CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20230207399 2 Bijlage 1 Kadernota 2024 en Voortgangsrapportage 2023

gemeenteraad 13 juli 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: Besluitvorming Kadernota 2024 en Voortgangsrapportage 202341.243 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

66

calamiteitenonderhoud van deze objecten voor een bedrag van € 299.000 ten laste gebracht van de Reserve Vastgoed. Uitwerking parkeerregulering 11 wijken ad € 1.330.000 Vanaf 2024 wordt betaald parkeren in 11 wijken ingevoerd. Dit is noodzakelijk om de ontstane problemen op het gebied van toegankelijkheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid aan te pakken en te voorkomen dat deze problemen alleen maar verder toenemen met het groei van de stad. En zo ontstaat op termijn ruimte voor groen, spelen, fietsen en elkaar ontmoeten Verkopen objecten en gronden De verkoop van de kavel aan de Aart van der Leeuwstraat levert een dotatie op van € 100.000 aan de Reserve Vastgoed. Daarnaast vinden er medio 2023 nog twee leveringen van in 2022 verkochte objecten plaats die een dotatie aan de Reserve Vastgoed opleveren van € 2.462.000. Per saldo leidt dit tot een dotatie aan de Reserve Vastgoed van € 2.562.000. Totaal bestedingsvoorstellen incidentele middelen € 1.936.000 Dit betreft het saldo van de bestedingsvoorstellen incidentele middelen 2023 binnen Programma 4. Deze worden toegelicht in paragraaf 1.3 en bijlage 4. Saldo mutaties financieel kader Dit betreft het saldo van de mutaties financieel kader 2023 als opgenomen in paragraaf 2.2 die betrekking hebben op programma 4.

Dit saldo van € 122.000 nadelig binnen programma 4 wordt verklaard door: - € 634.000 nadeel hogere energielasten, - € 139.000 nadeel op de huurbaten, - € 105.000 nadeel verwerking decembercirculaire 2022, - € 756.000 voordeel actualisatie kapitaallasten.

Kadernota 2024

67

Programma 5 Gezonde en duurzame stad Neutrale wijzigingen (neutraal over alle programma's) Afvalfonds Nedvang

B

-562 v

Afvalfonds Nedvang

L

562 n

Correctie van programma 3 naar programma 5

L

600 n

Duurzaamheid en Energie

B

400 n

Duurzaamheid en Energie

L

-400 v

Inhuur programma 4

L

-400 v

Overdracht taken toezicht ODIJ

L

-44 v

PAW-subsidie Stichting Zonnewarmtenet.nl

L

572 n

PAW-subsidie Stichting Zonnewarmtenet.nl

B

-572 v

Uitvoering aanbeveling uit 213a onderzoek 'benchmark overhead'

L

83 n

Wijzigingen met een effect op reserves Bestemmingsvoorstellen resultaat jaarrekening 2022

75 n

Onttrekking reserve bodemsanering obv bodemprogramma

470 n

Totaal bestedingsvoorstellen incidentele middelen

200 n

Saldo mutaties financieel kader

41 n

Totaal wijzigingen programma exclusief reserves

1.025 n

Toevoegingen / onttrekkingen reserves Onderwerp en mutatie per reserve Bestemmingsvoorstellen resultaat jaarrekening 2022 Onttrekking Algemene reserve

-75 v

Onttrekking reserve bodemsanering obv bodemprogramma Onttrekking Bodemprogramma

-470 v

Totaal wijzigingen programma inclusief reserves

480 n

Toelichtingen Neutrale wijzigingen Afvalfonds Nedvang ad € 562.000 Aanpassing om de baten en lasten voort vloeiend uit de vergoeding van het Afvalfonds Nedvang van elkaar te scheiden.

Kadernota 2024

68

Correctie van Programma 3 naar Programma 5 ad € 600.000 In de begroting is rekening gehouden met € 3 miljoen voor energiebesparende maatregelen binnen het beleidsveld Inkomen. Nu de activiteiten zijn verduidelijkt, op basis van een collegebesluit, wordt een overheveling naar het beleidsveld Duurzaamheid voorgesteld van € 0,6 miljoen. Duurzaamheid en Energie De subsidies ten behoeve van werkzaamheden met betrekking tot het energiebesparingsakkoord, Cities 2030, klimaatadaptatie en een duurzame inrichting buitenruimte de Koepel worden middels dit voorstel begroot ad € 400.000 . Daarnaast is de doorlooptijd van de SPUK Energiearmoede verlengd met een jaar. Inhuur Programma 4 Vanwege de krappe arbeidsmarkt heeft de Gemeente Haarlem nog steeds moeite met het vinden van kwalitatief goed personeel. Om activiteiten doorgang te laten vinden is daarom in 2023 voor € 3,8 miljoen vervangende inhuur nodig. De meerkosten van deze inhuur worden gedekt uit de budgetten op de beleidsvelden (€ 1,75 miljoen) en de projecten (€ 1,5 miljoen) waarop de inhuur wordt ingezet en de verwachte vacatureruimte (€ 0,55 miljoen). Hierbij verschuift per saldo € 400.000 van Programma 5 naar Programma 4. Overdracht taken toezicht ODIJ In 2018 zijn de taken van de voormalige afdeling Milieu ondergebracht in drie afdelingen binnen het fysieke domein: DIA, OMB en PCM.

De toezichtstaak bodem kwam bij de afdeling PCM. De toezichtstaken bodem betreffen toezicht bodemsaneringen en toezicht in het kader van Besluit Bodemkwaliteit. Door het vertrek van een beleidsmedewerker van PCM naar BBOR worden de toezichtstaken bodem die bij PCM lagen op dit moment niet ingevuld. Deze taken vallen binnen het huidige en het toekomstige basistakenpakket voor omgevingsdiensten. Door het vertrek is dit een moment om deze werkzaamheden ad € 44.000 over te dragen naar Omgevingsdienst IJmond PAW-subsidie Stichting Zonnewarmtenet.nl Vanuit het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) is voor de aanleg van een zonnewarmtenet in het Ramplaankwartier een rijksbijdrage ontvangen door de Gemeente Haarlem ter grootte van € 4 miljoen. In 2022 is de 1ste tranche uitgekeerd, nu wordt voorgesteld de 2de tranche ad € 572.000 uit te keren aan Stichting Zonnewarmtenet.nl (voorheen Stichting Spaargas). Uitvoering aanbeveling uit 213a onderzoek 'benchmark overhead ad' € 83.000 In 2022 heeft Berenschot een benchmark onderzoek gedaan naar hoe de overhead van de Gemeente Haarlem zich verhoudt tot andere gemeenten. Bij deze benchmark heeft Berenschot de overheadformatie per 1 januari 2022 nader geanalyseerd en per categorie gekeken of een functie tot de overhead behoort of niet.

Hierbij is geconstateerd dat Haarlem administratief meer functies tot de overhead rekent dan verplicht is op basis van het BBV. Een aanbeveling in het betreffende 213a onderzoek ‘benchmark overhead’ was om op basis van de uitkomsten van de benchmark de administratieve inrichting van de overheadformatie op een aantal onderdelen in lijn te brengen met het BBV. Naar aanleiding van de uitkomsten wordt nu 27,7 fte aan overheadfuncties voortaan aangemerkt als functies ten behoeve van het primair proces. Dit betekent tegelijkertijd een verschuiving in de begroting van € 2,5 miljoen van het beleidsveld overhead naar diverse andere beleidsvelden.

Kadernota 2024

69

Reservemutaties Bestemmingsvoorstellen resultaat jaarrekening 2022 € 75.000 Dit betreft verwerking van de bestemmingsvoorstellen resultaat jaarrekening 2022 volgens paragraaf 2.4 van deze Kadernota. Onttrekking reserve bodemsanering obv bodemprogramma In de nota reserves en voorzieningen is vastgesteld dat onttrekking uit de reservebodemsanering de grondslag hebben in het Bodemprogramma. Het nu geldende bodemprogramma is vastgesteld in 2015 en verlengd in 2021. Door het uitstel van de invoering van de Omgevingswet, en de onduidelijkheden vanuit het rijk over de financiering van de bodemsaneringsoperatie, is er nog geen nieuw bodemprogramma opgesteld. Het volgende bodemprogramma is al wel in voorbereiding. Aanvankelijk is daardoor voor 2023 € 59.566 begroot voor bodemprojecten, zijnde de gemeentelijke bijdrage aan bodemprojecten. Echter de uitvoering van bodemprojecten gaat door. In 2022 is subsidie verleend, waarvan het restant in 2023 aangewend zal worden. Voor het uitvoeren van die bodemprojecten in 2023 is een onttrekking uit de reserve bodemsanering van € 470.000 nodig. Totaal bestedingsvoorstellen incidentele middelen € 200.000 Dit betreft het saldo van de bestedingsvoorstellen incidentele middelen 2023 binnen programma 5. Deze worden toegelicht in paragraaf 1.3 en bijlage 4.

Saldo mutaties financieel kader Dit betreft het saldo van de mutaties financieel kader 2023 als opgenomen in paragraaf 2.2 die betrekking hebben op Programma 5. Dit saldo van € 41.000 nadelig binnen Programma 5 wordt verklaard door: - € 41.000 nadeel hogere energielasten.

Programma 6 Burger, Bestuur en Veiligheid Neutrale wijzigingen (neutraal over alle programma's) Correctieboeking middelen handhaven ten L behoeve van leegstandverordening AirBNB

183 n

Lagere leges als gevolg van Wet kwaliteitsborging

L

300 n

Lagere leges als gevolg van Wet kwaliteitsborging

B

-300 v

Opdracht Gewoon in de Wijk

L

-338 v

Opvangkosten Oekraïense vluchtelingen 2023

L

25 n

Overdracht taken toezicht ODIJ

L

63 n

Uitvoering aanbeveling uit 213a onderzoek 'benchmark overhead'

L

311 n

Wijzigingen met een effect op reserves n.v.t. Totaal bestedingsvoorstellen incidentele middelen

1.460 n

Saldo mutaties financieel kader

1.546 n

Totaal wijzigingen programma exclusief reserves

3.250 n

Kadernota 2024

70

Toevoegingen / onttrekkingen reserves n.v.t. Totaal wijzigingen programma inclusief reserves

3.250 n

Toelichtingen Neutrale wijzigingen Correctieboeking middelen handhaven ten behoeve van leegstandverordening AirBNB Voor het meer handhaven ten behoeve van leegstandverordening AirBNB zijn er extra middelen ingezet voor 2023 en 2024 in het coalitieakkoord. In de verwerking is een fout gemaakt. De gelden ad € 183.000 worden nu gecorrigeerd. Lagere leges als gevolg van Wet kwaliteitsborging De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is gekoppeld aan de Omgevingswet. De Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen zijn uitgesteld tot 1 januari 2024. In de veronderstelling dat de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen in werking zou treden op 1 januari 2023 voor de gevolgklasse 1 is er rekening gehouden in de begroting met de leges. Gevolgklasse 1 bestaat uit relatief eenvoudige bouwwerken, zoals woningen, lage bedrijfsgebouwen en kleine infrastructurele werkenTot de ingangsdatum van deze wet is dit toezicht op de betreffende gevolgklasse een gemeentelijke taak. De wet gaat gefaseerd in. Deze wet betekent dat de bouwkundige toets voor eenvoudige bouwwerken als eerste stap vervalt. Er is door de gemeente in 2018 ingeschat dat op jaarbasis € 300.000 minder aan leges geïnd zou worden. Als gevolg van de uitstel van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen wordt de mindering van de leges € 300.000 in 2023 teruggedraaid.

Opdracht Gewoon in de Wijk Als gevolg van de contractering van Buurt per 1 januari 2023 wordt de begroting bijgesteld zodat een eenvoudigere begrotingsstructuur ontstaat. De budgetneutrale wijziging heeft de volgende gevolgen per programma: - Een verhoging van ca. € 10 miljoen van de begroting op Programma 1. - Een verlaging van ca. € 9,4 miljoen van de begroting op Programma 2. - Een verlaging van ca. € 0,2 miljoen op Programma 3. - Een verlaging van ca. € 0,3 miljoen op Programma 6. De verschuiving van budget van Programma's 2, 3 en 6 naar Programma 1 is voornamelijk het gevolg van een verschuiving van zorg (met name begeleiding en dagopvang) die aangeboden werd door gecontracteerde zorgaanbieders naar meer preventief werken en bieden van begeleiding door Buurt via de Sociale Wijkteams. Opvangkosten Oekraïense vluchtelingen 2023 In 2022 is er gestart met de opvang van Oekraïners in Haarlem. De verwachting is dat de opvanglocaties in Haarlem in 2023 ook nog in gebruik blijven voor de opvang van ontheemden uit Oekraïne voor het gehele jaar 2023. Deze zal zelfs worden uitgebreid met een locatie aan de Meester Lottelaan en door de vervanging van het opvangcruiseschip Aurora door de Carissima, die een grotere capaciteit heeft. Op basis van de uitgaven 2022, de lopende contracten en verwachte verlengingen worden de kosten voor geheel 2023 geschat op circa € 21 miljoen. Het betreft:

Kadernota 2024

71

-

Subsidies voor de ondersteuning van particuliere initiatieven (ca. € 105.000) en de kosten voor onderwijshuisvesting voor Oekraïense ontheemden (ca. € 450.000) in Programma 1; Opvang-gerelateerde kosten (ca. € 19,6 miljoen) in Programma 2; Kosten voor leefgeld in de gemeentelijke opvang locaties en particuliere opvang (ca. € 845.000) in Programma 3; Kosten voor de registratie van Oekraïense ontheemden (ca. € 25.000) in Programma 6.

Het voorstel is om de begroting met ca. € 21 miljoen bij te stellen en in afwachting van de Rijksbijdrage hetzelfde bedrag als baat op te nemen. Overdracht taken toezicht ODIJ ad € 63.000 In 2018 zijn de taken van de voormalige afdeling Milieu ondergebracht in drie afdelingen binnen het fysieke domein: DIA, OMB en PCM. De toezichtstaak bodem kwam bij de afdeling PCM. De toezichtstaken bodem betreffen toezicht bodemsaneringen en toezicht in het kader van Besluit Bodemkwaliteit. Door het vertrek van een beleidsmedewerker van PCM naar BBOR worden de toezichtstaken bodem die bij PCM lagen op dit moment niet ingevuld. Deze taken vallen binnen het huidige en het toekomstige basistakenpakket voor omgevingsdiensten. Door het vertrek is dit een moment om deze werkzaamheden over te dragen naar Omgevingsdienst IJmond. Waarom neutraal niet duidelijk Uitvoering aanbeveling uit 213a onderzoek 'benchmark overhead' ad € 311.000 In 2022 heeft Berenschot een benchmark onderzoek gedaan naar hoe de overhead van de Gemeente Haarlem zich verhoudt tot andere gemeenten. Bij deze benchmark heeft Berenschot de overheadformatie per 1 januari 2022 nader geanalyseerd en per categorie gekeken of een functie tot de overhead behoort of niet. Hierbij is geconstateerd dat Haarlem administratief meer functies tot de overhead rekent dan verplicht is op basis van het BBV.

Een aanbeveling in het betreffende 213a onderzoek ‘benchmark overhead’ was om op basis van de uitkomsten van de benchmark de administratieve inrichting van de overheadformatie op een aantal onderdelen in lijn te brengen met het BBV. Naar aanleiding van de uitkomsten wordt nu 27,7 fte aan overheadfuncties voortaan aangemerkt als functies ten behoeve van het primair proces. Dit betekent tegelijkertijd een verschuiving in de begroting van € 2,5 miljoen van het beleidsveld overhead naar diverse andere beleidsvelden. Totaal bestedingsvoorstellen incidentele middelen € 1.460.000 Dit betreft het saldo van de bestedingsvoorstellen incidentele middelen 2023 binnen programma 6. Deze worden toegelicht in paragraaf 1.3 en bijlage 4. Saldo mutaties financieel kader € 1.546.000 Dit betreft het saldo van de mutaties financieel kader 2023 als opgenomen in paragraaf 2.2 die betrekking hebben op programma 6. Dit saldo van € 1.546.000 nadelig binnen programma 6 wordt verklaard door: - € 1.456.000 nadeel indexatie Veiligheidsregio Kennemerland, - € 63.000 nadeel verwerking septembercirculaire 2022, - € 27.000 nadeel verwerking decembercirculaire 2022.

Kadernota 2024

72

Programma 7 Alg. Dekkingsmiddelen & Overhead Neutrale wijzigingen (neutraal over alle programma's) Aanstelling beleidsadviseur fietssubsidies

L

37 n

Claims stelpost mee-adem principe 2023

L

126 n

Claims stelpost mee-adem principe 2023

B

-126 v

Formatie en bezetting subsidiebureau naar primair proces

L

-130 v

Mutaties personeel

L

8 n

Opdracht Gewoon in de Wijk

L

-7 v

Overdracht taken toezicht ODIJ

L

-19 v

Formatie-uitbreiding Zandvoort

L

309 n

Hogere bijdrage Zandvoort

B

-309 v

Uitvoering aanbeveling uit 213a onderzoek 'benchmark overhead'

L

-2.237 v

Wijzigingen met een effect op reserves Bekostiging budgetcoach middels reserve KOT

41 n

Bestemmingsvoorstellen resultaat jaarrekening 2022

185 n

Totaal bestedingsvoorstellen incidentele middelen

1.816 n

Saldo mutaties financieel kader

-11.328 v

Totaal wijzigingen programma exclusief reserves

-11.634 v

Toevoegingen / onttrekkingen reserves Onderwerp en mutatie per reserve Bestemmingsvoorstellen resultaat jaarrekening 2022 Onttrekking Algemene reserve

-185 v

Bestedingsvoorstellen incidentele middelen / Financieel kader Dot & Onttr. Groei van de stad

-2.152 v

Onttrekking Steunmaatregelen corona

-5.809 v

Totaal wijzigingen programma inclusief reserves

-19.780 v

Toelichtingen Neutrale wijzigingen Aanstelling beleidsadviseur fietssubsidies Voor de formatie-uitbreiding beleidsadviseur fietssubsidie op Programma 4 wordt op Programma 7 de stelpost mee-ademprincipe overhead verhoogd met € 37.000.

Kadernota 2024

73

Claims stelpost mee-adem principe 2023 € 126.000 De stelpost overhead is geactualiseerd en verhoogd naar aanleiding van de structurele capaciteitsuitbreiding bij het primair proces voor de jaarschijf 2023 en verder. Op een aantal onderdelen in de bedrijfsvoering is extra inzet nodig. Bij deze voortgangsrapportage wordt een aantal incidentele en structurele claims toegekend ten laste van de stelpost overhead. Deze wijziging heeft effect op programma 7 en is per saldo neutraal. Formatie en bezetting subsidiebureau naar primair proces € 130.0000 Per 01-01-2023 is de formatie en bezetting van het subsidiebureau verplaatst van overhead naar het primaire proces. Daardoor schuift ook het materieelbudget naar het primaire beleidsveld. Mutaties personeel Voor de mutaties personeel op Programma 1 wordt op Programma 7 de stelpost mee-ademprincipe overhead verhoogd met € 8.000. Opdracht Gewoon in de Wijk Als gevolg van de contractering van Buurt per 1 januari 2023 wordt de begroting bijgesteld zodat een eenvoudigere begrotingsstructuur ontstaat. De budgetneutrale wijziging leidt per saldo tot € 7.000 lagere lasten in programma 7. Overdracht taken toezicht ODIJ Door de overdracht taken toezicht ODIJ (programma 5 en 6) nemen de lasten in programma 7 af met € 19.000.

Formatie-uitbreiding Zandvoort Tegenover formatie-uitbreidingen voor de gemeente Zandvoort staat een hogere bijdrage van € 309.000 aan de gemeente Haarlem. Dit betreft een neutrale wijziging. Uitvoering aanbeveling uit 213a onderzoek 'benchmark overhead' ad € 2.237.000 In 2022 heeft Berenschot een benchmark onderzoek gedaan naar hoe de overhead van de Gemeente Haarlem zich verhoudt tot andere gemeenten. Bij deze benchmark heeft Berenschot de overheadformatie per 1 januari 2022 nader geanalyseerd en per categorie gekeken of een functie tot de overhead behoort of niet. Hierbij is geconstateerd dat Haarlem administratief meer functies tot de overhead rekent dan verplicht is op basis van het BBV. Een aanbeveling in het betreffende 213a onderzoek ‘benchmark overhead’ was om op basis van de uitkomsten van de benchmark de administratieve inrichting van de overheadformatie op een aantal onderdelen in lijn te brengen met het BBV. Naar aanleiding van de uitkomsten wordt nu 27,7 fte aan overheadfuncties voortaan aangemerkt als functies ten behoeve van het primair proces. Dit betekent tegelijkertijd een verschuiving in de begroting van € 2,5 miljoen van het beleidsveld overhead naar diverse andere beleidsvelden.

Reservemutaties Bekostiging budgetcoach middels reserve KOT ad € 41.000 Voor de extra formatie budgetcoach (Programma 3) wordt op Programma 7 de stelpost meeademprincipe overhead verhoogd.

Kadernota 2024

74

Bestemmingsvoorstellen resultaat jaarrekening 2022 ad € 185.000 Dit betreft verwerking van de bestemmingsvoorstellen resultaat jaarrekening 2022 volgens paragraaf 2.4 van deze Kadernota. Totaal bestedingsvoorstellen incidentele middelen € 1.816.000 Dit betreft het saldo van de bestedingsvoorstellen incidentele middelen 2023 binnen programma 7. Deze worden toegelicht in paragraaf 1.3 en bijlage 4. Saldo mutaties financieel kader € 11.328.000 Dit betreft het saldo van de mutaties financieel kader 2023 als opgenomen in paragraaf 2.2 die betrekking hebben op programma 7. Dit saldo van € 11.328.000 voordelig binnen programma 7 wordt verklaard door: - € 7.335.000 voordeel verwerking september- en decembercirculaire, - € 2.512.000 voordeel actualisatie aantallen gemeentefonds, - € 5.500.000 inzetten stelpost prijsstijgingen, - € 2.876.000 nadeel actualiseren loonsom, - € 415.000 nadeel actualisatie kapitaallasten, - € 230.000 nadeel verhoging energielasten, - € < 498.000 nadeel som overige mutaties lopend over programma 7.

Besluit 1. De financiële wijzigingen over 2023, zoals opgenomen in de Voortgangsrapportage 2023 vast te stellen en deze financieel technisch te verwerken in de begroting 2023 volgens de begrotingswijziging (Bijlage 2: Begrotingswijziging Voortgangsrapportage 2023). 2. In te stemmen met de voorgestelde wijzigingen in baten en lasten van de exploitatie (zie paragraaf 3.2). 3. In te stemmen met de toevoegingen en onttrekkingen aan reserves (zie paragraaf 3.2).

Kadernota 2024

75

4 Investeringen en MPG/Grondbeleid 4.1 Hoofdlijnen 10 jarig Investeringsplan 4.1.1. Inleiding In het coalitieakkoord 2022-2026 ‘Actie! Aan de slag voor een sociale, groene en leefbare stad’ staat dat Haarlem ervoor kiest om, voor het Investerings Programma als sturingsinstrument voor de ontwikkeling van de stad, een langer lopend programma (bijvoorbeeld 10 jaar) te ontwikkelen. Daarmee ontstaat beter zicht op ontwikkelingen die buiten de voorheen gangbare planningsperiode van vijf jaar vallen. In deze kadernota wordt dit voornemen voor het eerst geëffectueerd met naast een 5-jarig IP ook een eerste beeld voor de investeringen buiten deze periode zichtbaar gemaakt in het 10-jarig IP. Door de overgang van een 5-jarig naar een 10-jarig investeringsplan krijgt deze een meer strategische planningsfunctie. Met als basis de Programmabegroting 2023-2027 is de planning van de voorgenomen investeringen geactualiseerd. Tevens is geïnventariseerd welke voorstellen er zijn voor nieuwe investeringen of voor bijstelling van al bestaande investeringen. Deze kadernota dient ter actualisatie van het investeringsplan en om alle nieuwe of bijgestelde investeringswensen in kaart te brengen. De investeringen zoals verwerkt in de actualisatie van het investeringsplan (IP) worden met de kadernota vastgesteld.

De nieuwe en/of bijgestelde investeringsvoorstellen worden gepresenteerd en als besluitpunt voorgelegd om deze in het investeringsplan op te nemen. Bij een positief besluit worden deze investeringen bij de Programmabegroting 2024-2028 verwerkt in het investeringsplan. In paragraaf 4.1.2 volgt een globale omschrijving van de doorgevoerde actualisatie. Paragraaf 4.1.3 geeft inzicht in de mutaties op investeringsniveaus en kapitaallasten per jaar die plaats vinden als gevolg van de actualisatie van het investeringsplan en geeft vervolgens een toelichting op mutaties groter dan € 1 miljoen. Paragraaf 4.1.4 toont de financieel-technische mutaties binnen de actualisatie. Pararagraaf 4.1.5 geeft aan welke kaders er gelden voor bepalen van de ruimte voor aanvullende (nieuwe) investeringen. Vervolgens wordt in paragraaf 4.1.6 weergegeven vanuit welke inhoudelijke onderbouwing prioritering heeft plaatsgevonden. Daarnaast wordt weergegeven welke (niet) afweegbare investeringen aan het investeringsplan worden toegevoegd en welke investeringen komen te vervallen, of afnemen in prioriteit. In paragraaf 4.1.7 wordt voor het eerst inzicht gegeven in het 10-jarig investeringsplan. Afsluitend geeft paragraaf 4.1.8 de kredietbesluiten gerelateerd aan de investeringen weer.

4.1.2. Actualisatie Kadernota 2024 Uit de jaarrekening 2022 blijkt dat er afgelopen jaar een bedrag van € 55 miljoen is geïnvesteerd, ten opzichte van een (uiteindelijk) begroot bedrag van € 53 miljoen. Dit betekent dat 104% van de voorgenomen investeringen is gerealiseerd. Dit is een flinke stijging ten opzichte van vorige jaren, zowel in absolute zin als qua bestedingspercentage. Onderdeel van deze actualisatie is dat van alle investeringen in de jaren 2023 en verder opnieuw is gekeken of de geraamde (jaren van) uitgaven realistisch zijn. Na de actualisatie bedraagt de jaarschijf Kadernota 2024

76

2023 € 75 miljoen en de jaarschijf 2024 € 88 miljoen. Dit houdt in dat voor dit jaar opnieuw een forste stijging ten opzichte van de realisatie in het afgelopen jaar wordt verwacht en dat deze stijgende lijn zich ook volgend jaar doorzet. De actualisatie, in combinatie met de indicatieve investeringen voor het 10-jarig investeringsplan, toont aan dat de investeringsvolumes structureel hoger komen te liggen dan voorheen het geval was.

4.1.3. Investeringsplan en gevolgen voor de begroting De actualisatie en de technische wijzigingen leiden tot een geactualiseerd investeringsplan. De kapitaallasten van dit investeringsplan en de (gewijzigde) lasten in de exploitatie hebben gevolgen voor het begrotingssaldo in het huidige jaar en verder. 3a. Investeringsplan op hoofdlijnen Het totaal aan geraamde investeringen voor 2023 na deze actualisatie bedraagt € 75 miljoen. Voor de jaren 2024 en 2025 bedragen de totalen respectievelijk € 88 miljoen en € 92 miljoen. Gezien de realisatie in de afgelopen jaren zijn dit ambitieuze bedragen. Ten opzichte van de bedragen uit de Programmabegroting 2023-2027, inclusief de aanvullende investeringen waartoe bij die programmabegroting is besloten, zijn de voorgenomen investeringen in 2023 gedaald van € 85 miljoen naar € 75 miljoen, in 2024 gestegen van € 83 miljoen naar € 88 miljoen en in de jaren daarna steeds lager dan de raming in de programmabegroting.

Programma 1 Programma 2 Programma 4 Programma 5 Programma 6 Programma 7

2023 20.489 1.393 43.197 6.505 150 3.585

2024 28.912 725 42.386 10.475 0 5.435

2025 26.224 1.159 48.946 11.500 0 4.325

2026 30.433 230 61.696 13.600 0 2.366

2027 12.106 1.800 93.506 13.757 150 2.145

75.319

87.933

92.154

108.325

123.464

De grootste investeringen vallen onder de programma’s 1 (“Maatschappelijke participatie”) en 4 (“Aantrekkelijke woon- werkstad”). In programma 1 gaat het om investeringen in onderwijshuisvesting en sportcomplexen en -accommodaties. Programma 4 bevat de investeringen in de openbare ruimte, waaronder de investeringsbudgetten voor de Structuurvisie Openbare Ruimte (SOR) en de aan ontwikkelingen en ontwikkelzones gerelateerde investeringen. De bij deze kadernota aangedragen nieuwe of hogere investeringen zijn nog niet in deze cijfers verwerkt. Deze worden apart voorgelegd (zie paragraaf 4.1.6 en 4.1.7 van dit hoofdstuk) en pas verwerkt na bestuurlijke besluitvorming hierover. 3b. Wijziging in begrote exploitatie lasten De wijzigingen in het investeringsplan werken door in de begrote rente- en afschrijvingslasten. De kapitaallasten van het geactualiseerde Investeringsplan zijn als volgt: Kapitaallasten van dit investeringsplan Lasten Kapitaallasten Waarvan kapitaallasten reserve MN Waarvan kapitaallasten riolering Waarvan gedekt door reserves Totaal Kadernota 2024

2023 37.964 1.179 5.228 182 31.375

2024 42.208 1.595 5.438 588 34.587

2025 44.456 1.704 5.713 406 36.631

2026 48.073 0 5.965 406 41.701

2027 51.451 0 6.355 406 44.690

2028 58.052 0 6.671 406 50.975 77

De kapitaallasten van het bij de Programmabegroting 2023-2027 vaststelde Investeringsplan zijn als volgt: Kapitaallasten van investeringsplan huidige begroting (Programmabegroting 2023-2027) Kapitaallasten 2023 2024 2025 Kapitaallasten 38.594 42.072 45.322 Waarvan kapitaallasten reserve MN 1.312 1.379 1.489 Waarvan kapitaallasten riolering 5.223 5.405 5.680 Waarvan gedekt door reserves 182 588 406 Totaal 31.878 34.701 37.748

2026 50.614 1.619 5.897 406 42.692

2027 54.800 1.729 6.287 406 46.378

2028 54.800 1.729 6.287 406 46.378

De verschillen in kapitaallasten tussen het bij de Programmabegroting 2023-2027 vastgestelde Investeringsplan en het geactualiseerde investeringsplan zorgen voor de volgende mutaties in het begrotingskader: Mutatie in lasten van investeringsplan t.o.v. Programmabegroting 2023 Mutaties lasten uit investeringen (negatief is voordeel) 2023 Saldo mutatie lasten -630 Waarvan kapitaallasten reserve MN 133 Waarvan kapitaallasten riolering -5 Waarvan gedekt door reserves 0 Subtotaal: mutatie kapitaallasten -502 In te vullen taakstelling stelpost investeringen (2023) 464 Lasten direct in exploitatie 1.000 Inzet incidentele middelen -1.000 Totaal rekening resultaat (negatief: voordeel) -38

2024 136 -216 -33 0 -113

2025 -867 -216 -33 0 -1.116

2026 -2.541 1.619 -68 0 -991

2027 -3.348 1.729 -68 0 -1.688

2028 3.253 1.729 -384 0 4.597

800 -600 87

800 -440 -756

800 -280 -471

800 -120 -1.008

800 40 5.437

Het subtotaal aan geactualiseerde kapitaallasten geeft tot en met 2027 lagere lasten dan was begroot bij de Programmabegroting 2023-2027. Dit is het gevolg van de ten opzichte van de programmabegroting afgenomen investeringsvolumes in de jaren 2023, 2025 en de daaropvolgende jaren. Ook is meer sprake van investeringen die over een periode van meerdere jaren worden gerealiseerd, waardoor de afschrijvingslasten in een later jaar starten dan eerder was begroot. In de begroting wordt met jaarlijkse stelposten al rekening gehouden met een zekere mate van onderbesteding van voorgenomen investeringen, hierdoor worden er lagere kapitaallasten begroot. Deze stelpost wordt voor 2023 ingevuld nu het verschil tussen begrote en werkelijke kapitaallasten voor dit jaar bekend is. De ‘stijging’ in kapitaallasten in 2028 komt doordat het jaar 2028 eerder nog niet werkelijk was begroot (de Programmabegroting 2023-2027 keek vooruit tot en met 2027). De verschuiving van kosten voor digitale transformatie van het investeringsplan naar de exploitatie, zoals toegelicht in paragraaf 4.1.4, geeft een hogere last in de begroting. Hier staan wegvallende kapitaallasten tegenover, maar in de eerste jaren ontstaat per saldo een nadeel. Dit nadeel wordt opgevangen met de inzet van incidentele middelen.

Het totaal van de actualisatie, de invulling van de stelpost investeringen, de verschuiving van lasten naar de exploitatie en de inzet van incidentele middelen leidt tot lagere lasten vanuit de investeringen dan eerder begroot in vrijwel alle jaren, met uitzondering van 2024. 3c. Toelichtingen bij grote wijzigingen (> € 1 miljoen) Als toelichting op de mutaties in het Investeringsplan volgt een overzicht met toelichting van wijzigingen waarbij in totaal € 1 miljoen of meer in de tijd verschuift. Kadernota 2024

78

IP post

Omschrijving

77.01 77.01 FTS.02 GOB.70 GOB.75 GOB.75 GOB.78 ICT.01 ICT.02 IP.MN ONT.01 SOR.00 SOR.01 SOR.08 SOR.13 SOR.15 SOR.22 SOR.33

JOP 2020 De Verbeelding JOP 2020 Uitbreiding Zonnewijzer Fietsenstalling Houtplein Bereikbaar houden Schalkwijk: Amerikaweg Middengebied Schalkwijk Middengebied Schalkwijk (bijdrage derden) Integrale vernieuwing Meerwijk (IVORIM) Vervanging en uitbreiding ICT Digitale Transformatie Investering maatschappelijk nut (stelpost) Bereikbare Steden SOR - Duurzame mobiliteit SOR - Water, groen, klimaatadaptatie, ecologie Bisschop Bottemanneplein Oudeweg Fase 1 kruising Fustweg Fietsparkeren binnenstad Herstructurering Stadsstraat Europaweg Fietsring/SOR variant Wilhelminastraat/Raaks

2023 mutatie

2024 mutatie

2025 mutatie

2026 mutatie

9503.6211.650 1.5691.353 1.930537300 1.8753.000 1.709

1.050-

950 3.621

1.050

193

1.200

700200-

425-

2.624 36 300 1.250 1.6903.891-

7902452.850 4.0374.0001.000-

2.0001.4108005.700 5.8843.388958-

600

1.215

1.100

200 1.100

2027 mutatie

224 2248.5001.8138005.700 3.2293.2981.453-

1.125 3.4001.100

De Verbeelding (77.01) Doordat de uitbreiding van de Zonnewijzer is vertraagd, komt de locatie Zonnewijzer II later beschikbaar als nieuwe locatie voor de Verbeelding. De locatie Zonnewijzer II wordt, zodra het beschikbaar komt, aangepast voor huisvesting van de Verbeelding. De verwachte uitvoering van deze investering verschuift daarom van 2023/2024 naar 2025/2026. Uitbreiding Zonnewijzer (77.01) De voorbereiding om te komen tot een ontwerp kost meer tijd dan voorzien. Dit komt voornamelijk door de eisen voor een passende architectonische en stedenbouwkundige uitwerking aangezien het een uitbreiding betreft van de huidige school die de status heeft van gemeentelijk monument. De uitvoering van deze uitbreiding verschuift van 2023 naar 2025. Fietsenstalling Houtplein (FTS.02) De raming voor deze investering is opgehoogd conform besluit ‘Kredietaanvraag fietsenstalling Houtplein’ (2022/1615940). De investering is niet in tijd verschoven en staat nog steeds geraamd in 2023. Amerikaweg (GOB.70) De reservering in het IP voor de Amerikaweg is opgehoogd conform besluit ‘Kruising Boerhaavelaan/Amerikaweg; vaststellen Definitief Ontwerp en vrijgeven uitvoeringskrediet’ (2022/980724). De investering staat nog steeds geraamd in 2023 en 2024.

Middengebied Schalkwijk (GOB.75) Dit betreft geen verschuiving in de tijd, maar een ophoging van het geraamde investeringsbedrag conform besluit ‘Instemmen aanvullend kredietbesluit en DO Schalkwijk Midden ‘Stad tussen de Bomen’ (2023/0205334). Tegenover de ophoging staat ook een hogere bijdrage van derden.

Kadernota 2024

79

Integrale vernieuwing openbare ruimte Meerwijk / IVORIM (GOB.78) De reservering in het IP is aangepast aan de planning vanuit het project, zoals benoemd in besluit nummer 2022/1254980 ‘Instemmen DO en Kredietbesluit Integrale Vernieuwing Openbare Ruimte In Meerwijk (IVORIM)’ Vervanging en uitbreiding ICT (ICT.01) In het IP is een jaarlijks budget opgenomen voor de uitbreiding en vervanging van hardware. Er is een zogeheten ‘roadmap’ opgesteld van de uitbreidings- en vervangingsbehoefte de komende jaren, gebaseerd op de technische levensduur van de gebruikte ICT apparatuur. Op basis hiervan zijn de investeringsbudgetten opnieuw in de tijd gezet. Dit leidt er toe dat de geraamde investeringen in 2023 en 2024 toenemen en de investeringen in de drie jaar daarna afnemen. In 2029 volgen weer relatief grote investeringen. Per saldo worden de investeringsbedragen die stonden geraamd voor de periode 2023-2027 nu benut in de periode 2023-2029, met zwaartepunten in 2023, 2024 en 2029. Digitale transformatie (ICT.02) Om financieel-technische redenen, die verder worden toegelicht in paragraaf 4.1.4, daalt het investeringsbedrag op deze post en nemen de lasten in de begroting met een zelfde bedrag toe. Daarnaast is sprake van een nieuwe fasering van de verwachte uitgaven, met een piek in 2025 voor de vervanging van het document management systeem en het financieel systeem.

Investeringen Maatschappelijk Nut (IP.MN) De ramingen voor verplicht te activeren vervangingsonderhoud in de openbare ruimte zijn opgehoogd, niet in tijd verschoven. De raming in 2023 was relatief laag vanwege een aantal eerder besloten technische verschuivingen van budget van deze IP post naar specifieke IP posten (o.a. Eijkmaanlaan en Amerikaweg). In de jaren 2025 en verder neemt het jaarlijkse budget toe conform de bepalingen uit het coalitieakkoord. Bereikbare steden (ONT.01) In de Programmabegroting 2022-2026 is een bedrag van €45 miljoen in het IP opgenomen als zichtbare gemeentelijke reservering om te investeren in ‘bereikbare steden’. Deze reservering is destijds opgenomen in de jaren 2024, 2025 en 2026, wat toen de laatste drie jaren van het IP waren. Aan de verdeling over de jaren lag nog geen programmering ten grondslag. Inmiddels is die programmering er wel, en is er een beeld van investeringen in het kader van bereikbare steden waar deze middelen voor worden ingezet. De fasering is daarom gewijzigd en verspreid over de jaren 2023 tot en met 2029. Structuurvisie openbare ruimte (SOR.00 en SOR.01) Vanuit de B&W nota ‘Onderwerp Haarlem en de mobiliteitstransitie; redeneerlijn realisatie Mobiliteitsbeleid (2023/431555) zijn de stelposten SOR grotendeels ingevuld met concrete projecten die in de periode 2023-2027 zijn geprogrammeerd.

Voor zover er in deze jaren geen uitvoering is gepland, zijn de resterende bedragen op de stelposten in 2027 blijven staan. Bisschop Bottemanneplein (SOR.08) Op basis van de meest recente kostenraming tijdens de VO-fase is het investeringsbedrag voor dit plein verhoogd. De fasering is ongewijzigd met de voorbereiding in 2023 en de uitvoering in 2023/2024 zoals beschreven in de nota ‘Vrijgave voor inspraak Voorlopig Ontwerp Bisschop Bottemanneplein (2021/75635).

Kadernota 2024

80

Oudeweg fase 1, kruising Fustweg (SOR.13) Als onderdeel van het sleutelproject 'Welkom in Haarlem via de Oudeweg' is de Oudeweg de belangrijkste ontsluiting aan de noordoostzijde van Haarlem. Een goede en veilige doorstroming op deze weg is hierom van groot belang, ook als vervolg op de recente afwaardering van de Amsterdamsevaart en de geplande herinrichting van de gedempte Oostersingelgracht. Er is een SOR onderzoek uitgevoerd naar een mogelijke optimalisatie van de Oudeweg: veiligheid en. doorstroming, zonder uitbreiding van asfalt. Voor de uitvoering is geld gereserveerd in de SOR. Er wordt gestart met korte termijn maatregelen op de kruising Oudeweg-Fustweg, ter verbetering van de veiligheid. Fietsparkeren binnenstad (SOR.15) Vanuit diverse investerings- en exploitatiebudgetten wordt de komende jaren geïnvesteerd in het fietsparkeren. Ook vanuit de SOR is een budget opgenomen voor fietsparkeren, in het bijzonder in de binnenstad. Voor de investeringen de komende jaren is al dekking vanuit andere budgetten, waardoor aanwending van de SOR middelen voor dit doel de eerste jaren niet wordt verwacht. De raming voor deze uitgaven verschuift daarom naar 2027. Als zich kansen voordoen, kan dit budget alsnog in eerdere jaren worden ingezet.

Herstructurering Stadsstraat Europaweg (SOR.22) Deze verlaging betreft een verschuiving van middelen van project Europaweg, waar vanwege de beschikbaarheid van subsidies vanuit de Woningbouwimpuls en de regeling Bereikbare Steden minder SOR geld nodig is, naar de mobiliteitshub Nieuw-Zuid. De planning van de Stadsstraat Europaweg wijzigt niet met deze financiële verschuiving, start uitvoering is gepland in 2025 zoals beschreven in de nota Vaststellen Programma van Eisen (PvE) Europaweg Stadsstraat (2023/294787). De investering in de mobiliteitshub vanuit de SOR gelden staat geraamd voor 2028 en verder en komt daarom in dit overzicht nog niet naar voren als mutatie. Wilhelminastraat / Raaks SOR variant inclusief fietsring (SOR.33) Vanwege de vervangingsopgave staat sinds de Programmabegroting 2022-2026 een reservering in het IP op post OR.020. Deze gelden staan geraamd in 2023 en 2024 voor de voorbereiding, met de uitvoering beginnend in 2025. De Wilhelminastraat e.o. is één van de zeven sleutelprojecten vanuit de Structuurvisie Openbare Ruimte (SOR).

Hier komen de hoofdopgaven van de SOR samen: meer verblijfskwaliteit, recreatieve mogelijkheden en routes, ruimte voor stadsnatuur, gezonde straatbomen, klimaatadaptatie, ruimte voor de voetganger en kwaliteit van de looproutes, keuze voor de fiets binnen de stad, duurzame mobiliteit, de auto te gast in het centraal stedelijk gebied en het versterken van de HOV-corridor. Om deze ambities te realiseren worden ook SOR gelden gereserveerd voor de Wilhelminastraat. Mobiliteitstransitie en fiets Zuidelijk Ringtracé N205 (SOR) Bij de Programmabegroting 2024-2028 zal de N205 in het IP ingepast worden binnen de nog beschikbare stelposten van de SOR. Dit is nodig omdat het project ‘Mobiliteitstransitie en fiets Zuidelijk Ringtracé N205’ in de redeneerlijn realisatie mobiliteitsbeleid (2023/431555) als essentieel is aangemerkt om de mobiliteitstransitie vorm te geven. De doorstroming wordt op dit tracé bevorderd door het uit elkaar halen van netwerken, het verminderen van aantakkingen en het aanpassen van verkeersregelinstallaties (VRI’s). Daar waar dat voor de leefbaarheid nodig is, wordt asfalt weggehaald of een wegversmalling toegepast. De komende jaren wordt gestart met fase 1 ‘Florapark en voorbereiding definitieve situatie’. Met dekking uit de stelpost SOR is het mogelijk dit project op te pakken vooruitlopend op beheer en onderhoud.

Kadernota 2024

81

4.1.4. Financieel-technische wijzigingen De voor gemeenten geldende begrotingsregels (Besluit Begroting en Verantwoording) schrijven voor wanneer uitgaven als investeringen moeten worden aangemerkt en wanneer dat niet mag. Het komt voor dat uitgaven die als investering zijn voorzien, ten laste van de begroting moeten worden gebracht of andersom. Software as a Service Op het gebied van software is sprake van een verandering. Software pakketten worden steeds minder verkocht als product dat wordt aangeschaft en dus voor de gemeente een investering is. Steeds vaker worden deze als een dienst of abonnement verkocht. Deze verschuiving van software van aanschaf naar ‘software as a service’ betekent dat de in de gemeente gereserveerde gelden hiervoor niet langer in het investeringsplan moeten staan, maar in plaats daarvan in de exploitatie. In het investeringsplan wordt de raming voor digitale transformatie (IP post ICT.02) verlaagd met € 1 miljoen in 2023 en € 0,8 miljoen in volgende jaren als gevolg van deze verschuiving. In de exploitatie worden de begrote lasten in Programma 7 met de zelfde bedragen verhoogd. Hoewel er in absolute zin niet meer of minder wordt uitgegeven, geeft dit op de korte termijn een hogere last in de exploitatie. De kosten komen nu inééns ten laste van de begroting, en niet langer uitgesteld en over meerdere jaren verspreid als kapitaallasten.

Wilhelminastraat De komende jaren wordt geïnvesteerd in vervanging en herinrichting van de Wilhelminastraat en een aantal omliggende straten. De Wilhelminastraat e.o. is één van de zeven sleutelprojecten vanuit de Structuurvisie Openbare Ruimte (SOR). Hier komen de hoofdopgaven van de SOR samen: meer verblijfskwaliteit, recreatieve mogelijkheden en routes, ruimte voor stadsnatuur, gezonde straatbomen, klimaatadaptatie, ruimte voor de voetganger en kwaliteit van de looproutes, keuze voor de fiets binnen de stad, duurzame mobiliteit, de auto te gast in het centraal stedelijk gebied en het versterken van de HOV-corridor. Naast de investeringen vanuit IP posten OR.020 en SOR.33 wordt er vanwege de onderhoudsbehoefte ook vanuit groot onderhoud (Investeringen Maatschappelijk Nut of IPMN) een bedrag van € 1,95 miljoen gereserveerd voor deze investering. Voor een betere transparantie en sturing op de totale kosten wordt dit bedrag overgeheveld van het budget IPMN naar IP post OR.020. Prinsenbrug Als onderdeel van de niet-afweegbare hogere investeringen, wordt het IP bedrag voor de Prinsenbrug verhoogd en wordt een aanvullend krediet vrijgegeven. Een toelichting hierover is opgenomen in paragraaf 9 kredietbesluiten.

Van de hogere investering wordt € 830.000 gedekt door een verlaging van het budget voor civiel vervangingsonderhoud, het Investerings Programma Maatschappelijk Nut (IPMN), omdat deze kosten betrekking hebben op groot onderhoud civiel. Voor de sturing en het inzicht voor de raad wordt de volledige investering op IP post BRG.01 verantwoord. Er wordt een bedrag van € 830.000 overgeheveld van het budget IPMN naar IP post BRG.01.

4.1.5. Financieel kader Investeringsplan Er zijn twee financiële variabelen die de omvang van het Investeringsplan begrenzen: Het maximum aan de netto schuldquote (NSQ) De gemeente hanteert een maximale netto schuldquote van 120% (Kadernota 2018). Uit een recente actualisatie van de berekende NSQ blijkt dat er tot eind 2027 nog ruimte is voor ongeveer € 110 Kadernota 2024

82

miljoen aan aanvullende investeringen (zonder dekking) bij een maximale NSQ van 120%. Deze raming is voornamelijk gebaseerd op de Programmabegroting 2023-2027 inclusief aanvullende voorstellen en de jaarrekening 2022. Bij de programmabegroting 2024-2028 kan weer een actualisatie gegeven worden van de verwachte NSQ op basis van (verder) geactualiseerde gegevens. De NSQ wordt naast de schulden van de gemeente ook sterk beïnvloed door de totale baten van een gemeente en daarmee hebben veel factoren invloed op de berekening, deels niet door de gemeente te beïnvloeden. Het lijkt niet de NSQ maar eerder de kapitaallasten van de investeringen die de omvang van het Investeringsplan begrenzen. Kapitaallasten passend in een sluitende begroting De kapitaallasten, volgend vanuit de reeds geplande investeringen, zijn geactualiseerd (zie paragraaf 3). Voor alle jaren is een daling van de kapitaallasten zichtbaar ten opzichte van de Programmabegroting 2023-2027. Dit wordt veroorzaakt doordat de geplande investeringen realistischer in de tijd zijn gezet, waardoor kapitaallasten later komen dan eerder was begroot. De investeringen worden uiteindelijk wel gerealiseerd, dus in latere jaren nemen de kapitaallasten alsnog toe. Een verdere ophoging van het investeringsvolume leidt tot een verdere verhoging van kapitaallasten.

Wanneer investeringen eenmaal zijn gedaan, vormen de kapitaallasten een niet-beïnvloedbare last in de begroting die kan leiden tot het moeilijker kunnen realiseren van een sluitende begroting. Realiserend vermogen De nu geraamde investeringsvolumes voor de komende jaren zijn significant hoger dan de gerealiseerde volumes in de afgelopen jaren. De indicatieve investeringen voor het 10-jarig IP tonen reeds dat ook in latere jaren grote investeringsvolumes benodigd zijn om de gewenste voorzieningenniveaus te realiseren, de toenemende volumes zijn daarmee structureel. Los van de genoemde financiële kaders wordt het een grote opgave om met de beschikbare capaciteit de gewenste investeringen te realiseren. Richting de Programmabegroting 2024-2028 wordt geanalyseerd wat dit betekent voor de organisatie en welke stappen hierin gemaakt dienen te worden.

4.1.6. Nieuwe investeringen en prioritering De groei van de stad en de mondiale ontwikkelingen stellen Haarlem voor grote opgaven en ambities op het gebied van wonen, mobiliteit, circulariteit, energie, digitalisering, kansengelijkheid. Voor het sociaal domein uit dit zich in financiële en ruimtelijke zin voornamelijk door investeringen in onderwijshuisvesting, sportaccommodaties en maatschappelijke voorzieningen waarbij het grootste gedeelte van die nieuwe investeringen ten behoeve van onderwijshuisvesting is. Binnen het fysiek domein zorgen alle ontwikkelingen ervoor dat er andere eisen worden gesteld aan de wijze waarop de stad moet worden ingericht. Zo komen er de komende jaren 10.000 extra woningen, is er een noodzakelijke mobiliteitstransitie, wordt het voorzien in de energiebehoefte meer lokaal opgewekt, is er sprake van verduurzaming van panden en wordt de openbare ruimte bij herinrichtingen toekomstbestendig en klimaatadaptief gemaakt. Investeringen Fysiek domein en prioritering Er worden drie type investeringen onderscheiden: 1. Investeringen gerelateerd aan de beheer-/vervangingsopgave van de openbare ruimte: in de openbare ruimte van de buurten is om de zoveel jaar technisch beheer en vervanging nodig.

Kadernota 2024

83

Bij deze vervangingen worden zoveel als mogelijk ook andere opgaven (bijv. op het gebied van gezondheid, leefbaarheid, klimaatadaptatie, biodiversiteit, mobiliteit en energietransitie) direct meegenomen. 2. Investeringen gerelateerd aan gebiedsontwikkelingen: op verschillende plekken in de stad wordt gewerkt aan de bouw van nieuwe stukken stad waarin 10.000 extra woningen, infrastructuur, nieuwe voorzieningen en werkgelegenheid gestalte krijgen. 3. Overige stedelijke investeringen en lokale kwaliteitsimpulsen die nodig zijn om de grote opgaven tijdig het hoofd te bieden en om de ambities uit de Omgevingsvisie te realiseren. Voor de investeringen vallend onder categorie 1 zijn het Strategisch Beheerplan Openbare Ruimte en de onderhoudsbehoefte van de buurten leidend voor de selectie van investeringen gerelateerd aan beheer-/vervangingsopgaven in de stad. De buurtprogrammering laat zich weinig prioriteren, aangezien de programmering is afgestemd op het moment dat er technisch gezien moet worden ingegrepen. Om tot een prioritering en fasering van investeringen vallend onder categorie 2 en 3 te komen zijn alle potentiële investeringen gerelateerd aan gebiedsontwikkelingen en overige stedelijke investeringen beoordeeld. Hierbij is allereerst gekeken naar de mate waarin een investering bijdraagt aan de zes opgaven1 uit de Omgevingsvisie 2045.

Vervolgens is ook gekeken naar aspecten die maken dat een investering niet kan worden uitgesteld. Denk hierbij aan de onomkeerbaarheid van projecten omdat deze reeds in uitvoering zijn of in een fase zijn waarin het maatschappelijk of politiek ongewenst is om deze te stoppen. Ook cofinancieringsvereisten en/of contractuele verplichtingen kunnen leiden tot prioritering van bepaalde projecten. Haarlem heeft de afgelopen jaren meerdere subsidies (toegezegd) gekregen en aan deze subsidies zijn prestatievereisten gekoppeld. Zonder uitzondering dragen deze projecten ook sterk bij aan de opgaven uit de Omgevingsvisie. Daarnaast zijn er nog investeringen die onlosmakelijk zijn verbonden of randvoorwaardelijk zijn voor de ontwikkelzones of OV-knooppunten, deze samenhang zorgt voor een hogere prioriteit. 6a. Niet-afweegbare nieuwe en duurder wordende investeringen Als gevolg van de mondiale ontwikkelingen, de hoge energiekosten en stijgende lonen blijkt uit recente kostenramingen dat een aantal lopende ten toekomstige investeringen duurder zal worden dan eerder voorzien. In het afgelopen jaar zijn hier al enkele separate raadsbesluiten over genomen, die in de actualisatie zijn verwerkt. Ophogingen die onvermijdelijk zijn waarover nog geen besluit is genomen of welke nog niet zijn verwerkt, worden in deze Kadernota ter besluitvorming voorgelegd.

Een deel van deze investeringen leidt per saldo niet tot een hogere last in de begroting. Dit is het geval bij ontwikkel-gerelateerde investeringen. Daarbij worden de kapitaallasten van de investering bijvoorbeeld gedekt vanuit de business case van de ontwikkelzone, of door rijkssubsidies als Bereikbare Steden en de Woningbouwimpuls (WBI). Voor de delen die niet worden gedekt, wordt de IP post ‘bereikbare steden’ ingezet. Omdat het hier gaat om dekking vanuit een reeds bestaande en daarmee financieel verwerkte IP post zorgt dit niet voor financiële mutaties. Het gaat om de volgende nieuwe en/of hogere investeringsbedragen:

1

1.Het versterken van een aantrekkelijke woon- én werkstad voor iedereen, 2.Versterken van het sociaal weefsel, 3.Een klimaatbestendig Haarlem, 4. Een gezonde stad voor mens en dier, 5. Energietransitie in Haarlem, 6. Een duurzaam bereikbare stad Kadernota 2024

84

Hogere (niet afweegbare) investeringen Investeringen die niet leiden tot een hogere last in de begroting Mobiliteitshub Nieuw-Zuid (subsidie, SOR) Uitbreiden fietsparkeren OV Stationsplein (subsidie, SOR) Dekking vanuit stelpost Bereikbare Steden Investeringen die wel leiden tot een hogere last in de begroting Bomen in Schalkwijk Houtplein herinrichting Kade Buitenzorgkade Prins Bernhardlaan Prinsenbrug Professor Eijkmanlaan Westergracht Spoorwegovergang Apparatuur parkeergarages (besluit 2023/367551) Havendienstboot Patronaat vervangingsinvesteringen Schuur luchtbehandeling Archeologisch museum Schalkwijk midden (besluit 2023/0205334) Schalkwijk midden verlaging IMP.02 (dekking besluit 2023/0205334) Zuidstrook blok 6 t/m8 openbare ruimte Beatrixplein ITK Beatrixplein Sportzaal Beatrixplein Huis van de wijk Vervanging sportaccommodaties Vervanging sportvelden Vervanging sportvelden: natuurgras Roosje Vospad playground Skatevoorziening ’t Landje Domus Plus Onderwijshuisvesting Totaal

Totaal

2023

2024

2025

2026

2027 2028 e.v.

26.400 900

629 664

629 64

1.886 64

3.143 53

9.429 3.953

10.686 664

-27.300

-1.293

-693

-1.950

-3.196

-9.482

-10.686

100 950 150 936 3.400 330 1.211

100 950 150

1.300

1.300

800 406 140 30

936 200

3.400 130 1.211

53

800 3 140 30

4.030

1.745

-375

-375

170 3.250 350 600 880 800 500 168 350 3.716 7.300

170

31.492

220 100 190 49 350

2.753

67

85

198

250

600

1.435

1.625

1.625 350 300 420

120 275 120 119

120 425 95

1.800

2.536 1.800

1.160 1.900

20 1.800

8.752

8.123

6.946

8.518

300

95

964

In bijlage 13: Investeringsplan 2023 is hier een toelichting over opgenomen. 6b. Afweegbare nieuwe en duurder wordende investeringen Tegelijk met de actualisatie van bestaande investeringen is geïnventariseerd welke nieuwe investeringen er de komende jaren nodig zijn. Een deel van deze investeringen leidt per saldo niet tot een hogere last in de begroting. Dit is het geval als tegenover de kapitaallasten van de investering bijvoorbeeld wegvallende huurkosten staan, als er huurinkomsten vanuit de investering voortvloeien, als kosten worden gedekt vanuit reserves of grondexploitaties of wanneer er sprake is van bijdragen van derden. Vanuit deze inventarisatie worden de volgende investeringen opgenomen in het investeringsplan:

Kadernota 2024

85

Totaal

2023

2024

2025

2026

2027

2028 e.v.

5.376

7.046

16.198

3.290

200

300

300

150

25

207

207

1.893

250

50

3.106

Investeringen die niet leiden tot een hogere last in de begroting Reservering IP openbare ruimte (gedekt SBOR)

34.675

2.765

Fietsenkelder Gierstraat (ipv aanhuur)

4.200

4.200

Woonwagenstandplaatsen (gedekt verhuur)

900

100

Openb ruimte Beatrixplein (grex en derden) Parkeer- en deelvoorziening Beatrixplein (grex en derden) Vastgoed Maatschappelijke Opvang (ipv aanhuur) Depot cultuurlocaties (incidentele middelen via reserve kapitaallasten) Vernieuwen busstation Stationsplein (subsidie)

4.375

Herinrichting Schipholweg tussen mobiliteitshub en kruispunt Amerikaweg Herinrichten stationsplein

1.703

Fietsparkeren lange termijn bij station Spaarnwoude (business case) Verplaatsen P+R Station Spaarnwoude (250 parkeerplaatsen) Fietsverbinding Oostpoort (business case)

2.200

Traverse Oostpoort (business case)

15.000

Dekking vanuit stelpost Bereikbare Steden

-24.700

-416

2.264

332

Investeringen die leiden tot een hogere last in de begroting Verduurzaming NME locaties

6.512 9.900

850

8.050

1.000

4.750

4.750

7.612 170

7.776

1.363 6.998

147

1.760

1.500

1.500

12.000

-416

-4.012

-920

-7.289

526

289

PM 6.400

650

650

5.100

Begraafplaats st Jozef oprijlaan

347

347

Sanitaire ruimtes

500

250

Trailerhelling Mooie Nelweg / Schoteroog

110

110

Waterkasten Vergroenen en fietsring gedempte Oostersingelgracht Verlagen stelposten ter dekking Onderwijshuisvesting Pim Mulierlaan sociale veiligheid

393

120

-1.100 20.000 1.000

Delftwijk De Gijs (optimalisering)

125

Skaeve Huse

340

140

250

2.500 750

25

50

50

30

250

60

400

400

1.200

1.200

Digitale transformatie

3.745

ICT middelen hybride werken

1.700

Cultuurlocaties (inclusief Schuur)

2.500 PM

Vervanging sportvelden: toplagen

PM 116.320

1.117

145 850

250

133

1.100

Vervanging sportvelden: onderbouw

-11.647

393

Hybride werken

Kadernota 2024

170 778

393

Totaal

6.856

147

146

Begraafplaatsen vervanging paden

Aula begraafplaats Akendam

756

550

550

-550 2.500

-550 15.000

1.700

300

800

850 2.500

2.651

19.658

12.959

17.900

39.317

18.036

86

De verhoging van € 2,5 miljoen aan middelen voor cultuurlocaties (naar € 7,5 miljoen totaal), inclusief Schuur, zijn indicatief in het jaar 2028 opgenomen en worden daarmee nog niet verwerkt in het 5-jarig IP. Voor de bestaande IP posten voor vervangingsinvesteringen van sportvelden (onderbouw en toplagen) is de huidige inschatting dat de middelen op dit moment niet toereikend zijn om de vervangingsopgave voor de komende jaren te dekken. Dit komt mede door sterk toegenomen kosten van deze investeringen. In de aanloop naar de komende programmabegroting wordt een nadere analyse gemaakt naar de onderliggende redenen van de prijsstijgingen en de noodzakelijkheid hiervan. Voor 2024 wordt gekeken naar de mogelijkheid om binnen bestaande IPreserveringen (vanuit volgende jaren) te schuiven om de benodigde vervangingsinvesteringen voor 2024 niet te vertragen (conform 2022/1672810). In bijlage 13: Investeringsplan 2023 is hier een toelichting over opgenomen. 6c. Investeringen die vervallen of afnemen in prioriteit Met het kritisch bekijken en prioriteren van de voorgenomen investeringen zijn er ook investeringen geïdentificeerd die kunnen worden geschrapt of voorlopig minder prioriteit hebben. Investeringen die niet definitief komen te vervallen maar in het indicatieve IP voor 2032 of verder worden gepland, zijn gemarkeerd met een asterisk. Totaal

2023

2024

2025

2026

2.926

227

327

961

1.411

448

10

10

428

460

60

150

Wandelpad Spaarne ter hoogte van Tjaden *

300

60

240

Kruising Jan Gijzenkade/P.C. Boutenstraat

100

Doorstroming Waarderweg / Vondelweg

2.500

Prinsenbrug onderdoorgang

4.600

100

Parkeerregulering obv draagvlak onderzoek

600

300

Schoteroog nieuwe entree *

240

40

200

Dwars door Schalkwijk *

3.175

400

300

Wagenweg groene fiets- en stadsstraat *

1.950

Totaal

17.299

Fietsknelpunt Kennemerplein / Schoterweg / Kennemerstraat * LV-verbinding Entree-oost ter hoogte van St. Jacob * Schouwbroekerplas saneren en herinrichten

2027

2028

250

100

1.177

500

500

1.500

200

300

1.500

2.500

200

100 1.000

775

200

750

1.000

4.861

5.525

1.000

1.357

700 3.379

7a. Totaalbeeld Investeringsplan 2023-2027 Na de actualisatie en de toevoegingen van afweegbare en niet-afweegbare investeringen ontstaat het volgende Investeringsplan op hoofdlijnen. Actualisatie IP Niet-afweegbare investeringen Afweegbare investeringen Vervallen investeringen

2023 75.319

2024 87.933

2025 92.154

2026 108.325

2027 123.464

2.753 2.651 -1.177

8.752 19.658 -1.357

8.123 12.959 -3.379

6.946 17.900 -4.861

8.518 39.317 -5.525

79.546

114.986

109.857

128.310

165.774

7a. Kapitaallasten uit Investeringsplan 2023-2027 De actualisatie en de toevoegingen van afweegbare en niet-afweegbare investeringen geven de volgende kapitaallasten.

Kadernota 2024

87

Lasten Kapitaallasten Dekking kapitaallasten reserve MN Dekking kapitaallasten riolering Dekking door reserves Kapitaallasten niet-afweegbare investeringen Kapitaallasten afweegbare investeringen Kapitaallasten vervallen investeringen Stelpost prijsstijging Totaal

2023 37.964 -1.179 -5.228 -182 0 0 0 31.375

2024 42.208 -1.595 -5.438 -588 259 230 -45 -249 34.782

2025 44.456 -1.704 -5.713 -406 647 606 -87 -545 37.254

2026 48.073 0 -5.965 -406 860 852 -202 -854 42.358

2027 51.451 0 -6.355 -406 1.233 1.249 -397 -1.320 45.455

2028 58.052 0 -6.671 -406 1.320 1.843 -715 0 53.423

De kapitaallasten van een aantal investeringen worden, zoals toegelicht in paragraaf 6a en 6b, geheel of gedeeltelijke gedekt door subsidies, bijdragen van derden, huurbaten, wegvallende huurkosten of het verlagen van stelposten in het IP. In deze tabel staan de daarna resterende (netto) kapitaallasten. In de Programmabegroting 2023-2027 was al rekening gehouden met hogere kapitaallasten als gevolg van prijsstijgingen, deze stelpost wordt nu verrekend met de werkelijke kapitaallasten uit hogere investeringen.

4.1.7. Tienjarig Investeringsplan: investeringen 2028-2023 In het coalitieakkoord is opgenomen om voor het investeringsplan een langer lopend programma (bijvoorbeeld 10 jaar) te ontwikkelen om beter zicht te houden op ontwikkelingen die buiten de huidige planningsperiode vallen. Als invulling hiervan is een eerste inventarisatie gemaakt van de verwachte investeringen in de periode 2028 t/m 2023, waarmee het investeringsplan tien jaar beslaat. Nog niet alle investeringen en vervangingsinvesteringen voor de periode 2028-2023 zijn in beeld. Hoewel nog niet volledig, beslaat het volume aan voorgenomen investeringen al meer dan de volumes in de periode 20232027. De investeringen in deze latere jaren worden ‘indicatief’ in het Investeringsplan opgenomen. Daarmee zijn de investeringen in beeld en wordt een eerste inzicht in de te verwachten investeringsniveaus verschaft. Te zijner tijd moet nog worden bepaald welke en hoe veel investeringen passen binnen de dan geldende financiële kaders en daadwerkelijk worden geraamd binnen de begroting. Investeringen 2028-2032

2028

2029

2030

2031

2032

Bestaand IP na actualisatie Doorloop niet afweegbare nieuwe investeringen ’23-‘27 Doorloop afweegbare nieuwe investeringen ’23-‘27 Indicatieve investeringen 2028 e.v. Verschuiving IP 23-27 naar 2032

21.918 1.600 0 69.550 0

10.711 2.430 4.607 99.800 0

4.500 1.600 3.490 122.276 0

28.250 0 200 70.064 0

1.000 0 200 95.314 9.589

Totaal

92.568

117.048

131.366

98.014

105.603

Een volledig overzicht van deze investeringen voor de periode 2028-2032 is als bijlage bij deze kadernota opgenomen.

Kadernota 2024

88

4.1.8. Kredietbesluiten In de regel worden kredietbesluiten via aparte raadsnota’s aan de raad voorgelegd. Ook kan de raad bij het vaststellen van een P&C-document kredieten verlenen. In de hieronder benoemde kredietbesluiten gaat het veelal om aanvullingen op eerdere kredieten, beleidsarme kredieten (toestemming om ontvangen subsidie of bijdragen van derden te mogen uitgeven) en kredieten voor de besteding van in deze kadernota besloten nieuwe of hogere investeringen. Daarnaast zijn er investeringen die gebruik maken van verschillende dekkingsbronnen, zoals van verschillende IP-posten of een combinatie van te activeren groot onderhoud en een aparte IP post. Bij deze combinaties is het vaak zo dat voor een deel van de kredieten eerst goedkeuring van de raad benodigd is en voor andere delen niet (zoals te activeren groot onderhoud of reeds bestaande verzamelkredieten). Voor het inzicht van de raad in de totale kosten van een investering is het dan beter de totale kosten op één IP post onder te brengen. Deze financieel-technische verschuivingen leiden er wel toe dat de kosten, die eerder al via de begroting waren goedgekeurd, opnieuw door de raad moeten worden geaccordeerd via een kredietbesluit. Als onderdeel van deze kadernota is daarom een reeks besluitpunten opgenomen waarin de raad krediet vrijgeeft voor deze investeringen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12964002/1