CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20220490901 RIB Wonen in de Metropoolregio 2021 (WiMRA) gehele rapport en Factsheet Haarlem gereed incl bijlagen

commissie Ontwikkeling 14 april 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: RIB Woonwensenonderzoek "Wonen in de Metropool 2021” (WiMRA), rapport en Factsheet Haarlem gereed (MTM)36.426 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Raadsinformatiebrief

Onderwerp Woonwensenonderzoek "Wonen in de Metropool 2021” (WiMRA), rapport en Factsheet Haarlem gereed Nummer 2022/490901 Datum college 22 maart 2022 Portefeuillehouder Meijs, M.-Th. Programma/beleidsveld 4.1 Duurzame stedelijke ontwikkeling Afdeling ECDW Auteur M.H. de Graaf Telefoonnummer 023-5113613 Email m.d.graaf@haarlem.nl Bestemd voor: Het college stuurt deze raadsinformatiebrief ter kennisname naar de commissie Ontwikkeling. Behoort bij onderwerp “ Eerste resultaten Wonen in de MRA” (WiMRA) 2021 (2022/41775) in commissievergadering (3 maart 2022). Bijlagen A. Woonwensenonderzoek “Wonen in de Metropool 2021” (WiMRA) B. Factsheet Wonen in Haarlem 2021 C. Samenvatting WiMRA 2021 Begin februari 2022 bent u via een raadsinformatiebrief geïnformeerd over het eerste deel van het woonwensenonderzoek “Wonen in de Metropoolregio 2021” (WiMRA) (2022/41775). Nu is het gehele rapport beschikbaar en de gehele Factsheet voor Haarlem. Met deze raadsinformatiebrief wordt u geïnformeerd over de aanvullende thema’s uit het WiMRA 2021 en de Haarlemse Factsheet. De resultaten zijn op MRA-niveau, waar mogelijk wordt ingezoomd op een lager schaalniveau. Op 24 maart a.s. wordt het WiMRA 2021 door de MRA openbaar gemaakt. Tot die tijd zijn de resultaten onder embargo. Rond de zomer volgt nog een informatienota over dit onderzoek.

De belangrijkste uitkomsten van dit (tweede en laatste) deel van het rapport zijn: Verhuisdynamiek (zie verder ook www.verhuisd-mra.nl) waar afzonderlijke gemeenten uitgelicht worden). De verhuisdynamiek is toegenomen. 23% van alle huishoudens is verhuisd (2019: 22%). De instroom uit het buitenland nam af. De verhuisdynamiek is binnen de MRA gegroeid. Er werd meer tussen de deelregio’s verhuisd (+10%), vooral vanuit Amsterdam. Er vertrokken meer huishoudens uit de MRA naar andere delen van Nederland (+9%). De instroom in de MRA bestaat vooral uit jonge huishoudens (< 35 jaar en zonder kinderen). Gezinnen nemen een grotere rol in de verhuisdynamiek binnen de MRA in. In de verhuisdynamiek binnen de deelregio’s zelf is het aandeel senioren relatief groot. Dit is o.a. vooral in Zuid-Kennemerland/ IJmond (21%). Lage inkomens verhuizen vaak naar wijken met veel lage inkomens en hoge inkomens naar wijken met veel hoge inkomens. Veel hoge inkomens uit Amsterdam verhuizen naar o.a. Zuid-Kennemerland/ IJmond. Het aantal verhuizingen van starters is toegenomen. Verder werd 64% van de nieuwbouw in de MRA door huishoudens uit de eigen deelregio betrokken, 21% waren huishoudens vanuit andere deelregio’s (2019: 16%). De nieuwbouw trok relatief meer huishoudens met kinderen (34%) en oudere huishoudens (55+) aan.

Verhuisgeneigdheid en woonwensen Het aandeel huishoudens dat zeker wil verhuizen de komende twee jaar is toegenomen (27%, 2019: 22%). 85% van de huurders van particuliere vrije sectorwoningen wil zeer vaak verhuizen; 51% zeker en 34% misschien (2019: 82%). ‘Dichter bij werk of studie wonen’ wordt nu minder vaak als verhuisreden genoemd. De situatie op de woningmarkt en de prijzen van koopwoningen worden vaker genoemd als reden om niet te

Kenmerk: 2022/490901

1/4

verhuizen. 60% van de verhuisgeneigden zijn vooral op zoek naar een koopwoning (2019: 58%). 30% van de doorstromers zoekt een sociale huurwoning. Eigenaren die naar een andere koopwoning willen verhuizen, hebben veel minder hypotheek nodig dan huurders die willen kopen. Acht van de tien huurders hebben bijna volledige hypothecaire dekking nodig voor de financiering van de beoogde koopwoning. Verder zoeken verhuisgeneigden vaker naar een woning met een tuin (62%) en met een werkruimte in de woning (23%). De vraag naar eengezins- (31%) of meergezinswoningen (44%) is gelijk gebleven vergelijken met 2019. De voorkeur van jonge alleenstaanden voor een grootstedelijk woonmilieu is afgenomen (2021: 17%, 2019: 10%). De algemene interesse voor meer ruime en groene woonmilieus is gegroeid (38% naar 42%). Van de huishoudens met kinderen heeft 22% een thuiswonend volwassen kind dat het huis uit wil. Deze thuiswonende volwassen kinderen zoeken relatief vaak een kamer (25%), een (sociale) huurwoning (30%) of (betaalbare) koopwoning (19%). Thuiswonende jongeren zonder duidelijke woonvoorkeur komen vaak uit gezinnen met een laag inkomen en geven aan dat de krappe woningmarkt voor hen geen opties geeft. Verhouding woningvraag en vrijgekomen aanbod Het woningaanbod (totaal aantal recent betrokken woningen) is in 2021 hoger dan in 2019. De totale woningvraag is gegroeid.

De vraag groeide harder dan de groei van het aanbod, het woningtekort is toegenomen. De grootste vraag en tekorten zijn in de sociale huur en (middel)dure koop (€188.000€438.000). Betaalbare koopwoningen (< €188.000) ontbreken zowel aan de vraagkant als aan de aanbodkant. In de dure huur (>€1400) is er meer aanbod dan vraag, vooral in Amsterdam. De vraag naar middelgrote woningen (60-100 m2) is het grootst; het tekort ook. Prettig Wonen Bewoners geven gemiddeld een 7,7 voor de buurttevredenheid. De hoogste tevredenheid is o.a. in de gemeenten Bloemendaal en Heemstede (8,5 en 8,3). De buurttevredenheid scoren in gebieden van Velsen, Haarlem (deel Schalkwijk) en Heemskerk lager, tussen de 6,0 en 7,0. Verder zijn bewoners positiever over de ontwikkeling van de buurt geworden (7,2 gemiddeld) (2019: 7,1). Tevredenheid over de woning scoort het hoogst (7,3), de inrichting van de woonomgeving (7,2) en het aanbod van openbaar vervoer (7,3) scoren voldoende. Het aanbod van culturele voorzieningen (6,1), buurt- en wijkcentra (6,4), en horeca (6,5) scoren het laagst. Bewoners voelen zich in sterke mate thuis in hun buurt (7,9), ze vinden de buurt geschikt om oud in te worden/ kinderen in op te laten groeien/ tevreden over de manier waarop bewoners met elkaar omgaan. De mate waarin bewoners zelf contact hebben met buren wordt lager, maar voldoende, gewaardeerd.

De veiligheidsbeleving is gunstig. Er wordt weinig burenoverlast en overlast van andere mensen in de buurt ervaren. Door corona is men meer thuis, toch zijn er beperkte verschuivingen in de ervaren leefbaarheid. Er wordt wat meer overlast door parkeren, vervuiling en door buren ervaren, maar wel toename van burenhulp. De woningtevredenheid wordt met 7,9 beoordeeld (iets afgenomen), mogelijk vanwege meer zicht op woninggebreken. Eigenaren geven een 8,4, huurders in de vrije sector geven een 7,5 en in de sociale sector: 7,2. Verder vindt 88% de woninggrootte passend. 9% woont te klein. Jongeren (tot 35 jaar), eenoudergezinnen, huishoudens in woningen tot 40 m² en bewoners van particuliere sociale huurwoningen geven relatief vaak aan te klein te wonen. Verduurzaming woningvoorraad 14% van de woningen heeft zonnepanelen (in 2019: 9%). Er is vooral groei bij koopwoningen (van 15% tot 23%). Het aandeel zonnepanelen bij sociale huurwoningen is klein, maar groeit. 33% heeft interesse in zonnepanelen (2019: 36%), vooral eigenaar-bewoners. Er is minder interesse door toename van het aandeel woningen dat al zonnepanelen heeft en mogelijk remt de vergrijzing de belangstelling. Zonnepanelen zijn Kenmerk: 2022/490901

2/4

vooral aanwezig in gebieden met veel (relatief recente) eengezinswoningen, maar minder in stedelijke kernen. 20% heeft interesse in isolatiemaatregelen zoals vloerisolatie (20%) of gevel- en dakisolatie (23%). Daarnaast heeft 11% heeft belangstelling voor groene daken (2019: van 8%). 8% van de woningen heeft een kachel of een boiler, dit is vooral in (oudere) koopwoningen en particuliere huurwoningen met een sociale huur. 7% van de woningen is niet geïsoleerd, dat zijn vooral particuliere sociale huurwoningen. 48% van de bewoners is bereid te investeren in verduurzaming (in 2019 50%). 14% vindt de woning voldoende duurzaam. 38% van de bewoners wil of kan zeker niet investeren in (verdere) verduurzaming van de woning of een hogere huur betalen. 43% noemt de hoge kosten: dat zijn vooral bewoners van sociale huurwoningen. Vergrijzing remt verduurzaming: ouderen zijn veelal minder bereid om in verduurzaming te investeren. Factsheet Wonen Haarlem (belangrijkste uitkomsten van tweede en laatste deel) 21% van alle huishoudens zijn binnen of naar Haarlem verhuisd. Er verhuisden meer jonge huishoudens < 35 jaar zonder kinderen, door vooral instroom uit andere delen van de MRA (vooral uit Amsterdam, Haarlemmermeer, Velsen en Heemstede). Het aantal starters is toegenomen. 57% van de Haarlemse huishoudens heeft verhuisplannen; 27% wil zeker verhuizen, 30% misschien.

Dit is wat hoger dan gemiddeld in ZuidKennemerland, maar vergelijkbaar met het gemiddelde in de MRA. 87% van de jonge huishoudens zonder kinderen heeft zeer vaak verhuisplannen. Huishoudens > 55 jaar zonder kinderen zijn het minst verhuisgeneigd (43%). In de vrije sector huur wil 89% zeker/ misschien verhuizen, 59% van de sociale huurders en 48% van de woningeigenaren wil zeker/ misschien verhuizen. 75% van de huishoudens die willen verhuizen, wil in Haarlem blijven, 3% wil naar een andere gemeente in Zuid-Kennemerland. Als men buiten ZuidKennemerland wil verhuizen, dan wil men vooral naar Amsterdam, Haarlemmermeer, Velsen of een gemeente buiten de MRA. 39% van de huishoudens, die in/ naar Haarlem wil verhuizen, zoekt een eengezinswoning, 32% een meergezinswoning, 29% heeft geen voorkeur. 72% zoekt een koopwoning; 26% zoekt een woning in de prijsklasse €296.000-€438.000, 36% zoekt > €438.000. 52% wil een woonoppervlak van 60-100 m2, 35% wil een woning van minimaal 100 m2. 69% zoekt een woning met een tuin, 23% met een werkkamer, 27% wil een gelijkvloerse woning. 27% zoekt een rustig stedelijk woonmilieu, dit is hoger dan in Zuid-Kennemerland, maar lager dan in de MRA, 22% wil een gevarieerd woonmilieu (MRA: 15%), 21% wil een ruim ingericht milieu (2019: 19%). De tevredenheid over leefbaarheidsaspecten in Haarlem, ligt op het gemiddelde van de MRA.

De tevredenheid over de woning krijgt gemiddeld een 7,9 en die over de buurt een 7,7. In Vondelkwartier en Parkwijk ligt de verwachting over de buurtontwikkeling het laagst met een 6,8 en in Haarlemmerhoutkwartier het hoogst (8,3). Het burencontact is hoog (8,1) in de Waarder- en Veerpolder, maar het winkelaanbod krijgt een 5,2. In Spaarndam is men ontevreden over het OV (4,4). Bewoners van Delftwijk en Parkwijk voelen zich verhoudingsgewijs niet zo veilig ‘s avonds in de buurt (6,0 en 6,1) maar bewoners in Duinwijk juist wel (8,4). 8% vindt de woning te klein. Vooral gezinnen en huishoudens < 65 jaar zonder kinderen vinden de woning te klein, dit is wel gedaald. 3% vindt de woning te groot (net als in de MRA). 6% van de oudere huishoudens zonder kinderen vindt de woning vaak te groot (2019: 7%). 13% vindt dat de woning al voldoende duurzaam is (MRA: 15%). 51% is bereid te investeren in de verduurzaming van de woning of hiervoor een hogere huur te betalen, 35% kan niet of is niet bereid om te investeren (huurders: 54% en woningeigenaren: 19%). 14% heeft zonnepanelen op de woning (2019: 8%), 34% heeft Kenmerk: 2022/490901

3/4

interesse in zonnepanelen. De interesse in een groen dak is gegroeid van 7% in 2019 naar 10% in 2021. 3% heeft een warmtepomp. 26% heeft vloerisolatie (2019: 24%). 46% van de huishoudens in Haarlem geeft aan dat de woning gevel- en dakisolatie heeft. De volledige uitkomsten zijn na te lezen in bijlage A: “Wonen in de Metropoolregio 2021” (WiMRA) en bijlage B: Factsheet wonen Haarlem. Bijlage C: geeft de samenvatting weer van deze nieuwe uitkomsten. Zie verder: Wonen in de Metropoolregio Amsterdam (WiMRA) 2021 - metropoolregioamsterdam en de Dashboard: Online dashboard voor onderzoek Wonen in de Metropoolregio Amsterdam (WiMRA) metropoolregioamsterdam Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris,

de burgemeester,

Kenmerk: 2022/490901

4/4

Wonen in de Metropoolregio 2021

Onderzoek en Statistiek

1

Colofon Het onderzoek is uitgevoerd door Onderzoek en Statistiek, gemeente Amsterdam in opdracht van de Metropoolregio Amsterdam en Platform Woningcorporaties Noordvleugel Randstad. Het onderzoek is begeleid door de deelnemende gemeenten en corporaties. Begeleidingscommissie: Lisan Wilkens, Metropoolregio Amsterdam Steven Kromhout, Platform Woningcorporaties Noordvleugel Randstad Renée Kuit, gemeente Zaanstad Monique van Diest, gemeente Purmerend Nikkie Gerritsen, gemeente Almere Siemen Tjalsma, gemeente Almere Monique van Doorn, gemeente Almere Betty Boerman, regio Gooi en Vechtstreek Marian Prins, regio Amstelland-Meerlanden Gerard Jager, gemeente Diemen Martine de Graaf, gemeente Haarlem Kees Dignum, gemeente Amsterdam Vera Berkers, gemeente Amsterdam Tessie Dijkers, provincie Noord-Holland

Auteurs: Laura de Graaff, O&S Amsterdam Feiko de Grip, O&S Amsterdam Bart Sleutjes, O&S Amsterdam Hester Booi, O&S Amsterdam Onderzoek en Statistiek (O&S) Weesperstraat 113-117 1018 VN Amsterdam 020-2510333 onderzoek.amsterdam.nl h.booi@amsterdam.nl Alle WiMRA publicaties zijn te vinden op: onderzoek.amsterdam.nl/dossier/wimra

Amsterdam, onder embargo tot 24 maart 2022 Foto voorzijde: Houthavens Amsterdam, 2021. Fotograaf: E. van Eis

2

Inhoud

1 Inleiding

5

1.1 Leeswijzer inkomensgroepen en woonsegmenten 1.2 Onderzoeksverantwoording

6 7

Samenvattend: Wonen in de Metropoolregio Amsterdam 2021 in perspectief

8

2 Wonen in de Metropoolregio Amsterdam 2021 in perspectief

9

2.1 Regioprofielen 18 2.1.1 Amsterdam: magneet voor jonge huishoudens vanuit Nederland en het buitenland19 2.1.2 Zaanstreek-Waterland: relatief betaalbaar en aantrekkelijk voor lagere inkomens 20 2.1.3 Almere/Lelystad: een gezinsmilieu met relatief veel middeninkomens 21 2.1.4 Gooi en Vechtstreek: vergrijst en nieuwe instroom van gezinnen met een hoog inkomen 22 2.1.5 Amstelland-Meerlanden: veel hoge inkomens en relatief veel dure huur 23 2.1.6 Zuid-Kennemerland/IJmond: van dure woonmilieus tot relatief betaalbaar 24

Deel I: Woningvoorraad en Bewoning

25

3 Woningvoorraad en bewoning

26

3.1 Groei Metropoolregio Amsterdam stagneerde in 2020 27 3.2 Inkomensontwikkeling: in meeste regio’s toename lage inkomens 28 3.3 Woningvoorraad groeit met ruim 15.000 per jaar 32 3.4 Ontwikkeling woningvoorraad: toename vrije sector huur 33 3.5 Vergelijking inkomens en woonsegmenten: ruimte voor lage inkomens verder afgenomen 39 3.6 Bewoning woningvoorraad: toename lage inkomens in sociale huursector, vrije huursector en koopsector 40 3.6.1 Bewoning sociale huurvoorraad 40 3.6.2 Bewoning vrije sector huurvoorraad 42 3.6.3 Bewoning koopvoorraad 43 3.7 Woonsituatie per inkomensgroep: lage inkomens huren vooral sociaal maar vaker in de vrije sector 45 3.8 Huur- en hypotheeklasten: huren in de particuliere vrije sector het meest gestegen 48

4 Woningaanbod 4.1 Recent betrokken woningen: grote rol voor particuliere huur 4.2 Recent verhuisden: groeiende rol particuliere vrije sector huur 4.3 Verhuisstappen recent verhuisden: instromers betrekken particuliere huur 4.4 Redenen om te verhuizen binnen de MRA: woonsituatie verbeteren

Deel II: Verhuisdynamiek en Woonwensen

55 55 56 58 61

63 3

5 Verhuisdynamiek 5.1 Verhuisdynamiek: meer verhuizingen binnen de MRA, minder instroom uit het buitenland 5.1.1 Instroom uit het buitenland afgenomen 5.1.2 Meer uitstroom naar overig Nederland dan instroom 5.1.3 Meer verhuizingen binnen de MRA, nu ook meer verhuizingen naar Amsterdam 5.2 Verhuisdynamiek per wijk: Meeste dynamiek in nieuwbouwwijken, binnensteden en studentenwijken 5.3 Verhuisgedrag per wijk en levensfase 5.4 Verhuisgedrag per wijk en inkomensgroep 5.5 Verhuisgedrag starters: meer starters verhuisd dan voorgaande jaren 5.6 Verhuizers naar nieuwbouw: 19.000 huishoudens in nieuwbouw

6 Verhuisgeneigdheid en woonwensen 6.1 Toename aandeel huishoudens dat wil verhuizen 6.2 Gewenst segment: vraag naar koop toegenomen 6.3 Benodigde hypotheek verschilt sterk tussen starters en doorstromers 6.4 Woonmilieuvoorkeuren divers en enigszins veranderd 6.5 Bij één op de vijf huishoudens heeft de coronacrisis de woonwensen beïnvloed 6.6 Woonwensen thuiswonende kinderen

7 Verhouding woningvraag en vrijgekomen aanbod 7.1 Woonwensen en recent verhuisden: woningtekort verder toegenomen

64 65 66 67 69 72 73 76 79 81

84 84 88 89 94 97 98

103 103

Deel III: Prettig Wonen en Duurzaamheid

108

8 Prettig wonen

109

8.1 Grote verschillen in leefbaarheid in de MRA 8.2 Tevredenheid met de woning licht afgenomen 8.3 Ervaren passendheid van de woning blijft gelijk

9 Verduurzaming woningvoorraad 9.1 Aanwezigheid van duurzame voorzieningen 9.2 Interesse in verduurzaming van de woning 9.3 Afnemende bereidheid of mogelijkheid om te investeren in verduurzaming

110 121 123

127 127 132 136

4

1 Inleiding

Het onderzoek ‘Wonen in de Metropoolregio Amsterdam’ (WiMRA) 2021 geeft de ontwikkelingen weer in de betaalbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit van het wonen in de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Het onderzoek gaat in op de positie van de verschillende deelregio’s daarbinnen en op de verschillen die er zijn tussen bijvoorbeeld woonsegmenten, inkomensgroepen en huishoudentypen. Naast deze rapportage zijn er factsheets per gemeente en zijn er verschillende dashboards waarin de cijfers worden weergegeven. Alle publicaties, ook van voorgaande edities, zijn hier te vinden: onderzoek.amsterdam.nl/dossier/wimra. De MRA is een samenwerkingsverband van 31 gemeenten, twee provincies (Noord-Holland en Flevoland) en de Vervoerregio Amsterdam. Met de MRA Agenda als basis wordt samengewerkt op het gebied van Ruimte, Economie en Mobiliteit, en ook op het gebied van Wonen. Het WiMRA is onderdeel van het programma Bouwen en Wonen. Gezamenlijk onderzoek en kennisdeling is één van de pijlers onder de samenwerking op het gebied van bouwen en wonen in de MRA. Het WiMRA is een belangrijke bron voor regionaal inzicht in de werking van en samenhang op de woningmarkt en voor het gesprek over de woningbouwopgave en de betaalbaarheid van het wonen.

Het WiMRA wordt uitgevoerd in opdracht van de Metropoolregio Amsterdam en de corporaties vertegenwoordigd in de MRA, waaronder leden van het Platform Woningcorporaties Noordvleugel Randstad (PWNR).

5

1.1 Leeswijzer inkomensgroepen en woonsegmenten In de hoofdstukken zijn inkomensgrenzen en huur- en koopklassen een terugkerend element. Hiervoor wordt de onderstaande indeling gehanteerd (tabel 1.1). Voor elke inkomensgroep is bepaald welke huur- en koopklasse bereikbaar en/of passend is. De huurgrenzen volgen uit het huurbeleid. De koopklassen zijn bepaald op basis van de leennormen per inkomensgroep. De hypotheeklasten zijn daar weer een afgeleide van. In de grafieken in dit rapport krijgen de corresponderende inkomens-, huur- en koopklassen steeds gelijke kleuren. Tabel 1.1 Woonsegmenten koop en huur en bijbehorende inkomensgroepen, 2021

Segment

€ kale huur per maand

WOZ waarde koop

bruto hypotheek /maand

doelgroep tot huurtoeslaggrens 1

tot €633

tot €98.000

tot €311

doelgroep tot huurtoeslaggrens 2

€633€679

€98.000€147.000

€679 €752

€ netto/ maand

inkomensgroep (€ bruto per jaar)

tot €1701

€311 - €466

lage inkomens tot huurtoeslaggrens 1 €23.725 groep 1 lage inkomens tot huurtoeslaggrens 2 (€23.725 - €32.200) groep 1

€147.000€188.000

€466 - €596

lage inkomens huurtoeslaggrens tot €40.024 groep 2

€2089 €2502

€752

€ 209.000

€596 - €663

lage middeninkomens: €40.024 tot €44.655

groep 3

€2502 €2767

middelduur 1

€752 €940

€209.000€237.000

€663 - €751

lage middeninkomens: €44.655 tot €50.030

groep 4

€2767€2994

middelduur 2

€940 €1053

€237.000 €296.000

€751 - €938

middeninkomens: €50.030 tot €60.036

groep 5

€2994€3419

duur 1

€1053 €1400

€296.000 €438.000

hoge inkomens: €60.036 tot €938 - €1389 €80.048 groep 6

duur 2

vanaf €1400

vanaf €438.000

vanaf €1389

bereikbaar grens boven trendmatige huurverhoging sociale huur

hoogste inkomens: €80.048 en meer groep 7

€1701 €2089

€3419 €4206 €4206 en meer

De inkomensgrens voor de huurtoeslag is voor eenpersoonshuishoudens €23.725 (huurtoeslaggrens 1) en voor meerpersoonshuishoudens €32.200 (huurtoeslaggrens 2). De door de Europese Unie en de rijksoverheid sinds 2011 gehanteerde inkomensgrens ligt in 2021 op €40.024. Van de vrijkomende gereguleerde huurwoningen van corporaties moet 90% worden toegewezen aan de huishoudens met een inkomen tot €40.024. De overige 10% mogen corporaties vrij toewijzen. De grens voor de boventrendmatige maximale huurverhoging voor sociale huurwoningen ligt in 2021 op €44.655. Echter, vanwege de huurbevriezing (geldig tot 30 juni 2022) is deze voor 2021 op 0% gezet. Huur- en koopklassen Op basis van de huurprijs wordt bepaald of een huurwoning een vrije sector woning of een sociale huurwoning is. Ligt de kale huurprijs boven de liberalisatiegrens (€752) dan wordt een woning in dit rapport ingedeeld bij de vrije sector. De koopvoorraad wordt ingedeeld in WOZ-klassen. Dit zijn de WOZ-waarden van 1/1/2021, met het prijspeil van 2020.

6

1.2 Onderzoeksverantwoording Het onderzoek “Wonen in de Metropoolregio Amsterdam” (WiMRA) bestaat uit een grootschalige enquête waaraan in totaal ruim 50.000 respondenten uit de MRA hun medewerking hebben verleend. Huishoudens zijn bevraagd over hun huidige en vorige woonsituatie, hun woonlasten en woonwensen. Het veldwerk is, net als de voorgaande edities, uitgevoerd in de periode april-juni. Daarnaast bevat het onderzoek een verhuizingenbestand, opgebouwd uit registratiedata (CBS). Dit bestand bevat gegevens over alle verhuizingen in de MRA in de periode 2019-2020, aangevuld met kenmerken (huishoudsamenstelling, leeftijd, inkomen, opleiding, etc.) van alle huishoudens. De data uit het hoofdstuk ‘Verhuisdynamiek’ zijn hierop gebaseerd. Het onderzoek ‘Wonen in de Metropoolregio Amsterdam’ wordt sinds 2017 tweejaarlijks uitgevoerd. In 2013 en 2015 is het onderzoek ook regionaal uitgevoerd, in de voormalige Stadsregio plus Haarlem en Almere. In Amsterdam wordt het onderzoek ‘Wonen in Amsterdam’ sinds 1995 tweejaarlijks uitgevoerd. Het WiMRA-onderzoek sluit aan op dit Amsterdamse onderzoek. Steekproeven e steekproefkader De steekproeven voor dit onderzoek zijn aangeleverd door de gemeenten. Hen is gevraagd een steekproef te leveren van personen, met maximaal één persoon per adres, niet zijnde een inwonend kind.

De aanlevering en verwerking van de persoonsgegevens is gedaan volgens de richtlijnen die de AVG stelt. Tehuisbewoners en bewoners ouder dan 85 jaar vallen buiten de steekproef. Studenten in zelfstandige studentenwoningen maken wel deel uit van de steekproef. Studenten in onzelfstandige eenheden vallen er grotendeels buiten omdat zij geen eigen adres hebben. Weging van het bestand Het enquêtebestand wordt gewogen naar het totaal aantal bewoonde woningen in de gemeente (of deelgebied daarbinnen). Er wordt gewogen naar de volgende kenmerken: eigendomsverhouding van de woning, huishoudenstype, leeftijd van de hoofdbewoner en opleidingsniveau van de hoofdbewoner. De antwoorden op de vragen die in de enquête zijn gesteld, zijn daarmee representatief voor alle zelfstandig wonende huishoudens in de MRA. Er wordt gewerkt met twee wegingen: één die opweegt naar de bewoonde woningen en één die opweegt naar de woningvoorraad (inclusief leegstand). In de meeste gemeenten is het aantal bewoonde adressen gelijk aan het aantal huishoudens en gelijk aan het aantal woningen. In grotere gemeenten loopt dit echter niet altijd gelijk op. Met name in Amsterdam is hier sprake van, maar ook in andere grote plaatsen met een oudere woningvoorraad.

Hier wonen vaker meerdere huishoudens op één adres en wonen huishoudens vaker buiten de woningvoorraad (bijvoorbeeld in woonboten of bedrijfsgebouwen), waarmee het aantal huishoudens groter is dan de woningvoorraad. Rapportage en weergaven van de resultaten In het rapport wordt steeds gerapporteerd op afgeronde percentages (zonder decimalen). De figuren in dit rapport zijn gemaakt op basis van de onafgeronde percentages. Het kan daarom voorkomen dat de staven in de figuur een verschil laten zien, terwijl dit in de (afgeronde) percentages niet het geval is. In dat geval zijn de verschillen dus kleiner dan 1%. Er wordt een ondergrens aangehouden van minimaal 50 respondenten om over een groep te kunnen rapporteren. 7

Samenvattend: Wonen in de Metropoolregio Amsterdam 2021 in perspectief

Foto: Uitzicht over Amsterdam, 2021. Fotograaf: E. van Eis.

8

2 Wonen in de Metropoolregio Amsterdam 2021 in perspectief

De resultaten uit ‘Wonen in de Metropoolregio Amsterdam 2021’ laten zien dat de druk op de woningmarkt verder is toegenomen. Prijzen op zowel de koop- als de huurmarkt zijn sterk gestegen. De risico’s op betaalbaarheidsproblematiek zijn door de hoge prijzen toegenomen en de mogelijkheden om een betaalbare woning te vinden, zijn afgenomen. Veel trends die in de meting van 2019 zijn waargenomen, hebben zich daarmee doorgezet. Een aantal andere trends is licht gewijzigd. De coronapandemie heeft ertoe bijgedragen dat een groter deel van de huishoudens ruimer wil wonen. Ook is de ervaring van de buurt veranderd, zowel ten goede als ten slechte. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op deze en andere resultaten uit deze meting en worden de resultaten in een bredere context geplaatst. Groeiend aandeel hoge inkomens De MRA is relatief welvarend, het gemiddelde inkomen in de MRA ligt boven het landelijk gemiddelde. 1 De aantrekkelijkheid van de regio voor hoger opgeleiden door de aanwezigheid van werkgelegenheid voor deze groep is een belangrijke motor achter de groeiende welvaart. De groep huishoudens met een hoog inkomen (>€60.036) is met 42% groot. Bovendien is deze groep gegroeid. Tegelijkertijd is er een grote groep lage inkomens (42% tot €40.048), waarbij de laagste inkomens daarbinnen in 2021 zijn toegenomen (van 23% naar 24%).

Over een langere periode bezien valt vooral de afname van de middeninkomens op (€40.024 - €60.036: van 22% in 2017 naar 16% in 2021). Prijzen koopwoningen en vrije sectorhuur ondanks pandemie verder gestegen De aantrekkelijkheid van de MRA wordt ook weerspiegeld in de hoge woningprijzen. Aan het begin van de pandemie was bij velen de verwachting dat de prijzen zouden dalen door een dalend vertrouwen in de markt door onzekerheid en economische recessie. 2 Het tegenovergestelde bleek te gebeuren. Zo zijn de prijzen op de koopmarkt alleen maar verder gestegen. In het vierde kwartaal van 2021 lag de gemiddelde verkoopprijs van een woning in de MRA op €520.000, ruim een ton boven het Nederlands gemiddelde (€403.000). 3 Ook voor de huurmarkt was de verwachting dat de prijzen in de vrije sector iets zouden dalen. Uit de WiMRA meting van 2021 blijkt echter dat de gemiddelde aanvangshuur van een particuliere vrije sectorwoning in de MRA weer verder gestegen is, van €1290 in 2019 naar €1403 in 2021. Er is wel een kleine prijsdaling geweest, maar deze bleek van korte duur. Dit gebeurde op het moment dat zowel verhuizingen uit het buitenland als het toerisme sterk verminderen. Hierdoor nam de vraag naar vrije sector huurappartementen tijdelijk af, terwijl het aanbod

1 https://onderzoek.amsterdam.nl/interactief/staat-van-de-metropoolregio-amsterdam

2 Het CBS spreekt bijvoorbeeld van dat er ‘geen effecten te zien zijn van de coronacrisis’ waar de veronderstelling uit

spreekt dat deze wel verwacht waren. https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/welvaart-in-coronatijd/woningmarkt

3 Bron: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83625NED/table?ts=1645546474556, eigen berekening.

9

toenam met woningen die voorheen aan toeristen werden verhuurd. Beide ontwikkelingen zorgden voor een tijdelijke prijsdaling. 4 Betaalbaarheid en toegankelijkheid woningmarkt verder afgenomen Op het gebied van de betaalbaarheid en toegankelijkheid van de woningmarkt hebben de trends die geconstateerd werden in ‘Wonen in de Metropoolregio Amsterdam 2019’ zich voortgezet. De ruimte voor lage en middeninkomens op de woningmarkt is verder afgenomen. Van alle huishoudens in de MRA heeft 42% een laag inkomen (tot €40.024 bruto). Voor deze groep zijn sociale huurwoningen van corporaties of particulieren en koopwoningen tot €188.000 betaalbaar. Dit deel van de woningvoorraad is in de MRA gekrompen en ligt in 2021 op 38%. De afname van het aandeel sociale corporatiewoningen is gestopt en betreft nu 30% van de voorraad, maar de sociale huur van particulieren nam wel verder af, van 8% naar 7%. Daarnaast is het aandeel betaalbare koopwoningen nagenoeg nihil (tot €188.000; 1%). Ook in de voorheen meer betaalbare regio’s Almere/Lelystad en Zaanstreek-Waterland is dit segment betaalbare koop zeer klein (respectievelijk 6% en 3% van de woningvoorraad). Huishoudens met een middeninkomen (€40.024 - €60.036; 16%) hebben beperkt toegang tot de sociale huursector en zijn voornamelijk aangewezen op de vrije markt. Zij kunnen op basis van hun inkomen een woning kopen tot €296.000.

Ook het aanbod van dit middeldure koopsegment wordt met de stijgende woningprijzen snel kleiner. In Amsterdam, Amstelland-Meerlanden, Gooi en Vechtstreek en Zuid-Kennemerland is dit segment nauwelijks nog aanwezig. Om de betaalbare en middeldure koop beter beschikbaar te houden voor woningzoekenden wordt in verschillende gemeenten gewerkt aan een opkoopbescherming. Deze bescherming houdt in dat de koper de woning niet mag kopen om te verhuren, maar er zelf in moet gaan wonen. Dit weert beleggers en kan een matigende werking op de prijs hebben. Er is de afgelopen jaren ingezet op het bouwen van middeldure huurwoningen voor middeninkomens. Deze woningen worden soms voorzien van extra garanties die ervoor moeten zorgen dat zij voor langere tijd in het middeldure huursegment verhuurd worden en/of verhuurd worden aan specifieke (beroeps)-)groepen. Inmiddels zijn de eerste middeldure huurwoningen opgeleverd die onder deze voorwaarden zijn gebouwd. Het aandeel middeldure huurwoningen in de totale voorraad is echter niet toegenomen, maar gelijk gebleven op 7%. Dit komt doordat prijzen in de bestaande huurwoningvoorraad konden blijven stijgen, omdat hiervoor geen vergelijkbare regulerende voorwaarden voor verhuur gelden.

4 Bron: https://www.pararius.nl/nieuws/opnieuw-dalende-huurprijzen-in-vrije-sector.

10

1,2

Hoe ontwikkelen de inkomens zich? De groep met lage inkomens neemt licht toe, mede door de vergrijzing. Na het pensioen daalt van een deel van de ouderen het inkomen. lage inkomens tot en met €40.024 tot de huurtoeslaggrens en vanaf de huurtoeslaggrens 25%

middeninkomens €40.024 - €60.036

15%

De toename van hoge inkomens komt mede door het groeiend aantal hoger opgeleiden in de MRA.

37% middeninkomens nemen af

23%

18%

18%

2019

De MRA trekt relatief veel hoger opgeleiden vanwege de aanwezigheid van twee grote universiteiten, meerdere hogescholen en omdat er veel werk is voor hoger opgeleiden.

41% opnieuw afname

24% 2021

hogere inkomens vanaf €60.036

23%

2017

18%

miljoen huishoudens

16%

42%

Inkomensgroepen in de MRA bruto jaarinkomens per huishouden, inclusief studenten Bron: WiMRA 2021

Hoe is de woningvoorraad verdeeld? 48%

31%

1,15

48%

miljoen woningen

48%

vrije sector corporaties 4%

2017 2019 2021 Het aandeel koopwoningen bleef gelijk.

9% 30% 2017

8% 30%

2019 De sociale huurvoorraad van corporaties is stabiel, die van particulieren neemt af.

sociale huur corporaties

12% 2021 vrije sector particulier

3% 11% 2019

7% sociale huur

Het aandeel huurwoningen in de vrije sector nam toe.

4%

particulier

8% 2017

2021

Bron: WiMRA 2021

Het aanbod in de vrije sector groeit door nieuwbouw en liberalisering. Bij liberalisering vallen particuliere huurwoningen na een stijging van de huurprijs niet meer onder de sociale huur maar in de vrije sector. Van de mensen die recent verhuisd zijn ging 30% naar een particuliere vrije sector woning, twee jaar terug was dit nog 25%.

Wat geven huishoudens uit aan wonen? Huurders besteden een groot deel van hun inkomen aan wonen. Vooral in de vrije sector liggen de huren hoog, recent verhuisden betalen hier € 1365,- aan kale huur per maand. Voor 28% van deze huurders is dit 40% of meer van hun inkomen.

Kopers besteden een kleiner deel van hun inkomen aan hun woning.

Gemiddelde kale maandhuur corporatie en particuliere sociale huur, 2021 € 564,-

Gemiddelde hypotheek per maand, bruto,

huurders Gemiddeld deel van het inkomen besteed aan wonen

27%

€ 574,-

Gemiddelde kale maandhuur corporatie en particuliere vrije sector, 2021 € 1225,-

recent verhuisde huurders 29%

huurders Gemiddeld deel van het inkomen besteed aan wonen

35%

€ 1365,-

2021

recent verhuisde huurders 36%

Gemiddeld deel van het inkomen besteed aan wonen

€ 771,-

€ 1147,-

kopers

recent verhuisde kopers

16%

21%

Bron: WiMRA 2021

Meer verhuizingen binnen de MRA, maar ook meer uitstroom De woningvoorraad in de MRA groeit, met tussen de 10.000 en 15.000 woningen per jaar in de afgelopen jaren. 5 De groei komt iets tegemoet aan de toenemende vraag en geeft meer huishoudens de mogelijkheid om een woning te vinden. De verhuisdynamiek nam in 2019-2020 licht toe: 23% van de huishoudens is in de afgelopen twee jaar verhuisd, in 2017-2018 gold dit voor 22%. Met name de dynamiek binnen de MRA nam toe. Opvallend is de stijging van het aantal starters dat een woning vond in de MRA. In 2019-2020 waren dit er 40.000; in de twee jaar daarvoor 38.000. Het aandeel starters was het hoogst in het noordelijke deel van de MRA (Zaanstreek-Waterland en IJmond). Tegelijkertijd is de uitstroom van huishoudens uit de MRA naar een gemeente elders in Nederland toegenomen. In 2019-2020 vertrokken er 42.000 huishoudens naar elders in Nederland, in 2017-2018 waren dit er 38.000. 6 Dit is een voortzetting van een trend die al eerder is ingezet. 7 De meeste verhuizingen in de MRA vonden plaats binnen de deelregio’s (78%). Wanneer er over de grenzen van de deelregio’s heen verhuisd wordt, dan is dat meestal vanuit of naar Amsterdam (18%). Verhuizingen tussen de andere deelregio’s komen veel minder voor (5%).

Binnen de MRA verhuizen huishoudens met een laag inkomen vooral naar wijken met veel lage inkomens en verhuizen hoge inkomens vaak naar wijken met veel hoge inkomens. Dit patroon zien we terug op het niveau van de deelregio’s. Zo verhuizen hoge inkomens uit Amsterdam meestal naar de rijkere delen van de MRA met veel koopwoningen in het duurdere segment (Gooi en Vechtstreek, Zuid-Kennemerland, Amstelland-Meerlanden). Lage inkomens verhuizen vanuit Amsterdam het vaakst naar Zaanstreek-Waterland, en dan vooral naar de delen waar al veel lage inkomens wonen en relatief veel corporatiebezit is. Mede hierdoor blijft de ruimtelijke spreiding van inkomensgroepen binnen de regio grotendeels in stand. Particuliere vrije huursector tijdelijk uitwijksegment Ondanks de groeiende woningvoorraad en toegenomen dynamiek, is de krapte op de woningmarkt verder opgelopen in 2021. Het aanbod nam toe, maar de vraag groeide sterker. Van alle zelfstandig wonende huishoudens in de MRA wil 27% zeker binnen twee jaar verhuizen. In 2019 ging het nog om 25% en in 2017 om 22%. Eén van de motoren achter de toenemende verhuisgeneigdheid is de groei van de particuliere vrije sectorhuur waar de dynamiek relatief groot is. Dit segment is gegroeid van 8% in 2017 naar 12% in 2021. Hoewel dit in de voorraad nog een relatief klein aandeel is, is het een relatief groot en groeiend deel van het beschikbare aanbod.

Bijna één derde van de recent verhuisden betrok een particuliere vrije sectorwoning. De helft van de huurders in dit segment wil zeker binnen twee jaar (weer) verhuizen. De belangrijkste redenen hiervoor zijn de hoge huur en de wens om een woning te kopen. Voor veel woningzoekenden is huren in de vrije sector de enige optie, omdat kopen onbereikbaar is (te duur, geen toegang tot hypotheek) of omdat sociale huur ontoegankelijk is (te hoog inkomen, te weinig inschrijfduur). Zij zijn aangewezen op de woningen waar ze wel in terecht kunnen en gebruiken de particuliere vrije sector als tijdelijk uitwijksegment. Deze situatie leidt ertoe dat ook mensen met een laag inkomen in toenemende mate genoodzaakt zijn, (te) duur te huren. In de afgelopen jaren is de groep lage inkomens die huurt in de vrije sector groter geworden, van 22% naar 25% in 2021. Hun woonlasten liggen (zeer) hoog. Recent verhuisden in de particuliere vrije

5 https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2022/04/bijna-69-duizend-nieuwbouwwoningen-in-2021

6 Zie voor een overzicht van de verhuizingen : https://www.overzichtinbeeld.nl/verhuisdmra/

7 Bron: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2021/08/meer-verhuizingen-naar-regio-s-buiten-de-randstad.

12

sector zijn gemiddeld 40% van hun netto inkomen kwijt aan woonlasten. Van alle huishoudens in de MRA liggen de woonlasten (huur of hypotheek, energielasten en eventuele servicekosten en VvE-bijdrage) gemiddeld op 28%. Overstap van huur naar koop financieel steeds lastiger De financiële mogelijkheden van kopers en huurders om te verhuizen naar een koopwoning verschillen sterk als gevolg van de prijsstijgingen. Koopwoningbezitters zien hun woning meer waard worden en kunnen deze overwaarde gebruiken om een volgende woning te kopen. Huurders hebben dit voordeel niet en moeten vaak het gehele aankoopbedrag vanuit een hypotheek financieren. Van de huurders die willen verhuizen naar een koopwoning geeft 91% aan dat ze het aankoopbedrag (bijna) volledig moeten financieren met een hypotheek. Voor de koopwoningbezitters ligt dit aandeel slechts op 24%. Grote tekorten in sociale huur en betaalbare tot middeldure koop, weinig vraag naar dure huur Huishoudens die willen doorstromen zoeken vooral naar sociale huur (tot €752) en middeldure tot dure koop (€188.000 - €438.000). Hier zijn de tekorten dan ook het grootst. Er is nauwelijks aanbod onder de €188.000 en nog maar weinig woningzoekenden geven aan in dit segment te zoeken. Ook de belangstelling van woningzoekenden voor dure huur (>€1053) is klein, in dit segment is de vraag kleiner dan het aanbod.

Woningzoekenden geven de voorkeur aan sociale huur of koop, maar komen in het dure huursegment terecht wanneer het gewenste segment niet bereikbaar is. Inmiddels zijn er ook signalen dat de beperkte vraag naar dure huur tot leegstand leidt, met name in het zeer dure segment. 8 Deze patronen zien we terug in de verschillende deelregio’s, maar de accenten verschillen. In Zaanstreek-Waterland en Almere/Lelystad is er nog redelijk wat aanbod in het koopsegment tussen de €188.000 en €438.000, maar ook hier overstijgt de vraag het aanbod. In alle deelregio’s is er meer vraag naar sociale huur dan er aanbod is. De vraag en het aanbod in middeldure huur (€752-€1053) zijn vaak in evenwicht, alleen in Zuid-Kennemerland/IJmond is er relatief veel vraag naar dit segment, meer dan er aanbod is. Met name in Gooi en Vechtstreek, AmstellandMeerlanden en Amsterdam is er veel aanbod aan dure huur (> €1053), veel meer dan er (direct) vraag naar is. Woonwensen licht verschoven: meer behoefte aan ruimte in en om de woning Eén op de vijf huishoudens in de MRA geeft aan dat de woonwensen veranderd zijn door de (gevolgen van) de coronapandemie. Zij geven bijvoorbeeld aan dat zij meer ruimte nodig hebben om thuis te werken of dat zij graag een tuin hadden gehad.

Op een aantal punten zijn er duidelijke verschuivingen te zien in de woonvoorkeuren van woningzoekenden: de behoefte aan een tuin is toegenomen van 58% in 2019 naar 62% in 2021; de behoefte aan een werkruimte ging van 16% naar 23% en de interesse voor het wonen in ruimere en groene woonmilieus is eveneens toegenomen, van 38% naar 42%. Verder geven minder huishoudens aan te willen verhuizen om dichter bij studie of werk te wonen (van 9% naar 5%).

8 Bron: https://www.nul20.nl/groeiende-leegstand-hoge-huursegment-nederlandse-steden.

13

272.000 huishoudens zijn recent verhuisd binnen en naar de MRA.

Verhuizingen MRA 2019-2020 vanuit buitenland naar MRA 35.000

De meeste huishoudens verhuizen binnen de Metropool Regio Amsterdam.

vanuit rest Nederland naar MRA 39.000

De instroom uit het buitenland en de rest van Nederland gaat vooral naar Amsterdam

binnen MRA 198.000

Vanuit Amsterdam verhuizen er weer veel mensen naar de rest van de MRA.

vanuit MRA naar rest Nederland 41.000

Ook is er een grote uitstroom vanuit de rest van de MRA naar Nederland.

waarvan naar Amsterdam

22.000

waarvan naar de andere deelregio’s waarvan naar Amsterdam

13.000

waarvan naar de andere deelregio’s

17.000

binnen MRA exclusief Amsterdam

84.000

andere deelregio’s naar Amsterdam Amsterdam naar andere deelregio’s

14.000

binnen Amsterdam

79.000

waarvan vanuit Amsterdam

16.000

waarvan vanuit andere deelregio’s

25.000

22.000

21.000

Bron: CBS, bewerking OIS

Hoe graag wil men verhuizen? En hoe wil men gaan wonen? Steeds meer huishoudens willen zeker binnen twee jaar verhuizen.

Meer huishoudens zijn op zoek naar een woning met een tuin of werkruimte.

De interesse in de ruime woonmilieus is toegenomen.

2017 22% 2019

2019

2019

25% 2021

58% 2021

16%

2021

62%

23%

27% 0

20

40

60

80

100%

In de groeiende grootstedelijk wonen-winkels-werken woonwijk particuliere vrije rustig stedelijk gevarieerd landelijk, ruim, recreatief huursector is de verhuisgeneigdheid groot: 51%.

Bron: WiMRA 2021

Hoe denkt men over de invloed van corona op de woonwensen? Heeft corona uw woonwensen beïnvloed? Nee 80%

gee

buu

mijn

r

balk on

gro

en

ruim

w is on

thu

thui

s w

erke

ond

den

oen

erg

gen

kop e

oeg

ing

ruim

n

te

ing

ruim

te

ons

huis

n in veili

app

e

kijk en

s

sen

v

kkig

goe c

dich

n

n

vold

pre

ttig

risis

gem

d ve

rt stad

eent

den

e

ken

onz

e w

elfd

eige

d

oen

n

hetz

geve

lope

tbij

zoek en

e wan dele

vloe

buu

en

gelu

gelij oldo end k

mo

g

e

nlijk

ech

t

afst

and

belan

prim rhuiz n tuin der wonin a en g s

wild

beta

n ve

ing

oonw

rand

erin

g

te tu

s

in

geni

eten

ed

wer

k

blij

mijn

kel

fijn

ver

gew mijn

leve

n

invlo

win

natijd

gro

teed

n

ig

na

grijk

ense

rust

wen sen

e

coro

men

gee

won

coro

huisen ruimt

len

ige

geen

rlijk

inko

tevr

ig

zorg

rust

hee

beva

llen

nod

oud

wen

kind

wer artement eden k huid nog s si tuati

men

nwen

sen

vera

gev

lekk er

won

ken

de

om last

wer

n

ervin

vold

mijn

woo

wen

staa

n

e

natu ur

oon geen la mog

elijk

heid

geen

st

mijn

bui

n

uim

gro e

men

n

klei

tenr

reg

prob le

leve

huis

te

ot

jaar ls mijn

los

partn

er

leef tijd

Corona heeft de woonwensen van de meeste huishoudens niet veranderd: zij wonen prima en hebben een goede woning (met tuin) of wilden al verhuizen. De huishoudens die wel effect van corona merkten, vinden vooral meer ruimte in en om de woning, belangrijk, vooral om thuis te werken.

Ja 20%

ijk ngr t

n erke

s w

thui

buuert lagroen ttig

pre

lang

be

e kop

tbij

b

efte eho s

men

b

nlijk

th te

rust

k

vaa

eren

stud

nd

lang

i

nod

plek

werk

is g hu

jaar afsta

en

snel

sen

wen

sl

n

dow

lock

ig

d goe blij

kind

r

mee

elijk

duid

leve

en

ken

wer

hore

be ruim eer uiten r

kunn

er nkam

woo

ca

n

geve

e kam

ein

te kl

imte

nru

te

ruim

imte extra

e r ruoefte t e e te h im m

ru e buit

rlast

ove

lijk zake nood en hoev

stad

n

ot

n

klei

m kka wer mogelijkheid n uize verh

wen

plek

fa

ken

rust

elijk

mog

r too kan er t men am arte k app a tr n sen ex park erg alko mis er b r

milie

gro

amer aapk

n

one

inw

e zek s

k

kple

swer

thui

mer

n

ere

kind

kruim

wer

ken den vriend

tner par

zorg

uisw tuinwerk is

fijn

eige

mijn

at

stra

n ning e k r e wo

rum

cent

cris

te

druk

n staa

en zoek

ht

n dic

n

bure

dich

ech huis ur mijn ffen bese natu verlast r idso gelu buu

r

mee

veel

k

eilij

mo

m

st

kom

toe

b

n

one

n w

gaa

ng

gevi

om

ver

Bron: WiMRA 2021

Meer thuis: zowel een toename van burenhulp als burenoverlast De meeste mensen in de MRA zijn tevreden met hun buurt. Bewoners geven hun buurt gemiddeld een rapportcijfer 7,7 en geen enkele wijk scoort onvoldoende. Mensen waren meer thuis en dit had zowel een positieve als negatieve uitwerking op het contact met de buren. Bewoners ervoeren een toename van burenhulp in hun buurt. Het gemiddelde rapportcijfer hiervoor ging van een 6,7 in 2019 naar een 6,9 in 2021. Vooral in de gemeenten Almere, Lelystad en Amstelveen, waar de burenhulp verhoudingsgewijs laag lag, nam de ervaren burenhulp duidelijk toe (+0,3). Aan de andere kant nam ook de overlast van buren toe (-0,1 naar rapportcijfer 7,5), vooral in gemeenten waar traditioneel weinig overlast is; de meer ruim opgezette gemeenten Laren, Blaricum, Heemstede en ook Haarlemmermeer zagen een toename van burenoverlast. De overlast door vervuiling is het sterkst toegenomen. Het rapportcijfer hiervoor daalde sinds 2019 van een 6,6 naar een 6,3, nadat eerder tussen 2017 en 2019 al meer overlast door vervuiling werd ervaren. Deze vorm van overlast speelt vooral in delen van Amsterdam en IJmond. Het kan bijvoorbeeld gaan om rondslingerend afval op straat, bijvoorbeeld doordat het huisvuil toenam tijdens de lockdowns, maar ook luchtvervuiling door verkeer en industrie.

Kleine woningen steeds minder vaak als passend ervaren Bewoners van de MRA oordelen overwegend positief over hun woning. Gemiddeld waarderen zij hun woning met een rapportcijfer 7,9. Dit is wel lager dan in 2019 (8,0). Met name huishoudens in kleine woningen, minder dan 40 m², waren minder tevreden. Hun tevredenheid daalde van gemiddeld een 7,1 naar een 6,8. In 2019 gaf 29% van de huishoudens in kleine woningen aan dat deze te klein zijn en deze groep is gegroeid naar 36%. Van alle huishoudens die aangeven dat hun woning te klein is, wil 74% zeker binnen twee jaar verhuizen. Kleine woningen lijken daarmee vooral voor korte tijd aan een woonvraag van een (startend) huishouden te voldoen en niet geschikt om veel in thuis te blijven en werken. Ook huishoudens die aangeven te groot te wonen, willen vaak verhuizen, al ligt de verhuisgeneigdheid met 49% wel op een lager niveau. Bereidheid om te verduurzamen blijvend laag De meeste woningen in de MRA worden met gas verwarmd en beschikken nog niet over verdere duurzame vormen van energiegebruik. Een belangrijke reden om de woningvoorraad te verduurzamen, is de energietransitie naar schone energiebronnen en het beperken van de impact op het milieu. Voor individuele eigenaren spelen andere motieven.

Uit landelijk onderzoek blijkt dat eigenaren hun woning vooral verduurzamen uit financiële motieven en ter verbetering van het wooncomfort.9 Veel huishoudens in de MRA zien dat er nog wel wat aan hun woning moet gebeuren; slechts 14% van de huishoudens in de MRA geeft aan dat hun woning al voldoende duurzaam is. Dit is wel een kleine toename ten opzichte van 2019 (13%). Meer huishoudens geven aan te beschikken over zonnepanelen (van 9% in 2019 naar 14% in 2021). Vooral eigenaar-bewoners hebben hierin geïnvesteerd en inmiddels geeft bijna een kwart van de eigenaren aan zonnepanelen te hebben (van 15% in 2019 naar 23% in 2021). Ook in de vrije sectorhuur van corporaties is er een opvallende toename van zonnepanelen (van 6% in 2019 naar 10% in 2021). Ondanks de aandacht voor dit onderwerp, is de bereidheid om te investeren in verduurzaming van de woning, of hier een hogere huur voor te betalen, niet gegroeid ten opzichte van 2019.

9 SCP (2021). Woningverduurzaming: willen en kunnen betekent nog niet doen. Drijfveren en ervaren barrières bij

woningeigenaren.

15

Naast de huishoudens die al zeggen dat hun woning al voldoende duurzaam is (14%), is slechts 14% van de huishoudens zeker bereid te verduurzamen. De groep die hier misschien toe bereid is, is zelfs iets kleiner geworden (van 36% naar 33%) en de groep die niet bereid is, is iets gegroeid (van 37% naar 38%). Er is vooral interesse in zonnepanelen (33%) en (betere) dak- gevel- en vloerisolatie (20%). Redenen om niet te willen (of kunnen) investeren in verduurzaming van de woning zijn de hoge kosten (43%) en de eigen leeftijd (19%). Door de vergrijzing kan de leeftijd voor een groeiende groep een reden zijn om op te zien tegen verduurzaming van de eigen woning. De recente stijging van de energieprijzen zou huishoudens kunnen aanzetten om alsnog stappen te zetten om de woning te verduurzamen. Maar het kan ook een rem zijn, omdat er gewoonweg geen geld voor is.

16

Hoe veranderde de ervaring van de buurt? Burenoverlast en burenhulp, verschil in rapportcijfer 2019-2021

In Almere/Lelystad nam de burenhulp toe en er was geen toename van burenoverlast.

0,3 0,2 +0,15 +0,14 meer hulp meer last van de buren van de buren

0,1 0,0

MRA

ZaanstreekWaterland

Almere/ Lelystad

Gooi- en Vechtstreek

AmstellandMeerlanden

ZuidKennemerland/ IJmond

Amsterdam

In Zaanstreek-Waterland en Amsterdam nam de burenoverlast het meest toe. Bron: WiMRA 2021

Huishoudens die te klein of te groot wonen, willen vaak verhuizen. Slechts 3 procent vindt de woning echt te groot.

Mate waarin de woning passend wordt gevonden, 2021 9% te klein

19% klein maar passend

53% passend niet te groot, niet te klein

15% groot maar passend

Aandeel dat zeker binnen twee jaar wil verhuizen 69%

33%

16%

15%

47%

74%

37%

18%

15%

49%

2019

2021

Bron: WiMRA 2021

Vooral huishoudens die (te) klein wonen geven vaker aan dat ze zeker binnen twee jaar willen verhuizen.

Verduurzaming van de woningvoorraad het meest bij de dure huizen. wel kachel of geiser, geen CV, blok- of stadsverwarming

Sociale huur

corporaties 2021 4% '2019 4% particulier 2021 '2019

Vrije sector huur

Koop

Totaal

wel CV, blok- of stadsverwarming geen zonnepanelen of warmtepomp, wtw

wel zonnepanelen of warmtepomp, wtw 8% 5% 5% 2%

18% 19%

corporaties 2021 1% '2019 2% 7% particulier 2021 '2019 5%

WOZ tot €296.000, 2021 '2019 WOZ vanaf €296.000, 2021 '2019

15% 8% 9% 7%

2% 2% 1% 1%

16% 12% 27% 18%

totaal 2021 4% '2019 4% niet duurzaam

16% 11%

gemiddeld duurzaam

wel duurzaam Bron: WiMRA 2021

2.1 Regioprofielen De MRA is binnen Nederland een relatief welvarende regio, het gemiddelde inkomen in de MRA ligt boven het landelijk gemiddelde. 10 Vier op de tien huishoudens (42%) heeft een hoog inkomen van €60.036 of meer. Eveneens 42% heeft een laag inkomen, tot €40.024. Bijna de helft van de woningen is een koopwoning en ook de verdeling eengezins-/meergezinswoningen is ongeveer half-half. De MRA telt relatief veel éénpersoonshuishoudens, vier op de tien huishoudens in de MRA wonen alleen (43% versus 39% in Nederland gemiddeld). Ook het aandeel eenoudergezinnen ligt relatief hoog (9% versus 7% in Nederland). De huishoudens zijn relatief jong, 23% is jonger dan 35 jaar (21% gemiddeld in Nederland). Vooral de groep 55-75 jaar is relatief klein (32% versus 36% gemiddeld in Nederland), maar de oudste groep is dan juist weer relatief groot (11% versus 8% in Nederland). De deelregio’s van de MRA hebben elk hun eigen karakter en verschillen van elkaar in de samenstelling van de woningvoorraad, de kenmerken en woonsituatie van de bewoners en de positie die zij hebben in de regionale woningmarkt. De gemiddelde situatie wordt sterk beïnvloed door Amsterdam, de grootste deelregio die bovendien op een aantal punten afwijkt van de andere deelregio’s.

Deze verschillen tussen de deelregio’s worden deels veroorzaakt en in stand gehouden door de eerder genoemde verhuisstromen binnen de MRA. In deze paragraaf wordt per deelregio kort een profiel geschetst met de belangrijkste kerncijfers.

Figuur 2.1 Kenmerken huishoudens en woningvoorraad MRA, 2021 (%) Metropoolregio Amsterdam tot 35 0

10

35-55 20

30

40

leeftijd 55-75

50

60

75+

80

70

segmenten

90 100

0

sociale huur

vrije sector

10

40

20

10

20

30

40

€ 0

10

20

50 €€

30

40

50

50

60

huishoudenstype

60

70

€€€ 60

80

90 100

inkomen (1)

70

1.203.000 huishoudens

70

80

90 100

woonoppervlak <60 m²

0

30

koop

60-99 m² 50

>100 m²

0

10

20

30

40

60

70

80

90 100

0

10

20

30

40 50 60

70

80 90 100

woningtype (eengezins/meergezins)

€€€€ 80

90 100

1.174.000 woningen

bron: WiMRA 2021

10 https://onderzoek.amsterdam.nl/interactief/staat-van-de-metropoolregio-amsterdam

18

2.1.1 Amsterdam: magneet voor jonge huishoudens vanuit Nederland en het buitenland Amsterdam trekt veel jonge huishoudens vanuit andere delen van Nederland en het buitenland. In de periode 2019-2020 zijn er 44.000 huishoudens naar Amsterdam gekomen, dit is 9% van alle huishoudens in Amsterdam. Voor de jonge huishoudens (tot 35 jaar, zonder kinderen) ligt dit op 23%. Amsterdam heeft daardoor een relatief jonge bevolking. Veel huishoudens wonen alleen en er zijn relatief weinig gezinnen. Veel huishoudens kiezen ervoor om vlak voor de gezinsfase, of als de kinderen nog klein zijn de stad uit te verhuizen, vaak naar een regiogemeente. Er wonen relatief weinig middeninkomens en relatief veel huishoudens met een inkomen tot de sociale huurgrens (€40.024) in Amsterdam. Het aandeel hoge inkomens is hier gemiddeld. Er zijn relatief weinig eigenaar-bewoners in Amsterdam en het grootste deel van de woningen wordt verhuurd. Daarin speelt de vrije sector verhuur een grotere rol dan elders. Woningen zijn in Amsterdam kleiner en het gaat vooral om meergezinswoningen. De gemiddelde huurprijs ligt met €784 hoog, alleen in Amstelland-Meerlanden ligt het hoger. De huren in de vrije sector van particulieren zijn in Amsterdam het hoogst, gemiddeld €1368. Veel huishoudens in Amsterdam zijn op zoek naar een andere woning, 35% wil zeker binnen twee jaar verhuizen.

Woningzoekenden in Amsterdam kijken vooral naar appartementen (52%) en slechts 15% geeft aan uitsluitend naar eengezinswoningen te kijken. Toch zou 52% wel een tuin willen hebben. Een kwart (24%) van hen zoekt een woning waar plek is voor een werkruimte, het hoogst van alle deelregio’s. De meesten zoeken een rustig stedelijk woonmilieu (23%) of een wijk nabij voorzieningen (wonen-winkels-werken, 19%). Bijna één op de vijf (19%) wil grootstedelijk wonen. Bewoners zijn gemiddeld tevreden met hun woning (7,7) en hun buurt (7,6), maar dit ligt wel lager dan in de andere delen van de MRA. Ook over burencontact (6,1) is men minder positief dan gemiddeld (6,6). Voorzieningen als openbaar vervoer (7,7) en winkels (7,7) worden dan weer beter beoordeeld dan in andere deelregio’s.

Figuur 2.2 Kenmerken huishoudens en woningvoorraad Amsterdam, 2021 (%) 11 leeftijd tot 35 0

35-55

55-75

segmenten sociale huur

75+

10 20 30 40 50 60 70 80 90 100

0

10 20 30 40 50 60 70 80 90 100

inkomen

€ 0

10

20

€€ 30

40 50 60

€€€ 70

475.000 huishoudens

koop

10 20 30 40 50 60 70 80 90 100

huishoudenstype

woonoppervlak <60 m²

0

vrije sector

60-99 m²

>100 m²

0

10 20 30 40 50 60 70 80 90 100

0

10 20 30 40 50 60 70 80 90 100

woningtype

€€€€ 80 90 100

450.000 woningen

bron: WiMRA 2021

11 In een aantal deelregio’s loopt het aantal huishoudens en het aantal woningen sterk uiteen. Dit komt omdat

huishoudens ook buiten de woningvoorraad kunnen wonen (woonboten, in (voormalige) winkels of bedrijfsgebouwen), er woningen leeg staan, en er woningen zijn met meerdere huishoudens.

19

2.1.2 Zaanstreek-Waterland: relatief betaalbaar en aantrekkelijk voor lagere inkomens In Zaanstreek-Waterland wonen wat minder jonge en wat meer oudere huishoudens dan in de meeste andere regio’s. Inkomens liggen hier wat lager dan elders: met 25% is het aandeel huishoudens met een hoog inkomen (€80.048 of meer) het kleinst. Het aandeel lage inkomens ligt hier na Amsterdam het hoogst (40%). Er zijn hier relatief veel eigenaar-bewoners (61%), maar ook de sociale huursector is groter dan in veel andere deelregio’s (31%). Op Almere/Lelystad na staan hier de meeste eengezinswoningen (74%). De huren zijn met gemiddeld €632 relatief betaalbaar. Gemiddeld zijn huurders 27% van het netto maandinkomen kwijt aan huur. In alle andere deelregio’s ligt zowel de gemiddelde huur als de huurquote hoger. Er verhuizen relatief veel gezinnen naar Zaanstreek-Waterland, vaak uit Amsterdam. Per saldo verhuizen er relatief veel lage inkomens vanuit Amsterdam naar Zaanstreek-Waterland. In Zaanstreek-Waterland wil 20% zeker binnen twee jaar verhuizen, het laagste aandeel van alle deelregio’s. Huishoudens die in Zaanstreek-Waterland een woning zoeken, kijken vaak naar gelijkvloerse woningen (41%) en zijn ook relatief vaak enkel op zoek naar een appartement (41%). Zij zoeken een dergelijke woning in een woonwijk of bij voorzieningen (wonen-winkelswerken).

Daarnaast is er ook redelijk grote groep die juist in een ruim opgezet woonmilieu wil wonen (29%). Bewoners zijn hier tevreden met hun woning (8,1) en hun buurt (7,8) en vooral het burencontact wordt hier hoog beoordeeld (7,0), hoger dan in andere deelregio’s.

Figuur 2.3 Kenmerken huishoudens en woningvoorraad Zaanstreek-Waterland, 2021(%) segmenten

leeftijd tot 35 0

35-55

55-75

sociale huur

75+

10 20 30 40 50 60 70 80 90 100

0

10 20 30 40 50 60 70 80 90 100

inkomen

€ 0

10

20

€€ 30

€€€

40 50 60

70

150.000 huishoudens

koop

10 20 30 40 50 60 70 80 90 100

huishoudenstype

woonoppervlak <60 m²

0

vrije sector

60-99 m²

>100 m²

0

10 20 30 40 50 60 70 80 90 100

0

10 20 30 40 50 60 70 80 90 100

woningtype

€€€€ 80 90 100

149.000 woningen

bron: WiMRA 2021

20

2.1.3 Almere/Lelystad: een gezinsmilieu met relatief veel middeninkomens In Almere/Lelystad wonen relatief veel gezinnen. Zowel het aandeel stellen met kinderen (32%) als het aandeel eenoudergezinnen (12%) is hier het hoogst. De huishoudens zijn hier relatief jong. Op Amsterdam na wonen hier de meeste jonge huishoudens (tot 35 jaar) en de minste 75plus huishoudens. Almere/Lelystad heeft veel huishoudens met een middeninkomen (€40.024 tot €60.036 per jaar). Zowel inkomens tot de sociale huurgrens als hoge inkomens komen hier minder voor dan in de meeste andere deelregio’s. Dit is de regio met het meeste eigenwoningbezit (64%), de meeste eengezinswoningen (77%) en de meeste grote woningen (meer dan 100 m2). Er verhuizen relatief veel gezinnen naar Almere/Lelystad, vaak uit Amsterdam. Huishoudens die in Almere/Lelystad op zoek zijn naar een woning, zoeken vooral naar eengezinswoningen in een woonwijk (28%) of een ruim opgezette wijk (32%). Bijna de helft (48%) zoekt uitsluitend naar een eengezinswoning, samen met Gooi en Vechtstreek is dit het hoogste aandeel van alle deelregio’s. De woning moet het liefst een tuin hebben (64%). Bewoners zijn in Almere/Lelystad gemiddeld meer tevreden over hun woning (8,2) dan over hun buurt (7,8). Dit verschil is groter dan in andere deelregio’s. Het openbaar vervoer in de buurt wordt relatief hoog gewaardeerd (7,3).

Figuur 2.4 Kenmerken huishoudens en woningvoorraad Almere/Lelystad, 2021 (%) / tot 35 0

y

leeftijd 35-55

55-75

segmenten sociale huur

75+

10 20 30 40 50 60 70 80 90 100

0

vrije sector

10 20 30 40 50 60 70 80 90 100

huishoudenstype

woonoppervlak <60 m² 60-99 m²

0

10 20 30 40 50 60 70 80 90 100

inkomen

€ 0

10

20

€€ 30

€€€

40 50 60

70

125.000 huishoudens

koop

>100 m²

0

10 20 30 40 50 60 70 80 90 100

0

10 20 30 40 50 60 70 80 90 100

woningtype

€€€€ 80 90 100

121.000 woningen

bron: WiMRA 2021

21

2.1.4 Gooi en Vechtstreek: vergrijst en nieuwe instroom van gezinnen met een hoog inkomen In Gooi en Vechtstreek wonen relatief veel oudere huishoudens. Het aandeel 75-plus huishoudens is hier het hoogst (13%). Het aandeel alleenwonende huishoudens is hier na Amsterdam en Zuid-Kennemerland/IJmond het hoogst, vooral door een groot aantal alleenwonende ouderen. Gooi en Vechtstreek heeft op Amstelland-Meerlanden na de meeste huishoudens met een hoog inkomen (€80.048 per jaar of meer). Maar ook de groep met een inkomen tot de sociale huurgrens is hier met 39% niet klein en gelijk aan het aandeel in Zaanstreek-Waterland en Zuid-Kennemerland/IJmond. Vooral hogere middeninkomens (€60.036 tot €80.048) zijn in Gooi en Vechtstreek minder vertegenwoordigd. Het eigenwoningbezit is hier met 60% relatief groot. De instroom van huishoudens uit andere delen van de MRA (met name Amsterdam) is sterk toegenomen in 2019-2020 ten opzichte van 2017-2018 (van 3600 naar 4200; +17%), sterker dan in andere delen van de MRA. Hierbij ging het relatief vaak om gezinnen (44%), ook vaker dan gemiddeld in de MRA. Per saldo verhuizen er relatief veel hoge inkomens vanuit Amsterdam naar Gooi en Vechtstreek. Huishoudens die in Gooi en Vechtstreek een woning zoeken, zoeken net als in Almere/Lelystad, vooral een eengezinswoning (48%). De behoefte aan een woning met tuin is hier zeer hoog (72%).

Een grote groep woningzoekenden zoekt een woning in een ruim opgezet woonmilieu (32%), maar ook het historisch gevarieerde laagbouwmilieu is relatief sterk in trek (18%). De tevredenheid met de woning (8,2) en buurt (8,0) is hier hoog, het hoogst van alle deelregio’s. Maar bewoners zijn minder positief over het openbaar vervoer in de buurt (6,7), het laagst van alle deelregio’s.

Figuur 2.5 Kenmerken huishoudens en woningvoorraad Gooi en Vechtstreek, 2021 (%) segmenten

leeftijd tot 35 0

35-55

55-75

sociale huur

75+

10 20 30 40 50 60 70 80 90 100

0

10 20 30 40 50 60 70 80 90 100

inkomen

€ 0

10

20

€€ 30

€€€

40 50 60

koop

10 20 30 40 50 60 70 80 90 100

huishoudenstype

woonoppervlak <60 m²

0

vrije sector

60-99 m²

>100 m²

0

10 20 30 40 50 60 70 80 90 100

0

10 20 30 40 50 60 70 80 90 100

woningtype

€€€€ 70

118.000 huishoudens

80 90 100

120.000 woningen

bron: WiMRA 2021

22

2.1.5 Amstelland-Meerlanden: veel hoge inkomens en relatief veel dure huur In de deelregio Amstelland-Meerlanden liggen de inkomens het hoogst. Hier behoort een op de drie huishoudens tot de hoogste inkomensgroep (€80.048 per jaar) en wonen de minste huishoudens met een inkomen tot de sociale huurgrens (€40.024). De meeste huishoudens bestaan uit stellen. Vooral het aandeel stellen met kinderen is in Amstelland-Meerlanden hoger dan elders. Het eigenwoningbezit is hier, als we Amsterdam buiten beschouwing laten, gemiddeld. Verhuur in de vrije sector komt hier op Amsterdam na het vaakst voor, de sociale huursector is relatief klein. De gemiddelde huur ligt dan ook het hoogst van alle deelregio’s. Gemiddeld betalen huurders €812 per maand aan kale huur. Dit is 30% van hun netto inkomen. In de vrije sector van particulieren wordt gemiddeld €1289 betaald. Alleen in Amsterdam liggen de huren in de vrije sector hoger. Het aandeel meergezinswoningen is hier op Amsterdam en Zuid-Kennemerland/IJmond na het hoogst. Amstelland-Meerlanden heeft een relatief grote instroom van buiten de MRA. Zowel het aandeel verhuizen vanuit de rest van Nederland (13%) en vanuit het buitenland (15%) is hoog. Er wordt veel verhuisd tussen Amstelland-Meerlanden en Amsterdam. Per saldo verhuizen er relatief veel hoge inkomens vanuit Amsterdam naar Amstelland-Meerlanden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12265466/1