Bijlage 1 Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten
Tekst van het document
bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)
getoetst. a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeerssituatie ter plaatse; c. de privacy en bezonning van de omwonenden; d. de cultuurhistorische waarden; e. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. Het straat- en bebouwingsbeeld Voor de binnen de bestemming toegelaten gebruiksvormen dient te worden gestreefd naar het in stand houden of tot stand brengen van een, in stedenbouwkundig opzicht, samenhangend straat- en bebouwingsbeeld. In het algemeen zal bij bebouwing worden gestreefd naar: een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte; een goede hoogte-breedteverhouding tussen de bebouwing onderling en een samenhang in bouwvorm / architectonisch beeld tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is. behoud of versterken van de aanwezige trends. Trends zijn de binnen een (deel van een) straat voorkomende nagenoeg identieke dakopbouwen, kapvormen, dakkapellen of dakterrassen en dergelijke (die juridisch, technisch en qua ruimtelijke kwaliteit gewenst bevonden zijn). Hieronder vallen in ieder geval ensembles en seriebouw. Voor dit onderwerp zal getoetst worden aan: de Nota Ruimtelijke Kwaliteit; de Nota Dak; de parcellering; de aanwezigheid van ensembles en seriebouw.
De verkeerssituatie ter plaatse Voor de binnen de bestemming toegelaten gebruiksvormen en bouwmogelijkheden dient rekening te worden gehouden met verkeersveiligheid, toe- of afname van parkeren en de doorstroming. De privacy en bezonning van de omwonenden Voor de binnen de bestemming toegelaten gebruiksvormen dient rekening gehouden te worden met het instandhouden of tot stand brengen van een redelijke lichttoetreding en de aanwezigheid van voldoende privacy. Bij privacy wordt gekeken naar het gebruik van het bouwwerk en de invloed daarvan op de omliggende gronden. Naarmate de invloed van het gebruik op de omgeving toeneemt, dient een grotere afstand tot de omliggende gronden te worden aangehouden. De cultuurhistorische waarden 71
bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)
Voor de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen en bouwmogelijkheden dient rekening te worden gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden, waarbij wordt gestreefd naar het in stand houden of versterken van deze waarden. Uit cultuurhistorisch onderzoek, naar het oordeel van de gemeentelijk architectuurhistoricus, of uit andere informatie dient te blijken dat de cultuurhistorische waarden niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord. Voor dit onderwerp zal getoetst worden aan: de Nota Ruimtelijke Kwaliteit; de Nota Dak; de parcellering; de aanwezigheid van ensembles en seriebouw; de bouwhistorische waarderingskaart. De gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden Voor de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen en bouwmogelijkheden dient rekening te worden gehouden met de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, als deze daardoor kunnen worden beïnvloed. Afwijkingen binnen 'Waarde - Beschermd stadsgezicht' Binnen de dubbelbestemming 'Waarde - Beschermd stadsgezicht' is de bevoegdheid opgenomen voor burgemeester en wethouders om van de bouwregels af te mogen wijken voor de volgende onderdelen: Wijziging gevelindeling: wanneer is sprake van herstel of verbetering. Onder herstel wordt verstaan: het herstel van de gevelindeling, zoals deze was bij de oorspronkelijke bouw.
Latere toevoegingen of aanpassingen kunnen ook als authentiek of waardevol worden beschouwd. Van verbetering is sprake als bij panden, vooral winkels en kantoren, waar de begane grond (plint) zich in de loop der tijd heeft getransformeerd zonder zich rekenschap te geven van de bovenliggende gevel de eenheid tussen plint en bovengevel wordt teruggebracht. Ook is sprake van verbetering als bij een in de loop der tijd afgesloten gevel, de blinde gevel wordt opgeheven. Daarnaast zijn de criteria van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit van toepassing. Afwijkende kap of dakvorm: herstel of verbetering volgens de Nota Dak. Een schilddak (schuine zijden aan alle kanten) of een plat dak met afgeschuind dakschild zijn standaard toegestaan. Afwijkingen daarvan zijn mogelijk bij herstel of verbetering. Iemand die bijvoorbeeld een zadeldak of mansardekap wil realiseren of vervangen, kan dat niet via de direct toegestane bouwregels waarin alleen een schilddak of plat dak met afgeschuind dakschild is toegestaan. Hiervoor is een extra afweging noodzakelijk. Hierbij wordt getoetst aan de uitgangspunten van de Nota Dak.
72
bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)
Onder herstel van de kapvorm wordt verstaan: het realiseren van een kap of dakvorm zoals deze was bij de oorspronkelijke bouw. Van verbetering is sprake als voldaan wordt aan alle volgende voorwaarden: de bezonningsituatie verslechtert niet onevenredig, installaties en leidingen worden weggewerkt, bouwwerk en kap vormen een eenheid en de kap voldoet aan de criteria uit de Nota Ruimtelijke Kwaliteit / Nota Dak. Dakkapellen: passend in (aanwezige) trend / Nota Dak Dakkapellen moeten voldoen aan de eisen uit de Nota Dak. Afwijkingen zijn toegestaan als er sprake is van vervanging van dakkapellen die behoren bij de oorspronkelijke bouw of wanneer ze aansluiten op een bestaande trend. Daarnaast zijn afwijkingen mogelijk bij enkele specifieke bouwkundige situaties, zoals een afwijkende vloerhoogte ten opzichte van de goot of vanuit het karakter van de kap, die om een afwijkende dakkapel vragen. Dakterras op hoofdbebouwing: dubbelgebruik / Nota Dak De Nota Dak heeft als uitgangspunt dubbelgebruik van elk plat dak. Afwijking is onder voorwaarden mogelijk op hoofdbebouwing. Dat hangt samen met terughoudendheid in de beïnvloeding van het straatbeeld en de privacy van omwonenden. Samenvoegen van gebouwen: vanwege cultuurhistorische belangen is het samenvoegen van panden ongewenst. Uit oogpunt van de stedelijke dynamiek is verandering van parcellering en pandindeling van alle tijden.
Daarom kan onder voorwaarden aan het samenvoegen van panden worden meegewerkt. Doel is de invloed op de gevelindeling, de parcellering en het straatbeeld beperkt te houden. Tabellen Onderstaande tabellen geven een overzicht van de bouwmogelijkheden met afwijkingsmogelijkheden.
73
bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)
74
bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)
75
bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)
5.3
Hoofdopzet verbeelding
5.3.1 Inventarisatie plangebied In dit bestemmingsplan wordt uitgegaan van behoud van de bestaande situatie waarbij vervanging binnen grenzen mogelijk wordt gemaakt. De bestaande bebouwing wordt daarom positief bestemd. De gemeente Haarlem heeft op de volgende wijze onderzoek gedaan om de bestaande situatie goed in beeld te brengen voor de totstandkoming van dit bestemmingsplan en de verbeelding in het bijzonder: locatiebezoeken zijn gebracht aan het plangebied om specifieke situaties te controleren c.q. in beeld te krijgen; waar nodig is er een analyse gemaakt van de luchtfoto's; waar nodig is voor dit bestemmingsplan het gemeentelijke bouwarchief geraadpleegd met bouwvergunningen, omgevingsvergunningen en vrijstellingen/ontheffingen/afwijkingen. Met de informatie van deze bronnen is een goed beeld van het plangebied ontstaan op basis waarvan de bestemmingen, de bouw- en gebruiksmogelijkheden en de bouwvlakken op de verbeelding konden worden vastgelegd en in de regels konden worden geregeld. 5.3.2 Opbouw verbeelding De verbeelding is opgebouwd uit verschillende elementen. Dit zijn: de bestemmingen; de dubbelbestemmingen; aanduidingen. Hieronder wordt verder uitgelegd wat deze elementen inhouden. De bestemmingen De verbeelding geeft in verschillende kleuren de bestemmingen weer. De bestemmingen worden begrensd door bestemmingsgrenzen.
De regels geven per bestemming aan wat deze bestemming inhoudt en welke bouw- en gebruiksregels gelden voor die bestemming. Ter onderscheid met de dubbelbestemmingen worden de bestemmingen ook wel enkelvoudige bestemmingen genoemd. De dubbelbestemmingen Dubbelbestemmingen zijn een aparte vorm van bestemmingen. Dubbelbestemmingen beslaan vaak een groter gebied en omvatten vaak meerdere enkelvoudige bestemmingen. Op de verbeelding zijn ze opgenomen door middel van een arcering. De regels van de dubbelbestemmingen gaan vóór ten opzichte van de regels van de enkelvoudige bestemmingen. Dubbelbestemmingen zijn gericht op de bescherming van specifieke sectorale belangen. Voor de dubbelbestemmingen geldt net als voor de enkelvoudige bestemmingen dat in de regels de specifieke bouw- en/of gebruiksregels zijn opgenomen. 76
bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)
Aanduidingen Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken binnen een bestemming verder of specifieker te regelen. In dit bestemmingsplan zijn de volgende aanduidingen op grond van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) opgenomen: 1. bouwvlakken; 2. functieaanduidingen; 3. bouwaanduidingen; 4. maatvoeringen; 5. gebiedsaanduidingen. 1. Bouwvlakken Bouwvlakken zijn een noodzakelijk onderdeel van de verbeelding. Bouwvlakken bestaan uit dikke zwarte lijnen, die aangeven waarbinnen hoofdbebouwing is toegestaan. Bouwvlakken bepalen vaak ook de voorgevelrooilijn van gebouwen of clusters van gebouwen, waardoor ze een belangrijk element vormen bij de bescherming van een bepaald straatbeeld. Ook de achtergevelrooilijn wordt vaak al bepaald met een deel van de bouwvlaklijn. Hier geldt toch vaak een vergunningsvrije bouwmogelijkheid, waar er hier minder sprake is van een beschermend karakter in vergelijking met de voorgevelzijde. In de meeste gevallen laten de bouwvlakken op de verbeelding in combinatie met de bouwregels, verbetering, vernieuwing, bescheiden vergroting of vervanging met gelijkwaardige bouw toe. Daarbij is rekening gehouden met de nodige flexibiliteit, kwaliteitseisen voor de bebouwing, de woonomgeving en bereikbaarheid. Over het algemeen zijn de bebouwingsgrenzen van de geldende bestemmingsplannen overgenomen.
Daar waar met een ontheffing is afgeweken van het geldende beleid is de nieuw ontstane situatie opgenomen. 2.Functieaanduidingen Functieaanduidingen zijn er in vele soorten en maten. De benaming van de diverse functieaanduidingen is vastgelegd in de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012). Ze zijn als een vlak op de verbeelding opgenomen. Een functieaanduiding wordt op de verbeelding opgenomen als er binnen een bepaalde bestemming maatwerk moet worden geleverd voor het gebruik. Het is daarbij gewoonlijk niet wenselijk of mogelijk om die functie in algemene zin in de planregels op te nemen, maar het is juist gewenst om het als uitzonderingssituatie vast te leggen. Het kan hierbij gaan om een verdere specificatie van het gebruik, een uitdrukkelijke verruiming daarvan of juist een beperking. 3. Bouwaanduidingen Bouwaanduidingen geven specifieke bouwmogelijkheden aan. Ze zijn als een vlak op de verbeelding opgenomen. De benaming van de diverse bouwaanduidingen zijn vastgelegd in de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012). Een bouwaanduiding wordt op de verbeelding
77
bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)
opgenomen als er binnen een bepaalde bestemming maatwerk moet worden geleverd voor de bouwmogelijkheden. Het is daarbij gewoonlijk niet wenselijk of mogelijk om die bebouwing in algemene zin in de planregels op te nemen, maar het is juist gewenst om het als uitzonderingssituatie vast te leggen. 4. Maatvoeringsaanduidingen Maatvoeringsaanduidingen hebben betrekking op: afmetingen, percentages, oppervlakten, hellingshoeken en aantallen, zowel voor het bouwen als voor het gebruik. De opgenomen maten zijn in hele meters en naar boven afgerond. 5. Gebiedsaanduidingen Gebiedsaanduidingen zijn op de verbeelding opgenomen om voor een op de verbeelding afgebakend gebied een specifieke regeling op te kunnen nemen. Op de verbeelding zijn de gebiedsaanduidingen herkenbaar door hun schuine arceringen.
78
bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)
Hoofdstuk 6 UIT VOERBAARHEID 6.1
Economische uitvoerbaarheid Het parapluplan voorziet niet in grote stedenbouwkundige veranderingen in het plangebied. Het herstelt in hoofdzaak onvolkomenheden in andere bestemmingsplannen. Daarnaast vult het de bouwregels aan voor het behoud van cultuurhistorisch erfgoed. De economische uitvoerbaarheid is dan ook niet in het geding. In artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening is bepaald dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan ook een exploitatieplan moet vaststellen als het kostenverhaal bij ontwikkelingen, zoals aangegeven in niet is verzekerd. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe bouwplannen mogelijk als bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. Er is dus geen plicht tot het vaststellen van een exploitatieplan. Zoals in elk bestemmingsplan is het mogelijk om binnen bestaande bebouwingscontouren sloop-nieuwbouwplannen te ontwikkelen. In die gevallen, voor zover zij zich zullen voordoen, zijn er geen kosten voor de gemeente, waardoor kostenverhaal niet aan de orde is.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1 Wettelijk vooroverleg Het parapluplan scherpt de regelgeving aan voor het behoud van het cultuurhistorisch erfgoed. Ook herstelt onvolkomenheden in de andere bestemmingsplannen. Voor het plan is dan ook geen vooroverleg gevoerd met de overheidsinstanties en de wijkraden. Wel zijn de wijkraden op de hoogte gesteld van het parapluplan voorafgaande aan de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan. 6.2.2 Zienswijzen Gedurende een periode van 6 weken is een ieder in de gelegenheid gesteld om te reageren op het plan. In Bijlage 10 is een samenvatting van de ingekomen zienswijzen, samen met de beantwoording van het gemeentebestuur opgenomen.
79
bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)
6.3
Handhaving Met dit bestemmingsplan beoogt de gemeenteraad een voor de burgers duidelijk en herkenbaar ruimtelijk beleid te formuleren. Op grond daarvan mag dan ook verwacht worden dat het college van burgemeester en wethouders handhavend optreedt als iemand de regels van het bestemmingsplan niet naleeft. De ruimtelijke kwaliteit van het gebied loopt namelijk gevaar als men in strijd met het bestemmingsplan een bouwwerk bouwt of als men in strijd met het bestemmingsplan gronden of bouwwerken gebruikt. Het achterwege laten van handhaving kan ertoe leiden dat zich ongewenste ruimtelijke ontwikkelingen voordoen, die negatieve gevolgen hebben voor de ruimtelijke kwaliteit en de veiligheid. Daarom wordt hier het beleid over de handhaving uiteengezet en aangegeven hoe de handhaving van de bestemmingsplanregels wordt opgepakt. Volgens vaste jurisprudentie bestaat er een beginselplicht om handhavend op te treden. Dit houdt in dat, gelet op het algemeen belang dat gediend is met de handhaving, in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift of regel het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moet maken. Alleen onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd dit niet te doen. Dit kan zich voordoen als er concreet zicht op legalisatie bestaat.
Verder kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien. De gemeente Haarlem voldoet aan deze beginselplicht door daadkrachtig en consequent op te treden. Eens in de vier jaar stelt de gemeente Haarlem een integraal handhavingsbeleid vast waarin de projecten staan aangegeven die worden opgepakt. De opzet is dat de afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving niet alle illegale situaties tegelijk aanpakt, maar wel een werkbaar aantal zaken, wat een uitstralend effect zal hebben. Nieuw vastgestelde bestemmingsplannen lenen zich bij uitstek voor deze projectmatige aanpak. Uiteraard wordt bij calamiteiten altijd opgetreden. Handhaving van de regels van bestemmingsplannen vindt in de gemeente Haarlem plaats langs bestuursrechtelijke weg. Rechtszekerheid en gelijke behandeling van burgers staan hierbij voorop. Daarbij is ook communicatie belangrijk. Hier kan bovendien een preventieve werking van uitgaan. De gemeente brengt vooral de relatie met de na te streven beleidsdoelstellingen onder de aandacht, zodat voor iedere inwoner, eigenaar en ondernemer duidelijk mag zijn hoe en wanneer het college handhaaft.
Ook voor dit plangebied zal de handhaving van de kaders van het bestemmingsplan ook plaatsvinden na het verstrekken van omgevingsvergunningen voor de activiteiten 'bouwen', 'het uitvoeren van een werk' en 'het gebruiken van gronden en bouwwerken'. Want niet alleen handelingen zonder vergunning zijn onderwerp van handhaving, maar ook handelingen in afwijking van een omgevingsvergunning vormen een overtreding. Het gemeentelijk toezicht tijdens de vergunningplichtige activiteiten is gewaarborgd doordat inspecteurs in Haarlem volgens het Landelijk
80
bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)
Toezichtprotocol werken. Deze inspecteurs classificeren projecten volgens het protocol, waarmee zij de noodzakelijke frequentie en het niveau van de controles tijdens de bouw bepalen. De rapportage van deze controles slaan zij digitaal op. Zo draagt het college zorg voor de handhaving van de bestemmingsplanregels.
81
bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)
82
bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)
BIJLAGEN BIJ DE T OELICHT ING
83
bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)
84
bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)
Bijlage 1
Lijst m et beeldbepalende panden (orde 2)
85
Bijlage 1: Paraplubestemmingsplan behoud omgevingskwaliteiten Redengevende omschrijvingen Beeldbepalende panden (orde 2), december 2023 Adres Aagje Dekenstraat 1 t/m 19
Ambachtstraat 1
Ensemble met Hofdijkstraat 46 t/m 60, Aagje Dekenstraat 1 t/m 19, Jacob Geelstraat 8 t/m 20, Betje Wolffstraat 2 t/m 14
Redengevende omschrijving Drie blokken met in totaal 32 geschakelde eenlaags arbeiderswoningen, gebouwd in 1924 in opdracht van de Woningbouwvereniging Eigen Woning naar een ontwerp in een sobere zakelijk-expressionistische trant van architectenbureau Meyran & Ten Broeke. De woningen werden gebouwd op een terrein tussen de Aagje Dekenstraat, Jacob Geelstraat, Betje Wolffstraat en de Hofdijkstraat in de Amsterdamsebuurt. Het gebied dat de Amsterdamsebuurt buurt zou worden was eeuwenlang als weiland in gebruik met boerderijen lagen langs de Zomervaart. In 1839 was door de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HIJSM) de spoorlijn naar Amsterdam aangelegd, en werkplaatsen verrezen direct noordelijk daarvan. Voor de werknemers werd vanaf eind 19de eeuw de Amsterdamsebuurt aangelegd. De HIJSM leende hiervoor geld aan de woningbouwverenigingen. De buurt werd dicht bebouwd, met arbeiderswoningen aan smalle straten, met weinig ruimte voor tuintjes of openbaar groen. De blokken met eenlaags woningen hebben bakstenen gevels (kruisverband) en worden gedekt door een mansardedak met rode pannen. De in het voordakvlak aanwezige dakkapellen onder lessenaarsdak zijn jongere toevoegingen, ter vervanging van oorspronkelijk twee andere typen dakkapellen. De dakkapellen in het achterdakvlak zijn op punten vernieuwd. De gevels zijn verlevendigd met subtiel expressief siermetselwerk.
De gevelopeningen bevatten houten invullingen die veelal op detailniveau gewijzigd zijn. Tussen de entrees is steeds een trapeze-vormige gevelopening uitgevoerd met een opvallend forse bakstenen lekdorpel. Boven alle gevelopeningen in de voorgevel is een rollaag uitgevoerd. De ondiepe voortuintjes worden door een laag bakstenen muurtje van de openbare weg gescheiden. Waardering: Van belang vanwege de karakteristieke eenlaags hoofdvorm met mansardedak en de eenvoudige maar met zorg vormgegeven gevels in zakelijk-expressionistische trant uit 1924. Tevens van belang als redelijk gaaf en goed herkenbaar voorbeeld van een woningbouwproject met arbeiderswoningen uit het eerste kwart van de 20ste eeuw in de Amsterdamsebuurt. De bijzondere cultuurhistorische kwaliteit van het complex zit met name in de sterke samenhang en eenheid tussen stedenbouwkundige opzet, architectuur (ritme, kleur) en inrichting van de openbare ruimte (voortuinen, collectief groen, bestrating). School voor lager onderwijs (de Bavinckschool), gebouwd in 1930 in opdracht van de Vereniging ‘Groen van Prinsterer’. Het was de vierde school voor lager onderwijs op gereformeerde grondslag voor de vereniging. Het ontwerp in zakelijk-expressionistische trant werd geleverd door architect J.J. Verhagen Jzn. in het deel van de Woonbuurten Noord dat grotendeels in de periode 1925-1950 tot stand kwam.
Het schoolgebouw ligt op een rechthoekig perceel dat aan de noordzijde begrensd wordt door de Ambachtstraat, aan de oostzijde door de Rechthuisstraat en aan de zuidzijde door de Vosterman van Oyenstraat, in het deel van de Woonbuurten Noord dat grotendeels in de periode 1925-1950 tot stand kwam. De school heeft een samengestelde plattegrond en bestaat feitelijk uit een entreegebouw met twee vleugels met klaslokalen en een inmiddels op punten gewijzigd gymlokaal. De gevels zijn opgetrokken in baksteen in Vlaams verband. De daken zijn gedekt met geglazuurde gesmoorde pannen, hebben een fors houten overstek en zijn voorzien van brede plat gedekte dakkapellen. Door de verspringende goothoogtes is (met name in de voorgevel aan de Ambachtstraat) een levendig gevelbeeld ontstaan. In het dakvlak boven de voorgevel is een forse bakstenen schoorsteen opgenomen. De entree in een portiek met luifel is hier opgenomen in een door de goot stekend en plat gedekt risaliet. De gevelopeningen bevatten veelal op punten gewijzigde en vernieuwde invullingen. De oorspronkelijke bakstenen terreinafscheiding langs het schoolplein aan de Rechthuisstraat is in opzet nog aanwezig, echter zonder opgemetselde pilasters en hiertussen opgenomen hekwerken. Waardering: Van belang vanwege de karakteristieke hoofd- en kapvorm en de vormgeving in zakelijk-expressionistische trant.
Het schoolgebouw uit 1930 vormt een markant en beeldbepalend element in de buurt en is
Pagina 1 van 266
Ampzingstraat 1 ZW, Ampzingstraat 1 RD, Ampzingstraat 3 ZW, Ampzingstraat 3 RD
Amsterdamsevaart 144 t/m 148
Amsterdamsevaart 144 t/m 148
illustratief voor de groei en ontwikkeling van de woonbuurten Noord in het tweede kwart van de 20ste eeuw. Blok met twee geschakelde boven-benedenwoningen uit 1907 in eenvoudige overgangsarchitectuur, gebouwd binnen één project naar ontwerp van architect A. Rinkema. Het blok ligt aan de oostzijde van de Ampzingstraat in de Leidsevaartbuurt, een buurt met vooral arbeidersen middenstandswoningen uit de eerste helft van de 20ste eeuw en bedrijvigheid langs het spoor. De woningen behoren tot de vroege woonbebouwing in de buurt en vormen een belangrijk deel van de gevelwand tussen de Schreveliusstraat en de Lourens Costerstraat. Het blok telt twee bouwlagen en heeft een afgeplat dak met schuin dakvlak aan de voorzijde. De achtergevel is drie bouwlagen hoog en het schuine voordakvlak is gedekt met rode Tuiles du Nord. Rechts en links in de voorgevel is een topgevelrisaliet uitgevoerd onder een aankappend zadeldakje. De voorgevel is opgetrokken in baksteen in halfsteens verband boven een uitgemetselde grijze bakstenen plint. De entrees van de boven-benedenwoningen zijn opgenomen in de risalieten en bevatten deels gewijzigde houten paneeldeuren onder een enkelruits bovenlicht (soms gevuld met glas-in-lood. De oorspronkelijk houten invullingen van de vensters (H- of T-schuiframen) zijn soms op detailniveau gewijzigd of geheel vernieuwd.
De gevelopeningen zijn voorzien van gepleisterde hoekblokken en hebben aan de bovenzijde een gemetselde hanenkam met gepleisterde aanzet- en sluitstukken of een gemetselde segmentboog met gepleisterde aanzetstukken. De twee topgeveltjes hebben een afgeronde afsluiting met uitzwenkende schouders. Waardering: Van belang als karakteristiek projectmatig gebouwd en in hoofdvorm gaaf blok van twee geschakelde bovenbenedenwoningen uit 1905 in overgangsarchitectuur. Het ensemble behoort tot de vroege woonbebouwing in de Leidsevaartbuurt. Tevens van belang vanwege het karakteristieke gevelbeeld met topgevelrisalieten en materialisering uit 1905. Blokje van drie geschakelde eenlaags arbeiderswoningen uit omstreeks 1900, gebouwd als één bouwproject in overgangsarchitectuur. De Amsterdamsevaart vormt de noordgrens van de Amsterdamsebuurt. Het gebied dat de Amsterdamsebuurt buurt zou worden was eeuwenlang als weiland in gebruik met boerderijen lagen langs de Zomervaart. In 1839 was door de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HIJSM) de spoorlijn naar Amsterdam aangelegd, en werkplaatsen verrezen direct noordelijk daarvan. Voor de werknemers werd vanaf eind 19de eeuw de Amsterdamsebuurt aangelegd. De HIJSM leende hiervoor geld aan de woningbouwverenigingen. De buurt werd dicht bebouwd, met arbeiderswoningen aan smalle straten, met weinig ruimte voor tuintjes of openbaar groen.
Het blokje van drie woningen telt één bouwlaag onder een plat dak met schuin dakschild met rode kruispannen aan de voorzijde. De gevel aan de achterzijde is hoger opgetrokken om omvat twee bouwlagen. In het naar het noorden gekeerde voordakschild is boven elke woning een dakkapel met fronton opgenomen. Opmerkelijk is hoe voor de voorgevel het lagere oude straatniveau nog aanwezig is. De voorgevel is opgetrokken in baksteen in kruisverband. Het metselwerk is verlevendigd met speklagen en accenten in gele verblendsteen. Per woning bevat de voorgevel twee vensters met op punten gewijzigde of vernieuwde meerruits ramen en een entree met gewijzigde invulling onder een meerruits bovenlicht. Boven alle gevelopeningen is een anderhalf steens strek uitgevoerd. De voorgevel wordt afgesloten door een houten bakgoot met kroonlijst. Waardering: Van belang vanwege de karakteristieke eenlaags hoofdvorm en kapvorm met dakkapellen, de in overgangsarchitectuur uitgevoerde voorgevel. Tevens van belang als markant en redelijk gaaf voorbeeld van projectmatige woningbouw voor arbeiders uit omstreeks 1900. Het blok speelt bovendien een zeer beeldbepalende rol aan dit deel van de Amsterdamsevaart en vormt een goed historisch ensemble met de woningen op nrs. 152-158.
Pagina 2 van 266
Amsterdamsevaart 152 t/m 156
Amsterdamsevaart 158
Amsterdamsevaart 192
Amsterdamsevaart 152 t/m 156
Half vrijstaand blokje van drie geschakelde eenlaags arbeiderswoningen uit omstreeks 1895, gebouwd binnen één project. De Amsterdamsevaart vormt de noordgrens van de Amsterdamsebuurt. Het gebied dat de Amsterdamsebuurt buurt zou worden was eeuwenlang als weiland in gebruik met boerderijen lagen langs de Zomervaart. In 1839 was door de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HIJSM) de spoorlijn naar Amsterdam aangelegd, en werkplaatsen verrezen direct noordelijk daarvan. Voor de werknemers werd vanaf eind 19de eeuw de Amsterdamsebuurt aangelegd. De HIJSM leende hiervoor geld aan de woningbouwverenigingen. De buurt werd dicht bebouwd, met arbeiderswoningen aan smalle straten, met weinig ruimte voor tuintjes of openbaar groen. Het blokje van drie woningen telt één bouwlaag onder een met rode tuiles du nord gedekt zadeldak. In het voordakvlak zijn enkele jongere dakvensters opgenomen. Opmerkelijk is hoe voor de voorgevel het lagere oude straatniveau nog aanwezig is. De voorgevel is opgetrokken in baksteen in kruisverband. Per woning bevat de voorgevel een venster en een toegang. Deze gevelopeningen bevatten houten invullingen die op detailniveau zijn gewijzigd of vernieuwd. Boven alle gevelopeningen is een anderhalf steens strek uitgevoerd. De voorgevel wordt afgesloten door een fries en een houten bakgoot met kroonlijst.
Waardering: Van belang vanwege de karakteristieke eenlaags hoofdvorm en kapvorm, de sobere als lijstgevel uitgevoerde voorgevel met oorspronkelijke gevelopeningen. Het blok met drie geschakelde arbeiderswoningen is teven van belang als markant en redelijk gaaf voorbeeld van projectmatige sobere woningbouw voor arbeiders uit omstreeks 1895. De woningen spelen bovendien een beeldbepalende rol aan dit deel van de Amsterdamsevaart en vormen een goed historisch ensemble met de woningen op nrs. 144-148 en 158. Half vrijstaande eenlaags (arbeiders)woning uit omstreeks 1895. De Amsterdamsevaart vormt de noordgrens van de Amsterdamsebuurt. Het gebied dat de Amsterdamsebuurt buurt zou worden was eeuwenlang als weiland in gebruik met boerderijen lagen langs de Zomervaart. In 1839 was door de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HIJSM) de spoorlijn naar Amsterdam aangelegd, en werkplaatsen verrezen direct noordelijk daarvan. Voor de werknemers werd vanaf eind 19de eeuw de Amsterdamsebuurt aangelegd. De HIJSM leende hiervoor geld aan de woningbouwverenigingen. De buurt werd dicht bebouwd, met arbeiderswoningen aan smalle straten, met weinig ruimte voor tuintjes of openbaar groen. De woning telt één bouwlaag onder een mansardedak met omlopende schilden, gedekt met rode kruispannen. In het voordakvlak is een niet oorspronkelijke dakkapel opgenomen.
Opmerkelijk is hoe voor de voorgevel het lagere oude straatniveau nog aanwezig is. De voorgevel is opgetrokken in baksteen in kruisverband, en bevat twee vensters en een toegang. De houten invullingen van deze gevelopeningen zijn op detailniveau gewijzigd of vernieuwd. Boven elke opening is een anderhalf steens strek uitgevoerd. De voorgevel wordt afgesloten door een architraaf, fries en een houten bakgoot met kroonlijst. Waardering: Van belang vanwege de karakteristieke eenlaags hoofdvorm en kapvorm, de sobere als lijstgevel uitgevoerde voorgevel met oorspronkelijke gevelopeningen. Het pand is teven van belang als markant en redelijk gaaf voorbeeld van sobere woningbouw voor arbeiders uit omstreeks 1895. De woning speelt bovendien een beeldbepalende rol aan dit deel van de Amsterdamsevaart en vormt een goed historisch ensemble met de woningen op nrs. 144-148 en 152-156. Vrijstaand woonhuis genaamd Johanna (oorspronkelijk met koetshuis met paarden- en koestalling) uit 1912 in overgangsarchitectuur. De Amsterdamsevaart vormt de noordgrens van de Amsterdamsebuurt. Het gebied dat de Amsterdamsebuurt buurt zou worden was eeuwenlang als weiland in gebruik met boerderijen lagen langs de Zomervaart. In 1839 was door de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HIJSM) de spoorlijn naar Amsterdam aangelegd, en werkplaatsen verrezen direct noordelijk daarvan.
Voor de werknemers werd vanaf eind 19de eeuw de Amsterdamsebuurt aangelegd. De HIJSM leende hiervoor geld aan de woningbouwverenigingen. De buurt werd dicht bebouwd, met arbeiderswoningen aan smalle straten, met weinig ruimte voor tuintjes of openbaar groen. Binnen deze opzet met seriematige arbeiderswoningen vormt het onderhavige vrijstaande pand een opvallend element. De vrijstaande woning heeft bovendien een sterk naar voren springende rooilijn ten opzichte van de overige aan dit deel van de Amsterdamsevaart gelegen woonbebouwing. Het pand telt twee bouwlagen onder een plat dak. De gevels zijn opgetrokken in baksteen in Pagina 3 van 266
Amsterdamsevaart 274
Amsterdamsevaart 278
kruisverband. De rechter zijgevel is geheel gepleisterd. Het metselwerk van de voorgevel is verlevendigd met gepleisterde speklagen en gemetselde hanenkammen en strekken. De speklagen lopen door over de geheel blind uitgevoerde linker zijgevel. De voorgevel heeft een asymmetrische opzet met rechts een iets risalerend geveldeel dat wordt afgesloten door een boven de goot uitstekende beëindiging met uitgemetselde hoekpilasters. Het rechter geveldeel is in de eerste bouwlaag voorzien van een 3-zijdige bakstenen erker en wordt afgesloten door een dakoverstek op klossen met houten bakgoot en kroonlijst. De gevelopeningen bevatten houten invullingen die veelal op detailniveau gewijzigd zijn. Waardering: Van belang vanwege de karakteristieke tweelaags hoofdvorm met plat dak en de opzet en detaillering van de gevels in overgangsarchitectuur. Tevens vanwege de markante vrijstaande ligging met sterk naar voren liggende rooilijn ten opzichte van de omliggende bebouwing. Tussen deze overwegend jongere omliggende bebouwing vormt het pand een beeldbepalend element. Voormalige halte Rijksstraatweg (RSW) uit 1911 aan de spoorlijn Aalsmeer – Haarlem, onderdeel van de Haarlemmerspoorlijnen, oorspronkelijk gelegen in grotendeels onbebouwd gebied dat behoorde tot de toenmalige gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude.
De lijn werd in 1935 gesloten en al snel opgebroken, waarna er ruimte ontstond voor de verbreding van de rijksstraatweg Amsterdam – Haarlem die nu aan de noordzijde van het pand loopt. Het voormalige haltegebouw werd uitgevoerd in overgangsarchitectuur. Het heeft een samengestelde plattegrond en is deels eenlaags en deels tweelaags onder een samengestelde kap gedekt met geglazuurde rode kruispannen. De gevels zijn opgetrokken in baksteen (kruisverband) boven een uitgemetselde plint met natuurstenen deklijst. De naar het noordoosten gekeerde voorgevel heeft een asymmetrische opzet met tweelaags topgevel met vakwerk in de geveltop, met links daarvan een eenlaags geveldeel en rechts een terugspringend tweelaags geveldeel met forse met pannen gedekte houten luifel met houten korbelen op natuurstenen kraagstenen tegen de eerste bouwlaag. De gevelopeningen bevatten houten invullingen die veelal op detailniveau zijn gewijzigd of vernieuwd. In het als topgevel uitgevoerde geveldeel is een tegeltableau met de tekst ‘RIJKSSTRAATWEG’ aanwezig. De recht gesloten geveldelen worden afgesloten door een houten bakgoot op klossen met gootlijst. Ter plaatse van de topgevels heeft de kap een overstek dat is afgewerkt met houten windveren. Boven diverse gevelopeningen zijn natuurstenen aanzet- en sluitstenen verwerkt in de strek.
Waardering: Van belang vanwege de markante hoofd- en kapvorm en het karakteristieke gevelbeeld uit 1911 in overgangsarchitectuur. Tevens van belang als nog goed als zodanig herkenbaar haltegebouw (halte Rijksstraatweg) van de spoorlijn Aalsmeer – Haarlem, onderdeel van de Haarlemmerspoorlijnen. Het pand vormt een sterk beeldbepalend element aan dit deel van de Amsterdamsevaart. Vrijstaand pand in Delftse School trant, in 1936 gebouwd als bewaarderswoning bij de begraafplaats van de Nederlands Israëlische gemeente. Het pand ligt aan de westzijde van de begraafplaats, aan de zuidzijde van de Amsterdamsevaart. De begraafplaats werd opgericht in de periode 1887-1889 en is beschermd als gemeentelijk monument. Het pand omvat één bouwlaag met zolder onder een met gesmoorde romaanse pannen gedekt zadeldak met de nok evenwijdig aan de voorgevel. Centraal in het voordakvlak is een bescheiden plat gedekte dakkapel met twee 4-ruits ramen opgenomen. Beide kopgevels eindigen in een uitgemetselde schoorsteen. De gevels zijn opgetrokken in baksteen (halfsteens verband) boven een geschilderde plint. De naar het noorden gekeerde voorgevel heeft een symmetrische opzet met centraal in de gevel de woningtoegang onder een houten luifel. Daarboven is een bovenlicht met 4-ruits raam uitgevoerd.
Aan weerszijden van de entree een houten kruisvenster met 4-ruits ramen met glas-in-lood en 2-ruits bovenlichten met glas-in-lood. Deze vensters worden in beide kopgevels herhaald. In de geveltop van beide gevels is een 3-delig venster met 4-ruits ramen opgenomen. De voorgevel wordt afgesloten door een houten bakgoot op klossen en een geprofileerde gootlijst Waardering: Van belang vanwege de karakteristieke eenlaags hoofdvorm en de kapvorm, en vanwege de vormgeving van de gevels in Delftse Schooltrant. Het pand is bovendien van belang als in hoofdvorm en detaillering gaaf voorbeeld van een bewaarders/beheerderswoning,
Pagina 4 van 266
Amsterdamsevaart 8, Amsterdamsevaart 8 A, Amsterdamsevaart 8 A RD, Amsterdamsevaart 8 B, Amsterdamsevaart 8 B RD
Amsterdamsevaart 8, 8A-ZW, 8A-RD, 8B-ZW, 8B-RD
Amsterdamstraat 55
Parochie van H. Joannes de Doper.
gebouwd in 1936 bij de naastgelegen Nederlands Israëlitische begraafplaats (GM), waarmee het een goed ensemble vormt. Café met twee bovenwoningen uit omstreeks 1880, gebouwd in een neorenaissance trant. Het pand is gelegen aan de zuidzijde van de Amsterdamsevaart aan de noordelijke rand van de Amsterdamsebuurt, nabij de aansluiting op de Gedempte Herensingel/Oostersingelgracht. Hier maakt het pand deel uit van een gesloten gevelwand met een diversiteit aan panden uit verschillende periodes. Het pand omvat twee bouwlagen onder een afgeplat schilddak. In het voordakvlak zijn twee dakkapellen opgenomen met klauwstukken en een gebroken fronton. De voorgevel is opgetrokken in baksteen (kruisverband) boven een gepleisterde plint. Het metselwerk is verlevendigd met gepleisterde speklagen en in de gemetselde segmentbogen en strekken boven de gevelopeningen zijn gepleisterde aanzet- en sluitstenen opgenomen. In de eerste bouwlaag is een pui uitgevoerd die wordt afgesloten door een gepleisterde architraaf, fries en cordonlijst. Geheel rechts en links in de pui zijn de toegangen tot de twee bovenwoningen opgenomen. Tussen deze toegangen zijn twee etalagevensters met bovenlichten opgenomen. Het linker etalagevenster is gekoppeld aan de (café)toegang. De diverse gevelopeningen bevatten houten invullingen die overwegend op punten gewijzigd of vernieuwd zijn.
De voorgevel wordt afgesloten door een gepleisterde architraaf en fries en een houten bakgoot met kroonlijst op gesneden consoles. Waardering: Van belang vanwege de redelijke gaafheid van hoofdvorm en detaillering, als karakteristiek en nog goed als zodanig herkenbaar voorbeeld van een bedrijfspand met bovenwoningen uit de periode omstreeks 1888 en als beeldbepalend historisch element aan dit deel van de Amsterdamsevaart. Toren uit 1925-1926, behorend tot de in 1973 gesloopte RK kerk Johannes de Doper uit 1904. Bij de toren staat tegenwoordig een kort na 1973 gebouwd kerkelijk centrum. De toren staat aan de oostzijde van de Amsterdamsestraat, in het hart van de Amsterdamsebuurt. Het gebied dat de Amsterdamsebuurt buurt zou worden was eeuwenlang als weiland in gebruik met boerderijen lagen langs de Zomervaart. In 1839 was door de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HIJSM) de spoorlijn naar Amsterdam aangelegd, en werkplaatsen verrezen direct noordelijk daarvan. Voor de werknemers werd vanaf eind 19de eeuw de Amsterdamsebuurt aangelegd. De HIJSM leende hiervoor geld aan de woningbouwverenigingen. De buurt werd dicht bebouwd, met arbeiderswoningen aan smalle straten, met weinig ruimte voor tuintjes of openbaar groen. De onderhavige toren vormt nu samen met de nabijgelegen bebouwing van de R.K.
Jongensschool St Franciscus Xaverius het laatste tastbare relict van de historische en in opdracht van de R.K. parochie St. Johannes de Doper gerealiseerde bebouwing op dit terrein tussen de Amsterdamsestraat, Nagtzaamstraat en Teylerplein. De vierkante toren is opgetrokken in baksteen boven een getrapt uitgemetselde plint. Het metselwerk is onder de spitsboog galmgaten in alle vier de zijden voorzien van langgerekte blindnissen met decoratief siermetselwerk. De toren wordt bekroond door een vierzijdige spits met kruis en weerhaan, en aan elke zijde een steekkap waarin het uurwerk is opgenomen. De spits wordt gedekt door leien in maasdekking. In de zuidzijde van de toren is een toegang, opgenomen in een gemetselde omlijsting die overgaat in de uitgemetselde plint. Waardering: Van belang vanwege de markante hoofdvorm en kapvorm, de karakteristieke en verzorgde uitvoering van de gevels met siermetselwerk uit 19251926, naar ontwerp van de welbekend architect Jan Stuyt. Het object is tevens van belang als nog goed als zodanig herkenbare kerktoren uit 1925-1926 en als het laatste tastbare overblijfsel van de op deze locatie gelegen R.K. kerk St. Johannes de Doper (inmiddels gesloopt). De toren is bovendien een belangrijk landmark.
Pagina 5 van 266
Anjelierstraat 1, Anjelierstraat 2
Anjelierstraat 1 en 2, Jasmijnstraat 2 t/m 8, 10 t/m 16, Van Oosten de Bruijnstraat 172, Resedastraat 43
Anjelierstraat 7 t/m 31 en 6 t/m 36
Dahliastraat 1 t/m 27 en 2 t/m 44, Anjeliersstraat 7 t/m 31 en 6 t/m 36, Resedastraat 1 t/m 41, Seringenstraat 1 t/m 23 en 2 t/m 20, Pijlslaan 2 t/m 32, Papaverstraat 1 t/m 13 en 2 t/m 22, Van Oosten de Bruijnstraat 179 t/m 195 en 146 t/m 224, Karel van Manderstraat 99 t/m 109, Zonnebloemstraat 58, 60
Twee blokken van in totaal 12 woningen uit 1931, gebouwd als aanvulling op het tuindorp-complex Bloemenbuurt uit 1924. De woningen begrenzen het tuindorp aan de noordzijde. Het complex Bloemenbuurt ligt aan de noordzijde van de Pijlslaan in de Leidsevaartbuurt en bestaat uit geknikte straten en semigesloten bouwblokken. Het werd is ontworpen als één architectuureenheid waarbij ook groen een grote rol speelde. De Leidsevaartbuurt is een buurt met vooral arbeiders- en middenstandswoningen uit de eerste helft van de 20ste eeuw en bedrijvigheid langs het spoor. De blokken met geschakelde bescheiden eengezinswoningen zijn eenlaags en zijn uitgevoerd in een eenvoudige traditionele baksteenarchitectuur met erkers en subtiel expressionistische accenten, en hebben een met donkere pannen gedekt zadeldak. Het groene karakter van het buurtje wordt versterkt door de aanwezigheid van openbaar groen (bomen, plantsoenen) en private voortuintjes. De gevelopeningen bevatten houten invullingen met glas-in-lood die vaak nog oorspronkelijk zijn. De in de voordakvlak aanwezige dakkapellen zijn vernieuwd. Waardering: Van belang als aanvulling uit 1931 op de karakteristiek en in hoofdvorm en opzet gaaf woningbouwcomplex (de zgn.
Bloemenbuurt) uit 1924, gebouwd volgens het tuindorp-principe met semi-gesloten eenlaags bouwblokken in geknikte straten met schuurtjes en veel privé-groen (haagjes) en openbaar groen. Het buurtje heeft een hoge stedenbouwkundige waarde. De bijzondere cultuurhistorische kwaliteit van het complex zit met name in de sterke samenhang en eenheid tussen stedenbouwkundige opzet, architectuur (schuurtjes, erfafscheidingen) en inrichting van de openbare ruimte (voortuinen, collectief groen, bestrating). Complex (Bloemenbuurt) van 182 woningen uit 1924, gebouwd door het Gemeentelijk Woningbedrijf en opgezet als tuindorp inclusief schuurtjes en heggen. Het complex ligt aan de noordzijde van de Pijlslaan in de Leidsevaartbuurt en bestaat uit geknikte straten en semigesloten bouwblokken. Het werd is ontworpen als één architectuureenheid waarbij ook groen een grote rol speelde. De Leidsevaartbuurt is een buurt met vooral arbeiders- en middenstandswoningen uit de eerste helft van de 20ste eeuw en bedrijvigheid langs het spoor. De blokken met geschakelde bescheiden eengezinswoningen zijn eenlaags en zijn uitgevoerd in een eenvoudige traditionele baksteenarchitectuur met subtiel expressionistische accenten (zoals verticaal metselwerk), en hebben een met rode pannen gedekt zadeldak.
Op de hoeken en in het midden van de bouwblokken zijn stedenbouwkundige accenten uitgevoerd, in de vorm van topgevels met haakse zadeldaken. Vrijwel alle voortuintjes zijn voorzien van een lage ligusterhaag. Het groene karakter van het buurtje wordt versterkt door de aanwezigheid van openbaar groen (bomen, plantsoenen). De gevelopeningen bevatten houten invullingen die veelal op detailniveau gewijzigd zijn. De in de voordakvlak aanwezige dakkapellen zijn vernieuwd. Waardering: Van belang als karakteristiek en in hoofdvorm en opzet gaaf woningbouwcomplex (de zgn. Bloemenbuurt) uit 1924, gebouwd volgens het tuindorp-principe met semi-gesloten eenlaags bouwblokken in geknikte straten met schuurtjes en veel privé-groen (haagjes) en openbaar groen. Het buurtje heeft een hoge stedenbouwkundige waarde. De bijzondere cultuurhistorische kwaliteit van het complex zit met name in de sterke samenhang en eenheid tussen stedenbouwkundige opzet, architectuur (schuurtjes, erfafscheidingen) en inrichting van de openbare ruimte (voortuinen, collectief groen, bestrating).
Pagina 6 van 266
Anslijnstraat 1 t/m 3
Assendelverstraat 36
Badelochstraat 25 t/m 45 en 58 t/m 64
Muiderslotweg 165-229, 164236, Jephtaplein 93, 95, 97, 99, Badelochstraat 25-45, 58-64, Dullaertstraat 1 RD, 1 ZW, 2 RD, 2 ZW, Roskamstraat 42 RD, 42 ZW, 63 RD, 63 ZW, Roemer Visscherstraat 180 RD, 180 ZW
Dubbele woning gelegen aan de oostzijde van de Anslijnstraat in het Garenkokerskwartier. Het pand werd gebouwd in 1924 als onderdeel van een groter bouwplan dat ook een blok met vier geschakelde woningen (waarvan één winkelwoning) omvatte aan de Zijlweg. De dubbele woning Anslijnstraat 1-3 vormt daar nog een redelijk gaaf onderdeel van. Het pand werd gebouwd in een zakelijkexpressionistische trant en sluit daarmee goed aan op de bebouwing van het woningbouwcomplex Rosehaghe in de straat (RM). Het Garenkokerskwartier dankt zijn naam aan de vele garenkokerijen die vanaf de 19e eeuw buiten de Zijlpoort werden gevestigd. Door dit weidegebied werd vanaf 1842 de spoorlijn naar Leiden aangelegd, met een ruime bocht naar het zuiden. De Vestingwet van 1874 maakte stadsuitbreiding buiten de stadswallen mogelijk. Daarop is het Garenkokerskwartier ontstaan langs de rechte straten die de al bestaande verkaveling volgden tussen de Zijlweg, de Garenkokersvaart, de Brouwersvaart en de gebogen spoorlijn naar Leiden. De dubbele woning omvat twee bouwlagen onder een plat dak. De voorgevel is opgetrokken in baksteen en heeft een symmetrische indeling, met een iets risalerende middenpartij met bakstenen erkers met balkon. Aan weerszijden van het risaliet zijn de woningtoegangen opgenomen onder een houten luifel, met zijlichten en bovenlichten en een houten paneeldeur.
De gevelopeningen bevatten overwegend houten invullingen die op detailniveau zijn gewijzigd of vernieuwd. De boven- en zijlichten van de entrees en de bovenlichten in de erker zijn voorzien van glas-in-lood. De voortuin wordt voor beide woningen afgesloten door een eenvoudig smeedijzeren spijlenhekwerk met boogjes. Waardering: Van belang vanwege de markante tweelaags hoofdvorm met plat dak en de karakteristieke vormgeving en detaillering van de voorgevel in zakelijk-expressionistische trant. Het pand sluit daarmee goed aan op de in deze straat gelegen zakelijk-expressionistische bebouwing van het als rijksmonument beschermde woningbouwcomplex Rosehaghe. Het op de zuidwestelijke hoek van de kruising van de Assendelverstraat met de Oost-Indiëstraat gelegen herenhuis uit omstreeks 1890, gebouwd in eenvoudige baksteen architectuur met neoclassicistische elementen. Door de forse tweelaags hoofdvorm onder zadeldak, de sobere maar statige vormgeving met symmetrische gevelindeling (voorgevel) en kroonlijst en de prominente hoekligging vormt het pand een sterk beeldbepalend element aan dit deel van de straat. De overige bebouwing aan de Assendelverstraat bestaat voornamelijk uit wat kleinschaliger en veelal projectmatige woonbebouwing uit dezelfde periode, afgewisseld met enkele kleine winkel- of bedrijfspandjes.
Het hoekpand heeft een rechthoekige plattegrond en omvat twee bouwlagen onder een zadeldak. De gevels zijn opgetrokken in baksteen in kruisverband met snijvoeg. De symmetrisch ingedeelde voorgevel bevat centraal in de eerste bouwlaag de entree, met aan weerszijden twee vensters. In de tweede bouwlaag zijn drie vensters aanwezig. De invullingen van de gevelopeningen zijn deels vernieuwd. Boven de gevelopeningen in deze gevel is een opvallende hanenkam uitgevoerd. De voorgevel wordt afgesloten door een kroonlijst met smeedijzeren sierankers in het fries en een houten bakgoot met geprofileerde kroonlijst. De als puntgevel uitgevoerde rechter zijgevel aan de OostIndiëstraat bevat in de eerste bouwlaag één venster met gewijzigde invulling. In de tweede bouwlaag is een hijsluik met dubbele houten deuren met raam met roedenverdeling aanwezig. Aan weerszijden hiervan een venster met stolpraam met roedenverdeling. In de geveltop bevindt zich een rond venster met stalen raam. Waardering: Van belang vanwege de karakteristieke forse tweelaags hoofdvorm onder zadeldak, de statige vormgeving van de voorgevel met symmetrische indeling, opvallende hanenkammen boven de gevelopeningen en afsluiting met kroonlijst. Door de hoofdvorm en vormgeving valt het pand op temidden van kleinschaliger woonbebouwing uit dezelfde periode.
Het object speelt bovendien een sterk beeldbepalende rol in dit deel van de straat door de prominente hoekligging. Grootschalig ensemble van woningen, bouwjaar 1947-1948, architect G.H.M. Holt. In eigendom van Ymere. Ensemble van drielaagse en eenlaagse woningen. Relatief vroeg naoorlogs, toen er nog materiaalschaarste was en er weinig arbeidskrachten waren. De zeer sobere architectuur lijkt dat te weerspiegelen. Het ensemble, in opdracht van de katholieke woningbouwvereniging St. Bavo ontworpen door de nationaal vermaarde (eveneens katholieke) architect Holt, bestaat uit twee delen. Pagina 7 van 266
Badhuisstraat 10 t/m 22
Badhuisstraat 10 t/m 22
Langs de Muiderslotweg een sterke eenheid door stedenbouwkundige groepering, met een groot deel van de stroken aan weerszijden van een hoofdas in gestaffelde bouw; in een zaagtandverkaveling, met diagonale plaatsing van de stroken ten opzichte van de hoofdas van de straat. Door deze oriëntatie met de woonkamers op het zuidwesten en de relatief grote vensters, een toonbeeld van licht, lucht en ruimte. De zaagtand wordt expressief gemaakt door opeenvolging van driehoekige plantsoenen voor de stroken. Het complex heeft aan begin en eind stedenbouwkundige motieven: aan noordwestzijde korte stroken als introductie, en aan zuidoostzijde een strook die naar buiten wijkt, als een trechter. In stedenbouwkundig opzicht met die hoofdas ook onderdeel van een lange doorgaande hoofdweg centraal door de buurt, het Vondelkwartier. Op het achterterrein een speeltuin, mogelijk oorspronkelijk onderdeel van het complex. In nationaal opzicht afwijkend zijn de opvallende erkers, die bij enkele stroken op de begane grond zijn gesitueerd. De oorspronkelijk stalen kozijnen zijn vervangen. Het complex vormt een eenheid met de rij woningen aan het Jephtaplein en Badelochstraat, dat heel anders is gerealiseerd en traditioneler oogt door de eenlaagse bouwwijze opgemetseld uit baksteen, afgedekt door een zadeldak met rode pannen.
De geschakelde ouderenwoningen langs de Badelochtstraat vormen een gebogen wand. Langs het Jephtaplein een kort strookje als pleinwand. De regelmatige plaatsing van vensters en deuren geeft een grote samenhang aan het geheel. Wekt de indruk van tuindorpbebouwing, door de woningtypologie, en de eenvoudige, traditionele architectuur. Tevens door de stedenbouwkundige groepering, waarbij door middel van plaatsing van woonstroken samenhangende buurten worden gecreëerd. Het rode pannendak en de regelmatig geplaatste rij gemetselde schoorstenen zijn onderdeel van de compositie en gevelbeeld. Stedenbouwkundig van belang vanwege de gevarieerde planopzet met grondgebonden en portiekwoningen, binnen een zorgvuldig ontworpen ruimtelijk plan. Verschillende ontsluitingen van woningen en de combinatie van gemeenschappelijke en privébuitenruimtes geven de buurt ondanks de eenvoudige uitwerking een goede basiskwaliteit; vanwege de opvallende ligging aan de hoofdas door een buurt, het Vondelkwartier; en vanwege de markante gestaffelde verkaveling. Heeft architectuurhistorische waarde als onderdeel van het oeuvre van de nationaal bekende architect G.H.M. Holt.
Heeft cultuurhistorische waarde als uitdrukking van eenvoudige architectuur van de vroege, naoorlogse jaren in een periode van schaarste, met aandacht voor gezondheid en hygiëne in woningbouw; vanwege het opdrachtgeverschap waarbij een katholieke woningbouwvereniging samenwerkte met een katholieke architect. Reeks van zeven geschakelde bescheiden middenstandswoningen uit 1898 in een sobere neorenaissance trant. Het blok maakt deel uit van de zuidelijke gesloten gevelwand van de Badhuisstraat, met overwegend geschakelde tweelaags woningen uit de periode 1895-1925. In de 17de en 18de eeuw werd het gebied ten zuiden van de toenmalige stad voor tuinbouw verpacht. Het complex Rozenprieel bestond toen grotendeels uit proeftuinen van verschillende tuinders. Het terrein werd gemeenschappelijk beheerd en had één ingang. Er werden bollen en bloemen geteeld, waaronder rozen. Verder lagen hier vooral buitenplaatsen en herenhuizen langs het Spaarne en herbergen. Het Rozenprieel had vroeg in de 19de eeuw al een hoge bebouwingsdichtheid, vooral langs historische wegen. In het derde kwart van de 19de eeuw werden de eerste arbeiderswoningen gebouwd op het complex Rozenprieel, met als zuidgrens de Bakkersstraat. Kort daarop werd ook elders gebouwd, op basis van een stratenplan dat het patroon van gedempte sloten volgde.
Het ging vooral om kleinschalige volkswoningbouw, met langs de voorname wegen voornamere middenstandswoningen en herenhuizen. De woningen tellen 2 bouwlagen onder een over alle woningen doorlopend mansardedak gedekt met gesmoorde pannen. In het voordakvlak is ter plaatse van elke woning een dakkapel met klauwstukken en kroonlijst aanwezig. De voorgevel is opgetrokken in baksteen (kruisverband) boven een gepleisterde plint. Het metselwerk is verlevendigd met gepleisterde speklagen. Boven de gevelopeningen zijn bakstenen segmentbogen uitgevoerd, voorzien van een gepleisterde sluitsteen. De vensters bevatten soms nog oude enkelruits schuiframen of T-schuiframen. De gevel wordt afgesloten door een architraaf, fries en houten bakgoot met geprofileerde lijst. Waardering: Van belang vanwege de tweelaags Pagina 8 van 266
Bakkerstraat 2 B, Bakkerstraat 2 C, Bakkerstraat 2 D, Bakkerstraat 2 E
Bakkerstraat 2-B t/m 2-E
Bakkumstraat 2, Bakkumstraat 4,
Bakkumstraat 2 t/m 4, Zijlstraat 14B
hoofdvorm met doorlopend marsardedak, de repeterende dakkapellen met kroonlijst en klauwstukken in het voordakvlak, de oorspronkelijke gevelindeling en de eenvoudige maar subtiele detaillering in neorenaissance trant. Het blok vormt een beeldbepalend historisch element in dit deel van de Badhuisstraat en is een redelijk gaaf voorbeeld van geschakelde woonhuisbebouwing bedoeld voor de lagere middenstand in het Rozenprieel uit de periode rond 1900. Winkel-woonhuis uit 1913, gebouwd naar een ontwerp in overgangsarchitectuur van W.J. Nelissen. Het pand ligt aan de zuidzijde van de Bakkerstraat, in het uiterst westelijke deel van de straat, nabij de aansluiting op de Voorhelmstraat, in het Rozenprieel. In de 17de en 18de eeuw werd het gebied ten zuiden van de toenmalige stad voor tuinbouw verpacht. Het complex Rozenprieel bestond toen grotendeels uit proeftuinen van verschillende tuinders. Het terrein werd gemeenschappelijk beheerd en had één ingang. Er werden bollen en bloemen geteeld, waaronder rozen. Verder lagen hier vooral buitenplaatsen en herenhuizen langs het Spaarne en herbergen. Het Rozenprieel had vroeg in de 19de eeuw al een hoge bebouwingsdichtheid, vooral langs historische wegen. In het derde kwart van de 19de eeuw werden de eerste arbeiderswoningen gebouwd op het complex Rozenprieel, met als zuidgrens de Bakkersstraat.
Kort daarop werd ook elders gebouwd, op basis van een stratenplan dat het patroon van gedempte sloten volgde. Het ging vooral om kleinschalige volkswoningbouw, met langs de voorname wegen voornamere middenstandswoningen en herenhuizen. Het pandje is tweelaags onder een afgeplat dak met schuin dakschild aan de voorzijde, gedekt met rode kruispannen. De voorgevel is opgetrokken in baksteen (kruisverband). Het metselwerk is verlevendigd met banden in gele verblendsteen, rollagen en strekken boven de gevelopeningen. In de voorgevel is een risaliet onder aankappend schilddakje uitgevoerd. Dit risaliet heeft in de eerste bouwlaag de opzet van een 3-zijdige erker. De gevelopeningen bevatten overwegend gewijzigde of vernieuwde invullingen. In het risaliet nog bovenlichten met meerruits ramen. De oorspronkelijk eenlaags aanbouw tegen de linker zijgevel is gewijzigd tot tweelaags aanbouw met afgeplat dak. De voorgevel wordt afgesloten door een houten bakgoot met geprofileerde lijst op houten klossen. Waardering: Van belang vanwege de tweelaags hoofdvorm met aankappend risaliet, rode kruispannen-dekking en vormgeving in overgangsarchitectuur uit 1913. Ondanks de uitbreiding aan de linker zijde vormt het pand een markant object aan dit deel van de Bakkerstraat. Het is bovendien een in hoofdvorm nog goed herkenbaar voorbeeld van een winkel-woonhuis uit het eerste kwart van de 20ste eeuw.
Voormalige bedrijfsbebouwing, in eerste opzet daterend uit omstreeks 1900 en behorend bij bakkerij Paul C. Kaiser met winkel aan de Zijlstraat. In 1956 is de bakkerij in eigendom van firma H.J. Carels en wordt de bedrijfsbebouwing aan de Bakkumstraat grotendeels vernieuwd tot het huidige volume in een zakelijk-traditionele trant. In 1986 is het gebouw nog in gebruik als koekmagazijn en banketbakkerij. Daarna wordt het gebruikt als winkel en magazijn van een kringloopwinkel. Ook tegenwoordig heeft het grotendeels nog deze functie. Aan de noordzijde van de onderhavige bebouwing staat de als gemeentelijk monument beschermde schoorsteen van de voormalige bakkerij. Het grotendeels tweelaags pand heeft een samengestelde plattegrond onder plat dak. De gevel aan de Bakkumstraat is opgetrokken in baksteen in Noors verband. Uiterst links (ter plaatse van de linker vier traveeën) was het pand oorspronkelijk eenlaags en is er tijdens een recente verbouwing in passende stijl een verdieping toegevoegd. De gevelopeningen bevatten overwegend de uit 1956 daterende invullingen met stalen roedenramen. De gevel volgt de loop van de Bakkumstraat waardoor er op enkele plaatsen een lichte knik in de gevel aanwezig is. De gevel wordt aan de bovenzijde afgesloten door een eenvoudige houten daklijst.
Waardering: Van belang vanwege de hoofdzakelijk tweelaags hoofdvorm met plat dak en de vormgeving van de gevel in zakelijk-traditionele trant. Tevens van belang als nog goed als zodanig herkenbare bedrijfsbebouwing, behorend bij de in 1956 sterk gemoderniseerde broodfabriek van H.J. Carels, waarvan de naastgelegen schoorsteen en de winkelbebouwing aan de Zijlstraat beschermd zijn als gemeentelijk monument.
Pagina 9 van 266
Barendsestraat 5
Barendsestraat 6 A
Omstreeks 1900 gebouwd winkel-woonhuis, vermoedelijk ter vervanging (of het resultaat van een verbouwing) van een bestaande eenlaags arbeiderswoning uit 1889. Deze was oorspronkelijk onderdeel van een rijtje van vijf. De voorgevel werd uitgevoerd in een neoclassicistische trant. Het pand vormt ook tegenwoordig het middelste pand in een blokje van 5 panden, gesitueerd aan de noordzijde van de Barendsestraat in het Rozenprieel, nabij de aansluiting op de Lange Poellaan en Korte Poellaan. De Barendsestraat ligt in de westelijke helft van de grotendeels in het laatste kwart van de 19de en het eerste kwart van de 20ste eeuw tot stand gekomen wijk Rozenprieel. Het pand omvat twee bouwlagen en de voorgevel is uitgevoerd als topgevel. In de eerste bouwlaag is een houten winkelpui met gecanneleerde pilasters en een hoofdgestel uitgevoerd, met een zandstenen borstwering en gevat tussen zandstenen hoekblokken. Boven deze pui is de gevel opgetrokken in baksteen (kruisverband). De twee vensters in de tweede bouwlaag en het venster in de geveltop bevatten op punten gewijzigde houten invullingen. Boven deze vensters zit een anderhalf steens strek met natuurstenen aanzet- en sluitstenen. De sluitstenen zijn geornamenteerd. De gevel wordt afgesloten door een geprofileerde natuurstenen deklijst en de top wordt bekroond door een uitgemetselde pilaster op een geornamenteerde kraagsteen.