5 Bijlage 1 3 Progamma van Eisen Groot onderhoud met herinrichting Zuiderhout en Vredenhof
Tekst van het document
Afbeelding 4.2 Maatregelen bomen
De nu uitgevoerde onderzoeken geven een beeld van de kwaliteit van de bomen, die als uitgangspunt kunnen dienen voor de verdere planvorming van het project. Naast de boomonderzoeken, worden deze gecombineerd met de NEN inspectie om te komen tot een vanuit beheer oogpunten aanpak te komen. Deze
28 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
onderzoeken dienen als kaders voor het project en geven duidelijk weer dat er nog aanvullende onderzoeken nodig zijn. Dit alles is afhankelijk van de andere beleidsdoelstellingen en activiteiten die uitgevoerd moeten worden. Conclusies en aanbevelingen Uit het bomenonderzoek komen de volgende conclusies en aanbevelingen: Afbeelding 4.2 toont de acties betreffende de bestaande bomen zoals geïnventariseerd in 2021. Deze afbeelding moet in de Ontwerpfase geactualiseerd worden met een nieuwe bomeninventarisatie om inzichtelijk te krijgen of het bomenbestand sinds 2021 gewijzigd is. In de definitiefase is bovenstaande afbeelding gebruikt als uitgangspunt.
4.6
Ecologische QuickScan
De werkzaamheden voor het groot onderhoud kunnen betekenen dat er via de Wet Natuurbescherming beschermde plant- of diersoorten in het gedrang komen. Door adviesbureau Primum is een QuickScan flora en fauna uitgevoerd. Het onderzoek bestond uit een vooronderzoek en een veldbezoek. Het vooronderzoek betreft literatuuronderzoek c.q. bronnenonderzoek op basis van (provinciale) verspreidingsatlassen en gegevens uit bijvoorbeeld de NDFF en het veldonderzoek bestond uit een onderzoek ter plaatse waarbij een gekwalificeerde ecoloog de aanwezige en/of te verwachten natuurwaarden ter plaatse heeft beoordeeld. De resultaten van het uitgevoerde onderzoek zijn gepresenteerd in een separate rapportage ‘QuickScan flora en fauna Zuiderhout te Haarlem’, referentie 205885_R_ESS_1351, d.d. 15 januari 2021. Conclusies In Tabel 4.2 zijn de resultaten van de QuickScan flora en fauna opgenomen met de te verwachten effecten, te treffen maatregelen en te nemen vervolgstappen.
29 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
Tabel 4.2 Samenvatting QuickScan flora en fauna Soort(groep)
Waargenomen / te verwachten soorten
Functie
Verstoring
Verbodsbepaling Wnb
vaatplanten
muurbloem, blaasvaren en schubvaren
standplaats in het plangebied/ aangrenzend aan het plangebied
mogelijk
artikel 3.1
vleermuizen
gewone dwergvleermuis
verblijfplaats in bomen
mogelijk
artikel 3.5
diverse soorten
foerageergebied
nee
-
diverse soorten
vliegroute binnen het plangebied
mogelijk
artikel 3.5
grondgebonden zoogdieren
eekhoorn
verblijfplaats in bomen
mogelijk
artikel 3.10
broedvogels
categorie 1 t/m 4: buizerd, grote gele kwikstaart
nestlocatie, foerageergebied
nee
-
categorie 5: ekster, koolmees e.d.
nestlocatie
ja
overige soorten: wilde eend, vink, houtduif e.d.
nestlocatie
ja
amfibieën
geen
-
-
-
reptielen
geen
-
-
-
vissen
geen
-
-
-
vlinders en libellen
geen
-
-
-
overige soorten
geen
-
-
-
Aanbevelingen Naar aanleiding van de QuickScan flora en fauna is gebleken dat vervolgstappen voor verschillende soorten aan de orde zijn: de houdbaarheid van een flora & faunaonderzoek ten behoeve van een vergunningsaanvraag is 3 jaar. Dit betekent dat in de ontwerpfase er een update gedaan met worden van de QuickScan flora & fauna; voor de beschermde vaatplanten (muurbloem, blaasvaren en schubvaren) dient nader onderzoek uitgevoerd te worden in de Ontwerpfase; voor de soorten vleermuizen in bomen en eekhoorn is nader onderzoek enkel nodig als bomen met holtes, loshangend schors of nesten gekapt worden. Dit dient in de Ontwerpfase te worden onderzocht. Afhankelijk van de uitkomst van het onderzoek dienen aanvullende maatregelen te worden getroffen om de functionaliteit van de groeiplaats en/of vaste rust- en verblijfplaats te garanderen. Deze maatregelen dienen te worden vastgelegd in een activiteitenplan en door middel van een vergunningsaanvraag flora & fauna activiteit ter beoordeling bij het bevoegd gezag te worden voorgelegd.
In het kader van de zorgplicht dienen, naast de eventuele maatregelen naar aanleiding van het nader onderzoek naar vaatplanten en mogelijk vleermuizen en eekhoorn, ten behoeve van onderhavig project, de volgende maatregelen te worden uitgevoerd: werkzaamheden enkel tussen zonsopkomst en zonsondergang uitvoeren (overdag); geen extra (bouw)verlichting aan laten tussen zonsondergang en zonsopkomst (’s nachts); aanlichten van de bomen voorkomen; indien niet anders kan dan in het donker de werkzaamheden uit te voeren dient vleermuisvriendelijke (rood) verlichting gebruikt te worden.
30 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
In het kader van gebiedsbescherming is gekeken of de toekomstige ontwikkelingen leiden tot negatieve effecten op natuurgebieden beschermd middels het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en de Wet natuurbescherming (Wnb). Op basis van de voorgenomen activiteiten is een effect op Natura 2000-gebied Kennemerland Zuid op voorhand niet uit te sluiten. Een nadere toetsing dient inzichtelijk te maken of er sprake is van een (significant) effect van mogelijke tijdelijke toename van stikstofdepositie op instandhoudingsdoelstellingen van het betreffende gebied. Hiervoor dient een AERIUS-calculatie te worden uitgevoerd.
4.7
Kabels en leidingen
De aanwezige kabels en leidingen zijn geïnventariseerd door het uitvoeren van een oriëntatiemelding bij het Kadaster. Daarnaast is het project aangemeld en op 18 december 2024 besproken in het reguliere NUTS overleg van Haarlem. Hierin zijn schetsmatig de plannen gepresenteerd en is besproken wat de impact ervan is op de bestaande ondergrondse infrastructuur. In tabel 4.3 is weergeven welke werkzaamheden de kabel en leiding partijen voorzien de komende jaren.
Tabel 4.3 Voorgenomen werkzaamheden kabel en leiding partijen Partij
Voorgenomen werkzaamheden
Indicatieve planning
KPN
Wordt nog nagegaan.
Te bepalen
Alliander (gas)
Op basis van de huidige planning staan enkel werkzaamheden gepland voor 2025. Het betreft het aanpakken van diverse brosse leidingen in het noorden en zuiden van Zuiderhout.
Te bepalen
Alliander (elektra)
In heel Haarlem wordt het elektriciteitsnet omgebouwd van 6kV naar 10kV voor de toekomstbestendigheid van het elektriciteitsnetwerk in en rond Haarlem. Hiervoor moeten in totaal 9 transformatiestations geplaatst worden in de wijk (zie Afbeelding 4.3). Hiervan is tot nu toe nog geen planning bekend, wel is een voorbereidingstijd om de locatie te bepalen nodig van minimaal een jaar. Ook speelt er een blijvende opgave van het vervangen van oude en ongebruikte kabels. Indien mogelijk kunnen de werkzaamheden voor eventuele vervanging ingepast in de werkzaamheden voor het groot onderhoud.
Vrij inplanbaar
PWN
Momenteel is PWN bezig met een onderhoudsinterventie in de Churchilllaan, hierna staan de Prins Mauritslaan en de Crayenesterlaan nog op het programma. Dit moet in 2025 worden afgerond, daarna is er voorlopig geen onderhoud voorzien aan drinkwaterleidingen. Wel speelt er een onderhoudsopgave van een transportleiding (aangelegd in 1959, asbestcementleiding) die onder ander door de Crayenesterlaan loopt richting de Zuiderhoutlaan. De transportleiding heeft nog geen problemen/storingen en conform het vervangingsmodel is deze pas over circa 10 jaar aan de beurt.
Transportleiding nader te bepalen
31 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
Afbeelding 4.3 Beoogde locaties nieuwe transformatiestations
In het Ontwerp-Warmteprogramma 2026-2035 is voor Zuiderhout en Vredenhof aangegeven dat hier geen collectieve voorziening wordt gerealiseerd, maar dat de voorkeursrichting een individuele / kleinschalige warmtevoorziening betreft. .
4.8
Parkeertellingen
In juni/juli 2024 zijn parkeertellingen uitgevoerd op 3 telmomenten (dinsdag middag / avond en zaterdag middag). Witteveen+Bos heeft aanvullend parkeertellingen gedaan in oktober 2024. De resultaten zijn opgenomen in de notitie ‘Parkeertellingen Zuiderhout’, referentie 144130/25-001.950, d.d. 14 februari 2025. Er zijn twee soorten tellingen uitgevoerd: - tellingen van geparkeerde auto’s in de openbare ruimte; - tellingen van parkeerplaatsen op eigen terrein bij panden. De parkeertellingen hebben op drie momenten plaatsgevonden, ieder moment om een specifieke situatie in de wijk in kaart te brengen. In Tabel 4.4 zijn deze drie momenten onder elkaar gezet.
Tabel 4.4 Telmomenten van de parkeertellingen in Zuiderhout en Vredenhof Dag
Tijdsperiode
Situatie
Weer
dinsdag (8 oktober 2024)
13.00 - 14.00
combinatie wonen, bezoekers en kantoren / scholen / maatschappelijk
zonnig
dinsdag (8 oktober 2024)
21.00 - 22.00
piek woongerelateerd (bewoners en bezoekers)
zonnig
zaterdag (5 oktober 2024)
13.00 - 14.00
piek woongerelateerd en sport
bewolkt / regen
32 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
In onderstaande afbeelding is de maximale parkeerdruk weergeven van de 6 telmomenten (juni/juli 2024 en oktober 2024).
Afbeelding 4.4 Parkeerdrukte als percentage per straatsegment
Parkeermogelijkheden op eigen terrein Naast het aantal auto’s in de openbare ruimte is er een inventarisatie gemaakt van de parkeerplaatsen op eigen terrein, het resultaat hiervan is te zien in afbeelding 4.5. Hierbij is alleen onderscheid gemaakt tussen panden waar wel ruimte is om te parkeren op eigen terrein en panden waar deze ruimte er niet is.
33 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
Afbeelding 4.5 Overzicht van panden met of zonder parkeerplaats op eigen terrein
Op het kaartbeeld is te zien dat met name rond de Tuinwijklaan en Zonnelaan er weinig tot geen parkeergelegenheid op eigen terrein is. Dit zijn ook de straatsegmenten waar de meeste voertuigen zijn geteld tijdens de drie telmomenten. Aanwezige parkeervoorzieningen In de wijk zijn maar in een paar straten formele parkeervakken aanwezig. Dit betreft de volgende straten: Churchilllaan, 70 parkeerplaatsen; Zonnelaan, 26 parkeerplaatsen; Prins Mauritslaan, 17 parkeerplaatsen; Willem de Zwijgerlaan, 57 parkeerplaatsen. Conclusies op drukste momenten van alle tellingen staan er in totaal 921 auto’s geparkeerd binnen het scope gebied; in de bestaand situatie is er in de wijken een parkeermogelijkheid (formele vakken en ruimte voor parkeren langs de rijbaan) voor 1123 voertuigen; gemiddeld parkeerdruk binnen het scope gebied is 65 %; met de bestaand situatie is er een restcapaciteit van 202 parkeermogelijkheden.
34 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
4.9
Riolering
4.9.1
Onderzoek conditie bestaande riolering
Op 20 september en 15 november 2024 heeft Ciboor (Van der Valk + De Groot) inmeetwerkzaamheden van de putkoppen en BOB’s uitgevoerd, alsmede de afschot analyse in het gebied Zuiderhout te Haarlem. In het stroomgebied Zuiderhout zijn 8 strengen aanwezig met een tegengestelde stroomrichting deze stroom richting is kleiner dan 10 % van de buishoogte. Voor de meeste strengen zijn dit slechts enkele centimeters, en bij twee strengen bedraagt het tegenschot 5 centimeter. Hier zal de doorstroming van het stelsel zeer licht wordt belemmerd. Gezien de diameter van de buis van 800 mm is dit acceptabel. Bij twee strengen is 25-50 % van de diameter verzakt (rood gemarkeerd in Afbeelding 4.6), deze twee strengen dienen verlegd of vervangen te worden. Over het algemeen is de ligging van het rioolstelsel nog goed en kan in de toekomst gerelined worden om de levensduur te verlengen. Voor een 3-tal strengen is relinen nu al wel aan de orde. Dit is weergegeven in Afbeelding 4.7. Aandachtspunt / risico (kostenconsequenties) is op dit moment dat nog een nadere camera inspectie uitgevoerd moet worden, om te bepalen/beoordelen wat de kwaliteit is van o.a. de matige strengen (geel gemarkeerd in Afbeelding 4.7) en/of deze ook gerelined moet worden.
Indien blijkt dat na de camera inspectie / nadere analyse aanvullende werkzaamheden aan de strengen (relinen) uitgevoerd moeten worden zal daarvoor een scope uitbreiding voor worden opgesteld tijdens de volgende (ontwerp)fase van het project. In de storing historie van het Zuiderhout zijn in de periode van 2015 t/m 2024 ook slechts 10 storingen geweest met een totale kosten van EUR 3.934,--. Dit ondersteunt het advies dat de toestand van het rioolstelsel in Zuiderhout goed is.
Afbeelding 4.6 Verzakte rioolstrengen
35 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
Afbeelding 4.7 Rioolstrengen die gerelined moeten worden (rode strengen)
4.9.2
Afkoppelen HWA
De wijk heeft momenteel een gemengd stelsel. Door Witteveen+Bos is een onderzoek uitgevoerd om het hemelwater in de buurten Zuiderhout en Vredenhof af te koppelen. De resultaten zijn opgenomen in de notitie ‘Concept ontwerp nieuw HWA-stelsel voor Zuiderhout en Vredenhof’, referentie 144130/25-002.015, d.d. 14 februari 2025. Het ontworpen stelsel is weergegeven in Afbeelding 4.8. De ontworpen HWA-stelsels voldoen bij bui 9. Er treedt geen water-op-straat op.
36 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
Afbeelding 4.8 Ontworpen HWA-stelsel (rode pijlen zijn uitlaatpunten)
Aanbevelingen De aanbevelingen worden gedaan voor nader onderzoek in de Ontwerpfase: het stelsel in de ontwerpfase opnieuw doorrekenen voor optimale buisdiameters. Het model blijkt erg sensitief voor veranderingen in het verhard oppervlak. Pas in de ontwerpfase wordt het definitieve verhard oppervlak bepaald; dat waar mogelijk dakoppervlakken op het nieuwe HWA-stelsel worden aangesloten, met name bij gebouwen als scholen en het revalidatiecentrum zijn hier kansen voor; bij het definitieve ontwerp dienen de bob-hoogtes te worden vastgesteld van het nieuwe HWA-stelsel en waar nodig zinkers te worden ontworpen bij kruisingen met leidingen van het bestaande gemengde stelsel; er in de ontwerpuitwerking een integraal ontwerp wordt gemaakt waarbij het ondergrondse en bovengrondse ontwerp gezamenlijk worden ontwikkeld zodat bijvoorbeeld putten niet in bandenlijnen terecht komen.
4.10
Waterhuishoudingsplan
Voor het project is door Witteveen+Bos een advies opgesteld over de toekomstbestendige inrichting van de wijk ten aanzien van waterhuishouding. Deze is terug te vinden in de rapportage ‘Toekomstbestendige wijk Zuiderhout’, referentie 144130/25-002.014, d.d. 14 februari 2025. Het doel van het waterhuishoudingsplan is het identificeren van maatregelen ten behoeve van de klimaatbestendigheid van de wijk en het leveren van inpassingsadvies en effect. In de analyse is gekeken naar de afwatering en de concrete mogelijkheden per straat betreffende waterberging, hittestress en biodiversiteit. In hoofdstuk 7 van voorliggend programma van eisen wordt ander ingegaan op het waterhuishoudingsplan.
37 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
4.11
Cultuurhistorische analyse
Met het oog op het groot onderhoud met herinrichting van de wijken Zuiderhout en Vredenhof is een cultuurhistorisch onderzoek uitgevoerd om de transformatieruimte van deze wijken, waarvan Zuiderhout in het Beschermd Stadsgezicht Haarlem Zuid ligt, te kunnen bepalen. Het cultuurhistorisch DNA van Zuiderhout en Vredenhof is hierbij in kaart gebracht en aan de hand van een cultuurhistorische analyse van de wijken is aangegeven hoe dit DNA ondanks het beoogde groot onderhoud en herinrichting bewaard kan blijven en zo nodig kan worden versterkt of verder kan worden ontwikkeld in de toekomst. De cultuurhistorische analyse is opgenomen in de rapportage ‘Cultuurhistorische analyse Zuiderhout en Vredenhof’, referentie 144130/25-002.009, d.d. 14 februari 2025. Afbeelding 4.9 toont in een kaart de belangrijkste cultuurhistorische waarden van het projectgebied.
Afbeelding 4.9 Cultuurhistorische waardenkaart Zuiderhout en Vredenhof
Conclusies De kansen voor het behoud van de cultuurhistorie en het gedachtengoed van Springer zijn in deze paragraaf als een opsomming geformuleerd en gelden als uitgangspunten cultuurhistorie in het groot onderhoud met herinrichting van Zuiderhout en Vredenhof. Uitgangspunten voor behoud van gedachtengoed Springer 1 zet in op ervaring van de Engelse landschapsstijl rondom de vijver aan de Vijverlaan en aan de Frederik Hendriklaan door het plaatsen van bankjes en het creëren van een ontmoetingsplek; 2 benadruk het groene karakter van Zuiderhout aangezien dit bijdraagt aan een gezonde leefomgeving; 3 geef vanuit de Tuinstadgedachte meer aandacht aan het toekennen van verschillende functies in de openbare ruimte. Denk hierbij aan speelplekken en het bevorderen van de gelegenheid om elkaar te ontmoeten en samen bezig te zijn (sociaal); 4 benadruk vanuit de Tuinstadgedachte de hiërarchische opzet van stratenpatroon (of onderscheid tussen brede hoofdontsluiting en kleinere woonstraten) in materialisering en detaillering; 5 ga bedachtzaam en weloverwogen om met het toepassen van gebogen dan wel rechte lijnen bij het creëren van nieuwe belijningen;
38 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
6
versterk het landschappelijke karakter en de beleving van ruimtelijke dynamiek door het benutten van (aanwezige) vijvers, waterpartijen en slingerende beken; 7 pas gebogen wegen en paden, vloeiende lijnen toe die zo mogelijk het reliëf van het landschap volgen of nabootsen. Gebruik flauwe, gestroomlijnde bochten, zonder plotselinge verspringingen erin (t.b.v. parkeerhavens, of in te passen objecten) en zonder symmetrische rechte lijnen; 8 zet in op klimaatadaptatie door lichte landschappelijke glooiingen en bestaande waterpartijen te benutten voor het creëren van wadi’s); 9 zet in op rijke aanplant van bomen, struiken en grasvelden passend bij de karakteristieken van de Engelse Landschapsstijl en Tuinstadgedachte. Dit biedt kansen voor klimaatadaptatie (verminderen hittestress, waterbestendigheid) natuurinclusiviteit en meer biodiversiteit; 10 open ruimtes die worden afgewisseld met dichte meer beboste zones; 11 zet in op de (verdwenen) groene druppels uit het stratenplan van Springer om extra te vergroenen. Uitgangspunten voor behoud cultuurhistorie op wijkniveau 1 laat de rijke historische gelaagdheid in Zuiderhout en Vredenhof zover nog aanwezig in tact.
Sporen van de oude buitenplaatsen dienen bewaard te blijven; 2 behoud de eenduidige hoofdstructuur van het stedenbouwkundig ontwerp van Zuiderhout met de vijver als uitgangspunt voor Oosterhout en het webvormige stratenpatroon van Zuiderhout; 3 behoud het sterk groene karakter van Zuiderhout en de luxe en sub urbane sfeer van zowel Zuiderhout als Vredenhof; 4 zet in op het verbeteren van de verbinding tussen Vredenhof en Zuiderhout door betere aansluiting vanaf de Zuiderhoutlaan; 5 zet in op het aanzetten van de entrees van Zuiderhout door de overgang van de Haarlemmerhout naar Zuiderhout beter te benadrukken of de brugovergangen bij de Crayenestervaart aan te zetten; 6 maak een weloverwogen besluit bij het inpassen van parkeerplekken in Zuiderhout en Vredenhof. De wijken zijn ontworpen voordat de auto prominent in het straatbeeld verscheen. De breedte van de straat en de toegepaste boomaanplant uit de tijd van Springer geeft hiervoor de richtlijn; 7 maak een weloverwogen besluit bij het inpassen van trafostations en ondergrondse vuilcontainers, om zo verrommeling van het groene straatbeeld te voorkomen. Uitgangspunten voor behoud cultuurhistorie op straatniveau 1 pas per straat een boomsoort toe, hou waar mogelijk rekening met de oorspronkelijke wijze van aanplant.
Aan een zijde, aan weerszijden of geen; 2 voorzie de voetpaden van een goed verhardingsmateriaal dat bijdraagt aan een zekere verfijning passend bij het ontwerp van Springer; 3 geef de Zuiderhoutlaan weer de allure die het voor de wegverbreding in de jaren ‘60 heeft gekend, passend bij Zuiderhout en Vredenhof. Denk hierbij aan versmalde laanverbinding met aan weerszijden bomen en beplanting, of aan een bredere middenberm met beplanting; 4 plant bomen van dezelfde soort per straat, mix van bomen over verschillende straten is mogelijk. Neem de Hollandse Linde, Krimlinde, Amerikaanse Esdoorn Zomerlinde, Zomereik in Zuiderhout en de Canada Populier hierbij als uitgangspunt; 5 bouw voort op het oorspronkelijk groene karakter van de Spanjaardslaan en zet deze groene laan aan door de laanbeplanting te accentueren, de elementen die dit verstoren weg te nemen, en het toevoegen van bankjes en andersoortige elementen om het wandelen en ontmoeten te bevorderen. .
39 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
5 GROEN EN SPELEN 5.1
Huidige situatie groen
Het projectgebied bevindt zich in één van de meest groene stadsdelen van Haarlem. De Churchilllaan, Spanjaardslaan, Spaarnelaan en Professor J. Bronnerlaan zijn onderdeel van de hoofdbomenstructuur van de stad. Via de gemeentelijke data en de uitgevoerde aanvullende bomeninventarisatie (zie paragraaf 4.5) is er veel informatie beschikbaar over de boomsoorten, stamdiameters, kroondiameters, levensverwachting etc. van de bestaande bomen. In het projectgebied staan 65 verschillende soorten bomen (709 bomen in totaal) waarbij de Hollandse linde met 14 % de meest voorkomende soort is. De conditie, kwaliteit en toekomstverwachting is over het algemeen redelijk tot goed. De meeste bomen staan in een kleine boomspiegel in de verharding. Bij 63 % van de bomen is er sprake van verhardingsopdruk, waarbij de meeste opdruk waarneembaar is aan de: Spaarnelaan; Linnaeuslaan; Zuidelijk deel van de Prins Mauritslaan; Westelijkdeel van de Churchilllaan; Westelijk deel van de Frederik Hendriklaan; Westelijk deel van de Crayenesterlaan. 272 bomen zijn ouder dan 50 jaar en vallen hierdoor onder hetzelfde beschermingsregime als de monumentale bomen. De geformuleerde eisen uit de beleidsstukken kunnen helpen een robuust ontwerp te maken waarin de bestaande groenstructuur wordt beschermd en versterkt.
Om aanvullend en projectspecifiek te kijken naar risico’s en kansen voor het nieuwe ontwerp is ook gesproken met de beheerders, beleidsmakers en (in het kader van participatie) adviescommissies die Haarlem en het projectgebied als geen ander kennen.
40 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
Afbeelding 5.1 Bestaande situatie Crayenesterlaan
Afbeelding 5.2 Overzicht aanwezige bomen (bron: Open data gemeente Haarlem)
5.2
Huidige situatie spelen
In de huidige situatie zijn er geen speelplaatsen aanwezig. Enkel de schoolpleinen van de Haarlemse Montessori school kunnen na schooltijd worden gebruikt als speelplaats.
41 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
5.3
Uitgangspunten
Onderstaande documenten bevatten uitgangspunten voor groen: Technisch Programma van Eisen (TPvE); HIOR; Structuurvisie Openbare Ruimte 2040; Omgevingsvisie 2045; Groenbeleidsplan; Bomenverordening 2021. Onderstaande documenten bevatten uitgangspunten voor spelen: Technisch Programma van Eisen (TPvE); HIOR; Speelruimtebeleid 2013-2020. De volledige beleidsanalyse is te lezen in hoofdstuk 3.
5.4
KES-input
De gehonoreerde wensen vanuit de KES-gesprekken die aanvullend zijn op de overige al bepaalde eisen (TPvE) met betrekking op groenvoorzieningen en spelen in het projectgebied zijn in de bijlage I opgenomen. Vanuit het platform Groen en de Adviescommissie Haarlemmerhout en Frederikspark zijn de volgende adviezen aangereikt om mee te nemen in de ontwerpfase: onderzoek in het vervolg zorgvuldig welke bomen ouder dan 50 jaar echt moeten worden gekapt en waarom. Geef ook aan waarom groeiplaatsverbetering onvoldoende kan bijdragen aan het behoud van deze bomen. Overweeg om afzonderlijke gezonde bomen te laten staan zodat niet gehele straten hoeven te worden gekapt; overweeg of het toepassen van één soort boom per straat vervangen kan worden door meerdere soorten met dezelfde kroonvorm passend in de cultuurhistorische waarden. Deze biodiversiteit is nodig om niet alle bomen in een straat te verliezen bij de steeds vaker voorkomende boomziekten. Ook dienen de toegepaste boomsoorten klimaatbestendig te zijn; maak per straat keuzes waar extra, smalle groenstroken zinvol zijn en een relevante bijdrage leveren aan een verbetering van de leefomgevingskwaliteit resp.
de biodiversiteit; zorg bij de herinrichting van de Zuiderhoutlaan voor de volgens het Groenbeleidsplan gewenste aanvulling van de hoofdbomenstructuur (‘ontbrekende schakel’ tussen Fonteinlaan en Heemsteedse Dreef); benoem alle genoemde oost-west lopende straten naar het Spaarne als onderdeel van de ecologische verbinding en zorg voor een daarbij passende inrichting.
5.5
Ontwerpadvies
5.5.1
Bomen
Uitgangspunt voor het groot onderhoud is het duurzaam behouden van het bomenbestand en het creëren van optimale groeiomstandigheden van de bomen. Op basis van de bomeninventarisatie is bepaald welke maatregelen noodzakelijk zijn. Dit betreft een drietal maatregelen: kappen en vervangen van 122 aantal bomen; groeiplaatsverbetering/ boomspiegel vergroten van 313 aantal bomen; geen maatregelen noodzakelijk bij 268 bomen. Bij het kappen en vervangen van de bomen dient rekening gehouden te worden met het zoveel mogelijk in stand houden van bestaande boomstructuren, het toepassen van inheemse soorten en de juiste orde boom
42 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
op de juiste plek planten. Ook bij het vervangen van de bomen dient er een goede groeiplaatsinrichting meegegeven te worden. Bij groeiplaatsverbetering kan gedacht worden aan onder andere het toevoegen van nutriënten in de grond, ploffen van de groeiplaats en groeiplaats verruimen. Uit de uitgevoerde erfgoedanalyse naar het ontwerp van architect L.A. Springer valt op te maken dat elke afzonderlijke straat hetzelfde type boom heeft. Echter zijn er wel verschillende typen verdeeld over de wijk (zie Tabel 5.1en Tabel 5.2). Vanuit de erfgoedanalyse komt naar voren dat de volgende typen bomen bij het ontstaan van de wijk met name zijn toegepast: Noorse Esdoorn (Acer Platanoides); Es (Fraxinus Excelsior); Hollandse Linde (Tilia Vulgaris); Amerikaanse Linde (Tilia Americana); Japanse Kaukasische Els (Alnus Spaethii). Voor de ontwerpfase zal er een afweging gemaakt moeten worden voor het type nieuw aan te planten bomen, waarbij rekening wordt gehouden met de bestaande boomstructuren, cultuurhistorie en typen en kansen voor soortendiversiteit. Hierbij wordt opgemerkt dat de Noordse Esdoorn als een invasieve exoot wordt beschouwd en de Es het minder goed doet bij aanplant in verhardingen en deze twee soorten dus niet de voorkeur hebben om weer toegepast te worden.
Tabel 5.1 Boomaanplant Zuiderhout Boom aanplant
Straten
Boomsoort
Aan weerszijde bomen
Vijverlaan Churchilllaan Linnaeuslaan Spaarnelaan Amalia van Solmslaan Crayenesterlaan
Zomerlinde Hollandse Linde Krimlinde (tussen Spaarnelaan en Kleine Houtweg) Iep Amerikaanse Esdoorn Zomerlinde/ Zomereik Japanse Sierkers/ Noorse Esdoorn/ Rode meidoorn/ Gewone Es Japanse Sierkers Noorse Esdoorn Els leilinde/ Japanse Sierkers Hollandse Linde/ Zomereik
Anna van Burenlaan Frederik Hendriklaan Louise de Colignylaan Willem de Zwijgerlaan Prins Mauritslaan Beelslaan Spanjaardslaan Aan enkele zijde bomen
Professor J. Bronnerlaan Scheltemakade Zuiderhoutlaan
Geen bomen
Oosterhoutlaan Tuinwijklaan Zonnelaan Jacob van Lenneplaan Charlotte de Bourbonlaan
Groene druppels
Vijverlaan/ Linnaeuslaan Linnaeuslaan/ Spaarnelaan Churchilllaan/ Willem de Zwijgerlaan Churchilllaan/ Prins Mauritslaan Crayenesterlaan/ Scheltemakade (op kaart van springer afb. 2.8 maar momenteel niet in stratenplan: Zonnelaan/ Vijverlaan)
43 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
Es Iep
Esdoorn/ Linde/ Japanse Kers Linde/ Iep 3 eiken
Beuk
Bomen ouder dan 100 jaar Hollandse Linde Krimlinde
Amerikaanse Esdoorn Zomerlinde/ Zomereik
Hollandse Linde/ Zomereik
Tabel 5.2 Boomaanplant Vredenhof Boomaanplant
Straten
Boomsoort
Aan weerszijde bomen
Emauslaan
Spaanse Aak/ Japanse Sierkers/ Meidoorn
Aan enkele zijde bomen
Van Olde Barneveldlaan
Canada Populier
Geen bomen
Johan de Wittlaan Heinsliuslaan Jacob Catslaan
Groene druppels
Johan de Wittlaan/ Caspar Fagallaan
5.5.2
Bomen ouder dan 100 jaar
Canada Populier
Japanse Sierkers
Groenvakken
Op het noordelijke deel van de Churchilllaan zijn bij de herinrichting in 2018 plantvakken aangelegd met vaste planten. Dit beeld wordt erg gewaardeerd in de wijk. Voor de te realiseren groenstroken in de straten kan ook bij dit beeld aangesloten worden. Dit dient nader in de participatie afgestemd te worden.
5.5.3
Beplantingen Spanjaardslaan
Spanjaardslaan ligt in zijn geheel (oostelijk en westelijk deel) binnen het rijksmonument Haarlemmerhout. Het is een 18de-eeuwse laan. Voor de inrichting van de vrijkomende groenzones in de Spanjaardslaan is al een aanzet gedaan in het beheerplan van de Haarlemmerhout en Frederikspark (2023-2033). In de definitiefase is het te vroeg om aan een beplantingsplan te werken, maar in de ontwerpfase kan invulling gegeven worden aan de verschijningsvorm van groen in bermen, plantvakken, bosvakken et cetera. Naast dat het beplantingsplan moet voldoen aan de eisen die zijn gesteld in de verschillende beleidsstukken, zijn er ook een aantal stakeholders die zich moeten kunnen vinden in het beplantingsplan, zoals de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE), de adviescommissie Haarlemmerhout en Frederikspark en het Haarlemse Platform Groen. Advies is dan ook om deze stakeholders te (blijven) betrekken bij het plan en bij de uitwerking van het beplantingsplan. Hierbij is het eerder genoemde beheerplan een goede leidraad.
5.5.4
Spelen
Enige locatie in de wijk waar mogelijk ruimte is voor een speelvoorziening is het grasveld ten zuiden van de Parkflat aan de Prins Mauritslaan. In de participatiefase hier samen met bewoners en kinderen de realisatie van een speelvoorziening onderzoeken.
5.5.5
Voorgestelde maatregelen voor groen en spelen in het projectgebied
De volgende aanvullende ontwerpeisen zijn gedestilleerd vanuit het beleid en de opgehaalde klanteisen:
44 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
Tabel 5.3 Voorgestelde maatregelen voor groen en spelen in het projectgebied Id
Maatregel
KE-0302
Uitgangspunt is dat alle bomen die in goede conditie verkeren en een goede toekomstverwachting hebben in het projectgebied behouden blijven in het nieuwe ontwerp.
KE-0303
Bij de bomen met een matig of slechte toekomstverwachting wordt geadviseerd te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor (plaatselijke) groeiplaatsverbetering. Dit kan door het creëren van meer groeiruimte, of door het verbeteren van de groeiplaats door ontluchting of het toevoegen van organisch materiaal of meststoffen. Verbetering of vergroting van de groeiplaats zou de toekomstverwachting van de boom kunnen verbeteren.
KE-0304
Geadviseerd wordt om in de ontwerpfase een boom effecten analyse (BEA) uit te voeren. Deze analyse toetst het effect van projectplannen op bomen in en in de omgeving van het projectgebied (ook van bijvoorbeeld bemalingen).
KE-0305
Indien er in het nieuwe ontwerp ruimte ontstaat voor de aanplant van nieuwe bomen dient dit aangegrepen te worden. Zo kunnen gaten in de bomenlanen opgevuld worden met nieuwe aanplant. Bij de sortimentskeuze die gemaakt wordt dient rekening gehouden met de eisen uit beleid en participatie, maar ook met de reeds aanwezige boomstructuren.
KE-0306
In de aanbesteding en uitvoering wordt aanbevolen extra aandacht te hebben voor bescherming van bestaande bomen. Het graven van proefsleuven, bescherming van de stam, zorgvuldige opslag van materieel, (graaf)begeleiding door een deskundige zijn werkzaamheden die noodzakelijk zijn om de bestaande boomstructuur te beschermen.
KE-0307
Groenstroken voorzien van een robuuste beplanting met vaste (bloeiende) planten (zoals ook reeds aanwezig is op het noordelijke deel van de Churchilllaan).
KE-0308
Voor de Spanjaardslaan in de ontwerpfase een nadere uitwerking maken van de herinrichting van dit gebied passend bij de beschermde status als Rijksmonument. Dit o.a. in samenspraak met de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE), de Adviescommissie Haarlemmerhoud en Frederikspark en Platform Groen.
KE-0309
In de ontwerpfase samen met bewoners en kinderen de realisatie van een speelvoorziening onderzoeken op het grasveld ten zuiden van de Parkflat aan de Prins Mauritslaan.
KE-0310
Ter bevordering van de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in Zuiderhout en Vredenhof is het de wens meer ruimte voor groen te maken in de afzonderlijke straten.
45 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
6 WEGEN 6.1
Huidige situatie
De huidige situatie bestaat uit trottoirs van asfalt en het merendeel van de wegen uit een gebakken klinker. De Churchilllaan en de Willem de Zwijgerlaan hebben een rijbaan van asfalt en de Beelslaan een rijbaan van asfalt met een klinker streetprint. Het noordelijke deel van de Churchilllaan tussen de Vijverlaan en de Spaarnelaan is in 2018 reeds heringericht. De breedtes van de straten variëren van circa 6,2 m (Anna van Saksenlaan) tot circa 17,7 m (Churchilllaan). In Afbeelding 6.1 is de variatie in breedte van de straten weergegeven.
Afbeelding 6.1 Minimale straatbreedtes in de huidige situatie
De trottoirs variëren in de huidige situatie ook sterk in breedte van circa 0,9 m (Anna van Saksenlaan) tot ruim 4,8 m (Beelslaan). In Afbeelding 6.2 is een overzicht weergeven van de aanwezige trottoirbreedtes. De huidige trottoirs lijken in de afbeelding breed te zijn, maar in de praktijk staan ook de bomen in deze zone waardoor de werkelijke beschikbare breedte van de trottoirs (aanzienlijk) minder is.
46 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
Afbeelding 6.2 Breedte trottoirs in de huidige situatie
Een aantal wegen is als hoofdnet fiets of regionale / stedelijke plusroute aangeduid. In Afbeelding 6.3 is dit weergegeven.
Afbeelding 6.3 Fietsnetwerk
47 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
In de wijk wordt voornamelijk op de stoep geparkeerd (auto’s die half op de stoep staan). In de wijk zijn maar in een paar straten formele parkeervakken aanwezig. Dit betreft de volgende straten: Churchilllaan, 70 parkeerplaatsen; Zonnelaan, 26 parkeerplaatsen; Prins Mauritslaan, 17 parkeerplaatsen; Willem de Zwijgerlaan, 57 parkeerplaatsen.
6.2
Uitgangspunten
Onderstaande documenten bevatten uitgangspunten voor wegen: Technisch Programma van Eisen (TPvE); HIOR; ASVV/CROW; Mobiliteitsbeleid; Structuurvisie Openbare Ruimte 2040. De volledige beleidsanalyse is te lezen in hoofdstuk 3. Rijbaan breedte Vanuit de initiatiefase is het standaard HIOR profiel 14B meegegeven. Deze geeft voor de rijbaan een minimale breedte aan van 4,8 meter voor tweerichtingen verkeer en 3,40 meter voor eenrichtingsverkeer. Voor de bereikbaarheid van de brandweer geldt de Handreiking Bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid 2019 is aangegeven dat de minimale beschikbare rijstrookbreedte kan variëren per wegkenmerk, maar dient minimaal voor 3.25 meter te worden verhard en een vrije ruimte te hebben met een breedte van 3.50 meter, zie Afbeelding 6.4.
Afbeelding 6.4 Specifieke kenmerken van hulpdienstvoertuigen (bron: Handreiking Bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid 2019, Brandweer)
48 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
In de ASVV 2021 van het CROW is in artikel 11.2 aangegeven waaraan erftoegangswegen dienen te voldoen. Dit is weergegeven in Afbeelding 6.5.
Afbeelding 6.5 Wegbreedte erftoegangsweg (bron ASVV, CROW)
Op basis van bovenstaande wordt het volgende uitgangspunt aangehouden voor de breedte van de rijbaan: éénrichtingsverkeer met 2 richtingen fiets: 3,85 meter (conform minimaal profiel ASVV); tweerichtingenverkeer: 4,8 meter (conform HIOR en minimaal profiel ASVV). Voor de wegbreedtes is gekozen om bij de minimale wegbreedtes aan te sluiten. Enerzijds vanwege de beperkte hoeveelheid verkeer in de buurten Zuiderhout en Vredenhof (voornamelijk bewonersverkeer). Anderzijds vanwege de prioritering in de Structuurvisie Openbare Ruimte, waarbij ruimte voor groen en langzaamverkeer voor gaat op gemotoriseerd verkeer. Trottoirbreedte Vanuit de initiatiefase is het standaard HIOR profiel 14B meegegeven. Hierin is een voorkeursbreedte voor het trottoir opgenomen van 2,1 meter of breder. Indien dit niet inpasbaar is mag volgens het HIOR hiervan worden afgeweken en wordt een minimale maat van 1,65 meter aangeven. In de richtlijn Toegankelijkheid van het CROW wordt een voorkeursmaat aangegeven van 1,8 meter of breder en een minimummaat van 1,5 meter. Zie Afbeelding 6.6. De ASVV geeft een voorkeursbreedte aan van 2,0 meter of meer.
Afbeelding 6.6 Breedte trottoir conform handboek Toegankelijkheid CROW
Op basis van bovenstaande wordt het volgende uitgangspunt aangehouden voor de breedte van het trottoir: minimummaat 1,5 meter (conform handboek toegankelijkheid CROW); voorkeursbreedte 2,1 meter of meer (conform HIOR); plaatselijke versmallingen over een lengte van maximaal 0,5 meter een minimale maat van 0,9 meter.
49 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
6.3
KES-input
De gehonoreerde wensen vanuit de KES-gesprekken die aanvullend zijn op de overige al bepaalde eisen (TPvE) met betrekking op wegen in het projectgebied zijn in de bijlage I opgenomen. Vanuit het platform Groen en de Adviescommissie Haarlemmerhout en Frederikspark zijn de volgende adviezen aangereikt om mee te nemen in de ontwerpfase: verwijder in de Korte Spanjaardslaan alle asfalt en herstel zover mogelijk het historische profiel van deze laan. Werk dit uit in goed overleg met de Adviescommissie Haarlemmerhout en Frederikspark.
6.4
Ontwerpadvies
6.4.1
Variantenstudie profielkeuze
Het HIOR schrijft voor Zuiderhout en Vredenhof profiel 14B als uitgangspunt voor. Dit profiel heeft een breedte van 14 m bij 2 richtingen en 12,6 m bij een eenrichtingsweg. Uit Afbeelding 6.1 en de analyse in bijlage II blijkt dat het merendeel van de wegen in de wijk echter onvoldoende breed is om een volwaardig HIOR profiel in te passen. Voor het toewijzen van ruimteclaims in de openbare ruimte dient gebruik gemaakt te worden van de afwegingsmethodiek uit de Structuurvisie Openbare Ruimte, waarbij het beschermen en versterken van de groenstructuur de hoogste, en de benodigde ruimte voor objecten en parkeren de laagste prioriteit krijgt. Op basis van de uitgangspunten in paragraaf 6.2 en de afwegingsmethodiek uit de Structuurvisie Openbare Ruimte wordt de volgende voorkeursvolgorde gehanteerd om tot een passend profiel te komen: trottoir versmallen naar 1,65 m i.p.v. de gewenste 2,1 m. Indien dit nog onvoldoende ruimte biedt is de minimaal toegestane breedte 1,5 m. Incidentele versmallingen (bijvoorbeeld bij bestaande bomen in het trottoir) zijn minimaal 0,9 m breed; rijrichting aanpassen van 2-richtingen naar 1 richting; groen-blauwe voorzieningenstrook versmallen van 3,0 m naar 2,0 m.
Voor de straten in het gebied waar in de huidige situatie geen bomen aanwezig zijn, of enkel aan 1 zijde van de straat dient in de ontwerpfase een afweging gemaakt te worden of voor 2-zijdige groen-blauwe voorzieningenstroken wordt gekozen, of de deze enkel aan 1 zijde van de straat wordt toegepast.
6.4.2
Variantenstudie eenrichtingsverkeer
Onderzoek wijst uit dat voor het merendeel van de straten er alleen een passend HIOR profiel mogelijk is dat ruimte biedt aan trottoirs, groenvoorzieningen en parkeren als de rijrichting wordt aangepast naar eenrichting. In Afbeelding 6.7 is weergegeven welke straten omgevormd moeten worden naar éénrichtingsverkeer om te voldoen aan alle beleidseisen. Voor het deel Spanjaardslaan tussen de Linnaeuslaan en de Jacob van Lenneplaan wordt voorgesteld om deze voor autoverkeer af te sluiten, zodat de Spanjaardslaan als inrichting betrokken kan worden bij de
50 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
Afbeelding 6.7 Voorstel instellen eenrichtingsverkeer
Het voorstel voor eenrichtingsverkeer in Afbeelding 6.7 is doorgerekend met het gemeentelijk verkeersmodel. Hieruit volgt dat er verkeerskundig bij een eenrichtingsverkeer structuur geen probleem ontstaat. De aantal verkeerbewegingen die verschuiven zijn dermate laag dat de geplande weginrichting met bijbehorend regime dit aankan. Een uitgebreidere beschrijving van het onderzoek naar éénrichtingsverkeer is opgenomen in de notitie ‘Eénrichtingsverkeer Zuiderhout en Vredenhof’, referentie 144130/25-001.941, d.d. 14 februari 2025.
6.4.3
Parkeren
In oktober 2024 zijn parkeertellingen uitgevoerd. Hieruit komt naar voren dat met name in de noordzijde van Zuiderhout er veel wordt geparkeerd in onder andere de Linnaeuslaan, Oosterhoutlaan, Tuinwijklaan, Zonnelaan en Spaarnelaan. In het zuiden van de wijk zijn met name de Crayenesterlaan, Frederik Hendriklaan en Anna van Burenlaan straten waar veel op de stoep geparkeerd wordt. De Beelslaan is met name overdag en in het weekend druk. In Vredenhof is de parkeerdruk met name hoog als er activiteiten zijn bij de Koninklijke HFC. In de wijk hebben veel bewoners de gelegenheid om op eigen erf te parkeren. Echter parkeren veel bewoners hun auto langs de straat. De woningen van het Tuinwijk Zuid complex (Tuinwijklaan, Zonnelaan en Spaarnelaan) hebben geen mogelijkheid om op eigen erf te parkeren. De hoge parkeerdruk in deze straten is hiermee ook te verklaren. De hoge parkeerdruk in de Beelslaan is te verklaren vanuit bezoek aan het Revalidatiecentrum. Op de Churchilllaan, Zonnelaan, Prins Mauritslaan en Willem de Zwijgerlaan zijn in de bestaande situatie parkeervakken aanwezig. In de nieuwe situatie kunnen deze in het profiel worden ingepast in de groenblauwe voorzieningenstrook. Voor de overige straten in de wijk waar geen formele parkeervakken aanwezig zijn in de bestaande situatie kunnen parkeervakken worden gerealiseerd in de groen-blauwe
51 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
voorzieningenstrook. In de ontwerpfase zal met de stakeholders een afweging gemaakt moeten worden over het aantal parkeervakken dat gerealiseerd wordt per straat.
6.4.4
Fietsnetwerk
Het fietsnetwerk is weergegeven in Afbeelding 6.3. Vanwege de ligging in beschermd stadsgezicht biedt de HIOR ruimte om het fietsnetwerk niet van asfalt te voorzien, maar wordt gekozen om elementenverharding toe te passen. Dit betreft straatbaksteen met label EQ+. EQ+ stenen zijn strak tegen elkaar aan te straten, met minimale voeg zodat trillingen minimaal zijn.
6.4.5
Voorgestelde maatregelen voor wegen in het projectgebied
De volgende aanvullende ontwerpeisen zijn gedestilleerd vanuit het beleid en de opgehaalde klanteisen:
Tabel 6.1 Voorgestelde maatregelen voor wegen in het projectgebied Id
Maatregel
KE-0311
Het volgende uitgangspunt aanhouden voor de breedte van de rijbaan:
KE-0312
-
éénrichtingsverkeer met 2 richtingen fiets: 3,85 meter (conform minimaal profiel ASVV);
-
tweerichtingenverkeer: 4,8 meter (conform HIOR en minimaal profiel ASVV).
Het volgende uitgangspunt aanhouden voor de breedte van het trottoir: -
minimummaat 1,5 meter (conform handboek toegankelijkheid CROW);
-
voorkeursbreedte 2,1 meter of meer (conform HIOR);
-
plaatselijke versmallingen over een lengte van maximaal 0,5 meter een minimale maat van 0,9 meter.
KE-0313
Om tot een passend profiel te komen, waarbij de prioritering van het SOR 2040 is gevolgd en het HIOR wordt aangehouden dienen de volgende straten omgevormd te worden naar éénrichtingsverkeer auto (wel handhaven tweerichtingen fiets): Oosterhoutlaan; Vijverlaan (tussen Churchilllaan en Zonnelaan); Tuinwijklaan; Zonnelaan; Linneauslaan; Professor J. Bronnerlaan; Jacob van Lenneplaan; Beelslaan; Anna van Burenlaan; Frederik Hendriklaan; Crayenesterlaan; Anna van Saksenlaan; Amalia van Solmslaan; Charlotte de Bourbonlaan; Scheltemakade; Heinsiuslaan; Jacob Catslaan; Van Oldenbarneveltlaan (tussen Jacob Catslaan en Heinsiuslaan).
KE-0314
Het deel Spanjaardslaan tussen de Linnaeuslaan en de Jacob van Lenneplaan afsluiten voor autoverkeer, zodat de Spanjaardslaan als inrichting betrokken kan worden bij de
KE-0315
Vanwege de ligging in beschermd stadsgezicht biedt de HIOR ruimte om het fietsnetwerk niet van asfalt te voorzien, maar wordt gekozen om elementenverharding toe te passen.
52 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
7 RIOLERING EN GRONDWATER 7.1
Huidige situatie
7.1.1
Maaiveldhoogte
In Afbeelding 7.1 is de maaiveldhoogte van de projectlocatie aangegeven. Het volgende kan daaruit worden geconcludeerd: - de Zuiderhoutlaan en het westen van de Spanjaardslaan liggen beduidend hoger dan de rest van de projectlocatie; - de twee binnentuinen bij de Zonnelaan en Tuinwijklaan liggen significant lager dan de straten; - Zuiderhout ligt over het algemeen lager dan Vredenhof. In Afbeelding 7.1 is ook de stroombaan weergegeven die is aangeduid op de kaart 'Water op straat' in de Structuurvisie Openbare Ruimte 2040. Deze stroombaan bevindt zich op de Churchilllaan, Spaarnelaan, Zonnelaan en een deel van de Vijverlaan.
Afbeelding 7.1 Maaiveldhoogte en stroombanen vanuit SOR 2040 (blauw)
53 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
7.1.2
Grondwater
Nat scenario In Afbeelding 7.2 is het grondwaterniveau weergegeven zoals gemodelleerd voor een maatgevend natte periode. Een maatgevend natte periode is een periode waarbij een structureel hoge grondwaterstand voorkomt. Dit treedt op wanneer meer dan 10 procent van de tijd (5 weken, niet per se aaneengesloten) van een gemiddeld jaar de grondwaterstand hoger is dan de streefwaarde van 70 cm onder het maaiveld op de as van de weg. Uit de afbeelding blijkt dat Vredenhof over het algemeen beter ontwaterd is dan Zuiderhout. In Zuiderhout is de ontwatering doorgaans kleiner dan 0,7 m. Met name aan de rand van het Haarlemmerhout, bij de Jacob van Lenneplaan, Professor J. Bronnerlaan, Beelslaan en Churchilllaan, is de grondwaterstand aanzienlijk hoog. Daarnaast valt op dat in de binnentuinen eveneens een hoge grondwaterstand wordt gemodelleerd, dit komt overeen met het lagere niveau van het maaiveld.
Afbeelding 7.2 Ontwatering in een maatgevend natte periode (RHG)
Droog scenario In Afbeelding 7.3 is het grondwaterniveau weergegeven zoals gemodelleerd voor een maatgevend droge periode. Er is sprake van een structureel droge grondwaterstand indien gedurende meer dan 10 % van de tijd van een gemiddeld jaar (5 weken maatgevende periode, niet per se aaneengesloten), lager is dan de globale streefwaarde van 20 cm beneden oppervlaktewaterpeil. In een dergelijk scenario is de grondwaterstand in de gehele wijk minimaal 0,7 m onder het maaiveld. Rondom de Zuiderhoutlaan is de grondwaterstand het laagst. In een dergelijk scenario is de grondwaterstand vrijwel in de gehele wijk minimaal 0,7 m onder het maaiveld. Rondom de Zuiderhoutlaan is de grondwaterstand het laagst.
54 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
Afbeelding 7.3 Ontwatering in een situatie met representatief lage grondwaterstanden bij een klimaatscenario Wh 2050 2014. Bron: Wareco, 2016. Documentnr. BT72_bij8b
Ontwikkeling grondwaterstand In Afbeelding 7.4 is een grafiek opgenomen die de grondwaterstand ten opzichte van NAP weergeeft in een peilbuis in de Meindert Hobbemastraat, iets ten zuiden van het plangebied. Op basis van deze grafiek is vast te stellen dat de grondwaterstand zich in het afgelopen jaar iets boven het niveau van de voorgaande vijf jaar bevindt. Dit komt overeen met het beeld geschetst in Afbeelding 7.5, waar het neerslagverloop wordt getoond. De hoge grondwaterstand van het afgelopen jaar kan dus worden verklaard door de hoeveelheid neerslag. De beschikbare gegevens geven geen indicatie van een ontwikkeling waarbij het grondwater structureel hoger ligt dan in het verleden. Om dit te bevestigen moet aanvullend onderzoek worden gedaan waarbij gekeken wordt naar meerdere grondwaterputten met een lange meetperiode, die ook recente meetgegevens hebben. De huidig beschikbare meetgegevens betreffen ofwel recente periodes zoals afgebeeld in Afbeelding 7.4, ofwel zeer verouderde gegevens. Bovendien zijn de grondwatermetingen van verschillende periodes vaak op verschillende locaties gemeten.
Afbeelding 7.4 Ontwikkeling grondwaterstand, peilbuis GLD000000028877 (bron: Dinoloket)
55 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
Afbeelding 7.5 Neerslag in periode 2018-2024 (bron: KNMI meetgegevens Schiphol)
Binnen het plangebied is ook een grondwatermeetpunt aanwezig. Dit meetpunt bevindt zich in het oosten van de Frederik Hendriklaan. De grondwaterstand zoals gemeten in de Frederik Hendriklaan (zie Afbeelding 7.6) toont een vergelijkbare ontwikkeling als in de Meindert Hobbemastraat. Het grondwater fluctueert tussen de grenzen NAP -0,872 m en NAP -0,412 m. Aangezien het maaiveld op deze locatie op een hoogte ligt van circa NAP +0,2 m, is de ontwatering op deze locatie circa 1,07 tot 0,61 m.
Afbeelding 7.6 Ontwikkeling grondwaterstand, peilbuis met peilmerk 12-205, in Frederik Hendriklaan (bron: ipp dashboard. Grondwatermeetnet gemeente Haarlem)
7.1.3
Rioleringssysteem
In het plangebied is in de huidige situatie een gemengd stelsel aanwezig. In het noordelijke deel van de Churchilllaan is in 2018 een HWA riool aangelegd. De bestaande riolering is van goede kwaliteit er is in 2017 levensverlengend onderhoud aan uitgevoerd. Op de Amalia van Solmslaan en de Oosterhoutlaan zijn twee strengen significant verzakt (zie paragraaf 4.9.1), deze dienen vervangen te worden tijdens de uitvoering van het groot onderhoud.
56 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
7.2
Uitgangspunten
Onderstaande documenten bevatten uitgangspunten voor Riolering en Grondwater: Technisch Programma van Eisen (TPvE); HIOR; Structuurvisie Openbare Ruimte 2040; Plan Stedelijk Water; KEUR Hoogheemraadschap van Rijnland. De volledige beleidsanalyse is te lezen in hoofdstuk 3. Aanvullende uitgangspunten rioolontwerp Voor het rioolontwerp zijn de volgende belangrijkste uitgangspunten van toepassing: - al het ‘schone’ regenwater en drainagewater dient te worden ingezameld en gedoseerd/vertraagd afgevoerd te worden naar het oppervlaktewater of te infiltreren in de bodem; - een riool/drainage ontwerp/project mag geen nadelige invloed in hebben op de (directe) omgeving, afwentelen op de omgeving is niet toegestaan; - geen water-op-straat bij bui09 bij het ontwerp van een nieuw hemelwaterstelsel; - bij het ontwerpen van de maatregelen wordt de verharding als volgt aangesloten op de riolering: · wegverharding wordt voor 100 % aangesloten op een hemelwatervoorziening; · daken van woningen worden voor 10 % afgekoppeld. Dit relatief lage percentage is vanwege de ligging van veel van de woningen achter op het perceel; - in het ontwerp het aantal kruisingen met het bestaande gemengde stelsel minimaliseren; - er zijn reeds een aantal HWA-strengen aangelegd in de Churchilllaan.
Deze strengen worden behouden en maken onderdeel uit van het nieuwe HWA stelsel; - er wordt gerekend met een zomerpeil van NAP -0,61 m voor alle uitlaten. Daarnaast zijn de eisen uit het document ‘Gemeentelijke eisen voor de aanleg van riolerings- en drainagestelsels in Haarlem en Zandvoort, 27 oktober 2022’ van toepassing.
7.3
KES-input
De gehonoreerde wensen vanuit de KES-gesprekken die aanvullend zijn op de overige al bepaalde eisen (TPvE) met betrekking op wegen in het projectgebied zijn in de bijlage I opgenomen. Vanuit het platform Groen en de Adviescommissie Haarlemmerhout en Frederikspark zijn de volgende adviezen aangereikt om mee te nemen in de ontwerpfase: breng in het vervolg met behulp van kaartmateriaal zowel de verschillende huidige knelpunten ten aanzien van grond- en oppervlaktewater overzichtelijker in beeld (wat en waar) als ook de gewenste oplossingsrichtingen (hoe); voor zover drainage in de twee wijken nodig/wenselijk is, adviseren we om ook rekening te houden met de mogelijke wens van particulieren om de drainage op eigen terrein te kunnen aansluiten op de afvoeren onder de openbare weg.
7.4
Ontwerpadvies
7.4.1
Waterhuishoudingssysteem
Voor het project is door Witteveen+Bos een advies opgesteld over de toekomstbestendige inrichting van de wijk. Deze is terug te vinden in de rapportage ‘Toekomstbestendige wijk Zuiderhout’, referentie 144130/25-002.014, d.d. 14 februari 2025. In onderstaande paragrafen zijn de belangrijkste maatregelen samengevoegd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen maatregelen die gelden voor de gehele wijk en maatregelen waarvan in deze fase al specifieke locaties zijn aan te wijzen. Daarnaast wordt per maatregel
57 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
aangegeven of het een aanbeveling is om deze toe te passen, of dat het meer als extra kans wordt gezien. Tot slot wordt aangegeven wat de verwachte noodzaak aan extra onderzoek is dat nodig is om de maatregel toe te passen. Een van de belangrijkste aanbevelingen voor de waterhuishoudkunde van de wijk is het toepassen van een bol wegprofiel. De keuze hiervoor heeft consequenties voor diverse andere maatregelen. Zo wordt oppervlakkige afstroming belangrijker en zijn er meer mogelijkheden en grotere noodzaak voor andere bergingsvoorzieningen. Generiek voor de gehele wijk Generiek voor de wijk gelden de aanbevelingen en kansen zoals genoemd in onderstaande tabel.
Tabel 7.1 Generieke aanbevelingen en kansen Maatregel
Toelichting
Thema
Kans/aanbeveling
Noodzaak extra onderzoek
toepassen van een bol wegprofiel
het bolle wegprofiel waarborgt de stabiliteit van de weg. Voor voldoende waterberging en -infiltratie moet worden ingezet op andere maatregelen, bij voorkeur groen-blauwe maatregelen. Het voordeel van de bolle weg is dat alle diepte die wordt gecreëerd met wadi’s, infiltratiegreppels of raingardens meteen effectief is, omdat het niet lager dan de weg hoeft te liggen.
water
aanbeveling
laag
vanwege de beperkte ontwatering in de wijk kan op vrijwel geen enkele weg een hol wegprofiel worden gerealiseerd. oppervlakkige afwatering verbeteren zodat stroombanen herstelt worden
momenteel zijn er op diverse locaties in de wijk kleine hoogteverschillen in de lengterichting van de weg aanwezig. Door de straat opnieuw te profileren en daarbij de hoogteverschillen te verwijderen kan water makkelijker afstromen. Bij het wegnemen van knelpunten moet daarmee rekening worden gehouden met de gewenste stroomrichting en stroomsnelheid (richting bergingsvoorzieningen & opp. water)
water
aanbeveling
gemiddeld
waar mogelijk toepassen van wadi’s, infiltratiegreppels of raingardens
op een beperkt aantal locaties leent de straat zich voor het plaatsen van wadi’s, raingardens of infiltratiegreppels. Over het algemeen bieden raingardens de hoogste bergingscapaciteit, maar hebben deze wel minder bijkomende voordelen. Als het water niet direct af kan stromen in de bergingsvoorziening kan met molgoten worden gewerkt om het water naar de wadi/infiltratiegreppel/raingarden te leiden. Ook kan de bergingsvoorziening van slokops worden voorzien. Een slokop zorgt dat het water niet te hoog komt te staan in de wadi.
water
aanbeveling
hoog
waterbergende funderingen
een waterbergende fundering zorgt ervoor dat regenwater efficiënt wordt opgevangen en opgeslagen, waardoor het risico op wateroverlast vermindert. De fundering kan naar verwachting op meer locaties in de wijk worden geplaatst, aan gezien het een minder strenge ontwateringseis heeft
water
kans
hoog
de waterbergende fundering wordt als extra optie geadviseerd, waarbij het een lagere prioriteit heeft
58 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
dat de groene bergingsvoorzieningen. Dit vanwege de multifunctionele voordelen van een groene bergingsoplossing aanleggen van drainage
binnen de gehele wijk wordt drainage aangebracht. Dit zorgt ervoor dat grondwateroverlast rondom de huizen beperkt wordt. In 2005 is hier door Wareco een ontwerp voor gemaakt, deze moet worden geactualiseerd
water
aanbeveling
hoog
voorkeur geven aan groen boven andere ruimtegebruikers
de heringerichte openbare ruimte wordt zo veel mogelijk voorzien van groene oppervlakken, voornamelijk in de vorm van groenstroken langs de wegen. Andere ruimtegebruikers, zoals auto's, krijgen minder ruimte toegewezen in de straat. Dit is conform de prioriteringsafweging zoals gepresenteerd in het HIOR en SOR
water, groen & hitte
aanbeveling
laag
verlaagd aanleggen van groenstroken
het verlaagd aanleggen van groenstroken zorgt ervoor dat regenwater makkelijker kan afstromen en infiltreren in de bodem. Dit helpt wateroverlast te verminderen en draagt bij aan het aanvullen van het grondwaterpeil
water
aanbeveling
laag
baggeren van wateren
de bestaande oppervlaktewateren in de wijk zijn dichtgeslibt. Baggeren leidt tot een betere doorstroming en waterkwaliteit
water
aanbeveling
laag
HWA aanleggen
een gescheiden rioleringssysteem brengt voordelen mee voor waterkwantiteit en -kwaliteit. In 2021 is al een ontwerp gemaakt
water
aanbeveling
gemiddeld
waterdoorlatende verharding met grind op parkeerplaatsen
op parkeerplaatsen kan een waterdoorlatende verharding met grind worden aangelegd om meer water te laten infiltreren en de verharding verder te beperken
water
kans
gemiddeld
Locatie-specifieke maatregelen In onderstaande tabel staan de locatie-specifieke maatregelen opgenomen.
Tabel 7.2 Locatie-specifieke maatregelen Locatie
Maatregelen
Toelichting
Thema
Kans/aanbeveling
Noodzaak extra onderzoek
Hildebrandlaan & Zuiderhoutlaan
verbreden watergang
langs de Hildebrandlaan bevindt zich een sloot die via lange duikers verbonden is met omliggende oppervlaktewateren. In het verleden hebben bewoners van de achterliggende woningen klachten over wateroverlast gemeld. In de Structuurvisie Openbare Ruimte 2040 is deze sloot aangemerkt als een te verbreden watergang. Het verbreden van de sloot, gecombineerd met baggerwerkzaamheden, zal resulteren in een groter waterbergend vermogen en een verbeterde doorstroming. Daarnaast is in het huidige hemelwaterafvoer (HWA) ontwerp een uitstroomlocatie opgenomen; voor een optimale
water
aanbeveling
laag
59 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
Locatie
Maatregelen
Toelichting
Thema
Kans/aanbeveling
Noodzaak extra onderzoek
werking hiervan is een verbreding van de sloot gunstig ook de sloot ten westen van de Zuiderhoutlaan heeft potentieel baat bij een verbreding Scheltemakade, Vijverlaan, een deel van de Frederik Hendriklaan, een deel van de Linnaeuslaan en de Crayenestersingel
afwateren naar wateroppervlak
de voorgenoemde straten hebben een ligging aan- of nabij een wateroppervlak. De straten kunnen beter worden ingericht om het hemelwater via het maaiveld af te voeren naar de oppervlaktewateren. Enkele voorbeelden voor hoe dit zou kunnen zijn: Crayenestersingel: opsluitbanden tussen de weg en het groene talud om de 20 m te verlagen, of geheel te verwijderen; Scheltemakade: het trottoir aan de kant van het water verlaagd en eventueel onder afschot aanleggen; Frederik Hendriklaan: het trottoir om de 20 m verlagen, in geheel verlaagd aanleggen of molgoten plaatsen; Vijverlaan: het trottoir verlaagd aanleggen met afschot richting het groen, eventueel het groen iets verlagen
water
aanbeveling
laag
Spanjaardslaan
verwijderen asfalt
bij de Spanjaardslaan ligt een groot oppervlak aan asfalt. Dit asfalt is een overblijfsel van een weg die in het verleden afgesloten is. Een deel van het asfalt kent in de huidige situatie geen functie en kan verwijderd worden
water, groen
aanbeveling
laag
Binnentuinen Tuinwijk
wadi
uit de stresstest is gebleken dat water zich verzamelt op de Churchilllaan, Spaarnelaan, Tuinwijklaan, vijverlaan en zonnelaan. Achter het blok van de tuinwijklaan bevind zich een perceel groen dat goed als waterbuffer kan fungeren door het plaatsen van een wadi, maar niet geschikt is voor infiltratie. Het water kan via een overdekte molgoot richting de binnentuin worden geleid waar het kan infiltreren. Een slokop zorgt dat het water niet te hoog komt te staan in de wadi en verder stroomt naar de volgende binnentuin. Het water wordt uiteindelijk afgevoerd naar de Spaarne of verdampt. Echter, dit groene perceel is geen onderdeel van de projectscope.
water
kans
gemiddeld
60 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
7.4.2
Riolering
Voor het project is door Witteveen+Bos een rioleringsadvies opgesteld. Onderstaande afbeelding toont het HWA-rioleringsontwerp. De losstaande rapportage ‘Rioleringsplan Zuiderhout’, referentie 144130/25-002.015, d.d. 14 februari 2025 geeft een uitgebreide beschrijving van de uitgangspunten, HWA-riolering en de stresstest.
Afbeelding 7.7 HWA-rioleringsontwerp (rode pijlen zijn locatie uitstroomvoorziening)
7.4.3
Aandachtspunten voor de ontwerpfase
In de volgende fases van het project moet nader aandacht worden gegeven aan de volgende onderwerpen:
Tabel 7.3 Aandachtspunten ontwerpfase Onderwerp
Toelichting
waterbergingsopgave
in de rapportage ‘Toekomstbestendige wijk Zuiderhout’, referentie 144130/25-002.014, d.d. 14 februari 2025 is een eerste verkenning gedaan naar de mogelijkheden van diverse waterbergende maatregelen binnen de wijk: wadi’s, infiltratiegreppels, raingardens en waterbergende funderingen. In een volgende fase moet nadere invulling worden gegeven aan de groenstrook. De resulterende overblijvende ruimte maakt dat nadere conclusies kunnen worden getrokken over de definitieve potenties en bijbehorende locaties en dimensies van de waterbergende maatregelen. Gebaseerd op deze conclusies moet middels stresstesten (waarbij ook riolering en drainage wordt meegenomen) worden doorgerekend of dit voldoende is om wateroverlast in de toekomst te voorkomen