Bijlage 1 Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten
Tekst van het document
De pilaster wordt afgesloten door een natuurstenen timpaan. Waardering: Van belang vanwege de tweelaags hoofdvorm met topgevel, het markante gevelbeeld met indeling en detaillering uit omstreeks 1900 in neoclassicistische trant en de houten winkelpui. Het pand is een nog goed als zodanig herkenbaar winkel-woonhuis uit omstreeks 1900 en vormt een opvallend en beeldbepalend element in dit deel van de Barendsestraat. Uit het laatste kwart van de 19de eeuw daterend arbeidershuisje, gebouwd in een sobere neoclassicistische trant. Het pandje is markant gesitueerd op een achterterrein dat bereikbaar is via een smal straatje vanaf de Barendsestraat in het Rozenprieel. In de 17de en 18de eeuw werd het gebied zuidelijk van de toenmalige stad voor tuinbouw verpacht. Het complex Rozenprieel bestond toen vooral uit proeftuinen van verschillende tuinders. Er werden onder andere rozen geteeld. Verder lagen hier vooral buitenplaatsen en herenhuizen langs het Spaarne en herbergen. Het Rozenprieel had vroeg in de 19de eeuw al een hoge bebouwingsdichtheid, vooral langs historische wegen. In het derde kwart van de 19de eeuw werden de eerste arbeiderswoningen gebouwd op het complex Rozenprieel, met als zuidgrens de Bakkersstraat. Kort daarop werd ook elders gebouwd, op basis van een stratenplan dat het patroon van gedempte sloten volgde.
Het ging vooral om kleinschalige volkswoningbouw, met langs de voorname wegen voornamere middenstandswoningen en herenhuizen. Het pandje omvat één bouwlaag onder een met rode pannen gedekt zadeldak. In het oostelijke dakvlak is een niet oorspronkelijke dakkapel opgenomen. De naar het oosten gerichte voorgevel is opgetrokken in baksteen en bevat twee vensters met enkelruits schuifraam onder een 3-ruits bovenlicht. Daartussen is de toegang opgenomen. Boven de gevelopeningen is een anderhalf steens strek uitgevoerd. De gevel wordt afgesloten door een architraaf, fries en bakgoot met geprofileerde lijst. Waardering: Van belang vanwege de eenlaags hoofdvorm met eenvoudige lijstgevel uit het laatste kwart van de 19de eeuw. Het pandje is markant gesitueerd op een binnenterrein ten zuiden van de Barendsestraat en vormt hier een opvallend historisch element.
Pagina 10 van 266
Beelslaan 16
Berckheydestraat 17 t/m 19, Berckheydestraat 21 ZW, Berckheydestraat 21 RD, Berckheydestraat 23 ZW, Berckheydestraat 23 RD
Berckheydestraat 17 t/m 19, 21-ZW t/m 23-ZW, 21-RD t/m 23-RD
Vrijstaand landhuisje uit 1927, gebouwd naar een ontwerp in zakelijkexpressionistische trant van architect Maurits Plate. De woning ligt aan de oostzijde van de Beelslaan in het villagebied Zuid. De woonhuisbebouwing aan deze zijde van de laan bestaat overwegend uit vrijstaande of geschakelde middenstandswoningen en villa’s uit de periode van het interbellum. Binnen dit ensemble speelt Beelslaan 16 met zijn opvallende hoofdvorm met hoge bakstenen schoorsteen een sterk beeldbepalende rol. Het pand omvat één bouwlaag op een samengestelde plattegrond en wordt gedekt door een zadeldak met gesmoorde pannen. Aan de voorzijde is de woning voorzien van een sterk risalerend element met asymmetrische topgevel onder aankappend zadeldak, met op de rechter hoek een hoge bakstenen schoorsteen. De gevels van de woning zijn opgetrokken in baksteen in wildverband en de gevelopeningen bevatten houten invullingen, waarbij de vensters zijn voorzien van roedenramen. De formele entree is opgenomen in de linker zijmuur van het risalerende geveldeel. De topgevel van het risalerende geveldeel wordt afgesloten door een rollaag en houten windveer, terwijl de rechts gesloten geveldelen aan weerszijden hiervan zijn voorzien van een mastgoot in beugels. Waardering: Van belang vanwege de markante eenlaags hoofdvorm met zadeldak en topgevelrisaliet met steekkap en hoog opgemetselde schoorsteen.
Met zijn subtiele expressieve hoofdvorm is het landhuisje uit 1927 een zeer karakteristiek en beeldbepalend element aan dit deel van de Beelslaan. Blok met vier geschakelde tweelaags panden uit omstreeks 1900 in een sobere neorenaissance trant, bestaand uit een winkel met bovenwoning (hoekpand), en drie boven-benedenwoningen. Het ensemble ligt aan de westzijde van de Berckheydestraat in de Frans Halsbuurt ten noorden van de Haarlemse binnenstad. Het hoekpand (hoek met Soutmanstraat) met voormalige winkelruimte heeft een afgeschuinde hoek waarin de (voormalige) winkeltoegang is opgenomen. De panden tellen twee bouwlagen onder twee gedeelte mansardekappen met omlopende schilden, gedekt met vernieuwde gesmoorde pannen. In het naar de Berckheydestraat gerichte voordakvlak is per pand een op punten gewijzigde dakkapel met kroonlijst opgenomen. De gevels zijn opgetrokken in baksteen in kruisverband en het metselwerk is verlevendigd met gepleisterde speklagen, gemetselde segmentbogen boven de gevelopeningen in de eerste bouwlaag en een gemetselde strek boven de vensters in de tweede bouwlaag. De indeling van de gevel van nr. 19 is ter plaatse van de eerste bouwlaag geheel gewijzigd. De invullingen van de gevelopeningen zijn eveneens op punten gewijzigd of vernieuwd.
Behalve de voormalige winkeltoegang in de afgeschuinde hoek herinneren ook de aan weerszijden hiervan aanwezige brede etalagevensters nog aan de oorspronkelijke winkelfunctie in dit pand. De gevels worden aan de bovenzijde afgesloten door een gepleisterde architraaf en fries en een geprofileerde bakgoot met gootlijst. Waardering: Van belang vanwege de tweelaags hoofdvorm met kap, de vormgeving in sobere neorenaissance trant en vanwege de markante hoekafwerking met afgeschuinde hoek (in overeenstemming met de overige hoekpanden aan de kruising met de Soutmanstraat). Tevens van belang als een in hoofdvorm nog redelijk gaaf en herkenbaar voorbeeld van een in particulier beheer gerealiseerd bouwproject met bovenbenedenwoningen en een winkel uit omstreeks 1900, bedoeld voor de lagere middenstand.
Pagina 11 van 266
Bernard Zweersstraat 1
Bernard Zweersstraat 1, Dirk Schäferstraat 3
Betje Wolffstraat 1 t/m 11
Betje Wolffstraat 1 t/m 11
Schoolgebouw uit 1929, gebouwd als R.K. Meisjesschool voor lager onderwijs en R.K. School voor voorbereidend onderwijs naar ontwerp in zakelijk-expressionistische trant van architectenbureau Willem Robbers. Opdrachtgever was het R.K. Parochiaal Kerkbestuur van de H. Johannes de Doper te Haarlem. De school ligt even ten zuiden van de Zomervaart in het noordoostelijke deel van de grotendeels tijdens het interbellum tot stand gekomen Slachthuisbuurt. Het schoolgebouw heeft een Uvormige plattegrond en omvat overwegend één bouwlaag. Alleen het centrale bouwdeel in de naar de Bernard Zweersstraat gekeerde voorgevel is tweelaags uitgevoerd. Het centrale deel in de naar de Zomervaart gekeerde gevel is iets hoger opgetrokken dan de flankerende geveldelen. De gevels zijn uitgevoerd in baksteen (halfsteens verband) boven een iets donkerder trasraam afgesloten door een rollaag. Boven de diverse gevelopeningen is een rollaag uitgevoerd en de gevels worden afgesloten door band met verticaal metselwerk. Het schoolgebouw wordt gedekt door een in goothoogte en nokhoogte variërend samengesteld schilddak met gesmoorde pannen en een overstek. De in diverse dakvlakken opgenomen platte dakkapellen dateren uit de bouwtijd. De formele entree is opgenomen in een portiek centraal in de voorgevel aan de Bernard Zweersstraat.
De veelal samengestelde vensters bevatten houten invullingen (met overwegend ramen met ladderroeden). Vier vensters in deze voorgevel zijn iets verlaagd. Een tweede formele entree bevindt zich in de zijde aan de Dirk Schäferstraat, eveneens in een portiek. Het schoolplein wordt aan deze zijde van de straat gescheiden door een bakstenen muur. Waardering: Van belang vanwege de karakteristieke een- en tweelaag hoofdvorm op U-vormige plattegrond met samengesteld schilddak en het markante gevelbeeld in zakelijk-expressionistische trant uit 1929. Tevens van belang als een gaaf en nog goed als zodanig herkenbaar schoolgebouw uit de periode van het interbellum. Het pand is ook tegenwoordig nog als school in gebruik. De school speelt een beeldbepalende rol aan de Zomervaart, de Bernard Zweersstraat en de Dirk Schäferstraat. Het blok met zes geschakelde woningen dat hier in 1924 werd gebouwd door de Coöperatieve Bouwvereniging voor Gemeentepersoneel, is in 1947 herbouwd door Woningstichting Het Oosten in zakelijkexpressionistische trant. De Betje Wolffstraat ligt in het zuidelijke deel van de Amsterdamsebuurt. Het gebied dat de Amsterdamsebuurt buurt zou worden was eeuwenlang als weiland in gebruik met boerderijen lagen langs de Zomervaart.
In 1839 was door de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HIJSM) de spoorlijn naar Amsterdam aangelegd, en werkplaatsen verrezen direct noordelijk daarvan. Voor de werknemers werd vanaf eind 19de eeuw de Amsterdamsebuurt aangelegd. De HIJSM leende hiervoor geld aan de woningbouwverenigingen. De buurt werd dicht bebouwd, met arbeiderswoningen aan smalle straten, met weinig ruimte voor tuintjes of openbaar groen. Het blok met geschakelde woningen telt twee bouwlagen onder een plat dak met overstek. De gevels zijn opgetrokken in baksteen (halfsteens verband) en de direct aan de straat gelegen voorgevel is voorzien van een risalerende middenpartij, geflankeerd door een erker. Rond de vensters in de tweede bouwlaag is subtiel expressief siermetselwerk uitgevoerd en boven en onder de vensters zit een rolaag. De entrees zijn twee aan twee uitgevoerd onder een gedeelde houten luifel. Boven deze luifel zit een laag bovenlicht. De gevelopeningen bevatten houten invullingen die (met uitzonderingen van de voordeuren) veelal op detailniveau gewijzigd of vernieuwd zijn. Waardering: Van belang vanwege de karakteristieke tweelaags hoofdvorm met plat dak met overstek en het gevelbeeld in subtiele zakelijk-expressionistische trant uit 1947. Tevens van belang als markant herbouw-project uit de naoorlogse periode.
Het blok met geschakelde woningen vormt een beeldbepalend element aan de Betje Wolffstraat.
Pagina 12 van 266
Betje Wolffstraat 2 t/m 14
Hofdijkstraat 46 t/m 60, Aagje Dekenstraat 1 t/m 19, Jacob Geelstraat 8 t/m 20, Betje Wolffstraat 2 t/m 14
Bilderdijkstraat 1 RD, Bilderdijkstraat 3, Bilderdijkstraat 5 RD, Bilderdijkstraat 5 ZW, Bilderdijkstraat 7 RD, Bilderdijkstraat 7 ZW, Bilderdijkstraat 9 RD, Bilderdijkstraat 9 ZW Bilderdijkstraat 11 RD, Bilderdijkstraat 11 ZW, Bilderdijkstraat 13 RD, Bilderdijkstraat 13 ZW, Bilderdijkstraat 15 RD, Bilderdijkstraat 15 ZW Bilderdijkstraat 17 RD, Bilderdijkstraat 17 ZW Bilderdijkstraat 19 RD, Bilderdijkstraat 19 ZW
Bilderdijkstraat 1ZW t/m 19ZW, 1RD t/m 19RD, Langendijkstraat 2A
Drie blokken met in totaal 32 geschakelde eenlaags arbeiderswoningen, gebouwd in 1924 in opdracht van de Woningbouwvereniging Eigen Woning naar een ontwerp in een sobere zakelijk-expressionistische trant van architectenbureau Meyran & Ten Broeke. De woningen werden gebouwd op een terrein tussen de Aagje Dekenstraat, Jacob Geelstraat, Betje Wolffstraat en de Hofdijkstraat in de Amsterdamsebuurt. Het gebied dat de Amsterdamsebuurt buurt zou worden was eeuwenlang als weiland in gebruik met boerderijen lagen langs de Zomervaart. In 1839 was door de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HIJSM) de spoorlijn naar Amsterdam aangelegd, en werkplaatsen verrezen direct noordelijk daarvan. Voor de werknemers werd vanaf eind 19de eeuw de Amsterdamsebuurt aangelegd. De HIJSM leende hiervoor geld aan de woningbouwverenigingen. De buurt werd dicht bebouwd, met arbeiderswoningen aan smalle straten, met weinig ruimte voor tuintjes of openbaar groen. De blokken met eenlaags woningen hebben bakstenen gevels (kruisverband) en worden gedekt door een mansardedak met rode pannen. De in het voordakvlak aanwezige dakkapellen onder lessenaarsdak zijn jongere toevoegingen, ter vervanging van oorspronkelijk twee andere typen dakkapellen. De dakkapellen in het achterdakvlak zijn op punten vernieuwd. De gevels zijn verlevendigd met subtiel expressief siermetselwerk.
De gevelopeningen bevatten houten invullingen die veelal op detailniveau gewijzigd zijn. Tussen de entrees is steeds een trapeze-vormige gevelopening uitgevoerd met een opvallend forse bakstenen lekdorpel. Boven alle gevelopeningen in de voorgevel is een rollaag uitgevoerd. De ondiepe voortuintjes worden door een laag bakstenen muurtje van de openbare weg gescheiden. Waardering: Van belang vanwege de karakteristieke eenlaags hoofdvorm met mansardedak en de eenvoudige maar met zorg vormgegeven gevels in zakelijk-expressionistische trant uit 1924. Tevens van belang als redelijk gaaf en goed herkenbaar voorbeeld van een woningbouwproject met arbeiderswoningen uit het eerste kwart van de 20ste eeuw in de Amsterdamsebuurt. De bijzondere cultuurhistorische kwaliteit van het complex zit met name in de sterke samenhang en eenheid tussen stedenbouwkundige opzet, architectuur (ritme, kleur) en inrichting van de openbare ruimte (voortuinen, collectief groen, bestrating). Blok met tien geschakelde panden, bestaand uit acht bovenbenedenwoningen en twee winkel-woonhuizen (de twee hoekpanden), gebouwd voor de lagere middenstand omstreeks 1895 in een eenvoudige maar verzorgde eclectische trant. Het ensemble vormt de gesloten gevelwand aan de oostzijde van de Bilderdijkstraat in het Garenkokerskwartier, tussen de Schermerstraat en de Langendijkstraat .
De Vestingwet van 1874 maakte stadsuitbreiding buiten de stadswallen mogelijk. Daarop is het Garenkokerskwartier ontstaan langs de rechte straten die de al bestaande verkaveling volgden tussen de Zijlweg, de Garenkokersvaart, de Brouwersvaart en de inmiddels aangelegde gebogen spoorlijn naar Leiden. De buurt dankt zijn naam aan de vele garenkokerijen die vanaf de 19de eeuw buiten de Zijlpoort werden gevestigd. Tot circa 1910 werden er voornamelijk particuliere woningbouwprojecten gerealiseerd in gesloten bouwblokken. Tussen 1919 en 1940 kwamen vooral woningbouwcomplexen tot stand in opdracht van particulieren en enkele woningbouwverenigingen. De geschakelde woningen omvatten twee bouwlagen, onder een plat dak met een met pannen gedekt schuin dakschild aan de voorzijde. Beide hoeken zijn afgeschuind uitgevoerd. De voorgevel is voorzien van enkele door de goot stekende en iets risalerende topgevels onder steekkap. De tussen deze steekkappen uitgevoerde kleine dakkapellen met zadeldakje en sierspantje behoren tot de oorspronkelijke opzet. De voorgevel is opgetrokken in baksteen (kruisverband) boven een hardstenen plint. Het metselwerk is verlevendigd met speklagen en cordonlijst. In de gemetselde segmentbogen boven de gevelopeningen zijn aanzet- en sluitstenen opgenomen en in de boogvelden is subtiel siermetselwerk uitgevoerd.
De voorgevel wordt afgesloten door een gepleisterde architraaf, een fries met siermetselwerk en een houten bakgoot met kroonlijst. Waardering: Van belang vanwege de markante tweelaags hoofdvorm en het karakteristieke gevelbeeld in eclectische trant uit omstreeks 1895. Het ensemble vormt een beeldbepalend onderdeel van het historische straatbeeld van de Bilderdijkstraat. Tevens van belang als voorbeeld van een in particulier beheer projectmatig gebouwd blok geschakelde boven-benedenwoningen uit de periode rond 1900.
Pagina 13 van 266
Bilderdijkstraat 21 RD, Bilderdijkstraat 21 ZW Bilderdijkstraat 23 RD, Bilderdijkstraat 23 ZW, Bilderdijkstraat 25, Bilderdijkstraat 27 RD, Bilderdijkstraat 27 ZW
Bilderdijkstraat 21ZW t/m 27ZW, 21RD t/m 27RD
Bilderdijkstraat 24 t/m 26
Bilderdijkstraat 24 t/m 26
Blok met vier geschakelde boven-benedenwoningen voor de lagere middenstand, gebouwd omstreeks 1895 in eclectische trant. Het ensemble vormt het noordelijke deel van de gesloten gevelwand aan de oostzijde van de Bilderdijkstraat tussen de Schermerstraat en de Brouwerskade in het Garenkokerskwartier. De Vestingwet van 1874 maakte stadsuitbreiding buiten de stadswallen mogelijk. Daarop is het Garenkokerskwartier ontstaan langs de rechte straten die de al bestaande verkaveling volgden tussen de Zijlweg, de Garenkokersvaart, de Brouwersvaart en de inmiddels aangelegde gebogen spoorlijn naar Leiden. De buurt dankt zijn naam aan de vele garenkokerijen die vanaf de 19de eeuw buiten de Zijlpoort werden gevestigd. Tot circa 1910 werden er voornamelijk particuliere woningbouwprojecten gerealiseerd in gesloten bouwblokken. Tussen 1919 en 1940 kwamen vooral woningbouwcomplexen tot stand in opdracht van particulieren en enkele woningbouwverenigingen. De geschakelde woningen omvatten twee bouwlagen onder een afgeplat dak waarvan de schuine dakschilden gedekt zijn met gesmoorde tuiles du nord. De voorgevel is opgetrokken in baksteen (kruisverband) en is op de hoek met de Schermerstraat voorzien van een afgeschuinde hoek. Boven deze hoek en ook op drie plaatsen in de naar de Bilderdijkstraat gerichte gevel is een door de goot stekend bakstenen dakhuis onder zadeldak uitgevoerd.
Het metselwerk van de gevel is verlevendigd met gepleisterde speklagen en in de gemetselde segmentbogen en strekken is een gepleisterde sluitsteen opgenomen. In de boogvelden boven de vensters is siermetselwerk in rode en gele verblendsteen uitgevoerd. De gevelopeningen bevatten overwegend nog houten invullingen die soms op detailniveau zijn gewijzigd of vernieuwd. De voorgevel wordt afgesloten door een gepleisterde architraaf, een bakstenen fries met siermetselwerk en een houten bakgoot met kroonlijst. Waardering: Van belang vanwege de markante tweelaags hoofdvorm onder afgeplat dak met door de goot stekende dakhuizen en afgeschuinde hoek, en het karakteristieke gevelbeeld in eclectische trant uit omstreeks 1895. Het ensemble vormt een beeldbepalend onderdeel van de gesloten gevelwand aan dit deel van de Bilderdijkstraat. Tevens van belang als voorbeeld van een in particulier beheer projectmatig gebouwd blok geschakelde boven-benedenwoningen uit de periode rond 1900. Blok met twee geschakelde woningen voor de lagere middenstand, gebouwd omstreeks 1895 in eclectische trant. Het ensemble maakt deel uit van de gesloten gevelwand aan de westzijde van de Bilderdijkstraat in het Garenkokerskwartier. De Vestingwet van 1874 maakte stadsuitbreiding buiten de stadswallen mogelijk.
Daarop is het Garenkokerskwartier ontstaan langs de rechte straten die de al bestaande verkaveling volgden tussen de Zijlweg, de Garenkokersvaart, de Brouwersvaart en de inmiddels aangelegde gebogen spoorlijn naar Leiden. De buurt dankt zijn naam aan de vele garenkokerijen die vanaf de 19de eeuw buiten de Zijlpoort werden gevestigd. Tot circa 1910 werden er voornamelijk particuliere woningbouwprojecten gerealiseerd in gesloten bouwblokken. Tussen 1919 en 1940 kwamen vooral woningbouwcomplexen tot stand in opdracht van particulieren en enkele woningbouwverenigingen. De geschakelde woningen omvatten twee bouwlagen, oorspronkelijk onder een plat dak. Sinds 2009 is de linker woning (nr. 26) voorzien van een kap. De voorgevel is opgetrokken in baksteen (kruisverband) boven een hardstenen plint. Het metselwerk is verlevendigd met gepleisterde speklagen, en in de gemetselde segmentbogen en strekken is een gepleisterde sluitsteen met diamantkop opgenomen. In de boogvelden is siermetselwerk uitgevoerd. De gevelopeningen bevatten overwegend houten invullingen die op detailniveau gewijzigd of vernieuwd zijn. De woningtoegangen zijn gevat in een houten omlijsting met pilasters en bevinden zich in het midden van de gevel in een met een hoofdgestel bekroond risaliet. Boven elke toegang is een houten balkon uitgevoerd.
Aan weerszijden van dit risaliet wordt de voorgevel afgesloten door een gepleisterde architraaf, een fries met siermetselwerk en een houten bakgoot met kroonlijst. Waardering: Van belang vanwege de markante tweelaags hoofdvorm en het karakteristieke gevelbeeld in eclectische trant uit omstreeks 1895. Het ensemble vormt een beeldbepalend onderdeel van de gesloten gevelwand aan dit deel van de Bilderdijkstraat. Tevens van belang als voorbeeld van een in particulier beheer projectmatig gebouwd blok geschakelde bovenbenedenwoningen uit de periode rond 1900.
Pagina 14 van 266