20220987235 2. Bijlage 1 Stedenbouwkundig Programma van Eisen Prinses Beatrixplein, d.d. 19 augustus 2022
Tekst van het document
Windhinder Windhinderisinhetplanminderrelevantomdaterin lijnvanhetbeleidHoogbouwprincipes(2018)geen hoogbouwplaatsvindtenervoldoenderuimtetussen debouwblokkenzitomtochtgatentevoorkomen.Om tebeoordelenofhetdefinitievestedenbouwkundige ontwerpdaadwerkelijknietleidttotwindgevaarwordtin devervolgfaseeenwinderhinderonderzoekuitgevoerd. Indiensprakeisvaneenslechtofmatigwindklimaat, waardoorhetverblijfindedirecteomgevingvandeze gebouwenonaangenaamofzelfsgevaarlijkkanzijndient tewordenaangetoondwelkemaatregelengenomen wordenomeenhogerekwaliteitsklassetebereikeninde toekomst,bijvoorbeelddooreeninrichtingsplanvoorde openbareruimte. De herontwikkeling van de Prinses Beatrixplein mag op geen enkele plek in het plangebied en de omgeving leiden tot windgevaar als bedoeld in de NEN 8100.
55
4.3.
Richtlijn duurzaam bouwen
In 2040 wil Haarlem aardgasvrij en circulair zijn.
hebben en/of waarbij de gemeente in een vroeg stadium
Daarnaast moet in 2050 de openbare ruimte zo zijn
is betrokken.
ingericht dat deze klimaatbestendig is. Haarlem hanteert
Per duurzaamheidsthema uit de ‘Richtlijn duurzaam
daarom één richtlijn voor Duurzaam Bouwen waarin
bouwen’ zijn daarom in deze paragraaf de eisen en
de uitgangspunten die voortkomen uit het beleid, staan
ambities beschreven voor het Beatrixplein.
beschreven. Deze richtlijn formuleert op concrete wijze wat de gemeente vraagt aan bouwende partijen. Het gaat daarbij om alle plannen die een relevante omvang
4.3.1. Klimaatadaptatie Eisen en ambities klimaatadaptatie •
Om klimaatadaptatie goed mee te nemen in de verdere
Eis: aanpak droogte en hittestress
planvorming, committeren de partijen zich in het vervolg
De gebiedsontwikkeling Beatrixplein mag niet
van het planproces aan de volgende eisen op dit vlak:
bijdragen aan een versnelde bodemdaling,
•
verslechtering van waterkwaliteit en hittestress in
Eis: watertoets en compensatie
bestaand stedelijk gebied.
Het watersysteem wordt robuust ingericht met waterbergings- en afvoermogelijkheden conform de watertoets. De ontwikkeling mag niet leiden tot verslechtering van de waterhuishouding of een versnelde toename van de afen aanvoer van water. Er mag geen afwenteling plaatsvinden op naastgelegen percelen/gebieden en er wordt rekening gehouden met de gewenste stroombaan van het hemelwater. De watertoets is een wettelijke verplichting bij planvorming en moet uitwijzen of/ hoeveel gecompenseerd dient te worden. (Richtlijn : 100% van het verlies wateroppervlak en 15% van de toename van verhard oppervlak.) De watertoets is geen toets achteraf, maar een proces waarmee de waterbeheerder vroegtijdig wordt betrokken bij het ontwerp. •
Eis: toekomstbestendig watersysteem Het extra hemelwater wordt bovengronds geborgen en afgevoerd naar open water. Bij de nieuwbouw geldt dat er een toekomstbestendig watersysteem wordt aangelegd met waterbergingscapaciteit. Dat houdt concreet in dat de ontwikkeling minimaal 70 mm water per m2 moet kunnen bergen op eigen terrein gedurende een etmaal.
56
groen 34.162 m2
Huidige situatie
Plancontour-situatie
De plancontour blijft binnen het toegestane maximum aan verhardingstoename van 500 m²
uitgeefbaar overig Dreef
16.481m2 5.837m2
totaal groen 34.706 m2
2.318 m2
Stroombanen
15.191m2 23.827m2 3.300m2 42.318 m2
groen 34.162 m2
groen 34.306 m2
Hittestress
1 8.657 m2 8 4.355 m2
2+3 8.584m2
7 4.999m2
6 12.323m2
15.191m2 3.827m2 3.300m2
2.318 m2
5 1.635 m2
6 6.404
Voor4 meer informatie: rijnland.klimaatatlas.net 1.765 m2
groen 34.306 m2
In de bovenste kaartvergelijking is de verhouding groen
Als onderdeel van dit Stedenbouwkundig Programma van
van de plancontour in vergelijking met de huidige situatie
Eisen is de toekomstige situatie met Rijnland besproken.
te zien. Hieruit blijkt dat de hoeveelheid groen in het
De uitkomst van dit gesprek was positief en er werden
gebied hetzelfde blijft en dus niet achteruit gaat.
geen grote knelpunten geconstateerd op basis van de huidige plancontour
De stroombanen en hittestress themakaarten tonen de situatie in het plangebied. Hiermee dient rekening
Rijnland wordt betrokken bij de verdere uitwerking van het
gehouden te worden in de verdere planvorming.
inrichtingsplan openbare ruimte.
57
4.3.2. Groen en ecologie
Huidige situatie: bomen Het gebied van het Beatrixplein omvat een centraal gelegen groengebied rondom de prinses Beatrixdreef dat bestaat uit gazon en bomen. De bomen betreffen Paardenkastanjes. Deels zijn dit bomen van 50 jaar of ouder, die een beschermde status genieten. In totaal zijn 31 van de bomen ouder dan 50, waarvan 29 zelfs een monumentale status hebben doordat ze 80 jaar of ouder zijn. De overige Paardenkastanjes zijn jonger dan 50 jaar. Een deel van de Paardenkastanjes is gekandelaberd. Ook aan de zuidkant van het Prinses Beatrixplein staan Paardenkastanjes, waarvan vijf ouder dan 50 jaar en vier monumentaal. Langs dit plein staan verder Platanen. 22 hiervan genieten een beschermwaardige status vanwege hun leeftijd. Naast de Paardenkastanjes staan er ook andere beschermwaardige bomen (van 50 jaar of ouder) in het gebied. Langs de Prins Bernhardlaan staan iepen, waarvan sommige exemplaren ouder dan 50 jaar. Verder gaat het onder andere om de soorten Tamme
Bomen binnen het plangebied met een leeftijd ouder dan 50 jaar (turquoise) en jonger dan 50 jaar (grijs). In rood zijn boomstobben aangegeven van bomen die niet langer aanwezig zijn.
kastanje, Zomereik, Zwarte els, Veldesdoorns en Gewone vogelkers. Ook staan er exemplaren van voorgenoemde soorten zonder beschermwaardige status, alsook een veelheid aan andere soorten. In het gehele gebied zijn vrij veel boomsoorten vertegenwoordigd. Uit de bomeninventarisatie die is uitgevoerd is bovendien naar voren gekomen dat in het plangebied ook waardevolle platanen, populieren en een acacia aanwezig zijn. Huidige situatie: overig groen Langs de Prinses Beatrixdreef is een groot oppervlak gazon aanwezig. De variatie in dit groen is momenteel beperkt en verbetering is hier gewenst. Aan de kant van de Prins Bernhardlaan is bovendien extensief beheerd grasland aanwezig. Overig groen is slechts in een beperkte hoeveelheid aanwezig binnen het gebied en bestaat uit wat vaste beplanting en sierheesters, vooral gelegen in de noordelijke helft van het gebied.
Monumentale bomen in het plangebied
58
Eisen en ambities groen en ecologie Er wordt gewerkt conform de Wet Natuurbescherming. •
Eis: natuurtoets Elke ruimtelijke ontwikkeling moet met een natuurtoets (ecologisch onderzoek) beoordeeld worden op ecologische effecten. Voor het Beatrixplein is een Quickscan op het gebied van ecologie uitgevoerd. Hieruit is naar voren gekomen dat het gebied gebouwen, boomholtes en struweel bevat die mogelijk een functie hebben voor beschermde diersoorten. Het gaat hierbij om broedvogels (waaronder gierzwaluw en huismus), vleermuizen en marters. Een aanvullend onderzoek in de vervolgfase moet uitsluitsel geven over de eventuele aanwezigheid van deze soorten. Het ecologisch onderzoek kan vervolgens als basis dienen voor een mitigatie- of compensatieplan in het kader van een ontheffingsaanvraag, indien deze nodig blijkt.
•
Bomen in het plangebied die niet zijn opgenomen in de database van Haarlem Open Data.
Eis: gedragscode soortbescherming Bij werkzaamheden die van invloed zijn op flora en fauna wordt gewerkt volgens de Gedragscode soortbescherming van Stadswerk.
•
Eis: Boom Effect Analyse Het uitvoeren van een Boom Effect Analyse is een vereiste. Dit is mogelijk zodra de ingrepen die zullen worden uitgevoerd bekend zijn. Op deze manier kan worden aangetoond of er sprake is van negatieve effecten op de bestaande bomen.
•
Ambitie: groen, tenzij Huidig groen oppervlak voor de (her)inrichting/ reconstructie dient minimaal gelijk gebleven te zijn en/of in kwaliteit zijn verbeterd.
•
Ambitie: de 3-30-300 vuistregel Werk met het uitgangspunt aan de 3-30-300 vuistregel te voldoen, dat wil zeggen: vanuit elke woning zijn drie bomen te zien, ten minste 30 procent van het totale oppervlak van de wijk bestaat uit openbaar groen en in de nabijheid van 300 meter van een woning is een groen park of plantsoen
Waardevolle bomen die niet zijn opgenomen als beschermwaardige houtopstand. De ambitie is deze bomen ook te behouden.
toegankelijk. 59
•
Ambitie: behouden of verplaatsen
groen, en ten minste 80 procent in parken en
In het algemeen geldt voor bomen dat deze
ecologisch groen.
behouden blijven, tenzij onderbouwd wordt op basis van een bomenonderzoek en/of Boom Effect Analyse dat instandhouding niet mogelijk is. Wanneer mogelijk worden bestaande bomen die niet op hun plek kunnen blijven staan verplaatst. Dit geldt nog eens in het bijzonder voor monumentale (80+) en beschermwaardige (50+) bomen. Indien een deel hiervan niet behouden kan worden is een kwalitatief compensatieplan een vereiste. •
Ambitie: natuurinclusief bouwen Bouw natuurinclusief met behoud van en in aansluiting op bestaande ecologische waarden. Wanneer aangetoond kan worden dat dit niet mogelijk is dan dienen in het bouwproject compensatiemaatregelen te worden getroffen. Om een gezonde, aantrekkelijke en toekomstbestendige leefomgeving voor mens en dier te maken, moet de natuur een volwaardige plaats krijgen bij het ontwerpen van nieuwbouw en (openbare) ruimte hier omheen. Aan natuurinclusief bouwen kan invulling worden gegeven door het aanbrengen van groene daken en gevels, voorzieningen voor insecten, nestgelegenheid, vleermuisverblijven en vogelvides. Het zijn kleine investeringen bij de bouw, maar van levensbelang voor soorten in de stad. Daarnaast streven we ernaar om in de openbare ruimte innovatieve vormen van groen toe te passen, zoals geveltuinen, vergroende lantaarnpalen en groenslingers.
•
Ambitie: klimaatbestendige beplanting Het is van belang om bij het realiseren van nieuwe beplanting te kiezen voor een klimaatbestendig assortiment waarbij behoud en toepassing van gebiedseigen (inheemse/autochtone) soorten voorop staat. Deze kunnen zich vaak beter aanpassen aan de nieuwe omstandigheden en het veranderende klimaat, en autochtone soorten zijn bovendien van belang voor het behouden en versterken van de biodiversiteit. Vanuit het Ecologisch Beleid geldt dat ten minste 50 procent van de beplanting inheems dient te zijn in stedelijk 60
Situatie plancontour In de kaart hiernaast zijn de bestaande bomen te zien
bomen in de potten
en een indicatie van de gewenste nieuw toe te voegen bomen. Daarbij zullen ook enkele bestaande bomen worden verwijderd om plaats te maken voor de nieuwe bouwvolumes. Echter draagt het plan ervoor zorg dat monumentale bomen niet worden verwijderd. Bomen ouder dan 50 jaar worden indien mogelijk verplaatst. Tevens voegt het plan circa 100 nieuwe bomen toe. Bomenbalans Ca.
Ca.
Ca.
Ca.
Ca.
De groenstructuur van Beatrixplein heeft een hoog ambitieniveau op het gebied van ecologie, biodiversiteit en natuurinclusiviteit. Het plan streeft het zogenaamde ‘groen, tenzij’ principe na: de openbare ruimte is standaard zo groen mogelijk ingericht, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om dit niet te doen. De open parkstructuur zorgt ervoor dat het groen zoveel mogelijk aaneengesloten wordt gerealiseerd zonder onderbrekingen. Hierin worden barrières die niet te passeren zijn voor flora en fauna sterk ontmoedigd. Omdat het plan circa 100 nieuwe bomen toevoegt en significant inzet op een kwalitatieve vergroeningsslag van de openbare ruimte, is de verwachting dat het plan de hitte-eiland situatie verbeterd. Ook zal er meer luchtzuivering en co2-opslag plaatsvinden.
61
4.3.3. Energie, warmte en circulariteit
•
Beatrixplein heeft de ambitie om het warmte- en
Ambitie: verbeterde Milieu Prestatie Gebouwen
energieverbruik zo veel mogelijk te reduceren en de
De geldende ambitie is om in de gebiedsontwikkeling
resterende vraag zo duurzaam mogelijk in te vullen. Ook
Beatrixplein lagere waarden dan 1,0 na te streven. Dit
op het gebied van circulariteit stellen de partijen voor
is echter geen eis.
deze gebiedsontwikkeling hoge eisen.
•
Eisen en ambities energie, warmte en circulariteit
energieneutraal en -leverend bouwen De BENG-eisen gaan niet uit van volledige
Om de eisen en ambities wat betreft energie, warmte
energieneutraliteit. Voor het Beatrixplein wordt
en circulariteit voor de gebiedsontwikkeling Beatrixplein
verkent of deze ambities haalbaar is.
concreet te maken, gelden de volgende eisen en ambities: •
•
Eis: aardgasvrij bouwen
Er wordt in de vervolgfase uitgezocht hoe er
met een kleinverbruikersaansluiting niet meer worden
invulling kan worden geven aan een duurzame
aangesloten op het gasnet. Beatrixplein wordt
warmtevoorziening. Bijvoorbeeld via een warmtenet
daarom aardgasvrij.
of bodemwarmtevoorzieningen.
Eis: bijna energieneutraal bouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat alle aanvragen van omgevingsvergunningen per 1 jan 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG ).
•
Eis: Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) De MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast. De MPG is bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning verplicht. Er geldt voor de MPG een maximum grenswaarde van 1,0.
•
Eis: toekomstbestendig ontwerpen In de gebiedsontwikkeling wordt rekening gehouden met functionele veranderingen van de gebouwen op de langere termijn. Denk aan maatregelen als een hogere plint, extra dragend vermogen, flexibel indeelbare plattegronden en overdimensioneren draagstructuur.
•
Ambitie in vervolgfase uit te zoeken: duurzame en toekomstbestendige warmtevoorziening
Volgend op landelijke wetgeving mag nieuwbouw
•
Ambitie in vervolgfase uit te zoeken:
Eis: afvalinzameling integreren in ontwerp Voorzieningen zoals ondergrondse en inpandige containers worden in een vroege fase van het ontwerp geïntegreerd.
62
4.3.4. Mobiliteit
•
Mobiliteit is een zeer belangrijk thema binnen de
Eis: laadpunten auto
gebiedsontwikkeling Beatrixplein. De groene parksfeer
Elektrisch rijden wordt gestimuleerd door
kan niet worden gerealiseerd zonder hoge eisen aan het
het vergroten van de laadinfrastructuur
mobiliteitsconcept.
(laadvoorzieningen).
Eisen en ambities mobiliteit
•
Ambitie in vervolgfase uit te zoeken: duurzaam mobiliteitsplan
Om de eisen en ambities voor mobiliteit te waarborgen, zijn partijen de volgende punten overeengekomen:
In de vervolgfase wordt de mogelijkheid onderzocht
•
Hierin zal dan gespecificeerd worden hoe deelauto’s,
om een duurzaam mobiliteitsplan op te stellen.
Eis: stimuleren fiets en voetgangers door de bebouwing
fietsparkeren en de nabijheid van OV een plek in het
De bebouwing wordt zo ingericht dat het aanzet te
plan krijgen.
voet, met de fiets of met het OV te gaan. Dit betekent dat we makkelijk toegankelijke bergingen voor het stallen van fietsen en scootmobielen realiseren. (Collectieve) stallingen voor bewoners moeten voldoen aan de Haarlemse Beleidsregel bergingen nieuwe woongebouwen (2018) met een aantal aanscherpingen om de fiets echt prioriteit te geven conform het Haarlemse Mobiliteitsbeleid (2021). •
Eis: fietsparkeren in ontwerp In het ontwerp moet er aandacht zijn voor het fietsparkeren voor bewoners, maar ook voor bezoekers. Goed ingepaste locaties, goed bereikbaar en zeer comfortabel waardoor gebruikers verleid worden de fiets te verkiezen boven de auto. Het fietsparkeren neemt minder ruimte in dan autoparkeren, maar het ruimtebeslag is niet nihil. Bovendien komen er steeds meer soorten fietsen (bakfietsen, elektrische fietsen). Een goede integratie van (voldoende) fietsparkeren in het ontwerp moet als doel hebben de ruimtelijke kwaliteit vergroten én om het gebruik van de fiets te stimuleren.
•
Eis: stimuleren fiets en voetgangers door de openbare ruimte De openbare ruimte wordt zo ingericht dat het aanzet te voet, met de fiets of met het OV te gaan. Dit doen we met aantrekkelijk loop- en fietsroutes, autoparkeren op afstand en voldoende fietsbergingen. Tevens is de openbare ruimte goed toegankelijk.
63
Conceptkaart mobiliteitssysteem
2
P ONDERG RO PARKEERG NDSE ARAGE
P
P
HUB PARKEERG ARAGE
80 567 680
2
P ONDERG RO PARKEERG NDSE PARKEERG ARAGE ARAGE
Referenties mobiliteitshub
64
P
Principes mobiliteit Het mobiliteitsprincipe van het gebied focust zich
De beide kruispunten van de Prins Bernhardlaan in het
voornamelijk op de fietser en de voetganger. Deze krijgen
plangebied behouden in dit scenario een cyclustijd van
in het gebied ruim baan en worden zo goed mogelijk
VRI’s die acceptabel is. Wel heeft het aantal opstelvakken
gefaciliteerd. Ook blijft er worden ingezet op een goede
op beide punten uitbreiding nodig. Dit zal in samenspraak
OV-verbinding via de bus naar het centrum en andere
met raakvlakproject Prins Bernhardlaan nader afgestemd
belangrijke bestemmingen als treinstation Spaarnwoude.
en uitgewerkt worden.
Wat betreft de auto wordt een gecentraliseerde oplossing nagestreefd. Dit betekent dat de parkeervraag zo veel mogelijk wordt opgelost op centrale locaties in het plangebied. Het programma is doorgerekend op basis van het vigerende parkeernormen beleid, wat leidt tot een totale parkeervraag afhankelijk van het scenario. Dit wordt in het geval van Beatrixplein opgelost in de ondergrondse parkeergarage en mobiliteitshub. Er is gekozen voor het scenario om de parkeervraag te bundelen in een ondergrondse garage en mobiliteitshub (autoluw). Conform de vigerende parkeernormen is er met het programma een parkeervraag van 676 plaatsen. Het parkeeraanbod is met de beoogde ondergrondse parkeergarage (circa 358) en mobiliteitshub (circa 388) ruim voldoende om de parkeervraag op te vangen. In de grondexploitatie wordt er voor de mobiliteitshub uitgegaan van 336 parkeerplaatsen. Dit betekent dat er een overmaat van circa 52 parkeerplaatsen aanwezig is. Deze overmaat kan in de vervolgfase worden ingezet om meer plintprogramma in de mobiliteitshub te realiseren of bijvoorbeeld een deel van het dak voor energie-opwekking of andere doeleinden te gebruiken. Tegelijkertijd geeft het marge tijdens de technische uitwerking van de parkeeroplossingen. In de volgende fase wordt in lijn met het recent vastgestelde mobiliteitsplan gewerkt aan een duurzaam mobiliteitsplan.
Planeffect verkeersgeneratie voor het worst-case scenario zijn de planeffecten op de verkeersgeneratie doorgerekend. Hieruit blijkt dat in dit scenario in totaal ongeveer 4600 motorvoertuigen per etmaal worden gegenereerd door het plan. Dit is een toename van 3460 motorvoertuigen per etmaal. Tijdens het drukste uur zal dit uitkomen op ongeveer 346 ritten extra. 65
5. Programma
5.1.
Nieuw programma
Standhouders
Voorlopige volumestudie toekomstig programma
Supermarkt
Sportzaal
In bovenstaand overzicht is in kleuren de programmering
Commercieel
Internationale Taal Klas
Wonen
Sociale ondernemingen
Detailhandel
Maatschappelijk
Huis van de wijk
Mobiliteitshub
van de nieuwe volumes van Beatrixplein aangegeven. Zichtbaar is de diversiteit aan functies langs de dreef en de hoogte van de volumes. De vorm van de volumes is een optelsom van het beoogde programma, de concepten, de ambities en diverse kwalitatieve stedenbouwkundige studies.
(intramurale) zorgwoningen 67
5.2.
Werken & commerciële functies
Werken en commercieel Als beschreven in dit Stedenbouwkundig Programma
commerciële functies moet worden gebruikt om
van Eisen heeft de gebiedsontwikkeling Beatrixplein een
kleinschalige winkeliers toe te voegen. Het gaat hierbij
hoge ambitie op het gebied van werken in het gebied. De
dus om meerdere kleinere units.
werkfunctie heeft daarbij ook een sociale impact: een gebied waar, naast gewoond en gewinkeld, ook gewerkt wordt zorgt voor dynamiek en gepaste activiteit op alle tijdstippen van de dag. Winkelcentrum Beatrixplein is een wijkwinkelcentrum en functioneert in deze rol ook als letterlijk en figuurlijk middelpunt van de buurt. De supermarkt en andere aanbieders van food-gerelateerde zaken hebben daarin een grote aantrekkingskracht. De uitbreiding van de supermarkt is daarin dus een positieve ontwikkeling. De bestaande winkeliers spelen in op de behoefte van de wijk. Het gaat om een aantal winkeliers die dagelijkse producten verkopen en winkeliers met een niet-dagelijks aanbod, zoals een kapper, horeca, dierenwinkel, fietsenwinkel. Deze voorzieningen worden in het plan versterkt met functies die eveneens aansluiten op de demografie in de wijk, zoals de Internationale Taalklas, de sportzaal en het Huis van de wijk. De ruimte voor standplaatsen wordt hierbij gehandhaafd. 1. Supermarkt
Verder kunnen de commerciële functies een invulling krijgen met een compleet aanbod van speciaalzaken voor
2. Commercieel
dagelijkse producten aangevuld met een aanbod van niet-dagelijkse producten, zoals een drogisterij, slijterij,
3. Commercieel (in hub)
huishoudelijk, bloemist of tweedehandswinkel. Ook is er ruimte voor nieuwe concepten. Te denken valt aan
4. Detailhandel
een creatieve hub, waar ZZP’ers en start-ups invulling geven aan Haarlems ambitie om de creatieve stad met
5. Huis van de Wijk
toegepaste innovatie te zijn. Ook zijn er kansen voor een stadslab: een plek waar coöperaties, maatschappelijke
6. Sportzaal (op verdieping)
organisaties en sociale ondernemers wekelijks samenkomen.
7. Internationale Taalklas
Tegelijkertijd is in het Stedenbouwkundig Programma
8. Sociale ondernemingen
van Eisen (blijvend) ruimte voor horeca, dienstverlening als een fysiotherapeut of dokter, kinderopvang en andere
9. Ondergrondse garage
zorg-gerelateerde functies.
10. Mobiliteitshub
Kortom, het is ongewenst dat een handvol grotere functies het winkelcentrum invullen. De ruimte voor
11. (intramurale) zorgwoningen 68
Commerciële-, sociale- en maatschappelijke functies
2
1
9 2
4 4
2
8 3 10
11 5+6
7
NB: De grootte en positie van de functies in deze kaart moeten worden gezien als indicatieve vlekken. De precieze invulling volgt in de vervolgfase en is onderhevig aan de kwaliteitseisen en ambities beschreven in dit Stedenbouwkundig Programma van Eisen.
69
5.3.
Maatschappelijke voorzieningen
Maatschappelijke functies in BEA De ambitie binnen het sociaal domein is om te
zeer grote rol. Daarnaast is het belangrijk dat het Huis van
komen tot een transformatie van een versnipperd,
de Wijk een heldere signatuur heeft en programma biedt
op maatwerkvoorzieningen gericht en stedelijk
waar behoefte aan is en dat het op de goede plek ligt.
georiënteerd stelsel naar een samenhangend, integraal en
Er wordt tevens ruimte gereserveerd voor sociale
laagdrempelig stelsel waarin het oplossen en verbinden
ondernemingen waarvan de precieze invulling nog niet
van vragen van Inwoners in de wijk centraal staat:
bekend is. De sociale ondernemingen kenmerken zich
Gewoon in de Wijk.
door zelfstandigheid en zijn gericht op productie. Dit
In het gebied is een behoefte aan nieuwbouw voor de
soort voorzieningen passen niet zonder meer binnen
Internationale Taalklas school. Hierbij is een flexibele
een Huis van de Wijk. Daarom zijn deze voorzieningen
indeling van het gebouw wenselijk. Het aantal leerlingen
in het Stedenbouwkundig Programma van Eisen op een
is namelijk onvoorspelbaar en kent grote fluctuaties per
andere locatie dan het huis van de wijk geplaatst, onder
jaar en over de jaren heen. Hierbij is leegstand van lokalen
de noemer sociale ondernemingen, zonder daarbij een
en een tekort aan lokalen allebei dus mogelijk. Daarom
voorschot te nemen op welke voorzieningen hier in de
wordt voor de nieuwbouw van de Internationale Taalklas
toekomst landen.
schaalbaarheid en multifunctionaliteit als uitgangspunt
In de mobiliteitshub zijn ruimtes geprogrammeerd met
genomen.
een nader te bepalen maatschappelijke functie.
Binnen de huidige Internationale Taalklas is een gymzaal aanwezig. Daarnaast kent Haarlem een verouderd
1 voorzieningen samen
areaal voor binnensport en zijn in 2028 ongeveer 50-
2 commercieel - sociaal
3 voo
commercieel
Voorz
56 gymzalen benodigd. Het is daarom van belang om deze gymzaal ook als nieuwbouw op te nemen in
voorzieningen het plan. De wens is om deze te vergroten naar tweesamen zaal-delen voor gebruik in zowel de avonduren als de ITK een sportzaal Winkelcentrum wordt weekenden. Dit betekent dat er dus 1.100 - 1.500 m2 BVO 1.100 - 1.500 m2 BVO
Winkelcentrum 1.100 - 1.500 m2 BVO
Win 1.10
Supermarkt 2.500 - 3.000 m2 BVO
Supermarkt gerealiseerd. De sportzaal hoeft hierbij niet in hetzelfde 2.500 - 3.000 m2 BVO huis van de wijk Gymzaal maar pand te zitten als de International Taalklas, wel 600 m2 BVO 950 M2 BVO
op loopafstand. Een mogelijke extra combinatie kan gevonden worden in beweging/fysiotherapie voor ouderen van het Reinaldahuis. Door de omvang van
deze functie (rond de 900m²) en het gesloten karakter van de gevel, wordt de sportzaal bij voorkeur niet op de
sociaal
begane grond gerealiseerd. In de plancontour van dit Stedenbouwkundig Programma van Eisen is daarmee
ITK 1.100 - 1.500 m2 BVO
rekening gehouden door de sportzaal boven het Huis van de Wijk te plaatsen.
Gymzaal 950 M2 BVO
ITK 1.100 - 1.500 m2 B
huis van de wijk 600 m2 BVO
De ontwikkeling van een Huis Reinalda van de Wijk voor de
Reinalda 4.000 m2 BVO
4.000 m2 BVO organisaties is huisvesting van sociaalmaatschappelijke een essentieel onderdeel van BEA. Het allerbelangrijkste is het dat het Huis van de Wijk een plek is waar huidige en toekomstige bewoners zich thuis voelen. Zodat ze er graag en vaak komen. De exploitant speelt hierbij een 70
Reinalda 4.000 m2 BVO
5.4.
Openbare ruimte
Kaders voor de openbare ruimte Voor de gebiedsontwikkeling Beatrixplein is het de
Dit betekent dat onderhoudsniveau kwaliteit A van
ambitie om voor de openbare ruimte het concept
toepassing is. Dit heeft tot gevolg dat de toekomstige
‘groen, tenzij’ toe te passen: waar het kan vervangen we
beheer- en onderhoudslasten voor de gemeente hoger
verharding door groen voor een prettige, gezonde en
worden. Daarom zal tijdens de Stedenbouwkundig Plan-
natuurlijke leefomgeving met ruimte voor ontmoeting.
fase een beheerkostenraming moeten worden opgesteld op basis van eerst een voorlopig en daarna een definitief
De inrichting van de openbare ruimte moet voldoen
ontwerp openbare ruimte.
aan bepaalde eisen. Deze eisen zijn opgenomen in het Programma van Eisen voor de Openbare Ruimte. Het
Ondergrondse containers moeten in het ontwerp van
programma zal in ieder geval onderdeel uitmaken van
de openbare ruimte worden meegenomen. Locaties en
de anterieure overeenkomst tussen de gemeente en
aantallen worden bepaald in overleg met Spaarnelanden.
de initiatiefnemer. Naast het PvE heeft de gemeente
Spaarnelanden bepaald de uitgangspunten als aantallen,
ook het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR).
afstanden tot woningen en strategische punten.
Dit handboek geeft aan wat het streefbeeld voor de openbare ruimte in de wijk is en welke materialen in ieder geval toegepast kunnen worden. Waar nodig stemt de gemeente het PvE en HIOR op elkaar af. De woningen moeten bereikbaar zijn voor nooddiensten en verhuizingen, de verharding moet zo worden uitgevoerd dat dit kan. De verharding is bijvoorbeeld zoals bij het Funen, waar de verharding onderdeel is van het openbare inrichtingsconcept en niet herkenbaar als route. Trafo(‘s) dienen inpandig te worden opgenomen en niet naast, op, of onder verblijfsruimtes. Liander is gevraagd om op basis van het programma aan te geven hoeveel trafo’s er nodig zijn in de toekomst, zodat deze in de Stedenbouwkundig Plan-fase goed opgenomen kunnen worden. Dit geldt in eerste instantie voor trafo’s die noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling/gebouwen. Ten tweede geldt dit voor trafo’s die (onder meer) noodzakelijk zijn voor de omgeving. Ten derde geldt dit voor trafo’s die verplaatst moeten worden. Hemelwaterafvoer dient afgekoppeld te worden van gemengd stelsel en dient separaat te worden aangesloten op open water. Toename van verhard oppervlak dient gecompenseerd te worden. Openbare ruimte dient conform HIOR Oost en Waarderpolder te worden ingericht. Hierbij geldt volgens huidig beleid onderhoudsniveau kwaliteit B.
Het is echter de ambitie om hiervan af te wijken en een hogere kwaliteit openbare ruimte na te streven voor het plangebied. 71
6. Spelregelkaart
Spelregelkaart “GROEN, TENZIJ”
naa r van Z & de eggele nb binn ens uurt tad
naar Amsterdamsevaart
lage
n
naar Station Haa rle Spaarnwou m de
6-8
4 - 6 lagen
5-
8 la
gen P
4 - 6 lage
n
4 - 5 lage
4 - 5 lage
n
Minimaal 10 meter
Altijd 3 alz ijdige Palazzo’s
n lage
6-8
Vers p
ringe
nde
rooil
max. 5 lag
ijn
en
n
4 - 5 lage
6-8
lage
n
n
3 - 4 lage
n
4 - 8 lage
na Ce ar ntr um
Sc
ha lkw
ijk
n
naar Reinal
dapark
74
P
Circa 20 meter
Toelichting op de spelregelkaart Openbare ruimte
Volumes
Overgangen openbaar – privé dienen zorgvuldig
Bouwhoogtes sluiten aan op de context. De bebouwing
ontworpen te worden om aan te sluiten op de gewenste
aan de Prins Bernhardlaan voegt zich met zes tot
sferen en identiteiten van de verschillende plekken (de
acht lagen en een heldere rooilijn in het beeld van de
Dreef, het Beatrixplein, de hub, de Prins Bernhardlaan en
stadsstraat. Het langwerpige bouwvlak aan de Prins
de randen van het plangebied).
Bernhardlaan heeft een verspringende rooilijn. Waar
Bestaande bomen worden zoveel mogelijk behouden en vormen een logische component van groene ruimtes in de nieuwe stedenbouwkundige opzet. Zowel bij bestaand als nieuw te planten bomen dient rekening te worden afstand ten opzichte van de gevels (±6m vanuit het hart), verharde routes voor gemotoriseerd verkeer en beheer.
ontworpen te worden om aantrekkelijke plinten en sociaal veilige ruimten te waarborgen. De hoogte van de begane
Maximale flexibele rooilijn
grond maakt flexibel gebruik (in de toekomst) mogelijk.
Rooilijn afhankelijk van Bomen Effect Analyse
Het ruimtelijk concept en de gewenste kwaliteiten
Setback na 4 lagen
brengen uitdagingen mee voor het mobiliteitsconcept en
Setback wenselijk
aspecten als waterberging, (fiets)parkeren voor bewoners
r in
Bestaande bomen met kroondiameters (gemeente)
waalf
Bomen binnen proefbouwvlak
geven
Hoekaccent
bruikers
Voetgangersroute
OpenOpen
en bezoekers; ontsluiting van de parkeergarage en de hub; het laden & lossen van de supermarkt; routes voor
bezorgdiensten; afvalbeheer; nood- & hulpdiensten; en Comfortabel Comfortabel
bergingen, trafo’s & technische ruimtes in gebouwen. In de ontwerpfase van het Stedenbouwkundig Plan dient rekening gehouden te worden met deze punten, het
den en ambities voor BEABEA aarden en ambities voor
aks.
lagen. Bescheiden accenten zijn mogelijk om bepaalde
verdienen bijzondere aandacht en dienen zorgvuldig
ies voorvoor BEABEA mbities
n. In
lagen met variatie tussen minimaal vijf en maximaal acht
plinten. De plinten van de supermarkt en de hub
Aantrekkelijke plinten
eheer
lagen aan op de omgeving en bestaande portiekflats.
De gebouwen zijn alzijdig georiënteerd met aantrekkelijke Proefbouwvlakken uit plancontour
enlijke
vier tot vijf (in geval van vijf lagen met een setback)
zichtlijnen te versterken.
Legenda
st
werken. De bebouwing aan de dreef sluit met maximaal
Aan de noordzijde heeft de bebouwing gemiddeld zes
gehouden met locatie, kronen, spiegels, groeiruimte,
en
deze verspringt, is tijdens de vervolgfase nader uit te
Fietsroute
1. Sterke gemeenschap met oog voor 1. Sterke gemeenschap met elkaar oog voor elkaar Belangrijke doorsteek 2. Publieke ruimte als identiteitsdrager 2. Publieke ruimte als identiteitsdrager 3. BEA nodigt je uit 3. BEA nodigt je uit 4. Goed aangesloten en perfecten bereikbaar 4. Goed aangesloten perfect bereikbaar
Haarlems ruimtelijk beleid en de bijbehorende technische randvoorwaarden.
5. BEA heeft een heeft levendig 5. BEA eenhart levendig hart
6. Ruimte 6. voor rust en ontspanning Ruimte voor rust en ontspanning 7. Hier kun7.jeHier betaalbaar en fijn wonen kun je betaalbaar en fijn wonen
Kernwaarden voor BEA
BEA isvan samengevat in ntiteit BEA is samengevat in comfortabel, zorgzaamzorgzaam en n: open, comfortabel, en
den vertellen in de meest kernwaarden vertellen in de meest an BEA en kunnen tot ver in tot ver in verhaal’ van BEA en kunnen nst doen als het gezamenlijke keling dienst doen als het gezamenlijke
Zorgzaam Zorgzaam
deze van kernwaarden zijn twaalfzijn twaalf hand deze kernwaarden Wonen enWonen Dreef Beheer e, Pré Haarlem, Pré en Dreef Beheer
emd die verdere ies benoemd dieduiding verderegeven duiding geven sontwikkeling voor staan. In staan. In de gebiedsontwikkeling voor
OpenOpen Herkenbaar HerkenbaarComfortabel Comfortabel
blik van gebruikers vanuit detoekomstige blik van toekomstige gebruikers den heden en toekomst BEA worden heden en toekomst ennis met de BEA ken we kennis metvan destraks. BEA van straks. 75 en menselijke maat 11.voor Intimiteit 8. BEA houdt je gezond gemeenschap met oog elkaar 5. maat BEA heeft eenheeft levendig 11.voor Intimiteit 8. BEA houdt1.jeSterke gezond 1. Sterke gemeenschap met oog elkaaren menselijke 5. BEA een hart levendig hart 12. Een eigen (lokaal) gezicht 9. Ogen op straat, veilig voorveilig jong en oud 2.voor Publieke Ruimte voor rust en ontspanning 12. Een eigen (lokaal)6.gezicht 9.de Ogen op de straat, jong ruimte en oudals identiteitsdrager
STREEFBEELDEN EN BEELDKWALITEIT
Palazzo’s
Autoluw woonpark
Mobiliteitshub
76
Activatie openbare ruimte
De dreef
77
7. Haalbaarheid
7.1.
Milieu-technische haalbaarheid
Vooruitlopend op de ontwikkeling zijn er al een aantal
hieronder toegelicht. Algemene conclusie is dat -met
onderzoeken uitgevoerd, te weten: flora en fauna,
de kennis van nu- er geen grote knelpunten worden
mobiliteit en parkeren, stikstof en externe veiligheid.
voorzien voor de ontwikkeling van het Beatrixplein. In het
Voor de overige omgevingsaspecten is in dit stadium
vervolgtraject worden de benodigde onderzoeken voor
een bureauonderzoek uitgevoerd. De conclusies worden
het op te stellen bestemmingsplan uitgevoerd.
7.1.1. Bodemkwaliteit Op grond van de Wet bodembescherming is getoetst of de aanwezige bodemkwaliteit een belemmering vormt voor de beoogde functies in het gebied. Voor het gebied is dit beoordeeld op basis van de bodemkwaliteitskaart en op de aan-/afwezigheid van op bodemverontreiniging verdachte locaties afkomstig uit al uitgevoerde bodemonderzoeken in het plangebied. Voor gebiedsontwikkeling Beatrixplein e.o. zijn geen gegevens over ernstige bodemverontreiniging bekend. De huidig bekende bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het huidige gebruik en de toekomstige functies. In het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning dient een actueel bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Wel is het belangrijk om te realiseren dat een gebiedsontwikkeling naast (zichtbaar) bovengronds werk ook een grote opgave voor de ondergrond betekent. Ruimteclaims die zoal spelen in de ondergrond zijn: •
Bron: Gemeente Haarlem
Energietransitie: de aanleg van warmtenetten en bodemenergiesystemen (WKO systemen);
•
•
Elektrificeren: de vraag naar elektriciteit neemt toe,
En moet er rekening worden gehouden met onder andere
ook willen we de door zonnepanelen opgewekte
archeologie, ruimte voor waterberging, stroming van
elektriciteit leveren aan het net;
grondwater en bodemverontreiniging. Dit vraag regie op de ondergrond om te voorkomen dat schaarste aan
Klimaatadaptatie: de stad zowel in natte als in droge
ondergrondse ruimte ruimtelijke ontwikkelingen beperken.
en hete tijden leefbaar en groen houden; •
De integrale benadering van de ondergrond is een
Openbare ruimte: in de nieuwe woonwijken zijn
belangrijk aandachtspunt voor het Stedenbouwkundig
ondergronds parkeren, gescheiden hemelwaterafvoer,
Plan en bijbehorende inrichtingsplan openbare ruimte.
ondergrondse afvalcontainers en nieuwe elektriciteit verdeelstations gepland; •
Netbeheerders: diverse vervangingsopgaven.
Daarnaast is de ondergrond ook al in meer of mindere mate gevuld met kabels, leidingen, riolen en boomwortels. 79
7.1.2. Geluid Er is voor het plangebied gerekend aan de
58 db vanwege railverkeer of 55 db(a)-etmaalwaarde
geluidsbelasting in relatie tot woningen. Uit de
vanwege industrielawaai, gelden de volgende
berekeningen blijkt dat de Prins Bernhardlaan de grootste
woningindelingseisen: 1. Verblijfsruimten moeten zoveel
veroorzaker van geluid is in de planomgeving.
mogelijk aan de geluidsluwe zijde liggen. 2. Ten minste één slaapkamer moet aan de geluidsluwe zijde liggen.
Uit de berekeningen blijkt verder dat de maximale ontheffingswaarde (63 dB) niet wordt overschreden.
Voor de vervolgfase zal een akoestisch onderzoek deel
Echter de voorkeursgrenswaarde (48 dB) ligt ver in
van de planvorming zijn.
het plangebied. Er is een hogere waardebeleid van toepassing. Bij een geluidsbelasting groter dan 48 db vanwege wegverkeer, 55 db vanwege railverkeer of 50 db(a)etmaalwaarde vanwege industrielawaai, moet een woning ten minste één geluidsluwe zijde hebben. De buitenruimte(n) die als verblijfsruimte worden gebruikt moeten aan de geluidsluwe zijde zijn gesitueerd. Bij een
Geluidsbelasting - Bron: Gemeente Haarlem
geluidsbelasting groter dan 53 db vanwege wegverkeer,
7.1.3. Bedrijven en milieuzonering Op basis van het huidige bestemmingsplan
is wenselijk de geluidssituatie concreet te beoordelen
waartoe het gebied behoort is het gebied geschikt
en eventueel aanpassingen zoals geluidisolatie of een
voor functiemenging met maximaal categorie B
andere indeling te overwegen.
bedrijven (eventueel categorie C langs de Prins Bernhardlaan) volgens de VNG systematiek (Bedrijven en milieuzonering). Categorie C zijn daarbij bedrijven die op zich geen grotere hinder opleveren dan categorie B bedrijven, maar vanwege een grotere verkeersaantrekkende werking vaak alleen langs grotere wegen (“stadscorridors”) worden toegestaan. In de aanvankelijke gebiedsindeling van Haarlem (2002) was een deel van het gebied gereserveerd voor bedrijvigheid, maar er is geen bezwaar functiemenging over het totale studiegebied toe te staan. Want momenteel komen bedrijven zwaarder dan categorie C niet voor blijkens de bedrijvenlijst van het vigerende bestemmingsplan. Wel dient bij het mengen van bedrijven en woningen rekening te worden gehouden met onderscheid tussen categorie A bedrijven/activiteiten, die aanpandig van woningen kunnen vinden, en categorie B, eventueel C bedrijven, die ruimtelijk gescheiden dienen te blijven van woningen. In geval van woningen nabij een supermarkt 80
7.1.4. Luchtkwaliteit Voor de luchtkwaliteit moet worden voldaan aan de
In de vervolgfase wordt er daarnaast parallel aan het
criteria voor NIBM (niet in betekenende mate) of aan de
aanvullende mobiliteitsonderzoek onderzocht of de
grenswaarden luchtkwaliteit.
verkeerstoename binnen de NIBM valt. De verwachting is dat deze toename ruim aan de grenswaarden zal
De circa 570 woningen voldoen ruimschoots aan de
voldoen, aangezien heersende concentraties daar nu
grens van NIBM (1500 woningen). De ontwikkeling
reeds ver onder liggen en de bijdrage uit het plan beperkt
Beatrixplein voegt met name woningen toe. De
is. In het geval van goede ruimtelijke ordening, zal de
supermarkt en detailhandel zijn al aanwezig.
verkeerstoename om die reden geen probleem opleveren.
Een aandachtspunt is de plaatsing van scholen, kinderdagverblijven en centra voor ouderenzorg langs de eerstelijnsbebouwing van de Prins Bernhardlaan. Er worden hier echter geen problemen verwacht, omdat het Reinaldahuis ook aanwezig is in deze zone. De GGD wordt in de vervolgfase hierover om advies gevraagd.
7.1.5. Archeologie en cultuurhistorie Omdat in Haarlem de archeologische waarde van het
of er geen archeologische resten worden bedreigd
grondgebied sterk uiteenloopt zijn er verschillende
door de voorgenomen ontwikkeling. De vorm van dit
vrijstellingsgrenzen vastgesteld, weergegeven op de
onderzoek is afhankelijk van een QuickScan van de exacte
Archeologische Beleidskaart Haarlem. De Archeologische
voorgenomen plannen door de gemeentelijk archeologen.
Beleidskaart Haarlem hanteert een indeling in
Wat betreft cultuurhistorie is binnen het directe
verschillende categorieën. Voor elk van deze categorieën
plangebied geen relevante beperking geconstateerd.
is bepaald vanaf welke planomvang rekening gehouden
Wel ligt aan de rand van het plangebied een beschermd
moet worden met het (laten) uitvoeren van archeologisch
kerkgebouw. Hiermee wordt rekening gehouden in de
onderzoek.
verdere planvorming.
Het plangebied valt volgens de archeologische beleidskaart in categorie 5b. Deze categorie bestaat uit gebieden met een lage verwachting welke zijn afgedekt met een dik pakket recent ophoogmateriaal. Het uitgangspunt is het behoud van archeologische waarden in originele context (behoud ‘in situ’) na te streven. De gebieden in categorie 5b zijn planologisch beschermd. Er dient te worden gestreefd naar behoud van archeologische waarden, als die na onderzoek zijn aangetoond. Gezien de beoogde realisatie van de ondergrondse Plangebied Prinses Beatrixplein e.o.
parkeergarage vinden er bodem verstorende activiteiten in het plangebied plaats van 2.500 m2 of groter en dieper dan 1,5 meter beneden maaiveld. Daarom is het benodigd om in de vervolgfase een waardestellend archeologisch onderzoek uit te voeren om te onderzoeken 81
7.1.6. Externe veiligheid In dit plangebied vormen wegtransport van gevaarlijke stoffen (LPG) via de A9 en de Prins Bernhardlaan en een hoge druk aardgasleiding onder de Prins Bernhardlaan risicobronnen voor externe veiligheid. Deze risicobronnen zijn voor de gebiedsontwikkeling Beatrixplein gescand. In de Stedenbouwkundig Plan-fase zal dit onderzoek geactualiseerd moeten worden. Hogedruk aardgastransportleiding •
De leiding heeft geen 10-6 plaatsgebonden risicocontour. Het plaatsgebonden risico levert daarmee geen belemmeringen op;
•
De hoogte van het groepsrisico van de hogedruk aardgastransportleiding bevindt zich in zowel de huidige als de toekomstige situatie onder de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico van deze leiding neemt in de toekomstige situatie toe;
•
Ligging W-532 - Bron: Gemeente Haarlem
Verantwoording van het groepsrisico is conform artikel 12 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen van
In de vervolgfase wordt het onderzoek geactualiseerd en de
toepassing.
verantwoording van groepsrisico onderzocht.
Rijksweg A9 •
De maximale 10-6 plaatsgebonden risicocontour bedraagt 0 meter. Het plaatsgebonden risico levert daarom geen belemmeringen op;
•
De weg heeft een plasbrandaandachtsgebied dat niet tot het plangebied reikt;
•
Beschouwing van het groepsrisico is niet nodig (afstand tussen plangebied en weg bedraagt meer dan 200 meter);
•
Beperkte verantwoording van het groepsrisico is conform artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing.
7.1.7. M.E.R. Het plan is een stedelijke ontwikkeling, dus valt dit binnen
Deze vormvrije M.E.R.- beoordeling kan worden
besluit M.E.R. Echter omdat de planomvang kleiner is dan
opgesteld wanneer de onderzoeken voor de
2000 woningen, kan met een vormvrije M.E.R.-beoordeling
ruimtelijke onderbouwing van het omgevingsplan of
volstaan worden. Omdat de stikstofdepositie naar alle
Omgevingvergunning voldoende ver gevorderd zijn om
verwachting verwaarloosbaar zal zijn is ook om die reden
het uitblijven van ernstige milieueffecten te onderbouwen.
geen plan-M.E.R. nodig. 82
7.1.8. Vliegverkeer Het plangebied valt niet binnen de LIB (luchthavenindelingbesluit)-5 contour van luchthaven Schiphol. Overlast door vliegverkeer is daarom niet te verwachten. Hoogbouw is niet voorzien binnen de huidige plancontouren. Dit zal daarom ook geen belemmering vormen voor het vliegverkeer. Mocht hoogbouw in een latere fase alsnog worden voorzien, dan moet dit opnieuw worden afgewogen binnen de geldende richtlijnen qua beperkingen aan hoogbouw in het LIB-5.
LIB-5 contour - Bron: Provincie Noord-Holland
7.1.9. Stikstof Er is geen vergunning Wnb nodig indien de
Hieruit kan worden geconcludeerd dat de maximaal
stikstofdepositie niet de 0,00 mol N/ha,jr overschrijdt. Dit
berekende stikstofdepositie op omliggende Natura
geldt voor zowel de aanlegfase als gebruiksfase.
2000-gebieden niet meer dan 0,00 mol/ha/jaar bedraagt tijdens zowel de gebruiksfase als de realisatiefase. Het
Voor de gebruiksfase is gelet op de ligging van het
aspect stikstofdepositie vormt geen verdere belemmering
plangebied (bijna 4 km van Natura2000 gebied Zuid-
voor de procedure.
Kennemerland) geen stikstofdepositie die hoger is dan 0,00 mol N/ha,jr te verwachten bij de aangegeven
In de Stedenbouwkundig Plan-fase zal het onderzoek
omvang van de herontwikkeling.
geactualiseerd moeten worden.
Voor de aanlegfase is dat niet op voorhand uitgesloten, maar wel onwaarschijnlijk en er zal door maatregelen in de bouwfase en wellicht interne saldering voldoende reductie van stikstof emissie mogelijk zijn. Voorts hanteert de provincie voor de aanlegfase onofficieel een drempelwaarde van 0,05 mol N/ha,jr. Een berekening blijft ook dan verplicht in elk geval voor de gebruiksfase. Dit zou in vroeg stadium kunnen, maar dan zal de berekening voor het omgevingsplan bijgewerkt moeten worden. Er is een eerste stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd. Uit de berekening uitgevoerd met AERIUS Calculator blijkt dat zowel in de realisatiefase als in de gebruiksfase de ontwikkeling niet leidt tot een bijdrage van groter dan 0,00 mol N/ha/j op nabijgelegen Natura 2000-gebieden ten opzichte van de referentiesituatie.
83
7.1.10. Niet gesprongen explosieven In de gemeente Haarlem vinden regelmatig grondroerende werkzaamheden plaats. Voorafgaand aan deze werkzaamheden zijn door REASeuro op projectmatige basis diverse Historische Vooronderzoeken – Niet Gesprongen Explosieven uitgevoerd. Deze historische vooronderzoeken zijn uitgebreide updates van de in 2009 opgestelde NGE-Risicokaart voor de gehele gemeente Haarlem. De toenmalige risicokaart is opgesteld volgens de toenmalige richtlijnen zoals opgenomen in de BRL-OCE (Beoordelingsrichtlijn Opsporen Conventionele Explosieven). De nieuwe richtlijnen stellen strengere eisen aan het HVO-NGE, zowel
Ligging NGE-Risicogebied - Bron: REASeuro
op het gebied van te raadplegen bronnen als op de wijze van afbakenen van risicogebieden.
Figuur 87: NGE-Risicogebied naar aanleiding van het bombardement op 16 april 1943.
Conclusie
Naar aanleiding van het bombardement op 16 april 1943 wordt een NGE-Risicogebied afgebakend, Naar aanleiding van een bombardement op 16 april
waarbinnen blindgangers van de kalibers 30, 250 G.P. en/of 500 lbs M.C. in de bodem aanwezig kunne
1943 is in Haarlem een NGE-Risicogebied afgebakend, zijn.
waarbinnen blindgangers van de kalibers 30, 250 G.P. en/ 4.4.3
Beschieting bij de Zijlweg, 29 juni 1943
of 500 lbs M.C. in de bodem aanwezig kunnen zijn. Op 29 juni 1943 omstreeks 20.30 uur vlogen twee vliegtuigen van westelijke naar oostelijke richting ov Haarlem en schoten met boordwapens op doelen op de grond. Enkele minuten later keerden de
toestellen om en vlogen nogmaals over Haarlem, waarbij wederom werd geschoten. Het Het plangebied valt niet binnen het NGE-risicogebied
luchtdoelgeschut en de luchtdoelmitrailleurs schoten tevergeefs op de vliegtuigen. Aan het pand Zijlw
aangegeven op deze kaart of andere risicogebieden. Het 267 ontstond schade door de boordwapens van de vliegtuigen. Dit blijkt uit het een proces-verbaal,
afkomstig uit het archief van de Haarlemse luchtbeschermingsdienst (zie bijlage 4: NHA, Toegang 1539 aantreffen van niet gesprongen explosieven is daarom
niet te verwachten.
7.1.11. Afvalinzameling De afvalinzameling in het plangebied wordt centraal
document ‘Richtlijnen voor plaatsing inzamelmiddelen en
geregeld op vaste punten aan de randen van het gebied.
-voorzieningen’ van de Gemeente Haarlem.
Bij voorkeur is dit niet aan de Prins Bernhardlaan-zijde in
Figuur 88: Uitsnede van het proces-verbaal van de Haarlemse luchtbeschermingsdienst (Bron: NHA, toegang 1539
verband met ongewenste stilstaande inzamelvoertuigen.
Informatie afkomstig uit het NIMH (zie bijlage 4: NIMH, Collectie 400) vermeldt dat ook een marine-
Tevens is het autoluwe gebied van het plan om dezelfde onderkomen bij Overveen was getroffen. Hier was verder geen schade veroorzaakt. In het boek Zonder reden ongeschikt.
De vorm van inzameling dient bij de woningen middels
72334/RO-160069 versie 1.0
ondergrondse containers te geschiedden. Bedrijfsafval moet inpandig worden verzameld.
Op dit moment zijn er alleen richtlijnen voor het plaatsen van ondergrondse containers in de openbare ruimte. Bij het verstrekken van de overige inzamelmiddelen en -voorzieningen is tot op heden geen gebruik gemaakt van vaste richtlijnen of randvoorwaarden. Wel zijn er vrijwillige richtlijnen opgesteld. Deze richtlijnen en randvoorwaarden zijn te vinden in het 84
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 75 van
7.1.12. Geur Er is geen bekende hinder van geur in het plangebied. Er zijn daarom geen specifieke aanvullende maatregelen benodigd. Wel wordt er in de voortzetting van het proces gelet op eventuele geur-producerende aspecten als afval en autoverkeer.
85
7.2.
Financiële haalbaarheid
Voor het project zijn Dreef Beheer, Pré Wonen en de Gemeente de initiatiefnemers. Zij zijn bereid voor eigen rekening en risico de investeringen te verrichten. Het project bestaat vanuit gemeentelijk financieel perspectief uit enerzijds gronduitgiften en anderzijds de ontwikkeling en realisatie van het maatschappelijk programma. Bij de gronduitgifte wordt door de initiatiefnemers een grondwaarde betaald. Daarnaast dragen Dreef Beheer en Pré Wonen via het wettelijke kostenverhaal, een eenmalige bijdrage en de nota bovenwijks bij aan de herinrichting van de openbare ruimte, overige benodigde (bovenwijks)investeringen, waaronder de gebiedsontsluiting en de realisatie van de mobiliteitshub. De Gemeente sluit met Dreef Beheer en Pré Wonen een exploitatie-, koop- en/of realisatieovereenkomsten. De financiële verkenning laat zien dat er een positief grondwaarderesultaat mogelijk is waarmee het plan economische uitvoerbaar is. Partijen hebben de uitgangspunten en (financiële)basisafspraken over de voorbereiding en realisatie van de ontwikkeling vastgelegd in een Afsprakenbrief.
86
7.3.
Maatschappelijke haalbaarheid
7.3.1. Inloopavond startnotitie Eind november 2019 is in voorbereiding op de
•
besluitvorming over de startnotitie een eerste
waar het fijn is om te verblijven;
inloopbijeenkomst georganiseerd voor gebruikers
•
van het gebied, buurtbewoners en geïnteresseerden.
Veel steen en een onaantrekkelijke uitstraling rondom de winkels en supermarkt;
De bijeenkomst is door de gemeente, Dreef Beheer
•
en woningcorporatie Pré Wonen gezamenlijk
Behoefte aan een aantrekkelijkere inrichting van de openbare ruimte
georganiseerd. Tijdens de informatieavond werd
•
duidelijk aangegeven dat het gebied vernieuwing behoeft
Met de nieuwe plannen wordt aandacht gevraagd voor de bereikbaarheid van het gebied.
en mensen met belangstelling uitkijken naar wat de
De uitkomsten van de inloopavond zijn betrokken bij de
ontwikkelmogelijkheden voor het gebied zijn. Punten die
opstelling van het Stedenbouwkundig Programma van
ter sprake kwamen waren: •
Er mist een plek waar mensen kunnen ontmoeten en
Eisen.
Het gebied behoeft een upgrade en is onaantrekkelijk (verouderd);
•
De verkeerssituatie is rommelig en gevaarlijk;
•
Parkeren bij het winkelcentrum is onoverzichtelijk;
•
Er is voldoende ruimte om nieuwe gebouwen neer te kunnen zetten;
•
Behoefte aan een meer divers winkelaanbod;
7.3.2. Ambities en maatschappelijke scenario’s Middels vele (digitale)werksessies, brainstormsessies
voorzieningen zijn het uitgangspunt geweest voor de
en ontwerpend onderzoek hebben grondeigenaren,
verdere ruimtelijke uitwerking in het Stedenbouwkundig
verschillende gebruikers uit het gebied en welzijns-,
Programma van Eisen.
culturele- en sociaal-maatschappelijke organisaties in het afgelopen jaar meegedacht en meegepraat over de toekomstige ontwikkeling van het Prinses Beatrixplein. Daaruit zijn ambities voortgekomen ten aanzien van meerdere thema’s: identiteit, wonen, werken, openbare ruimte en verbindingen, voorzieningen, duurzaamheid en gezondheid. Ook bijzonder is de samenwerking tussen het ruimtelijke en sociale domein geweest. Middels meerdere ‘Social Talks’ is samen met stakeholders zoals Zorggroep Reinalda, Internationale Taalklas, beleidsafdelingen Jeugd, Onderwijs en Sport, Maatschappelijke Ondersteuning, Triple Threat en welzijnsorganisatie DOCK vormgegeven aan de maatschappelijke programmering van het gebied. Uiteindelijk heeft dit geleid tot een voorkeursscenario. Het Ambitiedocument en de Scenariostudie maatschappelijke 87
7.3.3. Informatiebijeenkomst maart 2022
Foto van de informatiebijeenkomst op 12 maart 2022 van het concept stedenbouwkundig programma van eisen Beatrixplein in het Reinaldahuis
Om alle betrokkenen de kans te bieden kennis te
dat er wordt geïnvesteerd in groen, vernieuwing van de
nemen van en zich uit te spreken over de beoogde
maatschappelijke en sociale voorzieningen, gezelligheid
richting van de ontwikkeling van Prinses Beatrixplein,
en ontmoetingsplekken in de wijk, ruimte voor kinderen
hebben de samenwerkende partners vooruitlopend
om te spelen in een autoluwe wijk en een flink aandeel
op het vrijgeven van het ontwerp Stedenbouwkundig
betaalbare woningen aan de wijk worden toegevoegd.
Programma van Eisen voor inspraak een drukbezochte
Er zijn echter ook bedenkingen en zorgen over enkele
informatiebijeenkomst georganiseerd. Hierbij is het
planonderdelen. Daarbij gaat het met name om:
ontwerp Stedenbouwkundig Programma van Eisen
•
gepresenteerd en getoond hoe de onderwerpen en
De hoogte van de appartementen langs de Prins
aandachtspunten van de informatiebijeenkomst
Bernhardlaan en Prinses Beatrixplein in relatie tot haar
in november 2019 in dit plan zijn meegenomen.
omgeving. De strook langs de Prins Bernhardlaan
Belanghebbenden en geïnteresseerden konden zich
krijgt een vergelijkbare hoogte als het Reinaldahuis.
middels gesprekken en reactiekaarten uitspreken over
Tussen de toekomstige bebouwing en De Flank (zes
de plannen en verschillende thema’s (wonen en verkeer,
lagen) aan de overzijde van de Prins Bernhardlaan ligt
ontmoeten en zorgen, winkelen en werken en bewegen en
– voor een binnenstedelijke locatie – nog een forse
groen. Er zijn circa 35 reactiekaarten ontvangen.
profielmaat en wellicht in de toekomst nog nieuwe bomenrijen. Aan de noordzijde heeft de bebouwing
De plannen zijn goed ontvangen en de reacties
gemiddeld zes lagen met variatie tussen minimaal
zijn overwegend positief. Bewoners zijn blij dat het
vijf en maximaal acht lagen. Bescheiden accenten
verouderde Prinses Beatrixplein wordt aangepakt en 88
zijn mogelijk om bepaalde zichtlijnen te versterken.
Het project is tijdens de jaarlijkse Zomermarkt Parkwijk
De precieze hoogte en vorm is nog uit te werken in de
ook aanwezig op het Prinses Beatrixplein om de plannen
vervolgfase. De spelregels houden daarbij rekening
toe te lichten en vragen de beantwoorden.
met de hoogte, bezonning en privacy van omliggende bebouwing. Daarbij zullen nadere (technische) onderzoeken in de vervolgfase specifiekere randvoorwaarden voor de gebouwen opleveren. •
De positionering van de mobiliteitshub in relatie tot de achterliggende portiekflat. In de spelregels is opgenomen dat hier voldoende afstand moet worden gehouden. In de vervolgfase worden de bewoners nadrukkelijk betrokken bij de uitwerking van de mobiliteitshub.
•
Het noodgedwongen slopen van het winkelcentrum en enkele bestaande woningen (boven de supermarkt, het winkelcentrum en de zuidelijke portiekflat aan de Leonard Springerlaan). Een deel van de bewoners en winkeliers zien graag de mogelijkheid om in de wijk terug te keren. In hoeverre dat mogelijk en wenselijk is voor individuele bewoners is onderwerp van gesprek tussen Pré Wonen en haar huurders in het kader van het Sociaal Plan dat voorbereidt wordt, de onderlinge afspraken tussen winkeliers en de nieuwe eigenaar van het winkelcentrum (Dreef Beheer) en de (on)mogelijkheden in tijd dat samenhangt met de bouwfasering. In de komende fase gaan partijen aan de slag met een faserings- en uitvoeringsplan. Ook hiervoor geldt dat dit in nauwe samenspraak met winkeliers en bewoners wordt opgepakt. Uitgangspunt van partijen daarbij is zoveel mogelijk te doen om terugkeer te faciliteren. Voor de aanwezige sociaal maatschappelijke voorzieningen geldt dat deze terugkomen in het gebied, maar op een nieuwe locatie.
•
Er wordt tot slot aandacht gevraagd voor een zorgvuldige communicatie- en participatieproces gedurende de verdere planvorming en tijdens de uitvoering. Voor de komende planfase wordt wederom een communicatie en participatietraject opgezet waarin omwonende, ondernemers en andere belanghebbende in een vroeg stadium kunnen meepraten en denken over de verdere ontwikkeling van Prinses Beatrixplein en omgeving. 89
8. Ontwikkelstrategie en fasering
Ontwikkelstrategie
Fasering
In het Ambitiedocument is na afweging van verschillende
Onderstaande kaart geeft op hoofdlijnen de fasering en
samenwerkingsmodellen in samenspraak met
tempo van de gebiedsontwikkeling weer. De fasering, het
betrokken grondeigenaren besloten om de ontwikkel-
schuiven van bestaande en nieuwe functies en de hele
en samenwerkingsvorm ‘Developing Apart Together’
bouwlogistiek daaromheen wordt in de volgende fase
als uitgangspunt te hanteren, waar bij voorkeur geen
nader uitgewerkt.
complexen van meerdere eigenaren met kostbare VVE-constructies worden gecreëerd. Developing Apart Together gaat uit van samenwerking tussen grondeigenaren waar nodig en zelf doen wat kan.
Kavels:
Grondeigenaren Pré Wonen, Dreef Beheer en de gemeente hebben gezamenlijk een ruimtelijk- en programmatisch kader opgesteld en vastgelegd (Stedenbouwkundig Programma van Eisen), maar
1B
ontwikkelen daarnaast zelf op eigen grond. Daarbij is een grondexploitatie opgesteld, die gericht is op een
1A
2+3B
gecoördineerde aanpak en aanleg van de toekomstige
5
openbare ruimte. Via onder anderen het wettelijke kostenverhaal en nota bovenwijkse voorzieningen dragen
2+3A
grondeigenaren hieraan bij. Partijen hebben hiertoe de samenwerkings- en (financiële)afspraken vastgelegd in
7
een Afsprakenbrief. Dit betekent op hoofdlijnen: •
8
6
Dreef Beheer B.V. verwerft gronden van de
4
gemeente en Pré Wonen, ontwikkelt en realiseert de ondergrondse parkeergarage, het nieuwe winkelcentrum, commerciële ruimtes en een deel van het woonprogramma (kavel 1). •
Gemeente verkoopt bouwrijpe grond aan Pré Wonen voor de ontwikkeling en realisatie van het sociale
Projecten bouw:
woningbouw programma (kavel 2). •
2024
Gemeente verwerft grond van Pré Wonen voor de
2025
2026
2027
2028
2029
realisatie van onder andere de nieuwe Internationale K1
Taalklas en woonprogramma (kavel 4). Daarnaast tendert de gemeente bouwkavels voor de realisatie van het resterende woonprogramma en het
K2 + 3A
gemeentelijk vastgoed (nieuwe sportzaal en Huis van K2 + 3B de Wijk, kavel 3) en de mobiliteitshub in kavel 5. •
1B winkelcentrum 2+3A woningen
2+3B tijdelijk winkels
2+3B woningen
K4 4 school + woningen sociaal
Kavel 8 betreft de inrichting van het toekomstige openbare ruimte door gemeente.
•
1A winkelcentrum
K5
Kavels 6 en 7 blijven gehandhaafd. Wel is het
Mobiliteitshub gefaseerd
noodzakelijk om de toekomstige openbare ruimte goed op elkaar te laten aansluiten. Niet uitgesloten is dat dit op plekken tot kleine ingrijpen leidt. 91
9. Vervolgproces en planning
Stedenbouwkundig Plan Het Stedenbouwkundig Programma van Eisen, de ontwikkelstrategie en het (financiële)afsprakenkader dient als kader voor de vervolgstap: ruimtelijke uitwerking tot een Stedenbouwkundig Plan en een raamwerk voor de inrichting openbare ruimte. Het Stedenbouwkundig Plan biedt inzicht in de situering van toekomstige bebouwing, bouwvolumes, afstanden, de samenhang tussen de bebouwing en de openbare ruimte en het programma. Het resultaat is een verkavelingsplan en een globaal ontwerp voor de openbare ruimte. Het Stedenbouwkundig Plan wordt ter goedkeuring aan het college van burgemeester en wethouders voorgelegd. Omgevingsplan c.q. Bestemmingsplan Het Stedenbouwkundig Plan vormt uiteindelijk de basis voor het sluitstuk van de gebiedsontwikkeling, een nieuw omgevingsplan c.q. bestemmingsplan afhankelijk van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In dit plan legt de gemeente uiteindelijk vast wat de bestemming van de grond is qua bouw- en gebruiksmogelijkheden. Na vaststelling van het bestemmingsplan kunnen de afzonderlijke plannen – gefaseerd (zie de figuur hiernaast) – tot uitvoering worden gebracht. Tijdlijn Het beschreven vervolgproces is in het afgebeelde planningsschema in tijd weergegeven.
Planning (indicatief):
2022 Q1
2023 Q2
Q3
SPvE
Q4
Q1
Q2
Q3
Q4
Bestemmingsplan + AO SP + participatie
Vervolg
93
10. Colofon
Colofon Stedenbouwkundig Programma van Eisen Beatrixplein, Haarlem Datum,19 augstus2022