20220035771 2. Bijlage 1 Platform31 second opinion EVH
Tekst van het document
Door inwoners er attent op te maken dat je een lege kamer in huis ook kan verhuren aan bijvoorbeeld een student, hoopt de politiek de kamernood te verminderen en om de bestaande woningen beter te benutten. Daarmee wordt de hospita nieuw leven in geblazen, want in vroeger tijden was het heel gebruikelijk om als student ‘in de kost’ te gaan en een kamer te huren in een huis waar ook de huiseigenaar (soms met gezin) woont. Bron: Platform31, Beter benutten bestaande woningbouw, Onderzoek naar belemmeringen en kansen, Den Haag, juni 2021, blz. 30.
De analyse in de Economische Visie is dat Haarlem jong talent onvoldoende bindt. Terwijl bedrijven deze groep graag aan zich binden vanwege tekorten en vergrijzing op de arbeidsmarkt, behoefte aan innovatieve ideeën en nieuwe technologische ontwikkelingen. Studenten geven aan dat ze moeilijk aan
41
een kamer kunnen komen en er onvoldoende faciliteiten zijn voor een aantrekkelijk studentenklimaat. Met de Nova Campus Haarlem en de komst van academisch onderwijs in de Koepel worden stappen gezet om dit te veranderen. Via onder andere CityLab Haarlem worden studenten actief betrokken bij het oplossen van maatschappelijke vraagstukken en sinds het begin van de coronapandemie kunnen studenten van Inholland van diverse studierichtingen via Incollab helpen bij bedrijfsvoeringsproblemen van ondernemers. Met het Stagebureau Waarderpolder, Triple TreaT en het netwerk Waarderpolder Werkt worden stage- en leerwerkplekken gestimuleerd. In samenwerking met TechConnect MRA wordt in Schalkwijk een tech-pilot opgezet. Met extra capaciteit en middelen kan ook de samenwerking gerealiseerd worden met het House of Skills. Dit is een stap om in de bemiddeling tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt meer uit te gaan van vaardigheden die soms inzetbaar zijn in heel andere branches dan waarvoor men is opgeleid. De overige stappen zijn het verbeteren van de aansluiting tussen arbeidsmarkt en onderwijs door een versterkte samenwerking in de arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond met de Regionale doe-agenda.
De mismatch tussen de kenmerken van de beroepsbevolking (veel theoretisch opgeleiden) en het banenprofiel (veel praktisch geschoolden) wordt geprobeerd te verminderen door het aantrekken van nieuwe werkgelegenheid voor kennisintensieve banen. Om talent te kunnen behouden in vooral de lagere en middenberoepen wordt bovendien ingezet op meer betaalbare woningen.
_________ 75
Gemeente Haarlem, Economische Monitor. Onderzoeksrapport 2021, juni 2021, blz. 13.
Second opinion Economische Visie Haarlem
Economisch jaarplan 2021 De speerpunten in 2021 zijn het beperken van de gevolgen van de coronacrisis op de arbeidsmarkt via uitvoering van de Regionale doe-agenda arbeidsmarkt en het Haarlems addendum. De Regionale doeagenda arbeidsmarkt richt zich op: van uitkering naar werk, van opleiding naar werk, van werk naar werk en werkgelegenheid. Verder het versterken van de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt en met het Haarlems bedrijfsleven. Het gaat in het bijzonder om het ondersteunen van de Haarlem University of Applied Sciences in de Koepel. In de coronacrisis is gebleken van het ondersteunen van de digitalisering van het mkb nog belangrijker is dan het vóór corona al was. Door middel van trainingen, expert sessies en digitale sprints voor het mkb in samenwerking met MKB Digital Workspace en de samenwerking met het NOVA-college worden winkeliers geholpen bij het opzetten van webshops (gelinkt aan haarlemsewinkels.nl).
Belangrijke aandachtpunten voor verdere concretisering EVH De werking van de arbeidsmarkt een publieke verantwoordelijkheid met een belangrijke rol voor de gemeente Haarlem De gemeente is slechts één van de actoren in de ingewikkelde samenwerking en complexe overleggen van werkgevers, werknemers (vakbonden), UWV en onderwijsinstellingen in de arbeidsmarktregio. Qua formele taak is de gemeente slechts betrokken bij een zéér klein onderdeel van de arbeidsmarkt (Participatiewet en bijstand). Toch kan betoogd worden dat de publieke taak van de gemeente veel groter is dan haar formele taak. De werkgevers en de vakbonden behartigen een privaat belang, het UWV is een uitvoeringsorganisatie met een strikte, nauw afgebakende taakopdracht, en ook de onderwijsinstellingen verdedigen veelal een deelbelang. In dit complexe veld is alléén de gemeente, de 42
wethouder en het college, de enige actor die het publieke belang kan behartigen of zou kunnen behartigen. Niet om de arbeidsmarkt over te nemen maar om als gemachtigde regisseur − met liefst enige doorzettingsmacht − het publieke belang aan tafel te blijven inbrengen. De aanbevelingen van de commissie Bakker en de commissie Borstlap zijn een goed voorbeeld van deze noodzaak.76 De werkgevers willen de flexibele arbeid behouden, de vakbonden willen de vaste banen niet minder vast maken en de onderwijsinstellingen verdedigen hun autonomie als het gaat om de onderwijsinhoud en onderwijsvormen. Alléén de overheid vertegenwoordigt geen deelbelang en kan het publieke belang blijven benadrukken dat selectief winkelen in alle aanbevelingen geen beter werkende, flexibele en weerbare arbeidsmarkt oplevert. Een noodzaak die tijdens de coronacrisis alleen maar nog sterker is gebleken. Opmerkelijk genoeg lijken werkgevers en werknemers recentelijk met het SER-advies wél gezamenlijk tot een aanpak te kunnen komen. De gemeente Haarlem neemt steeds meer de regie. Het Regionaal Werkbedrijf ZK-IJ is een publiekprivaat samenwerkingsverband waarbij steeds meer inhoud wordt gegeven aan de regierol van de gemeente vanuit het genoemde strategische publieke belang. Dit jaar wordt het bestaande convenant verbreed van garantiebanen naar de brede focus op arbeidsmarkt.
Gemeente Haarlem is voorzitter van dit platform en regiogemeenten zijn vanuit meerdere portefeuilles vertegenwoordigd (W&I, EZ en Onderwijs). De regionale samenwerking wordt in de uitvoering versterkt door het WerkgeversServicepunt (WSP) en het recent opgerichte Regionale Mobiliteitsteam (RMT). Arbeidsmarkt staat sinds vorig jaar ook regelmatig op de bestuurlijke economische agenda. Ook hier is Haarlem voorzitter. De rol van de gemeente als publieke trekker/regisseur krijgt dus steeds meer vorm
_________ 76
Commissie Arbeidsparticipatie (Commissie Bakker), Naar een toekomst die werkt, Adviesrapport, Den Haag, juni 2008; Commissie Regulering van Werk (Commissie Borstlap), In wat voor land willen wij werken?, Eindrapport, Den Haag, 23 januari 2020.
Second opinion Economische Visie Haarlem
op het gebied van de arbeidsmarkt. De vraag blijft of het voldoende is om de doelstellingen van de EVH te realiseren. Vergroot de intersectorale en interregionale arbeidsmobiliteit De werking van de arbeidsmarkt wordt verbeterd en er zijn minder mismatches op de arbeidsmarkt als de mobiliteit op de arbeidsmarkt wordt vergroot. Als de gemeenten op een pendelafstand van 45 minuten genomen worden vormen Amsterdam, Amstelveen, Zaandam, de Haarlemmermeer, Haarlem en Almere één regionale arbeidsmarkt.77 Het vergroten van de mobiliteit op de arbeidsmarkt is mogelijk door de arbeidsbemiddeling uit te breiden naar een groter gebied dan de eigen arbeidsmarktregio, door het afschaffen, verlagen of het effectiever vormgeven van de overdrachtsbelasting, door de wachtlijsten en toewijzing van sociale huurwoningen minder een rem laten zijn om te verhuizen en door de fiscale aftrekbaarheid en/of het vergoeden van de kosten van woon- werkverkeer. De intersectorale (regionale) mobiliteit kan vergroot worden door middel van transitiefondsen en -instrumenten over sectoren heen in plaats van scholings- en ontwikkelingsfondsen per sector. Haarlem en de arbeidsmarktregio zetten stappen in deze richting. “Men probeert als WSP Zuid-Kennemerland en IJmond samen op te trekken met WSP Groot-Amsterdam om te matchen over de arbeidsmarktregio’s heen”.
Het Regionaal MobiliteitsTeam in oprichting (RMT) biedt de mogelijkheid om met een ontschot budget te gaan werken aan intersectorale mobiliteit. Het RMT maakt ook de verbinding met onder andere het Service Punt Techniek waarin onder andere MetaalUnie en FME zijn vertegenwoordigd. Haarlem bouwt, samen met de gemeenten en met steeds meer partijen aan een netwerk waarin om- en bijscholing wordt gefaciliteerd. Instrumenten waar deskundigen veel van verwachten, is het inzichtelijk maken van de vaardigheden van eenieder met bijvoorbeeld een vaardighedenpaspoort. Het Amsterdamse House of Skills wordt in heel Nederland gezien als een goed voorbeeld van het matchen van vraag en aanbod van werk op ba-
43
sis van vaardigheden. Ook het UWV heeft een skills-dashboard gelanceerd dat kan worden ingezet. Tenslotte is ongeveer één op de zes Nederlanders laaggeletterd en daarmee kwetsbaar op de arbeidsmarkt en weinig arbeidsmobiel. Het aanpakken van de laaggeletterdheid vergt meer, specifieke en informele scholingsinspanningen. De arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond zet hierin stappen. Er is een regionale aanpak laaggeletterdheid opgesteld, die in 2021 wordt uitgerold. Leid gericht op voor de vervangingsvraag De meeste vacatures ontstaan door de vervangingsvraag en niet door de uitbreidingvraag. De vervangingsvraag ontstaat vooral doordat personeel naar een andere werkgever vertrekt, met pensioen gaat, (tijdelijk) vervangen moet worden in verband met zwangerschap of ziekte, of omdat tijdelijke contracten van flexwerkers eindigen. Vooral de vervangingsvraag die ontstaat omdat oudere medewerkers met pensioen gaan, kan op voorhand goed gekend worden. Dit maakt het (theoretisch) mogelijk om op tijd voldoende mensen met de goede kwalificaties opgeleid te hebben. Daarbij dient ook aandacht besteed te worden aan het begeleidingsprobleem van werkgevers op de werkvloer. De gemeente, de Regionale doe-agenda, het Werkbedrijf en werkgevers kunnen op deze kenbare vervangingsvraag inspelen en de begeleiding op de werkvloer organiseren om de mismatches op de arbeidsmarkt te verkleinen.
Ook wat dit betreft, zet Haarlem de eerste stappen. Twee belangrijke sectoren in de regio waarin deze vervangingsvraag een grote rol speelt, zijn zorg en techniek. Deze twee sectoren zijn actief betrokken via de werkstructuur van de regionale aanpak arbeidsmarkt via VBZKAM en Techport om rekening te houden met de vervangingsvraag.
_________ 77
Thomas de Graaf, Frank van Oort, Sanne Boschman, Woon-werkdynamiek in Nederlandse gemeenten, Ruimtelijk Planbureau, Rotterdam, 2008, blz. 16.
Second opinion Economische Visie Haarlem
Zet in op scholing, om-, bij- en herscholing en Leven Lang Ontwikkelen Besteed meer aandacht aan de kwaliteit en variatie in het onderwijs in Haarlem (vooral ook op vmbo en mbo-niveau). Stimuleer de ontwikkeling van allerlei modulaire vormen van deeltijdonderwijs zodat mensen zich kunnen bij- en omscholen, bevorder een leven lang werken en ontwikkelen door middel van individuele leerbudgetten en leer-werkcombinaties, stimuleer het aanbod van leerwerkbanen, erken Elders Verworven Competenties, en ontwikkel met de bedrijven een “vaardighedenpaspoort” voor werknemers om de arbeidsmobiliteit in de sector en tussen sectoren te vergroten. NOVA College werkt in samenwerking met het vmbo en Inholland aan modules die een verkorte instroom vanuit vmbo naar mbo mogelijk maken en het instappen op hbo-niveau verbeteren. Men zet deze stappen bijvoorbeeld op het gebied van Smart Maintenance. Als gevolg van de technologische innovaties is bijvoorbeeld de jaarlijkse om- en bijscholingsopgave ruim 800.000 mensen per jaar in Nederland.78 In algemene zin helpt scholing vooral als die gericht is op werkzoekenden met een grote kans op langdurige werkloosheid. Daarbij is het pas effectief op langere termijn; het beleid moet dus lang volgehouden worden.
Ontmoedig leerlingen om opleidingen te kiezen die weinig arbeidskansen bieden en breng perspectiefvolle opleidingen of opleidingsmodules meer onder de aandacht. De stappen die gezet worden vanuit het leerwerkplein en straks ook het RMT is om te sturen op de kansberoepen en de aanpak van de jeugdwerkloosheid. Het praktijkleren dat in de regio Zuid-Kennemerland nog niet werd ingezet, krijgt momenteel een impuls en is in samenwerking met NVA en SBB in gang gezet. Zet in op de mensen met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt Vele gemeenten zetten zich (vanwege de schaarse middelen) vooral in op personen die een korte 44
afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Die zijn immers makkelijker naar werk te begeleiden en daarmee kan op korte termijn de uitkeringslast verminderen. Om de re-integratie het meest effectief te laten zijn, kan het beste ingezet worden op de activering voor mensen met een relatief grote afstand tot de arbeidsmarkt (bijvoorbeeld omdat hun opleiding, werkervaring of competenties minder goed aansluiten bij wat er nu gevraagd wordt). Deze groep profiteert het meest van de activering. Wel zijn de kosten van de intensieve begeleiding, het maatwerk en de zeer kleine stapjes hoog per activeringstraject. Maar hiermee voorkomen gemeenten dat zij over een aantal jaren met een nog groter granieten bestand zit. Ook in de Regionale doe-agenda is de afweging tussen korte en lange termijn zichtbaar. “De gemeenten en het WSP zitten in een spagaat. De inzet is om mensen weer snel aan het werk te krijgen door ze bijvoorbeeld orders te laten picken. In plaats van ze op te leiden, te herscholen en om te scholen”. Het gevolg is een ‘granieten bestand’ met mensen met een (te) lange afstand tot de arbeidsmarkt, die aan hun lot worden overgelaten en jaren − en misschien wel levenslang − in de bijstand blijven. Naast de kosten die het met zich meebrengt, verdwijnt ook het grote onbenutte potentieel uit het oog. Met het oog op een krimpende en weinig groeiende beroepsbevolking een gevoelig verlies.
Haarlem zet expliciet in op de mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. In Haarlem worden mensen die bemiddelbaar zijn via uitzendbureaus geplaatst, waarbij alleen wordt gewerkt met een fee bij plaatsing. Zo wordt publiek geld alleen ingezet voor mensen die de extra ondersteuning echt nodig hebben. Met de start van Simpel Switchen (juni 2021) wordt de stap van arbeidsmatige dagbesteding naar werk eenvoudiger. De Regionale doe-agenda en het convenant RWB blijven expliciet aandacht houden voor de groep mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Diverse projecten zijn opgenomen in de Regionale doe-agenda zoals GGZen Werk en het creëren van garantiebanen.
_________ 78
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, MKB-actieplan, Den Haag, juni 2018, blz. 23.
Second opinion Economische Visie Haarlem
In het licht van de toenemende werkloosheid als gevolg van de coronacrisis, moeten gemeenten beducht zijn op het reflex om hun middelen in te zetten op de quick wins: personen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt. Vaak vinden zij (met minimale) aanmoedigingen hun weg wel. Stel hogere eisen aan het Werkbedrijf Dwing als opdrachtgever bij het Werkbedrijf af dat klantmanagers evidence-based werken, nieuwe aanpakken experimenteel toetsen en de effecten van hun aanpakken systematisch monitoren en evalueren.79
3.4 Technologie en creativiteit om innovatie aan te jagen Voor de economische groei per hoofd van de bevolking is de arbeidsproductiviteit de enige permanente bron van groei. Onderzoek en innovatie zijn belangrijke factoren die de arbeidsproductiviteitsgroei kunnen verhogen, doordat ze ervoor zorgen dat arbeid en kapitaal effectiever worden ingezet om toegevoegde waarde te creëren. Verder zijn onderzoek en innovatie cruciaal voor het oplossen van urgente maatschappelijke uitdagingen zoals klimaatverandering, de energietransitie, het betaalbaar en organiseerbaar houden van de zorg, behoud en herstel van biodiversiteit en natuur en de transitie naar een circulaire economie. De arbeidsproductiviteit − die ervoor heeft gezorgd dat Nederland per inwoner sinds de Tweede Wereldoorlog ruim vier keer zo rijk is geworden − staat steeds verder onder druk en dat tast het groeivermogen aan. Het afgelopen decennium groeide de arbeidsproductiviteit met slechts 0,3 procent per jaar.80 De afgelopen vier jaar was − zonder het effect van corona − de productiviteitsgroei zelfs negatief. Naar verwachting zal door het weer aantrekken van de bedrijfsinvesteringen de komende kabinetsperiode enig herstel optreden. Het Centraal Planbureau gaat in de
45
middellangetermijnverkenning voor de komende vier jaar uit van een structureel groeicijfer van de arbeidsproductiviteit van 0,7 procent tot 1,1 procent per jaar.81 Daarmee pruttelt de arbeidsproductiviteitsontwikkeling als belangrijkste motor van economische groei. Terwijl de economie bleef groeien, werden er de afgelopen decennia minder uren gewerkt. Deze productiviteitsgroei kon onder andere worden behaald door beter geschoold personeel, automatisering en efficiëntere productieprocessen. Door de vergrijzing zal ook in de toekomst de productiviteit moeten toenemen om de economische groei te waarborgen. De groei van de economie is nodig om de verwachte stijging van de kosten van zorg, AOW en pensioen te betalen en tegelijkertijd ruimte te bieden voor een stijging van de lonen en verdere investeringen in de collectieve dienstverlening, in de zorg en het onderwijs.82
Economische Visie Haarlem en Economische agenda 2020-2024 Haarlem heeft de ambitie om de maatschappelijke opgaven (energietransitie, klimaatadaptatie, transitie naar een circulaire economie, betaalbaarheid van de zorg, groeiende ongelijkheid, e.d.) te koppelen
_________ 79
Centraal Planbureau, Kansrijk arbeidsmarktbeleid. Deel 2, Den Haag, 2016; Centraal Planbureau, Literatuurstudie ‘Effectiviteit van placebased beleid’; Ton Wilthagen, “Als Nederland sterker uit de crisis wil komen, moet kabinet arbeidsmarkt versneld vernieuwen”, in: Het Financieele Dagblad, 8 mei 2020, blz. 24; Ton Wilthagen, “Alleen sterk samenspel van regio’s, sectoren en Rijk helpt mensen snel naar ander werk”, in: Het Financieele Dagblad, 4 juni 2020.
80
Mathijs Bouman, “Na corona komen de oude problemen terug: trage productiviteitsgroei en te weinig vernieuwing”, in: Het Financieele
81
Centraal Planbureau, Actualisatie Verkenning Middellangetermijn 2022-2025, CPB Raming, september 2020, blz. 23; Centraal Planbureau,
82
Rijksoverheid, Innovatieve samenleving, Brede maatschappelijke heroverweging, Den Haag, 20 april 2020, blz. 18; Wetenschappelijk Raad
Dagblad, 18 juni 2021. Macro Economische Verkenning 2021 (MEV), september 2021, blz. 61. voor het Regeringsbeleid (WRR), Naar een lerende economie. Investeren in het verdienvermogen van Nederland, Amsterdam, 2013, blz. 194.
Second opinion Economische Visie Haarlem
aan het stimuleren en faciliteren van innovatie. Dit wil men doen door het ontwikkelen en toepassen van creativiteit en technologie. Deze innovatieaanjagers kunnen doorwerken in alle sectoren. Haarlem wil een proeftuin zijn voor toegepaste innovatie, voor nieuwe of verbeterde producten en diensten, productie- en distributieprocessen. Voor de dynamiek en samenwerking in de stad zijn de creatieve en technologische hubs (Klein Haarlem, De BakkeRij, het Stoflab, Haarlem Tech, Smart City Haarlem, BouwLab R&Do, Maak, 3DMakerszone) van groot belang en passend bij de ambitie van de EVH. Dit geldt ook voor de nieuwe initiatieven als C-District, Spaarne labs, Oceans en CupolaXS. Diverse gesprekpartners onderstrepen het belang hiervan. “Door Bouwlab, de Koepel en ICT bereikbaar te maken voor grote groepen kleine bedrijven en mensen worden verbindingen gelegd tussen innovatie en ondernemerschap”. “De verbinding van circulaire economie en kenniseconomie met broedplaatsen, start-ups op goede locaties (bijvoorbeeld De Koepel) is prima”. “Haarlem heeft vele troefkaarten en ze doen ook wel de goede dingen met de 3D-Makerszone en De Koepel”. Haarlem geeft voorrang aan innovaties die focussen op sociale en maatschappelijke uitdagingen en impact hebben op bijvoorbeeld de kwaliteit van leven, betere volksgezondheid en verduurzaming.
Hiervoor is een Actieprogramma Impact Ondernemen 2020-2024 opgesteld. De gemeente wil, als er capaciteit en middelen voor ingezet kunnen worden, actief inzetten op het verbinden van lokale en regionale partijen en op het bevorderen van de interactie tussen de relevante stakeholders. Haarlem heeft bovengemiddeld veel bedrijven in de creatieve industrie, waaronder in kunst en cultuur, creatieve zakelijke dienstverlening, ICT en grafimedia. De creatieve industrie omvat 6.500 banen (ongeveer 10 procent van de Haarlemse banen). Het doel van de EVH is om de creatieve industrie te versterken door deze meer te verbinden aan de innovatieve clusters op het gebied van circulaire en duurzame economie, technologie en gezondheid. De digitalisering raakt alle bedrijven en sectoren en de 46
ontwikkelingen gaan zeer snel. In Haarlem zijn de digitale economie, creatieve sector en maakindustrie sterk vertegenwoordigd en bewegen steeds meer naar elkaar toe. Om langer gezond te leven, om de zorg betaalbaar te houden en om het hoofd te bieden aan de toenemende tekorten aan zorgpersoneel zijn toegepaste innovaties en nieuw ondernemerschap (bijvoorbeeld op het gebied van E-health) in cure en care onontbeerlijk.
Economisch jaarplan 2021 Het Actieprogramma Impact Ondernemen 2020-2024 wordt uitgevoerd. Voor het overige wordt de innovatie bevorderd om te komen tot een circulaire stad met focus op voedsel, bouw en GWW, textiel en de maakindustrie (upcycling van voedselreststromen, opschalen van de pilot schillenfiets, de ontwikkeling naar meer duurzaam textiel, de doorontwikkeling van C-District). De MKB hub CupolaXS in de Koepel wordt een belangrijke aanjager van de innovatie in het (brede) mkb. Ook worden de mogelijkheden verkend voor innovatieve startups rondom NOVA-college en Hogeschool Inholland en een innovatief gezondheidscluster. De deelname van Haarlem aan de ROM MRA-NHN is geen plan meer. Het college heeft inmiddels ingestemd met deelname en op 23 september heeft de raad daarmee ingestemd.
Second opinion Economische Visie Haarlem
Belangrijke aandachtpunten voor de verdere concretisering EVH Het is verre van eenvoudig om van Haarlem een sterkere werkgemeente te maken. Er is nog steeds geen eenduidig recept om regionale specialisaties te bevorderen en over de mate en wijze van faciliterend of sturend overheidsbeleid.83 Haarlem wordt niet gekenmerkt door een sterk cluster van bedrijven, toeleveranciers en kennisinstellingen (zoals bijvoorbeeld rond de glastuinbouw in Westland, de hightech in Eindhoven of de biotechnologie in Wageningen, Leiden en De Bilt) waarop voortgeborduurd kan worden. Ook zijn clusters niet te kopiëren, op te leggen of door beleidsmakers te creëren. Unieke lokale omstandigheden bepalen het succes van clusters. Zodat er tevens geen garantie voor succes is in andere regio’s. Clusters kunnen niet worden opgelegd, zijn niet of nauwelijks maakbaar en kunnen niet door beleidsmakers worden gecreëerd.84 Tekstkader: De internationale koploperpositie van Nederlandse laadpaalbedrijven: de rol van de overheid Nederlandse bedrijven zijn wereldwijd koploper op het gebied van ‘laadoplossingen’ voor elektrische voertuigen (Alfen, Fastned, Ionity, EVBox, Allegro). Alfen (Almere) is sinds jaar en dag marktleider in laadpalen. Het laadpaalbedrijf Allegro is in 2012 opgericht door netbeheerder Alliander.
Enkele jaren geleden is Allegro verkocht aan de Franse investeerder Meridiam omdat Alliander de noodzakelijke investeringen niet kon doen. Meridiam heeft in 2021 Allegro voor naar schatting 2,7 miljard euro doorverkocht aan het Amerikaanse investeringsbedrijf Apollo Global Management. Hoewel Allego nog altijd geen winst maakt, is de omzet spectaculair gestegen. De omzet was vorig jaar 50 miljoen euro, zal dit jaar naar verwachting € 86 miljoen zijn en halverwege dit decennium moet de jaarlijkse omzet meer dan een miljard bedragen. Ruime subsidies hebben er mede toe geleid dat Nederland de hoogste laadpaaldichtheid ter wereld heeft. Doordat Nederland er zo snel bij was en een goede ict-infrastructuur heeft, zijn in een vroeg stadium protocollen ontwikkeld die laadpalen laten communiceren via internet. Daardoor kunnen automobilisten bijvoorbeeld via hun app zien of een paal beschikbaar is. En kunnen ze met één pasje bij elke paal aanmeren en betalen. Dankzij deze onlineprotocollen kan op afstand ook het laadvermogen worden geregeld, waardoor netbeheerders ervoor kunnen zorgen dat het stroomnet niet overbelast raakt als te veel auto’s tegelijk willen laden in een wijk. Binnenkort komt daar bij dat e-auto’s ook energie kunnen terugleveren, waardoor ze meehelpen het stroomnet in balans te houden.
De Nederlandse laadpalensoftware verspreidde zich razendsnel over het continent en is nu de facto de standaard in Europa en de Verenigde Staten. Op deze wijze, met de overheid als aanjager, zijn first-mover voordelen verkregen en is een bloeiende industrie ontstaan met vierduizend arbeidsplaatsen in Nederland.
47
Bron: Bard van de Weijer, Met de beursgang van Allegro is er opnieuw een Nederlandse laadpaalsucces, in: De Volkskrant, 29 juli 2021.
Van het ondersteunen van ondernemersbijeenkomsten rond innovatie kunnen de effecten niet vastgesteld worden. Iets concreter is het verbinden van kennis- en onderwijsinstellingen, de gemeente en het bedrijfsleven. Van de keuze van instrumenten (Innovatie Café, Tedx, Tedx Youth en periodieke overleggen) kan niet aangegeven worden of zij de innovatie gaan bevorderen. Dat wil niet zeggen dat deze stappen niet zinvol zijn. Per definitie is het bevorderen en aanjagen van de innovativiteit met grote onzekerheden omgeven. Mislukken maakt onderdeel uit van innoveren. Waarbij idealiter de geleerde ervaringen een volgende innovatiestap kansrijker maakt. Dit benadrukt ook het belang van beleidsexperimenten, pilots, proeftuinen, living labs, beleidsevaluaties en het goed inrichten van de keuzeprocessen (gebaseerd op expertise, inclusief, zoveel mogelijk lobbyvrij). Door de onzekere aard van innovatie is niet op voorhand duidelijk welke oplossing de goede is; hoe goed ingericht de pilots, proeftuinen, en living labs ook zijn.85
_________ 83
Centraal Planbureau, Literatuurstudie ‘Effectiviteit van place-based beleid’, Uitgevoerd in opdracht van de werkgroep Agenda Stad, CPB
84
Anet Weterings, Frank van Oort, Otto Raspe en Thijs Verburg, Clusters en economische groei, Ruimtelijk Planbureau, Den Haag, 2007, blz.
Notitie, Den Haag, 22 december 2016. 9; Merijn van der Werff, Clustering van bedrijven in de lokale economie: een bruikbaar concept voor beleidsmakers?, Nicis Institute, Den Haag, oktober 2010, blz. 31; 85
Rijksoverheid, Innovatieve samenleving, Brede maatschappelijk heroverweging, 20 april 2020, blz. 20 en 41
Second opinion Economische Visie Haarlem
Toch kunnen wel een aantal belangrijke aandachtspunten belicht worden om de innovatie aan te jagen. Een keuze uit generieke of gerichte ondersteuning van innovatie Bij het aanjagen van de innovaties bestaat er een keuze tussen generiek en gericht beleid. In de praktijk gaat het bij de beleidskeuzes niet om deze uitersten maar om de balans. Het voordeel van generiek beleid is dat de uitvoeringskosten relatief laag zijn en het risico op ‘verkeerde keuzes’ klein. De inzet van de gemeente wordt namelijk niet gericht op specifieke oplossingen, technologieën of bedrijven. Bovendien heeft generiek beleid een groot bereik waardoor de kans groter is dat je nieuwe, opkomende technologieën ondersteunt dan bij gericht beleid. Een nadeel van generiek beleid kan zijn dat niet gestuurd wordt op de maatschappelijk gewenste innovaties en dat de kans op baanbrekende innovaties relatief klein is. Een voorbeeld van generiek beleid om innovaties te ondersteunen voor Haarlem kan zijn het ondersteunen van de digitalisering van het mkb. Gericht, missiegedreven beleid heeft het voordeel dat de gemeente zich kan richten op terreinen met de grootste maatschappelijke baten voor Haarlem.
Maar ook gericht beleid kan natuurlijk nieuwe ontwikkelingen en technologieën ‘missen’ als de focus op een ander deelterrein ligt.86 Voor Haarlem zou een voorbeeld van gericht beleid zijn om in te zetten op een afgebakend toepassingsgebied van de transitie naar een circulaire economie en dan vooral op de kennisintensieve upcycling van materiaalstromen (ontwikkeling, design, marketing) en de ontwikkeling van nieuwe diensten. Besteed voldoende aandacht aan de vraagkant van de innovatie Het innovatiebeleid is over het algemeen nog te weinig gericht op het stimuleren van de vraagkant van innovaties. Zonder actief overheidsbeleid gericht op marktcreatie komt de opschaling van innovaties niet tot stand.87 De vraagkant kan gestimuleerd worden door middel van het aanpassen van wet- en regelgeving, het aanpassen van aanbestedingsrichtlijnen, normering, beprijzing van negatieve externe 48
effecten, verboden, subsidies, fiscale prikkels, prijsvragen, innovatiegericht inkopen, de overheid als launching customer en het tenderen van maatschappelijke vraagstukken. In Nederland wordt, in vergelijking met andere landen, innovatief inkopen relatief weinig benut om innovaties aan te jagen. Terwijl het Rijk en lokale overheden jaarlijks € 85 miljard aan goederen en diensten inkopen. Een groot potentieel om toepassingsgerichte innovaties aan te jagen. In Haarlem is het inkoopbeleid een pijler in het Actieprogramma Impact Ondernemen. Of men dit voldoende krachtig inzet om innovaties uit te lokken en aan te jagen, is een open vraag. Het belang van vraagstimulerende maatregelen is dat hiermee een “stip op de horizon” wordt gezet. Daarmee wordt de investeringsonzekerheid van bedrijven weggenomen en kunnen additionele private investeringen uitgelokt worden. Deze strategie leidt tot een win-winsituatie. Doordat de maatschappelijke uitdagingen van vandaag de groeimarkten van de toekomst zijn, worden exportkansen voor het bedrijfsleven gecreëerd.88 Het stimuleren van de vraagkant is voor allerlei innovaties van belang maar in het bijzonder voor de transitie naar een circulaire economie en de upcycling van gebruikte grondstoffen en materiaalstromen.
Circulaire verdienmodellen komen moeilijk van de grond door niet-geprijsde milieueffecten van grondstoffen, door te hoge kosten, lage kwaliteit en te geringe volumina van recyclaten, gebrek aan
_________ 86
Rijksoverheid, Innovatieve samenleving, Brede maatschappelijk heroverweging, 20 april 2020, blz. 22 en 23.
87
Overheden kunnen door jarenlange, systematische overheidssteun bepaalde economisch-technologische ontwikkelingen bevorderen. Internationale voorbeelden zijn te vinden in: Mariana Mazzucato, De ondernemende staat. Waarom de markt niet zonder de overheid kan, Amsterdam, 2015. Voor Nederland zijn de overheidsinterventies (onderzoek, kennisinfrastructuur, voorlichting) sinds tweede helft negentiende eeuw een belangrijke stimulans geweest om de landbouw- en voedingssector tot één van de meest concurrerende sectoren in de wereld te maken. Recentelijk heeft de overheidsondersteuning in de coronacrisis zijn betekenis voor bedrijven en werknemers bewezen. Voor de komende jaren zou de aandacht uit kunnen gaan naar het post-COVID-herstelprogramma en naar de duurzaamheidstransities. Voor gemeenten zijn de mogelijkheden om het initiatief te nemen in innovaties veel kleiner dan voor het rijk. Al biedt het Nationaal Groeifonds mogelijkheden.
88
Rijksoverheid, Innovatieve samenleving, Brede maatschappelijk heroverweging, 20 april 2020, blz. 8 en 44; Roebyem Anders en Jacqueline Cramer, “Als inkoper kan de overheid de circulaire economie direct aanjagen”, in: Trouw, 4 augustus 2021.
Second opinion Economische Visie Haarlem
risicofinanciering, onbenutte schaalvoordelen, informatie- en imagoproblemen en hoge transactiekosten. Het mitigeren van dergelijk marktfalen met regelgeving, beprijzing, subsidiëring en/of voorlichting is een belangrijke taak voor rijk én gemeenten.89 Zorg voor voldoende kennis bij de gemeente Om als overheid ondernemers- en innovatie-ecosystemen gericht te ondersteunen en te benutten zijn inhoudelijke expertise en betrokkenheid noodzakelijk. Gericht beleid is alleen effectief als de overheid zelf de implicaties van relevante technologische ontwikkelingen kan overzien en tot op zekere hoogte inzicht heeft in de kansen en beperkingen van een mogelijke ontwikkeling en innovatie. Ook de toepassing van extern ontwikkelde kennis wordt effectiever als het kennisniveau van de gemeente op niveau is. Dit maakt de gemeente ook een serieuze gesprekpartner voor innovatieve ondernemers. Verder is van belang dat de gemeente zelf innovatief en wendbaar is en dat er een soepele samenwerking is tussen de diverse diensten en afdelingen. Alleen een overheid die zelf innovatief is en innoveert, is een gelijkwaardige partner voor bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen om samen te werken aan initiatieven en een innovatieve samenleving.
90 Bouw aan duurzame relaties Bouw aan duurzame relaties met ondernemers, onderwijs- en kennisinstellingen (triple helix), geef elkaar vertrouwen en ruimte, heb oog voor deelbelangen, definieer de publieke belangen duidelijk en werk gezamenlijk − als opgavegerichte maatschappelijke opgave − aan de lange termijn economische ontwikkeling van Haarlem, Zuid-Kennemerland en de MRA. Stimuleer het innoveren in samenwerking Innovaties en innovatief ondernemerschap zijn het resultaat van een interactief (en onzeker) zoek-, experimenteer-, en leerproces in een ondernemersecosysteem. Bij dit systeem zijn een groot aantal verschillende actoren betrokken. Innovatie wordt vaak gerealiseerd in samenwerking en uitwisseling
49
tussen verschillende actoren (toeleveranciers, producenten en afnemers) en verschillende domeinen (wetenschap, bedrijfsleven en overheid). Voor innovatie is naast ontwikkeling van zowel fundamentele als toegepaste kennis ook de circulatie van die kennis belangrijk.91 Veel innovaties en vernieuwingen hangen af van de uitwisseling van ‘impliciete’, niet-tastbare en slecht gedocumenteerde (ervarings)kennis. Deze is alleen uit te wisselen in persoonlijk contacten, persoonlijke vertrouwensrelaties en tussen trusted partners in een ondernemersecosysteem of cluster. Trusted partners waarmee in de loop van de tijd een relatie van vertrouwen en wederkerigheid is opgebouwd. Bij het innoveren in samenwerking en bij innovatief alliantiemanagement streven organisaties dan ook bewust naar de opbouw van kringen van trusted partners.92 In een dynamisch ondernemersecosysteem of cluster lopen allerlei fasen en vormen van innovatie (fundamenteel onderzoek, toegepast onderzoek, uitvinding, ontwikkeling, proces-, product-, dienstenen marktinnovatie, prototype, productie, diffusie, marketing), en actoren die deze rollen vervullen, in en
_________ 89
Als voorbeeld: “Wet- en regelgeving en aanbestedingsleidraden voorzien lang niet altijd in toepassing van gebruikte grondstoffen. Bij de meerderheid van de aanbestedingen gaat het puur om de prijs. En zolang de vraag er daardoor niet is, blijft de productie achter en wordt puin nog steeds ongebruikt afgevoerd. ‘Als er “nieuw” in de aanbestedingsdocumenten staat, moet er ook nieuw beton worden gebruikt. Dat is zonde. Want de recyclaten doen niet onder voor primaire grondstoffen. In 80 procent van de mengsels zijn primaire grondstoffen als zand, grind en cement prima te vervangen door recyclaten”. Arend Clahsen, “Hoe oud beton nieuw leven krijgt”, in: Het Financieele Dagblad, Futures, 10 juli 2021, blz. 6-9; Roebyem Anders en Jacqueline Cramer, “Als inkoper kan de overheid de circulaire economie direct aanjagen”, in: Trouw, 4 augustus 2021.
90
Rijksoverheid, Innovatieve samenleving, Brede maatschappelijk heroverweging, 20 april 2020, blz. 8 en 11; Matthijs Janssen, Marko Hekkert
91
Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), Naar een lerende economie. Investeren in het verdienvermogen van Nederland,
92
Pim den Hertog e.a., Innoveren en ondernemen met beleid. Analytische achtergrondstudie van de beleidsdoorlichting artikel 12 (innovatie) en
en Koen Frenken, “Missiegedreven innovatiebeleid: Twee vliegen in één klap?”, in: MeJudice, 25 september 2019. WRR-rapport 90, Den Haag, 2013. 13 (ondernemingsklimaat) ministerie van Economische Zaken, Utrecht, maart 2015, blz. 27 en 28.
Second opinion Economische Visie Haarlem
door elkaar.93 Een belangrijke vraag is dat ook of het Haarlemse en regionale ondernemersecosysteem (met name met betrekking tot circulaire economie, gezondheid en koplopende mkb-bedrijven) de wenselijke kenmerken heeft en of hierop gestuurd kan worden door het team Economie & Toerisme? Een recent voorbeeld van het innoveren in samenwerking in Zuid-Kennemerland is de samenwerking in de SPRONG-regeling met Hogeschool van Amsterdam, Hogeschool Windesheim, Hogeschool voor de Kunsten en het Bouwlab in Haarlem ten behoeve van de verduurzaming van de bouwketen. Daarbij wordt ook gezorgd voor de verbinding met het Nova College en Hogeschool Inholland.94 Versterk het regionale ondernemersecosysteem en interactiemilieus Innoveren vindt plaats in de regio, d.w.z. daar waar bedrijven, wetenschappers, talent en maatschappelijke organisaties elkaar ontmoeten.
Door regionaal te interveniëren en investeren in productielandschappen, door de verbindingen tussen technologieën te faciliteren en te stimuleren, en door de regionale human capital agenda te versterken, kunnen regio’s hun groeipotentieel vergroten en kan de welvaart in brede zin van bewoners worden vergroot.95 Bekend is echter ook dat er op lokaal en regionaal niveau veel partijen actief zijn op de ondersteuning en vernieuwing van het (brede) mkb, dat al die partijen ook veel goede dingen doen, maar dat samenhang ontbreekt.96 Het ondersteuningsaanbod komt daardoor versnipperd bij het mkb terecht en ook wordt er vaak nog vanuit het aanbod gehandeld en gedacht in plaats vanuit de vraag en ondersteuningsbehoefte van ondernemers. Lokale en regionale partijen staan daarom voor de opgave om synergie aan te brengen in hun inzet richting het bedrijfsleven. Kies als doelvariabele het bevorderen van de arbeidsproductiviteitsontwikkeling Zet in op het bevorderen van de arbeidsproductiviteitsontwikkeling (onderzoek, ontwikkeling, permanente educatie en nóg beter delen van de bestaande (internationale) kennis) als motor van duurzame 50
groei van het regionaal inkomen per hoofd en vergroot de veerkracht van de regionale economie, de bedrijven en de beroepsbevolking door kennisdeling, gevarieerd en goed onderwijs, permanente educatie, om-, bij- en herscholing, een grotere arbeidsmobiliteit, een betere werking arbeidsmarkt en het bevorderen van cross-overs tussen gerelateerde sectoren.97 Dit zijn elementen van een generiek beleid dat alle bedrijven ten goede komt en deze elementen maken het mogelijk om kennis en innovaties in de brede Haarlemse economie te absorberen. Kies doelbewust bedrijven om de toegepaste innovatie te bevorderen Nederland kent weinig innovatieve en groeiende ondernemers. In Nederland is de omzet van bedrijven uit (technologisch) nieuwe en sterk verbeterde producten tien procent. Dit ligt lager dan het EUgemiddelde van 13 procent en illustreert dat Nederland slecht is om onderzoek om te zetten in innovaties en toepassingen. Ook groeien zzp’ers en mkb-bedrijven met personeel nauwelijks. Over de periode 2010-2018 is 5 procent van de zzp’ers doorgegroeid naar een mkb-bedrijf met personeel en is
_________ 93
Bart Verspagen, Alfred Kleinknecht en Koen Frenken, “Canon deel 6: Innovatie”, in: Economisch Statistische Berichten, jrg. 98, nr. 4656, 22
94
Zuid-Kennemerland, Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023, concept, 22 april 2021, blz. 12.
95
Commissie Verdienvermogen & Vestigingsklimaat (Cie Noordanus), Het nationale verdienvermogen en de cruciale rol van regio’s, s.l.,
maart 2013, blz. 185.
december 2016, blz. 8 en 9; David Hamers, De innovatieve stad. Hoe steden met slagkracht, maatwerk en leervermogen kunnen bijdragen aan economische, groene en sociale innovaties, Planbureau voor de Leefomgeving, Achtergrondstudie, Den Haag, 30 mei 2016, blz. 83; Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (Awti), Samen de lat hoog leggen, regio en rijk bundelen krachten voor innovatie, Den Haag, mei 2021. 96
Joost van Hoorn, Erwin Riedstra, David Louwerse, Joeri van den Ende en Janneke ten Kate, Aan de slag voor het brede mkb. Wat steden, regio’s en het Rijk voor het brede mkb kunnen doen. Lessen, aanbevelingen en praktijkvoorbeelden, Platform31, maart 2019.
97
WRR, Naar een lerende economie. Investeren in het verdienvermogen van Nederland, Amsterdam, 2013; Otto Raspe, Trends in de regionale economie, Input voor de VNG-commissie Stedelijk Perspectief (Trend 3: Consumer city), PBL, Den Haag, 7 maart 2014, blz. 17; zie de raderen die zorgen voor regionale economische groei in: Otto Raspe, Martijn van den Berge en Thomas de Graaff, Stedelijke regio’s als motoren van economische groei. Wat kan beleid doen?, Den Haag, 2017, blz. 13.
Second opinion Economische Visie Haarlem
4½ procent van de bedrijven met personeel doorgegroeid naar een grotere grootteklasse. Het huidige fiscale ondernemerschapsinstrumentarium stimuleert ondernemerschap en het starten van een onderneming, maar heeft weinig aandacht voor het doorgroeien van ondernemingen. Ook het hoge percentage flexibele arbeidskrachten is een risico voor innovatie. Flexibele contractvormen pakken, in vergelijking met duurzame arbeidsrelaties, negatief uit voor investeringen in menselijk kapitaal door werkgevers.98 Het beleid om toegepaste innovatie te bevorderen, kan aangescherpt worden door nauwkeurig te kijken naar de kenmerken van de technologie, de sector en naar het type bedrijf. Wil het bedrijf groeien en is de ondernemer ambitieus? De toegepaste innovatie kan bijvoorbeeld focussen op de groep overlevende starters van drie tot vijf jaar en/of op innovatoren met sterke groeiambities en/of op familiebedrijven met een sterke lokale en regionale binding waarvan de directeur-grootaandeelhouder snel kan beslissen. De focus ligt dan minder op innovatoren zonder sterke groeiambities, op het brede mkb zonder duidelijke ambities of op niet-familiebedrijven.99 Ook zijn er niet in elke technologische en innovatieve ontwikkeling kansen voor nieuwe toetreders en MKB-bedrijven. Alleen in het begin van de productlevenscyclus kunnen nieuwe bedrijven toetreden en zullen MKB-bedrijven kunnen groeien.
Een andere mogelijke differentiatie suggereert de Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (AWTI) met verschillende regionale hotspots als broedplaats voor innovatie; de creatieve urbane hotspot, de engineering hotspot en de wetenschappelijk gedreven hotspot.100 De creatieve urbane hopspot is de logische inzet voor Haarlem. Een andere aanpak die overwogen kan worden, is om beleidsinterventies héél doelgericht te richten op de zwakke onderdelen van een cluster of ecosysteem.101
3.5 Ondernemerschap
51
Er zijn vele mogelijkheden voor nieuw ondernemerschap en nieuwe toetreders. Er zijn volop kansen in de zorg, het welzijn, allerlei vormen van persoonlijke dienstverlening (vooral ook voor de sterk stijgende groep oude ouderen), de ICT, de bouw (indien voldoende vernieuwend), zakelijke dienstverlening, recreatie, toerisme en de duurzaamheidstransities (energietransitie, transitie naar een circulaire economie, de voedseltransitie en de klimaatadaptatie). Het aantal mogelijkheden is onbeperkt en valt of staat − naast goed beleid − met goed ondernemerschap. Uiteraard oefent op korte termijn de coronacrisis en de beperkende maatregelen hun invloed uit. Om het ondernemerschap te bevorderen, kunnen de elementen van een krachtig en dynamisch ondernemersecosysteem geanalyseerd worden. In de ondernemersecosysteembenadering ligt de focus niet op sectoren, bedrijven of de markt maar op de onderlinge afhankelijkheden van de sleutelfiguren in het ecosysteem. Of ondernemers kansen zien en kunnen benutten, is afhankelijk van de kracht van het ‘ecosysteem’.102
_________ 98
Rijksoverheid, Innovatieve samenleving, Brede maatschappelijk heroverweging, 20 april 2020, blz. 9, 43 en 45.
99
Yvonne Prince en Paul van der Zeijden, De gezondheid van vier mkb-typen in 2015, Panteia, Zoetermeer, januari 2016.
100
Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (AWTI), Regionale hotsport. Broedplaatsen voor innovatie, Den Haag, oktober 2014.
101
Jan Jacob Vogelaar, Elmar Cloosterman, Erik Stam en Leonie Oosterwaal, “Economisch beleid regio: naar een missie-gestuurde
102
De Economische Visie Haarlem gebruikt een ander concept dan ondernemers die een gezaghebbende leidende positie hebben in het
ecosysteembenadering”, in: ESB, jrg, 105, nr. 4790, 8 oktober 2020, blz. 468-471. ondernemersecosysteem, namelijk anchor tenants. Anchor tenants zijn grote, toonaangevend en innovatieve bedrijven, die voor een belangrijk deel het profiel van hun omgeving bepalen en vanwege hun financiële slagkracht, aanwezige kennis en/of grote hoeveelheid goederen-/grondstoffenstromen cruciaal zijn voor gezamenlijke investeringen of samenwerkingsprogramma’s. In Haarlem vallen onder industriële anchor tenants bijvoorbeeld bedrijven als TEVA, MSD en NS Treinmodernisering. Een voorbeeld van een niet-industriële anchor tenant is het Spaarne Gasthuis. Gemeente Haarlem, Economische Visie Haarlem, juni 2020, blz. 44, 59.
Second opinion Economische Visie Haarlem
Tekstkader: Op welke ondernemersnetwerk inzetten en in welke ondernemersnetwerk investeren? − − −
− −
−
−
−
Ondernemers moeten leidend zijn in het netwerk en ondernemersecosysteem. Het ecosysteem wordt idealiter gekenmerkt door ondernemende, gezaghebbende leiders die voor langere tijd gecommitteerd zijn aan het ecosysteem. Het ecosysteem moet iedereen insluiten en niemand uitsluiten (ook niet als zij de status quo bedreigen); nieuwe toetreders zijn belangrijk voor nieuwe ideeën, nieuwe impulsen, voor cross-sectorale product- en dienstmogelijkheden. Het ecosysteem moet continue activiteiten hebben waarbij de hele ondernemersgemeenschap is betrokken. Is in het ecosysteem een duidelijk idee aanwezig over doel, richting en ontwikkeling, en dat doel en deze richting wordt gedeeld door alle betrokken ondernemers? Voor effectieve netwerksturing beantwoorden de netwerkpartners onder andere de volgende vragen: wat is onze gedeelde feitenbasis en onze gezamenlijke probleemdefinitie, wat zijn onze gezamenlijke richtinggevende doelen, wat is ons commitment, hoe leggen we de resultaten terug in de eigen organisatie, en welke inzet (tijd, energie, middelen) zetten we in als de samenwerking niet goed loopt. Kijk in het ondernemersecosysteem naar de ambities van de leidende bedrijven. Zijn het innovatoren met sterke groeiambities, overlevende starters die 3 tot 5 jaar bestaan en bijvoorbeeld familiebedrijven (vanwege vaak de sterke lokale en regionale betrokkenheid).
Het leeuwendeel van de bedrijven heeft niet of nauwelijks groeiambities en zullen weinig energie en dynamiek aan het ecosysteem toevoegen. Ook kan gekeken worden naar de (niche)markt of markten waarop het ondernemersecosysteem zich richt. Voor MKB-bedrijven zijn er alleen maar kansen aan het begin van de ontwikkel- en innovatiecyclus. Als de consolidatiefase aanbreekt dan verminderen de kansen voor MKB-bedrijven aanzienlijk. Zijn het sterke ondernemersgroepen die gecommitteerd zijn aan de regio en bestaat het ondernemersecosysteem uit een breed pallet aan complementaire bedrijven (groot én klein, start-ups, scale-ups, innovatoren, productontwikkelaars, intermediairs, adviseurs, financiers, etc.).
Bron: Platform31 (combinatie van meerdere bronnen) 52
Alle veertig regio’s in Nederland zijn in 2018 en 2020 gescoord op de kwaliteit van hun ondernemersecosysteem. Voor elk van de tien elementen van het ondernemersecosysteem krijgt een regio een cijfer, die bij elkaar opgeteld leiden tot een positie op de ranglijst. Aan de top, en verder uitlopend op de andere regio’s, staat de regio Delft en Westland. Zuid-Kennemerland (Agglomeratie Haarlem) neemt in 2020 plaats 9 in en is ten opzichte van 2018 twee plaatsen opgeschoven. De regio Groot-Amsterdam neemt in 2020 plaats 2 in en is ten opzichte van 2018 eveneens twee plaatsen opgeschoven. De regio IJmond neemt in 2020 plaats 16 in en in ten opzichte van 2018 vijf plaatsen opgeschoven. Van de veertig regio’s die in Nederland worden onderscheiden, neemt in veertien regio’s de kwaliteit van hun ondernemersecosysteem toe van 2018 op 2020. Groot-Amsterdam en IJmond zijn twee van deze veertien regio’s. In Zuid-Kennemerland verzwakt van 2018 op 2020 de kwaliteit van het ondernemersecosysteem.103 Om de kwaliteit van het ondernemersecosysteem te verbeteren spelen regio’s en gemeenten een belangrijke rol.
Door een effectieve verbinding aan te brengen tussen de sociale, de economische en onderwijsagenda met een bovenlokale aanpak, het vergroten van de arbeidsmobiliteit, bij- en om- en herscholen, Leven Lang Ontwikkelen, het onbenutte arbeidspotentieel beter mobiliseren, het verbeteren van de bereikbaarheid, het ondernemerschap bevorderen, het stimuleren van de kenniscirculatie en krachtige regionale samenwerking.104
_________ 103
Dat Zuid-Kennemerland ondanks de daling van 2018 op 2020 zijn relatieve positie weet te verbeteren, komt omdat vele regio’s nog meer in kwaliteit achteruitgaan dan Zuid-Kennemerland. Elmar Cloosterman en Erik Stam, Entrepreneurial Ecosystem Index 2020, een kwantitatieve vergelijking van regionale ecosystemen voor ondernemerschap, Utrecht University, School of Economics, Birch, 2020.
104
Arjen Edzes, Jouke van Dijk en Ruud Dorenbos, Bouwstenen voor de regionale arbeidsmarkt, essay in het kader van het programma Kennis voor Krachtige steden, Den Haag, 2015; Otto Raspe, Martijn van den Berge en Thomas de Graaff, Stedelijke regio’s als motoren van economische groei. Wat kan beleid doen?, Den Haag, 2017; Elmar Cloosterman en Erik Stam, Entrepreneurial Ecosystem Index 2020. Een kwantitatieve vergelijking van regionale ecosystemen voor ondernemerschap, Universiteit van Utrecht/Birch, s.l, s.a.
Second opinion Economische Visie Haarlem
Economische Visie Haarlem en Economische agenda 2020-2024 Om de positie van Haarlem te behouden als consumentverzorgende stad en om de positie als werkstad en als stad met kennisintensieve (stuwende) bedrijven te versterken, is ondernemerschap van belang. Het zijn ondernemers die zich aanpassen aan nieuwe omstandigheden, die nieuwe kansen proberen te grijpen, die banen creëren. Niet de overheid. Met de groei van het aantal inwoners tot en met 2025 zullen 3.000 tot 5.000 banen gecreëerd worden in de consumentverzorgende economie (detailhandel, horeca, onderwijs, zorg, cultuur, sport en recreatie). Om de positie van de detailhandel en de horeca te versterken en om het mogelijk te maken dat zij zich kunnen aanpassen (extra van belang geworden tijdens en na de coronacrisis) wordt meer functiemenging en wordt blurring mogelijk gemaakt. Ook het toerisme wordt ingezet als kans om de binnenstad levendig te houden (Haarlem Marketing). Met het stimuleren van kennisintensieve bedrijvigheid, de creatieve industrie en circulaire economische activiteiten is het doel om de ontwikkeling van 3.600 tot 5.600 banen in stuwende bedrijvigheid te realiseren.
De concrete instrumenten die ingezet worden, zijn het stimuleren van het ondernemerschap en de publiek-private samenwerking (Parkmanagement Waarderpolder Haarlem Business Park, Convenant Waarderpolder Haarlem Business Park, CMG, BIZ-en), het optimaliseren van het digitale ondernemersloket, het stimuleren van ondernemersbijeenkomsten en het organiseren van bedrijfsbezoeken. Er wordt verder ingezet om het toerisme en de recreatie te versterken met behulp van Haarlem Marketing. Onder voorbehoud van extra capaciteit en middelen kan actief accountmanagement opgezet en uitgevoerd worden gericht op bestaande bedrijven. Verder kan de acquisitie voortgezet worden gericht op het aantrekken van kennisintensieve en stuwende bedrijvigheid.
Economisch jaarplan 2021
53
De focus van het Economisch Jaarplan 2021 is het beperken van de gevolgen van de coronacrisis in de sectoren die hard worden geraakt (horeca, detailhandel, evenementensector). Verder wordt op basis van een onderzoek van de Digital Society School een plan van aanpak opgesteld om de ondernemersdienstverlening te optimaliseren.
Belangrijke aandachtspunten voor verdere concretisering EVH De meest kansrijke strategie is om bestaande Haarlemse ondernemers te behouden en zich te laten ontwikkelen. Dit is eenvoudiger en kansrijker dan het aantrekken van nieuwe ondernemingen. Met deze invalshoek moet een prioriteit zijn om voor de bedrijven in de ontwikkelzones (4.430 tot 4.984 banen) die moeten verhuizen, en niet goed passen in een gemengde woonwerklocatie, nieuwe locaties in Haarlem te bestemmen.105 Verder kan door een maximale inzet van instrumenten een ondernemersvriendelijk klimaat gecreëerd worden, voelen ondernemers zich als ondernemer welkom in Haarlem en kan dat rond gaan rondzingen. Het is mogelijk om méér instrumenten in te zetten om het ondernemerschap te bevorderen. Zeker in het licht dat Haarlem verre van hoog scoort op de lijst van MKB-vriendelijke gemeenten. Haarlem staat op plaats 34 en moet vele steden, ook in de directe omgeving, voor laten gaan.106 In de VNG Ondernemerspeiling 2020 geven ondernemers in Haarlem gemiddeld een 6,4 voor het Haarlemse ondernemingsklimaat. Daarmee scoort Haarlem even hoog of even laag als het Nederlands gemiddelde. De aspecten die voor de geënquêteerde ondernemers het
_________ 105
Evert-Jan de Kort, Juriën Poulussen & David van Doesburg, Werken aan een toekomstbestendige economie. Onderzoek als ‘bouwsteen’
106
MKB-Nederland, MKB-vriendelijkste gemeente van 2020-2021. De top-10 steden zijn achtereenvolgens: Eindhoven, Almere, Deventer,
voor de Economische Visie Haarlem, STEC Groep, Arnhem, 18 november 2019, blz. 31. Tilburg, Breda, Groningen, Zoetermeer, Maastricht, Almelo en Apeldoorn. In de ranglijst heeft Almere plaats nummer 3, Amstelveen plaats nummer 9, Amsterdam plaats 11 en Haarlemmermeer plaats 33. De top-3 van de MKB-vriendelijkste gemeenten in de provincie NoordHolland zijn achtereenvolgens Amstelveen, Amsterdam en Haarlemmermeer.
Second opinion Economische Visie Haarlem
zwaarst wegen, zijn voor 43 procent van de ondernemers de bereikbaarheid (inclusief parkeren), voor 35 procent van de ondernemers leefbaarheid en veiligheid en voor 30 procent van de ondernemers samenwerking en inzet voor ondernemers. De helft van de ondernemers in Haarlem (51 procent) vindt dat de gemeente zich (vrij) goed inspant voor de verbetering van het ondernemersklimaat.107 Haarlem kan het ondernemersklimaat verder versterken vanuit de basis die is gelegd in de coronacrisis. In de coronacrisis is de gemeente dichterbij ondernemers komen te staan en heeft de ondernemersdienstverlening een impuls gekregen.108 Sluit aan bij de animal spirits van de innovatieve ondernemers Niemand kan bewijzen in welke mate de economie sneller groeit of dat er meer banen gecreëerd worden als er sprake is van een ondernemersvriendelijk klimaat. Maar het is van belang om de kenmerken, drijfveren, animal spirits te begrijpen van de schaarse ‘echte’ (innovatieve) ondernemers. De echte ondernemer handelt op gevoel en intuïtie, hij of zij gelooft ergens in, en laat zich zeker niet alleen (of juist helemaal niet) leiden door ratio, ondernemersplannen of de regeltjes van de overheid. Steve Jobs of Hennie van der Most zijn voorbeelden van dergelijke ondernemers.
Geen enkel ondernemingsplan had het succes van de Ipod, Iphone of Ipad kunnen voorspellen of de mogelijkheden om een recreatiepark te beginnen in een voormalige kerncentrale (Wunderland Kalkar). Geen enkel marktonderzoek toon de potentie van producten en diensten die de consument nog niet kent. Om te komen tot een ondernemersvriendelijke gemeente en een ondernemende cultuur kunnen de belemmeringen (reëel of niet-reëel) geïnventariseerd worden die ondernemers ervaren. Voortdurend komen voorbeelden naar voren van gemeentelijke regels en regels van overheden die het ondernemerschap van pur-sang ondernemers belemmeren. Gemeentes die jaren nodig hebben om jonge ondernemers van een vergunning te voorzien die prachtige Italiaanse kiosken op pleinen wilden 54
plaatsen, jonge ondernemers die moeite hadden om doggy bags in Nederland te introduceren (“het mag niet van de Voedsel en Warenautoriteit”) of het voorbeeld van twee Amsterdamse ambtenaren die, na een inventarisatie die negen maanden werk vergde, er achter kwamen dat er maar liefst veertig vergunningen nodig zijn om sapjes te mogen verkopen. Het laatste voorbeeld toont bovendien aan dat in zo’n inventarisatie zaken naar voren komen die niemand snapt. Wil je een juicebar beginnen dan is één wc-pot voldoende. Maar mix je een alcoholische drank door het sapje, dan moet je twee wc-potten hebben. Bovendien is de verplichte plafondhoogte dan minimaal twee meter veertig. Niemand kan uitleggen wat het verband is tussen alcohol en plafondhoogte. Maar dat is de uitkomst van de inventarisatie als je de regels over elkaar legt.109 De gemeente kan een ondernemersvriendelijke cultuur creëren door gezeur en bureaucratie te bestrijden, lage lasten, het vereenvoudigen van de vergunningverlening, het schrappen van overbodige vergunningen, het starten van een onderneming in één dag mogelijk te maken, slimmer toezicht, vertrouwen geven, het aanbestedingsbeleid creatief gebruiken, rekeningen aan kleine bedrijven in één week betalen, et cetera, et cetera.
De effecten zijn niet uit te rekenen, maar dergelijke maatregelen, symbolen en grote gebaren sluiten wel aan bij de animal spirits van de echte ondernemer, maken mogelijk dat ondernemers zo weinig mogelijk belemmeringen ondervinden om een idee of droom in Haarlem waar te kunnen maken en zo wordt Haarlem mede een inspirerende ondernemersstad. “De
_________ 107
Gemeente Haarlem, Economische Monitor. Onderzoeksrapport 2021, juni 2021, blz. 15.
108
VNG en SCC Consultancy, Corona geeft ondernemersdienstverlening een impuls. Hoe gemeenten dichterbij ondernemers zijn komen te staan door corona, hoe dat te behouden en verder uit te bouwen, Den Haag, september – oktober 2020; VNG, Corona geeft ondernemersdienstverlening een impuls, factsheet, Den Haag, 2020.
109
Jos Moerkamp, “Véértig vergunningen voor een sapje”, in: Binnenlands Bestuur, 17 april 2009. De doorsnee starter in de horecabranche krijgt te maken met achttien instanties, die tezamen veertig vergunningen en ontheffingen verstrekken. De gemeente neemt er zeven voor haar rekening, de meeste in de rol van uitvoerder van rijksbeleid. Voor die zeven aanvraagformulieren betaalt de starter zeven keer leges, bij elkaar gauw een paar duizend euro.
Second opinion Economische Visie Haarlem
ondernemerscultuur kan sterker in Haarlem”. “Er zijn ondernemers genoeg in Haarlem. Alleen wonen ze in Haarlem en ondernemen ze in Amsterdam en Hoofddorp”. Verlagen van de lasten voor ondernemers Verlaag de lasten voor ondernemers (retributies, reclamebelasting, precariorechten, verlaag of schrap OZB voor starters of kleine ondernemingen). Dat de hoogte van de lasten voor ondernemers van belang zijn om een ondernemersvriendelijke en MKB-vriendelijke gemeente blijkt uit het feit dat de tevredenheid van (MKB-)ondernemers duidelijk correleert met de hoogte van de lasten waarmee ondernemers geconfronteerd worden. Ook zijn sommige gemeenten van mening dat lage lasten en weinig regels de groei van de (MKB-)ondernemingen positief beïnvloed. Diverse gemeenten verlagen daarom bewust de lasten voor ondernemers om het ondernemerschap te bevorderen en om de ontwikkeling van startende en/of (MKB-) ondernemingen te bevorderen. Zo bevordert de gemeente Den Haag de groei van de stad en het ondernemerschap door lage lasten en minder regels. Startende ondernemers betalen de eerste vijf jaar geen OZB, de bovengrondse precario is met 50 procent verlaagd en men heeft circa vijftig legesfeiten geschrapt. De gemeente constateert dat met lagere lasten het aantal faillissementen daalt en de investeringen toenemen.
Om het MKB meer ruimte te geven gaat het college in Den Haag verder met het verlagen van lasten voor ondernemers, De speerpunten zijn: voortzetting van de OZB-compensatieregeling voor startende ondernemers, afschaffen van de precariobelasting voor voorwerpen op en boven de gemeentegrond (m.n. terrassen en uithangborden) en de introductie van de mogelijkheid van een belastingpauze voor kleine ondernemers en zzp’ers met een laag inkomen. Het laatste is een potentieel belangrijk instrument voor het herstel post-corona. Vereenvoudigen van de vergunningverlening Check regelmatig dat regels voor ondernemers werkbaar zijn en niet tegenstrijdig, stroomlijn de vergun-