Bijlage 1 Programmabegroting 2026-2030
Tekst van het document
Programmabegroting 2026 - 2030
Programmabegroting 2026- 2030 Gemeente Haarlem
Programmabegroting 2026-2030
1
Uitgave gemeente Haarlem September 2025 Informatie (023) 511 51 15 www.haarlem.nl, ook voor een digitale versie Stadhuis, Grote Markt 2 Postbus 511 2003 PB Haarlem
Programmabegroting 2026-2030
2
Aanbiedingsbrief Het college biedt hierbij de laatste begroting van deze bestuursperiode aan. Het financiële beeld in deze Programmabegroting 2026-2030 is evenals voorgaande jaren positief, met een meerjarig sluitende begroting. Na de gemeenteraadsverkiezingen, in maart 2026, dragen de raad en het college een financieel gezond Haarlem over aan een nieuwe gekozen gemeenteraad. Een stad waarin volop wordt gewerkt aan een sociale, groene en leefbare omgeving voor inwoners en ondernemers. Het college investeert fors in de stad en veel beleid is in uitvoering gebracht, met zichtbaar resultaat. De Programmabegroting 2026-2030 is een uitwerking van de Kadernota 2026. Het begrotingssaldo bedraagt in 2026 € 13,8 miljoen positief en in de daaropvolgende jaren achtereenvolgens een positief saldo van € 21 miljoen, € 14,6 miljoen, € 9,4 miljoen en € 6,3 miljoen in 2030. Fundamenten gelegd Het college werkt ook in 2026 onverminderd door aan de versterking van Haarlem als aantrekkelijke woon- en werkstad. Er is in deze collegeperiode veel bereikt en veel voorbereidend werk verzet waarmee in de komende jaren ambities gerealiseerd kunnen worden. Met grote en gerichte investeringen heeft het college een stevig fundament gelegd voor verdere actie en uitvoering.
Haarlem staat voor grote opgaven en ambities op het gebied van wonen, mobiliteit, circulariteit, energie, digitalisering en kansengelijkheid. Voor het sociaal domein uit dit zich in investeringen in onderwijshuisvesting, sportaccommodaties en maatschappelijke voorzieningen. De gemeente investeert ongelijk voor gelijke kansen en investeert in de nieuwe generatie inwoners. Samen met regiogemeenten, zorgaanbieders en woningcorporaties zet de gemeente stevige stappen om dakloosheid te voorkomen en terug te dringen. Ook werken we aan meer kansen voor financieel kwetsbare inwoners. Ruim 1000 nieuwe woningen in 2026 De gemeente ligt op koers met de ambitie om 10.000 nieuwe woningen in 2030 te realiseren en heeft ook voldoende planruimte voor de periode na 2030. Er worden (betaalbare) woningen gebouwd in de grote gebiedsontwikkelingen. De bouw van bijna 2.500 woningen start in 2026 en er worden naar verwachting ruim 1.000 woningen opgeleverd. De uitvoering van het nieuwe Volkshuisvestingsprogramma start vanaf 2026. Grote investeringen in de ontwikkelzones zoals Oostpoort en Zuid-West blijven noodzakelijk. Transities Waar het gaat om mobiliteit en bereikbaarheid zijn belangrijke stappen gezet, zoals voor het OVknooppunt Haarlem Spaarnepoort met het afronden van het definitief ontwerp en de keuze van de naam voor het knooppunt door Haarlemmers.
De eerste werkzaamheden zijn inmiddels gestart. In de gehele stad breidde in oktober het aantal straten en wegen met 30 km/u flink uit. De gemeente pakt verder de keten van fietsparkeren aan, met als belangrijk onderdeel de handhaving op foutief gestalde fietsen. Er worden daarnaast nieuwe fietsenstallingen gerealiseerd, onder andere op het Houtplein (afgerond), in het voormalige V&D-pand en aan de Kruisstraat. Ook wordt hard gewerkt aan projecten in de openbare ruimte. Er wordt toegewerkt naar de realisatie van warmtenetten. Het college gaat door met de vergroening en het uitvoeren van de verduurzaming van de stad. Haarlem is de afgelopen jaren op veel plekken zichtbaar groener geworden, mede dankzij de inspanningen van inwoners die enthousiast hebben meegewerkt aan de Programmabegroting 2026-2030
3
vele vergroeningsprojecten in de stad. Cultureel erfgoed Een van de grootste investeringen zal de gemeente in de komende jaren doen in een onderkomen voor het Frans Hals Museum. Er zijn 3 varianten onderzocht als mogelijke locatie(s). Voor elk van deze locaties is in de toekomst een zeer grote investering van de gemeente nodig. Om het stadhuis toekomstbestendig te maken, worden de benodigde aanpassingen integraal in kaart gebracht. Dit omvat verbeteringen op het gebied van duurzaamheid, toegankelijkheid en het uitvoeren van gebouw technische werkzaamheden. Opvallende investeringen doet het college verder in het popcentrum op het Slachthuisterrein en in de Kick Smit tribune bij het voormalig voetbalstadion in Noord. Het Slachthuis heeft na 2025 een jaarlijks exploitatietekort waarvoor in 2026 incidenteel een bijdrage wordt toegekend. Daarnaast zijn structurele middelen voor het Slachthuis opgenomen de programmabegroting. Voor de Kick Smit tribune wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn om de tribune te behouden. In deze bestuursperiode is verder een omslag gemaakt naar het strategisch aankopen van vastgoed. De aankopen in de Kruisstraat zijn hiervan een geslaagd voorbeeld. Brede welvaart Haarlem is eind 2022 gestart met invulling geven aan brede welvaart. Brede welvaart gaat over hoe mensen hun leven en de kwaliteit van hun leefomgeving ervaren.
Daarmee biedt brede welvaart een veelomvattend beeld, met naast materiële welvaart onder andere zaken als gezondheid, milieu en leefbaarheid. Het gaat zowel om de kwaliteit van leven in het ‘hier en nu’, als om de effecten van onze manier van leven op het welzijn van mensen op andere plekken en voor toekomstige generaties. Ambitie vraagt inzet De ambities van de coalitie liggen hoog en zijn gericht op uitvoeringskracht. Het realiseren van ambities schuurt echter al langere tijd met diverse uitdagingen. De krappe arbeidsmarkt is één van die knelpunten en heeft een toenemende impact. Vacatures voor onder meer strategische functies zijn moeilijk in te vullen. Voor functies waarvoor technisch specialisten nodig zijn, lukt dit al bijna niet meer. De moeite om vacatures te vervullen speelt zowel bij fysieke projecten als binnen het sociaal domein en bij de eigen, gemeentelijke bedrijfsvoering. Externe inhuur is noodzakelijk en wordt ingezet als flexibele schil. In een arbeidsmarkt die zodanig onder druk staat, is het essentieel dat de gemeente zich als aantrekkelijke werkgever profileert. Nieuwe methodiek kapitaallasten In de Programmabegroting 2026 wordt zichtbaar dat de jaarlijkse volumestijging van de kapitaallasten structureel doorwerkt. Dit heeft een negatief begrotingseffect van ca. € 5 miljoen per jaar.
Het college vindt het van groot belang dat investeren in de stad en de daarbij horende kapitaallasten ook in de toekomst in de begroting zijn in te passen. Bij de Kadernota 2026 heeft het college aangekondigd een nieuwe methodiek te willen invoeren voor het inboeken van tijdelijke financiële voordelen op kapitaallasten, bijvoorbeeld als gevolg van herplanning van projecten. Die nieuwe methodiek is nu toegepast. Hierdoor blijven kapitaallasten voor noodzakelijke investeringen in de stad gereserveerd voor dat doel en op een later moment inzetbaar. Er wordt gerekend met verwachte kapitaallasten op basis van trendmatige historische groei. Het verschil tussen deze verwachte lasten en de lasten bij volledige realisatie van het investeringsprogramma wordt toegevoegd aan de reserve Kapitaallasten. Deze werkwijze voorkomt dat incidentele voordelen structureel worden ingezet, met het risico dat de begroting later niet meer sluitend is.
Programmabegroting 2026-2030
4
Investeringen Bij de actualisatie van het Investeringsplan zijn investeringen realistischer in de tijd gezet. Investeringen waarover een raadsbesluit is genomen zijn toegevoegd aan het IP. Voor het lopende jaar is de raming naar beneden bijgesteld naar € 115 miljoen. Daarnaast worden negen nieuwe investeringen (€ 77,9 miljoen) en dertien hogere investeringen (€ 86,7 miljoen) voorgesteld ten opzichte van het laatst vastgestelde IP; € 100,4 miljoen van de nieuwe en hogere investeringen valt in de periode 2025 t/m 2029. Structuur begroting gewijzigd De structuur van de begroting is aangepast. Bij de programma’s is nu informatie opgenomen die voorheen voornamelijk in de bijlagen of andere onderdelen van de begroting te vinden was. Een toelichting op de wijze waarop de aanbevelingen zijn verwerkt, is opgenomen in de inleiding van het programmadeel. Raadsbehandeling Programmabegroting De begroting wordt door de gemeenteraad behandeld op 3 en 6 november. Op maandag 6 oktober wordt een technische presentatie gegeven voor raadsleden. Tot en met vrijdag 17 oktober 12.00 uur is er gelegenheid tot het indienen van technische raadsvragen. Het indienen en beantwoorden van de technische vragenronde gebeurt digitaal. Op 28 oktober komt de ambtelijke beantwoording beschikbaar. Het college van burgemeester en wethouders, Haarlem, 23 september 2025
Programmabegroting 2026-2030
5
Inhoudsopgave Aanbiedingsbrief.................................................................................................................................3 Inhoudsopgave ...................................................................................................................................6 Leeswijzer ...........................................................................................................................................8 Deel 1 Algemeen.................................................................................................................................9 1.1 Begroting gemeente in één oogopslag..................................................................................... 10 1.2 Ontwikkeling financieel kader ................................................................................................. 12 1.3 Samenvatting van baten en lasten ........................................................................................... 32 1.4 Financiële positie .................................................................................................................... 33 1.5 Taakstellingen .........................................................................................................................
35 1.6 Investeringen civiele projecten ................................................................................................ 37 1.7 Investeringen .......................................................................................................................... 46 1.8 Onderzoeken ingevolge de Verordening art. 213a ................................................................... 64 1.9 Interbestuurlijk toezicht .......................................................................................................... 64 1.10 Duurzaamheidsbegroting ...................................................................................................... 66 Deel 2 Programma's .......................................................................................................................... 81 2.1 Inleiding programma's ............................................................................................................. 82 Cluster Sociaal............................................................................................................................... 85 Programma 1 Maatschappelijke participatie ................................................................................. 94 Programma 2 Ondersteuning en zorg ..........................................................................................
112 Programma 3 Werk, inkomen en schulden .................................................................................. 133 Cluster Fysiek .............................................................................................................................. 149 Programma 4 Aantrekkelijke woon-werkstad .............................................................................. 159 Programma 5 Gezonde en duurzame stad ................................................................................... 191 Cluster Burger en bestuur ........................................................................................................... 212 Programma 6 Burger, bestuur en veiligheid ................................................................................ 219 Programma 7 Algemene dekkingsmiddelen en overhead ............................................................ 235 2.2 Gebiedsgerichte vertaling...................................................................................................... 271 Deel 3 Paragrafen ........................................................................................................................... 274 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ............................................................................
275 3.2 Lokale heffingen .................................................................................................................... 294 3.3 Onderhoud kapitaalgoederen................................................................................................ 304
Programmabegroting 2026-2030
6
3.4 Financiering........................................................................................................................... 315 3.5 Bedrijfsvoering ...................................................................................................................... 321 3.6 Verbonden partijen en subsidies ........................................................................................... 334 3.7 Grond- en vastgoedbeleid ..................................................................................................... 339 3.8 Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid ........................................................................ 346 Deel 4 Besluit .................................................................................................................................. 348 4.1 Besluit ................................................................................................................................... 349 Deel 5 Bijlagen ................................................................................................................................ 351 5.1 Investeringsplan 2025-2029 .................................................................................................. 352 5.1 a Investeringsplan 2030-2034 ................................................................................................
365 5.2 Benchmarkindicatoren .......................................................................................................... 368 5.3 Toelichting doelen en prestaties zonder indicatoren.............................................................. 383 5.4 Overzicht personeel .............................................................................................................. 386 5.5 Productenraming .................................................................................................................. 388 5.6 Overzicht taakvelden ............................................................................................................. 400 5.7 Incidentele baten en lasten ................................................................................................... 407 5.8 Reserves en voorzieningen .................................................................................................... 411 5.9 Kostenonderbouwingen heffingen conform model VNG ........................................................ 414 5.10 Inhoudelijke informatie verbonden partijen ........................................................................ 421
Programmabegroting 2026-2030
7
Leeswijzer De programmabegroting bestaat een vijftal delen: 1. Algemeen; 2. Programma’s; 3. Paragrafen; 4. Besluit; 5. Bijlagen. Het deel Algemeen schetst allereerst de algemene ontwikkelingen op het gebied van beleid. Er wordt ingegaan op de grotere beleidsmatige ontwikkelingen die de programmatische indeling van de begroting overstijgen. In dit deel is ook de Duurzaamheidsbegroting opgenomen. Naast de beleidsmatige ontwikkelingen wordt in dit deel ingegaan op de financiële ontwikkelingen en positie van de gemeente. De Programma’s vormen het beleidsmatige deel van de begroting. De zeven programma's zijn gegroepeerd in de clusters Sociaal, Fysiek en Burger en bestuur. De programma's kennen allemaal dezelfde structuur. Deze structuur wordt toegelicht in de inleiding van dit deel. In het programmadeel is ook aandacht voor de vertaling van de beleidsmatige ontwikkelingen naar de verschillende stadsdelen in Haarlem. Het deel Paragrafen bestaat uit de wettelijk voorgeschreven paragrafen die volgens het Besluit Begroting en Verantwoording gemeenten en provincies (BBV) moeten worden opgenomen. Deze paragrafen geven een dwarsdoorsnede van de begroting vanuit verschillende perspectieven (risico’s, financiering, verbonden partijen, etc.). De kengetallen zijn opgenomen in paragraaf 3.1.
Het Besluit bevat het voorstel van het college aan de raad om de Programmabegroting 2026-2030 vast te stellen. Het deel Bijlagen bestaat onder andere uit meer gedetailleerde financiële informatie, extra informatie over indicatoren, het Investeringsplan 2025-2034 (waarvan de eerste vijf jaarschijven worden geautoriseerd door de raad), een overzicht van reserves en voorzieningen en de productenraming. Alle financiële tabellen geven de primaire begroting 2026 weer. Alle in de financiële tabellen vermelde bedragen zijn maal € 1.000, tenzij anders vermeld. Digitale begroting Naast de aan de raad aangeboden papieren versie van de begroting is deze eveneens beschikbaar via de website van de gemeente als pdf-bestand. Vanuit dit bestand kan de achterliggende informatie (beleidsnota’s, visie documenten, etc.) met een klik worden geraadpleegd. Om de begroting ook begrijpelijk te maken voor alle lezers, is een ‘begroting in één oogopslag’ (BIEO) ontwikkeld. Hierop staan in een infographic de hoofdlijnen uit de begroting en staan de inkomsten en uitgaven van de gemeente weergegeven.
Programmabegroting 2026-2030
8
Deel 1 Algemeen
Programmabegroting 2026-2030
9
1
In deze begroting in één oogopslag staan onze inkomsten en uitgaven voor 2026. Per programma tonen we de belangrijkste punten van het beleid en hoeveel geld de gemeente daaraan besteed.
Begroting 2026 Maatschappelijke participatie | 106,6 miljoen
Elke Haarlemmer hoort erbij en moet mee kunnen doen. De gemeente werkt aan bestaanszekerheid, gelijke kansen en een omgeving die zo gezond mogelijk is. We investeren in goede schoolgebouwen en in meer plekken voor voor- en vroegschoolse educatie, die betaalbaar blijven voor ouders. Thuiszittende leerlingen kunnen op drie plekken onderwijs volgen buiten de school, met als doel weer terug te keren naar het regulier onderwijs. We zorgen voor een beweegvriendelijke omgeving. In Schalkwijk komen een Cruyf Court en tijdelijk een Krajicek Playground. Ook werken we aan een nieuwe turnhal, sporthal, sportzaal en aan de zwembaden. In 2026 volgt een meerjarenplan voor binnensport. Als Regenboogstad zet Haarlem zich blijvend in voor lhbtiq+ inwoners, met in 2026 extra aandacht voor voorlichting en ontmoetingsmogelijkheden.
2 Ondersteuning en zorg | 169,3 miljoen
Haarlemmers die hulp nodig hebben, kunnen rekenen op steun van de gemeente. We investeren in een sterk sociaal netwerk en zetten in op het voorkomen van zorgvragen door zelfredzaamheid en preventie. Met extra geld uit het coalitieakkoord ‘Actie’ komen er meer activiteiten voor jongeren rond mentale gezondheid, zoals via de Alliantie Mentale Gezondheid. Samen met zes regiogemeenten, zorgaanbieders en partners werken we verder aan de vernieuwing van de jeugdhulp, vastgelegd in een gemeenschappelijke regeling. Daarnaast voeren we het Actieplan Wonen Eerst en het Regionaal Actieplan Dakloosheid uit. In 2026 starten de Skaeve Huse en verwachten we dat de locatie Meesterlottelaan 301 in gebruik is genomen als noodopvang voor maximaal 210 asielzoekers. We gaan door met de opvang van Oekraïense ontheemden.
De gemeenteraad bespreekt de begroting op maandag 3 en donderdag 6 november 2025. De volledige begroting is te vinden op www.haarlem.nl/begroting.
4 Haarlem als aantrekkelijke woon- en werkstad | 170 miljoen
De afgelopen jaren zijn er veel woningen bijgekomen voor verschillende doelgroepen, met aandacht voor groen, werkgelegenheid en voorzieningen. We liggen op schema voor de doelstelling van 10.000 extra woningen in 2030. Vanaf 2026 voeren we het nieuwe Volkshuisvestingsprogramma uit, met de nadruk op betaalbare koopwoningen, sociale huur en middenhuur, voor o.a. starters, ouderen en aandachtsgroepen. Ook werken we aan betere mobiliteit: meer ruimte voor fiets en voetganger, een nieuw OV-knooppunt en de voorbereiding van gereguleerd parkeren in wijken met hoge parkeerdruk. De vergroening van de stad gaat door, dat doen we vaak samen met inwoners. Daarnaast werken we ook in 2026 aan de uitbreiding van de Schuur, een nieuwe bibliotheek in Schalkwijk en betere huisvesting voor het Frans Hals Museum. Met de Industriekring Haarlem zetten we de samenwerking in de Waarderpolder voort.
Werk, inkomen en schulden | 117,4 miljoen
We helpen kwetsbare Haarlemmers bij werk, inkomen en schulden. In Meerwijk loopt Meerwerk Werkt en starten we een proef met ‘de baan als basis’, om mensen met langdurige bijstand aan het werk te helpen. Om bestaanszekerheid te vergroten, benutten we de ruimte binnen de participatiewet optimaal, bijvoorbeeld door de grens voor giften en bijverdienen te verruimen. Zo loont parttime werken naast een uitkering. Voor statushouders bieden we maatwerk, waardoor werken en leren beter te combineren zijn. Met de Haarlemse Alliantie tegen Kinderarmoede werken we aan het uitbannen van kinderarmoede in 2030, door te investeren in gelijke kansen, gezinsondersteuning en een gezonde ontwikkeling van kinderen.
3
2
Inkomsten 806,2 miljoen 19%
1 Belastingen en heffingen 151,1 miljoen
23%
2 Overige 182,3 miljoen 3 Algemene uitkering van het Rijk 472,7 miljoen
59%
1
7
2
6 5 4
3
Uitgaven 806,8 miljoen
5
Haarlem als gezonde en duurzame stad | 65,1 miljoen
De overgang naar een aardgasvrij Haarlem is complex, maar we houden het tempo vast. We zetten erop in dat in 2026 een publiek warmtebedrijf stadsbreed aan het werk is. Met het actieprogramma Circulaire Economie werken we onder andere aan inzicht in de toekomstige ruimtebehoefte en onderzoeken we hoe stadslandbouw blijvend een plek kan krijgen binnen Haarlem. In 2026 zetten we stappen naar een klimaatbestendige en waterbewuste stad. We voeren regionale stresstesten uit en onderzoeken de impact van Haarlem op de waterkwaliteit. Het Strategisch Beheerplan Openbare Ruimte geeft richting aan de uitvoering en er wordt waar nodig bijgestuurd om opgaven goed aan te pakken.
6
3
1
Burger, bestuur en veiligheid | 74,9 miljoen
Informatie van de gemeente moet voor iedereen duidelijk en toegankelijk zijn. Daarom blijft het Klantcontactcentrum goed bereikbaar en werken we continu aan verbetering van de dienstverlening, onder meer door behoeften van inwoners en bedrijven te peilen. In 2026 vervangen we het softwaresysteem voor meldingen in de openbare ruimte. Verder voeren we het Actieprogramma Veiligheid 2025-2026 uit, met de nadruk op het tegengaan van ondermijnende criminaliteit, jeugdoverlast en het verbeteren van leefbaarheid in buurten. Ook loopt de uitvoering van het Actieprogramma Veilig en Gastvrij Uitgaan 2024-2028, met speciale aandacht voor de aanpak van overlast rond de Smedestraat. Begin 2026 vinden de gemeenteraadsverkiezingen plaats. Voor een soepele transitie naar het nieuwe bestuur is een inhoudelijke overdracht in voorbereiding.
1 Maatschappelijke participatie 13,2% 2 Ondersteuning en zorg 21% 3 Werk, inkomen en schulden 14,5% 4 Haarlem als aantrekkelijke woon- en werkstad 21,1% 5 Haarlem als gezonde en duurzame stad 8,1% 6 Burger, bestuur en veiligheid 9,3% 7 Algemene dekkingsmiddelen en overhead 12,8%
Woonlasten meerpersoonshuishouden
2026
OZB
€ 467,-
Rioolheffing
€ 187,-
Afvalstoffenheffing
€ 523,-
Totale woonlasten
€ 1.177,-
Gemiddelde woning Gemiddelde woning Meerpersoonshuishouden
Woonlastenindex t.o.v. 2025: 2,8%
1.2 Ontwikkeling financieel kader Financieel kader Programmabegroting 2026-2030 Begrotingskader
2026
2027
2028
2029
2030
-8.962 v
-1.951 v
-2.459 v
Startpositie Meerjarenraming Kadernota 2026
-
-
-
Eindsaldo Kadernota 2026
-9.561 v -11.156 v
-8.962 v
-1.951 v
-2.459 v
A. Autonoom 1 Meicirculaire 2025 2 Effect volumegroei huidig IP
-11.728 v -13.016 v
-7.307 v
-9.731 v -15.503 v
Amendementen Kadernota 2026
3 Financiering 4 Effect stelselwijziging IP 5 Overige autonome ontwikkelingen Totaal autonome ontwikkelingen B.
95 n
-
-
-
-
1.863 n
7.309 n
-3.441 v
-4.611 v
-5.445 v
-6.407 v
-3.207 v
1.395 n
1.345 n
1.345 n
1.345 n
1.345 n
599 n
1.888 n
1.793 n
1.764 n
1.510 n
-9.614 v -11.165 v
-8.546 v
-13.176 v -14.394 v
Beleidsvoorstellen
6 Moties Kadernota 2026 7
- 9.656 v -11.156 v
6.098 n
449 n
449 n
302 n
150 n
Structurele beleidsvoorstellen KN 2026
2.955 n
3.693 n
3.693 n
3.693 n
3.693 n
8
Overige beleidsvoorstellen PB 2026
1.336 n
1.551 n
611 n
335 n
335 n
9
Reëler ramen belastingen en leges
-1.493 v
-1.294 v
-1.192 v
-1.231 v
-1.298 v
10 Kapitaallasten nieuwe investeringen
22 n
182 n
396 n
591 n
1.811 n
8.918 n
4.582 n
3.957 n
3.690 n
4.691 n
Eindsaldo Programmabegroting 2026-2030
-13.819 v -20.968 v -14.619 v
-9.426 v
-6.314 v
waarvan het structurele saldo
-13.340 v -17.081 v -12.507 v
-7.020 v
-3.120 v
Totaal beleidsvoorstellen
Hoofdboodschap Haarlem staat er in navolging van de Kadernota 2026 nog onveranderd (financieel) goed voor en heeft een meerjarig sluitende begroting, variërend van € 13,8 miljoen positief in 2026 tot € 6,3 miljoen positief in 2030. Ook het structurele saldo (gecorrigeerd voor incidentele baten en lasten) waarop de toezichthouder stuurt sluit voor de jaren 2026 tot en met 2030. Het voorliggende eindsaldo van de Programmabegroting 2026-2030 ligt in lijn met het eindsaldo van de Kadernota 2026, inclusief het effect van de Meicirculaire 2025, zoals reeds bekend bij behandeling van de Kadernota 2026 door de raad. Zie hieronder onderstaande tabel. Begrotingskader KN26 t.o.v. PB26
2026
Saldo Kadernota 2026
2028
2029
2030
-9.561 v -11.156 v
-8.962 v
-1.951 v
-2.459 v
Meicirculaire
-11.728 v -13.016 v
-7.307 v
-9.731 v -15.503 v
Saldo Kadernota 2026 (incl. meicirculaire)
-21.289 v -24.172 v -16.269 v -11.682 v -17.962 v
Saldo Programmabegroting 2026-2030
-13.819 v -20.968 v -14.619 v
Programmabegroting 2026-2030
2027
-9.426 v
-6.314 v
12
In de voorliggende Programmabegroting 2026-2030 vallen de negatieve autonome effecten aangevuld met effecten uit de verwerking van bij de Kadernota 2026 aangenomen moties, voorgestelde structurele beleidsvoorstellen en enkele in deze Programmabegroting 2026-2030 voorgestelde aanvullende beleidsintensiveringen op het gebied van exploitatie en investeringen ruimschoots weg tegen de positieve autonome ontwikkelingen. Ondanks dat het financieel beeld positief is tot en met 2030 is waakzaamheid geboden. Er zijn risico’s en ontwikkelingen die voorvloeien uit reeds genomen besluiten die nog verwerkt dienen te worden in de begroting. Het gaat onder andere om de financiële uitdagingen binnen het beleidsveld Jeugd (circa € 11 miljoen in 2030), oplopende kapitaallasten na 2030 (circa € 26 miljoen in 2035) én een aantal specifieke onderwerpen (PM). Dit nog buiten de onzekerheden die voortvloeien uit landelijke (overheids)ontwikkelingen, waaronder de gevolgen van de landelijke verkiezingen en de uiteindelijke vertalingen daarvan in gemeentefondscirculaires. Risico’s en ontwikkelingen Jeugd De huidige meerjarenbegroting bevat een aantal taakstellingen (zie paragraaf 1.5) waaronder een taakstelling vanaf 2028 op het beleidsveld jeugd van € 5 miljoen gekoppeld aan de Hervormingsagenda. Over de invulling hiervan volgt cf.
toezegging in de informatienota Meicirculaire binnenkort een separate informatienota. Ook zullen de kosten voortvloeiende uit volumegroei jeugd jaarlijks (op basis van de huidige T+1 systematiek) nog ingepast moeten worden. Dit betekent op basis van de meest recente trendanalyse jeugd (perceel 1 en 2) als opgenomen in de Kadernota 2026 (blz. 59 en 60) een naar verwachting nadeel voor het begrotingssaldo oplopend tot € 6 miljoen in 2030. Kapitaallasten In 2030 (nieuwe jaarschijf ten opzichte van de Kadernota 2026) verslechtert het beeld ten opzichte van 2029 door oplopende kapitaallasten. De jaren na 2030 zal dit effect zich blijven voordoen in orde van grootte van jaarlijks gemiddeld € 5 miljoen aan oplopende kapitaallasten. Deze boodschap is reeds benoemd in de Kadernota 2026 (op blz. 32). Ten opzichte van 2026 is de stijging in (bruto) kapitaallasten in 2030 77% en in 2035 138%. De kapitaallasten tot en met 2030 zijn reeds verwerkt in de meerjarige begroting (inclusief aanvullende voorstellen). De verwachte resterende stijging oplopend tot € 26 miljoen per jaar richting 2035 zorgt voor een grote (toekomstige) opgave voor het behalen van een meerjarig sluitende begroting. Deze kapitaallasten zullen in de komende jaren nog ingepast moeten worden in de meerjarenbegroting. Kapitaallasten (bedragen x € 1 miljoen)
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
Huidige Activa Huidig IP (incl. nieuw/hoger)
38 n
37 n
36 n
35 n
33 n
31 n
30 n
29 n
27 n
26 n
5 n
15 n
24 n
33 n
43 n
51 n
58 n
65 n
72 n
76 n
Totaal
43 n
52 n
60 n
68 n
76 n
83 n
88 n
94 n
99 n
102 n
-
-
-
-
-
7 n
12 n
18 n
23 n
26 n
Waarvan nog niet opgenomen in (toekomstige) begroting
Programmabegroting 2026-2030
13
Nog te verwachten Hiernaast zullen er nog enkele voorstellen in aanloop naar (als onderdeel van) de Kadernota 2027 volgen die van invloed zijn op het begrotingssaldo. Hierbij valt te denken aan het inpassen van de onderhouds- en beheerslasten van het recentelijk aangeschafte pand aan de Kruisstraat 26, de benodigde middelen voor de exploitatie van het busstation knooppunt Nieuw Zuid, een bijdrage aan het verwachte tekort op de businesscase Molenwijk Noord Waddenbuurt. Alsook benodigde aanvullende middelen ter dekking van kosten verband houdende met het aanleggen van een warmtenet (kapitaallasten voorvloeiende uit investeringen, storting van kapitaal en exploitatiesubsidies), een vervolg van het project Spaarnepark en verder functieonderhoud personeel. Nieuwe raadsperiode Bovengenoemde risico’s en ontwikkelingen betekent dat er momenteel naar verwachting geen financiële ruimte (anders dan incidentele ruimte) is voor verdere structurele intensiveringen. Hiertoe zal ruimte gecreëerd moeten worden indien gewenst door een volgende raad. In aanloop naar de nieuwe raadsperiode zal hiertoe door de organisatie inzicht geven worden in een aantal begrotingsen systeemafwegingen. De voorliggende Programmabegroting 2026-2030 is relatief beleidsarm ten opzichte van de Kadernota 2026.
Dit betekent dat er geen grote structurele intensiveren worden voorgesteld bovenop de voorstellen die reeds zichtbaar waren in de Kadernota 2026 en geen begrotings- en systeemwijzigingen worden voorgelegd anders dan de stelselwijziging IP waarbij wordt uitgegaan van ‘trendmatige historische groei’ zoals toegelicht in paragraaf 1.6 en reeds aangekondigd bij de Kadernota 2026. Reserve Leefomgeving De reserve Leefomgeving, vooral bedoeld voor aanvullende bijdragen inrichting openbare ruimte bij gebiedsontwikkelingen, wordt niet gevoed en raakt uitgeput. Richting de Kadernota 2027 worden de resterende projecten in beeld gebracht en verdeeld over jaarschijven in de begroting verwerkt, waarna de reserve kan worden opgeheven.
Startpositie Het beginsaldo van de begroting betreft het bij de Kadernota 2026 vastgestelde eindsaldo, inclusief de effecten van de aangenomen amendementen. Tijdens de behandeling van de Kadernota 2026 heeft de raad twee amendementen aangenomen, waarvan één financiële consequenties heeft voor de begroting van 2026. Het gaat om amendement 4 "De laatste klepelloodjes", waarin wordt besloten tot het uitfaseren van het gebruik van klepelmaaiers. Hiervoor is een incidenteel bedrag van € 95.000 in 2026 opgenomen in de Kadernota 2026.
A. Autonome ontwikkelingen 1. Meicirculaire 2025 De effecten uit de Meicirculaire 2025 zijn in de informatienota Meicirculaire 2025 (2025/536150) opgenomen. De Meicirculaire 2025 heeft geresulteerd in substantiële positieve budgettaire effecten voor alle jaren t.o.v. de Decembercirculaire 2024. De positieve effecten zijn voornamelijk het gevolg van de toename van het accres door een hogere inflatie dan eerder verwacht (circa € 4,7 miljoen structureel), de toebedeling van de middelen Van Ark (Jeugd) (oplopend tot circa € 10,8 miljoen) én de ontwikkeling van de landelijke hoeveelheden bijstandsontvangers (oplopend tot circa € 5,4 miljoen). De toename van de omvang van het Gemeentefonds van 2029 naar 2030 is het gevolg van een hogere uitkeringsfactor. Hierdoor neemt de omvang van de Algemene uitkering toe. Oorzaak Programmabegroting 2026-2030
14
hiervan is een bijstelling vanuit het Rijk van de accrestranches vanaf 2025, dit heeft een (cumulatief) positief effect voor 2030. Deze mutaties liggen buiten de invloedssfeer van de gemeente. Bovengenoemde effecten leveren gezamenlijk een voordeel op voor de Algemene middelen fluctuerend van € 11,8 miljoen in 2026 tot € 15,5 miljoen in 2030. Middelen Jeugd (Van Ark) In de Meicirculaire 2025 is zichtbaar geworden wat de vertaling door het Rijk van het advies Van Ark als opgenomen in de Voorjaarsnota 2025 voor Haarlem betekent. Dit betekent structureel (vanaf 2028) in financiële zin het volgende: • De taakstelling Hervormingsagenda (HVAJ) van € 5 miljoen staat na verwerking Meicirculaire 2025 vanaf 2028 nog structureel in de Haarlemse begroting. Deze taakstelling dient ingevuld te worden met maatregelen die in lijn liggen met de HVAJ. Met hierbij de kanttekening dat invulling van de taakstelling door het realiseren van de maatregelen uit de HVAJ een lastige opgave blijft (in belangrijke mate doordat gemeenten afhankelijk zijn van de voortgang bij het Rijk). • De aanvullende maatregelen ‘invoeren eigen bijdrage’ en ‘verkorten trajectduur’ als opgenomen in de Voorjaarsnota 2025 leidt tot een extra structurele besparingsopgave van ongeveer € 2,5 miljoen voor Haarlem.
Deze maatregelen zoals vertaald in de Meicirculaire 2025 vragen eerst wetgeving (invoeren eigen bijdrage) en uitwerking (verkorten trajectduur) van het Rijk. Pas daarna kan beoordeeld worden of deze maatregelen realistisch zijn (baten eigen bijdrage in combinatie met lagere zorguitgaven) en/of geen dubbeling hebben met andere maatregelen uit de HVAJ (verkorten trajectduur is al eerder als maatregel benoemd). Hierom is bestuurlijk gekozen hiervoor geen (extra) taakstelling in de begroting 2026 op te nemen, maar deze ten laste van het begrotingssaldo (Algemene middelen) te brengen. • De aanvullende maatregel ‘indexeren opbrengst HVAJ’ leidt tot een extra structurele besparingsopgave van ongeveer € 4 miljoen voor Haarlem. Het lijkt niet realistisch om de bestaande taakstelling uit de HVAJ te vergroten. Daarom is bestuurlijk gekozen hiervoor geen (extra) taakstelling in de begroting 2026 op te nemen maar deze ten laste van het begrotingssaldo (Algemene middelen) te brengen. 2. Effect volumegroei huidig IP Als gevolg van jaarlijks toenemende investeringen lopen de kapitaallasten op. Dit effect is reeds beneoemd in de Kadernota 2026 (blz. 32). Dit effect doet zich de komende jaren ook voor ná 2030. 3.
Financiering Er is sprake van een voordeel vanuit de kostenplaats Financiering, dit voordeel is grotendeels het gevolg van lagere schuldstanden vanuit 2024 dan eerder verwacht en aangetrokken leningen tegen lagere tarieven dan eerder geraamd. Ook is er sprake van een lagere financieringsbehoefte in de komende jaren ten overstaan van eerdere verwachtingen. 4. Effect stelselwijziging IP Het structurele nadeel van € 1,4 miljoen ontstaat door het opheffen van de stelpost Onderuitputting. Dit is het gevolg van een verbetering in de ramingssystematiek, waarbij onderrealisaties niet langer leiden tot tussentijdse budgettaire voordelen voor het begrotingssalsdo (Algemene middelen). In plaats daarvan zorgt de nieuwe methodiek ervoor dat (eventuele) onderrealisaties leiden tot een hogere dotatie aan de reserve Kapitaallasten, wat bijdraagt aan een meer realistische en stabiele begroting.
Programmabegroting 2026-2030
15
5. Overige autonome ontwikkelingen 5. Overige autonome ontwikkelingen a b c d e
Aanpassingen CAO Gemeenten en lokale arbeidsvoorwaarden Aanvulling budget Langdurig Arbeidsongeschikten Beëindiging Compensatieregeling transitievergoeding UWV Dotatie voorziening Verlofsparen
2026
2027
2028
2029
2030
-1.281 v
-368
v
-362
v
-361
v
-361
v
374
n
374
n
374
n
374
n
374
n
67
n
135
n
135
n
135
n
135
n
375
n
375
n
375
n
375
n
375
n
1.219 n
1.149 n
1.141 n 1.176 n
1.073
n
147
n
124
n
100
n
89
n
89
n
84
n
84
n
84
n
84
n
84
n
250
n
250
n
250
n
250
n
250
n
i
Bijstelling begroting Veiligheidsregio Kennemerland Afrekenen gezamenlijke bedrijfsvoering HaarlemZandvoort Exploitatielasten aan- en verkopen gemeentelijk vastgoed Hogere bijdrage Vereniging van Nederlandse Gemeenten Vervroegen uitgaven impuls woningen met EFG-labels
-585
v
-
n
-
n
-
n
-
n
j
Overhevelen formatie webredactie van KCC naar B&C
-82
v
-82
v
-82
v
-82
v
-82
v
k
Saldo technische correcties
36
n
62
n
7
n
-47
v
-198
v
l
Kostenverdeling 2026-2030
785
n
771
n
771
n
771
n
f g h
869
n
m Incidentele bijdrage Omgevingsdienst IJmond
126
n
n
-1.000 v -1.000 v -1.000 v -1.000 v
Stelpost indexatie autonome ontwikkelingen Totaal
599 n
1.888 n
1.793 n
1.764 n
-1.000 v 1.510 n
a. Aanpassingen CAO gemeenten en lokale arbeidsvoorwaarden De CAO stijging in het landelijk afgesloten CAO-akkoord 2025-2027 is lager dan het indexpercentage waarmee vooraf rekening was gehouden. Dit levert een voordeel op de salarissen van € 1,7 miljoen in 2026 en € 0,8 miljoen in de daaropvolgende jaren op. Tegelijkertijd leidt de nieuwe CAO 2025-2027 ook tot hogere (secundaire) arbeidsgerelateerde kosten. Er zijn in de nieuwe CAO bijvoorbeeld hogere onregelmatigheidstoeslagen. Daarnaast nemen de kosten voor de inconveniëntenregeling toe en worden ook de thuiswerk-, internet- en maaltijdvergoedingen verhoogd. De gemeente is verplicht om dit te vergoeden. De extra kosten bedragen € 433.000 vanaf 2026. Bovendien dragen juiste en marktconforme vergoedingen bij aan het werkgeversimago. In de huidige krappe arbeidsmarkt is het belangrijk een aantrekkelijke werkgever te zijn en te blijven. De extra arbeidsgerelateerde kosten kunnen worden gedekt uit het voordeel op de salarissen. Per saldo resteert daarmee in 2026 een voordeel van circa € 1,3 miljoen (€ 1,7 miljoen minus € 0,4 miljoen). In de jaren daarna blijft er een voordeel over van circa € 0,4 miljoen (€ 0,8 miljoen minus € 0,4 miljoen). b.
Aanvulling budget Langdurig arbeidsongeschikten De instroom van langdurige arbeidsongeschikte medewerkers (voormalig personeel) in de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) neemt sinds 2023 toe. Deze ontwikkeling is in lijn met de landelijke trend (bron: UWV). De gemeente heeft een wettelijke doorbetalingsverplichting van tien jaar voor medewerkers die langdurig arbeidsongeschikt zijn (na keuring door het UWV). Het huidige budget van € 185.000 binnen de meerjarenbegroting biedt onvoldoende dekking gezien de stijgende trend van de kosten. In 2024 bedroegen de kosten € 564.000. De verwachting is dat deze kosten vanaf 2025 jaarlijks € 600.000 zullen bedragen. Voorgesteld wordt om het budget in de meerjarenbegroting vanaf 2026 structureel te verhogen met € 415.000. In lijn met de afspraken over Programmabegroting 2026-2030
16
de verdeling van gemeenschappelijke kosten betaalt de gemeente Zandvoort 10% van de kosten (€ 41.000). c. Beëindiging compensatieregeling Transitievergoeding UWV Per 1 juli 2026 vervalt de zogenaamde compensatieregeling transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid voor werkgevers met 25 of meer medewerkers. Dit volgt uit het Hoofdlijnenakkoord 2024-2028. Dit betekent dat Haarlem vanaf 1 juli 2026 geen compensatie meer ontvangt van het UWV. Op basis van de jaren 2022, 2023 en 2024 heeft Haarlem jaarlijks gemiddeld een bedrag van € 150.000 aan compensatie ontvangen. De wettelijke verplichting tot het betalen van een transitievergoeding blijft echter bestaan. Daarom wordt voorgesteld om in 2026 € 75.000 en vanaf 2027 structureel € 150.000 budget op te nemen. Dit compenseert de wegvallende vergoeding vanuit het UWV. Uitgangspunt voor dit voorstel is het gemiddelde bedrag over de afgelopen jaren, omdat de compensatiebedragen per jaar sterk verschillen. In lijn met de afspraken over de verdeling van gemeenschappelijke kosten betaalt de gemeente Zandvoort 10% van de kosten (€ 8.000 in 2026 en € 15.000 vanaf 2027). d. Dotatie voorziening Verlofsparen Werknemers van de gemeente hebben conform de CAO de mogelijkheid om spaarverlof op te bouwen en dit op een later moment op te nemen, bijvoorbeeld voor een sabbatical.
In de jaren 2022, 2023 en 2024 zijn er wettelijk verplichte toevoegingen gedaan aan de voorziening Verlofsparen van respectievelijk € 328.000, € 338.000 en € 462.000. Op basis van deze historische toevoegingen wordt voorgesteld om voor de meerjarenbegroting vanaf 2026 structureel een bedrag van € 375.000 (het gemiddelde van drie jaar) te doteren aan de voorziening. e. Bijstelling begroting Veiligheidsregio Kennemerland (VRK) Op basis van raadstuk (2025/447329) wordt de begroting voor de Haarlemse bijdrage aan de Veiligheidsregio Kennemerland (VRK) vanaf 2026 met € 1,1 miljoen naar boven bijgesteld. Deze bijstelling is voornamelijk het gevolg van de bovenreguliere indexatie, waarbij de gemeentelijke indexatie lager ligt dan de contractueel verplichte indexatie. Daarnaast wordt de begroting voor de laatste prognose van de functioneel leeftijdsontslag kosten naar boven bijgesteld met de volgende bedragen per jaar: € 160.000 (2026), € 90.000 (2027), € 82.000 (2028), € 117.000 (2029) en € 14.000 (2030). Deze begrotingswijziging is op 9 juli 2025 vastgesteld door het Algemeen bestuur van de VRK. f. Afrekenen gezamenlijke bedrijfsvoering Haarlem- Zandvoort Haarlem en Zandvoort werken samen binnen een gezamenlijke bedrijfsvoeringsorganisatie. Het uitgangspunt van deze samenwerking is het harmoniseren van het beleid en het standariseren van de dienstverlening.
Dit gebeurt confrom de werkwijze van Haarlem. De financiële effecten voor beide gemeenten worden verdeeld volgens een 90-10-verhouding conform het Dienstverleningshandvest Gemeenschappelijke regeling ambtelijke samenwerking Zandvoort-Haarlem. Op deze manier ontstaat een eerlijke verdeling van de kosten en opbrengsten van de dienstverlening voor beide gemeenten. De geraamde financiële bijdrage van Zandvoort op basis van deze verdeling blijkt echter te hoog vastgesteld en dient te worden bijgesteld. Hiervoor zijn technische redenen: voor enkele onderwerpen is de bijdrage al geraamd. Daarnaast zijn in een specifiek geval de kosten rechtstreeks in de begroting van Zandvoort opgenomen en is afrekenen daarmee niet aan de orde. Dit leidt tot een nadeel van € 147.000 in 2026, aflopend naar € 89.000 in 2030. Programmabegroting 2026-2030
17
g. Exploitatielasten aan- en verkopen gemeentelijk vastgoed Door recente aan- en verkopen veranderen de lasten van het gemeentelijk vastgoed. Zoals aangekondigd in de Kadernota 2026 worden voor het gebouw De Greiner de exploitatielasten en bijdragen uitgewerkt. De verkoop van Oudeweg 91-95 en de omzetting naar een erfpachtconstructie levert een beperkt voordeel op. Dit voordeel kan worden ingezet om de onderhoudslasten voor de recent aangekochte panden A. Hofmanweg 2D en Kleverparkweg 17 deels te dekken. Bij deze twee panden worden geen baten gerealiseerd. Daarom wordt voorgesteld de lasten die niet met baten opgevangen kunnen worden, per saldo structureel € 84.000. h. Hogere bijdrage Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) De financiering van gezamenlijke gemeentelijke activiteiten verloopt via het Fonds Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering (GGU). Dit fonds wordt beheerd door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De jaarlijkse gemeentelijke bijdrage aan het GGU wordt op basis van het inwonertal toegerekend. Deze inwonerbijdrage is de afgelopen jaren fors gestegen: van € 3,33 per inwoner in 2023 naar € 3,79 in 2024, en verder naar € 4,57 per inwoner in 2025 (gebaseerd op 167.636 inwoners per 1 januari 2024). Naast de reguliere bijdrage wordt jaarlijks ook een aparte factuur voor de contributie per inwoner ontvangen.
Voor 2026 en verder betekent dit een substantiële stijging van de totale kosten. De totale gemeentelijke bijdrage aan het GGU-fonds valt circa € 250.000 structureel hoger uit dan eerder begroot. i. Vervroegen uitgaven impuls woningen met EFG-labels Er is begin dit jaar al een goede stap gezet met verduurzaming van corporatiewoningen met een E-, F- of G-energielabel. De verwachting is dat er in de tweede helft van 2025 opnieuw een dergelijke stap wordt gezet. Voorgesteld wordt om te versnellen en € 585.000 in de begroting één jaar te vervroegen. Dit leidt in 2025 tot hogere uitgaven van € 585.000 en in 2026 tot lagere uitgaven van € 585.000. j. Overhevelen formatie webredactie van KCC naar B&C De afdeling Bestuur en Communicatie (B&C) is, zowel intern als extern, verantwoordelijk voor de communicatie via de website van de organisatie. De afdeling Klantcontactcentrum (KCC) verzorgt de webredactie voor de website, waarbij B&C inhoudelijk en beleidsmatig de leiding heeft. Het betreft 2,26 fte formatie, die formeel bij de afdeling KCC is ondergebracht. Om efficiënter en doelmatiger te werken, ligt overheveling van de formatie van KCC naar B&C voor de hand. Het voordeel bedraagt € 82.000, omdat de afdeling B&C een stafafdeling betreft en derhalve niet belast wordt met overheadkosten. k.
Saldo technische correcties In deze begroting wordt voorgesteld een aantal ‘technische’ correcties op te nemen die per saldo tot een nadeel leiden in 2026 tot en met 2029 van minder dan € 100.000. Voor de jaarschijf 2030 geldt dat ten onterechte incidentele frictiekosten en het restantbudget statushouders zijn begroot. Hiernaast zijn de regiobudgetten in de Kadernota 2026 onjuist geïndexeerd. Dit leidt tezamen tot een voordeel van afgerond € 200.000 in de jaarschijf 2030. l. Kostenverdeling 2026-2030 In de primaire begroting is de overheaddekking voor de investeringen te hoog geraamd. Enerzijds is uitgegaan van een sterke toename van investeringsuren. Daarnaast is onterecht verondersteld dat alle extra productieve uren overheaddekking genereren. In werkelijkheid is voor een deel van deze uren, op grond van het Besluit begroting en Verantwoording (BBV), geen overheaddekking Programmabegroting 2026-2030
18
toegestaan. De productieve uren die in de primaire begroting ten onrechte tot overheaddekking hebben geleid, zijn bij deze actualisatie gecorrigeerd. Deze overheadkosten leiden tot een structureel negatief effect van circa € 800.000 vanaf 2026. m. Incidentele bijdrage Omgevingsdienst IJmond (ODIJ) De raad heeft ingestemd (2025/440761) met een incidentele extra bijdrage aan ODIJmond van € 126.000 in 2026. Dit bedrag is bestemd voor de uitvoering van de tweede fase van het programma Herijking gemeenschappelijke regeling (GR), dienstverleningsovereenkomst (DVO) en financieringsstructuur en het plan van aanpak Scenario’s voor de toekomstbestendige omgevingsdienst. n. Vrijval stelpost Autonome ontwikkelingen Programmabegroting 2026-2030 In de Kadernota 2026 is, in aanloop naar de Programmabegroting 2026-2030, een structurele stelpost van € 1 miljoen opgenomen ter dekking van autonome ontwikkelingen. Deze stelpost was met name bedoeld voor het opvangen van mogelijke risico’s rondom boven-reguliere indexatie bij verbonden partijen. In deze programmabegroting valt de structurele stelpost vrij ter dekking van bovengenoemde autonome ontwikkelingen.
B. Beleidsvoorstellen 6. Moties Kadernota 2026 Voor de volgende moties als aangenomen bij de Kadernota 2026 wordt voorgesteld deze financieel te vertalen in de voorliggende Programmabegroting 2026-2030. 6. Moties Kadernota 2026 (met saldo effect)
2026
2027
2028
2029
2030
a Motie 8: Inzet CJG outreachende coaches
150 n
150 n
150 n
150 n
150 n
b Motie 10: Meer actie voor toegankelijkheid
-
152 n
152 n
152 n
-
c Motie 22 Comeback verhuisvergoeding Motie 23 BIS: Vergroenen Marsmanplein in samenhang met d Wijkaanpak Delftwijk e Motie 9 BIS: Verlening subsidie vergroening schoolpleinen
63 n
63 n
63 n
-
-
150 n
-
-
-
-
500 n
-
-
-
-
f
100 n
-
-
-
-
5.000 n
-
-
-
-
Motie 1 BIS: Verrijk de Cronjé met speels gemak Motie 21: Nieuwe tranche aanjagersregeling sociale g woningbouw h Motie 7: Aanpak straatintimidatie i
Motie 16: Zomerschool een paar jaartjes langer Totaal
6. Moties Kadernota 2026 (saldo neutraal) j
k
Motie 19: Gelijke ondersteuning voor kinderen ook via Stichting Leergeld Dekking: onttrekking reserve Minimagelden
50 n 85 n
85 n
85 n
6.098 n
449 n
449 n
302 n
150 n
2026
2027
2028
2029
2030
57 n
-
-
-
-
-57 v
-
-
-
-
Motie 4: Vergroen de sociale basis in kwetsbare wijken
50 n
50 n
50 n
-
-
Dekking: Regiodeal
-50 v
-50 v
-50 v
-
-
-
-
-
-
-
Totaal
a. Motie 8: Inzet CJG outreachende coaches Bij het vaststellen van de Kadernota 2026 heeft de raad op 3 juli 2025 de motie "CJG outreachende coaches structureel financieren" aangenomen. Aanleiding hiervoor is de toename van dealende jongeren in Haarlem. De gemeente zet al enkele jaren in op een integrale aanpak, waarin preventie Programmabegroting 2026-2030
19
en repressie samengaan. Sinds 2023 zijn met incidentele middelen outreachende CJG-coaches actief in de stadsdelen Oost, Noord en Centrum/Zuidwest. Deze coaches weten kwetsbare jongeren met complexe problematiek – zoals schooluitval, schulden of huiselijk geweld – vroegtijdig te bereiken en begeleiden. De motie vraagt om structurele borging van deze aanpak, gezien het langdurige karakter van de problematiek en het belang van continuïteit in de ondersteuning van deze jongeren. De kosten bedragen structureel € 150.000 per jaar vanaf 2026. b. Motie 10: Meer actie voor toegankelijkheid Ter uitvoering van de motie "Meer zekerheid voor toegankelijkheid" wordt voor de jaren 2027 tot en met 2029 incidenteel een bedrag van € 152.000 beschikbaar gesteld. Deze middelen worden ingezet om de aanstelling van één fte coördinator toegankelijkheid te verlengen tot en met 2029. Het structureel aanstellen van een coördinator toegankelijkheid is noodzakelijk om drie redenen: 1. Het waarborgen van de continue verbetering van de toegankelijkheid in Haarlem; 2. Het monitoren van de uitvoering van het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, waarvoor Haarlem zich heeft gecommitteerd; 3. Het effectief begeleiden van de evaluatie en actualisering van de Uitvoeringsagenda na 2027.
Er wordt onderzocht hoe de functie van coördinator toegankelijkheid structureel kan worden ingebed in de organisatie. c. Motie 22: Comeback verhuisvergoeding Sinds 2017 kunnen huurders van 65 jaar en ouder bij verhuizing gebruik maken van de regeling Ouder Worden en Prettig Wonen. Deze regeling biedt voorrang op een gelijkvloerse woning en stelt huurders in staat om hun oude huurprijs mee te nemen. Bij de start van de regeling was er ook een verhuisvergoeding van € 1.000 beschikbaar gesteld, maar deze werd later wegbezuinigd. Naar aanleiding van de aangenomen motie "Comeback van de verhuisvergoeding" bij de Kadernota 2026 wordt in deze programmabegroting voorgesteld om voor de jaren 2026, 2027 en 2028 jaarlijks een bedrag van € 62.500 op te nemen voor de verhuisvergoeding. De vergoeding wordt verhoogd naar tenminste € 1.250. Ook kan een verhuisservice of ontzorgpakket worden verrekend. Dit pakket kan bestaan uit verschillende onderdelen, zoals de inzet van een verhuiscoach, een verhuisbedrijf en/of een klusteam. Na de evaluatie in 2028 zal aan de raad een voorstel worden voorgelegd om de verhuisvergoeding structureel te begroten. d. Motie 23 BIS: Vergroenen Marsmanplein in samenhang met Wijkaanpak Delftwijk Ter uitvoering van de motie "Vergroenen Marsmanplein in samenhang met Wijkaanpak Delftwijk", wordt in 2026 incidenteel een bedrag van € 150.000 beschikbaar gesteld.
De middelen worden ingezet om het Marsmanplein groener en aantrekkelijker te maken, aangezien het plein grotendeels versteend is en weinig uitnodigt om te verblijven. De vergroening vindt in samenhang met de wijkaanpak plaats omdat het Marsmanplein een belangrijke centrumfunctie vervult voor Delftwijk. e. Motie 9 BIS: Verlenging subsidie Vergroening schoolpleinen Vanaf 2024 wordt er door veel scholen gebruik gemaakt van de subsidieregeling Subsidiëring vergroenen schoolpleinen Haarlem (2023/550005). Naar verwachting is meer dan de helft van de Haarlemse scholen (deels) vergroend. Daarmee komt een substantieel deel van de scholen nog in aanmerking voor deze regeling. De raad heeft het college daarom verzocht de regeling met een jaar te verlengen. Hiervoor wordt een bedrag gereserveerd van € 500.000, conform de eerder beschikbaar gestelde bedragen. f. Motie 1 BIS: Verrijk de Cronjé met speels gemak Ter uitvoering van de motie ''Verrijk de Cronjé met speels gemak'', wordt in 2026 incidenteel een Programmabegroting 2026-2030
20
bedrag van € 100.000 beschikbaar gesteld. De middelen worden ingezet voor de aanleg van een speeltuin in het Julianapark. g. Motie 21: nieuw tranche aanjaagregeling sociale woningbouw De Haarlemse subsidieregeling Aanjagen Sociale Woningbouw dient om sociale woningbouwprojecten op gang te brengen waar als gevolg van onder andere gestegen bouwkosten de haalbaarheid onder druk staat. De subsidieregeling is opgezet aan de hand van juridische en financiële spelregels en kende twee openstellingen in juni 2024 en november 2024. In totaal zijn twaalf aanvragen toegekend aan woningbouwprojecten, waarvan de realisatie van sociale huurwoningen door de subsidie wel doorgang kon vinden. Bij de behandeling van de Kadernota 2026 heeft de raad de motie "Nieuwe tranche aanjaagregeling sociale woningbouw" aangenomen om de regeling voort te zetten. Met een bedrag van € 5 miljoen is de inschatting dat ruim 400 sociale huurwoningen kunnen worden versneld, plus een vergelijkbaar totaal aan middeldure en vrijesectorwoningen. Voor de voortzetting van de regeling wordt in 2026 een dotatie van € 5 miljoen gedaan aan de reserve Grondexploitaties, ten laste van het begrotingssaldo. h. Motie 7: Aanpak straatinitimidatie De motie "Aanpak straatintimidatie" is aangenomen bij de vaststelling van de Kadernota 2026.
In deze motie vraagt de raad onder meer om de bewustwording over dit thema te vergroten, bijvoorbeeld via doelgroepgerichte vaste campagnemomenten en/of herhaalde activiteiten (zoals Orange the World). Ter uitvoering hiervan is het voornemen om in 2026 een publiekscampagne op te zetten, gericht op de veiligheid van vrouwen, meisjes en LGBTQIA+ personen. Daarbij wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de wens van de raad om mannen en jongens actief bij de campagne te betrekken. Voor de uitvoering van deze campagne en het vergroten van de bewustwording wordt in 2026 € 50.000 beschikbaar gesteld. i. Motie 16: Zomerschool een paar jaartjes langer De Zomerschool wordt al geruime tijd gesubsidieerd door de gemeente Haarlem. De aanvullende inzet van de Zomerschool van de afgelopen jaren is bekostigd uit (nu aflopende) NPO-middelen. Met het budget van € 85.000 per jaar (voor een periode van drie jaar) kan de inzet worden voortgezet, al is het nog onzeker hoeveel kinderen daadwerkelijk geworven kunnen worden voor deelname aan de Zomerschool. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de motie "Zomerschool een paar jaartjes langer". j.
Motie 19: Gelijke ondersteuning voor kinderen ook via Stichting Leergeld Ter uitvoering van motie "Gelijke ondersteuning voor kinderen ook via Stichting Leergeld" wordt incidenteel, voor de duur van anderhalf jaar tot en met december 2026, de inkomensgrens van de regeling van Stichting Leergeld verhoogd naar 150% van het sociaal minimum. Deze verhoging wordt gedekt uit de reserve Minima. k. Motie 4: Vergroen de sociale basis in kwetsbare wijken Ter uitvoering van motie "Vergroen de sociale basis in kwetsbare wijken", wordt incidenteel in de periode 2026 t/m 2028 € 150.000 beschikbaar gesteld. De middelen worden ingezet voor de extra vergroening in kwetsbare wijken. Het incidenteel budget wordt gedekt uit de Regiodeal, die eindigt op 31 december 2028. Voor de onderstaande moties, zoals aangenomen bij de Kadernota 2026, zijn de moverende redenen opgenomen om in aanloop naar de Kadernota 2027 een voorstel tot uitwerking van deze moties voor te leggen.
Programmabegroting 2026-2030
21
6. Moties Kadernota 2026 (volgt in KN27) Motie 17: Impuls voor achterstallig onderhoud speeltuinen Motie 18 BIS: Opname project Koudenhorn m in het investeringsplan Motie 20 BIS: Speel geen spelletjes met de n speeltuinen Motie 41: Intelligente o verkeersregelinstallaties voor betere doorstroming l
Totaal
2026
2027
2028
2029
2030
PM
PM
PM
PM
-
-
-
-
PM PM PM PM -
l. Motie 17: Impuls voor achterstallig onderhoud speeltuinen Er is onvoldoende tijd om vóór de begroting een afgeronde inventarisatie van de staat van de speeltoestellen op te stellen, een voorstel te doen voor vervanging van speeltoestellen: motie 17 "Impuls voor achterstallig onderhoud speeltuinen" en nieuw beleid te maken: motie 20 "Speel geen spelletjes met de speeltuinen". In het vierde kwartaal van 2025 ontvangt de raad een planning van de uit te voeren acties voor de inventarisatie, vervanging en het opstellen van nieuw beleid. De (financiële) consequenties van de uitvoering van beide moties worden meegenomen in de Kadernota 2027. m. Motie 18 BIS: opnemen Koudenhorn in het Investeringsplan Voor de herinrichting van de Koudenhorn is geen sprake van technische urgentie en binnen de huidige begroting is geen dekking opgenomen. Wel staat de vervanging van de kademuren aan het Donkere Spaarne geprogrammeerd in het Investeringsplan. Een voorstel voor de wijze waarop deze motie "Opnemen Koudenhorn in het Investeringsplan" kan worden verwerkt in de aanpak van het bestaande project Kademuren Donkere Spaarne wordt betrokken bij de Kadernota 2027. Deze investering dient integraal afgewogen te worden binnen het totale Investeringsplan. n. Motie 20 BIS: Speel geen spelletjes met de speeltuinen Voor een toelichting wordt verwezen naar motie 17 (l). o.
Motie 41: Intelligente verkeersregelinstallaties voor betere doorstroming De organisatie werkt aan een nieuw VRI-beleid. Zodra duidelijk is welke onderdelen hierin uitgewerkt moeten worden, wordt de raad geïnformeerd of oplevering vóór 1 juli 2026 haalbaar is. Het nieuwe beleid zal de toepassing en uitrol van iVRI’s omvatten; bij vervangingen worden nu al standaard ‘iVRIready’ installaties geplaatst. Voor extra voorrang voor fietsers bij regen geldt dat dit technisch al mogelijk is, maar het beleid richt zich op structureel vaker groen voor fietsers, ongeacht het weer. Bij de VRI-vervanging op het Verwulft wordt al een iVRI geplaatst, mede dankzij een subsidie van het Rijk. Als er een aanleiding is om een iVRI te plaatsen (in dit geval de sterk fluctuerende voetgangersstromen gedurende de dag), zal daarmee niet gewacht worden op het VRI-beleid en wordt er gezocht naar mogelijkheden voor subsidie. Over aanvullende middelen voor uitvoering van het beleid kan pas duidelijkheid worden gegeven zodra de inhoud van het nieuwe beleid is vastgesteld.
Programmabegroting 2026-2030
22
7. Structurele beleidsvoorstellen Kadernota 2026 7. Structurele beleidsvoorstellen KN26
2026
2027
2028
2029
2030
155
n 156
n 156
n 156
n 156
n
b
Voorstellen versterken basisveiligheid en handhaving Veiligheidsmanager interne crisisorganisatie en VRK accounthouderschap Beleidscapaciteit parkeerhandhaving
204
n 205
n 205
n 205
n 205
n
c
Planning handhaving
180
n 180
n 180
n 180
n 180
n
d
Kosten C2000 netwerk
90
n
n
n
n
90
n
e
Extra capaciteit horeca en evenementen (VTH)
109
n 109
n 109
n 109
n 109
n
e
Extra capaciteit horeca en evenementen (VH)
109
n 109
n 109
n 109
n 109
n
f
Extra capaciteit wettelijke taken omgevingsbeleid
303
n 304
n 304
n 304
n 304
n
g
Uitvoeringsplan Fietsparkeren
428
n 428
n 428
n 428
n 428
n
h
Overige structurele beleidsvoorstellen Voorbereidingsbudgetten investeringen Sociaal en Fysiek Domein Exploitatietekort Popcentrum Slachthuisterrein
500
n 500
n 500
n 500
n 500
n
250
n 250
n 250
n 250
n
137
n 181
n 181
n 181
n 181
n
230
n 230
n 230
n 230
n 230
n
118
n 118
n 118