20220035771 2. Bijlage 1 Platform31 second opinion EVH
Tekst van het document
55
ningverlening, zorg voor minder belastend toezicht (vooruitlopend op de Omgevingswet). Overweeg het afschaffen van bijvoorbeeld de vergunning voor voorwerpen op of aan de weg (soms zijn er 200 regels over reclameborden in een winkelstraat), de reclamevergunning en -belasting, beperk de precariorechten voor bepaalde objecten, verleen alle APV-vergunningen voor onbepaalde tijd (tenzij de aard van de vergunning zich hiertegen verzet zoals de evenementenvergunning). Rode loper aanpak Zorg voor meer capaciteit in de ondernemersdienstverlening. Kies voor een integrale benadering naar ondernemers toe over alle afdelingen en diensten heen, stel een accountmanager aan die zorgt voor tijdige en integrale vergunningaanvraag (als er sprake is van meerdere vergunningen vanuit verschillende afdelingen en diensten), wijs één vaste contactpersoon toe aan de bedrijven en zorg dat de contactpersonen van de gemeente voor het bedrijfsleven optimaal bereikbaar zijn (naam, telefoonnummer, emailadres en eventueel foto op de website). Kijk bijvoorbeeld welke lessen in de kwaliteit van de dienstverlening geleerd kunnen worden uit de snelle ondersteuning van de bedrijven tijdens de lockdown periode.
Maak functiemenging en blurring maximaal mogelijk Functiemenging kan bevorderd worden door in bestemmingsplannen op te nemen: ‘B&W kan vrijstelling van de bestemmingsverplichting verlenen indien dit niet tot nadeel van derden leidt’. Men kan ook afscheid nemen van archaïsche ruimtelijke ordeningsregels (maximaal 30% van de woonruimte voor bedrijf, alleen ondernemer zelf, geen reclame-uitingen, geen opslag). Zo is het in Almere mogelijk om tot 50 procent van de woning te gebruiken voor bedrijfsactiviteiten aan huis. Bovendien is het mogelijk om aan huis 25 m2 winkeloppervlakte in te richten. Het vergroten van de mogelijkheden voor functiemenging en voor blurring zijn nog belangrijker geworden dan voorheen omdat vele ondernemers in de
Second opinion Economische Visie Haarlem
horeca, de detailhandel, de recreatie, de evenementenbranche en de persoonlijke dienstverlening in en na de coronacrisis nieuwe businessmodellen zoeken. Tender maatschappelijke vraagstukken en daag ondernemers uit Tender de sociale en maatschappelijke vraagstukken van Haarlem en daag de markt uit. Dit kan nieuw ondernemerschap bevorderen. Stimuleer de avondstad De aantrekkelijkheid van de binnenstad kan vergroot worden door in de binnensteden het gat te verkleinen tussen het sluiten van de winkels en het op stoom komen van de horeca. Dit kan door de dag te verlengen (winkels langer open), de avond te vervroegen (uitgaanspubliek eerder naar de stad lokken), door functies te mengen (wonen, werken, recreëren) en het opvullen van het gat (iets speciaals programmeren om daggasten langer vast te houden en om avondgasten eerder te laten komen). In het project ‘Avondstad’ van Eindhoven, Zwolle, Den Haag en Gouda blijkt dat als een binnenstadstraat minimaal twee, liefst meer functies heeft, mensen op verschillende tijdstippen de deur uitgaan en de leefbaarheid toeneemt. Door de coronacrisis en het bevorderen van het herstel nu de economie weer open gaat, wint deze optie aan belang. Schoon, heel en veilig Schoon, heel en veilig is een basisvoorwaarde waaraan voldaan moet zijn wil de (lokale) economie en het ondernemerschap zich kunnen ontwikkelen.
De coronatijd heeft laten zien dat de sterke toename van de take-away maaltijden tot veel meer afval in de straten leidt. Dit vergt hernieuwde aandacht voor schoon. De oude onderhoudsafspraken van vóór corona volstaan niet meer. Een kenmerk van ondernemerschap is ook crimineel ondernemerschap en ondermijning. Om geen wit ondernemerschap te 56
verdringen, is actieve bestrijding nodig. Inzet op sleutelfiguren in het ondernemersecosysteem In het ondernemersecosysteem vervullen ondernemers en ondernemersgroepen die langdurig gecommitteerd zijn aan het ecosysteem een sleutelrol. Het ondernemersecosysteem moet open zijn voor nieuwe toetreders (ook voor zij die de status quo bedreigen). Wordt het ondernemersecosysteem gekenmerkt door ondernemers die een leidende rol (willen) vervullen, zijn er gerespecteerde intermediairs en adviseurs, is er sprake van een nauw verbonden gemeenschap van ondernemers, start-ups, financiers en adviseurs en professionele dienstverleners? De gemeente heeft tijd, capaciteit, kennis en vaardigheden nodig om de betekenisvolle en kansrijke ondernemersecosystemen en de leidende, gezaghebbende ondernemers daarbinnen te identificeren en om langjarig te kunnen investeren in een vertrouwenwekkende relatie. De gemeente kan als voorwaarde stellen dat de Bedrijfsinvesteringszones geen closed shop zijn van gevestigde belangen. De gemeente kan bevorderen dat de versnippering van de ondersteuningsstructuur van het brede mkb verminderd.
Door vooral in te zetten op de vraagstimulering van toegepaste innovaties (challenges, prijsvragen, maatschappelijke opgaven tenderen, inkoopbeleid, launching customer zijn) kan de gemeente een betekenisvolle partner zijn in de geselecteerde ondernemersecosystemen en kunnen nieuwe toetreders uitgedaagd worden om met toegepaste innovaties te komen. Clusters zijn niet of nauwelijks te ontwikkelen Naast een aantrekkelijke en leefbare stad (winkels, goede restaurants, cultuur, groen, natuur) en goede voorzieningen hoort een eigen identiteit om aantrekkelijk te zijn voor huidige en toekomstige bewoners en ondernemers. In de strijd om brains, bewoners en kapitaal zijn die steden de winnaars die door een sterke eigen identiteit zich weten te onttrekken aan de gelijkschakelende krachten van de globalisering. Daarbij is er geen draaiboek of blauwdruk die gevolgd kan worden om innovatieve regio’s tot ontwikkeling te brengen. Er zijn geen simpele recepten. Clusters kunnen niet of nauwelijks gemaakt of
Second opinion Economische Visie Haarlem
bevorderd worden, en een campus, hogeschool of valley doet geen wonderen. Succesvolle innovatieve regio’s zijn moeilijk te kopiëren en goede voorbeelden hebben vaak een tijdelijke geldigheid.110 “Je moet je beleid zeer lang volhouden en het moet diep geworteld zijn in het economisch dna van de stad”. “Haarlem was groot in 2D printing; honderd jaar gelden waren er driehonderd bedrijven. Nu alle bedrijven te maken krijgen met digitalisering, verduurzaming en circulariteit zou Haarlem kunnen inzetten op 3D-printing. Dit kan een nieuw profiel voor Haarlem opleveren”. “In Haarlem is sprake van een onbalans. De oude industrie (uitgeverijen, drukkers, papier) zijn weggetrokken en nu zijn waarschijnlijk het ziekenhuis en de provincie de grootste werkgevers. En dit zijn niet-stuwende economische activiteiten. Maar het is zeer moeilijk om van niets iets te maken. In clusterbeleid moet je lang zeer gericht en consequent zijn en voortbouwen op wat er al is (grafische industrie, creatieve sector). Om clusters te kunnen opschalen, heb je grote spelers nodig die er al zijn. Leiden heeft de ontwikkeling van het Bio Science Park 25 jaar moeten volhouden en in het begin was er zeer veel scepticisme. Wat betreft de creatieve industrie in Haarlem is het nadeel dat iedereen daar op inzet en dat Amsterdam al een grote creatieve sector heeft”.
3.6 Profilering Haarlem staat vooral bekend om het fijne woonklimaat, de diversiteit aan winkels en horeca, de gastronomie, het rijke culturele aanbod, het groen, dichtbij bossen, duinen en zee. 111 Het ondernemerschap in Haarlem, de ondernemende cultuur en de economische mogelijkheden staan minder op het netvlies.
Economische Visie Haarlem en Economische agenda 2020-2024 Haarlem maakt onderdeel uit van de dynamische Metropoolregio Amsterdam (MRA). In de MRA zijn
57
300.000 bedrijven gevestigd, die goed zijn voor 1½ miljoen banen. De kracht van de MRA is een combinatie tussen de hoge kwaliteit van leven met aantrekkelijke stedelijke voorzieningen en een hoogwaardige diensteneconomie. Haarlem is de centrumgemeente van de regio Zuid-Kennemerland aan de westkant van de MRA. De meeste banengroei in de MRA vindt plaats in de stad Amsterdam, aan de oostelijke kant (Almere), de zuidelijke kant (Haarlemmermeer, Hoofddorp, Schiphol) en aan de Noordwestelijke kant (Zaanstad). De ontwikkeling aan de westkant is tot nu toe onderbelicht. Voor de westkant van de MRA vormt Haarlem een belangrijk centrum voor de consumentverzorgende economie met de pijlers detailhandel, gastronomie en cultuur. Haarlem als werk- en ondernemersstad zit minder tussen de oren. De uitdaging in de EVH is om Haarlem op de kaart te zetten als werkstad. De ambitie is om Haarlem te profileren en te positioneren als dé creatieve stad van toegepaste innovatie, met focus op de circulaire en duurzame economie, technologie en gezondheid. Daartoe wordt de economische samenwerking tussen de regio’s Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer geïntensiveerd.
_________ 110
Centraal Planbureau, Literatuurstudie ‘Effectiviteit van place-based beleid’. Uitgevoerd in opdracht van de werkgroep Agenda Stad, CPB Notitie, Den Haag, 22 december 2016, blz. 24, 25; Otto Raspe, Martijn van den Berge en Thomas de Graaff, Stedelijke regio’s als motoren van economische groei. Wat kan beleid doen?, Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag, 2017.
111
De aantrekkelijkheid van Haarlem en de factoren die hieraan bijdragen kunnen ook gekwantificeerd worden. De aantrekkelijkheid van Haarlem wordt voor 35 procent verklaard door Haarlem als ‘productiestad’ en voor 65 procent door Haarlem als ‘consumptiestad’. Haarlem is als ‘productiestad’ aantrekkelijk vanwege het hogere loon (2 procent), de bereikbaarheid per auto (19 procent) en de bereikbaarheid per openbaar vervoer (14 procent) dan ten opzichte van de omliggende niet-stedelijke regio’s. Haarlem is als ‘consumptiestad’ aantrekkelijk vanwege de historische binnenstad (4 procent), het aanbod van podiumkunsten (17 procent), het hoogwaardige culinaire aanbod (4 procent), het winkelaanbod van mode en luxe (23 procent), stadsparken en de nabijheid van natuur en zee (12 procent) en dat er ten opzichte van andere stedelijke agglomeraties in Haarlem weinig sprake is van verschraling, verloedering, overlast en onveiligheid (5 procent). Daarnaast zijn er nog factoren die de aantrekkelijkheid van Haarlem nog groter maken dan de hiervoor genoemde negen factoren. Dit maakt Haarlem ná Amsterdam de meest aantrekkelijke stad/stedelijke agglomeratie in Nederland. Dit verklaart bovendien dat de inwoners bereid zijn om de dure woningen te betalen. Henri de Groot, Gerard Marlet, Coen Teulings en Wouter Vermeulen, Stad en land, Centraal Planbureau, Den Haag, 2010, blz. 76 en 77.
Second opinion Economische Visie Haarlem
Onder voorbehoud van extra capaciteit en middelen kan een onderzoek gestart worden naar gezamenlijke business marketing en aansluiting bij Amsterdaminbusiness met gemeenten ZuidKennemerland en IJmond. Inmiddels blijkt dat de kosten van aansluiting bij Amsterdaminbusiness aanzienlijk zijn.
Economisch jaarplan 2021 De uitvoeringslijnen zijn het versterken van de samenwerking aan de westkant van de MRA en het positioneren van Haarlem als creatieve stad van toegepaste innovatie. In dit kader wordt een ontwikkelperspectief opgeleverd voor Zuid-Kennemerland als input voor de MRAverstedelijkingsstrategie. Verder wordt een stadsbrede merkidentiteit voor Haarlem ontwikkeld en wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor economische en bedrijvenmarketing via Haarlem Marketing.
Belangrijke aandachtspunten voor verdere concretisering EVH De profilering van Haarlem is dermate generiek (creatieve stad van toegepaste innovatie met een inzet op bijvoorbeeld circulaire economie) dat alleen het succes op de andere strategische uitvoeringslijnen het mogelijk maakt om het profiel herkenbaar te concretiseren. Dit is des te meer noodzakelijk omdat voor vele steden geldt dat zij gekenmerkt worden door toegepaste innovatie en bijna alle steden en regio’s de transitie naar een circulaire economie als speerpunt hebben geformuleerd.
3.7 Regionale samenwerking Bijna alle opgaven van Haarlem, de doelstellingen van de EVH en meerdere strategische 58
uitvoeringslijnen zijn grensoverschrijdend. Regionale samenwerking is noodzakelijk voor de economie, arbeidsmarkt, woningbouwopgave, recreatie, cultuur, mobiliteit, zorg, onderwijs, et cetera. Ook de vier duurzaamheidsopgaven (energietransitie, voedseltransitie, transitie naar een circulaire economie en klimaatadaptatie) zullen op regionaal niveau steeds beter met elkaar verbonden worden. Hoe beter de gemeenten en de regio’s daarin slagen des te beter zal men slagen om de kansen die gepaard gaan met de transities ook te benutten.112 Haarlem is zich daarvan bewust en werkt intensief samen met de gemeenten in de regio Zuid-Kennemerland en IJmond en in de Metropoolregio Amsterdam. Goede en daadkrachtige regionale samenwerking, het vergroten van de differentiatie en complementariteit van de gemeenten in de regio (Haarlem vult Haarlemmermeer aan en omgekeerd) bevordert de economische groei en draagt bij aan een groter regionaal economisch product. Empirisch onderzoek in Denemarken, Duitsland en Nederland laat zien dat bestuurlijke versnippering en onvoldoende regionale samenwerking en afstemming tussen meerdere gemeenten overal een negatieve invloed heeft op het economisch presteren van regio’s.113
Belangrijke aandachtspunten voor verdere concretisering EVH In een regio hangen de beleidsterreinen economie, bereikbaarheid, wonen, winkelen, recreëren, arbeidsmarkt, onderwijs, re-integratie, zorg en welzijn sterk samen. Ook de energietransitie is alleen te realiseren door een goede samenwerking tussen de regiogemeenten. Dit vraagt in toenemende mate om regionale samenwerking en deze samenwerking vindt veelal plaats in de vorm van netwerksturing.
_________ 112
Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli), De som der delen. Verkenning samenvallende opgaven in de regio, Den Haag, maart
113
Frank van Oort en Gerwin van der Meulen, Essay: bestuurlijke grenzen remmen welvaart”, in: Nieuwsbrief Binnenlands Bestuur, 22 maart
2019. 2019; Frank van Oort en Gerwin van der Meulen, De organisatie van openbaar bestuur en regionaal-economische ontwikkeling in ZuidHolland, s.l., s.a.
Second opinion Economische Visie Haarlem
Kies scherp en hou de regionale samenwerking lang vol Goede samenwerking is één van de determinanten van sterke regionale economische ontwikkeling. Auteurs van het Planbureau voor de Leefomgeving komen − op basis van een uitgebreide studie − tot acht “raderen” die van belang zijn om succesvol te zijn als regio.114 De auteurs hebben twintig jaar lang de economische ontwikkeling geanalyseerd van 800 regio’s in 27 landen en voor 70 variabelen. Vanuit deze analyse, een samenvatting van het denken in de internationale literatuur én een aantal uitgebreide casestudies komen zij tot acht “raderen” die van belang zijn om succesvol te zijn of worden als regio: −
Clusters (van samenwerkende en aan elkaar gerelateerde bedrijven);
−
Ondernemerschap (nieuwe bedrijven, snelgroeiende bedrijven (scale-ups), en nieuwe activiteiten van bestaande bedrijven);
−
Human capital (een goed gekwalificeerde, opgeleide en vaardige beroepsbevolking; dit verklaart de helft van de agglomeratievoordelen);
−
Kennisinfrastructuur (de kwaliteit van publieke en private onderzoeks- en onderwijsinstellingen);
−
Fysieke infrastructuur (de bereikbaarheid en connectiviteit via weg, spoor, lucht en water).
−
Financiering (vooral de financiering van economische structuurversterking en risicovolle innovaties, venture capital);
−
Governance (de kwaliteit van bestuur en hoe bestuurslagen effectief samenwerken);
−
Leef- en woonklimaat en voorzieningen (die bijdragen aan een aantrekkelijk woon-werk- en interactiemilieu).
De casussen van Europese regio’s die succesvol zijn, maken duidelijk dat de samenwerkende regionale actoren (overheden, maatschappelijke organisaties, bedrijven) een gedeeld doel hebben en dat lang weten vast te houden. Concretiseer de baten van goede regionale samenwerking
59
Steden met de juiste mix aan sectoren en aantrekkelijke vestigingsplaatsfactoren groeien, terwijl steden die dat minder goed op orde hebben waarschijnlijk afglijden. ‘Goede’ banen, hoogopgeleiden, hoge inkomens en hoogwaardige voorzieningen versterken elkaar. Door deze principes van agglomeratie worden de verschillen tussen regio’s vergroot (‘the winner takes all). Uit internationaal empirisch onderzoek blijkt dat de agglomeratievoordelen, en functies van elkaar lenen door effectieve regionale samenwerking, kan leiden tot 2 tot 5 procent hogere productiviteit.115 Als wij voorzichtig zijn en de effecten van de intensievere regionale samenwerking in Zuid-Kennemerland en de MRA op anderhalve procent productiviteitswinst ramen dan betekent dit voor de regio Zuid-Kennemerland een toename van de welvaart van € 116 miljoen per jaar en voor de inwoners een toename van 500 euro per inwoner. Voor de hele MRA gaat het om 2,5 miljard agglomeratievoordelen per jaar oftewel per inwoner een toename van 1.000 euro.116 En dat jaar in en jaar uit. Zonder dramatische beleidswijzigingen. Maar alleen maar vanuit het besef dat samenwerking loont, dat de strategische uitvoeringslijnen van de EVH en de urgentie van de maatschappelijke opgaven effectieve regionale samenwerking noodzakelijk maakt.
_________ 114
Otto Raspe, Martijn van den Berge en Thomas de Graaff, Stedelijke regio’s als motoren van economische groei. Wat kan beleid doen?,
115
Roderik Ponds en Otto Raspe, Agglomeratievoordelen en de REOS, Atlas voor gemeenten, Utrecht, 2015, blz. 17, 18; Henri de Groot,
Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag, 2017. “Verstedelijking en economische dynamiek”, in: Ruud Dorenbos, Wim Hafkamp en Joost van Hoorn, De economische stad, Kennis voor krachtige steden, Platform31, Den Haag, 2015, blz. 7; OECD, OECD Territorial Review: The Metropolitan Region of Rotterdam – The Hague, The Netherlands, Parijs, 2016, blz. 17. 116
In 2019 is het Bbp van de Corop-regio Agglomeratie Haarlem (Zuid-Kennemerland) € 7,7 miljard en het aantal inwoners: 228.972. In de MRA is het Bbp ongeveer € 168 miljard en het aantal inwoners: 2,5 miljoen.
Second opinion Economische Visie Haarlem
Betrek iedereen die nodig is, kies een gedeeld doel en zet de goede instrumenten in (waaronder stevige regie) Reeds in 2018 hebben het rijk, de gemeenten, provincies en waterschappen in het Interbestuurlijk Programma (IBP) afgesproken om de samenwerking tussen de overheden te verbeteren rond belangrijke maatschappelijke opgaven.117 Recentelijk is in het advies van de Studiegroep Interbestuurlijke en Financiële Verhoudingen aan de hand van concrete casussen nogmaals indringend duidelijk geworden dat alléén door interbestuurlijke samenwerking de grote maatschappelijke opgaven (energietransitie, woningbouwopgave, ambulantisering ggz, betere werking arbeidsmarkt, verminderen kansenongelijkheid, transitie naar een circulaire economie, et cetera) doelmatig en effectief aangepakt kunnen worden. Tevens komt de Studiegroep met een aantal concrete handvatten om effectief samen de maatschappelijke opgaven aan te pakken. In de drie geanalyseerde casussen door de Studiegroep (energietransitie, woningbouwopgave en de extramuralisering van de GGZ) blijkt dat de doelen vaak niet voldoende duidelijk in gezamenlijkheid zijn afgesproken, dat belangrijke partijen niet zijn betrokken bij de samenwerking, en dat niet of onvoldoende is nagedacht over de benodigde instrumenten, financiën en regie.
De Studiegroep is geschrokken “van de slordigheid waarmee het opgavegericht werken tot nu toe vorm krijgt in Nederland”. Met de aanbevelingen en het concrete stappenplan van de Studiegroep kan ook Haarlem in de regionale samenwerking tot een meer effectieve aanpak en tot meer resultaat komen in de strategische uitvoeringslijnen (ruimte, talent, innovatie, ondernemerschap en profilering).118
3.8 Capaciteit team Economie & Toerisme gemeente Haarlem Diverse uitwerkingen van de strategische uitvoeringslijnen zijn conditioneel of voldoende middelen en 60
capaciteit beschikbaar is of beschikbaar gesteld kan worden. En dat is begrijpelijk omdat de huidige middelen van het team Economie & Toerisme beperkt zijn. Rond de inspraak van de concept Economische Visie Haarlem wees de heer Stan Katee van de gemeente Amsterdam er reeds op dat je capaciteit en middelen moet vrijmaken als je ambities hebt en iets wilt bereiken. “Het kan niet met zes fte en € ½ miljoen. Het behouden van de woon-werkbalans van 0,43 is niet gratis”. Van alle 28 steden met tussen de 100.000 en 250.000 inwoners geeft Haarlem − op Zaanstad na − het minst uit voor het economisch beleid per inwoner. Haarlemmermeer geeft ruim twee keer zoveel uit als Haarlem, alle 28 steden geven gemiddeld bijna drie keer meer uit en Amsterdam zelfs 16 keer meer (tabel 3.1.) Tabel 3.1 Uitgaven per inwoner in euro’s voor ‘economie’ in begroting 2021 Gemeente
Lasten per inwoner (€) in 2021
Zaanstad
18
Haarlem
23
Haarlemmermeer
51
Gemiddelde 28 steden met tussen de 100.000 en 250.000 inwoners
64
Amsterdam
376
Bron: Ministerie van Financiën – Findo (Data Financiën Decentrale Overheden: hoofdtaakveld ‘economie’). Zie voor de inhoud van het hoofdtaakveld ‘economie’ bijlage 3.
_________ 117
Programmastart IBP, Samen meer bereiken als één overheid. Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen starten met een
118
Studiegroep Interbestuurlijke en Financiële Verhoudingen, Nederland heeft één overheid nodig. Discussiedocument over vernieuwing in de
interbestuurlijk programma en een gezamenlijke agenda, 14 februari 2018. interbestuurlijke en Financiële verhoudingen, Den Haag, 8 april 2020; Studiegroep Interbestuurlijke en Financiële Verhoudingen, Als één overheid. Slagvaardig de toekomst tegemoet!, Den Haag, 10 september 2020.
Second opinion Economische Visie Haarlem
Ook in de Economische Agenda Amstelveen reflecteert de gemeente Amstelveen op de mogelijkheden en onmogelijkheden van het gemeentelijke economische beleid in het licht van hun aantal medewerkers Economische Zaken in de gemeente Amstelveen (tabel 3.2). Tabel 3.2 Globaal overzicht EZ-medewerkers regiogemeenten in 2014 Gemeente
Aantal inwoners
Aantal bedrijven
Aantal medewerkers EZ (fte)
Amstelveen
85.000
8.000
2,5
Haarlemmermeer
144.000
9.000
10,5
Zaanstad
150.000
12.000
7,5
Almere
196.000
16.000
18,0
Haarlem
155.000
12.000
8,0
Hilversum
86.000
7.000
9,0
Velsen
67.000
4.000
4,0
Lelystad
76.000
7.000
12,5
Bron: Gemeente Amstelveen, Economische Agenda Amstelveen, mei 2016
3.9 Conclusies Het uitgangspunt van de Economische Visie Haarlem (EVH) is dat de gemeente moet zorgen voor de goede randvoorwaarden zodat het ondernemerschap in Haarlem kan floreren, de bedrijven zich kunnen ontwikkelen en aanpassen, en bijgevolg de werkgelegenheid zich goed ontwikkelt. De gemeente kan de
61
economie niet regisseren, maar alleen zorgen voor de goede randvoorwaarden voor de bedrijvigheid en ondernemers. Om de ontwikkeling en groei van de Haarlemse economie te bevorderen, zijn in de EVH strategische uitvoeringslijnen gekozen: ‘ruimte’, ‘talent’, ‘innovatie’, ‘ondernemerschap’ en ‘profilering’. Deze strategische uitvoeringslijnen worden de komende jaren uitgewerkt in concrete acties. Alhoewel de gemeente de economie niet kan regisseren, is qua richting wel een duidelijke keuze gemaakt. Haarlem zet in op het versterken van de kenniseconomie, het profileren van Haarlem als stad van toegepaste innovaties en het behoud van minimaal de woon-werkbalans. Om de richting ook daadwerkelijk in te kunnen slaan en om tot effectieve uitvoeringsacties te komen, zijn voldoende capaciteit en middelen nodig en dienen alle gemeentelijke beleidsafdelingen op congruente wijze mee te werken aan de doelen van de Economische Visie. Het is niet zeker of aan deze randvoorwaarden is voldaan. Door de coronacrisis heeft de gemeente het evenwicht moeten zoeken tussen enerzijds de korte termijn maatregelen om in te spelen op de coronacrisis en om het bedrijfsleven zo goed als mogelijk door de crisis te loodsen en anderzijds de strategische uitvoeringsmaatregelen om de doelstellingen van de EVH te realiseren.
Instrumentkeuze Ruimte Haarlem heeft de ambitie om tot en met 2025 tienduizend woningen in acht ontwikkelzones te bouwen. Dit zal leiden tot een bevolkingstoename van ongeveer 20.000 inwoners. Om de woon-werkbalans van 0,43 baan per inwoner te behouden moeten er 8.600 nieuwe banen bijkomen in Haarlem de komende jaren. Om dit mogelijk te maken wordt de bestaande werkgelegenheid geïntensiveerd en verdicht en worden gemengde woonwerklocaties (door)ontwikkeld. Een complicatie is dat Haarlem weinig
Second opinion Economische Visie Haarlem
leegstaande kantoorruimtes heeft. Op korte termijn (Economisch Jaarplan 2021) is gewerkt aan het inventariseren van de knelpunten voor de vestigingsmogelijkheden in Waarderpolder Haarlem Business Park en zijn de bouwstenen ontwikkeld voor de Omgevingsvisie Haarlem en het borgen van het behoud van 0,43 baan per inwoner. Voor de verdere concretisering van de EVH is het van belang om zo goed mogelijk in te spelen op de toenemende behoefte aan gemengde multifunctionele gebieden. In het centrum, op knooppuntlocaties, in de woonwijken en aan de stadsranden. In de hele stad dient de focus te zijn om zoveel mogelijke gemengde woon-werkmilieus te realiseren. Dit vergt wel dat het team Economie & Toerisme intensief betrokken is bij de afwegingen in alle Haarlemse gebiedsontwikkelingen. Het realiseren van zoveel mogelijke gemengde woonwerkmilieus maakt het ook mogelijk om de leegstand te bestrijden, die zal toenemen vanwege de effecten van de coronacrisis. De gemengde woonwerkmilieus komen bovendien de leefbaarheid en levendigheid in Haarlem ten goede. De verdringing van de ruimte voor bedrijven en bedrijvigheid kan verminderen als de bestaande woningvoorraad in Haarlem veel beter en intensiever wordt benut. Hiervoor bestaat een heel pallet aan (theoretische) mogelijkheden.
Het is verstandig dat Haarlem de mogelijkheden in buurten en wijken goed inventariseert zodat minder nieuwe woningen gebouwd hoeven te worden. Om de wenselijke gebiedsontwikkelingen in Haarlem te realiseren die aansluiten bij de ontwikkelrichting van de EVH is het wenselijk om een breed pallet aan ontwikkelingsinstrumenten in te zetten (actief en faciliterend grondbeleid, onteigening, voorkeursrecht, kostenverhaal, verevening, e.d.). Talent Een groter arbeidsaanbod, een hogere arbeidsparticipatie, een goed en beter opgeleide beroepsbevolking, méér permanente educatie, minder mismatches op de arbeidsmarkt en een betere 62
kenniscirculatie vergroten de kansen op een positieve economische ontwikkeling − en bijgevolg banengroei − in Haarlem. In Haarlem is er een groeiende mismatch tussen het banenaanbod (veel voor praktisch geschoolden) en het profiel van de beroepsbevolking (veel theoretisch geschoolden). Om de kloof niet groter te laten worden, en liefst te verkleinen, is het streven in de EVH om nieuwe werkgelegenheid aan te trekken voor kennisintensieve banen. Met de Regionale doe-agenda en het Haarlems addendum worden vele instrumenten ingezet om op korte en middellange termijn de mismatches op de arbeidsmarkt te verkleinen en om economie, arbeidsmarkt, Participatiebeleid, Werk & Inkomen en onderwijs beter met elkaar te verbinden. Vanuit het strategische belang van een goede werking van de arbeidsmarkt neemt de gemeente ook steeds meer de regie in het regionale arbeidsmarktbeleid. Voorbeelden zijn het ondersteunen van de Haarlem University of Applied Sciences in de Koepel, het ondersteunen van de digitalisering van het mkb door mbo-studenten, de verbreding van het convenant garantiebanen, de regionale aanpak van laaggeletterdheid en het proactief inspelen op de vervangingsvraag in de zorg en de techniek.
Bij de verdere concretisering van de EVH voor de komende jaren kan ingezet worden op het verder vergroten van de intersectorale en interregionale arbeidsmobiliteit en het intensiveren van de bij-, heren omscholing en Leven lang Ontwikkelen. Beleidsopgaven die in het herstel na de coronacrisis alleen maar belangrijker zijn geworden. Door als opdrachtgever bij het Werkbedrijf af te dwingen dat klantmanagers evidence-based werken, nieuwe aanpakken experimenteel toetsen en de effecten van hun aanpakken systematisch monitoren en evalueren kan de doelmatigheid en effectiviteit van het regionale arbeidsmarktbeleid vergroot worden en wordt voorkomen dat het ene tijdelijke project afgelost wordt door het andere tijdelijke project. Een ‘projectencarrousel’ zal ondernemers weinig vertrouwen geven in de systematische talentontwikkeling in Haarlem en de regio.
Second opinion Economische Visie Haarlem
Innovatie Haarlem heeft de ambitie om de maatschappelijke opgaven (energietransitie, klimaatadaptatie, transitie naar een circulaire economie, betaalbaarheid van de zorg, groeiende ongelijkheid, e.d.) te koppelen aan het stimuleren en faciliteren van innovatie. De focus bij het stimuleren van de toegepaste innovaties ligt op de transitie naar een circulaire economie en circulaire stad, duurzaamheid en zorg. Met het ontwikkelen en toepassen van creativiteit en technologie wil Haarlem de innovatie bevorderen. Deze twee innovatieaanjagers kunnen doorwerken in alle sectoren. Haarlem wil voor nieuwe of verbeterde producten en diensten, productie- en distributieprocessen een proeftuin zijn voor toegepaste innovatie. Met diverse creatieve en technologische hubs wordt hier inhoud aan gegeven. Bij de verdere concretisering van de EVH is van belang om niet naïef te zijn over de mogelijkheden om clusters in Haarlem te ontwikkelen. Haarlem heeft geen traditie en sterke positie in technologie en uit de literatuur blijkt dat clusters niet opgelegd kunnen worden, niet of nauwelijks maakbaar zijn en niet door beleidsmakers kunnen worden gecreëerd.
Het zijn sterke ondernemersecosystemen, met leidende en gezaghebbende sleutelondernemers, die zich langdurig verbinden aan het Haarlemse en regionale ecosysteem, die de kans vergroten dat de missiegestuurde innovaties en clusterontwikkelingen van de grond komen. De gemeente kan dit proces ondersteunen door vraag uit te oefenen naar de wenselijke toegepaste innovaties (inkoopbeleid, launching customer, normering, prijsvragen, tenderen van de maatschappelijke vraagstukken, e.d.). Op deze wijze ondersteunt de gemeente de innovatie gericht. Het is ook mogelijk om veel meer generiek de toegepaste innovaties te bevorderen. Dit doet Haarlem óók. Een goed voorbeeld is CupolaXS die het doel en taak heeft om de digitalisering in het brede mkb op een hoger niveau te brengen. Zowel voor de gerichte als generieke innovatiebevordering is het noodzakelijk dat de gemeente over voldoende kennis, vaardigheden en capaciteit beschikt. Kennis, vaardigheden en capaciteit om bijvoorbeeld de meest kansrijke ondernemersnetwerken, en de sleutelfiguren daarbinnen, te identificeren, te ondersteunen en om in de netwerken één van de trusted
63
partners te kunnen zijn. Het is ook noodzakelijk dat de gemeente zelf innovatief is en innoveert (onder andere door de diverse afdelingen intensief te laten samenwerken om toegepaste innovaties te stimuleren). Ondernemerschap In tijden met grote veranderingen (digitalisering, technologische vernieuwingen, energietransitie, transitie naar een circulaire economie, coronacrisis, e.d.) dragen ondernemerschap, nieuwe kleine bedrijven en nieuwe toetreders het meest bij aan economische groei en vernieuwing. Daarbij zijn er vele mogelijkheden voor nieuw ondernemerschap en nieuwe toetreders. Het zijn vooral de marktomstandigheden, randvoorwaarden en eigen ambities die bepalend zijn of ondernemers de kansen kunnen en willen grijpen. In Nederland neemt het aantal jonge bedrijven sterk toe en deze ondernemingen zijn goed voor veertig procent van de nieuwe werkgelegenheid. Maar tegelijkertijd leidt dat niet tot een toename van de innovativiteit en productiviteit in Nederland. Dus ook Haarlem moet nadenken over deze paradox. Het is derhalve van belang om die ondernemers en ondernemingen te identificeren die willen groeien, innoveren, exporteren, en dergelijke.
Dit is des te belangrijker omdat in de EVH de ambitie is geformuleerd om met het stimuleren van kennisintensieve bedrijven, de creatieve industrie en circulaire economische activiteiten 3.000 tot 5.000 banen in stuwende bedrijvigheid te realiseren. Bij de verdere ontwikkeling van het uitvoeringsprogramma van de EVH kan als aandachtpunten en ontwikkelrichtingen nagedacht worden om vooral in te zetten op het behoud en de ontwikkelmogelijkheden van de bestaande Haarlemse ondernemers en de spin-offs van bestaande ondernemingen. Dit is veel eenvoudiger dan de acquisitie van nieuwe ondernemingen. Op allerlei manieren kan verder het ondernemersklimaat in Haarlem verbeterd worden (lagere lasten, vereenvoudigen vergunningverlening, functiemenging mogelijk maken, tenderen van maatschappelijke
Second opinion Economische Visie Haarlem
vraagstukken, stimuleren van de avondstad, zorgen dat de stad schoon, heel en veilig is, een rode loper aanpak). Het kiezen van deze richting is ook te verdedigen omdat Haarlem tot op heden niet hoog scoort op de lijst van mkb-vriendelijke gemeenten en in de VNG Ondernemingspeiling op ondernemingsklimaat (nog) niet hoger scoort dan de gemiddelde Nederlandse score. Met de intensivering van de relatie tussen gemeente en bedrijven tijdens de coronacrisis is wel een eerste stap gezet om de ondernemersdienstverlening te verbeteren. Profilering Haarlem staat vooral bekend om het fijne woonklimaat, de diversiteit aan winkels en horeca, de gastronomie, het rijke culturele aanbod, het groen, dichtbij bossen, duinen en zee. Het ondernemerschap in Haarlem, de ondernemende cultuur en de economische mogelijkheden staan minder op het netvlies. Met de EVH wil Haarlem zich op de kaart zetten als werk- en ondernemersstad. Als dé creatieve stad van toegepaste innovatie, met focus op de circulaire en duurzame economie, technologie en gezondheid. Bij de verdere uitwerking van de uitvoeringsagenda dient bedacht te worden dat deze profilering van Haarlem zeer algemeen is (90 procent van de Nederlandse steden kan zich profileren als stad van toegepaste innovatie) en dat bijna alle steden en regio’s de circulaire economie als speerpunt hebben gekozen.
Als denklijn kan gekozen worden dat de concrete uitwerking van de overige strategische uitvoeringslijnen (ruimte, talent, innovatie en ondernemerschap) en de bereikte resultaten “vanzelf” tot een concretisering van het profiel van Haarlem zal leiden.
Beperkte capaciteit voor de uitvoering van het economisch beleid In de Economische agenda 2020-2024 (de nadere uitwerking van de EVH in concrete acties) wordt 64
regelmatig aangegeven dat de mogelijkheid om acties daadwerkelijk in uitvoering te nemen afhankelijk is van de beschikbaar gestelde capaciteit en middelen. Deze opmerking is begrijpelijk en terecht. In vergelijking met andere gemeenten is de capaciteit van het team Economie & Toerisme van de gemeente beperkt terwijl de doelen ambitieus zijn. Het stimuleren van toegepaste innovaties in technologie, circulariteit, kennis, creativiteit en gezondheidszorg en daarmee het bevorderen van de stuwende werkgelegenheidsontwikkeling zodat de woon-werkbalans minimaal 0,43 blijft, is verre van eenvoudig en kan niet zonder voldoende middelen en randvoorwaarden. Om enigszins kansrijk te zijn in het realiseren van de doelen van de EVH moet de ondernemersdienstverlening van hoog kwalitatief niveau zijn, dient het team Economie & Toerisme strategisch betrokken te zijn bij alle gebiedsontwikkelingen in Haarlem, moet het team langjarig mee kunnen doen als trusted partner in relevante ondernemersnetwerken, moeten de economische doelen gedeeld worden door vele andere beleidsafdelingen en zijn substantiële stimuleringsmiddelen nodig voor onder andere de vraagstimulering van toegepaste innovaties.
Second opinion Economische Visie Haarlem
4 Factoren die de ontwikkeling van de woon-werkbalans verklaren 4.1 Inleiding Een belangrijk uitgangspunt én doel van de Economische Visie Haarlem (EVH) is om een complete stad te zijn én te blijven. De EVH moet er aan bijdragen om niet nog meer een woonstad en een slaapstad te worden (wat zonder beleid de zekere toekomst zal zijn met de verwachte toename van het aantal nieuwe inwoners, huishoudens en woningen). De EVH moet er toe bijdragen om in Haarlem geen monocultuur te laten ontstaan met enkel voorzieningen en toerisme als belangrijke werkgevers. In de EVH is ook een streven om het banenaanbod beter te laten aansluiten op de Haarlemse beroepsbevolking. Een complete stad met een ‘evenwichtige’ woon-werkbalans voorkomt de ontwikkeling dat nog meer Haarlemmers naar werk buiten Haarlem moeten pendelen. Met alle kostbare consequenties voor de verkee+rs- en vervoersinfrastructuur en de druk op het milieu en de leefbaarheid. Het nastreven van een goede mix van wonen en werken sluit bovendien aan bij de trend naar meer gemengde woon- en werkmilieus, gemengde gebiedsontwikkelingen en zorgt voor een meer levendige en leefbare stad.119 In het licht van dit uitgangspunt én doel van de EVH is het streven om de woon-werkbalans minimaal op 0,43 vast te houden (ondergrens) en deze liefst te laten toenemen tot 0,5 (streefgetal).
Over de afgelopen bijna kwart eeuw (1996 tot en met 2019) kan in Haarlem de ontwikkeling van het aantal
65
inwoners en het aantal banen in kaart gebracht worden (par. 4.2). Ook wordt onderzocht wat de oorzaken zijn dat in ‘vergelijkbare’ gemeenten de woon-werkbalans niet verder verslechterd of zelfs verbeterd.120 De ontwikkeling van zeven gemeenten wordt beschreven waarvan de woon-werkbalans van 1996 tot en met 2019 verbeterd; soms met een sterke bevolkingsontwikkeling en soms met een bescheiden bevolkingsontwikkeling (par. 4.3). De Randstedelijke gemeente Leidschendam-Voorburg, in de schaduw van Den Haag, vertoont een atypische ontwikkeling. In Leidschendam-Voorburg verslechtert de woon-werkbalans van 1996 tot en met 2019 in aanzienlijke mate (par. 4.4). Door te onderzoeken op welke wijze de woon-werkbalans in vergelijkbare gemeenten in de Randstad van 1996 tot en met 2019 verandert en wat de verklarende factoren zijn voor de geconstateerde ontwikkeling van de woon-werkbalans kunnen mogelijkerwijs conclusies getrokken worden die voor Haarlem van belang. Omdat niet uit het oog te verliezen dat alle gemeenten verschillend zijn, zijn enige vergelijkende gegevens (sociale structuur, centrumfunctie, aantal inwoners, adressendichtheid, bebouwd terrein in procenten van het totale oppervlakte van de gemeente, de lasten per inwoner (€) voor het hoofdtaakveld economie) in een tabel opgenomen.
_________ 119
Wouter Jan Verheul e.a., Leren van stedelijke transformaties. Over sturingsdilemma’s en veerkracht in binnenstedelijke gebiedsontwikkeling, Platform31, Den Haag, oktober 2019; Simon Franke en Gert-Jan Hospers (red.), De levende stad. Over de hedendaagse betekenis van Jane Jacobs, Amsterdam, 2009; Jolina van Dijk, “Leve de leefstraat. De P is van Picknickbank”, in: Nieuwsbrief Binnenlands Bestuur Ruimte en Milieu, 15 november 2019; Lab van Troje, De Leefstraat. Experimenteren met de stad van straks, Gent, januari 2018;
120
De ‘vergelijkbare’ gemeenten zijn geselecteerd op basis van de ongeveer vergelijkbare zwaarte van de gemeentelijk taken op basis van de sociale structuur (zwak, matig, redelijk of goed) en de centrumfunctie (sterk, redelijk, weinig of geen), de mate van verstedelijking, het percentage bebouwd terrein van het oppervlakte van de gemeente, het aantal inwoners (tussen 80.000 tot 220.000 inwoners) en de Randstedelijke ligging.
Second opinion Economische Visie Haarlem
Op basis van de onderzochte en beschreven ontwikkelingen van de woon-werkbalansen in meerdere gemeenten worden conclusies getrokken die gebruikt kunnen worden ten behoeve van de second opinion (par. 4.5).
4.2 Ontwikkeling woon-werkbalans in Haarlem De gemeenten waarvoor de ontwikkeling van de woon-werkbalans met die van Haarlem wordt vergeleken verschillen in mindere of meerdere mate van Haarlem. Met enkele variabelen worden de verschillen duidelijk gemaakt: sociale structuur, centrumfunctie, aantal inwoners, adressendichtheid, bebouwd terrein in procenten van de oppervlakte van de gemeente en de lasten per inwoner in euro’s voor het hoofdtaakveld ‘economie’ van de gemeente.121
Gemeente
Haarlem
Sociale
Centrum
Aantal
Adressen-
Bebouwd terrein
Lasten ‘economie’
structuur
functie
inwoners
dichtheid
in % oppervlakte
per inw. 2021 (€)
matig
sterk
162.549
3.440
59
23
In Haarlem vertoont de ontwikkeling van het aantal banen een grillig verloop. Een sterke daling in 2000 en een sterke toename in 2001 en 2002. Van 2002 tot 2009, met fluctuaties, een relatief stabiel verloop. Om in de financiële crisis van 2008 tot 2014 weer sterk af te nemen en zelfs uit te komen onder het niveau van 1996. Sinds 2015 is weer sprake van een toename van het aantal banen. Van 1996 tot 2009 blijft het aantal inwoners stabiel om daarna met 9 procent tot te nemen tot 2019. Over de hele periode 66
(1996 t/m 2019) neemt het aantal inwoners met 9 procent toe en het aantal banen met 8 procent (figuur 4.1). Daarmee is de woon-werkbalans niet verbeterd. Figuur 4.1 Ontwikkeling aantal inwoners en aantal banen 1996 – 2019 in Haarlem (1996=100)
Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek: aantal inwoners per 1-1; LISA: banen = totaal aantal werkzame personen: alle arbeidskrachten die fulltime of parttime beroepsmatig (een) betaalde activiteit(en) verrichten op of vanuit de vestiging, zoals meewerkende ondernemer/eigenaar (directeur, bedrijfshoofd), meewerkend gezinslid, zelfstandig beroepsbeoefenaar, freelancer, werknemer en uitzendkracht. Bewerking Platform31: index aantal inwoners in 2019 = 109; index aantal banen in 2019 = 108; gemiddelde woon-werkbalans in periode 1996-2019 = 0,44 (mediaan)
_________ 121
Zie voor een omschrijving van de activiteiten, baten en lasten onder het hoofdtaakveld bijlage 3.
Second opinion Economische Visie Haarlem
De oorzaken van bovenstaande ontwikkeling zijn: het vertrek van bedrijven, de gevolgen van de financiële crisis (2008-2014) voor Haarlem en de sterke economische groei vanaf 2016 tot en met 2019 die voor veel nieuwe banen heeft gezorgd. De robuustheid van de banenontwikkeling is in de afgelopen 23 jaar niet erg groot. Dit pleit om meer in te zetten op innovatie, ondernemerschap en het versterken van het talent (onder andere door veel aandacht te geven aan Leven Lang Ontwikkelen, om-, her- en bijscholing).
4.3 Verbetering van de woon-werkbalans in zeven gemeenten De ontwikkelingen en opgaven in Almere, Amersfoort, Amstelveen, Delft, Leiden, Purmerend en Zaanstad hebben soms een sterke gelijkenis met de ontwikkelingen en opgaven in Haarlem, maar zijn soms ook sterk afwijkend. Op allerlei wijzen houden de ontwikkelingen en opgaven in deze gemeenten Haarlem een spiegel voor. Mede omdat het behouden van de woon-werkbalans in meerdere gemeenten als een opgave is geformuleerd (zie bijlage 4).
Gemeente
Sociale
Centrum
Aantal
Adressen-
Bebouwd terrein
Lasten ‘economie’
structuur
functie
inwoners
dichtheid
in % oppervlakte
per inw. 2021 (€)
Haarlem
matig
sterk
162.549
3.440
59
23
Almere
redelijk
redelijk
214.757
1.565
25
320
Amersfoort
redelijk
sterk
157.438
2.231
42
78
Amstelveen
redelijk
redelijk
90.946
2.538
30
78
Delft
matig
redelijk
103.588
3.442
53
47
Leiden
matig
sterk
124.077
3.521
61
64
Purmerend
redelijk
redelijk
81.676
2.158
50
101
Zaanstad
matig
redelijk
157.013
1.981
32
18
67
De ontwikkeling van de woon-werkbalans in Almere De ontwikkeling van het aantal inwoners de afgelopen kwart eeuw is sterk. Van 1996 tot en met 2019 een toename van het aantal inwoners met 84 procent. Maar in dezelfde periode neemt het aantal banen nog sterker toe: een toename van 175 procent (zie figuur B4.1 in bijlage 4). Almere is de snelstgroeiende regio buiten de Randstad. In 2016 is de economie van Almere bijna twee-en-half keer zo groot als twintig jaar eerder. Van 1999 tot 2009 heeft Almere zelfs de hoogste werkgelegenheidsgroei laten zien van de vijftig grootste gemeenten in Nederland. Daarmee weet Almere de woon-werkbalans sterk te verbeteren en groeit Almere toe naar de landelijk gemiddelde woon-werkbalans. Vanuit niets is Almere in iets meer dan veertig jaar een stad geworden met meer dan 200.000 inwoners, ruim 19.000 ondernemingen en 85.000 banen. De toename van het aantal banen wordt niet alleen verklaard door de verzorgende bedrijvigheid, maar ook door stuwende bedrijvigheid en de acquisitie van nieuwe bedrijven. De verklaring van de sterke banenontwikkeling in Almere is: de overloop uit Amsterdam, de (fysieke) ruimte voor nieuwe bedrijvigheid en het economisch beleid (o.a. een mkb-vriendelijke stad).122
_________ 122
Zie voor meer detail bijlage 4.
Second opinion Economische Visie Haarlem
Om aan te sluiten bij de kenmerken van de huidige economische ontwikkeling die vooral plaats vindt op informele werklocaties, ook wat betreft de stuwende bedrijvigheid, gaat Almere meer nadruk leggen op informele werkplekken, gemengde woon-,werk-, leefmilieus en functiemenging. De overmaat aan formele monofunctionele werklocaties wordt steeds minder een troefkaart voor Almere. De netwerken van ondernemers en het ondernemersecosysteem zijn niet sterk. Mede omdat vele bedrijven geen lange historie hebben in Almere en 90 procent van de managers van de bedrijven niet in Almere woont.
De ontwikkeling van de woon-werkbalans in Amersfoort In Amersfoort neemt het aantal inwoners van 1969 tot en met 2019 met 36 procent toe en het aantal banen met 64 procent (figuur B4.2 in bijlage 4). De stevige ontwikkeling van het aantal inwoners gaat in Amersfoort gepaard met een nog steviger ontwikkeling van het aantal banen. In Amersfoort verbetert daardoor de woon-werkbalans. Mede door de komst van verschillende grote bedrijven naar Amersfoort. Deze kentering wordt mede toegeschreven aan de inspanningen van het Amersfoort Business Team (ABT) en de komst van een acquisiteur die ook regionaal afstemt. Het economisch profiel van de regio Amersfoort kenmerkt zich door een sterke vertegenwoordiging van ICT, Bouw, Adviesbureaus en Zorgorganisaties. De sectorstructuur, de ligging, de aantrekkelijke leefomgeving en de hoog opgeleide beroepsbevolking verklaren de goede ontwikkeling van het aantal banen. Sinds 2008 is de strategische doelstelling van de gemeente om een goede woon-werkbalans te bewaren met als streefwaarde minimaal 800 banen per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 tot 65 jaar.
De ontwikkeling van de woon-werkbalans in Amstelveen In Amstelveen ontwikkelt het aantal inwoners zich zeer geleidelijk in de afgelopen bijna kwart eeuw. 68
Een toename van 20 procent van 1996 tot en met 2019. Het aantal banen neemt veel sneller toe dan het aantal inwoners. Van 1996 tot en met 2019 een toename van 78 procent (figuur B4.3 in bijlage 4). De verklaring voor de sterke ontwikkeling van het aantal banen in Amstelveen is niet zozeer gelegen in de ontwikkeling van de verzorgende bedrijvigheid (gezien de bescheiden ontwikkeling van het aantal inwoners) maar door de vestiging van vele nieuwe (internationale) bedrijven. De goede bereikbaarheid, op een steenworp afstand van de Zuidas als economische toplocatie en belangrijk infraknooppunt en de nabijheid van Schiphol en Amsterdam hebben van Amstelveen een uitstekende vestigingsplaats binnen Nederland gemaakt voor internationaal georiënteerde bedrijven en werknemers en de zakelijke dienstverlening.
De ontwikkeling van de woon-werkbalans in Delft Van 1996 tot en met 2019 is de toename van het aantal inwoners in Delft ongeveer hetzelfde als in Haarlem, namelijk een toename van 11 procent. In dezelfde periode neemt het aantal banen met 32 procent toe (figuur B4.4 in bijlage 4). Daarmee is de banenontwikkeling in Delft maar in beperkte mate gerelateerd aan de bevolkingsontwikkeling en moet er sprake zijn van een belangrijke banenontwikkeling in de stuwende bedrijvigheid. Delft is vanwege de TU Delft, ruim 650 kennisgerelateerde bedrijven, instellingen en organisaties met een gezamenlijke werkgelegenheid van ruim 20.000 mensen “Kennisstad” en “Center of Technology”. Op dit moment beslaat de kennisstad bijna 40 procent van de totale werkgelegenheid. Landelijk is dit percentage 16 procent. Dit “Delfts Technologisch Innovatief Complex” (DTIC) legt met 300 hectare een aanzienlijk ruimtelijk beslag op de stad. Dankzij de valorisatie-inspanningen van TU Delft ontstaan steeds meer creatieve en technologie-georiënteerde bedrijven en bedrijfjes waarvoor ruimte moet zijn als zij doorgroeien. De sterke concentratie van kennisinstellingen, hightech bedrijven en aanverwante
Second opinion Economische Visie Haarlem
fieldlabs en incubators maken dat Delft functioneert als een regionale kraamkamer voor innovatie. Dit ecosysteem is een belangrijke pijler voor de economische en werkgelegenheidsontwikkeling van Delft. De verhouding tussen de groei van de werkgelegenheid en stedelijke groei loopt steeds meer uiteen. De stad groeit, maar het aantal banen groeit niet mee naar verhouding. De komende twintig jaar dreigt dit door te zetten. Vandaar dat Delft niet alleen een forse woonambitie (15.000 extra woningen) heeft geformuleerd maar ook een forse werkambitie (10.000 extra banen op alle niveaus tot 2040). Hiervoor is extra bedrijfsruimte nodig. De ambities vragen om een betere benutting van de (schaarse) ruimte in Delft en een intensiever grondgebruik, onder andere op het bedrijventerrein Schieoevers in Delft.
De ontwikkeling van de woon-werkbalans in Leiden Van 1996 tot en met 2019 neemt het aantal inwoners in Leiden slechts met 7 procent toe. De gestage toename van het aantal banen, niet of nauwelijks gehinderd door de financiële crisis, zorgt over dezelfde periode voor een toename van het aantal banen met 47 procent (figuur B4.5 in bijlage 4). In Leiden − de benchmarkgemeente die het best vergelijkbaar is met Haarlem − is sprake van een sterk verbetering van de woon-werkbalans. Leiden is een goed vergelijkbare stad met Haarlem (zwaarte van de gemeentelijke taken, mate van verstedelijking, historische stad, hoge aandeel van de bebouwing in de stad). De ontwikkeling van het aantal banen ten opzichte van de ontwikkeling van het aantal inwoners wijkt daarentegen aanzienlijk af van de ontwikkeling in Haarlem. In een periode van zo’n twintig jaar is de werkgelegenheid in Leiden toegenomen van circa 50.000 arbeidsplaatsen naar circa 70.000, terwijl het inwoneraantal van Leiden nauwelijks is veranderd. De toename van het aantal banen in Leiden de afgelopen kwart eeuw wordt vooral verklaard door de sterke toename van het aantal banen op het Leiden Bio Science Park (LBSP). De clustering van hoogwaardig onderwijs, onderzoek, zorg en bedrijfsleven trekt studenten, wetenschap-
69
pers en ondernemers vanuit de hele wereld naar kennisstad Leiden. Het Vastgoedbedrijf Universiteit Leiden bewaakt het profiel van het LBSP door alleen kavels uit te geven aan bioscience-bedrijven die passen binnen het profiel van het Leiden Bio Science Park. In het licht van de ontwikkeling van Waarderpolder Haarlem Business Park zijn de verdere ontwikkelambities van het Bio Science Park interessant. De ontwikkeling is gericht op het transformeren van het park naar drie woongebieden, dichtheid van bebouwing, parken om te recreëren met aantrekkelijk groen en water, veel ruimte voor ontmoeting en verblijf, goede bereikbaarheid, een groene Hartlijn als centrale infrastructuur en een scala aan horeca, winkels en andere voorzieningen. Zo wordt de verblijfskwaliteit van het gebied versterkt en wordt de levendigheid, ook na kantoortijd, vergroot. Het perspectief is dat het Leiden Bio Science Park nog meer een broedplaats zal worden voor innovatie, ondernemerschap en samenwerking.
De ontwikkeling van de woon-werkbalans in Purmerend Van 1996 tot en met 2019 neemt het aantal inwoners in Purmerend met 22 procent toe en het aantal banen met 51 procent (figuur B4.6 in bijlage 4). Deze banenontwikkeling is opmerkelijk omdat Purmerend geen sterke werkgemeente is. De verklaring voor de sterke banen ontwikkeling in Purmerend is de overloop uit Amsterdam en de ruimte die Purmerend heeft voor nieuwe inwoners en bedrijven. Op de bedrijventerreinen zijn volop kansen voor uitbreiding en transformatie. In Purmerend ziet men een stijgende vraag naar zowel kantoor- als bedrijfsruimte en een structureel lage leegstand op formele en informele werklocaties.
Second opinion Economische Visie Haarlem
De ontwikkeling van de woon-werkbalans in Zaanstad Over de hele periode 1996 tot en met 2019 gerekend loopt de ontwikkeling van het aantal inwoners en het aantal banen nagenoeg gelijk op. Het aantal inwoners stijgt met 16 procent en het aantal banen met 22 procent (figuur B4.7 in bijlage 4). Zaanstad wordt langzaam meer woon- en forenzenstad en minder een werkstad. Toch heeft Zaanstad nog steeds een zeer herkenbaar imago als industriestad in de voedings- en genotmiddelenindustrie. Zaanstad wil de positie als woon- en werkstad behouden. De huidige economische structuur van Zaanstad is echter onvoldoende toekomstbestendig om hier invulling aan te geven en om voor meer werk te zorgen. Er is behoefte aan ruimte voor de bedrijven die vanuit transformatiegebieden moeten verplaatsen naar een nieuwe locatie op een bedrijventerrein. Er is ook behoefte aan bedrijfsruimte door de uitbreidingsvraag van startups, groeiende bedrijven of nieuwvestigers. Om de groei, de verplaatsing en nieuwe activiteiten van bedrijven mogelijk te maken, wordt nagedacht over een strikter uitgiftebeleid voor de kavels die nog uitgegeven kunnen worden.
4.4 Verslechtering van de woon-werkbalans in Leidschendam-Voorburg Gemeente
Sociale
Centrum
Aantal
Adressen-
Bebouwd terrein
Lasten ‘economie’
structuur
functie
inwoners
dichtheid
in % oppervlakte
per inw. 2021 (€)
Haarlem
matig
sterk
162.549
3.440
59
23
Leidschendam-
redelijk
redelijk
76.417
2.836
30
14
Voorburg 70
Van 1996 tot en met 2019 neemt het aantal inwoners in Leidschendam-Voorburg toe met slechts 2 procent. Sinds 2003 daalt het aantal banen dramatisch. Een afname die nog aan zijn einde lijkt te zijn gekomen. Van 1996 tot en met 2019 neemt het aantal banen met 13 procent af (figuur B4.8 in bijlage 4). Daarmee verslechtert in Leidschendam-Voorburg de woon-werkbalans. De economie van Leidschendam-Voorburg bestaat uit het midden- en kleinbedrijf en een bovengemiddeld hoog aantal zzp’ers. Er ontbreken in Leidschendam-Voorburg grote bedrijven en industrie. Het aantal arbeidsplaatsen is in vergelijking met soortgelijke woongemeenten bijzonder laag. Een groot deel van de beroepsbevolking werkt in de regio. De meeste banen, een kwart van het totaal, zijn in de zorg, gevolgd door de detailhandel. Het winkelcentrum Leidsenhage in Leidschendam werd lang gezien als enige economische factor van betekenis in de gemeente. Inmiddels wordt Leidsenhage met een investering van ruim 700 miljoen euro omgebouwd tot Mall of the Netherlands. Er is in de afgelopen drie jaar 100.000 m2 kantoren uit de markt genomen. Ook enkele bedrijventerreinen zijn getransformeerd om ruimte te maken voor woningbouw. Dit is een proces dat al langer gaande is. De laatste jaren is de constatering van Leidschendam-Voorburg dat men niet zonder ondernemers kan en dat men de verslechtering van de woon-werkbalans moet keren.
4.5 Conclusies Uit de ontwikkeling van de woon-werkbalans in Almere, Amersfoort, Amstelveen, Delft, Leiden, Leidschendam-Voorburg, Purmerend en Zaanstad kunnen een aantal conclusies getrokken worden over de oorzaken van de ontwikkeling (zie ook bijlage 4). Met uitzondering van Leiden stagneert of krimpt de werkgelegenheid in alle gemeenten als (grote) bedrijven failliet gaan of vertrekken, of als er sprake is van een economische crisis.
Second opinion Economische Visie Haarlem
De aanwezigheid van fysieke ruimte voor groeiende en nieuwe bedrijven Dit is − naast overige verklarende factoren − een belangrijke verklaring voor de verbetering van de woon-werkbalans in Almere, Amersfoort, Amstelveen, Leiden en Purmerend. Dit is vooral het geval in Almere, Amstelveen en Leiden. In Amstelveen sterk gericht op internationale bedrijven en in Leiden op de nationale en internationale bedrijven die passen bij het profiel van het Leiden Bio Science Park. Amstelveen vergroot de aantrekkelijkheid als vestigingsplaats voor internationale bedrijven met onder andere een expatdesk, een internationale school, eindexamens in het Engels op een middelbare school en een desk voor buitenlanders in het ziekenhuis. Almere, Amersfoort, Amersfoort en Leiden zetten ook in op acquisitie van nieuwe bedrijven. De afwezigheid van ruimte en het verminderen van de fysieke ruimte voor bedrijvigheid verklaart de verslechtering van de woon-werkbalans in LeidschendamVoorburg. Overloop uit Amsterdam Als er ruimte is, verbetert in een aantal gemeente de woon-werkbalans door overloop uit Amsterdam. Dit is vooral het geval in Almere, Amstelveen en Purmerend. In Zaanstad is dit in afnemende mate het geval omdat de ruimte schaars wordt.
Sectorspecialisatie in sterk groeiende sectoren In Almere, Amersfoort, Delft en Leiden wordt de sterke verbetering van de werkgelegenheid verklaard door de aanwezigheid van sectoren die sterk groeien. Dit is vooral in Amersfoort (ICT, adviesbureaus, zorgorganisaties), Delft (zakelijke diensten, onderwijs, zorg) en Leiden (biotechbedrijven en – instellingen, farmacie, medische instrumenten, R&D) het geval. In Almere is zowel sprake van relatief veel werkgelegenheid in weinig kennisintensieve en conjunctuurgevoelige sectoren (beveiligingsbedrijven, autolease, uitzendbedrijven) als in sterk groeiende sectoren (industrie, ICT, zakelijke diensten). Een sectorstructuur met branches die sterk groeien en sectoren die veel minder
71
sterk groeien, is ook het kenmerk van Purmerend en Zaanstad. Sterke ondernemersnetwerken In Amersfoort, Delft en Leiden zijn sterke ondernemersnetwerken. Zeker in Delft en Leiden is er ondernemersecosysteem waarin de kansen op ontwikkeling, groei, innovatie en kennisuitwisseling maximaal benut kan worden. Mede omdat er geen historische traditie is en daardoor geen sterke lokale binding van de bedrijven en ondernemers wordt Almere juist gekenmerkt door de afwezigheid van sterke ondernemersnetwerken. Veel dezelfde prioriteiten en speerpunten Het valt op dat vele gemeenten inzetten op dezelfde speerpunten: zorg, gespecialiseerde, kennisintensieve zakelijke diensten, ICT en de ontwikkeling van circulaire activiteiten. Alleen Delft (valorisatie van kennis van de TU Delft) en Leiden (Leiden Bio Science Park) hebben een duidelijk onderscheiden profiel. Meerdere gemeenten constateren dat de grootste groei van de werkgelegenheid niet langer plaatsvindt op monofunctionele bedrijventerreinen, maar in gemengde woon-werkmilieus en in woonwijken. Het minimaal behouden van de woon-werkbalans is een streven in vele gemeenten In meerdere onderzochte gemeenten (Almere, Amersfoort, Amstelveen, Delft, Zaanstad) bestaat de zorg dat door de groei van het aantal inwoners de woon-werkbalans verslechtert. Zelfs in de duidelijke woongemeente Leidschendam-Voorburg is van een kentering sprake.
Ook deze gemeente constateert dan men ondernemers nodig heeft. Het lijkt er niet op dat al krachtige effectieve beleidsantwoorden zijn gevonden in de gemeenten. In dit licht is het opmerkelijk dat Amstelveen een rem zet op een forse bevolkingsontwikkeling. Men wil niet zonder meer het verzoek van de ontwikkelaars om woningen te mogen bouwen, honoreren. Mede om niet te zeer te moeten inleveren in kwaliteit, groen en leefbaarheid.
Second opinion Economische Visie Haarlem
5 Bevindingen 5.1 Inleiding Op basis van de voorafgaande drie hoofstukken worden de bevindingen beknopt samengevat. Allereerst een algemeen oordeel over de Economische Visie Haarlem (par. 5.2). Vervolgens is de goede probleemstelling gekozen (par. 5.3), zijn de juiste doelstellingen gekozen (par. 5.4) en is de juiste aanpak of zijn de juiste aanpakken gekozen (par. 5.5). Quotes van gesprekspartners zijn tussen aanhalingstekens geplaatst.
5.2 Algemeen De ontwikkeling van de Economische Visie Haarlem (EVH) is een zorgvuldig proces geweest waarbij vele actoren zijn betrokken. De EVH is een stip op de horizon en geeft voor de lange termijn (tot 2040) de economische ontwikkelingsrichting van Haarlem aan. De EVH wordt gebruik als parapluvisie waarbinnen deelvisies (Toeristische Koers Haarlem, Detailhandelsvisie, e.d.) uitgewerkt worden. De strategische uitvoeringslijnen ‘ruimte’, ‘talent’, ‘innovatie’, ‘ondernemerschap’ en ‘profilering’ zijn voor de hand liggende aspecten om de economie van Haarlem te versterken. Van een versterking van de lokale en regionale economie mag een gunstig effect verwacht worden op de banenontwikkeling. 72