Bijlage 1 Programmabegroting 2026-2030
Tekst van het document
n 118
n 118
n
392
n 832
n 832
n 832
n 832
n
2.955
n 3.692
n 3.692
n 3.692
n 3.692
n
a
i j
Extra budget voor innovatie/ruimtelijke kwaliteit Nieuw evenementenbeleid Haarlem k en beleidsadviseur evenementen Formatie uitbreiding i.v.m. proceswijziging l uitvoeringsregeling paspoorten m Wijkaanpak Totaal
-
90
90
90
Alle structurele beleidsvoorstellen uit de Kadernota 2026 zijn onverkort overgenomen. Met uitzondering van één neutraal beleidsvoorstel over handhaving winter- en zomerbezetting Zandvoort. Daarnaast is het bedrag voor de wijkaanpak voor 2026 naar beneden bijgesteld (m). Voorstellen versterken basisveiligheid en handhaving Met de onderstaande voorgestelde claims zet Haarlem in op een sterke basis voor veiligheid en handhaving. Door de crisisorganisatie op orde te brengen, beleidscapaciteit te versterken en in te spelen op groeiende opgaven zoals parkeren, evenementen en fietsparkeren, groeit de organisatie mee met de ambities van de stad en blijft Haarlem veilig en leefbaar. a. Veiligheidsmanager interne crisisorganisatie en VRK accounthouderschap De interne crisisorganisatie van de gemeente is niet op orde. Dit blijkt mede uit een rapportage van MB-ALL. Het voorstel is om hiervoor één fte veiligheidsmanager beschikbaar te stellen voor het opstellen van een plan van aanpak, de uitvoering van de interne crisisorganisatie en de coördinatie van de werkzaamheden. Daarnaast is meer inzicht nodig voor het accounthouderschap van de VRK. De groei van de VRK en daarmee de complexiteit op strategisch en financieel gebied is afdelingsoverstijgend. Dit accounthouderschap wordt ondergebracht bij de afdeling V&H. De totale structurele kosten hiervoor bedragen vanaf 2026 € 155.000. b.
Beleidscapaciteit parkeerhandhaving Sinds twee jaar is er op basis van tijdelijke financiering capaciteit beschikbaar voor beleid op het gebied van parkeerhandhaving. De ontwikkelingen binnen het parkeerdomein zijn aanzienlijk en hebben een grote impact op de handhavingsorganisatie. Door deze beleidsinzet op parkeerhandhaving structureel te maken blijft de handhaving goed afgestemd op deze ontwikkelingen. Dit maakt het mogelijk om efficiënter en effectiever te handhaven, meer gebruik te
Programmabegroting 2026-2030
23
maken van nieuwe technologieën en beter te sturen op naleving van parkeerregels door gebruik te maken van de beschikbare data. De kosten voor de 1,5 fte extra beleidscapaciteit bedragen € 227.000 structureel. In lijn met de afspraken over de verdeling van gemeenschappelijke kosten betaalt de gemeente Zandvoort 10% van de kosten (€ 23.000). c. Planning handhaving De afdeling Veiligheid & Handhaving is de afgelopen jaren gegroeid. Dit betekent dat het planningsproces gemoderniseerd moet worden. De huidige bezetting van 1 fte is onvoldoende gebleken om de planning van de afdeling op orde te krijgen. Er is een nieuw roosterbeleid opgesteld en de processen worden aangepast. Hiervoor zijn twee extra planners nodig. Vanwege de krappe arbeidsmarkt is het niet gelukt om geschikte planners te werven. Daarom wordt er momenteel een bureau ingehuurd voor coördinatie en planning. De structurele kosten hiervan bedragen € 200.000. Dit budget wordt ingezet voor de inhuur van het bureau, zolang er nog geen planners in dienst zijn. In lijn met de afspraken over de verdeling van gemeenschappelijke kosten betaalt de gemeente Zandvoort 10% van de kosten (€ 20.000). d. Kosten C2000 netwerk De afdeling Handhaving werkt via portofoons en de meldcentrale samen met de politie via het C2000-netwerk. De jaarlijksekosten stijgen, maar zijn niet structureel opgenomen in de begroting.
Deze kosten werden voorheen uit de financiële meevallers van de afdeling betaald, maar deze ruimte is er niet meer. De structurele kosten van jaarlijks € 100.000 blijven echter doorlopen. Daarom wordt voorgesteld deze kosten vanaf 2026 structureel te dekken uit de Algemene middelen. In lijn met de afspraken over de verdeling van gemeenschappelijke kosten betaalt de gemeente Zandvoort 10% van de kosten (€ 10.000). e. Extra capaciteit horeca en evenementen Door de toename van werkzaamheden op het gebied van horeca en evenementen (zoals overlast, het aantal evenementen, professionalisering van het evenementenproces en verbetering van het vergunningsproces) is het belangrijk dat de basis goed op orde is bij de betrokken afdelingen V&H en VTH. Zoals is aangekondigd in de nota Evenementenbeleid (2025/452521) is daarvoor in totaal 1,5 fte nodig, bestaande uit 0,75 fte coördinator sociale veiligheid bij zowel de afdeling V&H als bij de afdeling VTH. Per afdeling bedragen de kosten € 108.000. f. Extra capaciteit wettelijke taken omgevingsbeleid De gemeentelijke ambities op het gebied van woningbouw, de landelijke stikstofproblematiek en de invoering van de Omgevingswet leiden tot intensivering en nieuwe taken. Hiervoor is extra capaciteit nodig. Het betreft twee fte beleidsadviseur voor inzet op bodem (o.a. de problematiek van een volle ondergrond) en geluid (o.a. zonering).
De kosten hiervan bedragen circa € 300.000 structureel vanaf 2026. Daarnaast zal extra capaciteit worden ingezet voor de stikstofproblematiek, waarvan de lasten worden doorbelast aan de budgetten voor projecten of gebiedsontwikkeling. g. Uitvoeringsplan Fietsparkeren Met het uitvoeringsplan Fietsparkeren (2024/2122720) wordt beoogd het stallen van fietsen in de openbare ruimte beter te reguleren. Hierdoor wordt de overlast op straat verminderd en de leefbaarheid in de stad vergroot. In het uitvoeringsplan staat welke aanpak nodig is voor de gehele keten van fietsparkeren. Om de doelen uit de nota te realiseren is het noodzakelijk de handhaving op foutief gestalde fietsen te intensiveren. De claim in de Kadernota 2026 bestond uit een beheercomponent en een handhavingscomponent. Voor het beheer van het fietsdepot zijn reeds middelen beschikbaar gesteld (€ 445.000 in 2025 en € 415.000 structureel vanaf 2026). De middelen voor de Programmabegroting 2026-2030
24
handhavingscomponent (€ 428.000) zijn doorgeschoven, maar vooruitlopend op de programmabegroting is bij de Kadernota reeds € 200.000 beschikbaar gesteld voor de inzet van stewards in de fietsparkeergarage Houtplein, zodat de handhaving daar reeds van start kon gaan. De intensivering betekent concreet een structurele uitbreiding van de personele capaciteit, bestaande uit 3 fte aan handhaving/toezichthouders, 0,5 fte aan coördinatie en 0,5 fte aan juridische ondersteuning voor fout gestalde fietsen in de openbare ruimte. Met deze inzet kan de keten van toezicht, verplaatsing en opslag van fietsen sluitend worden georganiseerd, in lijn met de ambities van het uitvoeringsplan. h. Voorbereidingsbudgetten investeringen Sociaal en Fysiek Domein Als maatregel om de uitvoeringskracht in de investeringen te vergroten wordt voorgesteld om structureel € 500.000 voorbereidingsbudget beschikbaar te stellen voor investeringen in zowel het sociaal en fysiek domein. Met dit voorbereidingsbudget wordt het mogelijk om snel in te spelen op kansen, doordat er geen zoektocht naar incidentele dekkingsmiddelen meer nodig is. Conform coalitieakkoord wordt met deze middelen ook de inzet van atelier stad gecontinueerd. i.
Exploitatietekort Popcentrum Slachthuisterrein Vanwege exploitatieproblemen stelde de raad in 2023 een incidentele bijdrage ter beschikking aan popcentrum Slachthuis, ter dekking van financiële tekorten tot en met 2025. In februari 2025 informeerde het college de raad over een nieuw ondernemingsplan van de stichting en de uitkomsten van een second opinion (2025/16795). Daaruit blijkt dat de verschillende functies van het Slachthuis -Opleiden, Ontwikkelen, Optreden, Ontdekken en Ontmoeten- afzonderlijk voldoende verdienend vermogen hebben, maar gezamelijk niet kunnen voorzien in het ondersteunen van de beheersorganisatie van de culturele voorziening. Na 2025 heeft het Slachthuis daardoor een jaarlijks exploitatietekort van € 250.000. Voorgesteld wordt dit tekort vanaf 2027 structureel te dekken. j. Extra capaciteit voor innovatie en ruimtelijke kwaliteit De stadsarchitect vervult een centrale rol in het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de stad. Om deze rol effectief te kunnen uitoefenen is structurele ondersteuning noodzakelijk. De ondersteuning zorgt dat de stadsarchitect in positie gebracht wordt richting organisatie, raad, externe partners, de stad en haar inwoners. Het gaat hierbij concreet om 0,5 fte gericht op ondersteuning (zoals het organiseren van bijeenkomsten en events), zodat de inhoudelijke focus en effectiviteit geborgd zijn.
Door de structurele ondersteuning wordt de stadsarchitect optimaal gefaciliteerd en kan de beoogde meerwaarde voor de stad en haar ruimtelijke kwaliteit worden gerealiseerd. Het gaat om incidenteel budget in 2026 en 2027. Vanaf 2028 gaat het om € 80.000 structureel. De gemeente wil daarnaast ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit de succesvolle subsidieregeling herstel historische winkelpuien continueren. De subsidieregeling is incidenteel met 2027 (pagina 153) verlengd. Met deze middelen wordt de regeling vanaf 2028 met € 100.000 structureel geborgd. k. Nieuw evenmentenbeleid Haarlem en beleidsadviseur evenementen Op 21 juni 2025 heeft de gemeenteraad het nieuwe evenementenbeleid vastgesteld (2025/452521). Daarbij is aangetekend dat de beleids- en coördinatie capaciteit met 1,5 fte moet worden uitgebreid. Deze uitbreiding is nodig om de personele inzet af te stemmen op de gegroeide vraag naar ondersteuning van evenementen en om alle ambities uit het evenementenbeleid te kunnen realiseren. Vanaf 2026 bedragen de structurele kosten hiervoor € 231.000.
Programmabegroting 2026-2030
25
l. Formatie-uitbreiding i.v.m. proceswijziging uitvoeringsregeling paspoorten Per 1 januari 2025 is de Paspoort Uitvoeringsregeling Nederland (PUN) aangepast om het uitvoeringsproces minder gevoelig te maken voor fraude. Het gevolg is de aanpassing van werkprocessen, waardoor extra controle van aanvragen van reisdocumenten worden uitgevoerd, conform de wettelijke verplichting. Jaarlijks worden in Haarlem ongeveer 30.000 aanvragen voor reisdocumenten ingediend door inwoners. Door de extra controle is er gemiddeld drie minuten extra verwerkingstijd per reisdocument nodig. Om deze extra werklast op te vangen, is één fte burgerzaken en backoffice nodig. De kosten hiervan bedragen €118.000 structureel per jaar. Het niet verhogen van de formatie heeft langere wachttijden voor inwoners tot gevolg. m. Wijkaanpak In de kwetsbare wijken Rozenprieel, Transvaalbuurt, Meerwijk en Delftwijk zijn vier intergrale wijkaanpakken opgezet. Deze integrale aanpak draagt bij aan een gezonde, veilige en prettige leefomgeving en aan de sociale veerkracht, waarbij bewoners en partners in de stad betrokken zijn. Een wijkaanpak is meerjarig, maar niet per definitie structureel. Wanneer de wijkaanpak in een buurt wordt afgebouwd, ontstaat capaciteit om in een andere buurt een wijkaanpak op te starten. Structurele middelen zijn nodig voor de continuering van de vier wijkaanpakken.
Het gaat enerzijds om personele coördinatie, anderzijds om een uitvoeringsbudget als basis. Hiervoor is vanaf 2026 een bedrag van € 392.000 nodig, als aanvulling op de bestaande incidentele middelen. Daarmee kan in 2026 het uitvoeringsbudget per wijkaanpak worden verhoogd tot € 120.000 en kunnen de personeelskosten worden gedekt. Vanaf 2027 is er geen dekking vanuit de reserve Leefomgeving meer mogelijk en is structureel € 832.000 per jaar nodig: € 120.000 uitvoeringsbudget per wijkaanpak en € 352.000 per jaar voor de benodigde personeelskosten voor de vier wijkaanpakken gezamelijk. 8. Overige beleidsvoorstellen Programmabegroting 2026-2030 7. Overige beleidsvoorstellen PB26
2026
2027
2028
2029
2030
a Duurzame initiatieven versterken
221
n
122
n
-
-
-
b Funderingsaanpak
85
n
85
n
85
n
-
-
-
-
-
-
n
85
n
85
c Woonbegeleiding Skaeve Huse 2026 en 2027
250
n
250
d Aanvraag extra middelen onderzoek Kick Smit tribune
185
n
-
e Formatie Asiel en Opvang en Noodopvang diversen
-
498
n
-
-
-
-
PM
v
-
-
-
-
-
Bijdrage Rijk f Preventieve maatregelen horeca en evenementen
70
n
70
n
-
g Functieonderhoud
250
n
250
n
250
n
250
h Voortzetting leegstandsverordening en opkoopbescherming
276
n
276
n
276
n
-
-
1.336 n 1.551 n 611
n
335
n 335
Totaal
n
250
n
n n
a. Duurzame initiatieven versterken Het initiatiefvoorstel ‘Duurzame Initiatieven Versterken’ is door de raad aangenomen. Duurzame initiatieven in Haarlem dragen op verschillende manieren bij aan het behalen van de duurzaamheidsdoelen. Deze circulaire en duurzame initiatieven hebben vaak ook een sociale kant. Zij vormen de voedingsbodem voor het realiseren van een donuteconomie, waarin lokale bedrijvigheid, duurzaamheidsdoelen en sociale cohesie met elkaar verweven zijn en elkaar steeds verder versterken. Om het potentieel van duurzame initiatieven te realiseren wordt deels incidenteel (€ 221.000 in 2026 en € 122.000 in 2027) en deels structureel budget (€ 10.000) gereserveerd. Het structurele deel en een relatief klein deel van het incidentele budget voor 2026 (€ 30.000) en voor 2027 en verder (€ 10.000) wordt als taakstelling ingeboekt, omdat voor deze activiteiten geprioriteerd moet worden binnen bestaande budgetten. Programmabegroting 2026-2030
26
b. Funderingsaanpak De gemeente Haarlem ondersteunt inwoners proactief bij funderingsonderzoek en -herstel door een digitaal funderingsloket en een spreekuur. In 2025 is als gevolg van de exercitie reëler ramen het budget voor de aanpak van funderingsproblematiek met € 100.000 gekort. Deze korting is structureel doorgevoerd in de begroting. Destijds is aangegeven dat wanneer het budget ontoereikend is om de gestelde beleidsambities te realiseren, hiervan melding moet worden gedaan. Het resterende structurele budget van € 95.000 is onvoldoende gebleken om de beleidsambities te realiseren. Vanaf 2026 is een nieuwe aanbesteding nodig, waarbij ook de inzet van de vertrekkende vrijwilliger structureel ingevuld moet worden. Op basis van marktconsultatie wordt de structurele behoefte ingeschat op € 180.000 per jaar. Voorgesteld wordt dit bedrag vanaf 2026 op te nemen in de begroting, zodat het loket duurzaam kan worden voortgezet en doorontwikkeld. Dit betekent een verhoging van € 85.000 per jaar. c. Woonbegeleiding Skaeve Huse 2025 en 2026 De verwachting is dat de nieuwe woonlocatie Skaeve Huse begin 2026 in gebruik wordt genomen. Momenteel wordt daarom de opdracht voor woonbegeleiding op deze locatie geformuleerd. De kosten voor woonbegeleiding worden geschat op € 250.000 en zijn in deze Programmabegroting 2026-2030 voor 2026 en 2027 opgenomen.
Bij de Kadernota 2027 volgt een voorstel voor de structurele kosten woonbegeleiding vanaf 2028. d. Aanvraag extra middelen onderzoek Kick Smit-tribune De Kick Smit-tribune vindt zijn oorsprong bij de inmiddels verdwenen betaald voetbalorganisatie HFC Haarlem. Vanwege veiligheidsrisico’s is de tribune niet langer in gebruik en afgesloten voor publiek. In de zomer van 2025 zijn werkzaamheden uitgevoerd om het tribunegebouw veilig te stellen. Naast deze noodzakelijke veiligheidsmaatregelen wil de gemeente onderzoeken welke functies de tribune in de toekomst kan krijgen. Ook wordt bekeken hoe de herontwikkeling vorm kan krijgen. De tribune valt binnen de ontwikkelzone Orionweg/Planetenlaan, staat onder het beheer van Vastgoed en heeft een sportbestemming. De gemeente wil door krachten te bundelen niet alleen een veilige tribune garanderen, maar ook een duurzame en toekomstbestendige invulling creëren. Deze invulling moet recht doen aan de rijke geschiedenis van deze plek. Het is daarom van belang gedegen onderzoek te doen naar de toekomstige functie van de tribune en het ontwerp. Dit betekent dat verschillende ontwerpopties zorgvuldig onderzocht moeten worden op haalbaarheid. Hierbij wordt rekening gehouden met exploitatie, programmering, financiële kaders, functiebehoud, bouwtechnische staat en andere relevante randvoorwaarden.
De kosten voor dit onderzoek worden geraamd op € 185.000. Er wordt voorgesteld dit bedrag in 2026 eenmalig beschikbaar te stellen in de exploitatie buitensport. e. Formatie Asiel en Opvang en Noodopvang diversen De afgelopen drie jaar zijn de ambtelijke inzet en de voorbereidingskosten, onder andere voor het (haalbaarheids)onderzoek naar nieuwe opvanglocaties voor asielzoekers, bekostigd uit het surplus dat ontstond uit de forfaitaire vergoeding vanuit het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Per 1 juli 2025 is deze forfaitaire vergoeding verlaagd, waardoor er vanaf 2026 geen positief saldo meer zal zijn. De verwachting is dat de opvang van vluchtelingen ook de komende jaren veel inspanning zal vragen. De (extra) taken en kosten op dit gebied hebben deels een structureel karakter. Daarom wordt voorgesteld om de tijdelijke formatie van twee fte (een programmamanager en beleidsmedewerker), die per eind 2025 afloopt met twee jaar te verlengen en jaarlijks € 250.000 aan voorbereidingsbudget beschikbaar te stellen. Daarnaast wordt voorgesteld om het team uit te breiden met één fte Programmabegroting 2026-2030
27
beleidscapaciteit. In totaal is circa € 470.000 nodig om de (extra) taken op het gebied van de opvang van vluchtelingen te kunnen voortzetten. De totale kosten, inclusief het voorbereidingsbudget, bedragen daardoor circa € 718.000 per jaar. Voor 2026 kan dit volledig gedekt worden uit het surplus van de forfaitaire vergoeding uit 2025, waarvoor een budgetoverheveling is aangevraagd. Voor 2027 volgt hieruit nog een dekking van € 220.000. Voor het resterende bedrag van € 498.000 in 2027 wordt een beroep gedaan op de Algemene middelen. Met de claim van € 498.000 wordt een voorschot genomen op de (eventuele) middelen (circa € 100.000 per jaar) uit de Decembercirculaire 2025 over de periode 2025-2027. Deze middelen zijn bestemd voor de nieuwe taak op grond van de Spreidingswet: het zoeken naar opvangplekken voor asielzoekers, met als doel een evenwichtigere spreiding van asielzoekers over gemeenten en provincies. Daarmee kunnen de middelen uit de decembercirculaire, die op dat moment niet meer in de begroting kunnen worden verwerkt, direct terugvloeien naar de Algemene middelen. f. Preventieve maatregelen horeca en evenementen Bij de Kadernota 2026 heeft de gemeenteraad extra middelen voor 2026 en 2027 jaarlijks € 100.000 ter beschikking gesteld voor preventieve maatregelen in de horeca en bij evenementen.
Met deze middelen kunnen maatregelen worden uitgevoerd tegen uitgaansoverlast, zoals het toezicht houden, het onderhoud van de camera’s en de inzet van de SUS-teams. Naar aanleiding van de bespreking met de commissie Bestuur in juni 2025 heeft de burgemeester een gesprek gevoerd over de verdeling van de kosten voor de SUS-teams. Op basis hiervan is het voorstel gedaan om het bij de Kadernota 2026 beschikbaar gestelde bedrag te verhogen. Voor 2026 en 2027 wordt in aanvulling op de bij de Kadernota 2026 vrijgegeven budgetten € 70.000 gevraagd. Samen met de bijdrage vanuit Biz-binnenstad en de nachthoreca is er voldoende dekking om SUSteams te laten functioneren. g. Functieonderhoud Om recht te doen aan veranderende taken en verantwoordelijkheden, vindt functieonderhoud plaats. In dit proces worden functies objectief beoordeeld en gewaardeerd volgens het functiewaarderingssysteem HR21. Functieonderhoud kan leiden tot een hogere waardering en daarmee tot structureel hogere personeelslasten. Waar mogelijk wordt dit budgetneutraal opgevangen, maar dat is niet in alle gevallen mogelijk of verantwoord. Voorgesteld wordt om vanaf 2026 een bedrag van € 250.000 beschikbaar te stellen die kan worden ingezet voor situaties waarin er geen dekking is voor noodzakelijk functieonderhoud. Voor een toelichting wordt verwezen naar de paragraaf Bedrijfsvoering, subparagraaf functiewaardering. h.
Voortzetting leegstandsverordening en opkoopbescherming In de informatienota Evaluatie effectiviteit en werkbaarheid Leegstandsverordening en stand van zaken opkoopbescherming (2025/480444) die op 28 augustus 2025 is besproken in de commissie Ontwikkeling, wordt voorgesteld om de inzet van 2 fte voor de uitvoering van toezicht en handhaving op de leegstandverordening en opkoopbescherming voort te zetten. Deze inzet is vooralsnog voor de komende drie jaar, waarbij er na twee jaar zal worden geëvalueerd. De kosten voor deze inzet bedragen € 276.000. 9. Reëler ramen belastingen en leges Het college heeft bij de Kadernota 2026 aangegeven kansen te zien om in navolging van de
Programmabegroting 2026-2030
28
Kadernota 2025 met verdere voorstellen tot reëler ramen te komen. Dit heeft geleid tot onderstaande voorstellen tot bijstellen van de begroting aan de inkomstenkant. 9.
Reëler ramen Belastingen en leges
a
Bijstellen OZB-raming niet woningen (bedrijven)
b
Bijstellen precario-raming Rioolheffing aansluiten op besluitvorming Kadernota 2026 Kostendekkendheid leges algemene dienstverlening en Europese dienstenrichtlijn verhogen Kostendekkendheid leges omgevingsvergunningen verhogen Dekking: taakstelling door het verhogen van de tarieven omgevingsvergunningen Totaal
c d e
2026
2027
2028
-862 v
-862 v
-862 v
-862 v
-862 v
-411 v
-411 v
-411 v
-411 v
-411 v
-126 v
73 n
175 n
136 n
69 n
-95 v
-95 v
-95 v
-95 v
-95 v
n
500 n
500 n
500 n
-500 v
-500 v
-500 v
-500 v
500
n
-500 v
500
2029
2030
-1.493 v -1.294 v -1.192 v -1.231 v -1.298 v
a. Bijstellen OZB-raming niet woningen (bedrijven) Op basis van de eerste voortgangsrapportage 2025 van Cocensus vallen de OZB-opbrengsten in 2025 voor niet-woningen circa € 1,6 miljoen hoger uit dan geraamd en die van woningen € 100.000 hoger. Dit is het gevolg van prudente ramingen van: • De WOZ-waarden van niet-woningen per 1/1/24; • Areealuitbreiding per 1/1/25; • Leegstand per 1/1/25; • Minder bezwaren dan begroot. Voor circa de helft van dit bedrag geldt dat dit het gevolg is van areaaluibreiding, leegstand en het lagere aantal bezwaren. Dit effect is structureel van aard. Op basis hiervan worden OZB- opbrengsten vanaf 2026 structureel met € 862.000 verhoogd. b. Bijstellen precario-raming Door het gestegen volume van onderhouds- en gebiedsontwikkelingsprojecten in de stad stijgen de aanvragen voor gebruik van de openbare ruimte (voor bijvoorbeeld de plaatsing van bouwketen e.d.) sterk. Daarnaast zijn vanaf 2025 ook de tarieven voor precario verhoogd. Dit zorgt in de komende jaren voor een hogere jaarlijkse precario-opbrengst (€ 618.000) en extra kosten voor inhuur derden (€ 207.000) voor het afhandelen van de precario-aanvragen. c.
Rioolheffing aansluiten op besluitvorming Kadernota 2026 Om de begroting in overeenstemming te brengen met de vastgestelde de Kadernota 2026, waarin het besluit is genomen de tarieven rioolheffing gelijk te houden in 2026 ten opzichte van 2025, dient de begroting bijgesteld te worden. Dit leidt tot een fluctuerend effect van € 126.000 voordelig in 2026 tot € 69.000 nadelig in 2030. d. Kostendekkendheid leges algemene dienstverlening en Europese dienstenrichtlijn verhogen Eerder is besloten (2024/2031541) om in 2026 naar 90% kostendekkendheid leges algemene dienstverlening en voor de Europese dienstenrichtlijn 60% kostendekkendheid toe te groeien. Voor 2026 betekent dit dat de baten van de vergunningen door tariefsverhoging (boven reguliere indexering) worden bijgesteld om aan te sluiten bij de afspraken over de kostendekkendheidspercentages. Deze verhoging van de kostendekkendheid leidt tot een voordeel voor de Algemene middelen van afgerond jaarlijk € 94.000. Bij de Belastingvoorstellen 2026 wordt de raad geïnformeerd over het precieze effect op de tarieven. e. Kostendekendheid leges omgevingsvergunningen verhogen Eerder is besloten (2024/2031541) om in 2026 naar 95% kostendekkendheid leges Programmabegroting 2026-2030
29
omgevingsvergunningen toe te groeien. Het voordeel dat hieruit voortvloeit is € 500.000 en in de Kadernota 2026 reeds ingeboekt in de vorm van een stelpost. In de voorliggende Programmabegroting 2026-2030 wordt voorgesteld deze stelpost in te vullen door de baten te verhogen door tariefsverhoging (boven reguliere indexering). Bij de Belastingvoorstellen 2026 wordt de raad geinformeerd over het precieze effect op de tarieven. 10. Kapitaallasten nieuwe investeringen 10. Kapitaallasten nieuwe en hogere investeringen 2026
2027
2028
2029
2030
a
IP
22 n
182 n
396 n
591 n
811 n
b
IP civiel
-
-
-
-
1.000 n
Totaal
22 n
182 n
396 n
591 n 1.811 n
In aanvulling op het geactualiseerde Investeringsplan worden in deze programmabegroting negen nieuwe investeringen (€ 77,9 miljoen) en 13 hogere investeringen (€ 86,7 miljoen) voorgesteld. De kapitaalslasten voor deze nieuwe en hogere investeringen bedragen € 22.000 in 2026 en lopen op tot € 811.000 in 2030. De aanvullende bijdrage ter dekking van de kapitaallasten voor IP civiel bedraagt vanaf 2030 € 1 miljoen. Voor een toelichting wordt verwezen naar de paragraaf Investeringen.
Financiële positie Ontwikkeling stand algemene reserve Algemene reserve Stand per 1-1 Bestemmingsvoorstel rekeningresultaat 2024 Voorgestelde dotatie in Bestuursrapportage 2025: * Toevoeging algemene reserve (Voorgenomen) dotaties
2025
2026
-107.821 v -31.102 v
-93.513 v
-5.000 v -36.102 v
2027
2028
2029
2030
-34.680 v -34.680 v -34.680 v -34.680 v
0 v
0 v
0 v
0 v
0 v
Bestemmingsvoorstellen rekeningresultaat 2023 50 n Inzet opvanglocaties 360 n Voorstellen Coalitieakkoord 2022-2026 uit resultaat 7.833 n 2021 T.g.v. Kapitaallastenreserve (KN2026) 50.000 n 50.000 n * Voorgestelde onttrekking in Begroting 2026: Dekking opvang Kleverparkweg 1.000 n (Voorgenomen) onttrekkingen 50.410 n 58.833 n 0 n 0 n 0 n 0 n Stand per 31-12 -93.513 v -34.680 v -34.680 v -34.680 v -34.680 v -34.680 v * Over deze voorstellen moet bij Bestuursrapportage 2025 nog worden besloten.
Ontwikkeling stand bestemmingsreserves Bestemmingsreserves Stand per 1-1 Geraamde dotaties meerjarenraming * Voorgestelde dotaties Bestuursrap. 2025: * Voorgestelde dotaties Begroting 2026: (Voorgenomen) dotaties Geraamde onttrekkingen meerjarenraming * Voorgestelde onttrekkingen Bestuursrap. 2025: * Voorgestelde onttrekkingen Begroting 2026: (Voorgenomen) onttrekkingen Stand per 31-12
2025
2026
2027
2028
2029
2030
-198.233 v -243.980 v -284.135 v -275.164 v -276.728 v -285.375 v -91.454 v -53.344 v -3.215 v -5.388 v -2.338 v -2.338 v -13.703 v -736 v -10.887 v -6.509 v -7.636 v -34.105 v -15.411 v -105.157 v
-64.967 v
-9.724 v
-13.024 v
-36.443 v
-17.749 v
54.662 n 4.748 n
19.058 n 5.019 n 735 n
16.961 n 1.820 n -86 v
11.355 n
8.140 n
7.689 n
105 n
19.655 n
922 n
59.410 n 24.812 n 18.695 n 11.460 n 27.795 n 8.611 n -243.980 v -284.135 v -275.164 v -276.728 v -285.375 v -294.513 v
* Over deze voorstellen moet bij Bestuursrapportage 2025 respectievelijk Begroting 2026 nog worden besloten. Programmabegroting 2026-2030
30
Geprognosticeerd Rekening Resultaat 2025 Geprognosticeerd rekening resultaat
2025
Begroting 2025 Aanvullende voorstellen Begroting 2025 Voortgangsrapportage 2025 (in Kadernota 2026) Amendement Voortgangsrapportage 2025 (bij Kadernota 2026) Saldo Verwerking raadsbesluit 'Bijdrage aankoop Frans Hals schilderijen' Bestuursrapportage 2025
-6.478 v 933 n 756 n -125 v -4.914 v 200 n -4.913 v
Saldo
-9.627 v
Programmabegroting 2026-2030
31
1.3 Samenvatting van baten en lasten Nr. Programmanaam
1 2 3 4 5 6 7
1 2 3 4 5 6 7
1 2 3 4 5 6 7
Lasten (exclusief mutaties reserves) Maatschappelijke participatie Ondersteuning en Zorg Werk, Inkomen en Schulden
Rekening 2024
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 2029 2030 na wijz.
102.440 184.837 114.655
108.980 211.349 119.432
106.558 169.319 117.368
102.271 169.708 115.410
102.093 164.280 116.045
104.436 164.295 113.726
105.010 164.279 113.179
Aantrekkelijke woon-werkstad Gezonde en duurzame stad Burger, Bestuur en Veiligheid Algemene Dekkingsmiddelen & Overhead - waarvan overhead - waarvan vennootschapsbelasting
153.279 51.040 71.281
164.762 58.962 72.126
169.976 65.092 74.894
162.281 54.994 73.946
162.715 50.086 71.502
169.091 50.473 69.988
175.005 51.275 69.679
95.587
103.859
103.581
101.581
98.649
96.672
98.963
87.975 445
94.752 700
95.996 700
96.296 700
93.546 700
91.739 700
91.224 700
Totaal lasten
773.121
839.469
806.787
780.192
765.370
768.681
777.390
Baten (exclusief mutaties reserves) Maatschappelijke participatie Ondersteuning en Zorg Werk, Inkomen en Schulden Aantrekkelijke woon-werkstad
-15.076 -42.371 -73.026 -78.202
-13.802 -51.311 -73.964 -74.346
-13.331 -2.475 -70.411 -79.429
-11.337 -3.461 -70.411 -73.294
-10.993 -3.141 -70.380 -72.638
-10.993 -3.141 -70.380 -77.197
-10.993 -3.141 -70.380 -77.255
-51.091 -28.561
-55.650 -29.167
-56.927 -31.414
-52.007 -31.428
-51.250 -30.795
-52.623 -28.647
-53.555 -28.482
Gezonde en duurzame stad Burger, Bestuur en Veiligheid Algemene Dekkingsmiddelen & Overhead - waarvan overhead - waarvan vennootschapsbelasting
-528.783 -532.525 -552.223 -552.071 -542.357 -543.774 -549.038
Totaal baten
-817.111 -830.766 -806.211 -794.009 -781.553 -786.754 -792.843
Saldo (exclusief mutaties reserves) Maatschappelijke participatie Ondersteuning en Zorg Werk, Inkomen en Schulden Aantrekkelijke woon-werkstad Gezonde en duurzame stad Burger, Bestuur en Veiligheid Algemene Dekkingsmiddelen & Overhead - waarvan overhead - waarvan vennootschapsbelasting
-17.246 -456
-16.500
-17.541
-17.252
-17.187
-17.059
-17.059
87.364
95.178
93.226
90.934
91.100
93.443
94.017
142.466 41.630 75.077 -51 42.720
160.038 45.468 90.415 3.312 42.959
166.844 46.957 90.547 8.166 43.480
166.247 44.999 88.987 2.988 42.518
161.139 45.665 90.078 -1.164 40.707
161.154 43.346 91.894 -2.150 41.340
161.138 42.799 97.750 -2.280 41.198
-433.195 -428.666 -448.642 -450.490 -443.709 -447.102 -450.075 70.729 -10
78.252 700
78.456 700
79.044 700
76.360 700
74.680 700
74.166 700
Totaal saldo
-43.990
8.703
577
-13.817
-16.183
-18.073
-15.452
Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves
91.900 91.454 -79.013 -105.072
64.230 -78.626
9.724 -16.875
13.024 -11.460
36.442 -27.795
17.749 -8.611
Totaal saldo incl. mutaties reserves
-31.102
-13.819
-20.967
-14.619
-9.426
-6.314
-4.914
Een '-' (negatief saldo) is voordelig.
Programmabegroting 2026-2030
32
1.3.1 Structureel begrotingssaldo Presentatie van het structureel begrotingssaldo
2026
2027
2028
2029
2030
Saldo baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Begrotingssaldo na bestemming Waarvan incidentele baten en lasten (saldo)
577 -14.395 -13.819 -478
-13.817 -7.150 -20.967 -3.886
-16.183 1.564 -14.619 -2.112
-18.073 8.648 -9.426 -2.405
-15.452 9.138 -6.314 -3.195
Structureel begrotingssaldo
-13.340
-17.081
-12.507
-7.020
-3.120
Begroting Lasten
Begroting Baten
Begroting Saldo
106.558 169.319 117.368
-13.331 -2.475 -70.411
93.226 166.844 46.957
169.976 65.092 74.266 7.128
-60.697 -56.927 -30.414 -734
109.279 8.166 43.852 6.394
84
-79.415 -472.723 -1.000 -542
-79.415 -472.723 -1.000 -458
1.4 Financiële positie Overzicht van baten en lasten 2026 Overzicht van baten en lasten 2026 op onderdelen A. Programmakosten 1 Maatschappelijke participatie 2 Ondersteuning en Zorg 3 Werk, Inkomen en Schulden 4 Aantrekkelijke woon-werkstad 5 Gezonde en duurzame stad 6 Burger, Bestuur en Veiligheid 7 Alg. Dekkingsmiddelen & Overhead B. Algemene dekkingsmiddelen a Lokale heffingen b Algemene uitkering c Dividend d Saldo financieringsfunctie e Overige algemene dekkingsmiddelen C. Onvoorziene uitgaven Onvoorziene uitgaven
301
D. Overhead Overhead E. Vennootschapsbelasting Vennootschapsbelasting
95.996
301 -17.541
700
Saldo exclusief reservemutaties Toevoegingen en onttrekkingen reserves Totaal inclusief reservemutaties
78.456 700
806.787 64.230 871.017
-806.211 -78.626 -884.836
577 -14.395 -13.819
Geprognosticeerde balans Activa (stand per ultimo) Vaste activa (Im)materiële vaste activa Financiële vaste activa Vlottende activa Voorraden Uitzettingen met looptijd < 1 jaar Liquide middelen Programmabegroting 2026-2030
2025
2026
2027
2028
2029
2030
829.413 791.687 37.726 138.900 11.854 68.632
891.754 854.028 37.726 138.802 11.756 68.632
972.905 935.179 37.726 143.200 16.154 68.632
1.069.487 1.031.761 37.726 118.459 -8.587 68.632
1.184.238 1.146.512 37.726 123.625 -3.421 68.632
1.319.272 1.281.546 37.726 127.682 636 68.632
69
69
69
69
69
69 33
Activa (stand per ultimo)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Overige vlottende activa Totaal activa
58.345 968.314
58.345 1.030.556
58.345 1.116.104
58.345 1.187.946
58.345 1.307.863
58.345 1.446.954
Passiva (stand per ultimo)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Vaste passiva Algemene reserves Bestemmingsreserves
728.956 88.513 235.025
793.429 29.680 279.463
878.977 29.680 272.312
950.819 29.680 273.876
1.070.736 29.680 282.523
1.209.827 29.680 291.661
Saldo van baten en lasten Voorzieningen Vaste schulden Vlottende passiva
4.914 30.608 369.895 239.358
18.733 33.921 431.633 237.127
39.700 36.899 500.386 237.127
54.319 37.894 555.050 237.127
63.745 38.222 656.565 237.127
70.059 37.524 780.901 237.127
Netto vlottende schuld met looptijd < 1 jaar Overlopende passiva Totaal passiva
92.077 147.281 968.314
89.846 147.281 1.030.556
89.846 147.281 1.116.104
89.846 147.281 1.187.946
89.846 147.281 1.307.863
89.846 147.281 1.446.954
Ontwikkeling EMU-saldo 1 2 3 4 5
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves zie BBV, artikel 17c) Mutaties (im)materiële vaste activa Mutaties voorzieningen Mutaties voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa
2025
2026
2027
-8.703 -48.834 4.098 -5.804
-577 -62.341 3.312 99
13.817 -81.150 2.978 -4.398
-59.244
-59.507
-68.754
Uitkomsten Investeringsplan Ten opzichte van de Kadernota 2026 heeft er een actualisatie plaatsgevonden van de investeringsplannen. Tevens worden er enkele voorstellen gedaan voor aanvullende (nieuwe en hogere) investeringen. In het onderstaande overzicht is aangegeven wat qua investeringsvolumes het verschil is tussen het Investeringsplan bij de Kadernota 2026 en dat uit deze programmabegroting. De bij deze programmabegroting nog te nemen besluiten over aanvullende investeringen zijn nog niet in onderstaande saldi verwerkt. Investeringsplan totaal (bruto) Kadernota 2026 Programmabegroting 2026-2030 Mutatie
2025 129.184 114.488 -14.696
2026 205.380 218.094 12.714
2027 227.377 238.072 10.695
2028 221.589 250.791 29.202
2029 184.295 192.356 8.061
Ontwikkeling schuld De vaste schuld is het totaal van langlopende leningen die de gemeente is aangegaan. In de Jaarrekening 2024 is de vaste schuldpositie geëindigd op € 385 miljoen. De prognose van de vaste schuld per eind 2025 is € 370 miljoen. In onderstaande tabel is te zien dat de verwachte schuld de komende jaren stijgt en naar verwachting € 781 miljoen bedraagt eind 2030. Deze stijging komt voornamelijk door de (extra) investeringen in de stad.
Programmabegroting 2026-2030
34
Verloop van de vaste schuld
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Stand vaste schuld per 1 januari Bij (nieuw aan te trekken) Af (af te lossen) Stand vaste schuld per 31 december
385 15 370
370 82 20 432
432 104 35 500
500 85 30 555
555 147 45 657
657 139 15 781
Uitkomst weerstandsvermogen Om de financiële gevolgen die samenhangen met bepaalde risico’s te kunnen opvangen houdt de gemeente weerstandscapaciteit aan. Op basis van een risico-inventarisatie binnen de organisatie wordt een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie berekent hoeveel weerstandscapaciteit nodig is om het totaal aan (financiële) risico’s te kunnen dekken. Dit wordt weergegeven door het weerstandsvermogen. Meer informatie over het weerstandsvermogen van de gemeente is te vinden in de paragraaf 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Ontwikkeling kengetallen Weerstandsratio
Rek.2022
Begr. 2024
Rek.2023
Begr. 2025
Rek.2024
Begr. 2026
3,3
3,7
4,6
5,5
5,1
4,2
Ontwikkeling woonlasten De lokale lastendruk wordt bepaald door de tarieven van de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. In de navolgende tabel is de opbouw van de lokale lastendruk in Haarlem in 2026 ten opzichte van 2025 inzichtelijk gemaakt. Voor huurwoningen is alleen de hoogte van de afvalstoffenheffing bepalend, aangezien bewoners hiervan niet worden aangeslagen voor OZB en rioolheffing. De lokale lastendruk stijgt in 2026 in absolute zin met afgerond € 32 van € 1.145 naar € 1.177 per meerpersoonshuishouden. Een stijging van circa 2,8%. Lokale lastendruk in euro's voor een meerpersoonshuishouding
2024
2025
2026
Rioolheffing
167
187
187
OZB eigenarendeel
443
458
467
Afvalstoffenheffing
478
500
523
1.088
1.145
1.177
Totaal Woonlastenindex t.o.v. 2025
2,8%
1.5 Taakstellingen Wanneer de gemeente bezuinigingen of taakstellingen in de begroting opneemt, moeten deze aantoonbaar, realistisch en haalbaar zijn. Om deze opgave te kunnen realiseren dient daarom inzicht te worden gegeven in de wijze waarop de taakstellingen worden ingevuld. Deze paragraaf maakt inzichtelijke welke taakstellingen in de Programmabegroting 2026-2030 zijn opgenomen. Onderstaand wordt per openstaande taakstelling toegelicht wanneer verwacht wordt deze in te vullen.
Programmabegroting 2026-2030
35
Taakstelling
2026
2027
2028
2029
2030
Tekort uitvoer WSW Jeugd Rijkskader Hervormingsagenda Wetsvoorstel eigen bijdrage Wmo Totaal taakstellingen
-920 -920
-1.031 -807 -1.838
-423 -5.000 -807 -6.230
-431 -5.000 -807 -6.238
-1.058 -5.000 -807 -6.865
Taakstelling Tekort uitvoer WSW De taakstelling geeft het verschil weer tussen de laatst bekende circulaire (i.c. Meicirculaire 2025) en de lastenreeks die SpaarneWerkt begroot (2026 en verder). De taakstelling is het tekort dat wordt veroorzaakt doordat SpaarneWerkt in de begroting wel rekening houdt met indexering van de lasten en baten, terwijl Haarlem hier geen rekening mee houdt, omdat de gemeente Haarlem de werkelijke bedragen in de circulaires volgt. In de circulaires wordt over het algemeen op een later moment indexering toegepast, waardoor de taakstelling in elke circulaire weer (deels) wordt ingelopen. Taakstelling Jeugd Rijkskader Hervormingsagenda Deze taakstelling vloeit voort uit het haalbaar geachte deel van de Hervormingsagenda Jeugd die door het invoeren van de daarbij behorende maatregelen gerealiseerd zou moeten worden. Het halen van deze taakstelling is met veel onzekerheden omgeven. Wetsvoorstel eigen bijdrage Wmo In de Voorjaarsnota 2023 van het Rijk is besloten dat het abonnementstarief in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 wordt afgeschaft en dat in de plaats daarvan vanaf 2026 de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo opnieuw wordt ingevoerd. De inwerkingtreding van deze wet is inmiddels uitgesteld en wordt nu voorzien per 1 januari 2027.
In de Meicirculaire 2023 is de verwachte financiële impact volgens het Rijk verwerkt, bestaande uit drie onderdelen die gezamenlijk leiden tot een korting op het gemeentefonds van structureel € 807.000: -
Terugdraaien financieel effect eigen bijdrage huishoudelijke hulp Wmo (ingetrokken wetsvoorstel vanuit 2022) Opvoeren financieel effect van herinvoering inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage Wmo Extra middelen vanuit het Integraal Zorgakkoord (Wmo abonnementstarief)
Dit bedrag is opgenomen als taakstelling vanaf 2027, waarbij het uitgangspunt is dat deze ingevuld gaat worden via lagere uitgaven Wmo en/of hogere baten uit de eigen bijdrage. Vanwege uitstel van het wetsvoorstel van 2026 naar 2027, is de taakstelling (eg. de korting op het gemeentefonds) in 2026 via de Meicirculaire 2025 gecompenseerd. Het wetsvoorstel is overigens na de val van het kabinet per juni 2025 controversieel verklaard, waardoor nog onduidelijk is (en of) hoe deze taakstelling ingevuld gaat worden. Indien er begin 2026 meer bekend is over het controversieel verklaarde wetsvoorstel en de financiële impact voor de gemeente Haarlem, zal hierover informatie verstrekt worden bij de Kadernota 2027. Overige relevante ontwikkelingen (stelposten): Verwacht structureel voordeel (BUIG) De verwachting is dat de gemeente Haarlem de komende jaren voordeelgemeente blijft. Om die reden wordt een brutobedrag van € 5 miljoen als voordeel op de BUIG ingeboekt. Om voordeelgemeente te blijven moet de gemeente Haarlem beter presteren dan het model voorspelt. Het is dus van belang in te zetten op het zoveel mogelijk naar werk helpen. Dat vraagt om Programmabegroting 2026-2030
36
investeringen in de eigen medewerkers: het verlagen van de case-load en het versterken van het vakmanschap. Daarvoor zijn extra middelen beschikbaar gesteld. Ook zijn middelen vrijgemaakt om inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt te activeren. Gestage groei reserve Kapitaallasten De bij de Kadernota 2026 reeds aangekondigde methodiek omtrent het berekenen van kapitaallasten op basis van gestage groei wordt ingevoerd bij deze programmabegroting. De lagere kapitaallasten als gevolg van deze historisch trendmatig gestage groei leiden niet langer tot incidentele (meerjarige) voordelen, maar worden gereserveerd door middel van een dotatie aan de reserve Kapitaallasten. Deze dotaties zijn wanneer de investering alsnog plaats vindt beschikbaar voor de dekking van deze investeringen. Er is daarmee geen sprake van een daadwerkelijke taakstelling, maar van een technisch noodzakelijke stelpost met de omvang van de verwachte onderuitputting. Tegenover deze stelpost staat een dotatie aan de reserve Kapitaallasten. Hogere rente toerekening riolering In de meerjarenberekeningen wordt aangenomen dat de omslagrente vanaf 2029 zal stijgen naar 1,5% (was 1%), in verband met de toerekening en kostendekkendheid van de rioolheffing is deze stelpost opgenomen.
1.6 Investeringen civiele projecten Inleiding In de Kadernota 2026 heeft het college aangegeven dat bij de actualisatie van het Investeringsplan geconstateerd is dat er sprake is van kostenstijgingen binnen de projecten. Deze kostenstijgingen doen zich over de volle breedte van het investeringsplan voor, maar zijn het meest significant bij de projecten in de openbare ruimte. Dat komt enerzijds door het stijgende volume aan projecten en anderzijds doordat er per project vaak feitelijk meer wordt gedaan dan voorheen: er is vaak sprake van herinrichtingsprojecten, werk met werk bij groot onderhoudsinvesteringen in de openbare ruimte. Bij de Kadernota 2026 is een eerste analyse uitgevoerd voor een aantal projecten die reeds vergaand waren uitgewerkt en zijn voorzien van een voorlopig ontwerp of definitief ontwerp. Uit deze analyse kwam naar voren dat ruim de helft van de hogere kostenramingen (ten opzichte van het oorspronkelijke bedrag dat opgenomen is in het IP) wordt veroorzaakt door het uitbreiden van de scope van een project in omvang en/of in kwaliteit. Ongeveer een kwart is toe te rekenen aan prijsstijgingen en marktontwikkelingen. Tot slot wordt een deel verklaard door aanvullende maatregelen op het gebied van elektrisch materieel, verschillen in ramingsmethodiek en extra omgevingsmanagement.
In de periode tussen de Kadernota 2026 en het opstellen van deze programmabegroting is hard gewerkt aan het opstellen van een grondige analyse over de civiele projecten. Er is kritisch gekeken naar de wenselijke en noodzakelijke bijsturing op de overige projecten. Het uitgangspunt is – en blijft - dat het financieel kader tot en met 2029 leidend is. Dit heeft geleid tot het pakket aan voorstellen in deze paragraaf waar een solide meerjarenprogrammering uit voorkomt, waarbij ruimte is om zowel de lopende projecten als de nog op te starten buurtaanpak en de technisch noodzakelijke interventies uit te voeren binnen het financieel kader. Binnen dit financiële kader wordt er de komende jaren significant meer geïnvesteerd in de openbare ruimte, wat tevens meer Programmabegroting 2026-2030
37
uitvoeringskracht vraagt van de organisatie. Naast de benodigde bijsturing om de civiele projecten binnen het financieel kader te laten passen, is er ook gewerkt aan een aantal structurele verbeteracties. Hiertoe is verbeterprogramma IP Civiel opgesteld, waarvan de hoofdlijnen ook in deze paragraaf toegelicht worden. Hoofdlijnen verbeterprogramma IP Civiel Het verbeterprogramma voor civiele projecten richt zich op vier hoofdthema’s: versterking van sturing en besluitvorming, verbetering van kostenramingen, kostenbeheersing en versterking van de uitvoeringskracht. Elk thema bevat concrete acties die bijdragen aan het realiseren van een solide meerjarenprogrammering voor de komende jaren waar op gestuurd kan worden. In het kader van versterking van sturing en besluitvorming wordt de besluitvorming aan de voorkant van projecten aangescherpt door het verbeteren van startnotities bij grote projecten. Het bieden van inzicht in de keuzes ten aanzien van de uitvoering stelt de raad in de positie om eerder en beter geïnformeerde keuzes maken. Tegelijkertijd wordt het proces rondom projectopdrachten geüniformeerd en vindt er frequentere ambtelijke afstemming plaats, wat leidt tot een versterkte sturing op de totale projectportefeuille. Een tweede pijler binnen het programma betreft de verbetering van kostenramingen.
Door het herzien van het proces rondom SSK-ramingen en het opstellen van een ketenbrede procesbeschrijving, wordt gestreefd naar een uniforme werkwijze en een betere aansluiting tussen ramingen van ingenieursbureaus en de uiteindelijke uitvoeringskosten. Structurele nacalculaties en het actualiseren van kostenkentallen dragen bij aan het vergroten van de betrouwbaarheid van deze ramingen. Ook op het gebied van kostenbeheersing worden belangrijke stappen gezet. Frequentere afstemming over projecten maakt het mogelijk om tijdig afwijkingen te signaleren en waar nodig bij te sturen. Daarnaast ontstaat meer grip op de financiële voortgang van projecten door diverse verbeteracties ten aanzien van het financiële systeem. Verder wordt expliciet aandacht besteed aan het beheersen van VAT/VTU-kosten en het kritisch beoordelen van aanbiedingen van aannemers, inclusief ruimte voor second opinions. Dit alles draagt bij aan een transparanter en beter onderbouwd kostenbeeld. Tot slot wordt ook de uitvoeringskracht meegenomen in de bredere aanpak. Er wordt verder toegewerkt naar een wijkgerichte buurtprogrammering, die aansluit op de energietransitie, waardoor de raad meer grip krijgt op de planning en uitvoering van projecten. Tevens wordt het HCPP geëvalueerd en wordt onderzocht hoe de besluitvorming efficiënter en slagvaardiger kan verlopen.
Huidige financiële situatie In onderstaande tabel wordt weergegeven hoe groot het tekort op de lopende civiele projecten op dit moment is, zonder bijsturingsmaatregelen. Het bedrag IP Kadernota 2026 bestaat uit 70 civiele projecten. Het betreft daarmee niet de gehele portefeuille uit de programma’s 4 en 5, aangezien daarin ook andere projecten zijn opgenomen die andere financieringsbronnen kennen dan de stelpost openbare ruimte en stedelijk water.
Programmabegroting 2026-2030
38
Totaalbedrag
Reeds uitgegeven
Deelbedrag 2025 - 2029
Deelbedrag 2030 - 2034
Bedrag Kadernota 2026 Actuele prognose Tekort
338.043 416.289 -78.246
72.508 72.508 -
232.904 301.535 -68.631
32.632 42.248 -9.616
Verwachte kostenstijging projecten o.b.v. KKG Totaal tekort binnen bestaande investeringsplan
-19.580 -97.826
0
-15.663 -84.294
-3.917 -13.532
Op basis van de huidige prognoses bestaat er een tekort van € 68,6 miljoen op de lopende projecten in de periode 2025-2029. De periode na 2029 wordt in de rest van de paragraaf buiten beschouwing gelaten, aangezien er in deze periode nog voldoende middelen beschikbaar zijn binnen de stelposten openbare ruimte en stedelijk water. Op dit moment zijn nog niet alle lopende projecten voorzien van een gedetailleerde SSK-raming, aangezien deze projecten zich nog in de opstartfase bevinden. Op basis van de inzichten op het deel van de projecten waar al wel meer zicht is op de kostenstijgingen is ook een berekening gemaakt van de nog te verwachten kostenstijgingen. Dit bedrag komt op € 15,6 miljoen. Het totale tekort op de lopende projecten bedraagt daarmee € 84,2 miljoen. Tenslotte is berekend welk deel van de totale kosten toegerekend moet worden aan riool en welk deel aan openbare ruimte. De uitkomst hiervan is een verdeling 19% riool en 81% openbare ruimte. Dat levert het volgende beeld op voor het tekort op de lopende projecten:
Bedrag Kadernota 2026 (februari 2025) Actuele prognose (juni 2025) Tekort Nog te verwachten kostenstijging voor lopende projecten Verdeling tekort over openbare ruimte en riool Beschikbare ruimte binnen de stelpost Totaal tekort binnen bestaande investeringsplan
Deelbedrag 2025 - 2029
Aandeel Riool
Aandeel Openbare ruimte
232.904 301.535 -68.631 -15.663 -84.294
44.252 57.292 -13.040 -2.976 -16.016
188.652 244.243 -55.591 -12.687 -68.278
30.006 -
28.607 -39.671
Het totale aandeel van het tekort binnen de middelen voor de openbare ruimte komt daarmee op € 68,3 miljoen. Aangezien er nog voor € 28,6 miljoen aan beschikbare ruimte in de stelpost Openbare ruimte is, wordt het totale tekort op de lopende projecten € 39,6 miljoen. Hiermee is de omvang van het tekort op de lopende projecten bepaald. In dit bedrag is nog geen rekening gehouden met de projecten die de komende jaren nog moeten worden opgestart. Onderstaande tabel geeft de situatie weer wanneer ook rekening gehouden wordt met de werkvoorraad projecten en ingrepen (€ 25,4 miljoen) en de voorbereidingskosten voor enkele buurtaanpakken die in de jaren 2025-2029 ten laste van IP Openbare Ruimte opgestart moeten worden.
Programmabegroting 2026-2030
39
Bedrag Tekort bestaande investeringen 2025 - 2029, deel openbare ruimte
-39.671
Werkvoorraad projecten en ingrepen (Voorbereidingskosten) Buurtaanpak
-22.483* -4.961
Totaal benodigde ruimte -67.115 * Voor dit bedrag geldt dat hier nog geen actuele ramingen aan ten grondslag liggen en prijsstijgingen van toepassing zullen zijn.
De totale omvang van het tekort op de lopende en nog te programmeren projecten komt hiermee op € 67 miljoen. Bijsturing op de financiële omvang en financiële dekking van de portefeuille Gezien het huidige tekort op de civiele projecten stelt het college voor om in 2029 een bedrag van € 20 miljoen toe te voegen vanuit de algemene middelen ten behoeve van de civiele projecten. Ondanks deze toevoeging blijft een financieel probleem bestaan waarvoor het college de volgende bijsturingsmaatregelen voorstelt om de projecten in de openbare ruimte tot en met 2029 te kunnen bekostigen. Er zijn in essentie vier bijsturingsmogelijkheden waarop de projectenportefeuille voor de komende vier jaar weer in balans kan worden gebracht met de beschikbare middelen: 1. Projecten kunnen worden uitgesteld. De analyse van de afgelopen periode heeft uitgewezen dat daar in een aantal gevallen goede argumenten voor zijn: de technische noodzaak lijkt minder aanwezig dan een paar jaar geleden voorspeld, een project kan geknipt worden, waardoor het minder urgente deel kan worden uitgesteld, om beleidsinhoudelijke redenen (bijvoorbeeld de fasering in de invoering van gereguleerd parkeren) is het logisch om werkzaamheden in de openbare ruimte pas later ter hand te nemen. 2. Projecten kunnen worden versoberd.
Op basis van de principes van het Strategisch Plan Beheer Openbare Ruimte is bij veel projecten gekeken of met de technisch noodzakelijke investering meteen de mogelijkheid kon worden gecreëerd om de straat of de buurt toekomstbestendig te maken. Ook is de gebiedsscope vaak wat groter geworden, omdat aanpalende straten ook een onderhoudsopgave hadden en tegelijkertijd konden worden meegenomen. Voor alle projecten is deze mogelijkheid inzichtelijk gemaakt. Tegelijkertijd is het voorstel om deze bijsturingsmaatregelen in ieder geval niet toe te passen op de projecten die al ver in de voorbereiding zijn (VO en DO-fase). Er is al veel geïnvesteerd in de planvoorbereiding (bijstelling zal onherroepelijk tot vertraging leiden) en met de uitvoering van de plannen wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan een aantal kernambities (klimaatadaptatie, vergroening). Bovendien is over de plannen reeds veel gesproken met betrokken buurtbewoners en partners (corporaties, Liander) houden rekening met deze programmering in hun eigen planning. 3. Een derde bijsturingsmaatregel is het optimaal benutten van alternatieve dekkingsbronnen. Het gaat hier in ieder geval om het scherp toerekenen aan de stelpost Riolering, het benutten van overige stelposten, zoals de stelpost duurzaamheid.
Bij sommige projecten worden maatregelen voorbereid die de facto geen relatie hebben met groot onderhoud van de openbare ruimte, maar waar primair een andere ambitie wordt gerealiseerd. Daarvoor zijn soms ook andere begrotingsposten beschikbaar (actieplan Fiets, reserve BOR, etc.)
Programmabegroting 2026-2030
40
4. Inzet van de vrij besteedbare ruimte binnen de reserve Beheer en onderhoud openbare ruimte (reserve BOOR). Uitwerking bijsturingsmogelijkheden 1. Bijsturen door projecten (gedeeltelijk) uit te stellen
Project Burgwal eo Burgwal buurtaanpak Stadsstraat Schalkwijkerstraat Veldzigt Zuiderhout en Vredenhof Totaal
Fase 3 0 0 2 3
Bedrag Actuele Kadernota prognose 2026 (februari (juni 2025) 2025) 2.341 4.200 8.519 9.186 2.345 2.345 4.842 4.852 16.400 31.197 34.447 51.780
Reeds uitgegeven t/m2024
Maximale besparing
121 7 268 396
1.000 2.035 2.345 666 10.000 16.046
Jaren waarvoor besparing geldt 2025-2027 2025-2030 2027-2029 2025-2028 2025-2030 -
Burgwal e.o. Binnen dit project bestaat technische noodzaak om onderhoud te plegen aan de kademuur (€ 650.000). Voorgesteld wordt om de rest van het project te verschuiven, zodat dit gezamenlijk met de geplande buurtaanpak uitgevoerd kan worden. Een totaalbedrag van € 3,1 miljoen verschuift hiermee naar de periode na 2029. Deze verschuiving zorgt voor € 1 miljoen extra ruimte ten gunste van de stelpost Openbare ruimte in de periode 2025-2029.Dit voorstel zal ook worden opgenomen in de startnotitie die in het komende kwartaal bestuurlijk wordt voorgelegd. Burgwal buurtaanpak Voorgesteld wordt om dit project met één jaar uit te stellen (geplande uitvoering huidig: 2026 – 2030). Dit levert binnen de jaren 2026 – 2029 € 3,5 miljoen ruimte op – waarvan € 2 miljoen binnen de stelpost Openbare ruimte. Dit project wordt dan samen met het project Burgwal e.o. (exclusief onderdeel kademuur) uitgevoerd. Stadsstraat Schalkwijkerstraat Gezien er geen technische noodzaak voor vervanging of onderhoud is op dit project wordt voorgesteld het gehele geraamde bedrag van € 2,3 miljoen (oorspronkelijk SOR-middelen) vrij te laten vallen ten gunste van de stelpost IP Openbare ruimte. Veldzigt Voorgesteld wordt om de buurtaanpak uit te stellen in verband met de afhankelijkheden van de gebiedsontwikkeling en de ontwikkeling van de campus InHolland.
Groot onderhoud aan de wegverharding (1-op-1 vervanging) aan de Zijlweg moet vanwege technische noodzakelijkheid wel doorgaan. Hierbij wordt ook de aanleg van de nieuwe drainage meegenomen. De geschatte kosten bedragen € 1,2 miljoen. Voor het overige deel van de geraamde kosten wordt voorgesteld om deze uit te stellen tot na 2030. Dat betekent dat de zijstraatjes op een later moment aangepakt worden, net zoals de riolering in het gehele gebied. Consequentie is een tijdelijke situatie in de zijstraatjes, waarin het verouderde straatbeeld gecontinueerd blijft. Het totale bedrag dat kan worden bespaard voor de openbare ruimte is € 666.000 (€ 4,8 miljoen – aandeel riool € 3 miljoen - aanpak Zijlweg € 1,2 miljoen).
Programmabegroting 2026-2030
41
Zuiderhout en Vredenhof Voorgesteld wordt om het project (wat een grote fysieke omvang heeft) te faseren in deelgebieden , waardoor de kosten verder verspreid worden over de tijd. Hierdoor zal een gedeelte van het bedrag (€ 10 miljoen euro) buiten de periode 2025-2029 vallen. Dit voorstel zal ook worden opgenomen in de startnotitie die in het komende kwartaal bestuurlijk wordt voorgelegd. 2. Bijsturen door projecten te versoberen Versoberingen in materiaalkeuzes en scope zonder grote impact op functionaliteit kunnen worden doorgevoerd. Bij deze bijsturingsmogelijkheid zal bij nieuw op te starten projecten de focus liggen op vervanging in plaats van herinrichting. Ook bij de projecten waar zowel bovengronds als ondergronds een technische noodzaak tot vervanging bestaat, wordt ingezet op groot- en vervangingsonderhoud. Voor eventuele aanvullende beleidsambities, buiten technisch onderhoud, dient de dekking worden gezocht binnen het betreffende beleidsveld.
Project Kleverlaan e.o. De Liefdestraat en Jan Campertstraat Kedoestraat e.o. Reijer Anslostraat Van der Meerstraat e.o. Kleine Houtweg Langebrug Rustenburgerlaan herinrichting Amsterdamsebuurten, vergroening Totaal
Fase 2 2 2 4 3 4 4 0 3
Bedrag Actuele Kadernota prognose 2026 (februari (juni 2025) 2025) 7.460 15.744 1.635 3.459 4.860 4.444 960 1.087 2.087 2.087 4.728 8.767 859 2.318 900 5.488 655 655 24.144 44.049
Reeds uitgegeven t/m2024
Maximale besparing
84 307 257 289 355 426 98 1.816
3.000 685 0 0 0 320 1.614 2.000 655 8.274
Jaren waarvoor besparing geldt 2025-2029 2025-2027 2025-2029 2025-2028 2025-2026 2025-2028 2026-2027 -
Parkeerprojecten In het voorjaar van 2025 is duidelijkheid ontstaan over de aanpak en het tempo van het invoeren van gereguleerd parkeren in Haarlem. Vijf projecten (Kleverlaan, De Liefde en Jan Campertstraat, Kedoestraat e.o., Reijer Anslostraat en de Van der Meerstraat) met een verharding- en rioolopgave in Haarlem Noord zijn de afgelopen jaren gepauzeerd in afwachting van deze duidelijkheid. In de zomer van 2025 is geanalyseerd of de uitvoering van deze geplande projecten kan wachten tot het moment dat het effect van het nieuwe parkeerbeleid zichtbaar wordt (lees: er zijn daadwerkelijk minder auto's). Op basis van de uitgevoerde analyse is de conclusie dat voor zowel verharding als riool geen uitstel meer mogelijk is. Gelet op deze conclusie, kan er financieel gezien in de periode 2025 t/m 2029 voor het IP Openbare Ruimte geen besparing verwacht, met uitzondering van de versobermaatregelen (€ 3,7 miljoen) door alleen werkzaamheden aan de weg en het riool uit te voeren en geen andere beleidsambities uit te voeren. Voorgesteld wordt om zo snel als mogelijk de uitvoering van de projecten weer op te pakken. Dit verandert ook soms het proces wat doorlopen moet worden voor deze projecten. Kleine Houtweg In het project Kleine Houtweg wordt voorgesteld om de lichtmasten te hergebruiken, dit levert een besparing op van € 320.000.
Programmabegroting 2026-2030
42
Langebrug De huidige raming voor dit project bedraagt € 2,3 miljoen, waardoor een tekort van € 1,5 miljoen ontstaat ten opzichte van het huidige geraamde bedrag in het investeringsplan (€ 850.000). Er zijn binnen dit project twee technisch noodzakelijke werkzaamheden: het vervangen van de slijtlaag en slagboominstallatie. Door de scope van dit project terug te brengen naar enkel het vervangen van de slijtlaag van de brug en het vervangen en verzwaren van de slagboominstallatie, kan een bedrag van € 1,6 miljoen bespaard worden. De in de huidige raming gepresenteerde oplossingen bleken ingewikkeld en van weinig toegevoegde waarde voor de veiligheid. Het voorstel is om terug te gaan naar de oorspronkelijke scope. Met dit voorstel worden geen concessies gedaan aan de veiligheid van de brug. Dit voorstel is reeds afgestemd met de havendienst en beheerder. Rustenburgerlaan herinrichting Dit project is in de Kadernota 2026 reeds teruggebracht naar het uitvoeren van groot onderhoud aan de weg en fundering, inclusief de huisaansluitingen en het riool. Hierdoor wordt een bedrag van € 2 miljoen bespaard (aandeel openbare ruimte) ten opzichte van de prognose van € 5,5 miljoen. Het riool wordt niet vervangen, want naar verwachting kan het riool nog 30 tot 40 jaar mee.
Wel worden benodigde aanpassingen, zoals het vervangen van huis- en kolkaansluitingen/drainage en het verhelpen van lekkages, in het project meegenomen. Hiermee wordt de ervaren trillingsoverlast binnen dit gebied wel aangepakt conform hetgeen is opgenomen in de raadsinformatiebrief over het versnelde groot onderhoud aan de Rustenburgerlaan (2025/376026). Amsterdamsebuurten, vergroening Gezien er geen technische noodzaak voor vervanging of onderhoud is op dit project wordt voorgesteld het gehele geraamde bedrag van € 655.000 vrij te laten vallen ten gunste van de stelpost IP Openbare ruimte. 3. Bijsturen door andere dekkingsbronnen in te zetten Naast de stelpost Openbare ruimte zijn er nog drie andere stelposten in het investeringsplan opgenomen waar dekking gezocht kan worden voor projecten, mits de beoogde inzet in lijn is met het doel van de stelpost. De tabel hieronder geeft weer welke bedragen er nog in de stelposten beschikbaar zijn. Stelpost