaarheid van essentiële voorzieningen, zoals drinkwater. Haarlem staat voor de opgave om tijdig te anticiperen op deze klimaat-gerelateerde risico’s. Eén van de urgente dreigingen is een mogelijk tekort aan drinkwater. Het RIVM stelt dat Nederland door klimaatverandering vaker lange droge periodes in de zomer ondervinden. Hierdoor is er minder water beschikbaar voor de productie van drinkwater en er wordt meer water verbruikt (RIVM, klimaatverandering en drinkwater). Volgens het rapport Klimaatrisico's in Nederland van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) kan een aanzienlijk deel van Nederland, waaronder Haarlem, vóór 2030 te maken krijgen met drinkwatertekorten. Als reactie op deze dreiging presenteerde de Rijksoverheid in april 2024 het Nationaal Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing. Een van de belangrijkste doelen is het terugdringen van het drinkwatergebruik naar 100 liter per persoon per dag in 2035.

In 2021 lag dit verbruik op 129 liter per persoon per dag (CBS). Hoewel de levering van drinkwater geen primaire gemeentelijke taak is, hebben gemeenten wel een belangrijke rol in de bescherming van de drinkwatervoorziening. Volgens de Drinkwaterwet is de overheid verantwoordelijk voor een duurzame en veilige drinkwatervoorziening. De gemeente kan dit doen door bij de ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met beschikbaarheid en kwaliteit van drinkwater, ook kan zij een stimulerende rol spelen bij het bewust maken van inwoners. Een tekort aan drinkwater kan directe gevolgen hebben voor de leefbaarheid en de voortgang van woningbouwprojecten. Voor huidige bewoners betekent dit dat de beschikbaarheid van schoon drinkwater onder druk komt te staan. Daarnaast kan een tekort ook de werking van noodvoorzieningen, zoals brandbestrijding, in gevaar brengen door onvoldoende waterdruk of voorraad. Zonder aanvullende maatregelen bestaat bovendien het risico dat nieuwe woningen niet tijdig kunnen worden aangesloten op het waternet.

Programmabegroting 2026-2030

77

Brede Welvaart In het coalitieakkoord staat de ambitie opgenomen om Brede Welvaart te integreren in de programmabegroting. De afgelopen jaren heeft Haarlem belangrijke stappen gezet om Brede Welvaart als onderdeel van beleidsafweging en bestuurlijke besluitvorming een plek te geven binnen de organisatie. Er wordt dit jaar en begin volgend jaar ‘geoefend’ met het in de praktijk brengen van de brede welvaartswijze, dit wordt gedaan op diverse momenten in processen en in diverse (beleids)documenten. Gemeentelijke organisatie CO₂-Prestatieladder Sinds 2020 is Haarlem gecertificeerd op niveau 3 van de CO₂-Prestatieladder. In januari 2025 is een nieuw handboek gepubliceerd, met ambitieuzere vereisten. Haarlem zal zich in 2026 certificeren volgens het nieuwe handboek op trede 1. Begin 2027 heeft Haarlem de mogelijkheid om over te stappen naar trede 2. De komende maanden worden de benodigde investeringen onderzocht. Verduurzaming eigen vastgoed De doelstelling voor CO₂-besparing voor eigen vastgoed is 55% voor het jaar 2030. Dit ten opzichte van het referentiejaar 2018. De doelstelling wordt gehaald door verduurzaming en sloop/nieuwbouw. Door verduurzaming wordt 49% van de doelstelling gehaald. Sloop/nieuwbouw is goed voor 6% van de CO₂-besparing. Voor verduurzaming van gemeentelijk vastgoed dient er 8.865 ton CO₂ bespaard te worden.

Tot eind 2024 is 2.216 ton CO₂-besparing gerealiseerd. Dit is 23% van de doelstelling. De huidige plannen voor verduurzaming zijn geprogrammeerd tot 2027. Er wordt tot en met dat jaar een CO₂-besparing gerealiseerd van 3.681 ton CO₂ oftewel 41% van de doelstelling. Zie verder toelichting in de tabel hieronder. Vanaf 2027 moet er nog een besparing van 5.184 ton CO₂ gerealiseerd worden. Tot op heden zijn er nog geen projecten gepland in de periode 2027/2030. Er is een projectenvijver in ontwikkeling waarbij verdere invulling wordt gegeven aan deze opgave. Hiervoor is een uitbreiding van het afwegingskader nodig voor vastgoedprogrammering. Het is de doelstelling om in het vierde kwartaal van 2025 een projectenvijver te hebben. In het tweede kwartaal van 2026 wordt de projectenvijver vertaald naar een Meerjarig-investeringsprogramma. De CO₂ besparing van de speeltuingebouwen zal in de volgende rapportage over het verduurzamen van het vastgoed gepresenteerd worden. Jaar van oplevering

2024

2025

2026

2027

Eindtotaal

Gerealiseerde/ te realiseren CO₂ besparing (ton)

2.216

59

402

1.004

3.681

Verbonden partijen In de paragraaf Verbonden partijen geven de verbonden partijen aan of ze gecertificeerd zijn op de CO₂ prestatieladder en (indien beschikbaar) wat de CO₂ uitstoot is. Verder beschrijven ze wat er reeds aan duurzaamheid wordt gedaan. Naar aanleiding van de motie ‘Ook verbonden partijen ondernemen maatschappelijk verantwoord en duurzaam circulair’ wordt er ook inzicht gegeven in de samenstelling van het bestuur en de RvC van de verbonden partijen. Handreiking Duurzaamheidsrapportage Afgelopen jaar heeft Haarlem actief bijgedragen aan de realisatie van een Handreiking Duurzaamheidsrapportage voor decentrale overheden. De gemeenteraad is hierover geïnformeerd via een informatienota (2024/1995336). In de Kadernota 2026 is een analyse gepresenteerd in Programmabegroting 2026-2030

78

hoeverre de rapportage van Haarlem (o.a. via de Duurzaamheidsbegroting) reeds inzicht geeft in de thema’s van de handreiking. De handreiking en meetbaarheid van diverse thema’s blijven in ontwikkeling. T.o.v. de Kadernota 2026 is het inzicht in scope 3 voor de agglomeratie Haarlem in deze duurzaamheidsbegroting toegevoegd. Dit inzicht is er (nog) niet voor de gemeente en/of de eigen organisatie. Vanuit de kernset zijn er verder geen additionele indicatoren die toegevoegd worden. Duurzaamheid begrotingsinstrumenten De duurzaamheidsbegroting is een samenstel van een begrotingsdocument en -instrumenten ten bate van effectief en kostenefficiënt klimaatbeleid. De gemeente Haarlem gaat met deze begroting zichtbaar verder dan veel andere gemeenten. De gemeente beoogt duurzaamheid te versleutelen in de haarvaten van de beleids-, investerings- en besluitvormingsprocessen van de gemeente. In deze paragraaf wordt kort stilgestaan bij een aantal instrumenten. Duurzaamheid in bestuurlijke besluitvorming Vanaf 1 maart 2022 wordt er een duurzaamheidsargument opgenomen in bestuurlijke nota’s. In dit argument wordt de impact op de duurzaamheidsdoelstellingen Aardgasvrij 2040, Circulaire stad 2040 en Klimaatbestendig 2050, zowel negatief als positief, van het nieuwe beleid, voorstel of project beschreven. Net als voorgaande jaren is er een evaluatie uitgevoerd.

Er zijn 103 bestuurlijke nota’s bekeken vanuit het Fysiek domein, opgesteld in de periode september 2023 tot en met december 2024. Uit de evaluatie van de nota's is gebleken dat er nog steeds 29 nota’s zijn vastgesteld in deze periode waarin duurzaamheid niet benoemd werd. In 14 nota's is er geen duurzaamheidsargument opgenomen, maar is duurzaamheid wel als onderwerp opgenomen. In de overige 60 nota's is er wel een duurzaamheidsargument opgenomen. Zichtbaar is dat het inzichtelijk maken van de kwantitatieve impact op de duurzaamheidsdoelstellingen in het overgrote deel van de nota’s ontbreekt. De uitkomsten van de evaluatie laten zien dat er ruimte is voor verbetering. Haarlem onderzoekt komende periode hoe deze verbeteringen te realiseren. Stelpost Duurzaamheid in het investeringsprogramma In de Programmabegroting 2022 - 2026 is de Stelpost Duurzaamheid opgenomen om hogere aanvangskosten van duurzame investeringen te faciliteren. Vaak zijn deze kosten nog niet volledig inzichtelijk bij opname in het Investeringsplan, terwijl ze op termijn wel baten opleveren, zoals besparingen, milieuwinst en restwaarde. De stelpost biedt ruimte om deze kosten later alsnog te dekken. Revolverend Fonds Energiebesparing Het Revolverend Fonds Energiebesparing (RFE) is een reserve die financiële belemmeringen wegneemt voor het doen van rendabele investeringen in duurzaamheid.

Een duurzaamheidsinvestering resulteert in energiebesparing. Deze besparing, vertaalt in euro’s, wordt gestort in het RFE. Het RFE kan worden gebruikt om verdere duurzaamheidsinvesteringen mogelijk te maken, waarbij de besparingen van deze investeringen worden gestort in het RFE. In 2024 en 2025 zal een substantieel aantal panden beheerd door SRO verduurzaamd zijn. De energiebesparing als gevolg hiervan zal het jaar na investering worden gedoteerd aan het fonds. In het geactualiseerde investeringsplan zijn investeringen opgenomen die een duurzaamheidscomponent bevatten. In de komende periode wordt nader onderzocht of de besparingen van deze duurzaamheidsinvesteringen kunnen worden toegewezen aan het RFE. Daarnaast zal de raad via een informatienota jaarlijks worden geïnformeerd over verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed.

Programmabegroting 2026-2030

79

Reserve Energiebesparing

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Beginstand 01/01

961

1.288

1.657

1.961

2.264

2.567

2.870

Energiebesparing straatverlichting Dotatie energiebesparing Bibliotheek Dotatie verduurzaming gemeentelijk vastgoed - waarvan gerealiseerd - besparing verwachte opleveringen 2025 t/m 2026

182 46 99 99

182 46 141 99 42

182 46 167 99 68

182 46 167 99 68

182 46 167 99 68

182 46 167 99 68

182 46 167 99 68

-92

-92

-92

-92

-92

1.961

2.264

2.567

2.870

3.174

Onttrekkingen Verduurzaming; lasten opleveringen 2026* Stand per 31/12 * Subsidies en ongedekte investeringen tranche 2

1.288

1.657

Raamwerk Doorontwikkeling van de duurzaamheidsbegroting Er is al veel bereikt op het gebied van duurzaamheid, wat een sterke basis vormt. De komende periode ligt de focus op het verder uitwerken van de overige duurzaamheidsthema’s. De duurzaamheidsbegroting blijft daarbij in ontwikkeling. Onderstaand raamwerk toont de opgaven voor de komende tijd. Blokken

Acties

Duurzaamheidsbegroting: uitvoering, monitoring en verantwoording

De duurzaamheidsbegroting geeft een objectief beeld van de voortgang richting duurzaamheidsdoelstellingen. Duurzaamheidsbegroting is een vast onderdeel van de Planning & Control (P&C) cyclus: Monitoren voortgang energietransitie en CO₂ uitstoot in de P&C cyclus, inzicht in indicatoren in Haarlem in Cijfers ‘Duurzaamheid’ Monitoren van de klimaatbestendige stad Rapporteren op voortgang MRA roadmap circulair inkopen Rapporteren over duurzaamheid van de raamcontractprojecten

Monitoren besluitvorming, implementatie van de maatregelen en voortgang Strategische planning en raamwerk Duurzaamheid inbedden in de organisatie (& ketenpartners)

Duurzaamheid wordt als belangrijk afwegingscriterium meegenomen in beleids- en investeringsbeslissingen Nieuw beleid: Zorgen dat bij nieuw beleid de bijdrage aan de duurzaamheidsdoelstelling inzichtelijk gemaakt wordt en hoe dit wordt nagevolgd. Optimaliseren van duurzaamheid in project c.q. duurzaamheid dient meegenomen te worden in de afweging Duurzaamheid integreren in procesopdrachten (civiele procesopdrachten zijn reeds afgerond) Binnen de projecten worden duurzaamheidsscores inzichtelijk gemaakt Verbeteren/versterken van het duurzaamheidsargument in bestuurlijke nota’s Duurzaamheidstoets team adviseert i.h.k.v. duurzaamheidsthema’s P&C cyclus: Integratie doelstellingen en indicatoren CO₂ prestatieladder: als gevolg van de herziening van het handboek, wordt er gestreefd naar certificering op trede 1 (equivalent trede 3 ‘oude’ handboek). Doel voor de komende periode wordt bepaald. Duurzaamheid bij de verbonden partijen: opvolging geven aan de motie ‘Ook verbonden partijen ondernemen maatschappelijk verantwoord en duurzaam circulair’. Revolverend Fonds Energiebesparing (RFE) en Stelpost Duurzaamheid faciliteren en ondersteunen duurzaamheidsmaatregelen

Begrotingsvoorbereiding, doorontwikkeling van de duurzaamheidsbegroting

Duurzaamheidsbegroting Circulariteit meetbaar maken en indicatoren definiëren; Actieprogramma CE in lijn brengen met de Rijks transitieagenda’s en aansluiten bij (inter)nationale ontwikkelingen Duurzaamheidsdashboard: ontwikkelen van één dashboard waar ‘Aardgasvrij 2040, Circulaire stad 2040, Klimaatbestendige stad 2050’ gepresenteerd worden. Duurzaamheid in investeringen: nagaan welke (nieuwe) methodieken op het gebied van duurzaamheid mogelijk zijn ter ondersteuning van duurzaamheid in de investeringen en/of het vastgoed. Brede Welvaart Invulling geven aan het instrumentarium van brede welvaart, pilot ‘praktisch werkbaar maken van brede welvaart’

Programmabegroting 2026-2030

80

Deel 2 Programma's

Programmabegroting 2026-2030

81

2.1 Inleiding programma's In dit deel van de Programmabegroting 2026-2030 wordt het beleid voor 2026 toegelicht. De opbouw van de programmateksten volgt een vaste structuur die hieronder wordt verklaard. Allereerst zijn de zeven programma’s gegroepeerd in drie clusters: Sociaal, Fysiek en Burger & bestuur. Elk cluster begint met een clustertekst waarin de context van het cluster wordt gegeven, de onderliggende programma’s worden benoemd en de hoofdkoers van het cluster wordt toegelicht. Ook staan hier standaard lopende zaken en belangrijke ontwikkelingen binnen het cluster en de onderliggende programma's. Vervolgens worden de onderliggende programma’s verder uitgediept volgens de volgende indeling: • Een overzicht van de behandelende commissies (raad), portefeuilles (bestuur) en afdelingen (ambtelijk); • De doelenboom. Deze brengt de samenhang in beeld tussen de programmadoelstelling, de beleidsvelden en de hieraan gekoppelde doelen en prestaties en bijbehorende producten; • De programmadoelstelling; • De kaderstellende beleidsnota’s. Deze zijn (vrijwel) allemaal voorzien van de corresponderende nummers uit het Bestuurlijk Informatie Systeem (BIS) en daarmee als pdfdocument via een link te openen; • De beleidsvelden.

Per beleidsveld worden de doelen omschreven (wat willen we bereiken), de prestaties die Haarlem nastreeft (wat gaan we ervoor doen) en de bijbehorende effect- en prestatie-indicatoren; • De financiën van het programma. Doelen, prestaties en bijbehorende indicatoren zijn overzichtelijk in een schema (de doelenboom) gepresenteerd. Effectindicatoren hebben betrekking op doelen. Prestatie-indicatoren hebben betrekking op prestaties. R/S in de tabel staat voor resultaten uit voorgaande realisatiejaren en streefwaarden voor komende jaren. Bij nieuwe indicatoren waarbij nog geen nulmeting voor handen is, wordt aangegeven dat de nulmeting nog plaats moet vinden en dat de streefwaarden daarom nog een (ruwe) inschatting zijn. Doelen en prestaties zonder indicatoren In navolging van de aanbevelingen van de Duisenberg Light methode op de Jaarstukken 2019 zijn in bijlage 5.3 toelichtingen opgenomen waarom voor sommige doelen en prestaties geen indicator geformuleerd is. Hierin is ook opgenomen hoeveel doelen en prestaties geen indicator hebben. Landelijk verplichte indicatoren (BZK) Naast de door gemeente Haarlem zelf geformuleerde indicatoren zijn ook de landelijk verplichte indicatoren opgenomen onder de verschillende programma’s, daar waar deze het beste tot hun recht komen. Deze indicatoren zijn herkenbaar aan de toevoeging 'BZK' (naar het ministerie dat deze heeft opgesteld).

Ook is een link in het pdf-document opgenomen naar het dashboard van 'Waar staat je gemeente', waarop deze indicatoren voor alle gemeenten zijn gepubliceerd. Via dit dashboard kunnen online vergelijkingen worden gemaakt met andere gemeenten of landelijke cijfers. De belangrijkste vergelijkingen zijn ook opgenomen in bijlage 5.2 Benchmark indicatoren. Hier is Haarlem in grafieken weergegeven ten opzichte van vergelijkbare gemeenten in Nederland. De verplichte indicatoren worden op het online dashboard met regelmaat geactualiseerd of met terugwerkende kracht gecorrigeerd. Het is zodoende mogelijk dat deze indicatoren in deze begroting afwijken van de actuele situatie op het dashboard. In deze Programmabegroting 2026-2030 zijn deze indicatoren opgenomen, zoals deze op 1 augustus 2025 op het dashboard zijn gepubliceerd. In deze Programmabegroting 2026-2030

82

begroting zijn alleen cijfers voor hele jaren opgenomen, terwijl op het dashboard soms ook halfjaarcijfers worden gepubliceerd. Inwonerspeiling De gemeente Haarlem voert aan het eind van elk kalenderjaar onderzoek uit onder inwoners, waarbij hun mening wordt gevraagd over verschillende onderwerpen. Doordat veel van deze vragen meerdere jaren worden herhaald kunnen trends in de tijd worden onderscheiden. Daarmee zijn deze uitkomsten bruikbaar als indicator in de begroting en het jaarverslag. Alle uitkomsten van dit onderzoek worden gepubliceerd op het platform Haarlem in Cijfers, onder de tegel ‘Inwonerspeiling’. Dit betreft een openbare gegevensbron die naast medewerkers van de gemeente en ingewijden ook door inwoners en andere geïnteresseerden geraadpleegd wordt. Verband tussen doelen, prestaties en middelen (producten) De raad heeft meerdere malen aangegeven dat zij meer inzicht wenst in de samenhang tussen doelen, prestaties en middelen, onder andere bij monde van de Duisenbergrapporteurs. Het college heeft toegezegd om de productenraming onderdeel te maken van de doelenbomen om zo het inzicht voor de raad te vergroten. Aan de hand van de productenraming zijn sinds de Programmabegroting 2023-2027 de verschillende producten op beleidsveldniveau toegevoegd aan de doelenboom van het desbetreffende programma.

Sinds de Programmabegroting 2025-2029 wordt hierbij ook het saldo van baten en lasten weergegeven. Op basis van een andere aanbeveling van de Duisenbergrapporteurs wordt sinds deze Programmabegroting 2026-2030 niet het saldo, maar het exacte getal van baten en lasten weergegeven. Zoals in eerdere reacties aangegeven is er geen lineair verband tussen de prestaties en producten. Daarom is gezocht naar de best passende samenhang tussen producten en prestaties. Hierbij is gekozen om de volledige productenraming te koppelen aan prestaties en zijn alle producten nu in de doelenbomen verwerkt. Het kan voorkomen dat een product is gekoppeld aan meerdere prestaties. In dat geval wordt het totaal saldo van het product tussen haakjes weergegeven. Verwerking Duisenberg aanbevelingen Op 19 juni jl. heeft de raad een zogenoemd dummyprogramma vastgesteld, waar een groot deel van de Duisenberg aanbevelingen in is verwerkt. Het ging bij deze dummy om een programma welke is opgesteld o.b.v. het programmadeel van de Haarlemse jaarstukken. In het programmadeel van deze Programmabegroting 2026-2030 zijn deze aanbevelingen verwerkt, zoals deze ook opgenomen waren in de dummy. Hierdoor bevatten de programma’s informatie die eerder alleen in andere onderdelen (en voornamelijk de bijlagen) stond. Het gaat hierbij zoal om informatie over verbonden partijen, reserves en voorzieningen en risico’s.

Door het verwerken van deze aanbevelingen is de layout van de programma’s volgend op de beleidsvelden met indicatoren aangepast t.o.v. voorgaande jaren. Het uitgangspunt was om zoveel mogelijk hiervan in de Programmabegroting 2026-2030 te verwerken en dit is, op het overzicht van doeluitkeringen na, gelukt. Het onderdeel investeringskredieten is ook niet meegenomen, maar hiervoor geldt dat deze niet geschikt is om opgenomen te worden in de programmabegrotingen, dit volgt bij de Jaarstukken 2025. Hieronder volgt een korte toelichting waarom beide onderdelen niet zijn opgenomen in deze Programmabegroting 2026-2030. Doeluitkeringen Procesmatig gezien is er nog geen structuur ingericht om deze informatie tijdig en eenduidig te kunnen leveren voor de Programmabegroting 2026-2030. Er zijn nog geen vaste afspraken of processen om deze gegevens te verzamelen, controleren en verwerken. Zo worden deze gegevens momenteel ook (nog) niet op één plek verzameld, waardoor het noodzakelijk zal zijn voor het creëren van dit overzicht om tot nieuwe procesafspraken te komen. Op korte termijn zullen daarom Programmabegroting 2026-2030

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16111491/6