CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20220490901 RIB Wonen in de Metropoolregio 2021 (WiMRA) gehele rapport en Factsheet Haarlem gereed incl bijlagen

commissie Ontwikkeling 14 april 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: RIB Woonwensenonderzoek "Wonen in de Metropool 2021” (WiMRA), rapport en Factsheet Haarlem gereed (MTM)36.426 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Bijna een kwart (24%) van de huishoudens in Amstelland-Meerlanden wil zeker binnen twee jaar verhuizen. Dat is, op Amsterdam na, het hoogste aandeel verhuisgeneigden per deelregio. Huishoudens die in deze deelregio een woning zoeken, zijn net als in Zaanstreek-Waterland relatief vaak enkel op appartementen gericht (42%) en willen relatief vaak gelijkvloers wonen (38%). Zij willen dit vaak in een woonmilieu met voorzieningen nabij (wonen-winkels-werken of rustig stedelijk). Maar ook hier geldt dat er daarnaast een redelijk grote groep woningzoekenden is die een woning zoekt in een ruim opgezet woonmilieu (25%) of een woonwijk (24%). Bewoners zijn tevreden met hun woning (8,1) en hun buurt (7,9). Het openbaar vervoer in de buurt (6,9) wordt wel relatief laag beoordeeld.

Figuur 2.6 Kenmerken huishoudens en woningvoorraad Amstelland-Meerlanden, 2021 (%) leeftijd tot 35 0

35-55

55-75

segmenten sociale huur

75+

10 20 30 40 50 60 70 80 90 100

0

vrije sector

10 20 30 40 50 60 70 80 90 100

huishoudenstype

woonoppervlak <60 m² 60-99 m²

0

10 20 30 40 50 60 70 80 90 100

inkomen

€ 0

10

20

€€ 30

€€€

40 50 60

koop

>100 m²

0

10 20 30 40 50 60 70 80 90 100

0

10 20 30 40 50 60 70 80 90 100

woningtype

€€€€ 70

159.000 huishoudens

80 90 100

156.000 woningen

bron: WiMRA 2021

23

2.1.6 Zuid-Kennemerland/IJmond: van dure woonmilieus tot relatief betaalbaar Zuid-Kennemerland/IJmond heeft relatief veel alleenwonende huishoudens en meergezinswoningen. Op beide gebieden komt de deelregio na Amsterdam. Op andere vlakken is het beeld in deze deelregio vrij gemiddeld, maar er zijn duidelijke verschillen tussen ZuidKennemerland en IJmond. In IJmond wonen relatief veel oudere huishoudens en stellen met en zonder kinderen. Zuid-Kennemerland heeft meer jonge huishoudens en alleenwonenden. Het aandeel huishoudens met een hoog inkomen (€80.048 of meer) ligt in Zuid-Kennemerland hoger dan in de meeste andere delen van de MRA, terwijl dit aandeel in IJmond juist relatief klein is. In IJmond hebben meer huishoudens een inkomen tot de sociale huurgrens. Verhuur in de vrije sector komt vooral in Zuid-Kennemerland relatief veel voor. Ook het hogere aandeel meergezinswoningen in Zuid-Kennemerland/IJmond komt voor rekening van ZuidKennemerland. Daar zijn er ook relatief veel kleine woningen (kleiner dan 60 m2). De verschillen in de gemiddelde huurprijs tussen IJmond (€631) en Zuid-Kennemerland (€752) zijn relatief groot. Ook afgezet tegen het inkomen zijn huren in IJmond beter betaalbaar. Daar zijn huurders gemiddeld 27% van hun inkomen kwijt aan huur, in Zuid-Kennemerland is dit 30%.

De woonvoorkeuren van huishoudens die in IJmond willen wonen verschillen van hen die in ZuidKennemerland willen wonen. Woningzoekenden in IJmond zijn relatief vaak op zoek naar appartementen (44%), vaak gelijkvloers (44%). Woningzoekenden in Zuid-Kennemerland kijken eerder naar een woning in een meer rustig stedelijk woonmilieu (25%) of een wijk met historisch gevarieerde laagbouw (21%). Net als in Amsterdam hebben de woningzoekenden in ZuidKennemerland geen sterke voorkeur voor een- of meergezinswoning, 27% kijkt naar beide woningtypen. Er verhuizen relatief veel huishoudens vanuit Amsterdam naar Haarlem (2330; netto +1080 in 2019-2020). Vanuit Haarlem verhuizen er vervolgens veel huishoudens naar de omliggende gemeenten in Zuid-Kennemerland/IJmond (1850; netto +240). Bewoners zijn tevreden met hun woning (8,1) en hun buurt (7,8). Het aanbod aan winkels in de buurt wordt hier, samen met Amsterdam, het hoogst beoordeeld van alle deelregio’s (7,7). Figuur 2.7 Kenmerken huishoudens en woningvoorraad Zuid-Kennemerland/IJmond, 2021 (%) / tot 35 0

segmenten

leeftijd

35-55

55-75

sociale huur

75+

10 20 30 40 50 60 70 80 90 100

0

10 20 30 40 50 60 70 80 90 100

inkomen

€ 0

10

20

€€ 30

€€€

40 50 60

koop

10 20 30 40 50 60 70 80 90 100

huishoudenstype

woonoppervlak <60 m²

0

vrije sector

60-99 m²

>100 m²

0

10 20 30 40 50 60 70 80 90 100

0

10 20 30 40 50 60 70 80 90 100

woningtype

€€€€ 70

177.000 huishoudens

80 90 100

178.000 woningen

bron: WiMRA 2021

24

Deel I: Woningvoorraad en Bewoning

Foto: Landsmeer.

25

3 Woningvoorraad en bewoning

Kernpunten:  Op 1 januari 2021 telt de Metropoolregio Amsterdam (MRA) 1.203.000 huishoudens.  De coronacrisis tempert de bevolkingsgroei in de MRA als gevolg van oversterfte en verminderde buitenlandse instroom.  Het aandeel huishoudens met de laagste inkomens tot de huurtoeslaggrens is iets toegenomen, van 23% in 2019 naar 24% in 2021. Het aandeel huishoudens tot de sociale huurgrens (€40.024) ligt op 42%. De kleine toename is mede een gevolg van de coronacrisis, maar komt ook door vergrijzing en het achterblijven van pensioenen.  Het aandeel hoge inkomens (> €60.036) is toegenomen, van 37% in 2019 naar 42% in 2021. Vooral stellen jonger dan 55 jaar en stellen met kinderen hebben in toenemende mate een hoog inkomen.  De inkomensverdeling polariseert daarmee; over de periode 2017-2021 valt vooral de afname van de middeninkomens op (van 22% in 2017 naar 16% in 2021).  De woningvoorraad is in 2018 en 2019 met 15.000 woningen per jaar gegroeid. De groei in 2020 is naar verwachting vergelijkbaar.  De groei van de vrije sector huur van particulieren zet door. In 2021 is 12% van de woningvoorraad een vrije sector huurwoning van een particulier (2019: 11%; 2017: 8%).  Het aandeel middeldure huurwoningen bleef gelijk (7%), net als het aandeel sociale huur van corporaties (30%) en het aandeel koopwoningen (48%).

De groei zat in de dure huur van meer dan €1053 (corporatie en particulier samen: van 6% naar 9%).  Betaalbare koopwoningen (< €188.000) bereikbaar voor lage inkomens zijn er nauwelijks meer in de MRA. Ook in de voorheen meer betaalbare deelregio’s Almere/Lelystad en Zaanstreek-Waterland is dit segment nauwelijks meer aanwezig in de voorraad.  De MRA telt een hoger aandeel lage inkomens dan er betaalbare woningen in de voorraad aanwezig zijn. Sociale corporatiewoningen worden wel in toenemende mate bewoond door lage inkomens (84%). En andersom huren de meeste lage inkomens ook sociaal (65%). Maar daarnaast komen lage inkomens in toenemende mate in de vrije sectorhuur van particulieren terecht (8%).  Ook onder de middeninkomens en hoge inkomens is het deel dat in de vrije sector van particulieren huurt toegenomen. Onder hoge inkomens is het eigenwoningbezit afgenomen.  Gemiddeld betalen huurders in de particuliere vrije sector €1305 aan kale huur per maand, recent verhuisden zitten op €1403. Dit komt neer op respectievelijk 36% en 37% van hun inkomen. Dit is een sterke stijging ten opzichte van 2019 (totaal: 33%, recent verhuisd: 34%).  Huishoudens met een koopwoning betalen gemiddeld €771 aan bruto hypotheek. Na verrekening van de hypotheekrenteaftrek is dit 16% van hun inkomen. In 2019 lag dit op 17%.

 Gemiddeld zijn huishoudens 28% van hun inkomen kwijt aan vaste woonlasten (huur/hypotheek, energie- en servicekosten, bijdrage VvE). Voor de laagste inkomens ligt deze woonquote op 39%.

26

3.1 Groei Metropoolregio Amsterdam stagneerde in 2020

miljoen huishoudens

Figuur 3.1 Huishoudens totaal en per deelregio, MRA, 2010-2021 (peildatum 1 januari) 1.400.000

aantal huishoudens

120

index (2010 = 100%)

1.200.000 115

1.000.000 110

800.000 600.000

105

400.000 100

200.000 0

2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021

ruim 1,2

Op 1 januari 2021 telt de Metropoolregio Amsterdam (MRA) 1.203.000 huishoudens. 12 Dat is ruim 17.000 (+1,5%) meer dan op 1 januari 2019. De groei vond vooral in 2019 plaats, toen nam het aantal huishoudens met 13.000 toe (+1,1%), een tempo dat vergelijkbaar is met de voorgaande jaren. In 2020 groeide de MRA nog maar met 5.000 huishoudens (+0,4%). De afgenomen groei werd veroorzaakt door de coronacrisis. Er was sprake van oversterfte als gevolg van het coronavirus en met de pandemie viel ook de instroom van huishoudens uit het buitenland weg. In 2020 kwamen er in de MRA voor het eerst sinds 2001 minder huishoudens bij dan gemiddeld in Nederland (+0,6%). Het inwoneraantal van de MRA groeide in hetzelfde tempo als het aantal huishoudens. Op 1 januari 2021 telt de MRA 2.517.000 inwoners, 1,5% meer dan in 2019. Ook het aantal inwoners groeide in 2020 minder hard dan in voorgaande jaren (+0,4%).

95

'10 '11 '12 '13 '14 '15 '16 '17 '18 '19 '20 '21

Gooi en Vechtstreek

Almere/Lelystad

Zaanstreek-Waterland

Amstelland-Meerlanden

Zuid-Kennemerland/IJmond

Amsterdam

MRA

bron: CBS

Groeitempo in 2020 gedaald in vijf van de zes deelregio’s In de meeste deelregio’s stagneerde de groei van het aantal huishoudens in 2020. Alleen in Gooi en Vechtstreek lag het groeitempo hoger dan in 2019. Amsterdam is de enige deelregio waar het aantal huishoudens afnam in 2020, (-0,1%). In de andere deelregio’s was er nog wel groei, deze was het grootst in Almere/Lelystad (1,4%) en het kleinst in Zuid-Kennemerland/IJmond (0,3%). Vooral groei aantal alleenwonende huishoudens stokt De afnemende groei is vooral terug te zien bij alleenwonende huishoudens, dit aantal nam zelfs voor het eerst in jaren af tussen 2019 en 2020 (-500). De afgelopen jaren kwamen er gemiddeld zo’n 5.000 alleenwonenden bij. De afname tijdens het coronajaar wordt veroorzaakt door de verminderde buitenlandse instroom, waarvan een groot deel uit alleenwonenden bestaat. Daarnaast overleden er door het coronavirus meer ouderen dan in eerdere jaren, en deze groep woont relatief vaak alleen. Ook het aantal stellen met kinderen groeide nauwelijks, terwijl het 12 Deze paragraaf is gebaseerd op registratiecijfers, afkomstig van het CBS.

27

aantal stellen zonder kinderen wel doorgroeide. Dit ging de afgelopen twee jaar harder dan voorheen, met zo’n 5.000 per jaar. De genoemde ontwikkelingen veranderen de huishoudenssamenstelling in de MRA en de deelregio’s niet substantieel. Net als in 2019 is in 2021 43% van de huishoudens alleenwonend, 25% is een stel zonder kinderen, 22% is een stel met kinderen en 9% is een eenoudergezin. Amsterdam kenmerkt zich door een groot aandeel alleenwonenden (54%), maar hier zien we wel een kleine verschuiving: dit aandeel is met 1 procentpunt afgenomen. Dit gebeurde in de twee voorgaande jaren ook al. Vergrijzing zichtbaar: aantal 55-plus huishoudens neemt opnieuw toe Het effect van de vergrijzing is ook de afgelopen twee jaar zichtbaar. In alle deelregio’s daalt het aandeel huishoudens in de leeftijdsgroep 35-54 jaar en neemt het aandeel 55-74 jarige huishoudens toe. In 2020 nam voor het eerst in jaren ook het aantal jonge huishoudens (onder 35 jaar) af. Dit komt vooral door de afgenomen instroom van jonge huishoudens uit binnen- en buitenland.

3.2 Inkomensontwikkeling: in meeste regio’s toename lage inkomens

middeninkomens: 16%

De coronacrisis heeft voor een deel van de huishoudens (grote) financiële consequenties gehad. Dit is terug te zien in een groei van de lage inkomens in de Metropoolregio Amsterdam en een afname van de laagste middeninkomens. Met name de laagste inkomens, tot de huurtoeslaggrens, namen iets toe ten opzichte van 2019, van 23% naar 24%. Het aandeel huishoudens met een inkomen tot de sociale huurgrens ligt in 2021 op 42%. De laagste middeninkomens (€40.024 - €44.655) namen af van 6% naar 4%. Ook de groep hoogste inkomens is iets afgenomen, van 30% in 2019 naar 28% in 2021. De inkomensgroep daaronder (€60.036-€80.048) nam tegelijkertijd in gelijk mate toe, van 11% naar 13%. Over de periode 2017-2021 valt vooral de aanhoudende krimp van de middeninkomens (€40.024-€60.036) op. In 2021 had 16% van de huishoudens een middeninkomen, in 2017 was dit nog 22%. Deze trends zijn in de meeste deelregio’s terug te zien. Uitzondering vormt Almere/Lelystad: hier nam het aandeel lage inkomens (<€40.024) niet toe, maar juist af (van 40% in 2019 naar 37% in 2021). De afname van de middeninkomens (€40.024-€60.036) over de periode 2017-2021 is in alle deelregio’s terug te zien.

Dit duidt erop dat het niet direct gaat om een verdringing van middeninkomens in bepaalde (duurdere) deelregio’s, maar eerder om een maatschappelijke ontwikkeling waarbij inkomens op huishoudensniveau meer gepolariseerd raken. Figuur 3.3 laat het aandeel huishoudens met een inkomen tot de grens voor sociale huur per wijk (en in een aantal gevallen per gemeente) zien. Dit aandeel lage inkomens ligt gemiddeld op 43%, maar varieert sterk tussen de wijken. Lage inkomens zijn vooral sterk vertegenwoordigd in delen van Amsterdam (Zuidoost, Nieuw-West en Noord), Zaanstad Zuidoost, Haarlem-Meerwijk en Velsen-Noord.

28

Figuur 3.2 Inkomensgroepen (bruto jaarinkomen per huishouden, incl. studenten), MRA, 2017-2021 (%) Metropoolregio Amsterdam 2017 2019 2021

25 23 24

Zaanstreek-Waterland 2017 2019 2021

22 21 20

16 18 20

8

Almere/Lelystad 2017 2019 2021

22 23 21

14 17 16

6 4 4

Gooi en Vechtstreek 2017 2019 2021

20 18 21

16 19 18

6 4 6 4 3 3

Amstelland-Meerlanden 2017 2019 2021

17 16 18

Zuid-Kennemerland/IJmond 2017 2019 2021

22 19 20

Amsterdam 2017 2019 2021

15 18 18

13 18 17 16 19 20 33 29 30

0

20

8

7 4 12 6 3 9 4 3 9

10 11 13

27 30 28

5 14 7 3 10 4 4 11

12 14 17

24 26 25

8

13 13 17

25 27 26

4

4

12

13 10

12 9 9

3 13 5 3 9 4 3 10 7 4 6 3 4 3

12 11 14

31 34 31

12 13 15 12 10 9

11 13

33 35 34 11

28 31 30

16 18 19

6 4 10 7 6 3 7 8 4 3 8 10

40

60

25 28 27 80

% 100

lage inkomens tot huurtoeslaggrens 1)

inkomens vanaf htsgroep tot €40.024

laagste middeninkomens (€40.024 €44.655)

lagere middeninkomens (€44.655€50.030)

middeninkomens (€50.030€60.036)

hogere inkomens (€60.036 €80.048)

hoogste inkomens (vanaf €80.048)

groep 1

groep 2

groep 3

groep 4

groep 5

groep 6

groep 7

1) eenpersoonshuishoudens €23.725, meerpersoonshuishoudens €32.200

bron: WiMRA 2021

Figuur 3.3 Huishoudens met een laag inkomen (bruto jaarinkomen inkomen tot €40.024), MRA, 2021 (%)

bron: WiMRA 2021

29

De middeninkomens (figuur 3.4) maken gemiddeld 16% uit van de huishoudens en hebben een andere geografische verdeling dan de lage inkomens. Zij zijn relatief veel te vinden in Almere en Lelystad, IJmond, Zaanstreek en Purmerend. Maar ook in de andere delen van de MRA zijn wijken te vinden met relatief veel middeninkomens, zoals Amstelveen-Nieuw-Zuid, AmsterdamDe Eendracht, Uithoorn-Legmeer en de Kwakel, en verschillende wijken in Haarlem. Figuur 3.4 Huishoudens met een middeninkomens (bruto jaarinkomen inkomen €€40.024 - €60.036, MRA, 2021 (%)

bron: WiMRA 2021

Alleenwonenden en ouderen hebben vaker te maken met inkomensdaling De groei van het aandeel lage inkomens in de MRA tussen 2019 en 2021 is bij verschillende huishoudenstypen te zien, maar speelde meer bij de alleenwonenden dan bij de stellen. Het inkomensniveau van een huishouden wordt voor een groot deel bepaald door de aanwezigheid van één of twee kostwinners. Huishoudens met één volwassene (alleenwonenden en eenoudergezinnen) hebben gemiddeld een veel lager huishoudinkomen dan huishoudens met twee volwassenen (stellen met en zonder kinderen) omdat beide partners vaak betaald werk hebben. Wanneer een alleenwonende te maken heeft met inkomensachteruitgang leidt dit vaker tot een laag inkomen, dan wanneer er nog een ander inkomen in het huishouden aanwezig is. Daarnaast vallen oudere huishoudens (75+) vaker in de groep lage inkomens dan in 2019. Hier lijkt niet zozeer de coronacrisis een rol te spelen, maar het achterblijven van de pensioenen ten opzichte van de gemiddelde inkomensontwikkeling.

30

Figuur 3.5 Inkomensgroepen naar huishoudenstypen en leeftijd, MRA, 2019-2021 (%) alleenwonend, tot 35 jaar 2019 2021

70 70

alleenwonend, 35-54 jaar 2019 2021

18 17

61 63

24 20

9

5 7

8 7

7

8 9

alleenwonend, 55-74 jaar 2019 2021

77 78

16 14

4 3 5 3

alleenwonend, 75 jaar en ouder 2019 2021

75 80

16 13

6 3 4 3

stel zonder kinderen, tot 35 jaar 2019 2021

10 9

stel zonder kinderen, 35-54 jaar 2019 2021

14 11

stel zonder kinderen, 55-74 jaar 2019 2021

11 10

17 20

13

14

62 61

16

26 26

stel zonder kinderen, 75 jaar en ouder 2019 2021

15

57 60

27 24 42 43

eenoudergezin 2019 2021

17 21 30 29

62 63

stel met jonge kinderen (basisschool) 2019 2021

13 14

14 11

stel met tiener of volwassen kinderen 2019 2021

12 13

13 10

0

30 29 11 14 20 21

17 20

17 14 8

9

10 7

56 56

14 18

61 59

20

40

60

lage inkomens tot €40.024

middeninkomens (€40.024€60.036)

hogere inkomens (€60.036 €80.048)

groep 1,2

groep 3,4,5

groep 6

% 80

100

hoogste inkomens (vanaf €80.048)

groep 7 bron: WiMRA 2021

Ook demografische ontwikkelingen spelen een rol. De toename van alleenwonenden en ouderen in de MRA als geheel draagt eveneens bij aan de toename van huishoudens met een laag inkomen. In Almere/Lelystad speelt dit minder, hier wonen relatief weinig mensen alleen en is de groep oudere bewoners nog relatief klein. Dat in Almere/Lelystad geen sprake was van een groei van het aandeel lage inkomens kan met deze kenmerken samenhangen. Het groeiend aandeel hoger opgeleiden in de MRA draagt bij aan de groei van de hoge inkomens. Van de huishoudens met een hoger opleidingsniveau (HBO of WO) heeft 57% een hoog inkomen (> €60.036). Bij middelbaar opgeleiden ligt dit op 35% en bij lager opgeleiden op 19%. De verdeling van de lage inkomens vertoont het tegengestelde patroon (27% bij hoger opgeleiden, 49% bij middelbaar opgeleiden en 65% bij lager opgeleiden). Opvallend is dat het aandeel middeninkomens niet direct verschilt per opleidingsniveau (allen 16%). Er zijn wel verschillen wanneer de huishoudsamenstelling wordt meegenomen: huishoudenstypen waar relatief veel middeninkomens in voor komen zijn alleenwonende hoger opgeleiden (25%) en stellen zonder kinderen met een lager of middelbaar opleidingsniveau (25%-27%). Voor een deel van de alleenwonende hoger opgeleiden is dit een tijdelijke situatie, wanneer zij gaan samenwonen, ligt hun inkomen al snel in het hoge segment.

Stellen zonder kinderen met een lager of middelbaar opleidingsniveau zijn vaak al wat ouder. Voor hen is dit middeninkomen vaker een blijvende situatie.

31

3.3 Woningvoorraad groeit met ruim 15.000 per jaar De woningvoorraad in de MRA telde op 1 januari 2021 1.174.000 woningen. De woningvoorraad groeide in 2018 en 2019 harder dan in voorgaande jaren, met ongeveer 15.000 per jaar (+1,3%). In 2020 kwamen er ongeveer 10.000 woningen bij (+0,8%). Dit lagere aantal heeft vooral te maken met achterstanden in de administratie. Het werkelijke nieuwbouwaantal in 2020 is naar schatting vergelijkbaar met voorgaande jaren. Verhoudingsgewijs groeide de woningvoorraad in 2018 en 2019 het hardst in Amsterdam en Almere/Lelystad. In Zaanstreek-Waterland groeit de voorraad minder hard dan in de andere deelregio’s. Figuur 3.6 Verandering van de woningvoorraad in de MRA, 2012-2020 (absoluut)

20.000

overige toe- en afname

15.000

10.000

sloop

5.000

nieuwbouw

0

-5.000

toename

2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020* bron: CBS

* Door een achterstand in gereedmeldingen bij de gemeente Amsterdam samenhangend met de invoering van een nieuw systeem voor VTH (Vergunningen, Toezicht en Handhaving) is een deel van de feitelijk in 2020 opgeleverde woningen pas in 2021 geregistreerd in de basisregistratie. Het gaat hierbij om enkele duizenden woningen.

32

3.4 Ontwikkeling woningvoorraad: toename vrije sector huur

sociale huur: 37%,

Zowel de koopvoorraad (48%) als de sociale huurvoorraad van corporaties (30%) is stabiel van omvang in de Metropoolregio Amsterdam. Binnen de particuliere huur is er een verschuiving van sociaal naar vrije sector. Het aandeel sociale huur van particulieren nam tussen 2017 en 2021 af van 9% naar 7% en het aandeel in de vrije sector van particulieren nam opnieuw toe, van 8% naar 12%. De vrije huursector van corporaties is stabiel en vormt 4% van de woningvoorraad.

koop: 48% Figuur 3.7 Woningvoorraad naar segmenten, MRA, 2017-2021 (%) Metropoolregio Amsterdam 2017 2019 2021

31 30 30

Zaanstreek-Waterland 2017 2019 2021

30 30 30

9 4 8 8 3 11 7 4 12

48 48 48

4 3 4 23 5 23 5

59 60 61

Almere/Lelystad 2017 2019 2021

23 24 24

4 4 5 4 3 6 3 4 6

Gooi en Vechtstreek 2017 2019 2021

23 24 24

7 4 8 6 3 9 4 3 9

58 59 60

Amstelland-Meerlanden 2017 2019 2021

20 21 21

6 10 8 11 5 5 4 5 12

56 58 58

7 4 7 6 3 7 5 4 8

55 56 57

Zuid-Kennemerland/IJmond 2017 2019 2021

27 27 27

Amsterdam 2017 2019 2021

13 4 13 3 11 4

39 38 37 0

63 63 64

20

40

11 15 19 60

sociale huur,

sociale huur,

vrije sector

vrije sector

corporatie

particulier

huur, corp.

huur, part.

33 31 29 80

% 100

koopwoning bron: WiMRA 2021

Gereguleerde huurwoningen met een huur boven €752 Om de woningvoorraad in segmenten in te delen, wordt in WiMRA gekeken naar de eigendomsverhouding van een woning en de huurprijs of WOZ waarde. Op basis van de huurprijs wordt bepaald of een huurwoning een vrije sector woning of een gereguleerde woning is. Ligt de kale huurprijs boven de liberalisatiegrens (€752) dan wordt een woning in dit rapport ingedeeld bij de vrije sector. Er zijn echter woningen van corporaties waarvan de kale huur hoger is dan €752 maar die wel een sociaal huurcontract hebben. Door boven-inflatoire en/of inkomensafhankelijke huurverhoging hebben deze woningen een huur boven de liberalisatiegrens. Het betreft 33% van de corporatiewoningen met een huur boven de €752. Bij nieuwe verhuring kan een dergelijke woning weer worden aangeboden met een kale huur onder de liberalisatiegrens. Hoewel deze corporatiewoningen een sociaal huurcontract hebben, worden ze in dit WiMRA rapport op basis van hun huurprijs dus wel tot de vrije sector gerekend.

33

Ook per deelregio is het beeld overwegend stabiel in de verhouding corporatie, particuliere verhuur en koop, met uitzondering van Amsterdam. Hier is er een sterke groei van vrije sector huur van particulieren (van 11% in 2017 naar 19% in 2021). Daarnaast nam het aandeel koopwoningen af (van 33% in 2017 naar 29% in 2021) en kromp zowel de sociale huur van corporaties als die van particulieren. In Amsterdam bestaat een groot deel van de nieuwbouw uit particuliere huur waarmee dit segment in de voorraad sterk groeit. Ook het verhuren van voormalige koopwoningen speelt een rol in de groei van de particuliere huursector.

middeldure huur: 7%, dure huur: 9%

Weinig middeldure huur en betaalbare koop in de woningvoorraad Van de totale woningvoorraad valt 7% onder de middeldure huur (€752-€1053). Dit is gelijk aan de situatie in 2019. De dure huurvoorraad is gegroeid, van 6% in 2019 naar 9% in 2021. Betaalbare koop, met een WOZ-waarde tot €188.000 is er nauwelijks meer in de MRA (1%). De middeldure koopvoorraad, met een WOZ-waarde tussen de €188.000 en €296.000, ligt op 12%. De middeldure huurvoorraad is in alle deelgebieden te vinden en varieert van 5% in ZaanstreekWaterland tot 8% in Amsterdam. De aanwezigheid van middeldure koop verschilt sterk tussen de deelregio’s. In Almere/Lelystad (44%) en Zaanstreek-Waterland (27%) is dit nog een aanzienlijk segment. In Amsterdam (4%) en Amstelland-Meerlanden (5%) is het segment veel kleiner. Figuur 3.8 Woningvoorraad naar huur- en koopklassen, MRA, 2021 (%) Metropoolregio Amsterdam

37

Zaanstreek-Waterland

7

32

Almere/Lelystad

26

Gooi en Vechtstreek

28

Amstelland-Meerlanden

25

Zuid-Kennemerland/IJmond

5 23 3

7 7 7 32

6

Amsterdam

tot €752

20

1

12

34

24

6

35 38

6 1

11

9

5 5 2

48 0

9

48 52 13

42

8 40

huur €752-€1053 €1053 en meer

19

15

4

%

25

60

80

100

€188.000

koop €188.000€296.000

€296.000 en meer

bron: WiMRA 2021

In Zaanstreek-Waterland zijn huren het laagst In figuur 3.9 wordt de huurvoorraad naar huurklassen getoond. De meeste huurwoningen (corporatiebezit en particulier bezit) vallen onder de €679, de betaalbaarheidsgrens van de laagste inkomens. Het gaat om 59% van de huurvoorraad. In Zaanstreek-Waterland ligt dit aandeel het hoogst met 71% en in Amstel-Meerlanden het laagst met 47%. De duurste huren (>€1400; 9% van de huurwoningen in de MRA) zijn vooral te vinden in Amsterdam (12%) en Amstelland-Meerlanden (9%). In Zaanstreek-Waterland en Almere/Lelystad komen deze huren bijna niet voor (1% van de huurwoningen).

34

Figuur 3.9 Huurvoorraad naar huurklassen, MRA, 2021 (%) Metropoolregio Amsterdam

59

Zaanstreek-Waterland

11

9

71

Almere/Lelystad

58

Gooi en Vechtstreek

56

Amstelland-Meerlanden

15

Amsterdam

59 0

20

sociale huur tot €679 €679-€752

11

9

6

7

12

40

9 8

60

middeldure huur €752-€940 €940-€1053 €1053€1400

8

41 7 1

9

5

4

4 7

11

13

9

9

12

14 14

61

8

10

47

Zuid-Kennemerland/IJmond

5

5 9 8

4 %

12 100

80

dure huur €1400 en meer bron: WiMRA 2021

Figuur 3.10 Sociale huur van corporaties (huur ≤ €752), MRA, 2021 (%)

bron: WiMRA 2021

De verdeling van de sociale huur van corporaties over de MRA is niet gelijk (zie figuur 3.10). Amsterdam heeft het hoogste aandeel sociale huur van corporaties (37%), met de hoogste percentages in de stadsdelen Nieuw-West, Zuidoost, Noord en delen van Oost. De deelregio Zaanstreek-Waterland volgt daarna met 30%. Ook daarbinnen is een aantal wijken te vinden 35

waar het aandeel hoog is, namelijk in Purmerend Wheermolen (51%) en in Zaanstad Zuidoost II (56%). In Zuid-Kennemerland/IJmond, Gooi en Vechtstreek en Almere/Lelystad ligt het aandeel sociale huur van corporaties gemiddeld op 24-27%. Binnen ZuidKennemerland/IJmond valt Haarlem op met de Europa-, Boerhaave- en Meerwijk (respectievelijk 48%, 44% en 70%) en de Slachthuiswijk met 64%. In Amstelland-Meerlanden is het aandeel sociale huur het laagst (21%). Maar ook hier is een gebied te vinden met een relatief hoog aandeel sociale huur: Uithoorn-Centrum-Thamerdal (46%). De middeldure huurvoorraad is relatief veel in Amsterdam te vinden (figuur 3.11). Daarnaast vallen nieuwbouwgebieden als Almere-Poort en Diemen-Holland Park op. Ook in PurmerendCentrum, Amstelveen-Nieuw-Zuid, Haarlemmermeer-Hoofddorp Centrum en Zaanstad Midden is er relatief veel middeldure huur. Figuur 3.11 Middeldure huur (huur €752 - €1053), MRA, 2021 (%)

bron: WiMRA 2021

Woningdelen Bij een deel van de aangeschreven adressen komt woningdelen voor. Drie procent van de respondenten geeft aan een kamer te huren. Kamerverhuur komt vaker voor in Amsterdam (5%) en in Amstelland-Meerlanden (3%) en speelt vooral in de particuliere huursector. In deze rapportage is bij de particuliere huursector bij woningdelers de kamerprijs als huurprijs van de totale woning genomen. Het is niet bekend wat de werkelijke totale huurprijs van de woning is (de opgetelde kamerhuren). Omdat het vaak om lage kamerhuren gaat, geeft dit mogelijk een lichte overschatting in het aandeel sociale huur van particulieren. Wanneer deze gedeelde woningen niet meegeteld worden in de sociale huur maar in de vrije sector, verschuift het aandeel sociaal van particulieren van 7% naar 6% en de vrije sector van 12% naar 13%. 36

particuliere huur: 19%

Meer particuliere huurwoningen, maar steeds minder met een sociale of middeldure huur In de MRA valt 19% van woningvoorraad onder de particuliere huursector. De particuliere huursector is de afgelopen jaren gegroeid en duurder geworden. In de particuliere huursector nam het aandeel woningen in het sociale segment (< €752) verhuurd wordt af van 43% in 2019 naar 35% in 2021. Het middensegment (€752-€1053) nam ook iets af, van 26% naar 23%. De dure huur (> €1053) nam toe van 32% naar 42%. Woningen kleiner dan 60 vierkante meter vielen, vanwege huurprijsregulering, voorheen vaak in het sociale segment. Sinds deze regulering is versoepeld, krijgen particuliere huurwoningen bij een nieuwe verhuring vaak een (veel) hogere huur. 13 Het aandeel particuliere huurwoningen tot 60 vierkante meter dat in het sociale segment werd verhuurd, nam af van 62% in 2019 naar 49% in 2021. Deze woningen kwamen vaker in het middensegment (€752-€1053) of in het duurdere segment (€1053-€1400) terecht. Grotere particuliere huurwoningen zijn in de periode 2019-2021 ook duurder geworden. Deze voorraad is zowel in het sociale (<€752) als het middensegment (€752-€1053) kleiner geworden, ten gunste van het dure segment (>€1053). De liberalisering in de huursector leidt vooral tot een groeiend duur segment en lijkt weinig bij te dragen aan het middeldure huursegment.

Figuur 3.12 Particuliere huurwoningen naar oppervlakte en huurklasse, MRA, 2019-2021 (%) tot 60 vierkante meter 2019

53

2021

10

39

60-99 vierkante meter 2019

27

8

21

8

13

100 vierkante meter en meer 2019

21

7

19

2021

17

totaal 2019 27

14

8

16

9

11

0

20

40

tot €679

€679-€752

€752-€940

13 14

18

18 27

21

20

22 17

14

8

21 14

8 8

4

10

14

35

2021

13

20

2021

6

9

31 9

9

15

17

19 60

€940-€1053 €1053€1400

23

% 100

80

€1400 en meer bron: WiMRA 2021

betaalbare koop: 3%

Weinig betaalbare koop aanwezig in de woningvoorraad. Koopwoningen tot €188.000 zijn bereikbaar voor huishoudens met een inkomen tot €40.024 (op basis van volledige leencapaciteit, zonder eigen vermogen). Deze woningen zijn echter nauwelijks aanwezig in de woningvoorraad in de Metropoolregio Amsterdam (3% van de koopwoningvoorraad, op basis van de WOZ-waarde). Alleen in Almere/Lelystad en in mindere mate Zaanstreek-Waterland heeft deze voorraad nog enige omvang (respectievelijk 10% en 4%), maar ook hier stijgend e prijzen en worden veel woningen boven de WOZ-waarde verkocht. Woningen bereikbaar voor middeninkomens (tot €60.036) met een WOZ-waarde tussen €188.000 en €296.000 zijn eveneens schaars. Deze middencategorie beslaat 25% van de 13 Deze huurregulering verloopt via het puntenstelsel. Een kleine woning krijgt minder punten dan een grote woning.

Sinds 2015 maakt de WOZ-waarde ook onderdeel uit van het puntenstelsel. Daarmee kunnen kleine woningen met een hoge WOZ-waarde ook in de vrije sector belanden. Overigens wordt er gewerkt aan een aanpassing van dit puntenstelsel, waarbij de WOZ minder zwaar meetelt.

37

koopwoningvoorraad. Ook voor dit segment geldt dat dit met name aanwezig is in Almere/Lelystad (60%) en Zaanstreek-Waterland (39%). In Gooi en Vechtstreek (18%) en ZuidKennemerland/IJmond (22%; met name in IJmond) zijn er ook koopwoningen in deze prijsklasse. De meeste koopwoningen in de MRA hebben een WOZ-waarde boven €296.000, zij zijn bereikbaar voor hoge inkomens vanaf €60.036. Van de koopwoningen valt 36 procent in de WOZ-klasse tussen €296.000 en €438.000 en eveneens 36% heeft een WOZ-waarde van €438.000 en hoger. In Amsterdam en Amstelland-Meerlanden vallen nagenoeg alle koopwoningen in deze twee hoogste prijsklassen. Figuur 3.13 Woningvoorraad naar WOZ-klassen koopwoningen, MRA, 2021 (%, WOZ-prijspeil 2020) Metropoolregio Amsterdam 3 4

Zaanstreek-Waterland

4 3

Almere/Lelystad

10

6

7

36

41

29 22

16

25

22

37

12

7

0

tot €188.000

43

14

9

8

44

47

Zuid-Kennemerland/IJmond 3 3 5 Amsterdam 11 2

36

13

Gooi en Vechtstreek 2 3 3 Amstelland-Meerlanden 2

15

36

39 %

54

33 20

40

€188.000€209.000

€209.000€237.000

60

80

100

€237.000€296.000

€296.000€438.000

€438.000 en meer

bron: WiMRA 2021

38

3.5 Vergelijking inkomens en woonsegmenten: ruimte voor lage inkomens verder afgenomen

betaalbare voorraad: 38%

Figuur 2.14 geeft de inkomensverdeling weer van de huishoudens in de MRA én verdeling van de woningvoorraad naar segment. De gelijke kleuren geven de segmenten aan die betaalbaar zijn voor de bijbehorende inkomensklassen. Dit geeft een eerste beeld van de aansluiting van de woningvoorraad op de huishoudens in de MRA. In voorgaande jaren was de betaalbare voorraad voor lage inkomens iets groter dan het aandeel lage inkomens. In 2021 is dit beeld omgedraaid. Het aandeel lage inkomens tot €40.024 is hoger (42%) dan het aandeel betaalbare voorraad (38%). De mogelijkheden voor lage inkomens op de woningmarkt zijn daarmee zeer beperkt, zij zijn afhankelijk van het betaalbare segment, en kunnen niet uitwijken naar een duurder segment. Zowel het aandeel huishoudens met een middeninkomen als de middeldure voorraad zijn in relatieve omvang afgenomen. Het aandeel middeninkomens nam af van 20% naar 18% en de middeldure voorraad ging van 24% naar 20%. De ruimte op de woningmarkt is voor hen blijvend krap. In voorgaande jaren was het aandeel hoge inkomens groter dan de dure woningvoorraad. In 2021 is het beeld omgedraaid. Het aandeel hoge inkomens is met 42% iets kleiner dan de dure voorraad (43%). Figuur 3.14 Inkomensverdeling huishoudens en segmentverdeling woningvoorraad, MRA, 2017-2021 (%) 2021 - inkomen

24

segment

31

2019 - inkomen

10

25

segment

2

18 33

2017 - inkomen

11 20

lage inkomens tot huurtoeslag -grens 1)

inkomens vanaf htsgroep tot €40.024

huur tot €679

groep 1

segment

9

8

13

10

6

3

3

9

7

15 34

0

inkomen

7

23

segment

4 3

18

21 9

30 17

12

16

10

9

40

laagste middeninkomens (€40.024 €44.655)

22

11 12

4 5

28

12 60

27 15

%

14

80

100

lagere middeninkomens (€44.655€50.030)

middeninkomens (€50.030€60.036)

hogere inkomens (€60.036 €80.048)

hoogste inkomens (vanaf €80.048)

huur €679- koop €752 - koop €188.000tot €209.000 €188.000

huur €752€940 - koop €209.000€237.000

huur €940€1053 koop €237.000€296.000

huur €1053€1400 koop €296.000€438.000

huur meer dan €1400 koop meer dan €438.000

groep 2

groep 4

groep 5

groep 6

groep 7

groep 3

1) eenpersoonshuishoudens €23.725, meerpersoonshuishoudens €32.200

bron: WiMRA 2021

39

3.6 Bewoning woningvoorraad: toename lage inkomens in sociale huursector, vrije huursector en koopsector In deze paragraaf wordt gekeken welke inkomensgroepen de huurwoningvoorraad en welke inkomensgroepen de koopvoorraad bewonen.

3.6.1 Bewoning sociale huurvoorraad

sociale huur corp.: 84% inkomen tot €40.024

Aandeel laagste inkomens in sociale huurwoningen van corporaties neemt verder toe In de MRA groeit de groep lage inkomens. De ontwikkeling dat sociale huurwoningen steeds vaker worden bewoond door huishoudens met een laag inkomen zet zich verder door. Huishoudens met een inkomen tot €40.024 (groep 1-2) vormen de doelgroep van sociale huur van corporaties. In 2021 heeft 84% van de huishoudens in deze huursector een inkomen tot die grens, in 2019 ging het nog om 82%. Met name het aandeel huishoudens dat tot de laagste inkomens behoort (groep 1) is gestegen. In 2021 behoort 60% van de huishoudens die een sociale huurwoning van een corporatie bewoont tot deze groep. Deze ontwikkeling hangt samen met de maximale inkomensgrenzen die gelden voor nieuwe huurders en de relatief grote instroom vanaf 2015 vanuit zorgdoelgroepen (extramuralisering) en van statushouders. 14 Het aandeel huishoudens met een inkomen tussen de €40.024 en €44.635 (groep 3) is verder geslonken naar 3%. Corporaties mogen een tiende van hun sociale huurwoningen verhuren aan deze inkomensgroep. 15 Het aandeel huishoudens dat in een sociale huurwoning van een corporatie woont met een huur lager dan €752 en een inkomen heeft dat hoger is dan €44.635, en dus ‘goedkoop scheef huurt’ is ongeveer gelijk gebleven. In 2021 gaat het, net als in 2019, om 13%.

Ruim de helft (7%) van deze huishoudens heeft een middeninkomen en de rest (6%) heeft een hoog inkomen. Vanwege de grote omvang van de sociale huur, is de groep die goedkoop scheef huurt in absolute aantallen wel iets groter dan de groep die duur scheef huurt (zie paragraaf 2.6.2). Tussen de regio’s zijn er niet veel verschillen in de verdeling van inkomensgroepen in de sociale huur van corporaties. In Zuid-Kennemerland/IJmond ligt het aandeel lage inkomens (tot €40.024, groep 1-2) met 80% het laagst en in Amsterdam en in Almere/Lelystad (85%) het hoogst. Dit aandeel is in alle regio’s, behalve in Almere/Lelystad gestegen. In alle regio’s worden sociale huurwoningen van corporaties steeds vaker bewoond door de laagste inkomensgroep ten opzichte van 2019. Het percentage midden- en hoge inkomens (groep 4-7) in sociale huur van corporaties ligt in de deelregio’s tussen de 12% (Amsterdam, Amstelland-Meerlanden) en 16% (Zuid-Kennemerland/IJmond).

14 Zorgdoelgroepen als ouderen en mensen met psychische problematiek komen sinds 2015 enkel in aanmerking voor

intramurale zorg als de zorgbehoefte zeer groot is. Een deel van de mensen die eerst intramuraal woonden, zijn zelfstandig gaan wonen, vaak in een corporatiewoning. Daarnaast heeft iedere gemeente een taakstelling om statushouders te huisvesten. Ook dat gebeurt voornamelijk in de corporatiesector. 15 Van de vrijgekomen gereguleerde huurwoningen moet 90% worden toegewezen aan huishoudens tot €40.024, maar tot 1 januari 2022 geldt deze inkomensgrens maar voor 80% van de vrijgekomen woningen. Tien procent mag toegewezen worden aan huishoudens met een inkomen tussen de €40.024 en €44.635. De overige 10% mag, net als voorheen, door woningcorporaties vrij worden toegewezen.

40

sociale huur part.: 77% inkomen tot €40.024

Huurders in sociale huur van particulieren hebben steeds vaker inkomen tot de grens voor sociale huur Ook in de krimpende sociale huur van particulieren is er sprake van een stijging van het aandeel huishoudens met een inkomen dat tot de doelgroep voor sociale huur behoort (€40.024), al ligt het aandeel nog steeds lager dan in de sociale huur van corporaties. In 2021 heeft 77% van de huurders in de particuliere sociale huursector een inkomen tot deze grens, in 2019 ging het om 73%. Deze toename wordt vooral veroorzaakt door een groei van de op een na laagste inkomensgroep (groep 2) en een krimp van de groep met een inkomen tussen de €40.024 en €44.635. Het percentage huishoudens met een midden- of hoger inkomen (groep 4-7) is gelijk gebleven (20%). Figuur 3.15 Inkomensgroepen in sociale huurwoningen, naar corporatie en particulier, MRA, 2017-2021 (%)2

corporatie sector Metropoolregio Amsterdam 2017 2019 2021

58 56 60

Zaanstreek-Waterland 2017 2019 2021

21 26 24

54 51 53

Almere/Lelystad 2017 2019 2021 47

15

54

22 33

57

3 6 3 3 5 2 5 3 3 32 5 3 3

8 3 6 32 6 2 4 3 5 4 2 6 4 3

25 29 29 65 66 67

Gooi en Vechtstreek 2017 2019 2021

7

7

22 18 8

26

7

3 4 23 21 6 12 2 4 5 22

7 3 3 4 4 3 3 4 2 4 5 2 3

Amstelland-Meerlanden 2017 2019 2021

53 52 55

23 30 28

8

Zuid-Kennemerland/IJmond 2017 2019 2021

53 49 54

24 28 27

8 4 7 32 6 3 6 5 3 4 2 6 4 4

Amsterdam 2017 2019 2021

62 59 63

0

20

19 23

40

6 3 5 2 3 5 2 4 3 3 31 5 3 3 %

23

60

3 6 5 2 7 3 5 21 4 1 5 4 2

100

80

particuliere sector Metropoolregio Amsterdam 2017 2019 2021

47 43 44

0

20

25 30 33

40

7 3 8 4 7 3 5 5 3 3 5 4

60

7 7 7

80

% 100

lage inkomens

inkomens

laagste

lagere midden- midden-

hogere

hoogste

tot huur-

vanaf

midden-

inkomens

inkomens

inkomens

inkomens

toeslaggrens 1)

pot. hts-groep

inkomens

(€44.635-

(€50.030-

(€60.036-

(€80.048)

tot en met

(€40.024-

€50.030)

€60.036)

€80.048)

€40.024

€44.635)

groep 2

groep 3

groep 4

groep 5

groep 6

groep 1

1) eenpersoonshuishoudens €23.725, meerpersoonshuishoudens €32.200

groep 7 bron: WiMRA 2021

2) In veel deelregio’s komt de particuliere sociale huursector weinig voor.

Vanwege de kleine responsaantallen is dit segment niet naar deelregio uitgesplitst.

41

3.6.2 Bewoning vrije sector huurvoorraad

vrije sector: 54% inkomen >€60.036

Toename lage inkomens in vrije sector huur, aandeel middeninkomens en hoge inkomens afgenomen Onder het vrije sector segment vallen huurwoningen met een huur boven de €752. Ruim de helft van de huishoudens in de vrije sector heeft een hoog inkomen (>€60.036, groep 6-7). Dit aandeel is tussen 2019 en 2021 gekrompen van 55% naar 54% (zie figuur 2.16). De afname zit hier vooral bij de hoogste inkomens (>€80.048). Ook het aandeel huishoudens met een middeninkomen (groep 3-5) is gedaald, van 23% naar 21%. Huurwoningen in de vrije sector worden dus vaker bewoond door huishoudens met een inkomen tot de grens voor sociale huur (€40.024), zij wonen ‘duur scheef’. Het aandeel huishoudens met een dergelijk inkomen is gestegen van 22% naar 25%. Dit hangt deels samen met de algemene groei van het aandeel lage inkomens in de MRA. Binnen de vrije sector is er een onderscheid te maken naar middeldure huurwoningen (€752€1053) en dure huurwoningen (> €1053). Zowel bij de middeldure huurwoningen als bij de dure huurwoningen is de groep lage inkomens gestegen ten koste van de middeninkomens en hoogste inkomensgroepen. De ontwikkeling speelt het sterkst bij de dure vrije sector huur. Hier zijn de hoogste inkomensgroepen (6-7) tussen 2019 en 2021 gekrompen van 73% naar 68% en de groepen met de laagste inkomens (groep 1-2) groeiden in deze periode van 11% naar 17%.

In de middeldure huur groeide de groep laagste inkomens van 32% naar 35%. Het aandeel hoogste inkomens nam in de middeldure huur af van 39% naar 37% en de middengroep (3-5) van 30% naar28%. In de vrije sector wonen vooral alleenwonenden (36%), stellen zonder kinderen (37%) en in mindere mate (eenouder)gezinnen (26%). Huurders in de vrije sector zijn vaak jong: in de middeldure huur is 34% van de huishoudens jonger dan 35 jaar en in de dure huur gaat het om 52%. Het zijn vooral alleenwonenden die ‘duur scheef’ wonen. Van de huishoudens die duur scheef wonen in de middeldure huur is 66% alleenwonend en bij de dure huur is 61% alleenwonend. Het betreft ook relatief vaak jonge huurders; van de dure scheefhuurders is 43% jonger dan 35 jaar. Het verschilt per huursegment of duur scheef wonen meer voorkomt onder recente huurders of degenen die er langer wonen. Van de huishoudens die duur scheef wonen in de middeldure huur woont het grootste deel (63%) er al langer dan 2,5 jaar. Bij de huishoudens die duur scheef wonen in de dure huur is het omgekeerde het geval; onder deze huishoudens is het grootste deel (57%) juist recent verhuisd. In de middeldure huur stijgt het aandeel lage inkomens bij particuliere sector maar daalt bij corporaties De middeldure huurwoningen van corporaties en die van particuliere verhuurders worden niet op dezelfde manier bewoond.

De middeldure huur van corporaties telt minder huishoudens die duur scheef wonen: 26% heeft een inkomen tot de sociale huurgrens. Bij de particuliere middenhuur geldt dit voor 41%. En terwijl deze groep bij corporaties slinkt, is er juist sprake van groei daarvan in de middeldure huur van particulieren. In de particuliere middenhuur is zowel de groep middeninkomens (groep 3-5) als de groep hoge inkomens (6-7) afgenomen. Deze groepen zijn in de middeldure huur van corporaties allebei licht toegenomen. De middeldure huur van particulieren wordt vaker bewoond door jonge huishoudens (<35 jaar) dan de middeldure huur van corporaties (44% versus 20%). Daarnaast wonen er in de particuliere middeldure huur meer alleenstaanden dan in de middeldure huur van corporaties (49% versus 25%). In de regio’s varieert het aandeel inkomens tot de sociale huurgrens in de middeldure huur van 31% in Zaanstreek-Waterland tot 42% Zuid-Kennemerland/IJmond. In de meeste regio’s steeg het aandeel huishoudens met een inkomen tot de sociale huurgrens ten opzichte van 2019. 42

Alleen in Gooi en Vechtstreek en Almere/Lelystad daalde het aandeel lage inkomens. Het aandeel middeninkomens in de middeldure huur ligt tussen de 24% (ZuidKennemerland/IJmond) en de 35% (Zaanstreek-Waterland en Amstelland-Meerlanden). De regio’s verschillen in de ontwikkeling die het aandeel middeninkomens in de middeldure huur doormaakte: in Zaanstreek-Waterland, Amstelland-Meerlanden en Gooi en Vechtstreek groeiden de middeninkomens en in de andere drie regio’s daalde dit aandeel juist. Figuur 3.16 Inkomensgroepen in vrije sector huur, naar middeldure huur (€752-€1053) en dure huur (>€1053), en daaronder middeldure huur naar particuliere verhuur en corporatie verhuur, MRA, 2017-2021 (%)

vrije sector huur (> €752) vrije sector totaal 2017 2019 2021

10 7 9

dure huur 2017 2019 2021

12 15 17

8 7

5 4 5 4 12 15

5 5 5 4 11 4 7 5 2 9 7 10 3 3 9

middeldure huur 2017 2019 2021

13 9 10

11 10

17 23 25

0

16 12 12

16

13 19 58 59

19 5 5

8

20 15 14

6

48

15 17 18

40

20

36 39 35

60

20 22 18

80

% 100

middeldure huur (€752-€1053) corporatie 2017 2019 2021

15

particulier 2017 2019 2021

17

9

18

7

18

1)

groep 1

8

11

17

9

25

12

0

lage inkomens tot huurtoeslaggrens

9

5

9

21

6 7

12 29

21

19

22

18

20

19 5 8

18

19

6 10

15

18

14

13 5

40

21

16 11

23 16

60

19

%

80

100

inkomens vanaf pot. hts-groep tot en met €40.024

laagste middeninkomens (€40.024€44.635)

lagere middeninkomens (€44.635€50.030)

middeninkomens (€50.030€60.036)

hogere inkomens (€60.036€80.048)

hoogste inkomens (€80.048)

groep 2

groep 3

groep 4

groep 5

groep 6

groep 7

1) eenpersoonshuishoudens €23.725, meerpersoonshuishoudens €32.200

bron: WiMRA 2021

3.6.3 Bewoning koopvoorraad In koopsector slinkt het aandeel middeninkomens en stijgt het aandeel lage en hoge inkomens Zes van de tien woningeigenaren in de MRA heeft een hoog inkomen (>€60.036). Dit aandeel neemt toe, in 2017 ging het nog om 55%. Tegelijkertijd loopt het aandeel middeninkomens (groep 3-5) onder woningeigenaren terug en groeit de groep huishoudens met een inkomen to€40.024. In 2021 heeft 22% van de huishoudens in een koopwoning een inkomen tot de sociale

43

huurgrens. 16 Deze ontwikkeling hangt samen met de krimp van de middenklasse en groei van de lage inkomens die zich in de MRA voordoet. Figuur 3.17 Inkomensgroepen in koopwoningen, MRA, 2017-2021 (%)

koopsector Metropoolregio Amsterdam 2017 2019 2021

7,2 6,8 7,2

11,9 13,6 14,3

6 5 6 4 4 3

Zaanstreek-Waterland 2017 2019 2021

8 8 7

11 13 16

7

Almere/Lelystad 2017 2019 2021

8 8 8

14 15 15

Gooi en Vechtstreek 2017 2019 2021

7 7 8

12 12 15

Amstelland-Meerlanden 2017 2019 2021

6 5 7

9 6 4 14 15 5 3 9 13 3 3 10

Zuid-Kennemerland/IJmond 2017 2019 2021

7 6 7

12 14 15

6 4 6 3 4 3

Amsterdam 2017 2019 2021

7 7 7

13 13 13

7 5 14 6 4 10 4 3 10

0

15 11 11

15 18

14

41 45 43

6 7 4 4 4

17 12 12

19 22

16

35 37 35

7 5 7 4 5 4

15 12 14

17 16 21

33 38 34

5 5 6 3 3 3

13 10 10

14 11 11

20

14 13 17

44 48 44

15 16 17

47 48 47 15

42 45 44

11

45 49 48

14 16 12 15

60

40

%

80

100

lage inkomens inkomens

laagste

lagere

midden-

hogere

hoogste

tot huur-

vanaf

midden-

midden-

inkomens

inkomens

inkomens

toeslaggrens 1)

pot. hts-groep inkomens

inkomens

(€50.030-

(€60.036-

(€80.048)

tot en met

(€40.024-

(€44.635-

€60.036)

€80.048)

€40.024

€44.635)

€50.030)

groep 2

groep 3

groep 4

groep 5

groep 6

groep 1 1)

eenpersoonshuishoudens €23.725, meerpersoonshuishoudens €32.200

groep 7 bron: WiMRA 2021

Het aandeel woningeigenaren met een hoog inkomen (> €60.036 ) loopt uiteen van 55% in Almere/Lelystad tot 64% in Amstelland-Meerlanden. In de meeste regio’s steeg het aandeel hoge inkomens in de koopsector. Alleen in Amstelland-Meerlanden is het aandeel ten opzichte van 2019 niet verder toegenomen en in Gooi en Vechtsteek was sprake van een lichte daling. In alle regio’s liep het aandeel middeninkomens (groep 3-5) onder kopers terug. Het aandeel woningeigenaren met een laag inkomen (< €40.024) verschilt niet sterk tussen regio’s en ligt tussen de 20% en 23%. In Gooi en Vechtstreek is het aandeel lage inkomens onder woningeigenaren tussen 2019 en 2021 het sterkst gegroeid (van 20% naar 23%). Dit kan samenhangen met de vergrijzing en de relatieve inkomensachteruitgang bij ouderen.

16 Door afrondingsverschillen kunnen de werkelijke percentages, zoals genoemd in de tekst verschillen van de

opgetelde percentages uit de grafiek.

44

3.7 Woonsituatie per inkomensgroep: lage inkomens huren vooral sociaal maar vaker in de vrije sector In de voorgaande paragraaf werd gekeken hoe de verdeling van inkomens in elk woonsegment is. In deze paragraaf is het perspectief omgekeerd: hoe wonen de verschillende inkomensgroepen?

lage inkomens: 65% huurt sociaal

Lage inkomens huren minder vaak sociaal en vaker in de vrije sector Van de huishoudens met een inkomen tot €40.024, de grens voor sociale huur van corporaties, woont 65% in een sociale huurwoning. Dit aandeel neemt geleidelijk af, zowel bij de bewoning van sociale huurwoningen van corporaties als die van particulieren. De lage inkomens bewonen steeds vaker een vrije sector huurwoning van particulieren, in 2019 ging het om 6% en in 2021 om 8%. In totaal bezit een kwart van de huishoudens met een laag inkomen een koopwoning (2019:24%). Zij hebben in toenemende mate relatief lage hypotheeklasten: 20% van de huishoudens met een laag inkomen heeft een hypotheek tot €663. Hieronder vallen ook de lage inkomens met een afbetaalde hypotheek. Het zijn vooral 55-plussers en huishoudens die al langer in hun woning wonen die hypotheeklasten hebben onder de €663. Vergeleken met de andere regio’s bewonen lage inkomens in Amsterdam relatief vaak een sociale huurwoning (75%), al neemt dit aandeel wel af. In de andere regio’s woont tussen de 53% (Almere/Lelystad) en 60% (Zuid-Kennemerland/IJmond) van de lage inkomens in een sociale Figuur 3.18 Woonsegmenten lage inkomens, MRA, 2017-2021 (%)

lage inkomens (tot €40.024) Metropoolregio Amsterdam 2017 2019 2021

56 54 53

14 3 4 14 2 6 12 2 8

Zaanstreek-Waterland 2017 2019 2021

58 58 55

5 22 4 2 4 4 14

17 18 20

8 6 4

23 25 31

9 7 5

Almere/Lelystad 2017 2019 2021

46 50 47

7

Gooi en Vechtstreek 2017 2019 2021

46 48 49

11 11 8

4 7 2 8 2 7

24 27 30

9

Amstelland-Meerlanden 2017 2019 2021

46 48 47

12 10 10

5 6 3 6 3 8

21 22 25

10 11 7

Zuid-Kennemerland/IJmond 2017 2019 2021

52 51 50

12 3 3 11 2 6 10 2 7

22 25 27

8

Amsterdam 2017 2019 2021

sociale huur, corporatie

sociale huur, particulier

5 2 6 2 6 5 2 4

28 33

2 3 18 21 2 6 19 2 10

62 58 57

0 20 huur vrije sector huur, corporatie

29

40

vrije sector huur, particulier

12

9 9 10

7 7 4 4

5 4

6 4 3 %

60

80 100 koop bruto hypobruto hypotheeklasten tot theeklasten €663 van €663 en meer bron: WiMRA 2021

45

huurwoning. Niet in alle deelregio’s wonen lage inkomens vaker dan voorheen in de particuliere vrije sector. In sommige regio’s is er sprake van een schommeling of geen groei. In ZuidKennemerland/IJmond, Amstelland-Meerlanden en Amsterdam is dit aandeel wel gestegen, in Amsterdam het sterkst (van 6% naar 10%). In Amsterdam zijn lage inkomens ook minder vaak woningeigenaar (13%). In de andere regio’s woont tussen de 31% en 40% van de lage inkomens in een koopwoning. In alle regio’s neemt onder de woningeigenaren met een laag inkomen het aandeel met een lage of afbetaalde hypotheek toe, vooral in Zaanstreek-Waterland en Almere/Lelystad. Laatstgenoemde regio’s hebben traditioneel een grote koopvoorraad met relatief betaalbare woningen maar ook daar is het goedkoopste koopsegment (tot €188.000) slechts beperkt aanwezig (zie ook figuur 3.13).

midden inkomens: 22% huurt in

Ook bij middeninkomens neemt het aandeel huurders in de sociale huursector af en in de vrije sector toe Net als de lage inkomens wonen ook de middeninkomens (€40.024-€60.036) steeds minder vaak in een sociale huurwoning. Tussen 2019 en 2021 nam dit aandeel af van 25% naar 22%. Onder middeninkomens huurt een groeiend deel een woning in de vrije sector van corporaties of particulieren (van 16% naar 22%). Van de middeninkomens woont 14% in een huurwoning met een middeldure huur (€752-€1053). Ruim de helft (56%) van de middeninkomens is woningeigenaar. Deze kopers hebben ook steeds vaker een hypotheek onder de €663 (36%).

vrije sector Figuur 3.19 Woonsegmenten middeninkomens, MRA, 2017-2021 (%)

middeninkomens (€40.024-€60.036) Metropoolregio Amsterdam 2017 2019 2021

20 19 17

5

Zaanstreek-Waterland 2017 2019 2021

17 16 18

3 3 5 2 5 9 6 0 7

Almere/Lelystad 2017 2019 2021

13 11 11

6 6

2 6 2 6 2 6

7

5 6 6 6 4 6

Amstelland-Meerlanden 2017 2019 2021

12 17 13

5

Zuid-Kennemerland/IJmond 2017 2019 2021

20 20 18

sociale huur, particulier

11

35

7

7 13

20 huur vrije sector huur, corporatie

41

35

14 15 16

40

vrije sector huur, particulier

37

45 49

13

10 6 12 5 10 7

31

32 36

43 47

4 6 8 4 6 10 3 5 10

26 23 20

0

sociale huur, corporatie

4 9

28

35

18 17 14

Amsterdam 2017 2019 2021

10 14 15

5 9 8

Gooi en Vechtstreek 2017 2019 2021

2

6 6

23 19 25 22

28 24 29

38 43

20 19

28 30 41

30 26

32

29

38 44

13 19 25

18

20 21

28

18

22 20 20 17

%

60

80 100 koop bruto hypobruto hypotheeklasten tot theeklasten €663 van €663 en meer bron: WiMRA 2021

46

Het koopwoningbezit onder middeninkomens ligt het hoogst in Almere/Lelystad (73%). Van de middeninkomens in Amsterdam is een relatief klein deel in het bezit van een koopwoning (38%) en dit aandeel neemt ook alleen in deze regio af. De ontwikkeling dat middeninkomens in de MRA in toenemende mate in de vrije sector huren, doet zich alleen voor in de regio’s Amsterdam en Amstelland-Meerlanden. De afname van het aandeel middeninkomens dat in een sociale huurwoning woont is wel in bijna alle regio’s aan de orde, alleen in Almere/Lelystad schommelt dit aandeel.

hoge inkomens: 22% huurt in vrije sector

Koopwoningbezit onder hoge inkomens gedaald Onder de hoge inkomens ligt het koopwoningbezit op 72%, dit aandeel neemt af. Hoge inkomens hebben veelal een hypotheek van meer van dan €663 (47%), maar bij een groeiend deel ligt de hypotheek onder dit bedrag. Er is onder hoge inkomens een toename van huishoudens die in de particuliere vrije sector huren, in 2021 huurt 22% van de hoge inkomens in de totale vrije sector. Hoge inkomens wonen in beperkte mate in een sociale huurwoning, dit aandeel is ongeveer gelijk gebleven: 6% Het koopwoningbezit onder hoge inkomens loopt uiteen van 53% in Amsterdam tot 86% in Zaanstreek-Waterland. In de meeste regio’s neemt onder hoge inkomens het aandeel woningeigenaren af, maar in Zuid-Kennemerland/IJmond is dit gelijk gebleven en in ZaanstreekWaterland toegenomen. In Amsterdam, Almere/Lelystad en Gooi en Vechtstreek wonen hoge inkomens steeds vaker in de groeiende vrije sector, in andere regio’s is het aandeel tussen 2019 en 2021 stabiel gebleven. Hoge inkomens in Amstelland-Meerlanden wonen het minst vaak in sociale huur (3%) en in Amsterdam het vaakst (9%). Figuur 3.20 Woonsegmenten hoge inkomens, MRA, 2017-2021 (%)

hoge inkomens (> €60.036) Metropoolregio Amsterdam 2017 2019 2021

4 2 4 4 2 4 4 2 4

20

12 17 18

Zaanstreek-Waterland 2017 4 2 3 3 2019 5 1 4 5 2021 4 1 3 6

29

Almere/Lelystad 2017 30 3 6 2019 212 8 2021 2 1 4 8

24 27

Gooi en Vechtstreek 2017 3 2 3 2019 3 2 2 2021 4 1 3

8 10 10

Amstelland-Meerlanden 2017 3 0 5 2019 1 2 6 2021 3 1 5

8

23

13 14

Zuid-Kennemerland/IJmond 2017 3 1 3 7 2019 5 1 4 9 2021 4 1 4 9 Amsterdam 2017 2019 2021

sociale huur, corporatie

sociale huur, particulier

6 5 6 6 5 4 5 4 5

0 20 huur vrije sector huur, corporatie

58

23 25

60

32 36

64 61

34

24

52 51

51

62 57 57

27 26

19

50 47

64

24 26

61

28 29

22 30 34

13

40

vrije sector huur, particulier

55 51 54 53 48

15 15

40 38

%

60

80 100 koop bruto hypobruto hypotheeklasten tot theeklasten van €663 €663 en meer bron: WiMRA 2021

47

3.8 Huur- en hypotheeklasten: huren in de particuliere vrije sector het meest gestegen Deze paragraaf bespreekt de huur- of de hypotheeklasten van huishoudens in de MRA. Ook wordt besproken hoe huishoudens hun woonlasten ervaren.

gemiddelde huur: €756

Huren sterkst gestegen in particuliere vrije sector Het gemiddelde bedrag dat huurders in de MRA aan kale huur per maand betalen is gestegen van €682 in 2019 naar €756 in 2021, een stijging van 11%. In nagenoeg alle huursectoren zijn de gemiddelde huren tussen 2019-2021 sterker gestegen dan in de peridode 2017-2019. Alleen in de particuliere sociale huursector is de stijging gelijk gebleven. De huren stegen tussen 2019-2021 het sterkst voor particuliere vrije sectorwoningen (10%). Omdat dit segment is gegroeid ten koste van de sociale particuliere huurvoorraad is de invloed van de huurstijging in de particuliere vrije sector op de totale gemiddelde huur in de MRA toegenomen. Sinds april 2021 mogen de huren van zittende huurders van vrije sectorwoningen maximaal 1% bovenop de inflatie stijgen. De cijfers over 2021 in dit onderzoek hebben betrekking op de huren die respondenten in het voorjaar van 2021 betaalden aan de verhuurder. Figuur 3.21 Gemiddelde huur naar huursegment, MRA, 2017-2021 (€)

sociale huur, particulier

sociale huur, corporatie

2017 2019 2021

536 543 578

516 538 568

566 494 522

484 511 543

recent verhuisd

totaal

recent verhuisd

totaal

917

1005

1079

recent verhuisd

1218 870 910

gemiddelde huur, totaal

vrije sector, particulier

vrije sector, corporatie

1290

1403

969

totaal

1139 1183

1305

776

recent verhuisd

totaal

857

987

recent verhuisd

632 682

756

totaal

bron: WiMRA 2021

Huurders van een particuliere vrije sector woning betalen in de MRA gemiddeld €1305 aan kale huur. In deze sector is het verschil tussen de gemiddelde huur van zittende en recent verhuisden (korter dan 2,5 jaar geleden) het grootst. Recent verhuisden in de particuliere vrije huursector betalen gemiddeld €1403 aan kale huur, dat is €229 meer dan zittende huurders. In de vrije huursector van corporaties liggen de gemiddelde huren lager dan in de particuliere sector, de huren stegen hier met 6% tussen 2019-2021. Gemiddeld zijn huurders van een vrije sector huurwoning van een corporatie €969 aan huur kwijt per maand, recent verhuisden betalen gemiddeld €1079 aan huur. 48

Ook bij sociale huurwoningen van zowel particulieren als corporaties steeg de gemiddelde huur in de periode 2019-2021 met 6%.Sociale huurwoningen van particulieren zijn gemiddeld kleiner dan die van corporaties. De kale huren in de particuliere sociale huursector komen gemiddeld uit op €543. Voor sociale huurwoningen van corporaties ligt dit bedrag op €568. In de particuliere sociale huursector zijn de gemiddelde huren van recent verhuisden sterker gestegen dan die van corporaties (8% vs. 6%). Aangezien de cijfers over 2021 in het voorjaar van 2021 zijn verzameld, gaan de cijfers over de periode van vóór de eenmalige huurbevriezing die in 2021 voor lopende huurcontracten in de sociale huursector geldt. De gemiddelde huren liggen het laagst in Zaanstreek-Waterland (€632) gevolgd door die in ZuidKennemerland/IJmond (€709) en Almere/Lelystad (€717). In Amstelland-Meerlanden (€812) en Amsterdam (€784) liggen de gemiddelde huren het hoogst. In deze twee laatstgenoemde regio’s ligt het aandeel huurwoningen in de particuliere vrije sector het hoogst. Dit is ook de sector waar de gemiddelde huren tussen de regio’s het meest uiteenlopen, van €1033 in ZaanstreekWaterland tot €1368 in Amsterdam. In Gooi en Vechtstreek zijn de gemiddelde huren in de particuliere vrije huursector met 22% het hardst gestegen.

gemiddelde huurquote: 30%

Gemiddelde huurquote gestegen Huurders in de MRA zijn, na aftrek van de huurtoeslag, gemiddeld 30% van hun netto inkomen kwijt aan huur. In 2017 en 2019 lag de huurquote op 29%. In de sociale huursector bleven de huurquotes gelijk. De stijging van de gemiddelde huurquote komt vooral voort uit de stijging van de huurquote in de vrije sectorhuur. Met name in de vrije sectorhuur van particulieren steeg de gemiddelde huurquote sterk, van 33% in 2019 naar 36% in 2021. Figuur 3.22 Gemiddelde huurquote naar huursegment, MRA, 2017-2021

sociale huur, corporatie 30 29 29

recent verhuisd

28 27 27

totaal

vrije sector, corporatie 32

31 32

32 30 31

recent verhuisd

totaal

sociale huur, particulier 30 31 31

recent verhuisd

2019 27 27 27

37

recent verhuisd

2021

totaal

huurquote, totaal

vrije sector, particulier 34 34

2017

34 33

36

totaal

32 31 33

29 29 30

recent verhuisd

totaal

bron: WiMRA 2021

Recent verhuisden zijn in alle huursectoren een groter deel van hun inkomen kwijt aan huur dan zittende huurders. De huurquote van huishoudens die recent naar een huurwoning in de 49

particuliere vrije sector zijn verhuisd liggen met 37% het hoogst, gevolgd door die van recent verhuisden in de vrije sector van corporaties. In de vrije sectorhuur nam bij zowel recent verhuisden als zittende huurders de gemiddelde huurquote toe. Bij zittende huurders is deze toename waarschijnlijk een gevolg van inkomensachteruitgang. Anders dan in de vrije sector namen de huurquotes van recent verhuisden in de sociale huursector niet toe. Wel is in de particuliere sociale huursector het verschil in huurquote tussen zittende bewoners en recent verhuisden het grootst van alle huursectoren (27% vs. 31%). Vergeleken met recent verhuisden in de sociale huursector van corporaties zijn huishoudens die recent naar een sociale huurwoning van een particuliere verhuurder verhuisden ook een groter deel van hun inkomen aan huur kwijt (29% vs. 31%). Van alle huurders in de MRA heeft 15% een zeer hoge huurquote; zij zijn per maand 40% of meer van hun inkomen kwijt aan huur. In 2019 was dit het geval bij 14% van de huurders. Hoge huurquotes komen vaker voor bij recent verhuisden (22%). Het aandeel ligt het hoogst onder huurders in de particuliere vrije sector, hier heeft 29% van de recent verhuisden een huurquote van 40% of meer.

In de regio’s Gooi en Vechtstreek, Zuid-Kennemerland/IJmond en Amsterdam zijn de gemiddelde huurquotes tussen 2019 en 2021 licht gestegen, in de andere regio’s bleven ze stabiel. De gemiddelde huurquote ligt nu het hoogst in de regio Gooi en Vechtstreek (31%) en het laagst in Zaanstreek-Waterland (27%). In Zuid-Kennemerland/IJmond ligt de gemiddelde huurquote op 29% en in overige regio’s op 30%. Hoewel de gemiddelde huurquote in Zaanstreek-Waterland onveranderd is en het laagst ligt van de MRA, is er bij de recent verhuisden in deze regio wel sprake van een relatief grote stijging van de huurquote (van 28% naar 31%). Ook in Gooi en Vechtstreek is de huurquote van recent verhuisden relatief veel toegenomen (van 32% naar 35%). In deze regio is de huurquote van huurders in de particuliere vrije huursector gestegen van 35% naar 39% en is daarmee het hoogst in de MRA. Tussen de regio’s verschilt de mate waarin huurders te maken hebben met een hoge huurquote (> 40% van het inkomen). In Zaanstreek-Waterland betreft dit 10% van de huurders en in de andere regio’s ligt dit aandeel tussen de 13 en 16%.

gemiddelde hypotheekquote: 16%

Gemiddelde hypotheekquote verder gedaald Tussen 2019 en 2021 is de gemiddelde hypotheekquote, het deel van het inkomen dat woningeigenaren besteden aan hun hypotheek (minus de belastingaftrek), verder gedaald van 17% naar 16%. Recent verhuisde kopers hebben een hogere hypotheekquote, die komt net als in 2017 en 2019 uit op 21%. Woningeigenaren in de MRA betalen gemiddeld €771 aan bruto hypotheek, in 2019 ging het om €760 (zie figuur 2.23). De gemiddelde bruto hypotheeklasten liggen het hoogst in Amsterdam (€927) en het laagst in Zaanstreek-Waterland (€622). In Zaanstreek-Waterland is tussen 2019 en 2021 het gemiddelde hypotheekbedrag dat recent verhuisde kopers betalen relatief sterk gestegen (van €822 naar €933), net als in Amstelland-Meerlanden (van €1010 naar €1170). Desondanks hebben huishoudens die recent in Amsterdam een woning kochten met gemiddeld €1396 de hoogste hypotheeklasten in de MRA. De gemiddelde hypotheekquote van deze groep bedraagt 23%. In totaal heeft 13% van de huiseigenaren in de MRA een hoge hypotheekquote (>25% van het inkomen). In de regio’s loopt dit aandeel uiteen van 9% in Almere/Lelystad en ZaanstreekWaterland naar 20% in Amsterdam.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12265466/1