7. Bijlage 6: Toelichting Ontwerp Waterschapsverordening 2023
Tekst van het document
Toelichting op afdeling 5.3: Vergunning Toelichting op paragraaf 5.3.1: Wanneer is een vergunning nodig Toelichting op artikel 5.3: Vee houden in een waardevolle oever Vee vertrapt de planten in een waardevolle oever en eet ze op. Dit wil Rijnland voorkomen. Rijnland heeft als uitgangspunt dat vee niet in een waardevolle oever mag komen. Alleen in hele bijzondere gevallen vinden we dit wel goed. Daarom is er een vergunning nodig voor het houden van vee in een waardevolle oever. Er is geen vergunning nodig als een initiatiefnemer een afrastering maakt, zodat het vee niet in de waardevolle oever kan komen. Toelichting op artikel 5.4: Grootvee houden in de zeewering Met grootvee bedoelen we paarden en koeien. Ook als ze nog niet volwassen zijn, dus veulens en pinken. Het houden van grootvee kan de zeewering beschadigen. Vooral het begrazen van helmgras is een probleem. Daarom vindt Rijnland het niet goed als er overal op de zeewering grootvee wordt gehouden. In de dynamische gebieden is dat geen probleem. De dynamische gebieden zijn de gebieden langs de Rijnlandse kust waar het niet zo belangrijk is om het zand op die plek vast te houden. Het zand mag hier verspreiden. Maar buiten die dynamische gebieden wel. Daarom is er een vergunningplicht nodig voor het houden van grootvee buiten de dynamische gebieden.
Voor de duidelijkheid: iemand heeft geen vergunning nodig om met een paard door de duinen te rijden.
Toelichting op paragraaf 5.3.2: Beoordelen van de vergunningaanvraag
Toelichting op artikel 5.5: Beoordelen van de vergunningaanvraag De artikelen gebruiken we om een vergunningaanvraag te beoordelen. Voldoet een vergunningaanvraag hieraan, dan verlenen we de vergunning. Toelichting op artikel 5.6: Vee houden in een waardevolle oever Rijnland wil eigenlijk geen vee in een waardevolle oever. Alleen voor natuurbeheer binnen een aangewezen natuurgebied zal Rijnland soms een vergunning afgeven. Toelichting op artikel 5.7: Grootvee houden in de zeewering Het is belangrijk dat er voldoende helmgras groeit in de niet dynamische kustgebieden. Uit een proef met beweiding in de duinen blijkt dat grootvee helm eet. Daarom vindt Rijnland het houden van grootvee in deze gebieden niet goed. Alleen in bijzondere situaties zal Rijnland hiervoor een vergunning geven.
Toelichting op paragraaf 5.3.3: Voorschriften in de vergunning Toelichting op artikel 5.8: Voorschriften in de vergunning In de vergunning staan voorschriften die er voor zorgen dat er geen nadelen ontstaan voor het watersysteem.
Toelichting op hoofdstuk 6: Waterpeil veranderen Toelichting op afdeling 6.1: Wanneer geldt dit hoofdstuk Toelichting op artikel 6.1: Waterpeil veranderen Rijnland beheert het peil van het oppervlaktewater. In peilbesluiten staat welk waterpeil in een bepaald gebied geldt. Soms zorgt dat waterpeil op sommige plekken voor nadelige gevolgen. Voorbeelden: Een eigenaar heeft een stuk grond dat laag ligt ten opzichte van het andere maaiveld in het peilgebied. Deze eigenaar kan door een kleine drooglegging te veel nadeel ervaren. De grondwaterstand is hoog, waardoor de gewassen daarom minder goed kunnen groeien. Een eigenaar van een gebouw kan bij een te laag waterpeil last krijgen van schade aan de fundering. Dan kan het gewenst zijn om op die plek het waterpeil te veranderen en een ander waterpeil te gebruiken.
Toelichting op afdeling 6.2: Waterpeil veranderen algemeen Toelichting op artikel 6.2: Opdracht om het waterpeil te veranderen Om het waterpeil te veranderen zijn kunstwerken nodig. Dit is bijvoorbeeld een stuw of inlaat. Deze stuwen of inlaten zijn meestal in beheer bij Rijnland. Soms beheert of bedient een gebruiker of andere eigenaar deze stuwen of inlaten. Rijnland moet kunnen ingrijpen als een gebruiker of eigenaar de stuw of inlaat niet goed beheert of bedient en er problemen ontstaan voor de aanvoer of afvoer van het water. Rijnland kan een gebruiker of eigenaar dan verplichten om het niveau van het peil regelende kunstwerk aan te passen. Zo’n verplichting is een besluit van Rijnland. Als een eigenaar of gebruiker het niet eens is met dat besluit, dan staan daar rechtsmiddelen tegen open. Bijvoorbeeld het maken van bezwaar.
Toelichting op afdeling 6.3: Vergunning Toelichting op paragraaf 6.3.1: Wanneer is een vergunning nodig
Toelichting op artikel 6.3: Waterpeil verlagen in een kwetsbaar kwelgebied In kwetsbaar kwelgebied kan verlagen van het waterpeil negatieve gevolgen hebben, die we niet terug kunnen draaien. Het grootste risico is dat er meer brakke kwel ontstaat. Dit brakke grondwater komt terecht in het oppervlaktewater. Door een vergunning te verlenen kan Rijnland een peilverlaging vooraf beoordelen en ervoor zorgen dat er geen negatieve gevolgen ontstaan. Toelichting op artikel 6.4: Waterpeil verlagen in gebied met veengronden of kleigronden op veen In een gebied met veengronden of kleigronden op veen kan het verlagen van het waterpeil negatieve gevolgen hebben, die we niet terug kunnen draaien. De grootste risico’s zijn bodemdaling en het opbarsten van de waterbodem. Door een vergunning te verlenen kan Rijnland een peilverlaging vooraf beoordelen en ervoor zorgen dat er geen negatieve gevolgen ontstaan. Toelichting op artikel 6.5: Waterpeil verhogen In deze gebieden is Rijnland terughoudend met het toestaan van een verhoging van het waterpeil. Daarom is in deze gebieden een vergunning nodig voor het verhogen van het waterpeil.
Toelichting op paragraaf 6.3.2: Beoordelen van de vergunningaanvraag voor verlagen waterpeil Toelichting op artikel 6.6: Beoordelen van de vergunningaanvraag Deze artikelen gebruiken we om een vergunningaanvraag te beoordelen. Voldoet een vergunningaanvraag hieraan, dan verlenen we de vergunning. Toelichting op artikel 6.7: Nadeel door Rijnlands waterpeil Toelichting op artikel 6.7, eerste lid Het verlagen van het waterpeil kan een risico zijn voor het goed laten werken van het watersysteem. Verlagen van het waterpeil kan zorgen voor: minder aanvoer en afvoer van water, minder mogelijkheden om neerslag te bewaren, meer (zoute) kwel, snellere bodemdaling, minder ecologie in het water, een minder sterk watersysteem. Rijnland legt het te gebruiken peil vast in het peilbesluit. We houden hierbij rekening met lokale situaties en wat in het algemeen belangrijk is. Maar het is niet mogelijk om in het peilbesluit alles wat belangrijk is goed te ondersteunen. Het kan dus voorkomen dat iemand te veel nadeel of schade heeft van het door Rijnland gebruikte waterpeil. Rijnland kan dan een vergunning geven voor het lokaal verlagen van het waterpeil. In lid 2 en 3 van dit artikel staat wanneer er in ieder geval teveel nadeel of schade is. Maar de initiatiefnemer kan zelf ook een reden geven. Dat kan bijvoorbeeld een bijzondere bodemopbouw zijn, of een ander gebruik van deze bodem, enzovoort.
Toelichting op artikel 6.7, tweede lid Het Rijnlandse waterpeil kan zorgen voor teveel nadeel of schade als het maaiveld bij een onderbemaling lager ligt dan de mediaanhoogte van het maaiveld binnen het peilvak. Voor drie situaties noemen we het hoogteverschil waarbij er te veel nadeel en schade kan ontstaan. Voor alle andere situaties (zoals zandgronden) bepalen we per geval of de lagere ligging teveel nadeel of schade geeft.
In deze gevallen is er in ieder geval geen sprake van teveel nadeel of schade: Het afgraven van de bodem veroorzaakt de lagere ligging van het maaiveld. Het is redelijkerwijs mogelijk de bodem op te hogen. Toelichting op artikel 6.7, derde lid Er kan teveel nadeel of schade zijn als: De manier waarop de grond wordt gebruikt anders is dan in de rest van het peilvak. Een grotere drooglegging nodig is voor de manier waarop de grond wordt gebruikt. Rijnland beoordeelt deze andere manier van grondgebruik door naar de praktijksituatie te kijken en naar het toegelaten grondgebruik zoals dat staat in het bestemmingsplan. Rijnland verleent geen vergunning als het gewenste grondgebruik niet is vermeld in het bestemmingsplan. Toelichting op artikel 6.8: Overlast niet afschuiven Door de lokale peilverlaging bedient Rijnland een deel van het peilvak niet meer en heeft dus geen directe invloed meer op het waterpeil. Wordt neerslag snel uit de onderbemaling wegpompt, dan is er in het gebied van het afwijkende peil minder berging van neerslag. Dit vindt Rijnland niet goed omdat de wateroverlast bij extreme neerslag afschuift naar de rest van het peilvak. Met andere woorden: door het wegpompen van water wordt zelfstandig gezorgd voor droge voeten, terwijl de buren natte voeten krijgen. Rijnland verleent daarom alleen een vergunning als wateroverlast niet wordt afgeschoven.
Toelichting op paragraaf 6.3.3: Beoordelen van de vergunningaanvraag voor verhogen waterpeil Toelichting op artikel 6.9: Beoordelingsregel De artikelen gebruiken we om een vergunningaanvraag te beoordelen. Voldoet een vergunningaanvraag hieraan, dan verlenen we de vergunning. Toelichting op artikel 6.10: Nadeel door Rijnlands waterpeil Rijnland legt het te gebruiken peil vast in het peilbesluit. We houden hierbij rekening met lokale situaties en wat in het algemeen belangrijk is. Maar het is niet mogelijk om in het peilbesluit alles wat belangrijk is goed te ondersteunen. Het kan dus voorkomen dat iemand te veel nadeel of schade heeft van het door Rijnland gebruikte waterpeil. Rijnland kan dan een vergunning geven voor het lokaal verhogen van het waterpeil. Op die manier beoordeelt Rijnland voor elke situatie of er teveel nadeel of schade is. Toelichting op artikel 6.11: Overlast niet afschuiven Door de peilverhoging bedient Rijnland een deel van het peilvak niet meer en heeft dus geen directe invloed meer op het waterpeil. Bij neerslag stroomt het water direct over de stuw. Daardoor is er in het gebied met verhoogd waterpeil geen berging van neerslag. Dit vindt Rijnland niet goed omdat de wateroverlast bij extreme neerslag afschuift naar het ontvangende peilvak. Met andere woorden: er wordt zelfstandig gezorgd voor droge voeten, terwijl de buren natte voeten krijgen.
Rijnland verleent daarom alleen een vergunning als wateroverlast niet wordt afgeschoven.
Toelichting op paragraaf 6.3.4: Voorschriften in de vergunning Toelichting op artikel 6.12: Voorschriften in de vergunning In de vergunning staan voorwaarden die er voor zorgen dat het watersysteem goed blijft werken. Deze voorwaarden kunnen er in ieder geval in staan:
De kunstwerken en werken die het waterpeil regelen Een kunstwerken dat het waterpeil regelt is bijvoorbeeld een sluis, stuw, inlaat of gemaal. Een werk dat het waterpeil regelt is bijvoorbeeld een pomp. We beoordelen per situatie of we een verandering van het waterpeil kunnen toestaan. Het is belangrijk dat de initiatiefnemer kunstwerken en werken bouwt op de plaats die door Rijnland is getoetst en goedgekeurd. Dat geldt voor alle kunstwerken die nodig zijn voor het regelen van de peilverandering. Het is ook belangrijk dat de (kunst)werken op de juiste manier worden gebouwd. De capaciteit van de pomp Om het waterpeil te verlagen wordt water naar het omringende peilvak gepompt. Met een kleine pompcapaciteit blijven deze nadelige effecten voor het andere peilvak minimaal: meer wateroverlast meer kwel Bij het bepalen van de capaciteit van de pomp gelden de bemalingsrichtlijnen uit de Nota Peilbeheer. Het nieuwe waterpeil In de vergunning staat welk waterpeil de initiatiefnemer binnen de peilverandering mag gebruiken. We zoeken naar een peil waarmee het teveel aan schade of nadeel wordt gestopt. De peilverlaging moet wel zo klein mogelijk zijn, om zo weinig mogelijk last te krijgen van bodemdaling, verzilting en verdroging.
Toelichting op afdeling 6.4: Voorwaarden zonder vergunning voor waterpeil verlagen Toelichting op artikel 6.13: Wanneer gelden deze voorwaarden Bij een peilverlaging is het risico op niet te veranderen gevolgen voor het watersysteem beperkt in deze gebieden. Daarom is geen vergunning nodig, maar gelden de voorwaarden uit deze paragraaf. Toelichting op artikel 6.14: Werkzaamheden melden Het waterpeil verlagen is een wijziging in het watersysteem. Dit moet Rijnland weten, zodat we er rekening mee kunnen houden bij het regelen van het watersysteem. Toelichting op artikel 6.16: Wateraanvoer en waterafvoer Om een waterpeil te verlagen, moet het watersysteem veranderen. Bijvoorbeeld door het maken van een stuw of een dam. Zo kunnen we het deel van het peilvak waarin het peil wordt verlaagd scheiden van de rest van het peilvak. Door deze stuwen en dammen kan het water niet meer direct door het watersysteem stromen. In deze situaties vindt Rijnland het maken van bijvoorbeeld een stuw of een dam niet goed: Er is niet meer genoeg aanvoer van water naar achterliggende of aangrenzende gebieden. Er kan niet meer genoeg water worden afgevoerd uit achterliggende of aangrenzende gebieden. Het verbreden van een watergang of het graven van een nieuwe watergang kan hier een oplossing zijn.
Toelichting op artikel 6.17: maximale afvoersnelheid Toelichting op artikel 6.17, tweede lid Een maatwerkvoorschrift is een besluit dat u aanvraagt bij Rijnland. Een maatwerkvoorschrift lijkt op een mini-
vergunning. Toelichting op artikel 6.19: Geen wateroverlast in het peilvak Het gebied waarin het waterpeil wordt verlaagd bergt geen water van de rest van het peilvak. Dit mag geen problemen van wateroverlast veroorzaken in dat peilvak.
Toelichting op afdeling 6.5: Verdere uitwerking van de zorgplicht verhogen waterpeil Toelichting op artikel 6.20: Verdere uitwerking van de zorgplicht verhogen waterpeil Er kan een verhoogd waterpeil nodig zijn bij bebouwde percelen die liggen op hoger liggende percelen en langs een waterkering. Dat kan nodig zijn omdat zonder een hoger waterpeil schade ontstaat aan de fundering van de gebouwen. Een verhoogd waterpeil staat Rijnland toe. Hierbij gelden de zorgplicht uit artikel 1.5 en de voorwaarden uit artikel 1.7 van deze waterschapsverordening. De zorgplicht geeft flexibiliteit en ruimte voor eigen verantwoordelijkheid. Een initiatiefnemer mag zelf weten op welke manier het werk uit te voeren, zolang dit maar zorgvuldig is. Dit is soms fijn, maar soms ook onzeker. In dat geval geeft Rijnland graag zekerheid aan initiatiefnemers. Er wordt automatisch voldaan aan de zorgplicht als wordt gewerkt volgens de voorwaarden uit deze paragraaf. Maar het is niet verplicht om te voldoen aan deze voorwaarden. De initiatiefnemer mag ook vanuit de eigen verantwoordelijkheid op een andere manier voldoen aan de zorgplicht.
Toelichting op hoofdstuk 7: Bestrating, teeltvloer, weg of pad maken of onderhouden Toelichting op afdeling 7.2: Vergunning Toelichting op paragraaf 7.2.1: Wanneer is een vergunning nodig Toelichting op artikel 7.2: Nieuw in de zeewering De zeewering beschermt het erachter liggende land tegen overstroming. Nieuwe opritten en afritten naar het strand kunnen een negatieve invloed op hebben op het goed blijven werken van de zeewering. Dat is vooral omdat op die plaatsen zand kan wegwaaien van de zeewering. Daarom is hiervoor een vergunning nodig. Toelichting op artikel 7.5: Cunet in de waterkering vervangen Het cunet geeft een stevige ondergrond voor de werkzaamheden. Bij een niet draagkrachtige grondlaag wordt een deel van de natuurlijke ondergrond uitgegraven. Door hier bijvoorbeeld zand in te doen en dat aan te drukken ontstaat een stevige ondergrond. Toelichting op artikel 7.8: Meer dan 5000 m² hard oppervlak maken in hoger gelegen zandgronden Met hard oppervlak bedoelen we bijvoorbeeld alle oppervlakken waar regenwater niet in de bodem kan zakken op de plek waar het valt. Voorbeelden zijn: een weg, een gebouw of een parkeerplek. Toelichting op artikel 7.9: Meer dan 5000 m² hard oppervlak maken in andere gebieden Het gaat in onderdeel c van dit artikel over de locatie waarop het nieuwe harde oppervlak wordt aangebracht.
Dus nadrukkelijk niet over de vraag of er op het perceel al hard oppervlak aanwezig is. Toelichting op artikel 7.10: Waterberging niet in oppervlaktewater
Dit artikel gaat over alle andere manieren waarop een initiatiefnemer water kan opslaan buiten het oppervlaktewater. Maakt een initiatiefnemer gebruik van een Berging Rekening Courant (BRC) of oppervlaktewater dat eerder is gegraven, dan is de waterberging wel in het oppervlaktewater.
Toelichting op paragraaf 7.2.2: Beoordelen van de vergunningaanvraag Toelichting op subparagraaf 7.2.2.1: Beoordeling van de vergunningaanvraag algemeen Toelichting op artikel 7.11: Beoordelen van de vergunningaanvraag De artikelen gebruiken we om een vergunningaanvraag te beoordelen. Voldoet een vergunningaanvraag hieraan, dan verlenen we de vergunning.
Toelichting op subparagraaf 7.2.2.2: Beoordelen van de vergunningaanvraag voor de zeewering Toelichting op artikel 7.12: Nieuwe bestrating, teeltvloer, weg of pad Wegen en paden in de zanderige kernzone van de zeewering zorgen bijna altijd voor het extra wegwaaien van zand. Hierdoor kunnende duinen niet goed aangroeien. Rijnland wil dat de zeewering goed blijft werken. Daarom zijn we voorzichtig met het toestaan van nieuwe strandopgangen. Met een pad wordt zowel een verhard al een niet verhard pad bedoeld. Toelichting op artikel 7.13: Verbreden van bestrating, teeltvloer, weg of pad Wegen en paden in de zanderige kernzone van de zeewering zorgen bijna altijd voor het extra wegwaaien van zand. Hierdoor kunnen de duinen niet goed aangroeien. Rijnland wil dat de zeewering goed blijft werken. Daarom zijn we voorzichtig met het toestaan van het breder maken strandopgangen.
Toelichting op subparagraaf 7.2.2.3: Beoordelen van de vergunningaanvraag voor de waterkering Toelichting op artikel 7.14: Nieuwe bestrating, teeltvloer, weg of pad Verhogen waterkering Als Rijnland de waterkering hoger wil maken, dan kan een weg op of bij de waterkering voor problemen zorgen. Bijvoorbeeld: Een weg kan niet altijd helemaal worden verwijderd voordat begonnen wordt met het hoger maken van de waterkering. Er is niet genoeg ruimte om de hogere waterkering weer goed te laten aansluiten op de al bestaande weg. Een (half) verharde weg Bij een (half) verharde weg kan de waterkering meer water gaan doorlaten door het zakken van de fundering. Dit is vaak het geval bij: een open bestrating met zand een gesloten bestrating met puin of slakken (een restproduct van de hoogovens) Een starre wegconstructie op een relatief slappe ondergrond kan de negatieve gevolgen groter maken, doordat onderloopsheid (lekkage) van die constructie kan ontstaan. Veel verkeer op de waterkering
Als er veel verkeer rijdt op een weg op de waterkering, dan kan dat negatieve gevolgen hebben voor de stabiliteit van de waterkering. Vervangende waterkering De nieuwe waterkering moet alle eigenschappen bevatten van de huidige kering. Algemeen Met stabiliteits- en zettingsberekeningen moet de initiatiefnemer het waterkerend vermogen van de waterkering aantonen. Toelichting op artikel 7.15: Verbreden, aanpassen of vervangen van een weg Een weg op de kruin van een waterkering is onderdeel van de waterkering. De kruin is een 1,5 meter brede zone boven op de waterkering.
Bij grote uitbreiding, zoals het aanleggen van extra rijbanen of een rotonde, maakt Rijnland deze afweging: De uitbreiding zien we als onderhoud aan een bestaande weg. Tenzij de uitbreiding ervoor zorgt dat het waterkerend vermogen van de waterkering veel minder wordt. Dan zien we de uitbreiding als het aanleggen van een nieuwe weg.
Toelichting op afdeling 7.3: Voorwaarden zonder vergunning Toelichting op paragraaf 7.3.1: Voorwaarden bij de waterkering Toelichting op artikel 7.18: Voorwaarden maken nieuwe bestrating, weg of pad Met voorwaarden kan Rijnland de waterkering inspecteren en kan de bestrating makkelijk worden verwijderd als dat nodig is. Soms kan Rijnland in een maatwerkvoorschrift een grotere afmeting en/of een groter oppervlak toestaan. Een maatwerkvoorschrift is een besluit dat de initiatiefnemer aanvraagt bij Rijnland. Een maatwerkvoorschrift lijkt op een mini-vergunning.
Toelichting op paragraaf 7.3.2: Voorwaarden voor 500 m² tot en met 5000 m² hard oppervlak Toelichting op artikel 7.20: Voorwaarden voor 500 m² tot en met 5000 m² hard oppervlak in andere gebieden Het gaat in onderdeel c van dit artikel over de locatie waarop het nieuwe harde oppervlak wordt aangebracht. Dus nadrukkelijk niet over de vraag of er op het perceel al hard oppervlak aanwezig is.
Toelichting op afdeling 7.4: Verdere uitwerking van de zorgplicht Toelichting op artikel 7.21: Verdere uitwerking van de zorgplicht Voor het maken van nieuwe bestrating, een nieuwe weg of een nieuw pad is soms geen vergunning nodig en er gelden ook geen andere voorwaarden. Een initiatiefnemer kan dan direct aan de slag, zolang dat maar zorgvuldig wordt
gedaan. Dit is de zorgplicht. De zorgplicht uit artikel 1.5 geeft flexibiliteit en ruimte voor eigen verantwoordelijkheid. Een initiatiefnemer mag zelf weten op welke manier een werk uit te voeren, zolang dit maar zorgvuldig is. Dit is soms fijn, maar soms ook onzeker. In dat geval geeft Rijnland graag zekerheid aan initiatiefnemers. Er wordt altijd voldaan aan de zorgplicht als wordt gewerkt op de manier die staat in dit artikel. Maar het is niet verplicht om op deze manier te werken. De initiatiefnemer mag ook op een andere manier voldoen aan de zorgplicht.
Toelichting op hoofdstuk 8: Bodemonderzoek Toelichting op afdeling 8.1: Wanneer geldt dit hoofdstuk Toelichting op artikel 8.1: Bodemonderzoek uitvoeren Dit hoofdstuk gaat over het uitvoeren van geotechnisch en milieukundig bodemonderzoek. Bij dit type bodemonderzoeken ontstaan kleine gaten in de bodem door boren of sonderen. Hierdoor kunnen lagen in de bodem die slecht water doorlaten gaan lekken. Dit hoofdstuk gaat niet over andere vormen van bodemonderzoek, zoals archeologisch onderzoek met graafwerkzaamheden.
Toelichting op afdeling 8.2: Vergunning Toelichting op paragraaf 8.2.1: Wanneer is een vergunning nodig Toelichting op artikel 8.2: Seismisch onderzoek bij dijk-in-duin constructies Rijnland heeft dijk-in-duin-constructies in Noordwijk en Katwijk. Daar ligt onder een in verhouding dunne zandlaag een dijk die voor de bescherming zorgt. Bij seismisch onderzoek met explosieven bij een dijk-in-duin constructie ontstaat er een serieus risico voor de zeewering. Die kan door zo’n onderzoek namelijk minder stevig en stabiel worden. Daarom is een vergunning nodig. Toelichting op artikel 8.3: Seismisch onderzoek bij de waterkering Bij seismisch onderzoek met explosieven bij een waterkering ontstaat er een serieus risico voor de waterkering. Die kan door zo’n onderzoek namelijk minder stevig en stabiel worden. Daarom is een vergunning nodig.
Toelichting op paragraaf 8.2.2: Beoordelen van de vergunningaanvraag Toelichting op artikel 8.4: Beoordelen van de vergunningaanvraag De artikelen gebruiken we om een vergunningaanvraag te beoordelen. Voldoet een vergunningaanvraag hieraan, dan verlenen we de vergunning.
Toelichting op afdeling 8.3: Voorwaarden zonder vergunning Toelichting op artikel 8.8: Het boren en plaatsten van (peil)buizen Voorspuiten is een grove manier van werken. Het kan de stabiliteit van de waterkering in gevaar brengen. Het kan ook zorgen voor een beschadiging van de ondoorlatende laag in de bodem. Daardoor kan heel veel kwelwater omhoog komen. Zo’n stroom kwelwater kan een aantal problemen geven: Het is moeilijk om de stroom van kwelwater te stoppen. En soms is dat helemaal niet meer mogelijk. Het kan de stabiliteit van een waterkering in gevaar brengen.
De kwaliteit van het oppervlaktewater kan slechter worden. Er komt meer water in het gebied, waardoor het waterpeil stijgt en er meer water moet worden afgevoerd. Toelichting op artikel 8.9: Repareren met zwelklei Door het repareren van ondoorlatende bodemlagen met zwelklei voorkomt de initiatiefnemer de negatieve gevolgen van een grote stroom kwelwater. Daarom moet een boorgat na een boring of sondering ook worden gevuld met zwelklei.
Toelichting op hoofdstuk 9: Bouwen Toelichting op afdeling 9.2: Vergunning Toelichting op paragraaf 9.2.1: Wanneer is een vergunning nodig Toelichting op subparagraaf 9.2.1.1: Algemeen Toelichting op artikel 9.2: Meer dan 5000 m² hard oppervlak maken in hoger gelegen zandgrond Gaat een initiatiefnemer een woonwijk bouwen met meer dan 10 woningen, dan tellen de nog niet verharde tuinen voor 75% mee als hard oppervlak. Toelichting op artikel 9.3: Meer dan 5000 m² hard oppervlak maken in een ander gebied Gaat een initiatiefnemer een woonwijk bouwen met meer dan 10 woningen, dan tellen de nog niet verharde tuinen voor 75% mee als hard oppervlak. Toelichting op artikel 9.4: Waterberging niet in oppervlaktewater Dit artikel gaat over alle andere manieren waarop een initiatiefnemer water kan opslaan buiten het oppervlaktewater. De waterberging is wel in het oppervlaktewater als een initiatiefnemer een Berging Rekening Courant (BRC) gebruikt of eerder gegraven oppervlaktewater.
Toelichting op subparagraaf 9.2.1.2: Bouwen bij de zeewering Toelichting op artikel 9.5: Bouwen binnen bebouwde deel van de zeewering Toelichting op artikel 9.5, eerste lid Bouwen vlakbij de zeewering geeft een aantal risico’s: Er kunnen negatieve gevolgen zijn voor de stabiliteit van de zeewering. De zeewering moet stabiel en stevig blijven. Een bouwwerk kan in de weg staan bij het onderhoud in de zeewering. Daarom wil Rijnland vooraf beoordelen of een initiatiefnemer in de zeewering mag bouwen en wat de voorwaarden zijn. Voor zo’n bouwwerk is dus een vergunning nodig. Toelichting op artikel 9.5, tweede lid Een bouwwerk gemaakt van licht materiaal zoals een schuur heeft kleine risico’s voor de zeewering. Daarom is voor zo’n bouwwerk geen vergunning nodig. Toelichting op artikel 9.6: Bouwen buiten bebouwde deel van de zeewering
Voor de duinen is het belangrijk dat er zand verplaatst door de wind en het water. Want zo groeien en de duinen of worden ze kleiner. Buiten de bebouwde contouren kan een bouwwerk het verplaatsen van het zand moeilijker maken. Rijnland wil de gebieden waar nog geen bouwwerken staan daarom zo veel mogelijk leeg houden. Voor elk bouwwerk beoordelen we vooraf of het buiten de bebouwde contouren mag worden gebouwd of veranderd. En wat de voorwaarden zijn. Daarom is hiervoor een vergunning nodig. Toelichting op artikel 9.7: Bouwen op het strand Op het strand wordt het zand verplaatst door de wind en het water. Dit is belangrijk voor de duinen, want zo groeien ze of worden ze kleiner. De belangrijkste periode voor het verplaatsen van zand is van 1 november tot 1 februari. Dan is de kans op stormen het grootst. Bouwwerken maken het verplaatsen van zand moeilijker. Ze kunnen tijdens een storm ook zorgen voor schade aan de duinen. Daarom wil Rijnland een bouwwerk dat in de periode 1 november tot 1 februari op het strand blijft staan vooraf beoordelen. We onderzoeken of we een bouwwerk kunnen toestaan en wat de voorwaarden zijn. Hiervoor is dus een vergunning nodig. Toelichting op artikel 9.8: Bouwwerk met explosiegevaar bouwen Bouwwerken met explosiegevaar zijn bijvoorbeeld een vuurwerkfabriek, een vuurwerkopslag of een tankstation.
Toelichting op subparagraaf 9.2.1.3: Bouwen bij de waterkering Toelichting op artikel 9.9: Bouwen op de kruin van de waterkering De kruin is het gebied boven op de waterkering. Dit gebied is een strook grond van 1,5 meter breed.
De kruin is een belangrijk deel van de waterkering. Daarom wil Rijnland vooraf beoordelen of bouwen daar kan en wat de voorwaarden zijn. Voor het maken van een bouwwerk op de kruin van een waterkering is dus een vergunning nodig. Toelichting op artikel 9.10: Bouwenwerken groter dan 20 m² op de waterkering Grote bouwwerken op een waterkering geeft een aantal risico’s: Er kunnen negatieve gevolgen zijn voor de stabiliteit van de waterkering. De waterkering moet stabiel en stevig blijven. Een groter bouwwerk kan teveel zetting in de waterkering veroorzaken. Zetting betekent dat water en lucht uit de grond wordt geperst door het samendrukken van de grond. Een bouwwerk kan in de weg staan bij het onderhoud en de inspectie van de waterkering. Daarom wil Rijnland vooraf beoordelen of bouwen op een waterkering kan en wat de voorwaarden zijn. Voor een groter bouwwerk in de kernzone en de beschermingszone van een waterkering is dus een vergunning nodig. Toelichting op artikel 9.11: Bouwen op een waterkering, zware materialen
Een zwaarder bouwwerk op een waterkering geeft een aantal risico’s Een bouwwerk gemaakt van zwaardere materialen kan een negatief gevolg hebben voor de stabiliteit van de waterkering. De waterkering moet stabiel en stevig blijven. Een zwaarder bouwwerken kan ook teveel zetting in de waterkering veroorzaken. Zetting betekent dat water en lucht uit de grond wordt geperst door het samendrukken van de grond. Daarom wil Rijnland vooraf beoordelen of bouwen op de waterkering kan en wat de voorwaarden zijn. Voor een zwaarder bouwwerk in de kernzone en de beschermingszone van een waterkering is dus een vergunning nodig. Toelichting op artikel 9.12: Beschoeiing of damwand maken in het binnentalud van de waterkering Een beschoeiing of een damwand kan een negatief gevolg hebben voor de stabiliteit van de waterkering. De waterkering moet stabiel en stevig blijven. In het binnentalud van de waterkering zijn de risico’s groot. Daarom wil Rijnland vooraf beoordelen of dit kan en wat de voorwaarden zijn. Voor een beschoeiing of damwand in het binnentalud van een waterkering is dus een vergunning nodig. Toelichting op artikel 9.13: Beschoeiing of damwand maken in het buitentalud of op de kruin van de waterkering Beschoeiingen en damwanden in het buitentalud of op de kruin van een waterkering kunnen negatieve gevolgen hebben voor de stabiliteit van de waterkering.
De waterkering moet stabiel en stevig blijven. Een lichter bouwwerk geeft een klein risico. Bijvoorbeeld houten palen met een gronddicht waterdoorlatend doek of met houten planken/schotten. Daarom is hiervoor geen vergunning nodig. Een zwaarder bouwwerk zorgt voor een groter risico. Daarom wil Rijnland vooraf beoordelen of dit kan en wat de voorwaarden zijn. Voor een zwaardere beschoeiing of zwaardere damwand in het buitentalud of op de kruin van een waterkering is dus een vergunning nodig. De kruin is een 1,5 meter brede zone boven op de waterkering.
Toelichting op artikel 9.14: Beschoeiing of damwand maken, met ankers in het leggerprofiel van de waterkering Beschoeiingen en damwanden kunnen negatieve gevolgen hebben voor de stabiliteit van de waterkering. De waterkering moet stabiel en stevig blijven. De risico’s zijn groot als hierbij (schot)ankers in het leggerprofiel komen. Daarom wil Rijnland vooraf beoordelen of dit kan en wat de voorwaarden zijn. Voor een beschoeiing of damwand met ankers in het leggerprofiel van een waterkering is dus een vergunning nodig. Toelichting op artikel 9.15: Bouwwerk met explosiegevaar bouwen Bouwwerken met explosiegevaar zijn bijvoorbeeld een vuurwerkfabriek, een vuurwerkopslag of een tankstation.
Toelichting op subparagraaf 9.2.1.4: Bouwen bij oppervlaktewater Toelichting op artikel 9.16: Bouwen bij een belangrijk oppervlaktewater
Rijnland is verantwoordelijk voor het onderhouden van de belangrijke oppervlaktewateren. Het onderhoud en de controle is vanaf de kant meestal goedkoper dan vanaf het water. Op plekken waar Rijnland het onderhoud en de controle vanaf de kant kan doen, willen we dat graag zo houden. Het is dan ook belangrijk dat die plekken in de toekomst vrij blijven. Daarom is een vergunning nodig voor het bouwen in de kernzone en de beschermingszone bij deze belangrijke oppervlaktewateren. Voor straatmeubilair is geen vergunning nodig, want dit zijn vaak kleine bouwwerken. Bijvoorbeeld: straatverlichting, naamborden, wegwijzers, bakjes en vuilnisbakken. Bij dit soort kleine bouwwerken blijft onderhoud en controle vanaf de kant wel mogelijk. Toelichting op artikel 9.17: Brug of ander bouwwerk met ondersteunende constructie In een belangrijk oppervlaktewater kan een ondersteunend bouwwerk een negatief effect hebben op de doorstroming van het water. Daarom wil Rijnland vooraf beoordelen of dit kan en wat de voorwaarden zijn. Voor het maken van een ondersteunend bouwwerk is dus een vergunning nodig. Belangrijk: Een brughoofd is geen ondersteunend bouwwerk, maar een demping. Toelichting op artikel 9.18: Brug of ander bouwwerk lager dan 1 meter van de waterspiegel Door een brug of een ander bouwwerk boven een belangrijk oppervlaktewater kan het onderhoud moeilijk worden.
Rijnland doet het onderhoud namelijk vaak vanaf een boot. Varen lukt alleen als een brug of bouwwerk over het water niet te laag is. De afstand tussen de waterspiegel bij zomerpeil en de onderkant van de brug of het bouwwerk moet daarom minimaal 1 meter zijn. Dit geldt over de gehele breedte van het oppervlaktewater. Als een brug of een bouwwerk lager is, dan wil Rijnland vooraf beoordelen of we nog kunnen varen om het onderhoud te doen. Daarom is voor een lage brug of een laag bouwwerk een vergunning nodig. De hoogte van 1 meter meten we tussen de onderkant van de brug of het bouwwerk en de waterspiegel bij het zomerpeil. Dit zomerpeil is niet overal hetzelfde. Het juiste zomerpeil staat in het geldende peilbesluit. De peilbesluiten staan op onze website www.rijnland.net.
Toelichting op paragraaf 9.2.2: Beoordelen van de vergunningaanvraag Toelichting op subparagraaf 9.2.2.1: Beoordeling van de vergunningaanvraag algemeen Toelichting op artikel 9.19: Beoordelen van de vergunningaanvraag Deze artikelen gebruiken we om een vergunningaanvraag te beoordelen. Voldoet een vergunningaanvraag hieraan, dan verlenen we de vergunning.
Toelichting op subparagraaf 9.2.2.2: Beoordelen van de vergunningaanvraag bouwen bij de zeewering Toelichting op artikel 9.20: Bouwwerk en afslag van de kust Op het strand verplaatst het zand door wind en water. Dit is belangrijk voor de duinen, want zo groeien ze of worden ze kleiner. Dit is een normaal proces, dat zorgt voor een veilige zeewering. Met afslag van de kust bedoelen we dat een harde storm zorgt voor het losslaan, wegwaaien of wegspoelen van een deel van de duinen. Voor een veilige zeewering is het belangrijk dat een bouwwerk tijdens zware stormen deze normale afslag van de kust niet tegenhoudt. Toelichting op artikel 9.21: Bouwwerk valt bij afslag uit elkaar
Een gebouw kan de normale afslag van de duinen tegenhouden. En dat maakt de zeewering zwakker en minder veilig. Daarom moet een bouwwerk bij afslag van de duinen in delen uit elkaar vallen. Toelichting op artikel 9.22: Nieuw bouwwerk binnen bebouwde deel zeewering Een voorgevelrooilijn is een denkbeeldige lijn waarachter een initiatiefnemer een gebouw mag bouwen. Het is de lijn waarop meestal de voorgevel van de woning staat. Soms ligt de voorgevelrooilijn voor de voorgevel van de woning. De woning is dan dus niet op de voorgevelrooilijn gebouwd, maar daarachter. De ligging van de voorgevelrooilijn staat meestal in het gemeentelijke bestemmingsplan, of in de gemeentelijke bouwverordening. Toelichting op artikel 9.23: Nieuw bouwwerk buiten bebouwde deel zeewering Op het strand verplaatst het zand door wind en water. Dit is belangrijk voor de duinen, want zo groeien en de duinen of worden ze kleiner. Dit is een normaal proces, dat zorgt voor een veilige zeewering. Buiten de bebouwde contouren kan een bouwwerk het verplaatsen van het zand moeilijker maken. De gebieden waar nog geen bouwwerken staan wil Rijnland daarom ook zo mogelijk houden. Er mogen dus geen nieuwe bouwwerken komen buiten de bebouwde contouren. Er is één uitzondering: Het mag wel als het nieuwe gebouw een belangrijke maatschappelijke functie heeft.
Dit geldt niet voor gebouwen met een recreatieve of vergelijkbare functie. Deze gebouwen kunnen wel een belangrijke maatschappelijk functie hebben, maar kunnen ook ergens ander worden gebouwd. Toelichting op artikel 9.26: Bouwwerk op het strand Rijnland wil de zeewering stabiel en stevig houden. Voor de duinen is het belangrijk de wind en het water het zand verplaatsen. Zo groeien de duinen of worden ze kleiner. Dit is een natuurlijk proces. Daarom moet het zand vrij onder een bouwwerk kunnen bewegen. Toelichting op artikel 9.27: Bouwwerk op het strand tussen 1 november en 1 februari Rijnland wil de zeewering stabiel en stevig houden. Voor de duinen is het belangrijk de wind en het water het zand verplaatsen. Zo groeien de duinen of worden ze kleiner. Dit is een natuurlijk proces. Dit is vooral belangrijk in de periode met zware stormen tussen 1 november en 1 februari. Dan is het belangrijk dat er genoeg afstand is tussen de bouwwerken. En dat het bouwwerk op voldoende afstand van de duinvoet staat.
Toelichting op subparagraaf 9.2.2.3: Beoordelen van de vergunningaanvraag bouwen bij de waterkering Toelichting op artikel 9.29: Niet op de kruin bouwen De kruin is het gebied boven op de waterkering. Dit gebied is een strook grond van 1,5 meter breed. De kruin is een belangrijk deel van de waterkering. De precieze plek van de kruin van elke waterkering vindt u in de legger.
Toelichting op artikel 9.30: Aanbouwen bij bestaand bouwwerk
Bij het maken van een aanbouw past de initiatiefnemer een bestaand bouwwerk aan. Het is niet redelijk als Rijnland hier net zo streng is als bij nieuwbouw op een waterkering. Een aanbouw maken mag daarom, als wordt voldaan aan de voorwaarden uit dit artikel. Toelichting op artikel 9.31: Nieuw bouwwerk binnen bebouwde deel waterkering Binnen de bebouwde contouren staan vaak al bouwwerken rondom waterkeringen. Daarom is Rijnland minder streng als hier nieuwe bouwwerken bij komen. Buiten het profiel van vrije ruimte mag een initiatiefnemer daarom een nieuw bouwwerk maken. Binnen het profiel van vrije ruimte vinden we een nieuw bouwwerk goed als de initiatiefnemer zorgt voor een vervangende waterkering. De initiatiefnemer moet dan wel bewijzen dat de vervangende waterkering minimaal 100 jaar sterk genoeg is. Toelichting op artikel 9.32: Nieuw bouwwerk buiten bebouwde deel waterkering Rijnland wil buiten de bebouwde contouren liever geen bouwwerken op de waterkering. Bouwwerken kunnen namelijk het onderhoud van de waterkering lastiger en duurder maken. Binnen het profiel van vrije ruimte kan Rijnland deze bouwwerken bijvoorbeeld wel toestaan: bruggen en aquaducten bij rijkswegen en provinciale wegen; poldergemalen. De initiatiefnemer zorgt dan wel voor een vervangende waterkering. En hij bewijst dat de vervangende waterkering minimaal 100 jaar sterk genoeg is.
Toelichting op artikel 9.33: Verplaatsen van de waterkering voor een bouwwerk Om een bouwwerk op een bepaalde plaats te kunnen bouwen, is het soms nodig om de zones van een waterkering en de waterkering zelf te verplaatsen. Dit is belangrijk voor personen of organisaties die grond of een gebouw hebben in de buurt van de waterkering. Zij kunnen daardoor namelijk in de toekomst te maken krijgen met strengere eisen. Daarom is het belangrijk dat zij akkoord zijn met de verplaatsing. Voorbeeld van strengere eisen: Een stuk grond komt in de beschermingszone te liggen. Daar gelden strengere regels voor allerlei activiteiten. Rijnland beoordeelt altijd of het verplaatsen van de waterkering echt nodig is. En ook hoeveel duurder het onderhoud van de waterkering wordt.
Toelichting op subparagraaf 9.2.2.4: Beoordelen van de vergunninaanvraag bouwen bij oppervlaktewater Toelichting op artikel 9.35: Afstand tussen de waterspiegel en een brug of ander bouwwerk Voor onderhoud is het belangrijk dat er op belangrijk oppervlaktewater gevaren kan worden. Dit lukt altijd als het bouwwerk minimaal 1 meter boven de waterspiegel ligt. Rijnland heeft daarom de voorkeur voor een minimale hoogte van 1 meter. Soms is een minimale hoogte van 1 meter niet realistisch en/of technisch moeilijk realiseerbaar. Denk bijvoorbeeld aan gebieden met een kleine drooglegging. In die gevallen kan een kleinere hoogte worden toegestaan. Toelichting op artikel 9.36: Ondersteunende constructie brug of ander bouwwerk Een bouwwerk dat het hele oppervlaktewater bedekt, heeft soms een ondersteuning nodig in het oppervlaktewater. Zo’n ondersteunende constructie zorgt ervoor dat het water minder makkelijk kan stromen. Het water kan gaan stuwen, waardoor een hoogteverschil ontstaat in het oppervlaktewater. Dit hoogteverschil noemen we verval.
De invloed op de doorstroming van één of meer ondersteunende constructies kan groot zijn. Rijnland wil daarom in een belangrijke oppervlaktewater liever alleen bouwwerken zonder ondersteuning. Soms staat Rijnland ondersteunende constructies toch toe. Maar alleen als het verval in het oppervlaktewater niet te groot wordt. Door het verval is het peil hoger. Dit kan wateroverlast veroorzaken. Het is moeilijk om vooraf aan te geven of een verval te groot wordt. Dat hangt af van de lokale situatie. Bijvoorbeeld: een klein verval kan grote gevolgen hebben in het boezemsysteem. Dat komt door de grote lengte van dit systeem. In zo’n geval vindt Rijnland alleen een heel klein verval goed. hoeveel verval we kunnen toestaan in een poldersysteem hangt van veel factoren af. De grootte van het peilgebied is bijvoorbeeld belangrijk. Maar ook hoeveel ondersteunende constructies er al zijn of nog worden verwacht. Daarom beoordeelt Rijnland bij elke aanvraag of het verval niet te groot wordt. Dit doen we met vastgestelde rekenmodellen. In het algemeen geldt dat het aantal en de grootte van de ondersteunende constructie zo klein mogelijk moet blijven. Op die manier houden we het verval in het oppervlaktewater ook zo klein mogelijk.
Toelichting op paragraaf 9.2.3: Voorschriften in de vergunning Toelichting op subparagraaf 9.2.3.1: Voorschriften voor bouwen bij de zeewering Toelichting op artikel 9.37: Voorschriften in de vergunning Het is belangrijk dat de duinen kunnen groeien. Zeker met de verwachte verdere stijging van de zeespiegel. Duinen groeien doordat de wind en het water zand verplaatsen. Rijnland volgt deze natuurlijke groei van de duinen met voorspellingen, trendberekeningen en de ontwikkelingen in duingebieden die ernaast liggen. Bouwwerken maken het groeien van de duinen moeilijker. Daarom kunnen in de vergunning voorschriften komen over het verplaatsen van de bouwwerken.
Toelichting op subparagraaf 9.2.3.3: Voorschriften voor bouwen bij oppervlaktewater Toelichting op artikel 9.39: Voorschriften in de vergunning In de vergunning staan de voorschriften die nodig zijn om het functioneren van het watersysteem te beschermen. Het bouwwerk (a, b, c en d) Met deze voorschriften voorkomt Rijnland dat het verval in het oppervlaktewater groter wordt dan de situatie die Rijnland toetst. Ze zorgen er ook voor dat Rijnland het oppervlaktewater kan blijven controleren en onderhouden. Hoogte (e) Dit voorschrift zorgt ervoor dat Rijnland het onderhoud van het oppervlaktewater varend kan blijven doen. Bescherming van de bodem en de oever (f) Rijnland kan in de vergunning voorschriften opnemen voor extra bescherming van de bodem en de oever. Dat doen we om deze reden: De maximale stroomsnelheid van het oppervlaktewater is meestal kleiner dan 20 centimeter per seconde. Soms staat Rijnland een groot verval in het oppervlaktewater toe. Het water kan dan sneller gaan stromen. Extra bescherming van de bodem en de oever kan dan nodig zijn om uitschuren van het onderwaterprofiel en het onderwatertalud te voorkomen.
Toelichting op afdeling 9.3: Voorwaarden zonder vergunning
Toelichting op paragraaf 9.3.2: Voorwaarden bouwen in de zeewering Toelichting op subparagraaf 9.3.2.1: Seizoensgebouwen op het strand Toelichting op artikel 9.42: Wanneer gelden deze voorwaarden Seizoensgebouwen staan alleen op het strand in de periode van 1 februari tot 1 november. Een seizoensgebouw is bijvoorbeeld een strandtent of surfpaviljoen. Rijnland verwacht dat deze gebouwen niet schadelijk zijn voor de waterkering, zolang we de zeewering kunnen blijven controleren en onderhouden. Onderdelen van de seizoensgebouwen blijven vaak het hele jaar op het strand. Dit zijn bijvoorbeeld de paalconstructies, niet-onderheide funderingsplaten, vloeren en terrassen. Ze hebben maar een beperkte invloed op de zeewering. Toch is het wel belangrijk om aan een aantal voorwaarden te voldoen.
Toelichting op subparagraaf 9.3.2.2: Binnen bebouwde deel zeewering Toelichting op subsubparagraaf 9.3.2.2.1: Nieuw bouwwerk van licht materiaal Toelichting op artikel 9.47: Wanneer gelden deze voorwaarden Lichte bouwwerken zoals schuren geven weinig risico voor de zeewering. Ze hebben bijna geen invloed op de sterkte van de zeewering. Het is wel belangrijk dat lichte bouwwerken aan een aantal voorwaarden voldoen. Toelichting op artikel 9.48: Vloer Voorbeelden van deze losse onderdelen zijn: klinkers, kleine betonnen platen of houten vlonders. Toelichting op artikel 9.49: Dijk-in-duin-constructies Rijnland heeft dijk-in-duin-constructies in Noordwijk en Katwijk. Daar ligt onder een in verhouding dunne zandlaag een dijk die voor de bescherming zorgt. Rijnland heeft een extra voorwaarde voor het plaatsen van palen in zo’n dijk-induin-constructie.
Toelichting op paragraaf 9.3.3: Voorwaarden voor bouwen bij waterkering Toelichting op subparagraaf 9.3.3.1: Nieuw bouwwerk van licht materiaal Toelichting op artikel 9.54: Wanneer gelden deze voorwaarden Een nieuw bouwwerk van lichte materialen is bijvoorbeeld een schuur of een steiger boven land. Deze kleine bouwwerken van hout, kunststof of een ander licht materiaal wegen weinig. Ze hebben ook geen of alleen een lichte fundering. Daarom geven deze lichte bouwwerken geen risico voor de sterkte van de waterkering. Toelichting op artikel 9.55: Werkzaamheden melden De initiatiefnemer meldt het bouwen bij een waterkering. Zo weet Rijnland waar bij een waterkering wordt gebouwd. We zetten deze bouwwerken ook in het beheerregister van de legger keringen van Rijnland. Rijnland kan tijdens de werkzaamheden ook toezicht houden. Dat is nodig om deze redenen: Bouwen bij een waterkering kan voor zetting zorgen en negatieve gevolgen hebben voor de stabiliteit van de waterkering. De waterkering moet stabiel en stevig blijven. Het toekomstige bouwwerk kan de controle van de waterkering door Rijnland moeilijker maken. Toelichting op artikel 9.56: Wat moet de initiatiefnemer melden
Met de technische beschrijving bedoelen we bijvoorbeeld: de maten van het bouwwerk; hoe hoog het bouwwerk ligt ten opzichte van het maaiveld; een omschrijving van de mogelijke fundering.
Toelichting op subparagraaf 9.3.3.2: Beschoeiing of damwand Toelichting op artikel 9.60: Werkzaamheden melden De initiatiefnemer meldt het maken van een beschoeiing of damwand bij een waterkering. Dan weet Rijnland waar bij een waterkering wordt gebouwd. We zetten deze bouwwerken ook in het beheerregister van de legger keringen van Rijnland. Rijnland kan tijdens de werkzaamheden ook toezicht houden. Dat is nodig om deze redenen: Bouwen bij een waterkering kan voor zetting zorgen en negatieve gevolgen hebben voor de stabiliteit van de waterkering. De waterkering moet stabiel en stevig blijven. Het toekomstige bouwwerk kan de controle van de waterkering door Rijnland moeilijker maken. Toelichting op artikel 9.61: Wat moet de initiatiefnemer melden Met de technische beschrijving bedoelen we bijvoorbeeld de maten van het bouwwerk en hoe hoog het bouwwerk ligt ten opzichte van het maaiveld
Toelichting op afdeling 9.4: Verdere uitwerking van de zorgplicht voor bouwen Toelichting op paragraaf 9.4.1: Verdere uitwerking zorgplicht voor bouwen in de zeewering Toelichting op artikel 9.73: Verdere uitwerking van de zorgplicht Voor alle activiteiten geldt een zorgplicht. Hiermee wil Rijnland nadelen voor het watersysteem voorkomen. Meer informatie over de zorgplicht staat in afdeling 1.4 van deze waterschapsverordening. Voor een eenvoudig werk met weinig risico geldt alleen een zorgplicht. Er is dus geen vergunning nodig en er gelden geen voorwaarden zonder vergunning. Dit betekent dat de initiatiefnemer zelf mag bedenken hoe hij een werk uitvoert. Van Rijnland mag alles, zolang het watersysteem maar goed blijft functioneren. De initiatiefnemer krijgt hierbij vertrouwen en verantwoordelijkheid. Ontstaat er toch een probleem in het watersysteem, dan lost de initiatiefnemer het probleem zelf op. Soms wil een initiatiefnemer graag zeker weten dat zijn bouwactiviteiten voldoen aan de zorgplicht. Om een initiatiefnemer meer zekerheid te geven maakte Rijnland voor een aantal activiteiten een verdere uitwerking van de zorgplicht. In deze paragraaf staat deze verdere uitwerking van de zorgplicht voor bouwen in de kernzone en beschermingszone van de zeewering. Wordt gewerkt volgens de artikelen in deze paragraaf, dan vindt Rijnland de bouwactiviteiten altijd goed.
Het is een altijd goedgekeurde werkwijze. Toelichting op artikel 9.74: Seizoensgebouwen op het strand Om deze redenen is het belangrijk dat er minimaal 3 meter afstand is tussen een bouwwerk en de duinvoet of het hek langs de duinen: Als een bouwwerk te dicht bij de duinvoet staat, dan waait achter het bouwwerk teveel zand weg.
Planten die op de zeewering groeien ontwikkelen goed als er regelmatig zout zeewater overheen waait. Dit noemen we zoute spray. Bouwwerken die dicht bij de duinvoet staan houden deze zoute spray tegen. Rijnland moet genoeg ruimte hebben om de zeewering te kunnen inspecteren en onderhouden. Toelichting op artikel 9.75: Voorwerpen op het strand plaatsen Met voorwerpen bedoelen we bijvoorbeeld: lantaarnpalen, banken, prullenbakken, wegwijsborden, een kunstwerk.
Toelichting op paragraaf 9.4.2: Verdere uitwerking zorgplicht voor bouwen bij de waterkering Toelichting op artikel 9.76: Verdere uitwerking van de zorgplicht Voor alle activiteiten geldt een zorgplicht. Hiermee wil Rijnland nadelen voor het watersysteem voorkomen. Meer informatie over de zorgplicht staat in afdeling 1.4 van deze waterschapsverordening. Voor een eenvoudig werk met weinig risico geldt alleen een zorgplicht. Er is dus geen vergunning nodig en er gelden geen voorwaarden zonder vergunning. Dit betekent dat de initiatiefnemer zelf mag bedenken hoe hij een werk uitvoert. Van Rijnland mag alles, zolang het watersysteem maar goed blijft functioneren. De initiatiefnemer krijgt hierbij vertrouwen en verantwoordelijkheid. Ontstaat er toch een probleem in het watersysteem, dan lost de initiatiefnemer het probleem zelf op. Soms wil een initiatiefnemer graag zeker weten dat zijn bouwactiviteiten voldoen aan de zorgplicht. Om een initiatiefnemer meer zekerheid te geven maakte Rijnland voor een aantal activiteiten een verdere uitwerking van de zorgplicht. In deze paragraaf staat deze verdere uitwerking van de zorgplicht voor bouwen in de kernzone en beschermingszone van de waterkering. Wordt gewerkt volgens de artikelen in deze paragraaf, dan vindt Rijnland de bouwactiviteiten altijd goed. Het is een altijd goedgekeurde werkwijze.
Toelichting op artikel 9.77: Losse palen, hekken en andere voorwerpen plaatsen Met voorwerpen bedoelen we bijvoorbeeld: lantaarnpalen, banken, prullenbakken, wegwijsborden, een kunstwerk. De fundering is de basis waarop de paal steunt. In de bouw noemt men dit vaak de poer.
Toelichting op paragraaf 9.4.3: Verdere uitwerking zorgplicht voor bouwen in oppervlaktewater Toelichting op subparagraaf 9.4.3.1: Algemeen Toelichting op artikel 9.78: Verdere uitwerking van de zorgplicht Voor alle activiteiten geldt een zorgplicht. Hiermee wil Rijnland nadelen voor het watersysteem voorkomen. Meer informatie over de zorgplicht staat in afdeling 1.4 van deze waterschapsverordening. Voor een eenvoudig werk met weinig risico geldt alleen een zorgplicht. Er is dus geen vergunning nodig en er gelden geen voorwaarden zonder vergunning. Dit betekent dat de initiatiefnemer zelf mag bedenken hoe hij een werk uitvoert. Van Rijnland mag alles, zolang het watersysteem maar goed blijft functioneren. De initiatiefnemer krijgt hierbij vertrouwen en verantwoordelijkheid. Ontstaat er toch een probleem in het watersysteem, dan lost de initiatiefnemer het probleem zelf op. Soms wil een initiatiefnemer graag zeker weten dat zijn bouwactiviteiten voldoen aan de zorgplicht. Om een initiatiefnemer meer zekerheid te geven maakte Rijnland voor een aantal activiteiten een verdere uitwerking van de zorgplicht. In deze paragraaf staat deze verdere uitwerking van de zorgplicht voor bouwen in de kernzone en beschermingszone van een oppervlaktewater. Wordt gewerkt volgens de artikelen in deze paragraaf, dan vindt Rijnland de bouwactiviteiten altijd goed.
Het is een altijd goedgekeurde werkwijze.
Toelichting op subparagraaf 9.4.3.2: Brug of ander bouwwerk over het oppervlaktewater bouwen Toelichting op artikel 9.79: Bouwen over belangrijk oppervlaktewater Behalve een brug zijn er ook andere bouwwerken die helemaal over het water worden gebouwd. Zo’n bouwwerk over het water noemen we ook wel een overkluizing. Toelichting op artikel 9.80: Bouwen over een overig oppervlaktewater Behalve een brug zijn er ook andere bouwwerken die helemaal over het water worden gebouwd. Zo’n bouwwerk over het water noemen we ook wel een overkluizing.
Toelichting op subparagraaf 9.4.3.3: Steiger, meerpaal of aanmeervoorziening bouwen Toelichting op artikel 9.81: Steiger bouwen De afstand tussen de steiger en een steiger die ernaast ligt wordt evenwijdig aan de oeverlijn gemeten. Haaks op de oeverlijn meten betekent loodrecht op de oeverlijn meten. Toelichting op artikel 9.82: Meerpaal bouwen Haaks op de oeverlijn meten betekent loodrecht op de oeverlijn meten. De genoemde breedte van het oppervlaktewater blijft vrij van voorwerpen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de meerpaal en dat wat aan de meerpaal vastligt, zoals boten of andere vaartuigen. De genoemde breedte is aaneengesloten, dus zonder onderbrekingen. Zo blijft er voldoende ruimte over om langs de meerpaal te kunnen varen.
Toelichting op subparagraaf 9.4.3.4: Ander bouwwerk maken Toelichting op artikel 9.84: Voorwerp plaatsen Met voorwerpen bedoelen we bijvoorbeeld: lantaarnpalen, banken, prullenbakken, wegwijsborden, kunst. Door een strook grond vrij te houden blijft het voor Rijnland mogelijk om het onderhoud van het oppervlaktewater vanaf de kant te doen. De insteek is het punt waar de schuine oever overgaat in het vlakke maaiveld. Toelichting op artikel 9.85: Andere bouwwerken maken Door een strook grond vrij te houden blijft het voor Rijnland mogelijk om het onderhoud van het oppervlaktewater vanaf de kant te doen.
Toelichting op hoofdstuk 10: Slopen en verwijderen Toelichting op afdeling 10.1: Wanneer geldt dit hoofdstuk Toelichting op artikel 10.1: Slopen en verwijderen Onderdelen van een bouwwerk zijn bijvoorbeeld: een damwand, een leiding, of een (hei)paal.
Toelichting op afdeling 10.2: Algemeen Toelichting op artikel 10.2: Opdracht voor tijdelijk verwijderen bouwwerk of voorwerp Rijnland beheert een flink aantal waterstaatswerken. Een waterstaatswerk is bijvoorbeeld:
een oppervlaktewater, een bergingsgebied, een waterkering en de beschermingszones die daarbij horen, een ondersteunend kunstwerk, bijvoorbeeld een gemaal, stuw, sluis en inlaat. Rijnland onderhoudt deze waterstaatswerken zodat de kwaliteit goed blijft. Het is belangrijk dat er tijdens het onderhoud niets in de weg staat. Daarom gebruikt het dagelijks bestuur van Rijnland dit artikel bijvoorbeeld in deze situaties: om het onderhoud aan een waterkering goed te kunnen doen, kan het nodig zijn dat een bouwwerk op die waterkering tijdelijk weg moet. als Rijnland een watergang gaat baggeren, dan moeten boten tijdelijk weg. als Rijnland een stuw gaat onderhouden, dan moet een woonboot die naast een stuw ligt tijdelijk weg. Een eigenaar of gebruiker krijgt meestal een week de tijd om een bouwwerk of voorwerp weg te halen. Als er met spoed onderhoud nodig is, dan kan het dagelijks bestuur de eigenaar of gebruiker verplichten om het bouwwerk of voorwerp direct te verwijderen.
Toelichting op afdeling 10.3: Vergunning Toelichting op paragraaf 10.3.1: Wanneer is een vergunning nodig Toelichting op artikel 10.3: Heipaal verwijderen Het verwijderen van een heipaal kan de waterkering minder stevig maken. Rijnland wil daarom liever dat een al aanwezige heipaal in de waterkering blijft. Als een heipaal toch weg moet, dan wil Rijnland eerst het risico voor de waterkering beoordelen. Daarom is hiervoor een vergunning nodig. Toelichting op artikel 10.4: Damwand verwijderen Het verwijderen van een damwand kan de waterkering minder stevig maken. Rijnland wil daarom liever dat een al aanwezige damwand in de waterkering blijft. Als een damwand toch weg moet, dan wil Rijnland eerst het risico voor de waterkering beoordelen. Daarom is hiervoor een vergunning nodig. Toelichting op artikel 10.5: Leiding verwijderen Het verwijderen van een grote leiding kan de waterkering minder stevig maken. Rijnland wil daarom liever dat een al aanwezige leiding in de waterkering blijft. Als een leiding toch weg moet, dan wil Rijnland eerst het risico voor de waterkering beoordelen. Daarom is hiervoor een vergunning nodig.
Toelichting op afdeling 10.4: Voorwaarden zonder vergunning Toelichting op paragraaf 10.4.1: Op de waterkering Toelichting op artikel 10.7: Voorwaarden verwijderen paal Toelichting op artikel 10.7, tweede lid Voor het verwijderen van een heipaal uit de kernzone en beschermingszone van een waterkering is een vergunning nodig. Dit staat in artikel 10.3. Toelichting op artikel 10.8: Vullen van gat in grond na verwijderen paal Het vullen van het gat in de grond met zwelklei voorkomt negatieve gevolgen voor de stevigheid en de stabiliteit van de kering.
Toelichting op paragraaf 10.4.2: In kwetsbaar kwelgebied Toelichting op artikel 10.10: Manier van verwijderen heipaal De heipaal op de juiste manier verwijderen voorkomt in een kwetsbaar kwelgebied problemen door kwel. Toelichting op artikel 10.11: Repareren van afsluitende bodemlaag bij verwijderen heipaal De gaten in een afsluitende bodemlaag repareren met zwelklei voorkomt in een kwetsbaar kwelgebied problemen door kwel. Toelichting op artikel 10.12: Manier van verwijderen damwand De damwand op de juiste manier verwijderen voorkomt in een kwetsbaar kwelgebied problemen door kwel. Toelichting op artikel 10.13: Repareren afsluitende bodemlaag bij verwijderen damwand De gaten in een afsluitende bodemlaag repareren met zwelklei voorkomt in een kwetsbaar kwelgebied problemen door kwel.
Toelichting op hoofdstuk 11: Waterberging niet meer gebruiken Toelichting op afdeling 11.2: Vergunning Toelichting op paragraaf 11.2.1: Wanneer is een vergunning nodig Toelichting op artikel 11.2: Waterberging niet meer gebruiken Soms moet een initiatiefnemer van Rijnland een waterberging maken voor het opvangen van de neerslag van een nieuw gemaakt hard oppervlak. Dit water zakt niet meer de bodem in en stroomt direct af naar het oppervlaktewater. Dit veroorzaakt extra peilstijging. Om dit te voorkomen dient dit water te worden vertraagd afgevoerd te worden door het eerst op te vangen in een waterberging. Als zo’n waterberging niet meer wordt gebruikt, dan kan het alsnog versneld afgevoerd naar het oppervlaktewateren voor wateroverlast zorgen. Rijnland wil dit vooraf goed bekijken en daarom is hiervoor een vergunning nodig.
Toelichting op paragraaf 11.2.2: Beoordelen van de vergunningaanvraag Toelichting op artikel 11.3: Beoordelen van de vergunningaanvraag Deze artikelen gebruiken we om een vergunningaanvraag te beoordelen. Voldoet een vergunningaanvraag hieraan, dan verlenen we de vergunning. Toelichting op artikel 11.4: Een vervangende waterberging maken Als een waterberging niet meer wordt gebruikt, dan kan er wateroverlast ontstaan. Die wateroverlast wordt voorkomen door een vervangende waterberging te maken. Hiervoor gelden dezelfde regels als voor het maken van een nieuwe waterberging. Die regels staan in hoofdstuk X. Hierin staan 4 manieren om een vervangende waterberging te maken: graven van oppervlaktewater; afschrijven van een Berging Rekening Courant; gebruik maken van oppervlaktewater dat de afgelopen 5 jaar is gegraven; opnieuw op een andere manier een waterberging maken. De waterberging is niet meer nodig als het harde oppervlak waarvoor de waterberging is gemaakt wordt verwijderd. Dan hoeft een initiatiefnemer geen vervangende waterberging te maken.