CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Kaderbrief 2027

gemeenteraad 2 juli 2026, gemeente HaarlemBij agendapunt: Besluitvorming Kaderbrief 2027, Voortgangsrapportage 2026 en MPG 2026 - 203041.450 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

64

is op een aantal locaties aangepast omdat dit nodig bleek om bomen te behouden. Tot slot heeft de aannemer een jaar na opdracht recht op indexatie van de eenheidsprijzen, waarbij sprake is van sterke kostenstijging. Hier tegenover staat een hogere te ontvangen subsidie dan eerder werd verwacht, waardoor de hogere kosten per saldo worden afgedekt. Koninginneweg – Noorder-Emmakade Op basis van het raadsvoorstel Vaststellen definitief ontwerp en vrijgave krediet Koninginneweg & Noorder Emmakade (2026/757985) wordt het projectbudget verhoogd tot € 7,5 miljoen. Deze ophoging is het gevolg van een hogere rioleringsopgave, waaruit bleek dat de omvang en complexiteit groter waren dan eerder was ingeschat. Verder is de hogere raming het gevolg van straatmeubilair, toepassing van gebakken klinkers en lichtmasten aanvullend tegen opzichte van de eerder gemaakte raming. Ter dekking hiervan wordt IP post RIO.000 (riolering en stedelijk water) met € 896.000 verlaagd en IP post OR.000 (investeringen openbare ruimte) met € 205.000 verlaagd. Roosje Vospad Voor de herinrichting van het plantsoen aan het Roosje Vospad wordt voorgesteld het eerder vrijgegeven krediet van € 981.000 te verhogen tot € 1,1 miljoen.

Voor deze verhoging van € 87.000 wordt IP post OR.000 Roosje Vospad OR bij de Kadernota 2027 met dit bedrag verhoogd, wat wordt gedekt door de IP post OR.000 Investeringen openbare ruimte met eenzelfde bedrag te verlagen. Spaarnwouderstraat Vanuit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is een subsidiebedrag van € 77.900 ter beschikking gesteld voor het project Spaarnwouderstraat. In het kader van het investeringsimpuls Verkeersveiligheid wordt een impuls gegeven aan het verbeteren van de verkeersveiligheid op het wegennet. Binnen het project Spaarnwouderstraat wordt een fietsstraat aangelegd op een 30 k/m weg, de subsidie dekt 50% van de aanlegkosten hiervan. Wilhelminastraat Op basis van de nieuwe raming bij het voorlopig ontwerp van de Wilhelminastraat (2025/742823) vallen de kosten hoger uit dan bij de eerdere raming was voorzien. De rioleringsopgave is in deze raming uitgewerkt. Door de aanleg van drainage in de Wilhelminastraat en de vervanging van het hoofdriool in de Prins Hendrikstraat wordt het bedrag ten aanzien van riolering opgehoogd met € 2,2 miljoen ten laste van de stelpost Stedelijk water. De middelen voor openbare ruimte worden, conform de raming, verlaagd met € 270.000 ten gunste van de stelpost Openbare ruimte.

Willem Buyslaan Op basis van de startnotitie Willem Buyslaan en omgeving (2026/8060) wordt het projectbudget van dit project opgehoogd tot € 3,7 miljoen. De benodigde ophoging bedraagt € 990.000 voor riolering, ten laste van de stelpost Stedelijk water (RIO.000). Het resterende deel van de ophoging, € 60.000 voor openbare ruimte, komt ten laste van de stelpost Prijsstijgingen. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2026-2031 is voorzien dat er prijsstijgingen zouden zijn in projecten waarvoor op dat moment nog geen gedetailleerde SSK-ramingen beschikbaar waren. Om deze stijgingen op te vangen is een stelpost prijsstijgingen (OR.000) opgenomen in het investeringsplan. Stadsschouwburg/PHIL De PHIL schaft nieuwe vleugels aan, in plaats van in 2035 wordt die investering in 2027 gedaan. Er is een bedrag van € 198.000 nodig. In 2026 is een bedrag over van € 81.000, dat kan hiervoor ingezet worden. Het resterende bedrag kan worden opgevangen vanuit de post Vaste gebruiksvoorzieningen in 2030. Door te schuiven blijft Stadsschouwburg/PHIL binnen de beschikbare budgetten.

Kaderbrief 2027

65

Begraafplaats Akendam aula Om de aula toekomstbestendig te maken, worden verbeteringen doorgevoerd op het gebied van verduurzaming, toegankelijkheid en het uitvoeren van bouwkundige werkzaamheden. Tegelijk wordt het gebouw gerestaureerd en geüpgraded naar de huidige standaard met een bijbehorende inrichting en voorzieningen zodat het weer een plek wordt waar waardig afscheid genomen kan worden. Voor de aula is een bestaand krediet van € 1 miljoen, voorgesteld wordt om het krediet te verhogen en vrij te geven voor totaal € 1,5 miljoen om aanvullend te kunnen investeren in toegankelijkheid en levensduur-verlengend onderhoud. De aanvullende investering wordt gedekt door de IP post Levensduur-verlengend onderhoud (€ 194.000) en een onttrekking van € 284.000 aan de reserve Vastgoed voor toegankelijkheid. Verduurzaming NME gebouw Door middel van een nationale aanbesteding is een in 2025 een aannemer gecontracteerd voor de verbouwing van het NME gebouw in de Haarlemmer Kweektuin. Uit deze inschrijving kwam naar voren dat de kosten hoger waren dan het beschikbare krediet. Om te komen tot een sluitende begroting voor de verbouwing bleken besparingen nodig. Een deel van deze besparingen wordt gerealiseerd. Er bleek wel dat enkele belangrijke duurzaamheidsambities niet overeind konden blijven.

Om deze belangrijke eisen toch te behouden wordt € 187.000 uit de stelpost Duurzaamheid (DRZ.01) toegevoegd aan de IP post voor de verbouwing (VG.02). Stadhuis Koningstraatvleugel (voorheen stadhuis als huis van de stad) Aan deze post wordt € 3,3 miljoen vanuit Verduurzaming gemeentelijk vastgoed toegevoegd om tegelijk met de renovatie ook de verduurzaming van deze vleugel uit te voeren. Besluit: De nieuwe en hogere investeringen zoals genoemd in subparagraaf 4.3 op te nemen in het Investeringsplan.

4.4 Financieel-technische wijzigingen De voor gemeenten geldende begrotingsregels (Besluit Begroting en Verantwoording) schrijven voor wanneer uitgaven als investeringen moeten worden aangemerkt en wanneer dat niet mag. Het komt voor dat uitgaven die als investering zijn voorzien, ten laste van de begroting moeten worden gebracht of andersom. De volgende uitgaven die in het investeringsplan stonden gereserveerd, worden overgeheveld naar de exploitatie. Dit houdt in dat de lasten in één of enkele jaren ten laste van de exploitatie komen en niet verspreid over meerdere jaren als afschrijvingslasten. Uiteindelijk is dit financieel neutraal; er wordt niet meer of minder geld uitgegeven. Er is wel sprake van incidenteel hogere lasten in de jaren waarin de lasten in de exploitatie terecht komen. Vervanging Verseon Als onderdeel van het maken van een nieuw document management systeem worden kosten gemaakt voor de migratie van data van Verseon naar het nieuwe systeem en worden kosten gemaakt voor de training van het personeel met het nieuwe pakket. Volgens de begrotingsregels mogen deze kosten niet aan de investering worden toegerekend maar komen deze rechtstreeks ten laste van de exploitatie. Daarom zal de IP post met € 715.000 worden verlaagd en wordt het exploitatiebudget met een zelfde bedrag verhoogd.

Aula Akendam (reeds besloten) in de Programmabegroting 2025-2029 is besloten dat de kosten voor herstel, die deels in de Kaderbrief 2027

66

exploitatie waren begroot met de renovatie van de aula moeten worden gezien als onderdeel van de investering. Er is besloten de investeringspost voor de aula op te hogen van € 400.000 tot € 1 miljoen. De ophoging wordt gedekt door een overzetting vanuit de onderhoudsbegroting (€ 0,1 miljoen), een overheveling vanaf het investeringsbudget voor verduurzaming van gemeentelijk vastgoed (€ 0,2 miljoen) en een onttrekking aan de reserve Vastgoed (voor de toegankelijkheid en het achterstallig onderhoud, samen € 0,3 miljoen). Raaks 7 In het IP is een bedrag opgenomen voor het oplossen van een lekkage in de kelderbak. Dit betreft eigenarenonderhoud, echter in de onderhandelingen met de huurder wordt er gekeken naar een oplossing waarbij dit onderhoud wordt afgekocht waarna de huurder dit gaat oplossen. Hiervoor is een bedrag voor € 500.000 benodigd. Dit betekent dat de uitgaven niet als investering maar als exploitatie uitgaven gelden. Archeologische Werkplaats op IP post ERF.01 is een investeringsbudget opgenomen voor de aankoop en verbouwing van een nieuwe archeologische werkplaats. De kosten van de verhuizing van de collectie naar de nieuwe locatie mogen vanuit de begrotingsregels niet als onderdeel van de investering worden geboekt. Daarom wordt voorgesteld de IP post te verlagen met € 75.000 en een zelfde budget voor de verhuizing op te nemen in de begroting.

LV-verbinding Entree-oost ter hoogte van St. Jacob In het IP is een investeringspost opgenomen voor de aanleg van een fietsverbinding. Deze wordt aangelegd op grond die wordt gekocht van St. Jacob. Omdat St. Jacob ook grond van de gemeente koopt, is altijd uitgegaan van ‘grondruil’. Ook bij grondruil voor gelijke bedragen over en weer geldt de aankoop door de gemeente als investering, waarvoor een IP reservering en raadskrediet nodig zijn. Het IP wordt hierop aangepast door post OR.005 te verhogen met € 218.500. Omdat de aankoop indirect wordt gedekt door de verkoopopbrengst, is dit een ‘gedekte’ investering. Schoterbrug De Schoterbrug is een beweegbare brug die in 2009 is aangelegd. De brug is na een periode van vijftien jaar operationeel zijn toe aan groot onderhoud. Het gaat om groot onderhoud aan bewegingswerk en elektrotechnische installatie, conservering, schoonmaak en reparatie van diverse onderdelen. Voor dit groot onderhoud is naar verwachting een budget van € 9,4 miljoen nodig. Er is voor € 8,3 miljoen gereserveerd in de stelpost Werkvoorraad ingrepen en projecten in het investeringsplan. Echter gaat het hier om groot onderhoud aan de brug waarmee niet wordt voldaan aan de eisen voor een activeerbare investering. Het beschikbare investeringsbudget moet worden omgezet naar exploitatiemiddelen. Daarnaast is er voor € 1,1 miljoen aanvullend exploitatiebudget nodig.

Egelantier In de nota Vrijgeven krediet noodzakelijk onderhoud de Egelantier (2025/773528) is een krediet vrijgegeven voor de meest noodzakelijke renovatie werkzaamheden bij de Egelantier. Het merendeel van de werkzaamheden bestaat uit onderhoud, reparaties en het wegwerken van achterstallig onderhoud. Het vervangen van de warmte-installatie en de brandmeldinstallatie zijn als investering aan te merken maar de overige kosten dienen ten laste van de exploitatie te worden gebracht. Er zal € 1,1 miljoen van de investeringspost worden afgeraamd en als begrote exploitatielast aan product vastgoedbeheer in programma 4 worden toegevoegd.

Kaderbrief 2027

67

Verbouwing Kruisweg 74 In december 2025 besloot de raad tot de aankoop van object Kruisweg 74 (2025/0761022) en gaf een krediet van € 2 miljoen vrij vanuit de IP-post MTS.20 Aankoop pand Spaarnezicht voor de aankoop en verbouwing. Na de aankoop resteert nog € 347.000 voor de verbouwing. De verbouwing zal niet direct van start gaan, er wordt eerst onderzocht welke verduurzamingsmaatregelen mogelijk zijn in het pand. Er kan op korte termijn wel worden gestart met het wegwerken van achterstallig onderhoud en schilderwerk, maar dat zijn kosten die niet als investering zijn aan te merken. Daarom wordt de resterende IP post uit het IP geschrapt en wordt in de plaats daarvan een zelfde last opgenomen in de begroting. Voor de verduurzaming en een eventuele verbouwing wordt op een later moment een melding en kredietaanvraag via de P&C-cyclus gedaan. Besluit: De niet activeerbare kosten zoals genoemd in subparagraaf 4.4 op te nemen in de begroting.

4.5 Kredietverlening en kredietbesluiten Op grond van artikel 5 van de Financiële Verordening vindt de vaststelling of het vrijgeven van de investeringskredieten plaats bij de begrotingsbehandeling, Kadernota, Bestuursrapportage of via separate raadsvoorstellen. Investeringsprojecten en de bijbehorende bedragen zijn reeds opgenomen in het IP, maar de bedragen zijn nog niet door de raad vrijgegeven. Een kredietbesluit is een formeel besluit van de gemeenteraad waarmee machtiging wordt verleend om uitgaven te doen tot een maximumbedrag (dit bedrag wordt vrijgegeven) voor de realisering van een specifiek (investerings)project. Prins Bernhardlaan Tijdens de uitvoering blijkt dat sprake is van extra werkzaamheden en hogere kosten maar ook een hogere te ontvangen subsidie, zoals beschreven in de paragraaf hogere investeringen. Voor de Prins Bernhardlaan wordt een aanvullend krediet vrijgegeven van € 750.000; voor € 75.000 ten laste van IP post RIO.004 en voor € 675.000 ten laste van IP post OR.004. Dit krediet wordt voor € 650.000 gedekt door een hogere subsidie, voor € 45.000 door een eenmalige verlaging van de begrote uitgaven voor riolering in de exploitatie en voor € 55.000 door een eenmalige verlaging van de begrote uitgaven voor groen in de exploitatie. LV-verbinding Entree-oost ter hoogte van St.

Jacob In het IP is een investeringspost opgenomen voor de aanleg van een fietsverbinding. Deze wordt aangelegd op grond die wordt gekocht van St. Jacob. Omdat St. Jacob ook grond van de gemeente koopt, is altijd uitgegaan van ‘grondruil’. Ook bij grondruil voor gelijke bedragen over en weer geldt de aankoop door de gemeente als investering, waarvoor een IP reservering en raadskrediet nodig zijn. Voor de aankoop wordt een aanvullend krediet vrijgegeven van € 218.500 ten laste van IP post OR.005. De afschrijvingslasten van dit krediet worden via de Reserve Kapitaallasten gedekt vanuit de verkoopopbrengst van grond in dit project. Kleedaccommodaties Koninklijke HFC Koninklijke HFC is bezig met de ontwikkeling van een nieuw multifunctioneel clubhuis met bijbehorende kleedkamers. Onderdeel van dit bouwproject is de aanleg van technische installaties voor het nieuwe clubhuis en de kleedkamers. In overleg is besloten om in deze bouwfase de bestaande installaties welke in twee technische ruimtes staan te vervangen voor één gezamenlijke installatie die zowel de nieuwbouw als de bestaande bouw voorziet van warm water. Door deze samenvoeging komt al het leidingwerk samen en kan in de toekomst een aansluiting op de WKOinstallatie gerealiseerd worden. Hiermee wordt het mogelijk om ook deze kleedkamers op termijn te verduurzamen.

Voor de meerkosten van deze aanpassing wordt een aanvullend krediet van € 26.000 Kaderbrief 2027

68

vrijgegeven ten laste van IP post 81.27. Het krediet wordt gedekt door een verlaging van de stelpost ‘Vervanging kleedkamers buitensport’ met een zelfde bedrag. Slaperdijkweg In mei 2024 heeft de raad de nota ‘Vaststellen DO Slaperdijkweg’(2024/484231) vastgesteld. Omdat op dat moment de gedachte nog was dat voor vervangingsinvesteringen in de openbare ruimte (investeringen van maatschappelijk nut) geen separaat kredietbesluit nodig was, is met dit besluit geen vrijgave van krediet aan de raad voorgelegd. In de Bestuursrapportage 2025 en Decemberrapportage zijn besluiten genomen over respectievelijk het vrijgeven van een voorbereidingskrediet van € 1,2 miljoen en een aanvullend krediet van € 140.000 voor een toevoeging van een duiker aan het project. Het uitvoeringskrediet is echter nog niet vrijgegeven. Voor de uitvoering van de Slaperdijkweg wordt een aanvullend krediet vrijgegeven van € 4.497.000 ten laste van IP post OR.059. Dit krediet wordt voor € 809.000 gedekt door subsidies of bijdragen van derden.

Verbeteren woonwagenlocaties Met de nota ‘Kredietaanvraag verbeteren woonwagenlocaties’ (2023/433466) heeft de raad een krediet van € 750.000 vrijgegeven om op bestaande woonwagenlocaties te komen tot een genormaliseerde situatie op het gebied van (brand)veiligheid, toegankelijkheid en leefbaarheid en op deze locaties kansen te benutten om extra standplaatsen te realiseren op de bestaande woonwagenlocaties. Haarlem heeft een subsidie toegekend gekregen om hier extra in te investeren. Voor de verbetering van woonwagenlocaties wordt een aanvullend krediet vrijgegeven van € 216.000 ten laste van IP post WON.05, gedekt door een subsidie. Verduurzaming NME gebouw Door middel van een nationale aanbesteding is een in 2025 een aannemer gecontracteerd voor de realisatie van de verbouwing van het NME gebouw in de Haarlemmer Kweektuin. Uit deze inschrijving kwam naar voren dat de kosten hoger waren dan het beschikbare krediet. Om te komen tot een sluitende begroting voor de verbouwing, bleken besparingen nodig. Een deel van deze besparingen wordt gerealiseerd. Er bleek wel dat enkele belangrijke duurzaamheidsambities niet overeind konden blijven. Om deze belangrijke eisen toch te behouden wordt een aanvullend krediet van € 187.000 vrijgegeven ten laste van IP post VG.02. Dekking voor dit krediet komt uit een verlaging van de stelpost Duurzaamheid (DRZ.01) met een zelfde bedrag.

Groen speelveld Schalkwijk Midden Met het besluit ‘Aankoop plot tbv groen speelveld Schalkwijk Midden’ (2025/684028) besloot de raad geen wensen en bedenkingen kenbaar te maken ten aanzien van het collegebesluit tot de aankoop van plot 7 in Schalkwijk Midden. Het collegebesluit betrof ‘de aankoop van plot 7 voor een bedrag van € 750.000. De dekking is reeds in het IP opgenomen onder de post ‘Strategische aankoop Europaweg’ (ONT.08). Het restant van de dekking zal worden ingezet om het plot in te richten als groen speelveld’. In het IP is op post ONT.08 in totaal € 1.116.000 beschikbaar. Omdat een aankoop van grond en de aanleg van openbare ruimte een investering is, had in de nota ook een besluitpunt moeten worden voorgelegd voor het vrijgeven van krediet. Daarom wordt bij deze Kaderbrief een krediet vrijgegeven van € 1.116.000 voor de aankoop en inrichting van plot 7 in Schalkwijk midden, ten laste van IP post ONT.08. Leidsevaart kademuur Voor de vervanging van de kadewand aan de Leidsevaart, zoals toegelicht in de alinea ‘nieuwe investeringen’, wordt een krediet vrijgegeven van € 840.000 ten laste van IP post OR.000. Kaderbrief 2027

69

Patronaat koude opwekking Voor de vervanging van ‘Koude opwekking’ van het Patronaat, zoals toegelicht in de alinea ‘nieuwe investeringen’, wordt een krediet vrijgegeven van € 308.000 ten laste van IP post CLT.08. Geleerdenbuurt herinrichting Ten behoeve van de herinrichting van de Geleerdenbuurt wort een voorbereidingskrediet vrijgegeven van € 480.000. Dit krediet komt voor € 330.000 ten laste van IP post OR.093 en voor € 150.000 ten laste van IP post RIO.093. Jaagpad Voor de vervanging van het Jaagpad wordt een krediet vrijgegeven van € 256.000 ten laste van IP post OR.000. Roemer Visscherstraat Voor de vervanging van openbare ruimte en riolering in de Roemer Visscherstraat e.o. wordt een voorbereidingskrediet vrijgegeven van € 204.000. Dit krediet komt voor € 111.000 ten laste van IP post OR.000 en voor € 93.000 ten laste van IP post RIO.000. Thomsonlaan Voor het vervangen van de openbare ruimte in de Thomsonlaan wordt een krediet vrijgegeven van € 345.000 ten laste van IP post OR.000. Van Zeggelenplein e.o. Voor de vervanging van openbare ruimte en riolering van het Van Zeggelenplein e.o. wordt een voorbereidingskrediet vrijgegeven van € 315.000. Dit krediet komt voor € 146.000 ten laste van IP post OR.000 en voor € 169.000 ten laste van IP post RIO.000.

Meikeverpad Voor de vervanging van het asfalt op het Meikeverpad wordt een krediet vrijgegeven van € 130.000 ten laste van IP post OR.000. Bewegwijzering Voor de vervanging van bewegwijzering wordt een krediet vrijgegeven van € 476.000 ten laste van IP post OR.000. Lift parkeergarage de Kamp Voor de aanleg van een nieuwe lift in parkeergarage De Kamp wordt een krediet vrijgegeven van € 150.000 ten laste van IP post PRK.08. Hybride werken Op basis van de ervaringen in de eerste bouwfase van het aanpassen van de kantoorpanden voor hybride werken worden hogere kosten verwacht dan het toegestane krediet. Voor de uitvoering van het hybride werken wordt een aanvullend krediet vrijgegeven van € 750.000 ten laste van IP post FAC.03. Jan Gijzenkade-west Het project Jan Gijzenkade wordt in 2026 afgerond. Er is sprake van onvoorziene extra kosten in verband met het verwijderen van teerhoudend asfalt. Voor de hogere kosten wordt een aanvullend krediet vrijgegeven van € 550.000, voor € 276.000 ten laste van IP post OR.057 en € 274.000 ten laste van IP post RIO.057. Kaderbrief 2027

70

Markt- en evenementkasten Voor de vervanging van zes markt- en evenementkasten aan de Grote Markt wordt een krediet van 187.000 vrijgegeven ten laste van IP post OR.000. Roosje Vospad Voor de herinrichting van het plantsoen aan het Roosje Vospad wordt het eerder vrijgegeven krediet van € 981.000 verhoogd tot € 1.068.000 door de vrijgave van een aanvullend krediet van € 87.000 ten laste van IP post OR.000. Spaarnwouderstraat Vanuit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is een subsidiebedrag van € 77.900 ter beschikking gesteld voor het verbeteren van de verkeersveiligheid. Voor de herinrichting van de Spaarnwouderstraat wordt een aanvullend krediet vrijgegeven van € 77.900 ten laste van IP post OR.000, gedekt door de subsidie. Havenkantoor Vanwege de gestegen kosten voor de bouw van het nieuwe Havenkantoor (zie toelichting bij grote mutaties / hogere investeringen) wordt een aanvullend krediet vrijgegeven van € 300.000 ten laste van IP post HVD.01. Aart van der Leeuwstraat Voor de verwachte hogere kosten in de aanleg van openbare ruimte in project Aart van der Leeuw straat wordt een aanvullend krediet vrijgegeven van € 147.000. Vanwege een verschuiving van kosten tussen openbare ruimte en riolering is concreet sprake van een aanvullend krediet van € 645.000 ten laste van IP post RIO.055 en een verlaging van het krediet ten laste van IP post OR.055 met € 498.000.

Zuidstrook blok 6 t/m 8 herinrichting Als gevolg van prijsstijging wordt voor de herinrichting van de openbare ruimte rondom Zuidstrook blok 6 t/m 8 een aanvullend krediet van € 133.000 vrijgegeven ten laste van IP post OR.023. Skaeve Huse Voor de hogere kosten project Skaeve Huse wordt een aanvullend krediet van € 200.000 vrijgegeven ten laste van IP post MTS.07. Dit krediet wort voor € 38.000 gedekt door een subsidie. Woonvoorziening Kleverparkweg In aanvulling op het krediet dat is vrijgegeven in de nota ‘Aankoop en transitie perceel met opstallen Kleverparkweg 17’ (2025/513956) wordt een aanvullend krediet van € 900.000 vrijgegeven voor de verbouwing ten laste van IP post MTS.21. Belgiëlaan opvanglocatie Voor de hogere kosten van de realisatie van deze locatie wordt een aanvullend krediet vrijgegeven van € 300.000 ten laste van IP post MTS.12. Speeltuingebouw Theemsplein In de kadernota 2023 is een krediet van € 550.000 beschikbaar gesteld. In de alinea ‘hogere investeringen’ is toegelicht dat de kosten inmiddels worden geraamd op € 1,4 miljoen. Voor de realisatie van een nieuw speeltuingebouw wordt een aanvullend krediet vrijgegeven van € 850.000 ten laste van IP post JGD.03.

Kaderbrief 2027

71

Kruisstraat 26 Met besluit ‘Aankoop object Kruisstraat 26’ (2025/0647339) heeft de raad een krediet vrijgegeven voor de aankoop en verbouwing van het perceel Kruisstraat 26. Voor de transitiekosten wordt een aanvullend krediet vrijgegeven van € 250.000 ten laste van IP post MTS.24. De afschrijvingslasten van dit krediet worden via de Reserve Kapitaallasten gedekt vanuit de beklemde reserve voor vluchtelingenopvang Haarlem. Investering in End user devices, voorheen “Vervanging mobiele communicatiemiddelen” In de alinea ‘hogere investeringen’ zijn de hogere kosten voor de vervanging van zogeheten end user devices toegelicht. Voor deze hogere kosten wordt een aanvullend krediet van € 1.594.000 vrijgegeven ten laste van IP post ICT.01. Zwembad noord In de voorbereiding tot de aanbesteding worden het definitief ontwerp, de bijbehorende kostenramingen, de technische onderzoeken en de aanbestedingsstrategie uitgewerkt. Daarnaast worden de benodigde vergunningstrajecten voorbereid en vindt afstemming plaats met gebruikers, omwonenden en ketenpartners. De kosten voor deze fase bedragen naar verwachting circa € 1,65 miljoen en lopen door tot het moment waarop de raad een besluit kan nemen over het ontwerp en het vrijgeven van het uitvoeringskrediet. Voor de voorbereiding wordt een aanvullend voorbereidingskrediet van € 1.650.000 vrijgegeven ten laste van IP post SPRT.05.

Voorbereiding grondexploitatie zwembad noord In de nota Scenariokeuze zwembad Noord (2024/2158407) heeft de raad gekozen voor de nieuwbouwlocatie zwembad noord met scenario 2 ‘Planetenlaan (maximaal wonen)’. Dit scenario omvat het draaien van 2 hoofdvelden HFC EDO inclusief nieuwbouw clubgebouw, nieuwbouw zwembad parallel aan Planetenlaan inclusief circa 120 extra woningen ten opzichte van scenario 1, parkeren bezoekers zwembad en nieuwe woningen in halfverdiepte pakeerbak onder hoofdveld HFC EDO. Voor de ontwikkeling van het gebied zal een grondexploitatie worden geopend. Om te komen tot deze grondexploitatie wordt een voorbereidingskrediet vrijgegeven van € 300.000 ten laste van IP post GRX.08. Besluit: De kredieten zoals genoemd in subparagraaf 4.5 vrij te geven.

4.6 Indicatieve periode (2031-2035) Om een meerjarig beeld te hebben van de noodzakelijke en verwachte investeringen, is er na de periode van vijf jaar ook een indicatief investeringsplan voor de volgende vijf jaar. Na de actualisatie is het beeld voor de periode 2031-2035 als volgt. Tabel: investeringsplan indicatieve periode, Kaderbrief 2027 Programma 2031 2032 1 Maatschappelijke participatie 73.668 63.504 2 Ondersteuning en Zorg 8.102 5.377 4 Aantrekkelijke woon-werkstad 129.926 116.727 5 Gezonde en duurzame stad 29.424 34.547 6 Burger, Bestuur en Veiligheid 500 513 7 Alg. Dekkingsmiddelen & Overhead 1.870 1.070 Totaal 243.489 221.737

Kaderbrief 2027

2033 40.692 0 75.532 27.260 525 1.097 145.107

2034 40.835 0 61.939 27.651 538 1.124 132.087

2035 46.010 0 48.951 28.343 555 1.158 125.016

72

De totale omvang in de jaren 2031-2034 van het indicatieve IP is met meer dan € 80 miljoen gegroeid ten opzichte van de Programmabegroting 2026-2030. Dit heeft voor een groot gedeelte te maken met de eerder genoemde onderbesteding in 2025 en de doorschuif vanuit de jaren 2026 tot en met 2028. Het jaar 2030 is bij deze Kaderbrief 2027 doorgeschoven naar het vast te stellen IP en de jaarschijf 2035 is toegevoegd aan het indicatieve IP.

Kaderbrief 2027

73

5. Belastingen en woonlasten Inleiding Naast de algemene uitkering van het Rijk, vormen de lokale belastingen en heffingen de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente (€ 145 miljoen in 2025). De belastingen die tot de woonlasten worden gerekend zijn de ozb, riool- en afvalstoffenheffing. De gemiddelde woonlasten (ozb, afvalstoffen- en rioolheffing) in Nederland van een meerpersoonshuishouden met een eigen koopwoning bedragen in 2026 € 1.095. Voor Haarlem liggen deze circa 7,5% hoger op € 1.177 in 2026. In Haarlem liggen de tarieven rioolheffing en ozb onder het landelijk gemiddelde en de afvalstoffenheffing daarboven. De gemeentelijke woonlasten zijn sinds de laatste gemeenteraadsverkiezingen voor Nederlandse huishoudens met een koopwoning met gemiddeld 5 procent per jaar gestegen. De ozb steeg gemiddeld met 5,4% per jaar, de afvalstoffenheffing 4,7% en de rioolheffing 4,4%. Zie hiervoor ook het rapport ontwikkeling woonlasten 2022-2026 Coelo, 17 maart jl. De gemeentelijke woonlastenstijging voor huishoudens met een koopwoning in de periode 20222026 houdt in Haarlem gelijke tred met het landelijke gemiddelde. Voor Haarlem geldt dat daarbinnen de rioolheffing en de afvalstoffenheffing iets harder zijn gestegen in deze periode dan het landelijk gemiddelde en de ozb juist iets minder hard.

Uitgangspunten Het belastingbeleid in Haarlem is gebaseerd op twee uitgangspunten: kostendekkende tarieven voor afval, rioolheffing en inflatieaanpassing voor belastingen en overige rechten. De tarieven riool- en afvalstoffenheffing worden beiden in Haarlem al jaren (nagenoeg) kostendekkend vastgesteld. Dit uitgangspunt kan heroverwogen worden en vraagt om bevestiging of afwijking. Afwijken van het huidige uitgangspunt van kostendekkendheid leidt tot een (structureel) nadeel voor het begrotingssaldo. Voor de OZB geldt dat staand beleid is de opbrengsten jaarlijks te indexeren voor inflatie. Het tarief wordt gecorrigeerd voor een totale woz waarde stijging of daling. Met andere woorden, een stijging of daling van de totale woz waarde leidt niet tot respectievelijk meer of minder ozb opbrengsten voor Haarlem. Omdat het Rijk de gemeentefondsuitkering wel corrigeert voor een woz waarde stijging of daling boven het landelijk gemiddelde kan het dat dit per saldo leidt tot een voor- of nadeel voor Haarlem. Omdat de woz waarde in Haarlem afgelopen jaren harder is gestegen dan gemiddeld heeft zich de afgelopen bestuursperiode een nadeel voorgedaan. Dit uitgangspunt kan heroverwogen worden. Ontwikkeling inflatie 2027 In de Uitgangspunten Programmabegroting Haarlem 2027-2031 (2026/116924) als vastgesteld door het College 24 maart jl. is conform de CPB raming 12 maar jl. o.b.v.

prijs materiele overheidsconsumptie (imoc) het inflatiepercentage welke het college hanteert voor indexatie van materiele budgetten gesteld op 2,1%. Personele lasten worden conform de inschattingen van het CPB o.b.v. Loonvoet sector overheid, met 4,2% geïndexeerd. Voor de indexatie van de gemeentelijke belastingen en leges in 2027 wordt een op basis van bovenstaande mengpercentage (in de verhouding 60% loon/40% materieel) van 3,4% gehanteerd. Kaderbrief 2027

74

De uiteindelijke tariefwijziging afvalstoffen- en rioolheffing die voortvloeit uit indexatie hangt grotendeels samen met het precieze aandeel personele- en materiele lasten binnen de totale kosten (ten opzichte van niet inflatiegevoelige kosten als kapitaallasten). Zo bestaat de rioolheffing grotendeels uit kapitaallasten voorvloeiende uit investeringen en de afvalstoffenheffing voornamelijk uit begrote uitvoeringslasten Spaarnelanden en verwerkingslasten HVC. Voor dat deel van de kosten dat voortvloeit uit werkzaamheden uitgevoerd door Spaarnelanden is in afwijking van genoemde generieke percentage rekening gehouden met een indexatie van 3,6%, conform afgesloten dienstverleningsovereenkomst en als uitgangspunt opgenomen in eerder genoemde door het college vastgestelde uitgangspunten Programmabegroting Haarlem 2027-2031. Hiernaast kunnen tariefswijzigingen voortvloeien uit (beleidsmatige) keuzes (om te in- of extensiveren) voor 2027 ten opzichte van 2026. Woonlasten 2027 OZB De indexatie met 3,4% van de OZB opbrengsten zorgt voor ruim € 1,8 miljoen aan extra OZB opbrengsten in 2027 ten opzichte van 2026. Dit resulteert in een gemiddelde tariefsverhoging van € 15 voor OZB eigenaren woningen in 2027.

Afvalstoffenheffing De mutaties op afvalstoffenheffing voortvloeiende uit staand beleid, uitgaande van 100% kostendekkendheid en rekening houdend met een actualisatie van het aantal huishoudens leiden per saldo tot een tariefsverhoging van circa 3,6 % (afgerond € 18 per 3-persoonshuishouden) in 2027 t.o.v. 2026. In het vervolgtraject Programmabegroting 2027 en belastingvoorstellen 2027 worden de effecten uit de naar verwachting hogere toekomstige CO2 heffing (door te belasten door HVC), onzekerheden en fluctuaties op de grondstoffenbalans en die rond afvalscheiding en restafvalreductie nog voorgelegd en verwerkt. De actualisatie van CAS is beoogd voor Q1 2027. Rioolheffing De kapitaallasten stijgen ten opzichte van 2026 met € 405.000. De onderhoudskosten riolering stijgen met € 365.000. Daarnaast zijn de kosten voor studies en onderzoeken met € 50.000 gestegen (conform het Plan Stedelijk Water) en het niet-activeerbaar onderhoud gedaald met € 25.000. De stijging van de kosten voor het dagelijks beheer bedraagt € 87.000 en wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een areaaluitbreiding van € 97.000 door opgenomen beheerslasten van pompen en gemalen op twee locaties. De toerekening van BTW stijgt door gestegen kapitaallasten, onderhoudskosten en aanvullende kosten binnen het dagelijks beheer.

De hierboven voorgestelde mutaties op rioolheffing, uitgaande van 100% kostendekkendheid en rekening houdend met een actualisatie van het aantal aansluitingen zouden per saldo tot een tariefstijging van circa 2,5% leiden (afgerond € 5 per aansluiting) in 2027 ten opzichte van 2026. Echter, zoals voorgerekend in het stedelijk waterplan stijgen de komende jaren de rioleringslasten als gevolg van het in uitvoering komen ervan. Het gaat hierbij op basis van het stedelijk waterplan om circa € 15 per aansluiting per jaar cq. 7,5% additionele tariefsverhoging per jaar. Het besluit om het tarief bovenop genoemd percentage van 2,5% ter dekking van de gestegen huidige kosten, deze ook te verhogen in verband met toekomstige kosten en de opbrengsten hieruit in de voorziening tariefegalisatie riool beschikbaar te houden om toekomstige verwachte Kaderbrief 2027

75

tariefstijgingen mee te kunnen dempen ligt voor bij de Programmabegroting 2027 en belastingvoorstellen 2027. Onderzoek Spaarnelanden naar de kostenstructuur ‘Meten is weten’ Er loopt een studie 'meten is weten’ naar de kostenstructuur bij Spaarnelanden. De uitkomst hiervan zorgt voor een beter inzicht in de kostenstructuren van Spaarnelanden. Dit inzicht heeft betekenis voor de toerekening van kosten tussen Haarlem en Zandvoort en tussen de verschillende domeinen binnen Haarlem zelf. De uitkomsten van het eerste deel van het kostenonderzoek hebben consequenties voor de benodigde budgetten voor de domeinen waarbinnen Spaarnelanden werkzaam is. De berekeningen zijn gebaseerd op de kostenverdeelstaat 2025 van Spaarnelanden die is doorgerekend naar prognoses voor 2027. In deze prognoses wordt rekening gehouden met een gelijke bijdrage per domein aan het gewenste positieve resultaat van Spaarnelanden (rekenwaarde 2%). Voor de benodigde budgetten betekent dit een verschuiving tussen de domeinen, waardoor de afvalstoffenheffing met ruim € 1,5 miljoen minder belast wordt en de rioolheffing (waarin kosten voor de straatreiniging voor een deel zijn opgenomen) met ongeveer € 300.000 zwaarder belast wordt. De Algemene middelen zullen met ongeveer € 600.000 minder worden aangesproken.

De financiële effecten op de afvalstoffenheffing en rioolheffing zullen bij het opstellen van de Programmabegroting 2027-2031 betrokken worden en voor wat betreft de doorwerking in de tarieven in de Belastingvoorstellen 2027 bij uitgangspunt saldoneutraal binnen de woonlasten worden verwerkt. Hiertoe dienen de OZB begrote opbrengsten met ongeveer € 1,2 miljoen naar boven te worden bijgesteld. Vergroenen legesverordening 2027 Bij het onderzoeken van mogelijkheden om de leges te vergroenen, zodat duurzaamheid gestimuleerd wordt, is gekeken naar een aantal opties. Het uitgangspunt is dat de mogelijkheden uitvoerbaar en handhaafbaar zijn en dat de legesverordening er niet onnodig complex door wordt. Het college ziet twee realistische opties. Bij de behandeling van de legesverordening zal het college deze opties voorleggen aan de raad. 1. Het hanteren van een nul‑tarief voor kleinschalige verduurzamingsmaatregelen, zoals warmtepompen, gevelisolatie of andere energiebesparende ingrepen bij bestaande bouw en monumenten. Deze variant is in lijn met het bestaande nul-tarief voor zonnepanelen en funderingsherstel. Het is eenvoudig te beoordelen, goed handhaafbaar en sluit dus aan bij de bestaande lijn in de legesverordening. 2. Korting op de bouwleges van 10% wanneer een gebouw aantoonbaar 30% boven de wettelijke BENG-normen (Bijna Energie Neutrale Gebouwen) presteert.

Na de bouw moet door de aanvrager middels een onafhankelijk certificaat worden aangetoond dat deze norm daadwerkelijk is behaald. Door aan te sluiten bij de BENG-normen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) worden objectieve maatstaven die toetsbaar zijn gehanteerd. Daarnaast past de maatregel binnen de klimaatdoelstelling van de gemeente. Uitgangspunt bij het vaststellen van de hoogte van de leges is – op het totaal van de inkomsten en uitgaven – een vrijwel volledige kostendekkendheid (95%). Dat betekent dat de verlaging van het legestarief voor duurzame projecten gevolgen hebben voor de resterende leges. Dit gaat naar verwachting over een bedrag tot € 200.000, die verdeeld moet worden over de overige leges om de bepaalde kostendekkendheid van de leges te behalen.

Kaderbrief 2027

76

6. Bedrijfsvoering 6.1 Ontwikkeling formatie De ontwikkeling van de formatie volgt in grote lijnen dezelfde trend als in de meest recente jaren. Gemeenten blijven opereren in een structureel krappe arbeidsmarkt, waarin vergrijzing en een stagnerende beroepsbevolking zorgen voor aanhoudende druk op de beschikbaarheid van personeel. Tegelijkertijd nemen maatschappelijke opgaven in omvang en complexiteit toe, wat vraagt om blijvende inzet en wendbaarheid van de organisatie. Ook binnen Haarlem is sprake van een vergrijzend personeelsbestand en een verwachte uitstroom van ervaren medewerkers in de komende jaren. Agenda goed werkgeverschap Sinds 2022 wordt op basis van het Strategisch Personeelsbeleid 2022–2027 (2022/56077) gewerkt aan het inspelen op arbeidsmarktkrapte, vergrijzing en werkbeleving, met focus op goed werkgeverschap. Dit gebeurt via interventies rond (1) de medewerkersreis, (2) een toekomstbestendige organisatie en (3) een duurzaam HRM-fundament, jaarlijks geprioriteerd op basis van trends. 1) Complete medewerkersreis Er is een werkgeversmerk en campagne ontwikkeld (live sinds maart 2025) om nieuw personeel aan te trekken. De focus verschuift verder van instroom naar behoud, met inzet op onder andere talentmanagement, mobiliteit, leren & ontwikkelen, duurzame inzetbaarheid en traineeships. Er is specifieke aandacht voor doelgroepen zoals MBO-geschoolden.

2) Ontwikkeling van een toekomstbestendige organisatie Er wordt gewerkt aan duidelijke sturing, samenwerking, prioritering en rolverdeling. Organisatieontwikkeling vindt plaats in teams, met aandacht voor cultuur (organisatiekompas en waarden) en structuur. Programma’s richten zich op sociale veiligheid, inclusie, integriteit en weerbaarheid. Leidinggevenden spelen hierin een sleutelrol; leiderschapsontwikkeling wordt voortgezet. 3) Betrouwbaar en duurzaam HRM-fundament: borgen randvoorwaarden eHRMdienstverlening en arbeidsvoorwaarden Er wordt ingezet op betrouwbare en efficiënte HR-dienstverlening (zoals correcte arbeidsvoorwaarden en toegankelijke processen). Daarnaast wordt HR-analytics verder ontwikkeld om op basis van data strategische keuzes te maken over onder andere formatie, inzet, opleiding en verzuim.

6.2 Ontwikkeling inhuur Onder invloed van de aangescherpte handhaving van de Wet DBA verschuift de inzet binnen het personeel. De gemeente stuurt er nadrukkelijk op dat externe inhuur plaatsvindt binnen de geldende wet- en regelgeving. Dit betekent dat scherper wordt gekeken naar de aard van opdrachten en arbeidsrelaties, en dat waar nodig andere inhuurvormen worden toegepast. Tegelijkertijd wordt onderkend dat dit in de praktijk niet zonder knelpunten is, mede gezien de spanning op de arbeidsmarkt en de aard van sommige werkzaamheden. Binnen de flexibele schil wordt daarom bewuster omgegaan met de inzet van zzp’ers. Waar mogelijk en passend wordt vaker gekozen voor alternatieve vormen, zoals inzet via uitzendconstructies of tijdelijke dienstverbanden. Bij langdurige inzet op reguliere werkzaamheden wordt gestimuleerd om Kaderbrief 2027

77

deze, waar haalbaar, om te zetten naar een dienstverband. Tegelijkertijd blijft de flexibele schil voor de gemeente van grote waarde, onder andere om wendbaar te kunnen inspelen op opgaven en capaciteitsvraagstukken. De inzet is erop gericht deze flexibiliteit te behouden, maar wel op een wijze die aantoonbaar in lijn is met de Wet DBA. In dit kader is eind 2025 besloten de externe inhuur verder te centraliseren en een tijdelijk proces in te richten voor het inhuren van medewerkers. Hiermee wordt beoogd om de beoordeling van opdrachten en contractvormen eenduidiger te maken en risico’s beter te beheersen. Deze aanpak sluit aan bij de uitkomsten van het uitgevoerde 213a-onderzoek naar externe inhuur, waarin is geadviseerd de regie op beoordeling, risicobeheersing en monitoring centraal te beleggen. Capaciteitsvraagstukken worden steeds meer integraal bezien. Waar mogelijk wordt ingezet op het aantrekken en behouden van medewerkers in vaste dienst, onder andere via interne doorstroming, gerichte werving en selectie, en stage- en traineeprogramma’s. Tegelijkertijd blijft externe inhuur in bepaalde situaties noodzakelijk. Gemeenten opereren in een krappe arbeidsmarkt, met name binnen vakgebieden zoals het fysiek domein, ICT en projectmanagement.

Daarnaast vragen grote maatschappelijke opgaven, zoals woningbouw, energietransitie en digitalisering, om tijdelijke extra capaciteit en specialistische expertise. Ook de aard van programma’s en projecten maakt dat flexibiliteit in personele inzet nodig blijft. De externe inhuur moet in relatie worden gezien tot de totale personeelslasten van de gemeente. In 2025 bedroegen de totale werkelijke personeelslasten ruim € 142 miljoen. De afgelopen drie jaar werd er tussen de € 29 en de € 34 miljoen (2025) extern ingehuurd. In 2025 waren de uitgaven aan externe inhuur hiermee bijna 24 % van de totale loonsom. Streven is dat de meerjarenraming voor inhuur zo goed mogelijk een weerspiegeling is van de te verwachten situatie. Het accuraat inschatten van inhuur blijkt in de praktijk voor de korte termijn mogelijk, maar naarmate de tijdshorizon meer in de toekomst ligt, is het lastiger in te schatten of er moet worden teruggevallen op externe inhuur. Om die reden is de raming externe inhuur in 2026 hoger dan die in latere jaarschijven (€ 29 miljoen om te dalen naar een geraamd bedrag van € 15 miljoen vanaf 2027). Het accent ligt op het lopende begrotingsjaar, dan valt pas een reële inschatting te maken van de benodigde externe capaciteit om de bestuurlijke ambities te realiseren.

Door middel van de P&C producten worden voorstellen gedaan om ramingen bij te stellen en zal de gemeenteraad geïnformeerd worden over de ontwikkelingen op inhuur en vaste capaciteit. Inhuur kan slechts worden geraamd indien voorzien van dekking.

6.3 Dienstverleningshandvest ambtelijke samenwerking Per 1 januari 2018 is de ambtelijke samenwerking gestart tussen Haarlem en Zandvoort. De spelregels voor samenwerking zijn vastgelegd in een dienstverleningshandvest. De gemeente Zandvoort betaalt conform dit dienstverleningshandvest een vaste financiële vergoeding die de kosten dekt van de activiteiten die voor Zandvoort worden uitgevoerd. Het feit dat de gemeente Zandvoort en de gemeente Haarlem worden bediend door één gemeentelijke organisatie maakt goede samenwerking tussen directie en beide gemeentebesturen noodzakelijk. Dat betekent concreet dat beleidskaders - zeker op het vlak van bedrijfsvoering worden afgestemd en dat er periodiek overleg over de verdeling van gemeenschappelijke kosten plaatsvindt. Een mate van gemeenschappelijkheid bij beleid is logisch en nodig omwille van de synergie en vanwege het feit dat ambtelijke capaciteit schaars is.

Kaderbrief 2027

78

In het dienstverleningshandvest is vastgelegd dat in een aantal gevallen de bijdrage van Zandvoort wordt verhoogd, bijvoorbeeld bij gewijzigde verhoudingen van volumes, bij nieuwe of extra taken of indien er sprake is van een hogere of nieuwe gezamenlijke bedrijfsvoeringsinvestering. Met deze werkwijze is er een faire verdeling van de kosten en revenuen van de dienstverlening voor beide gemeenten. Bij deze Kaderbrief 2027 zijn dergelijke uitbreidingen/intensiveringen niet aan de orde. Samenwerking Zandvoort voor bouw- en woningtoezicht-taken Tot nu toe worden de bouw- en woningtoezicht-taken voor Zandvoort niet uitgevoerd door Haarlem, maar door de ODIJ. Het college van Zandvoort heeft besloten om voor de bouw- en woningtoezichttaken in te zetten op harmonisatie binnen de ambtelijke organisatie van Haarlem. De verwachting is dat dit goed is voor een efficiënte uitvoering van deze taken. De komende maanden wordt dit verder uitgewerkt in overleg tussen de gemeente Haarlem, de gemeente Zandvoort en de ODIJ.

6.4. Ontwikkelingen in digitalisering Digitalisering in samenwerking en in lijn met landelijke ontwikkelingen De Nederlandse overheid werkt al ruim 25 jaar aan betere digitale dienstverlening. Doelen daarbij zijn onder andere: bewoners en ondernemers centraal stellen, dienstverlening toegankelijker maken en gegevens efficiënter uitwisselen. In de praktijk zijn deze doelen niet altijd bereikt. Een belangrijke oorzaak is dat overheden digitalisering vaak ieder voor zich aanpakten. Ook bij gemeenten, waaronder Haarlem, heeft dit geleid tot versnipperde IT-systemen, losse databronnen (datasilo’s), verouderde software (legacy) en verschillende beveiligingsniveaus. Dit maakt samenwerken moeilijk en vergroot risico’s. Tegelijkertijd is de context sterk veranderd. De arbeidsmarkt is krap, technologische ontwikkelingen gaan razendsnel, geopolitieke afhankelijkheden nemen toe en digitale veiligheid staat steeds meer onder druk. Ook verwachten inwoners dat de overheid als één geheel functioneert. Het Europese rapport State of the Digital Decade 2025 (16 juni 2025) laat zien dat deze problemen niet alleen in Nederland spelen. Aansluiten bij landelijke koers Gelet op deze ontwikkelingen kiest de gemeente Haarlem ervoor om haar verdere professionalisering van digitalisering en informatieveiligheid nauw te laten aansluiten bij de landelijke koers.

Die koers is vastgelegd in onder andere: • de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS), • de Strategie Digitale Economie, en • de Nederlandse Cybersecuritystrategie (NLCS). De NDS vormt het fundament van het rijksbeleid en zet in op gezamenlijke afspraken, verplichte standaarden, collectieve oplossingen en gezamenlijke governance. Het doel daarvan is het doorbreken van versnippering en het versterken van samenwerking tussen overheden. Samen werken aan digitale autonomie Gemeenten sluiten hierbij aan en willen hun digitale autonomie versterken door samen te werken en krachten te bundelen. Dat betekent onder meer dat gemeenten gezamenlijke afspraken maken over standaarden, risicoclassificatie, continuïteit, sourcing en inkoop. Door deze samenwerking hebben gemeenten gezamenlijk meer kennis en een sterkere onderhandelingspositie richting leveranciers. Ze werken bovendien met een uniform strategisch sourcingkader.

Kaderbrief 2027

79

Gemeenten streven daarbij naar de volgende doelen: • Gemeenten houden regie, zeggenschap en keuzevrijheid over hun digitale systemen, processen en data. • Gemeenten hebben volledige controle over hun eigen gegevens en kritieke software. • Gemeenten passen risicomanagement en continuïteitsmanagement toe volgens overheidsbrede kaders. • Gemeenten borgen publieke waarden in hun opdrachtgeverschap, naast rechtmatigheid, functionaliteit en prijs, en stimuleren daarmee Nederlandse en Europese alternatieven. • Gemeenten zetten gezamenlijk in op open source oplossingen en gebruiken open standaarden om digitale autonomie en soevereiniteit te versterken. De gemeentelijke organisatie van Haarlem sluit met de prioritering van haar eigen acties nadrukkelijk aan bij deze gezamenlijke doelen. Risico’s van afhankelijkheid van niet-Europese techbedrijven De digitale autonomie van gemeenten staat onder druk door de sterke afhankelijkheid van vooral niet-Europese technologiebedrijven. In de huidige geopolitieke discussie gaat het bijvoorbeeld om de afhankelijkheid van Microsoft Office en Amerikaanse cloudproviders. Er bestaat een risico dat de Amerikaanse overheid deze afhankelijkheden als politiek drukmiddel kan inzetten. Zo zou zij Amerikaanse bedrijven kunnen verplichten om hun dienstverlening (tijdelijk) te beperken, ook als de data zich in Europese datacenters bevindt.

In dat scenario zouden e-mail en documenten mogelijk niet beschikbaar zijn. Dit risico kan niet volledig worden uitgesloten. Tegelijkertijd zijn er op korte termijn nog geen volwaardige Nederlandse of Europese alternatieven beschikbaar die qua functionaliteit en beveiliging gelijkwaardig zijn aan de diensten van Amerikaanse cloudproviders. De gemeente Haarlem volgt daarom de ontwikkeling van Europese cloudalternatieven volgens de strategie van de ‘slimme volger’. De verwachting is dat binnen vijf volwaardige Europese alternatieven beschikbaar komen. Op dat moment kan de gemeente migreren naar een Europees platform. Om een soepele overgang mogelijk te maken, is het belangrijk dat nieuwe cloudcomponenten zo platformonafhankelijk mogelijk worden ingericht. Daardoor kan de gemeente in de toekomst relatief eenvoudig overstappen naar een Europees alternatief. Cyberveiligheid vraagt om robuuste processen In lijn met de Nederlandse Cybersecuritystrategie 2022–2028 werkt de gemeente aan het vergroten van haar digitale weerbaarheid. Cyberveiligheid moet structureel worden verankerd in de organisatie en vraagt om intensieve samenwerking met andere overheidsorganisaties. Om dienstverlening, inwoners en partners blijvend te beschermen tegen digitale dreigingen is het noodzakelijk dat interne digitale processen verder worden geprofessionaliseerd en gestandaardiseerd.

Daarbij wordt aangesloten bij internationale IT-standaarden. Voor medewerkers betekent dit een verschuiving van zelf uitvoeren naar meer werken vanuit regie en toezicht. Digitale dreigingen ontwikkelen zich voortdurend; stilstand betekent achteruitgang. Via de Planning-en-Control-documenten en aanvullende rapportages wordt de raad geïnformeerd over deze ontwikkelingen, die van groot belang zijn voor het goed functioneren van de gemeente.

Kaderbrief 2027

80

6.5 Maatschappelijke weerbaarheid Het is de verwachting dat weerbaarheid structureel onderdeel van het gemeentelijke takenpakket zal blijven. De opgaven in het kader van weerbaarheid worden zoveel mogelijk ingebed in processen en verantwoordelijkheden in de gemeentelijke organisatie, waarbij de gemeente de aanpak regionaal afstemt. Tegelijkertijd zal er behoefte blijven aan centrale coördinatie (programma) en de mogelijkheid om snel te kunnen escaleren en opschalen indien de uitvoering van de maatregelen of landelijke/regionale ontwikkelingen hierom vragen. Samenredzaamheid Bezien wordt op welke wijze het werken aan weerbaarheid kan bijdragen aan reguliere doelen van de gemeente, zoals vergroten samenredzaamheid en optimaliseren van gebruik en onderhoud van maatschappelijke voorzieningen. Financiën De totale lasten van de opgave zijn op dit moment niet in te schatten. De lasten zullen zich bevinden op terrein van het programmateam, maar ook de benodigde inzet van mensen en middelen binnen betrokken afdelingen en teams. Het Rijk heeft beperkt financiële middelen beschikbaar gesteld aan gemeenten. In 2026 en 2027 worden er vooral financiële middelen beschikbaar gesteld voor de ontwikkeling en inrichting van noodsteunpunten, tevens een van de prioritaire maatregelen. Bij de Programmabegroting 2027 wordt op de financiële impact van de maatregelen weerbaarheid nader ingegaan.

Kaderbrief 2027

81

7. Besluit De raad der gemeente Haarlem, Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders, Neemt kennis van: a. De rapportage Grote en risicovolle projecten (bijlage 5). b. De neutrale verschuivingen binnen beleidsvelden van de Voortgangsrapportage 2026 (Kaderbrief 2027, Bijlage 2). c. De door het college deels opgelegde geheimhouding tot de laatste onderhandeling afgerond en gepasseerd is ten aanzien van bijlage 3, Meerjaren Prognose Zones 2026 voor de geheime paragrafen, te vinden in Bijlage 4. Besluit: d.

De Kaderbrief 2027 (bijlage 1) vast te stellen, inclusief alle hierin opgenomen voorstellen, waaronder:

T.a.v. het financieel kader: e. f. g.

In te stemmen met de autonome ontwikkelingen (posten 1 t/m 11 in het financieel kader) (Kaderbrief 2027, subparagraaf 2.2. Financieel kader). In te stemmen met de pre-prioritaire en incidentele beleidsvoorstellen (post 12 in het financieel kader) (Kaderbrief 2027, subparagraaf 2.2. Financieel kader). De meerjarige consequenties en structurele doorwerking van de Voortgangsrapportage 2026 te verwerken in de begroting 2027 (Kaderbrief 2027, subparagraaf 2.2. Financieel kader).

T.a.v. de reserves: h.

i.

Het Jaarrekeningresultaat 2025 van € 25,4 miljoen na resultaatbestemming te doteren aan de Algemene reserve (Kaderbrief 2027, subparagraaf 2.5 Bestemming Rekeningresultaat 2025). De reserve Leefomgeving op te heffen en € 2.060.000 over te hevelen naar de reserve Grondexploitatie, € 1.111.000 over te hevelen naar de reserve Kapitaallasten en de resterende middelen ad € 1.269.000 vrij te laten vallen ten gunste van de Algemene middelen en dit technisch te verwerken in de Voortgangsrapportage 2026.

t.a.v. de Voortgangsrapportage 2026: j. k.

De Voortgangsrapportage 2026 vast te stellen, inclusief alle hierin opgenomen voorstellen, waaronder: In te stemmen met de voorgestelde neutrale begrotingswijzigingen (baten en lasten) over de beleidsvelden heen (Voortgangsrapportage 2026 als onderdeel van de Kaderbrief 2027, subparagraaf 3.3 Wijzigingen per programma).

Kaderbrief 2027

82

l.

m.

In te stemmen met de voorgestelde begrotingswijzigingen (dotaties en onttrekkingen) in de reserves (Voortgangsrapportage 2026 als onderdeel van de Kaderbrief 2027, subparagraaf 3.3 Wijzigingen per programma). De financiële wijzigingen over 2026, zoals opgenomen in de Voortgangsrapportage 2026, vast te stellen en deze financieel technisch te verwerken in de begroting 2026 volgens de begrotingswijziging (Kaderbrief 2027, subparagraaf 2.2. Financieel kader).

t.a.v. de investeringen: n.

o.

p. q.

De gewijzigde begrote kapitaallasten vanuit het geactualiseerde Investeringsplan en de nieuwe en hogere investeringen te verwerken in de begroting. In de praktijk leidt dit door de methodiek van gestage trendmatige groei tot extra dotaties aan de reserve Kapitaallasten van een zelfde omvang (Kaderbrief 2027, subparagraaf 4.1 Investeringsplan op hoofdlijnen). De nieuwe en hogere investeringen zoals genoemd in subparagraaf 4.3 op te nemen in het Investeringsplan (Kaderbrief 2027, subparagraaf 4.3 Aanvullende voorstellen: nieuwe en hogere investeringen). De niet activeerbare kosten zoals genoemd in subparagraaf 4.4 op te nemen in de begroting (Kaderbrief 2027, subparagraaf 4.4 Financieel technische wijzigingen). De kredieten zoals genoemd in subparagraaf 4.5 vrij te geven (Kaderbrief 2027, subparagraaf 4.5 Kredietverlening en besluiten).

Ten aanzien van het MPG: r.

Het Meerjarenperspectief Grondexploitaties (MPG) 2026 – 2029 vast te stellen (bijlage 2: MPG 2026-2029).

Ten aanzien van het MPZ: s.

Het Meerjarenperspectief Zones (MPZ) 2026 vast te stellen (losse bijlage 3: MPZ 2026).

de griffier,

Kaderbrief 2027

de voorzitter,

83

8. Bijlagen Bijlage 1. Begrotingswijziging Voortgangsrapportage 2026 Progr. Beleidsveld

Omschrijving programma/beleidsveld

Begroting

1

Maatschappelijke participatie

1.1 1.2 1.3

Lasten (exclusief reserves) Onderwijs en sport Sport Sociale basis

31.908 18.832 58.375

1.1 1.2 1.3

Baten (exclusief reserves) Onderwijs en sport Sport Sociale basis

2026 Voorstel wijziging

Begroting gewijzigd

492 2.164

31.908 19.324 60.538

-8.805 -915 -3.612

-440

-8.805 -915 -4.052

Toevoegingen/onttrekkingen reserves

-2.575

-50

-2.624

1

Totaal Maatschappelijke participatie

93.209

2.166

95.374

2

Ondersteuning en zorg

2.1 2.2 2.3

Lasten (exclusief reserves) Voorzieningen volwassenen Voorzieningen jeugd Opvang, wonen en herstel

41.895 57.815 71.578

-2.417 4.572 36.082

39.478 62.387 107.660

2.1 2.2 2.3

Baten (exclusief reserves) Voorzieningen volwassenen Voorzieningen jeugd Opvang, wonen en herstel

-1.225 -6 -1.244

-27 -35.598

-1.252 -6 -36.842

Toevoegingen/onttrekkingen reserves

-2.043

-325

-2.368

166.769

2.287

169.056

2

Totaal Ondersteuning en zorg

3

Werk en inkomen

3.1 3.2 3.3

Lasten (exclusief reserves) Werk Inkomen Schulden

27.781 86.225 3.655

7.484 4.138 -25

35.264 90.363 3.629

3.1 3.2 3.3

Baten (exclusief reserves) Werk Inkomen Schulden

-31 -70.141 -239

-3.193 -4.154

-3.224 -74.294 -239

Kaderbrief 2027

84

Progr. Beleidsveld

Omschrijving programma/beleidsveld Toevoegingen/onttrekkingen reserves

Begroting

2026 Voorstel wijziging

Begroting gewijzigd

-530

-1.388

-1.918

46.720

2.861

49.581

638 328 815 15 3.512

3.283 42.396 82.463 16.816 31.825

-1

3

Totaal Werk en inkomen

4

Aantrekkelijke woon-werkstad

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Lasten (exclusief reserves) Wonen en woningbouw Economie, toerisme en cultuur Aantrekkelijke leefomgeving Ruimtegebruik Overige beheertaken

2.646 42.068 81.647 16.802 28.313

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Baten (exclusief reserves) Wonen en woningbouw Economie, toerisme en cultuur Aantrekkelijke leefomgeving Ruimtegebruik Overige beheertaken

-26 -1.280 -34.775 -12.022 -31.326

-489

-26 -1.280 -34.775 -12.022 -31.815

Toevoegingen/onttrekkingen reserves

363

2.366

2.730

4

Totaal Aantrekkelijke woon-werkstad

92.410

7.184

99.594

5

Gezonde en duurzame stad

5.1 5.2 5.3 5.4

Lasten (exclusief reserves) Milieu Energie Circulariteit Klimaatbestendige stad

1.975 18.168 33.587 12.454

10.369 170 97

1.975 28.536 33.757 12.552

5.1 5.2 5.3 5.4

Baten (exclusief reserves) Milieu Energie Circulariteit Klimaatbestendige stad

-238 -5.982 -34.465 -16.242

-97

-238 -5.982 -34.465 -16.339

Toevoegingen/onttrekkingen reserves

-7.232

5

Totaal Gezonde en duurzame stad

2.025

10.539

12.563

6

Burger, bestuur en veiligheid

6.1 6.2 6.3

Lasten (exclusief reserves) Dienstverlening Gemeentelijk bestuur Openbare orde en veiligheid

11.889 9.707 53.298

-335 125 834

11.554 9.832 54.132

6.1

Baten (exclusief reserves) Dienstverlening

-4.832

Kaderbrief 2027

-7.232

-4.832

85

Progr. Beleidsveld 6.2 6.3

Omschrijving programma/beleidsveld

Begroting

Gemeentelijk bestuur Openbare orde en veiligheid

-33 -26.549

2026 Voorstel wijziging -816

Begroting gewijzigd -33 -27.365

Toevoegingen/onttrekkingen reserves

-450

6

Totaal Burger, bestuur en veiligheid

43.030

-192

42.838

7

Algemene dekkingsmiddelen

7.1 7.2 7.3

Lasten (exclusief reserves) Lokale belastingen en heffingen Algemene dekkingsmiddelen Overhead

6.269 884 96.427

-485 1.439

6.269 399 97.866

7.1 7.2 7.3

Baten (exclusief reserves) Lokale belastingen en heffingen Algemene dekkingsmiddelen Overhead

-60.418 -474.264 -17.541

-680 -11.466 -214

-61.098 -485.730 -17.755

7

-450

Toevoegingen/onttrekkingen reserves

-9.338

-9.338

Totaal Algemene dekkingsmiddelen

-457.980

-11.406

-469.386

Saldo van baten en lasten (exclusief reserves) Toevoegingen/onttrekkingen reserves Totaal saldo inclusief mutaties reserves

7.986 -21.805 -13.819

12.835 604 13.439

20.821 -21.201 -380

NB: de som van bedragen kan afwijken wegens afrondingsverschillen.

Kaderbrief 2027

86

Bijlage 2. Neutrale verschuivingen binnen beleidsveld Voortgangsrapportage 2026 Volgens de Budgethoudersregeling gemeente Haarlem 2019 vergen verschuivingen tussen producten binnen één beleidsveld goedkeuring van het college. Het college besluit de volgende neutrale verschuivingen tussen producten binnen beleidsveld vast te stellen: BV Product Omschrijving neutrale wijzigingen binnen collegebevoegdheid

L/B

2026

2027 5

2028

2029

2030 5

43

4310 Afwikkeling SOR Groen 4311 Afwikkeling SOR Groen

L L

183 n -183 v

433 n -433 v

433 n -433 v

433 n -433 v

433 n -433 v

4320 Project Plaatsen laadpalen elektrische voertuigen 4321 Project Plaatsen laadpalen elektrische voertuigen

L L

-100 v 100 n

4321 Herverdeling DBC's parkeren 4322 Herverdeling DBC's parkeren 4323 Herverdeling DBC's parkeren Totaal

L L L

-481 v -569 v 1.049 n 0v

-481 v -569 v 1.049 n 0v

-481 v -569 v 1.049 n 0v

-481 v -569 v 1.049 n 0v

-481 v -569 v 1.049 n 0v

Toelichting verschuivingen Afwikkeling SOR Groen Het projectmatige beheerbudget Groen voor onderhoud in de openbare ruimte wordt voortaan ingezet voor de Klusbus en het beleidsplan Groen. Dit betreft een verplaatsing van product Groen naar product Openbare Ruimte. Budgetoverheveling voor project Plaatsen laadpalen elektrische voertuigen Het project Plaatsen laadpalen elektrische voertuigen, wordt gedekt vanuit het projectenbudget parkeren. Echter, staan er in 2026 geen middelen begroot op dit projectenbudget. Vandaar dat er incidenteel een bedrag van € 100.000 wordt overgeheveld vanuit het budget Strategische laadvisie op Parkeren algemeen. Het bedrag van € 102.500 is de prognose van project Plaatsen laadpalen elektrische voertuigen voor 2026. Herverdeling DBC's parkeren De budgetten voor de DBC’s van parkeren zijn herverdeeld op basis van de werkelijke lasten van 2025.

Kaderbrief 2027

87

Bijlage 3. Doorontwikkeling Duurzaamheidsbegroting Doorontwikkeling duurzaamheidsbegroting Duurzaamheid blijft een centraal thema in Haarlem, mede door internationale en nationale ontwikkelingen. De gemeenteraad heeft besloten de duurzaamheidsbegroting verder door te ontwikkelen en de Routekaart Circulaire Economie gefaseerd uit te werken. De lange termijndoelen Aardgasvrij 2040, Circulaire stad 2040 en Klimaatbestendige stad 2050 zijn richtinggevend om te komen tot een gezonde, leefbare en toekomstbestendige stad. Door deze doelen steeds verder uit te werken in concrete maatregelen ontstaat meer samenhang en sturing. Verder kijken dan 2030 De naderende CO₂-reductie doelstelling 2030 vraagt om scherp te kijken naar de huidige maatregelen en een duidelijke focus op uitvoering, alleen dan kan de reductie-doelstelling behaald worden. Tegelijkertijd is een langere strategische doorkijk nodig om de ambities voor 2040, zowel voor de warmtetransitie als voor de circulaire economie, realistisch te kunnen vormgeven. Zodat ook hier tijdig naartoe kan worden gewerkt. Het uitvoeringsprogramma van het warmteprogramma levert hiervoor belangrijke input, terwijl parallel wordt gewerkt aan het bepalen van de stappen die nodig zijn in het kader van de doelstelling circulaire economie. Routekaart Duurzaamheid Haarlem streeft naar 60% CO₂-reductie in 2030.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17122769/2