20230207399 2 Bijlage 1 Kadernota 2024 en Voortgangsrapportage 2023
Tekst van het document
Tot slot worden bij het vaststellen van deze kadernota enkele (vervolg) kredieten vrijgegeven voor lopende investeringen. Cluster sociaal Beatrixplein ITK Met het vaststellen van het Stedenbouwkundig Programma van Eisen Prinses Beatrixplein (2022/987235) zijn investeringskredieten vrijgegeven voor de te realiseren voorzieningen rondom het Beatrixplein, waaronder € 3,65 miljoen voor de Internationale Taal Klas. Sinds afgelopen jaar is gebleken dat het leerlingenaantal van de Internationale Taal Klas enorm gegroeid is en voorlopig opgevangen met tijdelijke huisvesting aan de Prinses Beatrixdreef. Voor een deel zal dit naar verwachting een tijdelijke groei zijn, maar tegelijk is de verwachting dat de komende jaren de vluchtelingenstromen aan de ene kant en de internationalisering van de regio aan de andere kant blijven doorzetten. Gezien de toenemende ruimtevraag voor nieuwkomersonderwijs is – in samenspraak met het schoolbestuur Twijs – onderzocht op welke wijze een grotere Internationale Taal Klas in te passen is binnen de gebiedsontwikkeling Prinses Beatrixplein en wat dit betekent voor het woningbouwprogramma en eventueel gepaarde financiële consequenties voor de gemeente. Het blijkt mogelijk een grotere voorziening in te passen.
Door binnen het Stedenbouwkundig Plan dat momenteel opgesteld wordt te schuiven met programma kan er een ITK van circa 1.800 in plaats van 1.100 m2 worden gerealiseerd, zonder dat het daarbij consequenties heeft voor het beoogde (woon)programma binnen het plangebied, de financiële afspraken met ontwikkelpartners en de grondexploitatie. Samen met het meest recente prijspeil leidt dit tot een kostenraming van € 6,9 miljoen. Er wordt een aanvullend krediet verleend van € 3,25 miljoen. Beatrixplein Sportzaal Met het vaststellen van het Stedenbouwkundig Programma van Eisen Prinses Beatrixplein (2022/987235) zijn investeringskredieten vrijgegeven voor de te realiseren voorzieningen rondom het Beatrixplein, waaronder € 4,75 miljoen voor een sportzaal. Op basis van de meest recente
Kadernota 2024
89
kostenraming worden de kosten € 350.000 hoger, voor dit bedrag wordt een aanvullend krediet vrijgegeven. Roosje Vospad playground Een Playground aan het Roosje Vospad geeft aan zoveel mogelijk kinderen en jongeren uit Schalwijk de mogelijkheid voor sport en spel activiteiten in de buurt. Een openbare buiten-sportaccommodatie waar met regelmaat activiteiten worden georganiseerd door jongerenwerk en sportorganisaties. Met de aanleg van de Playground moet tevens het park opgeknapt worden en de ecologische verbindingszone doorgetrokken. Voor de aanleg van de Playground en de omgeving was oorspronkelijk € 362.000 gereserveerd. Nu de plannen verder zijn uitgewerkt en de afgelopen jaren de prijzen sterk zijn gestegen, worden de kosten geraamd op € 530.000. Hiervoor wordt een aanvullend krediet van € 168.000 vrijgegeven. Skatevoorziening ’t Landje In 2021 is besloten de skatevoorziening te vernieuwen. Hiervoor is in totaal € 403.000 opgenomen in het Investeringsplan. Na een toetsing van de kosten bij verschillende aanbieders en het verrekenen van de gestegen (en te verwachte stijging van de) prijzen van 2021 naar 2023/2024 is de totale investering geraamd op € 750.000. Er wordt een aanvullend krediet vrijgegeven van € 347.000.
Beatrixplein Huis van de wijk Met het vaststellen van het Stedenbouwkundig Programma van Eisen Prinses Beatrixplein (2022/987235) zijn investeringskredieten vrijgegeven voor de te realiseren voorzieningen rondom het Beatrixplein, waaronder € 3,55 miljoen voor een Huis van de wijk. In de verdere uitwerking van het stedenbouwkundig programma van eisen is de oppervlakte van het Huis van de Wijk gelijk getrokken met de oppervlakte van de Sportzaal, te weten 900 m2 bvo in plaats van 800 m2 bvo. Deze wijziging, samen met de prijsstijging, leidt tot een kostenraming van € 4,15 miljoen. Er wordt een aanvullend krediet vrijgegeven van € 600.000. Cluster Fysiek Bomen in Schalkwijk Bij besluit 2018/695818 heeft de raad een krediet vrijgegeven voor de jaarlijkse vervanging van bomen in Schalkwijk voor de periode tot en met 2027. Vanwege kotenstijging wordt de reservering in het IP opgehoogd met € 100.000 en wordt voor dat bedrag een aanvullend krediet vrijgegeven. Houtplein herinrichting Als gevolg van de prijsontwikkeling het afgelopen jaar worden de kosten voor de herinrichting van het Houtplein naar verwachting € 950.000 hoger dan voorzien. Voor dit bedrag wordt een aanvullend krediet vrijgegeven. Kade Buitenzorgkade Als gevolg van de prijsontwikkeling het afgelopen jaar worden de kosten voor de vervanging van de Buitenzorgkade naar verwachting € 150.000 hoger dan voorzien.
Voor dit bedrag wordt een aanvullend krediet vrijgegeven. Prinsenbrug De Prinsenbrug bestaat uit twee bruggen die in elkaars verlengde liggen, een hefbrug en een basculebrug. Bij de hefbrug moet groot onderhoud worden gepleegd. Op basis van een eerdere inventarisatie werd verwacht dat het onderhoud zou bestaan uit het vervangen van de elektrische Kadernota 2024
90
installatie en groot onderhoud aan de hydraulische installatie van alleen de hefbrug. Inmiddels hebben diverse aanvullende onderzoeken en inspecties uitgewezen dat er veel meer werkzaamheden moeten worden uitgevoerd en dat deze bovendien voor een groot deel ook betrekking hebben op de basculebrug. Daar komt bij dat de besturingsinstallaties van de hef- en basculebrug dusdanig verweven zijn dat deze niet los van elkaar vervangen kunnen worden. Dit heeft tot gevolg dat met een kostenverhoging rekening moet worden gehouden (2023/368064). Op basis van recent opgestelde ramingen (prijspeil 1-1-2023) komen de totale verwachte kosten uit op € 4.636.000,- inclusief voorbereidingskosten. Dit betekent dat € 4.186.000,- meer budget nodig dan de € 450.000 die in het IP was voorzien. Van de hogere investering wordt € 830.000 gedekt door een verlaging van het budget voor civiel vervangingsonderhoud, het Investerings Programma Maatschappelijk Nut (IPMN) omdat deze kosten betrekking hebben op groot onderhoud civiel. Voor de sturing en het inzicht voor de raad wordt de volledige investering op IP post BRG.01 verantwoord. Dit maakt dat voor het volledige hogere bedrag een aanvullend kredietbesluit nodig is. Voor de renovatie van de Prinsenbrug wordt een aanvullend krediet verleend van € 4,186 miljoen.
Professor Eijkmanlaan Als gevolg van de prijsontwikkeling het afgelopen jaar worden de kosten voor de herinrichting van de Professor Eijkmanlaan naar verwachting € 330.000 hoger dan voorzien. Voor dit bedrag wordt een aanvullend krediet vrijgegeven. Vervangingsinvesteringen cultuurpodia Bij besluit 2022/1028766 heeft de raad kredieten vrijgegeven voor de vervangingsinvesteringen van cultuurpodia voor de jaarschijven 2023 en 2024. Ook hier leiden de prijsstijgingen tot hogere kosten. Voor de vervangingen in 2023 en 2024 wordt een aanvullend krediet van € 196.000 vrijgegeven. Schalkwijk midden In besluit ‘Instemmen aanvullend kredietbesluit en DO Schalkwijk Midden ‘Stad tussen de Bomen’ (2023/0205334) wordt besloten tot hogere kosten bij de inrichting van het openbaar gebied in Schalkwijk Midden. De hogere kosten worden grotendeels gedekt vanuit de WBI subsidie en het bedrag dat niet uit de subsidie wordt gedekt, was al in het IP voorzien. Per abuis wordt het krediet in dit besluit ten laste gebracht van IP post GOB.77, terwijl dit IP post GOB.75 zou moeten zijn. Dat wordt in deze kadernota gecorrigeerd. Zuidstrook blok 6 t/m 8 In de Bestuursrapportage 2021 is een krediet vrijgegeven voor de aanleg van openbare ruimte in de Zuidstrook Slachthuisbuurt. Inmiddels zijn vanwege de prijsstijging van de afgelopen jaren de geraamde kosten € 170.000 hoger dan het vrijgegeven krediet.
Voor dit bedrag wordt een aanvullend krediet vrijgegeven. Mobiliteitshub Nieuw Zuid Met besluit 2022/609866 en de Programmabegroting 2023-2027 zijn voorbereidingskredieten vrijgegeven voor de mobiliteitshub Nieuw-Zuid. In het kader van de ontwerpfase zijn diverse onderzoeken verricht om een stedenbouwkundig plan voor de mobiliteitshub Nieuw-Zuid te kunnen opstellen. De provincie Noord-Holland heeft subsidie verleend van € 60.000 voor de onderzoekskosten. Dit jaar worden al werkzaamheden uitgevoerd, die in 2024 gepland waren. Dit betreft verdere onderzoeken en onderbouwing voor de bestemmingsplanprocedure én de aanbestedingsprocedure voor een aannemer. Voor de besteding van de ontvangen subsidie en de verdere voorbereiding wordt een aanvullend krediet van € 260.000 vrijgegeven, waarvan € 60.000 wordt gedekt door een ontvangen subsidie. Kadernota 2024
91
Bisschop Bottemanneplein In overleg met omwonenden en het bisdom is een compleet nieuw voorlopig ontwerp opgesteld voor het Bisschop Bottemanneplein. Met de transformatie van het plein tot een klein park ontstaat in de wijk een groen, aangenaam gebied om te verblijven met veel zitmogelijkheden en voldoende groene beschutting op warme zomerse dagen. De herinrichting zorgt voor een tastbare verbetering van de leefbaarheid, er worden grote klimaatadaptieve ingrepen gedaan en tenslotte neemt de verkeersveiligheid toe. Op basis van de kostenraming gebaseerd op het voorlopig ontwerp is een ophoging van het investeringsbedrag met € 1.232.000 benodigd. Dit is in de recente herijking van investeringsgelden voor de Structuurvisie Openbare Ruimte (SOR) verwerkt. Om de voorbereiding voort te zetten, is een aanvullend voorbereidingskrediet van € 200.000 nodig. Een voorstel voor vrijgave van het uitvoeringskrediet wordt later aan de raad voorgelegd, bij de vaststelling van het Definitief Ontwerp. Evenementenkasten Met actiepunt ‘De energievoorzieningen voor festivals gaan we verduurzamen met vaste stroompunten of andere duurzame stroomvoorziening’ uit het coalitieakkoord (p. 8) geeft Haarlem invulling aan het reduceren van de CO2 uitstoot. Voor het plaatsen van markt- en evenementenkasten wordt € 300.000 geïnvesteerd, vanuit de stelpost Duurzaamheid in het IP.
Voor dit bedrag wordt een krediet vrijgegeven. Zuiderpolder Voor het groot onderhoud van de wijk Zuiderpolder is in 2020 door de raad het eerste deel van € 800.000 aan voorbereidingskrediet vrijgegeven voor onderzoeken en ontwerp van de eerste fase. Uit deze eerste fase van vooronderzoeken is de behoefte ontstaan om de wijk als herinrichtingsproject in plaats van groot onderhoudsproject gefaseerd uit te voeren in nadere samenwerking met de stakeholders. Deze optimalisatie is afgelopen jaar in een scopewijziging vertaald waarin de onderhoudsbehoeften zijn samengevat met gewijzigde beleidswensen en ambities op het gebied van vernatting, duurzaamheid, vergroening en klimaat. Voor deze tweede moeten de planvorming en het ontwerp worden uitgewerkt, in samenspraak met de bewoners. Hiervoor wordt een aanvullend voorbereidingskrediet van € 850.000 vrijgegeven. Invoeren gereguleerd parkeren In het coalitieakkoord is opgenomen dat in wijken waar de parkeerdruk 85 procent of hoger is de leefbaarheid, toegankelijkheid en verkeersveiligheid worden verbeterd door invoering van gereguleerd parkeren in logisch begrensde gebieden, met na invoering daarvan een vergunningenplafond. Voor het invoering van parkeerregulering zijn parkeerautomaten en bebording noodzakelijk. Hiervoor wordt een krediet van € 2.600.000 vrijgegeven.
Binnen dit krediet wordt de aanschaf en plaatsing van parkeerautomaten en bebording gerealiseerd. Andere kosten voor de uitbreiding van gereguleerd parkeren en het beheer van de extra parkeerautomaten zijn voorzien in de exploitatie. In het financieel kader behorende bij de uitbreiding van parkeerregulering (nota Uitwerking parkeerregulering, 2022/1764592) is rekening gehouden met de toename van lasten als gevolg van de uitbreiding van het areaal aan parkeerautomaten. Investeringen riolering In het IP is een jaarlijkse investeringspost voor (vervangings-) investeringen in riolering opgenomen. Met de vaststelling van de begroting geeft de raad een krediet vrij ter hoogte van het bedrag van deze stelpost, waarbinnen vervangingen en levensduur verlengende investeringen in de riolering Kadernota 2024
92
kunnen worden uitgevoerd. Omdat in het verleden een enkele specifieke rioolkredieten zijn afgezonderd van deze stelpost, is het bij de Programmabegroting 2023-2027 verleende krediet met € 4,7 miljoen relatief laag. De investeringen in de riolering zouden jaarlijks ruim € 8 miljoen moeten bedragen, de realisatie in 2022 bedroeg € 8,2 miljoen. Voor rioolinvesteringen in 2023 wordt daarom een aanvullend krediet van € 4 miljoen vrijgegeven.
Besluit: De gewijzigde begrote kapitaallasten vanuit het geactualiseerde investeringsplan te verwerken in de begroting. 2. De verschuiving tussen Investeringsplan en exploitatie zoals genoemd onder paragraaf 4.1.4 te verwerken in het Investeringsplan en de begroting. 3. De in paragraaf 4.1.6 opgenomen niet-afweegbare investeringen op te nemen in het Investeringsplan en de kapitaallasten uit deze investeringen te verwerken in het financieel beeld. 4. De in paragraaf 4.1.6 opgenomen afweegbare investeringen op te nemen in het Investeringsplan en de kapitaallasten uit deze investeringen te verwerken in het financieel kader. 5. Een aanvullend krediet vrij te geven van € 3.250.000 ten laste van IP post 77.01 voor de Internationale Taal Klas Beatrixplein 6. Een aanvullend krediet vrij te geven van € 350.000 ten laste van IP post SPRT.04 voor de Sportzaal Beatrixplein. 7. Een aanvullend krediet vrij te geven van € 168.000 ten laste van IP post JGD.02 voor de aanleg van een Playground aan het Roosje Vospad. 8. Een aanvullend krediet vrij te geven van € 347.000 ten laste van IP post JGD.01 voor de vervanging van skatepark ’t Landje. 9. Een aanvullend krediet vrij te geven van € 600.000 ten laste van IP post MTS.03 voor de realisatie van het Huis van de wijk Beatrixplein. 10.
Een aanvullend krediet vrij te geven van € 100.000 ten laste van IP post GOB.73 voor de vervanging van bomen in Schalkwijk. 11. Een aanvullend krediet vrij te geven van € 950.000 ten laste van IP post GOB.62 voor de herinrichting van het Houtplein. 12. Een aanvullend krediet vrij te geven van € 150.000 ten laste van IP post OR.014 voor de vervanging van de Buitenzorgkade. 13. Een aanvullend krediet vrij te geven van € 4.186.000 ten laste van IP post BRG.01 voor de renovatie van de Prinsenbrug, bij gelijktijdige verlaging van de investeringsraming voor IPMN met € 830.000. 14. Een aanvullend krediet vrij te geven van € 330.000 ten late van IP post OR.017 voor de herinrichting van de Professor Eijkmanlaan. 15. Een aanvullend krediet vrij te geven van € 196.000 ten laste van IP posten CLT.01 t/m CLT.08 voor vervangingsinvesteringen van de cultuurpodia. 16. In correctie op besluit 2023/0205334 waarin is besloten tot ophoging van IP post GOB.77 en een aanvullend krediet ten laste van IP post GOB.77, te besluiten dat in plaats van post GOB.77 de IP post GOB.75 wordt opgehoogd en het aanvullend krediet ten laste van IP post GOB.75 komt. 17. Een aanvullend krediet vrij te geven van € 170.000 ten laste van IP post OR.023 voor de aanleg van openbare ruimte rondom Zuidstrook blok 6 t/m 8. 1.
Kadernota 2024
93
18. Een aanvullend voorbereidingskrediet vrij te geven van € 260.000 ten laste van IP post
SOR.21 voor de Mobiliteitshub Nieuw Zuid. 19. Een aanvullend voorbereidingskrediet vrij te geven van € 200.000 ten laste van IP post SOR.08 voor de herinrichting van het Bisschop Bottemanneplein. 20. Een krediet vrij te geven van € 300.000 ten laste van IP post DRZ.02 voor de aanleg van stroompunten voor evenementen. 21. Een aanvullend voorbereidingskrediet vrij te geven van € 800.000 ten laste van IP post GOB.79 voor de herinrichting van de Zuiderpolder. 22. Een krediet vrij te geven van € 2.600.000 ten laste van IP post PRK.06 voor investeringen in de uitbreiding van het gereguleerd parkeren. 23. Een aanvullend krediet vrij te geven van € 4.000.000 ten laste van IP post 63.19 voor levensduur verlengende investeringen en vervangingsinvesteringen in riolering. 24. De toezegging proactief informeren raad bij mutaties (2021/0681810) als afgedaan te beschouwen 25. De motie Inzicht in de investering (2022/1623068) als afgedaan te beschouwen.
4.2 Hoofdlijnen MPG/grondbeleid In 2022 laten de grondexploitaties een positieve ontwikkeling zien. Er is € 5,2 miljoen winst gerealiseerd, de boekwaarde is met € 1 miljoen gedaald en de reserve Grondexploitatie is met € 3,6 miljoen toegenomen. Vanaf medio 2022 is er echter een omslag in de woningmarkt met een daling van de huizenprijzen vanaf het derde kwartaal en de verwachting is dat de huizenprijzen in 2023 en 2024 verder zullen dalen. Daarnaast zijn de bouwkosten in 2022 sterk gestegen waardoor de financiële haalbaarheid van projecten onder druk komt te staan. De komende jaren dient ongeveer € 42 miljoen grondopbrengsten gerealiseerd te worden. Zo lang deze opbrengsten nog niet gerealiseerd zijn blijft er sprake van een substantieel en toegenomen marktrisico voor de grondexploitaties. De gemeente heeft op basis van de huidige verwachtingen wel voldoende buffer in de reserve Grondexploitatie om de risico’s op te vangen. Na aftrek van de risico’s resteert er een surplus van € 20 miljoen per 1-1-2023. Dit surplus wordt onder andere ingezet voor dotatie aan de reserve Ongedeelde Stad, voor een deel van de voorbereidingskosten ontwikkelzones, stikstofonderzoek, verrekening Zwemmerslaan en afdrachten reserve Bovenwijks voor de grondexploitaties Fietsznfabriek en Beatrixplein.
Kadernota 2024
94
5 Belastingen en woonlasten 5.1 Uitgangspunten Het belastingbeleid in Haarlem is gebaseerd op twee uitgangspunten: kostendekkende tarieven voor afval- en rioolheffing en inflatieaanpassing voor belastingen en overige rechten. Het inflatiepercentage voor belastingen is geraamd op 3,9%, zoals toegelicht en vastgesteld in de Richtlijnen begroting Haarlem 2024-2028. Voor diensten die de gemeente via heffingen aan de gebruiker in rekening brengt, geldt dat de rekening nooit hoger dan 100% van de kosten mag zijn. Voor heffingen is inflatiecorrectie pas mogelijk als die binnen de grenzen van kostendekkendheid blijft. Op basis van de besluiten die bij de Kadernota 2024 zijn genomen worden in de begroting 2024 de baten en lasten geraamd. Op basis van die ramingen worden de tarieven in december 2023, voorafgaand aan het begrotingsjaar 2024, door middel van de Haarlemse belastingvoorstellen 2024 vastgesteld.
5.2 Woonlasten Ontwikkeling woonlasten Haarlem vergeleken met andere grote gemeenten Sinds 2002 publiceert het COELO (Rijksuniversiteit Groningen) jaarlijks de ontwikkeling van de woonlasten in de 40 grote Nederlandse gemeenten. Voor de ontwikkeling van de woonlasten worden meerpersoonshuishoudens in koop- en huurwoningen vergeleken. Het landelijke beeld 2023 is: 1. Huishoudens in een koopwoning gaan gemiddeld 6 % meer betalen ten opzichte van 2022. 2. Huishoudens in een huurwoning gaan gemiddeld 3,2 % meer betalen ten opzichte van 2022. Het Haarlemse beeld 2023 is: 1. Huishoudens in een koopwoning gaan gemiddeld 3,4% meer betalen ten opzichte van 2022. 2. Huishoudens in een huurwoning gaan gemiddeld 3,3% meer betalen ten opzichte van 2022. Het beeld van de ontwikkeling van de woonlasten in Haarlem is dus voor huishoudens in een koopwoning gunstiger dan en voor huishoudens in een huurwoning nagenoeg gelijk aan het landelijke beeld. De positie van Haarlem op de lijst van duurste gemeenten voor huishoudens in een koopwoning is qua ontwikkeling: 2020: plaats 7 2021: plaats 6 2022: plaats 9 2023: plaats 12 De positie van Haarlem op de lijst van duurste gemeenten voor huishoudens in een huurwoning is
Kadernota 2024
95
qua ontwikkeling: 2020: plaats 15 2021: plaats 15 2022: plaats 16 2023: plaats 18 Dit betekent dat Haarlem in 2023 op de lijst van duurste (grote) gemeenten voor zowel huishoudens in koop- als huurwoningen is gedaald.
Ontwikkeling inflatie 2024 In de Richtlijnen begroting Haarlem 2024-2028 is conform de inschattingen van het CPB o.b.v. prijs materiele overheidsconsumptie (imoc) het inflatiepercentage welke het college hanteert voor indexatie van materiele budgetten gesteld op 3,9%. Personele lasten worden conform de inschattingen van het CPB o.b.v. Loonvoet sector overheid, met 5,2% geïndexeerd. Voor dat deel van de kosten dat voortvloeit uit werkzaamheden uitgevoerd door Spaarnelanden is rekening gehouden met een indexatie van 5,6%, cf. dienstverleningsovereenkomst. Voor de indexatie van de gemeentelijke belastingen wordt conform voorgaande jaren aangesloten bij het gehanteerde indexatie percentage van materiele budgetten van 3,9%. De uiteindelijke tariefwijziging afvalstoffen- en rioolheffing die voortvloeit uit indexatie hangt samen met het aandeel personele- materiele lasten binnen de totale kosten (ten opzichte van niet inflatiegevoelige kosten als kapitaallasten) en daarbinnen het aandeel welke voortvloeit uit contractuele verplichtingen met Spaarnelanden. Zo bestaat de rioolheffing grotendeels uit kapitaallasten voorvloeiende uit investeringen en de afvalstoffenheffing uit begrote uitvoeringslasten Spaarnelanden en verwerkingslasten HVC.
Hiernaast vloeien tariefswijzigingen voort uit (beleidsmatige) voorstellen/keuzes om ten opzichte van 2023 in 2024 meer/minder kosten/intensiveringen door te belasten in het tarief. Effect op woonlasten 2024 Onderstaand wordt het totaal effect op de woonlasten door de indexatie incl. voorgestelde (beleidsmatige) keuzes weergegeven. In totaal stijgen de woonlasten gemiddeld met € 61 in 2024 ten opzichte van 2023 (€ 1.002 – € 1.063). Woonlasten
2023
2024
indexatie
OZB eigenaren woningen Rioolheffing Afvalstoffenheffing
€ 420 € 156 € 426
€ 436 € 167 € 460
3,9% 7,3% 8,1%
€ 1.002
€ 1.063 € 61 6,1%
Totaal Woonlasten verhoging 2024 t.o.v. 2023 Percentuele verhoging 2024 t.o.v. 2023
Zie voor verdere onderbouwing paragraaf 5.3.
Kadernota 2024
96
5.3 Onderbouwing OZB De indexatie met 3,9% van de OZB opbrengsten zorgt voor circa € 1,85 miljoen aan extra OZB opbrengsten ten opzichte 2023. Dit resulteert in een gemiddelde tariefsverhoging van € 16,5 voor OZB eigenaren woningen in 2024. Rioolheffing Uitgangspunt is dat de rioolheffing 100% kostendekkend is. Het tarief vloeit derhalve uit de lasten van de riolering voort. De lasten van de riolering bestaan in hoofdzaak uit kapitaallasten die uit de investeringen t.b.v. de riolering voortvloeien en vastgelegd zijn in het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan. De voorgestelde mutaties op rioolheffing leiden tot een tariefverhoging van circa 7,3%. Hiernaast wordt voorgesteld om € 500.000 uit de incidentele algemene middelen in 2024 in te zetten voor het nieuwe waterplan. En geen gebruik te maken van de mogelijkheid deze lasten door te berekenen in het tarief voor de rioolheffing. Indien deze wel zouden worden doorbelast in het tarief stijgen de tarieven nog met een extra circa 4 % naar 11,3%. Hiermee wordt voorgesteld de kostendekkenheid van de rioolheffing in 2024 in afwijking van het uitgangspunt niet 100% maar voor circa 96 % kostendekkend vast te stellen. De stijging van 7,3% is als volgt op hoofdlijnen te verklaren: • Indexatie naar prijspeil 2024 2,9% • Stijging kapitaallasten door investeringen 2,8% • Modelmatige aanpassingen 1,6%
Autonoom Autonoom Autonoom
Indexatie van de kosten leidt tot 2,9% stijging. Dat is minder dan de gemiddelde indexatie van 3,9% die voor belastingen is vastgesteld in de richtlijnen. De verklaring hiervoor is dat riool relatief veel kapitaallasten bevat, die indirect worden geïndexeerd via de investeringen en daaruit voorvloeiende kapitaallasten. Het tarief in 2024 stijgt als gevolg van een toename in de investeringen (waaronder indexatie van de investeringen) en daaruit voortvloeiende stijging van de kapitaallasten in 2024 t.o.v. 2023 met € 367.000. Dit is een voorlopige berekening, op basis van de investeringen zoals die tot en met 2022 zijn gerealiseerd, vermeerderd met de kapitaallasten van investeringen die voor 2023 begroot zijn. Verder worden enkele modelmatige aanpassingen doorgevoerd. In het verleden werden onterecht kosten voor verwijdering van drijvend afval toegerekend aan de rioolheffing, hetgeen niet is toegestaan. De kosten hiervan, € 166.000 zijn in het model 2024 daarom nu buiten beschouwing gelaten. Dit leidt tot een tariefsdaling én een claim op de algemene middelen. Tegelijk is geconstateerd dat Haarlem geen BTW kosten van investeringen toerekent aan de rioolheffing, hetgeen wel is toegestaan.
Omdat het vooraf lastig in te schatten welke BTW uitgaven er voor investeringen in een jaar zullen worden gedaan, is er een voorzichtige schatting van € 375.000 van het BTW deel op basis van de begrote afschrijvingen gemaakt en in het kostprijsmodel verwerkt. Het toerekenen van een deel van de BTW over de investeringen werkt tarief verhogend én leidt tot een voordeel op de algemene middelen. Per saldo leiden bovenstaande ‘modelmatige
Kadernota 2024
97
aanpassingen’ tot een tariefverhogend effect van 1,6% en tot een structurele plus voor de algemene middelen van € 209.000. Redenen stijging tarief '24 tov '23
%
Absoluut
Toelichting
Indexatie naar prijspeil 2024
2,90%
Stijging kapitaallasten door investeringen
2,80%
€ 380.000 Autonoom € 367.000 Autonoom
Modelmatige aanpassingen
1,60%
€ 209.000 Autonoom
Totaal
7,30%
€ 956.000
Afvalstoffenheffing Uitgangspunt is dat de afvalstoffenheffing 100% kostendekkend is. Het tarief vloeit derhalve uit de lasten van afvalinzameling en -verwerking voort. De voorgestelde mutaties op afvalstoffenheffing leiden tot een tariefverhoging van circa 8,1%. Hiernaast wordt voorgesteld om € 1 miljoen uit de incidentele algemene middelen in 2024 in te zetten voor afvalscheiding (het CAS) zonder deze lasten door te berekenen in het tarief voor de afvalstoffenheffing. Indien deze wel zouden worden doorbelast in het tarief stijgen de tarieven met een extra circa 4 % naar 12 %. Hiermee wordt voorgesteld de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing in 2024, in afwijking van het uitgangspunt, niet 100% maar voor 96 % kostendekkend vast te stellen. De stijging van 8,1% is als volgt globaal te verklaren: • Indexatie naar prijspeil 2024 • Meerkosten overgang HVC vanaf 2024 in tarief • Overige/BTW
4,3% 2,4% 1,4%
Autonoom Eerder besluit Autonoom
Indexatie van de kosten leidt tot 4,3% stijging. Dat is meer dan de gemiddelde indexatie van 3,9% die voor heffingen en baten is vastgesteld in de richtlijnen. De verklaring hiervoor is dat het grootste deel van de uitgaven via Spaarnelanden loopt en daar contractueel een hogere indexatie voor geldt (5,6%). De meerkosten voor de overgang naar HVC (€ 663.000) worden conform de afspraken die bij de begroting 2023 gemaakt zijn, vanaf 2024 doorberekend in de afvalstoffenheffing. Dit leidt tot een stijging van 2,4%. Daarnaast zijn er stijgingen in de kosten van kwijtscheldingen, de perceptiekosten en overig. Tot slot stijgt ook de BTW toerekening vanwege het hogere uitgavenniveau. Deze oorzaken samen tellen op tot € 610.0000 overige uitgavenstijging/btw. Redenen stijging tarief 2024 t.o.v. 2023
%
Indexatie naar prijspeil 2024
4,30%
€1.190.000 Autonoom
Meerkosten overgang HVC vanaf 2024 in tarief
2,40%
€ 663.000 Eerder besluit
Overige uitgavenstijgingen/BTW
1,40%
€ 610.000 Autonoom
Totaal
8,10%
€2.463.000
Kadernota 2024
Absoluut
Toelichting
98
5.4 Toezeggingen Verdere tariefdifferentiatie afvalstoffenheffing In de afgelopen jaren is gesproken over verdere differentiatie van tarieven. Bij bespreking van de Programmabegroting 2023-2027 door de raad is afgesproken hierop bij de Kadernota 2024 terug te komen. Op basis van bovenstaande voorgestelde mutaties en daaruit voorvloeiende indexering van de opbrengsten met 8,1% komen de tarieven voor de afvalstoffenheffing voor 2024 uit op circa; € 301 € 460
voor éénpersoons huishoudens voor meerpersoons huishoudens
Wanneer er gekozen wordt om verder te differentiëren naar omvang van huishouden op basis van 4 tariefklassen (landelijk meest voorkomende variant) en op basis van de veronderstelling dat elk extra persoon leidt tot 50% minder kosten, betekent dit het volgende:
Voorstel tarief 4 tariefklassen
Opbouw
Tarief ‘24 voorstel 4 klassen
Toelichting
Tarief ‘24 ongewijzigd 2 klassen
tariefstijging -daling agv 4 klassen
Basis tarief huishouden
€ 301,37
€ 301,37
Gelijk aan tarief 1phh
€ 301,37
€ 0,00
1e extra persoon (twee persoonshuishouden)
€ 120,94
€ 422,31
Obv gelijkblijvende totaal opbrengst
€ 460,15
€ -37,84
2e extra persoon (drie persoonshuishouden)
€ 60,47
€ 482,78
Elk volgend persoon 50% lager
€ 460,15
€ 22,63
3e extra persoon (vier persoonshuishouden of meer)
€ 30,24
€ 513,02
€ 460,15
€ 52,87
Uit bovenstaande volgt dat verdere tariefdifferentiatie naar 4 tariefsklassen ten opzichte van huidige 2 tariefsklassen in 2024: - niet leidt tot een wijziging voor 1 persoonshuishoudens, - leidt tot een tariefsvoordeel voor 2 persoonshuishouden, - en een tariefsnadeel voor 3 en 4 persoonshuishoudens of meer. Grafrechten uitbesteden aan Cocensus Tijdens de behandeling van de Kadernota 2023 van Cocensus op 10 februari 2022 in de commissie Bestuur heeft de Actiepartij gevraagd waarom de grafrechten niet door Cocensus worden geïnd. Gemeente Haarlem is na aanleiding hiervan in gesprek getreden met Cocensus over de mogelijkheden om de grafrechten door hen te laten innen, wat eind 2022 heeft geleid tot een prijsopgave vanuit Cocensus. Op basis daarvan is het college nu niet voornemens de grafrechten door Cocensus te laten innen. Uitbesteden van het innen van de grafrechten aan Cocensus leidt tot hogere kosten en verlies van huidige de door de gemeente Haarlem en haar burgers gepercipieerde kwaliteit om de volgende redenen: - het uitbesteden van de werkzaamheden zal niet tot een besparing leiden uitgaande van het aantal uren en gehanteerde tarief dat momenteel aan grafrechten intern hieraan wordt Kadernota 2024
99
-
toegeschreven en het aantal uren en gehanteerde tarief dat Cocensus hiervoor in rekening zal brengen (daar komt bij dat het aantal uur wat besteed wordt aan de facturatie op jaarbasis zo gering is dat we niet makkelijk kunnen korten op het aantal contracturen), Cocensus gaat uit van een maandelijkse facturatie voor eenmalige facturen, de gemeente doet dat wekelijks. Cocensus wil de facturatie van de terugkerende jaarfacturen graag combineren met andere heffingen in 1 aanslag aan het begin van het jaar. De jaarfacturen worden nu door de Gemeente Haarlem echter in de zomer gestuurd (wanneer de begraafplaatsen er op zijn ‘mooist’ bijliggen)om het aantal negatieve reacties laag en het percentage betalingen hoog te houden.
Kostendekkendheid haven Op 7 november 2022 heeft de wethouder financiën tijdens de bespreking van de Programmabegroting 2023-2027 door de raad een toezegging gedaan om bij de Kadernota 2024 terug te komen op de geringe dekkingsgraad van de Haven. Het college is ondanks de gering mate van kostendekkendheid niet voornemens om de haven tarieven (of een deel daarvan) bij de Belastingvoorstellen 2024 naar boven bij te stellen anders dan reguliere indexering. Over de kostendekkendheid van de havenrechten zijn geen specifieke afspraken vastgelegd omdat de tarieven die in rekening worden gebracht in verhouding moeten staan met de geleverde dienst, tarieven van vergelijkbare gemeenten en tarieven die maatschappelijk aanvaardbaar zijn. Wettelijk gezien gelden de voorschriften dat de tarieven maximaal 100% kostendekkend mogen zijn. Een deel van de baten van de havendienst zijn gevoelig voor de markt. Als de tarieven te hoog worden, kunnen de baten gaan afnemen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de doorvaart. Te hoge tarieven voor het verblijf in Haarlem voor de pleziervaart en de riviercruise zal waarschijnlijk leiden tot minder gasten in de stad. De kostendekkendheid (op realisatiebasis) van de havengelden 2014 t/m 2022 is als volgt: Havengelden Opbrengsten kosten product overhead lasten totaal kostendekkendheid
2014 rek 956 1177 750 1927 50%
2015 rek 927 1208 674 1882 49%
2016 rek 996 1324 695 2019 49%
2017 rek 966 1367 1081 2448 39%
2018 rek 1010 1460 1109 2569 39%
2019 rek 1073 1727 1174 2901 37%
2020 rek 1365 1800 1176 2976 46%
2021 rek 1299 2274 1391 3665 35%
2022 rek 1327 2091 1409 3500 38%
Sinds 2017 heeft een andere toerekening van overhead een negatieve invloed op de kostendekkendheid van de havengelden en de begraafrechten. In bovenstaande tabel is een sterke toename van de lasten te zien en daarmee een daling van de kostendekkendheid vanaf 2017. De lasten zijn in 2021 en 2022 hoger omdat er extra middelen beschikbaar zijn gesteld voor het treffen van RI&E-maatregelen en incidenteel extra middelen in 2022 beschikbaar zijn gesteld ter versterking van handhaving op het water (Versterkers Duurzaam Doen 2021/483988). De baten zijn in 2020, 2021 en 2022 ongeveer € 200.000 hoger dan begroot. Door de coronasituatie is in voorgaande jaren niet een duidelijk beeld naar voren gekomen of deze verhoging van baten een structureel karakter heeft. Voor de begroting 2024 zal deze analyse worden afgerond en eventueel verwerkt in de begroting. Nb. In het verleden (2019) is al eerder onderzoek gedaan naar kostendekkenheid leges, waaronder de Kadernota 2024
100