CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten

gemeenteraad 24 oktober 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: Aanpassen paraplubestemmingsplan behoud omgevingskwaliteiten28.311 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

4.2

Bodemparagraaf In de Wet bodembescherming zijn bepalingen opgenomen ter behoud en verbetering van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Bij bestemmingswijzigingen, verbouwingen of graafwerkzaamheden zal in veel gevallen een bodemonderzoek uitgevoerd moeten worden. De gemeente beoordeelt dat per geval. Met het bodemonderzoek kan bepaald worden of de bodemkwaliteit ter plaatse geschikt is voor de beoogde functie. Op grond van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart kan geconcludeerd worden dat de huidig bekende bodemkwaliteit geen belemmering voor het huidige gebruik, noch voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

4.3

Externe veiligheid Binnen en in de naaste omgeving van het plangebied komen geen bedrijven voor die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Er is in de nabijheid van het plangebied geen sprake van een transportroute voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Voor de onderwerpen die in Reparatieplan B zijn geregeld geldt nog het volgende. Reparatieplan B Het aspect externe veiligheid beslaat in de Waarderpolder drie aspecten, te weten externe veiligheid inrichtingen, het transport van gas in ondergrondse buisleidingen en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Algemeen Externe veiligheid betreft het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving door het gebruik, de opslag en/of het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals bijvoorbeeld LPG, fossiele brandstoffen en oplosmiddelen over weg, water, spoor en door buisleidingen. Deze activiteiten leggen beperkingen op aan de ruimtelijke ontwikkelingen van een gebied. Er zijn veiligheidsafstanden nodig tussen bedrijven of (spoor)wegen waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen of vervoerd en kwetsbare objecten zoals bijvoorbeeld woningen. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna te noemen Bevi) wil burgers in hun woonen leefomgeving een wettelijk minimum beschermingsniveau bieden tegen 47

bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)

gevaarlijke stoffen. De milieukwaliteitseisen betreffen het zogenaamde plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het plaatsgebonden risico is het risico op een bepaalde plaats (uitgedrukt als de kans per jaar) dat een persoon op die plaats in de omgeving van een inrichting of transportroute overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval. Uitgangspunt is dat die persoon onbeschermd en permanent op die plaats aanwezig is. Bij het in acht nemen van het plaatsgebonden risico (PR) is het van belang dat binnen deze risicocontour van 10-6 geen kwetsbare objecten mogen zijn gelegen zoals scholen en woningen. Deze contouren zijn terug te vinden in het Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen (het RRGS) en de daarbij behorende risicokaart. Het groepsrisico (GR) drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van een minimaal bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval in de omgeving van een inrichting of transportroute waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. Bij geen van de huidige Bevi-bedrijven wordt de oriëntatie waarde overschreden. Actualisatie overzicht Bevi-bedrijven in de Waarderpolder Externe veiligheid speelt in de Waarderpolder momenteel een rol bij de volgende inrichtingen: 1. Edilon Sedra B.V. gevestigd op de Nijverheidsweg 21-23 2. MSD gevestigd op de Waarderweg 39 3. TEVA Nederland B.V. gevestigd op de Swensweg 5

4.4

Geluid De mate waarin wegverkeerslawaai, spoorwegverkeerslawaai en/of industrielawaai het (woon)milieu mogen belasten is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Deze wet stelt dat in principe de geluidbelasting op de gevel van gevoelige bestemmingen (bijvoorbeeld woningen, scholen of ziekenhuizen) niet hoger mag zijn dan de zogenaamde voorkeursgrenswaarde. Dit moet getoetst worden bij bouwaanvragen en/of bij bestemmingswijzigingen. Het reparatieplan biedt geen bouwmogelijkheden waarbij het aspect geluid een rol speelt. Het parapluplan maakt geen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen mogelijk. Voor de onderwerpen die in Reparatieplan B geregeld zijn geldt nog het volgende: Reparatieplan B De mate waarin wegverkeerslawaai, spoorwegverkeerslawaai en/of industrielawaai het (woon)milieu mogen belasten is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Deze wet stelt dat in principe de geluidbelasting op de gevel van gevoelige bestemmingen (bijvoorbeeld woningen, scholen of ziekenhuizen) niet hoger mag zijn dan de zogenaamde voorkeursgrenswaarde. Dit moet getoetst worden bij bouwaanvragen en/of bij bestemmingswijzigingen. Het reparatieplan biedt geen bouwmogelijkheden waarbij het aspect geluid een rol speelt. Wel is van het belang nader stil te staan bij de geluidszone rondom het industrieterrein Waardepolder.

De voorkeursgrenswaarde voor industrielawaai bedraagt Letm=50 dB(A) op grond van artikel 40 van de Wgh. De maximale ontheffingswaarde bedraagt Letm=55 dB(A) op grond van artikel 48

bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)

55 van de Wgh. De etmaalwaarde is de hoogste waarde van: het equivalente geluidniveau in de dagperiode; het equivalente geluidniveau in de avondperiode + 5 dB(A) en het equivalente geluidniveau in de nachtperiode + 10 dB(A). De geluidszone van het industrieterrein Waardepolder bewaakt de totale geluidbelasting van alle bedrijven op dit terrein De geluidbelasting mag op de geluidzone niet meer bedragen dan Letm=50 dB(A). Daarbij telt niet de geluidbelasting van een enkel bedrijf maar het totaal van alle bedrijven op het industrieterrein. Ook wordt onderscheid gemaakt in de dagperiode, de avondperiode en de nachtperiode. Bij de berekeningen wordt uitgegaan van de vergunde geluidruimte van bedrijven. De feitelijke geluidbelasting van bedrijven ligt vaak veel lager omdat de vergunde situatie vaak niet wordt gehaald. In de vergunde situatie produceert een bedrijf bij volledige bezetting. Uit geluidmetingen die regelmatig op de geluidzone worden uitgevoerd blijkt dat de waarde van 50 dB(A) niet wordt bereikt. In de praktijk is het dus stiller dan de berekeningen doen vermoeden. De geluidzone is opgenomen op de verbeelding met de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie'. Het reparatieplan maakt geen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen mogelijk. De geluidcontour van het gezoneerde industrieterrein Waarderpolder raakt meerdere bestemmingsplannen.

Voor de bestaande woningen binnen de zone heeft dit geen ruimtelijke consequenties.

4.5

Luchtkwaliteit De luchtkwaliteit is van belang voor de gezondheid van mens en dier en voor de kwaliteit van het milieu. In de Europese Unie zijn daarom grenswaarden afgesproken waaraan de concentraties van een aantal stoffen vanaf bepaalde ingangsdata moeten voldoen. Die grenswaarden en regelgeving om ze tijdig te bereiken en te handhaven zijn in Nederland opgenomen in de Wet milieubeheer, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen. Het parapluplan brengt een verbetering aan in bestaande bestemmingsplannen. Er vinden geen voor de luchtkwaliteit relevante wijzigingen van toegestane functies plaats die niet al in het vorige bestemmingsplan of vrijstellingen/projectbesluiten ruimtelijk zijn vastgelegd.

4.6

MER-beoordeling Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Hiervoor gelden twee Europese richtlijnen te weten de Europese richtlijn betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten van 13 december 2011 en de Europese richtlijn betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's van 27 juni 2001. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage ontwikkeld. In dit bestemmingsplan wordt niet voorzien in de realisatie van m.e.r.-plichtige of m.e.r.-plichtige beoordelingsplichtige activiteiten.

49

bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)

4.7

Archeologie Inleiding In 1992 ondertekende onder andere Nederland het Verdrag van Valletta. Het doel van dit verdrag is het beschermen van het archeologische erfgoed als bron van het Europese gemeenschappelijke geheugen en als middel voor geschiedkundige en wetenschappelijke studie. Het verdrag is verwerkt in de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) en de Erfgoedwet. De gemeente is op basis van artikel 38a van die wet verplicht om rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De drie belangrijkste uitgangspunten van de Wamz zijn: het behoud van archeologische waarden in de bodem; de initiatiefnemer van het project dat tot bodemverstoring leidt, betaalt de kosten van archeologisch onderzoek; het vroegtijdig integreren van de zorg voor het archeologisch erfgoed in de procedures van de ruimtelijke ordening. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed beheert de Archeologische Monumenten Kaart (AMK). Deze kaart bevat een overzicht van belangrijke archeologische terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria en ingedeeld in diverse categorieën archeologische waarden. In aanvulling op de AMK is er de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW). De IKAW geeft voor heel Nederland, inclusief de bodems van grote wateren, de kans aan op het aantreffen van archeologische resten bij werkzaamheden in de bodem.

Die trefkans is aangegeven in vier categorieën. De Haarlemse bodem Het huidige Haarlem ligt zowel op de oudste strandwal, 56 eeuwen geleden ontstaan, als de op één na oudste strandwal van Nederland. Op deze strandwallen bouwden jagers en vissers in de nieuwe steentijd (vanaf 3600 v. Chr.) eenvoudige onderkomens. Vanaf de bronstijd (2000-800 v. Chr.) legden de mensen akkers aan en bouwden ze boerderijen. Vele eeuwen later, vanaf de Karolingische tijd, ontstond op een strategische plek aan het Spaarne de nederzetting Harulahem. Harulahem, wat huis(en) op een open plek in een op zandgrond gelegen bos betekent, is later verbasterd tot Haarlem. Haarlem ontwikkelde zich al snel tot een belangrijke stad in Holland en kreeg in 1245 stadsrechten. De resten van woningen, huisraad en andere sporen van vroegere bewoning zijn in de loop der eeuwen door natuurlijke processen en kunstmatige ophogingen verborgen geraakt in de Haarlemse bodem. Zo is de Haarlemse bodem een opeenstapeling geworden van diverse lagen van 56 eeuwen bewoningsgeschiedenis. Parapluplan Het parapluplan legt de actuele stand van zaken met betrekking tot de archeologische verwachtingsgebieden vast. 50

bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)

4.8

Cultuurhistorie Hieronder volgen onderdelen van de toelichtingen van de reparatieplannen met betrekking tot het thema Cultuurhistorie. Ook volgt een toelichting over de na-inventarisatie van de 'orde 2-panden' en hoe die zijn verwerkt in het Parapluplan Behoud Omgevingskwaliteiten. Reparatieplan A Beschermd stadsgezicht Sinds 5 december 1990 is de binnenstad van Haarlem en de Haarlemmerhout aangewezen als "beschermd stadsgezicht" in de zin van de Monumentenwet 1988. "Per 5 oktober 2011 is via een besluit ex artikel 35 van de Monumentenwet 1988 het "beschermde stadsgezicht" uitgebreid met gebieden in Haarlem Zuid, Haarlem Zuidwest en Haarlem Noord. De aanwijzing tot "beschermd stadsgezicht" betekent dat het bijzondere ruimtelijke en functionele karakter van het gebied in een bestemmingsplan moet worden beschermd (op grond van artikel 36 van de Monumentenwet 1988 dat van kracht blijft tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet). Reparatieplan A ziet toe op het behoud van de kwaliteiten van de beschermende stadsgezichten Haarlem Zuidwest en Haarlem Noord. Voor het bestemmingsplan Bosch en Vaart, dat binnen Haarlem Zuidwest valt, bevat het reparatieplan nieuwe bouwvoorschriften voor de bestemming Tuin-2. In Haarlem Noord zijn er straten waar woningen een hogere goot- en bouwhoogte mogen hebben dan feitelijk het geval is.

De straten vallen binnen het bestemmingsplan Kleverpark/Frans Hals. Het reparatieplan herstelt deze fout, zodat de feitelijke goot- en bouwhoogte ook de toegestane hoogten zijn. Monumenten De gemeentelijke en rijksmonumenten zijn op de verbeelding weergegeven als orde 1. Deze aanduiding heeft voornamelijk een informatieve waarde. De bescherming zelf is geregeld in de Erfgoedwet en de gemeentelijke monumentenverordening. Het bestemmingsplan heeft geen directe invloed op de bescherming, onderhoud en herstel van het monument. Wel zal bij het bestemmen van deze gebouwen en directe omgeving, in het bestemmingsplan waar nodig rekening worden gehouden met de cultuurhistorische waarde. Reparatieplan B Beschermd stadsgezicht Sinds 5 december 1990 is de binnenstad van Haarlem en de Haarlemmerhout aangewezen als "beschermd stadsgezicht" in de zin van de Monumentenwet 1988. "Per 5 oktober 2011 is via een besluit ex artikel 35 van de Monumentenwet 1988 het "beschermde stadsgezicht" uitgebreid met gebieden in Haarlem Zuid, Haarlem Zuidwest en Haarlem Noord. De aanwijzing tot "beschermd stadsgezicht" betekent dat het bijzondere ruimtelijke en functionele karakter van het gebied in een bestemmingsplan moet worden beschermd (op grond van artikel 36 van de Monumentenwet 1988 dat van kracht blijft tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet). Het reparatieplan brengt geen 51

bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)

wijzigingen aan in bestemmingsplannen die ten koste gaan van het beschermde stadsgezicht. Waardekaarten In november 2013 zijn voor de centrumgebieden Bakenes, Burgwal, Heiliglanden-De Kamp, Oude Stad, Nieuwstad, Papentorenvest en Vijfhoek Bouwhistorische Waardenkaarten gemaakt (zie bijlagen 1 t/m 7). Deze kaarten tonen aan welke panden vermoedelijk waardevol zijn vanuit cultuurhistorisch oogpunt. Het is belangrijk zorgvuldig met deze panden om te gaan. Op de verbeelding zijn aanduidingen opgenomen voor de betreffende panden. De aanduidingen zijn gekoppeld aan regels in het reparatieplan. Hiermee bevat dit plan een beschermend regime voor het behoud van waardevolle elementen van de diverse gebouwen. In deze paragraaf gaan wij nader in op hoe de kaarten tot stand zijn gekomen. Haarlems Erfgoed Er bestaan verschillende manieren om het Haarlemse gebouwde erfgoed te beschermen. De belangrijkste beschermingsregimes zijn die van de Rijks- en gemeentelijke monumentenstatus. Daarnaast bestaan via het bestemmingsplan ook mogelijkheden om erfgoedwaarden te borgen. De waarden van de beschermde stadsgezichten zijn in bestemmingsplannen verwerkt en belangrijke beeldkwaliteiten kunnen ook door middel van een aanwijzing in het bestemmingsplan (op basis van inventarisatie, waardering en duiding van die specifieke kwaliteiten) worden beschermd.

De inventarisaties ten behoeve van een monumentenstatus of beeldkwaliteit zijn echter vaak gebaseerd op visuele inspecties van het exterieur. Terwijl er regelmatig sprake is van een belangwekkende oudere kern achter bijvoorbeeld een negentiende eeuwse gevel. Deze (vaak zestiende of zeventiende eeuwse) historische bouwmassa -die het verhaal vertelt van de ruimtelijke ontwikkeling en de bouwkundige geschiedenis van de stad- is veelal verstopt en kan bij ontwikkeling, aanpassing of (gedeeltelijke) sloop van panden aan het licht komen. Op het moment dat blijkt dat hier sprake is van niet eerder onderkende of gedocumenteerde bouwhistorische waarden, dan is het noodzakelijk om op dat moment een afweging te kunnen maken of en in welke mate deze waarden worden aangetast. Deze situaties doen zich met name voor in de historische binnenstad, aangezien hier veelal sprake is van individuele, kleinere objecten in een gebied dat zich heeft ontwikkeld over een periode van meerdere eeuwen. In het kader van de borging van bouwhistorie in het bestemmingsplan zijn voor de historische binnenstad van Haarlem kaarten gemaakt per stadsdeel, waarop de (verwachte) bouwhistorische waarden zijn aangegeven. Dit biedt de mogelijkheid om bij ontwikkeling beter rekening te houden met het gebouwde erfgoed. Een bouwhistorische waardenkaart is door verschillende steden gemaakt.

Amsterdam, Leiden, 's-Hertogenbosch, Utrecht en Nijmegen gingen Haarlem hierin voor. De ervaring die daarbij is opgedaan, is door het Convent van Gemeentelijke Bouwhistorici uitgewerkt tot een relatief eenvoudige methodiek, die voor het maken van de Haarlemse kaart is gevolgd.

52

bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)

Orde-panden Naast monumenten (orde 1-pand) kent de gemeente ook een lijst met beeldbepalende panden, zogenaamde orde 2-panden. Dit betreft gebouwen (ook bruggen) die ouder zijn dan vijftig jaar en die op grond van hun hoge architectonische kwaliteit, hun plaats in de stedenbouwkundige structuur en/of als toonaangevend element in de gevelwand een belangrijke bijdrage leveren aan het stadsbeeld. De toegevoegde waarde van deze bouwwerken heeft niet alleen betrekking op de aanwezigheid binnen het (voorgenomen) beschermd stadsgezicht, maar ook op individuele architectonische en stedenbouwkundige kwaliteiten van de bouwwerken. Behoud van de specifieke waarden van deze gebouwen voor de gevelwand is het uitgangspunt. De bestemmingsplannen bevatten regels voor orde-panden. Het reparatieplan laat de regels voor orde-panden ongemoeid. Het plan is juist opgesteld om panden te beschermen waar op enig moment blijkt dat zij waardevolle bouwkundige elementen bevatten. Hoe komt een waardekaart tot stand? Als uitgangspunt voor de bouwhistorische waardenkaart is het kadastrale minuutplan uit ca. 1830 genomen. De parcellering en bebouwing die hierop staat aangegeven blijkt uit onderzoek in andere steden veelal terug te gaan tot een middeleeuwse of vroeg moderne situatie.

Daarnaast vormt de periode waarin het minuutplan is gemaakt een omslagpunt van een ambachtelijke naar een industrieel gerichte samenleving. Daarom is dit een logisch moment in de periodisering van de ontwikkeling van de stad. Door het minuutplan te projecteren over de BAG-kaart kan een indruk worden verkregen van de percelen en bebouwing die na 1830 zijn gewijzigd. Op de geprojecteerde kaarten zijn vervolgens de percelen geselecteerd, waarvan de grenzen na 1830 zijn verschoven. Dit beeld is getoetst, gecorrigeerd en aangescherpt door de bouwtekeningen te bekijken van alle panden in de Haarlemse binnenstad die aanwezig zijn in het digitale bouwarchief van de gemeente. Zodoende was het mogelijk om gedetailleerde informatie over de verschillende gebouwen te verkrijgen, waardoor in veel gevallen met zekerheid een gebouw aan een periode kon worden toegeschreven. Dit heeft een verdeling in zeven categorieën opgeleverd: Monumenten van voor 1830 Monumenten van na 1830 Gebouwen met bouwhistorische waarden van voor 1830 Gebouwen met vermoede bouwhistorische waarden van voor 1830 Gebouwen met bouwhistorische waarden van na 1830 tot 1950 Gebouwen met vermoede bouwhistorische waarden van na 1830 tot 1950 Gebouwen met bouwhistorische waarden van na 1950 Net als 1830 is het jaar 1950 als een omslagpunt genomen. Vanaf die tijd maakt het traditionele bouwen steeds meer plaats voor systeembouw.

Onderzoek De bouwhistorische waardenkaarten die zijn gemaakt geven behalve de verwachte bouwhistorische waarden per pand ook inzicht in de stedelijke 53

bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)

ontwikkeling. Duidelijk komen in de verschillende stadsdelen de gebieden naar voren waar na 1830 een aanzienlijke modernisering van de stad heeft plaats gevonden. Als oorzaak kan de grootschalige sloop van huizen rond 1800 worden aangemerkt, die door de bevolkingsafname vanaf het laatste kwart van de 17de eeuw onbewoond waren. De opvolgende 'herbouw' van Haarlem zou in het licht van de economische en industriële ontwikkeling van de stad in de 19de en 20ste eeuw een thema voor bouwhistorisch onderzoek kunnen zijn. Waar de bebouwing van voor 1830 dateert blijkt uit bouwhistorisch onderzoek dat het in veel gevallen gaat om 17de-eeuwse huizen. Dit is op zichzelf niet verwonderlijk. In het midden van de 17de eeuw was de bevolking ten opzichte van het begin van de 16de eeuw meer dan verdrievoudigd, terwijl het oppervlak van de stad gelijk was gebleven. Een onderzoeksvraag die in samenhang met archeologie kan worden gesteld is of de oorspronkelijke middeleeuwse perselering in de 17de eeuw enkel is opgedeeld of waar nodig is aangepast. De verscheidenheid aan indelingen, constructies, materiaalgebruik en afwerking van de huizen in Haarlem in de 17de eeuw is een belangrijke onderzoeksvraag, mede vanwege het belang voor monumentenzorg. Nog aanwezige middeleeuwse gebouwen zijn bijzonder. Het reparatieplan De waardekaarten zijn verwerkt in de plankaart van het reparatieplan.

Ook zijn in het plan regels opgenomen ter bescherming van te verwachten bouwhistorische waarden. Zo is het niet toegestaan om zonder vergunning een gebouw met de dubbelbestemming 'waarde - bouwhistorie' geheel of gedeeltelijk te slopen. Bouwkundige onderdelen mogen ook niet worden verwijderd of veranderd zonder vergunning. Reparatieplan C Zie paragraaf 2.5 voor een nadere toelichting. Parapluplan Behoud Omgevingskwaliteiten Zie paragraaf 2.2.1voor een nadere toelichting

4.9

Duurzaamheid en energie Omdat het voorliggende bestemmingsplan op behoudend van aard is, vindt er geen toetsing plaats aan dit milieuaspect.

4.10 Groenparagraaf Het parapluplan brengt geen wijzigingen aan in het groenbeleid. Ook belemmert het de mogelijkheden van natuurontwikkeling in andere bestemmingsplannen niet.

54

bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)

4.11 Kabels, leidingen, straalpaden en andere belemmeringen Er bevinden zich geen kabels en leidingen in het plangebied waarvoor een specifieke regeling nodig is in het parapluplan. In dit licht zijn er geen belemmeringen voor het bestemmingsplan.

4.12 Natuurwaarden Inleiding Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Sommige diersoorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is belangrijk. Wanneer het goed gaat met de natuur, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn regelen vanuit Europa de bescherming van soorten en gebieden. Deze richtlijnen hebben als doel de bescherming van soorten en hun natuurlijke leefgebieden. In Nederland verloopt de bescherming van natuurwaarden via twee sporen: gebiedsbescherming en soortenbescherming. Dit ligt vast in de Wet natuurbescherming. Deze wet voorziet in vereenvoudige regels ter bescherming van de natuur en in decentralisatie van bevoegdheden naar provincies. Wet natuurbescherming Algemene zorgplicht De Wet natuurbescherming bepaalt dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Dit houdt in dat een soort in een gunstige staat van voortbestaan moet blijven. Bij menselijk handelen, beheerwerk, nieuwbouw en planologische ontwikkelingen moet iedereen, naar redelijkheid, mogelijke nadelige gevolgen voor planten en dieren voorkomen en er in elk geval rekening mee houden.

Voor het uitvoeren van ruimtelijke ingrepen is een ontheffing echter niet vereist op grond van de algemene zorgplicht. Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming wijst op basis van de hiervoor genoemde Europese richtlijnen zogenaamde Natura 2000-gebieden aan. Deze gebieden vormen samen één Europees netwerk van natuurgebieden. Naast de Natura 2000-gebieden zijn er nog andere vormen van gebiedsbescherming. Een aantal terreinen in Nederland is namelijk aangewezen als onderdeel van het natuurnetwerk Nederland (NNN), als bijzonder nationaal landschap, of bijzonder provinciaal natuurgebied dan wel landschap, en de nationale parken. De impact voor een concreet terrein van één van deze vormen van beschermde status kan per situatie anders zijn. Voor dit bestemmingsplan is nagegaan wat de gevolgen zijn van een beschermde status van een natuurterrein, indien dat in het bestemmingplan aanwezig is. Daarnaast is nagegaan, of vanuit het bestemmingsplangebied 55

bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)

externe invloeden mogelijk zijn op de beschermde waarden van een natuurfunctie. Dit blijkt niet het geval te zijn. Het bestemmingsplan is daarom niet in strijd met het onderdeel van de ecologische gebiedsbescherming. Soortenbescherming Ook de soortenbescherming in Nederland ligt wettelijk vast in de Wet natuurbescherming. Het doel is het beschermen van in het wild voorkomende plant- en diersoorten. De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in. Dit zijn het beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, het beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en het beschermingsregime andere soorten. Voor alle regimes geldt dat de beschermde soorten niet verstoord mogen worden. Sommige soorten genieten een striktere bescherming dan andere soorten. Als uit de voorgenomen ingreep blijkt dat verstoring aan de orde is, dan is het aanvragen van een ontheffing bij het bevoegd gezag noodzakelijk. Het beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn gaat over alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten zoals bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Deze soorten mogen niet worden gedood of gevangen, of opzettelijk worden verstoord als dit verstoring van de instandhoudingsstaat wezenlijk beïnvloedt. Ook de eieren, nesten en rustplaatsen van deze soorten genieten bescherming.

Het beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn betreft de (vogel)soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage I en II van het Verdrag van Bern en bijlage II van het Verdrag van Bonn. Ook onder dit beschermingsregime is het verboden om de betreffende dieren in hun natuurlijke verspreidingsgebied te doden of te vangen of opzettelijk te storen. Ook dit regime beschermt eieren, voortplantingsplaatsen en rustplaatsen en daarnaast beschermt het plantensoorten op diverse aspecten. Het beschermingsregime andere soorten gaat over soorten als genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van bepaalde soorten zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. De minister stelt daarnaast van een aantal soortengroepen “rode lijsten” vast van zeldzame en van afnemende soorten. Met de soorten op deze lijsten moet zoveel mogelijk rekening worden gehouden om te zorgen voor de instandhouding daarvan. Een ontheffing is echter niet noodzakelijk. Voor het plangebied geldt dat er geen wijzigingen aan de bestaande situatie worden doorgevoerd als gevolg van het nieuwe bestemmingsplan. Er zijn daardoor geen nadelige effecten voor plant- en diersoorten. Een quick scan onderzoek naar ecologie is niet noodzakelijk.

De ecologische situatie in het plangebied en de natuurwetgeving vormen daarom geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

56

bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)

4.13 Parkeren In het Parapluplan Parkeernormen Haarlem 2018 zijn voorschriften opgenomen over parkeernormen. De voorschriften verklaren de geldende beleidsregels over de parkeernormen van toepassing. Nieuwe bestemmingsplannen verwijzen ook naar deze beleidsregels. Het Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten vervangt het plan uit 2018. In verband met de wettelijke verplichting is de regeling over parkeren opgenomen in dit bestemmingsplan.

4.14 Waterparagraaf Een belangrijk ordenend principe bij ruimtelijke plannen is het waterbeheer: de zorg voor veiligheid tegen overstromingen en voor voldoende en gezond oppervlaktewater. Waterbeheerders willen in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken worden bij het proces van ruimtelijke planvorming. De Watertoets is hiervoor het wettelijk geregelde procesinstrument, zie www.dewatertoets.nl. Het parapluplan is een behoudend plan. De toekomstige situatie wijkt daardoor slechts op kleine onderdelen af van de huidige situatie. Dit betekent dat er geen veranderingen in de waterhuishouding zullen optreden door het plan.

57

bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)

58

bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)

Hoofdstuk 5 JURIDISCHE ASPECT EN 5.1

Inleiding De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht gemeenten bestemmingsplannen op te stellen. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is verder uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Het gaat om een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast biedt zowel de Wro als het Bro opties voor een verdere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet worden gedacht aan de toepassing van afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. De bruikbaarheid van deze instrumenten is geheel afhankelijk van het doel van het bestemmingsplan en de gewenste bestemmingsmethodiek van de gemeente Haarlem. Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar. Dat is in principe de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Er is één landelijke voorziening waar alle ruimtelijke plannen voor een ieder volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Hiertoe moeten alle bestemmingsplannen voldoen aan landelijk vastgestelde standaarden. In de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) zijn de hoofdgroepen van bestemmingen bepaald, zoals Wonen, Bedrijven e.d. Ook geeft de SVBP2012 bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels.

Dat leidt ertoe dat de systematiek zoals gehanteerd in dit bestemmingsplan, op ondergeschikte onderdelen af kan wijken van de voorheen geldende planologische regelingen. Het juridische bindende onderdeel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De planregels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen over de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels en ook de functie van visualisering van de bestemmingen.

5.2

Juridische planopzet Bij bestemmingsplannen gaat het om de belangen van burgers en bedrijven. Zij dienen zich snel en op eenvoudige wijze een juist beeld te kunnen vormen van de planologische mogelijkheden en beperkingen op één of meer locatie(s). Daarnaast is de vergelijkbaarheid van ruimtelijke plannen van groot belang voor degenen die deze plannen in grotere samenhang wensen te bezien. Denk hierbij aan degenen die betrokken zijn bij de planvoorbereiding, de planbeoordeling, het monitoren van beleid en de handhaving. Er is één landelijke voorziening waar alle ruimtelijke plannen voor iedereen volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn: www.ruimtelijkeplannen.nl. Hiertoe moeten alle bestemmingsplannen voldoen aan landelijk vastgestelde standaarden. In de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012)

59

bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)

zijn de hoofdgroepen van bestemmingen bepaald, zoals Wonen, Bedrijven e.d. Ook geeft de SVBP2012 bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels. De regels van het bestemmingsplan vallen op grond van de SVBP2012 in 4 hoofdstukken uiteen. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 3 Algemene regels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels 5.2.1 Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel Begrippen Dit artikel definieert de begrippen die in de regels worden gehanteerd. Daardoor wordt vermeden dat verschillende interpretaties van de begrippen tot verschillen van mening over de regelgeving zouden kunnen leiden. Bij toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik. Artikel Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten gemeten moeten worden. Een aantal bepalingen schrijft de regeling SVBP2012 dwingend voor. 5.2.2 Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels 5.2.2.1

Bestemmingen

Artikel 3 Agrarisch De bestemming 'Agrarisch' regelt het bestaande gebruik van de gronden van de bestaande agrarische bedrijven in het plangebied. De gronden mogen worden gebruikt overeenkomstig het huidige gebruik. Ook de bestaande bouwmogelijkheden zijn opgenomen in dit bestemmingsplan. Wonen is uitsluitend toegestaan in de op de verbeelding aangeduide bedrijfswoningen. Er wordt niet voorzien in een uitbreiding van het aantal bestaande bedrijfswoningen. Artikel 4 Agrarisch met natuurwaarden De bestemming 'Agrarisch met natuurwaarden' regelt zowel het behoud van de landschappelijke waarden als het bestaande gebruik van de gronden van de bestaande bedrijven in het plangebied. Artikel 5 Bedrijf 60

bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)

De bestemming 'Bedrijf' is bedoeld voor bestaande bedrijfsgebouwen of gronden die uitsluitend zijn bestemd voor bedrijfsmatige activiteiten en bijbehorende voorzieningen. Artikel 6 Bedrijventerrein De bestemming is bedoeld voor het bedrijventerrein Waarderpolder. De voorschriften van het bestemmingsplan Bedrijventerrein Waarderpolder zijn van toepassing verklaard op de betreffende percelen. Artikelen 7, 8 en 9 Centrum 1, Centrum 2 en Centrum 3 De bestemming 'Centrum' wordt alleen gebruikt als sprake is van een "dorpsof stadskern in planologische/stedebouwkundige zin." (SVBP2012). Het betreft onder meer het gebied binnen de Haarlemse binnenstad waar het kernwinkelapparaat geconcentreerd is. Binnen de bestemming 'Centrum' wordt in het parapluplan onderscheid gemaakt in Centrum - 1 (C1), Centrum - 2 (C2) en Centrum - 3 (C3). C1 (hoofdwinkelstraten in kernwinkelgebied): Kenmerk: aaneengesloten front van winkels en publieksgerichte functies. Op de begane grond komt de woonfunctie niet voor. Binnen deze bestemming is op de begane grond detailhandel (inclusief ondergeschikte horeca) en publieksgerichte dienstverlening en galerie toegestaan. Op de bovenverdiepingen is wonen toegestaan. Via een afwijkingsbevoegdheid kan de begane grondfunctie toegestaan worden op de verdiepingen.

Op de begane grond en op de verdiepingen is horeca toegestaan wanneer en zoals in de regels en/of op de verbeelding aangegeven. Daarnaast kan medewerking verleend worden aan de functie daghoreca (horeca 1) door toepassing te geven aan de afwijkingsbevoegdheid. C2 (aanloopstraten in kernwinkelgebied): Kenmerk: Onderscheid met C1 is dat in C2 op de bovenverdieping in beginsel alleen wonen is toegestaan. Op de begane grond komt de woonfunctie beperkt voor. Binnen deze bestemming zijn op de begane grond detailhandel en publieksgerichte dienstverlening en galerie toegestaan. Een horecafunctie is mogelijk indien dat als zodanig is aangeduid op de verbeelding. Zoals reeds aangegeven is op de bovenverdiepingen alleen wonen toegestaan, tenzij anders aangegeven door middel van een aanduiding op de verbeelding. Bestaande centrumfuncties op de verdieping worden hiermee gerespecteerd. Bestaande woningen op de begane grond worden ook gerespecteerd door middel van een aanduiding op de verbeelding. Via een afwijkingsbevoegdheid wordt daghoreca (horeca 1) mogelijk gemaakt. Dit geldt ook voor activiteiten die niet zijn genoemd in de bestemmingsomschrijving, maar naar aard en invloed op de omgeving hiermee wel gelijk te stellen zijn. C3 (maatwerk)

61

bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)

Is gelegen in kernwinkelgebied maar kent een specifieke invulling. Deze bestemming wordt incidenteel gebruikt. Horecatypen In het bestemmingsplan zijn binnen de bestemmingen Centrum op de verbeelding enkele gebouwen aangeduid als horeca. De volgende typen horeca zijn te onderscheiden: Horeca 1 Aan de detailhandelsfunctie verwante horeca die hoofdzakelijk overdag eenvoudige etenswaren verstrekken en als nevenactiviteit licht- en niet-alcoholische dranken verstrekken zoals lunchroom, ijssalon, koffiebar, tearoom en daarmee gelijk te stellen horecabedrijven. De openingstijden van deze horecabedrijven (aanvullende daghoreca) zijn meestal gerelateerd aan de winkeltijden. Dit wil niet zeggen dat de daghoreca exact ook deze tijden moet hanteren, maar het moet hier wel een relatie mee hebben. De locatie van de horecabedrijven is gerelateerd aan detailhandel en het overgrote deel van het beoogde publiek is er al want dat komt voor andere (detailhandels)functies waardoor er (vrijwel) geen extra verkeersaantrekkende werking is. Bepalend is de relatie met de winkeltijden en de andere functies. Horeca 2 Horecabedrijven die hoofdzakelijk maaltijden verstrekken en als nevenactiviteit alcoholische en niet-alcoholische dranken verstrekken waarbij de nadruk ligt op het verstrekken van maaltijden, zoals restaurants en eethuisjes en daarmee gelijk te stellen horecabedrijven.

Deze horecabedrijven (maaltijdverstrekking onafhankelijk van winkeltijden) onderscheiden zich door aard van de functie en openingstijden, hebben in de regel vooral fiets- en voetgangersverkeer en maar een beperkte verkeersaantrekkende werking voor autoverkeer. In de avonden zijn deze horecabedrijven meestal open tot ongeveer 23:00 uur. Een aparte groep hierbinnen zijn de bezorgdiensten die overlast kunnen geven door het aan en afrijden en brommerparkeren op de stoep. Horeca 3 Horecabedrijven die hoofdzakelijk dranken en eten verstrekken waarbij de nadruk ligt op het verstrekken van dranken, zoals cafés en eetcafés en daarmee gelijk te stellen horecabedrijven. Horecabedrijven zoals cafés (verkoop alcohol als hoofdactiviteit, muziek/dansen en eten bijkomstig) onderscheiden zich door openingstijden (vroeg open en laat dicht), normaliter een geleidelijker instroom en uitstroom van bezoekers dan discotheken, minder verkeersaantrekkende werking (meer fiets/voetgangers verkeer), vaak een beperkte omvang, veel alcoholgebruik, potentieel zware overlast voor directe omgeving doordat alcoholverstrekking hoofddoel is. Horeca 4 Horecabedrijven die hoofdzakelijk logies per nacht verstrekken met als nevenactiviteit het verstrekken van maaltijden en dranken en het houden van bijeenkomsten/vergaderingen/congressen.

Horecabedrijven zoals hotels en pensions onderscheiden zich door verkeersaantrekking (af en aanrijden van

62

bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)

taxi's en/of bussen), gebruik van de hotelfunctie vooral door gasten, verder weinig publiekaantrekking, in de regel minder overlast dan bij cafés of discotheken ook door een beperkter alcoholgebruik ter plaatse en geen grote bezoekersaantallen. Horeca 5 Horecabedrijven die hoofdzakelijk dranken verstrekken en gericht zijn op dansen en beluisteren van muziek, zoals dancings en discotheken en gelijkwaardige horecabedrijven. Horecabedrijven zoals discotheken en bar-dancings onderscheiden zich door late openingstijden, instroom van bezoekers in nachtelijke uren, een plotselinge en grote uitstroom rond sluitingstijd, in de regel een hogere verkeersaantrekkende werking dan bij bijvoorbeeld cafe's, grotere bezoekersaantallen en potentieel zware overlast door de verstrekking van grote hoeveelheden alcolhol in combinatie met afwijkende openingstijden. Om binnen de horeca een functiewisseling naar minder overlast gevende typen horeca mogelijk te maken is functiewisseling van horeca 3 naar horeca 2 en horeca 1 toegestaan, en van horeca 2 naar horeca 1. Uitsluiting adressen Het vorige bestemmingsplan liet op de adressen Kleine Houtstraat 6 en 8 geen hotel toe op de verdiepingen. Het parapluplan heeft deze beperking overgenomen, door in de voorschriften horeca 4 op de verdiepingen van deze adressen uit te sluiten.

Artikel 10 Cultuur en ontspanning Binnen de bestemming 'Cultuur en ontspanning' is het mogeljik de volgende activiteiten te ontplooien: atelier, congrescentrum, creativiteitscentrum, dansschool, museum, muziekschool, theater, film, muziek- en concertzaal. Ondergeschikte voorzieningen zijn mogelijk zoals (kleinschalige) horeca en (kleinschalige) detailhandel. Artikelen 11, 12, 13, 14 en 15 Gemengd 1 t/m 5 Algemeen De bestemming 'Gemengd' wordt gebruikt voor gebouwen waarin een menging van wonen en werken aanwezig of gewenst is. Binnen de bestemming 'Gemengd' worden 5 standaard typen onderscheiden, variërend van woongebouwen met beperkte mogelijkheden voor economische functies tot gebouwen waarin alleen een menging van werkfuncties is toegestaan. Dienstverlening Een dienst is te typeren als een transactie waarbij een niet fysiek goed wordt geleverd. Een bedrijf dat gericht is op het vervaardigen van producten is geen dienstverlening. Dit geldt ook voor zelfstandige vormen van detailhandel zoals een supermarkt. Publieksgerichte dienstverlening bestaat uit diverse soorten dienstverlening. Ten eerste gaat het om zakelijke dienstverlening waarbij er sprake is van fysiek contact met de klant. Voorbeelden zijn een makelaar, reisbureau,

63

bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)

kantoor met loket en dergelijke. Ten tweede consumentverzorgende dienstverlening zoals een kapper. In deze categorie valt ook een stomerij en een wasserette. Ten derde horen openbare dienstverlening en overheidsinstanties gericht op het publiek tot publieksgerichte dienstverlening. Tot slot hoort ook (para)medische dienstverlening tot publieksgerichte dienstverlening. Een medische dienstverlener kan een huisarts zijn en een paramedische dienstverlener bijvoorbeeld een logopedist of een fysiotherapeut. Onder niet-publieksgerichte dienstverlening vallen alle vormen van zakelijke dienstverlening waarbij er geen sprake is van fysiek contact met de klant ter plaatse.Voorbeelden van niet publieksgerichte dienstverlening zijn: kantoren zonder loket, informatie technologie bureau, grafische afwerking en dergelijke. Gemengd - 1 Deze bestemming wordt vooral gebruikt voor gebouwen in gebieden waar hoofdzakelijk wordt gewoond,waar op de begane grond zowel wonen als kleinschalige functies met een beperkte verkeersaantrekkende werking en hinder zijn toegestaan, zoals niet-publieksgerichte dienstverlening, kantoor zonder loketfunctie, ateliers, praktijkruimten en kleinschalige bedrijven. Op de overige verdiepingen is uitsluitend wonen toegestaan. Beroepsuitoefening aan huis behoort tot de mogelijkheden.

Gemengd - 2 Deze bestemming wordt vooral gebruikt voor gebouwen in aanloopstraten naar het centrum waar op de begane grond zowel wonen als (beperkt dan wel meer verkeersaantrekkende) kleinschalige functies zijn toegestaan, zoals detailhandel, publieksgerichte en niet-publieksgerichte dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen en kleinschalige bedrijven. Op de overige verdiepingen is uitsluitend wonen toegestaan. Beroepsuitoefening aan huis behoort tot de mogelijkheden. Gemengd - 3 Deze bestemming wordt vooral gebruikt voor (kleine) buurtwinkelcentra waar alleen (beperkt dan wel meer verkeersaantrekkende) kleinschalige functies zijn toegestaan, zoals detailhandel, publieksgerichte en niet-publieksgerichte dienstverlening en maatschappelijke voorzieningen. Gemengd - 4 Deze bestemming wordt gebruikt voor gebouwen waar op de begane grond én op de overige verdiepingen zowel wonen als werkfuncties zijn toegestaan zoals kantoor, maatschappelijke voorzieningen en dienstverlening. Vaak gaat het om gebouwen die (onder meer door hun ligging, grootte en/of monumentale status) een bijzonder uitstraling hebben. Detailhandel en bedrijven zijn niet toegestaan. Beroepsuitoefening aan huis behoort tot de mogelijkheden.

Gemengd - 5 Deze bestemming wordt gebruikt voor gebouwen waar niet mag worden gewoond maar uitsluitend werkfuncties zijn toegestaan zoals publieksgerichte en niet-publieksgerichte dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen en 64

bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)

bedrijven. Vaak gaat het om gebouwen die (onder meer door hun ligging, grootte en/of monumentale status) een bijzonder uitstraling hebben. Detailhandel en bedrijven zijn niet toegestaan. Artikel 16 Groen De (openbare) groengebieden van structurele aard zijn specifiek bestemd als 'Groen'. Bermen en bomen langs wegen maken deel uit van de bestemming 'Verkeer'. Binnen de bestemming 'Groen' is ruimte voor waterlopen zoals slootjes. Artikel 17 Horeca Zie de beschrijving van de horecatypen bij de bestemming Centrum. Artikel 18 Maatschappelijk De bestemming 'Maatschappelijk' wordt gehanteerd voor bestaande bouwwerken of gronden die geheel gebruikt worden voor onderwijs, openbaar bestuur, zorg- en welzijn, religie of maatschappelijke opvang. Artikel 19 Recreatie De bestemming Recreatie is bedoeld voor verenigingen. Het is mogelijk om op gronden met deze bestemming een clubgebouw te realiseren. Artikel 20Tuin 1 De op de verbeelding voor 'Tuin - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen en erven behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdbebouwing. Binnen deze bestemming zijn alleen erkers, tuinen en verhardingen toegestaan. Onder voorwaarden kunnen uitsluitend bouwwerken geen gebouw zijnde worden toegestaan zoals erfafscheidingen en vlaggenmasten. Een aan- of uitbouw of een bijgebouw zoals een berging kan niet binnen deze bestemming worden gebouwd.

Deze bestemming komt vaak voor aan de voorzijde van woningen. Bebouwing aan de voorzijde van woningen geeft een rommelig beeld en kan vooral bij hoekwoningen het uitzicht voor automobilisten verminderen waardoor gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. Parkeren in tuinen met bestemming 'Tuin - 1' is alleen toegestaan waar dit met een aanduiding op de verbeelding, dan wel specifiek in de regels voor een locatie, is aangegeven. Artikel 21 Tuin 2 De op de verbeelding voor 'Tuin - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen en erven behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdbebouwing. Deze bestemming komt vooral voor in tuinen aan de achterkant van gebouwen, de zogeheten erven. Op deze gronden mogen onder voorwaarden aan- en uitbouwen en bijgebouwen worden gebouwd. Het is niet toegestaan dat de gronden met de bestemming 'Tuin - 2' geheel worden volgebouwd. Dit in het belang van de woonkwaliteit in de vorm van voldoende openheid. In de planregels zijn daarom maximale bouwregels opgenomen. De gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 50 procent van het bestemmingsvlak met een maximum oppervlakte van 40 m². De hoogte van de aan- en uitbouwen mogen tot 4

65

bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)

meter hoog en losse bijgebouwen tot 3 meter hoog. Parkeren op gronden met de bestemming 'Tuin - 2' is toegestaan in gebouwde voorzieningen én waar dit met een aanduiding in de verbeelding is aangegeven. Artikel 22Tuin 3 De op de verbeelding voor 'Tuin - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen en erven behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdbebouwing. De gronden die onder deze bestemming vallen mogen voor 100 procent worden bebouwd. De bouwhoogte van aan- en uitbouwen mag maximaal 4 meter bedragen; de bouwhoogte van bijgebouwen en van bouwwerken geen gebouw zijnde mag maximaal 3 meter bedragen. Legale bebouwing die hoger is dan 3 meter wordt via een aanduiding op de kaart mogelijk gemaakt. Dakterrassen zijn toegestaan op aan- en uitbouwen tenzij er sprake is van privaatrechtelijke belemmeringen. Het is niet toegestaan om een dakterras te gebruiken voor horeca tenzij dit op de verbeelding is aangeduid. Horeca op een dakterras is namelijk ongewenst in verband met mogelijke overlast op de directe omgeving, onder andere door de intensiteit van het gebruik bij een gebruikelijke bedrijfsvoering. Parkeren op gronden met de bestemming 'Tuin - 3' is toegestaan in gebouwde voorzieningen én waar dit met een aanduiding op de verbeelding is aangegeven.

Artikel 23 Verkeer De in het plangebied voorkomende wegen, met bijbehorende bermen, parkeerplaatsen, bomen, fiets- en voetpaden en alle andere bijbehorende voorzieningen zijn ondergebracht in de verzamelbestemming 'Verkeer'. Binnen de bestemming 'Verkeer' zijn groen-, water- en speelvoorzieningen toegestaan evenals bouwwerken voor de verkeers- en verblijfsfunctie, waaronder nutsvoorzieningen, abri's, (ondergrondse) afval- en recyclecontainers en (ondergrondse) bergbezinkbassins, verkeers- en lichtmasten, reclameborden en bouwwerken geen gebouw zijnde zoals fietsenrekken. Binnen de bestemming 'Verkeer' moet ruimte gelaten worden om zonodig veranderingen te kunnen aanbrengen in de inrichting van de openbare ruimte, afgestemd op wijzigende behoeften. Gedacht kan worden aan ruimte voor diverse verkeerstechnische aanpassingen (zoals veiligere inrichtingen). Artikel 24 Verkeer - Railverkeer De spoorlijnen, het stationsgebouw en de spoorbrug die in het plangebied zijn als Verkeer - railverkeer bestemd. Binnen deze bestemming mogen voorzieningen worden gerealiseerd ten behoeve van het betreffende railverkeer zoals hoogspanningsmasten, geluidschermen en regelstations. Artikel 25 Water De in het plangebied voorkomende waterlopen, waterwegen en waterpartijen, en bijbehorende voorzieningen zijn ondergebracht in de bestemming 'Water'.

Deze gronden zijn bestemd voor waterberging en de waterhuishouding, waterlopen en waterpartijen, verkeer over water, groenvoorzieningen, oevers, kunstwerken en bijbehorende voorzieningen, zoals bruggen, sluizen, stuwen, dammen, steigers, duikers, gemalen. Op gronden met de bestemming 'Water' mag niet worden gebouwd, behalve waar het gaat om het veranderen of 66

bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)

vernieuwen van bestaande beschoeiingen, kaden, aanlegplaatsen, remmingen, meerpalen en dukdalven. Artikel 26 Wonen De bestemming 'Wonen' is bedoeld voor gebouwen binnen het plangebied die uitsluitend voor wonen worden gebruikt. Op enkele plaatsen is (beperkte) uitbreiding van de bestaande woningen toegestaan. Beroepsmatige activiteiten aan huis zijn binnen de bestemming Wonen toegestaan onder de voorwaarde dat deze activiteiten ondergeschikt zijn aan het wonen en niet meer ruimte in beslag nemen dan 35 procent van het bruto vloeroppervlak van een woning met een maximum van 50 m2. Aan huis verbonden dienstverlenende beroepen kunnen bijvoorbeeld zijn: kleine adviesbureaus, kleine financiële instellingen, pedicures en praktijkruimten voor de zogenaamde vrije beroepen zoals arts, tandarts en notaris. Verder is gastouderopvang en bed & breakfast toegestaan. Begeleid wonen wordt als passend binnen de woonfunctie gezien. Onder begeleid wonen wordt verstaan: vormen van wonen waarbij de begeleiding door externen plaatsvindt, zodat zelfstandig wonen mogelijk wordt of blijft, met dien verstande dat de externen niet voortdurend of nagenoeg voortdurend aanwezig zijn en in de woning geen afzonderlijke ruimte voor de begeleiding aanwezig is. 5.2.2.2

Dubbelbestemmingen

Artikel 27 Leiding - Hoogspanning hoogspanningsleidingen zijn op de verbeelding aangeduid als dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanning'. Deze dubbelbestemming is leidend ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende enkelbestemmingen. Op deze gronden mag in principe niet worden gebouwd. Voor bepaalde werken is een omgevingsvergunningstelsel voor werken (voorheen aanlegvergunningstelsel) opgenomen. Artikel 28 Leiding - Water Waterleidingen zijn op de verbeelding aangeduid als dubbelbestemming 'Leiding - Water' met een veiligheidsstrook ter breedte van 5 meter aan weerszijde van de hartlijn van de leiding. Deze dubbelbestemming is leidend ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende enkelbestemmingen. Op deze gronden mag in principe niet worden gebouwd. Voor bepaalde werken is een omgevingsvergunningstelsel voor werken (voorheen aanlegvergunningstelsel) opgenomen. Artikel 29 Waarde - Archeologie De aanwezige archeologische verwachtingswaarden krijgen bescherming door het toekennen van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, ook bestemd voor de bescherming en de veiligstelling van archeologische waarden. Het bestemmingsplan houdt

67

bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)

rekening met de Archeologische Beleidskaart Haarlem. Er zijn zes categorieën. Drie daarvan zijn onderverdeeld in A en B. Er is in deze dubbelbestemming een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de begrenzing te veranderen of de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' te verwijderen als archeologische bevindingen daartoe aanleiding geven. Artikel 30 Waarde - Beschermd stadsgezicht (dubbelbestemming) De dubbelbestemming 'Waarde - Beschermd stadsgezicht' ligt over het hele plangebied. Deze dubbelbestemming valt samen met de begrenzing van het formele aanwijzingsbesluit van het Beschermd Stadsgezicht Haarlem. Het doel van het bestemmingsplan is de essentiële waarden van dit Beschermd Stadsgezicht te beschermen. De waarden van het beschermde stadsgezicht zijn in het bestemmingsplan in vrijwel alle bestemmingen vastgelegd. Voor de bescherming van het beschermd stadsgezicht zijn bij het opstellen van de regels van dit bestemmingsplan de volgende uitgangspunten gehanteerd: Behoud, bescherming en waar mogelijk versterking van het straat- en bebouwingsbeeld; Instandhouding en/of herstel van de monumenten en beeldbepalende gebouwen. Deze zijn op de verbeelding respectievelijk aangegeven als orde1 (rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten) en als orde 2 (beeldbepalende gebouwen).

Bij beeldbepalende gebouwen (orde 2) moeten specifieke waarden van het pand (zoals opgenomen in de redengevende omschrijving binnen de gevelwand behouden blijven. Bij verbouwing heeft een restauratieve aanpak van de straatgevels en de kap de voorkeur. Voor ensembles en seriebouw geldt dat de samenhang tussen de verschillende gebouwen moet worden gehandhaafd. Bij verbouwingen waarbij het beeld van gevel en/of kap wordt gewijzigd, dient dat in de afzonderlijke gebouwen zodanig te gebeuren dat de samenhang in het ensemble niet wordt verstoord. Daarom moet een bouwkundige ingreep worden afgestemd met de overige gebouwen in een ensemble of een serie identieke gebouwen. Nadere uitleg regeling orde-2 panden Betekenis Binnen het gebouwde cultureel erfgoed vertegenwoordigen orde-2 panden een belangrijke categorie en leveren een wezenlijke bijdrage aan de identiteit en de beleving van Haarlem als historische en gelaagde stad. Orde-2 panden zijn aangewezen op basis van hun beeldbepalende karakter en vanwege de bijdrage die zij leveren aan de stedenbouwkundige structuur en morfologie, de ruimtelijke ontwikkeling, of het dakenlandschap en daarmee het (ruimtelijke) karakter van de plek en de stad. De waardering is gebaseerd op drie hoofdcriteria: 1. Stedenbouwkundige waarden:

68

bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)

situering, stedenbouwkundige context, volume-opzet hoofdgebouw. Het gaat hier om de betekenis van het object voor de stad, de wijk of de straat waar het zich in bevindt. Samenhang met naastgelegen panden; ensemblewaarde. 2. Architectuurhistorische waarden: het object is uniek of juist heel typerend wat betreft bouwstijl, bouwtrant (techniek) of architect. Kwaliteit architectuur/ontwerp - Gaafheid qua detaillering en stijl. 3. Cultuurhistorische waarden: belang vanuit gebruik, typologie, functie en ontstaansgeschiedenis van de wijk/buurt/streek. Waarom een object precies is aangewezen als orde-2 kan dus per geval sterk verschillen en dit heeft vanzelfsprekend ook gevolgen voor hoe ingrepen aan deze panden worden beoordeeld. Elk orde-2 pand heeft een eigen palet aan waarden. Een pand dat uniek is in een wijk vanwege een afwijkende architectuur wordt anders beoordeeld dat een pand dat vooral belangrijk is vanwege de samenhang van de gevelwand waar het pand onderdeel van uitmaakt. Bescherming Onder de bescherming van de Orde-2 regeling vallen de beeldbepalende kenmerken voor zover die relevant zijn voor de cultuurhistorische kwaliteit van de ruimtelijke omgeving. Hierbij gaat het logischerwijs om ruimtelijke kenmerken zoals het volume en de hoofdvorm. Maar omdat cultuurhistorische waarden ook ruimtelijk relevant zijn, gaat de bescherming verder.

Architectonische en bouwhistorische kenmerken, ofwel de oorspronkelijke materialen die de bouwgeschiedenis laten zien vallen hiermee ook onder de bescherming van Orde-2. In zijn algemeenheid gaat het om de volgende kenmerken: stedenbouwkundige situering; voor- en achtergevelrooilijn; hoofdopzet van het pand (de bouwmassa en bouwvorm, goot- en nokhoogte); kapvorm en dakhelling; hoofdvorm van de kap met kenmerkende elementen als dakkapellen of schoorstenen; gevelindeling: dat betekent de opzet van de relevante gevel met gevelopeningen, maar ook de invulling daarvan, vormgeving van aanvullende gevelelementen en dakranden die de architectuur bepalen. Dit heeft ook betrekking op het wijzigen van materiaal waarbij de detaillering en daarmee de gevelkarakteristiek wijzigt; oorspronkelijke typologie van het pand. Vanwege het beeldbepalende karakter van de orde-2 panden geldt dat behoud en herstel het uitgangspunt is. Hiervoor gelden daarom de volgende regels die voorschrijven dat:

69

bestemmingsplan "Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem" (vastgesteld)

de bestaande goot- en nokhoogte uitgangspunt zijn; de voor- en achtergevelrooilijn behouden blijven; de zowel de richting als de vorm van de kap niet mogen worden veranderd en dat kenmerkende elementen zoals originele dakkapellen en schoorstenen behouden blijven; dat de bestaande gevelindeling met gevelelementen zoals vensters, dakranden, gevelstenen, en karakteristieke puien, behouden blijft. Artikel 31 Waarde - Bouwhistorie De binnen de bestemming 'waarde - bouwhistorie' aangewezen gronden zijn ook bestemd voor het behoud van de bouwhistorie. Een aantal panden in het centrum bevat mogelijk bouwhistorische waarden. Een ingreep aan deze panden kan alleen met een omgevingsvergunning waarbij vooraf is onderzocht of er daadwerkelijk bouwhistorische waarden aanwezig en in het geding zijn. Artikel 32 Waarde - Cultuurhistorie De binnen de bestemming 'waarde - cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn ook bestemd voor het behoud en de versterking van de cultuurhistorische waarden. Voor deze bestemming geldt voor bepaalde activiteiten en werkzaamheden een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken. Artikel 33 Waterstaat - Waterkering De in het gebied voorkomende regionale waterkering(en) en bijbehorende voorzieningen vallen onder deze bestemming. Hierbij dient de Keur van het Hoogheemraadschap van Rijnland in acht te worden genomen.

Deze dubbelbestemming dient ter bescherming van de regionale waterkering(en) binnen het plangebied. Uitsluitend 'bouwwerken geen gebouwen zijnde' voor de regionale waterkering zijn toegestaan. Om te kunnen bouwen overeenkomstig de andere ter plaatse geldende bestemmingen is een omgevingsvergunning vereist. 5.2.2.3 Afwijken van de bouwregels Binnen bovenstaande (dubbel)bestemmingen is de bevoegdheid opgenomen voor burgemeester en wethouders (bevoegd gezag) om van bepaalde bouwregels af te mogen wijken. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' bevat de bevoegdheid om af te wijken van bepaalde bouwregels. Het bevoegde gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor het overleggen van een waardestellend archeologisch rapport, met inachtneming van de voor de betrokken bestemmingen geldende (bouw)regels. Deze vergunning wordt verleend als aangetoond is dat er geen archeologische waarden aanwezig of te verwachten zijn, of als aangetoond is dat die niet verstoord zullen worden. Criteria bij afwijken van bouwregels Bij de uitoefening van deze bevoegdheid wordt aan een aantal criteria 70

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14647579/2