3 Bijlage 2 Bedrijventerreinenstrategie MRA
Tekst van het document
21
3
Strategie
3.1. Méér economie binnen beperkte ruimte De MRA staat voor de grote uitdaging om méér economie, voor méér inwoners binnen een beperkte ruimte te realiseren. Dat vraagt om meer focus op de bestaande voorraad bedrijventerreinen en selectiviteit bij nieuwe plannen, intensivering van het ruimtegebruik op bedrijventerrein en een betere benutting van het hele stedelijke gebied voor economische functies die mengbaar zijn. Het oude systeem van groeien, door steeds nieuwe bedrijventerreinen aan de randen van de kernen te ontwikkelen en verder te groeien, zal moeten worden omgebogen naar een systeem waarin we de economische uitbreidingsruimte voornamelijk vinden binnen de bestaande voorraad bedrijventerrein en het bestaande stedelijk gebied. Daarnaast zijn nieuwe plannen nodig: als schuifruimte voor transformaties, om vraag en aanbod van bedrijventerreinen binnen de deelregio’s meer in evenwicht te krijgen en om de circulaire economie en energietransitie de plekken te geven die nodig zijn.
overal waar het kan, het toevoegen van zoveel mogelijk mengbare economische functies het uitgangspunt is. Om ruimte te houden voor de echte bedrijventerrein-bedrijven, zullen bedrijventerreinen beter ‘beschermd’ moeten worden. Op plekken waar toch wordt getransformeerd, zal de meerwaarde van de economische functie meegenomen moeten worden in het overall resultaat. Een uitdaging daarbij is het prijsopdrijvende effect van functies die elkaar verdringen, met een economische functie die het momenteel verliest van de woonfunctie, en binnen de economische functie alleen nog de kantoorhoudende functie die de concurrentie daarmee aankan. Nieuwe oplossingen zullen onderzocht en ontwikkeld moeten worden. Samenwerken binnen de MRA is de oplossing om deze grote uitdaging van meer economie, voor mensen binnen een beperkte ruimte aan te kunnen. Daarbij volgen we een strategie van zes elkaar versterkende inhoudelijke lijnen.
Dat vraagt een intensivering van het ruimtegebruik op bestaande bedrijventerreinen en meer ‘mengbare economie’ in de rest van het stedelijk weefsel. Het vraagt een andere manier van kijken naar bedrijventerreinen. Namelijk als plekken voor met name ‘niet-mengbare functies’, vanwege bijvoorbeeld milieuhinder of logistieke bewegingen. Het vraagt ook een andere manier van kijken naar de rest van de stad; namelijk als plekken waar,
Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
22
3.2. Strategie van versterkende programmalijnen
Waarom bedrijventerreinenstrategie MRA?
Belang van bedrijventerreinen
•
1.
Leveren kwart van de werkgelegenheid MRA
2.
Banen voor inwoners eigen gemeente en regio
3.
Praktijkplekken voor onderwijs en innovatie
4.
Hotspots energietransitie en circulaire economie
5.
Kansrijke plekken vergroening en biodiversiteit
6.
Plekken voor stadsverzorgende bedrijven
7.
Ruimte voor bedrijven die niet ‘mengbaar’ zijn
• • •
MRA metropool van grote klasse en menselijke maat (NOVEX) Ontwikkeling complete samenlevingen vraagt om bedrijventerreinen Maatschappelijke belang van bedrijventerreinen voor MRA is groot Ruimtetekort door weinig aanbod, weinig plannen, veel transformatie
Grote gemeentegrens overschrijdende opgave
•
Samenwerken om kwaliteiten en ervaringen te benutten
Bedrijventerreinenstrategie + Programma Toekomstbestendige Bedrijventerreinen •
Voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen voor inwoners van de MRA tot 2040
1. Bescherming bestaande voorraad
•
Bestaande bedrijventerreinen beter beschermen
2. Toekomstbestendig maken
•
Bedrijventerreinen beter benutten
3. Intensivering ruimtegebruik
•
Meer doen binnen de beperkte ruimte die er is
4. Betere benutting stedelijk gebied
•
Bedrijventerrein voor bedrijven die ze nodig hebben
5. Selectieve uitgifte huidig aanbod
•
Bewust omgaan met schaarse ruimte in de regio
6. Toevoegen nieuwe plannen
•
Datgene toevoegen dat echt nodig is
Ambitie van de strategie
6 Programmalijnen met naast afspraken ook acties:
Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
23
1. Programmalijn Bescherming bestaande voorraad De bestaande voorraad bedrijventerreinen beter willen benutten, begint met private partijen het vertrouwen geven dat nodig is om hen blijvend te laten investeren in bedrijfspanden, -kavels en -terreinen. Van vergroenen, tot renoveren en organiseren van parkmanagement, het gaat erom private partijen te laten inzien dat investeren rendeert. Bij toenemende krapte op de markt willen private partijen echt wel investeren, mits overduidelijk is dat de bestemming bedrijventerrein is en blijft. Over te veel bedrijventerreinen in de MRA hangt nu een deken van transformatieverwachtingen. Gemeenten spreken nu transformatieambities uit over zeer grote gebieden, waardoor in mum van tijd investerende ondernemers plaats maken voor afwachtende speculanten. Bij veel transformatieplannen is het bovendien de vraag of en wanneer deze doorgaan. Wie kan blijven en wie niet, is ook vaak onduidelijk en maatschappelijke effecten van bedrijfsverplaatsingen worden niet standaard meegenomen in het totale financiële plaatje van gebiedsontwikkelingen/ transformatie-projecten. Laten we daarom de focus leggen op gebieden waar de obstakels minder groot en de realisatiekansen groter zijn.
We willen de bestaande voorraad bedrijventerreinen ‘beschermen’ door enerzijds transformatiegebieden zo klein mogelijk af te baken, en anderzijds over de rest van de bedrijventerreinen expliciet uit te spreken dat dit bedrijventerreinen blijven, inclusief milieuzonering en hindercontouren. Investeren in de toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen genereert winst op tal van beleidsterreinen, zónder daarbij de drijvende kracht achter de beoogde brede welvaartsontwikkeling, het bedrijfsleven, onderuit te halen. Denk aan klimaatadaptatie, vergroening, verduurzaming, leefbaarheid, welzijn, etc.. Wat we willen is deze alternatieve beleidsdoelstellingen behalen, door samen met het bedrijfsleven en vastgoedpartijen te investeren in de voorraad van bedrijventerreinen, mét behoud van de bedrijventerreinenfunctie.
2. Programmalijn Toekomstbestendige bedrijventerreinen Bedrijventerreinen zijn belangrijk voor het vestigingsklimaat van bedrijven en daarmee voor onze MRA economie. Met een aanpak toekomstbestendige bedrijventerreinen willen we gemeenten, bedrijven en ondernemersverenigingen
Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
helpen met het verduurzamen en toekomstbestendig maken van deze bedrijventerreinen. Bedrijventerreinen kunnen een grote bijdrage leveren aan de MRA doelstellingen voor energietransitie, circulariteit, veiligheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Die kansen willen we nog veel beter benutten. Daarbij kunnen we onderscheid maken tussen het verduurzamen van/doorbedrijven op een bedrijventerrein, het verduurzamen en vergroenen van de locatie en de bijdrage die bedrijventerreinen kunnen leveren aan de transitieopgaven. Het vraagt een aanhoudende inzet en goed georganiseerde bedrijventerreinen. Op veel bedrijventerreinen zijn organisatiegraad en parkmanagement nu nog onderontwikkeld. Veel gemeenten hebben onvoldoende ambtelijke capaciteit (beschikbaar gesteld) om deze lokale processen te ondersteunen, terwijl dat wel nodig is omdat het eigendom vaak versnipperd is en veel gebruikers geen eigenaar zijn. Hier is nog veel winst te behalen, waarbij succesvoorbeelden kennen en delen belangrijk is. De inzet sluit ook aan op het voornemen van het Rijk om samenwerking op bedrijventerreinen te bevorderen om zo de verduurzaming te versnellen. Ander punt van aandacht is energiecongestie. Momenteel ervaren steeds meer bedrijven beperkingen door het overvolle elektriciteitsnetwerk.
Op steeds meer bedrijventerreinen geldt een wachttijd voor het uitbreiden van bestaande en/of nieuwe aansluitingen. Netbeheerders moeten het energienet verzwaren en nieuwe onderstations realiseren. Een energiehub biedt een mogelijke oplossing en vraagt samenwerking van bedrijven door processen onderling af te stemmen en energie direct uit te wisselen. Verschillende programma’s en projecten in Nederland noemen energiehubs en doen hier onderzoek naar, waaronder het ministerie van EZK. SADC heeft op Schiphol Trade Park een energiehub ontwikkeld en verkent op meer bedrijventerreinen de mogelijkheden.
3. Programmalijn Intensivering van het ruimtegebruik We willen het ruimtegebruik op bedrijventerreinen intensiveren, zowel op bestaande als nieuw uit te geven bedrijventerreinen. Dat betekent meer toegevoegde waarde, meer banen (want fors groeiende MRA beroepsbevolking) en meer betekenis voor de economie, binnen dezelfde oppervlakte. Voorbeelden waar het lukt zijn er voldoende, net als constateringen dat dit veel inzet, geld en tijd kost en dat te behalen ruimtewinst relatief beperkt is (schattingen richting 10%).
24
Meervoudig ruimtegebruik willen we stimuleren en oneigenlijk gebruik terugdringen. Daarbij kan mengen nooit doel op zich zijn. Sommige werklocaties laten zich nu eenmaal niet of slecht mengen. De vraag die dan ook altijd gesteld dient te worden is of het mengen meerwaarde heeft. Er zijn zeker werklocaties waar geïntensiveerd kan worden, dan wel met meer werk of met wonen. Maar bepaalde gebieden (en de bedrijven daar) hebben baat bij monofunctionaliteit. Dus ’mix tot the max’ gaat lang niet altijd op. Verder: om een productieve stad te maken is ruimte en adaptiviteit nodig. Een productieproces is niet gefixeerd, maar juist een ademend geheel. Soms is beperkt ruimte nodig en soms meer, afhankelijk van de klant en opdracht. Deze vrijheid, of flexibiliteit, is essentieel. Ruimte voor groei en krimp op een locatie is nodig voor goed ondernemerschap. Daarom moet er ook in plannen ruimte zijn, terwijl deze nu vaak volledig dicht gerekend en getekend worden.
4. Programmalijn Betere benutting stedelijk gebied Het bestaand stedelijk gebied kan veel meer economische functies accommoderen dan het nu doet. Tegelijk zijn verderop in het stedelijk weefsel op veel bedrijventerreinen economische functies gevestigd, die we daar vanwege milieuhinder helemaal niet hoeven te zitten (‘scheefwerken’). In onze goedbedoelde naoorlogse traditie van functiescheiding zijn we in Nederland soms wat doorgeschoten. Dat resulteert zowel in een inefficiënt gebruik van kostbare (milieu)ruimte op bedrijventerreinen, als in monofunctionele stedelijke woonwijken die de reuring missen die hoort bij het beoogde stedelijk woonmilieu. Juist bij een toenemende verstedelijking, kunnen we een deel van die economische functies weer terugbrengen naar de stad. Bedrijven en inwoners willen dat ook. Het levert aantrekkelijke, levendige stadswijken op en ruimte op bedrijventerreinen, voor de bedrijven die daar ook echt thuishoren. Win-win. Meer mengen in de stad dus. Er zijn ook al goede voorbeelden, maar het bijzondere daarbij is het dan vaak gaat om bedrijventerreinen die worden getransformeerd naar woonwijken (met in de zijlijn een streven om iets van economische functies terug te laten komen en zijn vaak niet de bedrijven die er eerst zaten).
Willen we de uitleg van nieuwe bedrijventerreinen aan randen van de stad waar mogelijk beperken, dan zullen we naast het beteugelen van de transformatietendens van grote arealen binnenstedelijke bedrijventerreinen, ook méér economische functies moeten terugbrengen in
Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
de rest van het stedelijk gebied. Dat gaat van de centra, waar werken een goed antwoord kan zijn op krimp in de detailhandel, tot stadsstraten met een mix aan functies en naoorlogse woonwijken, die juist vragen om meer levendigheid en werken dat ook zichtbaar is (ook voor de jongeren). Waarom gebeurt het nog te weinig? Het antwoord is dat we er nog niet aan gewend zijn, het zit nog niet in het systeem van het ontwikkelen van plannen. Er kan veel meer en het kan veel gemengder, maar dat vraagt wel aandacht in de plannen, aandacht voor (potentiële) ondernemers in het proces, anders rekenen en een andere vraag aan marktpartijen, die soms ook nog meer uitgedaagd moeten worden. Het vraagt soms meer moeite, maar het levert ook meer op: levendige stadswijken, werken weer zichtbaar in de wijk en ruimtewinst op bedrijventerreinen, die we kunnen benutten voor bedrijven die na enig doorgroeien toch echt een plek wat meer op afstand nodig hebben. Een inzet die de moeite waard is.
5. Programmalijn Selectieve uitgifte huidig aanbod De MRA wil selectiever omgaan met de uitgifte van het huidige aanbod. Ruimtebehoefte alleen is niet meer voldoende voor bedrijven om zich op een nieuwe kavel te kunnen vestigen. Bedrijven die zich daar vestigen moeten aantoonbaar bijdragen aan 1) brede welvaart, 2) verduurzaming van de economie en/of 3) specialisaties in de deelregio. De wijze waarop we met de selectiviteit om willen gaan, kan gerelateerd worden aan de beoogde regionale profielen. Daarbinnen zijn er belangrijke aanknopingspunten om de economische profielen op bedrijventerreinniveau te duiden. Waar het gaat om sturing kunnen we ook gebruik maken van handreikingen die uit het GRIP traject voortkomen en inzette op intensief en waar mogelijk meervoudig ruimtegebruik. Het streven is dat we binnen de MRA een gelijk speelveld creëren t.a.v. randvoorwaarden/bijdragen aan brede welvaart, verduurzaming en transitieopgaven. Gelet op het beperkte aanbod dat er (nu) is, betekent dat ook dat we van vooral vraaggericht, naar meer aanbod gestuurd (en toch marktgeoriënteerd) willen gaan. We beseffen ons daarbij wel dat in de dynamiek van startende, groeiende en verhuizende bedrijven, de maakbaarheid relatief beperkt is. Verleiden tot locatiekeuzen die zowel het bedrijf, als de (deel) regio ten goede komen, is daarom wat we willen.
Dat vraagt gericht aanbod per deelregio en doorverwijzing naar elkaar wanneer nodig.
25
6. Programmalijn Toevoegen van nieuwe plannen Bedrijven op bedrijventerreinen zijn essentieel voor het functioneren van de MRA. Een evenwichtige ruimtelijk-economische ontwikkeling vraagt bijdragen in elke deelregio en draagt bij aan het bestuurlijk gewenste polycentrische verstedelijkingsmodel in de MRA, waar bedrijventerreinen een onlosmakelijk onderdeel zijn. We weten dat de omschakeling naar een circulaire economie en een duurzaam energiesysteem meer ruimte gaat vragen. De vraag-aanbodconfrontatie aat zien dat er een opgave ligt voor elk van de deelregio’s, om in deelregionale programmeringen te komen tot een zo groot mogelijk aandeel van het invullen van hun deelregionale opgave t.a.v. hun bedrijventerreinen, inclusief de realisatie van zachte plannen zoals die zijn voorzien en met een inzet op intensief en waar mogelijk meervoudig ruimtegebruik. Het toevoegen van extra nieuwe plannen is nodig en zullen we tegelijk ook goed moeten kunnen uitleggen.
Het vraagt ook om keuzes: welk deel van de verwachte en benodigde groei willen we opvangen, onder welke voorwaarden en met welk afwegingskader? Zijn we bereid de discussie te openen over buitenstedelijk bouwen in de deelregio’s? De maatschappelijke terughoudendheid ten aanzien van nieuwe plannen mede wordt ingegeven door de combinatie van schaarse ruimte, maatschappelijke en sociaaleconomische factoren, discussies over ‘verdozing van het landschap’, aantrekkingskracht bepaalde type werk op arbeidsmigranten etc. Met brede welvaart en werken aan een circulaire economie, in combinatie met selectiviteit, hebben we een heel goede propositie. Iedere deelregio zal een actieve bijdrage willen leveren aan brede welvaart en circulaire economie (in kantoren kunnen we dingen bedenken maar impact maken we op bedrijventerreinen).
Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
26
3.3. Sturing vanuit samenwerkingsprogramma We sturen de ontwikkelingen in de goede richting door te sturen vanuit samenwerking, door daarbij te denken vanuit (natuurlijke) bedrijfsontwikkeling en door de strategie te realiseren vanuit een meerjarige programmering met veel verantwoordelijkheid voor de gemeen-ten bij de realisatie van de strategie. Sturen vanuit samenwerking • Het brede spectrum aan partijen dat belang heeft bij bedrijventerreinen is een kans. Als deze partijen de handen ineen slaan, kan er veel worden bereikt. Dan combineren we het vooruitstrevende van ondernemers, de lokale kennis en het RO instrumentarium van de gemeenten, de overkoepelende blik van de provincies en de steun van het Rijk, in een nieuw bedrijventerreinenaanbod voor een metropoolregio van de toekomst. Dan blijkt de MRA van wereldklasse in onder andere gespecialiseerde, vergaand verduurzaamde regionale bedrijventerreinen, en de menselijke maat in lokale, stedelijke bedrijventerreinen dicht bij de inwoners en meer economie, ook in de rest van het stedelijk weefsel. • Doen we dat niet en werken we niet samen maar ‘ieder voor zich’, dan dreigt het thema bedrijventerreinen ons in snippers door de vingers te glippen.
Bestaande binnenstedelijke bedrijventerreinen maken dan plaats voor monofunctionele stadswijken, zonder dat we van elkaar weten dat we daarbij, bij elkaar opgeteld, substantiële delen van de MRA en nationale voorraad bedrijventerreinen aan het onttrekken zijn. Het lokale en regionale mkb komt dan knel te zitten, het verdwijnt uit de regio waarmee ook banen verdwijnen of neemt de laatste posities op nieuwe bedrijventerreinen in, die we eigenlijk ontwikkeld hadden voor specifieke doelgroepen, zoals koplopers in de circulaire economie. Samenwerken is wat we willen en daarbij kan iedere partij haar eigen rol vervullen Aansluiten op bedrijfsontwikkeling • De MRA is voortdurend in beweging. Bedrijven en de bedrijventerreinenmarkt zijn dat ook. Een vraag-aanbodconfrontatie voor bedrijventerreinen is daarom geen vast gegeven, maar eerder een beeld van hoe de economie zich naar verwachting gaat verhouden tot de ruimte die daarvoor beschikbaar is, of wordt gesteld. Het gaat over mensen in de MRA die besluiten voor zichzelf te beginnen, een bedrijf te starten. Het gaat over kleine bedrijven die groeien, die werk gaan bieden aan meer inwoners, die meer producten gaan maken en meer relaties in de
Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
•
omgeving aangaan waardoor netwerken gaan ontstaan. Er is geen ondernemer waarvoor ruimte een doel op zich is. Ondernemers hebben doelen voor hun bedrijven, zoals nieuwe en duurzamere producten maken. De groei van het bedrijf die daar voor nodig is, vraagt soms meer ruimte. Het liefst vinden ondernemers die uitbreidingsruimte op de bestaande locatie, of in de directe omgeving, om bij een verhuizing maar geen medewerkers kwijt te raken. Natuurlijk kent de MRA ook multinationals, voor wie de locatiekeuze bij ruimtegebrek of om strategische redenen op een ander schaalniveau wordt gemaakt, nationaal of zelfs internationaal. Ook bij die bedrijven is ruimte geen doel op zich, maar gaat het om het vinden van een locatie die bijdraagt aan de ontwikkeling van het bedrijf: het juiste bedrijf op de juiste plaats. We willen een stabiel vestigingsklimaat bieden, op basis waarvan ondernemers met vertrouwen investeren in de toekomst. Daarbij zijn bedrijven zijn doorgaans geen op zichzelf staande, maar onderdeel van ketens en netwerken. Waar de aanwezigheid van toeleverende en afnemende bedrijven een locatiefactor van belang is kan een negatief sneeuwbaleffect optreden als bedrijven niet meer gehuisvest kunnen worden of vertrekken omdat de locatie-voorwaarden niet meer voldoen en bedrijven wegtrekken.
Het juiste bedrijf op de juiste plaats, voor zowel het bedrijf als de omgeving, bereiken we het best door bedrijven ruimtelijk te faciliteren en te verleiden met de juiste locatievoorwaarden en dus goede ontwikkelingsmogelijkheden, op de bestaande locatie of op een nieuwe plek. Dwingen en uitkopen is veel minder effectief, en is vaak duur en tijdrovend. Het kan bovendien leiden tot teleurstelling bij zowel de ondernemers, als bij de overheden als de dialoog en de ontwikkelingen vastlopen. Het is beter om te denken vanuit de natuurlijke ontwikkeling van bedrijven. In een metropoolregio van menselijke maat is die ruimte op fietsafstand te vinden. Stap voor stap is er daarna de juiste ruimte te vinden, als het bedrijf een stuk groter wordt binnen de gemeente, binnen de deelregio en uiteindelijk binnen de MRA, als het gaat om grootschalige ruimtevragers en specialisaties.
Realiseren vanuit programmering • De Bedrijvenstrategie MRA is geen blauwdruk, maar wordt een programma dat zich over meerdere thema’s en meerdere jaren uitstrekt. De Bedrijventerreinenstrategie MRA programmatisch realiseren, past bij de huidige tijd van grote veranderingen. In de complexe omgeving van een groot aantal partijen en meerdere thema’s, zouden we de bedrijventerreinenstrate-
27
•
gie te eng benaderen als we het alleen ‘beleid’ zouden noemen. De beoogde resultaten zijn breder dan een ‘project’ en ook het aantal partijen dat we willen betrekking bij de uitvoering is daarvoor te groot. Een programmatische aanpak past het best bij de uitwerking en realisatie van de bedrijventerreinenstrategie; een programma bevat meerdere inspanningen, van projecten tot andere manieren van werken, om meerder doelen te kunnen bereiken. Een bedrijventerreinenstrategie in de vorm van een programma vraagt gerichte monitoring en een goede coördinatie. Dat is precies waar de regionale samenwerking binnen de MRA de juiste structuur voor beidt. Randvoorwaarde hierbij is dat de ambtelijke coördinatie goed belegd is en voorzien is in de benodigde capaciteit ten behoeve van de uitvoering. Gemeenten spelen daarbij een centrale rol.
3.4. Randvoorwaarden Aan de realisatie van een MRA Bedrijventerreinen-strategie zijn randvoorwaarden verbonden. Op de tweesprong waar de MRA nu op staat, van veel aandacht voor uitbreiding van de voorraad bedrijventerreinen met nieuwe plannen (en daarna snoeien om te bloeien), naar nu een sterke focus op de bestaande voorraad bedrijventerreinen, is ook een omslag nodig in het ‘bedrijventerrein als businessmodel’. Hectares landbouwgrond omzetten en uitgeven als bedrijventerrein was vaak een rendabel businessmodel. Werken aan de bestaande voorraad, om deze te intensiveren en toekomst-bestendig te maken, is dat zeker ook. Zelfs méér rendabel, omdat we daarmee werken aan complete steden in de voorhoede van de transities van dit moment.
Gelukkig gebeuren er zeker al heel goede dingen op dit vlak in de MRA, maar bij focus op de bestaande voorraad - in combinatie met selectieve uitgifte en ontwikkeling van nieuwe plannen- komen andere randvoorwaarden kijken op het gebied van: • Wet- en regelgeving: o.a. intensivering, menging, energie, verduurzaming (o.a. klimaatadaptatie, ruimtelijke inpassing), beheer. • Financiering: van o.a. reguliere inzet EZ, gebiedsprocessen, fysieke investeringen • Kennis en expertise: van o.a. succesvoorbeelden, procesaanpakken etc. Succes houdt verband met de capaciteit die gemeenten beschikbaar stellen om te werken aan toekomstbestendige bedrijventerreinen. In het klassieke model zien we enerzijds een beperkt aantal beleidsmedewerkers EZ/accountmanagers voor beleidsontwikkeling en lopende contacten, en anderzijds projectteams die na realisatie van een nieuw bedrijventerrein opgeheven worden. Samen werken aan toekomstbestendige bedrijventerreinen vraagt echter meer. Er dienen, op basis van de behoefte en draagvlak samenwerkingsprojecten van de grond getild te worden op terreinniveau, rondom energie (opwekken/opslaan/uitwisselen), mobiliteit (laadinfra/waterstof) en human capital (samenwerking vmbo) en bij alles: verhoging van de organisatiegraad van het bedrijfsleven. Dat laatste is natuurlijk aan de bedrijven zelf, maar het vraagt ook ambtelijke inzet in de beginfase
Een verschil is echter wel dat werken aan de bestaande voorraad grote investeringen vraagt, in tijd, geld en bestuurlijke wil, die over het algemeen pas over langere periode worden terugverdiend. Neem een gebied als de Waarderpolder. Nu succesvol, maar alleen dankzij aanhoudende grote inzet gedurende meerdere decennia en anticyclisch investeren. De inzet om zoveel mogelijk van de toekomstige economische groei, nodig vanwege de fors toenemende MRA bevolking, te accommoderen binnen de bestaande gebouwde omgeving (bedrijventerreinen en rest van de stad voor mengbare functies), vraagt een inzet die vele malen groter is dan voorheen. Vraag de gemeente Haarlem maar eens hoeveel inzet De Waardepolder de afgelopen decennia vroeg, voordat het succes daar was, en vermenigvuldig dat met het aantal van 250 bedrijventerreinen dat de MRA rijk is.
Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
28
4
Programma
De MRA bedrijventerreinenstrategie bestaat uit zes thematische programmalijnen met regionale afspraken, in combinatie met daaraan gerelateerde deelregionale strategieën. De zes programmalijnen zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Bescherming bestaande voorraad Toekomstbestendig maken voorraad Intensivering van het ruimtegebruik Betere benutting stedelijk gebied Selectieve uitgifte huidig aanbod Toevoegen van nieuwe plannen
4.1. Uitgangspunt: samenwerken De gemeenten en de provincies in de MRA onderschrijven dat a. de tekorten aan bedrijventerreinen voor alle deelregio’s en gemeenten van de MRA de balans tussen de beoogde groei in inwoners en beroepsbevolking in gevaar brengt, omdat hiermee o.a. banen voor praktisch geschoolden op korte woonwerkafstand, ruimte voor lokale ondernemers en de ontwikkeling naar de circulaire economie in de verdrukking komt; b. samenwerking van gemeenten en provincies in de MRA nodig is om de beste oplossingen te vinden voor de nieuwe situatie die ontstaat door een tekort en die vraagt om een nieuw perspectief op bedrijventerreinen, in het belang van de huidige en nieuwe inwoners, ondernemers en maatschappelijke uitdagingen op het gebied van o.a. energie, klimaat en brede welvaart; Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
c.
een regionale aanpak nodig is via voorliggende Bedrijventerreinenstrategie MRA, omdat de opgave van voldoende bedrijventerreinen van de juiste kwaliteit zo groot en gemeentegrens overschrijdend is; en dat ook afstemming met de regio’s in Noord-Holland Noord, ZuidHolland en Utrecht nodig is; d. voorliggend Programma Bedrijventerreinenstrategie MRA de mogelijkheden biedt om uitvoering te geven aan de Bedrijventerreinenstrategie MRA. Iedere gemeente en provincie zet in op die activiteiten die passend zijn bij de ambities en het kaderstellende beleid omtrent bedrijventerreinen zoals vastgesteld door de gemeenteraad en provinciale staten; e. de Bedrijventerreinenstrategie MRA bestaat uit een aanpak langs zes elkaar versterkende lijnen, waarin aandacht voor bescherming en betere benutting van de bestaande voorraad bedrijventerrein veel nadruk krijgt, in combinatie met een inzet op een groei van het areaal bedrijventerreinen in de MRA, resulterend in de volgende afspraken per programmalijn inclusief maatregelen die de gemeenten en de MRA gezamenlijk uitvoeren vanaf 2024.
29
4.2. Bescherming bestaande voorraad Ambitie De samenwerkende partijen in de MRA willen de bestaande voorraad bedrijventerreinen in de MRA beter beschermen en benutten. Zo willen we bedrijven de zekerheid van een vestigingsplaats bieden en het vertrouwen geven om te investeren in toekomstbestendige gebouwen en kavels. Deze programmalijn omvat de volgende afspraken en acties:
Afspraken 1. Oppervlakte
Gemeenten behouden binnen hun deelregio de huidige totaaloppervlakte aan bedrijventerreinen, overeenkomstig bijlage 2 van de lijst bestaande bedrijventerreinen, en/of maken aan de andere MRA gemeenten inzichtelijk hoe zij evenveel ruimte voor het bedrijventerrein-bedrijfsleven weten te behouden.
2. Transformaties
Gemeenten en provincies spreken af om nieuwe transformatieplannen regionaal af te stemmen, op basis van een samen op te stellen regionaal transformatiekader MRA.
3. Bedrijfsbehoud
Gemeenten spannen zich in om bij transformatie zoveel mogelijk zittende bedrijven kansen te bieden zich te handhaven en waar dat niet lukt compensatiemogelijkheden voor ruimte en milieuruimte, in eerste instantie binnen de eigen deelregio te vinden.
Acties • Voorraadplannen opstellen
Gemeenten brengen in beeld welke bedrijventerreinen behouden blijven en tenminste tot 2035 niet in aanmerking komen voor transformatie, als basis voor een MRA totaaloverzicht in 2024.
• Transformatieplannen bezien
Gemeenten bezien de huidige plannen voor transformatie van bedrijventerreinen (conform gemeentelijk besluiten), om nieuwe kansen voor behoud van zittende bedrijven te identificeren.
• Transformatiekader opstellen
Gemeenten stellen in MRA verband een transformatiekader bedrijventerreinen op, met aandacht voor o.a. omgang met de transformatielocatie en compensatiemogelijkheden binnen de deelregio.
Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
30
4.3. Toekomstbestendige bedrijventerreinen Ambitie De samenwerkende partijen in de MRA willen de bedrijventerreinen toekomstbestendig maken, door gemeenten, bedrijven en ondernemersverenigingen te helpen met het ver-duurzamen van bedrijventerreinen. Zo willen we de bijdragen die bedrijventerreinen leve-ren aan maatschappelijke doelstellingen op het gebied van energie, circulariteit, veiligheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit vergroten. Deze programmalijn omvat de volgende af-spraken en acties:8
Afspraken 4. Organisatiegraad
Gemeenten en provincies spreken de gezamenlijke bereidheid uit om lokaal op te trekken richting ondernemersverenigingen en bedrijven, om de organisatiegraad van bedrijventerreinen te verhogen t.b.v. het werken aan toekomstbestendige bedrijventerreinen in de MRA.
5. Verduurzaming
Gemeenten en provincies gaan actief aan de slag met verduurzamingsopgaven en kansen per bedrijventerrein op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, duurzame mobiliteit, energietransitie, circulariteit, vitaliteit, biodiversiteit etc.
6. PHB
De MRA en provincie Noord-Holland continueren de inzet van Projectbureau Herstructurering Bedrijventerreinen (PHB) met expertise op het gebied van kwaliteitsbehoud van werklocaties zoals: georganiseerd beheer, duurzaamheid en kennisdeling op bedrijventerreinen, in aanvulling op lokaal accounthouderschap.
Acties • Verduurzamingsplannen opstellen
Gemeenten brengen in beeld voor welke bedrijventerreinen i.s.m. het bedrijfsleven verduurzamingsplannen zullen worden opgesteld.
• Bedrijventerreinen organiseren
Gemeenten spannen zich i.s.m. PHB en provincies in om op tenminste 1 bedrijventerrein in hun gemeente het bedrijfsleven zich te laten organiseren in de vorm van een BIZ, ondernemersfonds en/of parkmanagement.
• Onderzoek ruimtebehoefte circulaire economie
De MRA Directie gaat in samenwerking met gemeenten en provincies onderzoek doen naar de extra ruimtebehoefte als gevolg van de transitie naar de circulaire economie, met zowel een kwantitatieve als kwalitatieve component8.
• Vestigingsvoorwaarden onderzoeken
MRA Directie gaat onderzoeken (mogelijk in combinatie met bovenstaande actie) hoe bedrijventerreinen nog beter kunnen worden ingezet ter stimulering van circulaire economie en energietransitie d.m.v. het creëren van de juiste vestigingsvoorwaarden voor koploperbedrijven. Hierbij zal de verbinding worden gelegd met het onderzoek naar circulaire economie in het kader van NOVEZ NZKG. Tevens wordt een verbinding gelegd met het Mobiliteitsprogramma van Eisen (MPvE) voor bedrijventerreinen dat wordt opgesteld in opdracht van het MRA Platform Smart Mobility.
8 Voor de ruimtebehoefte voor circulaire economie is geen specifieke raming gemaakt. De vraagraming (Bureau Buiten) houdt impli-ciet rekening met de ontwikkeling naar een circulaire economie, maar n.a.v. het landelijke onderzoek Ruimte voor circulaire eco-nomie (PBL) willen we dit aspect van de ruimtevraag specifiek in beeld brengen.
Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
31
Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
32
4.4. Intensivering ruimtegebruik Ambitie De samenwerkende partijen in de MRA willen de ruimte op bestaande en nieuwe bedrijven intensiever gaan benutten. We gaan intensief en meervoudig/multifunctioneel ruimtege-bruik stimuleren en kansen en instrumenten in beeld brengen. Deze programmalijn omvat de volgende afspraken en acties:
Afspraken 7. Ruimtewinst
Gemeenten en provincies spannen zich in om het ruimtegebruik op bestaande bedrijventerreinen te intensiveren, binnen de nader te onderzoeken mogelijkheden die er zijn, met als gezamenlijke ambitie het accommoderen van 10% van de behoefte aan extra ruimte voor bedrijventerreinen (ca. 160 hectare) door intensivering van het ruimtegebruik op de bestaande bedrijventerreinen.
8. (Milieu)ruimte
Gemeenten en provincies spannen zich in om nieuwe bedrijventerreinen voor hogere milieucategorieën alleen uit te geven aan bedrijven die de geboden ruimte en milieuruimte ook benutten. Bij bestaande bedrijventerreinen kunnen gemeenten voorzienbaarheid creëren om planologische veranderingen tijdig aan te kondigen. Daarbij dient er ook voldoende plek te zijn voor de lichtere bedrijven elders.
Acties • Kansen en instrumenten in beeld brengen
MRA Directie gaat in samenwerking met gemeenten en provincies in beeld brengen op welke bedrijventerreinen in de MRA de meeste kansen op ruimtewinst te vinden zijn, welke mogelijkheden er zijn, en welke instrumenten de gemeenten daarbij in kunnen zetten. Ervaringen uit o.a. provincie Utrecht nemen we mee.
• Pilots intensivering ontwikkelen
MRA Directie gaat samen met gemeenten (en Rijk) pilots ontwikkelen op bedrijventerreinen die het meest kansrijk zijn voor intensivering van het ruimtegebruik, als voorbeeldprojecten van daadwerkelijk behaalde ruimtewinst.
• Verdichten waar het kan
Gemeenten zetten in op verdichting en meervoudig ruimtegebruik waar mogelijk. Dat kan door de maximale bouwhoogte te benutten of te verhogen en door onbenutte delen van percelen, te benutten. De eigenaren gaan hier vanzelfsprekend over, maar gemeenten kunnen het gesprek wel actief opzoeken. Successen willen we delen ter inspiratie.
Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
33
4.5. Intensivering ruimtegebruik Ambitie De samenwerkende partijen in de MRA streven naar een betere benutting van het stedelijk gebied voor economische functies die daar ruimtelijk passen en niet thuishoren op een be-drijventerrein. We willen voorkomen dat bedrijventerreinen opvangplekken worden voor economische functies die juist goed passen in het gemengd stedelijke gebied, en daar ook van meerwaarde zijn. Zo houden we op bedrijventerreinen ruimte voor bedrijven die die milieu- en bewegingsruimte ook echt nodig hebben. Deze programmalijn omvat de volgen-de afspraken en acties: Afspraken 9. Stedelijk gebied
Gemeenten en provincies zetten zich in om het gemengd stedelijk gebied meer te benutten voor economische functies die daar ruimtelijk passen en thuishoren.
10. Scheefwerken
Gemeenten en provincies zetten zich in om de planologische ruimte op bedrijventerreinen beter te benutten. We willen bedrijventerreinen behouden voor tenminste categorie 3.1 bedrijven. Oneigenlijk gebruik is in strijd met het bestemmingsplan, waarop gemeenten kunnen handhaven. Gebiedsvreemde functies passen binnen het bestemmingsplan, maar zijn niet noodzakelijk op een bedrijventerreinen gevestigd (scheefwerken) en kunnen we bij actualisering van bestemmings-/omgevingsplannen waar mogelijk terugdringen.
Acties • Kansen en instrumenten in beeld brengen, kennisdeling organiseren
We willen kansen en instrumenten in beeld brengen. PHB gaat i.s.m. gemeenten en provincies bijeenkomsten t.b.v. kennisdeling organiseren om de vakdisciplines die werken aan stedelijke ontwikkeling, te inspireren om economie meer plek te geven in stedelijke ontwikkeling. We willen kennis delen over goede voorbeelden. Belangrijk om mee te nemen is de dialoog met de eindgebruikers. Het is essentieel om te weten hoe de eindgebruikers, ondernemers aankijken tegen de mogelijkheden.
• Pilot financieel arrangement uitvoeren
MRA Directie gaat i.s.m. gemeenten, provincies (en streven: het Rijk) een pilot uitvoeren omtrent financiële arrangementen en betaalbaarheid van bedrijfsruimte op te transformeren bedrijventerreinen. Oprichting van een ‘werkcorporatie’, een partij die betaalbare bedrijfsruimte kan aankopen, beheren en door ontwikkelen, is een idee dat meegenomen zou kunnen worden.
Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
34
4.6. Selectieve uitgifte huidig aanbod Ambitie De samenwerkende partijen in de MRA willen selectief omgaan met de uitgifte van het huidige aanbod en nieuwe plannen. We willen dat bedrijven die nieuwe bedrijfskavels in gebruik nemen aantoonbaar bijdragen aan brede welvaart, verduurzaming van de economie en/of specialisaties in de betreffende deelregio. Deze programmalijn omvat de volgende afspraken en acties:
Afspraken 11. Uitgifteprotocol
Gemeenten en provincies spreken de behoefte uit om selectief om te gaan met de uitgifte van huidig en nieuwe aanbod en een vorm van ‘uitgifteprotocol’ te ontwikkelen waarmee de verbinding kan worden gelegd met de regioprofielen per deelregio (die in ontwikkeling zijn). De inzet is gericht op verschillende typen vestigingsmilieus met kwaliteitsaspecten en randvoorwaarden t.b.v. maatschappelijke transities (zoals circulaire economie, energietransitie en klimaatadaptatie). Het rijk eist ook in het kader van het GRIP-traject dat gemeenten/regio’s afspraken maken of en zo ja waar gemeenten nog grootschalige bedrijven willen faciliteren en dat de onderbouwing daarvoor is gebaseerd op het bepalen van regionale meerwaarde (waarvoor ook een Handleiding is opgesteld).
12. Grote kavels
Gemeenten en provincies spannen zich in om locaties waar grote kavels beschikbaar zijn (≥ 5 ha) en waar ruimte is voor bedrijven in hogere milieucategorieën (≥ categorie 4.1) alléén aan te wenden voor doelgroepen waar deze locaties voor bedoeld zijn.
Acties • Ontwikkelen uitgifteprotocol
MRA Directie gaat in samenwerking met gemeenten en provincies een vorm van uitgifteprotocol ontwikkelen, met aandacht voor aspecten/waardering van brede welvaart, verduurzaming van de economie, intensief ruimtegebruik en/ of specialisaties in de betreffende deelregio.). Het rijk eist ook in het kader van het GRIP-traject dat gemeenten/regio’s afspraken maken of en zo ja waar gemeenten nog grootschalige bedrijven willen faciliteren en dat de onderbouwing daarvoor is gebaseerd op het bepalen van regionale meerwaarde (waarvoor ook een Handleiding is opgesteld).
• Kwalitatief inzicht in aanbod bieden
De MRA Directie gaat in samenwerking met gemeenten en provincies bedrijven meer inzicht bieden in de kwalitatieve kenmerken en doelgroepen van bedrijventerreinen waar nog substantieel aanbod is, waaronder een overzicht van aanbod voor hogere milieu categorieën. Het zijn uitwerkingen van de deel regionale strategieën, plus mogelijk een webapplicatie.
Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
35
4.7. Toevoegen nieuwe plannen Ambitie De samenwerkende partijen in de MRA willen nieuwe plannen voor bedrijventerreinen ontwikkelen, om te kunnen blijven voorzien in de behoefte, die naast autonome groei ook voortkomt uit transformatie van bestaande bedrijventerreinen.
Afspraken 13. Balans
Gemeenten en provincies spannen zich in voor de juiste balans tussen vraag naar en aanbod van de verschillende type vestigingsmilieus binnen hun deelregio, die resulteert in een inzet op een toereikende groei van het totale areaal bedrijventerreinen in de MRA. Bij de ontwikkeling van nieuwe plannen wordt prioriteit gegeven aan het selectief accommoderen van bedrijven die bijdragen aan brede welvaart, verduurzaming van de economie en slimme specialisaties in de deelregio’s (zie afspraken uitgifteprotocol). Gemeenten kunnen deelregio-specifieke maat-werkafspraken maken binnen de bandbreedte van de kwantitatieve kaders van het deelregionale plafond. Op het moment dat nieuwe vraagramingen uitgevoerd worden, kan dit leiden tot een aanpassing van de plan-plafonds per deelregio.
14. Nieuwe plannen
Gemeenten brengen nieuwe plannen in via de bekende Plabeka zachthard-procedure wat de mogelijkheid biedt om ‘zachte plannen’ voor bedrijventerreinen om te zetten in harde plannen. We onderscheiden drie categorieën: • I. Tot 7,5 netto ha geldt alleen een meldplicht in het Programmateam Plabeka; plannen mogen altijd doorgang vinden; • II. Tussen 7,5 en 15 netto ha adviseert het Programmateam Plabeka aan het Directeurenoverleg (DO) Economie, dat instemt en het BO informeert; • III. Plannen groter dan 15 netto ha adviseert het Programmateam het DO Economie, dat na bespreking het BO adviseert voor instemming.
Acties • Nieuwe zoeklocaties verkennen
Gemeenten kunnen nieuwe zoeklocaties verkennen om te voorzien in de ruimtebehoefte (ook milieuruimte) vanuit het bedrijfsleven, in combinatie met ruimtewinst door een gezamenlijke inzet op de bovenstaande 5 programmalijnen. Deze plannen kunnen zij inbrengen in de bekende Plabeka zacht-hard-procedure zoals toegelicht.
• Deelregionale strategieën doorontwikkelen
Deelregio’s geven in deelregionale strategieën aan hoe het aanbod van bedrijventerreinen kwantitatief en kwalitatief binnen de deelregio in overeenstemming wordt gebracht met de vraag.
• Transformatie oud glas onderzoeken
De Greenport Aalsmeer staat voor de opgave verouderde glastuinbouwgebieden te transformeren, zoals beschreven in de Ruimtelijke Visie en Uitvoeringsagenda Greenport Aalsmeer. Een aantal gemeenten verricht onderzoek naar de transformatiemogelijkheden van een aantal gebieden. Gebieden waarbij transformatie naar bedrijventerrein een optie is, kunnen ingebracht worden in de zacht-hard-procedure die de plannen toets op onder meer verwachte marktvraag, ontsluiting, ligging en ruimtelijke kwaliteit.
Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
36
4.8. Procesafspraken De samenwerkende partijen in de MRA maken met elkaar de volgende procesafspraken: 15. Gemeenten informeren de externe stakeholders over de bedrijventerreinenstrategie MRA en het programma dat voorligt en indien gewenst gaan zij met elkaar in gesprek. 16. Gemeenten delen/informeren elkaar over relevante plannen via de deelregio’s in het BO platform Economie en Ruimte (en DO en AO en PT Plabeka). 17. De afspraken in het kader van de bedrijventerreinenstrategie MRA gaan in per 1 juli 2024. Jaarlijks wordt aan de hand van de Plabeka-monitor beoordeeld of bijstelling van de deelregionale planplafonds aan de orde is. 18. Gemeenten en provincies spreken af deze Bedrijventerreinenstrategie MRA als basis te gebruiken voor doorvertaling naar relevant gemeentelijk en provinciaal beleid en -plannen (bijvoorbeeld Omgevingsvisies of omgevingsplannen). 19. De behoefte aan zeehaventerreinen en de procedure voor aanpassing daarvan is voor de MRA vastgelegd in de Visie Noordzeekanaalgebied 2040. Voor transformatie van het havenareaal zijn criteria afgesproken in de Visie Noordzeekanaal-gebied 2040. Het Ontwikkelperspectief NOVEX-NZKG is in ontwikkeling.
Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
20. De MRA Directie organiseert in samenwerking met het PHB en andere partners tenminste twee kennissessies per jaar over inhoudelijke thema’s in relatie tot de zes lijnen van de MRA Bedrijventerreinenstrategie.
37
Achtersluispolder Zaanstad
Herbezinning leidt tot wijziging transformatieplannen De gemeenteraad van Zaanstad heeft in april 2023 besloten de woningbouwplannen voor bedrijventerrein Achtersluispolder te wijzigen. Er komen nog steeds woningen, maar veel minder en niet in het hele gebied. De waarde van het bedrijventerrein is te groot, concluderen zowel het college als de gemeenteraad na onafhankelijk onderzoek. Achtersluispolder is een gebied van ruim 200 hectare gelegen aan de Zaan en het Noordzeekanaal, op het scharnierpunt tussen Amsterdam en de Zaanstreek. Het is een van de locaties waar de verstedelijking langs Zaan en IJ vorm krijgt. Met 420 bedrijven en ruim 4.000 arbeidsplaatsen is het van oudsher een belangrijk bedrijventerrein voor de gemeente en voor de regio. Er is onder andere veel maakindustrie te vinden.
Met deze koerswijziging erkent het Zaanse stadsbestuur het economische belang van het gebied en de waarde van werkgelegenheid voor onder andere praktisch geschoolden. “Zaanstad zoekt goede locaties om huizen te bouwen voor de eigen inwoners en voor de regio. Maar we hebben ook ruimte nodig voor groei en vernieuwing van de bedrijvigheid. In de nieuwe plannen voor de Achtersluispolder hebben we die balans volgens mij gevonden”, aldus wethouder Wessel Breunesse. Bron: gemeente Zaanstad.
Het aanvankelijke plan gingen uit van transformatie van het gehele bedrijventerrein. Ondernemers uitten echter hun zorgen en de gemeenteraad nam een bezinningsmoment. Onderzoek naar de economische waarde van het gebied bracht de gemeente tot de koerswijziging om binnen het gebied te differentiëren: binnen één deel van het gebied komt de focus op woningbouw, binnen het tweede deel wil de gemeente wonen en werken combineren en in het derde deel wil de gemeente de economische functie versterken en intensiveren.
Aanvankelijk (links) en nieuw plan Achtersluispolder (rechts) Bron: MAAK.Zuid Achtersluispolder Concept Perspectief 2040, April 2023
Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
38
Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
39
Waarderpolder Haarlem
Convenant voor toekomstbestendig bedrijventerrein Waarderpolder Haarlem Business Park is de banenmotor van Zuid-Kennemerland. Op het grootste bedrijventerrein van de regio werken zo’n 14.500 mensen bij ruim 1.100 bedrijven. Meer dan de helft van het aantal banen zit in de industriële en logistieke sector. De bedrijfsactiviteiten in het gebied zorgen daarnaast voor indirecte werkgelegenheid in Haarlem en regio bij onder andere toeleveranciers en dienstverleners. De Waarderpolder kenmerkt zich als een monofunctioneel werkmilieu en biedt ruimte aan niet-mengbare functies en bedrijven met hoge milieucategorieën. Het gezoneerde bedrijventerrein kent een netto omvang van circa 140 ha. Gemiddeld werken er 85 werknemers per netto hectare bedrijventerrein-areaal. Daarmee heeft de Waarderpolder een hoge banenintensiteit. De leegstand is circa 2% en de gemeente heeft geen grond meer in eigendom om uit te geven.
Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
De Waarderpolder ontwikkelde zich in de 19e eeuw tot industriegebied waar zich onder andere machinefabriek Figee, chocoladefabriek Droste, chemische fabriek MSD en een elektriciteitscentrale gingen vestigen. Eind 20e eeuw, 100 jaar later, was de Waarderpolder een terrein met veel criminaliteit; vuildumpingen, inbraken en vernielingen. Bedrijven konden niet uitbreiden en zochten hun heil elders. De druk vanuit de stad was groot om er een zoveelste woonwijk van te maken. Gemeente en ondernemers waren zich ervan bewust dat samenwerking noodzakelijk was rondom drie thema’s: bereikbaarheid, veiligheid en werkgelegenheid. Na een aantal jaren van ‘structureel overleg’ werden er eerste afspraken aan papier toegevoegd. Zo zou wonen en detailhandel geweerd worden uit het gebied. Echter, de komst van een IKEA vestiging, tegen de gemaakte afspraken in, toonde aan hoe broos papier is… Daarmee werd het eerste convenant Waarderpolder geboren.
40
Waarderpolder Haarlem
In het convenant maakten de Industriekring Haarlem (IKH), het georganiseerde bedrijfsleven, en de gemeente afspraken over de ontwikkeling van de Waarderpolder. Een van de eerste afspraken was de oprichting van een stichting voor de collectieve beveiliging door de ondernemers en eigenaren. Deze stichting vormde de basis voor de eerste BIZ in Nederland met meer dan 1.000 betalende deelnemers. Recent is de derde BIZ-verordening in werking getreden. Na het succes van de collectieve beveiliging, ontstond de behoefte aan een professionele uitvoeringsorganisatie. De Stichting Parkmanagement Waarderpolder werd opgericht. Daarmee kon de ondernemersvereniging in haar rol als belangenbehartiger blijven opereren: in Parkmanagement werken gemeente en ondernemers samen op de onderwerpen waarover in het convenant consensus is gevonden.
De Waarderpolder heeft erkenning gekregen met de Award Beste Geherstructureerde Bedrijventerrein van Nederland 2009-2011 (2009) en Beste Herstructureringsproject in de MRA (2015). In de categorie Organisatiegraad op bedrijventerreinen heeft de Waarderpolder in 2022 de PlaBeKa-bokaal gewonnen. Oud-gedeputeerde en jurylid Ilse Zaal: ‘BIZ Waarderpolder speelt in de Champions League van de bedrijventerreinenorganisatie. Het business park is voorloper geweest met een bedrijveninvesteringszone en recentelijk is de termijn verlengd. Schoon, heel en veilig zijn hier op orde, maar de pijlen zijn nu heel duidelijk op circulariteit gericht. Het is een landelijk voorbeeld dat haar kennis deelt en daarmee ook de terechte winnaar van de PlaBeKa Bokaal’. Bron: gemeente Haarlem.
Inmiddels is het vierde convenant voor de Waarderpolder in werking voor de periode 20212025. Onderwerpen als schoon, heel, veilig worden als ‘normaal en vanzelfsprekend’ beschouwd. In het vierde convenant staat een doorontwikkeling naar een duurzaam en toonaangevend bedrijventerrein centraal. Om deze doorontwikkeling te realiseren wordt ingezet op economische groei en het behouden, stimuleren en aantrekken van werkgelegenheid. Dit aan de hand van drie hoofdonderwerpen: intensivering, verduurzaming en innovatie. Dit zijn tevens thema’s die aansluiten bij de Omgevingsvisie en de Economische visie Haarlem. Uniek in het vigerende convenant is dat ook het Hoogheemraadschap van Rijnland (HHR) convenantpartner is geworden. Het HHR is niet alleen waterbeheerder en verantwoordelijk voor een goede waterhuishouding, maar heeft op het bedrijventerrein ook een afvalwaterzuiveringsinstallatie staan. Tegenwoordig wordt afvalwater niet alleen meer gezien als een restproduct, maar ook als bron van energie en grondstoffen. Het HHR bouwt de komende jaren hiervoor een nieuwe installatie in de Waarderpolder. Voor het HHR is fysieke ruimte en optimale bereikbaarheid cruciaal. Het HHR heeft het convenant op onderdelen ondertekend aangaande de verduurzaming en mobiliteit.
Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
41
Schiphol Trade Park
Netcongestie vormt een grote uitdaging voor het functioneren van bedrijventerreinen, bestaande en nieuwe. De tijd die nodig is om het elektriciteitsnet uit te breiden komt vaak niet overeen met realisatietijd van een nieuw bedrijventerrein, of een toename van bedrijfsactiviteiten op een bestaand bedrijventerrein. Om daar een antwoord aan te bieden wordt op Schiphol Trade Park een uniek lokaal virtueel stroomnetwerk gerealiseerd. Het virtuele net is een oplossing voor het tijdelijke tekort aan stroomtransportcapaciteit in de regio Schiphol. Deze is gerealiseerd dankzij intensieve samenwerking tussen SADC, bedrijven op Schiphol Trade Park, netbeheerder Liander en technologiebedrijf Spectral. Binnen het collectief delen de aangesloten bedrijven de beschikbare stroomcapaciteit voortaan slim met elkaar. SADC heeft in 2020 het initiatief genomen tot de vormgeving van deze duurzame oplossing. Het ontwikkelde virtuele net maakt mogelijk dat bedrijven zónder stroomcapaciteit de ongebruikte capaciteit van bedrijven mét capaciteit kunnen gebruiken.
Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
SADC: “Op momenten van onderbenutting van de capaciteit in het stroomnet is er ‘vrije ruimte’ beschikbaar. Door binnen het virtuele net vraag en aanbod real-time te meten kunnen aangesloten bedrijven de beschikbare capaciteit onderling verdelen en daarmee optimaal benutten. Zo kan tot wel 90% van de stroomvraag van alle bedrijven - met én zonder capaciteit - gewoon uit het net worden geleverd. Tijdens piekmomenten wordt de beschikbare netcapaciteit aangevuld met (zonne)energie uit batterijen en, als het echt niet anders kan, met generatoren. Het smart-grid platform zorgt ervoor dat er maximaal gebruik wordt gemaakt van de beschikbare netcapaciteit door middel van real time metingen en slimme sturing. In de samenwerking met SADC onderzoekt Liander om samen met andere partijen nog meer ruimte te vinden op het bestaande net. Tegelijkertijd werkt Liander eraan om het elektriciteitsnet uit te breiden, zodat de benodigde capaciteit beschikbaar is voor een toekomstbestendig Schiphol Trade Park. Bron: Schiphol Trade Park.
42
5
Deelregio’s
We geven een kort overall beeld, gevolgd door een beschrijving van deelregionale strategieën, zoals we die voor de deelregio’s hebben kunnen destilleren. Wat de deelregionale strategieën betekenen voor de kwantitatieve en kwalitatieve vraag-aanbodconfrontaties, is een aspect dat nog nadere uitwerking behoefte (toelichting in Kopgroep overleg)
5.1. Almere-Lelystad De gemeente Lelystad ambieert een stevige groei met het Economisch Perspectief Lelystad 2030 (EPL) is vertaald naar het economische domein. Voor wat betreft de werkfunctie wordt aangestuurd op een werkgelegenheidsfunctie van 42-45% (dus 42-45 voltijds banen op 100 inwoners). De gemeente Lelystad laat momenteel in kaart brengen wat dit betekent voor nieuwe werklocaties in Lelystad. Er lijken zich een paar zaken reeds op te dringen op het gebied van nieuwe werklocaties: 1. Er is behoefte aan een nieuw regulier bedrijventerrein, in of tegen het stedelijk weefsel aan (netto 40 ha) 2. Er wordt een nieuw specifiek bedrijventerrein (grootschalig industrie/logistiek/transitiesectoren- ready) in ontwikkeling genomen (Lelystad Airport Business Park-2, kort LAB-2, (bruto 198 ha; netto ongeveer 130 ha); 3. Beide locaties worden dit jaar opgevoerd als zacht plan in de Monitor Plabeka: het reguliere terrein is nieuw -bedrijventerrein Warande-; LAB-2 stond voor 80ha netto reeds als zacht
Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
plan in de monitor. Deze wordt verhoogd naar 130 ha. 4. Voor de wat langere termijn denkt Lelystad nog zo’n kleine 200 ha netto te kunnen vinden (verspreid over minimaal twee locaties). Ook deze locaties zijn uitermate geschikt voor de meer grootschalige vestigingen. Almere wil groeien als stad met 60.000 tot 85.000 extra woningen en 35.000 banen in 2040 ten opzichte van 2020. Almere streeft naar een goed ondernemingsklimaat en rijk voorzieningenniveau. Hierdoor verbetert de woon-werkbalans. Deze ambities zijn door de gemeenteraad bekrachtigd. In de regio Almere-Lelystad is intensivering nog niet aan de orde. De FSI op de bedrijventerreinen is in Lelystad relatief aan de lage kant is. Het vermoeden bestaat dat er winst zou kunnen worden geboekt met intensiveringspogingen, maar dit is nog niet verkend. In Almere is bestuurlijke aandacht voor het toekomstbestendig houden van bedrijventerreinen en financiële middelen voor revitalisering. Gelet op het beschikbare planaanbod en het aantal reserveringen, heeft Lelystad nog maar 31,9 ha beschikbaar. Daarvan is 24,6 ha gethematiseerd, privaat bedrijventerrein (Wageningen Universiteit en Schiphol). Dit kan alleen worden uitgegeven aan bio science- en luchthavengebonden bedrijven. In Almere worden in 2030 tekorten voorzien van 15 ha binnenstedelijke en 45 ha reguliere bedrijventerreinen, naast 80 ha specifieke bedrijventerreinen.
Daarna tot 2040 nog een tekort van 30 ha. Alle locaties met grote kavels zijn verkocht of gereser--
43
veerd m.u.v. één kavel in Almere. Momenteel verkent Almere welke nieuwe locaties voor de binnenstedelijke en reguliere bedrijventerreinen binnen de gemeentegrenzen van Almere in aanmerking kunnen komen. Door de stormachtige ontwikkeling van de laatste tijd en de voorziene groei in de nabije toekomst, zal in de regio Almere-Lelystad gewerkt moeten worden aan de kwaliteit van de reeds aanwezige bedrijventerrein. Kwaliteit in termen van toekomstbestendigheid. Hier zal, naast de ontwikkeling van nieuwe terreinen, de aandacht naar uit moeten gaan. In Almere is bestuurlijke urgentie op: revitalisering van bedrijventerreinen, parkmanagement, nieuwe bedrijventerreinen en profilering van werklocaties voor sectoren passend in economisch profiel (ICT-Tech, circulaire economie en energietransitie). Knelpunten zijn gebrek aan: organiserend vermogen van bedrijfsleven op bedrijventerreinen; ruimte voor nieuwe bedrijventerreinen binnen Almere; en inzicht in ruimtebehoefte van bedrijvigheid in de transitiemarkten van circulaire economie en energie.
5.2. Amstelland-Meerlanden De Amstelland-Meerlanden regio zet in op voldoende en een kwalitatief passend aanbod van toekomstbestendige en duurzame bedrijventerreinen. Kwaliteit van de fysieke bedrijfsomgeving speelt een steeds belangrijkere rol en moet aansluiten bij de economische diversiteit en (lokale) bedrijvigheid van de deelregio. Aandacht voor de aansluiting bij de actuele marktvraag en voor de connectie tussen wonen en werken is nodig. De ruimte voor bedrijventerrein in de schaars in Amstelland-Meerlanden. De druk vanuit de woningmarkt en neiging om bedrijventerreinen te transformeren is actueel. Een deel van deze deelregio ligt in het LiB (Luchthavenindeling Besluit) wat soms belemmeringen geeft voor toekomstige ontwikkelingen van gebieden. Daarnaast is de Greenport Aalsmeer een belangrijke economische sector in de Amstelland-Meerlanden regio. Het sociaal economische belang van bedrijventerreinen is groot, terwijl bedrijventerreinen vaak een negatief beeld oproepen (verdozing landschap, verrommeling, leegstand). Betaalbare alternatieve ruimte voor te verplaatsen bedrijven als gevolg van de transformatie van bedrijventerreinen is niet of nauwelijks aanwezig. De meeste gemeenten kennen een tekort voor 2030. Alleen het bedrijventerreinen Amstelveen-Zuid heeft naar verwachting ook na 2030 ruimte.
In Haarlemmermeer is wellicht een aantal grootschalige kavels beschikbaar, wat mede afhankelijk is van het type bedrijventerrein dat ontwikkeld gaat worden. De deelregio voorziet geen
Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
nieuwe zoeklocaties. Intensief en meervoudig/ multifunctioneel ruimtegebruik is in beeld bij de gemeenten, maar op dit moment is nog zicht op de mogelijkheden en daadwerkelijk te realiseren ruimtewinst. Ook is meer duiding gewenst van de begrippen kwaliteit en duurzaamheid van bedrijventerreinen en zicht op de mengbaarheid bedrijven onder nieuwe Omgevingswet/ VNG Milieunormen.
5.3. Amsterdam De gemeente Amsterdam zet via de bedrijventerreinenstrategie in op het volgende: 1. Behouden van zoveel mogelijk zittende bedrijven bij de transformatie van bedrijventerreinen naar woonwerkmilieus; 2. Intensiveren ruimtegebruik op bestaande bedrijventerreinen; 3. Nieuw uit te geven locaties (huidig aanbod) alleen uitgeven aan bedrijven die niet te mengen zijn met wonen, dus vanaf milieucategorie 3.1. (selectieve uitgifte) De afgelopen tijd is gebleken dat het combineren van wonen en werken in transformatiegebieden stroef loopt. Tot nu toe is nog nauwelijks nieuwe bedrijfsruimte gerealiseerd en geven veel bedrijven aan dat zij weg willen. De intensivering van bedrijventerreinen is ook uitdagend en kent diverse knelpunten. Tegelijkertijd ontstaan ook initiatieven uit de markt. Het reserveren van kavels voor bedrijven uit transformatiegebieden op Sloterdijk III staat onder druk, aangezien er vooralsnog geen bedrijven uit de grote transformatieprojecten naar Sloterdijk III zijn verhuisd. Daar staat tegenover dat bedrijven wel verhuisd zijn naar Purmerend, Wormerveer, Langedijk, Vinkeveen, Waterland, Hoorn etc. Twee kavels op Sloterdijk III zijn groter dan 5 hectare. Op Business Park Osdorp fase 2 is nog +- 25 hectare uitgeefbaar, in verschillende kavelgrootten.
5.4. Gooi- en Vechtstreek Het Koersdocument Gooi en Vechtstreek laat zien wat er op de regio afkomt en in welke richting Gooi en Vechtstreek zich de komende 20 jaar kan ontwikkelen. Een van de bouwstenen is een analyse van de werklocaties. Daarnaast heeft de regio een redelijk beeld wat de status van een bedrijventerrein is en in hoeverre er mogelijkheden voor intensivering is. Voor de werklocaties zet de regio in op verduurzaming bedrijventerreinen, circulaire bouw bedrijventerreinen, het behoud bestaande bedrijventerreinen (grote druk vanuit woningbouw), kwaliteit en intensivering. In het PvA Werklocaties staan mogelijke instrumenten om meer samen te
44
werken op het behoud van voldoende ruimte voor bedrijventerreinen. Een uitwerking van deze instrumenten volgt voor versterking van de samenwerking (waarbij een keuze tussen de voorgesteld instrumenten moet worden gemaakt). Hilversum zet met het economisch perspectief 2040 in op het belang van economische dynamiek voor een inclusieve stad. Een gezonde ontwikkeling van bedrijven en ook groei van de werkgelegenheid staat onder druk door een structureel tekort aan geschikte ruimte voor bedrijven. Hilversum ziet dat de behoefte aan werklocaties uit de markt groot is en zet daarom in op het weerbaar en flexibel houden van de economie, met ruimte voor werken en talentontwikkeling. De inzet betreft het behoud, de uitbreiding en ontwikkeling van aantrekkelijke werklocaties. In samenwerking met een aantal gebruikers en de belangrijkste eigenaar van het Media Park werkt de gemeente Hilversum aan ontwikkeling van Media Park naar Digitale High Tech Media Campus. Deze doorontwikkeling is noodzakelijk om een aantrekkelijke vestigingslocatie te blijven voor huidige en toekomstige gebruikers, waaronder ook kennisinstellingen. Het Media Park zal een meer multifunctionele uitstraling krijgen onder de koepel van een op te richten Campusorganisatie. Met de gebiedsagenda voor bedrijventerreinen Zuidwest zet de gemeente in op: intensivering, verbetering openbare ruimte, duurzaamheid, veiligheid etc.