CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20220035771 2. Bijlage 1 Platform31 second opinion EVH

commissie Ontwikkeling 19 mei 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Collegereactie RKC rapport Woon-werk balans gewogen; second opinion Economische Visie Haarlem (RB)49.423 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

De doelstellingen van de EVH zijn ambitieus. Namelijk, Haarlem op de kaart zetten als woon-werkstad door de gemeente te profileren en te positioneren als dé creatieve stad van toegepaste innovatie, met focus op de circulaire en duurzame economie, technologie en gezondheid. Dit moet leiden tot het behoud van de woon-werkbalans (0,43 baan per inwoner) en liefst tot het verbeteren van de woonwerkbalans (0,5 baan per inwoner).

5.3 Goede probleemstelling? Om de economie van Haarlem te versterken, zijn de inzet op het bieden van fysieke ruimte voor bedrijvigheid, het stimuleren van (toegepaste) innovaties en het bevorderen van ondernemerschap goed gekozen probleemstellingen én doelstellingen van de EVH. Maar of de gemeente met de gekozen aanpak, capaciteit en middelen deze doelstellingen ook kan bereiken, is zeer de vraag. Vanuit de keuze van de gemeente om minimaal een woonwerkratio van 0,43 baan per inwoner te behouden, moeten er de komende jaren 8.600 arbeidsplaatsen bijkomen als er 10.000 woningen en 20.000 inwoners bij komen. De woonwerkratio van 0,43 baan per inwoner is een keuze, uitgangspunt en gegeven. Bij de consultatie van vele stakeholders ten behoeve van de EVH is het uitgangspunt 0,43 baan per inwoner omarmd. Diverse gesprekspartners die geïnterviewd zijn voor het second opinion, beamen dat dit uitgangspunt niet vreemd is en dat het lijkt dat “een gezonde Nederlandse stad een woon-werkbalans lijkt te hebben van ongeveer 0,6 baan per inwoner. “Toch lijkt het juist Haarlem niet te deren dat de stad een lage woonwerkratio heeft. En er wonen zeker niet alleen rijke bejaarden in Haarlem”. “Haarlem is in Nederland hét bewijs dat een lage woon-werkbalans niet per definitie en niet per se slecht is.

Een lage woon-werkbalans is pas slecht als er sprake is van een hoge werkloosheid, armoede en verloedering, als de banen in de omgeving er niet zijn of slecht bereikbaar zijn. En hier is in Haarlem geen sprake van”. “Voor de woon-werkbalans is de centrale vraag hoeveel banen bereikbaar

Second opinion Economische Visie Haarlem

zijn voor de inwoners. Vanuit Haarlem zijn dat er heel veel. Wat is de woon-werkbalans als je Amsterdam en Schiphol erbij betrekt?”. “De inzet op de 8.600 extra banen is een te eenzijdige focus”.

5.4 Juiste doelstellingen gekozen? Haarlem als woon-werkstad behouden met een minimale woon-werkbalans van 0,43 baan per inwoner De doelstelling om Haarlem als woon-werkstad te behouden en dit te operationaliseren met een minimale woon-werkbalans van 0,43 baan per inwoner, is het uitgangspunt geweest van de gemeente bij de uitwerking van de EVH. Met de gekozen minimale woon-werkbalans is het doel om de pendel niet verder te doen toenemen, om de dynamiek, sfeer en cultuur van een woonwerkstad te behouden en om stimulansen te behouden voor de ontwikkeling van stuwende bedrijvigheid. Het uitgangspunt en de doelen zijn mede gebaseerd op een uitgebreide gespreksronde. De STEC-studie heeft de doelstelling om de woon-werkbalans te behouden als uitgangspunt genomen en heeft de mogelijkheden verkend om deze doelstelling te kunnen realiseren.123 De doelstellingen zijn niet nevengeschikt, zeker niet in benodigde middelen om de doelstellingen te kunnen realiseren De strategische uitvoeringslijnen in de EVH doelstellingen lijken nevengeschikt. Terwijl ook nietnevengeschikte doelstellingen het uitgangspunt hadden kunnen zijn. Bijvoorbeeld door vooral in te zetten op ‘ruimte’ en ‘ondernemerschap’. ‘Ruimte’ omdat dat voor de bedrijvigheid cruciaal is.

In de VNG Ondernemingspeiling scoort Haarlem gemiddeld op ondernemersklimaat en in peilingen als MKBvriendelijke gemeente scoort Haarlem lager dan gemiddeld. Een enkele gesprekspartner schetst dat dat Haarlem niet echt een ondernemende cultuur kent. Omdat in samenwerking met andere afdelingen en partners op ‘talent’ al veel gebeurt (hooguit is lichte bijsturing noodzakelijk) en het bevorderen van ‘innovatie’ (zonder substantiële) middelen niet echt valt te sturen, zou aan de uitwerking van deze

73

uitvoeringslijnen minder gewicht toegekend kunnen worden. Door tussen de strategische uitvoeringslijnen duidelijke prioriteiten te stellen − zoals in het voorafgaande voorbeeld wat betreft ‘ruimte’ en ‘ondernemerschap’ − kunnen de doelstellingen scherper gekozen worden met de schaarse middelen.124 Het inzetten op vooral bestaande Haarlemse ondernemingen is een duidelijker doelstelling De meest kansrijke strategie is om bestaande Haarlemse ondernemers te behouden en zich te laten ontwikkelen. Dit is eenvoudiger en kansrijker dan het aantrekken van nieuwe ondernemingen. Met dit uitgangspunt kunnen in het licht van de coronacrisis prioriteiten zijn: het ondersteunen van de (kleine) bedrijven, zzp’ers en instellingen in de cultuur zodat zij − na het afbouwen van de steunmaatregelen − niet alsnog de deuren moeten sluiten, vanwege het belang van de creatieve industrie en cultuursector voor Haarlem in het herstelbeleid voor deze sectoren voldoende aandacht hebben en het versterken van de vitaliteit van de Haarlemse binnenstad in het licht van de verwachte toename van de leegstand van winkels en kantoren. Ruimte reserveren en bieden voor 8.000 tot 10.600 is een aangescherpte doelstelling Vanwege de bevolkingsgroei mag verwacht worden dat in de verzorgende bedrijvigheid het aantal banen met 3.000 tot 5.000 banen toeneemt. Dit gebeurt door de bevolkingsgroei vrij “automatisch”.

Waarschijnlijk is de bovengrens zelfs haalbaar als hier − in samenhang met goed ondernemerschapsbeleid, functiemenging, hybride woon-, werk- en leefmilieus, voldoende goed

_________ 123

Evert-Jan de Kort, Juriën Poulussen & David van Doesburg, Werken aan een toekomstbestendige economie. Onderzoek als ‘bouwsteen’

124

De prioritering vindt plaats in de uitwerking en de agenda die focust op de kortere termijn. De prioriteiten voor de komende vier jaar in de

voor de Economische Visie Haarlem, 18 november 2019, Arnhem, blz. 7. agenda worden vastgesteld op basis van de actuele ontwikkelingen, resultaten, de economische situatie en de financiële mogelijkheden.

Second opinion Economische Visie Haarlem

opgeleide arbeidskrachten, betaalbare woningen − met prioriteit ruimte aan wordt geboden in woonwijken en in gemengde woonwerklocaties. Uitgaande van de doelstelling van 8.600 extra benodigde banen moet daarnaast nog voor 3.600 tot 5.600 banen ruimte gereserveerd worden. Daar komt de ruimtebehoefte bij voor 4.400 tot 5.000 banen van bedrijven in de ontwikkelzones die moeten verhuizen en niet goed passen in gemengde woonwerklocaties.125 Gebaseerd op 8.600 extra kantoorbanen is de minimale ruimtevraag circa 155.000 m2.126 Daar komt nog de ruimtevraag bij van bedrijven die moeten verhuizen, die niet goed passen in gemengde woon-werkmilieus of op de knooppuntlocaties en per arbeidsplaats meer ruimte nodig hebben dan nodig is voor een kantoorbaan.

5.5 Effectieve aanpak gekozen? Op basis van de EVH, de Economische Agenda 2020-2024 en het Economisch Jaarplan 2021 is nog niet te bepalen of de aanpak effectief is of dat effectieve aanpakken zijn gekozen. De second opinion komt op een moment dat visie, agenda en jaarplan net zijn vastgesteld. Het is te vroeg om conclusies te trekken over eventuele resultaten en effectiviteit. Daarnaast zijn vele voorbereidende stappen, bouwstenen, onderzoeken en pilots aangekondigd. Zoals het inventariseren van knelpunten van Waarderpolder Haarlem Business Park en de bouwstenen voor het borgen van de 0,43 baan per inwoner. Een deel van de mogelijke acties die vermeld zijn in de Economische Agenda 2020-2024 zijn bovendien afhankelijk of de middelen en de capaciteit beschikbaar zijn of beschikbaar gesteld worden. Dit is in de Agenda expliciet benoemd. Geen systematische afweging van de mogelijke aanpakken 74

In de EVH wordt niet duidelijk of een systematische afweging heeft plaatsgevonden van de in te zetten instrumenten. Waarom denkt men dat de instrumenten en interventies die men wil inzetten, bij deze doelgroep en gezien deze omstandigheden, effect zullen hebben? Hoe lang moet men de acties volhouden om kans op succes te hebben? Wat zijn de mogelijke interveniërende factoren die de doelmatigheid en de effectiviteit van de acties beïnvloeden? De impliciete of expliciete beleidstheorie en in welke mate men geleerd heeft van de eerdere ervaringen of de ervaringen elders wordt niet duidelijk in de keuzes van de EVH. Het is niet of nauwelijks te beïnvloeden dat de hoogopgeleide inwoners voor de kennisintensieve banen in Haarlem gaan kiezen Om te zorgen dat de mismatch tussen de banen in Haarlem (veel voor praktisch geschoolden) en de kenmerken van de Haarlemse beroepsbevolking (veel theoretisch geschoolden) kleiner wordt − en de pendel niet verder oploopt − is het streven van de EVH om voor de nieuwe werkgelegenheid in te zetten op kennisintensieve banen. Er is echter geen enkele garantie dat hoogopgeleide Haarlemmers de nieuwe banen gaan bekleden. Gezien de hoge huizenprijzen in Haarlem zullen zij meestal al een baan buiten Haarlem hebben anders zouden zij hun Haarlemse huis niet kunnen betalen.

Uit de literatuur blijkt dat er vele factoren zijn die de keuze voor een baan binnen en buiten Haarlem beïnvloeden. Voor de gemeente is hier niet of nauwelijks op te sturen.127

_________ 125

Evert-Jan de Kort, Juriën Poulussen & David van Doesburg, Werken aan een toekomstbestendige economie. Onderzoek als ‘bouwsteen’

126

Gemeente Haarlem, Economische Visie Haarlem, Haarlem, juni 2020, blz. 16.

127

Men dient ook sceptisch te zijn over het enquêteresultaat dat 72 procent van de inwoners die niet in Haarlem werkt, zegt een baan in

voor de Economische Visie Haarlem, 18 november 2019, Arnhem, blz. 25 en 31.

Haarlem te overwegen indien deze net zo uitdagend, leuk en financieel aantrekkelijk zou zijn als de huidige baan buiten Haarlem. Tussen antwoorden op enquêtevragen en het feitelijke gedrag bestaat vaak een groot verschil. Tegelijkertijd is duidelijk dat als er geen banen zijn voor de hoogopgeleide Haarlemmers zij sowieso de keuze niet kunnen maken om een baan in Haarlem te ambiëren.

Second opinion Economische Visie Haarlem

Ondernemingsklimaat meer bepalend dan de sectorstructuur Door in te zetten op de kenniseconomie, technologie en circulaire activiteiten wil Haarlem de sectorstructuur op onderdelen versterken. Onderzoek wijst daarbij uit dat de economische ontwikkeling meer bepaald wordt door het ondernemingsklimaat dan door de sectorstructuur. 128 Er zijn geen simpele recepten om clusters te maken of te bevorderen als overheid Haarlem wordt niet gekenmerkt door een sterk cluster van bedrijven, toeleveranciers en kennisinstellingen (zoals bijvoorbeeld rond de glastuinbouw in Westland, de hightech in Eindhoven of de biotechnologie in Wageningen, Leiden en De Bilt) waarop voortgeborduurd kan worden. Ook zijn clusters niet te kopiëren, op te leggen of door beleidsmakers te creëren. Unieke lokale omstandigheden bepalen het succes van clusters. Succesvolle innovatieve regio’s zijn moeilijk te kopiëren en goede voorbeelden hebben vaak een tijdelijke geldigheid. Er zijn geen simpele recepten. De innovativiteit, toegepaste innovaties, ondernemersecosystemen, netwerken en clusters kunnen bevorderd worden door bijvoorbeeld veel meer gebruik te maken van vraagstimulering (geen voorgenomen actie) en door de digitalisering van het MKB te ondersteunen (lopende acties).

Maar of dit clusters creëert zoals de voorbeelden in het Westland, Eindhoven of Leiden is verre van zeker.129 Aansluiten bij de sterke en dynamische ondernemersecosysteem en de leidende ondernemers Innovaties en innovatief ondernemerschap zijn het resultaat van een interactief (en onzeker) zoek-, experimenteer-, en leerproces in een ondernemersecosysteem. Veel innovaties en vernieuwingen hangen af de uitwisseling van ‘impliciete’, niet-tastbare en slecht gedocumenteerde (ervarings)kennis. Deze is alleen uit te wisselen in persoonlijk contacten, persoonlijke vertrouwensrelaties, in nabijheid en tussen trusted partners in een ondernemersecosysteem of cluster met leidende, gezaghebbende ondernemers die zich langdurig verbinden aan het ondernemersecosysteem of het cluster. Het is niet duidelijk of het Haarlemse en regionale ondernemersecosysteem (met name met betrekking tot

75

circulaire economie, gezondheid en koplopende mkb-bedrijven) deze wenselijke kenmerken heeft en of hierop gestuurd kan worden door het team Economie & Toerisme. Ook vergt het nogal wat capaciteit, analyse en vaardigheden om de kracht, dynamiek, energie en gezaghebbende leidende ondernemers te identificeren waarop ingezet kan worden om de kenniseconomie, de circulaire activiteiten en toepaste innovaties zo kansrijk mogelijk tot ontwikkeling te brengen. Ook zijn capaciteit, vaardigheden en een lang volgehouden commitment nodig om als gemeente als trusted partner in de relevante netwerken langjarig mee te kunnen doen en te kunnen (bij)sturen. Of sprake is van voldoende capaciteit en middelen, gezien de ambities en de opgaven, is − zoals in het voorafgaande is geanalyseerd − zeer de vraag. Draagvlak voor Economische Visie Diverse stakeholders zien als winst dat de Economische Visie er is en dat de visie een richting aangeeft. Tegelijkertijd wordt aangegeven dat het nu op de concretisering, de uitwerking en de inzet van voldoende middelen aankomt. Door actief in te zetten op economie en werkgelegenheid wordt afgeweken van het bestaande. Dat wordt niet altijd begrepen en het vergt veel overtuigingskracht en robuuste instrumenten om voor de brede economische visie voldoende draagvlak te organiseren.

Dit blijkt onder andere uit het feit dat diverse stakeholders articuleren dat de economische kracht van Haarlem bestaat uit de binnenstad, Haarlem als bezoekstad en het toerisme. “Haarlem heeft drie pijlers: gastronomie, retail en cultuur. Dit is de heilige drie-eenheid”. “De interne focus van Haarlem is gericht op Haarlem als winkelstad”. “De EVH legt veel te veel nadruk op de hoogopgeleiden”. In de participatie ten behoeve van de ontwikkeling van de EVH is deze smallere opvatting van de Haarlemse economie

_________ 128

Otto Raspe, De nieuwe geografie van onze economie. Mini-college Kracht van de Regio, Rabobank, 24 september 2020.

129

Voor Haarlem zijn ‘clusters’ sectoren, netwerken en ecosystemen waar energie zit, waar er soms een grote werkgever is of die innovatief zijn op hun gebied en zich tot een sterker ‘cluster’ zouden kunnen ontwikkelen (bijvoorbeeld Haarlemse zorgsector).

Second opinion Economische Visie Haarlem

en de typering van de kracht van de Haarlemse economie niet naar voren gekomen. Ook bij de vaststelling van de EVH in de raad is de brede visie op de economie van Haarlem omarmd. Dit laat onverlet dat deze geluiden duidelijk maken dat het nu op concretisering, uitwerking en inzet van voldoende middelen aankomt. Ook om weerstanden tegen de nieuwe koers te overwinnen. Samenwerking, coördinatie en samenhang van E&T met andere diensten en afdelingen De uitvoering van de EVH kan alleen maar slagen als op alle strategische uitvoeringslijnen en voor alle acties goed samengewerkt wordt met andere afdelingen en als de andere afdelingen de economische visie mede omarmen. Voor ‘talent’ is de medewerking nodig van ‘Werk en Inkomen’, ‘Jeugd, Onderwijs en Sport’, ‘het Werkgeversservicepunt’ en de regiopartners. Voor de ruimtelijke ontwikkelingen is de medewerking van ‘Omgevingsbeleid’ nodig, voor knooppuntontwikkeling van ‘Beheer en Beleid Openbare Ruimte’ en voor concrete acties rond lastenverlaging, vergunningverlening, functiemenging en blurring om het ondernemerschap te bevorderen van ‘Vergunningen, Toezicht en Handhaving’. Het is wenselijk dat het team Economie & Toerisme sterk betrokken is bij de gebiedsprogrammering en de ruimtelijk-economische planontwikkeling door de hele stad.

Op deze wijze kan voldoende aandacht ontstaan voor gemengde gebiedsontwikkelingen en voor het vinden van ruimte voor bedrijven die moeten verhuizen uit de ontwikkellocaties. Door per gebied het stedenbouwkundige én economische plan te communiceren, bestaat de kans dat ontwikkelaars, bedrijven en bewoners mee gaan doen in de planrealisatie. Om acties en stappen succesvol te kunnen uitvoeren, moet er binnen de gemeente en bij de partners bereidheid zijn om constructief en doelgericht samen te werken. Het is niet duidelijk of deze samenwerking is geborgd. Pilots, proeftuinen, living labs e.d. onmisbaar in het onzekere innovatieproces Het bevorderen en aanjagen van de innovativiteit en toegepaste innovaties is met grote onzekerheden 76

omgeven. Mislukken maakt onderdeel uit van innoveren. Dit benadrukt ook het belang van beleidsexperimenten, pilots, proeftuinen, living labs, fieldlabs, en dergelijke. De gesprekspartners onderstrepen dat Haarlem wat dit betreft goede stappen zet. Maar hier hoort een belangrijke randvoorwaarde bij. Door de onzekere aard van innovatie is niet op voorhand duidelijk welke oplossing de goede is; hoe goed ingericht de pilots, proeftuinen, living labs en field labs ook zijn. Haarlem moet dit als uitgangspunt willen nemen en hooguit borgen dat zo veel mogelijk geleerd wordt van de mislukkingen. Uitvoering van de EVH vergt een lange adem met lang volgehouden acties en doorzettingsvermogen Succesvolle regio’s weten met alle stakeholders langjarig te werken aan de beoogde doelen. Diverse stakeholders wijzen hier ook op. Er moet meer gestuurd worden op de cruciale randvoorwaarden wat betreft ruimte, innovatie en ondernemerschap. De gemeente kan veel dwingender zijn om de richting van duurzaamheid en circulaire economie in te slaan. Er is lef, durf, moed, strategie en middelen nodig om de EVH te realiseren. Bijvoorbeeld door miljoenen euro’s te lenen, of substantiële subsidies te verwerven, om in de circulaire activiteiten echt het verschil te gaan maken in ambities, middelen, inzet en effecten. En daarmee veel verder te gaan dan de op zich sympathieke stadse circulaire projectjes.

Om bijvoorbeeld Waarderpolder Haarlem Business Park stapsgewijs te transformeren naar een hoogwaardig circulair bedrijventerrein. Met de focus op bijvoorbeeld de upscaling van circulaire materialen, halffabrikaten, recyclaten, producten en diensten moet de visie en de transitie dertig tot vijftig jaar volgehouden worden door de gemeente Haarlem. In dit lang volgehouden ontwikkeltraject moeten ook af en toe middelen zijn om gronden en opstallen op te kopen, te onteigenen en te laten verplaatsen. Door de visie, het gebiedsplan en de acties lang vol te houden, is de gemeente betrouwbaar en geloofwaardig, hebben ondernemers houvast en is de kans maximaal dat zij zich aan de wenselijke ontwikkeling committeren en óók gaan investeren.

Second opinion Economische Visie Haarlem

5.6 Antwoord op de onderzoeksvragen De groei van het aantal inwoners in Haarlem valt te begrijpen omdat Haarlem een aantrekkelijk woongemeente is met vele banen in de directe omgeving. Waarom over een langere periode bekeken het aantal banen in de gemeente Haarlem niet méér groeit dan het aantal inwoners, is minder makkelijk te beantwoorden. Is traditionele bedrijvigheid verloren gegaan? Zijn er aantrekkelijker vestigingsvoorwaarden in omringende gemeenten? Heeft Haarlem onvoldoende fysieke ruimte voor nieuwe bedrijfsvestigingen? Kent Haarlem een specialisatie in sectoren waarvan de werkgelegenheid niet af nauwelijks toeneemt? Kent Haarlem minder ondernemers met groeiambities dan andere steden? Is het beleid om het ondernemerschap te bevorderen te weinig krachtig en effectief? Er is geen duidelijk antwoord op deze vragen zodat ook lastig is te beantwoorden of de nieuwe economische visie en het nieuwe economische beleid toereikend zijn om de beoogde werkgelegenheidsgroei te realiseren. Is het doel van 0,43 werkgelegenheidsratio haalbaar met de gekozen inzet? Of gezien de verwachte bevolkingsgroei op korte termijn met de gekozen inzet de werkgelegenheidsratio van minimaal 0,43 baan per inwoner haalbaar is, hangt van vele factoren of. De gemeente is sterk afhankelijk van middelen die het zelf kan inzetten en de inzet van de stakeholders in stad en regio.

De gemeente kan de kans op het behouden van de woon-werkbalans van minimaal 0,43 baan per inwoner bij een groeiende bevolking vergroten door: −

voldoende afbakening, prioritering, focus, draagvlak, middelen, capaciteit en sterk projectmanagement om de acties langjarig vol te houden;

−

er voor te zorgen dat de visie en doelen van de EVH door alle beleidsafdelingen breed gedeeld worden en dat zij bijdragen om de doelen te realiseren;

−

in alle voorbereidingen en besluiten over gebiedsontwikkelingen het Team Economie & Toerisme

77

te betrekken zodat er systematisch en bij voortduring goed nagedacht wordt over het realiseren van werkplekken en het bestemmen van ruimte aan voorzieningen en bedrijvigheid; −

het bevorderen van en ruimte geven aan Haarlems ondernemerschap met een breed pallet aan maatregelen;

−

de gemeente voldoende attractief laten zijn met betaalbare woningen voor de jongvolwassenen die mede zorgen voor ondernemerschap, vernieuwing, dynamiek en innovatie.

−

het vergroten van de arbeidsproductiviteit (investeren, innoveren, opleiden, etc.) en het vergroten van arbeidsparticipatie (verkleinen mismatches op de arbeidsmarkt, opleiden, vaardighedenpaspoort, krachtiger mobiliseren van het onbenutte arbeidspotentieel, leerwerkplaatsen, het introduceren van een studieloon voor schaarse en gevraagde beroepen, etc.) zodat er vanwege de weinig groeiende beroepsbevolking geen economische groeimogelijkheden gemist worden.

Is de focus in profilering en sectoren (ook in de regionale context) een logische en kansrijke? Om de economische ontwikkeling te bevorderen, zijn de gekozen groeibepalende factoren (ruimte, talent, technologie en innovatie en ondernemerschap) goed gekozen. Een goede concretisering van de groeibepalende factoren met strategieën, uitvoeringslijnen en acties die met kracht lang volgehouden (kunnen) worden leidt als het ware “vanzelf” tot een concretisering van het Haarlemse profiel. Dit is een ontwikkelstrategie die meer zal overtuigen dan het apriori gekozen profiel in de Economische Visie Haarlem. Bijna alle Nederlandse middelgrote steden kunnen zich profileren als stad van toegepaste innovaties en ook de focus voor de toegepaste innovaties (creativiteit, kennis, zorg, circulair) wordt breed aangetroffen. Wat Haarlem bijzonder maakt en voor een krachtig profiel als woon-werkstad zal zorgen, moet nader ingevuld worden.

Second opinion Economische Visie Haarlem

Haarlem heeft niet of nauwelijks sterk verbonden technologiebedrijven, er zijn geen technologische opleidingen en de belangstelling van leerlingen voor techniek blijft afnemen. In Haarlem is daarmee geen basis om slim te differentiëren binnen een sterke technologiebasis. Dat geldt wel voor ‘creativiteit’, ‘zorg’ en ‘care’. Hierop kan het meest kansrijk ingezet worden. Bijvoorbeeld door de vraagstimulering van innovaties, het kansen geven aan nieuwe toetreders, het langjarig trusted partner kunnen zijn in de relevante ondernemersecosystemen met leidende en gezaghebbende ondernemers die zich gecommitteerd hebben aan stad en regio, door het verbeteren van de zwakke plekken in het ondernemersecosysteem (bijvoorbeeld op het gebied van intermediairs en financiers) en door het stroomlijnen van de versnipperde ondersteuningsstructuur aan het (mkb-)bedrijfsleven. Op het gebied van het inzetten op circulaire activiteiten geldt het bovenstaande ook onverkort en ligt het daarnaast voor hand om in te zetten op kennisintensieve upcyclingsactiviteiten (productontwikkeling, design, herontwerp) en nieuwe vormen van dienstverlening (proces- en onderhoudsmanagement). Is het gekozen instrumentarium efficiënt en effectief (o.b.v.

ervaringen elders en eigen ervaringen in het verleden) en wordt het beleid voldoende integraal benaderd? Zijn er lessen uit het verleden getrokken? Het is nog te vroeg om te kunnen beoordelen of het gekozen instrumentarium efficiënt en effectief is. Ook is niet duidelijk of voor het uitwerken van de EVH een systematische afweging heeft plaatsgevonden van de in te zetten instrumenten en of lessen geleerd zijn van het verleden. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor Waarderpolder Haarlem Business Park. Waarderpolder Haarlem Business Park is een juweel, asset en kans voor Haarlem. Niet duidelijk is of met het bedrijvenpark altijd zorgvuldig, weloverwogen en met besef van de toekomstige waarde van de schaarse ruimte en goede ligging aan de Westkant van Amsterdam wordt omgegaan. 78

De uitzondering op de regel dat niet duidelijk is of van het verleden is geleerd, is de Economische Visie Haarlem zelf. Met de EVH als parapluvisie met een duidelijke richting en keuze voor de lange termijn (onder andere door te kiezen voor het minimaal behouden van de woon-werkbalans van 0,43 baan per inwoner) is gebroken met het verleden. In het voorafgaande is aangeven dat integraal beleid (en alle beleidsafdelingen die bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van de EVH) één van de voorwaarden is om de kans op behoud van de woon-werkratio van 0,43 baan per inwoner te vergroten. Er zijn vele initiatieven en acties die waarschijnlijk efficiënt en effectief zijn. Voorbeelden als De Koepel, CupolaXS, de Lichtfabriek, The Idea Factory, C-District, 3D-Makerszone, Bouwlab, et cetera. Daarbij dient efficiënt en effectief wel anders gedefinieerd te worden dan traditioneel de gewoonte is. Het bevorderen en aanjagen van de innovativiteit en toegepaste innovaties is met grote onzekerheden omgeven. Mislukken maakt onderdeel uit van innoveren. Door de onzekere aard van innovatie is niet op voorhand duidelijk welke oplossing de goede is. Als geleerd wordt van de mislukkingen kan er in tweede, derde en vierde instantie toch sprake zijn van effectiviteit en doelmatigheid.

Wat betreft het gekozen instrumentarium en het bevorderen van toegepast innovaties kan nog één gedachte aangereikt worden. Het is een zeer kleine groep innovatieve bedrijven en nieuwe innovatieve toetreders die het meest bijdragen aan economische groei en vernieuwing. Om toegepaste innovaties te bevorderen, is het verstandig om aan te sluiten bij deze entrepreneurial discovery en deze uitdagers van de gevestigde orde. Maar deze groep is zéér klein. Omdat slechts een zeer klein percentage mkbondernemingen en starters (< 5 procent) wil groeien en innoveren, is het voor de uitwerking van de EVH van belang om deze ondernemingen en ondernemers goed te kennen, bij hen aan te sluiten en juist hen op de goede wijze te ondersteunen. Met uitzondering van de winkelleegstand in de binnenstad valt nog niet zeggen of van de coronacrisis een blijvend structurele verandering uitgaat op de woonplaatskeuze van mensen, de mobiliteitspatronen, de arbeidsproductiviteitsontwikkeling, het aanbod van arbeidsmigranten, et cetera.

Second opinion Economische Visie Haarlem

Zijn budget en capaciteit toereikend? Met een grote mate van waarschijnlijkheid niet. In vergelijkend perspectief zijn de middelen beperkt. Terwijl het uitvoeren van de visie langs de vijf groeibepalende factoren en bijbehorende actielijnen (ruimte, talent, innovatie en ondernemerschap) veel makkelijker opgeschreven is dan goed uitgevoerd. In het voorafgaande zijn diverse ideeën aangereikt hoe instrumenten gekozen kunnen worden die de kans op succes vergroten (vraagstimulering van innovaties, langjarig trusted partner kunnen zijn in relevante ondernemersecosystemen, het kennen van de zeer selecte groep innovatieve kleine ondernemingen met groeiambities, het bevorderen van het ondernemerschap in Haarlem met een breed pallet aan instrumenten). Dit vraagt veel interne en externe afstemming en voldoende capaciteit, vaardigheden en middelen.

79

Second opinion Economische Visie Haarlem

Bijlage 1: geïnterviewden Herman Bolhuis, Fieldlabs Haarlem. Pals Brust, bestuurslid BIZ-binnenstad, voormalig directeur C&A Haarlem en C&A Europa, initiatiefnemer Up Set Textiles. Edwin Coerver1, manager Werkgeversdiensten WSP Zuid-Kennemerland en IJmond. Talitha van der Elst, lid College van Bestuur Nova College en lid Regionaal Werkbedrijf (RWB) en Regionaal Economisch Overleg (REO). Merijn Everaats, oprichter Dopper, initiatiefnemer Oceans Haarlem. Bruno Giebels, voorzitter Industriekring Haarlem (IKH). Joost Hagens, partner Bureau Buiten. Diana Hermans1, teamleider Werkgeversservicepunt Zuid-Kennemerland en IJmond. Ruben Nieuwenhuis, initiatiefnemer Cupola XS, kennis- en innovatiecentrum voor het MKB. 80

Frank van Oort, hoogleraar stedelijke en regionale economie EUR en wetenschappelijk directeur IHS. Nadira Rambocus, coördinator arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond. Mark Rozekrans1, manager Bemiddeling Pasmatch en Manager Werkgeversdiensten WSP Zuid-Kennemerland en IJmond. Ivo van Schaik, voorzitter Raad van Bestuur Spaarne Gasthuis.

1

Drie gesprekspartners in één interview

Second opinion Economische Visie Haarlem

Bijlage 2: citaten uit de interviews De geïnterviewden onderschrijven het belang van de Economische Visie Haarlem en dat er nu een richting en een koers is. Dit is winst. Ook het doel van de EVH is begrijpelijk. Diverse ontwikkelingen en initiatieven worden toegejuicht (3-D Makerszone, CupolaXS, de Koepel, Bouwlab, Lichtfabriek, etc.). Er zijn ook sterke uitgangspunten: de kracht van de binnenstad, het onderwijs, de bereikbaarheid van vele banen in de regio, de universiteiten in de nabijheid, de noodzaak om te innoveren en productiever te worden (krapte arbeidsmarkt, betaalbaarheid van de zorg, stimuleren van cross-overs, etc.) en de potentie en ontwikkelmogelijkheden van Waarderpolder Haarlem Business Park. In de onderstaande citaten zijn vooral die opmerkingen opgenomen die aan het denken zetten, die de EVH (visie, uitvoeringslijnen, agenda) kritisch tegen het licht houden en die voor de auteur in het kader van de second opinion nuttig zijn.

Ruimte −

“Er zijn weinig kantoren in Haarlem. Haarlem heeft geen goede kantoorlobby”.

−

“Is er ook voor de horeca voldoende bedrijfsruimte in Haarlem?”

−

“Functiemenging kan alleen in greenfield ontwikkelen. Op een bestaande bedrijventerrein (brownfield) zijn bedrijven die verkeer, lawaai en geuroverlast veroorzaken. Past niet bij sommige andere economische activiteiten en zeker niet goed bij wonen”.

−

“Met de ruimtedruk en hoge vastgoedprijzen is men tot nu toe zeer slordig omgegaan met de stationsomgevingen. Deze zijn zeer slecht ontwikkeld. Met Heemstede- Aerdenhout heeft men drie OV-stations, waar het drie keer niets is, waar men niets mee heeft gedaan, terwijl er als woon-werkgebieden grote potentie is”.

−

81

“Een belemmering in Haarlem is dat er onvoldoende betaalbare woonruimte is voor 1½ à 2 keer modaal. Verpleegkundigen, laboranten e.d. raak je weer kwijt omdat zij gedwongen worden buiten Haarlem te gaan wonen en uiteindelijk een baan dichterbij hun woning zullen zoeken. Je functioneert door de dure woningen in Haarlem als een opleidingsinstituut voor de regio”.

−

“Haarlem wordt duurder. Dat is een gevaar voor de stad. Straks is Haarlem alleen een stad voor oudere, rijke en witte mensen”.

−

“Huren en kopen is in Haarlem onbetaalbaar geworden. In Amsterdam koopt men woningen op voor onder andere politieagenten. Stelt kwantitatief nog niet veel voor”.

−

Voor welke woonvormen kies je in Haarlem? Dat heeft invloed op de instroom.

−

“Waarom moeten er zoveel mensen bijkomen in Haarlem? Is dat wel een wet van Meden en Persen?”

Waarderpolder Haarlem Business Park −

“Waarderpolder wordt bedreigd door de woonsituatie in Haarlem. Op korte termijn voortdurend druk om kavels in te vullen met woningen. Komt regelmatig terug en op de agenda. In het convenant afgesproken dat er de komende tien jaar geen woningbouw zal plaatsvinden. Maar de druk kan altijd weer terugkomen. Geen absolute garantie voor de ondernemers in Waarderpolder”.

−

“Regelmatig komt naar voren dat één, twee, drie of vier verschillende bedrijven ruimte nodig hebben. Zie dat als een markt- en koopsignaal. Zoek een investeerder en ontwikkelaar die zo’n toren wil neerzetten. Leg acquisitie en projectontwikkeling in één hand. Dan kun je in Waarderpolder twee torens neer laten zetten voor 500 banen. Stap om invulling te geven aan de 8.600 extra banen die er moeten komen. Dit zou als gemeente van visie en lef getuigen”.

Second opinion Economische Visie Haarlem

−

“Ga in Waarderpolder de hoogte in”.

−

“Het beter benutten van de ruimte (o.a. wat betreft het parkeren) moet hand in hand gaan met het ontwikkelen van kantoren (ook daarvoor parkeren goed regelen)”.

−

“Waarderpolder moet verbeterd worden (wegen, toegankelijkheid, vergroening), aantrekkelijker gemaakt worden en op een hoger kwaliteitsniveau gebracht worden. Onder andere voor kantoren en kennisintensieve bedrijven. In Haarlem is vergroenen nog wel populair, maar wegen zeker niet”.

−

“Het openbaar vervoer is slecht geregeld in Waarderpolder”.

−

“De vleesfabriek mag uitbreiden! De vestiging van Shurgard! Ikea en Gamma! Past dat in de visie en wenselijke ontwikkelrichting? Het bestemmingsplan is (nog) geen grond om te weigeren. Gemeente loopt achter de feiten aan. Er moet stringenter gekozen en gehandhaafd moeten worden. Veel meer sturen met de bestemmingsplannen als je een bepaalde richting in wilt”.

−

“Je moet als gemeente selectief zijn in Waarderpolder”.

−

“Je kunt van heel Waarderpolder een proefproject circulariteit maken. Zou van visie getuigen. Past in de tijdgeest. Hiervoor zou je Europese subsidies kunnen verwerven”.

−

“Een circulaire grondstoffenhub is nuttig. Maar niet in Waarderpolder gezien de schaarse ruimte”.

−

“Men is al ruim twintig jaar bezig om Waarderpolder te verbeteren en te revitaliseren en als je er bent, vraag je je af hoe heeft het zo kunnen ontsporen. De revitalisering is klaarblijkelijk niet eenvoudig. Het is een potentieel kansrijke plek en de dynamiek van Strijp-S in Eindhoven had men ook in Waarderpolder kunnen hebben”.

82

Talent −

“Overal zijn er mismatches op de arbeidsmarkt en is de vraag groter dan het aanbod. In de techniek, in de zorg, etc. Al gaat het in de zorg iets beter”.

−

“Haarlem staat in de regio op de 2e plaats wat betreft de corona-impact op de economie en arbeidsmarkt (horeca, cultuur, uitzendwerk, flexwerkers). Er is iets te weinig diversiteit in de sectoren. De economie is kwetsbaarder dan IJmond”.

−

“De Regionale doe-agenda staat sterk in het teken van corona. Flexcontracten en zzp’ers zijn een aandachtspunt geworden door de corona. Maar houdt tegelijkertijd de bredere en structurelere opgaven en ambities vast”.

−

“In de coronacrisis zijn de overschotten en tekorten deels opgelost. Nu keren de oude problemen weer terug met tekorten in onder andere de horeca”.

−

“De jongeren en de jeugdwerkloosheid heeft (nog) geen grote omvang aangenomen. Het gaat om tientallen jongeren; geen honderden”.

−

“De golf van ellende vanwege corona moet nog komen. De na-ijleffecten zullen groot zijn. De tweedeling is vergroot en de analyse en het advies van Borstlap heeft zijn gelijk bewezen”.

−

“De regionale werkstructuur in de arbeidsmarktregio is verbeterd en versterkt. Er zijn stappen gezet om niet meerdere overleggen te hebben over het hetzelfde onderwerp en om de afstand tussen de bestuurlijke overleggen en de uitvoering te verkleinen. De paraplu is de Regionale doe-agenda. Met probeert scherp te kiezen met de beperkte middelen. Niet met vijf hogescholen praten over een initiatief, maar slechts met één”.

−

“De Regionale doe-agenda lijkt een waslijst van tientallen acties zonder duidelijke prioriteiten. Toch is dat slechts schijn. Veel partijen en stakeholders komen met dezelfde ideeën. Dus de veelheid aan acties in deels kosmetisch. Men hanteert een stoplichtenmodel. Sommige zaken uit de brede lijst van de doe-agenda temporiseert men”.

−

“De traditionele instrumenten zijn voor een belangrijk deel gericht op de mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Ook Perspectief op Werk focust op mensen met grote afstand tot

Second opinion Economische Visie Haarlem

de arbeidsmarkt. Met landelijke coronamiddelen wordt ingezet om werklozen en zelfstandigen verder te helpen”. −

“Men probeert als WSP Zuid-Kennemerland en IJmond samen op te trekken met WSP GrootAmsterdam om te matchen over de arbeidsmarkregio’s heen. Maar in de techniek en zorg blijven er mismatches”.

−

“Wetgeving maakt het statushouders moeilijk om bijvoorbeeld te werken in de zorg. Terwijl men in Syrië reeds arts was. In Duitsland kan een Syrische arts veel sneller weer als arts werken. Waarom in Nederland niet?”

−

“Sommige bedrijven die lager of praktisch geschoolden nodig hebben (MSD, Danish Crown Foods) hebben moeite om aan personeel te komen”.

−

“Met zijn nieuwe restaurant kan hij niet aan mensen komen. Er is reeds heel veel horeca in Haarlem”.

−

“Men mist in Zuid-Kennemerland en IJmond werkgevers voor lageropgeleiden. Onder andere bedrijven waar men assemblagewerkzaamheden kan verrichten. Van belang om in het beleid van de gemeente niet alleen te focussen op hogeropgeleiden”.

−

“Er zijn goede scholen in Haarlem en de verbinding met de scholen is goed als (grote) werkgever”.

−

“Nova College en Hogeschool Inholland leveren goede kwaliteit”.

−

“De universiteiten van Haarlem zijn goed bereikbaar en nabij (Amsterdam, Leiden). Voor de gemiddelde werkgever zal het daardoor niet uitmaken dat Haarlem geen eigen universiteit heeft. De zeer dichte nabijheid is alleen van belang is een heel gespecialiseerd, specifiek segment (bijvoorbeeld zoals de bioscience in Leiden)”.

−

“De speerpunten (kenniseconomie, circulair, gezondheidszorg) moet je bij de basis, dat wil 83

zeggen het onderwijs beginnen”. −

“Laat studenten werken aan de digitale problemen van de mkb-ondernemers”.

−

“Er zijn te veel keuzes in onderwijsvormen. Met o.a. het opleiden voor paardenverzorgsters leiden wij op voor de werkloosheid”.

−

“Er is een tekort aan opleiders in onder andere de zorg. De starheid van organisaties is mede een belemmerende factor. Er is weinig bereidheid om de organisatievormen te veranderen”.

−

“Er zijn veel middelen beschikbaar om bij-, her- en om te scholen. In de regio inventariseert men de skills en vaardigheden van de werkzoekenden”.

−

“Is er voldoende bereidheid voor Leven Lang Ontwikkelen bij werkgevers en werkzoekenden? In de techniek zijn vele instrumenten beschikbaar om mensen te interesseren voor techniek. Maar er zijn niet of nauwelijks kandidaten zelfs niet met baangaranties. Techniek is niet sexy en nog steeds het beeld van vuile handen. Met filmpjes bij en van techniekbedrijven, een website met kansberoepen, VR-brillen, e.d. probeert men klanten te verleiden om toch aan techniekberoepen te denken”.

−

“Leven Lang Ontwikkelen is ingewikkeld. Vraagt iets van bedrijven. Het is moeilijk voor bedrijven om te investeren in mensen die straks weg gaan. De bewustwording van het belang vergt een lange adem. Je zou het belang van LLO als duidelijk moeten maken in de opleidingen voor HRM-managers. Het regionale Mobiliteitsteam gaat hierin iets betekenen”.

−

“De gemeenten en het WSP zitten in een spagaat. De inzet is om mensen snel weer aan het werk te krijgen door ze bijvoorbeeld order te laten picken. In plaats van om ze op te leiden, te herscholen en om te scholen”.

−

“Sanctioneren helpt niet. Je plaatst geen ongemotiveerden bij werkgevers”.

−

“De doe-agenda is sterk gericht op preventie. Werk & Inkomen heeft heel veel mensen en partners die benut kunnen worden. Bijvoorbeeld om te voorkomen dat de bijstandspopulatie toeneemt”.

Second opinion Economische Visie Haarlem

−

“Wat is het probleem met de laagopgeleiden in Haarlem? Het heeft een negatieve connotatie. Vroeger had je de ambachtsschool. Je moet mensen verleiden. Vanuit onze welvaart zijn er veel keuzes. De mensen moet het willen”.

−

“De WW-populatie van 50+ wil geen veertig uur meer werken. De gig-economie is zeer geschikt en passend bij de onderkant van de arbeidsmarkt.

−

“Een woning in Haarlem kost 6 ton. Dit kunnen alleen mensen betalen die al een baan hebben buiten Haarlem. Deze inwoners zullen dus blijven pendelen”.

−

“In de arbeidsmarktregio is men succesvol met een Social Impact Bond voor 25 mensen voor drie jaar. De SIB is een sluitende business case. Alle grote SIB’s zijn mislukt; deze niet”.

−

“Een belangrijke knop is de deeltijdarbeid en de vele kleine contracten. Ondanks de enorme krapte blijft de strategie van werkgevers om nog iemand erbij te zoeken voor weer 10 uur. Wel zal het binden van talent steeds belangrijker worden”.

−

“Flexwerkers en arbeidsmigranten duurder maken helpt in de richting van meer structurele oplossingen. Het is ook van belang om groter te denken en om regiogemeenten en bedrijven te prikkelen om na te denken over de structurele vraagstukken (deeltijdarbeid, arbeidsmigranten, flexibilisering, LLO, etc.). Vervolgens om met elkaar de visie hierop te delen. We moeten het met zijn allen samen doen. Dit bewustzijn is gegroeid en moet nog meer groeien”.

Technologie en creativiteit als innovatieaanjagers −

“Van de innovatie kun je leren. Wat is nodig om het businessmodel op te schalen? Wat betekent het voor de vergunningverlening? Et cetera. Een gebouw afbreken en elders weer opbouwen (circulariteit) is lastig omdat wij alleen bouwvergunningen kennen en nog geen herbouwvergunningen”.

84

−

“Wil de zorg in de toekomst betaalbaar zijn en nog te leveren in het licht van de krimpende beroepsbevolking dan moet de zorg anders georganiseerd worden. Hoe kan het gedrag beïnvloed worden? Moet chronische zorg altijd in het ziekenhuis? Moet de patiënt altijd naar het ziekenhuis komen? Welke handelen zijn niet perse nodig en nuttig en kunnen de wenselijke effecten ook op andere wijze gerealiseerd worden (demedicaliseren)? Deze maatschappelijke opgave vraagt om toegepaste innovatie (apps, E-health, E-consulting, apparatuur, nieuwe vormen van persoonlijke dienstverlening)”.

−

“Om tot de beste interventie te komen en om de clinical burning questions te kunnen beantwoorden, zijn cohortstudies nodig rond een bepaalde interventies (clinical trials). Deze studies zijn ook een vorm van toegepaste innovatie”.

−

“Ook binnen het ziekenhuis doen zich problemen en vraagstukken voor die de medewerkers graag opgelost willen hebben. Met Spaarnelab heeft het Spaarne Gasthuis een innovatiehub ingericht van 2½ fte die vijf jaar de tijd krijgt om de verbeteringen in het dagelijkse werk in het ziekenhuis te ontwikkelen. Er is alleen kans op succes als je het de tijd geeft om zich te bewijzen en vrijwaart van veranderende prioriteit, organisatieveranderingen en bezuinigingen”.

−

“Je moet cross-overs aanjagen en een beetje helpen en sturen. Nabijheid helpt hierbij zoals in een campusachtige setting”.

−

“Te weinig mensen vanwege de krappe arbeidsmarkt en de krimpende beroepsbevolking is een prikkel om te veranderen en te innoveren”.

−

“Duw alle sectoren in de richting die je op wilt gaan. De IT-sector naar groene service. Pharma naar een gezondere wereld. De autobranche naar elektrisch vervoer. Formuleer een duidelijk doel en stel eisen. De wereld moet om. De gemeente kan sturen met vergunningen. Eisen stellen. Uitdagingen neerleggen. De gemeente kan en mag dwingender zijn”.

−

“3-D Makerszone. Haarlem pakt niet door”.

Second opinion Economische Visie Haarlem

−

Voor innovatie zijn Fieldlabs, de Hemelse Werkplek, de Koepel e.d. belangrijk. Plekken waar gelijkgestemden samen kunnen komen. Behoud de oude gebouwen en benut deze hiervoor.

−

De kenniseconomie, circulair en gezondheidszorg veel meer vanuit het onderwijs stimuleren. O.a. met Techpoort. Je moet bij de basis beginnen; dus het onderwijs. In groep 7/8 moet je de leerlingen al kennis laten maken met techniek. Dat is een stimulans om te kiezen voor techniek.

−

“Je kunt voor circulariteit alleen opleiden als er een baangarantie. Minimaal voor bijvoorbeeld het monteren van zonnepanelen als de markt zich (te) langzaam ontwikkelt”.

−

“Van belang om de mkb’ers en Haarlemse winkeliers te helpen om een goede plek online te verwerven.

−

“Marketing in de sociale media is kostbaar. Samen met mkb’ers dingen opzetten, is absoluut noodzakelijk”.

−

Met de provincie Groningen en Noord-Holland bezig om een ecosysteem op te zetten voor de inzameling van kleding. Nu wordt slechts een zeer klein deel van de kleding en textiel gerecycled Circa één procent). De rest gaat de verbrandingsoven in omdat de vezels te zeer zijn aangetast door dragen, wassen en vuil. Als gemeente kun je een duidelijk doel stellen dat je zoveel procent van het papier, de plastic, het textiel en de bouwmaterialen lokaal wil verwerken en recyclen. Hiervoor kunnen consortia opgezet worden. De toekomst is dat textielcomposiet materialen ontwikkeld worden bestaande uit textiel en plastics. Dit kan provinciaal opgepakt en gestimuleerd worden.

−

Om de circulariteit te ontwikkelen gaat het om projecten van miljoenen euro’s en miljoenen kilo’s. De circulaire grachtengordelinitiatieven in Amsterdam en Haarlem zijn romantisch en sympathiek en het is niet erg om dat te ondersteunen met een beetje subsidie. Maar dat gaat de toekomst niet maken. Wat nodig is, is concentratie en samenwerking van Haarlem, Amster-

85

dam en Almere. Voor Haarlem is van belang om de schaarse ruimte goed te bestemmen. En met deze optiek is de GWW-recycling in C-District niet goed te plaatsen. −

De SPRONG-regeling in het Bouwlab in Waarderpolder Haarlem Business Park is een voorbeeld van het aanjagen van toegepaste innovaties. Met de hogeschool zijn acht langjarige onderzoekslijnen uitgezet.

−

“Door Bouwlab, de Koepel en ICT bereikbaar te maken voor grote groepen kleine bedrijven en mensen worden verbindingen gelegd tussen innovatie en ondernemerschap”.

−

“Haarlem zet niet in om launching customer te zijn. Andere gemeenten doen dat wel”.

−

“De innovatie in samenwerking met het onderwijs vindt plaats in Bouwlab, Fieldlab, Techpoort, Techlab, Purmervalley (ICT) en door campusvorming. Het Nova College is een heel innovatieve ROC. Er zijn nieuwe opleidingen ingericht. Inholland zoekt de verbinding met het bedrijfsleven. De gemeenten is in deze ontwikkelingen facilitator”.

−

“Omdat er al veel initiatieven zijn voor start-ups (was het aanvankelijke idee) is men zich gaan richten op de digitalisering van het brede mkb in De Koepel. Men is niet selectief. Iedereen moet zijn eigen peers kunnen vinden bij en rond de activiteiten van CupolaXS. De logistiek manager van het ene bedrijf ontmoet de logistiek manager van het andere bedrijf en samen kunnen ze van elkaar leren”.

−

“De potentie van de digitalisering in het brede mkb is enorm. Een sms sturen als je fiets gerepareerd is (fietsenmaker), de QR-code op de menukaart (horeca-ondernemer). Videobellen, marketing, pop-up stores, human resource management, logistiek, cybersecurity, etc. Er zijn vele en kleine voorbeelden. Alle aspecten worden geraakt door digitalisering. De mkb’er hoeft geen early adopter te zijn. Van belang is om duidelijk te maken wat de winst is: of de kosten omlaag gaan of de omzet omhoog. Dan krijg je elke mkb’er geïnteresseerd”.

Second opinion Economische Visie Haarlem

−

Heineken is betrokken bij veel mkb-horecaondernemers en heeft een grote klantenbasis onder mkb-ondernemers. Omdat Heineken belang heeft dat hun klanten digitaal bij de les zijn, wordt Heineken betrokken bij de activiteiten van CupolaXS. Op dezelfde wijze wordt duidelijk gemaakt dat de mkb’er gebruik kan maken een kan profiteren van de logistieke capaciteit van Bol.com. Rabobank is geïnteresseerd in uitzendingen van CupolaXS en wil deze streamen naar hun veel grotere klantenbasis”.

Ondernemerschap −

“Van groot belang is om de werkgelegenheid die in Haarlem is, te behouden. Van belang om werkgevers regelmatig te vragen wat heb je nodig om te blijven”.

−

“Beleid om ZZP’ers te verleiden tot werkgeverschap zal niet werken”.

−

“Veel zzp’ers hebben het water aan de lippen staan en zitten in financiële problemen. Deze zijn een doelgroep geworden. Toch opmerkelijk dat maar een zeer kleine groep kiest voor werknemerschap (in de arbeidsmarkregio maar 4 à 5). Het overgrote deel kiest er voor om het nog een tijdje uit te zingen of om hun ondernemerschap en businessmodel te herijken. Er zijn ambassadeurs nodig om zelfstandigen op de mogelijkheden te wijzen. FNV Zelfstandigen probeert dat met podcasts”.

−

“Door de leegstand in de binnensteden gaat de huur omlaag. Dit geeft mogelijkheden voor nieuw ondernemerschap”.

−

“De ondernemerscultuur kan sterker in Haarlem”.

−

“Functiemenging en blurring zijn belangrijk en maken de stad aantrekkelijker. Wel is het van belang om bij het toestaan van functiemenging het level playing field te bewaken”.

− 86

“De verbinding van circulaire economie en kenniseconomie met broedplaatsen, start-ups op goede locaties (bijvoorbeeld De Koepel) is prima”.

−

“Men voert de steunpakketten van de Rijksoverheid uit en men is bezig om een Mobiliteitsteam in te richten en op te starten. Sommige sectoren zullen snel herstellen, andere langzamer (toerisme, reisbranche)”.

Ondernemersecosysteem - ondernemersnetwerken −

“Triple Helix werkt niet en werkt nergens. Voor succesvolle samenwerking moet één van de partijen het voortouw nemen.”

−

“De gemeente dient meer naar de grote ondernemers te luisteren en hen te betrekken bij de uitvoering van de EVH”.

−

“De samenwerking van gemeente en ondernemers in de BIZ-binnenstad is geen closed shop. Nieuwe ondernemers zijn automatisch lid. Wel is het van belang dat ondernemers tijd, aandacht en energie besteden aan de BIZ. Grote winkelbedrijven en de lokale managers/filiaalhouders halen af. Met InRetail is afgesproken dat filiaalhouders zich bezig houden en tijd uittrekken met de lokale opgaven in 23 steden. Dit is in goed overleg vastgesteld, maar verwaterd toch weer. Lokale, bruisende ondernemerskringen met ideeën en energie zijn nodig. Als de dynamiek en energie is verdwenen, is het zeer moeilijk weer terug te krijgen”.

−

“Haarlem is één van de steden met de grootste stakeholder netwerken. Toch is het centrummanagement in bijvoorbeeld Maastricht en Den Bosch sterker”.

−

“Alle ondernemers moeten relevant blijven. Daarbij zijn de ambities van eenieder zeer verschillend. Niemand uitsluiten. Niet alleen focussen op de koplopers en de meest ambitieuze ondernemers. Op deze wijze versterkt je het hele ondernemersecosysteem. Voor CupolaXS is digitalisering de focus en niet het thema duurzaamheid of circulair. Als de trekkers kent van de circulaire initiatieven als 3D Makerslab dan loopt het wel”.

−

“Soms is de focus van de activiteiten en events meer ‘ondernemerschap’ en soms meer ‘digitalisering’. Zo wordt het hele netwerk bediend”.

Second opinion Economische Visie Haarlem

Profileren −

“Haarlem is een woon- en winkelstad en heeft te weinig te bieden voor ondernemers. De eco-

−

“De interne focus van Haarlem is op Haarlem als winkelstad. Een uitbreiding van een bedrijf

nomische functie is ondergesneeuwd de afgelopen tien jaar”. wordt niet toegestaan vanwege de belasting van de binnenstad”. −

“Haarlem heeft drie pijlers: gastronomie, retail en cultuur. Dit de heilige drie-eenheid. Dit regionaal veel meer profileren. De regionale klant kan tien keer per jaar komen de internationale toerist niet”.

−

“Haarlem is een nette bestuurdersstad. Geen ondernemende stad en kent geen ondernemende cultuur. Haarlem Marketing wordt gefinancierd door de winkeliers en horeca en uiteraard willen die Haarlem daarop profileren”.

−

“Haarlem was groot in 2D printing; honderd jaar geleden waren er driehonderd bedrijven. Nu alle bedrijven te maken krijgen met digitalisering, verduurzaming en circulariteit zou Haarlem kunnen inzetten op 3D-printing. Dit kan een nieuw profiel voor Haarlem opleveren”.

−

“Met een duidelijke afbakening en een duidelijk concept moet en kun je piketpaaltjes slaan. Een specifieke toegepaste innovatie, of een deelterrein van technologie, creativiteit of circulaire economie claimen, de MRA erachter zien te krijgen en lobbyen in Den Haag en Brussel. Je zou bijvoorbeeld C-District kunnen positioneren als landelijk voorbeeld. Scherp kiezen, afbakenen en profileren. Heeft niets te maken met de kleinschalige circulaire initiatieven in de stad”.

−

“Gemeente kan moeilijk scherp kiezen en lang aan de keuze vasthouden. Neen zeggen tegen initiatieven die niet honderd procent bij het concept passen is voor de gemeente moeilijk. Con87

cepten verwateren snel”. −

“Doe iconische dingen. Maak grote gebaren. Kies scherp en claim een deelterrein. Je moet groot denken en doen om succesvol te zijn. Leen bijvoorbeeld € 50 miljoen”.

−

“Daden stellen. Koepel, Lichtfabriek e.d. zijn in dit kader een goede ontwikkeling”.

−

“Haarlem veel meer een ‘genotsstad’ (wellbeing, groen, water, duinen) dan een werkstad. Bouw hier op voort en bouw dit uit”.

−

“Is Haarlem een gezonde stad? Wordt er voldoende gelopen en bewogen? En hoe helpen wij de mensen in de armere wijken (bijvoorbeeld Slachthuisbuurt) om gezond te leven?”

−

“Impact maken. Vergroenen. Toerisme. Vitale stad. Brengt economie met zich mee”. Wat bestaat anders inrichten en transformeren”.

−

“Haarlem moet oppassen geen witte grijze stad te worden. Mede door de stijgende huizenprijzen dreigt de enorme vergrijzing”.

Regionale samenwerking −

“In West-MRA gelden concentreren en bundelen om en grotere impact te realiseren”.

−

“Als Haarlem veel meer de MRA omarmen”.

−

“Het arbeidsmarktbeleid zet in op een sterke regionale economie en het pakken van kansen”.

−

“Het ideaal is dat CupolaXS werkzaam is op metropoolniveau en niet alleen in Haarlem. Dat bijvoorbeeld de ROM en de Economic Board een dependance hebben in De Koepel”.

Economie −

“Het doel van de Economische Visie is begrijpelijk. Productie, specialistische en commerciële diensten zorgen voor innoveren en spill-overs tussen sectoren. Consumentendiensten hebben dit kenmerk veel minder”.

−

“In Haarlem is sprake van een onbalans. De oude industrie (uitgeverijen, drukkers, papier) zijn weggetrokken en nu zijn waarschijnlijk het ziekenhuis en de provincie de grootste werkgevers.

Second opinion Economische Visie Haarlem

En dit zijn niet-stuwende economische activiteiten. Maar het is zeer moeilijk om van niets iets te maken. In clusterbeleid moet je lang zeer gericht en consequent zijn en voortbouwen op wat er al is (grafische industrie, creatieve sector). Om clusters te kunnen opschalen, heb je grote spelers nodig die er al zijn. Leiden heeft de ontwikkeling van het Bio Science Park 25 jaar moeten volhouden en in het begin was er zeer veel scepticisme. Wat betreft de creatieve industrie is het nadeel dat iedereen daar op inzet en dat Amsterdam al een grote creatieve sector heeft”. −

“De economie van Haarlem intrigeert me al tientallen jaren. Met een zeer goede uitgangspositie, hoge woonkwaliteit, geweldig ommeland (natuur, duinen, zee) en een geweldige ligging toch een zeer matige economische performance”. Haarlem heeft vele troefkaarten en ze doen ook wel de goede dingen met de 3D-Makerzone en De Koepel”.

−

“Het economische succes van de regio in termen van werkgelegenheid is zichtbaar in Amsterdam en Haarlemmermeer; niet in Haarlem”.

−

“In heel Nederland en in allerlei steden zie je veel wishful thinking: creatief, circulair, zorg als economische trekker, bioscience, iedere stad zet in op nevenvestigingen van universiteiten”.

−

Haarlem zou ook zeer blij kunnen zijn met wat het wel heeft: fijne binnenstad, Teylers is mijn favoriete museum in Nederland, hoge opbrengsten OZB, mensen die veel kunnen uitgeven, lage werkloosheid. Haarlem heeft een luxe probleem. Het heeft in de schaduw van Amsterdam en met veel regionaal goed bereikbare werkgelegenheid de voordelen en niet de nadelen van een grote dichtheid”.

−

“Haarlem is een gezinsstad en er dreigt vergrijzing. Aan de andere kant is er ook instroom van rijke dertigers”.

− 88

“Er zijn ondernemers genoeg is Haarlem. Alleen wonen ze in Haarlem en ondernemen ze in Amsterdam en Hoofddorp”.

−

“In Haarlem zullen relatief veel informal investors wonen. Voor de Economische Visie zou men hen kunnen benaderen met de vraag wat er voor nodig is opdat zij investeren in Haarlems ondernemerschap en Haarlemse bedrijven”.

−

“De diversiteit in Haarlem en Waarderpolder is een kracht gebleken in de coronacrisis. Sommige branches hadden het erg druk en andere juist niet. Dit maakte het mogelijk om de spanning op de arbeidsmarkt te verminderen”.

−

“De diversiteit in Waarderpolder zou je als circulariteit kunnen promoten en verkopen”.

−

“In de bouw werken de familiebedrijven met smalle marges en innoveren weinig. Voor de bouw zijn ook weinig innovatiegelden beschikbaar. De grote bedrijven staan niet open voor open innovatieprocessen. Dus de bouw leent zich niet voor circulaire innovatieprojecten.”

−

“De economie van Haarlem kan veel meer gebruik maken van water, duinen en zee. De surfstad van Nederland?”

−

“De grote binnensteden zijn sterk geraakt door corona. Vóór corona overwogen grote ketens óm hun vestigingen in kleine steden (bijvoorbeeld Coevorden, Steenwijk) af te stoten. Door het dichtbij winkelen in coronatijd worden deze vestigingen van slechtst presterend best presterend. Dit zorgt voor een heroverweging van de eerdere besluiten”.

−

“Vanwege de retouren zijn in kleding de marges van de online verkopen veel slechte dan de

−

“Het belang van beleving voor de binnenstad moet niet overdreven worden. Diverse marktlei-

fysieke verkopen in winkels. De fysieke winkels hebben dus zeker niet afgedaan”. ders in de detailhandel (Van Haren, Kruidvat) bieden nul beleving. Ook het succes en de opmars van Action en Primark heeft niets te maken met beleving. Het gaat om value for money, een uitgebreide collectie, service, goed personeel, voel ik mij welkom in deze winkel zijn allemaal van meer belang dan ‘beleving’”.

Second opinion Economische Visie Haarlem

−

“Terwijl de winkelier 10 cent voor een plastic tasje moet vragen, wordt de distributie van Bol.com e.a. niet met kosten belast voor het vele plastic en karton. De lokale winkeliers betalen de Kerstverlichting en de Sinterklaasintocht, niet Bol.com. De gemeente kan degenen die deze activiteiten ondersteunen koesteren”.

−

“Als Bol.com e.a. buiten de stad een distributiepunt moeten inrichten en de stadsdistributie moeten laten plaatsvinden met elektrische fietsen e.d. dan betalen deze bedrijven mee aan de vernieuwing en verduurzaming”.

−

“Het is van belang dat de daghoreca in orde blijft na corona”.

Dienstverlening en organisatie −

“Er is een professionele promotie nodig”.

−

“Gemeente heeft het initiatief bij de ondernemer(s) gelaten. Maar heeft wel een onderzoek medegefinancierd naar de regionale behoeften en marktmogelijkheden.”

−

“De gemeente kan meer sturen en het financieel aantrekkelijk maken”.

−

“Er is veel capaciteit bij Werk & Inkomen. Dit kan men ook benutten voor de doelen van de EVH”.

−

“Het WSP is sterk gericht op uitvoerend werk. De lange termijn is ingewikkeld voor het WSP. Het WSP is sterk praktisch en gericht op het hier en nu. Dat maakt de EVH lastig”.

−

“De lage score op ondernemersvriendelijkheid (5,9) is té laag en deels onterecht. De gemeente heeft een zeer actieve houding getoond in de coronacrisis. De gemeente heeft meegedacht met de ondernemers met betrekking tot terrassen en sluitingstijden. Maatregelen waren bovendien soms afkomstig van de veiligheidsregio en niet van de gemeente. Haarlem zet stappen; de overleggen worden professioneler”.

−

“De gemeente kan de BIZ Binnenstad ondersteunen met het plaatsen van telcamera’s. “Meten

89

is weten”. −

“De gemeente heeft ook een taak op het gebied van schoon, heel en veilig. Door de opmars van take-away in coronatijd is de binnenstad vies en een rotzooi. De oude onderhoudsschema’s en – contracten voldoen niet meer”.

Economische Visie Haarlem −

“Gemeente moet visie ontwikkelen. Dat kunnen ondernemers niet. Vanuit de visie kun je bottom-up initiatieven omarmen en bij de visie laten helpen.”

−

“Dat het document met een integrale visie er is, is al mooi. Maar in een uitvoeringsplan van vijf jaar heb je ambtenaren nodig die sleuren, trekken en duwen en af en toe een beetje smeerolie hebben bij en voor initiatieven. Het gaat niet vanzelf. Als dat zichtbaar is, zullen bedrijven inkind mee gaan doen. Ik hoop oprecht dat men iets gaat doen met de visie en dat men ons erbij betrekt”.

−

“Nieuwe ontwikkelingen, vernieuwingen en innovaties moet je beschermen. Zet er een hek om heen en laat het niet in de kortste keren verwateren door nieuwe prioriteiten, organisatieveranderingen en bezuinigingen. En accepteer dat dingen mogen mislukken. Op voorwaarde dat men er van leert”.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12264937/1