28 Bijlage 5 Ontwerp wijzigingsbesluit omgevingsplan Waddenbuurt Haarlem
Tekst van het document
Houtbouw Pact MRA 2026-2030 Het Houtbouw Pact MRA 2026-2030 is ondertekend door de gemeente Haarlem. Met het Houtbouw Pact MRA 2026-2030 zetten ondertekenaars uit de publieke sector, de private sector, de kennissector en overige betrokken sectoren stevige stappen om de transitie van houtbouw en biobased bouw naar een volgend niveau te brengen. In de komende vijf jaar committeren de ondertekenaars zich eraan om daadwerkelijk de afgesproken 20% van de MRA vastgoed-productie in houtbouw en biobased bouw in publiek-private Mees Ruimte & Milieu | 25227.OMPL
Pagina | 27
samenwerking te realiseren. Met dit pact zetten de ondertekenaars zich in om houtbouw en biobased bouw breed toe te passen, zodat de bouwsector sneller verduurzaamt en we kwalitatief hoogwaardige, gezonde en betaalbare woningen kunnen realiseren. 3.4.3.1 Relatie tot ontwikkeling In het plangebied wordt invulling gegeven aan de ambities die in het Houtbouw Pact zijn opgenomen. Zo wordt het gebouw blok 5 uitgevoerd in houtbouw. 3.4.3.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling is in lijn met de uitgangspunten van het Houtbouw Pact MRA 2026-2030.
Woondeal MRA De Woondeal MRA is op 15 maart 2023 vastgesteld door de deelnemende partijen van de MRA. In de Woondeal zijn afspraken gemaakt om te zorgen voor een versnelling in het oplossen van het woningtekort in de MRA. Om het huidige woningtekort aan te pakken is het noodzakelijk om de komende jaren het bouwtempo flink te verhogen en sneller en meer woningen bij te bouwen. In heel Nederland zijn tot en met 2030 in totaal 900.000 woningen nodig, 40.000 van deze woningen moeten worden gerealiseerd in de provincie Flevoland en 184.000 in de provincie Noord-Holland. De gemeenten in de MRA zetten zich, in samenwerking met corporaties en marktpartijen, in voor de realisatie van 171.200 woningen in de periode 2022 t/m 2030. Daarnaast zijn in de Woondeal MRA afspraken gemaakt om meer betaalbare woningen te realiseren en woningen te realiseren voor specifieke doelgroepen waaronder ouderen en verpleegzorgplekken. 3.4.4.1 Relatie tot ontwikkeling Er worden elf woongebouwen gesloopt met 264 sociale huurwoningen. De 264 te slopen sociale huurwoningen worden teruggebouwd in de sociale huur. Het voornemen is om maximaal 545 woningen te realiseren verdeeld over zes bouwblokken en gefaseerd uitgevoerd in drie fases. De 545 woningen bestaan maximaal uit 410 sociale huurwoningen, maximaal 100 woningen in het middensegment en 35 woningen in de vrije sector.
Onderhavige ontwikkeling zorgt per saldo voor een toevoeging van 281 woningen. In het programma is specifiek aandacht opgenomen voor bepaalde doelgroepen, waaronder ouderen. Daarmee geeft de ontwikkeling invulling aan de doelstellingen uit de Woondeal MRA. 3.4.4.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling geeft invulling aan de doelstellingen die zijn opgenomen in de Woondeal MRA.
Woonakkoord Zuid-Kennemerland 2021-2025 Het Woonakkoord Zuid-Kennemerland/IJmond 2021-2025 is een samenwerkingsdocument tussen de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Velsen en Zandvoort, opgesteld in samenwerking met de provincie Noord-Holland. Het beleidsstuk adresseert de urgente woonopgaven én de gezamenlijke ambities op het gebied van duurzaamheid. Hoofddoel is om in te spelen op de groeiende woningvraag, terwijl bijgedragen wordt aan de nationale doelen rond klimaat en duurzaamheid. Het beleidsstuk is op 18 december 2025 voor twee jaren verlengd door de gemeenteraad van Haarlem. Behoefte aan woningbouw De regio Zuid-Kennemerland/IJmond kampt met een acuut en structureel woningtekort. Het bestaande tekort aan woningen veroorzaakt stijgende koopprijzen en langere wachttijden voor sociale huurwoningen, waardoor het voor bepaalde doelgroepen, zoals starters en lagere inkomens, steeds moeilijker wordt een passende woning te vinden. De groei van het aantal huishoudens zorgt ervoor dat deze druk verder zal toenemen. Volgens provinciale prognoses blijft de huishoudensgroei tot ten minste 2040 aanhouden. Om deze groei te accommoderen is het noodzakelijk om 13.150 nieuwe woningen te realiseren in de periode 2019-2030, oftewel een bouwtempo van ten minste 1.200 woningen per jaar. In het voortgangsbericht (29
Mees Ruimte & Milieu | 25227.OMPL
Pagina | 28
november 2023) is opgenomen dat de ambities flink zijn verhoogd naar een woningbouwproductie van 18.350 woningen, conform de opgenomen aantallen in de MRA Woondeal. Uitgangspunt binnen het beleid is het creëren van een woningaanbod dat aansluit op de grootste tekorten. Prioriteit wordt gegeven aan betaalbare woningen, waaronder sociale huurwoningen en koopwoningen binnen het middensegment, om beter tegemoet te komen aan de woonbehoeften van starters, gezinnen en senioren. Daarnaast wordt ingezet op binnenstedelijke bouwlocaties, met nadruk op locaties nabij openbaarvervoerknooppunten. Dit minimaliseert de impact op het landschap en bevordert een duurzame stedelijke ontwikkeling. De regio streeft naar een evenwicht waarbij volkshuisvesting, economie, natuur en mobiliteit hand in hand gaan. 3.4.5.1 Relatie tot ontwikkeling Er worden elf woongebouwen gesloopt met 264 sociale huurwoningen. De 264 te slopen sociale huurwoningen worden teruggebouwd in de sociale huur. Het voornemen is om maximaal 545 woningen te realiseren verdeeld over zes bouwblokken en gefaseerd uitgevoerd in drie fases. De 545 woningen bestaan maximaal uit 410 sociale huurwoningen, maximaal 100 woningen in het middensegment en 35 woningen in de vrije sector. Onderhavige ontwikkeling zorgt per saldo voor een toevoeging van 281 woningen.
Bij de transformatie van de Waddenbuurt staat de ontwikkeling van een breder aanbod aan woningen centraal, variërend in type, grootte en prijsklasse, zowel op blok- als bouwveldniveau. Dit diverse woningaanbod, met aandacht voor de menselijke maat, zorgt ervoor dat bewoners zich thuis voelen en zich betrokken voelen bij hun buurt. De focus ligt op twee-, drie- en vierkamerwoningen. Hiermee draagt de ontwikkeling bij aan de doelstellingen uit het Woonakkoord Zuid-Kennemerland 2021-2025. 3.4.5.2 Conclusie De ontwikkeling is in lijn met het Woonakkoord Zuid-Kennemerland 2021-2025, omdat met de beoogde ontwikkeling wordt bijdragen aan het vergroten van het aantal woningen in de regio Zuid-Kennemerland.
Regionaal Waterprogramma Noord-Holland 2022-2027 Op 31 januari 2022 is het Regionaal Waterprogramma Noord-Holland 2022-2027 vastgesteld door de Provinciale Staten van Noord-Holland. Met dit programma wordt invulling gegeven aan het waterbeleid in Omgevingsvisie NH 2050 voor zover het uitvoering van Europese richtlijnen over water betreft. Een goede waterkwaliteit, duurzaam voorraadbeheer en bescherming tegen overstroming zijn de centrale elementen van het programma. Voor de deelprogramma’s oppervlaktewater, grondwater en overstromingsrisico’s is uitgewerkt welke doelen de provincie wil bereiken en hoe hieraan een bijdrage wordt geleverd met een breed pakket aan maatregelen. Daarbij wordt extra aandacht besteed aan natuurgebieden, drinkwaterwinningen en zwemwateren, die volgens Europese richtlijnen worden beschermd vanwege de specifieke eisen die hier gelden. 3.4.6.1 Relatie tot ontwikkeling In paragraaf 4.10 van voorliggende rapportage wordt nader het aspect water ingegaan. 3.4.6.2 Conclusie In paragraaf 4.10 is opgenomen dat het aspect water de ontwikkeling niet in de weg staat.
Mees Ruimte & Milieu | 25227.OMPL
Pagina | 29
GEMEENTELIJK BELEID Omgevingsvisie Haarlem 2045 De omgevingsvisie Haarlem 2045 is de integrale visie op de leefomgeving van Haarlem. De visie verbindt beleidsopgaven vanuit verschillende sectoren met elkaar op het gebied van bereikbaarheid, wonen, duurzaamheid, economie, sociale netwerken, cultuur, kortom alles dat hoort bij de stad. De omgevingsvisie schetst de koers voor de ontwikkeling van Haarlem en laat zien wat de gevolgen zijn van de keuzes gemaakt zijn in de openbare ruimte. Er worden zes strategische keuzes gemaakt in de omgevingsvisie: 1. Mengen en verdichten; 2. Buurtgericht ontwikkelen; 3. Vergroenen en vernatten; 4. Bevorderen gezonde leefomgeving; 6. Ruimte voor energietransitie; 7. Mobiliteitstransitie. Een aantrekkelijke woon- en werkstad is een stad die vraagt om stedelijke dynamiek. Een voorwaarde voor die dynamiek is voldoende geschikte en betaalbare ruimte om te wonen, te werken en met voorzieningen in de nabije omgeving, zoals een prachtig landschap. Bovendien moet de verhouding tussen het aantal inwoners en aantal, én type banen in de stad in balans zijn. Haarlem heeft als stad om in te wonen een blijvende aantrekkingskracht en wil aan die vraag tegemoet komen door het woningaanbod uit te breiden. Voor alle doelgroepen.
De ambitie is om zo te bouwen dat er ruimte is voor inwoners en ondernemers met de juiste vestigingsvoorwaarden (betaalbaarheid, aantrekkelijkheid, beschikbaarheid van ruimte, bereikbaarheid, etc.). Voorwaarde is wel dat toekomstige bebouwing complementair is aan de bestaande stad. 3.5.1.1 Relatie tot ontwikkeling Voor de Waddenbuurt zijn in de omgevingsvisie geen specifieke ambities benoemd, maar de zes strategische keuzes zijn evengoed van toepassing op deze ontwikkeling. Zoals uit de Ontwikkelvisie Molenwijk-Noord (zie paragraaf 2.3.1 blijkt zijn de uitdagingen hier groot en valt er dus veel te winnen door de opgave integraal te benaderen vanuit de zes strategische keuzes. Door in de buurt te verdichten en de diversiteit aan woningen en voorzieningen te vergroten - met meer aandacht voor één- en tweepersoonshuishoudens -, gebouwen en openbare ruimte te vergroenen en te verduurzamen, de auto minder te faciliteren en bewegen te stimuleren geven we alle zes de strategische keuzes een plek binnen deze ontwikkeling en dragen we bij aan de ambities van de stad. De schaal van het gebied en het gegeven dat er meerdere initiatieven spelen maken een integrale aanpak van gebouwen en buitenruimte mogelijk. Daarbij wordt ingespeeld op bestaande kwaliteiten, zoals de ligging nabij de Groene Zoom en parken en de aanwezigheid van grote, volwassen bomen.
Onderdeel van de Omgevingsvisie Haarlem is de integrale visiekaart. Op deze kaart is op de hoofdlijnen te zien hoe alles samenkomt in de fysieke leefomgeving.
Mees Ruimte & Milieu | 25227.OMPL
Pagina | 30
Figuur 11. Fragment integrale visiekaart, plangebied globaal zwart omcirkeld (bron: Omgevingsvisie Haarlem 2045)
Het plangebied is weergegeven in figuur 14 en aangeduid als ‘Ontwikkelzone’ met ‘Ruimte voor energie (voorlopig)’. Een goed ingerichte leefomgeving speelt een belangrijke rol bij in het realiseren van duurzame mobiliteit, waarbij zowel de behoeften van de huidige als toekomstige generaties centraal staan. Het streven naar een optimaal evenwicht tussen bereikbaarheid, economie, leefkwaliteit, gezondheid en klimaat. Binnen deze ontwikkelzones ligt de nadruk op de ontwikkeling van gemengde stedelijke milieus. Suburbane woonmilieus bevinden zich voornamelijk in de omliggende gemeenten van Haarlem. De huidige woningbouwopgave is dan ook vooral geconcentreerd binnen de ontwikkelzones en enkele grotere ontwikkelprojecten. Door stedelijke ontwikkelingen met elkaar te verbinden binnen één gebiedsontwikkeling, ontstaat de mogelijkheid om deze integraal te benaderen en de openbare ruimte hier actief in te betrekken. Op deze manier wordt gebouwd aan volwaardige en toekomstbestendige stadsdelen, waarin koppelkansen optimaal worden benut. De ontwikkelingen leveren zo een waardevolle bijdrage aan belangrijke maatschappelijke opgaven zoals klimaatadaptatie, de energietransitie, het versterken van een inclusieve stad met een sterk sociaal weefsel en het bevorderen van een gezonde leefomgeving.
Ten slotte wordt binnen het plangebied geïnvesteerd in een uitbreiding van het sociale voorzieningenniveau. Sociale voorzieningen vormen een belangrijk onderdeel van de ruimtelijke en sociale structuur van de Waddenbuurt. Ze zijn buurtgericht en kleinschalig en dragen bij aan ontmoeting, levendigheid en sociale samenhang. In blok 2 in het plangebied wordt ruimte geboden voor een buurtkamer aan het Waddenpark. In blok 5 komt kleinschalige daghoreca. Daarnaast wordt onderzocht of in blok 5 een kinderdagopvang kan
Mees Ruimte & Milieu | 25227.OMPL
Pagina | 31
worden ingepast en ten slotte is in blok 7 ruimte voor werk opgenomen. Zo kan je hier een plek bieden aan kleine ondernemers, creatieve starters en buurtbewoners die een werkplek zoeken. Een goed voorbeeld is een makelaardij, die een lokale functie bezit. 3.5.1.2 Conclusie De functie van de ‘Ontwikkelzone’ wordt ingevuld met de ontwikkeling van extra woningbouw. Hierbij wordt gestreefd naar een gevarieerd woningaanbod in verschillende prijsklassen, met een nadruk op sociale huurwoningen. Op deze manier ontstaat een gemengd stedelijk milieu waar ruimte is voor uiteenlopende doelgroepen en woonbehoeften. Rondom de nieuwe gebouwen wordt ruim aandacht besteed aan groen en openbare ruimte. Er worden parken, groenstroken en verblijfsplekken gerealiseerd die de wijk een open en groene uitstraling geven. Deze groene inrichting nodigt bewoners uit om actief gebruik te maken van de openbare ruimte en bevordert ontmoeting, gezondheid en sociale samenhang binnen de Waddenbuurt. Ten slotte is ruimte opgenomen in het plangebied voor uitbreiding van het sociaal voorzieningenniveau, zoals een buurtkamer, kleinschalige horeca en ‘ruimte voor werk’. Door de combinatie van betaalbare woningbouw en een kwalitatieve groene leefomgeving draagt de ontwikkeling bij aan een toekomstbestendige, leefbare en inclusieve wijk. De beoogde ontwikkeling is in lijn met de Omgevingsvisie Haarlem.
Volkshuisvestingprogramma Haarlem 2026-2030 Het Volkshuisvestingprogramma Haarlem 2026-2030 is vastgesteld door de gemeenteraad van Haarlem op 18 december 2025. Het Volkshuisvestingsprogramma heeft als speerpunt het toevoegen van 12.000 woningen in de periode 2025-2040, waarvan 40% sociaal en 40% voor middeninkomens. De 10 belangrijkste speerpunten zijn: 1. Koers houden op het toevoegen van nieuwbouw met als doel 12.000 nieuwe woningen in 2040, waarbij de nadruk ligt op het uitvoeren van de bestaande plancapaciteit; 2. Vasthouden aan realisatie van 40% sociale huur; 3. Meer nadruk op het middensegment (40% totaal van huur en koop). 4. Passend aanbod realiseren voor ouderen samen met partners (Actieprogramma Wonen en Zorg); 5. Inzet op de realisatie van collectieve woonvormen en gemeenschapsvorming; 6. Slimmer gebruik van de woningvoorraad (kamergewijze verhuur en hospitaverhuur); 7. Versterken funderingsaanpak; 8. Huurders en woningzoekenden ondersteunen met betere informatie; 9. Energietransitie: van beleid naar uitvoering en bestrijden van energie-armoede; 10. Beleid uitvoeren samen met de regio, provincie en Rijksoverheid. Het Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 heeft de woonvisie vervangen.
Het Haarlemse woonbeleid is sinds 2018 gericht op het toevoegen van 40% sociale huur, 40% in het middensegment (24% van het totale programma in het lage middensegment) en 20% vrije sector. Aan de westkant van de stad is het beleid gericht op 50%-30%-20%. Voor de periode 2025 tot en met 2040 worden 12.000 woningen toegevoegd, waarvan ruim 7.000 woningen tot en met 2030. Dit komt neer op gemiddeld 1.200 extra woningen per jaar tot en met 2030. Het programma richt zich op groepen woningzoekenden die meer ondersteuning nodig hebben, omdat de woning, woonvorm of ondersteuning die ze nodig hebben afwijkt van de norm, of omdat zij zonder voorrangspositie geen woning kunnen krijgen. Het Actieprogramma Wonen en Zorg 2025-2030 ('Gewoon Samen Thuis') bevat opgaven en actiepunten voor ouderen en mensen met een zorg/ondersteuningsbehoefte en is integraal onderdeel van het Volkshuisvestingsprogramma. Voor studenten wordt becijferd dat er in de periode 2023/2024 en 2031/2032 300 extra woningen nodig zijn. Naast de realisatie van de 300 geplande
Mees Ruimte & Milieu | 25227.OMPL
Pagina | 32
studentenwoningen is de inzet om aanvullend 100 extra studenten- of jongerenwoningen toe te voegen. Hierbij is het delen van voorzieningen het uitgangspunt. Toekomstbestendig wonen betekent meer dan energiezuinigheid en aardgasvrij. Het vraagt integrale oplossingen: woningen die bestand zijn tegen hitte, droogte en wateroverlast, gebouwd en gerenoveerd met oog voor circulariteit en natuur, en ingericht op gezondheid en sociale verbondenheid. Tegelijk moeten woningen betaalbaar en toegankelijk blijven, ook voor mensen in een kwetsbare positie. Voor houtbouw geldt de ambitie dat gemiddeld jaarlijks 20% van de woningbouw houtbouw is volgens het Houtbouw Pact MRA 2026-2030. De inzet is om halverwege de periode de ambitie te verhogen van 20% naar 30% woningen met hout/biobased materialen. Daarnaast wil het programma de veerkracht in kwetsbare buurten en complexen versterken. In wijken, buurten en complexen waar sprake is van eenzijdig aanbod van corporatiewoningen, is er een grotere kans op verminderde veerkracht en leefbaarheidsproblemen. Door alternatieve manieren van toewijzing mogelijk te maken, kunnen bewoners met meer en minder veerkracht samen wonen in buurten of complexen.
3.5.2.1 Relatie tot ontwikkeling De herontwikkeling van de Waddenbuurt draagt bij aan een groter en gevarieerder woningaanbod in Haarlem door 545 woningen en per saldo een toevoeging van 281 woningen te realiseren in verschillende segmenten. Daarbij worden 410 sociale huurwoningen gerealiseerd, waardoor starters meer kansen krijgen op een betaalbare woning. Daarnaast worden ook woningen in het midden- en hogere segment toegevoegd, wat zorgt voor een diverse en evenwichtige samenstelling van bewoners in de wijk. De buurt krijgt een open en verbindend karakter, met tal van ontmoetingsplekken in de vorm van openbare ruimten en groene parken die de sociale samenhang versterken. De herontwikkeling wordt uitgevoerd door woningcorporatie Pré Wonen in samenwerking met de gemeente Haarlem. Bij de bouw van de wooncomplexen wordt klimaatadaptief en natuurinclusief gewerkt, met aandacht voor duurzaamheid en een toekomstbestendige leefomgeving. 3.5.2.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling is in lijn met het Volkshuisvestingprogramma Haarlem 2026-2030.
Nota kaders en instrumenten sociale huur en middensegment De Nota Kaders en Instrumenten Sociale huur en Middensegment is eind 2018 vastgesteld door de gemeenteraad van Haarlem. Eind 2022 heeft een actualisatie Haarlemse spelregels voor woningbouwprogrammering plaatsgevonden voor nieuwbouw sociale huur en middensegment. Op stedelijk niveau wordt gestuurd op een verdeling van 40% sociale huur, 40% midden huur/koop en 20% vrije sector. Voor nieuwe initiatieven en projecten met meer dan negen woningen aan de oostzijde van het Spaarne geldt de hiervoor genoemde verdeling. Voor projecten met meer dan negen woningen aan de westzijde van het Spaarne geldt een verdeling van 50% sociaal en 50% vrij, met daarbij een nadrukkelijke inspanningsverplichting om binnen het vrij in te vullen deel circa 30% te realiseren in het (lage) middeldure segment. Op deze manier ontstaat een gedifferentieerd woonprogramma, waarmee verschillende doelgroepen binnen de stad kunnen wonen. 3.5.3.1 Relatie tot ontwikkeling Er worden elf woongebouwen gesloopt met 264 sociale huurwoningen. De 264 te slopen sociale huurwoningen worden teruggebouwd in de sociale huur. Het voornemen is om maximaal 545 woningen te realiseren verdeeld over zes bouwblokken en gefaseerd uitgevoerd in drie fases.
De 545 woningen bestaan maximaal uit 410 sociale huurwoningen, maximaal 100 woningen in het middensegment en 35 woningen in de vrije sector. Onderhavige ontwikkeling zorgt per saldo voor een toevoeging van 281 woningen. Het project is gelegen aan de oostkant van het Spaarne, waardoor voor het plangebied geldt dat, behoudens de ontwikkeling van de corporatiewoningen van Pré Wonen, voldaan moet worden aan de verdeling van 40%
Mees Ruimte & Milieu | 25227.OMPL
Pagina | 33
sociale huur, 40% midden huur/koop en 20% vrije sector. Zo blijft het aanbod van sociale huur- en middensegmentwoningen gewaarborgd. 3.5.3.2 Conclusie De ontwikkeling is in lijn met de Nota Kaders en Instrumenten Sociale Huur en Middensegment.
Economische Visie Haarlem en Economische Agenda 2023-2026 In juni 2020 is de Economische visie Haarlem met bijbehorende Economische Agenda 20202024 vastgesteld. Een tweede Economische Agenda is vastgesteld voor de periode 2023-2026. De aanleiding voor de economische visie is de behoefte aan voldoende werk- gelegenheid in de stad, een gezonde arbeidsmarkt en een duurzame en circulaire economie. Werkgelegenheid behouden, stimuleren en aantrekken is belangrijk voor extra dynamiek en heeft een positief effect op de leefbaarheid, bereikbaarheid en duurzaamheid van Haarlem. De Economische agenda 20232026 geeft uitvoering aan deze ambitie. Hierbij staat het versnellen en opschalen van de circulaire economie en impact ondernemen centraal. Haarlem is dé creatieve stad van toegepaste innovatie. De proeftuin om innovatie te testen, op te schalen en te vermarkten. Bedrijven, kennis- en onderwijsinstellingen en overheden werken samen aan innovatieve oplossingen voor maatschappelijke opgaven. Samen vormen deze partijen een krachtig ecosysteem, versterken de economie en werkgelegenheid en dragen bij aan een duurzame, inclusieve en vitale stad. Een van de actielijnen voor de komende jaren is het positioneren van Haarlem als creatieve stad van toegepaste innovatie. Toerisme en recreatie passen hierbinnen.
3.5.4.1 Relatie tot ontwikkeling Binnen het plangebied wordt geïnvesteerd in een uitbreiding van het sociale voorzieningenniveau. Sociale voorzieningen vormen een belangrijk onderdeel van de ruimtelijke en sociale structuur van de Waddenbuurt. Ze zijn buurtgericht en kleinschalig en dragen bij aan ontmoeting, levendigheid en sociale samenhang. In blok 2 in het plangebied wordt ruimte geboden voor een buurtkamer aan het Waddenpark. In blok 5 komt kleinschalige daghoreca. Daarnaast wordt onderzocht of in blok 5 een kinderdagopvang kan worden ingepast en ten slotte is in blok 7 ruimte voor werk opgenomen. Zo kan je hier een plek bieden aan kleine ondernemers, creatieve starters en buurtbewoners die een werkplek zoeken. Een goed voorbeeld is een makelaardij, die een lokale functie bezit. De realisatie van de voorzieningen zorgt voor werkgelegenheid binnen het plangebied wat een positief effect heeft op de leefbaarheid van het plangebied. 3.5.4.2 Conclusie De ontwikkeling is lijn met de Economische Visie Haarlem en Economische Agenda 2023-2026.
Richtlijn Duurzaam Bouwen De Haarlemse gemeenteraad heeft op 25 februari 2020 de Richtlijn Duurzaam Bouwen vastgesteld. Met deze richtlijn wil de gemeente Haarlem een helder kader bieden voor duurzaam bouwen, waarin de belangrijkste uitgangspunten uit het gemeentelijk beleid zijn vastgelegd. Het doel van de richtlijn is om de beleidsdoelstellingen op het gebied van duurzaamheid te bundelen en te vertalen naar concrete uitgangspunten voor bouwontwikkelingen binnen de stad. Daarbij staat centraal dat duurzaamheid op het juiste moment en op de juiste manier een plek krijgt binnen het planproces. Tevens beoogt de gemeente haar duurzaamheidsambities eenduidig te communiceren naar zowel interne als externe partijen. Vanuit het gelijkwaardigheidsbeginsel worden aan alle initiatiefnemers heldere en consistente eisen gesteld, waarbij tegelijkertijd ruimte blijft voor maatwerk en flexibiliteit.
Mees Ruimte & Milieu | 25227.OMPL
Pagina | 34
De richtlijn vertaalt het Haarlemse duurzaamheidsbeleid naar specifieke uitgangspunten op projectniveau, die zijn onderverdeeld in vijf hoofdthema’s: 1. Energie en warmte 2. Klimaatadaptatie 3. Groen en ecologie 4. Circulariteit 5. Mobiliteit 3.5.5.1 Relatie tot ontwikkeling In alle woonstraten van de Waddenbuurt is de auto ondergeschikt aan groen, fietsers en voetgangers. De rijwegen worden versmald, met langsparkeren aan één zijde. Dankzij een centrale route en diverse dwarspaden ontstaat een logisch netwerk van langzaamverkeersroutes. Bij bouwpercelen met sociale woningbouw (Pré Wonen) wordt ruimte gereserveerd voor Warmte-Koude Opslag (WKO) als onderdeel van de duurzame energievoorziening (Blok 1, 2, 4, 5 en 6b). De Waddenbuurt is aangewezen als toekomstig gebied voor een zeer-lage-temperatuur warmtenet. Bij de herinrichting van openbare ruimte hiermee rekening gehouden, zodat nieuwe en bestaande gebouwen hierop kunnen aansluiten. De Waddenbuurt draagt met haar robuuste groenstructuur bij aan de stedelijke biodiversiteit, met ruimte voor insecten, vogels en kleine zoogdieren. Het Waddenpark vormt de groene hoofdas voor flora en fauna en sluit aan op het omliggende groen. De beplanting versterkt de biodiversiteit en draagt bij aan de wateropvang en infiltratie, terwijl het park tegelijk de leefkwaliteit voor bewoners verhoogt.
Bomen, hagen, kruidenrijke bermen, heesters en binnentuinen vormen een aaneengesloten groen netwerk door de hele buurt. De gebouwen worden duurzaam, efficiënt en flexibel ontworpen, met aandacht voor kosten, materiaalgebruik en toekomstig aanpasbaar wonen. De casco’s zijn gebouwd voor de lange termijn, terwijl de inbouw eenvoudig te vervangen en te hergebruiken is. Alle onderdelen worden demontabel ontworpen, zodat materialen hoogwaardig hergebruikt of gerecycled kunnen worden. Waar mogelijk worden hernieuwbare en circulaire materialen toegepast om de uitputting van grondstoffen te beperken. 3.5.5.2 Conclusie De ontwikkeling is in lijn met de Richtlijn Duurzaam Bouwen.
Strategisch plan Klimaatadaptatie (2022) In 2050 wil de gemeente Haarlem volledig klimaatbestendig zijn, zodat de stad de gevolgen van klimaatverandering goed kan opvangen. Dit Strategisch Plan Klimaatadaptatie beschrijft hoe Haarlem dat doel wil bereiken. Het plan bestaat uit twee delen. Deel 1 bevat de strategie om Haarlem klimaatbestendig te maken. Deel 2 biedt een doorkijk naar de benodigde acties om deze strategie in de praktijk te brengen. Door extremer weer neemt de kans op wateroverlast, hittestress, droogte en overstromingen toe. Om weloverwogen keuzes te maken in het klimaatadaptatiebeleid is inzicht nodig in de bijbehorende inspanningen. Daarom is, op basis van het beleid uit deel 1, een voorstel opgesteld voor een uitvoeringsplan. Het uitvoeringsplan is opgebouwd rondom vier hoofdthema’s:
Klimaatbestendige nieuwbouw Klimaatbestendige openbare ruimte Klimaatbestendige particuliere ruimte Handelen bij en na calamiteiten
Mees Ruimte & Milieu | 25227.OMPL
Pagina | 35
3.5.6.1 Relatie tot ontwikkeling De gebouwen worden duurzaam, efficiënt en flexibel ontworpen, met aandacht voor kosten, materiaalgebruik en toekomstig aanpasbaar wonen. De casco’s zijn gebouwd voor de lange termijn, terwijl de inbouw eenvoudig te vervangen en te hergebruiken is. Alle onderdelen worden demontabel ontworpen, zodat materialen hoogwaardig hergebruikt of gerecycled kunnen worden. Waar mogelijk worden hernieuwbare en circulaire materialen toegepast om de uitputting van grondstoffen te beperken. Daarnaast draagt De Waddenbuurt met haar robuuste groenstructuur bij aan de stedelijke biodiversiteit, met ruimte voor insecten, vogels en kleine zoogdieren. Het Waddenpark vormt de groene hoofdas voor flora en fauna en sluit aan op het omliggende groen. De beplanting versterkt de biodiversiteit en draagt bij aan de wateropvang en -infiltratie, terwijl het park tegelijk de leefkwaliteit voor bewoners verhoogt. Bomen, hagen, kruidenrijke bermen, heesters en binnentuinen vormen een aaneengesloten groen netwerk door de hele buurt. 3.5.6.2 Conclusie De ontwikkeling is in lijn met het Strategisch plan Klimaatadaptatie.
Stedelijk waterplan 2024-2033 Water is van levensbelang. Zonder water is er geen groen, geen dierenleven, geen drinkwater, geen verkoeling en geen ruimte voor recreatie. Haarlem is van nature een waterrijke stad, met oppervlaktewater zoals de Ringvaart, de Mooie Nel en het Spaarne. Via deze waterlopen wordt boezemwater uit de polders en hemelwater afgevoerd richting het Noordzeekanaal bij Spaarndam. Al dat water vraagt om goed beheer. De gemeente heeft hierbij verschillende wettelijke taken, zoals het inzamelen en afvoeren van stedelijk afvalwater naar de waterzuivering, het voorkomen van waterverontreiniging en het zorgvuldig omgaan met hemelwater. Het Plan Stedelijk Water in Haarlem beschrijft hoe de gemeente het bestaande watersysteem wil behouden én aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In het plan staan de beleidskaders, de benodigde menskracht, de investeringen en de manier waarop dit alles wordt gefinancierd. De uitvoering van het plan is uitgewerkt in vier thema’s: Stedelijk afvalwater en hemelwater Grondwater Oppervlaktewater Klimaatadaptatie 3.5.7.1 Relatie tot ontwikkeling De gebouwen en buitenruimten in de Waddenbuurt zijn ontworpen om bestand te zijn tegen de effecten van klimaatverandering, waarbij zowel hevige piekbuien als langdurige hete en droge periodes voorkomen.
Regenwater wordt zo veel mogelijk lokaal hergebruikt of geïnfiltreerd in de bodem, waardoor het waterbeheer duurzaam en efficiënt verloopt. Het Waddenpark speelt hierbij een centrale rol; het park bestaat grotendeels uit wadi’s en mogelijk een vijver, die gezamenlijk zorgen voor wateropvang en infiltratie voor de gehele buurt. Daarnaast zijn er diverse aanvullende mogelijkheden om water te bergen, zoals onder speelvelden, in straatbermen (met verdiepte ligging rekening houdend met bestaande bomen), onder wegen en parkeerterreinen via waterbergende funderingen, en op wegen zelf. In de huidige situatie is een verouderd drainagestelsel aanwezig. Nieuwe drainage onder de openbare wegen en geplande wadi’s wordt aanbevolen om afvoer en infiltratie te verbeteren. Hemelwaterberging, al dan niet in combinatie met hergebruik, voldoet aan specifieke eisen: een minimale capaciteit van 70 liter per m² bebouwd en (half)verhard oppervlak, een maximale lozing van 3 liter per m² per uur op het openbare riool met een maximum van 3 m³ per uur per perceel, en na 24 uur minimaal 25 liter per m² en na 60 uur minimaal 70 liter per m² beschikbaar. De verwerkingsvolgorde van het water volgt het principe: eerst infiltratie in de bodem, vervolgens afvoer naar oppervlaktewater, daarna naar de hemelwaterriolering en uiteindelijk naar gemengde of vuilwaterriolering.
Mees Ruimte & Milieu | 25227.OMPL
Pagina | 36
3.5.7.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling is in lijn met het stedelijk waterplan 2024-2033.
Groenbeleid (2022) Groen in de stad is onmisbaar voor een leefbare toekomst; een gezond ecosysteem draagt direct bij aan een gezonde leefomgeving, in een gezonde staf is er aandacht voor zowel mensen als dieren. Momenteel tonen zowel de gezondheid van de inwoners als de biodiversiteit in de stad een negatieve trend. Hoe groter en diverse de biodiversiteit, hoe veerkrachtiger en duurzamer de leefomgeving in de toekomst zal zijn. Het Groenbeleidsplan beschrijft hoe de ambitie ‘Haarlem gaat op groen!’ gerealiseerd wordt. Dit gebeurt aan de hand van vier speerpunten, die zijn opgesteld op basis van analyses en een participatief proces met betrokken stakeholders: 1. 2. 3. 4.
Naar een kwalitatieve, groenere woonomgeving Naar een klimaatbestendige stad Naar een meer biodiverse stad Naar een groenbewustere stad
3.5.8.1 Relatie tot ontwikkeling Het uitgangspunt is dat de openbare ruimte zoveel mogelijk invulling geeft aan de vuistregel 3-30-300. Dit betekent dat vanuit elke woning ten minste drie bomen zichtbaar zijn, minimaal dertig procent van de openbare ruimte groen en onverhard is, en dat binnen een straal van maximaal 300 meter vanaf elke woning een groengebied van voldoende omvang (zoals een park of groot plantsoen) bereikbaar is. Voor de Waddenbuurt geldt dit ruimschoots: binnen 300 meter van iedere woning liggen het Romolenpark en het Molenburgpark, en daartussen bevindt zich bovendien het Waddenpark. In de regels van het omgevingsplan is een aanduiding ‘minimum percentage groen’ opgenomen om te garanderen dat het minimale benodigde percentage groen per bouwblok wordt behaald. 3.5.8.2 Conclusie De ontwikkeling is conform de doelstellingen en uitgangspunten van het Groenbeleidsplan.
Ecologisch beleidsplan Het Ecologisch Beleidsplan is in 2019 geactualiseerd. Het geeft een goed overzicht waar waardevolle natuur aanwezig is en welke ontwikkelingskansen er liggen in de huidige groenstructuur. Voor vergroting van biodiversiteit was het nodig om de ecologische structuur en het ecologisch netwerk verder te detailleren en gereed te maken voor de ontwikkeling van het nieuwe Groenbeleidsplan en het nieuw ruimtelijke afwegingskader, het Omgevingsplan. Het is van belang de huidige groenstructuur te benutten en tegelijkertijd meer in te richten op, en te beheren voor de ecologische functie. 3.5.9.1 Relatie tot ontwikkeling In het plangebied wordt een robuuste groenstructuur opgenomen dat bijdraagt aan de stedelijke biodiversiteit, met ruimte voor insecten, vogels en kleine zoogdieren. Het Waddenpark vormt de groene hoofdas voor flora en fauna en sluit aan op het omliggende groen. De beplanting versterkt de biodiversiteit en draagt bij aan de wateropvang en -infiltratie, terwijl het park tegelijk de leefkwaliteit voor bewoners verhoogt. Bomen, hagen, kruidenrijke bermen, heesters en binnentuinen vormen een aaneengesloten groen netwerk door de hele buurt. 3.5.9.2 Conclusie De ontwikkeling is in lijn met het Ecologisch beleidsplan.
Mees Ruimte & Milieu | 25227.OMPL
Pagina | 37
Nota ruimtelijke kwaliteit De Nota Ruimtelijke Kwaliteit (NRK) geeft een integrale stadsbrede visie op ruimtelijke kwaliteit die voor ieder nieuw ruimtelijk plan de basis vormt. De gemeenteraad stelde de nota op 28 juni 2012 vast. Het bestaat uit twee delen. Het eerste deel laat zien waar Haarlem haar kracht en ambitie ligt. De relatie tussen duurzaamheid, in de zin van toekomstbestendigheid en de kwaliteit van de leefomgeving, cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit, is een belangrijk thema van de visie. Er zijn tien regels geformuleerd die een prioriteit voor ruimtelijke ontwikkeling in Haarlem aangeven en die als volgt zijn gedefinieerd: 1. Kiezen voor toekomstbestendigheid; 2. Synergie tussen toekomst-, gebruiks- en belevingswaarde staat centraal; 3. De bestaande kwaliteit is het vertrekpunt; 4. Gebouwen en buitenruimtes vormen samen de stad; 5. De lange lijnen maken de stad herkenbaar; 6. Beeldbepalende plekken* bepalen de identiteit van de stad; 7. Gedeelde weelde en gedeelde verantwoordelijkheid; 8. De gebiedstypologie moet meegenomen worden in afwegingen; 9. De gemeente volgt haar uitgezette koers; 10. Durf te kiezen en doe dat vooraf. 3.5.10.1 Relatie tot ontwikkeling Voor het plangebied De Waddenbuurt wordt een beeldkwaliteitsplan vastgesteld. In het beeldkwaliteitsplan worden de criteria bepaald voor de uiterlijke vormgeving van de gebouwen in het plangebied.
Aanvragen van omgevingsvergunningen voor bouwwerken worden getoetst aan de uitgangspunten die zijn vastgesteld in het beeldkwaliteitsplan. Daarmee zijn de randvoorwaarden uit de Nota ruimtelijk kwaliteit niet van toepassing op het plangebied. 3.5.10.2 Conclusie Er wordt voor het plangebied een beeldkwaliteitsplan vastgesteld. Aanvragen van omgevingsvergunningen voor bouwwerken worden getoetst aan de uitgangspunten die zijn vastgesteld in het beeldkwaliteitsplan. Daarmee zijn de randvoorwaarden uit de Nota ruimtelijk kwaliteit niet van toepassing op het plangebied.
Structuurvisie Openbare Ruimte Op 21 december 2017 is de 'Structuurvisie openbare ruimte 2040' door de gemeenteraad vastgesteld. De Structuurvisie openbare ruimte is een deelherziening van het Structuurplan uit 2005, en gaat alleen over de openbare ruimte en het buitengebied. De drie belangrijkste thema's uit de structuurvisie zijn: mooi, veerkrachtig en sterk. Uit deze thema's volgen de vier belangrijkste doelen van de structuurvisie: 1. Aantrekkelijke stad; 2. Gezonde stad; 3. Metropolitaanse economie; 4. Bereikbare stad. Met de Structuurvisie openbare ruimte wil Haarlem de kwaliteit en beleving van de openbare ruimte verbeteren. De stad moet prettig, verbindend en toegankelijk zijn voor bewoners, bezoekers en de regio, met goede verbindingen voor voetgangers, fietsers, openbaar vervoer en autoverkeer. De brede doelstelling is samengevat onder de titel: ‘Haarlem 2040, groen en bereikbaar’. Om de kwaliteit van de openbare ruimte te waarborgen, is het nodig keuzes en prioriteiten te stellen. Haarlem groeit, de gebruiksdruk neemt toe en er zijn steeds meer eisen, zowel boven als onder de grond: aparte busbanen, meer fietsers, waterberging, meer bomen en gescheiden afvalinzameling. Daarnaast vraagt klimaatverandering om aanpassing van de inrichting. Het oppervlak van de openbare ruimte groeit echter niet mee met de toenemende gebruikers en functies.
Mees Ruimte & Milieu | 25227.OMPL
Pagina | 38
Tot nu toe stond vaak één beleidsterrein centraal, waardoor randvoorwaarden van verschillende functies elkaar in de weg zitten. Haarlem heeft daarom behoefte aan een integrale visie, waarin de diverse claims worden afgewogen en heldere keuzes worden gemaakt, zodat vitale functies zoals voetgangersruimte, plantsoenen en speelruimte niet worden verdrongen. De Structuurvisie biedt kaders voor toekomstige projecten, waardoor deze sneller en goedkoper kunnen worden uitgevoerd. De visie geldt voor het gehele gemeentelijke grondgebied, waarbij sommige onderwerpen zoals groen en mobiliteit ook op regionale schaal worden bekeken. 3.5.11.1 Relatie tot ontwikkeling De openbare ruimte vormt de drager van het plan en bepaalt de contouren van de bouwpercelen. De gehele buurt krijgt één samenhangende en herkenbare uitstraling, waarin het groen een prominente rol speelt. De straten vormen een familie van elkaar door een consistent gebruik van materialen en vormgeving, terwijl het Waddenpark zich onderscheidt door een eigen karakter en identiteit. Met de herontwikkeling wordt ingezet op een woningaanbod dat beter aansluit bij de huidige en toekomstige woonbehoeften. Er worden nieuwe woningen toegevoegd en een aangenaam, groen en klimaatbestendig woonmilieu gerealiseerd.
Zowel de bebouwing als de buitenruimte krijgen een heldere, eigentijdse opzet, waarbij oude en nieuwe structuren op een logische en harmonieuze manier met elkaar worden verbonden. 3.5.11.2 Conclusie De ontwikkeling is in lijn met de Structuurvisie openbare ruimte.
Mobiliteitsbeleid 2021 De Haarlemse gemeenteraad heeft op 23 september 2021 nieuw Mobiliteitsbeleid vastgesteld. Hiermee wil Haarlem een aantrekkelijke, gezonde en goed bereikbare stad blijven, terwijl de stad groeit. Het bereikbaar houden van de groeiende stad is een grote uitdaging. Oude oplossingen als het verbreden of toevoegen van wegen en parkeerplaatsen zijn niet meer voldoende. Het vraagt om een verandering waarbij voorrang wordt gegeven aan schone manieren van vervoer, die zo min mogelijk ruimte innemen: de mobiliteitstransitie. Met dit Mobiliteitsbeleid maakt Haarlem de keuze hoe vorm te geven aan deze transitie. Met de vaststelling van dit beleid gaat Haarlem de bereikbaarheid anders aanpakken. Dit betekent:
De voetganger en fietser krijgen prioriteit. Een snelheid van 30 km uur wordt de norm en bij alle nieuwe wegontwerpen wordt voortaan eerst gekeken naar de ruimte voor de voetganger en fietser. Het Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) wordt evenwichtiger over de stad verdeeld en het autoverkeer wordt zoveel mogelijk gebundeld op de hoofdroutes. Een uitrol voor gereguleerd parkeren wordt opgesteld, waarin gereguleerd parkeren wordt ingezet op plekken met een hoge parkeerdruk. Het streven is dat in 2030 het merendeel van de korte afstanden binnen Haarlem te voet of per fiets afgelegd worden en meer dan de helft van de verplaatsingen vanuit of naaf Haarlem met het openbaar vervoer (OV) of de fiets plaatsvinden.
3.5.12.1 Relatie tot ontwikkeling De Waddenbuurt wordt een aantrekkelijke en veilige wijk voor voetgangers en fietsers. Het plangebied is uitstekend bereikbaar per fiets. Daarnaast is de Waddenbuurt goed bereikbaar via het openbaar vervoer doordat er op de Europaweg, de Zuiderzeelaan en de Groningenlaan meerdere bushaltes beschikbaar zijn. Hierdoor ontstaan er volop mogelijkheden om zich gemakkelijk met het openbaar vervoer binnen Haarlem te verplaatsen. Voor een nadere uiteenzetting van het onderdeel verkeer, wordt verwezen naar paragraaf 4.6 van deze motivering. 3.5.12.2 Conclusie De ontwikkeling is in lijn met het mobiliteitsbeleid.
Mees Ruimte & Milieu | 25227.OMPL
Pagina | 39
Nota parkeernormen 2025 De Nota Parkeernormen beschrijft het parkeerbeleid van de gemeente Haarlem en geeft richtlijnen voor het realiseren van voldoende fiets- en autoparkeerplaatsen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Deze nota vervangt de Beleidsregels Parkeernormen 2015. Voor elke ontwikkeling geldt hetzelfde uitgangspunt: de initiatiefnemer is primair verantwoordelijk voor het op een goede en toekomstbestendige manier organiseren van zowel fiets- als autoparkeren. De gemeente biedt met deze nota een duidelijk kader om ervoor te zorgen dat parkeervoorzieningen bijdragen aan een duurzame, toegankelijke en leefbare stad. 3.5.13.1 Relatie tot ontwikkeling Het plangebied biedt ruimte voor de realisatie van parkeerplaatsen voor auto’s. Daarnaast vormt fietsparkeren een integraal onderdeel van de ontwerpopgave. De fietsenstallingen worden op zorgvuldige wijze opgenomen in het ontwerp van elk woongebouw, of in een lage aanbouw tussen twee gebouwen. Voor een nadere toelichting op het onderwerp parkeren wordt verwezen naar paragraaf 4.6 van deze motivering. 3.5.13.2 Conclusie De ontwikkeling is in lijn met de nota parkeernormen.
Beleidsregel berging nieuwe woongebouwen Haarlem 2018 De Beleidsregel Bergingen Nieuwe Woongebouwen Haarlem 2018 is op 18 december 2018 door de gemeente Haarlem vastgesteld en in werking getreden. Deze beleidsregel biedt duidelijkheid en uniformiteit bij de toepassing van de eisen voor bergingen — zoals voor fietsen en scootmobielen — conform het Bouwbesluit 2012. Voor iedere woning met een gebruiksoppervlakte groter dan 50 m² geldt dat er een niet-gemeenschappelijke, afsluitbare buitenberging aanwezig moet zijn voor het stallen van fietsen of scootmobielen. De beleidsregel geeft nadere specificaties ten aanzien van:
Het vereiste aantal fietsparkeerplaatsen per woning in gemeenschappelijke stallingen; De minimale voorzieningen voor scootmobielen, zoals oppervlakte, logistiek en oplaadmogelijkheden; De kwaliteitseisen met betrekking tot toegankelijkheid, inrichting en bruikbaarheid van de bergingen.
3.5.14.1 Relatie tot ontwikkeling De realisatie van de collectieve fietsenstalling wordt bij de voorgenomen ontwikkeling uitgevoerd conform de Beleidsregel Bergingen Nieuwe Woongebouwen Haarlem 2018. Voor een nadere toelichting op het onderwerp parkeren wordt verwezen naar paragraaf 4.6 van deze motivering. 3.5.14.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling is in lijn met Beleidsregel Bergingen Nieuwe Woongebouwen Haarlem 2018.
Nota hoogbouwprincipes De Nota Hoogbouwprincipes 2018 is een beleidsnota van de gemeente Haarlem, vastgesteld in december 2018. In deze nota legt de gemeente de kaders en uitgangspunten vast voor het realiseren van hoogbouw binnen de stad. De nota onderscheidt twee hoogtecategorieën. Gebouwen hoger dan tien bouwlagen (circa 30 meter) en gebouwen hoger dan zes bouwlagen (circa 20 meter), wanneer deze zich bevinden in beschermde gebieden.
Mees Ruimte & Milieu | 25227.OMPL
Pagina | 40
De hoogbouwprincipes dienen als hulpmiddel om initiatieven zorgvuldig te beoordelen en om ontwikkelaars en ontwerpers te begeleiden naar een ruimtelijk en stedenbouwkundig optimaal resultaat. De beoordeling vindt plaats in drie stappen: 1. Principes op stedelijk niveau 2. Principes op omgevingsniveau 3. Principes op gebouwniveau Volgens de nota is hoogbouw uitsluitend passend op specifieke locaties waar deze een meerwaarde heeft voor de ruimtelijke en stedenbouwkundige structuur van de stad, zoals: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
In de as van een grote weg Op een belangrijk kruispunt Bij de entree van de wijk of stad Aan belangrijke openbare ruimtes Rondom OV knooppunten Rondom centra van voorzieningen Herontwikkeling eigenstandige terreinen
3.5.15.1 Relatie tot ontwikkeling De bouwhoogtes zijn afgestemd op de schaal van de verschillende delen van de buurt. In de middenzone vormt de bebouwing een overgang tussen de lagere bouwhoogtes van Molenwijk en de hogere bebouwing langs de Europaweg, met gebouwen van drie tot vijf lagen. Aan de zuidoostelijke hoek is een hoogte tot zeven lagen toegestaan. Langs de zuidrand van het Waddenpark en bij bouwpercelen met binnentuinen is de hoogte beperkt tot vier lagen om schaduwvorming te beperken en voldoende daglicht te waarborgen. Gebouwen achter bestaande eengezinswoningen krijgen een maximale hoogte van twee lagen met kap, passend bij de bestaande bebouwing. Langs de Europaweg komen de hoogteaccenten: torens op de hoeken van de Zwemmerslaan en Zuiderzeelaan, herkenbaar van grotere afstand en maximaal elf tot dertien lagen, markeren de entrees van Schalkwijk en Molenwijk en versterken de identiteit van het gebied. Voor de gebouwen die een bouwhoogte van 30 meter overschrijden is een hoogbouweffectrapportage opgesteld. Dit is opgenomen in paragraaf 4.19. Figuur 12. Bouwhoogtes (in lagen) (bron: PvEL Waddenbuurt)
Mees Ruimte & Milieu | 25227.OMPL
Pagina | 41
3.5.15.2 Conclusie De ontwikkeling is in lijn met de nota bouwhoogteprincipes.
Handboek Inrichting Openbare Ruimte Het Handboek Inrichting Openbare Ruimte Haarlem (HIOR) is een richtlijnendocument van de gemeente Haarlem. Waarin de visie, uitgangspunten en richtlijnen vastgelegd voor de manier waarop de openbare ruimte binnen de stad wordt ingericht, beheerd en onderhouden. Het HIOR fungeert als beleids- en uitvoeringskader voor alle stadsdelen van Haarlem en beschrijft hoe elementen als straten, pleinen, groen, water, straatmeubilair, verharding en infrastructuur vorm moeten krijgen. Het doel van het handboek is het bewaken van een eenduidige kwaliteit en samenhang in de openbare ruimte, zodat vergelijkbare typen straten en gebieden op een consequente en herkenbare manier worden ingericht. Daarnaast bevat het document zowel strategische uitgangspunten (de visie op de stad en haar openbare ruimte) als technische richtlijnen (details over bijvoorbeeld materiaalgebruik, boomkransen, groeninrichting en waterbeheer). 3.5.16.1 Relatie tot ontwikkeling De wijk wordt gekenmerkt door robuust en verbonden groen. Groene ruimtes, bermen en paden vormen een samenhangend netwerk dat de wijk verbindt met de Groene Zoom en de omliggende buurten. Dit groen vormt een samenhangende ecologische en recreatieve structuur, waarin de auto een ondergeschikte rol speelt ten opzichte van de voetganger en fietser.
Bij de verdere ontwikkeling wordt voortgebouwd op de karakteristiek van de naoorlogse stedenbouw. De open verkaveling, de ritmiek en de samenhangende bouwensembles blijven behouden en krijgen een eigentijdse vertaling. De bebouwing behoudt een menselijke schaal en versterkt de relatie tussen woning en openbare ruimte, waardoor een harmonieuze en herkenbare woonomgeving ontstaat. Daarnaast wordt ingezet op het versterken van sociale interactie en gemeenschapszin. De openbare ruimte en de plinten van gebouwen worden zo vormgegeven dat zij uitnodigen tot ontmoeting, verblijf en activiteit. Collectieve tuinen en multifunctionele plekken bieden ruimte voor gezamenlijk gebruik en worden, in samenwerking met bewoners, ingericht om eigenaarschap en sociale cohesie te stimuleren. 3.5.16.2 Conclusie De ontwikkeling is in lijn met HIOR.
Mees Ruimte & Milieu | 25227.OMPL
Pagina | 42
4
ASPECTEN FYSIEKE LEEFOMGEVING BESCHERMEN VAN DE GEZONDHEID Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Gelet op de centrale rol van het gezondheidsaspect binnen de Omgevingswet dient dit aspect breed te worden gemotiveerd. Betrek bij de motivering de maatschappelijke doelen uit artikel 1.3 Omgevingswet en licht toe hoe dit aspect zich verhoudt tot de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Beargumenteer vanuit dat oogpunt dat de kwaliteit van de leefomgeving door de activiteit verbetert dan wel niet (onevenredig) verslechtert. Milieubelastende activiteiten (mba's) zijn niet in alle gevallen aan de orde. In deze paragraaf moet dus een check worden gedaan of het Bkl, Bal of Bbl instructieregels bevatten die relevant zijn voor het project.
Beleidskader Nationale Omgevingsvisie en Ladder voor een Gezonde Leefomgeving De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de Ladder voor een Gezonde Leefomgeving (RIVM, 2021) stellen dat een gezonde leefomgeving schoon, veilig en inclusief is, en uitnodigt tot bewegen, ontmoeten en ontspannen. De Waddenbuurt vertaalt deze kaders naar de wijk door:
fysieke gezondheid te bevorderen met aantrekkelijke routes voor wandelen en fietsen;
mentale gezondheid te versterken via contact en ontmoeting in een groene omgeving;
sociale cohesie te stimuleren door een inclusieve woonomgeving met ruimte voor alle leeftijden en inkomensgroepen.
Regionale Nota Gezondheidsbeleid 2021-2028 De Regionale Nota Gezondheidsbeleid 2021-2028 voor de regio Kennemerland, getiteld "Samen Gezond in Kennemerland," biedt een kader voor het bevorderen van gezondheid en welzijn binnen gemeenten als Haarlem, Heemskerk, en Bloemendaal. Dit regionale beleid is afgestemd op de landelijke gezondheidsdoelen en richt zich op het aanpakken van gezondheidsproblemen vanuit een breder sociaal en fysiek perspectief. Het beleid richt zich op vijf hoofdthema's: 1. Verbetering van de fysieke en sociale leefomgeving - Door een omgeving te creëren die inwoners stimuleert tot beweging en gezonde keuzes, zoals gezondere stadsinrichting. 2. Vermindering van gezondheidsverschillen - Gericht op mensen met een lagere sociaaleconomische status (SES), die vaak te maken hebben met slechtere gezondheidsuitkomsten. 3. Mentale veerkracht van jongeren - Met specifieke aandacht voor de toenemende prestatiedruk en sociale media-invloeden. 4. Gezond ouder worden - Dit richt zich op het bevorderen van vitale en zelfstandige leefomstandigheden voor ouderen. 5. Leefstijlverbetering - Door preventie van roken, alcoholmisbruik en overgewicht aan te moedigen. Deze thema’s worden lokaal verder uitgewerkt en uitgevoerd in samenwerking met onder andere
Mees Ruimte & Milieu | 25227.OMPL
Pagina | 43
gezondheids- en welzijnspartners, scholen en sociale teams, waarbij preventie en integrale samenwerking centraal staan
Toetsing De herontwikkeling van de Waddenbuurt richt zich niet alleen op fysieke vernieuwing, maar op het creëren van een gezonde, veilige en sociaal hechte leefomgeving. Waar het PvEL de uitgangspunten formuleerde voor leefkwaliteit, werkt het stedenbouwkundig plan deze door in concrete ruimtelijke en programmatische keuzes. De herstructurering van de wijk sluit daarmee aan op de Gemeentelijke- en landelijke ambities voor een gezonde leefomgeving zoals opgenomen in Omgevingsvisie Haarlem 2045, de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de Omgevingswet. De geplande ontwikkeling binnen het plangebied draagt bij aan een betere fysieke en sociale leefomgeving. Het ontwerp stimuleert ontmoeting en betrokkenheid tussen bewoners, met als doel een inclusieve samenleving waarin iedereen kan meedoen, een bijdrage levert naar vermogen en rekening houdt met elkaar, zonder iemand uit te sluiten. Voor een goed functionerende woonbuurt is diversiteit essentieel. Bij de transformatie van de Waddenbuurt staat de ontwikkeling van een breder aanbod aan woningen centraal, variërend in type, grootte en prijsklasse, zowel op blok- als bouwveldniveau. Dit diverse woningaanbod, met aandacht voor de menselijke maat, zorgt ervoor dat bewoners zich thuis voelen en zich betrokken voelen bij hun buurt. De focus ligt op twee-, drie- en vierkamerwoningen.
Het plan biedt een gevarieerd woningaanbod voor verschillende doelgroepen. De mix van appartementen in uiteenlopende prijsklassen bevordert de sociale samenhang, vergroot de veiligheid in de wijk en voorkomt een eenzijdige bewonerssamenstelling. De leefkwaliteit wordt versterkt door: een heldere, leesbare buurtstructuur met korte verbindingen en veilige oversteekplaatsen; een robuust groen raamwerk waarin het Waddenpark de centrale drager is van ecologie, wateropvang en ontmoeting; groene binnenterreinen die zorgen voor rust en beschutting, maar ook sociale interactie bevorderen; en actieve plinten met buurtfuncties, met collectieve en individuele woningentrees en gemeenschappelijke voorzieningen. Daarnaast wordt met de Waddenbuurt een klimaatbestendig wijk gerealiseerd: Water wordt geborgen via wadi’s en open water, en infiltratie vermindert piekbelasting op het riool. De wijk draagt bij aan hittestressreductie door schaduwrijke bomen, minder verharding en voldoende doorwaadbaar groen. Natuurinclusieve maatregelen, zoals nestelvoorzieningen en groene daken, vergroten biodiversiteit. Ten slotte wordt met het plan een sociaal veilige en herkenbare woonomgeving gerealiseerd. De ruimtelijke opzet versterkt de identiteit van de Waddenbuurt als onderdeel van Molenwijk.
Door herinterpretatie van de naoorlogse stedenbouw wordt de bestaande wijkstructuur verbeterd en leesbaarder, vernieuwd met eigentijdse architectuur en een menselijke maat. Entrees en woningen zijn georiënteerd op het park of de straat, wat zorgt voor een verbetering van de sociale veiligheid en levendigheid. De Waddenbuurt draagt daarmee bij aan de landelijke doelstellingen voor een gezonde leefomgeving: meer groen, meer ontmoeting, meer beweging en meer kwaliteit van leven.
Conclusie Het aspect gezondheid vormt geen belemmering voor het plangebied Waddenbuurt.
Mees Ruimte & Milieu | 25227.OMPL
Pagina | 44
GELUID DOOR ACTIVITEITEN In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geluid. Het betreft geluid door activiteiten (wegen, spoorwegen en industrieterreinen e.d.) en specifieke activiteiten (windturbines e.d.). De instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) voor geluid wijzen geluidgevoelige gebouwen en ruimten aan ter bescherming van mensen tegen geluid. In de aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen is de functie van belang, te weten: Woonfunctie Onderwijsfunctie Bijeenkomstfunctie voor kinderopvang Gezondheidszorgfunctie Op het moment dat een van bovenstaande functies ontwikkeld wordt, zal middels een geluidsonderzoek aangetoond moeten worden of er voldaan wordt aan de wettelijke standaardwaarde geluid of de grenswaarde geluid uit het Bkl. Deze waarden zijn van toepassing op het geluid door alle geluidbronnen van een geluidbronsoort. De onderstaande tabel geeft de waarden weer. Geluidbronsoort Provinciale wegen Rijkswegen Gemeentewegen Waterschapswegen Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen Industrieterreinen Industrieterreinen
Standaardwaarde (tabel 5.78t Bkl) 50 Lden
Grenswaarde (tabel 5.78u Bkl) 60 Lden
53 Lden
70 Lden
55 Lden
65 Lden
50 Lden 40 Lnight
55 Lden 45 Lnight
Op het moment dat wordt voldaan aan de standaardwaarde, is het geluid in ieder geval aanvaardbaar en de kans op gezondheidsschade klein. Het bevoegd gezag heeft de mogelijkheid om meer geluid dan de standaardwaarde als aanvaardbaar te beoordelen, maar dan dient aan een aantal wettelijke eisen te worden voldaan. Voorbeelden hiervan zijn dat er geen geluidbeperkende maatregelen getroffen kunnen worden om aan de standaardwaarde te voldoen of dat de geluidbeperkende maatregelen zorgen voor zoveel mogelijk beperking van overschrijding van de standaardwaarde. Geluid boven de grenswaarde is niet toegestaan, behoudens enkele uitzonderingen. Zo kan bij zwaarwegende economische of andere maatschappelijke belangen, onder voorwaarden, een overschrijding van maximaal 5 dB van de grenswaarde worden toegestaan. Wel dient als compensatie daarvoor te worden nagedacht over het realiseren van een geluidluwe gevel. Er zijn ook andere gebouwen en locaties die niet zijn aangeven als geluidgevoelig. Voorbeelden hiervan zijn: kantoren, recreatiewoningen, begraafplaatsen of parken. Hiervoor geldt dat de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid kan bepalen vanuit haar taak ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Zodra in een gebouw of op een locatie met zekere regelmaat en voor een langere tijd personen kunnen verblijven dient het onderdeel geluid nader bekeken te worden.
De praktijk wijst uit dat een goede locatiekeuze van activiteiten of functies meestal voldoende is voor het bereiken van het gewenste beschermingsniveau. De instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) beperken zich tot geluidgevoelige gebouwen en geluidgevoelige ruimten. Deze instructieregels verschillen (deels) per type geluidsbron zoals bedrijven en wegen. Daarnaast moet er gekeken worden naar geluid van alle geluidbronnen samen. Tot slot geldt voor geluidsnormen van onversterkt menselijk stemgeluid, zoals dat van spelende kinderen op een schoolplein, dat dit niet met waarden wordt gereguleerd. Volgens artikel 5.59 van het Bkl moet het omgevingsplan regelen dat het geluid dat wordt veroorzaakt door een activiteit op een geluidsgevoelig gebouw (zoals woningen)
Mees Ruimte & Milieu | 25227.OMPL
Pagina | 45
aanvaardbaar is. In een omgevingsplan kunnen, om het stemgeluid van spelende kinderen te reguleren, voorschriften worden opgenomen. Dit kan bijvoorbeeld zijn ten aanzien van het aantal kinderen dat tegelijkertijd buiten mag spelen om een aanvaardbaar geluidniveau te behouden. Binnen de onderhavige wijzigingsbesluit omgevingsplan worden geluidgevoelige gebouwen (woningen) gerealiseerd. In dit kader is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar weg- en railverkeerslawaai en naar de activiteiten van de kerk, tandartspraktijk en kinderdagverblijven in het binnengebied. Dit onderzoek is in januari 2026 uitgevoerd door M+P Raadgevende Ingenieurs B.V. en als bijlage bij deze motivering opgenomen.
Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen
De beoogde woongebouwen zijn gelegen binnen het aandachtsgebied van verschillende wegen. Er is een geluidsonderzoek verricht naar de geluidbelasting veroorzaakt door deze wegen op de gevels van de woongebouwen in de verschillende bouwblokken. Op basis van het ‘oude’ geluidbeleid van de gemeente Haarlem moet bij verschillende geluidniveaus maatregelen toegepast worden om te voldoen aan de kaders die in het beleid zijn opgenomen. In het akoestisch onderzoek zijn deze maatregelen op genomen in tabel: Tabel 1.
Toepassing maatregelen en geluideis bij geluidniveau (bron: Akoestisch onderzoek M+P)
Bovenstaande eisen zijn de voorwaarden die het beleid stelt. De maatregelen betreffen de situatie indien het éénzijdige appartementen betreft. De geluidsluwe zijde kan eventueel ook een andere gevel met buitenruimte betreffen. Voor flats met een centrale ontsluiting is dit meestal niet realiseerbaar. De maatregelen komen globaal op de volgende voorzieningen neer: Balkonafscherming: Gesloten borstwering, 1,2 m hoogte. Absorberende plafond. Gesloten balkonbeglazing: Geheel afsluitbare balkonbeglazing. Geluidsreducerende ventilatievoorziening met voldoende capaciteit voldoende om achterliggende slaapkamer(s) te spuien Absorberend plafond. Voor de blokken is de geluidbelasting in kaart gebracht. De geluidbelasting op de gevels van de woningen bij de blokken 1 t/m 3 en blok 6 liggen onder de standaardwaarde, waardoor geen nadere maatregelen nodig zijn.
Mees Ruimte & Milieu | 25227.OMPL
Pagina | 46
Tabel 2.
Geluidbelasting op gevel blokken (bron: Akoestisch onderzoek M+P)
Blok Blok 4 west
Blok 4 noord Blok 5
Blok 7 toren
Blok 7 noord
Blok 7 zuid
Gevel Noordgevel Zuidgevel Westgevel Noordgevel Noordgevel Oostgevel Westgevel Noordgevel Oostgevel Westgevel Noordgevel Oostgevel Westgevel Westgevel