CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20220035771 2. Bijlage 1 Platform31 second opinion EVH

commissie Ontwikkeling 19 mei 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Collegereactie RKC rapport Woon-werk balans gewogen; second opinion Economische Visie Haarlem (RB)49.423 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

Second opinion Economische Visie Haarlem Rapportage bevindingen

Koos van Dijken

2

Uitgave Platform31 Den Haag, oktober 2021

Auteur: Koos van Dijken (Platform31)

Platform31 Kennis- en netwerkorganisatie Platform31 ziet de trends in stad en regio. We verbinden beleid, praktijk en wetenschap rondom actuele vraagstukken en komen tot een aanpak waarmee bestuurders, beleidsmakers en uitvoerders direct aan de slag kunnen. De oplossingen houden we niet voor onszelf: iedereen profiteert mee van de resultaten. Postbus 30833, 2500 GV Den Haag www.platform31.nl Hoewel grote zorgvuldigheid is betracht bij het samenstellen van dit rapport, aanvaarden Platform31 en de betrokkenen geen enkele aansprakelijkheid uit welke hoofde dan ook voor het gebruik van de in deze publicatie vermelde gegevens. Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt mits de bron wordt vermeld.

Second opinion Economische Visie Haarlem

Inhoudsopgave 1 Inleiding

4

2 Trends en ontwikkelingen

6

2.1 Inleiding

6

2.2 Verwachte toename van de bevolking

7

2.3 Verwachte groei economie en sectoren

11

2.4 Werking arbeidsmarkt, arbeidsaanbod en arbeidsproductiviteit

13

2.5 Ondernemerschap als dynamische factor

19

2.6 Toename van cyber- en ondermijnende criminaliteit

22

2.7 Veranderingen in het mobiliteitsgedrag

25

2.8 Economische kansen van de duurzaamheidstransities

27

2.9 Economische gevolgen van de coronacrisis

29

2.10 Conclusies

30

3 Instrumentkeuze in de EVH

33

3.1 Inleiding

33

3.2 Ruimte

33

3.3 Talent

40

3.4 Technologie en creativiteit om innovatie aan te jagen

45

3.5 Ondernemerschap

51

3.6 Profilering

57

3.7 Regionale samenwerking

58

3.8 Capaciteit team Economie & Toerisme gemeente Haarlem

60

3.9 Conclusies

61

4 Factoren die de ontwikkeling van de woon-werkbalans verklaren

3

65

4.1 Inleiding

65

4.2 Ontwikkeling woon-werkbalans in Haarlem

66

4.3 Verbetering van de woon-werkbalans in zeven gemeenten

67

4.4 Verslechtering van de woon-werkbalans in Leidschendam-Voorburg

70

4.5 Conclusies

70

5 Bevindingen

72

5.1 Inleiding

72

5.2 Algemeen

72

5.3 Goede probleemstelling?

72

5.4 Juiste doelstellingen gekozen?

73

5.5 Effectieve aanpak gekozen?

74

5.6 Antwoord op de onderzoeksvragen

77

Bijlage 1: geïnterviewden

80

Bijlage 2: citaten uit de interviews

81

Bijlage 3: kostenposten van het hoofdtaakveld ‘economie’

92

Bijlage 4: ontwikkeling van de woon-werkbalans in geselecteerde gemeenten 94 Bijlage 5: landelijke trends en ontwikkelingen

110

Second opinion Economische Visie Haarlem

1 Inleiding In juni 2020 is door de Haarlemse gemeenteraad de Economische Visie Haarlem (EVH) en de Economische Actieagenda 2020-2024 vastgesteld. Hoofddoel van de Visie is het behoud van de woon-werkbalans (van minimaal 0,43 baan per inwoner tot de streefwaarde 0,5 baan per inwoner). De raadsleden plaatsten hierbij een aantal kritische kanttekeningen. Voor behoud van de woon-werkbalans is − uitgaande van gemiddeld twee personen per woning − bij de verwachte groei van de stad met 10.000 woningen en 20.000 inwoners een groei van het 8.600 banen nodig. Naast behoud van deze woon-werkbalans zijn drie subdoelen geformuleerd: duurzaam, inclusief en vitaal. Haarlem kiest daarbij voor de profilering als dé creatieve stad van toegepaste innovatie. In de Visie wordt onderscheid gemaakt tussen vijf groeibepalende factoren met bijbehorende strategie en uitvoeringslijnen, te weten: ruimte, talent, innovatie, ondernemerschap en profileren. Onder elke uitvoeringslijn staan 2 tot 6 acties. Ook wordt een aantal uitdagingen en knelpunten geïdentificeerd waarvan ruimte de grootste is. Verder worden genoemd: de mismatch op de arbeidsmarkt, de transitie naar een circulaire en duurzame economie, het behouden en aantrekken van bedrijven en een effectieve profilering. Vanwege de coronacrisis zijn de korte termijn acties die nodig waren, opgenomen in het Economisch Jaarplan 2021.

Op deze wijze heeft de gemeente geprobeerd om flexibel in te spelen op de onverwachts veranderde actualiteit. Platform31 is door de Rekenkamercommissie Haarlem gevraagd om voor de raad na te gaan of de on4

derliggende analyse bij de Visie adequaat en volledig is en of de meest effectieve aanpak wordt gekozen? Daarbij luidt de centrale vraag: is het economisch beleid toereikend om de beoogde werkgelegenheidsgroei te realiseren en welke invloed heeft de corona-pandemie daarop? De rekenkamercommissie heeft de volgende subvragen geformuleerd die kunnen bijdragen aan de beantwoording van de centrale vraag: 1.

Is het doel van 0,43 werkgelegenheidsratio haalbaar met de gekozen inzet?

2.

Is de focus in profilering en sectoren (ook in de regionale context) een logische en kansrijke?

3.

Is het gekozen instrumentarium efficiënt en effectief (o.b.v. ervaringen elders en eigen ervaringen in het verleden) en wordt het beleid voldoende integraal benaderd? Zijn er lessen uit het verleden getrokken?

4.

Zijn budget en capaciteit toereikend?

Platform heeft voor de second opinion een brede invalshoek gekozen. Platform31 heeft niet het uitgangspunt en doel van de gemeente − en van het STEC-onderzoek − als vertrekpunt gekozen. Namelijk hoe kan een woon-werkbalans van minimaal 0,43 baan per inwoner bij een groeiende bevolking behouden blijven en wat is daarvoor nodig. In de brede invalshoek van Platform31 is ten eerste gekozen voor een brede beschrijving van de landelijke trends en ontwikkelingen (bijlage 5) en een Haarlemse duiding van de trends en ontwikkelingen in hoofdstuk 2. Bij de Haarlemse duiding van de trends en ontwikkelingen is Haarlem op een groot aantal indicatoren vergeleken met andere vergelijkbare gemeenten. Ten tweede zijn de uitvoeringslijnen en voorgenomen acties uit de EVH beoordeeld. Mede op basis van de literatuur worden mogelijke andere of additionele acties naar voren gebracht (hoofdstuk 3). Dit biedt de mogelijkheid voor de raad om bij toekomstige besprekingen, gerelateerd aan de EVH, eigen invalshoeken en afwegingen naar voren te brengen. Ten derde zijn de verklarende factoren onderzocht die de ontwikkeling van de woon-werkbalans in acht Randstedelijke gemeenten over een lange periode kunnen verklaren (hoofdstuk 4). Voor

Second opinion Economische Visie Haarlem

het streven van Haarlem naar een stabiele of verbeterde woon- werkbalans kunnen daar ook conclusies uit getrokken worden. Op basis van de voorafgaande drie hoofdstukken worden in hoofdstuk 5 de onderzoeksvragen beantwoord. Is er sprake van een goede probleemstelling? Zijn de juiste doelstellingen gekozen? En is een effectieve aanpak gekozen? Daarbij is ook gebruik van de meningen van de geïnterviewden die de auteur welwillend te woord hebben gestaan (bijlage 1 en 2). De auteur is de geïnterviewden dank verschuldigd voor hun tijd en dat zij hun inzichten over de Haarlemse economie hebben willen delen met hem. Platform31 hoopt niet alleen een kritische analyse verricht te hebben, maar met de reflecties, af- en overwegingen, literatuur en voorbeelden ook een bijdrage te leveren aan de mogelijke verdere uitwerking van acties die de economie van Haarlem kunnen versterken.

5

Second opinion Economische Visie Haarlem

2 Trends en ontwikkelingen 2.1 Inleiding Vanuit de landelijke trends en ontwikkelingen (bijlage 5), en het vergelijken van Haarlem met vergelijkbare gemeenten (hoofdstuk 2), kan mede beoordeeld worden of de Economische Visie Haarlem (EVH) uitgaat van de goede probleemstelling, de juiste doelstellingen zijn gekozen en de daarop gebaseerde aanpakken begrijpelijk zijn. Bij de beschrijving van de trends en ontwikkelingen hanteert Platform31 een brede invalshoek. Namelijk door de trends en ontwikkelingen te beschrijven die samenhangen met: −

de verwachte demografische ontwikkeling van de bevolking en in het bijzonder de verwachte ontwikkeling van de potentiële beroepsbevolking (par. 2.2.);

−

de verwachte groei van de economie en sectoren (par. 2.3);

−

werking arbeidsmarkt, arbeidsaanbod en arbeidsproductiviteit (par. 2.4);

−

het ondernemerschap als dynamische factor (par. 2.5);

−

de toename van de cyber- en ondermijnende criminaliteit die de economische ontwikkelingen kunnen ondermijnen (par. 2.6);

−

de veranderingen in mobiliteitsgedrag (par. 2.7);

−

de economische kansen van de duurzaamheidstransities (par. 2.8);

−

de economische gevolgen van de coronacrisis (2.9).

De conclusies die vanuit de trends en ontwikkelingen relevant zijn voor de beoordeling van de 6

Economische Visie Haarlem worden in paragraaf 2.10 samengevat. De relevantie van de trends en ontwikkelingen krijgt ook reliëf door kenmerken van Haarlem en ontwikkelingen in Haarlem te vergelijken met die in en van vergelijkbare gemeenten. De vergelijkbare gemeenten voor Haarlem zijn geïdentificeerd door gemeenten te kiezen met een zelfde zwaarte van gemeentelijke taken. De gemeenten worden door het ministerie van BZK bekostigd naar onder andere de zwaarte van de gemeentelijke taken. De zwaarte van de gemeentelijke taken wordt door het ministerie bepaald door de sociale structuur en de centrumfunctie. Elke gemeente is ingedeeld naar een zwakke, matige, redelijke of goede sociale structuur en een sterke, redelijke, weinig of geen centrumfunctie. Haarlem wordt in de bekostigingssystematiek van het ministerie gekenmerkt door een ‘matige’ sociale structuur en een ‘sterke’ centrumfunctie. Gemeenten met tussen de 100.000 en 220.000 inwoners met eveneens een ‘matige’ sociale structuur en ‘sterke’ centrumfunctie (en derhalve een zelfde zwaarte van gemeentelijke taken) en met een hoge bevolkingsdichtheid zijn − naast Haarlem − Breda, Deventer, ’s-Hertogenbosch, Leiden, Maastricht, Tilburg en Venlo.

Aan de vergelijking zijn vanwege de ligging toegevoegd: Delft (matige sociale structuur, redelijke centrumfunctie, zeer sterk stedelijk, in de nabijheid van grote steden), Zaanstad (matige sociale structuur, redelijke centrumfunctie, sterk stedelijk) en Haarlemmermeer (goede sociale structuur, weinig centrumfunctie, lage bevolkingsdichtheid). Indien beschikbaar worden in de vergelijking ook Nederland, de provincie NoordHolland, de COROP-regio’s Groot-Amsterdam en Agglomeratie Haarlem (regio Zuid-Kennemerland), het gemiddelde van de gemeenten tussen 100.000 en 300.000 inwoners en het gemiddelde van de zeer sterk verstedelijkte gemeenten (ook een kenmerk van Haarlem) meegenomen.1 Daarbij is de vergelijking van Haarlem met Haarlemmermeer vanuit de ligging van beide gemeenten ten opzichte van elkaar, de hoge pendel tussen Haarlem en Haarlemmermeer en de verwevenheid van de

_________ 1

Deze vergelijkbare gemeenten komen deels overeen met de vergelijking van de woon-werkbalans in Haarlem en andere gemeenten in de Economische Visie Haarlem 2020-2024 (blz. 14).

Second opinion Economische Visie Haarlem

arbeidsmarkten begrijpelijk. Tegelijkertijd is, behalve de grootte in inwoners en de ligging, Haarlem in bijna niets vergelijkbaar met Haarlemmermeer en omgekeerd.

2.2 Verwachte toename van de bevolking Relevante landelijke trends en ontwikkelingen De relevante landelijke trends en ontwikkelingen zijn de verwachte bevolkingsgroei, de determinanten van de bevolkingsgroei (natuurlijke aanwas, saldo buitenlandse migratie, saldo binnenlandse migratie), ontgroening, ontwikkeling van de potentiële beroepsbevolking en de (dubbele) vergrijzing.2 Op basis van de bevolkingsprognose 2020-2070 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijft de bevolking van Nederland de komende vijftig jaar groeien. De groei van de bevolking slaat vooral neer in de grotere steden. De verstedelijking in Nederland zet door.3 De Nederlandse bevolking is de afgelopen twintig jaar met 1½ miljoen inwoners gegroeid, van wie 96 procent − inclusief de tweede generatie (vaak in Nederland geboren) − een migratieachtergrond heeft.4 Migranten vestigen zich vaak in de grotere steden.5 In de bevolkingsraming voor de komende dertig jaar neemt de Nederlandse bevolking voor 83 procent toe door het verwachte saldo van de buitenlandse migratie en voor 17 procent door de natuurlijke aanwas. Naar verwachting een bescheiden ontwikkeling van de bevolking in Haarlem de komende 30 jaar De toename van de bevolking is een belangrijke determinant voor de economische perspectieven van Haarlem.

Ten eerste omdat een toename van de bevolking zorgt voor een toename van de verzorgende bedrijvigheid (detailhandel, kappers, advocaten, recreatie, sport, e.d.). Ten tweede omdat de ontwikkeling van de beroepsbevolking bepalend is of allerlei producten en diensten gemaakt en geleverd kunnen worden. Ten derde omdat de samenstelling van de bevolking verandert (jongeren, inwoners in de actieve levensfase, actieve ouderen en oude ouderen die behoefte hebben aan zorg en

7

ondersteuning). Dit verandert de vraag naar goederen en diensten en kan − bij ontgroening en een afname van de inwoners in de actieve levensfase − invloed hebben op ondernemerschap, vernieuwing en innovatie. De komende dertig jaar is de verwachte bevolkingsgroei in Haarlem in vergelijkend perspectief niet zeer groot. Een verwachte toename met 15.900 personen, een groei van 9,8 procent over de hele dertigjarige periode (figuur 2.1). Deze bescheiden verwachte toename van de bevolking betekent dat geen sterke groei van de verzorgende bedrijvigheid en banen verwacht mag worden. De Economische Visie Haarlem hanteert een kortere horizon en houdt ook rekening met de korte termijn woningbouwplannen. De EVH gaat uit van een verwachte bevolkingstoename van circa 22.000 inwoners tot 2040. De woningbouwopgave ligt tot en met 2025 op 10.000 woningen (20.000 inwoners) en tot 2030 nog eens 5.000 woningen (10.000 inwoners). Als de realisatie van de bevolkingsgroei hoger wordt dan de huidige verwachtingen dan dienen er ook meer nieuwe banen te komen om de beoogde woonwerkbalans te realiseren. Bij een lagere realisatie van de bevolkingsgroei dan nu verwacht, geldt het omgekeerde.

De bevolkingsontwikkeling van 2020 tot 2050 wordt voor 10 procent verklaard door de natuurlijke aanwas (meer geboortes dan sterftes), voor 22 procent door het saldo van de buitenlandse migratie (immigratie minus emigratie) en voor 68 procent door het saldo van de binnenlandse migratie (meer verhuizingen uit andere gemeenten naar Haarlem dan Haarlemmers die verhuizen naar andere

_________ 2

Zie bijlage 5.

3

Jan Latten, “Randstad versus Randland, twee waarheden”, in: Stadszaken: Dagelijks nieuws over de fysieke leefomgeving, 24 februari 2020.

4

CBS, Prognose: Bevolking blijft komende 50 jaar groeien, Nieuwsbericht, 16 december 2020.

5

Arjen Leerkes en Peter Scholten, Landen in Nederland. De vluchtelingenstroom in integratieperspectief, Rotterdam, 11 februari 2016.

Second opinion Economische Visie Haarlem

gemeenten). Veruit de meeste verhuizingen blijven binnen de deelregio’s binnen de MRA.6 Het verwachte hoge aandeel van binnenlandse migratie als determinant voor de verwachte bevolkingsontwikkeling duidt er op dat Haarlem aantrekkelijk is om naar toe te verhuizen.7 In de regio Zuid-Kennemerland is de verwachte procentuele groei de komende dertig jaar iets lager dan in Haarlem: een toename van 7,5 procent; een verwachte toename met 17.600 inwoners. De verwachte toename van de bevolking in Haarlem ligt onder de verwachte toename in vele andere vergelijkbare gemeenten (met uitzondering van ’s-Hertogenbosch, de regio Zuid-Kennemerland, Nederland en Maastricht). In Leiden, Haarlemmermeer en Delft is de verwachte groei van het aantal inwoners het dubbele of meer dan het dubbele dan in Haarlem. Figuur 2.1 Prognose ontwikkeling bevolking Haarlem, benchmarkgemeenten, regio Zuid-Kennemerland, regio GrootAmsterdam, provincie en Nederland 2020-2050 in procenten

8

Bron: CBS-Statline (bevolkingsprognose)

De bevolkingsprognose is met onzekerheden omgeven: 30.000 inwoners verschil tussen boven- en ondergrens van de prognose voor Haarlem in 2050 Bij de bovenstaande prognose moet rekening gehouden worden met de onzekerheden waarmee alle prognoses (ook bevolkingsprognoses) zijn omgeven. Het Centraal Bureau voor de Statistiek gaat uit van 178.000 inwoners in Haarlem in 2050 (prognose). Daarbij publiceert het CBS ook een ondergrens (163.000 inwoners) en een bovengrens (194.000 inwoners) voor de prognose van de Haarlemse bevolking in 2050. De oorzaken van de onzekerheden worden in detail duidelijk in de landelijke scenario’s van het CBS en het NIDI. Afhankelijk van geboorte- en sterftecijfers en de ontwikkelingen in immigratie en emigratie kan de bevolking in Nederland in 2050 variëren tussen 17,4 miljoen inwoners (in geval van een laag geboortecijfer, stagnerende levensverwachting en afnemende migratie) en 21,8 miljoen inwoners (in geval van een stijgend geboortecijfer, een stijgende levensverwachting en een toenemend migratiesaldo). Met de zelfde onzekerheden gaat het CBS in de jongste raming in 2070 uit van een

_________ 6

Metropoolregio Amsterdam, Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam 2020, blz. 66.

7

CBS – Statline: bevolkingsprognose bevolkingsontwikkeling. Uit CBS – Statline: bevolkingsontwikkeling blijkt dat de afgelopen twintig jaar voor Haarlem de verklarende factoren voor de bevolkingsontwikkeling verschillend waren dan zij voor de toekomst worden geraamd. Van 2000 tot en met 2019 wordt de bevolkingsontwikkeling in Haarlem namelijk voor 62 procent verklaard door natuurlijke aanwas, voor 43 procent door het saldo van de buitenlandse migratie en voor 5 procent door een negatief saldo van de binnenlandse migratie (in deze periode vertrekken per saldo meer inwoners naar andere gemeenten dan inwoners uit andere gemeenten zich in Haarlem vestigen).

Second opinion Economische Visie Haarlem

bevolking tussen de 17,2 en 22,0 miljoen inwoners.8 Het verschil van 4 tot 5 miljoen inwoners tussen de lage en hoge raming over 30 tot 50 jaar heeft grote gevolgen voor het aantal benodigde woningen, voorzieningen, infrastructuur, de duurzame energieproductie en de economie in elke regio. Hoeveel mensen er over drie decennia in Nederland en Haarlem zullen wonen, zal deels het gevolg zijn van gevoerd beleid. Worden tekorten op de arbeidsmarkt vooral opgevuld met buitenlandse arbeidsmigranten of worden de bestaande talenten beter benut met een hogere arbeidsproductiviteitsontwikkeling, hogere arbeidsparticipatie, minder deeltijdarbeid en het mobiliseren van het onbenutte potentieel? Duidelijk is dat een krimpende beroepsbevolking en sterk vergrijzende bevolking negatieve gevolgen zullen hebben voor bijvoorbeeld de economie en arbeidsmarkt (omdat er in een aantal essentiële sectoren, zoals de zorg en de techniek, nu al grote tekorten zijn). Terwijl een sterk stijgende bevolking de nu al bestaande problemen op de woningmarkt (woningtekorten), bestemmen van de schaarse ruimte, milieuproblemen en verkeersdrukte verder zal vergroten.9 Jongeren en jongvolwassenen belangrijk voor de vernieuwing, innovatie en het ondernemerschap In Haarlem neemt naar verwachting het aantal jongeren van 0 tot 15 jaar maar in zeer beperkte mate toe.

De komende dertig jaar met slechts 500 jongeren, een groei van 1,8 procent over de hele periode. Een procentuele groei die ook voor de regio Zuid-Kennemerland wordt verwacht (figuur 2.2). Er kan ook gekeken worden naar de ‘jongvolwassenen’ (15 tot 30 jaar). In heel Nederland neemt deze leeftijdsgroep de komende dertig jaar met 0,5 procent af. Dat deze groep niet meer toeneemt, kan allerlei negatieve consequenties hebben voor de vernieuwingsgezindheid, de innovatie en het ondernemerschap. In Haarlem en de regio Zuid-Kennemerland wordt deze ontwikkeling niet verwacht. In Haarlem neemt naar verwachting de komende dertig jaar het aantal ‘jongvolwassenen’ (15 tot 30 jaar) met 2.800 personen toe; een toename van 10 procent. In de regio Zuid-Kennemerland neemt in deze periode het aantal ‘jongvolwassenen’ toe met 2.600 personen; een toename van iets minder dan 7 procent.10 Vanwege het belang van de ‘jongvolwassenen’ voor het ondernemerschap, de vernieuwing,

9

de dynamiek en de innovatie is het van belang om als gemeente voldoende attractief te zijn voor jongeren. Dit kan bijvoorbeeld door te zorgen dat er voor hen woningen zijn. Creëer desnoods tijdelijke woningen als de huidige woningvoorraad tekortschiet. Ga met hen in gesprek over waar ze behoefte aan hebben en voorzie daarin. Zorg dat ze niet alleen willen, maar ook kúnnen blijven.11

_________ 8

NIDI en CBS, Bevolking 2050 in beeld. Drukker, diverser en dubbelgrijs. Deelrapport Verkenning Bevolking 2050, Den Haag, 7 juli 2020. De prognosecijfers zijn met onzekerheden omgeven. Zo kan het aantal migranten van jaar tot jaar sterk fluctueren. Ook is niet zeker of de stijging van de levensduur in de toekomst in hetzelfde tempo door zal zetten en of Nederlanders een voorkeur voor gezinnen met twee kinderen blijven houden. Bovendien is nog bijzonder onzeker of de corona-epidemie ook op de lange termijn effecten heeft op de bevolkingsontwikkeling. CBS, Prognose: Bevolking blijft komende 50 jaar groeien, Nieuwsbericht, 16 december 2020.

9

Paul Scheffer, “Memo voor de informateur: begin met bevolkingsgroei”, in: NRC, 16 april 2021; Jan Latten, “Bevolkingspolitiek als verkiezingsthema”, 7 juli 2020, in: Stadszaken, Dagelijks nieuws over de fysieke leefomgeving, 7 juli 2020; Frank Kalshoven, “Instrumenten van bevolkingspolitiek. Die studie zou ik graag lezen”, in: De Volkskrant, 10 juli 2020.

10

CBS – Statline: bevolkingsprognose.

11

Sabine Meier; Nol Reverda en Dick van der Wouw, “Achtergrond”, in: Rooilijn themanummer Randland, jrg. 48, nr. 4, 2015, blz. 275; Ruud Dorenbos, Frank Wassenberg en Matthijs Uyterlinde, Van kansarme naar kansrijke gebieden, Acht inzichten voor woningmarkten met bevolkingsdaling, Den Haag, maart 2021.

Second opinion Economische Visie Haarlem

Figuur 2.2 Prognose ontwikkeling aantal jongeren (0-15 jaar) in Haarlem, benchmarkgemeenten, regio ZuidKennemerland, regio Groot-Amsterdam, provincie en Nederland 2020-2050 in procenten

Bron: CBS-Statline (bevolkingsprognose)

Groei, stagnatie of krimp van de beroepsbevolking cruciaal voor de economische groeiperspectieven In Haarlem neemt naar verwachting de potentiële beroepsbevolking (15 tot 75 jaar) nog enigszins toe met 2.300 personen de komende dertig jaar (+ 1,9 procent). In de regio Zuid-Kennemerland neemt naar verwachting de potentiële beroepsbevolking af met 800 personen de komende drie decennia (een 10

afname van 0,5 procent. De regio Groot-Amsterdam en de benchmarkgemeenten Leiden, Haarlemmermeer en Delft zullen hun economische ontwikkeling veel minder gehinderd zien worden door een beperkte of stagnerende ontwikkeling van de potentiële beroepsbevolking dan Haarlem en de regio Zuid-Kennemerland (figuur 2.3). Figuur 2.3 Prognose ontwikkeling potentiële beroepsbevolking (15-75 jaar) in Haarlem, regio Zuid-Kennemerland, regio Groot-Amsterdam, provincie en Nederland 2020-2050 in procenten

Bron: CBS-Statline (bevolkingsprognose)

Second opinion Economische Visie Haarlem

2.3 Verwachte groei economie en sectoren Relevante landelijke trends en ontwikkelingen Op korte termijn − post-corona − zijn de economische groeiverwachtingen goed. Als structurele trend moet echter rekening gehouden worden met een lage economische groei van zo’n één procent gemiddeld per jaar. Dit betekent dat suboptimaal beleid op allerlei beleidsterreinen niet makkelijk gecorrigeerd kan worden en lang negatieve consequenties heeft. Vooral het ondernemersklimaat, méér dan de sectorstructuur, is daarbij van belang. In allerlei sectoren is economische groei mogelijk. De groeipotentie is vooral afhankelijk van ondernemerschap, het arbeidsaanbod, de werking van de arbeidsmarkt en de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit. In heel Nederland verschuift de focus van beleid van enkel en alleen economische groei (enge definitie van welvaart) naar aandacht voor ‘brede welvaart’, dat wil zeggen aandacht voor alle aspecten die voor de inwoners van belang zijn (welvaart, welzijn, gezondheid, milieu, onderwijs, persoonlijke ontwikkeling, et cetera).12 Haarlem geen sterke werkgemeente Haarlem is met 659 banen per 1.000 inwoners tussen de 15 en 65 jaar in vergelijkend perspectief geen sterke werkgemeente (figuur 2.4).

Het aantal banen per 1.000 inwoners ligt ver onder het aantal banen per 1.000 inwoners in Nederland (796 banen), de provincie (872 banen), het gemiddelde van alle gemeenten met tussen de 100.000 en 300.000 inwoners (877 banen), het gemiddelde van alle zeer sterk verstedelijkte gemeenten (900 banen), het gemiddelde in de regio Groot-Amsterdam (1.068 banen) en vooral vergeleken met Haarlemmermeer (1.523 banen). Alleen in Zaanstad (654 banen) en in de regio Zuid-Kennemerland (631 banen) ligt het aantal banen per 1.000 inwoners nog lager. Figuur 2.4 Aantal banen per 1.000 inwoners tussen 15-65 jaar in 2019 in Haarlem, benchmarkgemeenten, regio Zuid-Kennemerland, regio Groot-Amsterdam, provincie en Nederland

11

Bron: Waarstaatjegemeente.nl

Geen eenvoudig recept om van Haarlem een sterke werkgemeente te maken Het is verre van eenvoudig om van Haarlem een sterkere werkgemeente te maken. Er is nog steeds geen eenduidig recept om regionale specialisaties te bevorderen en over de mate en wijze van faciliterend of sturend overheidsbeleid.13 Haarlem wordt niet gekenmerkt door een sterk cluster van

_________ 12

Zie bijlage 5.

13

Centraal Planbureau, Literatuurstudie ‘Effectiviteit van place-based beleid’, Uitgevoerd in opdracht van de werkgroep Agenda Stad, CPB Notitie, Den Haag, 22 december 2016.

Second opinion Economische Visie Haarlem

bedrijven, toeleveranciers en kennisinstellingen (zoals bijvoorbeeld rond de glastuinbouw in Westland, de hightech in Eindhoven of de biotechnologie in Wageningen, Leiden en De Bilt) waarop voortgeborduurd kan worden. Ook zijn clusters niet te kopiëren, op te leggen of door beleidsmakers te creëren. Unieke lokale omstandigheden en lang volgehouden beleid bepalen het succes van clusters. Zodat er tevens geen garantie voor succes is in andere regio’s. Clusters kunnen niet worden opgelegd, zijn niet of nauwelijks maakbaar en kunnen niet of nauwelijks door beleidsmakers worden gecreëerd.14 Zuid-Kennemerland geen koploper in Brede Welvaart In toenemende mate verschuift de focus van het nastreven van enkel en alleen economische groei (smalle definitie van welvaart) naar het verbeteren van alle aspecten die inwoners van belang vinden (brede definitie van welvaart). Met een focus op ‘Brede Welvaart’ gaat de aandacht uit naar verbeteringen in materiële welvaart, welzijn, onderwijs, gezondheid, leefomgeving, milieu, en dergelijke. Met Brede Welvaart wordt gekeken naar alle waarden die voor burgers ‘hier en nu’, ‘later’ en ‘elders’ van belang zijn. De kwaliteit van leven in het hier en nu, en de mate waarin deze al dan niet ten koste gaat van die van latere generaties en/of van mensen elders in de wereld, is hét kenmerk van de brede welvaartsaanpak.

Wat betreft de ontwikkeling in ‘Brede Welvaart’ kunnen er acht soorten regio’s onderscheiden worden. Met reeds een hoge brede welvaart in 2013 en bovendien een toename van de brede welvaart van 2013 tot 2019 zijn de koplopende regio’s ‘Utrecht’, ‘Het Gooi en Vechtstreek’ en ‘Zuidwest-Friesland’. Er zijn ook duidelijk achterblijvende regio’s met zowel een lage brede welvaart in 2013 als een lagere dan gemiddelde toename van de brede welvaart van 2013 tot 2019. Het betreft de regio’s ‘Agglomeratie ‘sGravenhage, ‘Delfzijl e.o.’ en ‘Zaanstreek’. Alle andere regio’s nemen in zes groepen − met verschillende kenmerken van brede welvaart − een middenpositie in. De regio Zuid-Kennemerland 12

(Agglomeratie Haarlem) neemt een middenpositie in. De brede welvaart is gemiddeld (figuur 2.5); in 2013 lag de brede welvaart iets boven het nationale gemiddelde, maar tussen 2013 en 2019 is de gemiddelde toename van de brede welvaart in Zuid-Kennemerland geringer dan de toename van de brede welvaart in heel Nederland (figuur 2.5). Om tot de koplopers in Nederland te gaan behoren, dienen regio’s die géén koploper zijn, in algemene zin meer aandacht te besteden aan ‘veiligheid’, ‘inkomen’, ‘baanzekerheid’ en vooral ‘huisvesting’. Verschillen in brede welvaart lijken vooral op te treden langs de lijnen van materiële welvaart (inkomen, banen en huisvesting) en veiligheid. De echte koplopers ontlenen hun hoge brede welvaart vooral aan de extra goede scores op tevredenheid en geluk (subjectief welzijn) en persoonlijke ontwikkeling. Daarbij hebben alle regio’s hun eigen brede welvaartsopgaven. Het is niet zo dat de koplopers op álle welvaartsdimensies bovengemiddeld scoren. Dat betekent dat maatwerk nodig is om de regionale brede welvaart te versterken. De grote agendapunten zijn: kansen(gelijkheid) voor jongeren, huisvesting en woningmarkt (aanbod, duurzaamheid, aantrekkelijk klimaat), duurzaamheid, leefbaarheid en het ondersteunen van bedrijven in transitie.15

_________ 14

Anet Weterings, Frank van Oort, Otto Raspe en Thijs Verburg, Clusters en economische groei, Ruimtelijk Planbureau, Den Haag, 2007, blz. 9; Merijn van der Werff, Clustering van bedrijven in de lokale economie: een bruikbaar concept voor beleidsmakers?, Nicis Institute, Den Haag, oktober 2010, blz. 31;

15

Het denken en het maken van keuzes met het oog op het verbeteren van Brede Welvaart maakt expliciet dat er sprake is van normatieve keuzes. Er is een visie nodig met betrekking tot rechtvaardigheid, de mate van verschillen die acceptabel gevonden worden, de mate waarin het acceptabel is dat de huidige generatie ‘pot verteerd’, in welke mate men rekening wil houden met nabuurgemeenten of emissies die elders neerslaan, et cetera. Het is ook een normatieve en politieke keuze om samen (overheden en maatschappelijke partners) na te denken over de mogelijkheden om met beleid hier iets aan te willen veranderen. Otto Raspe, Jeroen Content & Mark Thissen, Brede welvaart en regionale ontwikkelingen, Planbureau voor de Leefomgeving, position paper, Den Haag, 20 augustus, 2019; Emil Evenhuis, Anet Weterings & Mark Thissen, Bevorderen van brede welvaart in de regio: keuzes voor beleid, Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag, december 2020; Anet Weterings, Edwin Buitelaar, Emil Evenhuis en Mark Thissen, “Het verbeteren van de brede welvaart in regio’s vergt normatieve keuzes”, in: Economisch Statistische Berichten, jrg. 105, nr. 4790, 8 oktober 2020, blz. 472-474.

Second opinion Economische Visie Haarlem

Figuur 2.5 Ontwikkeling Brede Welvaart van 2013-2019 in de COROP-regio’s

Bron: Otto Raspe, Brede Welvaart. Webinar Anders kijken naar economie en maatschappij, Rabobank , 3 juni 2021.

2.4 Werking arbeidsmarkt, arbeidsaanbod en arbeidsproductiviteit Relevante landelijke trends en ontwikkelingen Voor, tijdens en na de coronacrisis blijken er aanzienlijke mismatches te zijn op de arbeidsmarkt. Dit remt de economische ontwikkeling en belemmert de bedrijvigheid. Dit plaatst de werking van de

13

arbeidsmarkt weer volop in de belangstelling. Het verkleinen van de mismatches op de arbeidsmarkt, het beter gaan benutten van het onbenutte potentieel, het verbeteren van de kwaliteit en variatie in het onderwijs, bij-, om- en herscholing en Leven Lang Ontwikkelen, en vooral het vergroten van de arbeidsproductiviteitsontwikkeling (investeren, vernieuwen, innoveren, kenniscirculatie en onderwijs) zijn belangrijke opgaven.16 Het belang wordt des te groter door de krimpende beroepsbevolking in Nederland de komende jaren.

Werking van de arbeidsmarkt Voor, tijdens en na de coronacrisis blijken er aanzienlijke mismatches te zijn op de arbeidsmarkt in de regio van Haarlem. Dit blijkt uit de vele openstaande vacatures die niet goed vervuld kunnen worden, onvoldoende goed opgeleide mensen om te voorzien in de vervangingsvraag, het onbenutte potentieel en de instroom van arbeidsmigranten. Deze kenmerken van de regionale arbeidsmarkt in de regio Haarlem en in Nederland belemmeren de economische ontwikkeling van bedrijven en organisaties en vormen een rem op de economische groei.17

_________ 16

Zie bijlage 5.

17

Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), Naar een lerende economie. Investeren in het verdienvermogen van Nederland, Amsterdam, 2013, blz. 194; Mathijs Bouman, “De arbeidsmarkt is krapper dan krap: mooi voor wie wil werken, niet voor ondernemers”, in: Het Financieele Dagblad, 22 februari 2020; Suzanne IJzerman en Rolof van der Velde, Regio in Beeld. Zuid-Kennemerland en IJmond, UWV, oktober 2020; Ton Wilthagen, “Iedereen krijgt last van het personeelstekort”, in: Het Financieele Dagblad, 11 juni 2021; Mathijs Bouman, “Eindelijk geld voor nieuw kabinetsbeleid, maar nu zijn de mensen op”, in: Het Financieele Dagblad, 25 september 2021.

Second opinion Economische Visie Haarlem

Beperkte toename van het aantal banen De afgelopen tien jaar is vergelijkenderwijs de ontwikkeling van het aantal banen in Haarlem niet erg sterk. Het aantal banen neemt over deze hele periode met slechts 1.500 banen toe, een toename van 2,2 procent (figuur 2.6). In de regio Zuid-Kennemerland neemt het aantal banen met 1 procent af (900 banen minder). Haarlem is de centrumstad in de regio Zuid-Kennemerland. Dat kan een sterkere banenontwikkeling in Haarlem dan in de regio verklaren. De ontwikkeling van het aantal banen in de gemeente Haarlemmermeer (24.600 banen erbij, een toename van 16 procent) en in regio Groot-Amsterdam (164.000 banen erbij, een toename van bijna 20 procent) is sterker dan in de gemeente Haarlem. In de kortere periode 2013 tot 2018 werd volgens de Economische Verkenningen MRA 2020 de werkgelegenheidsgroei in Zuid-Kennemerland aangedreven door de sectoren Informatie en communicatie, Horeca en Overige zakelijke diensten. Ook nam de werkgelegenheid relatief sterk toe in Onderwijs, Vervoer en opslag, Cultuur, sport en recreatie en Detailhandel.18 In de MRA wordt uitgegaan van scenario’s over de werkgelegenheidsgroei: van 0,7 procent per jaar (0scenario) tot 1,2 procent per jaar (hoog) voor de komende twintig jaar. In alle scenario’s is de banengroei in Amsterdam hoger dan gemiddeld in de MRA.

Voor Haarlem gaat het 0-scenario uit van een kleine jaarlijkse afname van de werkgelegenheid en het scenario hoog van een jaarlijkse groei van 0,2 procent. Omdat vanwege de populariteit van Haarlem als woonplaats er kansen zijn om ook het aantal banen substantiëler te laten toenemen, is in de Plabeka-actualisatie een gevoeligheidsanalyse doorgerekend met een extra banengroei van 0,5 procent per jaar. In het hoge scenario, in de gevoeligheidsanalyse, en vanwege de additionele overloop vanuit Amsterdam, worden er tekorten geraamd in kantoren en is er ruimte nodig voor circulaire economie.19 14

_________ 18

Metropoolregio Amsterdam, Economische Verkenningen MRA 2020, blz. 143.

19

In de analyse van de STEC-groep wordt als een ontwikkelrichting voor het behoud van de woon-werkbalans geschetst dat er kansen zijn voor Haarlem om in te zetten op de service-economie, wastemagement, reparatie en revisie. Bij een maximale intensivering zal hiervoor 96.750 m2 ruimte nodig zijn per 1.000 circulaire banen. Deze activiteiten zijn niet of nauwelijks mogelijk in gemengde woonwerkgebieden. EvertJan de Kort, Juriën Poulussen en David van Doesburg, Werken aan een toekomstige economie. Onderzoek als ‘bouwsteen’ voor de Economische Visie Haarlem, STEC Groep, Arnhem, blz. 5; Joost Hagens en Miles Copping, Actualisatie vraagraming MRA, Bureau Buiten, 6 juni 2019, blz. 9, 75 en 79. In de studie De Westas als circulaire werkplaats voor de provincie wordt voor de vier materiaalstromen: bouw- en sloopmaterialen, biomassa, warmte en CO2 een ruimtebehoefte geraamd van 100 tot 160 ha. Het ligt niet voor de hand dat Haarlem en Zuid-Kennemerland veel ruimte hebben voor deze circulaire materiaalstromen. Martijn Kamps, Pieter van Exter en Tamara Streefland, De Westas als circulaire werkplaats. Ruimtelijke randvoorwaarden voor een circulaire economie, Metabolic, 12 oktober 2018, blz. 73. Het ligt veel meer voor de hand dat Haarlem zich specialiseert in kennisintensieve upcyclingactiviteiten die vooral kantoorruimte vragen.

Second opinion Economische Visie Haarlem

Figuur 2.6 Ontwikkeling aantal banen 2008-2019 in Haarlem, benchmarkgemeenten, regio Zuid-Kennemerland, regio Groot-Amsterdam, provincie en Nederland in procenten

Bron: CBS - Statline

Wat zijn de oorzaken van de zwakke banenontwikkeling in Haarlem Van 1996 tot en met 2019 neemt het aantal banen in bijvoorbeeld Amersfoort toe met 64 procent, in Leiden met 47 procent, in Delft met 32 procent, in Zaanstad met 22 procent en in Haarlem met slechts 8 procent.20 Wat is hiervan de oorzaken of wat zijn hiervan de oorzaken? Geen ruimte? Weinig aantrekkelijk ondernemingsklimaat? Zwakke sectorstructuur? Te weinig diversiteit? Ontbreken van een universiteit? Weinig ambitieus ondernemerschap? Et cetera. Deze vraag doet zich vooral ook voor omdat in de Nederlandse steden een sterke samenhang bestaat tussen het percentage

15

hoogopgeleiden (human capital) en de banengroei. Waarom onttrekt Haarlem − met de vele hoogopgeleiden − zich aan dit beeld? In welke type banen heeft in Haarlem de afgelopen kwart eeuw de banengroei of het banenverlies plaatsgevonden? Is het economische succes van de regio in termen van werkgelegenheid zichtbaar in Amsterdam en Haarlemmermeer en niet in Haarlem? In het second opinion kunnen deze vragen niet allemaal beantwoord worden. Net zoals zij in de EVH niet zijn beantwoord. Integreren van het “onbenutte arbeidspotentieel” in de reguliere arbeidsmarkt In 2019 ontvangen in Haarlem 2.120 inwoners een WW-uitkering, 3.630 inwoners een bijstandsuitkering (tot AOW-leeftijd) en 6.970 inwoners een arbeidsongeschiktheidsuitkering. In totaal 12.720 inwoners van Haarlem die niet (wit) werken, langs de kant staan, niet meedoen en een uitkering hebben. Gerelateerd aan de beroepsbevolking van 89.000 personen is dat een “onbenut arbeidspotentieel” van 14,3 procent (figuur 2.8). Voor de regio Zuid-Kennemerland betreft het 16.660 uitkeringsgerechtigden; 13,7 procent van de beroepsbevolking in Zuid-Kennemerland (122.000 inwoners). Het “onbenutte arbeidspotentieel” in Haarlem is in vergelijking met de benchmarkgemeenten, Nederland, de provincie en de regio Groot-Amsterdam niet zeer hoog.

Tegelijkertijd blijkt uit de vergelijking dat het “onbenutte arbeidspotentieel” in de regio Zuid-Kennemerland, Delft, Breda, Leiden en Haarlemmermeer lager ligt dan in Haarlem. De opgave wordt nog indringender als rekening wordt gehouden met de 1,1 miljoen Nederlanders die wel willen werken of meer uren willen werken en deels niet in een uitkering zitten.21 Als een deel hiervan toegevoegd wordt aan de berekende 14,3 procent dan loopt het “onbenutte arbeidspotentieel” in Haarlem tegen de 17 à 18 procent aan; ongeveer 16.000 inwoners.

_________ 20 21

Zie hoofdstuk 4 en bijlage 4. CBS, Gezocht, niet beschikbaar, Dashboard beroepsbevolking 4e kwartaal 2020 niet seizoens-gecorrigeerd, 16 februari 2021.

Second opinion Economische Visie Haarlem

Het grote onbenutte arbeidspotentieel, de grote vraag naar vakbekwaam personeel in een aantal groeiende sectoren (zorg, techniek, ICT), de vele openstaande, soms onvervulbare vacatures, duiden om een kwalitatieve mismatch tussen vraag en aanbod van arbeid. Gezien de zeer beperkte verwachte toename van de potentiële beroepsbevolking in Haarlem en de rem op economische groei en ontwikkeling die hierdoor gaat ontstaan, is het verstandig om dit “onbenutte arbeidspotentieel” beter te gaan mobiliseren. Als de gemeente het “onbenutte potentieel” niet veel beter weet te mobiliseren, dan verdwijnt − als de beroepsbevolking niet toeneemt − werk naar het buitenland, neemt de automatisering toe (en het verlies van banen) of nemen buitenlandse arbeidsmigranten de arbeidsplaatsen (nog) vaker in. Figuur 2.7 Aantal uitkeringsgerechtigden in procenten van de beroepsbevolking in 2019 in Haarlem, regio ZuidKennemerland, regio Groot-Amsterdam, provincie en Nederland in procenten

16 Bron: Platform31 op basis van CBS, Statline (regionale kerncijfers, arbeidsdeelname en uitkeringsontvangers per soort uitkering). Aantal uitkeringsgerechtigden is het personen met een uitkering voor werkloosheid, bijstand tot AOW-leeftijd en voor arbeidsongeschiktheid samengevoegd.

Arbeidsparticipatie In Haarlem een relatief hoge arbeidsparticipatie in vergelijking met de benchmarkgemeenten De bruto arbeidsparticipatie − het werkende deel van de bevolking van 15 tot 75 jaar inclusief de werklozen − steeg tussen 2010 en 2020 van 71,9 procent naar 73,0 procent. Omdat de potentiële beroepsbevolking (15 tot 75 jaar) ruimer is gedefinieerd dan de bevolking tot de pensioengerechtigde leeftijd (15 t/m ongeveer 67 jaar) is de maximale te bereiken netto-arbeidsparticipatie (excl. werklozen) in de ‘potentiële’ beroepsbevolking lager dan 100 procent (in 2019 ongeveer 86 procent). 22 Tussen de gemeenten zijn er grote verschillen in arbeidsparticipatie. Tussen 2010 en 2020 nam de arbeidsparticipatie vooral toe bij vrouwen (veelal in deeltijd). Het sterkst onder de groep 55-65-jarige vrouwen. Ook bij mannen in dezelfde leeftijdsgroep was er sprake van een sterke stijging. Voor mannen tussen 25 en 45 jaar was de arbeidsdeelname opmerkelijk genoeg in 2020 lager dan in 2010. 23 In Haarlem is de arbeidsparticipatie relatief hoog (figuur 2.8).

_________ 22

Metropoolregio Amsterdam, Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam 2020, blz. 46. Tussen de bruto- arbeidsmarktparticipatie

23

In 2020 daalde de arbeidsdeelname bij zowel mannen als vrouwen, maar vooral bij jonge mannen en vrouwen tot 25 jaar. De

(incl. werkloosheid) en netto-arbeidsparticipatie (excl. werkloosheid) zit in 2019 globaal drieprocentpunt. arbeidsdeelname bij de jonge mannen daalde met 3,2 procentpunt ten opzichte van 2019, bij jonge vrouwen met 2,4 procentpunt. CBS, Arbeidsparticipatie naar leeftijd en geslacht, Den Haag, 2020.

Second opinion Economische Visie Haarlem

Figuur 2.8 Bruto arbeidsparticipatie in 2020 in Haarlem, regio Zuid-Kennemerland, regio Groot-Amsterdam, provincie en Nederland in procenten

Bron: CBS-Statline

Ook een relatief lage werkloosheid in Haarlem De werkloosheid is relatief laag. Er mag derhalve vanuit een afname van de werkloosheid geen grote bijdrage aan een groter arbeidsaanbod verwacht worden. Al ligt het in Haarlemmermeer, de regio ZuidKennemerland, Nederland en in ’s-Hertogenbosch de werkloosheid nog lager (figuur 2.9). Figuur 2.9 Werkloosheidspercentage in 2020 in Haarlem, benchmarkgemeenten, regio Zuid-Kennemerland, regio Groot-Amsterdam, provincie en Nederland (in procenten)

17

Bron: CBS - Statline

Ook vanuit het beter mobiliseren van de jongeren die noch een opleiding volgen noch werken mag in Haarlem geen grote bijdrage verwacht worden voor een groter arbeidsaanbod. De internationale term voor deze groep jongeren is NEETs: Not in Employment, Education or Training.24 Het aandeel NEETs is in Haarlem hoger dan gemiddeld in Nederland en in de regio Zuid-Kennemerland. Toch is het aandeel NEET’s in Haarlem niet erg verontrustend (figuur 2.10).

_________ 24

Koos van Dijken, Ruud Dorenbos en Pieter Ros, Jongeren (weer) activeren. Van ‘uit beeld’ naar ‘aan de slag’, Platform31, Den Haag, oktober 2019; Centraal Bureau voor de Statistiek, NEETs jongeren die geen opleiding volgen en niet werken, Nieuwsbericht, 16 april 2018.

Second opinion Economische Visie Haarlem

Figuur 2.10 NEET’s (jongeren zonder werk en onderwijs) per 10.000 inwoners van 15 tot 27 jaar in 2017 in Haarlem, benchmarkgemeenten, regio Zuid-Kennemerland, regio Groot-Amsterdam, vergelijkbare gemeenten naar grootte en mate van verstelijking, de provincie en Nederland

Bron: waarstaatjegemeente.nl

Arbeidsproductiviteit De ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit is de belangrijkste bron voor economische groei. Over een langere periode gemeten is de economische groei in Zuid-Kennemerland zeer bescheiden (figuur 2.11). Dit is een indicatie dat de arbeidsproductiviteitsontwikkeling óók zeer bescheiden is. Hieraan kunnen 18

argumenten ontleend worden om in het economisch beleid van Haarlem in te zetten op méér technologie, creativiteit, vernieuwing en innovatie. Figuur 2.11 Ontwikkeling BBP (marktprijzen) van 2000 tot en met 2019 in procenten (links) ontwikkeling BBP per inwoner van 2000 tot en met 2019 in procenten (rechts) in regio Zuid-Kennemerland, overige regio’s (Corop en Corop-plus), provincie Noord-Holland en Nederland

Bron: CBS – Statline (regionale kerncijfers, nationale rekeningen)

De kwaliteit van en variatie in het onderwijs draagt in belangrijke mate bij aan de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit. Goed opgeleide werknemers, permanente educatie, om-, her- en bijscholing en Leven lang Ontwikkelen zijn een belangrijke sleutel voor economisch succes. Verzuim en voortijdig het onderwijs verlaten, hebben als gevolg dat leerlingen zonder diploma, of met een lager diploma, het onderwijs verlaten, hun potentiële capaciteiten daardoor minder kunnen benutten en gedurende hun hele arbeidzame leven tegen barrières aanlopen. Op relatief verzuim en het percentage voortijdig schoolverlaters scoort Haarlem gemiddeld ten opzichte van de benchmarkgemeenten (figuur 2.12).

Second opinion Economische Visie Haarlem

Figuur 2.12 Relatief verzuim per 1.000 leerlingen in 2019 (links) en percentage voortijdig schoolverlaters totaal (vo & mbo) in 2019 (rechts) in Haarlem, benchmarkgemeenten, gemiddelde van de zeer sterk verstedelijkte gemeenten, gemiddelde van de gemeenten met tussen 100.000 en 300.000 inwoners, provincie Noord-Holland en Nederland

Bron: waarstaatjegemeente.nl. Relatief verzuim is als een jongere wel op een school staat ingeschreven maar gedurende een bepaalde tijd de lessen/praktijk verzuimt; veelvuldig te laat komen, kan ook hiertoe worden gerekend. Voortijdig schoolverlaters is het percentage van het totaal aantal leerlingen van het VO en MBO (12 tot 23 jaar) dat voortijdig, d.w.z. zonder startkwalificatie het onderwijs verlaat.

Het opleidingsniveau van ouders, herkomst, verblijfsduur moeder in Nederland, wel of niet in de schuldsanering en het gemiddelde opleidingsniveau van de moeders op school voorspellen het risico op onderwijsachterstanden van een kind. Dit risico is in Haarlem relatief laag (figuur 2.13). Figuur 2.13 Risico op onderwijsachterstanden in 2017 voor peuters (links) en basisschoolleerlingen (rechts) in Haarlem, benchmarkgemeenten, gemiddelde van de zeer sterk verstedelijkte gemeenten, gemiddelde van de gemeenten met tussen 100.000 en 300.000 inwoners, provincie Noord-Holland en Nederland 19

Bron: waarstaatjegemeente.nl. Peuters zijn alle kinderen woonachtig is een gemeente in de leeftijd van 2½ tot vier jaar (op peilmoment 1 oktober 2017).

2.5 Ondernemerschap als dynamische factor Relevante landelijke trends en ontwikkelingen In tijden met grote veranderingen (digitalisering, technologische vernieuwingen, energietransitie, transitie naar een circulaire economie, coronacrisis, e.d.) dragen ondernemerschap, nieuwe kleine bedrijven en nieuwe toetreders het meest bij aan economische groei en vernieuwing. Los daarvan zorgen jonge ondernemingen voor veertig procent van de nieuwe werkgelegenheid ongeacht de conjunctuur.25 Toch is een sterke toename van het aantal jonge en kleine bedrijven niet zonder meer goed voor innovatie en productiviteit. De ondernemerschapsparadox in Nederland is dat aantal nieuwe

_________ 25

Mirjam van Praag en Roy Thurik, “Canon deel 4: ondernemerschap”, in: Economisch Statistische Berichten (ESB), jrg. 97, nr. 4644, 28 september 2012, blz. 580 – 583; Irma Tems, Lisa van de Voort en Pieter Waasdorp, “De overheid als partner in het entrepreneurial ecosysteem”, in: ESB dossier Ecosystemen voor ondernemen, jrg. 99, nummer 4698S, 20 november 2014, blz. 61.

Second opinion Economische Visie Haarlem

bedrijven en zelfstandigen de laatste decennia enorm gegroeid, maar dat dit niet heeft geleid tot de verwachte toename van innovatie en productiviteit.26 Voor het versterken van de concurrentiepositie, economische groei, banencreatie, het kunnen investeren in buitenlandse markten, productiviteitsontwikkeling en goed betaalde banen zijn vooral innovatieve ondernemers nodig.27 Kenmerken van het ondernemerschap in Haarlem Hoe staat het ondernemerschap in Haarlem? Er is bovengemiddeld sprake van ondernemerschap. De toename van het aantal vestigingen van 2016 tot en met 2020 is bovengemiddeld. Het betreft vooral een toename van kleine bedrijven (0-9 werknemers) en zzp’ers (figuur 2.14). Het aantal oprichtingen minus het aantal opheffingen (figuur 2.15) is gemiddeld. Het aantal snelgroeiende bedrijven is laag en het aantal exporterende bedrijven (figuur 2.16) is gering. Figuur 2.14 Toename aantal vestigingen van 2016 t/m 2020 in procenten in Haarlem, benchmarkgemeenten, regio Zuid-Kennemerland, regio Groot-Amsterdam, provincie en Nederland

20

Bron: Stichting LISA

_________ 26

Erik Stam, “Ecosystemen voor ambitieus ondernemerschap”, in: ESB dossier Ecosystemen voor ondernemen, jrg. 99, nummer 4698S, 20 november 2014, blz. 6; Pim den Hertog e.a., Innoveren en ondernemen met beleid. Analytische achtergrondstudie van de beleidsdoorlichting artikel 12 (innovatie) en 13 (ondernemingsklimaat) ministerie van Economische Zaken, Utrecht, maart 2015, blz. 65.

27

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, MKB-actieplan, Den Haag, juni 2018; Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Vernieuwend mkb heeft toekomst. MKB-actieplan Voortgangsrapportage 2020, Den Haag, oktober 2020; Pim den Hertog e.a., Innoveren en ondernemen met beleid. Analytische achtergrondstudie van de beleidsdoorlichting artikel 12 (innovatie) en 13 (ondernemingsklimaat) ministerie van Economische Zaken, Utrecht, maart 2015; Rijksoverheid, Rijksoverheid stimuleert innovatie (website).

Second opinion Economische Visie Haarlem

Figuur 2.15 Aantal oprichtingen minus aantal opheffingen per 1.000 vestigingen in 2019 in Haarlem, benchmarkgemeenten, regio Zuid-Kennemerland, regio Groot-Amsterdam, vergelijkbare gemeenten naar grootte, vergelijkbare gemeenten naar mate van verstedelijking, provincie en Nederland

Bron: waarstaatjegemeente.nl

Figuur 2.16 Aantal snelgroeiende bedrijven per 1.000 vestigingen in 2019 (links) en percentage exporterende bedrijven in procenten in 2019 (rechts) in Haarlem, benchmarkgemeenten, regio Zuid-Kennemerland, regio GrootAmsterdam, vergelijkbare gemeenten naar grootte, vergelijkbare gemeenten naar mate van verstedelijking, provincie en Nederland

21

Bron: waarstaatjegemeente.nl. Snelgroeiende bedrijven zijn bedrijven die voor een periode van drie achtereenvolgende jaren een gemiddelde jaarlijkse groei kennen van 10 procent of meer, gemeten in aantal werknemers. Aan het begin van de periode moet het bedrijf minimaal 10 werknemers hebben.

Ondernemerschap komt ook tot uiting in het aantal zzp’ers en de verdiensten van de zzp’ers. Omdat zzp’ers zich graag vestigen en werkzaam zijn in een aantrekkelijke woongemeente nabij een grote stad verbaast het niet dat Haarlem veel zzp’ers heeft en de regio Zuid-Kennemerland zelf relatief nog weer meer (figuur 2.17).28

_________ 28

Ruud Dorenbos, Barbara Heebels en Joost van Hoorn, Zzp’ers in de G32-steden. Analyse, duiding en beleidsaanpakken, Platform31, Den Haag, 2016.

Second opinion Economische Visie Haarlem

Figuur 2.17 Zzp’ers in procenten van het aantal banen in 2019 in Haarlem, benchmarkgemeenten, regio ZuidKennemerland, regio Groot-Amsterdam, vergelijkbare gemeenten naar grootte, vergelijkbare gemeenten naar mate van verstedelijking, provincie en Nederland

Bron: waarstaatjegemeente.nl

De gemiddelde opbrengsten van de zzp’ers in Haarlem is gemiddeld terwijl het percentage zzp’ers met een laag inkomen relatief hoog is (figuur 2.18). Figuur 2.18 Gemiddeld inkomen van zzp’ers (x 1.000 euro) in 2018 (links) en percentage zzp’ers met een laag inkomen (< € 15.000) in 2018 (rechts) in Haarlem, benchmarkgemeenten, regio Zuid-Kennemerland, regio GrootAmsterdam, vergelijkbare gemeenten naar grootte, vergelijkbare gemeenten naar mate van verstedelijking, provincie en Nederland 22

Bron: waarstaatjegemeente.nl

2.6 Toename van cyber- en ondermijnende criminaliteit Ondernemerschap, en bijgevolg ook de banenontwikkeling, wordt ook beïnvloed door de mate waarin het in de gemeente schoon, heel en veilig is. Relevante landelijke trends en ontwikkelingen De traditionele, geregistreerde vorm van criminaliteit (inbraken, diefstallen, overvallen, straatroven, geweldsmisdrijven) neemt overal af. Ook de veiligheidsbeleving van inwoners verbetert. Daar staat tegenover een sterke toename van de cybercriminaliteit en een omvangrijke ondermijnende criminaliteit. Beide vormen van criminaliteit bedreigen de ontwikkeling van de legale vormen van bedrijvigheid.29

_________ 29

Zie bijlage 5.

Second opinion Economische Visie Haarlem

Haarlem een relatief veilige gemeente met in beperkte mate verdere verbeteringen De objectieve veiligheid is in de afgelopen vijf jaar gestegen; het aantal woninginbraken, straatroven en mishandelingen is flink gedaald. Het grootste deel van de Haarlemmers voelt zich (heel) veilig in Haarlem; 78 procent van de Haarlemmers vindt Haarlem een (heel) veilige stad en 79 procent voelt zich in de eigen woonbuurt (zeer)veilig.30 Te hard rijden en rommel op straat zijn de belangrijkste vormen van overlast in de eigen buurt. De sociale cohesie is in Haarlem relatief hoog en de buurtverloedering scoort met het rapportcijfer 6,1 relatief goed. De Haarlemse winkelgebieden zijn in de vorige periode van het Integraal Veiligheids- en Handhavingsbeleid (2013-2017) relatief veiliger geworden. Het aantal fietsendiefstallen, overvallen en registraties van zakkenrollerij neemt af. De voornaamste overlast wordt ervaren van afval, fietsen en scooters in de voetgangersgebieden en hinderlijk gestalde fietsen. Van de inwoners vindt 75 procent de binnenstad van Haarlem (zeer) veilig.31 Ook op het bedrijventerrein de Waarderpolder Haarlem Business Park is het totale aantal incidenten en misdrijven in deze periode afgenomen. Diefstallen uit auto’s is het meest voorkomende delict. Daarnaast is onrechtmatige bewoning een thema dat in de Waarderpolder Haarlem Business Park speelt.

Er zijn, ondanks de intensieve monitoring, enkele signalen van ondermijning aanwezig.32 Ook in vergelijking met de benchmarkgemeenten blijkt dat Haarlem een relatief veilige gemeente is (figuur 2.19).33 Figuur 2.19 Totaal misdrijven per 10.000 inwoners 2e kwartaal 2021 (links) en dimensie ‘veiligheid’ Leefbaarometer (afwijking Nederlandse gemiddelde) in 2018 (rechts) in Haarlem, benchmarkgemeenten, regio Zuid-Kennemerland, regio Groot-Amsterdam, vergelijkbare gemeenten naar grootte, vergelijkbare gemeenten naar mate van verstedelijking, provincie en Nederland 23

Bron: waarstaatjegemeente.nl. De score van de gemeente op de dimensie ‘veiligheid’ van de Leefbaarometer is afgezet tegen het landelijk gemiddelde. De gemiddelde score is gesteld op 0.

De sociale veiligheid (overlast en onveiligheidsgevoelens) verbetert van 2014 op 2019 niet erg sterk in Haarlem (figuur 2.20). Of de geringe verbetering de afgelopen jaren te verklaren is door het reeds hoge niveau van sociale veiligheid, de sterke sociale cohesie of door beleid dat niet zo succesvol is, valt niet zonder meer te verklaren. Overlast is het geheel van door burgers ervaren incidenten en verschijnselen (fysieke verloedering, sociale overlast en verkeersoverlast) die niet direct zijn te categoriseren als misdrijven volgens het strafrecht. De index voor onveiligheidsgevoelens bestaat uit de vragen of de respondent zich wel eens onveilig voelt, of de respondent zich wel eens onveilig voelt in de buurt, of de

_________ 30

Gemeente Haarlem, Inwonerspeiling (Omnibus) 2020 over veiligheid.

31

Idem.

32

In Waarderpolder Haarlem Business Park zorgt het parkmanagement voor 14 uur beveiliging doordeweeks en 24 uur beveiliging in de weekenden. De gemiddelde responstijd is drie minuten. Elke inschrijving in de Kamer van Koophandel wordt benaderd en bezocht. Daardoor is er waarschijnlijk in beperkte mate sprake van ondermijning.

33

De Rekenkamercommissie Haarlem voert in 2021 een onderzoek uit naar de veiligheid in Haarlem. De resultaten zijn nog niet beschikbaar.

Second opinion Economische Visie Haarlem

respondent zich ’s avonds thuis vaak onveilig voelt en of de respondent zich ’s avonds op straat vaak onveilig voelt. Figuur 2.20 Verbetering in sociale veiligheid in 2019 ten opzichte van 2015 (2014 = 100) index overlast (links) en index onveiligheidsgevoelens (rechts) in Haarlem, benchmarkgemeenten, regio Zuid-Kennemerland, regio GrootAmsterdam, vergelijkbare gemeenten naar grootte, vergelijkbare gemeenten naar mate van verstedelijking, provincie en Nederland

Bron: waarstaatjegemeente.nl

In alle grote steden moet rekening gehouden worden met drugscriminaliteit (zowel productie als handel) en een toename van het aantal incidenten met gevaarlijke stoffen vanwege de productie van synthetische drugs in woonwijken, kelderboxen en garages. In Haarlem is verder onder andere sprake van woon-en adresfraude, de aanwezigheid van Outlaw Motorcycle Gangs (OMG’s), malafide bedrijvigheid en witwassen.34 Als gekeken wordt naar twee indicatoren van ondermijning (drugsdelicten 24

en hacken) dan scoort Haarlem relatief goed op ondermijning (figuur 2.21). Figuur 2.21 Ondermijning: drugsdelicten per 10.000 inwoners in 2020 (links) en ondermijning: slachtoffers van hacken per 100 inwoners in 2019 (rechts) in Haarlem, benchmarkgemeenten, regio Zuid-Kennemerland, regio Groot-Amsterdam, vergelijkbare gemeenten naar grootte, vergelijkbare gemeenten naar mate van verstedelijking, provincie en Nederland

Bron: waarstaatjegemeente.nl

Met gegevens uit de City Deal Zicht op Ondermijning komt kwantitatieve informatie beschikbaar over de personen, branches en transacties per gemeente die kwetsbaar zijn voor ondermijnende activiteiten.35

_________ 34

Gemeente Haarlem, Raadsstuk 2018/814461 (Integraal Veiligheids- en Handhavingsbeleid 2019-2022).

35

Dashboard Zicht op Ondermijning: https://www.zichtopondermijning.nl. Na de invoering van een vergunningplicht voor autoverhuurbedrijven in Tilburg (één van de kwetsbare branches) stopte negentien van de dertig bedrijven. Hans Boutellier, Casper Hermans en Femke van de Plas, Ontspoorde vrijheid. Over de maatschappelijke betekenis van ondermijning en het belang van een onorthodoxe aanpak daarvan, Den Haag, 2019, blz. 42.

Second opinion Economische Visie Haarlem

2.7 Veranderingen in het mobiliteitsgedrag Relevante landelijke trends en ontwikkelingen De toename van de bevolking, de buitenlandse migratie, de sterke toename van het aantal (eenpersoons)huishoudens, de groeiende groep vitale ouderen, de groei van de economie, de globalisering en specialisatie, en de toename van het aantal deeltijdbanen zorgen voor een groei van het aantal verplaatsingen. Daarbij wordt het mobiliteitsgedrag steeds gevarieerder. De ontwikkeling is om mobiliteitsvraagstukken meer in samenhang met de verstedelijkingsvraagstukken aan te pakken. Daarbij is de trend om in te zetten op knooppuntontwikkeling, het nabij brengen van wonen en werken, en om in te zetten op gedragsbeïnvloeding.36 Sterke pendel in en tussen de gebieden in de MRA De aantrekkelijkheid van de stad wordt mede bepaald door de kwaliteit van de verkeers- en vervoersverbindingen. Immers de nabijheid van vele banen (in de gemeente én in de regio) en de reismogelijkheden naar deze banen maken een stad aantrekkelijk.37 Met goede verbindingen (meerdere modaliteiten, kwaliteit, frequentie) kunnen meer Haarlemmers makkelijk naar banen elders pendelen en kunnen inwoners van andere gemeenten makkelijker naar banen in Haarlem pendelen. In de nationale en internationale connectiviteit is ook een belangrijke vestigingsplaatsfactor.

Er is sprake van een sterke onderlinge verbinding van de arbeidsmarkten van de deelregio’s in de MRA. Daardoor is onder andere de werkloosheid in Zuid-Kennemerland bijzonder laag, maar is er ook sprake van forse woon-werkpendelstromen in de MRA. Met de groeiende woon-werkpendel neemt de druk op het mobiliteitssysteem toe, met meer files, drukke treinen en stations, en dreigende verkeersinfarcten als gevolg. Dit vraagt om een schaalspong. Voor Haarlem zijn specifieke problemen de capaciteits- en doorstromingsproblemen in het stedelijk wegennet en de tekortschietende betrouwbaarheid van de openbaar vervoer verbinding tussen Haarlem en Amsterdam. Vanuit

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12264937/1