20230353886 2 Bijlage: Versterken Denk- en Uitvoeringskracht VTH, gemeente Haarlem
Tekst van het document
De instrumentaanbieder verleent, na de beoordeling door de toelatingsorganisatie, toestemming aan een kwaliteitsborger om zijn instrument in de praktijk te mogen toepassen. Daarnaast houdt de instrumentaanbieder toezicht op de juiste toepassing en werking van het instrument. Er komt een openbaar register, beheerd door de toelatingsorganisatie, waarin de toegelaten instrumenten en kwaliteitsborgers opgenomen worden. Daarbij wordt aangegeven bij welke gevolgklasse deze instrumenten toegepast kunnen worden, wie de instrumentaanbieder is en welke kwaliteitsborgers dit instrument mogen toepassen. Figuur 3 geeft de relaties nader weer tussen de verschillende actoren, de kwaliteitsborging en instrumenten.
Figuur 3: overzicht instrumenten kwaliteitsborging
1.4 Het bouwproces onder de Wkb Onder de Wkb is publiek toezicht nog steeds van belang maar dit wordt op een andere manier ingevuld. De melder moet namelijk verantwoording afleggen aan de gemeente over het voldoen aan 21 Senze®
Burgemeester van Karnebeeklaan 6, 2585 BB Den Haag - E: info@senze.nl | 070 – 205 74 27 KVK: 27304708 | RABO: NL13RABO0146298519 | BTW: NL8183.91.443.B01
de bouwtechnische voorschriften. In het nieuwe bouwproces zijn er verschillende momenten waarop hij of zij in contact treedt met de gemeente. Vooraf: melding bouwactiviteit Vóór aanvang van een bouwproject moet in de meeste gevallen een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit zijn verkregen. Daarna, uiterlijk 4 weken vóór de start van de bouwwerkzaamheden, dient bij de gemeente aan te worden geven voor welke kwaliteitsborger is gekozen en welk instrument toegepast gaat worden. Bij deze melding bouwactiviteit worden alle benodigde gegevens en bescheiden aangeleverd, waarna de termijn van 4 weken aanvangt. De gemeente kan administratief controleren of deze kwaliteitsborger bevoegd is om met dit instrument te werken en of het instrument een toegelaten instrument is, dat passend is voor het betreffende bouwwerk. Het gaat hier enkel over de bouwtechnische eisen van bouwwerken. De gemeente blijft dus bevoegd gezag voor eisen vanuit het omgevingsplan (o.a. bestemmingsplan en welstand) en de omgevingsveiligheid. Tijdens de bouw Twee dagen vóór de daadwerkelijke start van de bouw maakt de initiatiefnemer hiervan een melding bij de gemeente. Tijdens de bouw geeft de kwaliteitsborger uitvoer aan zijn taak.
Hij heeft de plicht om technische onvolkomenheden, waarbij de afgifte van de verklaring door de kwaliteitsborger in gevaar komt, direct te melden bij de gemeente als een melding non-conformiteit. De gemeente kan hierop handhavend optreden. Gereedmelding: het dossier bevoegd gezag Na het einde van de bouwwerkzaamheden – maar uiterlijk 2 weken vóór ingebruikname van het bouwwerk – legt de initiatiefnemer verantwoording af bij de gemeente. Dit doet hij door, bij de gereedmelding, een dossier bevoegd gezag en een verklaring van de kwaliteitsborger aan te leveren. De Wkb stelt verplicht dat bij de gereedmelding van een bouwwerk een dossier met informatie over het bouwwerk wordt ingediend bij de gemeente, het dossier bevoegd gezag genaamd. In dit dossier worden gegevens en bescheiden opgenomen die minimaal nodig zijn om adequaat invulling te kunnen geven aan de taken en verantwoordelijkheden van de gemeente. Het betreft de informatie over de wijze waarop bij het bouwen rekening is gehouden met het borgingsplan en informatie die het inzichtelijk maakt dat het bouwwerk voldoet aan de bouwtechnische voorschriften. De gemeente mag na ontvangst van het dossier bevoegd gezag het dossier beoordelen op volledigheid. Dit is niet verplicht en de gemeente heeft hier twee weken de tijd voor. Na deze termijn mag het bouwwerk in gebruik genomen worden.
Als de gemeente tot het oordeel komt dat er onvolkomenheden zijn in het dossier bevoegd gezag, kan de gemeente de ingebruikname met een beschikking weigeren. In die beschikking zal de gemeente moeten motiveren hoe zij tot dit besluit is gekomen en waarom de getroffen maatregel proportioneel is. Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden in bezwaar en zo nodig in beroep gaan bij de bestuursrechter. Figuur 4 laat de tijdlijn voor een bouwproject onder de Wkb zien.
22 Senze®
Burgemeester van Karnebeeklaan 6, 2585 BB Den Haag - E: info@senze.nl | 070 – 205 74 27 KVK: 27304708 | RABO: NL13RABO0146298519 | BTW: NL8183.91.443.B01
Figuur 4: Schematisch overzicht van ‘de knip’ in combinatie met de nieuwe meldingsplicht
Na de bouw Na ingebruikname van het bouwwerk blijft de gemeente het bevoegd gezag. De gemeente kan hiervoor de door de vergunninghouder en eventueel de kwaliteitsborger aangeleverde informatie gebruiken, waaronder het aangeleverde borgingsplan en de risicobeoordeling. In het bestuursakkoord is afgesproken dat het borgingsplan ingaat op de mogelijke risico’s van het specifieke bouwwerk met betrekking tot het naleven van de bouwtechnische voorschriften, met bijzondere aandacht voor onderdelen van het bouwwerk die aan het zicht worden onttrokken en de lokale voorschriften. De bedoeling hiervan is dat gemeenten, wanneer handhaving nodig is, middels het borgingsplan beter invulling kunnen geven aan hun taak. Implementatie en evaluatie Voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wkb, zal de beoogde werkwijze van het stelsel in de praktijk verder worden onderzocht door middel van proefprojecten. In het bestuursakkoord is opgenomen dat de resultaten uit de proefprojecten één van de aspecten is voor het besluit over de inwerkingtreding van het stelsel van kwaliteitsborging. Uit de proefprojecten moet naar voren komen dat er geen onoverkomelijke knelpunten zijn voor de invoering van het stelsel van kwaliteitsborging.
De proefprojecten zijn volgens het bestuursakkoord succesvol indien aantoonbaar sprake is van leereffecten en een inslijtend patroon van samenwerking tussen het bevoegd gezag en alle betrokken partijen bij de proefprojecten . Daarnaast wordt ook de toelatingsorganisatie vooraf opgericht. Hierdoor kunnen kwaliteitsborgingsinstrumenten worden toegelaten. Uiterlijk een half jaar voor de inwerkingtreding van de Wkb evalueert de minister van BZK (hierna: de minister) of de bouw klaar is voor deze wijziging. Wanneer dit het geval is, zal de Wet in werking treden inclusief de eerste fase met bouwbesluittoetsvrije bouwwerken en de bouwwerken van gevolgklasse 1. Drie jaar na inwerkingtreding van de Wkb evalueert de minister of deze heeft geleid tot een betere bouwkwaliteit tegen aanvaardbare kosten. Op basis van de evaluatie van het stelsel zal de minister, in overleg met de VNG en de bij de bouw betrokken marktpartijen, bezien of en hoe fase 2 (de meer complexere bouwwerken vallend onder gevolgklasse 2 en 3) onder het stelsel kan worden gebracht. Hierbij is in het bestuursakkoord de kanttekening geplaatst dat ervaringen met de eenvoudige bouwwerken niet automatisch kunnen leiden tot conclusies over de complexe bouwwerken.
23 Senze®
Burgemeester van Karnebeeklaan 6, 2585 BB Den Haag - E: info@senze.nl | 070 – 205 74 27 KVK: 27304708 | RABO: NL13RABO0146298519 | BTW: NL8183.91.443.B01
3.1.2 Impact Wkb op gemeente Haarlem Deze analyse geeft inzichten in mogelijke gevolgen voor de gemeente Haarlem. In deze analyse worden prognoses voor het werkaanbod en de benodigde capaciteit beoordeeld op basis van cijfers uit 2022 en bepaalde aannames, die hieronder nader zullen worden toegelicht. Daarnaast dient te worden opgemerkt dat Senze in 2019 reeds een Wkb-impactanalyse voor de gemeente Haarlem heeft uitgevoerd. Deze rapportage is op 30 januari 2020 aan uw organisatie opgeleverd. De bevindingen uit die Wkb-impactanalyse zijn echter niet langer representatief en corresponderen dus ook niet met de onderstaande resultaten. In hoofdzaak is dit ingegeven door voortschrijdende kennis van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en wijzigingen die zijn doorgevoerd tijdens het wetsvormende proces. Hierbij kan met name gedacht worden aan de nieuwe taken en activiteiten voor VTH, zoals acties bij meldingen, toetsing en toezicht die later in dit hoofdstuk nader zullen worden toegelicht. Daarnaast is ook de Haarlemse context de afgelopen jaren veranderd. Hierbij kan gedacht worden aan een toegenomen werkvoorraad voor Wabo vergunningverlening en toezicht en een (daardoor) verschoven tijdsbesteding per vergunning.
Tot slot heeft (mede) op basis van die bevindingen reeds een bezuiniging ten aanzien van de formatie plaatsgevonden, waardoor ook deze niet langer overeenkomt met de formatie in de huidige situatie. Methodiek en uitgangspunten De reikwijdte van de analyse beperkt zich tot de bouwactiviteit. De resultaten hebben betrekking op de benodigde uren voor de activiteit bouwen en de mogelijke effecten van de invoering van de Wkb en het stelsel van private kwaliteitsborging. Werkzaamheden die niet direct te herleiden zijn aan de bouwactiviteiten worden buiten beschouwing gelaten. Deze analyse dient niet als formatieberekening, maar geeft wel richting en gevoel bij de impact op de werkvoorraad en benodigde formatie na inwerkingtreding van de Wkb. Vergunningverlening: Urenbesteding per bouwactiviteit en gevolgklassenindeling In overleg en afstemming met de gemeente zijn kengetallen vastgesteld voor vergunningverlening en toezicht. Deze zijn teruggerekend op basis van de bestede uren aan de Wabo vergunningen en gaat uit van een gevolgklassenindeling van 50% van de aanvragen in Gevolgklasse 0 (bouwbesluittoetsvrije bouwwerken), 40% in Gevolgklasse 1 en 10% in Gevolgklasse 2-3. Deze gevolgklassenindeling komt overeen met vergelijkbare gemeenten qua omvang en gebouwde omgeving en is daarnaast herleid uit de gevolgklassenanalyse die Senze reeds in 2019 voor de gemeente Haarlem heeft opgesteld.
De kengetallen zijn onderverdeeld in deze gevolgklassen voor verdere berekeningen van het werkaanbod en benodigde capaciteit. De uurbesteding bestaat uit: uurbesteding per aanvraag en de daadwerkelijke uren die worden besteed aan het Bouwbesluit.
24 Senze®
Burgemeester van Karnebeeklaan 6, 2585 BB Den Haag - E: info@senze.nl | 070 – 205 74 27 KVK: 27304708 | RABO: NL13RABO0146298519 | BTW: NL8183.91.443.B01
Kengetallen vergunningverlening Bestede uren per aanvraag
Waarvan uren bouwbesluit
Bouwbesluittoetsvrije bouwwerken
1
0,5
Gevolgklasse 1
15
6
Gevolgklasse 2 en 3
30
12
Tabel 1: Kengetallen vergunningverlening
Enkel de verleende aanvragen zijn opgenomen in de berekening. Mogelijke afwijking tussen het aantal aanvragen bij vergunningverlening en toezicht kunnen ontstaan door onder meer aanvragen die buiten behandeling zijn gesteld, geweigerd, ingetrokken of vergunningsvrij zijn. Vergunningverlening: Werkaanbod De gemeente heeft gemiddeld 1333 verleende aanvragen per jaar. Dat zijn 667 aanvragen (50%) aan Bouwbesluittoetsvrije bouwwerken, 533 aan gevolgklasse 1 (40%) en 133 aanvragen in gevolgklasse 2 en 3 (10%). In totaal besteedt de gemeente 12.652 uur aan de verleende aanvragen, waarvan 5.128 uur wordt gebruikt voor het toetsen aan het Bouwbesluit. De onderstaande tabel geeft inzicht in het aantal bestede uren per gevolgklasse en de procentuele verdeling van alle aanvragen in de gevolgklassenindeling. Werkaanbod vergunningverlening
Percentages Aantal aanvragen Bestede uren
Bestede uren toets Bouwbesluit
Percentages
Bouwbesluittoetsvrije bouwwerken
667
667
334
50%
Gevolgklasse 1
533
7.995
3.198
40%
Totaal fase 1
1.200
8.662
3.532
90%
Gevolgklasse 2 en 3
133
3.990
1.596
10%
Totaal fase 1+2
1.333
12.652
5.128
100%
Vergunningverlening: Benodigde capaci teit De gevolgen van de invoering van de Wkb en het stelsel van private kwaliteitsborging hebben mogelijk effect op de capaciteit. De berekeningen zijn prognoses met een verdeling van uren op basis van: huidige uurbesteding, te vervallen uren voor het toetsen aan het Bouwbesluit, de extra uren aan mogelijk nieuwe taken20 en de totaal benodigde uren na inwerkingtreding van de Wkb.
20 In deze analyse wordt de aanname gedaan, op basis van praktijkervaring en op basis van input de afdelings- en teamanager
Vergunningverlening, dat gemeenten vier uur extra per aanvraag nodig hebben bij de verwerking van een bouwaanvraag.
25 Senze®
Burgemeester van Karnebeeklaan 6, 2585 BB Den Haag - E: info@senze.nl | 070 – 205 74 27 KVK: 27304708 | RABO: NL13RABO0146298519 | BTW: NL8183.91.443.B01
Capaciteit vergunningverlening benodigd (inclusief nieuwe/veranderende werkzaamheden) Huidige bestede uren
Te vervallen uren Bouwbesluit
Totaal benodigd (incl. nieuwe werkzaamheden)
Bouwbesluittoetsvrije bouwwerken
667
334
334
Gevolgklasse 1
7.995
3.198
6.929
Totaal fase 1
8.662
3.532
7.263
Gevolgklasse 2 en 3
3.990
1.596
2.926
Totaal fase 1+2
12.652
5.128
10.189
De gemeente Haarlem besteedt op dit moment 12.652 uur aan vergunningverlening voor alle gevolgklassen, waarvan 5.128 uur wordt gebruikt voor het toetsen aan het Bouwbesluit. Zodra de eerste fase van de Wkb inwerking treedt zullen de uren voor het toetsen aan het Bouwbesluit voor Bouwbesluittoetsvrije bouwwerken en gevolgklassen 1 komen te vervallen. Daarnaast zullen naar alle waarschijnlijkheid nieuwe taken ontstaan waar capaciteit voor nodig is. In de eerste fase besteedt de gemeente 8.662 uur aan vergunningverlening, waarvan 3.532 uur wordt gebruikt voor het toetsen aan het Bouwbesluit voor gevolgklasse 0 en 1. Ervan uitgaande dat de nieuwe werkzaamheden ongeveer 4 uur per verleende vergunning bedragen, betekent dit dat na inwerkingtreding van fase 1 nog 7.263 uur aan formatie benodigd is. De inwerkingtreding van fase 1 heeft dus een beperkte impact op werkvoorraad van wabo vergunningverlening, namelijk 1.399 uur. De gemeente besteedt bij de inwerkingtreding van de tweede fase van de Wkb 12.652 uur aan vergunningverlening, waarbij geen capaciteit nodig is voor het toetsen aan het Bouwbesluit. Door de inwerkingtreding tweede fase zal er een afname zijn 5.128 uur voor het toetsen aan het bouwbesluit.
Ervan uitgaande dat de nieuwe werkzaamheden ook hier ongeveer 4 uur per verleende vergunning bedragen, betekent dit dat na inwerkingtreding van fase 1 en 2 nog steeds 10.189 uur aan formatie benodigd is. De volledige inwerkingtreding van de Wkb heeft dus een beperkte impact op werkvoorraad van wabo vergunningverlening, namelijk 2.463 uur. Vergunningverlening: Benodigde capaciteit in perspectief De komst van de Wkb betekent een verschuiving van verantwoordelijkheden en taken. De gemeente zal naar verwachting vanaf 1 januari 2024 niet meer toetsen aan het Bouwbesluit en toe te zien op de naleving van de bouwtechnische voorschriften in de ontwerp- en realisatiefase. De verschuiving vindt gefaseerd plaatst. In de eerste fase vallen de eenvoudige bouwwerken (Bouwbesluittoetsvrije bouwwerken en gevolgklasse 1). Na drie jaar vindt er een evaluatie plaats, waarbij besloten wordt over fase twee.
26 Senze®
Burgemeester van Karnebeeklaan 6, 2585 BB Den Haag - E: info@senze.nl | 070 – 205 74 27 KVK: 27304708 | RABO: NL13RABO0146298519 | BTW: NL8183.91.443.B01
In dit hoofdstuk zijn de mogelijke gevolgen voor de gemeente Haarlem geanalyseerd. Uit deze analyse blijkt dat er veranderingen zullen plaatsvinden voor het werkaanbod en de benodigde capaciteit voor de activiteit bouwen. De benodigde capaciteit en het werkaanbod zullen mogelijk veranderen door de inwerkingtreding de Wkb. In de eerste fase is er sprake een mogelijke afname van 1.399 uur en in de tweede fase een totale afname van 2.463 uur. Bij volledige inwerkingtreding betekent dat het werkaanbod mogelijk met 2.463 uur reduceert. Hierbij is rekening gehouden met de daarvoor in de plaats komende nieuwe werkzaamheden. Hieronder nog een keer de resultaten uit de capaciteitsberekening om deze uitkomst in perspectief te plaatsen. Vergunningverlening Primaire taken
Omgevingsvergunning Wabo
Thema
Bouwen/RO
Kengetal per aanvraag (Haarlem) 9,61 uur
Kengetal per aanvraag (Senze) 19,5 - 24 uur
Kengetal per aanvraag (VBWTN) 33,4
Formatie volgens Haarlem (in Fte’s) - 0,72
Formatie volgens Senze (in Fte’s) - 9,52/13,85
Formatie volgens VBWTN (in Fte’s) - 15,17
Uit de bovenstaande tabel blijkt dat de uitvoering van Wabo vergunningverlening met de huidige manier van werken en conform eigen berekening tot een formatief tekort leidt van 0,72 Fte. Hierbij dient te worden aangemerkt dat de huidige manier van werken in Haarlem leidt tot een gemiddelde tijdbesteding van 9,61 uur per aanvraag. Wanneer Senze dit kengetal benchmarkt met vergelijkbare gemeenten, dan blijkt dat de tijdsbesteding bij andere gemeenten minimaal twee tot bijna drie keer zo groot is. Op basis van deze constatering kan geconcludeerd worden dat de geringe reductie van de werkvoorraad, ingegeven door het niet meer toetsen aan het Bouwbesluit, niet opweegt tegen de huidige en toekomstige formatiebehoefte bij team Vergunningverlening. Zeker niet gezien de verdere formatiebehoefte bij de niet Wabo vergunningen en bij de overige werkzaamheden, zoals dit reeds inzichtelijk is gemaakt in de capaciteitsberekening. Toezicht: Urenbesteding per bouwactiviteit en gevolgklassenindeling In overleg en afstemming met de gemeente zijn kengetallen vastgesteld voor vergunningverlening en toezicht. Deze zijn voor het toezicht teruggerekend op basis van de bestede uren aan controlemomenten in de realisatiefase. De kengetallen zijn onderverdeeld in de gevolgklassen voor verdere berekeningen van het werkaanbod en benodigde capaciteit.
De uurbesteding bestaat uit: uurbesteding per aanvraag en de daadwerkelijke uren die worden besteed aan het Bouwbesluit. Kengetallen toezicht Bestede uren per object
Waarvan uren bouwbesluit
Bouwbesluittoetsvrije bouwwerken
0
0
Gevolgklasse 1
4
2
Gevolgklasse 2 en 3
9
6
27 Senze®
Burgemeester van Karnebeeklaan 6, 2585 BB Den Haag - E: info@senze.nl | 070 – 205 74 27 KVK: 27304708 | RABO: NL13RABO0146298519 | BTW: NL8183.91.443.B01
Enkel de daadwerkelijk uitgevoerde controles zijn opgenomen in de berekening. Daarnaast staat het kengetal van bouwbesluittoetsvrije bouwwerken qua tijdsbesteding op 0 uur. De gemeente Haarlem heeft de keuze gemaakt om bij bouwwerken met een bouwsom lager dan < €50.000 in principe geen controles meer uit te voeren (piepsysteem). Op deze wijze is getracht deze beleidskeuze zo realistisch mogelijk mee te nemen in de impactanalyse. Toezicht: Werkaanbod De gemeente Haarlem voert gemiddeld 1036 controles per jaar uit voor bouwbesluit, constructieve / (brand)veiligheid en duurzaamheid. Dat zijn grosso modo 0 controles (0%) aan Bouwbesluittoetsvrije bouwwerken, 932 controles aan gevolgklasse 1 bouwwerken (90%) en 133 controles in gevolgklasse 2 en 3 (10%). In totaal besteedt de gemeente Haarlem 4.664 uur aan bouwtoezicht en dit correspondeert met de benodigde formatie 4.650 uur uit ‘’1e Concept Risico analyse 2022 versie 22’’. Hiervan wordt 2.488 uur gebruikt voor het toetsen aan het Bouwbesluit. De onderstaande tabel geeft inzicht in het aantal bestede uren per gevolgklasse en de procentuele verdeling van alle aanvragen in de gevolgklassenindeling. Werkaanbod toezicht
Percentages Aantal objecten
Bestede uren
Bestede uren toets Bouwbesluit
Percentages
Bouwbesluittoetsvrije bouwwerken
0
0
0
0%
Gevolgklasse 1
932
3.728
1.864
90%
Totaal fase 1
932
3.728
1.864
90%
Gevolgklasse 2 en 3
104
936
624
10%
Totaal fase 1+2
1.036
4.664
2.488
100%
Toezicht: Benodigde capaciteit De gevolgen van de invoering van de Wkb en het stelsel van private kwaliteitsborging hebben mogelijk effect op de capaciteit. De berekeningen zijn prognoses met een verdeling van uren op basis van: huidige uurbesteding, te vervallen uren voor het toezicht aan het Bouwbesluit, de extra uren aan mogelijk nieuwe taken21 en de totaal benodigde uren na inwerkingtreding van de Wkb.
21 In deze analyse wordt de aanname gedaan, op basis van praktijkervaring en op basis van input de afdelings- en teamanager Toezicht &
Handhaving, dat de toezichthouders twee uur aan nieuwe werkzaamheden per aanvraag nodig hebben.
28 Senze®
Burgemeester van Karnebeeklaan 6, 2585 BB Den Haag - E: info@senze.nl | 070 – 205 74 27 KVK: 27304708 | RABO: NL13RABO0146298519 | BTW: NL8183.91.443.B01
Capaciteit toezicht benodigd (inclusief nieuwe/veranderende werkzaamheden) Huidige bestede uren
Te vervallen uren Bouwbesluit
Totaal benodigd (incl. nieuwe werkzaamheden)
0
0
0
Gevolgklasse 1
3.728
1.864
3.728
Totaal fase 1
3.728
1.864
3.728
Gevolgklasse 2 en 3
936
624
520
Totaal fase 1+2
4.664
2.488
4.248
Bouwbesluittoetsvrije bouwwerken
De gemeente Haarlem besteedt op dit moment 4.664 uur aan bouwtoezicht voor alle gevolgklassen, waarvan 2.488 uur wordt gebruikt voor het toezicht aan het Bouwbesluit. Zodra de eerste fase van de Wkb inwerking treedt zullen de uren voor het toetsen aan het Bouwbesluit voor Bouwbesluittoetsvrije bouwwerken en gevolgklassen 1 komen te vervallen. Daarnaast zullen naar alle waarschijnlijkheid nieuwe taken ontstaan waar capaciteit voor nodig is. In de eerste fase besteedt de gemeente 3.728 uur aan bouwtoezicht, waarvan 1.864 uur wordt gebruikt voor het toetsen aan het Bouwbesluit voor gevolgklasse 0 en 1. Ervan uitgaande dat de nieuwe werkzaamheden ongeveer 2 uur voor toezicht aan nieuwe werkzaamheden per verleende vergunning bedragen, betekent dit dat na inwerkingtreding van fase 1 de werkvoorraad precies gelijk blijft en een even grote formatie als de huidige benodigd is. De gemeente besteedt bij de inwerkingtreding van de tweede fase van de Wkb 4.664 uur aan bouwtoezicht, waarbij geen capaciteit meer nodig is voor het bouwtechnisch toezicht. Door de inwerkingtreding tweede fase zal er een afname zijn 2.488 uur voor het bouwtechnisch toezicht. Ervan uitgaande dat de nieuwe werkzaamheden ook hier ongeveer 2 uur per verleende vergunning bedragen, betekent dit dat na inwerkingtreding van fase 1 en 2 nog steeds 4.248 uur aan formatie benodigd is.
De inwerkingtreding van fase 1 en 2 hebben dus een beperkte impact op werkvoorraad van het bouwtechnisch toezicht, namelijk een reductie van 416 uur. Toezicht: Benodigde capaciteit in perspectief De komst van de Wkb betekent ook voor Team Toezicht een verschuiving van verantwoordelijkheden en taken. In dit hoofdstuk zijn de mogelijke gevolgen voor het bouwtoezicht van de gemeente Haarlem geanalyseerd. Uit deze analyse blijkt dat er veranderingen zullen plaatsvinden voor het werkaanbod en de benodigde capaciteit voor de activiteit bouwen. De benodigde capaciteit en het werkaanbod zullen mogelijk veranderen door de inwerkingtreding de Wkb. In de eerste fase is er sprake een gelijke werkvoorraad en benodigde capaciteit en in fase 2 een geringe, totale afname van 416 uur. Hieronder nog een keer de resultaten uit de capaciteitsberekening om deze uitkomst in perspectief te plaatsen.
29 Senze®
Burgemeester van Karnebeeklaan 6, 2585 BB Den Haag - E: info@senze.nl | 070 – 205 74 27 KVK: 27304708 | RABO: NL13RABO0146298519 | BTW: NL8183.91.443.B01
Toezicht & Handhaving Primaire taken Thema
Controle bouwbesluit constructieve / (brand)veilighei d en duurzaamheid
Bouwen
Aantal controles
Kengetal per controle (Haarlem)
Kengetal per aanvraag (Senze)
Kengetal per controle (VBWTN )22
Beschikbar e capaciteit in uren
Formati e volgens Haarle m (in Fte’s)
Formati e volgens Senze (in Fte’s)
Formati e volgens VBWTN in Fte’s)
1036
4,2223
14 - 20
22,1
4370
- 0,20
- 7,32/ - 11,81
- 13,38
Uit de bovenstaande tabel blijkt dat de uitvoering van bouwtoezicht met de huidige manier van werken en conform eigen berekening tot een formatief tekort leidt van 0,20 Fte. Hierbij dient te worden aangemerkt dat de huidige manier van werken in Haarlem leidt tot een gemiddelde tijdbesteding van 4,22 uur per Wabo vergunning. Wanneer Senze dit kengetal benchmarkt met vergelijkbare gemeenten, dan blijkt dat de tijdsbesteding bij andere gemeenten minimaal twee tot bijna drie keer zo groot is. Op basis van deze constatering kan geconcludeerd worden dat de minimale reductie van de werkvoorraad, ingegeven door het niet meer toetsen aan het Bouwbesluit, niet opweegt tegen de huidige en toekomstige formatiebehoefte bij team Toezicht. Zeker niet gezien de verdere formatiebehoefte bij het toezicht op de niet Wabo vergunningen en bij de projectmatige werkzaamheden, zoals dit reeds inzichtelijk is gemaakt in de capaciteitsberekening.
3.2.3 Andere aandachtspunten Overgang van oude naar de nieuwe situatie Aanvragen die voor de inwerkingtredingsdatum in behandeling zijn genomen dienen nog volgens het oude recht afgehandeld te worden. Dit geldt voor zowel vergunningverlening als toezicht. Wanneer deze situatie zich voordoet, zal de gemeente Haarlem in de overgangssituatie tijdelijk capaciteit en kennis beschikbaar moeten houden tot alle trajecten zijn afgerond. Daarnaast blijft de gemeente verantwoordelijk voor toezicht en handhaving op bestaande bouw. Daarbij dient te worden opgemerkt dat voor toezicht op de bestaande bouw niet tot nauwelijks capaciteit beschikbaar is. Zoals vaker bij stelselwijzigingen het geval is, kan het zijn dat er vlak voor de inwerkingtreding een piek ontstaat van het aantal aanvragen, omdat aanvragers liever willen dat hun aanvraag onder het oude stelsel wordt behandeld. Nieuwe taken De gemeente Haarlem kan na ontvangst van de melding bouwactiviteit beoordelen of deze volledig is aangeleverd. De gemeente beoordeelt dan of het gekozen instrument past bij het te (ver)bouwen bouwwerk en de daarbij behorende gevolgklasse. Daarnaast controleert de gemeente dan of de aangewezen kwaliteitsborger mag werken met het gekozen instrument en of er een risicobeoordeling en borgingsplan is overlegd.
Na oplevering ontvangt en verwerkt de gemeente het dossier bevoegd 22 Kengetal VBWTN: uitgaande van de volgende gevolgklassenindeling van aanvragen: 50% van de aanvragen in gevolgklasse 0 (met een
gemiddelde tijdsbesteding van 15 uur per aanvraag), 40% van de aanvragen in gevolgklasse 1 (met een gemiddelde tijdbesteding van 46 uur per aanvraag) en 10% in gevolgklassen 2 en 3 (met een gemiddelde tijdbesteding van 76 uur per aanvraag). 23 Uitgaande van 1036 controles per paar
30 Senze®
Burgemeester van Karnebeeklaan 6, 2585 BB Den Haag - E: info@senze.nl | 070 – 205 74 27 KVK: 27304708 | RABO: NL13RABO0146298519 | BTW: NL8183.91.443.B01
gezag inclusief de verklaring van de kwaliteitsborger. Tegenover deze beoordeling staan geen leges. Op basis van onze ervaring in de praktijk doen wij de aanname dat de afhandeling van een complete melding bouwactiviteit zo ongeveer zes uur per aanvraag zal kosten. Taak Initiële melding
Melding non-conformiteit
Aanname voor invulling taak Controle op volledigheid en steekproefsgewijs inhoudelijk checken (check naam kwaliteitsborger, certificatie kwaliteitsborger en te gebruiken instrument) Controle op volledigheid, steekproefsgewijs controleren of de risico’s terugkomen in het borgingsplan Optreden aan de hand van bredere prioritering
Startmelding bouw
Controle op volledigheid
Dossier bevoegd gezag en verklaring kwaliteitsborger
Controle op volledigheid en verzoeken om aanvulling indien noodzakelijk
Tijdsbesteding
4 uur VV en 2 uur TH (inschatting afdelings- en teammanager)
Risicobeoordeling en borgingsplan
Financiële impact Het is van groot belang dat de gemeente zich bewust is van de financiële impact van deze stelselwijziging. Zoals eerder is aangegeven kunnen er voor de nieuwe taken geen leges worden geheven. Het takenpakket van de gemeente slinkt daardoor niet evenredig mee met de mate waarop de grondslag voor de leges komt te vervallen. De mate van kruissubsidiëring tussen grote en kleine aanvragen speelt een belangrijke rol bij de omvang van de financiële impact. Omdat Haarlem een vlak tarief van 2,70% hanteert is het op basis van onze ervaring de verwachting dat deze impact groter zal zijn dan gemiddeld. Onder de OW en Wkb moet de gemeente de legesverordening herzien het is daarbij van cruciaal belang dat de gemeente goed onderzoek doet naar de financiële impact van de stelselwijziging. Senze adviseert de gemeente Haarlem om dit onderzoek op korte termijn te laten uitvoeren, omdat deze onlosmakelijk gekoppeld zijn aan de koersbepaling van de gemeente ten aanzien van de aanstaande Wkb (en Omgevingswet). BAG en WOZ De gemeente kent vele basisregistraties, zoals Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG). In de BAG worden allerlei gegevens over panden en hun adressering bijgehouden. Vanuit de WOZ wordt de informatie die nodig is over panden en de bijbehorende belastingaanslag uit de BAG gehaald.
Het is dus voor de gemeente belangrijk om te zorgen dat de informatievoorziening vanuit de BAG up-to-date blijft. Het kan zijn dat deze informatie op een andere manier moet worden georganiseerd. Kwaliteitscriteria De Wet VTH schrijft voor dat gemeenten moeten voldoen aan de kwaliteitscriteria 2.3. Dit houdt onder meer in dat medewerkers voldoende uren maken op de taakvelden van de kwaliteitscriteria. Dit heet de kritieke massa. Door de Wkb vervallen er uren die medewerkers maken. De gemeente dient te achterhalen of de uurbesteding van medewerkers blijven voldoen aan de eisen van de kritieke massa. Opgaven woningbouw In het coalitieakkoord 'Actie! Aan de slag voor een sociale, groene en leefbare stad' is opgenomen om vanaf nu 10.000 woningen bij te bouwen. Dit dient uiterlijk in 2030 gerealiseerd te zijn. Dit betekent dat de significante toename in de bouwactiviteiten zich blijft voortzetten en dit leidt voor de komende jaren tot meer bouwaanvragen en toezicht in de bouwfase.
31 Senze®
Burgemeester van Karnebeeklaan 6, 2585 BB Den Haag - E: info@senze.nl | 070 – 205 74 27 KVK: 27304708 | RABO: NL13RABO0146298519 | BTW: NL8183.91.443.B01
3.3 Spoor 2: Impactanalyse Omgevingswet In dit onderdeel van het rapport worden de belangrijkste thema’s, waarmee de gemeente rekening dient te houden als gevolg van de invoering van de Omgevingswet, op een rij gezet. Ten aanzien van deze thema’s kan de gemeente beleidsmatige keuzes maken die voor een deel bepalen hoe groot de impact zal zijn. De drie hoofdthema’s luiden als volgt: • Voortraject; • Participatie; • Bruidsschat. Deze thema’s worden eerst inhoudelijk toegelicht. Dan wordt een beeld gegeven van de mogelijke consequenties van deze thema’s en wordt ingegaan op de situatie bij de gemeente Haarlem.
3.3.1 Voortraject Het verbeteren van de dienstverlening is een van voornaamste redenen voor de aankomende stelselwijzigingen. Hierbij hoort ook een kortere doorlooptijd voor aanvragen van omgevingsvergunningen. Binnen het nieuwe stelsel wordt daarom de reguliere voorbereidingsprocedure van acht weken het uitgangspunt. De uitgebreide voorbereidingsprocedure van zes maanden wordt uitzondering. Daarnaast kent een omgevingsplan een bredere reikwijdte dan het huidige bestemmingsplan. Er moet straks dus meer in dikwijls minder tijd. Hierom is het raadzaam hoger in te zetten op een goede voorbereiding van de aanvraag omgevingsvergunning via het vooroverleg. Dit is zeker bij complexere initiatieven gewenst. De huidige behandeling van vooroverleggen vraagt om aanpassing. Dit om een integrale beoordeling van initiatieven binnen de reikwijdte van de Omgevingswet te bewerkstelligen en om na deze goede voorbereiding binnen acht weken een besluit te kunnen nemen. De VNG beveelt hiervoor een nieuwe werkwijze aan in de vorm van een intake- en omgevingstafel. Daarmee kunnen initiatieven op hoog (strategisch) abstractieniveau worden beoordeeld op wenselijkheid aan de intaketafel. Dit gebeurt enerzijds ten aanzien van gemeentelijke doelen en ambities (o.a. omgevingsvisie). Anderzijds wordt beoordeeld op inhoudelijke haalbaarheid.
Dit vindt plaats aan een omgevingstafel met een breed team van (interne en externe) adviseurs integraal en vanuit verschillende disciplines (RO, gezondheid etc.). Daarbij kunnen tevens ketenpartners als de omgevingsdienst, veiligheidsregio, GGD, waterschappen en Rijkswaterstaat aansluiten. Samen wordt het initiatief beoordeeld met de insteek hoe het initiatief mogelijk kan worden gemaakt (ja, mits…). Keuzerichting gemeente Haarlem In de huidige situatie wordt door de gemeente geen gebruik meer gemaakt van het vooroverleg. Zeker met het oog op de aanstaande Omgevingswet, wil de afdeling VTH het vooroverleg herintroduceren. Het streven is daarbij om goed contact met de aanvrager te stimuleren en om zoveel mogelijk aanvragen in het voortraject te betrekken. Een bijkomend voordeel daarbij is een verbeterde dienstverlening. De potentiële aanvrager krijg immers een duidelijk beeld van de indieningsvereisten en dit voorkomt eventuele frustraties later in het proces. De gemeente Haarlem geeft daarbij aan het vooroverleg zo in te willen richten dat hier toegewerkt kan worden naar een zogenaamde ‘’conceptvergunning’’. 32 Senze®
Burgemeester van Karnebeeklaan 6, 2585 BB Den Haag - E: info@senze.nl | 070 – 205 74 27 KVK: 27304708 | RABO: NL13RABO0146298519 | BTW: NL8183.91.443.B01
Het vooroverleg bij complexe bouwplannen zal na invoering van de stelselwijzigingen bestaan uit een intaketafel en omgevingstafel. Deze overlegmomenten gaan meer tijd vragen van de organisatie dan dat nu het geval is. Het streven hierbij is dat de extra inspanning die in het vooroverleg wordt geleverd tot tijdswinst leidt bij het doorlopen van het verdere formele vergunningverleningsproces. Op basis van het verleden wordt ingeschat dat hiervoor ongeveer 3 Fte benodigd is. Verwacht wordt echter dat dit zeker in de eerste jaren niet direct zichtbaar is, maar dat er wel later in het proces 3 fte bespaard kan worden, omdat de voorgenoemde ‘’tafels’’ nieuw zijn in de organisatie. Dit vraagt om gewenning en ontwikkeling. Het inrichten van de voorgenomen tafels vraagt tevens om een tweetal nieuwe rollen. Namelijk een voorzitter en een secretaris. Hierdoor ontstaat op de afdeling een grotere behoefte aan senior planbeoordelaars en dus een gewenste verschuiving van planbeoordelaars naar seniors. Zij zouden op een goede en adequate invulling kunnen geven aan deze nieuwe rollen.
3.3.2 Participatie De Omgevingswet stimuleert vroegtijdige participatie om tijdig, belangen, meningen en creativiteit op tafel te krijgen. In de Omgevingswet en in het Omgevingsbesluit zijn daarom regels over participatie opgenomen. Bij een vergunningaanvraag is participatie in beginsel niet verplicht, maar moet de aanvrager wel aangeven of er participatie heeft plaatsgevonden. Dit is een aanvraagvereiste. Als de initiatiefnemer belanghebbenden bij de aanvraag heeft betrokken, moet hij bovendien beschrijven hoe hij dat heeft gedaan en wat hij heeft gedaan met de resultaten van die participatie. De wet geeft zowel het bevoegd gezag als de initiatiefnemer wél de ruimte om eigen keuzes te maken bij het inrichten van dit participatieproces. Immers zijn de locatie, het soort initiatief, de omgeving en de betrokkenen zelden tot nooit hetzelfde. Op lokaal niveau wordt middels het (verplicht) participatiebeleid bepaald hoe en óf participatie wordt toegepast. Door het bevoegd gezag kan zelf worden besloten meer informatie te verzamelen over de vergunningaanvraag om zo een besluit beter te kunnen onderbouwen. Hoewel participatie bij een aanvraag omgevingsvergunning in beginsel niet verplicht is gesteld in de Omgevingswet, kan de gemeenteraad wel participatie verplicht stellen bij initiatieven die niet in het omgevingsplan passen (buitenplanse omgevingsplanactiviteiten).
In welke gevallen dat gewenst is, is een strategische keuze die voor inwerkingtreding van de wet moet worden gemaakt. Daarbij wordt vaak samenhang gezocht met aan te wijzen gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarover de gemeenteraad om advies moet worden gevraagd. Het is dan ook van belang voor inwerkingtreding van de wet een keuze te maken in welke gevallen buitenplanse omgevingsplanactiviteiten voor advies moeten worden voorgelegd aan de gemeenteraad en in welke gevallen verplicht moet worden geparticipeerd. Met de ontwikkeling van de kerninstrumenten omgevingsvisie en omgevingsplan in de geest van de wet kan het aantal afwijkingen van het omgevingsplan op termijn afnemen en dus ook het aantal benodigde adviezen van de gemeenteraad, als ook de gevallen waarbij participatie verplicht is gesteld. Immers de kerninstrumenten zijn dan al participatief tot stand gekomen, waarmee de kaders in beginsel duidelijk zijn gesteld en het college als bevoegd gezag dus ook zonder tussenkomst van de gemeenteraad zelf de afweging kan maken of een initiatief dat afwijkt van de kaders gewenst is of niet. De financiële effecten van het adviesrecht en de verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten zijn dan ook naar verwachting hoger in de overgangsfase, dan wanneer de kerninstrumenten omgevingsvisie en omgevingsplan in de geest van de wet zijn ingericht.
33 Senze®
Burgemeester van Karnebeeklaan 6, 2585 BB Den Haag - E: info@senze.nl | 070 – 205 74 27 KVK: 27304708 | RABO: NL13RABO0146298519 | BTW: NL8183.91.443.B01
De gemeente kan het thema participatie op verschillende manieren invulling geven en variëren in de diepgang waarop toetsing naar participatie plaatsvindt. Daarnaast kan de gemeente verschillende keuzes maken ten aanzien van de manier waarop over participatie naar buiten toe gecommuniceerd wordt. De gemeente moet verder bepalen hoe invulling wordt gegeven aan de leges ten behoeve van participatie.
Diepgang toetsing Leges
Variant 1 Participatie Enkel meenemen in volledigheidstoets, invulling van participatie door initiatiefnemer laten verzorgen Kostendekkend en meerwerk beprijzen
Variant 2 Participatie Uitgebreidere toetsing bij complexere aanvragen, beperkte toets bij de resterende aanvragen Geen
De kansen en risico’s van het beperkt inzetten op participatie of het juist intensiveren/stimuleren van participatie luiden als volgt: Beperkt inzetten Participatie Kansen?
Risico’s?
Intensiveren Participatie
→ Minimale urenbesteding benodigd voorin het proces → Minder administratieve lasten initiatiefnemer → Onzekerheid over kwaliteit van de leefomgeving en tevredenheid van inwoners in zijn algemeen (meer bezwaar en beroep) → Minder duidelijkheid voor initiatiefnemers → Risico dat niet wordt voldaan aan de wens van de wetgever
→ Meer zicht op de kwaliteit van de leefomgeving → Meer duidelijkheid initiatiefnemers → Draagvlak voor initiatieven kan toenemen → Hoge kosten → Gemeente moet vaker mediëren → Meer administratieve lasten initiatiefnemer
De gemeente kan daarnaast verschillend omgaan met het adviesrecht. De gemeente kan bijvoorbeeld de keuze maken om wel in te zetten op het gebruik hiervan, waarmee een actievere houding aangenomen wordt ten aanzien van de kwaliteit van de leefomgeving. Dit is echter niet noodzakelijk en gekozen kan ook worden om hier zo min mogelijk tijd aan te besteden. Variant 1 Adviesrecht Geen Diepgang toetsing Leges
Niet van toepassing
Variant 2 Adviesrecht Gebruik van het adviesrecht maken ten behoeve van gestelde ambities uit de omgevingsvisie (passend adviesrecht) Marktconform/ maatschappelijk aanvaardbaar
De kansen en risico’s van het beperkt gebruikmaken van het advies of het juist actief gebruik maken van het adviesrecht luiden als volgt: Beperkt gebruikmaken adviesrecht Kansen?
Risico’s?
Actief gebruikmaken adviesrecht
→ Minimale urenbesteding → Kortere duur van vergunningverleningstrajecten → Mogelijk een minder integrale afweging en daarmee geen politiek draagvlak → Minder zicht op kwaliteit van de leefomgeving
→ Kan helpen bij het maken van een meer integrale afweging → Meer zich op kwaliteit van de leefomgeving → Hogere urenbesteding benodigd → Langere duur van vergunningverleningstrajecten
Keuzerichting gemeente Haarlem De de gemeente Haarlem heeft in het kader van participatie nog geen duidelijke koers bepaald. Op dit aspect kan de impact van de inwerkingtreding van de Omgevingswet op de werkvoorraad niet 34 Senze®
Burgemeester van Karnebeeklaan 6, 2585 BB Den Haag - E: info@senze.nl | 070 – 205 74 27 KVK: 27304708 | RABO: NL13RABO0146298519 | BTW: NL8183.91.443.B01
meegenomen in dit onderzoek. Het bovenstaande geeft de gemeente Haarlem wel een beter inzicht in de mogelijke kansen, risico’s en welke keuzes hierin gemaakt kunnen worden.
3.3.3 Bruidsschat Veel regels worden onder de Omgevingswet gedecentraliseerd van het Rijk naar gemeenten. Het Rijk zorgt er met het zogenoemde Invoeringsbesluit voor dat deze regels bij inwerkingtreding van de wet van rechtswege in het tijdelijk deel van het omgevingsplan komen. Dit wordt ook wel ‘de bruidsschat’ genoemd. Deze specifieke rijksregels zijn opgenomen in de bruidsschat om te voorkomen dat er een juridisch vacuüm ontstaat voor onderwerpen en specifieke regels die tot het moment van inwerkingtreding landelijk geregeld werden, maar vanaf inwerkingtreding van de Omgevingswet gedecentraliseerd zijn. Het Rijk verwacht namelijk niet van gemeenten om een omgevingsplan (waar deze onderwerpen voortaan in geregeld gaan worden) direct bij inwerkingtreding van de Omgevingswet vast te stellen. De gemeenteraad heeft de keuze wat hij wil doen met bruidsschatregels. Vanaf de inwerkingtreding van de wet kunnen gemeenten de bruidsschat regels overnemen, aanpassen of afschaffen. Binnen de wettelijke kaders van de Omgevingswet kunnen regels dus worden aangepast aan de gemeentelijke situatie en het gemeentelijk beleid (lokaal maatwerk). Voor het vaststellen van een omgevingsplan dat volledig voldoet aan de wettelijke eisen geldt na inwerkingtreding van de wet een overgangstermijn van maximaal acht jaar.
De bruidsschatregels komen na de overgangstermijn automatisch te vervallen als een gemeente ze niet heeft opgenomen in het omgevingsplan. De bruidsschatregels hebben in veel gevallen een relatie met lokale regels in verordeningen die gaan over de fysieke leefomgeving en uiteindelijk ook in het omgevingsplan moeten worden opgenomen. Het is dus belangrijk dat gemeenten voor 2030 alle bruidsschatregels en alle regels uit verordeningen met betrekking tot de fysieke leefomgeving hebben verwerkt in het omgevingsplan of hebben laten vervallen. De keuzes, die de gemeente hierin maakt, hebben gevolgen voor de wijze waarop taken binnen de VTH keten worden uitgevoerd en de kosten die daaraan verbonden zijn. Het is dan ook van belang om voor al deze keuzes goed na te denken over de mogelijke effecten (financieel, inhoudelijk, organisatorisch, maatschappelijk) en de mogelijke beheersmaatregelen. Keuzerichting gemeente Haarlem In eerste instantie zal de gemeente Haarlem inzetten op een beleidsneutrale overgang. De algemene regels vanuit de bruidsschat zullen door de gemeente aangepast worden met het oog op de gemeentelijke situatie en gestelde ambities ten aanzien van het streven naar lokaal maatwerk.
Een directe impact op de formatie wordt gezien de beleidsneutrale overgang niet verwacht, maar de gemeente doet er wel goed aan om te investeren in bijvoorbeeld een training(en) met betrekking tot omgang met de bruidsschat. Senze ziet daarbij één ontwikkeling ten aanzien van de bruidsschat die wat meer (financiële) impact kan hebben. Met de komst van de bruidsschat wordt de gemeente ook bevoegd gezag voor een deel van de bodemtaken die nu vaak nog bij de provincie liggen. Echter, voor de gemeente Haarlem is dit niet het geval. Zij zijn zelf al bevoegd gezag voor het onderwerp bodem. De overheveling van de basistaken naar de ODIJ is al in beweging. Daarbij is de formatieve inschatting dat het voor de gemeente Haarlem een overdracht van 1 Fte aan werkzaamheden is.
3.4 Conclusie impactanalyse In 2024 treden de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) en de Omgevingswet in werking. Het is de verwachting dat deze stelselwijzigingen een grote verandering teweeg brengen op de wijze 35 Senze®
Burgemeester van Karnebeeklaan 6, 2585 BB Den Haag - E: info@senze.nl | 070 – 205 74 27 KVK: 27304708 | RABO: NL13RABO0146298519 | BTW: NL8183.91.443.B01
waarop gemeenten werken, bijvoorbeeld op de organisatie, de samenwerking in de keten, de systemen en de (werk)processen. De aanname daarbij is dat met name bij de inwerkingtreding van de Wkb de werkvoorraad voor Wabo vergunningverlening en het bouwtoezicht zal inslinken. Uit de Wkb impactanalyse blijkt dat de bovenstaande aanname voor de gemeente Haarlem niet tot nauwelijks waar is. Op basis van de raming van de nieuwe werkzaamheden (4 uur vergunningverlening en 2 uur toezicht & handhaving) blijkt dat de inwerkingtreding van fase 1 een beperkte impact op werkvoorraad van Wabo vergunningverlening heeft, namelijk 1.399 uur. Dit is omgerekend 1,01 Fte. Voor het bouwtoezicht geldt dat de inwerkintreding van fase 1, mede ingegeven door de nieuwe taken voor de toezichthouders, geen impact heeft op de werkvoorraad. Daarnaast blijkt uit de capaciteitsberekening de Wabo vergunningen 2,26 sneller (moeten) worden verleend dan bij vergelijkbare gemeenten en de controles ten aanzien van het bouwbesluit 3,52 sneller moeten worden uitgevoerd/minder worden uitgevoerd ten opzichte van vergelijkbare gemeenten. Mede ingegeven door het feit dat de gemeente de dienstverlening aan de burger wil verbeteren en dat de Omgevingswet een snellere afhandeling van de vergunning voorstaat.
Om deze reden adviseert Senze om het vooroverleg te herintroduceren en om de controles onder de €50.000 bouwkosten te herinvoeren. In lijn van dit advies kan tevens geconcludeerd worden dat ook na de inwerkingtreding van de (eerste fase van de) de Wkb meer formatie nodig is dan dat op dit moment beschikbaar is. Uit de Omgevingswet impactanalyse blijkt dat de gemeente Haarlem 3 Fte nodig heeft om het vooroverleg te herintroduceren. Vanuit het management is daarnaast de ambitie uitgesproken om de benodigde tafels onder de Omgevingswet dusdanig in te richten, dat hierin toegewerkt kan worden naar een ‘’conceptvergunning’’. De onderbouwing en uitleg hiervoor zijn beschreven in paragraaf ‘’3.3.1. Voortraject’’. Ten aanzien van de thema’s participatie en bruidsschat is de koers nog onvoldoende bepaald om een cijfermatige conclusie te trekken ten aanzien een al dan niet toenemend werkaanbod en/of formatiebehoefte.
36 Senze®
Burgemeester van Karnebeeklaan 6, 2585 BB Den Haag - E: info@senze.nl | 070 – 205 74 27 KVK: 27304708 | RABO: NL13RABO0146298519 | BTW: NL8183.91.443.B01
4. VERSTERKEN DENK- EN UITVOERINGSKRACHT VTH 4.1 Inleiding De gemeente Haarlem wil ontsnappen aan de waan van de dag en de VTH-organisatie robuust en toekomstbestendig neerzetten. Het streven is om de VTH-organisatie te ontwikkelen naar een 2.0 versie waarbij de strategieën, processen en werkwijzen zo zijn georganiseerd dat de medewerkers op een voor iedereen duidelijke en zo efficiënt mogelijk manier aan de slag kunnen. In de huidige situatie kan er onvoldoende capaciteit vrijgemaakt worden om verbeteringen in efficiëntie en kwaliteit door te voeren. Actuele vraagstukken eisen de aandacht op ten koste van reguliere taken die evenwel onverminderd belangrijk zijn. Tegelijkertijd voert het Rijk de druk op door voortdurende modernisering van wet- en regelgeving. De gemeente Haarlem kan deze veranderingen niet altijd direct behappen en/of doorvoeren. Dit vindt enerzijds zijn oorsprong in het formatietekort en anderzijds in het gebrek aan kwaliteit. Wanneer de afdeling adequaat wil inspelen op ontwikkelingen, dan is hiervoor strategische denkkracht benodigd. Deze ontbreekt echter op dit moment. Om deze lacune te dichten wenst het management een investering te maken. In dit hoofdstuk wordt deze wens onderbouwd op basis van de wettelijke vereisten, adviezen van de VNG en de kennis en ervaring van Senze.
4.2 Denkkracht op VTH inbreng binnen de grote thema’s VTH is een onmisbare schakel in de advisering en beoordeling van ontwikkelingen in de leefomgeving. Met de komst van de Omgevingswet wordt dit nog omvangrijker. Herwaardering en meer integrale inzet van de uitvoering is daarom benodigd. De VNG onderstreept het belang van de herwaardering van de uitvoering. Dit doet de VNG in het rapport ‘Het kraakt en het piept in het fysiek domein’. Dit rapport betreft een onderzoek naar de uitvoeringskracht van gemeenten in het fysieke domein. Aan gemeenten wordt in dit rapport door de VNG geadviseerd om binnen bestaande kaders (veelal HR21) ruimte te zoeken om te experimenteren met de herwaardering van vakmanschap, ten opzichte van beleids- en managementfuncties, ook ten behoeve van het behoud van voldoende deskundigheid binnen de eigen organisatie. Met het oog op de toenemende vraag om integrale inzet van de uitvoering is de wens om in ieder geval te investeren in denkkracht op VTH inbreng bij de thema’s energiebesparing en duurzaamheid, externe veiligheid en bouwen en ruimtelijke ordening. In de Kwaliteitscriteria 2.3 (2022) Deel B voor VTH krachtens de Omgevingswet worden een aantal eisen gesteld t.o.v. deze thema’s. Onderstaande activiteiten moeten binnen de overheid uitgevoerd worden: Thema
Eisen aan organisatie die deze activiteit(en) uitvoert
Activiteiten
Energiebesparing en duurzaamheid
-
Energiebesparing en duurzaamheid
-
Inbrengen (specialistische) aspecten energie en duurzaamheid in het kader van vergunningverlening, toezicht en handhaving Beoordelen van energiebesparingsplannen en energieaudits. Beoordelen van alternatieven voor erkende maatregelen energiebesparing Beoordelen plan van aanpak uitvoeren (erkende) maatregelen Onderzoek naar en advisering over terugverdientijd van maatregelen die niet als erkende maatregelen zijn aangemerkt
Minimaal 2 medewerkers die voldoen aan de criteria op p. 59
Minimaal 2 medewerkers die voldoen aan de criteria op p. 60
37 Senze®
Burgemeester van Karnebeeklaan 6, 2585 BB Den Haag - E: info@senze.nl | 070 – 205 74 27 KVK: 27304708 | RABO: NL13RABO0146298519 | BTW: NL8183.91.443.B01
Energiebesparing en duurzaamheid
-
Externe veiligheid Externe veiligheid Externe veiligheid
-
Externe veiligheid
Externe veiligheid
-
Vergunningverlening bouwen en ruimtelijke ordening -
-
-
Toezicht en handhaving bouwen en ruimtelijke ordening
-
Opstellen (branchegericht) toezichtprogramma energie en Minimaal 1 medewerker die projectmatige aanpak energiecontroles voldoet aan de criteria op p. 60 Vaststellen EV-situatie op basis van de EV-regelgeving in het Ow-stelsel en Basisnet (relatie kunnen leggen tussen Minimaal 2 medewerkers die risicobronnen en ruimtelijke situatie en ontwikkelingen en voldoen aan de criteria op p. 44 vise versa) Inbrengen aspecten externe veiligheid in het kader van vergunningverlening, toezicht en handhaving en Ruimtelijke Minimaal 2 medewerkers die Ordening voldoen aan de criteria op p. 45 Het bijhouden van de EV-situatie (risicokaart, Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV)) Toetsen ontvankelijkheid QRA en het beoordelen van het Minimaal 2 medewerkers die resultaat van een QRA voldoen aan de criteria op p. 45 Uitvoeren van risicoberekening in het kader van EVregelgeving in het Ow-stelsel (Safeti-NL, RBM-II, LPGMinimaal 2 medewerkers die rekentool, CAROLA), bepalen aandachtsgebieden en voldoen aan de criteria op p. 46 groepsrisico's Advisering ten aanzien van aandachtsgebieden en Minimaal 2 medewerkers die voorschriftengebieden voldoen aan de criteria op p.
46 Inhoudelijke input leveren voor omgevingsoverleg en overleg met adviseurs Beoordelen aanvraag omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit (technisch) / omgevingsplanactiviteit Alleen eenvoudige situaties: bouwwerken (ruimtelijk) (of deel van meervoudige aanvraag Minimaal 2 medewerkers die dat daarop betrekking heeft) (a t/m f) voldoen aan de criteria voor Beoordelen aanvraag tijdelijke, binnenplanse of eenvoudige situaties op p. 8 buitenplanse omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het omgevingsplan (in Een of meerdere complexe verband met het afwijkingsbesluit) (of deel van meervoudige situaties: aanvraag dat daarop betrekking heeft) (a en b) Minimaal 2 medewerkers met Beoordelen zienswijzen, bezwaren en beroep bij een minimaal HBO denkniveau die bouwactiviteit (technisch), omgevingsplanactiviteit voldoen aan de criteria voor bouwwerken (ruimtelijk) en/of omgevingsplanactiviteit complexe situaties op p.
8 gebruik gronden en bouwwerken in strijd met het omgevingsplan Beoordelen melding of gegevens en bescheiden voor het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van bouwwerken (a t/m c) Uitvoeren toezicht aan de hand van vergunningstekeningen, Alleen eenvoudige situaties: vergunningvoorschriften en algemene bouw en RO-regels (a Minimaal 2 medewerkers die t/m h) voldoen aan de criteria voor Inschakelen van specialist voor complexe situaties en eenvoudige situaties op p. 16 beoordelen toepasbaarheid advies van specialist Bevindingen rapporteren, overtredingen melden, optreden Een of meerdere complexe en ambtelijke vooraankondiging maken. situaties: Handhaven bij geconstateerde overtredingen. Minimaal 2 medewerkers die Behandelen van de gereedmelding van aanleg, bouw en/of voldoen aan de criteria voor sloop. complexe situaties op p. 16 Behandelen ongewone voorvallen, klachten, meldingen en handhavingsverzoeken Bron: Kwaliteitscriteria 2.3 Deel B voor VTH krachtens de Omgevingswet, IPLO 2022
Interpretatie en advies Senze De effecten op vergunningverlening en toezicht daarop in de uitvoering van bepaalde door het management gewenste investering in denkkracht op VTH inbreng bij de thema’s zoals energiebesparing en duurzaamheid, externe veiligheid en bouwen en ruimtelijke ordening is 1 fte. Senze herkent deze uitdaging bij haar opdrachtgevers. Integrale advisering en beoordeling van ontwikkelingen in de leefomgeving wordt steeds belangrijker. Daarom is het waardevol dat VTH ook bij deze thema’s aan tafel zit. Senze adviseert dan ook in lijn met de wens van het management en het advies van de VNG om capaciteit hiervoor beschikbaar te stellen.
38 Senze®
Burgemeester van Karnebeeklaan 6, 2585 BB Den Haag - E: info@senze.nl | 070 – 205 74 27 KVK: 27304708 | RABO: NL13RABO0146298519 | BTW: NL8183.91.443.B01
4.3 ICT denkkracht binnen VTH Op het gebied van ICT wordt de komende jaren veel gevraagd van VTH, mede door de komst van de Omgevingswet. De VNG omschrijft in het document Minimale acties Omgevingswet welke juridische eisen van toepassing zijn. Ook geeft de VNG in dit document advies aan gemeenten over de te ondernemen acties. De acties die VTH (deels) voor zijn rekening zal moeten nemen zijn als volgt: Onderwerp
Acties -
-
-
Kunnen ontvangen aanvragen en meldingen
-
-
Kunnen beoordelen vergunningaanvragen: -
Kunnen aanleveren indieningsvereisten
-
Kunnen opstellen en aanleveren vragenbomen vergunningcheck
-
Snelle dienstverlening voor topactiviteiten ingericht
per 1 januari 2024 in staat zijn om conform de daarvoor geldende standaard verzoeken (aanvraag, melding, informatieplicht e.a.) (o.a. art. 14.1 Ob) vanuit de landelijke voorziening te kunnen ontvangen; vanaf 1 januari 2024 verzoeken (aanvraag, melding, informatieplicht, e.a.) en aanvullingen vanuit DSO- LV kunnen ontvangen (ook verzoeken om ‘omgevingsoverleg’); VTH software via Digikoppeling aansluiten op DSO-LV en via API verzoeken binnenhalen; benodigde aanpassingen in de VTH software doen; zaaksystemen inrichten conform Omgevingswet (zaaktypen en processen) ook i.r.t. Omgevingswetactiviteiten b.v. milieubelastende activiteit (i.p.v. inrichting) en locatie; afspraken maken met uitvoeringsorganisaties (bv. omgevingsdienst) over de afhandeling van activiteiten; voor activiteiten die door uitvoeringsorganisaties worden uitgevoerd, dient de gemeente instellingen in DSO-LV te doen, zodat de verzoeken uit DSO-LV automatisch goed gerouteerd worden; een verzoek kunnen doorsturen naar een ander bevoegd gezag of naar een andere behandeldienst.
het kunnen verwerken van een enkelvoudige en een meervoudige aanvraag; processen en systemen aanpassen en medewerkers opleiden; samenwerkingsafspraken met uitvoeringsorganisaties en ketenpartners bijstellen (procesafspraken, taken bij meldings- en vergunningplicht, verkennen initiatief, toezicht en handhaving, adviestaken); ter ondersteuning van de samenwerking de VTH software aansluiten op de samenwerkvoorziening van DSO-LV (advies); besluiten van de gemeenteraad inzake 'advies met instemming voor de raad' (bij de buitenplanse omgevingsplanactiviteit) en 'verplichting tot participatie' in het proces verwerken. gewenste wijzigingen aanleveren aan DSO-LV volgens voorschreven standaard (STTR); opbouwen/verwerven benodigde kennis en systemen (of diensten); afspraken maken met de omgevingsdiensten over hun rol bij het opstellen van de indieningsvereisten en (indien gewenst) toepasbare regels; vragenbomen opstellen voor díe vergunningchecks en meldingen die niet worden geleverd met de bruidsschat, maar die de gemeente nu wel in het OLO heeft (behouden gelijkblijvend dienstenniveau). in staat zijn om toepasbare regels voor de vergunningcheck op te stellen en aan te leveren aan DSO-LV, conform de daarvoor geldende standaard. processen voor snelle en simpele dienstverlening inrichten voor eenvoudige topactiviteiten, zoals eenvoudige verbouwingen in en om het huis, t.w.
dakkapel, uitbouw, kappen etc. Bron: Minimale acties Omgevingswet versie 6.0, VNG 2022
De VTH Netwerkkaart geeft hiernaast een nog vollediger overzicht van alles wat de gemeente moet inregelen voor de VTH-processen onder de Omgevingswet en de Wkb. Dit dialooginstrument helpt bij het inventariseren van wat er nog moet worden gedaan om processen en ICT op elkaar af te stemmen. De procesvariaties sluiten ook aan op de VNG-requirements voor de lokale VTH-software en op de stappen van de test van het interbestuurlijke acceptatieteam (IBAT). Wanneer de gemeente hier 39 Senze®
Burgemeester van Karnebeeklaan 6, 2585 BB Den Haag - E: info@senze.nl | 070 – 205 74 27 KVK: 27304708 | RABO: NL13RABO0146298519 | BTW: NL8183.91.443.B01
adequaat op in wil spelen is op basis van ervaring rondom vergunningen parkeren, 1 fte minimaal noodzakelijk. Interpretatie en advies Senze Senze ziet bij haar opdrachtgevers dat met name bij het vullen van het DSO-LV een groot beroep wordt gedaan op de kennis van VTH. Toepasbare regels moeten worden opgesteld op een voor de burger begrijpelijke manier, maar hun juridische houdbaarheid behouden. Ook moeten de regels toetsbaar blijven in de praktijk. Senze signaleert dat deze adviesvraag ook na invoeringsdatum van de Omgevingswet bij VTH zal worden neergelegd. Veel gemeenten kiezen er immers voor om het dienstverleningsniveau te verbeteren en toepasbare regels voor meer (dan in de huidige situatie) omgevingsplanactiviteiten op te stellen. Kiest een gemeente hier niet voor, dienen in ieder geval de regels voor de 10 topactiviteiten in het loket actueel gehouden te worden. Hiernaast vraagt het actueel houden en optimaal inrichten van de VTH-software capaciteit. Daarnaast blijkt uit gesprekken met de afdelings- en informatiemanager dat de afdeling VTH voor veel taken ten aanzien van de inbedding van ICT, software implementatie en aanbesteding zelf aan de lat staat. Hierbij kan gedacht worden aan: • • • • • • • •
Meedenken over, voorbereiden van benodigde beslissingen betreffende zaken van de afdeling en ervoor zorgen dat wat en hoe iedereen digitaal handelt AVG proof is; Meedenken over, voorbereiden van benodigde beslissingen betreffende zaken van de afdeling en ervoor zorgen dat wat en hoe iedereen digitaal handelt WOO proof is; Meedenken over het hoe en daarna ervoor zorgen dat het anonimiseren gebeurt binnen de gemeentelijke en landelijke richtlijnen; Onze werkwijze bij iedere wijziging toetsen of het past binnen het architectonisch landschap van de gemeente; zorgen dat de hele keten van alle werkzaamheden binnen VTH digitaal klopt en afgestemd is en blijft; zorgen dat onderhandelingen gevoerd kunnen worden; publiceren binnen de context van de gemeente – keuzes zelf afwegen, budgetten regelen en afstemmen binnen de keten; financiële afwikkeling van innen van leges en dwangsommen ook digitaal verantwoord gaat.
Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de afdeling VTH behoefte een extra capaciteit ICT-kennis en een (nieuwe) medewerker die zich bevindt op het snijvlak van VTH en digitalisering. Senze adviseert dan ook in lijn met de wens van het management om de gevraagde capaciteit hiervoor beschikbaar te stellen.
4.4 Regionale afstemming Vanuit de metropoolregio wordt aangegeven dat de bouw van woningen en voorzieningen sneller zou moeten dan dat nu het geval is. Op veel thema’s echter wordt al samengewerkt, maar voor vergunningen staat dit nog in de spreekwoordelijke kinderschoenen. Regionale afstemming binnen de G40, op VRK niveau en op OD niveau maakt hier wel deel van uit. Hiernaast maakt ook het verbeteren van de interne keten (lerende organisatie) hiervan deel uit. De VNG adviseert om (een deel van) de organisatiekosten te reduceren door (congruente) samenwerking. Dit doet de VNG in het rapport ‘Het kraakt en het piept in het fysiek domein’. 40 Senze®