CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20221244750 2. Bijlage 1 Programmabegroting 2023-2027 (incl. bijlagen) (1)

gemeenteraad 7 november 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Vaststellen Programmabegroting 2023-202740.663 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

De uitvoering van de Archiefwet- en regelgeving in Haarlem in 2021 is door de provincie als ‘adequaat’ gekwalificeerd, de hoogst mogelijke kwalificatie. Er is medio 2022 nog geen nieuwe beoordeling van de provincie beschikbaar.

1.10 Duurzaamheidsbegroting Inleiding Voor u ligt de Duurzaamheidsbegroting van Haarlem. Een “duurzaamheidsbegroting” is een instrument voor het gemeentebestuur van Haarlem om tot een efficiënte besluitvorming te komen over een doelmatige en doeltreffende inzet van middelen, en hierover verantwoording af te leggen aan de Raad. Vanaf 2021 is de Haarlemse Duurzaamheidsbegroting voor het eerst opgeleverd. Er zijn stappen gezet op verschillende niveaus op het gebied van duurzaamheid, zoals in beleid en in processen, hierdoor ligt er een goede basis. Voor de komende tijd ligt er nog een opgave om de Programmabegroting 2023-2027

44

overige thema’s van duurzaamheid uit te werken. De duurzaamheidsbegroting zal dan ook in ontwikkeling blijven. De duurzaamheidsbegroting biedt meer dan enkel een cijfermatig inzicht in de CO₂-uitstoot van de gemeente. Het is een samenstel van een begrotingsdocument en -instrumenten ten bate van effectief en kostenefficiënt klimaatbeleid ten behoeve van een leefbare stad voor Haarlemmers. Het belang van integrale afweging en het meenemen van duurzaamheid als criterium in de afweging staat hierbij centraal. Door het zetten van deze stappen wordt toegewerkt naar een situatie waarbij de gemeente de “duurzaamheidsopgave” steeds beter en op verantwoorde wijze kan vertalen naar kwantitatief onderbouwde impactanalyses en de impact hiervan op klimaatdoelstellingen. De huidige duurzaamheidsbegroting bestaat voor een groot deel uit verantwoording over de periode 2017 tot en met 2020, er wordt in dit document dus teruggekeken op de afgelopen jaren. Normaliter worden in een begroting de doelstellingen gepresenteerd met daarbij de realisatie van afgelopen jaar en een meerjarenperspectief van de aankomende jaren. In het jaarverslag wordt vervolgens verantwoording afgelegd ten opzichte van de begroting. Op den duur is de ambitie om de duurzaamheidsbegroting op dezelfde wijze in te richten, ook dit is onderdeel van de ontwikkelopgave.

In eerste instantie is de duurzaamheidsbegroting gericht op de klimaatdoelstelling ‘reductie van CO₂uitstoot’. In de doorontwikkeling van de duurzaamheidsbegroting wordt stapsgewijs de duurzaamheidsbegroting verrijkt met doelstellingen in het kader van circulariteit en brede welvaart. Het uitgangspunt van de duurzaamheidsbegroting is dat er wordt aangesloten op landelijke doelstellingen, regelgeving en metingen. Haarlemse Routekaart Duurzaamheid De Haarlemse Routekaart Duurzaamheid ‘Route voor CO₂-reductie’ is een belangrijk beleidsdocument voor de gemeente Haarlem. De routekaart bevat de huidige beleidsvisie en strategie van de gemeente voor het reduceren van CO₂-uitstoot en hoe deze wordt uitgewerkt in doelstellingen en beleid. Naast beleid zijn in de routekaart ook aanvullende plannen opgenomen om de CO₂-reductie doelstelling te behalen. Deze aanvullende plannen worden, aansluitend op de doelstelling van deze coalitie, nader geconcretiseerd. De feitelijke gevolgen van het geïmplementeerde beleid zullen zichtbaar worden in de duurzaamheidsbegroting. Leeswijzer In deze Duurzaamheidsbegroting wordt kort stil gestaan bij de opgave voor gemeente Haarlem.

Vervolgens wordt inzicht gegeven in de huidige impact van de gemeente Haarlem op het klimaat: binnen de energietransitie is in de periode 2017 tot en met 2020 de totale CO₂ uitstoot gedaald met 21%, daarnaast heeft de gemeente in 2020 40,3% circulair ingekocht (op basis van de meetmethode Circulair Inkopen en Opdrachtgeverschap welke binnen de MRA is ontwikkeld). Ook is er al een doorrekening gemaakt wat het Regeerakkoord (60% CO₂-reductie i.p.v. 49%) betekent voor Haarlem. Hiermee is de opgave voor Haarlem inzichtelijk, de maatregelen die benodigd zijn om dit te bereiken zullen komende periode verder uitgewerkt worden. Daarna volgt een verdiepende analyse op de eigen organisatie: Haarlem is opnieuw gecertificeerd op trede 3 van de CO₂ prestatieladder. Vervolgens wordt stil gestaan bij het begrotingsinstrumentarium. Tot slot wordt inzicht gegeven in de doorontwikkeling van de duurzaamheidsbegroting. De opgave, een blik vooruit Reductie van de CO₂-uitstoot speelt een belangrijke rol in duurzaamheidsthema’s. In het regeerakkoord 2021 ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ zijn de klimaatdoelstellingen vastgelegd. Om uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te zijn, is de doelstelling voor 2030 in de Klimaatwet aangescherpt tot tenminste 55% CO₂ reductie. In de daaropvolgende jaren wordt er ingezet op 70% CO₂ reductie in 2035 en 80% in 2040.

Deze verscherpte doelstelling is in lijn Programmabegroting 2023-2027

45

de Europese “Fit for 55”-voorstellen (CPB ‘economische beschouwing Fit for 55-pakket). Het Fit for 55-pakket, dat op 14 juli 2021 is voorgesteld door de Europese Commissie, geeft invulling aan de klimaatdoelen uit de Green Deal om de netto broeikasgasuitstoot in de EU in 2030 met ten minste 55% te verminderen ten opzichte van 1990, met als einddoel een klimaat-neutrale economie in 2050. De Klimaatwet stelt vast dat het kabinet een Klimaatplan moet maken. Het eerste Klimaatplan geldt voor de periode tussen 2021 en 2030. In het Klimaatplan heeft het kabinet op hoofdlijnen het klimaatbeleid voor de komende 10 jaar opgenomen, dit is voor een belangrijk deel bepaald door de hoofdlijnen van het klimaatakkoord, daarnaast bevat het klimaatplan beleid dat volgt uit Europese verplichtingen, lopend beleid en beleid dat in het regeerakkoord is aangekondigd maar nog geen onderdeel uitmaakt van het klimaatakkoord. Het Klimaatplan wordt elke 5 jaar op basis van actuele inzichten bijgesteld. Na 10 jaar wordt een nieuw Klimaatplan gemaakt. Juni 2022 heeft de overheid het ‘Ontwerp Beleidsprogramma Klimaat’ gepresenteerd, dit programma bevat de uitwerking van het klimaatbeleid uit het regeerakkoord en bevat de hoofdlijnen van het klimaatbeleid voor de komende 10 jaar, gericht op het realiseren van de (aangekondigde) aangescherpte doelen uit de Klimaatwet.

Het beleidsprogramma is een aanvulling op het Klimaatplan uit 2020 dat werd gebaseerd op het Klimaatakkoord. De maatregelen in het beleidsprogramma leggen de lat hoger dan de doelstellingen in het regeerakkoord. Er wordt namelijk gestreefd naar 60% CO₂ reductie in 2030. De ratio hierachter is dat wanneer er iets tegenzit, het doel van 55% alsnog behaald wordt. De klimaatwet zal aangepast worden op de verscherpte doelstelling. Mogelijk zullen er ook tussendoelen voor 2035 en 2040 in de klimaatwet komen te staan. Als het “fit for 55”-pakket is vastgesteld en de nieuwe verplichtingen voor Nederland duidelijk zijn, zal gekeken worden of het nationale beleid voldoende is om aan deze verplichtingen te voldoen, indien nodig zal het beleid herijkt worden. De gemeente Haarlem heeft in het coalitieakkoord opgenomen dat er wordt aangesloten bij de doelstelling vanuit het Rijk, nl. 60% CO₂ reductie in 2030. De klimaatdoelstellingen in het klimaatakkoord zijn opgesplitst naar vijf sectoren, namelijk: elektriciteit, gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, en landbouw en landgebruik. Per sector zijn in het klimaatakkoord en het klimaatplan van de rijksoverheid, verschillende soorten maatregelen aangekondigd.

Bijvoorbeeld door toename van de productie van hernieuwbare energie en de sluiting van kolencentrales zal de netto CO₂-uitstoot in de elektriciteitssector dalen, met als uiteindelijke doel een klimaatneutraal elektriciteitssysteem in 2050. Vervolgens zal door het aardgasvrij maken en de overstap naar een klimaatneutraal elektriciteitssysteem, de gebouwde omgeving ook klimaatneutraal kunnen worden.

De klimaatopgave is fors, zo blijkt ook uit deze duurzaamheidsbegroting. De duurzaamheidsbegroting zoals gepresenteerd in dit document bevat objectief inzicht in de CO₂ uitstoot van Haarlem. Er is gebruik gemaakt van betrouwbare informatie van o.a. de regionale Klimaatmonitor en andere objectieve bronnen zoals de lijst CO₂-emissiefactoren. Strategische analyse: Ontwikkeling huidige CO₂-uitstoot en doel in 2030 In de strategische analyse wordt cijfermatig inzicht gegeven in: belangrijke ontwikkelingen in de CO₂uitstoot in heel Haarlem en een de vertaling van het Regeerakkoord naar de opgave in Haarlem in relatie tot de Routekaart Duurzaamheid ‘Route voor CO₂-reductie’. Dit wordt gevolgd met een analyse op de transitiepaden Wonen, Werken, Mobiliteit en Elektriciteit en opwek. De peildatum voor deze gegevens is: 1 juli 2022. De gebruikte data is afkomstig uit de Regionale Klimaatmonitor. In de Regionale Klimaatmonitor wordt veel informatie gepubliceerd over het historische energiegebruik en CO₂-uitstoot voor Programmabegroting 2023-2027

46

provincies en gemeente, dus ook voor de gemeente Haarlem. De informatie in de Klimaatmonitor is nuttig omdat het als datafundament kan fungeren om beleid mee te ontwerpen en evalueren. Het voordeel van het gebruik van de informatie in de Klimaatmonitor is dat zo aansluiting kan worden gezocht bij (inter)nationale afspraken en statistische informatie. Niet alle gegevens zijn tot en met het jaar 2020 compleet, hierdoor zijn er op onderdelen berekeningen gemaakt op basis van trends of is het gemiddelde genomen van omliggende jaren. De gegevens van gasverbruik zijn temperatuur gecorrigeerd, waardoor er geen schommelingen zijn door bijvoorbeeld een milde of juist koude winter. Duiding CO₂-uitstoot De afname van CO₂-uitstoot wordt uitgedrukt in kilogram of ton (1.000 kilogram) Ter illustratie: 1 ton CO₂ is de uitstoot van ongeveer 6.000 kilometer rijden in een dieselauto. De CO₂ opslag van alle bomen in Haarlem, conform I-tree met 2.371.000 kg CO₂ opslag per jaar, compenseert ongeveer 0,4% van de CO₂ uitstoot uitgaande van basisjaar 2017.

Inzicht in CO₂-uitstoot in Haarlem De duurzaamheidsbegroting hanteert dezelfde indeling als de Routekaart Duurzaamheid ‘Route voor CO₂-reductie’ (hierna: Routekaart). Een groot aandeel van de directe CO₂-uitstoot in gemeente Haarlem komt voort uit het verbruik van aardgas voor warmte en koken én het gebruik van fossiele brandstoffen voor mobiliteit. De indirecte CO₂-uitstoot komt voort uit het elektriciteitsverbruik en de uitstoot die bij de opwek ervan elders plaatsvindt. De onderstaande tabel maakt de totale CO₂ uitstoot per transitiepad inzichtelijk. Haarlem kent geen grote industrieën of afvalverwerkingsbedrijven zoals in Amsterdam en ook geen landbouwsector zoals in Haarlemmermeer. CO₂-uitstoot Transitiepaden in kiloton CO₂

2017

2018

2019

2020

Wonen

163

164

165

161

% van totaal

27%

27%

29%

33%

Werken

86

85

79

70

% van totaal

14%

14%

14%

15%

Mobiliteit

112

114

113

87

% van totaal

18%

19%

20%

18%

Elektriciteit en opwek

251

242

207

163

% van totaal

41%

40%

37%

34%

Totale CO₂-uitstoot

612

606

565

480

De CO₂-uitstoot in Haarlem is door de jaren heen fors gedaald. De onderstaande tabel maakt inzichtelijk dat tussen 2017 en 2020 de totale CO₂-uitstoot is gedaald met 21% en de CO₂-uitstoot per inwoner met 23%.

Programmabegroting 2023-2027

47

Totale CO₂-uitstoot, mutatie en CO₂uitstoot per inwoner

2017

2018

2019

2020

Totale CO₂-uitstoot in kton

612

606

565

480

-1%

-8%

-21%

3,8

3,5

2,9

-1%

-9%

-23%

Daling t.o.v. 2017 Totale CO₂-uitstoot per inwoner in ton CO₂

3,8

Daling t.o.v. 2017

De onderstaande tabel laat zien dat de daling tussen 2017 en 2020 van CO₂-uitstoot door aardgas en elektriciteit voor 84 procent te verklaren is door een dalende CO₂-emissiefactor voor elektriciteit, en maar voor 17% aan een lager energieverbruik bestaande uit 19% lagere gasverbruik en 2% hogere elektriciteitsverbruik. Met andere woorden, in recente jaren is de daling van CO₂-uitstoot grotendeels toe te schrijven aan het feit dat elektriciteit steeds schoner wordt geproduceerd, en in minder mate toe te schrijven is aan lager aardgasgebruik. Energieverbruik

CO₂emissiefactor

Aardgas

19%

1%

Elektriciteit

-2%

83%

Doelstelling Regeerakkoord vertaald naar Haarlem In het Coalitieakkoord 2022-2026 is afgesproken dat we, in aansluiting op het Regeerakkoord, streven naar 60% CO₂ reductie in 2030 en doorgaan met de Routekaart Duurzaamheid. In de Routekaart Duurzaamheid is eerder aangeven welke effect het Klimaatakkoord (49% CO₂ reductie) heeft op de transitiepaden in Haarlem. Op basis van de nieuwe sectorale doelstellingen van het Rijk als gevolg van het Regeerakkoord (60% CO₂-reductie i.p.v. 49%) is een doorrekening gemaakt wat dit betekent voor Haarlem.

Programmabegroting 2023-2027

48

Regeerakkoord vertaald naar reductiedoel per transitiepad

CO₂uitstoot 2017

Doelstelling 2030 vs. 2017 Klimaatakkoord

Regeerakkoord

Reductiedoel in kton CO₂ t.o.v. 2017

Wonen

163

-38%

-59%

-97

Gas en warmte Werken

163

-59% -55%

-97 -48

87

-38% -37%

Gas publieke dienstverlening Gas commerciële dienstverlening

31 38

-38% -38%

-59% -59%

-18 -23

Gas industrie Gas landbouw

17 1

-36% -14%

-39% -23%

-7 0

0 109

-38% -29%

-59% -33%

0 -36

67 21

-29%

-33%

-22

-29% -29%

-33% -33%

-7 -1

-29% -29%

-33% -33%

-6 0

-74%

-87%

-218

-74% -74%

-87% -87%

-69 -35

-74% -74%

-87% -87%

-85 -29

-74% -74%

-87% -87%

-1

609

-51%

-65%

-399

Warmte Mobiliteit Brandstoffen personenauto’s en motoren Brandstoffen bestel- en vrachtverkeer Brandstoffen bus en trein Brandstoffen mobiele werktuigen Brandstoffen binnenvaart Elektriciteit en opwek Woningen Publieke dienstverlening Commerciële dienstverlening Industrie Landbouw Mobiliteit Totaal

4 17 0 250 79 40 97 33 1

In de bovenstaande tabel is te zien dat de vertaling van het Regeerakkoord naar de Haarlemse transitiepaden ervoor zorgt dat het gewogen gemiddelde CO₂ reductie in 2030 65% is. Het CO₂ reductiepercentage voor Haarlem komt met 65% hoger uit dan de 60% CO₂-reductie opgenomen in het regeerakkoord. Het pad Elektriciteit en Opwek zorgt voor 41% van de uitstoot van Haarlem, vanuit het Rijk ligt hier de hoogste reductiedoelstelling, nl. 87%. Dit heeft daardoor een grote impact op de doelstelling van Haarlem. Bij de paden Wonen en Werken is de opgave aanzienlijk groter dan het klimaatakkoord. In de onderstaande tabel is zichtbaar dat de beoogde reductie in de Routekaart in 2030 296 kiloton (kton) CO₂ is. Dit ligt fors lager dan de benodigde reductie van 399 kiloton CO₂ om de aangescherpte doelstelling te behalen uit het regeerakkoord. Het regeerakkoord geeft aan dat voor 2030 20% groen gas moet worden bijgemengd in het aardgas netwerk. Conform de Kamerbrief over bijmengverplichting groen gas van 1-7-2022 is dit bestemd voor de gebouwde omgeving (transitiepaden Wonen en Werken) en is het effect op de CO₂ emissie van aardgas 20% extra reductie. In de Routekaart is nog gerekend met de verwachte emissiefactor van elektriciteit uit de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) 2020.

In de onderstaande tabel is weergegeven wat het positieve effect is op de emissie van elektriciteit op basis van de KEV 2021. Het regeerakkoord zet ook in op extra duurzame opwek. Het effect hiervan wordt verwacht in de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) 2022 eind november 2022. Door de doorvertaling van de doelstellingen uit het regeerakkoord naar Haarlem is de opgave voor Haarlem inzichtelijk gemaakt, de maatregelen die benodigd zijn om dit te bereiken zullen komende Programmabegroting 2023-2027

49

periode verder uitgewerkt worden. De Routekaart Duurzaamheid zal dan ook geactualiseerd moeten worden. Begin 2023 zal er een actuele doorrekening komen. Reductie CO₂ in kton uit Routekaart, effect groen gas

Transitiepad

Wonen (aardgas) Werken Gas publieke dienstverlening Gas commerciële dienstverlening Gas industrie Mobiliteit Elektriciteit en opwek Totaal

Routekaart reductie 2030 -71 -31 -17 -6 -8 -33 -161 -296

Reductie door bijmengen Groengas en update Elektra door KEV 2021 -33 -13,8 -6,2 -7,6

-24 -70

Herziene prognose reductie 2030

Prognose reductie %

Doel %

-104 -44,8 -23,2 -13,6 -8 -33 -185 -366

-64% -51% -75% -36% -47% -30% -74% -60%

-59% -55% -59% -59% -39% -33% -87% -65%

Strategische analyse: transitiepaden In de Routekaart is de indeling van de Haarlemse transitiepaden gepresenteerd. Bij de indeling is er rekening mee gehouden dat helder moet zijn waar de gemeente impact op heeft of waar juist niet. Zo hebben we als Haarlem minimale invloed op de emissiefactor van Elektriciteit, die landelijk wordt bepaald en vooral afhankelijk is van de mate van duurzame opwek in heel Nederland. Ook moet de indeling aansluiten bij de sectorgewijze benadering uit het Klimaatakkoord en de landelijke doelstellingen. De landelijk gehanteerde sectoren zijn: Elektriciteit, Industrie, Gebouwde Omgeving, Mobiliteit, Landbouw en landgebruik. Gemeente Haarlem onderscheidt vijf transitiepaden waarmee de omslag richting een CO₂-neutrale stad moet plaatsvinden. Dit zijn 1. Wonen, 2. Werken, 3. Mobiliteit, 4. Elektriciteit en opwek, en 5. Ketenverantwoordelijkheid. Het indelen in deze transitiepaden zorgt voor structuur en focus. Zo richten de paden Wonen en Werken zich op het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving voor woningen en utiliteit. In deze paragraaf analyseren we de CO₂ uitstoot vanaf 2017 van de transitiepaden Wonen, Werken, Mobiliteit, Elektriciteit en opwek. Voor de opwek geven we het opgesteld vermogen weer van zonen windenergie.

Tot slot gaat het transitiepad Ketenverantwoordelijkheid over de emissies buiten Haarlem voor productie of afvalverwerking van in Haarlem geconsumeerde goederen. In dit transitiepad proberen we waar mogelijk de CO₂-impact te verkleinen die het gevolg is van activiteiten die in Haarlem plaatsvinden. De uitstoot vindt dan niet direct in Haarlem plaats, maar elders in de keten, bijvoorbeeld bij productie van goederen die in Haarlem worden gebruikt. Dit transitiepad is nog niet gekwantificeerd omdat hiervoor nog geen standaard monitor protocol voor beschikbaar is. Wonen Het transitiepad Wonen omvat het aardgas- en warmteverbruik van woningen. Het elektriciteitsverbruik van woningen valt niet onder dit transitiepad, maar onder het transitiepad Elektriciteit en opwek. De onderstaande tabel laat zien dat de er een daling is tussen 2017 en 2020 van CO₂-uitstoot door gasverbruik door huurwoningen. De CO₂-uitstoot van koopwoningen is na een lichte stijging in 2018 en 2019 weer gelijk aan 2017.

Programmabegroting 2023-2027

50

Transitiepad Wonen Huurwoningen aardgas (in kton CO₂) Gasverbruik per woning (in m3) Koopwoningen aardgas (in kton CO₂) Gasverbruik per woning (in m3) Woningen warmte (in kton CO₂) Totale CO₂-uitstoot Wonen

2017

2018

2019

2020

67

66

66

64

1.086

1.068

1.058

1.003

95

97

98

95

1.366

1.367

1.355

1.321

1

1

1

1

163

164

165

161

Het gasverbruik per woning daalt voor zowel huur- als koopwoningen in de periode 2017-2020. Bij huurwoningen daalt het gasverbruik sneller dan bij koopwoningen (zie onderstaande tabel). Vanaf 1 juli 2018 worden nieuwbouwwoningen aardgasvrij gebouwd. Uitzonderingen daarop zijn bouwplannen van de woningen die al voor die datum vergund waren. Daling gasverbruik koop- en huurwoningen (%) Huur Koop

Verschil 2017 en 2020 8% 3%

Werken Het transitiepad Werken omvat het aardgas- en warmteverbruik van utiliteitsbouw, industrie en landbouw. Utiliteitsbouw is de verzamelnaam voor gebouwen voor publieke dienstverlening (gemeentelijk vastgoed, scholen, zorginstellingen, sport en cultuur) en voor commerciële dienstverlening (zoals detailhandel, horeca en kantoren). Dit transitiepad omvat geen emissies door elektriciteitsverbruik. Transitiepad Werken (CO₂-uitstoot in kton) Overheid

2017

2018

2019

2020

5

3

3

3

Onderwijs

6

6

5

4

Zorg

13

13

13

11

Cultuur

4

4

4

3

Overige publieke dienstverlening

3

3

2

2

Commerciële dienstverlening

38

38

35

30

Industrie

17

18

17

16

Landbouw

1

1

0

0

Totale CO₂-uitstoot Werken

86

85

79

70

In bovenstaande tabel staat de CO₂ uitstoot door gasverbruik van het transitiepad Werken. De hoogste uitstoot, iets minder dan de helft van het totaal in dit transitiepad, zit bij sector Commerciële Dienstverlening. Handel, Vervoer en Opslag en Horeca zorgen in deze sector voor de grootste uitstoot. Naast de sector Commerciële Dienstverlening zorgen Industrie en de Zorg voor de meeste uitstoot. De grootste procentuele daling zit bij de Landbouw met 47% en de sector sector Overheid met 45% reductie tussen 2017 en 2020 (zie onderstaande tabel).

Programmabegroting 2023-2027

51

Daling gasverbruik (%) Overheid Onderwijs Zorg Cultuur Overige publieke dienstverlening Commerciële dienstverlening Industrie Landbouw

Verschil 2017 en 2020 45% 24% 14% 27% 28% 21% 3% 47%

Mobiliteit Het transitiepad Mobiliteit gaat over alle mobiliteit in de stad. Denk hierbij aan auto’s, vrachtauto’s, bestelbusjes en het openbaar vervoer. De onderstaande tabel maakt inzichtelijk dat 71% van de CO₂-uitstoot plaatsvindt binnen de bebouwde kom, 26% op de buitenwegen en 3% toegerekend wordt aan snelwegen. Bezien vanuit het soort vervoer komt 67% van de CO₂-uitstoot door personenauto’s, waarvan 48% binnen de bebouwde kom. Vervolgens is de CO₂-uitstoot van bestelauto’s 13% van het totaal, dit geldt ook voor de zware bedrijfswagens (13%). CO2-uitstoot, % totaal, 2020 Bebouwde kom Buitenwegen Auto(snel)wegen Autobus Bestelauto Personenauto Tweewielers Zware bedrijfsvoertuigen Totaal

4% 8% 48% 2% 9% 71%

0% 4% 18% 1% 3% 26%

Totaal 0% 1% 2% 0% 1% 3%

5% 13% 67% 3% 13% 100%

De lichte daling van CO₂-uitstoot van de sector mobiliteit is het grootste deel te verklaren doordat nieuwere personenauto’s steeds zuiniger worden en doordat steeds meer mensen elektrische personenauto’s gebruiken (zie onderstaande tabel). Opvallend is de groei van de CO₂-uitstoot door bestelauto’s. Verschil 2017 en 2020, ton CO2 Bebouwde kom Buitenwegen Auto(snel)wegen Autobus Bestelauto Personenauto Tweewielers Zware bedrijfsvoertuigen

-973 -853 -13.996 -380 -341

-64 421 -1.349 27 231

-7 78 -104 3 -171

De onderstaande tabel maakt inzichtelijk dat het groeiende gebruik van elektrische personenauto’s ook zichtbaar is in de groei van het aantal (semi) publieke laadpalen voor elektrische auto’s. Op basis van de huidige openbare informatie is het niet mogelijk het totale aantal elektrische auto’s in Haarlem inzichtelijk te maken, omdat een deel van de elektrische auto’s dat gebruikt wordt als leaseauto niet in Haarlem geregistreerd is. In het aantal elektrische voertuigen dat wel geregistreerd is in Haarlem is een groei te zien vanaf 2018. Ondanks dat het totale aantal elektrische auto’s incompleet is door het ontbreken van leaseauto’s, is onderstaand het aantal (semi) publieke laadpunten per geregistreerd elektrisch voertuig weergegeven. Het werkelijke aantal (semi) publieke laadpunten per elektrische auto ligt door het ontbreken van elektrische leaseauto’s eigenlijk lager.

Programmabegroting 2023-2027

52

(semi) publieke laadpunten geregistreerd elektrisch voortuig (semi) publieke laadpunten per geregistreerd elektrisch voortuig

2017

2018

2019

2020

2021

202 740

258 655

461 1022

589 1530

696 2234

0,27

0,39

0,45

0,38

0,31

Elektriciteit en opwek Het transitiepad Elektriciteit en opwek gaat over de emissies die gepaard gaan met Haarlems elektriciteitsverbruik en over lokale opwek van schone elektriciteit. De elektriciteitsproductie in Nederland wordt steeds schoner: er komen steeds minder broeikasgassen vrij bij het opwekken ervan. Dit is de optelsom van kleine en grote ontwikkelingen, van zonnepanelen op het dak van je huis tot windparken op de Noordzee en het sluiten van kolencentrales. Het elektriciteitsnet wordt landelijk aangestuurd zodat vraag en aanbod op elk moment precies in balans zijn. Daarom wordt er gerekend met een landelijke emissiefactor, ook voor Haarlem. De emissiefactor vertelt hoeveel CO₂ er wordt uitgestoten voor elke kilowattuur aan elektriciteitsverbruik. Transitiepad Elektriciteit en opwek (CO₂-uitstoot in kton) Wonen: Huur Wonen: Koop Werken: Overheid Werken: Onderwijs Werken: Zorg Werken: Cultuur Werken: Overige publieke dienstverlening Werken: Commerciële dienstverlening overig Werken: Datacenters Werken: Industrie Werken: Landbouw Totale CO₂-uitstoot

2017

2018

2019

2020

31 48 12 5 14 6 2 57 41 34 1 251

29 45 10 5 14 6 2 52 43 37 1 242

25 39 7 4 12 5 2 44 41 29 0 207

20 31 6 3 9 3 1 34 33 22 0 163

De CO₂-uitstoot in dit transitiepad daalt aanzienlijk (zie bovenstaande tabel) in de periode 20172020. De voornaamste reden voor de daling van CO₂ is de emissiefactor van de verbruikte elektriciteit. De emissiefactor is aanzienlijk gedaald. De volgende tabel laat zien in hoeverre de daling CO₂ uitstoot van elektriciteit te wijten is aan het verbruik of aan de emissiefactor. Ter illustratie: De daling van CO₂ uitstoot door elektriciteit ‘Wonen: Huur’ is voor 4% door het minder verbruiken van elektriciteit, 96% is te verklaren door een lagere emissiefactor. De daling van CO₂ uitstoot door elektriciteit bij ‘Werken: Datacenters’ komt volledig door de lagere emissiefactor, aangezien het verbruik van de datacenters met 155% is gestegen. De lagere emissiefactor compenseert het hogere verbruik, wat daardoor alsnog resulteert in een daling van CO₂ uitstoot. Ook ‘Wonen: Koop’ en ‘Werken: Industrie’ laten een toename van verbruik zien, wat wordt gecompenseerd door de lagere emissiefactor. Hierdoor laat de totale CO₂ uitstoot van elektriciteit alsnog een daling zien. Opvallend is dat met name Datacenters voor een hoger elektraverbruik zorgen en dat de sector publieke dienstverlening het verbruik aanzienlijk heeft verminderd. Daling CO₂ uitstoot Elektriciteit uitgesplitst in verbruik en impact van de emissiefactor Wonen: Huur Wonen: Koop Programmabegroting 2023-2027

Verbruik

CO₂-emissiefactor

4% -4%

96% 104% 53

Werken: Overheid Werken: Onderwijs Werken: Zorg Werken: Cultuur Werken: Overige publieke dienstverlening Werken: Commerciële dienstverlening Werken: Datacenters Werken: Industrie Werken: Landbouw

50% 35% 8% 34% 51% 16% -155% -7% 71%

50% 65% 92% 66% 49% 84% 255% 107% 29%

Gemeente Haarlem heeft op 10 december 2020 aan de commissie beheer het actieplan schone energie gepresenteerd (2020/0891686). Het actieplan gaat uit van een totale opwek door zon en wind van 750 Tj in 2030. De onderstaande grafiek maakt de historische ontwikkeling van hernieuwbare zonnestroom en windenergie (in TJ) inzichtelijk, en de opgave richting 2030 zoals die gepresenteerd is in het actieplan schone energie. In 2020 vlakt de stijging van zonnestroom wat af. Dit is tegen verwachting, want er werd vanuit gegaan dat de groei zich exponentieel door zou zetten. De afvlakking kan te maken hebben met de onzekere periode en lockdowns in 2020 door de Coronacrisis.

Hernieuwbare electriciteit (TJ) 700 660 600 500 400 300 200 104

100 0 2017

2018

2019

2020

4 2021

Zonnestroom in TJ, realisatie

Zonnestroom in TJ, doelstelling

Windstroom in TJ, realisatie

Windstroom in TJ, doelstelling

90 2030

Ketenverantwoordelijkheid – Circulaire economie Het transitiepad Ketenverantwoordelijkheid gaat over de CO₂-uitstoot in de keten door de aanschaf van o.a. producten en diensten door de gemeentelijke organisatie, bewoners, bedrijven en instellingen. Bij de productie van goederen wordt er CO₂ uitgestoten en vastgelegd in een product die meestal weer vrijkomen bij afdanking van de goederen. In de eerste vier transitiepaden zit de CO₂-uitstoot in de gemeente door het gebruik van energie van aardgas, elektriciteit en motorbrandstoffen. Dit is reeds goed inzichtelijk, zoals is weergegeven in voorgaande paragrafen. Voor het vijfde transitiepad Ketenverantwoordelijk is de CO₂ uitstoot nog niet inzichtelijk. Er is vooralsnog geen universeel geaccepteerde methodiek voor het meten van de circulaire economie. Met alleen energietransitie (transitiepad 1-4) bereikt de wereld volgens het Circularity Gap report 2021 hooguit 15% van wat er in 2015 in het Parijs-akkoord is afgesproken. De overige 85% moet komen uit een circulaire economie. Het in beeld brengen van de CO₂ uitstoot door

Programmabegroting 2023-2027

54

de ketenverantwoordelijkheid is nieuw voor Haarlem. Komende periode zal ingezet worden om de circulaire economie meer inzichtelijk te maken. Circulair inkopen en opdrachtgeverschap De gemeente Haarlem heeft, samen met andere gemeenten in de Metropoolregio Amsterdam, de ambitie om in 2025 50% circulair in te kopen. In 2019 was er 37,2% circulair ingekocht, in 2020 was dit 40,3%. De cijfers over 2021 zullen in het najaar bekend zijn. Het percentage is gebaseerd op de meetmethode Circulair Inkopen en Opdrachtgeverschap welke binnen de MRA is ontwikkeld. In deze meetmethode wordt het inkoopproces doorgelicht. Dit betekent hier vooral elementen van het proces meewegen (marktconsultatie, uitvraag, contract en borging). Om het ambitieniveau in 2025 te behalen zal conform deze meetmethode ook de impact moeten worden geformuleerd. Verdieping: de gemeentelijke organisatie CO₂ prestatieladder Deze paragraaf beschrijft de CO₂ -uitstoot als gevolg van activiteiten van de gemeentelijke organisatie Haarlem, waarvan het energiegebruik ook deels plaatsvindt buiten Haarlem. Deze informatie volgt uit de CO₂-prestatieladder en ziet toe op duurzame bedrijfsvoering en inkoop van de organisatie. De CO₂-Prestatieladder is een instrument dat bedrijven en overheden helpt om hun CO₂uitstoot en de kosten te verlagen.

De CO₂-Prestatieladder kent vier invalshoeken: 1) inzicht in de CO₂ uitstoot van de organisatie, 2) de ambitie CO₂-reductie, 3) wijze waarop in- en extern gecommuniceerd wordt over CO₂ uitstoot en CO₂-reductie, en 4) deelname aan initiatieven om CO₂ te reduceren in de sector en/of keten. De CO₂Prestatieladder bestaat uit 5 niveaus. De gemeentelijke organisatie is gecertificeerd op niveau 3. Tot en met het derde niveau gaat de organisatie zelf aan de slag via allerlei projecten om de CO₂-uitstoot van de organisatie inzichtelijk te krijgen en vervolgens omlaag te krijgen. Bij niveau 4 en 5 wordt er verder gekeken dan de eigen organisatie, dan wordt er ook gekeken naar de invloed en actie die ondernomen wordt in de keten en met ketenpartners. Halfjaarlijks wordt de CO₂-uitstoot in kaart gebracht zodat hierop gestuurd kan worden. Jaarlijks vindt er een verplichte directiebeoordeling plaats. Vanaf 2018 was een jaarlijkse daling te zien tot het jaar 2020, (2018: 1.605 ton CO₂, 2019: 1.564 ton CO₂, 2020: 1.444 ton CO₂). Vervolgens is er na het jaar 2020 een stijging zichtbaar. In 2021 was de totale emissie van de gemeentelijke organisatie 1.570 ton CO₂. Jaarlijkse voortgang De gemeente beschrijft in een plan van aanpak welke maatregelen er in de komende jaren worden uitgevoerd.

Deze zullen er samen voor zorgen dat de gemeente Haarlem 35% CO₂ zal reduceren in 2025 ten opzichte van 2018. Het daadwerkelijke resultaat is op totaal niveau -2,2% in 2021 ten opzichte van 2018. De zeer grote reductie op de CO₂ emissie in 2020 is volledig te wijten aan de maatregelen ten gevolge van de corona pandemie, door het thuiswerken was de bezetting op de locaties veel lager en daarmee ook het energieverbruik. Ook de weersinvloeden kunnen een rol spelen wat van invloed is op een eenduidige analyse. Er wordt nog nader onderzocht waar de stijging in 2021 ten opzichte van 2020 door wordt veroorzaakt. Toekomstige maatregelen Voor 2022 en verder ligt de focus met name op het vastgoed van de gemeente, omdat hier de meeste uitstoot vandaan komt. Vanaf 2022 worden er structurele maatregelen genomen in de Programmabegroting 2023-2027

55

vastgoedportefeuille volgens de door de raad gewenste prioritering. Er is nog geen stappenplan om naar certificering op trede 4 en 5 te komen. Verbonden partijen Ten behoeve van het jaarverslag 2021 is er een uitvraag geweest naar alle verbonden partijen aangaande Duurzaamheid. In het jaarverslag 2021 zijn de resultaten per verbonden partij opgenomen. De uitvraag naar duurzaamheid van de Haarlemse Verbonden Partijen is als vast onderdeel opgenomen in de paragraaf verbonden partijen. In een jaarverslag wordt verantwoording afgelegd aan de raad over de realisatie van beleidsvoornemens. Hierdoor is naast de bestaande uitvraag die zich richt op de realisatie, ten behoeve van aansluiting, een uitvraag van de beleidsvoornemens nodig. Er is in 2021, bij de jaarrekening 2020, gestart met een inventarisatie over duurzaamheid. Hierbij is aan deze partijen gevraagd om informatie aan te leveren met betrekking tot CO₂ prestatieladdercertificering, het voornemen tot certificering en CO₂ uitstoot (indien gecertificeerd), doelstellingen op het gebied van duurzaamheid en al behaalde resultaten op dit vlak. Het thema duurzaamheid en energietransitie krijgt aandacht bij alle Haarlemse verbonden partijen, dit in meer of mindere mate afhankelijk van de aard van de activiteiten en doelstelling van de partij.

De meeste verbonden partijen hebben maatregelen in het kader van duurzaamheid en/of verschillende energiebesparende maatregelen getroffen, maar zijn niet gecertificeerd via de CO₂ prestatieladder noch hebben ze de kwantitatieve impact in termen van CO₂-reductie inzichtelijk. Spaarnelanden is tot dusver de enige partij die gecertificeerd is op de CO₂ prestatieladder (trede 5). Cocensus en SRO geven aan de intentie te hebben zich te laten certificeren, andere verbonden partijen hebben deze intentie niet. De Parnassiagroep geeft aan hiermee bezig te zijn. Een aantal verbonden partijen geeft aan een andere duurzaamheidscertificering behaald te hebben. Voorbeelden hiervan zijn Hart, de Toneelschuur, Bibliotheek Zuid-Kennemerland en Frans Hals Museum (Green Key, gouden status). Zorgbalans geeft aan te werken aan een CO₂ Routekaart met als doel CO₂ reductie, en het Patronaat brengt middels de milieubarometer de CO₂ uitstoot met terugwerkende kracht in beeld. Anderzijds zijn er ook verbonden partijen die zie nog aan het oriënteren zijn en/of het voornemen hebben om een duurzaamheidscertificaat te behalen, Stichting Arkin is bijvoorbeeld voornemens de Greey Key gouden status te behalen aan de hand van de MPZ Milieuthermometer Zorg.

Motie ‘Ook verbonden partijen ondernemen maatschappelijk verantwoord en duurzaam circulair’ (2021/0645349) De raad heeft tijdens de bespreking van de Nota Verbonden Partijen op 25 november 2021 de motie ‘Ook verbonden partijen ondernemen maatschappelijk verantwoord en duurzaam circulair’ (2021/0645349), aangenomen om verbonden partijen aan te sporen om ook in ecologische en sociale zin een positieve bijdrage aan Haarlem te leveren. In deze motie wordt opgeroepen om in overleg met alle betrokken verbonden partijen te komen met een inventarisatie van de stad van zaken op het gebied van maatschappelijk verantwoord en duurzaam circulair ondernemen. Er afgesproken dat er (per begroting 2023) aanvullend gerapporteerd wordt over de volgende thema’s: o MVO beleid; o Duurzaamheidsbeleid; o Diversiteitsbeleid; o Circulariteitbeleid; o Sociale Toegankelijkheid: o Certificering (CO₂-prestatieladder) Programmabegroting 2023-2027

56

Op basis van o.a. de jaarverslagen 2021 van de verbonden partijen, is een beeld gevormd over hetgeen de verbonden partijen ondernemen op het gebied van de bovenstaande thema’s. Op basis van deze documenten is zichtbaar dat het merendeel van de verbonden partijen bewust is van het belang van maatschappelijk verantwoord ondernemen en een duurzame bedrijfsvoering, de wijze waarop en de focus varieert. Zo geven Werkpas Holding en Paswerk aan dat er een maatschappelijke impact gemaakt wordt door mensen perspectief te bieden op verdere ontwikkeling en werk. BNG geeft aan een aantoonbare maatschappelijke impact te willen maken, hiervoor worden de Sustainable Development Goals (SDG’s) gebruikt als uitgangspunt. Door de ligging in de stad geeft Spaarnelanden aan een directe maatschappelijk impact te hebben waarbij wordt ingezet op een duurzame omgeving, belangrijke thema’s zijn daarbij circulariteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit en duurzame mobiliteit. Recreatieschap Spaarnwoude heeft door de ligging en het gebruik van het gebied een direct maatschappelijke impact, en geeft dan ook aan in te zetten op sociaalmaatschappelijke meerwaarden, duurzaamheid, natuurinclusiviteit, klimaatadaptatie en circulariteit.

Ook SRO geeft aan dat er door het opereren in de maatschappij nadrukkelijk aandacht is voor maatschappelijke betrokkenheid waarbij wordt aangegeven dat duurzaamheid en de opgestelde duurzaamheidsstrategie een belangrijk thema is. SRO heeft de ambitie gesteld om in 2040 netto positief te zijn, maar SRO richt zich ook op andere duurzaamheidsthema’s zoals circulair, aardgasvrij en klimaatbestendig in 2030. Naast ambities, beleid en doelstellingen, wordt er door een aantal verbonden partijen enkele concrete voorbeelden gegeven van een duurzame bedrijfsvoering, voorbeelden hiervan zijn het verduurzamen van panden door LED, klimaatsystemen en/of dakbedekking. Verder wordt er circulair ingekocht door enkele verbonden partijen. Een aantal van de verbonden partijen benadrukt, in het kader van diversiteit en sociale toegankelijkheid, dat de medewerkers van de organisatie een afspiegeling dienen te vormen van de maatschappij (VRK, NH archief en Alliander). SRO geeft aan gestart te zijn met een beleid voor diversiteit en inclusiviteit. Verder geven enkele verbonden partijen aan aandacht te hebben voor duurzame inzetbaarheid van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt (Recreatieschap Spaarnwoude, Spaarnelanden, Schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten regio West Kennemerland en Werkpas).

De gemeente zal, waar relevant, duurzaamheid aan de orde stellen is gesprekken met de verbonden partijen. Duurzaamheid begrotingsinstrumenten De duurzaamheidsbegroting is een samenstel van een begrotingsdocument en -instrumenten ten bate effectief en kostenefficiënt klimaatbeleid. De gemeente Haarlem gaat met deze begroting zichtbaar verder dan veel andere gemeenten. De gemeente beoogt duurzaamheid te versleutelen in de haarvaten van de beleids-, investerings- en besluitvormingsprocessen van de gemeente via onder andere het opnemen van de duurzaamheidsparagraaf in bestuurlijke nota’s, door klimaatinvesteringen te versnellen via het Revolverend Fonds Energiebesparing (RFE) en de stelpost Duurzaamheid, en vooral ook door een objectieve klimaatmonitoring en verantwoording in het voorliggende document. In deze paragraaf wordt kort stilgestaan bij bovengenoemde instrumenten. Duurzaamheid in bestuurlijke besluitvorming. Om de CO₂-uitstoot van de gemeente Haarlem verder terug te dringen, is het noodzakelijk om in elk project waar van toepassing en bij nieuw beleid de impact op de duurzaamheidsdoelstellingen van Haarlem inzichtelijk te maken. Vanaf 1 maart 2022 wordt om deze reden een duurzaamheidsargument opgenomen in bestuurlijke nota’s.

In deze paragraaf wordt de impact op de duurzaamheidsdoelstellingen Aardgasvrij 2040, Circulaire stad 2040 en Klimaatbestendig 2050, zowel negatief als positief, van het nieuwe beleid, voorstel of project Programmabegroting 2023-2027

57

beschreven. De opsteller dient minimaal beschrijvend en waar mogelijk cijfermatig te onderbouwen wat de impact op de duurzaamheidsdoelstellingen is. Begin juli 2022 is een eerste kleine evaluatie uitgevoerd om na te gaan hoe men invulling geeft aan het duurzaamheidsargument. Om een beeld te kunnen vormen over de tot dusver opgestelde duurzaamheidsargumenten, zijn er 13 bestuurlijke nota’s bekeken waar dit argument in was opgenomen, opgesteld over de periode 1 maart tot eind juni. In het duurzaamheidsargument wordt verwacht een onderbouwing op te nemen wat de impact is van het beleid/voorstel/project op duurzaamheid, dit moet minimaal beschrijvend en waar mogelijk cijfermatig. Vooralsnog wordt er veelal beschreven in het duurzaamheidsargument wat men voornemens is te doen in het kader van duurzaamheid, onderzoeken worden gestart om te bepalen welke verduurzamings-mogelijkheden en/of circulaire maatregelen haalbaar zijn en meegenomen worden in het project. Andere duurzaamheidsargumenten geven wel al concreter inzicht in hetgeen men voornemens is te ondernemen in het kader van duurzaamheid, hierbij kan o.a. gedacht worden aan het inzichtelijk maken van CO₂ uitstoot, de keuze voor een duurzamere optie en het opzoeken van lokale samenwerking om gehuurd meubilair en/of tweedehands spullen te regelen (circulariteit).

Soms worden de groenparagraaf en het duurzaamheidsargument gecombineerd. Opvallend is verder dat er veelal wordt ingegaan op één van de thema’s van de duurzaamheid, bijvoorbeeld klimaatadaptatie, maar dat vervolgens niet in wordt gegaan op de andere thema’s zoals de energietransitie en circulariteit. Kortom, deze eerste kleinschalige evaluatie laat zien dat het duurzaamheidsargument wordt ingevuld, soms cijfermatig, maar vooralsnog voornamelijk beschrijvend. Er wordt pas sinds enkele maanden gevraagd naar het duurzaamheidsargument, de organisatie is daarom nog lerende. Er wordt ondersteuning geboden aan de organisatie door het geven van presentaties over het duurzaamheidsargument en door het opstarten van een leerlijn Duurzaamheid. Duurzaamheid meewegen in investeringen. Voor een goede integrale afweging en om te kunnen sturen op kosten efficiëntie van maatregelen is het nodig om te weten waar een euro de grootste bijdrage aan het behalen van de beleidsdoelen biedt. Duurzaamheid dient verweven te zijn in o.a. (nieuwe) investeringsvoorstellen middels inzicht in CO₂-reductie. Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden door het opnemen van een duurzaamheidsratio (CO₂/€). Inzicht in deze duurzaamheidsratio geeft de mogelijkheid om de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed te prioriteren op basis van de mate van de te verwachten CO₂-besparing per te investeren euro (2021/570677).

Stelpost Duurzaamheid. In de programmabegroting 2022 is invulling gegeven aan de wens om hogere kosten voor duurzaamheid in investering te faciliteren met de Stelpost Duurzaamheid. De ratio hierachter is dat in de praktijk is gebleken dat investeringen, wanneer deze worden aangedragen voor het Investeringsplan, vaak nog niet zo ver zijn uitgewerkt om al een duurzaamheidseffect te kunnen doorrekenen. Dit terwijl duurzaamheidsmaatregelen vaak wel een aanvankelijk hogere investering vragen, die op langere termijn wordt terug verdiend door directe besparingen, milieuvoordeel, een langere levensduur en/of een restwaarde hebben aan het eind van de levensduur. Wanneer in een later stadium in de uitwerking van de plannen deze kosten wel in beeld zijn, komt het voor dat hier geen ruimte (meer) voor is. Voor dergelijke situaties is de Stelpost Duurzaamheid.

Stelpost Duurzaamheid

2023

2024

2025

2026

2027

250

500

750

1.000

2.000

Revolverend Fonds Energiebesparing. Er is een revolverend fonds energiebesparing (RFE) ingesteld om tegemoet te komen aan het langetermijnperspectief en belemmeringen weg te nemen om Programmabegroting 2023-2027

58

renderende investeringen in duurzaamheid te doen. Het RFE kan inzet worden indien het een “verduurzamingscomponent” van de investering betreft in het kader van energiebesparing, waarbij alle energiebronnen in aanmerking komen. Het RFE kan mogelijk faciliterend optreden om de verduurzamingsopgave te versnellen. Door het vormen van een reserve voor duurzaamheidsinvesteringen wordt ervoor gezorgd dat er dekking is voor investeringen waarbij de voordelen op een later moment in de tijd zitten of waarbij eventuele nadelen naar voren treden.

Reserve Energiebesparing Toevoeging Straatverlichting Onttrekking Eindstand per 01/01

2023

2024

2025

2026

2027

182

182

182

182

182

0

0

0

0

0

546

728

910

1.092

1.274

In het coalitieprogramma is opgenomen dat het gemeentelijk vastgoed verduurzaamd zal worden. Er is een krediet van € 9,0 miljoen verleend (2021/570677). De kapitaallasten behorende bij het krediet van € 9,0 miljoen worden niet onttrokken uit het RFE, maar de te realiseren besparingen worden hier wel aan toegevoegd, om zo verdere verduurzaming in de toekomst mogelijk te maken. Doorontwikkeling van de duurzaamheidsbegroting Er zijn al veel stappen zijn gezet op verschillende niveaus op het gebied van duurzaamheid, zoals in beleid en in processen, hierdoor ligt er een goede basis. Voor de komende tijd ligt er nog een opgave om de overige thema’s van duurzaamheid uit te werken. De duurzaamheidsbegroting zal dan ook constant in ontwikkeling blijven. Onderstaand raamwerk presenteert de opgaven voor de komende periode, verdeeld over de strategische fasen van de begrotingscyclus.

Programmabegroting 2023-2027

59

1) Duurzaamheidsbegroting: uitvoering, monitoring en verantwoording De duurzaamheids-begroting geeft een objectief beeld van de voortgang van de energietransitie en de CO₂ uitstoot. Er wordt aangesloten bij de RWS Klimaatmonitor en deze data wordt verwerkt in ‘Haarlem in Cijfers’. Het doel is om de implementatie van maatregelen en geboekte voortgang te Fase

Ambities

1)

Duurzaamheidsbegroting: uitvoering, monitoring en verantwoording

2)

Strategische planning en raamwerk

Duurzaamheid inbedden in de organisatie (en ketenpartners)

De Duurzaamheidsbegroting geeft een objectief beeld van de voortgang richting duurzaamheidsdoelstellingen. Duurzaamheidsbegroting als vast onderdeel in de Programmabegroting Monitoren en duiden voortgang energietransitie en CO₂ uitstoot (uit de klimaatmonitor) Monitoren middels indicatoren Haarlem in Cijfers ‘Duurzaamheid’ Monitoren besluitvorming, implementatie van de maatregelen en voortgang Duurzaamheid wordt als belangrijk afwegingscriterium meegenomen in beleids- en investeringsbeslissingen -

Nieuw beleid: Inzichtelijk maken van de bijdrage aan duurzaamheidsdoelstelling om CO₂ te reduceren en hoe dit te monitoren Nieuwe investeringsbeslissingen: Duurzaamheidsratio als kengetal (CO₂/€) Processen: o.a. door duurzaamheidsargument in bestuurlijke nota’s, en integreren in procesopdrachten P&C cyclus: Integratie doelstellingen en indicatoren Duurzaamheidstoets team adviseert i.h.k.v. duurzaamheidsthema’s

Uitvoering MRA roadmap circulair inkopen (50% circulair inkopen 2025) CO₂ prestatieladder: gecertificeerd zijn op trede 5 in 2025 Transitiepaden uit de Routekaart koppelen aan portefeuillehouders

3)

Begrotingsvoorbereiding, doorontwikkeling van de duurzaamheidsbegroting

Verbonden partijen: het meenemen van duurzaamheid in afspraken (contracten, DDO’s, verantwoording) Duurzaamheidsbegroting doorontwikkelen: Circulariteit meetbaar maken en indicatoren definiëren Mogelijkheden onderzoek naar integreren van landelijke monitor brede welvaart (CBS) Consistente CO₂-rekenregels en kengetallen Haarlem in cijfers herindelen en verrijken met indicatoren i.h.k.v. circulariteit, brede welvaart Gezamenlijk de mogelijkheden verkennen om directe en indirecte uitstoot in de keten ten benutte van de circulaire economie te berekenen. Mogelijke denkrichtingen: inzichtelijk maken van koolstofbudget, netto-nul, afvalstromen, groenbalans/biodiversiteit. Revolverend Fonds Energiebesparing (RFE) en Stelpost Duurzaamheid faciliteren en ondersteunen duurzaamheidsmaatregelen

In beeld brengen aanvullende maatregelen binnen de energietransitie om de doelstelling van 60 % Co2 reductie in 2030 te halen

monitoren.

Programmabegroting 2023-2027

60

2) Strategische planning en raamwerk De intentie is om duurzaamheid(smaatregelen) te verankeren in de strategische planning van het proces, en om duurzaamheid in te bedden in de organisatie. Het doel hiervan is dat duurzaamheid wordt meegenomen als afwegingscriterium in besluitvorming. Dit wordt onder andere beoogd door het een plek te geven in nieuw beleid, nieuwe investeringsbeslissingen en in processen. Daarnaast wordt er gekeken naar de eigen organisatie door circulair in te kopen en door stappen te zetten op de CO₂ prestatieladder, waarvoor het doel gesteld is om op de hoogste trede (5) gecertificeerd te zijn in 2025. Verder wordt er gekeken naar de mogelijkheden om Verbonden Partijen aan te sporen om een positieve bijdrage te leveren op het gebied van Duurzaamheid in Haarlem. 3) Begrotingsvoorbereiding, doorontwikkeling van de duurzaamheidsbegroting Haarlem heeft met de duurzaamheidsdoelstellingen Aardgasvrij 2040, Circulaire stad 2040 en Klimaatbestendig 2050 een duidelijk doel voor zichzelf gesteld. Om de voortgang op deze doelstellingen te monitoren, wordt de duurzaamheidsbegroting doorontwikkeld. Het behalen van de doelstellingen van Aardgasvrij in 2040 is goed meetbaar, echter zijn de mate van circulariteit in 2040 en klimaatbestendig in 2050 vooralsnog onvoldoende meetbaar.

Haarlem zal in de komende periode in samenwerking met (landelijke) partijen zich inzetten om dit meetbaar te maken. Inzicht in (de uitstoot in) de circulaire economie Het Circularity Gap report 2021 geeft aan dat 85% van wat er in 2015 in het Parijs-akkoord is afgesproken uit de circulaire economie moet komen. Dit is het grootste, maar ook het moeilijkst meetbare gebied. Om dit inzichtelijk te maken kan Haarlem overwegen om aan te sluiten bij landelijke en/of Europese bewegingen zoals het koolstofbudget, de netto-nul methodiek en/of het navolgen van afvalstromen. Een koolstofbudget is een gelimiteerde hoeveelheid CO₂ die de gemeentelijke organisatie, bewoners, bedrijven en instellingen in totaal mogen uitstoten. Netto-nul betekent dat de totale uitstoot van broeikasgassen van de gemeentelijke organisatie, bewoners, bedrijven en instellingen gelijk is aan de uitstoot die ze uit het milieu verwijderen. Haarlem onderzoekt nog wat de best passende methode is. Brede welvaart In het coalitieakkoord ‘Actie!’ is de ontwikkelopdracht meegegeven dat het doel is om aan het einde van de periode brede welvaart volledig te integreren in de reguliere begroting. Brede welvaart omvat alles wat mensen van waarde vinden, waarbij het o.a. gaat om zaken zoals gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en (on)veiligheid.

In brede welvaart staat centraal dat er naast een financieel-economische dimensie, ook een sociaal-maatschappelijke en ecologische dimensie is. Het college stelt voor om dit thema gezamenlijk te verkennen, waarbij de thema’s uit het coalitieakkoord bepalend zijn voor de te ondernemen stappen. Vorig jaar is bij de bespreking over de Kadernota met als onderdeel daarvan de duurzaamheidsbegroting, de motie ‘Duurzaamheidsbegroting’ aangenomen met als doel de duurzaamheidsbegroting te verbreden. Met de huidige duurzaamheidsbegroting en het daarin opgenomen Raamwerk worden de eerste stappen al gezet. Bij de Kadernota 2024 zal een voorstel gepresenteerd worden om invulling te geven aan (de strekking van) de motie. In de komende periode wil het college graag in gesprek met de raad over de ontwikkelopgave van de duurzaamheidsbegroting. Besluit: Met betrekking tot de duurzaamheidsbegroting: a. in te stemmen met het ondernemen van de hierin opgenomen activiteiten en opgaven als afgeleide van landelijke normering in het kader van duurzaamheid (paragraaf 1.10). Programmabegroting 2023-2027

61

Deel 2 Programma's

Programmabegroting 2023-2027

62

2.1 Inleiding programma's In dit deel van de programmabegroting wordt het beleid voor 2023 toegelicht. De opbouw van de programmateksten volgt een vaste structuur die hieronder wordt verklaard. Allereerst zijn de zeven programma’s gegroepeerd in drie clusters: Sociaal, Fysiek en Burger en bestuur. Elk cluster begint met een clustertekst waarin de context van het cluster wordt gegeven, de onderliggende programma’s worden benoemd en de hoofdkoers van het cluster wordt toegelicht. Ook staan hier standaard lopende zaken en belangrijke ontwikkelingen binnen het cluster en de onderliggende programma's. Vervolgens worden de onderliggende programma’s verder uitgediept volgens de volgende indeling: • Een overzicht van de behandelende commissies (raad), portefeuilles (bestuur) en afdelingen (ambtelijk); • De doelenboom. Deze brengt de samenhang in beeld tussen de programmadoelstelling, de beleidsvelden en de hieraan gekoppelde doelen en prestaties en bijbehorende producten; • De programmadoelstelling; • De kaderstellende beleidsnota’s. Deze zijn (vrijwel) allemaal voorzien van de corresponderende nummers uit het Bestuurlijk Informatie Systeem (BIS) en daarmee in het pdf-document via een link te openen; • De beleidsvelden.

Per beleidsveld worden de doelen omschreven (wat willen we bereiken), de prestaties die Haarlem nastreeft (wat gaan we ervoor doen) en de bijbehorende effect- en prestatie-indicatoren. Hierbij worden de verbonden partijen genoemd die bijdragen aan het doel of de prestatie. Deze kunnen in het pdf-document aangeklikt worden voor meer informatie in de paragraaf 3.6 Verbonden partijen; • De financiën van het programma. Doelen, prestaties en bijbehorende indicatoren zijn overzichtelijk in een schema (de doelenboom) gepresenteerd. Effectindicatoren hebben betrekking op doelen. Prestatie-indicatoren hebben betrekking op prestaties. R/S in de tabel staat voor resultaten uit voorgaande realisatiejaren en streefwaarden voor komende jaren. Bij nieuwe indicatoren waarbij nog geen nulmeting voor handen is, is aangegeven dat nulmeting nog plaats moet vinden en dat de streefwaarden daarom nog een (ruwe) inschatting zijn. In navolging van de aanbevelingen van de Duisenberg Light methode op de jaarstukken 2019 zijn in bijlage 5.5 toelichtingen opgenomen waarom voor sommige doelen en prestaties geen indicator geformuleerd is. Hierin is ook opgenomen hoeveel doelen en prestaties geen indicator hebben en een vergelijking met indicatoren uit de begroting 2022, 2021 en 2020.

Landelijk verplichte indicatoren (BZK) Naast de door gemeente Haarlem zelf geformuleerde indicatoren zijn ook de landelijk verplichte indicatoren opgenomen onder de verschillende programma’s, daar waar deze het beste tot hun recht komen. Deze indicatoren zijn herkenbaar aan de toevoeging 'BZK' (naar het ministerie dat dit heeft opgesteld). Ook is een link in het pdf-document opgenomen naar het dashboard van 'Waar staat je gemeente', waarop deze indicatoren voor alle gemeenten zijn gepubliceerd. Via dit dashboard kunnen online vergelijkingen worden gemaakt met andere gemeenten of landelijke cijfers. De belangrijkste vergelijkingen zijn ook opgenomen in bijlage 5.4 Benchmark indicatoren. Hier is Haarlem in grafieken weergegeven ten opzichte van vergelijkbare gemeenten en Nederland. De verplichte indicatoren worden op het online dashboard met regelmaat geactualiseerd of met terugwerkende kracht gecorrigeerd. Het is zodoende mogelijk dat deze indicatoren in deze begroting afwijken van de actuele situatie op het dashboard. In deze programmabegroting zijn deze indicatoren Programmabegroting 2023-2027

63

opgenomen, zoals deze op 1 augustus 2020 op het dashboard zijn gepubliceerd. In deze begroting zijn alleen cijfers voor hele jaren opgenomen, terwijl op het dashboard soms ook halfjaarcijfers worden gepubliceerd. Inwonerspeiling Gemeente Haarlem voert aan het eind van elk kalenderjaar onderzoek uit onder inwoners waarbij hun mening wordt gevraagd over verschillende onderwerpen. Doordat veel van deze vragen meerdere jaren worden herhaald kunnen trends in de tijd worden onderscheiden. Daarmee zijn deze uitkomsten bruikbaar als indicator in begroting en jaarverslag. Alle uitkomsten van dit onderzoek worden gepubliceerd op het platform Haarlem in Cijfers, onder de tegel ‘Inwonerspeiling’. Dit betreft een openbare gegevensbron die naast medewerkers van de gemeente en ingewijden ook door inwoners en andere geïnteresseerden geraadpleegd wordt. Nieuw in deze begroting Verband tussen doelen, prestaties en middelen (producten) De raad heeft meerdere malen aangegeven dat zij meer inzicht wenst in de samenhang tussen , doelen, prestaties en middelen, onder andere bij monde van de Duisenbergrapporteurs. Het college heeft toegezegd om de productenraming onderdeel te maken van de doelenbomen om zo het inzicht voor de raad te vergroten.

Aan de hand van de productenraming zijn in deze begroting de verschillende producten op beleidsveldniveau toegevoegd aan de doelenboom van het desbetreffende programma (inclusief saldo van de baten en lasten). Zoals in eerdere reacties aangegeven is er geen lineair verband tussen de prestaties en producten. Daarom is gezocht naar de best passende samenhang tussen producten en prestaties. Hierbij is gekozen om de volledige productenraming te koppelen aan prestaties en zijn alle producten nu in de doelenbomen verwerkt. Het kan voorkomen dat een product is gekoppeld aan meerdere prestaties. In dat geval wordt het totaal saldo van het product tussen haakjes weergegeven. Om duidelijk te maken waarom een lineair verband tussen product en prestatie in veel gevallen ontbreekt, volgen hieronder enkele voorbeelden uit verschillende programma’s. In Programma 1 is de prestatie “uitvoeren onderwijskansenbeleid” gericht op het uitvoeren van de nota onderwijskansenbeleid die gaat over het creëren van gelijke kansen voor alle kinderen op het gebied van onderwijs. In dit product worden ook de kosten voor bijvoorbeeld leerlingenvervoer meegenomen terwijl deze kosten geen directe relatie hebben met het uitvoeren van de prestatie.

Het product ‘1301 Sociale basis’ valt onder programma 1, maar een deel van deze middelen wordt ingezet voor uitvoering van prestaties in programma 3 bijvoorbeeld prestatie “het ondersteunen en bemiddelen naar participeren in de samenleving”. In programma 4 is het product erfgoed gekoppeld aan de prestatie “Opstellen van integraal omgevingsbeleid, visies en plannen o.b.v. richtlijn duurzame stedenbouw” omdat er geen andere passende prestatie is die verband houdt met erfgoed. De kosten binnen dit product zijn voornamelijk kosten voor inzet personeel en overige kosten monumenten en archeologie. In programma 6 wordt product ‘6303 Handhaving en overig’ gekoppeld aan prestaties inzake inzet handhaving maar binnen die producten horen ook de kosten voor bijvoorbeeld kermissen en weekmarkten. Binnen alle programma’s is sprake van dergelijke voorbeelden waarbij producten zijn gehangen aan prestaties die geen één-op-één relatie hebben ofwel waar de samenhang tussen product en prestatie Programmabegroting 2023-2027

64

wel bestaat maar het product een grote diversiteit aan kosten kent waardoor de informatiewaarde beperkt is. Opknippen beleidsveld Onderwijs en Sport Op verzoek van de raad is het beleidsveld Onderwijs en Sport opgeknipt in twee beleidsvelden: 1.1 Onderwijs en 1.2 Sport. Het programma Maatschappelijke participatie bestaat daarmee uit 3 beleidsvelden. Wijziging indicator Zoals aangegeven in de jaarstukken 2021 vervalt de effect-indicator "Gemiddelde energie-index corporatiewoningen (Corporaties)" (beleidsveld 4.1). In deze begroting is hiervoor een nieuwe indicator opgenomen: "Vermogen zonnepanelen (in Terrajoule) woningen woningcorporaties". Ontwikkelopgave komende periode De komende periode zal gekeken worden welke aanpassingen op het programmadeel nodig zijn om ook hierin invulling te geven aan de ambities van het coalitieakkoord Actie! Op verzoek van de raad zal eind november een conferentie worden georganiseerd over de indeling en indicatoren in de begroting. Tegelijkertijd wordt onderzocht hoe de programma’s binnen het fysiek domein beter aan kunnen sluiten op de ambities uit de Omgevingsvisie. De input uit deze trajecten komt samen in een voorstel wat het college voor het einde van het jaar aan de raad aanbiedt.

Programmabegroting 2023-2027

65

Cluster Sociaal (ruimte voor foto)

Programmabegroting 2023-2027

66

Inleiding en context Het cluster Sociaal gaat over de brede ondersteuning van kinderen, jeugdigen, volwassenen en ouderen. Deze ondersteuning kan bestaan uit jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, opvang wonen en herstel, participatie, werk, inkomensondersteuning, armoedebestrijding en schulddienstverlening. In het coalitieakkoord 2022-2026 staat: ‘We leven in een tijd met meerdere crises. Wonen, energie en klimaat strijden om voorrang in onze maatschappelijke opgaven. Kansenongelijkheid in de samenleving maakt deze crises dieper en breder.’ Voor het sociaal domein betekent dit dat de gemeente ondersteuning organiseert voor alle Haarlemmers die dat nodig hebben om mee te kunnen doen in de samenleving. Dat betekent dat het college zich inzet voor een goede start van kinderen, jongeren en ook nieuwkomers. Dit gebeurt in de vorm van onderwijs zodat zij het beste uit zichzelf kunnen halen en hun vaardigheden optimaal kunnen ontwikkelen. Het verminderen en/of wegwerken van leervertragingen op school als gevolg van de coronacrisis hoort daarbij. Het betekent ook dat inwoners van Haarlem, laagdrempelig en passend ondersteuning kunnen vinden in hun directe omgeving en kunnen meedoen aan activiteiten die bijdragen aan hun welzijn of de leefbaarheid van de wijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12263371/1