5 Bijlage 1 3 Progamma van Eisen Groot onderhoud met herinrichting Zuiderhout en Vredenhof
Tekst van het document
Groot onderhoud met herinrichting Zuiderhout en Vredenhof Programma van Eisen
Gemeente Haarlem 30 oktober 2025
Project Opdrachtgever
Document Status Datum Referentie
Projectcode Projectleider Projectdirecteur
Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door
Groot onderhoud met herinrichting Zuiderhout en Vredenhof Gemeente Haarlem
Programma van Eisen Definitief 30 oktober 2025 148466/25-016.979
148466 De heer ir. H.J. Radix De heer ir. R.P.N. Pater
Mevrouw E.M. van Bruggen MSc De heer ir. H.J. Radix De heer ir. H.J. Radix
Paraaf
Adres
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Hoogoorddreef 15 Postbus 12205 1100 AE Amsterdam +31 (0)20 312 55 55 www.witteveenbos.com KvK 38020751
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos, noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Tekst- en datamining van (delen van) dit document, evenals enige verwerking of reproductie ervan door middel van kunstmatige intelligentie technologieën is uitdrukkelijk niet toegestaan, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Dit document (of delen ervan) mag niet worden verveelvoudigd en/of anderszins worden gebruikt op enigerlei wijze voor het trainen van kunstmatige intelligentie technologieën, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING
5
1.1
Projectomschrijving
5
1.2
Doelstelling groot onderhoud
5
1.3
Scope rapportage
5
1.4
Doelstelling rapportage
6
1.5
Procesbeschrijving
6
1.6
Leeswijzer
8
2
SYSTEEMANALYSE
9
2.1
Objectenboom
9
2.2
Topeisen
10
3
EISEN UIT BELEID EN PARTICIPATIE
11
3.1
SOR 2040
11
3.2
HIOR 2024
13
3.3
Mobiliteitsbeleid
16
3.4
Omgevingsvisie 2045
17
3.5
Ecologisch beleidsplan
17
3.6
Groenbeleidsplan 2022
18
3.7
Plan Stedelijk Water
20
3.8
Wegcategoriseringsplan 2024
21
3.9
Speelruimtebeleid 2013-2020
21
3.10
Ruimte voor mensen en mobiliteit
22
3.11
Dit is Haarlem, Cultuurhistorische Hoofdstructuur van de stad
22
3.12
Haarlems Erfgoed: Verbindende kracht in de stad
22
3.13
Aanvullende eisen
23
4
ONDERZOEKEN
24
4.1
Scope
24
4.2
Archeologie
25
4.3
Verhardingsonderzoek
26
4.4
Milieu hygiënisch bodemonderzoek
27
4.5
Bomenonderzoek (BEA)
28
4.6
Ecologische QuickScan
29
4.7
Kabels en leidingen
31
4.8
Parkeertellingen
32
4.9
Riolering
35
4.9.1 4.9.2
Onderzoek conditie bestaande riolering Afkoppelen HWA
35 36
4.10
Waterhuishoudingsplan
37
4.11
Cultuurhistorische analyse
38
5
GROEN EN SPELEN
40
5.1
Huidige situatie groen
40
5.2
Huidige situatie spelen
41
5.3
Uitgangspunten
42
5.4
KES-input
42
5.5
Ontwerpadvies
42
5.5.1 5.5.2 5.5.3 5.5.4 5.5.5
42 44 44 44 44
Bomen Groenvakken Beplantingen Spanjaardslaan Spelen Voorgestelde maatregelen voor groen en spelen in het projectgebied
6
WEGEN
46
6.1
Huidige situatie
46
6.2
Uitgangspunten
48
6.3
KES-input
50
6.4
Ontwerpadvies
50
6.4.1 6.4.2 6.4.3 6.4.4 6.4.5
50 50 51 52 52
Variantenstudie profielkeuze Variantenstudie eenrichtingsverkeer Parkeren Fietsnetwerk Voorgestelde maatregelen voor wegen in het projectgebied
7
RIOLERING EN GRONDWATER
53
7.1
Huidige situatie
53
7.1.1
53
Maaiveldhoogte
7.1.2 7.1.3
Grondwater Rioleringssysteem
54 56
7.2
Uitgangspunten
57
7.3
KES-input
57
7.4
Ontwerpadvies
57
7.4.1 7.4.2 7.4.3 7.4.4
57 61 61 63
Waterhuishoudingssysteem Riolering Aandachtspunten voor de ontwerpfase Voorgestelde maatregelen voor riolering en grondwater in het projectgebied
8
KUNSTWERKEN EN OEVERS
64
8.1
Huidige situatie
64
8.2
Uitgangspunten
65
8.3
KES-input
65
8.4
Ontwerpadvies
65
8.4.1 8.4.2 8.4.3
65 66 67
Generiek voor de gehele wijk Locatie-specifieke maatregelen Voorgestelde maatregelen voor riolering en grondwater in het projectgebied
9
AFVAL EN REINIGING
68
9.1
Huidige situatie
68
9.2
Uitgangspunten
69
9.3
KES-input
69
9.4
Ontwerpadvies
69
10
VRAAGSTUKKEN EN CONCLUSIE
71
10.1
Vraagstukken
71
10.2
Conclusie
74
Laatste pagina
76
Bijlage(n)
Aantal pagina's
I
Klanteisenspecificatie (KES)
12
II
Variantenstudie profielkeuze
7
1 INLEIDING 1.1
Projectomschrijving
In 2020-2021 heeft Witteveen+Bos, in opdracht van de gemeente Haarlem, een wijkgerichte onderhoudsaanpak voor de openbare ruimte in Zuiderhout-Vredenhof ontwikkeld. Dit omvatte een beschrijving van de integrale onderhoudsbehoefte en de noodzakelijke aanpassingen voor de komende 10 jaar om de assets in goede staat te houden, rekening houdend met het vastgestelde beleid. Daarnaast zijn kansrijke locaties voor meekoppelopgaven in de wijk en de aanpalende omgeving benoemd. Het uiteindelijke resultaat was een integraal plan met een overzicht van de noodzakelijke werkzaamheden, een gedetailleerde kostenraming en een planning. Daarnaast werd er een inventarisatie en haalbaarheidsstudie uitgevoerd van alle relevante aspecten binnen de wijk, zoals klimaatadaptatie, hittestress en biodiversiteit. Het onderzoek uit 2021 wordt nu voortgezet met een kaderstellende startnotitie, een beleidsmatige stap richting uitvoering. Door veranderde omstandigheden in de wijk en aangepast beleid is een belangrijk onderdeel van deze startnotitie het actualiseren van eerdere onderzoeken en het Programma van Eisen (PvE). Voorliggend document beschrijft deze actualisatieslag en geeft inzicht in de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken en het definitieve Programma van Eisen.
1.2
Doelstelling groot onderhoud
Het doel van het project is op te delen in de onderstaande punten (in willekeurige volgorde): - het aanpakken van de onderhoudsopgave die er ligt vanuit de verschillende assets van de openbare ruimte; - het verbeteren van de verkeersveiligheid en comfort voor bewoners, automobilisten, fietsers en voetgangers; - het vergroten van de klimaatbestendigheid van het gebied door het inpassen van klimaatadaptatiemaatregelen en meer groenvoorzieningen; - het behouden van en recht doen aan de cultuurhistorische waarde van de buurten; - het beschermen en versterken van de (bestaande) groenstructuur; - het gedegen inplannen van benodigde acties zodat overlast beperkt wordt; - het rekening houden met en inpassen van maatregelen ten behoeve van maatschappelijke ontwikkelingen zoals de mobiliteitstransitie en warmtetransitie; - het versterken van de biodiversiteit.
1.3
Scope rapportage
Dit programma van eisen (PvE) is onderdeel van de definitiefase van het Haarlems Civiel Plan Proces (HCPP). In de definitiefase zijn de uitgangspunten en randvoorwaarden verzameld en vertaald naar een PvE. Hiervoor zijn beleidsstukken bekeken en klant-eis gesprekken (KES) gevoerd met stakeholders.
5 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
Afbeelding 1.1 Projectscope in de omgeving
1.4
Doelstelling rapportage
Dit Programma van Eisen (PvE) is een resultaatsproduct van de definitiefase conform het HCPP. Het doel van deze rapportage is de vastlegging van uitgangspunten en randvoorwaarden voor het ontwerp.
1.5
Procesbeschrijving
Project fases In Afbeelding 1.2 is de procesbeschrijving weergegeven. Hierbij wordt gewerkt van grof naar fijn en worden de stappen gevolgd zoals beschreven in het HCPP voor een project met hoge impact. Het opstellen van het PvE inclusief PVE-schets behoort bij de definitiefase in het HCPP. De fasen waarin het Voorlopig Ontwerp (VO) en Definitief Ontwerp (DO) worden opgesteld, behoren tot de ontwerpfase conform het HCPP.
6 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
Afbeelding 1.2 Procesbeschrijving HCPP
Politiek proces Conform het HCPP wordt de politiek betrokken in het ontwerpproces. Dit PvE wordt opgesteld conform het HCPP. Het PvE zal daarom ter vaststelling voorgelegd worden aan de staf, het college en de raad. In de volgende fase wordt het Voorlopig Ontwerp (VO) vrijgegeven voor inspraak door het college en vervolgens vastgesteld door de raad. Participatie Conform het HCPP worden in de definitiefase de uitgangspunten en randvoorwaarden nader verkend en vertaald naar een eisenverzameling (klanteisen en programma van eisen) en een PvE-schets. Mogelijke dilemma’s die hierbij naar voren komen worden vertaald in varianten en daartussen wordt een keuze gemaakt. Onderstaande paragrafen beschrijven de participatie voor de definitiefase. Ophalen wensen bij stakeholders Er hebben gesprekken plaatsgevonden met diverse stakeholders om na te gaan of zij, in aanvulling op de eisen vanuit beleid, (tegenstrijdige) wensen of aandachtspunten hebben. De stakeholders in Tabel 1.1 zijn in de definitiefase benaderd. Met een deel van deze stakeholders is reeds in 2020/2021 gesproken. Dit is ook in de tabel aangegeven.
Tabel 1.1 Benaderde stakeholders in definitiefase Stap
Met wie
Benaderd in
Communicatiemiddel
1
wijkplatform Zuiderhout Vredenhof
2021 en 2024
een-op-een-gesprek
2
fietsersbond
2021 en 2024
een-op-een-gesprek1
3
platform Groen
2021 en 2024
een-op-een-gesprek
4
kabels en leiding partijen
2021 en 2024
K&L overleg
5
adviescommissie Haarlemmerhout en Frederikspark
2021 en 2024
een-op-een-gesprek
6
BBOR (verkeersadviseur, groenadviseur, etc.)
2020 en 2024
een-op-een-gesprek2 en mailcontact
7
Koninklijke HFC
2021 en 2024
een-op-een-gesprek
8
De Parel (onderwijs)
2021
een-op-een-gesprek
1
De fietsersbond is zowel in 2021 als in 2024 benaderd om een overleg te voeren, maar heeft niet op herhaalde verzoeken gereageerd.
2
Met BBOR is in 2020 een één-op-één gesprek gevoerd. In 2024 hebben de partijen schriftelijk hun aanpassingen ten opzichte van 2020 doorgegeven.
7 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
Stap
Met wie
Benaderd in
Communicatiemiddel
9
Haarlemse Montessorischool
2021
een-op-een-gesprek
10
Hoogheemraadschap van Rijnland
2021 en 2024
een-op-een-gesprek
11
Gemeente Heemstede
2021
een-op-een-gesprek
12
Stichting Sint Jacob
2021
een-op-een-gesprek
13
OMB (Omgevingsbeleid)
2024
een-op-een-gesprek en mailcontact
Opstellen PVE, KES en startnotitie Er wordt een KES opgesteld welke wordt bijgevoegd als bijlage van voorliggende Programma van Eisen. Naar aanleiding van de opgehaalde wensen, beleid en ontwerpruimte worden globale principeschetsen per straat opgesteld. Door de KES onderdeel te maken van het Programma van Eisen met bovenliggende kaderstellende startnotitie worden de opgehaalde (tegenstrijdige) wensen en beleidsvoorschriften inzichtelijk en kan de commissie hierover een keuze maken. Voor een uitgebreide omschrijving van de participatie in het project wordt verwezen naar de rapportage ‘Stakeholdersanalyse, Participatiestrategie en Communicatieplan’ referentie 144130/25-002.011, d.d. 14 februari 2025.
1.6
Leeswijzer
Dit programma van eisen (PvE) is een resultaatsproduct van de definitiefase conform het HCPP. In het volgende hoofdstuk wordt eerst een analyse van de wijken Zuiderhout en Vredenhof gemaakt waarin onderscheid wordt gemaakt in de verschillende objecten in het plan. Ook worden hier de topeisen geformuleerd die de opgave van het project vormen en de basis vormen voor de onderliggende eisen per object. Vervolgens worden de eisen vanuit beleid, onderzoeken en objecten geformuleerd. Er wordt afgesloten met een uitleg van de ontwerpafwegingen en een conclusie.
8 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
2 SYSTEEMANALYSE Dit hoofdstuk bevat een analyse van het systeem ‘Zuiderhout en Vredenhof’ waarin een objectenboom is opgenomen op basis van het technische programma van eisen (TPvE). De objectenboom wordt gebruikt om eisen, randvoorwaarden en uitgangspunten te alloceren. Vervolgens zijn de doelstellingen uit het plan van aanpak vertaald naar topeisen voor het project.
2.1
Objectenboom
Afbeelding 2.1 bevat de objectenboom van toepassing op het project op basis van de objectenboom uit het standaard TPvE.
Afbeelding 2.1 Objectenboom Zuiderhout en Vredenhof Rijbaan
Fietspad
Voetpad
Straatmeubilair
Markeringen Wegen Bermen
Toegankelijkheid
Wegconstructie
Asfaltverhardingen
Elementenverharding
Bomen
Systeem Zuiderhout en Vredenhof
Bodem
Groen
Water en Oevers
Spelen
Ecologie
Kabels en leidingen
Groenvoorzieningen
Groen en Spelen
Nutsvoorzieningen
Algemeen Voedings Punt (AVP) Laadpalen
Hemelwaterafvoer Riolering Droogweerafvoer
Riolering en Grondwater
Afval en reiniging
Grondwater
Drainage
Afvalinzamelsysteem
Ondergrondse afvalinzameling
Kunstwerken
Duikers
Oevers
Beschoeiingen
Kunstwerken en oevers Openbare verlichting
9 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
2.2
Topeisen
De overkoepelende eis is dat het project de wijken Zuiderhout en Vredenhof voor de boven- en ondergrond toekomstbestendig dient te maken en dat daarbij de verschillende waterstromen worden gescheiden. Tabel 2.1 bevat de topeisen van het project, welke zijn afgeleid uit de procesopdracht van het project. De topeisen bevatten de opgave van het project en vormen de basis voor de onderliggende eisen.
Tabel 2.1 Topeisen groot onderhoud Zuiderhout en Vredenhof ID
Klanteis
Object
KE-0182
De openbare ruimte binnen het gebied dient te voldoen aan de functionele-, technischeeisen en beeldkwaliteit waarbij de bovengrond voldoet aan het A niveau en de ondergrondse infrastructuur voldoet aan de functie-eisen gesteld in het verbreed Gemeentelijke Rioleringsplan (vGRP). Alle ingrepen dragen bij aan de gemeentelijke ambities en beleidsdoelstellingen.
Systeem Zuiderhout en Vredenhof
KE-0183
Het ontwerp dient invulling te geven aan de onderhoudsopgave in de wijk ZuiderhoutVredenhof.
Systeem Zuiderhout en Vredenhof
KE-0184
Het ontwerp dient het huidige beleid, waaronder het nieuwe HIOR, te vertalen naar een passende toepassing voor de wijk.
Systeem Zuiderhout en Vredenhof
KE-0185
Het ontwerp dient recht te doen aan de cultuurhistorische waarde van de wijk.
Systeem Zuiderhout en Vredenhof
KE-0186
Het ontwerp dient de klimaatbestendigheid van het gebied te vergroten.
Riolering en Grondwater
KE-0187
Het ontwerp dient de bestaande groenstructuur en hoofdboomstructuur te beschermen en waar mogelijk te versterken.
Groen en Spelen
KE-0188
Het ontwerp dient de verkeersveiligheid van weggebruikers te waarborgen en waar mogelijk te verbeteren.
Wegen
KE-0181
Ruimte reserveren en vrijmaken voor energietransitie.
Nutsvoorzieningen
KE-0205
Spaarnelanden wil voor de afvalinzameling 11 nieuwe ondergrondse containers in de wijk plaatsen. Deze dienen in het ontwerp ingepast te worden.
Afval en Reiniging
10 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
3 EISEN UIT BELEID EN PARTICIPATIE In dit hoofdstuk staan de uitgangspunten beschreven die volgen uit de relevante beleidsstukken en uit de gesprekken met stakeholders. Vervolgens zijn op basis van de uitgangspunten eisen afgeleid, die bij de ontwerpfase voor toetsing gebruikt kunnen worden. De volgende beleidsstukken (inclusief bijlagen en uitvoeringsprogramma’s) vormen input voor het PvE: - Structuurvisie Openbare Ruimte 2040; - HIOR 2024; - Mobiliteitsbeleid; - Omgevingsvisie 2045; - Ecologisch beleidsplan 2013-2030; - Groenbeleidsplan 2022; - Plan Stedelijk Water; - Wegcategoriseringsplan 2024; - Speelruimtebeleid; - Nota Ruimte voor mensen en mobiliteit; - Dit is Haarlem; Cultuurhistorische Hoofdstructuur van de Stad; - Haarlems Erfgoed; Verbindende kracht in de stad. Daarnaast zijn er eisen van toepassing uit documenten die geen officieel gemeentelijk beleid zijn, maar die wel relevant zijn voor het project. De eisen afkomstig uit deze documenten, plus de eisen opgehaald tijdens de stakeholdergesprekken, zijn opgenomen in paragraaf 3.13.
3.1
SOR 2040
Met de Structuurvisie Openbare Ruimte 2040 (SOR 2040) wordt de gemeente verdeeld in drie zones: de binnenstad, het centraal stedelijk gebied, en het stedelijk gebied. Het projectgebied is gecategoriseerd als stedelijk gebied, met daarbij de volgende richtlijnen: - de inrichting van de openbare ruimte nodigt uit om voor verplaatsingen in de wijk de fiets te pakken; - aantrekkelijke routes door de wijk brengen ook het buitengebied binnen handbereik van fietsers en voetgangers; - de ruimere opzet van de openbare ruimte biedt kansen voor uitbreiding van het waternetwerk en voor de berging van hemelwater; - de maatgevende snelheid is 30 km/u zodat een combinatie van fietsers en gemotoriseerd verkeer mogelijk is. Uitzondering zijn de HOV-assen en gebiedsontsluitingswegen voor gemotoriseerd verkeer; - bij voorkeur hebben kruispunten met verkeerslichten maximaal twee opstelstroken voor het autoverkeer. Ook hier geldt dat voor fietsers en voetgangers voldoende opstelruimte nodig is. Als in een straat onvoldoende ruimte is om aan alle ruimteclaims tegemoet te komen, geeft de afwegingsmethodiek in de SOR 2040 inzicht in welke claims het zwaarst wegen op die plek. De prioriteitsstelling is weergegeven in Afbeelding 3.1.
11 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
Afbeelding 3.1 Prioriteitsstelling beleidswensen in SOR 2040
Daarnaast worden er in de SOR 2040 twaalf hoofdkeuzes gepresenteerd om een bereikbare stad te worden. De relevante hoofdkeuzes zijn opgenomen als eis en gezamenlijk met de richtlijnen zoals hierboven genoemd en de gebiedsspecifieke eisen opgenomen in Tabel 3.1.
Tabel 3.1 Eisen afgeleid uit SOR 2040 ID
Klanteis
Object
KE-0115
De inrichting van de openbare ruimte dient uit te nodigen om voor verplaatsingen in de wijk de fiets te gebruiken.
Wegen
KE-0122
Het tracé Spanjaardslaan - Linnaeuslaan - Spaarnelaan vormt een belangrijke recreatieve route voor voetganger en/of fietsers.
Wegen
KE-0123
Het groen rondom de flat aan de Willem de Zwijgerlaan/Prins Mauritslaan is aangeduid als een waardevolle plek voor de wijk. Deze plek draagt sterk bij aan de waardering van de wijk en verdient een goede inrichting.
Groen en Spelen
KE-0126
Bij elke aanpassing van de openbare ruimte vindt een zorgvuldige afweging plaats naar het effect daarvan voor de verblijfskwaliteit ter plekke.
Systeem Zuiderhout en Vredenhof
12 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
ID
Klanteis
Object
KE-0127
Bij projecten wordt rekening gehouden met de natuur door bijvoorbeeld de aanleg van dierentunnels, vleermuiskasten en natuurvriendelijke oevers.
Kunstwerken en Oevers
KE-0128
De openbare ruimte wordt ingericht met een natuurlijke vorm van koeling. Waar mogelijk kan regenwater in de bodem infiltreren, tijdelijk worden opgevangen in een straatprofiel, of direct afgevoerd naar open water.
Riolering en Grondwater
KE-0129
Trottoirs worden zoveel mogelijk verbreed ingericht en de omgeving is aangenaam en toegankelijk voor mindervaliden.
Wegen
KE-0133
In Zuiderhout maken de Churchilllaan, Willem de Zwijgerlaan, Prins Mauritslaan, Professor J. Bronnerlaan, een deel van de Vijverlaan en de Kleine Houtweg onderdeel uit van het hoofdnet fiets. De Spanjaardslaan en Spaarnelaan staan gemarkeerd als stedelijke plusroute. In Vredenhof is dit de Van Oldenbarneveltlaan en de Emauslaan.
Wegen
KE-0164
Bomen behoren een goede kwaliteit te hebben in de leefomgeving: de juiste boom, op de juiste plek, met de juiste groeiruimte.
Groen en Spelen
KE-0238
Indien mogelijk dient het waternetwerk te worden uitgebreid en dient hemelwater geborgen te worden in het projectgebied.
Riolering en Grondwater
KE-0239
Voor het toewijzen van ruimteclaims in de openbare ruimte dient gebruik gemaakt te worden van de afwegingsmethodiek uit de SOR.
Systeem Zuiderhout en Vredenhof
KE-0242
De belevingswaarde van de fietsroutes wordt versterkt door het historische karakter te versterken, fietsparkeerplaatsen te realiseren op verzamellocaties en verkeerskundige aspecten te verbeteren.
Wegen
KE-0243
De openbare ruimte biedt goede recreatieve mogelijkheden met bijvoorbeeld oevers als verblijfplekken.
Groen en Spelen
3.2
HIOR 2024
In 2024 zijn de vijf HIOR’s voor de verschillende delen van de stad geactualiseerd en teruggebracht tot één HIOR voor de hele stad Haarlem. Deze HIOR is in mei 2024 vastgesteld en is voor dit project als uitgangspunt gebruikt. Het HIOR biedt principes en standaarden voor de inrichting en het beheer van de openbare ruimte in Haarlem, gericht op integrale afwegingen, samenhang, uitvoerbaarheid, en weloverwogen plaatsing van objecten, om zo ruimtelijke kwaliteit en toegankelijkheid te waarborgen. Deze principes en standaarden zijn de weerslag van een integrale afweging van het Haarlems beleid en bieden tegelijkertijd de mogelijkheid om binnen het project specifieke keuzes en afwegingen te maken. De wijk Zuiderhout is aangewezen als beschermd stadgezicht. Vredenhof, het westelijke deel van de wijk behoort officieel niet tot beschermd stadsgezicht, maar wordt omwille van de eenheid van de wijk Zuiderhout wel zo meegenomen in de notitie en ontwerp. Behorend bij de wijken Zuiderhout en Vredenhof is in het HIOR een principeprofiel 14B opgenomen. Bij het groot onderhoud van de wijken dient het principeprofiel van in totaal 14 m breed als uitgangspunt. Wanneer profiel 14B niet past dient zoveel mogelijk worden gekeken naar de ten grondslag liggende principes en uitgangspunten. Naast de profiel-specifieke uitgangspunten presenteert het HIOR andere algemene eisen aan de openbare ruimte.
De eisen die zijn afgeleid uit het HIOR zijn opgenomen in Tabel 3.2.
13 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
Tabel 3.2 Eisen afgeleid uit het HIOR ID
Klanteis
Object
KE-0132
Zuiderhout en Vredenhof zijn onderdeel van het beschermd stadsgezicht. In deze zone wordt zoveel mogelijk profiel 14B gerealiseerd in de straten. Waar dit niet past worden de principes en richtlijnen zoveel mogelijk gevolgd.
Systeem Zuiderhout en Vredenhof
KE-0134
De breedte van de rijbaan wordt zoveel mogelijk beperkt zodat ruimte ontstaat voor andere ruimteclaims.
Wegen
KE-0135
Binnen de straat wordt een groen-blauwe voorzieningenstrook gerealiseerd van minimaal 2 m breed. In eerste instantie is deze bedoeld voor vegetatie en waterbergingsmaatregelen. In tweede instantie biedt de strook ruimte aan voorzieningen zoals parkeervakken, ondergrondse afvalcontainers en straatmeubilair.
Systeem Zuiderhout en Vredenhof
KE-0136
Een straatprofiel moet in staat zijn om piekregenbuien (70/90 mm) te kunnen bergen en afvoeren, er wordt daarom gekozen voor een hol straatprofiel.
Riolering en Grondwater
KE-0137
De minimale trottoirbreedte is 1,65 m. De minimale breedte van een rijbaan voor twee richtingen is 4,8 m.
Wegen
KE-0138
Binnen profiel 14B zijn de vloeiende lijnen van trottoir en rijbaan een belangrijk kenmerk, deze worden in toekomstig ontwerp zoveel mogelijk gewaarborgd.
Wegen
KE-0139
Het riool wordt in toekomstig ontwerp zoveel mogelijk afgekoppeld en er wordt drainage bij geplaatst.
Riolering en Grondwater
KE-0140
Kabels en leidingen voor water, gas en middenspanning worden in principe enkelzijdig aangelegd.
Nutsvoorzieningen
KE-0141
Afwatering gebeurt zoveel mogelijk op een natuurlijke wijze, met hoogteverschillen.
Riolering en Grondwater
KE-0142
Bij een waterdiepte van 20 cm op de rijbaan mag geen schade optreden aan gebouwen en elektrische installaties, en blijven hoofdwegen begaanbaar.
Riolering en Grondwater
KE-0143
Er is tenminste 40 % schaduw voor langzaamverkeerroutes en verblijfplekken.
Groen en Spelen
KE-0144
Tenminste 50 % van alle horizontale oppervlakten worden warmtewerend of verkoelend ingericht.
Groen en Spelen
KE-0145
Hoogteverschillen groter dan 2 cm worden voorkomen. Bij plaatselijke versmallingen mag het trottoir versmald worden tot 1,2 m (over een lengte van maximaal 20 m).
Wegen
KE-0146
Bij de locatiekeuze voor containers wordt openbaar groen zoveel mogelijk ontzien.
Afval en Reiniging
KE-0147
Afvalcontainers worden niet binnen de kroonprojectie van bestaande bomen geplaatst, ter voorkoming van schade aan wortels en boomkroon.
Afval en Reiniging
KE-0148
De maximale loopafstand tot een restafvalcontainer is 250 m.
Afval en Reiniging
KE-0149
De 3-30-300 vuistregel geldt: vanuit iedere woning zijn 3 bomen te zien, 30 % van de totale oppervlakte van de buurt is groen en vanaf iedere locatie is op maximaal 300 m afstand een koele plek aanwezig.
Groen en Spelen
KE-0150
Bij de aanleg van nieuwe bomen moet voldoende afstand worden gehouden tussen andere objecten in de openbare ruimte, zie de richtlijnen hiervoor in het HIOR.
Groen en Spelen
KE-0151
Bij herinrichting moet onderzocht worden welke kabels en leidingen in het projectgebied aanwezig zijn en of er een noodzaak is om deze te bundelen of herordenen.
Nutsvoorzieningen
KE-0152
Het rioolstelsel wordt klimaatbestendig ontworpen en doorgerekend op extreme neerslag (70 en 90 mm), tijdens deze buien mag geen wateroverlast in bebouwing optreden. Tijdelijke berging van water op maaiveld of op de weg is tijdens extreme neerslag (>bui9) toegestaan.
Riolering en Grondwater
KE-0153
Er moet rekening gehouden worden met de te verwachte benodigde kabels en leidingen ten behoeve van alternatieve vormen van verwarming.
Nutsvoorzieningen
KE-0154
Verhardingsmateriaal wordt zoveel mogelijk ter plaatse hergebruikt en waar nodig aangevuld met nieuw materiaal.
Wegen
14 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
ID
Klanteis
Object
KE-0155
Bij ruimtegebrek van kabels en leidingen geldt de stappenvolgorde voor versmalling zoals aangegeven in het HIOR.
Nutsvoorzieningen
KE-0156
-
Kunstwerken en Oevers
-
duikers hebben een technische levensduur van 80 jaar en voldoen qua dimensionering aan de eisen van Rijnland. De afmetingen zijn als volgt: bij een watergang tot 6 m breed: 800 mm; in watergangen breder of gelijk aan 6m maar niet breder dan 8m breed: 1000 mm; tussen vijvers: 600 mm; bij een lengte groter dan 25 m: 800 mm.
KE-0157
Wanneer er noodzaak is voor de plaatsing van meer laadpalen wordt verwezen naar het HIOR voor eisen omtrent locatiekeuze en plaatsing.
Nutsvoorzieningen
KE-0158
Het HIOR presenteert uitgangspunten omtrent de plaatsing, intensiteit en armatuur- en masttypen. Bij herinrichting dient een verlichtingsplan opgesteld te worden.
Openbare Verlichting
KE-0159
De volgende voorkeurstrits wordt gehanteerd bij de omgang met regenwater: infiltratie bergen - afvoeren.
Riolering en Grondwater
KE-0160
Het regenwaterstelsel behoort te worden ontworpen op basis van bui9. Bij deze bui mag er geen water op straat staan.
Riolering en Grondwater
KE-0161
Wanneer regenwater geborgd kan worden in de omgeving heeft het bestaande watersysteem de voorkeur boven het aanleggen van een alternatieve waterberging zoals een wadi.
Riolering en Grondwater
KE-0226
Bij herinrichting worden bestaande stroombanen, het traject Churchilllaan-SpaarnelaanZonnelaan-Vijverlaan, in stand gehouden.
Riolering en Grondwater
KE-0227
De in- en uitgang van de duiker moet goed aansluiten op het talud en afhankelijk van de verwachte uitstroomsnelheid al dan niet zijn voorzien van een taludbak of stortbed.
Kunstwerken en Oevers
KE-0228
Een openwaterverbinding heeft de voorkeur boven een duikerverbinding.
Riolering en Grondwater
KE-0229
Bij duikers langer dan 25 m moet een inspectieput geplaatst worden. De maximale afstand tussen deze inspectieputten dient 20 m te zijn.
Kunstwerken en Oevers
KE-0230
Duikers dienen te worden aangelegd op een hoogte waar 2/3 zich in het water bevindt en 1/3 lucht.
Kunstwerken en Oevers
KE-0234
Indien voor een deel van het fietsnetwerk de afweging wordt gemaakt elementenverharding toe te passen (in gebieden met beschermd stadsgezicht en in sommige woonstraten) dan wordt voor een straatbaksteen met label EQ+ gekozen. EQ+ stenen zijn strak tegen elkaar aan te straten, met minimale voeg zodat trillingen minimaal zijn.
Wegen
KE-0235
Opgaven en ruimteclaims in het ontwerp dienen integraal afgewogen te worden.
Systeem Zuiderhout en Vredenhof
KE-0236
Ingetogen en logische inrichting; eenheid, samenhang en continuïteit dienen terug te
Systeem Zuiderhout en Vredenhof
komen in het ontwerp. KE-0237
Reeds in de ontwerpfase dient rekening gehouden te worden met de drie-eenheid ontwerp, uitvoering en beheer.
Systeem Zuiderhout en Vredenhof
KE-0244
Waar het hoofdnet fiets samenvalt met het profiel 14B dient een afweging gemaakt te worden tussen het gebruik van EQ+klinkers (keperverband) of asfalt.
Wegen
15 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
3.3
Mobiliteitsbeleid
Het Mobiliteitsbeleid beschrijft dat bij herinrichtingen oude oplossingen als het verbreden of toevoegen van wegen en parkeerplaatsen geen toereikend antwoord meer biedt voor hedendaagse problematiek. In plaats hiervan moet worden ingezet op de mobiliteitstransitie. Uit het Mobiliteitsbeleid komen de volgende zaken naar voren ten aanzien van Zuiderhout en Vredenhof: - in de vooroorlogse wijken wordt er veel geparkeerd op de stoep, op straathoeken en in groenstroken. Dit is een belemmering voor voetgangers op het trottoir en beperkt de inclusiviteit van de wijk; - sluipverkeer lijdt tot een verminderde verkeersveiligheid; - de vele auto’s beperkt de ruimte voor extra groenvoorzieningen; - op de hoofdroutes bij 30 km/u wegen (regionale en stedelijke plusroutes) wordt, afhankelijk van de situatie, gekozen voor een fietsstraat of een oplossing die voor fietsers minimaal zo goed is; - de Willem de Zwijgerlaan wordt specifiek genoemd als voorbeeld van een straat waarbij de fietsroute verbeterd moet worden; - de Spanjaardslaan en Spaarnelaan zijn onderdeel van een stedelijke plusroute voor fietsers; - de Van Oldenbarneveltlaan, Emauslaan, Churchilllaan, Willem de Zwijgerlaan, Prins Mauritslaan, Professor J. Bronnerlaan en Kleine Houtweg zijn aangemerkt als hoofdnet fiets. De eisen die zijn afgeleid uit het Mobiliteitsbeleid zijn weergegeven in Tabel 3.3.
Tabel 3.3 Eisen afgeleid uit het Mobiliteitsbeleid ID
Klanteis
Object
KE-0133
In Zuiderhout maken de Churchilllaan, Willem de Zwijgerlaan, Prins Mauritslaan, Professor J. Bronnerlaan, een deel van de Vijverlaan en de Kleine Houtweg onderdeel uit van het hoofdnet fiets. De Spanjaardslaan en Spaarnelaan staan gemarkeerd als stedelijke plusroute. In Vredenhof is dit de Van Oldenbarneveltlaan en de Emauslaan.
Wegen
KE-0166
De Willem de Zwijgerlaan wordt specifiek genoemd als voorbeeld van een straat waarbij de fietsroute verbeterd moet worden.
Wegen
KE-0170
Het gebruik van de auto wordt afgeremd, nieuwbouw wordt ontworpen met een lagere parkeernorm en in bestaande wijken worden wijkhubs gerealiseerd.
Wegen
KE-0172
Bij herinrichting wordt eerst ruimte gecreëerd voor fiets- en voetganger, daarna wordt gekeken naar de beschikbare overgebleven ruimte voor de auto.
Wegen
KE-0222
Door aanleg van brede trottoirs en verbetering van de aantrekkelijkheid van wandelroutes (waarbij specifiek aandacht is voor sociale veiligheid van de routes, met name in de avonduren) dient voetgangersmobiliteit gestimuleerd te worden.
Wegen
KE-0223
In het hoofdnet fiets horen bij 50 km/u wegen altijd vrij liggende fietspaden. Ook overige routes in het hoofdnet dienen extra comfortabel gemaakt te worden, bijvoorbeeld door het aanleggen van fietsstraten of rijlopers, in plaats van een standaard woonstraatprofiel met een maximumsnelheid van 30 km/u.
Wegen
KE-0224
Fietspaden, fietsstroken en fietsstraten worden in principe uitgevoerd in een gesloten verharding zonder oneffenheden (asfalt of beton). Alleen in het centrum en in het beschermd stadsgezicht kan daarvan worden afgeweken (de Kleine Houtweg valt hieronder).
Wegen
KE-0225
Fietsroutes zijn goed verlicht. Soms botst dit met uitgangspunten van andere domeinen. Voor deze routes wordt gezocht naar mogelijkheden waarbij de route wel beter zichtbaar wordt in de duisternis, maar er zo min mogelijk verstoring voor de omgeving optreedt.
Openbare Verlichting
16 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
3.4
Omgevingsvisie 2045
De Omgevingsvisie 2045 is een brede integrale visie voor Haarlem en bouwt voort op een aantal al bestaande brede documenten, zoals de Structuurvisie Openbare Ruimte. In de Omgevingsvisie wordt niets specifiek genoemd over Zuiderhout of Vredenhof. Wel wordt het belang van diverse thema’s onderstreept welke ook voor Zuiderhout en Vredenhof relevant zijn. De eisen die zijn afgeleid uit de Omgevingsvisie 2045 zijn weergegeven in Tabel 3.4.
Tabel 3.4 Eisen afgeleid uit de Omgevingsvisie 2045 ID
Klanteis
Object
KE-0174
In Haarlem hoort erfgoed onlosmakelijk bij de stad. De waardevolle karakteristieken van Haarlem en Spaarndam dienen te worden gekoesterd.
Systeem Zuiderhout en Vredenhof
KE-0175
Er dient ruimte gecreëerd te worden voor klimaatadaptatie (groen, waterberging etc.) ten koste van ruimte voor de auto.
Groen en Spelen
KE-0176
Binnen tien minuten kunnen Haarlemmers te voet de belangrijkste dagelijkse voorzieningen bereiken, met de fiets te grotere stedelijke voorzieningen, of overstappen naar het regionale OV-netwerk.
Wegen
KE-0177
Indien mogelijk dient de boezemwaterstructuur versterkt te worden door de aanleg van waterverbindingen of de verbreding van bestaande waterverbindingen. Deze verbindingen kunnen gecombineerd worden met groen en het tien-minuten netwerk.
Riolering en Grondwater
KE-0178
In Haarlem zijn verschillende plekken met grote ecologische waarde en een aantal plekken waar potentieel ecologische waarde aanwezig is. Deze plekken dienen met elkaar verbonden te worden om de ecologische waarde en daarmee de biodiversiteit te vergroten.
Groen en Spelen
KE-0179
Er moet nagedacht worden over de hergebruikmogelijkheden van de vrijkomende materialen bij het project.
Systeem Zuiderhout en Vredenhof
KE-0180
Er moet worden gezocht naar mogelijke verkoelingsmiddelen, bijvoorbeeld het planten van bomen en groen.
Groen en Spelen
KE-0181
Ruimte reserveren en vrijmaken voor energietransitie.
Nutsvoorzieningen
3.5
Ecologisch beleidsplan
Het Ecologisch beleidsplan geeft een overzicht waar waardevolle natuur aanwezig is en welke ontwikkelingskansen er liggen in de huidige groenstructuur. Een belangrijk onderdeel van het Ecologisch beleidsplan is het NNH (Natuur Netwerk Haarlem), de uitwerking van een robuust ecologisch netwerk. Het toekomstig beeld waarnaar met het Ecologisch beleidsplan wordt gestreefd is een kwaliteitsverbetering van de omstandigheden voor de natuur, ook in de stad. Zuiderhout bevindt zich aan de zuidkant van één van de grootste ecologische hotspots van Haarlem, namelijk de Haarlemmerhout. De Kleine Houtweg en de Vijverlaan maken bovendien deel uit van de ecologische verbindingsroute die gerealiseerd moet worden in oost-west richting. De eisen die zijn afgeleid uit het Ecologisch beleidsplan zijn weergegeven in Tabel 3.5.
17 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
Tabel 3.5 Eisen afgeleid uit het Ecologisch beleidsplan ID
Klanteis
Object
KE-0130
Grenzend aan de projectlocatie bevindt zich een ecologisch hotspot, het Haarlemmerhout. Bij de plannen dient het groen kwalitatief worden behouden.
Groen en Spelen
KE-0131
Wanneer groen vervangen wordt moeten inheemse soorten worden toegepast.
Groen en Spelen
KE-0206
Bij het vervangen en nieuw plaatsen van verlichting, indien verkeersveiligheid dit toelaat en het effectief is, overstappen naar een diervriendelijke variant.
Openbare Verlichting
KE-0207
Het deel van de Kleine Houtweg binnen de wijk Zuiderhout, en de Vijverlaan zijn in maatregelenkaart aangemerkt als te realiseren ecologische verbindingsroute oost-west.
Groen en Spelen
KE-0208
Als er zich kansen voordoen voor het verbeteren van een al redelijk goede ecologische kwaliteit moeten deze worden benut; bij slechte ecologische kwaliteit moet er altijd verbetering plaatsvinden.
Groen en Spelen
KE-0209
Groen dient in principe ecologisch ingericht en beheerd te worden. De inrichting en het beheer zijn dan ook niet alleen afgestemd op menselijke functies, maar ook op leefvoorwaarden van flora en fauna.
Groen en Spelen
KE-0210
Voor projecten geldt het gebruiken van een afwegingskader op de ecologische impact van plannen (zie hiervoor bijlage 5 van ecologisch beleidsplan actualisatie 2019).
Groen en Spelen
KE-0211
Bij het aanplanten van groen dient gebruik gemaakt te worden van inheemse soorten. Indien met kiest voor niet-inheemse soorten moet hiervoor een goede onderbouwing zijn (bijvoorbeeld luchtvervuiling, fijnstof etc.). Het gebruik van uitheemse plantensoorten die invasief zijn op nationaal niveau of in en rond Haarlem dient vermeden te worden.
Groen en Spelen
KE-0212
Oevers dienen waar mogelijk natuurvriendelijk ingericht en beheerd te worden (zie richtlijn natuurvriendelijke oevers bijlage 10 van ecologisch beleidsplan actualisatie 2019).
Groen en Spelen
KE-0213
Groenstroken langs de weg dienen bij voorkeur aansluitend te zijn (dus geen hoge stoepen of stoepranden).
Groen en Spelen
KE-0346
Minimaal 50 % van de beplanting is inheems.
Groen en Spelen
3.6
Groenbeleidsplan 2022
Het Groenbeleidsplan 2022 geeft invulling aan de strategische keuzes uit de Omgevingsvisie 2045 middels vier groenspeerpunten met concrete doelen, vertaald naar handvatten, en vier groene sporen. De speerpunten zijn als volgt: 1 naar een kwalitatievere, groenere woonomgeving; 2 naar een klimaatbestendige stad; 3 naar een meer bio diverse stad; 4 naar een groen bewustere stad. Binnen het projectgebied bevinden zich veel monumentale en cultuurhistorische bomen. Omdat het behoud van de bestaande bomen een zeer belangrijk uitgangspunt is voor het groot onderhoud van de wijk is er voor het project een bomeninventarisatie uitgevoerd (zie ook paragraaf 4.5). De eisen die zijn afgeleid uit het Groenbeleidsplan 2022 zijn weergegeven in Tabel 3.6. Eis KE-0165 refereert naar de hoofdbomenstructuur, deze staat afgebeeld op Afbeelding 3.2.
18 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
Tabel 3.6 Eisen afgeleid uit het Groenbeleidsplan 2022 ID
Klanteis
Object
KE-0162
De overgang van de Kleine Houtweg naar Vijverlaan wordt gezien als een ontbrekende schakel in de hoofdbomenstructuur. Hier dient de mogelijkheid voor vergroening te worden onderzocht.
Groen en Spelen
KE-0164
Bomen behoren een goede kwaliteit te hebben in de leefomgeving: de juiste boom, op de juiste plek, met de juiste groeiruimte.
Groen en Spelen
KE-0165
De Churchilllaan, Spanjaardslaan, Spaarnelaan en Professor J. Bronnerlaan zijn onderdeel van de hoofdbomenstructuur.
Groen en Spelen
KE-0214
De inrichtingsplannen dienen rekening te houden met het behoud van het bestaande groen.
Groen en Spelen
KE-0215
Er dienen heldere keuzes te worden gemaakt voor aantrekkelijk en duurzaam groen.
Groen en Spelen
KE-0216
Huidig groen oppervlak voor de (her)inrichting/reconstructie dient minimaal gelijk te zijn gebleven en/of in kwaliteit te zijn verbeterd (bijvoorbeeld kwalitatieve verbetering ten behoeve van onder- en bovengrondse groeiomstandigheden van bomen).
Groen en Spelen
KE-0217
Stadsparken binnen het robuust netwerk aan groenstructuren dienen niet verder bebouwd of verhard te worden.
Groen en Spelen
KE-0218
Afmetingen van wegen en invulling van parkeerplaatsen wordt heroverwogen om te evalueren of er meer ruimte kan zijn voor groen.
Groen en Spelen
KE-0219
Groene gebieden dienen zoveel mogelijk onderling verbonden worden, bijdragend aan een verbonden Natuur Netwerk Haarlem.
Groen en Spelen
KE-0220
Zo veel mogelijk wordt er in elke straat een groen-blauwe inrichting gerealiseerd. Waar dit niet past wordt ingezet op breed inzetbare (multifunctionele) voorzieningen, zoals een groenstrook of parkeerplaatsen waar water kan blijven staan.
Groen en Spelen
KE-0338
Bij de herinrichting van de Zuiderhoutlaan (zover mogelijk) invulling geven aan het planten van bomen om de ontbrekende schakel in de hoofdbomenstructuur te herstellen.
Groen en Spelen
19 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
Afbeelding 3.2 Hoofdbomenstructuur Haarlem met rode cirkel Zuiderhout en Vredenhof. Bron: Groenbeleidsplan 2022
3.7
Plan Stedelijk Water
Uit het Plan Stedelijk Water komen de volgende zaken naar voren ten aanzien van Zuiderhout en Vredenhof: - de wijken staan aangegeven als gebieden met hoog risico op wateroverlast en wateronderlast; - volgens het Plan Stedelijk Water vindt er geen wateroverlast plaats in het gebied, wel is er hittestress in de omgeving van de Haarlemse Montessorischool; - in de omgeving van de kruising van de Linnaeuslaan en Spanjaardslaan is een hoge grondwaterstand tot circa 30 cm onder het maaiveld in een natte situatie, naar de randen van de wijk toe is de grondwaterstand lager; - centraal in Zuiderhout zit er veel klei/veen in de bovenste meters van de bodem, in Vredenhof bestaat de bovenlaag hoofdzakelijk uit zand. De eisen die zijn afgeleid uit het Plan Stedelijk Water zijn weergegeven in Tabel 3.7.
20 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
Tabel 3.7 Eisen afgeleid uit het Plan Stedelijk Water ID
Klanteis
Object
KE-0167
Zoveel mogelijk wordt er in elke straat een groen-blauwe inrichting gerealiseerd. Waar dit niet past wordt ingezet op breed inzetbare (multifunctionele) voorzieningen, zoals een groenstrook of parkeerplaatsen waar water kan blijven staan.
Riolering en Grondwater
KE-0168
Water wordt zoveel mogelijk op natuurlijke wijze naar het laagste punt geleid, bijvoorbeeld met hoogteverschillen, drempels en andere sturing over het maaiveld.
Riolering en Grondwater
KE-0169
Niet langer dan 10 % van het jaar mag de grondwaterstand zich hoger dan 70 cm onder het maaiveld bevinden.
Riolering en Grondwater
KE-0171
Grondwaterstanden in openbaar gebied mogen de functies van dat gebied niet belemmeren en indien mogelijk moeten ze de functies juist ondersteunen.
Riolering en Grondwater
3.8
Wegcategoriseringsplan 2024
In het wegcategoriseringsplan is in het kader van de mobiliteitstransitie een nadere evaluatie gedaan van de maximumsnelheid. In het plan wordt voorgesteld om op ruim de helft van de huidige 50 km/u wegen de snelheid te verlagen naar 30 km/u. De wijk Zuiderhout-Vredenhof behoort niet tot een van deze locaties waarbij de snelheid wordt veranderd, binnen de wijk gelde voorheen ook al een maximumsnelheid van 30 km/u. De Kleine Houtweg, als aansluitende weg op de wijk veranderd wel van 50 km/u naar 30 km/u. De andere 50 km/u weg in het projectgebied betreft de Zuiderhoutlaan, deze blijft 50 km/u. Voor de wijk Zuiderhout-Vredenhof zijn er geen relevante eisen vanuit dit beleidsstuk.
3.9
Speelruimtebeleid 2013-2020
Het speelruimtebeleid wordt eind 2025 vernieuwd met een actualisatie. Vanuit het oude beleidsstuk komen de volgende aandachtspunten naar voren: de wijk die in het verleden Den Hout heette, waarin Zuiderhout en Vredenhof zich bevinden, stond aangegeven als een plek waarbij meer dan 100 kinderen tussen 0 en 5 jaar aangewezen zijn op dezelfde speelplek; een belangrijk aandachtspunt voor de speelruimte is toegankelijkheid. Hierbij valt te denken aan de inrichting van de speelruimte en de route ernaartoe; bij de inrichting rekening houden met de doelgroep kinderen (0-6 jaar) en jeugd (6-12 jaar); extra accent komt te liggen op natuurlijk spelen. De aandachtspunten vanuit het verouderde beleidsstuk worden nu al leidraad gebruikt, tot nadere vaststelling van het nieuwe speelruimtebeleid later dit jaar. De aandachtspunten laten zich vertalen in de volgende eisen.
Tabel 3.8 Eisen afgeleid uit het Speelruimtebeleid ID
Klanteis
Object
KE-0347
Belangrijk aandachtspunt voor de speelruimte is toegankelijkheid. Hierbij valt te denken aan de inrichting van de speelruimte en de route ernaartoe.
Groen en Spelen
KE-0348
Bij de inrichting rekening houden met de doelgroep kinderen (0-6 jaar) en jeugd (6-12 jaar).
Groen en Spelen
KE-0349
Bij de inrichting van speelvoorzieningen extra accent leggen op natuurlijk spelen.
Groen en Spelen
21 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
3.10
Ruimte voor mensen en mobiliteit
De nota ‘Ruimte voor mensen en mobiliteit’ schetst kaders omtrent het mobiliteits- en parkeerbeleid ter stimulering van een groene en leefbare openbare ruimte. De nota vervangt de oude, niet vastgestelde nota ‘Uitwerking parkeerregulering: uitbreiding betaald parkeren in Haarlem’. De volgende punten afgeleid uit de nota zijn relevant: parkeerregulering wordt uitgebreid naar wijken die een parkeerdruk kennen van 95 % of hoger. wanneer parkeerregulering wordt ingesteld is betaald parkeren met parkeervergunningen het uitgangspunt; het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein worden in mindering gebracht op het aantal parkeervergunningen dat op een adres kan worden aangevraagd; Zuiderhout en Vredenhof bevinden zich in de nieuwe parkeerzones in Zone D Zuid. Dit betekent dat als er betaald parkeren wordt ingevoerd met een tarief van 2 euro per uur. Voor bewoners wordt de eerste vergunning EUR 81,00 per jaar en de tweede EUR 300,12. Uit de parkeeranalyse blijkt dat in de huidige situatie de parkeerdruk in de wijk onder de 95 % ligt. Voor de wijk Zuiderhout-Vredenhof zijn er daarom geen relevante eisen vanuit dit beleidsstuk, wel dient in het ontwerp gestuurd te worden op een parkeerdruk van 85% (ontwerprichting), zodat er in alle gevallen onder de 95% wordt gebleven.
3.11
Dit is Haarlem, Cultuurhistorische Hoofdstructuur van de stad
Het document ‘Dit is Haarlem, Cultuurhistorische Hoofdstructuur van de stad’ laat zien wat de historische gelaagdheid en het verhaal van Haarlem betekenen voor de hedendaagse stad. Dit document is ook aangegrepen voor de cultuurhistorische analyse die is uitgevoerd, waarvan het resultaat gepresenteerd is in het document ‘Cultuurhistorische analyse’, d.d. 14 februari 2025, referentie 144130/25-002.009. Aangezien dit document verwerkt is in de cultuurhistorische analyse zijn er geen specifieke eisen die direct uit het document ‘Dit is Haarlem, Cultuurhistorische Hoofdstructuur van de stad’ zijn afgeleid
3.12
Haarlems Erfgoed: Verbindende kracht in de stad
Zuiderhout-is aangewezen als een wijk met beschermd stadsgezicht. Het erfgoedbeleid is dan ook zeer relevant voor de herinrichtingsopgave. Het beleid concentreert zich op drie thema’s: 1) het benutten en beleven van erfgoed als verbindende kracht in de samenleving; 2) de inzet van erfgoed als integraal onderdeel van de fysieke leefomgeving en 3) de bijdrage van erfgoed aan de verduurzaming van de stad.
22 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
Tabel 3.9 Eisen afgeleid uit Haarlems Erfgoed: Verbindende kracht in de stad ID
Klanteis
Object
KE-0350
Draag zorg voor een goede inbedding van erfgoedwaarden in ruimtelijke plannen en ontwikkelingen.
Systeem Zuiderhout en Vredenhof
KE-0351
Beleidskaart erfgoed en ruimte en archeologische beleidskaart Haarlem gebruiken voor brede erfgoedadvisering.
Systeem Zuiderhout en Vredenhof
KE-0352
Opstellen transformatiekader historische binnenstad op basis van de cultuurhistorische kernkwaliteiten
Systeem Zuiderhout en Vredenhof
KE-0353
Het projectgebied bevindt zich in beleidscategorie 4, 5a en op enkele kleine locaties 2a van de archeologische beleidskaart Haarlem. Voor deze locaties geldt dat bij ingrepen groter dan respectievelijk 500 m2, 2500 m2 en 50 m2 een waardestellend archeologisch rapport dient te worden overlegd.
Systeem Zuiderhout en Vredenhof
3.13
Aanvullende eisen
Naast de eisen die uit het gemeentelijk beleid komen zijn er ook aanvullende eisen opgehaald die relevant zijn voor het project. Deze eisen komen onder andere van diverse stakeholders, dus het is mogelijk dat eisen elkaar tegenspreken. In de klanteisenspecificatie (KES) in bijlage I is de complete eisenlijst opgenomen, waarbij inzichtelijk is gemaakt waar en van wie de eis van afkomstig is (brondocument/stakeholder) en is toegelicht wat het honoreringsbesluit is per eis. Brondocumenten voor de aanvullende eisen zijn: - Plan van Aanpak Zuiderhout wijkgerichte aanpak OR 2024; - beheerplan Haarlemmerhout en Frederikspark 2023-2033; - eisen uit gesprekken met medewerkers BBOR Gemeente Haarlem (Beheer Beleid Openbare Ruimte); - eisen uit gesprekken met medewerkers OMB Gemeente Haarlem (Omgevingsbeleid); - eisen uit gesprekken met diverse stakeholders (zie Tabel 1.1).
23 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
4 ONDERZOEKEN 4.1
Scope
Voor het opstellen van een PvE-schets met bijbehorende budgetramingen zijn een aantal onderzoeken van belang om vooraf uit te voeren. Het gaat hierbij om onderzoeken die een impact kunnen hebben op de kostenraming (bijvoorbeeld bodemvervuiling) of van invloed zijn voor het op te stellen faseringsplan voor uitvoering van het groot onderhoud (bijvoorbeeld flora & fauna). In de voorgaande fase in 2020/2021 zijn diverse onderzoeken uitgevoerd. Voor een aantal van deze onderzoeken is een update uitgevoerd. Tabel 4.1 biedt een overzicht. In de opvolgende paragrafen de resultaten van de onderzoeken gepresenteerd.
Tabel 4.1 Onderzoeken Onderzoek
Uitgevoerd in
Actie/opmerkingen
archeologie
2021
bureaustudie door IDDS
verhardingen
diverse onderzoeken
uitgevoerd door gemeente Haarlem
milieu hygiënisch bodemonderzoek
2021
bureaustudie door Witteveen+Bos
bomenonderzoek BEA
2021
uitgevoerd door Boomtotaalzorg
flora en fauna
2021
enkel een QuickScan uitgevoerd door Primum
landmeetkundig onderzoek
2021
enkel profielen en losse hoogtepunten, geen volledig DTM, uitgevoerd door Facto Geo
locatie kabels & leidingen
2024
KLIC + nutsoverleg
parkeertellingen
2024
uitgevoerd door Witteveen+Bos
conditie bestaande riolering
2024
uitgevoerd door Van der Valk + De Groot
afkoppelen hemelwater
2021 en 2024
uitgevoerd door Witteveen+Bos
waterhuishoudingsplan
2024
uitgevoerd door Witteveen+Bos
cultuurhistorische analyse
2024
uitgevoerd door Witteveen+Bos
ontplofbare oorlogsresten (NGE)
niet onderzocht
uit de CE-bodembelastingkaart Haarlem en recherche blijkt dat de onderzoek locatie niet verdacht is ten aanzien van niet gesprongen conventionele en ontplofte explosieven. Nader onderzoek niet noodzakelijk
geotechnisch
niet onderzocht
de bodem is niet geotechnisch onderzocht. Voor het type werk (herprofilering) is geen geotechnisch onderzoek benodigd
24 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
4.2
Archeologie
Op basis van de archeologische verwachtingswaardekaart (zie Afbeelding 4.1) ligt de onderzoekslocatie in categorie 3 en 4 (gedeelte evenwijdig aan Zuider Buiten Spaarne). Voor deze categorieën gelden de volgende restricties: categorie 3: bij plannen waarbij bodem verstorende activiteiten plaatsvinden van meer dan 500 m 2 en dieper dan 30 cm onder het maaiveld dient een archeologisch rapport te worden overlegd (systematiek voorwaarden aan vergunningen); categorie 4: bij plannen waarbij bodem verstorende activiteiten plaatsvinden van meer dan 2.500 m 2 en dieper dan 30 cm onder het maaiveld dient een archeologisch rapport te worden overlegd (systematiek voorwaarden aan vergunningen).
Afbeelding 4.1 Het plangebied op de Archeologische Beleidskaart Haarlem (ABH). Categorie 3 (gemiddelde verwachting) is oranje en categorie 4 (middellage verwachting) is geel
Om de archeologische verwachtingen in beeld te brengen is een historisch bureauonderzoek uitgevoerd door adviesbureau IDDS conform SIKB 4000 en KNA4.1. De resultaten van het onderzoek zijn weergegeven in rapportage ‘Archeologisch bureauonderzoek Zuiderhout, Haarlem’, referentie 66341220, versie 1.2, d.d. 20 januari 2021. Conclusies Uit de rapportage komen de volgende bevindingen naar voren: het plangebied is gelegen op de overgang van een strandwal met duinen in het westen naar een strandvlakte in het oosten. De overgang tussen strandwal en strandvlakte is niet recht, maar heeft een grillig verloop; voor de strandwal geldt een hoge verwachting voor archeologische resten vanaf het Midden Neolithicum. In het Oude duinzand en in de top van de strandwal kunnen op diverse niveaus archeologische resten voorkomen. De top van de strandwal is elders in Haarlem aangetroffen op een diepte van ongeveer NAP -1,0 m. Uit de oudste periodes worden met name akkerlagen verwacht, maar ook sporen van nederzettingen en grafvelden kunnen worden aangetroffen. Het kan gaan om sporen zoals kuilen, greppels en paalsporen, structuren zoals huisplattegronden en vondsten zoals vuursteen en aardewerk. Vanaf de Nieuwe tijd kunnen resten van buitenplaatsen worden aangetroffen. De
25 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
-
hoofdgebouwen van deze buitenplaatsen zijn ofwel nog aanwezig of vervangen door nieuwbouw, waardoor hiervan geen resten worden verwacht onder het huidige stratenpatroon. Wel kunnen er andere resten worden aangetroffen, zoals van bijgebouwen en de inrichting van de tuinen (greppels en vijvers en dergelijke); richting het Spaarne neemt de archeologische verwachting af, omdat het veen op de strandvlakte en de lage delen van de strandwal ongunstig was voor bewoning. Dit was zeker het geval tot de afdamming van het Spaarne in de 13e eeuw, toen het laaggelegen gebied onderhevig was aan overstromingen. Uit het historisch kaartmateriaal blijkt dat dit gebied tot aan de realisatie van de huidige woonwijk voornamelijk als weiland in gebruik was. Op basis van het uitgevoerde onderzoek in de Churchilllaan uit 2017 (bureaustudie) en proefsleuven in 2020 ligt de grens tussen de strandwal en de strandvlakte, en daarmee de grens tussen de gebieden met een gemiddelde en een middellage verwachting, waarschijnlijk verder naar het westen dan nu op de archeologische beleidskaart is weergegeven. Uit dat onderzoek is echter ook gebleken dat de grens een grillig verloop heeft, waardoor de grens tussen de twee verwachtingsgebieden op basis van het bureauonderzoek niet aangepast kan worden.
Aanbevelingen De volgende aanbevelingen worden gedaan voor de Ontwerpfase: om vast te kunnen stellen hoe diep de onderzijde van de eventuele moderne verstoringen ligt in het plangebied, wordt geadviseerd om op de strandwal (het gebied met een gemiddelde verwachting, categorie 3, op de gemeentelijke beleidskaart) een verkennend booronderzoek uit te voeren. Dit verkennend onderzoek dient in de Ontwerpfase uitgevoerd te worden en dient zich te richten op zones waar de herinrichting van het gebied zorgt voor nieuwe verstoringen. Ingrepen die plaatsvinden binnen bestaande kabel- en leidingsleuven hoeven niet te worden onderzocht; voor de strandvlakte (het gebied met een middellage verwachting, categorie 4 op de gemeentelijke beleidskaart) wordt geen archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd. Hoewel in het noorden van deze zone een buitenplaats gelegen was in de Nieuwe Tijd, worden hiervan geen resten zoals bebouwing verwacht onder de openbare weg. De resten van bijvoorbeeld tuininrichting die hier wel zouden kunnen voorkomen, kunnen met onderzoeken in wegen (relatief smalle tracés) waarschijnlijk slecht opgespoord en geïnterpreteerd worden, waardoor archeologisch vervolgonderzoek hiervan weinig of geen toegevoegde waarde zou zijn.
4.3
Verhardingsonderzoek
Voor de aanwezige verhardingen is geen apart onderzoek uitgevoerd. Er zijn wel inspecties conform CROW 146 uitgevoerd. Hieruit zijn de onderhoudsbehoeftes voor de verhardingen bepaald. In Zuiderhout is deze onderhoudsbehoefte significant urgenter dan in Vredenhof. Voor de gehele wijk Zuiderhout geldt dat de asfalt trottoirs in de huidige staat een gevaarlijke situatie vormen. Dit is voornamelijk een gevolg van wortelopdruk en (beheersmaatregelen op het vlak van) kabels en leidingen. Binnen Zuiderhout is de onderhoudsbehoefte van wegen gelijkwaardig en is er geen directe aanleiding voor het eerder aanpakken van bepaalde straten. De Zuiderhoutlaan is recentelijk aangepakt met een tussentijdse ingreep, daarbij bleek dat de fundering van de straat is aangetast. Desondanks is de staat van de Zuiderhoutlaan voldoende om geen specifieke urgentie te krijgen in de fasering. Voor de asfaltverhardingen is het voor de investeringsraming van belang om een indicatie van mogelijke teerhoudendheid te hebben. Op basis van bureaustudie van beschikbare onderzoeken in de wijk (veelal gedateerd) komt naar voren dat de rijbanen binnen scope variëren in kwaliteit (teerhoudend/teervrij). Er is een onderzoek asfalt trottoirs Zuiderhout (2006), maar dit betrof alleen de trottoirs op en rond de Churchilllaan en 3 boringen in de Van Oldenbarneveltlaan en 1 boring in de Heinsiuslaan.
Laagdikte circa 55 mm, DAB (0/6) en beoordeeld als teervrij. Voor de asfaltverhardingen van de Churchilllaan, Willem de Zwijgerlaan en Zuiderhoutlaan is het aannemelijk dat de toplaag teervrij is (mogelijke overlaging na 1994, aangezien sindsdien geen teerhoudend asfalt meer is toegepast), maar dat de onderlagen wel teerhoudend zijn. Een verhardingsonderzoek van de Zuiderhoutlaan uit 2011 geeft ook aan dat de onderlagen teerhoudend zijn.
26 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
Conclusies Vanuit de verhardingsonderzoeken komen de volgende conclusies naar voren: de huidige staat van verhardingen in Zuiderhout zorgt voor gevaarlijke situaties. De urgentie is hoog om de straten in Zuiderhout zo snel mogelijk aan te pakken; in Vredenhof is de onderhoudsbehoefte van verhardingen laag; het uitgangspunt is dat de asfaltlagen van de trottoirs teervrij zijn, de asfaltlagen op de wegen zijn teerhoudend. Aanbevelingen De volgende aanbevelingen worden gedaan voor de Ontwerpfase: asfalt onderzoeken (dikte, opbouw) en nagaan of asfalt teerhoudend is.
4.4
Milieu hygiënisch bodemonderzoek
Door Witteveen+Bos is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd. Met een vooronderzoek conform NEN5727 wordt door archief- en dossieronderzoek informatie verzameld over het voormalig, huidig en toekomstig bodemgebruik, de bodemopbouw en geohydrologie en de financieel-juridische situatie. Het vooronderzoek richt zich met name op het achterhalen van voormalige bodembedreigende activiteiten en eventuele aanwezige bodemverontreiniging ter plaatse of in de nabijheid van het project en richt zich op de onderzoekslocatie en een contour van 25 m rondom de locatie. De resultaten van het onderzoek zijn gepresenteerd in een separate rapportage ‘Rapportage vooronderzoek bodem, Zuiderhout te Haarlem’, referentie 123228/21-002.612, d.d. 17 februari 2021. Conclusies Uit het vooronderzoek komen de volgende conclusies: op basis van de uitgevoerde bodemonderzoeken binnen en in de directe omgeving van de onderzoekslocatie kan gesteld worden dat de milieuhygiënische kwaliteit op hoofdlijnen overeen komt met de bodemkwaliteitszone waarin de locatie ligt (8; openbare ruimte). Als gevolg van historisch gebruik is de bovengrond over het algemeen licht tot hooguit matig verontreinigd is met (enkele) zware metalen, minerale olie en/of PAK, incidenteel met PCB.
In de ondergrond komen eveneens licht verhoogde gehalten aan enkele zware metalen, PAK (en plaatselijk PCB) voor, die plaatselijk in matig tot sterk verhoogde gehalten voor komen. De verhoogde gehalten zijn veelal te relateren aan historische ophooglagen, maar niet altijd eenduidig aan bodemvreemde bijmengingen (zoals (metsel)puin, kolengruis en baksteen) te relateren; er zijn geen indicaties binnen de gemeentelijke (bodem)informatiebronnen dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming (Wbb); volgens de asbestkansenkaart Haarlem is er voor de onderzoekslocatie geen verdenking voor asbest op of in de bodem. Hierbij wordt wel opgemerkt dat een deel van het leidingmateriaal in de openbare weg (Crayenesterlaan, Van Oldenbarneveltlaan en de Oosterhoutlaan) asbestcementleiding (ABC-leiding) of mogelijk asbest houdend is; op basis van de uitkomsten van het vooronderzoek wordt het onwaarschijnlijk geacht dat in het kader van de voorgenomen werkzaamheden een melding BUS (Besluit Uniforme Saneringen) of plan van aanpak moet worden opgesteld.
Aanbevelingen De volgende aanbevelingen worden gedaan voor de Ontwerpfase: nadat het voor- of definitief ontwerp is op- en vastgesteld wordt het aanbevolen om de onderzoekshypothese(s), -strategie(ën) en -inspanningen voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek vast te stellen; voorafgaand aan de grondroerende werkzaamheden ter plaatse van het gehele onderzoeksgebied wordt het een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 uit te voeren in de Ontwerpfase om de milieuhygiënische kwaliteit, de (indicatieve) hergebruiksmogelijkheden en veiligheidsklasse ontwerpfase (CROW-publicatie 400) vast te stellen. De einddiepte van de uit te voeren boringen dient te worden afgestemd op de maximale ontgravingsdiepte. Aangezien ook rioleringswerkzaamheden zijn voorzien
27 | 76
Witteveen+Bos | 148466/25-016.979 | Definitief
wordt bij het aantreffen van grondwater binnen de ontgravingsdiepte aanbevolen ook het grondwater te onderzoeken en daarbij ook de relevante lozingsparameters van het Hoogheemraadschap van Rijnland mee te nemen.
4.5
Bomenonderzoek (BEA)
Voor de aanwezige bomen is in 2021 een Boom Effect Analyse (BEA) uitgevoerd door adviesbureau Boomtotaalzorg waarbij het effect van de voorgenomen werkzaamheden op het duurzaam behoud van de aanwezige bomen is beoordeeld. Er zijn uitsluitend boomvormende soorten beoordeeld. Dit betreft in hoofdzaak houtige gewassen die binnen de vakwereld als boomvormers bekend zijn. In het algemeen bestaan deze uit enkelvoudige stammen of beperkt meervoudige stammen waarvan één van de stammen dominant is. De resultaten van de BEA zijn gepresenteerd in een separate rapportage ‘Boominventarisatie Zuiderhout, Haarlem’, referentie 200810, d.d. 12 februari 2021. In 2024 is de BEA verwerkt tot een interventiebeoordeling, zie Interventiekaart Haarlem Openbare Groenvoorzieningen (Bomen) – Zuiderhout/ Vredenhof I202404016501. Dit houdt in dat in totaal 122 bomen worden gekapt en vervangen, bij 313 bomen groeiplaatsverbetering moet plaatsvinden en 268 bomen een goede staat hebben en een zodoende levensverwachting dat deze kunnen blijven staan zonder actie. De resulterende kaart wordt weergegeven in Afbeelding 4.2. In totaal zijn er 272 bomen met een leeftijd van 50 jaar of ouder aanwezig en hebben daarmee in Haarlem een monumentale status. Van de monumentale bomen dienen er 60 stuks gekapt te worden vanwege hun slechte staat en toekomstverwachting.