CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Kaderbrief 2027

gemeenteraad 2 juli 2026, gemeente HaarlemBij agendapunt: Besluitvorming Kaderbrief 2027, Voortgangsrapportage 2026 en MPG 2026 - 203041.450 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

De voortgang op de Routekaart Duurzaamheid wordt jaarlijks geactualiseerd en laat zien dat Haarlem volgens de cijfers nog op koers ligt. In het jaarverslag 2025 is er gerapporteerd over de CO₂-uitstoot tot en met 2024. De jaarlijkse CO₂-uitstoot in Haarlem is in 2024 ten opzichte van 2017 met 40% gereduceerd en daarmee 245 kton lager dan in 2017. Ten opzichte van het tussendoel van 2024 is de CO₂-uitstoot in 2024 128 kton lager. Voor de helft komt dat doordat de elektriciteit uit het net veel schoner (lagere emissiefactor) is. Afgelopen jaren is er vol ingezet op uitvoering van alle transitiepaden. Deze inzet moet gecontinueerd worden om de doelstellingen binnen het bereik te houden. Tegelijkertijd dient men bewust te zijn dat mondiale, maar ook landelijke ontwikkelingen een grote invloed hebben op de CO₂ reductiedoelstelling. Sinds 2022 daalde het temperatuurgecorrigeerde gasverbruik sterk door hoge gasprijzen. De vraag is hoe structureel deze dalingen blijken te zijn. Aardgasvrij 2040 Het Warmteprogramma 2026-2030 (2025/714161) is vastgesteld. Hiermee gaat Haarlem aan de slag met het realiseren van de warmtenetten in de stad; het tempo van de aanleg zal in hoge mate bepalend worden voor de reductie van de CO₂ uitstoot.

Met de oprichting van het Haarlems Warmtebedrijf en nieuwe landelijke wetgeving, is de weg vrij voor de realisatie van eerlijke en duurzame collectieve warmtevoorzieningen. De komende jaren wordt volop ingezet op realisatie van zowel warmtenetten als op buurtgerichte uitvoeringsplannen voor isolatie en verduurzaming van gebouwen. Het verloop van netcongestie en mondiale energieprijzen heeft gevolgen voor de uitvoeringssnelheid en investeringsbereidheid van gebouweigenaren. Dit geldt ook voor wijken waar de gebouweigenaren individuele warmteoplossingen zullen gaan realiseren. De komende periode wordt gewerkt aan indicatoren om voortgang en risico’s inzichtelijk te maken. Deze worden opgenomen in de duurzaamheidsbegroting en na verloop van tijd onderdeel van de P&C-cyclus. De volgende actualisatie wordt opgenomen in de Programmabegroting 2027-2031.

Kaderbrief 2027

88

213a-onderzoeken De gemeente voert momenteel twee 213a onderzoeken uit. Het eerste onderzoek richt zich op de vraag of de huidige mobiliteitsmaatregelen voldoende zijn om in 2030 een CO₂-reductie van 33 % te realiseren binnen het transitiepad mobiliteit. De Routekaart Duurzaamheid vormt daarbij het vertrekpunt. Het onderzoek wordt medio 2026 afgerond. De resultaten zullen worden meegenomen in de actualisatie van de Routekaart Duurzaamheid. De gemeente is daarnaast gestart met een 213a onderzoek naar de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed. In dit onderzoek wordt onderzocht of financiële middelen doelmatig en doeltreffend worden uitgegeven en of de duurzaamheidsdoelstelling volgens verwachting wordt gerealiseerd. Verduurzaming eigen vastgoed Bij de bespreking van de Kadernota 2026 werd gerefereerd naar de financiële restwaarde methodiek voor circulair vastgoed. Er wordt onderzocht hoe gemeentelijk vastgoed kan bijdragen aan circulaire ambities, onder andere via toepassing van financiële restwaarde-methodieken. Circulaire stad 2040 Haarlem werkt aan een routekaart naar een Circulaire stad. De focus verschuift daarbij naar het verminderen van de totale milieu-impact, onder meer via de MilieuKostenIndicator (MKI). Keuzes zullen steeds meer gebaseerd worden op integrale milieu-impact in plaats van uitsluitend op CO₂- of gewichtsreductie.

Het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE 2025) is geactualiseerd en sluit aan bij mondiale ontwikkelingen, zoals grondstoffenschaarste, stijgende prijzen en toenemende druk op ecosystemen. Dit vergroot de noodzaak om productie- en consumptiemodellen te veranderen, zodat bedrijven minder afhankelijk worden van prijsschommelingen en leveringsproblemen. Europese wetgeving, zoals de Circular Economy Act (implementatie in 2028), ondersteunt deze transitie via eisen aan ecodesign, hergebruik en reparatie. De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat één circulair doel onvoldoende is. Het NPCE introduceert daarom drie samenhangende doelen: behouden, vervangen en besparen van grondstoffen. Deze doelen vervangen de eerdere doelstelling om het primair abiotisch grondstoffengebruik in 2030 te halveren. Voor 2030 gelden tussendoelen: minimaal 80% recycling, waarvan 11% hoogwaardig, circa 50% inzet van duurzame biotische en secundaire grondstoffen en 6% minder grondstoffengebruik ten opzichte van 2016 (exclusief energiedragers). Bij de doorontwikkeling van het Haarlemse circulaire beleid blijven randvoorwaarden centraal staan, zoals voldoende fysieke ruimte en aandacht voor sociale en financiële effecten. De gemeente richt zich daarbij op de transitieagenda’s voor bouw, voedsel, consumptiegoederen (waaronder textiel) en de maakindustrie.

Voor de bouw wordt verkend hoe duurzaam bouwen en renoveren juridisch kunnen worden geborgd binnen de Omgevingsvisie. In de voedsel- en biomassaketen zet Haarlem in op een voedingspatroon van 60% plantaardige en 40% dierlijke eiwitten en op een gezonde voedselomgeving via educatie, samenwerking en stadslandbouw. Bij consumptiegoederen wordt voortgebouwd op initiatieven als de Haarlemse Waardemakers en een Circulaire (Fair Fashion) Hub, met sterke nadruk op hergebruik, delen en reparatie. In de maakindustrie ligt de focus op het versterken van het C-district, innovatieclusters en samenwerking in de Waarderpolder. Tot slot versterkt Haarlem het circulaire ecosysteem met een instrumentenkoffer voor ondernemers en inwoners, waaronder subsidies circulaire economie en versnellingsprogramma’s, zoals de doorontwikkeling van de Haarlem Innovatieprijs.

Kaderbrief 2027

89

De actualisatie van het Afvalscheidingsprogramma wordt onderdeel van de transitie Het programma Continuering Afvalscheiding (CAS) wordt begin 2027 geëvalueerd. Tegelijk wordt een nieuw afvalscheidingsprogramma aan de gemeenteraad voorgelegd. Dit programma sluit aan op de geactualiseerde nationale circulaire doelstellingen, die inzetten op een hoger aandeel hoogwaardig gerecyclede grondstoffen. Haarlem heeft hier directe invloed op via de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. Met CAS is ingezet op restafvalreductie via een servicegerichte aanpak en een beperking van restafvalaanbod (365 klepopeningen per jaar). Dit resulteerde in 10 kg minder restafval per inwoner. Het scheidingspercentage bedraagt 51% en het recyclepercentage circa 41%, waarmee Haarlem nog onder de landelijke doelstelling van 60% in 2030 blijft. De nationale circulaire doelstelling voor 2030 is aangescherpt naar 80% gerecycled voor huishoudelijk en bedrijfsafval (NPCE 2025). Omdat deze doelen verschillen van de VANG-doelstellingen, volgt een nadere analyse om de impact voor het Haarlemse huishoudelijk afval inzichtelijk te maken. De gemeente heeft de doelstelling om in 2040 een circulaire stad te zijn. Er zal de komende jaren flink gewerkt moeten worden aan het behalen van deze doelstelling.

Door in te zetten op restafvalreductie kunnen niet alleen circulaire ambities gehaald worden, ook kunnen de gevolgen van de verwachtte stijging van de CO₂-heffing voor Haarlemse inwoners worden gedempt. De Rijksoverheid kondigt in het Belastingplan voor de periode vanaf 2027 belangrijke verhogingen aan van de afvalstoffenbelasting (ASB) en de CO₂-heffing voor afvalenergiecentrales (AEC’s). Klimaatbestendige stad 2050 Haarlem heeft als doel om in 2050 een klimaatbestendige en klimaatadaptieve stad te zijn. Dit betekent dat de stad zo wordt ingericht dat beter kan worden omgegaan met toenemende hitte, droogte, wateroverlast en de gevolgen van extreme neerslag. Wateroverlast: De inzet is gericht op het terugdringen van risicolocaties door het realiseren van hemelwaterafvoer bij civiele projecten, door pilotprojecten en verkenning van nieuwe locaties als het gaat om waterberging, de aanleg van wadi's en het klimaatadaptief inrichten van speelplekken. Hittestress: de inzet is gericht op doorlopende vergroeningsprojecten in straten en pleinen, het uitwerken en vaststellen van een hitteplan en door pilotprojecten gericht op het creëren van schaduw op plekken met beperkte mogelijkheden voor groen.

Droogte: Dit jaar wordt gestart met het opzetten van een grondwatermeetnet om ontwikkelingen structureel te monitoren, een onderzoek naar drainage en het vervangen van verouderde systemen en een verbeterde analyse van risico’s in gebieden waar lage grondwaterstanden problemen kunnen veroorzaken. Waterkwaliteit en oppervlaktewater: In de komende periode worden op diverse locaties nieuwe natuurvriendelijke oevers en andere oevervormen gerealiseerd. Daarnaast wordt gewerkt aan een maatregelenpakket voor het behalen van de KRW-waterkwaliteitsdoelen voor overig water. Brede Welvaart In 2025 zijn verschillende pilots uitgevoerd waarin beleidsstukken uit het fysieke en sociale domein zijn getoetst aan de thema’s van de CBS-methodiek. De gemeente richt zich de komende periode op het ontwikkelen van concrete handelingsperspectieven om Brede Welvaart stevig te verankeren in beleid, uitvoering en besluitvorming. In de programmabegroting wordt hier uitgebreider op ingegaan, omdat het onderzoek dan is afgerond. Kaderbrief 2027

90

Bijlage 4. Stedelijke Trends en Ontwikkelingen Haarlem wil een leefbare en duurzame stad zijn. Om hieraan bij te dragen is een structurele aanpak opgezet waarin maatschappelijke, fysieke, sociaaleconomische en demografische trends en ontwikkelingen systematischer worden gevolgd, geduid en geagendeerd. Hierdoor kunnen gericht maatregelen worden genomen. Naar aanleiding van bevindingen in de Kadernota 2024, waarin (verwachte) ontwikkelingen van de woningbouw-, bevolkings- en leerlingenaantallen voor het eerst zijn gepresenteerd, is het betreffende prognoseproces is verbeterd en gestroomlijnd. De bevolkingsprognose en leerlingenprognose zijn beter op elkaar afgestemd. De bevolkingsprognose wordt voortaan jaarlijks geüpdatet en hierin wordt ook rekening gehouden met onzekere factoren die tot vertragingen in de woningbouw kunnen leiden. Doel van deze paragraaf is zowel de raad, als de organisatie jaarlijks mee te nemen in de analyse van een set aan prioritaire trends op het gebied van bevolkingssamenstelling en -ontwikkeling (demografie), leerlingenaantallen en de woningmarktontwikkeling. Daarnaast werd de afgelopen jaren, elk jaar een ander voor de stad belangrijk thema toegevoegd. Dit jaar beperkt de paragraaf Trends en ontwikkelingen in deze beleidsarme kaderbrief zich tot de prognoses en wordt geen aanvullende thema uitgediept.

In andere informatieproducten wordt wel verdieping opgezocht: naar verwachting verschijnt eind mei 2026 het rapport Staat van de Stad op Haarlem in Cijfers, waarin een integraal beeld wordt geschetst van de ontwikkelingen op verschillende beleidsterreinen. Het geeft inzicht in ontwikkelingen in de stad. Dat wordt gedaan aan de hand van data, duiding van de data en verdieping, bijvoorbeeld relevante publicaties, wetenschappelijke inzichten en landelijke wet- en beleidsontwikkelingen. Daarnaast zijn een aantal informatieproducten ontwikkeld in het kader van de bestuurswissel: er zijn Strategische verkenningen (inzicht in de grote opgaven voor Haarlem en Zandvoort en mogelijke denkrichtingen) en Financiële verkenningen (inzicht in beschikbare financiële ruimte 2026-2030) aangeboden aan de nieuw gekozen gemeenteraad. Daarnaast is de Blik op de organisatie (inzicht in de kansen en bedreigingen voor de ambtelijke organisatie die de bestuurlijke ambities van de colleges van Haarlem en Zandvoort realiseert) verschenen. Deze paragraaf richt zich dus exclusief op de prognoses. Hierbij gelden twee aandachtspunten.

Door de hiervoor genoemde harmonisatie van prognoseprocessen, met een woningprognose in het voorjaar, gevolgd door een bevolkingsprognose in het derde kwartaal en aansluitend een leerlingenprognose, zal de meest recente woningprognose in de kadernota van een latere datum zijn dan de bevolkingsprognose: de meest recente bevolkingsprognose (zie het volledige rapport op Haarlem In Cijfers) en leerlingenprognose dateren uit 2025 en de cijfers vanuit de meest recente woningbouwprognose uit begin 2026. Voor de getoonde bevolkingsprognose is gebruik gemaakt van de Monitor Plancapaciteit van 2025. Een tweede belangrijk aandachtspunt is dat prognoses altijd gepaard gaan met enige onzekerheid. Dit geldt met name voor de verwachtingen over de buitenlandse migratie en de woningbouw. De onzekerheidsfactor wordt groter naarmate er verder in de toekomst gekeken wordt.

4.1 Demografische ontwikkelingen en prognoses Samenvatting en duiding Kaderbrief 2027

91

De bevolking van Haarlem is de afgelopen jaren gegroeid. Vorig jaar zette deze groei zich voort, maar in een minder hoog tempo dan in de jaren daarvoor. Voor de komende jaren wordt opnieuw een geboorteoverschot en een positief migratiesaldo verwacht, wat kan leiden tot verdere bevolkingsgroei in Haarlem. In hoeverre deze verwachte groei zich daadwerkelijk zal voordoen, hangt in belangrijke mate samen met het tempo van de woningbouwontwikkeling. In de afgelopen decennia is het aantal 65-plussers toegenomen en naar verwachting zet deze ontwikkeling zich voort. Het gaat daarbij vooral om een groei in absolute aantallen en in mindere mate om een toename van het aandeel 65-plussers in de totale bevolking. Bevolkingsgroei

Aantal inwoners: realisatie (2000, 2010, 2020 t/m 2026) en prognose (2027 t/m 2033) 190.000 180.000 170.000

162.891 162.526 162.857

165.396

167.620 168.669 168.888

171.277

173.506

175.630 177.196

178.616 179.838

181.031

160.000 150.000

148.478 149.476

140.000 130.000 120.000 2000 2010 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033

Aantal inwoners gerealiseerd per 1-1

Aantal inwoners prognose per 1-1

Bron gerealiseerd: BRP gemeente Haarlem. Bron prognose: Gemeentelijke bevolkingsprognose o.b.v. GBPRO 2025, gebaseerd op gegevens uit BRP, de gemeentelijke Monitor Plancapaciteit (2025) en de CBS-kernprognose (2023).

Belangrijkste ontwikkelingen: • In de periode 2000-2010 was er nauwelijks sprake van bevolkingsgroei (+ 1.000 inwoners in tien jaar). • Van 2010 tot 2020 was de bevolkingsgroei veel sterker en is het aantal inwoners in tien jaar met ruim 13.000 personen toegenomen. • De bevolking is in de periode 2020-2026 gegroeid met bijna 6.000 inwoners (+3,7%). • In 2025 kwamen er 219 inwoners bij in Haarlem. De bevolking groeit daarmee nog steeds, maar minder sterk dan in de jaren ervoor. • Sinds 2022 kent Haarlem een positief saldo van de binnenlandse migratie: er vestigen zich jaarlijks meer mensen uit andere Nederlandse gemeenten in Haarlem dan dat er vertrekken. Net als een jaar eerder was Amsterdam de belangrijkste herkomstgemeente: in 2025 verhuisden circa 3.200 personen van Amsterdam naar Haarlem, tegenover ongeveer 1.500 verhuizingen van Haarlem naar Amsterdam, wat resulteert in een vestigingsoverschot van ruim 1.700 personen. Ook met Amstelveen is sprake van een (beperkt) positief saldo (+34). Daarentegen verhuisden meer Haarlemmers naar onder andere Velsen (-626), Heemstede (176) en Bloemendaal (-168) dan dat er vanuit deze gemeenten naar Haarlem kwamen. Prognose: Kaderbrief 2027

92

•

•

•

Het aantal inwoners per 1-1-2026 ligt wat lager (168.888) dan volgens de prognose uit 2025 (170.090). Dat komt vooral doordat het binnen- en buitenlands migratiesaldo lager was dan verwacht. Het buitenlands migratiesaldo wordt geprognosticeerd aan de hand van de CBS prognose. Het binnenlands migratiesaldo wordt geprognosticeerd door recente historische ontwikkelingen mee te nemen in combinatie met de woningbouwprognose. In de bevolkingsprognose die in 2026 wordt opgesteld, wordt verkend of voor het binnenlands migratiesaldo in 2026 gebruik kan worden gemaakt van de gerealiseerde cijfers over de eerste helft van 2026. Deze meest recente cijfers zouden dan worden doorgetrokken als schatting voor de rest van het jaar. In voorgaande jaren werd uitsluitend gewerkt met gegevens over volledige kalenderjaren. In de bevolkingsprognose van 2025 wordt voorzien dat het inwonertal steeds verder toeneemt. De verwachting is dat de gemeente tussen 2032 en 2033 het aantal van 180.000 inwoners passeert. Ook van 2032 tot 2044 groeit het inwonertal, hetzij iets minder sterk (+7%). In 2045 zullen er ongeveer 192.000 inwoners zijn.

Ontwikkeling leeftijdsopbouw bevolking

Leeftijdsopbouw bevolking: realisatie (2000, 2010, 2020 t/m 2026) en prognose (2027 t/m 2033) 100% 90%

16%

15%

17%

17%

17%

17%

17%

18%

18%

18%

18%

18%

18%

18%

19%

19%

24%

27%

27%

27%

26%

26%

26%

26%

26%

26%

26%

25%

25%

25%

25%

25%

40%

36%

34%

34%

34%

35%

35%

35%

35%

35%

35%

36%

36%

36%

36%

36%

21%

22%

22%

22%

22%

22%

22%

21%

21%

21%

21%

21%

21%

21%

21%

21%

80% 70% 60% 50%

40% 30% 20% 10%

0% 2000 2010 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 0-19 jaar

20-44 jaar

45-64 jaar

65 jaar en ouder

Bron gerealiseerd: BRP gemeente Haarlem. Bron prognose: Gemeentelijke bevolkingsprognose o.b.v. GBPRO – 2025

Belangrijkste ontwikkelingen: • In de periode 2000-2020 is er vooral een verschuiving van de leeftijdsgroep 20-44 jaar (40% in 2000; 34% in 2020) naar de leeftijdsgroep 45-64 jaar (24% in 2000; 27% in 2020) zichtbaar. • De leeftijdsopbouw van de Haarlemse bevolking is stabiel gebleven in de periode 2020-2026. Prognose: • De leeftijdsopbouw blijft naar verwachting ook in de komende jaren redelijk stabiel.

Kaderbrief 2027

93

• • •

Het aandeel 65-plussers was in 2010 nog 15%; in 2026 was dit toegenomen naar 18% en in 2033 zal dit 19% van de bevolking zijn. Het absolute aantal inwoners van 65 jaar en ouder neemt ook toe door de groei van de bevolking: van bijna 28.000 in 2020 tot naar verwachting bijna 34.000 in 2033. Ook het aantal inwoners van 85 jaar en ouder zal toenemen van circa 3.500 Haarlemmers in 2025 naar ruim 4.500 in 2033 en ruim 6.300 in 2045.

4.2 Ontwikkelingen en prognoses woningvoorraad De cijfers in deze paragraaf over de ontwikkeling van de woningvoorraad, worden ook opgenomen in de ‘Rapportage Woningbouw’ die medio 2026 verschijnt. Samenvatting en duiding De omstandigheden waaronder gemeenten, corporaties en marktpartijen woningbouwplannen tot uitvoering moeten brengen zijn uitdagend. Dat komt bijvoorbeeld door bouwkostenstijgingen, stikstofproblematiek, netcongestie en afnemende investeringscapaciteit bij nieuwbouw. De toenemende druk op de woningbouw blijft ook in Haarlem zichtbaar. De ontwikkeling van de woningvoorraad is achtergebleven op de verwachting, onder andere door het later opleveren van een aantal grote woningbouwprojecten. Tot en met 2030 staan er ruim 9.600 nieuwbouwwoningen gepland. Op basis van ervaringen en onzekerheden over de randvoorwaarden voor woningbouw wordt extra vertraging verwacht. Voor de komende jaren is het de opgave deze vertraging te beperken om de druk op de woningvoorraad te kunnen verlichten. Kwantitatieve ontwikkeling woningvoorraad

Bronnen en toelichting: De cijfers uit het verleden (t/m 2026) zijn gebaseerd op de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en het CBS. Voor de prognosecijfers is gebruik gemaakt van de gemeentelijke Monitor Plancapaciteit (conceptversie januari 2026). Deze bevat bij de gemeente bekende nieuwbouw- en transformatieprojecten. Om van plancapaciteit tot prognose te komen wordt op basis van ervaringen in het verleden, gerekend met een gemiddeld planvertragingspercentage over de periode 2025 t/m 2032 van 30%. De staffel is bepaald op basis van de ervaring dat er over langere periode (ca. 8 jaar) in Haarlem ca. 70% van verwachte opleveringen bij de totale plancapaciteit ook daadwerkelijk tot oplevering komt.

Kaderbrief 2027

94

Belangrijkste ontwikkelingen: • Het aantal woningen is in de periode 2019 tot en met 2025 gegroeid met bijna 5.000 (+6,5%) naar 80.584 woningen. • In de Monitor Plancapaciteit stonden voor 2025 circa 550 woningen geprognosticeerd. Dit lagere aantal (dan het gewenste groeiniveau van ongeveer 1.100 woningen per jaar) komt doordat er in 2023 en 2024 relatief weinig woningbouwprojecten gestart zijn als gevolg van de ontwikkelingen op de bouw- en woningmarkt. In 2025 bedroeg de netto groei 159 woningen (+0,2%). De daadwerkelijke realisatie is hier dus op achtergebleven. Dit komt grotendeels door het doorschuiven van opleveringen. Prognose: • In 2026 wordt een (netto) toename van 941 woningen verwacht. • Voor 2027 is de verwachte toename van het aantal woningen circa 1.500. Dit relatief hogere aantal komt grotendeels door het doorschuiven van opleveringen. • Voor de periode na 2027 is de verwachting onzeker en variabel. In de woningbouwrapportage zal nader worden ingegaan op deze prognoses.

4.3 Maatschappelijke ontwikkelingen en prognoses leerlingen De gemeentelijke bevolkingsprognose wordt voor meerdere doeleinden gebruikt, zoals de opstelling van de leerlingenprognoses in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Deze leerlingenprognoses zijn de basis voor de vaststelling van de huisvestingsbehoefte van de scholen nu en in de toekomst. Ook worden de leerlingenprognoses gebruikt voor de vaststelling van de behoefte aan bewegingsonderwijs en de hiervoor benodigde behoefte aan gymzalen en sportzalen/-hallen. Samenvatting en duiding De verwachte bevolkingsgroei in Haarlem zal naar verwachting ook leiden tot een stijging van het aantal leerlingen in het basisonderwijs. Voor het voorgezet onderwijs wordt min of meer een stabilisering van de leerlingenaantallen verwacht. Deze ontwikkelingen hebben betekenis voor het huisvestingsbeleid van de gemeente. De gemeente heeft immers de wettelijke zorgplicht te voorzien in passende onderwijshuisvesting voor alle leerplichtige leerlingen in de gemeente. Wanneer sprake is van uitbreiding van de woningbouw en derhalve een toename van de leerlingenaantallen, zal aanvullende capaciteit moeten worden gerealiseerd, wanneer dit niet in de bestaande huisvestingscapaciteit kan worden opgevangen.

Ontwikkeling en prognose leerlingenaantallen (Basisonderwijs en Voortgezet Onderwijs) Op basis van de medio 2025 opgestelde bevolkingsprognose van de gemeente Haarlem en de werkelijke leerlingenaantallen op peildatum 1 oktober 2025 1 zijn nieuwe leerlingenprognoses opgesteld voor het basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Voor het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs worden geen prognoses opgesteld omdat de ontwikkeling van deze onderwijsvormen zich moeilijk laat prognosticeren en sterk afhankelijk is van o.a. Rijksbeleid m.b.t. het beleid inzake het speciaal onderwijs. Het Rijksbeleid en ook het gemeentelijk en schoolbestuurlijk beleid is erop gericht zoveel mogelijk leerlingen in regulier onderwijs op te vangen en te streven naar inclusiever onderwijs.

1 De leerlingenaantallen voor het primair onderwijs met peildatum 1 oktober 2025 zijn nog niet definitief vastgesteld

vanwege kleine verschillen bij een aantal scholen. Aangezien het om beperkte afwijkingen gaat, worden geen substantiële verschillen verwacht tussen de in deze paragraaf opgenomen leerlingenaantallen en de later vast te stellen definitieve (prognose)cijfers. Kaderbrief 2027

95

In onderstaande grafiek zijn de leerlingenprognoses voor het basisonderwijs en voortgezet onderwijs weergegeven. De leerlingenaantallen die staan bij de jaartallen 2025 en 2026 betreffen de daadwerkelijke leerlingenaantallen per 1 oktober van het jaar daarvoor. Daarmee is in deze tabel voor de genoemde twee jaar gebruik gemaakt van de werkelijke leerlingenaantallen. In de tabel begint vanaf het jaar 2027 de prognose. In de opstelling van de leerlingenprognoses worden diverse informatiebronnen gebruikt, waaronder ook de woningbouwplannen. Het gaat hier echter alleen om de reeds vastgestelde woningbouwplannen. De woningbouwplannen die weliswaar in ontwikkeling zijn, maar nog niet zijn vastgesteld, zijn nog geen onderdeel van de leerlingenprognoses.

Leerlingenaantallen primair onderwijs (PO) en voortgezet onderwijs (VO) 18.000 16.000 14.000

13.784 13.796 13.655 13.772 13.600 13.599 13.692 13.653 13.631 13.671 13.705 13.694 13.717 13.746 13.762 13.844 14.004

14.156 14.327 14.504

14.671 14.841 15.004

15.148 15.264 15.376

11.740 11.742 11.876 11.895 11.889 12.003 12.053

12.130 12.221 12.169 12.066 12.063 12.027 12.003 11.998 11.965 11.878 11.807

2027

10.000

2020

12.000 11.751 11.697 11.660 11.593 11.642 11.737 11.846 11.972

8.000 6.000 4.000 2.000

PO

PO prognose

VO

2045

2044

2043

2042

2041

2040

2039

2038

2037

2036

2035

2034

2033

2032

2031

2030

2029

2028

2026

2025

2024

2023

2022

2021

0

VO prognose

Bron gerealiseerd 2020-2026: teldatum is per 1-okt jaar ervoor, jaarlijkse data van DUO, 2025. Bron prognoses basisonderwijs en voortgezet onderwijs 2027 – 2045: XXLLnc, maart 2026. NB: De leerlingenaantallen voor het primair onderwijs met peildatum 1 oktober 2025 zijn nog niet definitief vastgesteld vanwege kleine verschillen bij een aantal scholen. Voor beide leerlingenprognoses wordt rekening gehouden met de bevolkingsprognoses van de omliggende gemeentes, een analyse waar de Haarlemse jeugd naar school gaat en uit welke gemeenten de leerlingen van de Haarlemse scholen komen.

In algemene zin valt op te merken dat het vooruitzicht onveranderd is dat het leerlingenaantal voor het basisonderwijs gematigd verder groeit. Voor het aantal basisschoolleerlingen wordt een ontwikkeling voorzien van 13.692 leerlingen in 2025, tot 15.376 in 2045, een groei van circa 12%. Groei van ongeveer dezelfde omvang werd ook voorzien in de prognose van maart 2025, op basis van peildatum 1 oktober 2024. Wat het voortgezet onderwijs (vo) betreft laat de actuele prognose een iets ander beeld zien dan de prognose uit 2025. In die prognose werd nog uitgegaan van groei van circa 7% van 2024 naar 2044. De meest recente prognose (2026) verwacht dat het leerlingenaantal op het voortgezet onderwijs stabiel blijft met kleine fluctuaties, zoals ruim 12.200 vo leerlingen in 2028 en ongeveer 11.600 vo leerlingen in 2041. De stijging van het aantal leerlingen in het basisonderwijs vertaalt zich niet één-op-één naar het voortgezet onderwijs. Dit komt doordat beide onderwijssoorten een verschillend voedingsgebied hebben. Het basisonderwijs volgt de lokale demografie van Haarlem en laat daardoor een groei zien. Kaderbrief 2027

96

Het voortgezet onderwijs heeft een regiofunctie; veel leerlingen uit de omringende gemeenten gaan in Haarlem naar een school voor voortgezet onderwijs. De ontwikkeling in demografie is in die gemeenten niet hetzelfde als in Haarlem. In de actualisering van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) 2023-2038 (2023/9349) is op basis van de leerlingenprognoses op peildatum 1-10-2024 een vertaling gemaakt naar de huisvestingsbehoefte de komende jaren. In beeld is gebracht waar de groei van het aantal leerlingen plaatsvindt en welke interventies nodig zijn om te komen tot passende huisvesting. De actualisering van het IHP wordt in juni 2026 voorgelegd aan de gemeenteraad.

Kaderbrief 2027

97

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17122769/2