CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Bijlage 2 Bedrijventerreinenstrategie MRA

commissie Ontwikkeling 23 mei 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: Bedrijventerreinenstrategie MRA (RB)22.690 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA

Bedrijventerreinenstrategie en programma Plabeka 4.0 a

Voorwoord Bedrijventerreinen zijn het thuis voor het mkb. Op de bedrijventerreinen vinden inwoners banen en is er ruimte voor opleidingen en innovatie. De terreinen zijn daarnaast ook hotspots voor de energietransitie, de circulaire economie en kansrijke locaties voor vergroening. Kortom de bedrijventerreinen kunnen de komende decennia substantieel bijdragen aan onze duurzaamheidstransities, zoals energietransitie, circulaire economie, klimaatadaptatie, biodiversiteit landschapskwaliteit en ruimtegebruik. Met het oog hierop ligt de Bedrijventerreinenstrategie MRA voor u, ook wel de Uitvoeringsstrategie Plabeka 4.0a. Waar tot een jaar of vijf geleden sprake was van een overschot aan bedrijventerreinen in de MRA, zijn er nu tekorten in alle deelregio’s en de meeste gemeenten van de MRA. Dit brengt de balans tussen de beoogde groei in inwoners en beroepsbevolking in gevaar, waardoor samenwerking van gemeenten en provincies nodig is om de beste oplossingen te vinden voor deze nieuwe situatie. De Bedrijventerreinenstrategie MRA bestaat uit zes elkaar versterkende lijnen: bescherming en toekomstbestendig maken van de voorraad, intensivering van het ruimtegebruik, betere benutting van het stedelijk gebied, selectieve uitgifte van het huidige aanbod en nieuwe plannen toevoegen.

Om deze aanpak te laten slagen is het belangrijk dat de colleges de Bedrijventerreinenstrategie MRA in de eerste plaats onderschrijven. Daarnaast is het uiteraard nodig dat gemeenten en provincies bereid zijn zelf bij te dragen vanuit bijvoorbeeld hun eigen economische beleid, hun kaderstellende rol en hun RO-bevoegdheid. De bedrijventerreinenstrategie MRA krijgt een plek in de Omgevingsverordening Noord-Holland, Nieuw Economisch Beleid Flevoland, ruimtelijk voorstellen van de provincies aan het Rijk, NOVEX MRA en MRA Agenda 20242028. Samenwerken is en blijft onverkort van belang, onder meer om voldoende ruimte voor economie te behouden en een gezonde werkfunctie in de MRA te waarborgen.

Esther Rommel, bestuurlijk trekker Plabeka in MRA en gedeputeerde economie provincie Noord-Holland Dennis Grimbergen, Bestuurlijk trekker Plabeka in MRA en portefeuillehouder Economische Zaken gemeente Lelystad

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA

2

Inhoudsopgave Bedrijventerreinenstrategie Metropoolregio Amsterdam Afspraken

5 6

1. Context

9

1.1. NOVEX MRA

9

1.2. Rijk en provincies 

10

1.3. Doel Bedrijventerreinenstrategie MRA 

13

1.4. Positionering Bedrijventerreinenstrategie MRA

14

1.5. Interactief proces

14

2. Opgave 

15

2.1. Toekomstbestendig voor inwoners en ondernemers

15

2.2. Groeiende MRA staat voor uitdagingen 

16

2.3. Belang van bedrijventerreinen is groot 

17

2.4. Ruimte voor bedrijventerreinen in de knel

19

3. Strategie

22

3.1. Méér economie binnen beperkte ruimte

22

3.2. Strategie van versterkende programmalijnen 

23

3.3. Sturing vanuit samenwerkingsprogramma 

27

3.4. Randvoorwaarden 

28

4. Programma

29

4.1. Uitgangspunt: samenwerken

29

4.2. Bescherming bestaande voorraad

30

4.3. Toekomstbestendige bedrijventerreinen

31

4.4. Intensivering ruimtegebruik

33

4.5. Betere benutting stedelijk gebied

34

4.6. Selectieve uitgifte huidig aanbod

35

4.7. Toevoegen nieuwe plannen

36

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA

3

5. Deelregio’s

43

5.1. Almere-Lelystad

43

5.2. Amstelland-Meerlanden

44

5.3. Amsterdam

44

5.4. Gooi- en Vechtstreek

44

5.5. IJmond

45

5.6. Zaanstreek-Waterland

46

5.7. Zuid-Kennemerland

46

Bijlage 1: Vraagaanbod confrontatie Bijlage 2: Bedrijventerreinen per deelregio

48 50

Colofon

64

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA

4

Bedrijventerreinenstrategie Metropoolregio Amsterdam Samenvatting: Waarom bedrijventerreinenstrategie MRA?

Belang van bedrijventerreinen

•

1.

Leveren kwart van de werkgelegenheid MRA

2.

Banen voor inwoners eigen gemeente en regio

3.

Praktijkplekken voor onderwijs en innovatie

4.

Hotspots energietransitie en circulaire economie

5.

Kansrijke plekken vergroening en biodiversiteit

6.

Plekken voor stadsverzorgende bedrijven

7.

Ruimte voor bedrijven die niet ‘mengbaar’ zijn

• • •

MRA metropool van grote klasse en menselijke maat (NOVEX) Ontwikkeling complete samenlevingen vraagt om bedrijventerreinen Maatschappelijke belang van bedrijventerreinen voor MRA is groot Ruimtetekort door weinig aanbod, weinig plannen, veel transformatie

Grote gemeentegrens overschrijdende opgave

•

Samenwerken om kwaliteiten en ervaringen te benutten

Bedrijventerreinenstrategie + Programma Toekomstbestendige Bedrijventerreinen •

Voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen voor inwoners van de MRA tot 2040

1. Bescherming bestaande voorraad

• • •

Voorraadplannen opstellen Transformatieplannen bezien Transformatiekader opstellen

2. Toekomstbestendig maken

• • • •

Verduurzamingsplannen opstellen Bedrijventerreinen organiseren Onderzoek ruimtebehoefte circulaire economie Vestigingsvoorwaarden onderzoeken

3. Intensivering ruimtegebruik

• • •

Kansen en instrumenten in beeld brengen Pilots intensivering ontwikkelen Verdichten waar het kan

• •

Kansen en instrumenten in beeld brengen, kennisdeling organiseren Pilot financieel arrangement uitvoeren

5. Selectieve uitgifte huidig aanbod

• •

Ontwikkelen uitgifteprotocol Kwalitatief inzicht in aanbod bieden

6. Toevoegen nieuwe plannen

• • •

Nieuwe zoeklocaties verkennen Deelregionale strategieën doorontwikkelen Transformatie oud glas onderzoeken

Ambitie van de strategie

6 Programmalijnen met naast afspraken ook acties:

4. Betere benutting stedelijk gebied

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA

5

Afspraken

De gemeenten en provincies in de MRA onderschrijven dat: •

•

•

•

de tekorten aan bedrijventerreinen voor alle deelregio’s en gemeenten van de MRA de balans tussen de beoogde groei in inwoners en beroepsbevolking in gevaar brengt, omdat hiermee o.a. banen voor praktisch geschoolden op korte woonwerkafstand, ruimte voor lokale ondernemers en de ontwikkeling naar de circulaire economie in de verdrukking komt; samenwerking van gemeenten en provincies in de MRA nodig is om de beste oplossingen te vinden voor de nieuwe situatie die ontstaat door een tekort en die vraagt om een nieuw perspectief op bedrijventerreinen, in het belang van de huidige en nieuwe inwoners, ondernemers en maatschappelijke uitdagingen op het gebied van o.a. energie, klimaat en brede welvaart; een regionale aanpak nodig is via voorliggende Bedrijventerreinenstrategie MRA, omdat de opgave van voldoende bedrijventerreinen van de juiste kwaliteit zo groot en gemeentegrens overschrijdend is; en dat ook afstemming met de regio’s in Noord-Holland Noord, ZuidHolland en Utrecht nodig is; voorliggend Programma Bedrijventerreinenstrategie MRA de mogelijkheden biedt om uitvoering te geven aan de Bedrijventerreinenstrategie MRA. Iedere gemeente en provincie zet in op die activiteiten die passend zijn bij de ambities en het kaderstellende beleid omtrent bedrijventerreinen zoals vastgesteld door de gemeenteraad en provinciale staten; Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA

•

de Bedrijventerreinenstrategie MRA bestaat uit een aanpak langs zes elkaar versterkende lijnen, waarin aandacht voor bescherming en betere benutting van de bestaande voorraadbedrijventerrein veel nadruk krijgt, in combinatie met een inzet op een groei van het areaal bedrijventerreinen in de MRA, resulterend in de volgende afspraken per programmalijn inclusief maatregelen die de gemeenten en de MRA gezamenlijk uitvoeren vanaf 2024.

De gemeenten en provincies in de MRA maken daarom de volgende afspraken met elkaar: Bescherming bestaande voorraad 1. Gemeenten behouden binnen hun deelregio de huidige totaaloppervlakte aan bedrijventerreinen, overeenkomstig bijlage 2 van de lijst bestaande bedrijventerreinen, en/of maken aan de andere MRA gemeenten inzichtelijk hoe zij evenveel ruimte voor het bedrijventerreinbedrijfsleven weten te behouden. 2. Gemeenten en provincies spreken af om nieuwe transformatieplannen regionaal af te stemmen, op basis van een samen op te stellen regionaal transformatiekader MRA. 3. Gemeenten spannen zich in om bij transformatie zoveel mogelijk zittende bedrijven kansen te bieden zich te handhaven en waar dat niet lukt compensatiemogelijkheden voor ruimte en milieuruimte, in eerste instantie binnen de eigen deelregio te vinden. 6

Toekomstbestendige bedrijventerreinen 4. Gemeenten en provincies spreken de gezamenlijke bereidheid uit om lokaal op te trekken richting ondernemersverenigingen en bedrijven, om de organisatiegraad van bedrijventerreinen te verhogen t.b.v. het werken aan toekomstbestendige bedrijventerreinen in de MRA. 5. Gemeenten en provincies gaan actief aan de slag met verduurzamingsopgaven en kansen per bedrijventerrein op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, duurzame mobiliteit, energietransitie, circulariteit, vitaliteit, biodiversiteit etc. 6. De MRA en provincie Noord-Holland continueren de inzet van Projectbureau Herstructurering Bedrijventerreinen (PHB) met expertise op het gebied van kwaliteitsbehoud van werklocaties zoals: georganiseerd beheer, duurzaamheid en kennisdeling op bedrijventerreinen, in aanvulling op lokaal accounthouderschap. Intensivering ruimtegebruik 7. Gemeenten en provincies spannen zich in om het ruimtegebruik op bestaande bedrijventerreinen te intensiveren, binnen de nader te onderzoeken mogelijkheden die er zijn, met als gezamenlijke ambitie het accommoderen van 10% van de behoefte aan extra ruimte voor bedrijventerreinen (ca. 160 hectare) door intensivering van het ruimte-gebruik op de bestaande bedrijventerreinen. 8.

Gemeenten en provincies spannen zich in om nieuwe bedrijventerreinen voor hogere milieucategorieën alleen uit te geven aan bedrijven die de geboden ruimte en milieuruimte ook benutten. Bij bestaande bedrijventerreinen kunnen gemeenten voorzienbaarheid creëren om planologische veranderingen tijdig aan te kondigen. Daarbij dient er ook voldoende plek te zijn voor de lichtere bedrijven elders. Betere benutting stedelijk gebied 9. Gemeenten en provincies zetten zich in om het gemengd stedelijk gebied meer te benutten voor economische functies die daar ruimtelijk passen en thuishoren. 10. Gemeenten en provincies zetten zich in om de planologische ruimte op bedrijventerreinen beter te benutten. We willen bedrijventerreinen behouden voor tenminste categorie 3.1 bedrijven. Oneigenlijk gebruik is in strijd met het bestemmingsplan, waarop gemeenten kunnen handhaven. Gebiedsvreemde functies passen binnen het bestemmingsplan, maar zijn

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA

niet noodzakelijk op een bedrijventerreinen gevestigd (scheefwerken) en kunnen we bij actualisering van bestemmings-/omgevingsplannen waar mogelijk terugdringen. Selectieve uitgifte huidig aanbod 11. Gemeenten en provincies spreken de behoefte uit om selectief om te gaan met de uitgifte van huidig en nieuwe aanbod en een vorm van ‘uitgifteprotocol’ te ontwikkelen waarmee de verbinding kan worden gelegd met de regioprofielen per deelregio (die in ontwikkeling zijn). De inzet is gericht op verschillende typen vestigingsmilieus met kwaliteitsaspecten en randvoorwaarden t.b.v. maatschappelijke transities (zoals circulaire economie, energietransitie en klimaatadaptatie). Het rijk eist ook in het kader van het GRIP-traject dat gemeenten/regio’s afspraken maken of en zo ja waar gemeenten nog grootschalige bedrijven willen faciliteren en dat de onderbouwing daarvoor is gebaseerd op het bepalen van regionale meerwaarde (waarvoor ook een Handleiding is opgesteld). 12. Gemeenten en provincies spannen zich in om locaties waar grote kavels beschikbaar zijn (≥ 5 ha) en waar ruimte is voor bedrijven in hogere milieucategorieën (≥ categorie 4.1) alléén aan te wenden voor doelgroepen waar deze locaties voor bedoeld zijn. Toevoegen nieuwe plannen 13.

Gemeenten en provincies spannen zich in voor de juiste balans tussen vraag naar en aanbod van de verschillende type vestigingsmilieus binnen hun deelregio, die resulteert in een inzet op een toereikende groei van het totale areaal bedrijventerreinen in de MRA. Bij de ontwikkeling van nieuwe plannen wordt prioriteit gegeven aan het selectief accommoderen van bedrijven die bijdragen aan brede welvaart, verduurzaming van de economie en slimme specialisaties in de deelregio’s (zie afspraken uitgifteprotocol). Gemeenten kunnen deelregiospecifieke maatwerkafspraken maken binnen de bandbreedte van de kwantitatieve kaders van het deelregionale plafond. Op het moment dat nieuwe vraagramingen uitgevoerd worden, kan dit leiden tot een aanpassing van de plan-plafonds per deelregio. 14. Gemeenten brengen nieuwe plannen in via de bekende Plabeka zacht-hard-procedure wat de mogelijkheid biedt om ‘zachte plannen’ voor bedrijventerreinen om te zetten in harde plannen. We onderscheiden drie categorieën: • I. Tot 7,5 netto ha geldt alleen een meldplicht in het Programmateam Plabeka;

7

•

•

plannen mogen altijd doorgang vinden; II. Tussen 7,5 en 15 netto ha adviseert het Programmateam Plabeka aan het Directeurenoverleg (DO) Economie, dat instemt en het BO informeert; III. Plannen groter dan 15 netto ha adviseert het Programmateam het DO Economie, dat na bespreking het BO adviseert voor instemming.

Procesafspraken 15. Gemeenten informeren de externe stakeholders over de bedrijventerreinenstrategie MRA en het programma dat voorligt en indien gewenst gaan zij met elkaar in gesprek. 16. Gemeenten delen/informeren elkaar over relevante plannen via de deelregio’s in het BO platform Economie en Ruimte (en DO en AO en PT Plabeka). 17. De afspraken in het kader van de bedrijventerreinenstrategie MRA gaan in per 1 juli 2024. Jaarlijks wordt aan de hand van de Plabeka-monitor beoordeeld of bijstelling van de deelregionale planplafonds aan de orde is. 18. Gemeenten en provincies spreken af deze Bedrijventerreinenstrategie MRA als basis te gebruiken voor doorvertaling naar relevant gemeentelijk en provinciaal beleid en -plannen (bijvoorbeeld Omgevingsvisies of omgevingsplannen). 19. De behoefte aan zeehaventerreinen en de procedure voor aanpassing daarvan is voor de MRA vastgelegd in de Visie Noordzeekanaalgebied 2040. Voor transformatie van het havenareaal zijn criteria afgesproken in de Visie Noordzeekanaalgebied 2040. Het Ontwikkelperspectief NOVEX-NZKG is in ontwikkeling. 20. De MRA Directie organiseert in samenwerking met het PHB en andere partners tenminste twee kennissessies per jaar over inhoudelijke thema’s in relatie tot de zes lijnen van de MRA Bedrijventerreinenstrategie.

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA

8

1

Context

1.1. NOVEX MRA

Begin 2022 is het Ontwikkelperspectief NOVEX MRA zowel door het Rijk als alle betrokken raden en Staten van de MRA onderschreven. De NOVEX MRA is een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief van de MRA op middellange en lange termijn en is gezamenlijk opgesteld door Rijk en Regio. Rijk en MRA willen de onderstaande 10 ambities bereiken: • De hele metropoolregio profiteert van de groei. • Er zijn genoeg woon- en werkmilieus van goede kwaliteit. • We versterken diversiteit en verbondenheid in de economie. • We brengen wonen en werken meer met elkaar in balans. • De MRA wordt beter bereikbaar en bereisbaar. • De regio biedt een gezonde leefomgeving. • We stoten minder broeikasgassen uit. • We versterken de kracht van ons gevarieerde landschap. • We richten de regio zo in dat die bestand is tegen gevolgen van klimaatverandering. • We vergroten de biodiversiteit. Via een meerkernige ontwikkeling geven MRA en Rijk invulling aan de ambities van evenwichtige groei. Het Rijk en de regio hebben afgesproken tot 2030 175.000 woningen te bouwen. Omdat de vraag naar woningen zo groot is, kijken we of we de bouwproductie tot 2030 kunnen verhogen tot 220.000 woningen. Voor het bouwen van complete steden en hun economische ontwikkeling is het van belang dat we voldoende ruimte hebben voor de bedrijven, waaronder te verplaatsen industrie uit de

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA

transformatiegebieden, en dat deze bereisbaar zijn voor de werknemers. Dit heeft ertoe geleid dat de afspraak om een bedrijventerreinenstrategie op te stellen in de NOVEX MRA is opgenomen. Niet ieder bedrijf leent zich voor menging met woningbouw. Voor deze bedrijven, die wel belangrijk zijn voor de werkgelegenheid in de MRA, blijven voldoende ongemengde bedrijventerreinen nodig. Daarbij kunnen bedrijventerreinen een belangrijke bijdrage leveren aan de verduurzamingsopgave, waarvoor ruimte nodig is. De urgentie om te komen tot een bedrijventerreinenstrategie wordt versterkt door de vraagramingen Plabeka die in 2022 geactualiseerd zijn. Deze laten zien dat er een enorme kwantitatieve opgave op ons afkomt: tot 2040 is een aanvullende ruimtebehoefte voorzien van 630 ha (scenario laag) tot 1.100 ha (scenario hoog). Meer inzicht in de kwalitatieve kant van de economie in brede zin is gewenst en noodzakelijk. Daarvoor is een aantal onderzoeken uit die geborgd zijn in de Verstedelijkingsstrategie: DNA economisch profiel, ecosystemen en slimme specialisaties en de woon-werkbalans. Resultaten uit de onderzoeken zijn benut voor zover relevant.

9

Figuur 1 Feiten en cijfers bedrijventerreinen in de MRA 306.000

banen

30.000

bedrijven

253

bedrijventerreinen

Kwart

van totale werkgelegenheid - twee vijfde gerelateerd

75%

van mensen die er werkt, woont in dezelfde gemeente

+50.000

groei van aantal banen in afgelopen tien jaar

MKB

bedrijven vormen overgrote meerderheid vestigingen

Netwerk

dienstverlening, industrie en handel grootste sectoren

€30 miljard

toegevoegde waarde aan economie MRA

3%

van totale oppervlakte MRA

8.384

hectare

3%

leegstand bvo

30%

met organisatievorm

39

terreinen parkmanagement

Bron: Monitor en dashboard Plabeka (2023)

1.2. Rijk en provincies Naast de samenwerking met het Rijk en de provincies langs de lijn van de NOVEX MRA zijn er ook andere relevante trajecten specifiek gericht op werklocaties en bedrijventerreinen. Programma Ruimte voor Economie Het ministerie van EZK heeft recentelijk het Nationaal Programma Ruimte voor Economie opgesteld (Kamerbrief 13 oktober 2023) als één van de ruimtelijke beleidsprogramma’s onder het NOVEX programma (mei 2022). Om de Nederlandse economie internationaal concurrerend te kunnen houden en het Nederlandse welvaartsniveau en sociale voorzieningen te garanderen, zal ook continue meer geïnvesteerd moeten worden in de verduurzaming van de industrie, in innovatie en kennis, in nieuwe technologieën en waardeketens. Voldoende fysieke ruimte is hiervoor een belangrijke voorwaarde. De basis hiervoor ligt allereerst in het beter benutten van bestaande ruimte voor economie voor bestaande en nieuwe economische activiteiten. Het nationaal programma Ruimte voor economie kent hiervoor 4 doelstellingen:

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA

1. Inrichten en faciliteren van een circulaire en CO2-neutrale industrie; 2. Ontwikkelruimte voor kennisindustrie en kennisclusters; 3. Inpassing van grootschalige bedrijfsvestigingen; 4. Goede en betaalbare vestigingsmogelijkheden voor het midden- en kleinbedrijf. Om deze doelstellingen te bereiken, zijn in het Nationaal Programma Ruimte voor Economie vier ‘actielijnen’ opgesteld, die ieder bijdragen aan een visie op welke economie we willen worden en welke ruimte daarvoor nodig is in relatie tot de andere ruimtelijke ambities van Nederland: • Het opbouwen en in stand houden van een uniforme kennisbasis met als doel vraag en aanbod optimaal bij elkaar te brengen • Zorgen voor voldoende fysieke ruimte voor clusters van nationaal belang • Realiseren van toekomstbestendige bedrijfsterreinen • Sturen op een gezonde woon-werkbalans in stedelijke gebieden Met het Nationale Programma Ruimte voor Economie wil EZK zorgen dat we zorgvuldig omgaan met de beschikbare ruimte voor economie, inspelen op de toenemende en veranderende vraag en rekening houden met de ruimtebehoefte voor economische bedrijvigheid vanwege economische ontwikkeling en bevolkingsgroei richting 2050. Dat is cruciaal voor ons duurzame verdienvermogen, werkgelegenheid en brede welvaart. Met dit nationale programma wil EZK de ruimte die daarvoor nodig is waarborgen.

Keuzes over ruimte voor economie zullen in samenhang met andere ruimtelijke opgaven gemaakt moeten worden. In gebiedsprocessen zal duidelijk worden welke opgaven spelen, hoe die gerealiseerd kunnen worden en welke dilemma’s dat oplevert. In de nieuwe Nota Ruimte, voorzien in 2024, zullen keuzes ten aanzien van de leefomgeving in samenhang worden gepresenteerd.eving in samenhang worden gepresenteerd.

Figuur 2 Ruimte voor werken in Contourennota Nota Ruimte 2023 Er ontstaat naar verwachting meer vraag naar ruimte voor werken als gevolg van de bevolkingsgroei en de verschillende transities. Voor de kenniseconomie, in steden op goed bereikbare en aantrekkelijke plekken, in vruchtbare uitwisseling met kennis- en onderwijsinstellingen. Maar ook in havengebieden en op bedrijventerreinen, voor verduurzaming van de industrie en logistiek en de omschakeling naar een circulaire economie, met plek en milieuruimte voor grondstoffenverwerking en -opslag en het hergebruik van goederen. Bron: Contourennota Nota Ruimte 2023 (ministerie BZK) 10

Programma GRIP1 Specifiek voor de grootschalige (logistieke) bedrijfsvestigingen (>5 ha) is het programma “Grip op grootschalige ruimtevragers” gestart. Dit programma is een initiatief van de ministeries van BZK, EZK en I&W om in samenwerking met provincies beleid te ontwikkelen dat moet leiden tot meer overheidsregie op grootschalige bedrijfsvestigingen in ons land en daarmee het voorkomen van ongewenste ‘verdozing’. Het programma GRIP onderscheidt zes actielijnen, zie figuur 3.

Figuur 3 Zes actielijnen programma GRIP Ruimtelijke Clustervorming Goede uniforme behoefteramingen Handreiking voor regionale meerwaarde Toolkit hergebruik brownfields Sturen op ruimtelijke inpassing Monitoring Bron: gebaseerd op het informatiepakket voor gemeenten (IPO, 1 juni 2023)

In het laatste BO GRIP van 8 maart 2023 zijn de volgende afspraken gemaakt: • Status van de 6 actielijnen is vastgesteld; • provincies zijn in de lead om de samenwerking interprovinciaal en interbestuurlijk verder uit te werken, die nodig is om de uitvoeringsafspraken te realiseren. VNG/gemeenten en bedrijfsleven worden hierbij betrokken; • provincies zijn in de lead om te inventariseren of het bestaande instrumentarium voldoende is om te kunnen sturen en aanvullende instrumenten voor te stellen indien nodig; • EZK stelt Ruimtelijk-economische visie op; • BZK stelt voorstel Ruimtelijke Kwaliteit op (Handreiking Mooi Nederland); • IenW stelt Mobiliteitsvisie 2050 op; • De uitkomsten van alle acties worden door de ministeries en provincies gebruikt om samen de landelijke beleidslijn GRIP op te stellen. VNG/ gemeenten en stakeholders uit het bedrijfsleven worden betrokken; • Planning besluitvorming: BO GRIP december 2023. Wat betekent bovenstaand voor regio’s en gemeenten? Voor de meeste punten is het een

aanscherping van zaken die over het algemeen al gedaan worden: • Behoefteramingen; • Regionale programmering; • Toepassen Ladder Duurzame Verstedelijking; • Scherper inzetten op herontwikkeling, intensivering en meervoudig ruimtegebruik. • Sommige punten zijn (misschien) nieuw: • Ruimtelijk economische visies; • Clustering; • Opstellen en toepassen van een regionaal afweegkader; • Meer aandacht voor landschappelijke inpassing; • Monitoringssysteem voor grootschalige vestigers; • Nationale, interprovinciale en interbestuurlijke afstemming. Omgevingsvisie en -verordening provincie Noord-Holland De provincie Noord-Holland heeft de Omgevingsvisie NH 2050 vastgesteld en heeft als hoofdambitie de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. In de Omgevingsvisie zijn op veel thema’s randvoorwaarden geformuleerd, die ingevuld moeten worden om aan de geformuleerde ontwikkelprincipes tegemoet te kunnen komen. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. Noord-Holland heeft al haar regels op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water in de Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 opgenomen.

De Omgevingsverordening NH2020 geldt sinds 17 november 2020. De uitwerking ervan is de Omgevingsregeling. Deze stelt diverse eisen aan regionale afspraken rond bedrijventerreinen, zoals in deze MRA Bedrijventerreinenstrategie. Regionale afspraken kunnen worden gemaakt over de ontwikkeling, transformatie en herstructurering van bedrijventerreinen en kantoorlocaties. De regionale afspraken betreffen in ieder geval de te ontwikkelen, transformeren en herstructureren terreinen en locaties in kwantiteit, kwaliteit en tijdsfasering per gemeente. De afspraken maken op kaart duidelijk om welke terreinen en locaties het gaat en worden overeengekomen door de colleges van burgemeester en wethouders de gemeenten in de regio. De afspraken zijn onderwerp van jaarlijkse monitoring en kunnen worden bijgesteld wanneer daar aanleiding voor is.

1 Bron: onderstaande informatie is afkomstig uit het Informatiepakket voor gemeenten (IPO, 1 juni 2023).

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA

11

Regionale afspraken zijn gebaseerd op een visie van de regio die de uitgangspunten weergeeft van het regionaal bedrijventerreinen- en Kantorenbeleid. Als basis geldt de vastgestelde behoefteraming Plabeka 2022-20240. In het geval dat er sprake is van transformatie van bedrijventerreinen is er een verantwoording over de wijze waarop in het verlies aan bedrijventerrein wordt voorzien zowel wat betreft oppervlakte als beschikbaarheid van voldoende terrein voor specifieke milieubelastende bedrijvensoorten en wordt aangegeven op welke wijze de regio de herstructurering en/of transformatie mogelijk wil maken. De afspraken in de regio gelden voor minimaal 5 jaar met de mogelijkheid om tussentijds bij te stellen, en worden vastgesteld door de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten in de MRA. Plabeka is al jarenlang de vorm waarin de vorm waarin de MRA regionale afspraken maakt voor bedrijventerreinenbeleid in de MRA. Flevoland De provincie Flevoland heeft haar Omgevingsvisie Flevoland Straks in 2017 vastgesteld. Hierin is in hoofdlijnen de strategische visie op de toekomst van Flevoland weergegeven. Deze wordt op dit moment geactualiseerd. Flevoland werkt aan een aantal voorzieningen die niet alleen Flevoland, maar ook haar omgeving aanvullende kwaliteiten bieden. Deze voorzieningen hebben een grote aantrekkingskracht voor de omgeving van Flevoland.

Hierdoor dragen we bij aan de versterking van de stedelijke netwerken. Deze zijn in toenemende mate de motoren van de economie. Dit is goed voor de gehele regio en daardoor ook goed voor Flevoland. Daarnaast heeft de provincie Flevoland haar beleid veelal opgenomen in programma’s, met name in het Omgevingsprogramma Flevoland. In dit Omgevingsprogramma Flevoland is er voor gekozen al het bestaande beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud van de fysieke leefomgeving te bundelen in één programma dat digitaal beschikbaar is. Op deze wijze zijn de provinciale beleidskeuzes compact beschreven en is de samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen het beste gewaarborgd. Provinciale regelgeving voor de fysieke leefomgeving is opgenomen in de Omgevingsverordening. Voor de ruimtelijke economie geldt op dit moment nog dat de RO Visie Werklocaties Flevoland 2015 leidend is. Recent (2023) is het Nieuw Economisch Beleid vastgesteld. Een van de uitwerkingen is de ontwikkeling van het zogenoemde spoor 4 – ruimtelijk economische ontwikkeling. Mogelijk zal als gevolg van vaststelling

(begin 2024) van dit spoor aanpassingen of een update volgen van de RO Visie Werklocaties Flevoland 2015. Een van de onderwerpen binnen het NEB en in de uitwerking van het ruimtelijk economische ontwikkelingsspoor is de ambitie om samen met gemeenten te komen tot regionale programmeringsafspraken over de ontwikkel-, herstructurerings- en transformatieopgave van bedrijventerreinen, inclusief toepassing van het concept van regionale meerwaarde. Denk daarbij aan aspecten als arbeidsplaatsen, netwerkrelaties, beeldkwaliteit, uitstraling, klimaat, energie, etc. Plabeka (Platform bedrijventerreinen en kantoren)2 Het voortdurend verder versterken van de economisch potentie staat hoog op de MRAagenda. Een van de speerpunten is het creëren van goede vestigingsvoorwaarden voor bedrijven en werknemers. Daarbij gaat de aandacht zowel uit naar het optimaliseren van kantoorlocaties en bedrijfsterreinen als naar het ontwikkelen van nieuwe types werklocaties. Dit gebeurt voor een belangrijk deel vanuit het Platform Bedrijven en Kantoren, kortweg Plabeka.

Het doel van Plabeka is de ontwikkeling van werkmilieus in de MRA in lijn met de regionale economische strategie en bijdragen aan de verduurzaming van bedrijventerreinen, profilering en acquisitie in lijn met de regionale economische strategie en goede begeleiding van bedrijfsverhuizingen binnen de regio ten behoeve van transformatie van werklocaties. Een van de opdrachten van Plabeka omvat het regie voeren op de ontwikkeling van werkmilieus op basis van de regionale economische strategie en de verstedelijkingsstrategie (opgave 2), met bijzondere aandacht voor verduurzaming van bedrijventerreinen. Het opstellen van de Bedrijventerreinenstrategie MRA geeft invulling aan deze opdracht. Om de ruimtelijke-economische ontwikkelingen in de MRA goed in beeld te brengen en op de voortgang van de regionale afspraken en behoefteraming te kunnen bijsturen wordt jaarlijks de monitor Plabeka opgesteld en vastgesteld. De monitor bestaat uit een Atlas met relevante kaartbeelden, dashboards met trends en ontwikkelingen en een rapportage waarin de belangrijkste ontwikkelingen worden geduid. Deze monitor is gebruikt bij het opstellen van de Bedrijventerreinenstrategie MRA en wordt tevens gebruikt om de uitvoering te monitoren. Daarnaast maken de MRA en provincie NoordHolland gebruik van de inzet van Projectbureau

2 Bron: onderstaande informatie is grotendeels afkomstig van www.metropoolregioamsterdam.nl (september 2023).

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA

12

Herstructurering Bedrijventerreinen (PHB). Het PHB werkt integraal aan de thema’s: herstructurering, georganiseerd beheer, verduurzaming, criminele inmenging en kennisdeling en -borging, in aanvulling op lokaal accounthouderschap. Het PHB: • staat dichtbij de ondernemers en dat is hun toegevoegde waarde, omdat daar uiteindelijk het werk moet gebeuren; • organiseert kennisbijeenkomsten over onderwerpen waarbij zij handvaten kan aanreiken (voor gemeenten en ondernemers) en kennis of het netwerk van heeft (direct en indirect); • gaat de natuur een centrale rol geven voor het aanjagen en ontzorgen van bedrijventerreinen die toekomstbestendig willen zijn/worden in de MRA. In 2024 werken zij dit nader uit. Een eerste stap is gezet met het toevoegen van het thema Klimaatadaptatie en het starten met een pilot. Ruimtelijk voorstel Het Rijk heeft de ambitie uitgesproken om meer regie te nemen in de ruimtelijke ontwikkeling, om de uitdagingen die verbonden zijn aan het gebruik en de verdeling van de schaarse ruimte het hoofd te bieden. Het noemt een gezamenlijke inzet van overheden, maatschappelijke organisaties en marktpartijen van groot belang: iedereen moet zijn eigen rol en verantwoordelijkheid pakken. Een belangrijke stap daarin is het ‘Ruimtelijk Arrangement’ dat het kabinet met elke provincie wil afsluiten.

Hierin maken het Rijk en de provincies wederkerige en bestuurlijke afspraken over de ruimtelijke inpassing en uitvoering van nationale opgaven. Het Ruimtelijk Voorstel biedt daar de basis voor. Het reageert op het ‘Startpakket Fysieke Leefomgeving’ dat de minister in december 2022 aan alle provincies toestuurde. Noord-Holland Het ‘ruimtelijk voorstel’ is een voorstel van de provincie aan het Rijk. Uitgangspunt is nog steeds de ambities beschreven in de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Maar om te zorgen dat Noord-Holland een gezonde, veilige en aantrekkelijke provincie blijft om te wonen en te werken is meer nodig. Dat komt naar voren in het ‘Ruimtelijk Voorstel’. De provincie Noord-Holland geeft aan wat ze te doen staat en wat zij nodig heeft van het Rijk om te voldoen aan de ambities voor de ruimtelijke ontwikkeling van Noord-Holland. De afgelopen jaren is gebleken dat er extra inspanningen nodig zijn om de ambities te bereiken, bijvoorbeeld om het woningtekort in te lopen. Er is aan het licht gekomen hoe scherp de keuzes zijn die moeten worden gemaakt. De noodzaak om de uitstoot van stikstof ver terug te dringen en om het watersysteem op een meer natuurlijke wijze vorm te geven zijn zulke kwesties. Er zijn ook

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA

ambities aangescherpt, zowel op rijksniveau (denk bijvoorbeeld aan de klimaatagenda) als in het provinciale coalitieakkoord en het bouwt voort op het MRA Verstedelijkingconcept. De bedrijventerreinenstrategie zal naast de invulling van regionale afspraken over het bedrijventerreinenbeleid in de MRA ook een bijdrage leveren als economische pijler onder het ruimtelijk voorstel aan het Rijk. Flevoland Het ‘ruimtelijk voorstel’ is een voorstel van de provincie aan het Rijk. Uitgangspunt is nog steeds de ambities beschreven in onze Omgevingsvisie en het Omgevingsprogramma. Maar om te zorgen dat Flevoland een gezonde, veilige en aantrekkelijke provincie blijft om te wonen en te werken is meer nodig. Dat komt naar voren in het ‘Ruimtelijk Voorstel’. Het belangrijkste doel van de provincie is een goede woon-, werk- en leefomgeving in heel Flevoland. Daarbij moet verstedelijking worden ingepast in een hoogwaardig landschap en passen bij de gerealiseerde en de geplande infrastructuur conform het bundelingsbeleid van de provincie. Aantrekkelijke woongebieden in een groen-blauwe omgeving maken Flevoland concurrerend met andere gebieden. De provincie Flevoland is bereid om ruimte te reserveren voor functies waarvoor in omliggende regio’s onvoldoende ruimte is.

De voorwaarde daarvoor is een evenwichtige ontwikkeling waarbij er een kwaliteitsimpuls moet worden aangetoond worden voor de omgeving. Samen met partners binnen en buiten het gebied biedt de provincie zicht op oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken, die het tempo van de ruimtelijke ontwikkelingen in Flevoland met zich meebrengt. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om achterblijvende bereikbaarheid, voorzieningenniveau, werkgelegenheid en andere meekoppelkansen.

1.3. Doel Bedrijventerreinenstrategie MRA Bedrijventerreinenstrategie MRA heeft tot doel om de ruimte voor werken/economie te positioneren voor zowel de bestaande bedrijventerreinen als nieuwe bedrijventerreinen en richt zich op de korte, middellange- en lange termijn (na 2030). De ruimte voor werken vertaalt zich in drie typen werklocaties: bedrijventerreinen, kantorenlocaties en informele werklocaties (ook wel gemengde woonwerkmilieus). Binnen de MRA is afgesproken dat de focus allereerst ligt op bedrijventerreinen: daar ligt de meeste urgentie en prioriteit, omdat dit de locaties zijn die vaak in beeld zijn voor transformatie naar wonen. Tegelijkertijd is er een directe relatie

13

met het overige stedelijke gebied, de informele locaties, voor het onderbrengen van bedrijvigheid met lage milieucategorieën die niet persé op een bedrijventerrein thuis horen. De Bedrijventerreinenstrategie MRA richt zich op de droge bedrijventerreinen en biedt input voor de bestuurlijke discussie binnen de MRA over ruimte voor economie. Naast economische en ruimtelijke aspecten zijn ook de maatschappelijke patronen relevant. Het vraagstuk van de haventerreinen, waar ook een tekort aan is, wordt uitgewerkt in het kader van NOVEX NZKG. Beiden hebben een relatie met elkaar, die daar waar nodig aan de orde komt.

1.4. Positionering Bedrijventerreinenstrategie MRA De ruimte is schaars, dus is een goede afstemming en afweging is nodig tussen alle ruimtevragers in de MRA, inclusief de bedrijventerreinen. Deze bedrijventerreinenstrategie met bijbehorend programma brengt de opgave in beeld, formuleert de strategie voor de MRA en stelt een programma voor met bijbehorende afspraken. In deze bedrijventerreinenstrategie worden geen keuzes gemaakt of besluiten genomen: dat is aan de bestuurders, raden en staten van de gemeenten en provincies. Deze Bedrijventerreinenstrategie MRA en bijbehorend programma dient als input voor in ieder geval de volgende trajecten: • Omgevingsverordening provincie NoordHolland. Deze Bedrijventerreinenstrategie MRA geeft invulling aan de regionale afspraken rond bedrijventerreinen. Vaststelling van de Bedrijventerreinenstrategie MRA inclusief de afspraken door de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten in de MRA is hiervoor nodig; • Ruimtelijk voorstel van de provincies als regisseur om de nationale opgaven te verbinden met de decentrale opgaven; • Rijks-Regio afspraken in het kader van de NOVEX MRA, inclusief de op te stellen Uitvoeringsagenda met maatregelen ten aanzien van investeringen, beleid en acties/ projecten; • MRA Agenda 2024-2028.

1.5. Interactief proces Deze bedrijventerreinenstrategie met bijbehorend programma is tot stand gekomen in overleg met gemeenten, met het BO platform Economie en het BO platform Ruimte, met het Rijk (EZK en BZK) en met de ORAM. Op verschillende momenten hebben zij notities besproken en/of onderschreven. Een belangrijke basis is de Redeneerlijn MRA Bedrijventerreinenstrategie (d.d. 2 juni 2023) die ook is gedeeld met het Rijk in het BO Leefomgeving. Gemeenten en provincies hebben vanuit hun kaderstellende rol en RO verantwoordelijkheid een belangrijke rol om uitvoering te geven aan de Bedrijventerreinenstrategie MRA en bijbehorend programma. Commitment van en draagvlak bij gemeente(rade)n en provincies en staten is nodig in een informele netwerksamenwerking als de MRA. De huidige opgave is anders dan voorheen, omdat de tekorten onomkeerbaar zijn en de focus meer dan voorheen ligt op de bestaande bedrijventerreinen. Dit vraagt om (meer) regie van gemeenten en provincies en tegelijkertijd om maatwerk aangezien de ambities en opgaven van de gemeenten divers zijn. Belangrijk onderdeel van het traject om te komen tot voorliggende bedrijventerreinenstrategie met programma zijn enerzijds de gesprekken en afspraken met het BO, DO en AO platform Economie en Ruimte en anderzijds de ambtelijke gesprekken die gevoerd zijn met de deelregio’s.

Uit de informatie en gesprekken met de deelregio’s blijkt dat alle gemeenten in meer of mindere mate ambities en/of beleid hebben en/of uitvoering geven aan de opgave waar de MRA als geheel voorstaat. Door gezamenlijk als MRA gemeenten op te trekken en de overeenkomsten per gemeente te destilleren, biedt de Bedrijventerreinenstrategie MRA en het programma kansen voor alle gemeenten, provincies, colleges en bestuurders. De uitdaging is hoe en wat nodig is om iedere gemeente en provincie in positie te zetten, zodat zij gezamenlijk de realisatie van het MRA Programma verder kunnen brengen.

De uitvoering van het programma en de afspraken vindt plaats langs de lijn van de samenwerking Plabeka en de in ontwikkeling zijnde Uitvoeringsagenda NOVEX MRA.

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA

14

2

Opgave

2.1. Toekomstbestendig voor inwoners en ondernemers De balans tussen wonen, werken en mobiliteit is een integrale opgave die meer aandacht verdient. Dit heeft ertoe geleid dat de afspraak om een bedrijventerreinenstrategie op te stellen in de Verstedelijkingsstrategie3 is opgenomen: Voor het bouwen van complete steden en hun economische ontwikkeling is het van belang dat we voldoende ruimte hebben voor de bedrijven en dat deze bereisbaar zijn voor de werknemers. Met het oog hierop ontwikkelen we een regionale bedrijventerreinenstrategie. Niet ieder bedrijf leent zich voor menging met woningbouw. Voor deze bedrijven, die wel belangrijk zijn voor de werkgelegenheid in de MRA, blijven voldoende ongemengde bedrijventerreinen nodig. Overheden en het bedrijfsleven in de Metropoolregio Amsterdam staan hierbij voor een regionale bedrijventerreinenopgave, die als volgt kan worden geformuleerd: Metropoolregio Amsterdam staat voor de opgave om te werken aan toekomstbestendige bedrijventerreinen voor de inwoners van de regio

De opgave heeft alles te maken met de ontwikkeling die de Metropoolregio Amsterdam doormaakt. De regio staat voor uitdagingen. De komende jaren komen er veel inwoners bij. Die hebben niet alleen woningen nodig, maar ook banen. Banen voor de volle breedte van de samenleving, banen die bijdragen aan de economie van de toekomst. Dat is een econo-mie die duurzaam is, waarin iedereen meedoet en iedereen meedeelt. Toekomstbestendi-ge bedrijventerreinen voor de inwoners van de MRA, spelen daarbij een grote rol. Bedrijventerreinen zijn heel belangrijk voor de MRA. Ze zijn goed voor 300.000 banen en €30 miljard aan omzet per jaar. Het zijn plekken waar de samenleving bij elkaar komt. Waar vele duizenden bedrijven werk bieden aan zowel praktisch, als theoretisch opgeleide inwo-ners. Vaak zijn dat inwoners van de gemeente waarin het bedrijventerrein ligt. De meest bedrijven op bedrijventerreinen zijn mkb bedrijven, geworteld in hun gemeente en deel van de lokale samenleving. Bedrijventerreinen zijn plekken waar jongeren stages vinden dicht-bij huis, waar we de ondernemers vinden die de lokale sportclubs sponsoren en waar maak-bedrijven nog een plek vinden.

3 Bron: Verstedelijkingsconcept MRA, in 2022 door het Rijk, gemeenteraden en de twee Provinciale Staten van de MRA onderschreven.

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA

15

Bedrijventerreinen kunnen een grote bijdrage leveren aan verduurzaming van de MRA. Het zijn de plekken voor de duurzame energie- en mobiliteitshubs die we nodig hebben. Plekken waar elektriciteit en warmte kunnen worden opgewekt en uitgewisseld met de woonomgeving. De circulaire economie kán niet zonder bedrijventerreinen, waar productstromen terug komen en creatief tot nieuwe producten worden gemaakt. Bedrijventerreinen zijn ook nodig om steden en dorpen te laten functioneren; stadsdistributie en storingsmonteurs hebben hun plek nodig. Wonen en werken staan niet los van elkaar. Toch dreigen bedrijventerreinen in de knel te komen. Honderden hectares ervan worden de komende jaren getransformeerd naar woningbouwlocaties. Tegelijk raken alternatieven in de vorm van uitgeefbare bedrijfskavels, in veel gemeenten op. Plannen voor nieuwe bedrijventerreinen zijn er bovendien maar weinig. Op veel plekken in de MRA is dit de huidige situatie. Daardoor dreigen bedrijven op bedrijventerreinen vast te lopen in hun ontwikkeling, terwijl ze zich vanwege de uitdagingen waarvoor de MRA staat, juist verder zouden moeten kunnen ontwikkelen. Hoe lossen we dit op? Door als gemeenten en provincies regionaal samen te werken op basis van een Bedrijventerreinenstrategie MRA.

De volgende paragrafen beschrijven de uitdagingen van de regio, het belang van bedrijventerreinen, het ruimtetekort en de doelstelling van de regionale bedrijventerreinenstrategie.

2.2. Groeiende MRA staat voor uitdagingen De MRA staat voor grote uitdagingen. Tot 2050 komen er naar verwachting 700.000 inwoners bij en 270.000 banen4. De komende tien jaar zal die groei waarschijnlijk het sterkst zijn. Het zijn duizelingwekkende getallen, in een gebied waar de druk op de ruimte nu al groot is en de welvaart ruimtelijk en sociaal niet evenwichtig is verdeeld. Economisch deed de regio het de afgelopen decennia goed. Door de combinatie van internationaal georiënteerde sectoren en een regionaal geworteld bedrijfsleven, werd de MRA een van de snelst groeiende economische regio’s van Europa. De regio scoort ook hoog bij buitenlandse investeerders. Maar er is ook een andere kant van de medaille. Succes is meer dan alleen economische groei. Kijken we breder, dan zien we vier wolken die hun schaduw beginnen te werpen over de MRA:

Figuur 4 Advies Raad voor de leefomgeving

Bron: Samen werken, kiezen voor toekomstbestendige bedrijventerreinen (Rli, oktober 2023)

4 Bron: Verstedelijkingsconcept 2050, metropool van grote klasse met menselijke maat (3 november 2021). In 2022 onderschreven door Rijk, gemeenteraden en provinciale staten.

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA

16

1. De groei wordt niet goed verdeeld Veel inwoners delen niet mee in het succes. Op het gebied van brede welvaart scoort de regio onder het Nederlandse gemiddelde5. De kansenongelijkheid neemt toe. De MRA kent meer rijkdom én meer armoede dan gemiddeld in Nederland. Eén op de tien MRA inwoners behoort tot de groep kwetsbaren, met een laag inkomen, geen diploma, een kwetsbare gezondheid en/of geen werk. 2. De groei is niet duurzaam genoeg De MRA staat voor grote transitieopgaven om zich toekomstbestendig, duurzaam en circulair te ontwikkelen en klaar te zijn voor klimaat- en energierisico’s. Een groot deel van de economie heeft een wereld te winnen om daar goed in mee te doen. Bewustwording bij ondernemers, energieprijzen en wetgeving versnellen weliswaar de verduurzaming van bedrijfspanden, maar het bedrijventerrein als geheel blijft vaak nog achter. 3. De groei is ruimtelijk uit balans Nadat in de jaren zeventig bedrijven en gezinnen de stad verlieten, werd de stad weer het centrum van de groei. Beter gezegd: de randen van de stad, waar de groei vooral werd geaccommodeerd. Het gebied aan de zuidkant van Amsterdam en rond Schiphol ontwikkelde zich tot een banenmotor en -magneet voor (kantoor)werknemers van elders. Op zich positief, maar het zorgt voor pendelstromen die het mobiliteitssysteem niet goed meer kan afwikkelen, terwijl er elders in de regio te weinig economie is. 4.

De groei maakt geen complete steden Bij complete steden horen bedrijventerreinen. Steeds meer verdwijnen er echter uit de stad. Transformatie is niets nieuws. In onbruik geraakte scheepswerven aan te krappe havenbekkens kregen al veel langer nieuwe bestemmingen. Anders dan voorheen gaat het echter niet meer om betere invullingen voor braakliggende resten van failliete complexen, maar om actieve uitplaatsing van florerende bedrijven. Anders dan voorheen zijn er meestal geen alternatieven meer om naartoe te kunnen verhuizen. Niet binnen de gemeente en niet binnen de meeste deelregio’s. De MRA wil een metropoolregio van grote klasse en menselijke maat worden (Verstedelijkingsconcept). Dat is niet alleen een ruimtelijke opgave, ook al komt het daar uiteindelijk samen, maar om te beginnen een maatschappelijke opgave. Inwoners en banen staan niet los van elkaar.

Nieuwe woningen kunnen we bouwen, mits inwoners de banen hebben om ze te kunnen betalen. Bij die opgave staat de MRA op een tweesprong. Doorgaan op de oude weg, waar sterke economische ontwikkeling de lage brede welvaart en de grote transitieopgaven verbloemen, met ruimtelijke disbalans en incomplete steden met verdwijnende bedrijventerreinen? Of kiest de MRA voor de weg van brede welvaart, duurzame en ruimtelijk evenwichtige groei, en complete steden met toekomstbestendige bedrijventerreinen? Dat laatste (conform NOVEX MRA). Het vraagt daarbij een sterke economie om de grote MRA ambities wáár te kunnen maken. De opgaven op het gebied van water en groen vragen een sterke economie, met ruimte voor lange termijn investeringen. Bedrijventerreinen kunnen bijdragen aan al die opgaven, mits we het belang ervan zien, de regio over voldoende bedrijventerreinen blijft beschikken en mits ze ‘toekomstbestendig’ worden.

2.3. Belang van bedrijventerreinen is groot Bedrijventerreinen, of beter gezegd bedrijven op bedrijventerreinen, kunnen bijdragen aan een MRA waarin de welvaart wordt gedeeld, op basis van een economie die duurzaam en ruimtelijk in balans is, in complete steden met een prettig leefklimaat. Het belang van bedrijventerreinen is groot. Bedrijventerreinen: •

•

•

Leveren een kwart van de werkgelegenheid in de MRA - in sommige deelregio’s meer dan twee derde – en zijn praktijkplekken voor innovatie. Deze banen worden grotendeels ingevuld door lokale en regionale arbeidskrachten, waarmee bedrijventerreinen bijdragen aan een economie waaraan iedereen mee kan doen. Bedrijventerreinen zijn nodig om de groeiende beroepsbevolking van de MRA een werkplek te geven, dichtbij huis; Bieden zowel de fysieke als de milieuruimte – er is een grote behoefte aan bedrijfskavels voor hogere milieucategorieën -, die nodig is voor de transitie naar een circulaire economie en duurzame energie. Nieuwe productieprocessen, energieopwekking en -opslag, het verwerken van afvalstromen naar nieuwe producten, hebben een plek nodig; Bieden de ruimte voor het vergroten van de biodiversiteit, meer ruimtelijke kwaliteit en

5 Bronnen: Economische Verkenningen MRA 2023 (2023), Brede welvaart voor de Metropoolregio Amsterdam, Henri L.F. de Groot (2023).

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA

17

•

•

•

een betere klimaatbestendigheid. Groene bedrijventerreinen zijn ook prettige werkplekken voor vitale werknemers; Ontwikkelen zich in toenemende mate tot centra voor praktijkonderwijs. Op steeds meer plekken werken bedrijfsleven en onderwijsinstellingen, vaak uit de directe omgeving, samen om hybride leeromgevingen aan te kunnen bieden. Daarbij leren studenten het vak op de werkvloer. Zo evolueren bedrijventerreinen steeds meer tot ‘praktijkcampussen’; Zijn plekken voor de technische bedrijven die de uitbreiding en verduurzaming van de woningvoorraad realiseren. De opgave is groot en de MRA wil zelf bijdrage leveren aan het oplossen ervan, in plaats van volledig afhankelijk te worden van vakmensen uit de rest van het land of uit het buitenland; Bieden plekken aan stadsverzorgende bedrijvigheid, zoals onderhouds- en reparatiebedrijven, groothandel en distributie/logistiek. Bedrijventerreinen in de steden worden steeds belangrijker voor stadsdistributie, met name ook aan de randen van gebieden waar zero emissiezones gelden.

Bedrijventerreinen in de Metropoolregio Amsterdam • De MRA beschikt over 253 bedrijventerreinen. De MRA bedrijventerreinen zijn de vestigingsplaats van circa 30.000 bedrijven, die samen circa 306.000 duizend banen genereren6. • Bedrijventerreinen leveren daarmee een kwart van de totale werkgelegenheid in de MRA. Naar schatting hangt twee vijfde van de totale werkgelegenheid in de MRA samen met bedrijventerreinen. • De werkgelegenheid op bedrijventerreinen in de MRA is in de afgelopen tien jaar met ruim vijftig duizend banen gegroeid. • De zakelijke dienstverlening is de grootste sector op bedrijventerreinen in de MRA, gemeten naar aantal banen, gevolgd door de industrie en de groothandel. • De meeste bedrijven op bedrijventerreinen in de MRA zijn mkb bedrijven, vaak met een sterke lokale binding. Bedrijventerreinen zijn belangrijke motoren van de lokale en regionale economie. • Op bedrijventerreinen wordt iets meer dan een vijfde van het bruto regionaal product van de metropoolregio verdiend: met €30 miljard leveren bedrijventerreinen een belangrijke bijdrage aan de economie van de MRA.

•

•

De totale netto oppervlakte bedrijventerreinen in de MRA bedraagt 8.384 hectare. Daarmee beslaan bedrijventerreinen 3% van de totale oppervlakte van de MRA. De MRA kent 77 bedrijventerreinen (30%) waar een bepaalde vorm van organisatie bestaat. Daarvan zijn er 39 bedrijventerreinen die beschikken over parkmanagement. Figuur 5 Oproep VNO NCW

Bron: website VNO NCW (2023)

Figuur 6 Bedrijventerreinen in de MRA

Bron: Atlas Plabeka (2023)

6 Bron: Monitor Plabeka (2023).

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA

18

2.4. Ruimte voor bedrijventerreinen in de knel Onderzoek in het kader van de Bedrijventerreinenstrategie MRA7 wijzen op een grote kwantitatieve opgave: tot 2040 is een aanvullende ruimtebehoefte voorzien van 630 ha (scenario laag) tot 1.100 ha (scenario hoog). De ruimtebehoefte kent drie componenten: groei van het bedrijfsleven, onttrekking van bedrijventerreinen door transformaties naar woningbouwlocaties en het opraken van het uitgeefbare aanbod van nieuwe bedrijventerreinen. De belangrijkste conclusies van de beleidsarme vraagramingen zijn:

in de MRA en alle deelregio’s. De grootste tekorten tot 2040 doen zich voor op de logistieke, hoogwaardige en gemengde bedrijventerreinen.

1. Er is sprake van een kwantitatieve mismatch tussen vraag en aanbod van bedrijventerreinen in de MRA en alle deelregio’s: Voor de hele MRA geldt tot 2040 dat de vraag naar droge bedrijventerreinen hoger is dan het aanbod (777 ha). Rekening houdend met de opties en reserveringen uit 2022 bedraagt het tekort aan droge bedrijventerreinen circa 670 tot 1.117 ha; 2. De vraag naar bedrijventerreinen is voor 30% tot 40% afkomstig van transformaties naar woningbouw (500 ha), afhankelijk van het scenario. Dit zijn bedrijven die nu gevestigd zijn op bedrijventerreinen in de MRA-gemeenten en daar banen bieden voor de inwoners; 3. De deelregio’s met de grootste autonome vraag vanuit het bedrijfsleven hebben tegelijkertijd ook de grootste oppervlakte aan transformatieplannen; 4. De transformatieoppervlakte concentreert zich met name in de deelregio’s AmstellandMeerlanden, Zaanstreek-Waterland en Amsterdam. Ook in de andere deelregio’s is sprake van transformatieplannen, waarbij het aantal hectares dat gemeenten willen transformeren wel lager ligt (zowel absoluut als relatief in verhouding tot het totale areaal); 5. De deelregio’s Amsterdam en ZaanstreekWaterland hebben minder aanbod van bedrijventerreinen beschikbaar dan de omvang van de eigen transformatieplannen, waardoor het totale areaal bedrijventerreinen er fors afneemt.

Dit geldt ook voor de deelregio’s Gooi- en Vechtstreek, Ijmond en ZuidKennemerland, maar in mindere mate. 6. De grootste tekorten aan bedrijventerreinen doen zich voor in de deelregio’s AmstellandMeerlanden, Amsterdam, Zaanstreek-Waterland en Almere Lelystad. 7. Er is sprake van een kwalitatieve mismatch tussen de vraag naar en het aanbod van type vestigingsmilieus van bedrijventerreinen

7 Bron: Vraagramingen Plabeka 2022-2040 (Bureau Buiten, 2022).

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA

19

Bedrijventerreinenopgave Metropoolregio Amsterdam MRA van grote klasse en menselijke maat Groei van Metropoolregio Amsterdam • • • • •

Toename +700.000 inwoners MRA in 2050 Groei beroepsbevolking +270.000 banen tot 2050 Komende 10 jaar groei naar verwachting sterkst Nu 293.300 banen op bedrijventerreinen in MRA Verwachting +29.600 banen bedrijventerreinen 2040

• • •

Hoort ruimte voor bedrijfsleven bij Inclusief ruimte voor bedrijven op bedrijventerreinen Niet alle bedrijven zijn immers mengbaar met wonen

Vraag* en aanbod tot 2040 (ha)

*waarvan ruim 500 ha door transformatie (T) 2.000

Groot tekort bedrijventerreinen MRA • • • • •

Groeiend tekort van 670 tot 1.117 ha tot 2040 500 ha daarvan als gevolg transformatie woningbouw Deelregio’s met grootste vraag, transformeren meest Sommige deelregio’s daardoor afnemend netto areaal Lokale en regionale bedrijfsleven komt in de knel

1.500 1.000 500 0

T

T

Laag scenario Vraag

Hoog scenario Aanbod

Veel transformatieplannen - weinig aan-bod Vraag en aanbod tot 2040 (ha) Almere Lelystad Amstelland-Meerlanden Amsterdam Gooi en Vecht Ijmond Zaanstad Waterland Zuid-Kennemerland 0

100 200 300 400 500 600 700

Vraag (laag scenario en incl. transformatie

Aanbod

Grote tekorten: gemengd, hoogwaardig en logistiek

Deelregio

Vraag

Transformatie

Aanbod

Almere Lelystad

187

15

368

AmstellandMeerlanden

465

160

267

Amsterdam

235

135

58

Gooi en Vecht

11

13

4

Ijmond

7

14

5

Zaanstad Waterland

242

151

75

Zuid-Kennemerland

19

13

0

MRA totaal

1.166

501

777

Tekorten per kwalitatief segment tot 2040 in Campus 3%

Ook kwalitatieve opgave: toekomstbestendige bedrijventerreinen “De 253 MRA bedrijventerreinen zijn belangrijk voor werkgelegenheid en regionale economie, en spelen een grote rol in duurzaamheidsopgaven; ze bieden veel kansen voor energietransitie, voor meer biodiversiteit, voor klimaatadaptatie en circulaire economie”

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA

Gemengd 25% Logistiek 36%

Industrieel 3%

Hoogwaardig 33%

20

Interpretatie uitkomsten •

•

•

•

Ook bij de ruimte voor bedrijventerreinen staat de MRA op een tweesprong. Waar in de afgelopen decennia de meeste deelregio’s nog over voldoende aanbod in de eigen deelregio konden beschikken (en veel gemeenten daarbinnen over voldoende aanbod binnen de eigen gemeente), zal dat in bijna alle deelregio’s de komende jaren opraken. In de meeste deelregio’s is er nog wat uitgeefbaar aanbod voor de eerstkomende jaren, maar zal er daarna geen nieuw aanbod meer zijn voor bedrijven met een ruimtevraag. Anders dan voorheen zijn er nauwelijks zachte plannen in ontwikkeling die voor nieuw aanbod kunnen zorgen. Plannen die er wel zijn, zijn in de meeste deelregio’s transformatieplannen. Die transformatieplannen, waarbij gemeentes ruimte voor economie actief omzetten naar ruimte voor wonen, gaan over veel bedrijventerreinen en grote oppervlakten. De meeste deelregio’s transformeren veel meer hectares bedrijventerreinen weg, dan dat er nog aan aanbod voorhanden is. Hierdoor zal in veel deelregio’s in de komende jaren het totale areaal aan bedrijventerreinen per saldo teruglopen. Dat is nieuw.

Na decennia van uitbreiding van het areaal bedrijventerreinen, tegelijk met een groei van zowel de economie als het inwonertal, zullen veel deelregio’s de komende jaren wél meer inwoners krijgen, met ook flinke toename van de beroepsbevolking (mensen waar banen voor nodig zijn), maar die groei moeten realiseren op een kleine(re) oppervlakte bedrijventerreinen. Dat is ruimtelijk een grote uitdaging. De tempo’s waarin de ontwikkelingen zich naar het uitziet zullen voltrekken, maken het extra complex. Op korte termijn, de komende paar jaren, zullen er nog geen knelpunten ontstaan. Er is dan nog wat aanbod en veel transformatieplannen zijn dan nog in ontwikkeling. Daarna wordt het spannend. Tegelijk met het opraken van het aanbod zullen langzamerhand grote oppervlakten aan bedrijventerreinen door transformatie worden onttrokken. Een klein deel van de gevestigde bedrijven zal mogelijk terug kunnen komen in de nieuwe plannen. Dit geldt niet voor degenen in de hogere milieucategorieën en ook niet voor degenen met bepaalde vervoersstromen. De meeste bedrijven echter zullen eerder al behoefte hebben gehad aan perspectief; veel transformaties gaan bij aanvang nog uit van gedeeltelijke economische functies, die gaandeweg echter veelal sneuvelen onder druk van woningbouw. Dat perspectief, in de vorm van uitbreidingsruimte, zal er binnen veel deelregio’s dan echter niet meer zijn.

Natuurlijk kunnen bedrijven met een ruimte-

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA

•

•

vraag de oplossing zoeken binnen de bestaande voorraad, en dat gebeurt nu ook al, maar dat de volledige ruimtevraag daarbinnen opvangen zou moeten worden, is een nieuwe situatie. Schuifruimte is nodig om lokale en regionale werkgelegenheid te kunnen behouden. Niet iedereen houdt voldoende over om veel reiskosten te kunnen maken. Ook daarom is werk binnen bereisbare afstand van de woning belangrijk. Waar kunnen bedrijven naartoe? Hoe groot kan de afstand zijn zonder de medewerkers te verliezen? Wat betekent het voor toeleveringsrelaties, en voor bijvoorbeeld de relatie met het plaatselijke vmbo en voor het sponsorcontract met amateurvoetbalclub? Wat betekent het voor brede welvaart en voor mobiliteit, omdat mensen die op bedrijventerreinen werken vaker (ook per fiets) uit de directe omgeving komen? Waarderen we bedrijven op bedrijventerreinen wel, als we transformeren maar niet compenseren? Als we bovendien weten dat ook de naburige regio’s, zoals Utrecht, Noord-Holland Noord en ZuidHolland een tekort aan ruimte voor bedrijven kennen? De nieuwe situatie stelt de steden voor vragen. Met hoe weinig oppervlakte kan de stad toe, zonder dat het functioneren van de stad in het geding komt? Flitsbezorgers bijvoorbeeld, zijn nu al niet meer welkom in de wijk en in het centrum.

Waar wel? Gaan we alles laten aanvoeren van buiten de deelregio? Hoe kunnen we werken we aan verduurzaming van de stedelijke distributie als we geen plekken in de stad meer houden vanwaar de elektrische bakfietsen kunnen vertrekken? Welke mogelijkheden zijn er omtrent het intensiveren van het ruimtegebruik? We willen reëel zijn in wat kan en wat niet kan en ondernemers perspectief bieden. Intensiveren lukt pas als private partijen weten dat een bedrijventerrein blijft. Terwijl transformatieplannen uitspreken over te grote gebieden, juist leidt tot stopzetting van investeringen (door onder-nemers) en opdrijving van grondprijzen (door speculanten). Hoe gaan we om met de ruimtebehoefte als gevolg van de algehele verzwaring van het elektriciteitsnetwerk, die op zichzelf niet is meegenomen in de vraagraming maar waarbij voor bijvoorbeeld verdeelstations wel vaak gekeken wordt naar bedrijventerreinen?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14096269/1