20220035771 2. Bijlage 1 Platform31 second opinion EVH
Tekst van het document
25
duurzaamheids- en leefbaarheidsoverwegingen hanteren steden steeds vaker een autoluwe agenda waarbij het primaat ligt bij lopen, fietsen en openbaar vervoer en autogebruik wordt ontmoedigd. Binnen de MRA zijn Amsterdam en Haarlem hierin koploper. Desondanks zijn verbeteringen mogelijk. De Rekenkamercommissie heeft vorig jaar geconcludeerd dat er in het fietsbeleid van de gemeente onvoldoende aandacht is voor het volledige spectrum van het fietsbeleid (inspelen op nieuwe ontwikkelingen, fietsnetwerk en -infrastructuur, verkeersveiligheid, fietsparkeren, budget, capaciteit, etc.) en dat het beleid nog onvoldoende integraal is. De gemeente Haarlem heeft onlangs nieuw mobiliteitsbeleid opgesteld, waarin dit spectrum is meegenomen.38 Dit spectrum wordt verder uitgewerkt in het fietsbeleid dat in 2022 wordt opgesteld. Met het mobiliteitsbeleid wil Haarlem bereiken dat in 2030 bijna alle verplaatsingen (90 procent) binnen de stad met een afstand kleiner dan 2½ km met de fiets of te voet plaatsvinden en dat meer dan de helft van alle verplaatsingen (60 procent) vanuit of naar Haarlem toe met het openbaar vervoer of de fiets plaatsvinden.39 Dit zal de druk op het stedelijk wegennet niet verder vergroten waardoor de bereikbaarheid van de binnenstad niet verder achteruit gaat.
_________ 36
Zie bijlage 5.
37
Gerard Marlet, De aantrekkelijke stad, Utrecht, 2009; Atlas Research, Atlas voor gemeenten, diverse jaren.
38
Het Haarlems Mobiliteitsbeleid is op 24 augustus 2021 vastgesteld door B&W en ter bespreking naar de Raad gestuurd.
39
Metropoolregio Amsterdam, Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam 2020, Amsterdam, november 2020, blz. 12; Metropoolregio Amsterdam, Metropoolregio Amsterdam. Internationale topregio met hoge kwaliteit. Agenda voor een toekomstbestendige en evenwichtige metropool, MRA agenda concept, 25 oktober 2019, blz. 22; MIRT Onderzoek Noordwestkant Amsterdam, Eindrapport MIRT NOWA, Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Royal Haskoning DHV, Posad, september 2017; Gemeente Haarlem, Collegebesluit 2020/1124018 (mobiliteitsbeleid; concept vrijgeven voor inspraak); Rekenkamercommissie Haarlem, Visie loopt spaak in de uitvoering. Onderzoek Fietsbeleid Haarlem, 18 augustus 2020.
Second opinion Economische Visie Haarlem
In december 2019 pendelen Haarlemmers naar 59 werkgemeenten buiten Haarlem, de grootste pendelafstand is 215 kilometer naar Maastricht.40 Op hoger aggregatieniveau van de arbeidsmarktregio’s, en met aantallen > 500 van de werkzame beroepsbevolking, lijkt de spreiding van het woonwerkverkeer van de Haarlemmers minder dramatisch. Van de werkzame Haarlemmers werkt 63 procent in de arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond, 24 procent in de arbeidsmarktregio Groot-Amsterdam, 3½ procent in arbeidsmarktregio Noord-Holland-Noord, 3 procent in de arbeidsmarktregio Haaglanden, 2 procent in arbeidsmarktregio Zaanstreek/Waterland en 1½ procent in Holland Rijnland.41 De vele banen die vanuit Haarlem in de regio bereikbaar zijn en de relatief geringe afstand in Haarlem tot een treinstation en een hoofdverkeersader stimuleren het pendelen vanuit Haarlem (figuur 2.22). Dat Haarlem geen directe Intercity-treinverbinding heeft met de Zuidas, het oosten en naar Schiphol zal daarentegen geen stimulans zijn voor de pendel. Figuur 2.22 Afstand tot treinstation in kilometers in 2019 (links) en afstand tot hoofverkeersaders in 2020 (rechts) in Haarlem, benchmarkgemeenten, regio Zuid-Kennemerland, regio Groot-Amsterdam, vergelijkbare gemeenten naar grootte, vergelijkbare gemeenten naar mate van verstedelijking, provincie en Nederland
26 Bron: waarstaatjegemeente.nl
In de verstedelijkingsstrategie van de MRA wordt ingezet om zoveel mogelijk binnenstedelijk te verdichten, op de ontwikkeling rondom OV-knooppunten en het aanpassen van het mobiliteitssysteem door met name investeringen in HOV-verbindingen en regionale fietspaden. De Haarlem-Amsterdam corridor is een van de HOV-prioriteiten in de regio. In het programma Bereikbare Steden wordt NieuwZuid een nieuw HOV-knooppunt en worden de OV-locaties Stationsplein en Oostpoort vernieuwd. Dit moet onder andere leiden tot het verbeteren van de ’30-minuten-bereikbaarheid’ voor de inwoners van Haarlem (bereikbaarheid van banen, onderwijs, voorzieningen) en het evenwichtiger verdelen van de groei van de OV-reizigers via andere routes dan de bestaande. In de wereld van voertuigtechnologie en verkeersmanagement vinden vele innovaties plaats: elektrisch fietsen, elektrische laadinfrastructuur, Mobility as a Service (realtime verbinden van vraag en aanbod van mobiliteit met allerlei vormen van mobiliteit) en deelconcepten van mobiliteit. De opgave om het mobiliteitssysteem mee te laten groeien met de groei van de bevolking, economie en banen vraagt omvangrijke investeringen. In de bekostiging van deze investeringen (onder andere de Turbolijn Haarlem – Amsterdam-Zuid, de treincorridor Alkmaar-Haarlem en de HOV-verbinding IJmond-Haarlem) is momenteel niet voorzien.42
_________ 40
CBS – Statline: Banen van werknemers naar woon- en werkgemeente.
41
Centraal Bureau voor de Statistiek, Woon-werkbalans naar arbeidsmarktregio, 2019, Nieuwsbericht, 18-2-2021. De overige arbeidsmarktregio’s met minder dan 1 procent zijn: Flevoland, Gooi- en Vechtstreek, Midden-Utrecht, Midden-Holland. Daarnaast is voor 1,5 procent van de werkzame Haarlemmers onbekend in welke gemeente en arbeidsmarktregio ze werken.
42
Rijksoverheid en Metropoolregio Amsterdam, Verstedelijkingsconcept MRA – van versie 1 naar versie 3, Rijk-regio Stuurgroep Verstedelijkingsstrategie, Amsterdam, 30 maart 2021; Metropoolregio Amsterdam, Metropoolregio Amsterdam. Internationale topregio met
Second opinion Economische Visie Haarlem
2.8 Economische kansen van de duurzaamheidstransities Relevante landelijke trends en ontwikkelingen In de ingrijpende duurzaamheidstransities (energietransitie, transitie naar een circulaire economie, voedseltransitie en klimaatadaptatie) moeten nog belangrijke stappen gezet worden. Tegelijkertijd ontstaat vanuit economisch perspectief een enorme markt en doen zich vele marktkansen voor. Ook voor kleine ondernemers die deze nieuwe markt willen gaan bedienen met nieuwe producten en diensten.43 Klimaatadaptatie Haarlem wil in 2050 klimaatbestendig zijn. Daarbij wordt er in de eerste plaats gekeken naar de inrichting van de openbare ruimte (stadtuinen) en worden bewoners en ondernemers gestimuleerd om zelf maatregelen te nemen in hun eigen woon-, werk en leefomgeving. Bijvoorbeeld door de aanleg van geveltuinen, via operatie steenbreek en het adopteren van een boomspiegel, groenstrook of bloembak. Maar de opgave gaat natuurlijk veel verder. Namelijk om door middel van groene zones de natuurwaarden te versterken en dit te combineren met waterbuffering, klimaatadaptatie, ecologie en recreatie. Om het klimaatadaptief en waterrobuust inrichten van het watersysteem. En om te komen tot een geïntegreerd hybride energiesysteem met een slimme clustering van energievragers.
44 Figuur 2.23 Percentage hernieuwbare energie (links) en percentage hernieuwbare elektriciteit in 2019 (rechts) in Haarlem, benchmarkgemeenten, RES-regio Noord-Holland Zuid, RES-subregio IJmond-Zuid-Kennemerland, provincie en Nederland
27
Bron: RWS Klimaatmonitor. Voor de RES-regio Zuid-Holland Zuid, de RES-subregio IJmond-Zuid-Kennemerland en de gemeente Maastricht gegevens voor het percentage hernieuwbare energie in het jaar 2016 (2019 (nog) niet beschikbaar.
_________ hoge kwaliteit. Agenda voor een toekomstbestendige en evenwichtige metropool, MRA agenda concept, 25 oktober 2019, blz. 22-24; Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Royal HaskoningDHV en Posad, MIRT Onderzoek NowA, augustus 2017, blz. 18, 50, 57, 61,69 en 85 (turbolijn). 43
Zie bijlage 5.
44
Haarlemdoetduurzaam; Rijksoverheid en Metropoolregio Amsterdam, Verstedelijkingsconcept MRA – van versie 1 naar versie 3, Rijk-regio Stuurgroep Verstedelijkingsstrategie, Amsterdam, 30 maart 2021.
Second opinion Economische Visie Haarlem
Energietransitie Haarlem wil in 2040 van het aardgas af zijn. Voor Haarlem zijn nog belangrijke stappen te zetten om het aandeel hernieuwbare energie en hernieuwbare elektriciteit te verhogen (figuur 2.23).45 De afgelopen negen jaar is het percentage hernieuwbare energie spectaculair gestegen. Gemiddeld in Nederland met 150 procent, gemiddeld in alle G40-gemeenten met 171 procent en in Haarlem met 67 procent. Van de elektriciteit wordt in Nederland in 2019 gemiddeld 20 procent hernieuwbaar opgewekt. Haarlem en de RES-subregio IJmond-Zuid-Kennemerland blijven hier ver bij achter. Transitie naar een circulaire economie Haarlem wil in 2040 circulair zijn. Haarlem Circulair in 2040 houdt in dat in 2040 zowel bedrijven als bewoners en gemeente de principes van circulaire economie toepassen: ze maken gebruik van hernieuwbare energiebronnen, produceren alleen grondstoffen die opnieuw te gebruiken zijn en kunnen allemaal een bijdrage leveren aan de circulaire keten. De gemeente Haarlem legt de nadruk op vier prioriteiten: het werken aan het tegengaan van voedselverspilling, stimuleren van het hergebruik en de inzameling van consumptiegoederen, de inzet van duurzame materialen en meer hergebruik van bestaande materialen in de bouw, grond-, weg-, en waterbouw), en de bedrijven, de maakindustrie en de gemeente inspireren en informeren om met elkaar circulair te werken.
Om van de circulaire activiteiten een speerpunt te maken, moet − volgens een van de geïnterviewden − Haarlem scherp kiezen, in de MRA het gekozen speerpunt claimen, langjarig investeren en de vraag als overheid en regionale overheden actief stimuleren. “Om de circulariteit te ontwikkelen, gaat het om projecten van miljoenen euro’s en miljoenen kilo’s”. De stap die nodig is (innovatie in productontwerp, technologie en businessmodel en upcycling) moet groter zijn dan de stappen die gezet kunnen worden met kleinschalige initiatieven.46 “Wat nodig is, is concentratie en samenwerking van Haarlem, Amsterdam 28
en Almere. Voor Haarlem is van belang om de schaarse ruimte goed te bestemmen. En met deze optiek i n de grond-, weg- en waterbouw-recycling in C-District niet goed te plaatsen”. “Een circulaire grondstoffenhub is nuttig. Maar gezien de schaarse ruimte ligt een fysieke hub in Waarderpolder niet voor de hand”. De financiering van de transitie naar een circulaire economie schiet nog op vele punten tekort. Milieuschade wordt niet beprijsd waardoor de primaire grondstoffen te goedkoop zijn en de prijs van recyclaat te hoog en de kwaliteit en het volume te laag. Ook het verbranden van afval is in het huidige systeem goedkoper dan recyclen. Circulaire verdienmodellen komen moeilijk van de grond door een gebrek aan risicofinanciering, onbenutte schaalvoordelen, informatie- en imagoproblemen en hoge transactiekosten. Het mitigeren van dergelijk marktfalen met regelgeving, beprijzing, subsidiëring en/of
_________ 45
Hernieuwbare energie is energie afkomstig uit natuurlijke bronnen. Deze worden constant hernieuwd en zijn daardoor oneindig beschikbaar. Het gaat om energie uit zon, wind, biomassa, bodem, buitenlucht en water. Fossiele energie en kernenergie zijn geen hernieuwbare energie. Deze zijn afkomstig uit eindige bronnen die niet worden aangevuld. Hernieuwbare energie wordt in Nederland verbruikt voor warmte, elektriciteit en vervoer. In 2019 werd 42 procent van de hernieuwbare energie verbruikt als warmte, 43 procent als elektriciteit en 15 procent in vervoer. Het bruto eindverbruik van Hernieuwbare energie volgt uit de definitie uit de EU Richtlijn Hernieuwbare Energie van 2009. Het eindverbruik wordt berekend als de som van drie componenten: 1) Bruto productie van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, 2) Bruto productie van verkochte warmte uit hernieuwbare bronnen en 3) Eindverbruik van energie uit bodem, buitenlucht, zon en biomassa. Bruto wil zeggen, dat de hernieuwbare energie die in de opwekinstallatie zelf wordt gebruikt ook meetelt. Een voorbeeld daarvan is de warmte van een afvalverbrandingsinstallatie, die in het verbrandingsproces zelf wordt gebruikt. De cijfers betreffen het percentage hernieuwbare energie (hernieuwbare warmte [exclusief hernieuwbare warmte uit groen gas] en zonnestroom ‘achter de meter’) in het finale gebruik.
Van de hernieuwbare warmte (exclusief hernieuwbare warmte uit groen gas) wordt aangenomen dat deze warmte in het gebied zelf wordt verbruikt. Soms is dat niet zo, namelijk als de warme van een warmtenet wordt geleverd aan verbruik buiten de gemeentegrenzen. Groen gas wordt ingevoed in het aardgasnet en verbruikt als aardgas. Het groene gas telt mee in het aardgasverbruik. Zonnestroom ‘achter de meter’ wordt direct gebruikt in de woning, het bedrijf of de instelling zodra deze is opgewekt. Daarom bereikt deze zonnestroom het elektriciteitsnet niet. Er wordt aangenomen dat 33 procent van de opgewekte zonnestroom wordt gebruikt ‘achter de meter’. Bij deze aanname tellen de zonnepanelen in zonnevelden niet mee. Immers, een zonneveld heeft geen gebruik ‘achter de meter’. Rijkswaterstaat, Klimaatmonitor, Dashboard Hernieuwbare Energie.
46
Deze noodzaak blijkt ook uit de R-ladder in Voortgang en actieplan 2020 van het Programma Haarlem Circulair 2040. Alex Hansen, Programma Haarlem Circulair 2040. Voortgang en actieplan 2020, Haarlem, 14 oktober 2019, blz. 6.
Second opinion Economische Visie Haarlem
voorlichting is een belangrijke taak voor de rijksoverheid. Ook de gemeente heeft diverse instrumenten (circulair inkopen, het hanteren van hoge CO2-prijzen bij aanbestedingen zodat circulaire aanbestedingen kansrijker worden, launching customer, e.d.). 47 De financieringskloof om de circulaire initiatieven het licht te doen zien, ligt tussen de € 360 miljoen en € 1,7 miljard. Ongeveer 60 procent van de financieringsbehoefte.48 Als de circulaire doelstellingen serieus genomen worden en de grote belofte voor velen duidelijk wordt (betere producten en diensten, CO2-reductie, banen, economisch groei) dan is aannemelijk dat de financieringskloof gedicht gaat worden. De ROM-MRA-NHN richt zich met transitiefonds van 100 miljoen euro op de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie.49 Dit kan een stap zijn om de financieringskloof te dichten.
2.9 Economische gevolgen van de coronacrisis Relevante landelijke trends en ontwikkelingen De economische gevolgen van de coronacrisis zijn nog moeilijk te bepalen. Door de omvangrijke steunmaatregelen van de overheid is het aantal faillissementen zeer gering en de werkloosheid laag. Voor de middellange termijn is veel onzeker. Zet de trek uit de stad door? Hoe veranderen de keuzes in mobiliteit (auto, openbaar vervoer)? Komen de arbeidsmigranten weer in dezelfde grote aantallen naar Nederland als vóór de pandemie? Wat zijn de langdurige sectorale effecten? In de coronacrisis is bovendien duidelijk geworden dat het herstel van het verdienvermogen, het vergroten van de veerkracht en weerbaarheid en het vergroten van de arbeidsproductiviteit door middel van digitalisering, innovatie, vernieuwing, goed onderwijs en ondernemerschap belangrijk zijn. Innoveren is ook van belang om het herstel in het teken te laten staan van de transitie naar een groene, duurzame, digitale en inclusieve economie.50 29
Impact coronacrisis in Haarlem Ook in Haarlem is hard gewerkt om sinds voorjaar 2020 de noodmaatregelen voor ondernemers uit te voeren. De uitvoering van landelijke en lokale hulp (o.a. TOZO regeling), het mogelijk maken van de 1½ meter economie (o.a. terrassenbeleid) en het treffen van financiële regelingen op het gebied van belastingen, precario en BIZ-heffingen. Ook in Haarlem zijn de zwaar getroffen sectoren: cultuur, evenementen, horeca, detailhandel en dienstverlening. Voor Haarlem en enkele andere steden (met name Amsterdam) zijn er daarnaast grote effecten vanwege het teruglopen van de dagrecreatie en de (internationale) toeristen. Door onder andere de unieke sectormix (luchtvaart, internationale toerisme, zakelijke reizigers, congressen) is de MRA-economie in 2020 ongeveer twintig procent harder geraakt dan de rest van Nederland. Er is een landelijke campagne bedacht om bezoekers naar Haarlem te trekken zodra de coronamaatregelen dat weer toelaten. Het Planbureau voor de Leefomgeving verwacht voor Haarlem begin 2022 een toename van de winkelleegstand, namelijk van 5,6 procent (1 oktober 2020) naar 10,2 procent op 1 januari 2022. Een toename van de winkelleegstand met 4,6 procentpunt, een toename van ruim 6.000 m2 extra leegstand.
Gemiddeld over alle onderzochte 54 binnensteden neemt de winkelleegstand van 1 oktober 2020 tot 1 januari 2022 met naar verwachting 5,8 procentpunt toe. In Groningen neemt de winkelleegstand naar verwachting met 10,5 procentpunt toe (van 11,9 procent tot 22,4 procent). In Amsterdam naar verwachting met 8,8 procentpunt toe (van 5,8 procent op 1 oktober 2020 naar 14,6 procent op 1 januari 2022). In ’s-Hertogenbosch naar verwachting toe met 8,1 procentpunt (van 12,1 procent naar 20,2 procent). In Leiden met 7,8 procentpunt (van 12,5 procent naar 20,3 procent winkelleegstand). Het
_________ 47
De circulaire en klimaatneutrale inkoop is opgenomen in het vastgestelde strategisch inkoopbeleid.
48
Rijksoverheid, Naar een economie zonder afval, Brede Maatschappelijke Heroverweging, Den Haag, 20 april 2020, blz. 32 en 44.
49
Meerjaren Strategische Bedrijfsplan ROM MRA-NHN, eindversie 4.2, 10 mei 2021.
50
Zie bijlage 5.
Second opinion Economische Visie Haarlem
Planbureau voor de Leefomgeving constateert dat de sterkste binnensteden de hardste klappen krijgen. Daarmee valt de klap in Haarlem nog relatief mee.51 Voor zelfstandigen (zzp’ers), jongeren, flexwerkers en het midden- en kleinbedrijf zijn de gevolgen groot. De arbeidsmarkregio Zuid-Kennemerland en IJmond is relatief zwaar getroffen en kent de grootste toename van het aantal uitkeringen in Noord-Holland. Het is nog onduidelijk wat de exacte impact van de coronacrisis is op de vraag naar werklocaties en hoe de behoefte zich gaat ontwikkelen mede in het licht van de toename van het thuiswerken. Ook de uiteindelijke effecten op de mobiliteit en het woon-werkverkeer zijn nog onduidelijk.52
2.10 Conclusies Door de afname van de beroepsbevolking, de vergrijzing, het hoge aandeel diensten, zzp’ers en flexwerkers in de economie en de lage productiviteitsontwikkeling is de structurele economische ontwikkeling voor de komende jaren bescheiden. Gemiddeld één procent economische groei per jaar. Dit betekent dat goed beleid en goede keuzes nog belangrijker worden. Door de bescheiden verwachte economische groei kunnen slechte keuzes niet makkelijk gecorrigeerd worden en hebben een relatief lange negatieve doorwerking. Indien aan de goede randvoorwaarden is voldaan (voldoende goed opgeleid personeel, om-, bij- en herscholen, Leven Lang Ontwikkelen, investeren, vernieuwen, aanpassen, digitaliseren, innoveren, goed en ambitieus ondernemerschap) is economische groei en een toename van het aantal banen in vele sectoren mogelijk. De sectoren die structureel onder druk staan zijn de detailhandel, het onderwijs, en de financiële dienstverlening. Voor laag-, praktisch- en hoogopgeleiden zijn er vele baanopeningen. 30
Alleen de werkgelegenheid van beroepen met routinematige taken (zoals boekhouders, logistiek medewerkers, notarissen en administratief personeel) − vooral administratieve taken in het lagere middensegment van de arbeidsmarkt − neemt af. Omdat een deel van de mensen in de lagere administratieve middenberoepen afzakt naar lagere beroepsgroepen blijft de positie van laagopgeleiden toch kwetsbaar. De groeimogelijkheden worden bepaald door de sectorstructuur en het ondernemingsklimaat. Een gunstig ondernemersklimaat hangt samen met de nabijheid van kennisinstellingen, de kwaliteit van de beroepsbevolking, een gunstige leefklimaat en een goede bereikbaarheid. Onderzoek wijst uit dat de regionale economische ontwikkeling voor een groter deel wordt bepaald door het regionale ondernemerschapsklimaat dan door de economische structuur. Door de relatief bescheiden verwachte bevolkingsgroei in Haarlem zal er geen sterke ontwikkeling zijn van de verzorgende bedrijvigheid en het aantal verzorgende banen. Dit rechtvaardigt een inzet op het vergroten van de stuwende bedrijvigheid door middel van goed opgeleide werknemers, een betere werking van de arbeidsmarkt, minder mismatches op de arbeidsmarkt, een grotere arbeidsparticipatie en vooral door het vergroten van de arbeidsproductiviteitsontwikkeling (goed onderwijs, vernieuwing, digitalisering, innovatie, ondernemerschap).
Haarlem kan het gevaar voor de economische ontwikkeling van de nauwelijks groeiende beroepsbevolking keren door er voor te zorgen dat méér mensen gaan werken, door het onbenutte
_________ 51
David Evers, Gertjan Slob, Jeroen Content en Frank van Dongen, Veerkracht op de proef gesteld. Een verkenning van de impact van corona
52
Gemeente Haarlem, Economisch Jaarplan 2021, blz. 4 en 5; Martijn Exterkate en Hub Ploem, Nieuw perspectief voor de Haarlemse
op binnensteden, Planbureau voor Leefomgeving, Den Haag, 2020, blz. 15, 53, 54. hoofdwinkelstraten, Stec Groep, 22 april 2021, blz. 5 en 20; Boston Consulting Group, De impact van COVID-19: noodzakelijke keuzes voor een beter Amsterdam. Eindrapport over toekomst Amsterdam na coronacrisis, Lange leesversie, december 2020.
Second opinion Economische Visie Haarlem
potentieel beter te mobiliseren, te stimuleren dat méér mensen gaan werken en méér mensen langer willen gaan werken (verminderen van de armoedeval, aantrekkelijker arbeidsvoorwaarden, meer variatie en flexibiliteit in arbeidscontracten) en vooral door de arbeidsproductiviteit te verbeteren met méér innovatie, vernieuwing, digitalisering, en beter en gevarieerder onderwijs. Vooral in de Randstad, en met name in de Vinex-gemeenten, kiezen mensen in toenemende mate eerst de woon- en leefomgeving die voor hen het meest aantrekkelijk is. Vervolgens kijken zij welke banen beschikbaar en bereikbaar zijn in de omgeving. Met de krimpende beroepsbevolking in Nederland zal dit patroon naar verwachting sterker worden. Met de schaarsere werknemers op termijn zullen bedrijven bij voorkeur zich daar vestigen waar de mensen zijn (“werken volgt wonen”). Dit geldt vooral voor de verzorgende bedrijvigheid (overheid, scholen en detailhandel). De aanwezigheid van voldoende werknemers betekent niet automatisch dat de werkgelegenheid in de stuwende en waarde toevoegende sectoren (industrie, distributie, handel, zakelijke dienstverlening) zal toenemen.
53 Om geen verzorgende bedrijvigheid mis te lopen is het voor Haarlem belangrijk om in te zetten op voldoende aantrekkelijke woon-, werk- en leefomgevingen zodat mensen zich willen vestigen in Haarlem, nog meer mensen uit andere gemeenten naar Haarlem willen verhuizen en dat jongvolwassen inwoners, na hun studie elders, weer terug willen keren naar Haarlem. In de geraamde bevolkingsraming voor de komende dertig jaar draagt het positieve binnenlandse migratiesaldo bij aan de bevolkingsontwikkeling. Er wordt derhalve verwacht dat er per saldo meer mensen uit andere gemeenten naar Haarlem verhuizen dan er Haarlemmers verhuizen naar andere gemeenten. Deze verwachting kan alleen maar uitkomen als Haarlem voldoende woningen heeft en voldoende aantrekkelijke woon-, leef- en werkmilieus. In het beleid verschuift de aandacht van een smalle definitie van welvaart (een focus op economische groei) naar een brede definitie van welvaart. Met een optiek van brede welvaart richt de focus zich op
31
alle waarden die voor de Haarlemmers van belang zijn: welzijn, welvaart, gezondheid, zorg, leef- en woonomgeving, onderwijs, etc. De grote agendapunten om de brede welvaart te bevorderen, zijn kansen(gelijkheid) voor jongeren, huisvesting en woningmarkt (aanbod, betaalbaarheid, duurzaamheid), leefbaarheid, duurzaamheid en het ondersteunen van bedrijven in transitie. Cybercriminaliteit tast economische activiteiten aan, leidt tot grote schades, kan de continuïteit van bedrijven op het spel zetten en kan er voor zorgen dat cruciale voorzieningen (water, elektriciteit, internet) niet langer beschikbaar zijn voor de samenleving en ondernemers. Ook ondermijning hindert de economische ontwikkeling, zorgt dat witte economische activiteiten oneigenlijke concurrentie ondervinden, maakt ‘normaal werken’ onaantrekkelijk en vermindert het arbeidsaanbod. De Europese en nationale doelstellingen op het gebied van de energietransitie, de transitie naar een circulaire economie en klimaatadaptatie, en de maatregelen die getroffen moeten gaan worden (regelgeving, beprijzing van milieuschade en CO2-emissies, subsidies, nieuwe producten en diensten) creëren een aanzienlijke markt voor bestaande en nieuwe ondernemers. Een markt die ook omvangrijk gaat worden door de aanzienlijke fondsen voor de duurzaamheidstransities die beschikbaar gaan komen.
Als de doelstellingen gerealiseerd moeten gaan worden, staan we bijvoorbeeld aan de vooravond van de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten, het herontwerpen van producten en diensten en de upcyling die nodig is voor de transitie naar een circulaire economie. Dit gaat vele kansen bieden voor nieuwe, Haarlemse (kleine) bedrijven en start-ups.
_________ 53
Thomas de Graaf, Frank van Oort, Sanne Boschman, Woon-werkdynamiek in Nederlandse gemeenten, Ruimtelijk Planbureau, Rotterdam, 2008, blz. 8 en 9.
Second opinion Economische Visie Haarlem
De structurele effecten van de coronacrisis zijn ongewis. Wordt op de middellange termijn de arbeidsproductiviteitsontwikkeling nog geringer? Keren de arbeidsmigranten terug? Zet de trek uit de stad door? Veranderen de mobiliteitspatronen blijvend? Er valt weinig tot niets met zekerheid over te zeggen. Wat wel geconcludeerd kan worden, is dat de werking van de arbeidsmarkt, het vergroten van arbeidsparticipatie, het vergroten van de arbeidsproductiviteitsontwikkeling (investeren, vernieuwen, digitaliseren, innoveren) en de bij-, om- en herscholing nóg belangrijker zijn geworden. Sectoren die voor de coronacrisis moeilijk aan werknemers konden komen, kunnen dat nog steeds maar moeizaam. Terwijl de sectoren die lang dicht moesten (horeca, toeristische sector, evenementensector, cultuur) personeel zagen verdwijnen en bij het weer opstarten ook problemen hebben om aan voldoende personeelsleden te komen. De trends die voor de coronacrisis al waren ingezet (meer via internet winkelen, meer thuiswerken) hebben een aanzienlijke versnelling gekregen. Dit zal leiden tot een toename van de winkel- en kantoorleegstand waaraan het hoofd geboden moet worden (transformeren naar woningen, meer functies toevoegen, meer functiemenging). Een deel van de bedrijven heeft in de crisis grote schulden opgebouwd en hebben hun reserves moeten aanspreken.
Zonder royale terugbetaalregelingen van de schulden en hulp bij de transitie zullen zij alsnog de komende maanden kopje onder gaan. Om het aanpassingsproces van ondernemers mogelijk te maken (soms door de coronacrisis nog meer noodzakelijk geworden) kunnen door de gemeente nieuwe businessmodellen en functiemenging veel meer mogelijk gemaakt worden.
32
Second opinion Economische Visie Haarlem
3 Instrumentkeuze in de EVH 3.1 Inleiding Het uitgangspunt van de Economische Visie Haarlem (EVH) is dat de gemeente met haar beleid moet zorgen voor de goede randvoorwaarden zodat het ondernemerschap kan floreren, de bedrijven zich kunnen ontwikkelen en aanpassen, en bijgevolg de werkgelegenheid zich goed ontwikkelt. De gemeente kan de economie niet regisseren. De EVH zet vanwege de trends en ontwikkelingen in op het versterken van de kenniseconomie en kiest daarvoor de strategische uitvoeringslijnen: ruimte, talent, technologie en creativiteit die de innovatie moeten aanjagen, ondernemerschap en profileren. Voor de ontwikkeling van de economie zijn de gekozen groeibepalende factoren en bijbehorende strategische uitvoeringslijnen ‘ruimte’, ‘talent’, ‘innovatie’ en ‘ondernemerschap’ voor de hand liggende knoppen. De ‘profilering’ volgt als het ware als de andere strategische uitvoeringslijnen succesvol zijn. Deze strategische uitvoeringslijnen en groeibepalende factoren in de EVH zijn tot stand gekomen in samenspraak met ondernemers, koepelorganisaties, belangenverenigingen en kennis- en onderwijsinstellingen. In juni 2020 is de Economische Visie Haarlem met bijbehorende Economische agenda 2020-2024 vastgesteld. De EVH geeft de middellange en lange termijn ontwikkelingsrichting aan. Vanuit de ‘stip op de horizon’ van de EVH moet een concrete actieagenda ontwikkeld worden.
De Economische Visie Haarlem is tot stand gekomen vóór de coronacrisis. De coronacrisis dwong meer flexibiliteit af en het inspelen op snel veranderende omstandigheden. Daarom is de Economische agenda 2020-2024 vertaald naar een Economisch Jaarplan Haarlem 2021.
33
In dit hoofdstuk wordt per groeibepalende factor en strategische uitvoeringslijn ingegaan op het belang hiervan. In het kort wordt ingegaan op de voorgenomen activiteiten in de Economische agenda 20202024 en het Economisch Jaarplan Haarlem 2021. Voor de lange termijn strategie van de EVH wordt per strategische uitvoeringslijn ingegaan op belangrijke aandachtspunten voor de verdere concretisering van de EVH. Met deze concretisering wordt de kans vergroot dat de doelen van de EVH behaald gaan worden. In dat licht kan in hoofdstuk 5 een beoordeling plaatsvinden of de juiste doelstelling en de juiste aanpak zijn gekozen.
3.2 Ruimte De “triomf van de stad” bestaat bij de gratie van de agglomeratievoordelen. Door de dichtheid en de interactie tussen vele mensen, bedrijven en organisaties zijn steden en metropolen veel productiever dan niet-stedelijke regio’s. De agglomeratievoordelen ontstaan voor ongeveer de helft door massa, dichtheid en het veel beter en intensiever lenen van elkaars functies in de regio en voor de andere helft door de omvang en kwaliteit van de beroepsbevolking. De agglomeratievoordelen verklaren ook de hoge prijzen voor grond, vastgoed en woningen. De nabijheid, interactie, ontmoetingen en dichtheid die voor de agglomeratievoordelen belemmeren door gebrek aan ruimte en de hoge kosten van grond en vastgoed tegelijkertijd de uitbreidingsmogelijkheden. De gemeenten − waaronder Haarlem − met veel attractiefactoren (voorzieningen, cultuur, recreatie, bos, duinen, zee, e.d.) zijn waardevol voor de lokale bevolking, maar zorgen tegelijkertijd voor hoge prijzen en bieden over het algemeen weinig ruimte aan
Second opinion Economische Visie Haarlem
extra groei van werkgelegenheid of bevolking.54 Ruim een kwart van de bedrijven in Haarlem (27 procent) ondervindt onvoldoende ruimte om te groeien. Zowel als het gaat om uitbreiding van de bestaande bedrijfslocatie als om groei op een nieuwe locatie in Haarlem.55
Economische Visie Haarlem en Economische agenda 2020-2024 Haarlem heeft de ambitie om vóór het jaar 2025 tienduizend woningen in acht ontwikkelzones te bouwen. Op basis van gemiddeld twee personen per woning is de verwachte bevolkingsgroei 20.000 inwoners. Om de woon-werkbalans van 0,43 baan per inwoner te behouden, moeten er in deze periode 8.600 nieuwe banen bijkomen en moeten bovendien de banen die verdwijnen vervangen worden. Door de verwachte groei van de bevolking neemt het aantal banen in de consument-verzorgende sectoren tot en met 2030 naar verwachting met 3.000 tot 5.000 banen toe. De overige wenselijk groei van het aantal banen moet komen van de business-verzorgende of stuwende sectoren.56 Voor de beoogde toename van het aantal banen is ruimte nodig. Terwijl bestaande en potentieel nieuwe bedrijven aangeven dat er in Haarlem te weinig ruimte is om te groeien of zich te vestigen. In 2019 hebben enkele Haarlemse bedrijven aangegeven binnen een jaar te moeten verhuizen vanwege woningbouwontwikkelingen, maar geen geschikte locatie elders in de gemeente te kunnen vinden. Zij vertegenwoordigen circa 550 banen met een ruimtevraag van zo’n 10.000 m2. Zonder beschikbare ruimte is het niet mogelijk om bedrijven te huisvesten, waardoor de hoeveelheid banen in de stad verder afneemt.
In de acht ontwikkelzones van Haarlem − waar nu circa 12.500 banen zijn − is het voornemen om 10.000 woningen te bouwen. De ruimtevraag voor banen hoeft niet enkel in de ontwikkelzones te worden opgelost. Er liggen kansen om bestaande werkgelegenheid te intensiveren (o.a. in Waarderpolder Haarlem Business Park) en om nieuwe werklocaties te ontwikkelen rondom OV34
knooppunten. Stapelbare werkvormen zijn mogelijk is het centrum en de ontwikkelzone Oostpoort. 57 In de Omgevingsvisie en de MRA Verstedelijkingsstrategie wordt ingezet op het borgen van werkfuncties bij OV-knooppunten. Met focus op de stationsgebieden Haarlem Centrum, Oostpoort en HOV Nieuw-Zuid. Er is zijn relatief weinig leegstaande kantoorruimtes in Haarlem. Onder of rond de frictieleegstand van acht procent. Van de huidige beschikbare kantoorruimte is 35 procent incourant en staat al langer dan drie jaar leeg. De rest is vaak voorbestemd voor transformatie en in werkelijkheid niet beschikbaar. In 2018 is 30 procent van de leegstand getransformeerd naar woningen.
Economisch jaarplan 2021 Er wordt gewerkt aan het inventariseren en oplossen van knelpunten voor vestigingsmogelijkheden in Waarderpolder Haarlem Business Park. Verder zijn de bouwstenen ontwikkeld voor de Omgevingsvisie Haarlem en het borgen van het behoud van 0,43 baan per inwoner op stedelijk niveau. De mogelijkheden voor het behoud, versterken of toevoegen van de werkfunctie in de ontwikkelzones en/of gebiedsontwikkelingen: Knooppunt Haarlem Nieuw-Zuid, Zuidwest, Zijlweg-West, Oostpoort, Stationsgebied Centrum, Centrumgebied Schalwijk en Prinses Beatrixplein. Verder is het voornemen om leegstand tegen te gaan met place making, pop-up initiatieven en tijdelijke invulling van leegstand vastgoed. In de praktijk komt dit nog moeilijk tot stand vanwege vergunningverlening, veiligheid, e.d.
_________ 54
Thomas de Graaf, Frank van Oort, Sanne Boschman, Woon-werkdynamiek in Nederlandse gemeenten, Ruimtelijk Planbureau, Rotterdam,
55
Gemeente Haarlem, Bouwstenen voor de Economische Visie Haarlem, Haarlemse ondernemers over werkgelegenheid en
56
Evert-Jan de Kort, Juriën Poulussen en David van Doesburg, Werken aan een toekomstbestendige economie. Onderzoek als ‘bouwsteen’
57
Gemeente Haarlem, Economische Visie Haarlem, Haarlem, juni 2020, blz. 13-16.
2008, blz. 8 en 18. ondernemerschap, Onderzoeksrapport 2019, november 2019, blz. 7. voor de Economische Visie Haarlem, STEC Groep, Arnhem, 18 november 2019, blz. 25, 26.
Second opinion Economische Visie Haarlem
Belangrijke aandachtspunten voor verdere concretisering EVH Door Haarlem moet om twee verschillende wijzen ruimte geboden worden aan de bedrijvigheid. Ten eerste door ruimte te bieden aan de verzorgende bedrijvigheid (onderwijs, zorg, detailhandel, horeca, e.d.) die vrij ‘automatisch’ toeneemt met de groeiende bevolking. De verzorgende bedrijvigheid heeft vooral ruimte nodig in gemengde woon-werk- en leefmilieus. Het uitgangspunt van de gemeente is om in de ontwikkelgebieden 15 procent van het brutovloeroppervlakte te bestemmen voor voorzieningen. Daarnaast moet ruimte geboden worden aan de stuwende bedrijvigheid. Deze ‘ruimte’ bestaat idealiter uit voldoende fysieke ruimte (maar niet alleen), bereikbaarheid, goedkope grond, voldoende en goed opgeleide arbeidskrachten, ruimte om kennis- en circulaire clusters mogelijk te maken en ontmoetingsmogelijkheden en interacties (in toenemende mate op informele werklocaties). Ruimte voor stuwende bedrijvigheid wordt in Haarlem vooral gezocht in de drie OV-knooppunten. De oorzaken van de toename of afname van het woon-werkverkeer Er zijn vele factoren die het wonen en werken en het woon-werkverkeer beïnvloeden.
De toename van de arbeidsparticipatie van vrouwen, meer tweeverdieners, de steeds hogere opleidingsniveaus, de toename van het tijd- en plaatsonafhankelijk werken, de introductie van duurzamer mobiliteitsmanagement, de flexibilering en het aantal zzp’ers, de krapte op de woningmarkt, de krapte op de arbeidsmarkt, et cetera. Een groter aantal werkende vrouwen zorgt voor meer woon-werkverkeer. De hieraan gerelateerde toename van het aantal tweeverdieners heeft als effect dat de gemiddelde reisafstand en reistijd voor werkenden afneemt. Tweeverdieners kiezen vaak een strategische woonlocatie. Wel heeft het aantal tweeverdieners een stimulerend effect op het autogebruik. Het aandeel hoogopgeleiden stijgt naar verwachting verder. Hoogopgeleiden maken vaker gebruik van de fiets en van het openbaar vervoer. Zij leggen vaker grotere afstanden af tussen de woon- en werklocatie. Dit resulteert in een verwachte toename van de gemiddelde reisafstanden en reistijd voor
35
het woon-werkverkeer en in een afname van het aandeel autogebruik. Een toename van het tijd- en plaatsonafhankelijk werken, dat een stimulans heeft gekregen in de coronacrisis, zorgt voor minder woon-werkverkeer maar kan wel leiden tot grotere afstanden tussen woon- en werkplaats. Duurzaam mobiliteitsgebruik heeft een afnemend effect op het aantal verplaatsingen voor woon-werkverkeer (doordat thuisweken wordt gestimuleerd) en het aandeel autoverkeer (doordat het gebruik van duurzame vervoermiddelen wordt gestimuleerd).58 Deze voorbeelden laten zien dat er meerdere knoppen zijn dan het vergroten van de hoeveelheid banen voor hoogopgeleiden in Haarlem om de pendel te verminderen. Veranderende werkplekken Door de toename van de kleinschalige bedrijvigheid (midden- en kleinbedrijf, zzp’ers, freelancers, startups) verandert ook de woon- en werkplek van de ondernemers. Veel nieuwe bedrijven, nieuwe ondernemers en zzp’ers zijn actief in ICT en zakelijke dienstverlening. Van deze ondernemers begint bijna negentig procent aan huis en ongeveer tweederde runt zelfs na vijf jaar nog zijn of haar bedrijf vanuit huis. Door de bovengenoemde trend bieden woonwijken en buurten in toenemende mate een breed pallet van economische activiteiten: 45 procent van de stedelijke bedrijvigheid speelt zich reeds
_________ 58
Marije Hamersma, Marlinde Knoope en Toon Zijlstra, Maatschappij in beweging: Ontwikkelingen in wonen en werken en gevolgen voor woonen werkverkeer, Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM), Den Haag, 2019, blz. 2-5.
Second opinion Economische Visie Haarlem
af in woonwijken.59 Vooral zzp’ers in de zakelijke dienstverlening kiezen een aantrekkelijke woonomgeving voor hun bedrijfsmatige activiteiten.60 Tekstkader: transformatie bedrijventerrein Middelland in Woerden De werkwijze in Woerden voor de transformatie van het bedrijventerrein Middelland slaat op veel plekken aan. Ze hebben een spinnenwebdiagram gemaakt, waarin alle belangrijke aspecten zijn meegenomen. Het idee is dat niet elke ontwikkeling altijd met alles rekening kan houden, maar dat het op gebiedsniveau uiteindelijk wél samenkomt. Door de belangrijke onderwerpen zo expliciet te benoemen, merkt men dat initiatiefnemers hiermee rekening houden. Het helpt initiatiefnemers om met alle belangen rekening te houden. In het “spinnenweb” van Haarlem kan een beperkt ruimtegebruik, het aantal banen, circulaire of creatieve activiteiten opgenomen worden. Bron: Stedelijke Transformatie, Organisch én met succes sturen op kwaliteit in Woerden, 5 februari 2019.
Door de schaalverkleining in het bedrijfsleven, de digitalisering en de verduurzaming is er ook een toenemende behoefte aan meer gemengde multifunctionele gebieden: centrumgebieden, gemengde woon-werklocaties, knooppuntlocaties en third places als koffiegelegenheden en dergelijke. Zzp’ers en kleine bedrijven werken steeds vaker thuis, in koffiezaken of op andere ontmoetingsplekken. Door de toenemende behoefte aan samenwerking en kennisdeling winnen werkplekken die goed met het openbaar vervoer te bereiken zijn aan populariteit. In vele steden en gemeenten bevindt de werkgelegenheid zich reeds grotendeels op informele werkmilieus en in woonwijken. De aantrekkelijkheid van monofunctionele bedrijfsterreinen neemt af. Ook in Haarlem wordt hierdoor verwacht dat er op bedrijventerreinen een (kleine) afname van het aantal banen zal zijn; de banengroei wordt vooral verwacht in gemengde woonwerkmilieus.61 Volgens een gesprekpartner is Haarlem traag geweest in de ontwikkeling van gemengde woon-werkmilieus, in het bijzonder rond OV-knooppunten. 36
“Met de ruimtedruk en hoge vastgoedprijzen is men tot nu toe zeer slordig omgegaan met de stationsomgevingen. Deze zijn zeer slecht ontwikkeld. Met Heemstede-Aerdenhout heeft men drie OVstations, waar het drie keer niets is, waar men niets mee heeft gedaan, terwijl er als woonwerkgebieden grote potentie is”. Er zijn ook ontwikkelkansen voor nieuwe economische functies, gemengde woonwerkmilieus, ontmoetingsplekken en gedeelde werkvoorzieningen in de wijken aan de stadranden. In vergelijking met de jaren na de oplevering indertijd (jaren ‘60, ‘70, ’80 van de vorige eeuw) woont er momenteel nog circa twee derde van het oorspronkelijke aantal mensen, is er minder draagvlak voor voorzieningen, en ligt er de nodige overgedimensioneerde infrastructuur (vierbaanswegen, ruime parkeerterreinen, winkelcentra in laagbouw).62
_________ 59
Anne Risselada en Emma Folmer, Bedrijvige wijken in bedrijvige steden. De wijkeconomie in vijf Nederlandse steden vergeleken, Den Haag, 2012. Volgens het Handboek Wijkeconomie bevindt circa 40% van het aantal arbeidsplaatsen en 36% van de bedrijvigheid in de grote steden zich in stedelijke woonwijken. Driekwart van de startende ondernemers begint de bedrijfsactiviteiten vanuit huis. In de steden is de werkgelegenheidsgroei van kleine bedrijvigheid in de wijk groter dan van grote bedrijven op bedrijventerreinen. Seinpost Adviesbureau en Onderzoeksbureau OTB, Handboek Wijkeconomie, Arnhem/Delft, 2010. Zie ook de zeer beknopte samenvatting van het proefschrift van Emma Folmer: “rijkere wijken trekken hoogwaardige bedrijven aan”. E.C. Folmer, From Shop Fronts to Home Offices; Entrepreneurship and Small Business Dynamics in Urban Residential Neighbourhoods, Amsterdam, 2013.
60
Ruud Dorenbos, Barbara Heebels en Joost van Hoorn, Zzp’ers in de G32-steden. Analyse, duiding en beleidsaanpakken, Platform31, Den
61
Joost Hagens en Miles Copping, Actualisatie vraagraming MRA, Bureau Buiten, Utrecht, 6 juni 2019, blz. 32.
62
Joost Hagens, Maarten Kruger en Miles Copping, Ruimte voor werken in de MRA van morgen: 2017-2030. Excellente werklocaties in de
Haag, 2016, blz. 30, 31.
metropoolregio Amsterdam. Uitvoeringsstrategie Plabeka 3.0, Bureau Buiten, Utrecht, 20 juli 2017; Koos van Dijken en Ruud Dorenbos (red), Herstel en perspectief in tijden van transitie. Stedelijke trends en opgaven voor 2022 e.v., Platform31, Den Haag, juli 2021, blz. 62.
Second opinion Economische Visie Haarlem
Toenemende leegstand bestrijden door meer functiemenging mogelijk te maken en meer gemengde woon-werkmilieu mogelijk te maken Een belangrijke trend met vergaande consequenties voor de economische ontwikkeling van Haarlem zijn de effecten van de coronacrisis. De effecten zijn vooral groot op de horeca, de winkels, voor het detailhandelsvastgoed, de musea, de theaters en de evenementensector. Juist in de sterkste binnensteden neemt naar verwachting de leegstand het meest toe. De verwachte toename in Haarlem van 5,6 procent op 1 oktober 2020 tot 10,2 procent op 1 januari 2022 is nog relatief bescheiden.63 Op 1 januari 2020 was de leegstand van kantoren 11,3 procent in Zuid-Kennemerland; dit is meer dan de frictieleegstand, maar minder dan de gemiddelde leegstand in de MRA. De leegstand wordt deels verklaard doordat bijvoorbeeld in Schalkwijk kantoorpanden niet op korte termijn getransformeerd gaan worden naar woningen of doordat het incourant aanbod is. De kantorenleegstand in ZuidKennemerland is meer dan de 6,3 procent leegstand in Gooi- en Vechtstreek en minder dan de 16,3 procent in Amstelland-Meerlanden.64 De relatief hoge leegstand in Amstelland-Meerlanden maakt het relatief gemakkelijk en goedkoop voor bedrijven in de regio om naar Amstelland-Meerlanden te verhuizen. In nieuwe en oude gebiedsontwikkelingen is steeds meer sprake is van functiemenging.
Dat zagen we al met winkels en horecaondernemingen met woningen erboven en in zekere mate door kantoren te transformeren naar woningen. Maar functiescheiding was toch altijd nog de norm. Dit is aan het veranderen. Men is zich er steeds meer bewust van dat de levendigheid op straat vergroot wordt op het moment dat er een grote menging van functies is. De nabijheid van voorzieningen is van belang om de afstanden die men moet afleggen voor de dagelijkse activiteiten te verkleinen. 65 In Nederland zijn nauwelijks meer gebiedsontwikkelingen waarbij geen werkplekken in een nieuwe woonwijk worden opgenomen en geen functies gemengd worden.
37
Gebruik de bestaande woningvoorraad veel beter en intensiever De druk op de ruimte kan verminderen als de bestaande woningvoorraad beter en intensiever gebruikt wordt. Op deze wijze blijft meer ruimte beschikbaar voor bedrijvigheid. Er zijn vele mogelijkheden om méér mensen in één huis te laten wonen, om méér woningen op een kavel te creëren en om de doorstroming van senioren te bevorderen. Vele mogelijke maatregelen hoeven niet veel inzet te vergen, en kunnen veel mensen een dak boven hun hoofd opleveren. Door per buurt en wijk te inventariseren of wat wenselijk is ook mogelijk gemaakt kan worden en daarbij niet primair uit te gaan van wat niet kan, hoeven minder nieuwe ruimtevergende woningen gebouwd te worden. Voor Schalkwijk zijn al ideeën ontwikkeld om nieuwe woningen toe te voegen op de daken van bestaande flatgebouwen en om in de plinten voorzieningen en woningen toe te voegen. Ook de dreigende toename van de leegstand in de Haarlemse binnenstad kan het hoofd geboden worden door onder andere de ruimtes boven winkels toegankelijk te maken voor woningen en flexconcepten voor zzp’ers. Met soepeler procedures voor bijvoorbeeld woningsplitsing kan voorzien worden in méér woonruimte.
Dit vergt een actieve rol van de gemeente, denken over de sectoren heen, inventariseren welke regels belemmerend zijn en de betrokkenheid van de zittende bewoners.66 De winst is tegelijkertijd dat minder bedrijven genoodzaakt worden om te verhuizen (vaak naar een locatie buiten Haarlem).
_________ 63
David Evers, Gertjan Slob, Jeroen Content en Frank van Dongen, Veerkracht op de proef gesteld. Een verkenning van de impact van corona
64
Metropoolregio Amsterdam, Economische Verkenningen MRA 2020, blz. 155.
65
College van Rijksadviseurs, MetroMix.
66
Susan van Klaveren, Frank Wassenberg en Mees Zonneveld, Beter benutten bestaande woningbouw. Onderzoek naar belemmeringen en
op binnensteden, Planbureau voor Leefomgeving, Den Haag, 2020, blz. 53.
kansen, Platform31, Den Haag, juni 2021, blz. 50; Martijn Exterkate en Hub Ploem, Nieuw perspectief voor de Haarlemse hoofdwinkelstraten, STEC Groep, 22 april 2021, blz. 14 en 15.
Second opinion Economische Visie Haarlem
Flexibele en adaptieve gebiedsontwikkelingen Wees flexibel en adaptief in de gebiedsontwikkelingen. Flexibiliteit om harde aspecten (financiële middelen, contractuele afspraken, topklasse regie) te combineren met zachte aspecten (betrokken personen, netwerken, narratieven). Omdat de m2-prijs voor wonen veel lucratiever is dan de m 2-prijs voor werken, moet de gemeente de eigenaar/ontwikkelaar met harde en zachte aanpakken verleiden om in gebiedsontwikkelingen óók rekening te houden met voorzieningen, bedrijvigheid en banen. In algemene zin vergroten tunnelvisies, een gebrek aan ruimte voor kritische tegenspraak, geen bereidheid om nieuwe toetreders mogelijk te maken, de kans dat men niet verder komt met de geïntegreerde gebiedsontwikkeling waarbij in voldoende mate rekening gehouden wordt met de doelen van de EVH. Om voortgang te boeken, is het meest effectief om mee te bewegen met de spelers, middelen, narratieven en om harde en zachte instrumenten te combineren binnen de lokale en regionale context en om deze te verbinden. Door adaptief te zijn, meerdere opties en opgaven te verkennen, te verbinden of door ze open te houden, kan dilemmabestendig gestuurd worden. Soms zijn belemmeringen te overwinnen doordat nieuwe partijen toetreden of andere middelen beschikbaar komen. Of doordat een nieuw verhaal energie losmaakt en andere partijen overtuigt.
Het is een complexe taak en rol die met de nodige hobbels en dilemma’s gepaard gaat en waarbij men constant moet zoeken naar de juiste configuratie van spelers, middelen, verhalen en de inzet van harde en zachte instrumenten.67 Het team Economie & Toerisme maakt idealiter systematisch onderdeel uit van de configuratie. Verbreding van palet aan instrumenten Vanwege het publieke belang van evenwichtige gebiedsontwikkelingen, om te komen tot voldoende aantrekkelijke werkgebieden en gemengde woonwerkgebieden in Haarlem is een verbreding van het 38
instrumentarium om gebiedsontwikkelingen te sturen wenselijk. Ook vanuit de filosofie van de Omgevingswet (uitnodigingsplanologie, organische gebiedsontwikkeling) is volgens de Raad voor leefomgeving en infrastructuur (Rli) behoefte aan meer maatwerk en meer afwegingsruimte voor decentrale bestuurders. Het hele pallet van zowel actief als faciliterend grondbeleid, het versnellen van de exploitatie, het verlengen van de exploitatie, de begrenzing van het exploitatiegebied aanpassen, onteigening, voorkeursrecht, realisatieplicht indien sprake is van zelfrealisatie, kostenverhaal, erfpacht, (regionale) verevening, stedelijke herverkaveling (mét stok achter de deur) en value capturing dient idealiter ingezet te kunnen worden.68 Inzetten op kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte Het corona-virus maakt meer dan ooit helder hoezeer de directe omgeving van invloed is op het welzijn van de inwoners. Onderzoek laat zien dat een ontspannen en groene omgeving baten genereert. Deze baten worden maar zelden in de planexploitatie meegenomen. In het bijzonder voor Waarderpolder Haarlem Business Park moeten, om de vestiging van kennisintensieve bedrijven mogelijk te maken, de voorzieningen, het groen en de kwaliteit van de openbare ruimte op een veel hoger niveau gebracht worden.
“Men is al ruim twintig jaar bezig om Waarderpolder te verbeteren en te revitaliseren, en als je er bent, vraag je je af: hoe heeft het zo kunnen ontsporen. De revitalisering is klaarblijkelijk niet eenvoudig. Het is een potentieel kansrijke plek”.
_________ 67
Geïnspireerd door Wouter Jan Verheul e.a., Leren van stedelijke transformaties. Over sturingsdilemma’s en veerkracht in binnenstedelijke gebiedsontwikkeling, Platform31, Den Haag, oktober 2019; Geert Teisman, Licht in de samenwerking, hard in de uitvoering. Praktijkadvies aan de U10, Platform31, Den Haag, 2016.
68
Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, Grond voor gebiedsontwikkeling. Instrumenten voor grondbeleid in een energieke samenleving, Den Haag, juni 2017; Wouter van Zandbrink en Friso de Zeeuw, Stedelijke herverkaveling. Aanpak en eerste projecten, Kadaster, maart 2017; Ministerie van BZK, Kadaster en de klankbordgroep van het stimuleringsprogramma stedelijke kavelruil, Jaarverslag stimuleringsprogramma stedelijke kavelruil, Den Haag, 5 april 2018.
Second opinion Economische Visie Haarlem
Inzetten op knooppuntontwikkelingen De opgave voor de korte en lange termijn is het verbeteren van de samenhang tussen verstedelijking, infrastructuur en mobiliteit op met name lokaal en regionale schaal. Het inzetten op het bundelen van wonen en werken leidt tot meer bereikbaarheid met minder mobiliteit. Dit zijn belangrijke doelstellingen in het beleid van Haarlem. De belangrijkste bereikbaarheidswinst zit in het nabijheidseffect. Als door bundeling van woon- en werklocaties meer banen op korte afstand liggen, betekent dat er per auto, fiets en openbaar vervoer meer banen bereikt kunnen worden binnen hetzelfde budget van tijd, geld en moeite. In het bundelingsbeleid spelen overigens niet alleen het mobiliteits- en bereikbaarheidseffect een rol. Onderdeel van de afweging zijn ook de kosten, het behoud van open ruimte buiten de stad en het effect op groen en leefbaarheid in de stad. Uit een recente studie blijkt dat ruimtelijk economisch beleid werkt.69 Stedelijke verdichting en knooppuntontwikkelingen leiden tot minder autogebruik. De bundeling van meerdere stedelijke functies tegelijk (wonen, werken, voorzieningen, etc.) verbetert de bereikbaarheid.70 De komst van de Omgevingswet en de omvorming van het Infrastructuurfonds naar een Mobiliteitsfonds bieden kansen om tot integrale gebieds- en knooppuntontwikkelingen te komen waarin werken een integraal onderdeel is.
Het biedt mogelijkheden om met een brede blik naar mobiliteit te kijken in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen. De strategieën om tot een betere afstemming te komen zijn: knooppuntontwikkeling (stedelijke ontwikkeling rond knooppunten van openbaar vervoer), inzetten op nabijheid van wonen en werken (het beter benutten van de bestaande stad) en betere overstapmogelijkheden tussen verschillende vervoerswijzen (het versoepelen van verplaatsingsketens). Met deze en andere beleidsstrategieën op het gebied van verstedelijking, infrastructuur en mobiliteit zijn het Rijk, de provincies, de metropoolregio’s en de gemeentes in samenwerking met ontwikkelaars, spoorbeheerders, aanbieders van openbaar vervoer, maatschappelijke collectieven, et cetera volop aan de slag.71 Tegelijkertijd vergt dit binnen de gemeente de samenwerking tussen meerdere afdelingen;
39
dat is lang nog niet altijd vanzelfsprekend en de cultuur van samenwerking over domeinen heen is een proces van lange adem. Versterken van de rol en functie van de Waarderpolder Haarlem Business Park Gezien de gunstige marktpositie van Haarlem (ligging, human resources, goede voorzieningen, goed onderwijs, aantrekkelijke woon- en leefomgeving) vestigen zich “vanzelf” nieuwe bedrijven als er ruimte is en er ruimte wordt geboden (C-district, Lichtfabriek, gerenoveerde Figeehal (The Idea Factory)).72 De enige overige belemmerende factoren zijn de (te) dure woningen in Haarlem voor lager en middelbaar opgeleiden en soms het te geringe aanbod van praktisch opgeleiden. Dit is een duidelijke en afgebakende doelstelling waar vervolgens de beste aanpak bij gekozen kan worden. Buitenlandse migratie geen belangrijke verklaring voor de sterke toename van het aantal inwoners in Haarlem De afgelopen twintig jaar zijn er in Nederland 1½ miljoen mensen bijgekomen. Voor 90 procent als gevolg van buitenlandse migratie (arbeidsmigranten, gezinshereniging, studenten, asielmigranten).
_________ 69
Paul van de Coevering, Kees Maat en Bert van Wee, Causes and effects between attitudes, the built environment and car kilometres, TUDelft, 2021; Barry Zondag, Accessibility impacts of alternative urbanization strategies in The Netherlands, paper voor de Association for European Transport en de European Transport Conference 2016.
70
Planbureau voor de Leefomgeving, Kiezen én delen. Strategieën voor een betere afstemming tussen verstedelijking en infrastructuur, Den
71
Planbureau voor de Leefomgeving, Scenario’s voor stedelijke ontwikkeling, infrastructuur en mobiliteit. Verdieping bij Oefenen met de
Haag, oktober 2014. toekomst, Ruimtelijke Verkenning 2019, Den Haag, 2019, blz. 5; Planbureau voor de Leefomgeving, Kiezen én delen. Strategieën voor een betere afstemming tussen verstedelijking en infrastructuur, Den Haag, oktober 2014. 72
Evert-Jan de Kort, Juriën Poulussen & David van Doesburg, Op weg naar een toonaangevend en duurzaam bedrijventerrein. Onderzoek voor handelingsperspectief en nieuw convenant voor de Waarderpolder, 19 maart 2020, Arnhem, blz. 7.
Second opinion Economische Visie Haarlem
Waarbij door het CBS ook de tweede generatie wordt meegeteld als ‘migranten’.73 In het jaar vóór de coronacrisis was het saldo van de buitenlandse migratie voor heel Nederland 116.000 nieuwe ingezetenen. Van oudsher komen deze immigranten relatief vaak in de grote steden en stedelijke regio’s terecht. Indien de komende twintig/dertig jaar de buitenlandse migratie zo omvangrijk blijft als de afgelopen jaren vóór de coronacrisis dan worden de opgaven van gemeenten op het gebied van woningen, banen, infrastructuur, voorzieningen en duurzame energie véél groter dan nu vanuit wordt gegaan. En mogelijkerwijs worden de opgaven daardoor zelfs onoplosbaar. Bovendien maakt de economische afhankelijkheid van buitenlandse arbeidsmigranten de lokale en regionale economie kwetsbaar. Van vandaag op morgen kunnen de stromen arbeidsmigranten zich verleggen. De uitbraak van de coronapandemie, en het vertrek van vele arbeidsmigranten naar hun herkomstland en familie, heeft dat recentelijk weer onder de aandacht gebracht. Haarlem is economisch niet bijzonder kwetsbaar voor de buitenlandse migratie. Van 2000 tot en met 2019 wordt de bevolkingsontwikkeling in Haarlem voor 62 procent verklaard door de natuurlijke aanwas (meer levend geboren kinderen dan overledenen), voor 43 procent door het saldo van de buitenlandse migratie en voor – 5 procent door het saldo van de binnenlandse migratie.
In de bevolkingsprognose van 2020 tot 2050 wordt verwacht dat de bevolkingsontwikkeling tot stand komt door natuurlijke aanwas (10 procent), door het saldo van de buitenlandse migratie (22 procent) en door het saldo van de binnenlandse migratie (68 procent).74
3.3 Talent Een groter arbeidsaanbod, een hogere arbeidsparticipatie, een goed en beter opgeleide 40
beroepsbevolking, méér permanente educatie, minder mismatches op de arbeidsmarkt en een betere kenniscirculatie vergroten de kansen op een positieve economische ontwikkeling − en bijgevolg banengroei − in Haarlem en de regio. In het licht van de verwachte afname van de potentiële beroepsbevolking in de regio en de beperkte ontwikkeling in Haarlem zijn dit belangrijke knoppen om een negatieve economische ontwikkeling te voorkomen en om een goede banenontwikkeling mogelijk te maken. Door de reeds relatief hoge arbeidsparticipatie in Haarlem is het vergroten van de arbeidsparticipatie geen belangrijk reservoir om het arbeidsaanbod te vergroten. De uitzonderingen op de regel zijn het beter benutten van het onbenutte potentieel, het aantrekkelijker maken om vanuit deeltijd méér uren te gaan werken (verkleinen van de armoedeval) en het stimuleren dat de werkgevers minder contracten aanbieden van een beperkt aantal uren per week (zoals in horeca veel het geval is).
Economische Visie Haarlem en Economische agenda 2020-2024 Om te kunnen blijven concurreren en groeien hebben bedrijven behoefte aan goed opgeleide werknemers op alle niveaus. De aanwezigheid van voldoende arbeidsaanbod en goed opgeleid werknemers speelt een steeds grotere rol bij de locatiekeuze van bedrijven (werken volgt wonen). De vraag naar arbeid verandert door flexibilisering, digitalisering, technologische innovatie en bijvoorbeeld de transitie naar een circulaire en duurzame economie. Hiervoor zijn andere vaardigheden nodig. De krapte op de arbeidsmarkt neemt bovendien toe door de vergrijzing en mismatches op de arbeidsmarkt. In Haarlem en elders worstelen werkgevers met het vinden van geschikt personeel. Dit belemmert de
_________ 73
Van immigratie is pas sprake als een asielzoeker in een Nederlandse gemeente wordt ingeschreven in de Basisregistratie. Dat mag pas als een verblijfsvergunning is toegekend of, als de procedure langer duurt, een half jaar na indiening van het asielverzoek. Als een verblijfsvergunning is verstrekt, mag de asielzoeker tot drie maanden daarna een aanvraag indienen om gezinsleden op grond van dezelfde verblijfsvergunning naar Nederland te laten komen. Deze gezinsleden, de zogenoemde na-reizigers, gelden ook als (asiel)migranten.
74
Centraal Bureau voor de Statistiek – Statline: bevolkingsontwikkeling per regio en regionale prognose 2020-2050 bevolkingsontwikkeling per regio.
Second opinion Economische Visie Haarlem
groei en werkgelegenheidsontwikkeling. In Haarlem is er een groeiende mismatch tussen het banenaanbod en het profiel van de beroepsbevolking. Er zijn relatief veel praktisch geschoolde banen tegenover veel theoretisch geschoolde inwoners; en dit verschil neemt toe. Deze mismatch resulteert in een stijgend aantal woon-werkverplaatsingen. In Haarlem is 51 procent van de inwoners theoretisch geschoold, terwijl dat in de MRA 34 procent bedraagt. De verwachting is dat het aandeel theoretisch geschoolden met 9.000 groeit en het aandeel praktisch geschoolden met 3.000 afneemt. In 2019 werken 25.300 Haarlemmers in Haarlem, pendelen 52.500 Haarlemmers naar banen buiten de stad en worden 42.700 banen in Haarlem ingevuld door werknemers die buiten de stad wonen. Per saldo werkt één op de drie Haarlemmers in Haarlem.75 Tekstkader: HospiHousing zorgt voor nieuw leven voor de hospita In 2019 startten enkele Utrechters de start-up HospiHousing, een bemiddelingsbureau om studenten onder dak te brengen bij particulieren. Eind 2019 huurden enkele tientallen studenten op deze manier een kamer bij een hospita. Het animo is vooral groot bij buitenlandse studenten. De lokale politiek stimuleerde het initiatief, in navolging van andere steden als Nijmegen, Delft en Groningen. Partijen in de gemeenteraad vroegen aan B&W om hospitaverhuur nadrukkelijk onder de burgers te promoten.