CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20221515365 2 Bijlage 1 Ecologisch Beleidsplan, de uitwerking van een robuust ecologisch netwerk

commissie Beheer 1 december 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Natuur Netwerk Haarlem (RB)24.609 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Natuur Netwerk Haarlem

20

Dit onderdeel van de ecologische structuur is grotendeels aangewezen als bijzonder provinciaal landschap (BPL), waarmee een zekere ruimtelijke bescherming is aangebracht. De kerngebieden H11 en P9 worden besproken in het binnenstedelijke deel Schalkwijk en Oost.

5.1.3.2

Deelgebieden

Uitgaande van het Ecologisch Beleidsplan is dit een van de belangrijkste deelgebieden voor de Ecologische Structuur. Het beslaat een groot deel van de Groene Zoom van Haarlem, bestaat uit plassen, parkbossen, moerasgebiedjes en veel restveenweidegebieden, als gevolg van de nieuwbouw in de jaren 60.

2. De Verenigde Polders Deze worden nu rationeel agrarisch gebruikt door twee boeren.  estelijk liggen enkele kleine weilandjes, vroeger hooiW landjes (0), die onder ecologisch beheer zouden moeten komen. Formeel zijn ze aangewezen als ecologische gebiedjes, maar ze zijn nooit als zodanig onder beheer gebracht. Dit zijn de enige plekken waar de relatie met het Spaarne en rietlanden aan de overkant van het Spaarne (Heemstede), nog intact zijn.

Er zijn nog veel kwaliteiten aanwezig, maar die staan ook onder druk door vernieling en aantasting. Om deze een toekomst te geven als relevant natuurgebied, is het van groot belang verbindingen tot stand te brengen, waardoor een groter aaneengesloten biotoop ontstaat van vooral voedselarme, natte omstandigheden, waarin, mede vanwege schaalvergroting en betere buffering, de voorwaarden worden gecreëerd voor een grotere diversiteit.

Deelgebieden: 1. Schouwbroekerplas en Zuid Schalkwijkerweg; 2. Verenigde (Grote en Kleine) Polders;

Verenigde Polders met voormalige hooilandjes (0), Molenplas , Meerwijkplas en Poelbroek

3. Molenplas; 4. Meerwijkplas;

3. Molenplas.

5. Poelbroek; 6. Poelpolder;

1. Schouwbroekerplas en Zuid Schalkwijkerweg De Schouwbroekerplas is beschreven in het Ecologisch Beleidsplan. Aan de zuidoostelijke oever van de Schouwbroekerplas komt een smalle opduiking van de strandwal voor. Deze is botanisch interessant, vanwege de bestaande vegetatie en afwisseling in bodemopbouw.  irect zuidelijk liggen twee weilandpercelen die duidelijk D potentie hebben door te ontwikkelen naar natuurgebied. Er is op dit moment geen gebiedsperspectief, waardoor de status-quo blijft bestaan. De Zuid Schalkwijkerweg (met daarbij inbegrepen het Jaagpad) vormt een belangrijke verbindingszone. Als voormalige lintbebouwing heeft deze zone veel groenoppervlak en gevarieerde kwaliteiten (bosstroken, poldersloten, boezemsloten, bermen, struweel en tuinen van bewoners. Deze strook biedt veel (informele) mogelijkheden voor de natuur. In de avond, nacht en vroege morgen heerst er rust.

De Molenplas is een steeds volwassener park met bomen, struiken, mantelvegetaties en zomen en grotendeels ecologisch beheerd gras. Aan de noordzijde van de plas ligt een klein moerasje (0), dat potenties heeft. Het gebied wordt zeer intensief gebruikt. Dit gebruik en ecologisch beheer gaan hier goed samen. Het water wordt gebruikt als zwemwater en voor recreatievaart.

4. Meerwijkplas  e Meerwijkplas is een voormalige zandwinput die voor D een deel met (schoon Noordzeekanaalslib is gevuld. Aan de noordoevers evenals op enkele plekken aan de zuidzijde en westzijde, waar de spuitkaden waren, zijn zanderig en schelpenrijk. Het overige sediment bestaat uit slecht consoliderend eigenlijk colloïdaal slib. Inmiddels is de plas, die geen verbinding heeft met de boezem, gevuld met waterplanten. Poelen, duinstruwelen met Duindoorn en rietoevers zijn deels afgeplagd, waardoor pioniervegetatie en Strandduizendguldenkruid weer zichtbaar zijn geworden. Aan de zuidzijde is de plas begrensd door een oude veendijk die begroeid is met bomen en struweel en sterk verruigd.

Natuur Netwerk Haarlem

21

 an de noordoever is zeer kruidenrijk grasland aanwezig, A dat behalve een begrazing met pony’s gedurende enkele maanden ook een maaibeheer kent. Actief beheer nodig om dichtgroeien met struiken en bomen tegen te gaan. Het gebied is zeer vogelrijk (door de aanwezigheid van open water, oevers, jonge struwelen en bos/park).  en actieve natuurwerkgroep beheert jaarrond en wordt E ondersteund met eenmalige beheermaatregelen, om het mozaiekbeheer uitvoerbaar te houden.

5. Poelbroek  e Poelbroek is ook een voormalige zandwinput die D ook gevuld is met zanderig slib (Vijfhuizer Zandput) die in de jaren negentig is omgevormd tot park met bomen vijvers, gazons en veel paden. Het is steeds meer dichtgegroeid en sinds een aantal jaren open gemaakt. Beheer richt zich vooral op open, bloemrijke natte en drogere graslanden en plassen met grote open rietvelden met natte graslanden die deels begraasd worden. Er zijn veel poelen aangelegd, bomen omgetrokken (voor meer openheid), rillen aangelegd en hakhoutbosjes gemaakt. Het gebied heeft de functie en bestemming natuurgebied. Daarnaast wordt het gebied recreatief mede gebruikt, herbergt het een doetuin en een informeel sportterreintje. Ook in dit gebied is een actieve natuurwerkgroep actief.

6. Poelpolder  e Poelpolder kent meerdere elementen. Het is een D voormalige veenpolder met een buitendijks rietmoeras bij de Vijfhuizer molen en een damsluis van de Stelling van Amsterdam. Het gebied is in de jaren negentig sterk veranderd met de aanleg van twee bospercelen en een volkstuincomplex, en begin van deze eeuw met de aanleg van de busbaan (R-Net). Hiermee werd een stuk grasland voor de bochtstraal afgesneden, dat nu het ‘Eiland’ heet en deel uitmaakt van het park van de ‘boogwoningen’ van Wiek Röling, aan de oostkant van Meerwijk. Het Eiland is een zeer kruidenrijk grasland met wilgenstruweel en nat grasland met moerasplanten en oeverplanten. Recent is een natuurontwikkelingsproject aangelegd tussen de bospercelen aan de Westzijde: Rietland Poelpolder. Er is een groot deel van het oppervlak afgeschraapt en op een rondom gelegen dijk verwerkt. Binnen de dijk liggen plas-drasse delen voor de ontwikkeling van natte hooilanden en rietland en enkele eilanden. Het doel is biotoopontwikkeling voor rietvogels.

Figuur 10 - Waterral Het buitendijks Rietmoeras Poelpolder bij de damsluis (noordelijk van de Vijfhuizer molen) is een veenmosrietland ontwikkeld op een drijftil. Het is soortenrijk en ook kwetsbaar voor vervuiling en te veel bezoek. Aan de waterkant is het goed afgeschermd door een beschoeiing die water door laat. De Poelpolder is voor een deel potentiegebied. De particuliere weilanden in het zuidelijke deel zijn verpacht aan een boer uit Vijfhuizen. De gemeente bezit verder grond die deels kortlopend in gebruik is gegeven en deels vrij is van gebruiksrechten. De Ringvaart is een Verbindingszone in het kader van de provinciale NNN. In de praktijk zijn tot dusver weinig investeringen in vergroting van de biodiversiteit van deze route in het deel Zuid-Kennemerland gedaan. Versterking van de ecologische structuur aan de Haarlemse kant kan helpen een nieuwe gerichte investeringsstroom op gang te brengen die recht doet aan de kwaliteiten langs deze hele zone.

5.1.3.3

Structuurversterking en verbindingen

Zuid-Oost is een gebied waarin de delen een goede samenhangende structuur vormen maar de natuurontwikkeling van onderdelen daarbinnen fragmentarisch te noemen is, gelet op de potenties. Het plassengebied Molenplas, Meerwijkplas en Poelbroek vormt eigenlijk een eenheid met goede ecologische basiskwaliteit die zich verder zal ontwikkelen met een goed beheer. De Verenigde Polders en Poelpolder bevatten waardevolle delen met een ecologisch ontwikkelingsperspectief dat door inrichtingsmaatregelen een robuustere structuur kan krijgen. Het gaat vooral om de ontwikkeling van natte natuur aan de rand van het gebied langs de Ringvaart en het Spaarne. De kansen op natuurontwikkeling zijn daar het meest gunstig, doordat in de ondergrond relatief voedselarm veenmosveen voorkomt, het maaiveld daar het laagst ligt en daardoor de kosten van vernatting het laagst. Met de Ringvaart als drager kan deze schets ook een bijdrage leveren aan een regionale ecologische

Natuur Netwerk Haarlem

22

versterking van het restveenweidegebied van Zuid-Kennemerland en de aanliggende zone in de Haarlemmermeer (Nieuwe perspectieven voor veenweidenatuur in Zuid-Kennemerland (Ringvaart-Liede Cascoplan, 1996).

a. Verenigde Polders. Het in stand houden van een duurzame agrarische structuur (met oog voor de natuur en daarmee ook met méér ruimtebehoefte) biedt de beste uitgangspunten voor een open landschap met ontplooingskansen voor de natuur. Dit vraagt om een duidelijke keuze en uitwerking. In het huidige gebied zijn, naast de gemeente, meerdere eigenaren en twee actieve boeren aanwezig: één boer met eigen grond en één uitsluitend pachtende boer. Probleem is dat er te weinig ruimte is voor twee boeren die een goede boterham kunnen halen uit een meer natuurgerichte bedrijfsvoering, zoals die nu feitelijk al nodig is. Daarbij wordt ook gekeken naar de gemeentelijke gronden die in de andere polders in pacht zijn uitgegeven. Versterken van de natuur vraagt: • primair om de meest zuidelijke weilandpercelen (zowel westelijk als oostelijk van de Zuid Schalkwijkerweg) en de kleine als voormalige hooilandjes aangeduide percelen los te maken van een regulier agrarisch gebruik. • secundair, om inrichting en beheer goed op elkaar af te stemmen en daarmee meer biodiversiteit te realiseren. Voor de andere weilanden dient zich de vraag aan met welke boer de duurzame agrarische structuur kan worden gerealiseerd. Daarbij gaat het om voldoende aaneengesloten oppervlak en voldoende gebruiksmogelijkheden.

Gelet op de lappendeken van eigendommen is kavelruil (agrarisch en ecologisch gezien) noodzakelijk. De noordelijk gelegen weilanden zijn tot 2030 verpacht. Daarna beëindigt de pachtovereenkomst. Dit is dus een belangrijk moment, maar waarop wel moet worden geanticipeerd. Middels een Omgevingsplan kan richting gegeven worden aan de gewenste ontwikkeling, door duidelijke en gemotiveerde keuzen te maken.

Bijgaand is een overzicht van eigendommen weergegeven (gemeentelijke gronden zijn roze; particuliere groen). Inrichting en beheer van een ecologisch te ontwikkelen zone in de Verenigde Polders21 richt zich op de botanische ontwikkeling van Dotter-Rietland en mogelijk op termijn van Veenmos-Rietland, en overgangsmoeras naar natte hooilanden. Verder wordt het ingericht op de doelsoorten Waterral, Roerdomp en Ringslang. Het inrichtingsprincipe wordt getoond onder de Poelpolder, omdat daar al op korte termijn begonnen zou kunnen worden met het versterken van de ecologische structuur. Het principe bestaat uit het afplaggen van het bestaande maaiveld en het opwerpen van de plaggen tot een dijkje, waarbinnen een hoger slotenpeil wordt opgezet. Vernatting en ontwikkeling van rietland en moeras levert tevens een belangrijke bijdrage aan CO2 binding, i.p.v. extra verliezen die met de huidige ontwatering van de polder plaats vindt (deze is tot 8 x de CO2-binding door bomen). Daarmee kan de vernatting een belangrijke bijdrage leveren aan de Duurzaamheidsdoelstellingen. Als er een recreatieve ontsluiting (voor een goede belevingswaarde) gewenst is, kan het dijkje meteen ingericht worden als eenvoudig wandelpad/struinpad.

Figuur 11 - Roerdomp 21 Ontwikkeling ecologische inrichting zone Verenigde Polders. Maatregel 21

Natuur Netwerk Haarlem

23

b. Poelpolder.

Figuur 12 - Natuurontwikkelingszone Poelpolder

De Poelpolder is bij uitstek geschikt om een belangrijk onderdeel te worden van een ecologische kernstructuur aan de Oostzijde, die gericht is op vernatting van veenweide.

Hiermee kan bovendien een bijdrage worden geleverd aan de Duurzaamheidsdoelstellingen. De laagstgelegen percelen liggen ook aan de Oostzijde, tegen de Ringvaart. De natte strook kan aan de westzijde begrensd worden door een dijkje (ontstaan uit ontgraving van gewenste stroken), dat geschikt is voor wandelen. Aan deze structuur zal ook het inmiddels gegraven Rietland Poelpolder worden verbonden. Verder zal ook de buitendijks gelegen Hotspot Rietmoeras Poelpolder onderdeel worden van dit nieuwe landschap. Het hogere waterpeil binnen de natte structuur zal worden gevoed met regenwater. Het teveel kan worden afgevoerd naar de naastgelegen polders via een overloop. Speciale aandacht vraagt een verdroging in de hete zomermaanden. In dit verband wordt onderzocht of de zompige bospercelen een bijdrage kunnen leveren: het gaat om levering van gebiedseigen water dat niet wordt verrijkt met mest- en voedingsstoffen uit het agrarische gebied en de volkstuinen. Het nieuwe dijkje door het gebied zal aantrekkelijker gemaakt worden voor recreatief gebruik dan het dijkje aan de Ringvaart met als doel meer rust te geven aan de Hotspot Rietmoeras Poelpolder. Verder wordt nu al een begin gemaakt om het terrein rond de Vijfhuizer molen meer ecologisch te beheren. Binnen het gebied is een klein perceel in eigendom van het Landschap Noord-Holland.

Met deze organisatie zal afstemming over gebruik en beheer worden gezocht. Met de provincie Noord-Holland zal overleg gevoerd worden over het ecologisch aantrekkelijker maken van de Ringvaartoever. Het gaat met name om het vergroten van de fauna-uitwisseling met de natte structuur in de Poelpolder.

Natuur Netwerk Haarlem

24

Fase 1 Inrichting en beheer richt zich op botanische ontwikkeling van Dotter-Rietland en mogelijk op termijn Veenmos-Rietland (Rietmoeras Poelpolder), en overgangsmoeras naar natte hooilanden. Verder wordt het ingericht met het oog op de doelsoorten Waterral, Roerdomp en Ringslang. Een nadere analyse van welke weilanden vrij zijn en vrij kunnen komen door grondruil, moet helderheid bieden in de fasering van de omvorming en de mogelijkheden per perceel. Bovenstaand is een schetsmatige impressie gegeven van hoe het eruit kan zien. Zo kan een aaneengesloten Dotter- tot Veenmos-Rietland worden gecreëerd van ca 11,5 ha.

Fase 2 Een eveneens belangrijke vraag is: Wat is het perspectief van de nog aanwezige boer? Wil hij doorgaan, of afstand doen van zijn eigendom en wat zou dan een redelijk rendabele voortzetting van gronden en opstallen zijn, die past bij de doelen van de hele Groene Zoom als geheel? Heeft de provincie Noord-Holland belangstelling voor deze weilanden om deze toe te voegen aan het NNN-areaal?

De opties zouden dan kunnen zijn: a. De instelling van een hoger waterpeil en de ontwikkeling van bloemrijk grasland of onbemeste tot weinig bemeste, extensief beweide graslandpercelen. Deze optie verdient de voorkeur vanwege de variatie aan biotopen. Uitvoering kan in combinatie met agrarisch medegebruik, bijvoorbeeld door het stichten van een zorgboerderij. b. Eenzelfde ontwikkeling als het in het oostelijke deel. Dit is pas mogelijk als de gronden definitief vrijkomen voor natuurontwikkeling en CO2 vastlegging.

5.1.3.4

 outes, barrières en R maatregelen

Lage Kadijk en de Ringvaart. Rust en bermen maken vrije uitwisseling van kleine zoogdieren, amfibien en reptielen mogelijk. De Lage Kadijk en oever van de Rngvaart langs de Verenigde Polders zijn niet geschikt als verplaatsingsgebied voor de Ringslang. Deze heeft een gevarieerd begroeide strook van 25 m. en meer nodig. Met de voorstellen voor vernatten van delen van de Verenigde Polders ontstaan de mogelijkheden voor deze soort wel. Aan de Westzijde van de Molenplas, en in het Molenplas gebied zelf zijn geen barrieres. Tussen de Molenplas en de Meerwijkplas vormt een kwakel de enige verbinding. Een aanvullende voorziening is nodig, in de vorm van een plankier of koker langs de brug22.

De Meerwijkplas is geschikt voor alle doelgroepen, door de aanwezige biotopen en er zijn geen barrieres. Dat geldt eveneens tussen de Meerwijkplas en Poelbroek. Tussen de Poelbroek en de natte te ontwikkelen structuur in de Poelpolder is een goede faunapassage nodig die meegenomen wordt met de ontwikkeling van die structuur. Het gaat met name om passage van het wegje Vijfhuizen. De natte structuur in de Poelpolder vormt op zichzelf weer een verbinding die geschikt gemaakt wordt voor genoemde doelsoorten. Deze gaat over in het buitenstedelijke deelgebied Oost en Noord-Oost. Vanaf de Poelpolder is ruimte voor het maken van een natte verbindingsstructuur23 maar die zou bij voorkeur in nauwe samenwerking met de provincie gerealiseerd moeten worden (Ringvaartzone). Als breedte voor deze verbinding is een strook van tussen de 25 en 50 m. gewenst. Plaatselijk zal die smaller zijn, als deze maar voor het grootste deel die breedte heeft. De strook is gevarieerd en bestaat uit een ecologisch profiel met een losse setting van lage bomen, struiken, mantel- en zoomvegetatie en een doorlopende natte stuctuur met moeras- en rietvegetatie.

5.1.4

5.1.4.1

De Zuid Schalkwijkerweg, het Jaagpad en de naast gelegen Spaarneoever (in de toekomst verlengd naar het Tjadenterrein) vormen een belangrijke Noord-Zuidzone. Deze sluit aan op het recreatieve gebied rond de

Oost en Noord-Oost

Onderdeel Ecologische Structuur

Van Zuid naar Noord komen we de volgende belangrijke gebieden uit het Ecologisch Beleidsplan tegen.

22 Beschrijving voorziening 22 23 Beschrijving 3.1.3.3., nader uit te werken

Natuur Netwerk Haarlem

25

Akendam en Volkstuincomplex ‘Zonder Werken Niets’ (P1) en de Hotspot Berm Vergierdeweg (H3). De Verdolven Landen en de Slaperdijk en het voormalig munitiefort gelden als belangrijke verbindingszone.

5.1.4.2

Deelgebieden

Uitgaande van het Ecologisch Beleidsplan is dit eveneens een van de belangrijke deelgebieden voor de Ecologische Structuur. De delen boven de N200 (Amsterdamse Vaart), maken ook deel uit van de NNN-gebieden, voortvloeiend uit het Bufferzonebeleid (tussen Haarlem en Amsterdam). Het feitelijk beheer ligt grotendeels bij het recreatieschap Spaarnwoude. Verder voeren Haarlem en het Landschap Noord-Holland nog beheer over enkele gebieden die ze in eigendom hebben. De Ringvaart is door de provincie bovendien aangewezen als verbindingsroute in het kader van de NNN. Het beslaat een groot deel van de restveengebieden en buitendijkse gebieden langs de voormalige veenrivieren de Liede en noordelijk stuk Spaarne. Een vreemd element is het voormalige stortterrein Schoteroog, een voormalige stort die integraal is opgehoogd en t.b.v recreatie ingericht. Het gaafst gebleven gebied is het Hekslootgebied.

De deelgebieden zijn: 1. de Zuiderpolder, 2. Veerpolder, 3. oostelijk deel van de Waarderpolder, 4. Schoteroog en In de Zuiderpolder ligt de Hotspot Fuikvaart (H6 ) Iets noordelijker vinden we een deel van de oeverlanden van de Liede: Elzenbroekbos (H7). Direct oostelijk van de Zuiderpolder ligt bovendien de potentieglocatie Reinaldapark (P11). De Veerpolder kent buitendijks gelegen oeverlanden (H7) en een stuk potentiegebied Veerplas (P4), dat gelegen is aan de oostrand van Bedrijvenpark Waarderpolder. Het oostelijke deel van de Waarderpolder kent een voortzetting van hetzelfde patroon als de Veerpolder. De voormalige stort Schoteroog is op dit moment ten hoogste potentiegebied maar in zijn geheel wel aangeduid als Hotspot (H4). De meest waardevolle delen zijn de oostoever en het eiland aan de kop van Schoteroog. Het Hekslootgebied is samen met het ijsbaanterrein aangeduid als Hotspot H2 en het landje van Gruiters Hotspot (H1); oostelijk ervan ligt het Potentiegebied Begraafplaats

5. Hekslootgebied/-polder en de buitendijkse delen:Verdolven Landen, Nova Zembla en Landje van Gruijters.

1. Zuiderpolder Deze polder bestaat uit restveenweidegebied, dat aansluitend aan de wijk Parkwijk, deels is bebouwd met woningen in de begin jaren 80. De bebouwingsrand houdt een afstand aan van ca 400 m. tot de veenstroom de Liede en het dijkwegje met lintbebouwing, In deze strook komen voor: weilanden, bos, lintbebouwing met woonboten en graslanden en een maalkom voor het ingepolderde woongebied. De historische vaart de Fuikvaart, is de scheidslijn met de Zuiderpolder-Zuid, die bestaat uit een boerderij met weilanden en lintbebouwing (aan de Nieuweweg). Het voormalige (riet-) veengebied kent enkele opduikende strandwallen met bijzondere archeologische vondsten. Deze zijn aangeduid als archeologisch en aardkundig monument.

Natuur Netwerk Haarlem

26

de weilanden en de bebouwing bestaat uit een ruigtegebied dat dreigt vol te groeien met opslag van Wilg en andere soorten. Via dit belangrijke gedeelte kan op korte afstand het reservaat Elzenbroekbos bekeken worden: een belangrijk broedgebied van Lepelaars en Reigers.

Zowel de noordstrook langs de dijk als de zuidoever van de Fuikvaart zijn aan te merken als ecologisch waardevol tot zeer waardevol. De weilanden van Zuiderpolder-Zuid, ten noorden van de Nieuwe Weg zijn vrij schraal, visueel aantrekkelijk en hebben duidelijk potentie maar zijn particulier bezit. Langs de maalkom komen interessante stukjes oevers voor. De graslanden langs de maalkom hebben potentie om uit te groeien tot zeer bloemrijke graslanden. De lintbebouwing in het zuidelijk deel van de Zuiderpolder is dicht en er zijn weinig plekken om naar de oever te komen, of naar de weilanden die in gemeentelijk eigendom zijn.

Noordelijk liggen, ingesloten tussen het Liewegje en de bebouwing van de Zuiderpolder, weilanden en een bosstrook op de grote strandwal. Het bos bestaat voornamelijk uit Eik op droge delen en Essen en Elzen op de lage delen van de strandwal en uitlopers in het aangrenzende veengebied. Op dit grensgebied is, deels, open moeras tot ontwikkeling gekomen. Aangrenzend en doorlopend tot de bebouwingsgrens van de Zuiderpolder liggen weilanden die matig intensief worden gebruikt. Dit complex heeft geen aandacht gekregen in het Ecologisch Beleidsplan, mogelijk vanwege de slechte toegankelijkheid en het besloten karakter. Het overgangsgebied tussen

Figuur 13 - Natuurontwikkelingszone Zuiderpolder

2. Veerpolder Ten Noorden van het Elzenbroekbos ligt een voortzetting van de Oeverlanden aan de Liede. Om hier als wandelaar of fietser te komen moet een omweg worden gemaakt via de Zoete Inval.

De oeverlanden langs de Liede zijn oorspronkelijk eigenlijk grote drijftillen geweest, ontstaan door aangroei van waterplanten en vooral riet aan de beschutte oostoever van de Liede. Op een aantal plaatsen zijn die drijftillen zo aangegroeid dat een relatief stevige bodem is ontstaan. Daarnaast komt ook een opduiking van de strandwallen voor met zand die één lijn vormt tussen de strandwal van Stompe Toren (Haarlemmerliede) en die van de Zuiderpolder. Deze strandwal is in de oudheid doorsneden door de Liede.

Natuur Netwerk Haarlem

27

De drijftillen lenen zich voor het ontstaan van zeer waardevol Veenmos-Rietland. Dit vegetatietype is in staat een eigen waterreservoir op te bouwen uit neerslag, dat voedselarm is en zuur door de regen en veenmossen. Dit specifieke milieu leent zich voor de vestiging van zeldzame soorten als Zonnnedauw, Veenpluis, Welriekende nachtorchis,Veenreukgras en tal van soorten die ook op schrale graslanden voorkomen. De oeverlanden die als reservaat in eigendom zijn bij en worden beheerd door Landschap Noord-Holland, gelden als parels.

ten behoeve van de zwemwaterkwaliteit van de Veerplas. Deze zone is eigenlijk al natuurontwikkelingsgebied, samen met het oostelijk van de plas gelegen rest-veenweidegebied met brede sloten.

Figuur 15 - Otter, de toekomstige bewoner Oeverlanden?

3. Oostelijk deel Waarderpolder

Figuur 14 - Welriekende nachtorchis Noordelijk daarvan komen in allerlei stadia, vergelijkbare omstandigheden voor. Verschraling door maaien en beweiden is nodig om de kwaliteit te behouden of te verbeteren. Deze zone loopt, onderbroken door de bebouwing bij Penningsveer, door tot aan Schoteroog. Deze strook is gescheiden van de polder door een dijk, met daarop, tot Penningsveer, een weg (Veerpolder) en noordelijk daarvan een wandelpad. Dit gebied kent verschillende eigenaren en beheerinstanties. Landschap Noord-Holland is eigenaar van het natuurterrein: Oeverlanden van de Liede; de gemeente Haarlem bezit en beheert nog een deel van de oeverlanden; voor het overige is Staatsbosbeheer (SBB) eigenaar en beheert het Recreatieschap Spaarnwoude dit eigendom. Westelijk van de weg Veerpolder ligt de Veerplas. Deze kent de volgende zonering: het westelijke deel bestaat uit een recreatiestrook, met een aan het bedrijvenpark Waarderpolder grenzende bosstrook, horecavoorziening, zandstrand en een evenementenveld aan de Veerplas. Het zuidelijk deel is weiland, deels op de eerder beschreven strandwal met aangrenzend een helophytenfilterstrook

Noordelijk van de (landelijk gelegen ) Oudeweg liggen weilanden en een deel van de voormalige kreek ‘Vuilrack’. De weilanden zijn, in lijn met het oorspronkelijke verkavelingspatroon, verbreed, met als doel meer ruimte voor water en moerasontwikkeling te creeren en het landschappelijk aantrekkelijker te maken. Oostelijk van de weilanden ligt een dijkje met daarop een wandelpad, dat grenst aan de buitendijkse oeverstrook. Deze bestaat, net als ten zuiden van de Oude Weg, feitelijk uit een drijftil. Hierin is de opslag met wilgesoorten te ver doorgeschoten. Beheer van deze strook is de afgelopen jaren achter gebleven. Feitelijk is deze strook ook aan te merken als Hotspot. Het gebied wordt beheerd door recreatieschap Spaarnwoude.

4. Schoteroog Noordelijk van de Waarderpolder-Oost bevindt zich een manege en verder de zuiveringsinstallatie Waarderpolder, de afgedekte, voormalge stort Schoteroog, de Haarlemse Jachtclub en een eiland met grote waterpoel die resteren van de oorspronkelijke weilandjes van Schoteroog. De voormalige stort kent vooral een recreatieve inrichting met grasland, struwelen en paden voor wandelaars en ruiters. Aangezien de afdekking van de stort van redelijk recente datum is, lijkt de natuurwaarde beperkt. De oostelijke oevers bieden kansen voor drijftilontwikkeling, zoals ook zuidelijker is ontwikkeld, mits watersport en hengelsport de oevers intact laten en deze alleen op aangelegde voorzieningen gebruiken. Het biotoop kan verder aangroeien in een luwe omgeving, zonder afslag door golven.

Natuur Netwerk Haarlem

28

Door de Vereniging Behoud van de Hekslootpolder en leden van de Vogelwerkroep Zuid-Kennemerland zijn veel maatregelen genomen om de situaties voor weide- en kweldervogels te verbeteren (vossenraster en weer plasdras maken van weilandpercelen, overleg met boeren) en het gebied voor vogelobservatie te verbeteren. Datzelfde geldt voor net navolgend genoemde gebied: het landje van Gruijters.

Op Schoteroog staan bovendien windmolens en er zijn ideeën om een deel van Schoteroog te benutten als zonnepanelenpark. In dat geval zal voor de ingenomen ruimte compensatie worden geboden.

5. Hekslootgebied. Aan de overzijde van het Noorder Buiten Spaarne ligt het Hekslootgebied/de Hekslootpolder en de Oude Spaarndammerpolder. Beide zijn klei-en rietveengebieden, met oorspronkelijke verkaveling en vormen een onderdeel van de Stelling van Amsterdam (schootsveld van fort Spaarndam-Zuid) met bunkers, liniedijken en -water. Beide gebieden fungeren ook als broedgebieden voor weidevogels. Deze functie wordt bedreigd door een grote predatiedruk van de vos en mogelijk ook de huiskat. De laatste jaren is een afdoende afschrikking voor deze predator(en) gerealiseerd, waarmee een herstel van de populaties in gang is gezet. De weilanden kennen een beheer dat mede is afgestemd op de functie weidevogelgebied, zij het dat door peilverlagingen op veel plaatsen achteruitgang is opgetreden van de plas-dras-situaties van de jaren 80 van de vorige eeuw.

Noordelijk van de Slaperdijk liggen van Oost naar West het landje van Gruijters, het voormalige Munitiedepot met moeras (verlande linievaart , IJsbaan Nova Zembla, en de Verdolven Landen. De laatste zijn graslanden die bijna doorlopen tot aan de Binnenduinrand. Ze zijn nauw verbonden met de Hekslootpolder, maar kennen een nog kleirijkere bovenlaag. Op dit moment wordt door de Vogelwerkgroep Zuid-Kennemerland gekeken naar de mogelijkheden om op het IJsbaanlandje meer natuur te ontwikkelen.

5.1.4.3

Structuurversterking en verbindingen

In de Zuiderpolder komen vanuit zuid naar noord langs het Liewegje afwisselende landschapstypen voor als dragers van waardevolle stukken natuur (deels in ontwikkeling). Voortzetting van natuurontwikkeling aan beide zijden van de Fuikvaart en het maalkomgebied spreekt voor zich. Door continuïteit in beheer kan een zeer waardevol gebied ontstaan Door de dichte lintbebouwing aan het Liewegje is niet overal de relatie met het oorspronkelijke landschap zichtbaar en beleefbaar. Het is nog zoeken naar een verbinding tussen de Steve Bikostraat en de weilanden in het noordwestelijke deel van de Zuiderpolder.

Natuur Netwerk Haarlem

29

Deze weilanden, het moeras en het bos hebben veel mogelijkheden om uit te groeien tot waardevolle overgangen tussen extensief gebruikte graslanden, moeras, moerasbos en bos op drogere zandgrond. Het is dan allereerst nodig om dit gebied deugdelijk te ontsluiten vanaf de Zuiderpolder en het Liewegje en een plan op te stellen om deze strook tenminste gedeeltelijk ecologisch in te richten en beheer in te stellen.

Deze strook leent zich goed voor recreatief medegebruik. Op dit moment vinden gebruiksvormen plaats die het gebied aantasten en afbreuk doen aan de betekenis van dit gebied. Via de bermen en fietspad loopt de verbinding door richting de Zoete Inval. Het is gewenst voor de fauna een korte vebinding mogelijk te maken naar de boezemlanden langs de Veerplas. Voor passanten is het Elzenbroekbos een trekpleiser vanwege de jaarlijks terugkerende broedkolonie Lepelaars en Reigers. Aan de andere kant van het spoor (en voorbij het Fort aan de Liede) ligt de Veerpolder met de buitendijkse natte moerassen. Het is van belang het ecologisch beheer van de Oostzone van de Veerplas en de weilanden tussen Oudeweg en Schoteroog en ook die van de buitendijkse moerassen te versterken en daarmee te richten op vergroting van de biodiversiteit. De ecologische betekenis van het hele buitendijkse gebied en het gebied langs Schoteroog, tot en met het eiland boven Schoteroog is zeer groot, zij het niet overal optimaal ontwikkeld. Enkele delen zijn in het verleden aangetast door stortingen. Deze hebben geen blootstellingsrisico’s en kunnen gebruikt worden voor dagrecreatie. Voor de meest waardevolle delen worden beheermaatregelen uitgevoerd en deze kunnen uitgebreid worden naar nu nog enigszins verwaarloosde delen.

Verbindingen naar het veenweidegebied Spaarnwoude zijn mogelijk via relatief rustige bruggetjes (avond-nacht-vroege morgen) over de Liede bij Haarlemmerliede en Penningsveer. De Spaarndamseweg tussen de J. Gijzenvaart en Spaarndam bevat brede bermen en biedt voldoende toegangen voor kleine zoogdieren en amfibieën en reptielen naar het Hekslootgebied en verder. Voor die deelgebieden zijn juist West-Oost verbindingen (via de J. Gijzenvaart) en routes via de Verdolven Landen belangrijker.

Direct ten noorden van Spaarndam ligt tot aan het IJ een rietland met grasland dat onderdelen herbergt van de Stelling van Amsterdam. Dit is zeer waardevol maar heeft op dit moment geen status en wordt niet beheerd op vergroting van biodiversiteit. De eigendomssituatie is, dat grote delen van het rietland in eigendom zijn van het rijk (V&W); de drogere delen bij SBB. Het is wenselijk dit deel te betrekken bij het land van Gruijters, een beheerplan op te stellen en het feitelijk beheer toe te voegen aan het land van Gruijters. Er is sprake van een palet aan eigenaren en beheerders juist ook voor de waardevolle en kwetsbare terreinen langs de hele oostrand. Door het platform Groen wordt voorgesteld om met name de waardevolle buitendijkse gronden onder te (laten) brengen bij een professionele partij die het natuurbeheer als kerntaak ziet, ruim voldoende expertise in huis heeft, bewezen heeft de afgelopen jaren een succesvol natuurbeheer uit te voeren, en gericht is op feitelijke toename van biodiversiteit.

5.1.4.4 R  outes, barrières en maatregelen 1.  Voor de Zuiderpolder is het belangrijk een plan uit te werken voor verhoging van de biodiversiteit (flora en fauna) in het bos en weilanden in het noordelijk deel van de Zuiderpolder, inclusief ontsluiting voor wandelaars (ter vergroting van draagvlak), het gebied aan te wijzen als Potentiegebied en aandacht te schenken aan voldoende toezicht24; 2. Ook is het nodig een verbinding tussen het Liewegje en deze weilanden veilig te stellen. 3.

Faunapassage N20025. Een onderdoorgang voor fauna is nodig zodat een doorlopende route ontstaat voor kleine zoogdieren (evt. te combineren met route voor (lange afstand) wandelaars onder de N200, de spoorbrug, aansluitend op de Oude Notweg),

4.

 ersterken beheer van Veerplas-Oost en buitendijkse V moerasgebieden, Waarderpolder-Oost en oevers Schoteroog26: de weilanden naar bloemrijke vochtige tot natte graslanden brengen en het beheer van de buitendijkse moerasgebieden richten op het type Dotter-Rietland, met als einddoel Veenmos-Rietland.

24 Zie 3.1.4.3. 25 Zie beschrijving voorziening 25 26 Zie beschrijving maatregelen 26

Natuur Netwerk Haarlem

30

5.2 Binnenstedelijk netwerk 5.2.1

3. Verbindingszone Kleverlaan met de Haarlemmer Kweektuin (H5) en Begraafplaats Kleverlaan (P3) 4. De verbindingszone langs de spoorlijn Haarlem-Alkaar.

Noord en Noord-West

5.2.1.2 5.2.1.1

Onderdeel Ecologische structuur

Deelgebieden

Het betreft vooral dwarsverbanden in Noord, bestaande uit grotere parkachtige gebieden, met volgroeide bomen, stuwelen en wilde bloeiende planten en bloemrijke bermen al dan niet met water en een rijke insectenfauna. De spoorlijn is een belangrijke Noord-Zuid verbinding die aantakt op de Spoorwegdriehoek en fungeert vooral als verspreidingszone voor soorten (watergebonden soorten maar ook soorten van struweel en bloemrijke bermen). De te onderscheiden deelgebieden sluiten aan bij de zones uit het Ecologisch Beleidsplan. Het gaat om: 1. Akendam en park corridor. 2. J. Gijzenvaart, Schoterbos en omgeving Sportlaan. 3. Kleverlaan, Kweektuin en Begraafplaats. 4. Spoorbaan Haarlem-Alkmaar.

1. Akendam en park corridor

Noord-West kent in het Ecologisch Beleidsplan één Hotspots en drie Potentielocaties. Deze vormen dwarsbanden die voor een deel uitlopen in ander groengebieden. Het gaat om de volgende onderdelen: 1. Begraafplaats Akendam en Volkstuincomplex‘Zonder Werken niets”(P1), 2. Verbindingszone J. Gijzenvaart, Schoterbos en omgeving Sportlaan (P2),

Akendam en de Volkstuinvereniging liggen in een grotere parkachtige corridor aan de noordrand van het aaneengesloten stedelijke gebied samen met het Van der Aart Sportpark. Het kent veel hoog opgaande zoombeplanting met mantelvegetaties die interessant zijn voor vogels en insecten. Er is veel rust in het gebied. Het volkstuincomplex is een bron van voedsel voor insecten, vogels en kleine zoogdieren. Akendam, St Josef en de Volkstuinvereniging grenzen aan het Hekslootgebied. Qua structuur zijn er weinig overeenkomsten. De hoog opgaande bomen zijn minder gunstig voor de weidevogels, omdat deze fungeren als uitkijkplek voor nestpredatie.

Natuur Netwerk Haarlem

31

2. J. Gijzenvaart, Schoterbos en omgeving Sportlaan

Ontwikkelingszone Orionweg. Via de Herman Heijermanstraat en de Orionweg wordt een belangrijke verbinding gelegd naar het Junoplantsoen en het aansluitende Zaanenpark. Beide laatste worden nu voor een belangrijk deel ecologisch beheerd en fungeren als springplank in het gebied. Ook de Planetenlaan is een belangrijke verbinding (via de Orionweg) tussen de Delft en de J. Gijzenvaart.

3. Kleverlaan, Kweektuin en Begraafplaats

De J. Gijzenvaart is met de aangrenzende bermen aangeduid als een belangrijke verbindingszone. Deze sluit aan op het Schoterkerkpad dat tussen weilanden en volkstuingebied doorloopt tot de bosrijke zone van Santpoort-Zuid. Een fysieke verbinding tussen het Schoterkerkpad en de J. Gijzenvaart is aanwezig in de vorm van een fietstunnel. Bekeken moet worden of deze tunnel ook wordt gebruikt door kleine zoogdieren en amfibien of dat deze als faunapassage teveel afschrikt. Langs de J. Gijzenvaart zijn veel ligplaatsen voor kleine boten aangebracht. Recentelijk is gekozen voor ecologisch beheer van de bermen, met als gevolg dat langer in de zomer hoog (en bloemrijk) gras aanwezig is. De combinatie van belangrijke ecologische verbindingszone en ligplaatsgebied voor pleziervaart vraagt om een goede afstemming bij de herinrichting en goede communicatie over het gebruik van deze strook. Aan de Oostzijde eindigt de verbindingszone bij de kruising met de Spaarndamseweg. Het Schoterbos is recentelijk vernieuwd. Aanwezig waren: een redelijk oud parkbos, een groot soortenarm gazonoppervlak en een sportvereniging. Er zijn veel nieuwe elementen toegevoegd die de biodiversiteit vergroten: aanvullend water, ecologisch beheerd bloemrijk gras en een uitzichtheuvel. Er zijn ook diverse gebruikers: zo is er een Doetuin, Kinderboerderij/schoolwerktuin, een mini-dierentuin (Artisklas).

Deze passen goed in deze setting en dragen tevens voor een groot deel bij aan de vergroting van biodiversiteit. Het park moet in zijn huidige vorm rijpen, zonder al te veel ingrepen. Bodem en biosfeer moeten zich nog goed verbinden en door ontwikkelen. De Sportweg die via de Planetenlaan weer een verbinding vormt naar de J. Gijzenvaart, is de spil in de

De Kleverlaan vormt over de Randweg de verbinding met de Binnenduinrand. In het Bloemendaalse deel zijn vooral de weilanden en sloten een belangrijke route naar de Spoorbaan en de Delft. Aan de overzijde van de Delftlaan, zijn dat de Heussenstraat, de Schoterveenpolder en de van Dortstraat, die via de Schoolwerktuinen naar Haarlemmer Kweektuin en verder door naar de Begraafplaats Kleverlaan en Sancta Barbara. Fysiek zijn er geen faunaverbindingen tussen de Kleverlaan-West en Delftlaan/Heussenstraat. Hetzelfde geldt voor het Tuincomplex Cornelia Westendorp en Haarlemmer Kweektuin. De Heussenstraat wordt al grotendeels ecologisch beheerd. Met de provincie zijn afspraken gemaakt om langs de Westelijke Randweg zo ecologisch mogelijk beheer in te stellen (begin 2021). Rijnland heeft aangegeven het peil- en slotenbeheer rond de Schoterveenpolder meer ecologisch in te stellen. Binnen het Tuincomplex en de Haarlemmer Kweektuin is ecologisch beheer ingesteld. Er is wateroppervlak toegevoegd. Er zijn wellicht op termijn verbindingen mogelijk naar het Ripperdaterrein en daarvandaan wellicht naar de Bolwerken.

Natuur Netwerk Haarlem

32

4. Spoorbaan Haarlem-Alkmaar

5.2.1.4

 outes, barrières en R maatregelen

1. Akendam en Parkcorridor. In deze zone is op dit moment geen aanleiding specifieke aandacht te schenken aan het overbruggen van barrières naar de omgeving. Het betreft een redelijk rustig gebied in de avond-nacht-vroege morgen.

De spoorlijn naar Alkmaar biedt mogelijkheden om verbindingen van en naar de Binnenduinrand te leggen. De Spoorwegdriehoek vervult als Hotspot een belangrijke functie, maar overschrijdt al snel de gemeentegrens. Via overleg met Prorail en Bloemendaal kan deze route als ecologische verbinding hoger op de agenda worden gezet.

5.2.1.3

Structuurversterking en verbindingen

Specifieke aandacht voor structuurversterking is niet nodig. Wel zijn de inrichting (mee koppelen met ontwikkelzone Orionweg), het wegnemen van barrières en de doorontwikkeling van het groenbeheer op ecologische grondslag belangrijk. In Noord bestaan tal van verbindingen die voor een belangrijk deel al beschreven zijn in de deelgebieden. Het karakter van de dwarsverbanden is karakteristiek. Ze vormen tegelijk ook de kleinere verbindingen die buurten weer voeden en omgekeerd. Noord kent veel particuliere tuinen. In veel straten zijn voor- en achtertuinen aanwezig, die op zichzelf fungeren als routes en daarmee een bijdrage leveren aan de biodiversiteit.

2. J. Gijzenvaart, Schoterbos en omgeving Sportweg. Via fauna onderzoek met cameravallen wordt bekeken of de fietstunnel onder de Westelijke Randweg functioneert als faunapassage, of dat een aparte passage moet worden ontworpen. Daarnaast is het nodig een faunapassages onder de Rijksstraatweg tussen de J. Gijzenvaart en Spaarndamseweg-Oost27 en via Schoterbrug naar Waarderweg28 te realiseren. De Sportweg en omgeving vraagt om extra aandacht. De Sportweg is de spil in het ontwikkelingsgebied en ook de Planetenlaan vervult een verdelingsrol naar de ‘haarvaten’. Bij de doorontwikkeling zal vooral aandacht voor voldoende robuustheid in de vormgeving nodig zijn. Voor beide routes is daarbij een zo volledig mogelijk ecologisch profiel nodig, met voorkeur voor bomen in combinatie met struiken, mantels en zomen met lang bloemrijk gras of combinaties met eerstgenoemde drie als de ruimte ontbreekt. 3. Kleverlaan, Kweektuin en Begraafplaats. Er is behoefte aan twee faunapassages: een passage voor overbrugging van de Westelijke randweg29 tussen Kleverlaan-West en Kleverlaan-Oost en passages onder de J. Haringstraat en via de Marnixstraat (tussen de Schoolwerktuinen en Kweektuin)30. De bermen rond het weiland aan de Haringstraat en het weiland zelf zijn steeds soortenrijker aan het worden.

Rijnland wil een bijdrage leveren aan verbetering van de natuurwaarde van het water in dit gebied (natuuroevers). Deze ontwikkelingen vragen om een aanwijzing van het weiland als Potentiegebied. Verder is een permanente verkenning nodig van de mogelijkheden van verbinding tussen de Kleverlaan en de Bolwerken31. 4. Delft. Langs de Delft zijn twee faunapassages nodig onder de bruggen over de van Riebeecklaan en Pim Mulierlaan (onder voorziening 30). 5. Spoorlijn Haarlem Alkmaar

27 Beschrijving voorziening 27 28 Beschrijving voorziening 28 29 Beschrijving voorziening 29 30 Beschrijving voorziening 30 31 Beschrijving route 31

Natuur Netwerk Haarlem

33

5.2.2 Corridor Centrum

5.2.2.1

Onderdeel ecologische Structuur

Het Centrum kent de Hotspot Spoorwegdriehoek (behandeld bij West-Centrum: H17) en de potentiegebieden Bolwerken en Kenaupark (P5) en de verbindingszones, gevormd door het groen, de spoorlijnen, Leiden-Haarlem, Alkmaar-Haarlem en Zandvoort-Amsterdam.

5.2.2.2 Deelgebieden 1. Bolwerken, Kenaupark, Parklaan, Ripperdapark, Nelson Mandelapark. 2. Goencorridor Raamgracht tot aan Spaarne, 3. Groencorridor Van Edenstraat, Lorentzplein, Florapark en Pavilioenslaan tot aan Spaarne.

1. Bolwerken, Kenaupark, Parklaan, Ripperdapark, Nelson Mandelapark

De Bolwerken vormen met Kenaupark, Parklaan Ripperdapark een belangrijke stedelijke groene oase. Ondanks het drukke verkeer is deze zone van groot belang. Terugdringen van de verkeerdruk, met name de parkeerdruk32 en OV-route33 langs de Parklaan zou heel veel ruimte kunnen opleveren voor versterking van de groene en ecologische structuur en rust in dit deel van het stedelijk gebied. Het zou daarnaast een belangrijk stuk allure kunnen terugbrengen, als woongebied maar ook als aantrekkelijk verblijfsgebied voor de sterk versteende binnenstad. Zeker als ook via de Gonnetstraat een onderdoorgang van het spoor voor wandelaars en langzaamverkeer zou kunnen worden gerealiseerd. Dit deel zou dan ook een belangrijke rol kunnen spelen in verbetering van het microklimaat van de Binnenstad. De Bolwerken kennen naast een grote bomenstructuur ook een belangrijke relatie met het water. Het versterken van logische reeksen met inheemse planten (ecologisch profiel 1.3.1.), met behoud van de cultuuurhistorische uitstraling, zou een verbetering betekenen.

2. Corridor Raamgracht tot aan Spaarne. De Centrum-Zuid corridor grenst in het westen aan bij de Westergracht/Bavo Basiliek. Deze corridor bestaat globaal uit de Raamgracht met aangrenzende kleine parkjes (zoals de Egelantiertuin) en loopt tot het Spaarne. Het Spaarne is een grote barrièrre voor een doorgaande verbinding richting de Amsterdamse Buurten en de Slachthuisbuurt.

3. Groencorridor Van Edenstraat, Lorentzplein, Florapark en Pavilioenslaan tot aan Spaarne. De groencorridor via de van Edenstraat loopt via grotere voor- en binnentuinen langs de Van Edenstraat, het Lorentzplein en het Florapark.

32 Het weghalen van straat parkeren en een betere benutting van de parkeergarage Stationsplein, biedt kansen voor groen aan de Parklaan. 33 Het beter benutten van (regionale) tussenstations met een goede aansluiting/ opstap naar het Stationsplein zou veel vervoersbewegingen kunnen beperken.

Natuur Netwerk Haarlem

34

5.2.2.3 Structuurversterking en verbindingen Specifieke aandacht voor structuurversterking ligt niet voor de hand. Er is weinig ruimte voor op zichzelf staande maatregelen. Wel zijn mee koppel kansen mogelijk (zoals het maken van een verbinding tussen Ripperdapark en Bolwerken via een spoorviaduct, en het verbinden van de Bolwerken met het Nelson Mandelapark). Voor het overige gaat het om het kiezen van inrichtingen van de openbare ruimte op meer ecologische grondslag en het wegnemen van barrières via verbindingen. 1. Bolwerken. Onder langs de bruggen over de Schoter en Kloppersingelgracht vormen doorlopende routes voor fauna een belangrijke impuls voor kleine zoogdieren. Specifiek zal nog gekeken worden naar verbindingsmogelijkheden met de Werfstraat en het Nelson Mandelapark. Voortzetting van de Bolwerkenzone zone richting Waarderpolder is mogelijk via een faunapassage via de Prinsenbrug. Het vergt wel dat routes verkend worden vanaf de Bolwerken, via amfibie”entunnels die onder de verharde delen naar de brug lopen en verder onder de brug door. Hierbij moet aandacht besteed worden aan de benodigde beweegbaarheid van brugdelen. 2. De corridor Raamgracht tot aan Spaarne kan een doorgaande verbinding vormen richting de Amsterdamse Buurten en Slachthuisbuurt.

3. De groencorridor Van Edenstraat, Lorentzplein, Florapark en Pavilioenslaan tot aan Spaarne legt de verbinding naar de Hotspot De Haalemmerhout en via deze naar de Buitenrustbruggen die een verbinding kunnen vormen richting Schalkwijk.

5.2.2.4 R  outes, barrières en maatregelen

alleen goed mogelijk via een faunapassage langs de zuidelijke voetgangersbaan van de Prinsenbrug36, waarbij bijzondere aandacht nodig is voor de beweegbaarheid van de brug. Daarna zal de Oudeweg de vervolgroute vormen richting Waarderweg en de entree van Spaarnwoude. Vooralsnog is de Oostersingel een onneembare oversteek; bij afwaardering van de Oostersingel kan aandacht besteed worden aan een goede passage37 van deze kruising. 2. De groencorridor Raamgracht tot aan Spaarne. Het Spaarne is een onneembare oversteek voor kleine zoogdieren. Eigenlijk is een faunapassage via de Verfroller de enige optie38. Daarna kunnen de berm en oeverstrook langs de Herensingel en Schalkwijkerstraat een verdeelroute zijn voor de achterliggende Amsterdamse Buurten en Slachthuisbuurt. De brug over de Zomervaart speelt een belangrijke rol39: er is geanticipeerd op vaststelling van dit plan door bij vervanging van de Schalkburgerbrug al rekening te houden met een passagerichel (naar de Herensingel). 3. D e groencorridor Van Edenstraat, Lorentzplein, Florapark en Pavilioenslaan tot aan Spaarne. Deze route is diffuser. Er is veel verharding; bermen ontbreken grotendeels. Daarnaast zijn veel voortuinen en binnentuinen met een open karakter die de rol van verbindingsroute kunnen overnemen. Via aansluitende parken is verbinding mogelijk naar de Haarlemmerhout.

Vanaf de Hout (aansluitend op Zuid-West), is via de open gebieden van de voormalige Mariastichting, maar ook de tuinen van de woonbuurtjes achter Welgelegen, toegang mogelijk naar de Buitenrustbruggen. Ook hier is de oversteek voor kleine zoogdieren onmogelijk, anders dan via een faunapassage via de Buitenrustbruggen40. Daarvandaan is directe aansluiting met de binnenstedelijke gebieden Schalkwijk en stadsdeel Oost.

5.2.3 Schalkwijk en Oost

1. Bolwerken, Kenaupark, Parklaan, Ripperdapark, Nelson Mandelapark. Het is gewenst om onder de Kennemerbrug een faunapassage te realiseren via een voor fauna beloopbare richel/plankier onder de brug34. Er zijn verbindingsmogelijkheden met de Werfstraat en het Nelson Mandelapark mogelijk, wellicht via beperkte aanpassingen van de profielen van de Vrouwehekstraat en Zocherstraat35. De oversteek van het Spaarne is voor kleine zoogdieren eigenlijk

5.2.3.1

Onderdeel ecologische Structuur

In Oost en Schalkwijk zijn de volgende Hotspot en Potentiegebieden gelegen: Romolenpark (H11), de potentie­ gebieden Amerikavaart (P9) en Reinaldapark (P11). Verder is de spoorverbinding Haarlem-Amsterdam (H8 tijdelijk) aangegeven.

34 Zie beschrijving voorziening 34 35 Zie beschrijving voorziening 35 36 Zie beschrijving voorziening 36 37 Zie beschrijving voorziening 37 38 Zie beschrijving voorziening 38 39 Zie beschrijving voorziening 39 40 Zie beschrijving voorziening 40

Natuur Netwerk Haarlem

35

Deze gebieden sluiten aan op het Centrum en de buitendeelgebieden Zuid-Oost en Oost en Noord-Oost.

functies de minste hindernissen tegen. Aan de andere kant bestaan in dit stadsdeel ook veel en grote hindernissen door de sterke verkaveling met infrastructuur, op de meest logische ecologische verbindingsroutes. Voor vogels, planten en insecten zijn de hindernissen meestal gemakkelijk te overbruggen; lastiger wordt het voor reptielen en amfibien en kleinere zoogdieren, die op hun beurt weer een belangrijke voedselbron zijn voor viervoetige predatoren. Een belangrijke voorwaarde voor ecologische verbindingen is dat doorgaande (voor dieren herkenbare en bewezen routes (geursporen) zo min mogelijk worden onderbroken door hindernissen als brede en drukke wegen en brede wateren. In dit stadsdeel zal het vooral gaan om herstel en ontwikkeling van met name hoofdroutes. Voor de fijnere dooradering van woonbuurten zijn meestal voldoende paden in het groen voorhanden. Voorwaarde is dat deze wel zoveel mogelijk met inheemse planten zijn ingevuld, er aandacht is voor voldoende bodembedekkers, er voedsel in de vorm van noten, bessen en zaden en hier en daar in plantsoenen ook grondhopen zijn waar egels en andere dieren nesten kunnen maken. Bij voorkeur hebben bewoners tuinafscheidingen die niet geheel gesloten zijn tot het maaiveld, zodat dieren ook dekking en voedsel kunnen vinden in privétuinen.

2. Amsterdamse Buurten, Parkwijk, Zuiderpolder-West en Slachthuisbuurt en Waarderpolder. De Amsterdamse Buurten en de Slachthuisbuurt kennen zeer weinig groen, smalle straatjes met weinig bomen en een hoge bouwdichtheid, Ook ontbreken vrijwel overal voortuinen. In ecologisch opzicht zijn de binnentuinen belangrijk om enige natuur te kunnen herbergen in deze wijken. Knelpunt is dat veel van die binnentuinen gesloten zijn en in toenemende mate zijn voorzien van verharding, waardoor er weinig ruimte voor de natuur resteert. Belangrijke groenaders in dit gebied zijn de Zomervaart en Gouwwetering. Langs deze wateren liggen enkele grasvelden en bosplantsoenen die de wijken min of meer dooraderen. De afgewaardeerde Amsterdamse Vaart kent een bijzondere groenzone, grotendeels in de voormalige zuidelijke rijbanenstrook : de Esplanada.

5.2.3.2 Deelgebieden De volgende deelgebieden zijn te onderscheiden: 1. Schalkwijk 2. Amsterdamse Buurten, Parkwijk, Zuiderpolder-West, Slachthuisbuurt en Waarderpolder.

1. Schalkwijk Schalkwijk kent van alle stadsdelen het meeste groen, en vooral de sterkste dooradering in de woonbuurten. Dit biedt de meeste kansen voor vergroting van de biodiversiteit: dieren en planten komen voor alle benodigde

Parkwijk en de Zuiderpolder zijn al weer ruimer opgezet en kennen meer groen in de buurtjes. Vooral in Parkwijk komen veel gazons voor als gezamenlijk groen, aaneengesloten bomenrijen in de woonstraten en bosplantsoentjes. Tussen de Nieuwe Amsterdamse Buurt en Parkwijk ligt de brede verkeersader Prins Bernardlaan, die voorzien is van brede bermen en aangrenzende groene pleintjes als het van Zeggelenplein en Prinses Beatrixplein. Tussen Parkwijk en de Zuiderpolder ligt een brede groenstrook langs de voormalige tramlijn Haarlem- Uithoorn. De Zuiderpolder grenst aan een brede zoom landelijk gebied (Oost en Noord-Oost).

Natuur Netwerk Haarlem

36

Boven de spoorlijn Haarlem- Amsterdam ligt het Bedrijvenpark Waarderpolder. Dit bedrijventerrein kent veel verharding en enkele belangrijke groenzones: de Waarderweg met aangrenzende groenstroken en de Oudeweg, de Jan van Krimpenweg en de spoorlijn Haarlem-Amsterdam Op enkele bedrijfsterreinen komen braakliggende terreinen voor. In het Noord-Oostelijke deel van de Waarderpolder komt een klein natuurgebiedje voor waar de Rugstreeppad huist. De Waarderpolder grenst aan het buitenstedelijk gebied Oost en Noord-Oost en aan de binnenstedelijke gebieden Noord-West en Centrum, met als scheidslijn het Spaarne.

5.2.3.3 Structuurversterking en verbindingen Specifieke aandacht voor structuurversterking is niet nodig, dan wel haalbaar, anders dan het goed ecologisch inrichten en beheren van de aangegeven verbindingen en het wegnemen van barrières. De sterk versteende Amsterdamse buurten en Slachthuisbuurt hebben allereerst een versterking van de groenstructuur nodig. Pas als dat in beeld komt kan ook een ecologische invulling aan de orde komen. 1. De hoofdstructuur van Schalkwijk kent een paar belangrijke kruisen. Aansluitend op de Buitenrustbruggen worden de ecologische routes van Centrum-Zuid voortgezet via twee as-hoofdrichtingen: Noord-Zuid en West- Oost. De beide ashoofdrichtingen kennen meerdere routes. Daardoor lijken goede verbindingen vanzelfsprekend. Niets is minder waar. De assen lopen langs verkeerroutes of wateren die op zichzelf weer barrièrres vormen voor doorlopende richtingen. De Noord- Zuidassen van betekenis, zijn: a. Noord- en Zuidschalkwijkerweg. Deze route maakt deel uit van de hoofdbomenstructuur en is in het Ecologisch Beleidsplan aangewezen als ecologische verbinding, b. Europaweg. c. Amerikavaart en Sallandvaart. De eerste is in het Ecologisch beleidsplan aangewezen als Potentiegebied.

3. Romolenpark en bloemrijke graslanden en bermen aan de Europaweg, de Europavaart, Molenburgpark, Roosje Vos park, Amerikavaart, Azieweg. Noord-Zuid routes. a.  Noord- en Zuidschalkwijkerweg. De bebouwing langs deze wegen bestaat uit lintbebouwing. Oorspronkelijk stonden hier alleen boerderijen en hier en daar bebouwing met nutsvoorzieningen. Later heeft er een verdere verdichting plaats gevonden met gebouwen die getransformeerd zijn tot woningen. Van belang voor de ecologie zijn de groene randen, bermen, sloten en hier en daar graslandjes die rust en openheid aan de zone geven. De zone wordt intensief gebruikt door langzaam verkeer, wandelaars en wielrenners en hardlopers. Er heerst in algemeen zin een zekere rust, die maakt dat dit gebied er ecologisch toe doet. Engelandpark. Het Engelandpark is een volwassen parkbos met ontwikkelende bloemrijke weiden, sloten en vijvers. Het is gelegen tussen de Belgiëlaan en de Europavaart en sluit naadloos aan op de Zuid Schalkwijkerweg. b.  Europaweg. Een deel van de Europaweg is gereconstrueerd. De kruisingen zijn eruit gehaald en vervangen door rotondes. Er zijn brede bermen aangelegd die ecologisch worden beheerd. Een ander deel staat op de rol om te worden gereconstrueerd, en omgezet van een vierbaans autoroute met vrije busbaan naar een stadstraat met vrije busbaan. Ook hier zal veel ruimte zijn voor groen en ecologie. c.

Amerikavaart. De Amerikavaart kent een ideale opbouw voor een ecologische route. Het is een brede vaart met daarlang oevers met oevervegetatie, omzoomd met brede bloemrijke berm, met daarin stroken struweel en bomen. Aan de overzijde komt globaal dezelfde opbouw voor. Deze opbouw kan nog verbeterd worden maar bevat goede bestanddelen. De doorgaande verkeersafwikkeling voor auto’s langs de Amerikaweg is intens en geeft daardoor veel geluidhinder en vervuiling. Bovendien is het een belangrijke verdeelweg. Daardoor kent deze route zeer veel barrières, zowel op de kruisingen voor het verkeer als bij de passages van het water.

d. Fietspad langs R-Net busbaan en Poelpolder-westrand (Krekelpad).

Recentelijk is het Jamaicaplantsoen heringericht. Ecologisch een belangwekkende parel in het Middengebied Schalkwijk, vanwege het voorkomen van Tripmadam en voorheen (en misschien opnieuw:) het voorkomen Hondskruid, een zeldzame orchidee-ensoort.

De belangrijke West -Oostroutes zijn:

Fietspad langs R-Net busbaan en Poelpolder-westrand.

1. Schipholweg, Vijverpark richting Reinaldapark; 2. Belgiëlaan, Kennedylaan, Floris van Adrichemlaan (en Louis Pasteurstraat),

Het fietspad met bermen en sloten fungeert als een route en een verdeelweg, maar door de aard van de route en de rust zijn geen aanvullende voorzieningen nodig.

Natuur Netwerk Haarlem

37

West-Oost routes 1.  Schipholweg. Het groen langs deze zone als geheel blijft zeer belangrijk als ecologische verbindings- en verdeelzone van en naar de stad en tussen stadsdelen. Ondanks dat veel groen verloren is gegaan blijft de route essentieel. Deze functie zal dan ook bij de komende veranderingen in de openbare ruimte een plek krijgen. Een belangrijke verbetering komt in beeld als de Schipholweg ondergronds gaat. 2.  De Belgiëlaan vormt een verbinding via de Kennedylaan naar de Floris van Adrichemlaan naar de Poelpolder. Behalve de aangrenzende ligging van het Engelandpark zijn ook de tuinen van Hildebrand en de pluktuinen op het voormalige Young Boys terrein van betekenis. Vanuit de Belgiëlaan ontspringen diverse gazons die omgevormd worden naar bloemrijke graslanden in noordelijke richting, naar de gazons aan de Nederlandlaan, die voor een groot deel ook zijn omgevormd. Vanuit de Belgiëlaan ontspringen diverse groenzones, zoals langs de Frankrijklaan richting Laan van Angers naar het Romolenpark. De wijkraad wil deze meer ecologisch inrichten, waarmee het ecologisch netwerk verbeterd kan worden. 3. Het Romolenpark en de bloemrijke graslanden en bermen aan de Europaweg, de Europavaart, Middengebied Molenwijk (Molenburgpark), Roosje Vospark, Amerikavaart, Azieweg. Het Romolenpark is in het Ecologisch Beleidsplan aangemerkt als een Hotspot.

Het is zeer gevarieerd en rijk aan soorten. Het bevat bos, overgangen met struiken naar bloemrijke graslanden, poelen en water met gevarieerde oevervegetaties. Meer natuurlijke oevers zijn hier wenselijk. Deels zijn deze al ontstaan doordat de beschoeiing is verdwenen. Het park is rijk aan amfibien, zangvogels en insecten. In het gebied is ook een onderkomen voor de IJsvogel. De aangrenzende Europavaart wordt weinig bevaren, wellicht mede door het voorkomen van waterplanten. Het beheer wordt grotendeels gedaan door een groep vrijwilligers, ondersteund door Spaarnelanden, in samenwerking met Landschap Noord-Holland. Beter toezicht is nodig op het laten loslopen van honden en de opruimplicht (aanlijnverplichting). De Europaweg vanaf de Schouwbroekerplas richting Schalkwijk-Cntrum vormt een barrière naar het Middengebied van Molenwijk; ook de Groningenlaan vormt een barrière tussen het Middengebied en het groene deel langs het Bramelpad.

2. De ecologische verbindingsstructuur van de Amsterdamse Buurten, Parkwijk, Zuiderpolder-West en Slachthuisbuurt wordt gevormd door de volgende groenaders, die fungeren als route voor verspreiding vanuit donorgebieden naar de buurtjes en omgekeerd:

Figuur 16 - Gouwwetering de Zomervaart en Gouwwetering zorgen voor een dooradering van de wijken. De Zomervaart vormt een verbinding tussen (de bermen langs) het Spaarne en de Prins Bernhardlaan. De Gouwwetering ligt tussen de noordelijke groene zone aan de Schipholweg en de Zomervaart. De Gouwwetering ‘voedt’ ook het te ontwikkelen Slachthuisterrein. a. De afgewaardeerde Amsterdamsevaart kent een bijzondere groenzone, grotendeels in de voormalige zuidelijke rijbanenstrook : de Esplanada, een schakering van groentypen met inheemse soorten en exoten die een bijdrage leveren aan een leisure beeld. b. De brede verkeersader Prins Bernardlaan, die voorzien is van brede bloemrijke bermen en aangrenzende groene pleintjes als het van het Zeggelenplein en het Prinses Beatrixplein. De Prins Bernhardlaan ligt tussen de Schipholweg en de Amsterdamsevaart, grenst deels aan het Potentiegebied Reinaldapark en legt ook een verbinding naar de Zomervaart en de Gouwwetering c. De voormalige tramlijn Haarlem- Uithoorn, tussen Parkwijk en de Zuiderpolder, met brede groenstrook. Deze loopt vanaf de Amsterdamsevaart langs de noordzijde van Parkwijk, via een voormalige boerderij, buigt af langs het voormalige stationsgebouwtje de Joodse begraafplaats en de volkstuin naar het dijkichaam waar voorheen een tramlijn liep.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12126121/1