20210594210 2. Bijlage 1 Taxatierapport (openbare versie)
Tekst van het document
Tevens zullen kopieën worden verstrekt van ___ de inkoopfacturen die betrekking hebben op de door de VVE betaalde en aan die ___________________________________ Eigenaar doorberekende omzetbelasting. ________________________________________________________________ Artikel 17 _____________________________________________________________ Wanbetaling
13
G eh ei m
_ 17.1 Indien een Eigenaar de door hem aan de VVE verschuldigde bijdragen als bedoeld _____ in Artikel 15.3 en/of Artikel 16.3 en/of Artikel 56.6 en/of boetes niet binnen een ___ maand nadat het bedrag opeisbaar is geworden aan de VVE heeft voldaan, is hij zonder dat enige ingebrekestelling is vereist in verzuim en is hij over dat bedrag, van __ de datum van opeisbaarheid af, een rente verschuldigd, berekend op basis van de __ wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, met een minimum van tien euro (€ __ 10,=) of zoveel meer als de Vergadering jaarlijks mocht vaststellen. Het Bestuur is __________________________________________ bevoegd dit bedrag te matigen. __________________________________________ Artikel 45 is niet van toepassing. _______ 17.2 Indien een Eigenaar het bedrag van zijn definitieve bijdrage niet binnen zes _ maanden na verloop van de termijn als bedoeld in Artikel 16.4 heeft voldaan, wordt zijn schuld omgeslagen over de andere Eigenaars in de onderlinge verhouding als is ____ bepaald in de volgende volzin van dit Artikel 17.2, ongeacht de maatregelen die ___ jegens de nalatige Eigenaar kunnen worden genomen en onverminderd het recht ____ van verhaal van de andere Eigenaars op eerstgenoemde.
De in de vorige volzin __ bedoelde verhouding is de verhouding als bepaald in Artikel 8, met dien verstande _ dat de in dat Artikel bedoelde breukdelen worden gewijzigd zodanig dat de noemer _ voor de breukdelen gelijk is aan de som van de tellers van de breukdelen van de in ________________________________ de vorige volzin bedoelde andere Eigenaars. _ 17.3 Een Eigenaar is verplicht alle door de VVE gemaakte kosten, die van rechtskundige _____ bijstand daaronder begrepen, voor het verhalen van het door hem aan de VVE _____________ verschuldigde, zowel in als buiten rechte, aan de VVE te vergoeden. ________________________________________________________________ Artikel 18 ______________________________________ Gemeenschappelijk Appartementsrecht _ Voor het geval een Appartementsrecht aan meer Eigenaars gezamenlijk toebehoort, zijn _ die Eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de verplichtingen die uit de gerechtigdheid tot _ dat Appartementsrecht voortvloeien, tenzij het gezamenlijk toebehoren een gevolg is van ________________________________________________________ een Ondersplitsing. _________________________________________________________ E.
Verzekeringen ________________________________________________________________ Artikel 19 ___________________________________________________________ Verzekeringen __ 19.1 Met inachtneming van het bepaalde in artikel 19 van het Reglement Hoofdsplitsing __ is het Bestuur verplicht tot het zonodig aangaan van een aanvullende verzekering _ tegen water-, storm-, brand- en ontploffingsschade (opstalverzekering). Het Bestuur ___ dient tevens een verzekering af te sluiten voor de wettelijke aansprakelijkheid die ____ kan ontstaan voor de VVE en voor de Eigenaars als zodanig. De Vergadering is ___ daarnaast bevoegd te besluiten tot het aangaan van verzekeringen tegen andere ________ gevaren, zoals ter dekking van de aansprakelijkheid van een bestuurder of __ commissaris. Indien het een aanvullende verzekering betreft, dient deze te worden ____________ aangegaan bij dezelfde verzekeraar als waarbij de het bestuur van de ______________________________ Hoofdvereniging de verzekering is aangegaan. _ 19.2 De Vergadering stelt het bedrag van de verzekeringen vast. Het verzekerde bedrag __ dient wat de opstalverzekering betreft overeen te stemmen met de herbouwkosten ________ van het gedeelte van het Gebouw waarop het Hoofdappartementsrecht het ____ uitsluitend recht van gebruik geeft.
De vraag of deze overeenstemming bestaat, ___________ dient periodiek gecontroleerd te worden in overleg met de verzekeraar. _ 19.3 Verzekeringsovereenkomsten worden afgesloten door het Bestuur ten name van de _ VVE en ten behoeve van de gezamenlijke Eigenaars en mede ten behoeve van de ___ VVE. Het Bestuur is daartoe, voor zover het betreft de in de eerste zin van Artikel __ 19.1 bedoelde verzekeringen, slechts bevoegd indien het bepaalde in Artikel 19.5 ______________________________________________________ wordt nageleefd.
14
G eh ei m
19.4 De Eigenaars dienen de uit hoofde van de verzekeringsovereenkomsten als bedoeld ____ in de eerste zin van Artikel 19.1 uit te keren schadepenningen, indien deze een __ bedrag gelijk aan één procent van de verzekerde waarde van het gedeelte van het Gebouw waarop het Hoofdappartementsrecht het uitsluitend recht van gebruik geeft _ te boven gaan, te doen plaatsen op een voor de financiering van het herstel van de _________ schade krachtens besluit van de Vergadering door het Bestuur te openen __ afzonderlijke rekening ten name van de VVE. Deze gelden dienen steeds bestemd _ te blijven voor het herstel of de wederopbouw, onverminderd artikel 5:136, lid 4 BW. __ In geval van toepassing van het bepaalde in artikel 5:136, lid 4 BW zal, indien een Eigenaar zich heeft schuldig gemaakt aan een daad of verzuim die krachtens de wet ____ of de verzekeringsvoorwaarden gehele of gedeeltelijke ongehoudenheid van de ______ verzekeraar tot uitkering van de schadepenningen tot gevolg zou hebben, de ___ uitkering van het aandeel van de desbetreffende Eigenaar dienen te geschieden ____________________________________________________ aan de verzekeraar.
19.5 Het Bestuur dient ervoor te zorgen, dat de verzekeringsovereenkomsten als bedoeld _______ in de eerste zin van Artikel 19.1 (opstalverzekeringen) de volgende clausule ____________________________________________________________ bevatten: ___ “Zolang de eigendom van (dan wel een beperkt recht op) het verzekerde gebouw _ gesplitst is in appartementsrechten, gelden de volgende aanvullende voorwaarden. Een daad of verzuim van een eigenaar van een appartementsrecht, welke krachtens _ de wet of de verzekeringsvoorwaarden gehele of gedeeltelijke ongehoudenheid van _______ ondergetekenden tot uitkering van de verzekeringspenningen tot gevolg zou __________________ hebben, laat de uit deze polis voortvloeiende rechten onverlet. ______ Niettemin zal de verzekeraar in zodanig geval gerechtigd zijn, mits zij voor de ___________ uitkering de wens daartoe te kennen heeft gegeven, een aandeel in de ____ schadepenningen overeenkomende met het aandeel waarin de desbetreffende eigenaar in de gemeenschap gerechtigd is, van deze terug te vorderen. In geval van __ toepassing van artikel 5:136, lid 4 BW zal de uitkering van het aandeel in bedoeld _____________ geval in plaats van aan de eigenaar geschieden aan de verzekeraar.
_____ Gaat de verschuldigde uitkering een bedrag gelijk aan elfduizend driehonderd ___ vijfenveertig euro (€ 11.345,=) te boven, dan geschiedt zij op de wijze te bepalen _______ door de vergadering van eigenaars, zulks blijkende uit een door het bestuur ______________________ gewaarmerkt afschrift van de notulen van de vergadering. _____ Door uitkering overeenkomstig de voorwaarden dezer polis zal de verzekeraar ______________________ tegenover alle belanghebbenden volledig zijn gekweten”. __ 19.6 In geval door de Vergadering in overleg met de Vergadering van de Hoofdsplitsing besloten wordt tot herstel of herbouw, is het bepaalde in artikel 5:136, leden 2 tot en _ met 4 BW en artikel 5:138 BW van toepassing, met dien verstande dat uitkering van ____ het aan iedere Eigenaar toekomende aandeel in de verzekeringspenningen aan _________ deze in de in artikel 5:136, lid 4 BW bedoelde gevallen slechts zal kunnen ____________ geschieden met toestemming van degenen die op het desbetreffende _________________________ Appartementsrecht een recht van hypotheek hebben. __ 19.7 Indien de schadepenningen niet toereikend blijken te zijn voor herstel of herbouw, _ draagt iedere Eigenaar bij in het tekort, in de verhouding als bedoeld in Artikel 10.1, _________ onverminderd het verhaal op degene die voor de schade aansprakelijk is.
19.8 Iedere Eigenaar is bevoegd een aanvullende verzekering te sluiten. In het geval van een verandering in het Privé-gedeelte als bedoeld in artikel 5:119 BW is het Bestuur _______ tot het sluiten van een aanvullende verzekering verplicht. Iedere Eigenaar is verplicht het Bestuur onverwijld van een verandering in het Privé-gedeelte schriftelijk _____ of per e-mail in kennis te stellen. Leidt de verandering tot een wijziging van de ____ verzekeringspremie dan komt het verschil voor rekening van de desbetreffende
15
G eh ei m
____________________________________________________________ Eigenaar. _ 19.9 Leidt het gebruik van een Privé-gedeelte tot verhoging van de verzekeringspremie, ___________ dan komt die verhoging voor rekening van de desbetreffende Eigenaar. _______ F. Gebruik, beheer en onderhoud van de Gemeenschappelijke Gedeelten en ________________________________________________ Gemeenschappelijke Zaken ________________________________________________________________ Artikel 20 _______ Onderhoud Gemeenschappelijke Gedeelten en Gemeenschappelijke Zaken _ 20.1 De VVE voert het beheer over en draagt de zorg voor het onderhoud en herstel van _____________ de Gemeenschappelijke Gedeelten en Gemeenschappelijke Zaken. _ 20.2 Bij Huishoudelijk Reglement kunnen het gebruik, het beheer en het onderhoud van __ de Gemeenschappelijke Gedeelten en Gemeenschappelijke Zaken nader worden ____________________________________________________________ geregeld. ________________________________________________________________ Artikel 21 __________ Gebruik Gemeenschappelijke Gedeelten en Gemeenschappelijke Zaken __ 21.1 Iedere Eigenaar en Gebruiker heeft het medegebruik van de Gemeenschappelijke _______ Gedeelten en Gemeenschappelijke Zaken volgens de bestemming daarvan.
Iedere Eigenaar en Gebruiker is verplicht de nodige zorgvuldigheid in acht te nemen _____ met betrekking tot de Gemeenschappelijke Gedeelten en Gemeenschappelijke _ Zaken, ook wanneer die zich in zijn Privé-gedeelte bevinden. Hij mag geen inbreuk _____ maken op het recht van medegebruik van de andere Eigenaars en Gebruikers. __ 21.2 In afwijking van het in Artikel 21.1 bepaalde kan de VVE krachtens een besluit van __________ de Vergadering dat tot stand gekomen is met de in Artikel 56.4 vermelde ___ meerderheid, Gemeenschappelijke Gedeelten en/of Gemeenschappelijke Zaken ___ krachtens overeenkomst aan een Eigenaar of een derde in gebruik geven, al dan ________________ niet tegen een door de Vergadering te bepalen vergoeding, mits: _ a. de andere Eigenaars en Gebruikers hierdoor niet onredelijk worden beperkt in ___ het gebruik en genot van hun Privé-gedeelte en/of hun medegebruik van de _______ Gemeenschappelijke Gedeelten en/of Gemeenschappelijke Zaken; en __ b. de ingebruikgeving kan worden beëindigd door opzegging met inachtneming _____ van een overeen te komen termijn van ten hoogste zes maanden na een _ daartoe door de Vergadering genomen besluit genomen met de in Artikel 56.4 _____________________________________________ vermelde meerderheid.
__ Aan de toestemming tot ingebruikgeving kunnen ook andere voorwaarden worden ___________________________________________________________ verbonden. 21.3 In geval van ingebruikgeving als bedoeld in Artikel 21.2 van een Gemeenschappelijk _______ Gedeelte en/of Gemeenschappelijke Zaak geldt het in Artikel 23.4 bepaalde ____________________________________________________________ onverkort. ________________________________________________________________ Artikel 22 ___________________________________________ Uitleg Akte en splitsingstekening ____ 22.1 In geval van twijfel over de uitleg van de Akte dient, in het uiterste geval door de __ rechter, te worden vastgesteld welke uitleg naar objectieve maatstaven het meest _ aannemelijk is, waarbij slechts acht mag worden geslagen op de gegevens die voor ______ derden uit of aan de hand van de Akte kenbaar zijn en voorts rekening wordt ________________________________________________________ gehouden met: ____ de aan de Akte te ontlenen aanwijzingen, en met hetgeen daaruit valt af te _ leiden omtrent de bedoeling van degene(n) die tot Splitsing of wijziging van de _________________________________________ Splitsing is/zijn overgegaan; ____ de rechtsgevolgen waartoe de mogelijke interpretaties van de Akte zouden __________________________________________________________ leiden; de feitelijke situatie van het Gebouw en/of de Grond,
waarbij kennisneming van de situatie ter plaatse van belang kan zijn voor de beantwoording van de vraag
16
G eh ei m
___ welke uitleg het meest aannemelijk is indien de onderdelen van de Akte die __ voor verschillende uitleg vatbaar zijn, verwijzen naar feitelijke kenmerken van ______________________________________ het Gebouw en/of de Grond; en ____________ de overige uit de rechtspraak eventueel voortvloeiende normen. __________ 22.2 Indien de tekst van de Akte in combinatie met de tot de Akte behorende ___ splitsingstekening geen uitsluitsel geeft over de vraag of een bepaalde ruimte tot _____ een Privé-gedeelte of een Gemeenschappelijke Ruimte behoort, kan er niet op _ voorhand van worden uitgegaan dat hetzij de tekst van de Akte hetzij de tot de Akte ______ behorende splitsingstekening de bedoeling van degene(n) die tot Splitsing of _ wijziging van de Splitsing is/zijn overgegaan juist weergeeft. De inhoud van de Akte ___ dient te worden vastgesteld op de in Artikel 22.1 beschreven wijze, waarbij mede rekening wordt gehouden met de gedetailleerdheid waarin de betreffende gedeelten ____ zijn omschreven in de tekst van de Akte en zijn weergegeven op de tot de Akte ____________________________________________ behorende splitsingstekening. _ 22.3 Kopteksten zijn in het Reglement slechts ingevoegd voor het leesgemak en zijn niet _________________ van invloed op de inhoud van de hierin opgenomen bepalingen.
________________________________________________________________ Artikel 23 _______________________________________ Gebruik Gemeenschappelijke Ruimten _ 23.1 Iedere Eigenaar en Gebruiker is verplicht zich te onthouden van luidruchtigheid, het _ onnodig verblijf in de Gemeenschappelijke Ruimten en het plaatsen van voertuigen ________________ of andere voorwerpen op plaatsen die hiervoor niet zijn bestemd. _ Het stallen en/of laden en lossen ten behoeve van bevoorrading is niet toegestaan. __ 23.2 De Gemeenschappelijke Ruimten mogen niet worden gebruikt voor het ophangen ______ van schilderijen, afbeeldingen of andere voorwerpen, en het aanbrengen van ________________________________________________ decoraties en dergelijke. ___ 23.3 De Vergadering kan toestemming verlenen tot het verrichten van handelingen die ________________________ afwijken van het bepaalde in de Artikelen 23.1 en 23.2. ___ 23.4 Het is niet toegestaan om op enigerlei wijze, in strijd met de ter plaatse geldende __ veiligheidsvoorschriften, de doorgang via de Gemeenschappelijke Ruimten, in het ________ bijzonder vluchtwegen, te belemmeren, bijvoorbeeld door het plaatsen van voorwerpen of andere obstakels (zoals kinderwagens, fietsen en andere voertuigen, _______________________________________ vuilniscontainers en bloembakken).
__ 23.5 De afvoer van vuilnis dient te geschieden overeenkomstig de ter plaatse geldende _____ richtlijnen en voorts overeenkomstig de besluiten van de Vergadering en/of het ________ Bestuur en met inachtneming van het eventuele Huishoudelijk Reglement. Het deponeren en opslaan van afvoer op galerijen, gangen of in trappenhuizen en/of _____________________ andere Gemeenschappelijke Gedeelten is niet toegestaan. ____ 23.6 De Eigenaars en Gebruikers hebben zonder toestemming van het Bestuur geen _______ toegang tot de Gemeenschappelijke Ruimten waarin zich de centrale (nuts_______________________________________________ )voorzieningen bevinden. ________________________________________________________________ Artikel 24 _________________ Verbodsbepalingen Gebouw en Gemeenschappelijke Gedeelten 24.1 Ook indien daarvoor geen wijziging van de Akte is vereist, is iedere op-, aan-, onder__________ of bijbouw door een Eigenaar zonder voorafgaande toestemming van de _________________________________________________ Vergadering verboden. 24.2 De kosten van aanleg, onderhoud, herstel en vernieuwing van een op-, aan-, onder___ of bijbouw, ook indien deze door natrekking bestanddeel wordt van het Gebouw, _ komen ten laste van de Eigenaar van het Appartementsrecht ten behoeve waarvan ______________________________________ de op-, aan-, onder- of bijbouw strekt.
Schade als gevolg van de op-, aan-, onder- of bijbouw alsmede de extra premies die _________ ter zake van de eventuele verzekering van de op-, aan-, onder- of bijbouw
17
G eh ei m
_ verschuldigd zijn, komen voor rekening en risico en derhalve ten laste van de in de ______________ vorige zin bedoelde Eigenaar respectievelijk diens rechtsopvolgers. ________ 24.3 Het zichtbaar aanbrengen in of aan het Gebouw dan wel op de Grond van ________ naamborden, reclameaanduidingen, uithangborden, zonweringen, wind- en __________ terrasschermen, rolluiken, zonnepanelen, boilers, vlaggen, spandoeken, ____ bloembakken, schijnwerpers, (schotel-)antennes, antennes van zendamateurs, ____ alarminstallaties, luchtbehandelings- en koelinstallaties, en in het algemeen van uitstekende voorwerpen, alsmede het in het zicht hangen van wasgoed, mag slechts ___ geschieden met toestemming van de Vergadering of volgens regels te bepalen in __ het Huishoudelijk Reglement. Het in de vorige zin bepaalde geldt mede voor de tot _______________________________ de Privé-gedeelten behorende buitenruimten. _ 24.4 De Eigenaars en Gebruikers mogen zonder toestemming van de Vergadering geen veranderingen aanbrengen in de Gemeenschappelijke Gedeelten, ook als deze zich _____________________________________________ in Privé-gedeelten bevinden.
________________________________________________________________ Artikel 25 _______________________________________ Veranderingen in constructie Gebouw _ 25.1 De Eigenaars en Gebruikers mogen zonder toestemming van de Vergadering geen _ verandering aanbrengen waardoor het architectonisch uiterlijk of de constructie van __ het Gebouw gewijzigd wordt. De toestemming kan niet worden verleend indien de ____ hechtheid van het Gebouw door de verandering in gevaar kan worden gebracht. _ 25.2 In afwijking van het in Artikel 24.4 en 25.1 bepaalde is de Eigenaar die gerechtigd is _____ tot twee of meer direct horizontaal en/of verticaal aan elkaar grenzende Privé__ gedeelten, na verkregen toestemming van het Bestuur, bevoegd om de tussen die ___________ Privé-gedeelten aanwezige (gemeenschappelijke) scheidingswand(en), _ respectievelijk (gemeenschappelijke) vloer(en) geheel of gedeeltelijk te verwijderen _____ en/of - indien zodanige wanden, dan wel vloer(en) (nog) niet zijn aangebracht ______ verwijderd te houden, mits deze scheidingswand(en), dan wel vloer(en) geen _______________ dragende functie heeft/hebben in de constructie van het Gebouw.
________ Deze bevoegdheid eindigt zodra de Eigenaar niet meer gerechtigd is tot de ___ desbetreffende aan elkaar grenzende Privé-gedeelten, in welk geval de Eigenaar _ gehouden is de begrenzing van de desbetreffende Privé-gedeelten te brengen in de oorspronkelijke toestand door het (her)plaatsen van de scheidingswand(en) dan wel _ vloer(en) in een zoveel mogelijk gelijkwaardige technische uitvoering als de overige ____________ scheidingswanden dan wel vloer(en) van genoemde Privé-gedeelten. _____________ Van het voornemen tot het verwijderen van dergelijke niet dragende _____ scheidingswand(en) dan wel vloer(en) en in geval van (her)plaatsing, dient het Bestuur vooraf door de desbetreffende Eigenaar(s) schriftelijk of per e-mail in kennis _____________________________________________________ te worden gesteld. ______ Het Bestuur kan nadere eisen stellen ten aanzien van het verwijderen van de __ scheidingswand(en) dan wel vloer(en) en het (her-)plaatsen ervan voor wat betreft ____________________________________ afwerking, kwaliteit en (geluids-)isolatie. __ De desbetreffende Eigenaar en diens rechtsopvolgers zijn hoofdelijk aansprakelijk _________________________ voor de nakoming van het in dit Artikel 25.2 bepaalde.
___ 25.3 Voor zover de in Artikel 25.2 bedoelde aan elkaar grenzende Privé-gedeelten bij __ dezelfde Gebruiker in gebruik zijn, terwijl de betreffende Appartementsrechten aan ___ twee of meer Eigenaars toebehoren, kan het Bestuur ontheffing van de in Artikel 25.2 bedoelde gehoudenheid tot (her-)plaatsing van de scheidingswand(en) dan wel ____________________________________________ scheidingsvloer(en) verlenen. ________________________________________________________________ Artikel 26 ____________________________ Toestemming, bedoeld in de Artikelen 23, 24 en 25 _ Toestemmingen en ontheffingen als bedoeld in de Artikelen 24 en 25, kunnen uitsluitend
18
G eh ei m
___________ worden verleend na vooraf verkregen goedkeuring van de Hoofdvereniging. _____ Aan het geven van toestemming of ontheffing, bedoeld in de Artikelen 23, 24 en 25, ______ kunnen voorwaarden worden verbonden. Toestemmingen en ontheffingen kunnen _______________________________________ worden gewijzigd en worden ingetrokken. __ De in de Artikelen 23, 24 en 25 bedoelde toestemmingen of ontheffingen mogen niet op __ onredelijke gronden worden geweigerd, gewijzigd of ingetrokken, noch kunnen aan het ______________________ verlenen daarvan onredelijke voorwaarden worden verbonden. _______________________ G. Gebruik, beheer en onderhoud van de Privé-gedeelten ________________________________________________________________ Artikel 27 ___________________________________________________ Gebruik Privé-gedeelten __ 27.1 De Appartementsrechten A-4 en A-5 hebben de bestemming: commerciële ruimte. _________ Iedere Eigenaar en Gebruiker is verplicht het Privé-gedeelte te gebruiken _ overeenkomstig de daaraan in de Akte gegeven bestemming, welke bestemming in _ overeenstemming dient te zijn met het bepaalde in de Akte van Hoofdsplitsing.
Een gebruik dat afwijkt van de in de Akte gegeven bestemming en niet bij het Reglement of het Reglement Hoofdsplitsing is verboden, is slechts geoorloofd met toestemming __ van de Vergadering, onverminderd eventuele andere privaat- of publiekrechtelijke _________________________________________________________ beperkingen. _ 27.2 Het is niet toegestaan in het Privé-gedeelte een beroep of bedrijf uit te oefenen of te _______ doen uitoefenen dat in strijd is met de goede zeden, waaronder mede wordt verstaan het gelegenheid geven tot het beroepsmatig uitoefenen of doen uitoefenen ___ van het gokspel, de prostitutie en het produceren en/of verkopen van verdovende ____________________________________________________________ middelen. _ 27.3 Een besluit van de Vergadering tot het verlenen van de toestemming als bedoeld in _ Artikel 27.1 dan wel 27.2 dient te worden genomen met de in Artikel 56.4 vermelde __ meerderheid. Een dergelijk besluit kan pas worden genomen na vooraf verkregen __ goedkeuring van de Hoofdvereniging. Een dergelijk besluit kan bovendien slechts ________________________________________________ worden genomen indien: ____ a. het betreffende gebruik niet in strijd is met het publiekrecht en/of eventuele ________________________________________ verplichtingen jegens derden; _ b.
de andere Eigenaars en Gebruikers hierdoor niet onredelijk worden beperkt in _________________________ het gebruik en genot van hun Privé-gedeelte; en ______ c. het van de Akte afwijkende gebruik door een besluit van de Vergadering _ genomen met de in Artikel 56.4 vermelde meerderheid kan worden beëindigd, zodanig dat het betreffende Privé-gedeelte weer overeenkomstig de daaraan in _ de Akte gegeven bestemming gebruikt dient te worden binnen een termijn van ____ ten minste drie (3) en ten hoogste zes (6) maanden na het daartoe door de _______________________________________ Vergadering genomen besluit. __ 27.4 Bij Huishoudelijk Reglement kan het gebruik, het beheer en het onderhoud van de _________ Privé-gedeelten nader worden geregeld. Daarbij kunnen tevens regels ter ___ voorkoming van geluidshinder of andere vormen van hinder worden opgenomen. ___ Het gebruik, het beheer en het onderhoud van de Privé-gedeelten dient voorts te ___ geschieden met inachtneming van het bepaalde in het Reglement Hoofdsplitsing.
_______________________________________________________________ Artikel 27a ______ Gebruik van de Privé-gedeelten in verband met beheer en onderhoud van de __________________________________________________ koel /ventilatie-installatie ___ Ter zake het hebben, houden en vernieuwen van koel- en ventilatieinstallaties en/of _ afzuiginstallaties door de Eigenaars en Gebruikers van het hoofdappartemensrecht met index A-2 op het dak van het Gebouw (onderdeel van het Privégedeelte van het _____ hoofdappartementsrecht met index A-1) is in het Reglement Hoofdsplitsing de ________________________________________ navolgende bepaling opgenomen:
19
___ De Eigenaars en Gebruikers van het Appartementsrecht met index A -2 _____ zijn bevoegd om op de aan deze akte gehechte tekening (niet zijnde ___ splitsingstekening, gedateerd dertig september tweeduizend negentien ______ (30-09-2019), met kenmerk: “nummer B11-01 de dato 03-04-2019, _____ gewijzigd de dato 30-09-2019 met referentie 1480”) schetsmatig met _______ streeparcering aangeduide locaties op het dak (onderdeel van het _____ Privégedeelte van het Appartementsrecht met index A-1) voor eigen rekening en risico een koel- en ventilatieinstallaties en/of afzuiginstallaties ___ te hebben, houden en vernieuwen, mits deze Eigenaars en Gebruikers ___ uitsluitend omtrent de uitvoering van de (wijze van) plaatsing van deze ___ installaties een schriftelijk akkoord hebben ontvangen van de Eigenaar __ van het Appartementsrecht met index A-1 nadat partijen overleg hebben _____________________________________________________ gevoerd. ___ Indien met inachtneming van het voorgaande (een) koel- en ventilatie_______ installatie(s) en/of (een) afzuiginstallatie(s) wordt/worden of is/z ijn ________________________ aangebracht, dan geldt tevens het volgende: _______ I. het aanbrengen daarvan, alsmede het onderhoud, herstel en _ eventuele vervanging zal geschieden voor rekening en risico van de _ Eigenaars en Gebruikers van het Appartementsrecht met index A -2; II.
het hebben en houden van (een) koel- en ventilatie-installatie(s) en/of ____ (een) afzuiginstallatie(s) is slechts toegestaan indien de koel - en _____ ventilatie-installatie(s) en/of afzuiginstallatie(s) voor wat betreft _ geluidsproductie en het veroorzaken van trillingen vo ldoet(n) aan de ____ geluidsvoorschriften als genoemd in het activiteitenbesluit of een _ vergelijkbare regeling dat geldt op het moment van realisatie van de _ betreffende koel- en ventilatie-installatie(s) en/of afzuiginstallatie(s), ______________________________________________________ en _____ III. mocht uit een door een onafhankelijke deskundige op te stellen _________________________________ expertiserapport blijken dat: ______ a. (een gedeelte van) het dak waarop die koel- en ventilatie___ installatie(s) en/of afzuiginstallatie(s) is/wordt aangebracht; of ________________ b. de onder dat dak gelegen waterkerende laag, ____________________ moet worden vervangen, geldt het volgende: ____ I. de Eigenaars en Gebruikers van het Appartementsrecht met ____ index A-2 zijn verplicht hun medewerking te verlenen aan de __ (tijdelijke) verwijdering van die koel- en ventilatie-installatie(s) ________________________________ en/of afzuiginstallatie(s); ______ II.
de kosten voor het verwijderen van die koel- en ventilatie_ installatie(s) en/of afzuiginstallatie(s) zijn voor de Eigenaars en _________ Gebruikers van het Appartementsrecht met index A-2; _______ III. de Eigenaars zullen zich ten opzichte van elkaar er voor inspannen dat de werkzaamheden die aan de hiervoor bedoelde ___ werkzaamheden zijn verbonden, zo spoedig als redelijkerwijs __ gezien de omstandigheden mogelijk, op de voor ieder van hen __ minst bezwarende wijze en in overleg met elkaar plaatsvinden. _ De Eigenaar en de Gebruikers van het Appartementsrecht met index A -1 _______ zijn verplicht te dulden dat de Eigenaars en de Gebruikers van de ________ Appartementsrecht met index A-2, op de voor de Eigenaar en de ___ Gebruiker van het Appartementsrecht met index A-1 minst bezwarende ________ wijze tussen zeven uur (7.00 uur) en twaalf uur (12.00 uur) en bij ___ dringende noodzaak ook buiten deze tijden, gebruik maken van de van
G eh ei m
“27a.1.
27a 2.
20
G eh ei m
_______ het Privé-gedeelte van het Appartementsrecht met index A-1 deel ___ uitmakende stijgpunten (entree’s en trappenhuizen) en gangen, hierna ____ gezamenlijk te noemen: de Stijgpunten, om te komen van en te gaan ________ naar de zich op het dak van het Gebouw bevindende in dit artikel ___ bedoelde koel- en ventilatieinstallaties en/of afzuiginstallatie(s), een en ______________________________ ander onder de volgende bepalingen: a. de Eigenaars en de Gebruikers van het Appartementsrecht met index __________ A-2 mogen uitsluitend gebruik maken van de Stijgpunten; _____________ b. het is aan de Eigenaar(s) en de Gebruiker(s) van het __ Appartementsrechten met index A-2 niet toegestaan zich langdurig dan wel onnodig op te houden in het Appartementsrecht met index A ______________________________________________________ 1; _ c. de Eigenaar(s) en de Gebruiker(s) van het Appartementsrechten met _________ index A-2 mogen uitsluitend te voet gebruik maken van het ____________________________ Appartementsrecht met index A-1; __ d. het is verboden om vuilnis, obstakels van welke aard ook of andere _____ zaken op dan wel nabij het Appartementsrecht met index A-1 te __ plaatsen, die het voormelde gebruik daarvan door de Eigenaars en ___________ de Gebruikers van het Appartementsrecht met index A-1 _____________________________________________ belemmeren; e.
het is de Eigenaars en de Gebruikers van het Appartementsrecht met ____ index A-2 bekend dat de Stijgpunten afgesloten kunnen worden. De Eigenaar van het Appartementsrecht met index A-1 draagt er zorg _ voor dat de Eigenaars en Gebruikers van het Appartementsrecht met _ index A-2 toegang verkrijgen tot de Stijgpunten na een daartoe tijdig ___ door de Eigenaars en Gebruikers van het Appartementsrecht met _______________ index A-2 aan de Eigenaar en Gebruiker(s) van het _ Appartementsrecht met index A-1 gedaan verzoek, zo nodig middels ______________________ het ter beschikking stellen van een sleutel. De Eigenaars en de Gebruikers van het Appartementsrecht met index ____ A-2 zijn verplicht een ter beschikking gestelde sleutel terstond na __ beëindiging van de verrichte werkzaamheden aan de Eigenaar van _____________ het Appartementsrecht met index A-1 terug te geven; _____ f. de Eigenaar en de Gebruiker(s) van het Appartementsrecht met __ index A-1 heeft op grond van de in dit Artikel vermelde verplichting ______ geen recht op vergoeding voor het gebruik van de Stijgpunten.
___ Schade die tengevolge van het gebruik maken van de Stijgpunten _ door de Eigenaars en de Gebruikers van het Appartementsrecht met ___ index A-2 ontstaat aan het Appartementsrecht met index A-1 dient _ door de Eigenaars en de Gebruikers van het Appartementsrecht met _ index A-2 aan de Eigenaar van het Appartementsrecht met index A-1 _______________________________________ te worden vergoed.”. ___________________ In de verhouding tussen de Eigenaars en Gebruikers van de ________________________ Onderappartementsrechten met indices A4 en A5 zijn: ___ a. de Eigenaars en Gebruikers van het Onderappartementsrecht met index A4 ________ wel gerechtigd tot het plaatsen van koel- en ventilatieinstallaties en/of ___ afzuiginstallaties conform de voorwaarden en bepalingen voortvloeiende uit ___________________________ artikel 27a van het Reglement Hoofdsplitsing; ___ b. de Eigenaars en Gebruikers van het Onderappartementsrecht met index A5 __________________________________________ hiertoe niet gerechtigd zijn. _______________________________________________________________ Artikel 27b
21
G eh ei m
_ Gebruik van de schacht, zijnde het Privé-gedeelte van het Appartementsrecht met ________________________________________________________________ index A-1 _________ Ter zake het plaatsen, hebben en houden van leidingen door de Eigenaars en _ Gebruikers van het hoofdappartementsrecht met index A-2 in de leidingschacht bestemd __ voor voorzieningen voor de afvoer en afzuiging (onderdeel van het Privégedeelte van __ het hoofdappartementsrecht met index A-1) is in het Reglement Hoofdsplitsing de ________________________________________ navolgende bepaling opgenomen: ___ “27b. 1. De Eigenaars en Gebruikers van het Appartementsrecht met index A-2 _ zijn bevoegd om in de beschikbare ruimte van de aan deze akte gehechte _____ tekening (niet zijnde splitsingstekening, gedateerd dertig september __ tweeduizend negentien (30-09-2019) met kenmerk: “nummer B11-01 de _ dato 03-04-2019, gewijzigd de dato 30-09-2019 met referentie 1480”) met __ stippellijn aangeduide leidingschacht, (onderdeel van het Privégedeelte ________ van het Appartementsrecht met index A-1), met een te gebruiken ___ oppervlakte zoals op de tekening is aangeduid en welke leidingschacht __ bestemd is voor voorzieningen voor de afvoer en afzuiging, leidingen te ____________________________________ plaatsen, hebben en houden. _ 27b 2.
De Eigenaar en de Gebruikers van het Appartementsrecht met index A -1 _______ zijn verplicht te dulden dat de Eigenaars en de Gebruikers van het ________ Appartementsrecht met index A-2, op de voor de Eigenaar en de ___ Gebruiker van het Appartementsrecht met index A-1 minst bezwarende ________ wijze, gebruik maken van voornoemde leidingschacht, mits deze ____ Eigenaars en Gebruikers uitsluitend omtrent de plaatsing , onderhoud, _____ vervanging en verwijdering van de leidingen een schriftelijk akkoord _ hebben ontvangen van de Eigenaar van het Appartementsrecht met index _________________________ A-1 nadat partijen overleg hebben gevoerd. 27b 3. De Eigenaars en de Gebruikers van het Appartementsrecht met index A-2 _______ zijn gehouden de brandwerende voorzieningen van de schacht te ____________________________________ handhaven en te waarborgen. ___ Indien en voorzover de schacht doorgang geeft aan de op de in artikel ___ 27a genoemde installaties, zijn de Eigenaars en de Gebruikers van het _ Appartementsrecht met index A-2 verplicht de waterdichte afwerking van _ het dak in stand te houden, te onderhouden en zo nodig te vernieuwen. ”.
___________________ In de verhouding tussen de Eigenaars en Gebruikers van de _ Onderappartementsrechten met indices A4 en A5 zijn de Eigenaars en Gebruikers van beide Onderappartementsrechten bevoegd om in de beschikbare ruimte van de _ leidingschacht (zoals omschreven in artikel 27b van het Reglement Hoofdsplitsing), _______ leidingen te plaatsen, te hebben en te houden, conform de voorwaarden en _______ bepalingen voortvloeiende uit artikel 27b van het Reglement Hoofdsplitsing. _ De Eigenaars en Gebruikers van de Onderappartementsrechten met indices A4 en _ A5 zullen over en weer elkaars leidingwerk in voornoemd gedeelte van de schacht ____________________________________________________________ gedogen. _____________________ Het leidingwerk dient zodanig geïnstalleerd te worden dat: a. de Eigenaars en Gebruikers van de Onderappartementsrechten met indices A4 _ en A5 ruimte overblijft voor het leidingwerk van de Eigenaar en Gebruiker van __________________________________ het andere Onderappartementsrecht; __________ b. het leidingwerk zo strak mogelijk tegen het plafond wordt geplaats; __ c. het leidingwerk geen overlast geeft in de zin van geluid, trillingen, lekkage en _______________________________________________________ dergelijke.
________________________________________________________________ Artikel 28 _________________________________ Gebruik Privé-gedeelten: overige bepalingen
22
G eh ei m
_ 28.1 De Eigenaars en Gebruikers mogen zonder toestemming van de Vergadering geen ____________________________________ open vuur-/haardinstallaties aanleggen. _ 28.2 Een ten tijde van het verlijden van de Akte bestaande situatie die in strijd is met het hiervoor in dit Artikel bepaalde dient te worden geduld. Zodra de betreffende situatie _____ na het verlijden van de Akte wordt vernieuwd, dient die nieuwe situatie met het __________ hiervoor in dit Artikel bepaalde in overeenstemming te worden gebracht. ________________________________________________________________ Artikel 29 _________________________________________________ Opslag gevaarlijke stoffen _ Opslag van andere dan voor normaal huishoudelijk gebruik bestemde (brand)gevaarlijke, ___ ontplofbare dan wel verontreinigende stoffen en/of materialen is uitsluitend geoorloofd ________ indien deze opslag geschiedt in het kader van de normale bedrijfsuitoefening en ________________ overeenkomstig de daartoe van toepassing zijnde wet- en regelgeving ________________________________________________________________ Artikel 30 _____________________ Onderhoud Privé-gedeelten. Gedoogverplichting. Diversen ___ 30.1 Iedere Eigenaar en Gebruiker is verplicht zijn Privé-gedeelte voor eigen rekening _________ behoorlijk te onderhouden.
Tot dat onderhoud behoort met name herstel, _ vernieuwing en vervanging van het schilder-, behang- en tegelwerk, het onderhoud ___ van de plafonds en van de afwerklagen van de vloeren, het stucwerk en de privé _____ binnendeuren (waaronder begrepen hang- en sluitwerk), het schoonhouden en _____ ontstoppen van alle sanitair en leidingen met uitzondering van de leidingen als ___________________________________________ bedoeld in Artikel 11.1 onder h. ___ Tot dat onderhoud behoort tevens het schilderwerk van die zijden van deuren en _______ raamkozijnen inclusief ramen als bedoeld in Artikel 12 (ii) onder d die zich in ___________ gesloten toestand aan de binnenzijde van het Privé-gedeelte bevinden. ________________ 30.2 Iedere Eigenaar en Gebruiker dient er voor zorg te dragen dat de Gemeenschappelijke Gedeelten die zich in zijn Privé-gedeelte bevinden te allen tijde ___________________________________________________ goed bereikbaar zijn. ___ 30.3 Indien voor het verrichten van een handeling met betrekking tot een ander Privé_ gedeelte of met betrekking tot een Gemeenschappelijk Gedeelte, de toegang tot of het gebruik van een Privé-gedeelte naar het oordeel van het Bestuur noodzakelijk is, ___ is iedere desbetreffende Eigenaar en Gebruiker verplicht de toegang te verlenen ____ respectievelijk het gebruik toe te staan.
Eventuele schade die hieruit voortvloeit, __ wordt door de Eigenaar van het andere Appartementsrecht respectievelijk de VVE _____________________________________________________________ vergoed. _ 30.4 De Eigenaars en Gebruikers zullen in voorkomend geval over en weer gedogen dat __ gebruik wordt gemaakt van hun Privé-gedeelte teneinde te kunnen vluchten via de ________________________________ zich in het Gebouw bevindende vluchtroutes. _ 30.5 De Eigenaars en de Gebruikers zijn verplicht een bestuurder of de door het Bestuur __ aan te wijzen personen toegang tot zijn Privé-gedeelte te verschaffen, wanneer dit __________________ voor de vervulling van de taak van het Bestuur noodzakelijk is. __ 30.6 Glasschade in of aan een Privé-gedeelte komt voor rekening van iedere betrokken __ Eigenaar en Gebruiker indien en voor zover er geen verzekering bestaat in de zin _ van Artikel 19 of van artikel 19 van de Hoofdsplitsing. Indien en voor zover wel een _________ zodanige verzekering bestaat, draagt het Bestuur zorg voor de reparatie. ________________________________________________________________ Artikel 31 _________________________________________________ Collectieve voorzieningen ___________ Iedere Eigenaar en Gebruiker is verplicht de collectieve voorzieningen en de _______ bijbehorende leidingen en overige werken als bedoeld in Artikel 11.1 te gedogen.
________________________________________________________________ Artikel 32 __________________________________________________________________ Risico ___ 32.1 Schade aan een Privé-gedeelte, met uitzondering van schade aan de zich daarin
23
G eh ei m
_ bevindende Gemeenschappelijke Gedeelten en/of Gemeenschappelijke Zaken (ook ___ die van de Hoofdsplitsing), is voor rekening en risico van de betrokken Eigenaar. _____ 32.2 Het in Artikel 32.1 bepaalde geldt niet voor schade die veroorzaakt is door een _ gebeurtenis die buiten het betrokken Privé-gedeelte heeft plaatsgehad. In dat geval ___ komt de schade aan het Privé-gedeelte voor rekening en risico van de Eigenaars gezamenlijk, onverminderd hun verhaal op degene die voor de schade aansprakelijk _ is. Voor glasschade in of aan een Privé-gedeelte geldt het bepaalde in Artikel 30.6. _______ 32.3 Schade aan de zich in de Privé-gedeelten bevindende Gemeenschappelijke _____ Gedeelten en/of Gemeenschappelijke Zaken is voor rekening en risico van de ___ Eigenaars gezamenlijk, onverminderd hun verhaal op degene die voor de schade _______________________________________________________ aansprakelijk is.
________________________________________________________________ Artikel 33 ______________________________ Tot de Privé-gedeelten behorende buitenruimten _ 33.1 Iedere Eigenaar en Gebruiker die recht heeft op het gebruik van een Privé-gedeelte _____ waartoe een tuin behoort is verplicht dit (deel van het) Privé-gedeelte voor zijn _______ rekening als tuin aan te leggen en te onderhouden met inachtneming van de ___ besluiten van de Vergadering en van het bepaalde in het eventuele Huishoudelijk __________ Reglement. Onder dit onderhoud is begrepen het onderhoud, herstel, de _ vernieuwing en vervanging van erfafscheidingen, bergruimten en schuren. Het in de _ vorige twee zinnen bepaalde geldt niet indien en voor zover uit de Akte blijkt dat de __ aanleg, het onderhoud, het herstel en de vernieuwing dan wel vervanging dient te ____________ geschieden door en/of voor rekening van de gezamenlijke Eigenaars. _____________ 33.2 Het is niet geoorloofd zonder toestemming van de Vergadering: __ a. opgaand hout in de buitenruimte te hebben waardoor het uitzicht van de _ andere Eigenaars of Gebruikers en het ontvangen van licht en lucht door ____ de ramen en openingen van het Gebouw zouden worden belemmerd; _________________________ b. opstallen in/op de buitenruimte te plaatsen; _____ c.
tegen de muren planten of heesters te laten groeien tot voorbij vijftig _ centimeter beneden het laagste raamkozijn van de eerste verdieping van _________________________________________________ het Gebouw; __ d. in een buitenruimte behorend tot het Privé-gedeelte in een houtkachel of __ op andere wijze een vuur te stoken. Tenzij het Huishoudelijk Reglement _ anders bepaalt, valt het barbecueën op houtskool, gas of elektriciteit niet ______________________________________________ onder dit verbod. ________________________________________________________________ Artikel 34 __________________________ Toestemming bedoeld in de Artikelen 27, 28, 29 en 33 ____ Toestemmingen en ontheffingen als bedoeld in de Artikelen 27.1, 27.2, 28, 29 en 33, __________ kunnen uitsluitend worden verleend na vooraf verkregen goedkeuring van de __________________________________________________________ Hoofdvereniging. _ Aan het verlenen van een toestemming als bedoeld in de Artikelen 27.1, 27.2, 28, 29 en __ 33 kunnen voorwaarden worden verbonden. Toestemmingen kunnen worden gewijzigd ___________________________________________________________ en ingetrokken.
_________________ De in de Artikelen 27.1, 27.2, 28, 29 en 33 bedoelde toestemmingen __ mogen niet op onredelijke gronden worden geweigerd, gewijzigd of worden ingetrokken ____ noch kunnen aan het verlenen daarvan onredelijke voorwaarden worden verbonden. ________________________________________________________________ Artikel 35 _______________________________ Nadere regeling in het Huishoudelijk Reglement ____ Het in de Artikelen 28 tot en met 33 bepaalde kan bij Huishoudelijk Reglement nader __________________________________________________________ worden geregeld. ___________ H. Het door een Eigenaar zelf in gebruik nemen van zijn Privé-gedeelte ________________________________________________________________ Artikel 36
24
G eh ei m
______________________________ Gebruik Privé-gedeelte door Eigenaar/Gebruiker ____ 36.1 Iedere Eigenaar en Gebruiker heeft het recht op het uitsluitend gebruik van zijn ________________________________________________________ Privé-gedeelte. __ 36.2 Het gebruik van een Privé-gedeelte is mede onderworpen aan het bepaalde in het _______________________________________________ Reglement Hoofdsplitsing. _________ I. Het in gebruik geven door een Eigenaar van zijn Privé-gedeelte aan een _______________________________________________________________ Gebruiker ________________________________________________________________ Artikel 37 _____________________________________________ Ingebruikgeving Privé-gedeelte __ 37.1 Een Eigenaar kan de aan zijn Appartementsrecht verbonden gebruiksrechten door ____ een ander laten uitoefenen, mits hij er voor zorgdraagt dat die ander het gebruik _______ slechts verkrijgt na ondertekening van en afgifte aan het Bestuur van een in ____ drievoud opgemaakte en gedagtekende verklaring dat hij de bepalingen van het Reglement en het eventuele Huishoudelijk Reglement, alsmede eventuele regels als _____ bedoeld in artikel 5:128, lid 1 BW, voor zover die op een Gebruiker betrekking hebben, zal naleven en deze drie (3) exemplaren van de verklaring door het Bestuur ____________________________________________ voor gezien zijn ondertekend.
___ Een Eigenaar wordt geacht aan het in de vorige zin bepaalde te hebben voldaan _ indien de in de vorige zin bedoelde verklaring van de Gebruiker is opgenomen in de _ overeenkomst waarbij het Privé-gedeelte met inbegrip van het medegebruik van de __ Gemeenschappelijke Ruimten en Gemeenschappelijke Zaken aan de Gebruiker is verhuurd of op andere wijze in gebruik is gegeven en een kopie of een uittreksel van ___ deze overeenkomst in drievoud aan het Bestuur ter hand is gesteld en deze drie _____________ kopieën of uittreksels door het Bestuur voor gezien zijn ondertekend. _ In afwijking van het bepaalde in de vorige zin kan het Bestuur met een Eigenaar als _ hiervoor in dit Artikel bedoeld ook andere afspraken maken ter waarborging van het __ belang dat degene die het gebruiksrecht uitoefent gebonden is aan de bepalingen ___ van het Reglement en het eventuele Huishoudelijk Reglement, en aan eventuele ______ regels als bedoeld in artikel 5:128, lid 1 BW, voor zover die op een Gebruiker ____________________________________________________ betrekking hebben.
______ 37.2 Van de in Artikel 37.1 bedoelde door het Bestuur voor gezien getekende drie __ exemplaren van de verklaring respectievelijk drie (3) kopieën of uittreksels van de ___ overeenkomst behoudt het Bestuur er één en geeft hij de andere twee af aan de _____________________________________ Eigenaar respectievelijk de Gebruiker. ____ Het Bestuur houdt een register van Gebruikers aan waarin is opgenomen welke _______ Gebruikers op grond van het bepaalde in Artikel 37.1 gebonden zijn aan het _____ Reglement en het eventuele Huishoudelijk Reglement, alsmede aan eventuele ______ regels als bedoeld in artikel 5:128, lid 1 BW, voor zover die op een Gebruiker ____________________________________________________ betrekking hebben. ___ 37.3 De in Artikel 37.1 bedoelde verklaring wordt geacht ook betrekking te hebben op _____ besluiten en bepalingen die na die verklaring worden genomen respectievelijk __ vastgesteld, tenzij een beroep op die besluiten en bepalingen jegens de Gebruiker _____ in strijd zou zijn met de redelijkheid en billijkheid. Artikel 5:128, lid 2 BW is van __________________________________________________________ toepassing.
______ 37.4 Het bepaalde in de voorgaande leden van dit Artikel is niet van toepassing op _ Gebruikers ten tijde van de totstandkoming van de Splitsing, tenzij de kantonrechter __________________________ op de voet van artikel 5:128, lid 2 BW anders beslist. ___ 37.5 Het Bestuur stelt de Gebruiker op de hoogte van iedere aanvulling of verandering _______ van het Reglement of het eventuele Huishoudelijk Reglement, alsmede van ____________________________ eventuele regels als bedoeld in artikel 5:128 BW. __ 37.6 Niettegenstaande de ingebruikgeving van een Privé-gedeelte aan een ander, blijft
25
G eh ei m
_ de Eigenaar aansprakelijk voor de verplichtingen die uit het Reglement voortvloeien en voor de gedragingen van de Gebruiker van zijn Privé-gedeelte, onverminderd het _ bepaalde in Artikel 45. De Eigenaar en de Gebruiker kunnen gezamenlijk schriftelijk ___ of per e-mail aan het Bestuur mededelen dat de door de Eigenaar verschuldigde _______ definitieve en voorschotbijdragen door de Gebruiker zullen worden voldaan, ___________________ onverminderd de verplichtingen van de Eigenaar tot betaling. _________ 37.7 Waar in dit Artikel wordt gesproken over het Reglement, het Huishoudelijk ___ Reglement en de regels als bedoeld in artikel 5:128 lid 1 BW, worden daaronder _______ mede begrepen het Reglement Hoofdsplitsing, het Huishoudelijk Reglement ___________ Hoofdsplitsing en de regels als bedoeld in artikel 5:128 lid 1 BW van de ________________________________________________________ Hoofdsplitsing. ________________________________________________________________ Artikel 38 ______________________________________________________ Borgtocht Gebruiker ___ 38.1 Het Bestuur kan te allen tijde verlangen dat de Gebruiker zich jegens de VVE als __ borg verbindt voor de Eigenaar, en wel voor de betaling van hetgeen die Eigenaar _________________ ingevolge het Reglement aan de VVE schuldig is of zal worden.
_____ 38.2 Voormelde borgtocht strekt zich slechts uit tot verplichtingen van de betrokken __ Eigenaar die opeisbaar worden na het tijdstip waarop per aangetekende brief door ____ het Bestuur aan de Gebruiker is medegedeeld dat de VVE van de in Artikel 38.1 ______ bedoelde bevoegdheid gebruik maakt. De Gebruiker is uit hoofde van de hier ___ bedoelde borgtocht per maand nimmer meer verschuldigd dan een bedrag gelijk ____ aan de geschatte maandelijkse huurwaarde van het betreffende Privé-gedeelte. ________________________________________________________________ Artikel 39 _______________________________________ Ontruiming Gebruiker en onbevoegde ________ 39.1 Een Eigenaar is verplicht er voor zorg te dragen dat zijn Privé-gedeelte niet ___ betrokken wordt door een Gebruiker die de in Artikel 37.1 bedoelde verklaring of ________________________________________ overeenkomst niet getekend heeft. _ 39.2 De Gebruiker die zonder de in Artikel 37 bedoelde verklaring getekend te hebben of _ zonder de in Artikel 38 bedoelde verplichting te zijn nagekomen een Privé-gedeelte __ betrokken heeft dan wel in gebruik houdt, kan door het Bestuur worden verwijderd ________________ en hem kan het gebruik van de Gemeenschappelijke Ruimten en _______________________________ Gemeenschappelijke Zaken worden ontzegd.
____ 39.3 Indien iemand zonder enige titel een Privé-gedeelte betrokken heeft, neemt het __ Bestuur tijdig alle noodzakelijke maatregelen die kunnen leiden tot ontruiming van _ het Privé-gedeelte. Ook de Eigenaar is verplicht tot het nemen van maatregelen tot __ ontruiming. Het Bestuur gaat niet tot ontruiming over dan nadat het de betrokkene _________________________________________ tot ontruiming heeft aangemaand. _____ Aan de betrokkene kan in ieder geval het gebruik van de Gemeenschappelijke ______________________ Ruimten en Gemeenschappelijke Zaken worden ontzegd. ___ 39.4 De kosten van ontruiming als bedoeld in dit Artikel en alle overige kosten die het _ Bestuur in dit verband moet maken, zijn voor rekening van de betreffende Eigenaar. ________________________________________________________________ Artikel 40 ____________________________________________________________ Ondergebruik __ De Artikelen 37, 38 en 39 zijn van overeenkomstige toepassing op de Gebruiker die zijn _____________________________________ rechten ontleent aan een andere Gebruiker. __________________________ J. Ontzegging van het gebruik van een Privé-gedeelte ________________________________________________________________ Artikel 41 __________________________________________ Ontzegging gebruik Privé-gedeelte _________________ 41.1 Aan de Eigenaar die zelf het recht van gebruik uitoefent en die: _ a.
de bepalingen van het Reglement, het eventuele Huishoudelijk Reglement, de __ eventuele regels bedoeld in artikel 5:128 BW of besluiten van de Vergadering
26
G eh ei m
___________________________________________ niet nakomt of overtreedt; ___ b. zich schuldig maakt aan onbehoorlijk gedrag jegens andere Eigenaars en/of ______________________________________________________ Gebruikers; __ c. door zijn aanwezigheid in het Gebouw aanleiding geeft tot ernstige verstoring __________________________________________ van de rust in het Gebouw; __________________ d. zijn financiële verplichtingen jegens de VVE niet nakomt; _______ kan door de Vergadering een waarschuwing worden gegeven dat, indien hij ondanks deze waarschuwing een of meer van de genoemde gedragingen verricht of ___ voortzet, de Vergadering kan overgaan tot de in Artikel 41.2 bedoelde maatregel. _______ 41.2 Worden een of meer van de in Artikel 41.1 bedoelde gedragingen nogmaals ________ gepleegd of worden deze voortgezet, dan kan de Vergadering besluiten tot ____ ontzegging van het gebruik van het Privé-gedeelte dat aan de Eigenaar toekomt __________ alsmede van het medegebruik van de Gemeenschappelijke Ruimten en __ Gemeenschappelijke Zaken. Deze ontzegging van het (mede)gebruik laat onverlet _______ dat de betreffende Eigenaar de verplichtingen voortvloeiende uit de wet, het __ Reglement, het eventuele Huishoudelijke Reglement, de eventuele regels bedoeld _________ in artikel 5:128 BW en de besluiten van de Vergadering dient na te leven.
__ 41.3 De Vergadering besluit niet tot het geven van een waarschuwing of tot ontzegging ______ van het gebruik dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de Eigenaar. De _ oproeping geschiedt tegelijkertijd met de bijeenroeping van de Vergadering, en wel _____ bij deurwaardersexploot of aangetekende brief met vermelding van de gerezen __ bezwaren. De Eigenaar kan zich ter vergadering doen vertegenwoordigen of doen _____________________________________________ bijstaan door een raadsman. _ 41.4 De in dit Artikel bedoelde besluiten moeten worden genomen met overeenkomstige __________________________________ toepassing van de Artikelen 56.4 en 56.5. _ 41.5 De in dit Artikel bedoelde besluiten worden door het Bestuur bij aangetekende brief _ ter kennis gebracht van de betreffende Eigenaar en van de houder(s) van het/de op ___ zijn Appartementsrecht rustende hypotheekrecht(en). De besluiten vermelden de _ gronden die tot de maatregel hebben geleid. De besluiten worden tevens ter kennis ____________________________ gebracht van het bestuur van de Hoofdvereniging. _ 41.6 Een besluit tot ontzegging van het hierboven bedoelde gebruik mag niet eerder ten _______ uitvoer worden gelegd dan na verloop van een maand na verzending van de ____ kennisgeving als bedoeld in Artikel 41.5.
Beroep op de rechter ingevolge artikel __ 5:130 BW schorst de tenuitvoerlegging van het genomen besluit, tenzij de rechter _______________________________________________________ anders bepaalt. _________ 41.7 Indien een Eigenaar zijn Privé-gedeelte in gebruik heeft gegeven aan een _____ Gebruiker, is het in de vorige leden bepaalde op de Gebruiker van toepassing ___ wanneer deze een gedraging verricht als bedoeld in Artikel 41.1 of indien hij niet ___ voldoet aan de financiële verplichtingen voortvloeiende uit de door hem gestelde ____________________________________________________________ borgtocht. ________ 41.8 Het in dit Artikel bepaalde laat onverlet het bepaalde in artikel 41.8 van het _______________________________________________ Reglement Hoofdsplitsing. __ 41.9 Indien een Ondereigenaar of de gebruiker van diens privé-gedeelte een gedraging _ verricht als bedoeld in Artikel 41.1 kan de Vergadering besluiten dat de vergadering van Ondereigenaars tegenover diegene die de overtreding begaan heeft een besluit ________ tot ontzegging van het gebruik als in Artikel 41.1 bedoeld moet nemen. De _ betreffende vergadering van Ondereigenaars is in dat geval verplicht een zodanige ______________ maatregel te nemen met toepassing van het in dit Artikel bepaalde.
__ 41.10 Het in dit Artikel bepaalde geldt eveneens ten aanzien van een Gebruiker die zijn _________________________________ rechten ontleent aan een andere Gebruiker. __ 41.11 Overal waar in dit Artikel wordt gesproken over het Reglement, het Huishoudelijk
27
G eh ei m
_ Reglement of een besluit van de Vergadering, wordt daaronder mede begrepen het ___________ Reglement Hoofdsplitsing, het Huishoudelijk Reglement Hoofdsplitsing ___________ respectievelijk een besluit van de Vergadering van de Hoofdvereniging. ______ K. Overdracht Appartementsrecht. Vestiging en overdracht beperkte rechten ________________________________________________________________ Artikel 42 ______________________________________________________________ Overdracht 42.1 Een Appartementsrecht kan worden overgedragen. Onder overdracht is in dit Artikel ___________________________ mede begrepen een levering ten titel van verdeling. _____ 42.2 In geval van overdracht is het Bestuur verplicht aan de met de levering van het _______ Appartementsrecht belaste notaris een aan de akte van levering te hechten ___________________________ verklaring af te geven, die een opgave inhoudt van: ____ a. hetgeen de Eigenaar op de dag van overdracht aan de VVE schuldig is ter _______ zake van de voorschotbijdragen en definitieve bijdragen als bedoeld in ___________ respectievelijk de Artikelen 15.2 en 16.3, die in het lopende of het _______ voorafgaande Boekjaar opeisbaar zijn geworden of nog zullen worden; ____ b.
hetgeen de Eigenaar op de dag van overdracht aan de VVE schuldig is ter ____ zake van de extra voorschotbijdragen als bedoeld in Artikel 56.6 die in het __ lopende of het voorafgaande Boekjaar opeisbaar zijn geworden of nog zullen _________________________________________________________ worden; ____________ c. de schulden van de VVE uit hoofde van door de VVE aangegane ________ overeenkomsten van geldlening waarvoor de Eigenaar op de dag van _________ overdracht aansprakelijk is, en het aandeel van de Eigenaar daarin; __ d. de omvang van het Reservefonds en het aandeel daarin van de Eigenaar; en ___ e. de andere schulden van de VVE dan die bedoeld in dit Artikel 42.2 onder c. 42.3 De oude en de nieuwe Eigenaar zijn jegens de VVE hoofdelijk aansprakelijk voor de ___________ met betrekking tot het overgedragen Appartementsrecht verschuldigde _ voorschotbijdragen en definitieve bijdragen als bedoeld in de Artikelen 15.2 en 16.3 _ en de extra (voorschot-)bijdragen als bedoeld in Artikel 56.6, die in het lopende of in _ het voorafgaande Boekjaar opeisbaar zijn geworden of nog zullen worden, met dien _____ verstande dat ter zake van de bijdragen die verschuldigd zijn op de datum van _____ overdracht geldt dat de nieuwe Eigenaar niet verder aansprakelijk is dan tot de __________________ bedragen die blijken uit de opgave als bedoeld in Artikel 42.2.
___ 42.4 Uitsluitend de nieuwe Eigenaar is aansprakelijk voor de schulden van de VVE uit _ hoofde van geldlening, voor zover de oude Eigenaar daarvoor aansprakelijk was en _____________ tot de bedragen die blijken uit de opgave als bedoeld in Artikel 42.2. _ 42.5 Uitsluitend de oude Eigenaar is aansprakelijk voor bijdragen die verschuldigd zijn in _ verband met schadevergoedingen die door de gezamenlijke Eigenaars als zodanig ___ verschuldigd zijn aan een van hen of aan een derde als gevolg van een rechtsfeit _________________ dat heeft plaatsgevonden in het tijdvak waarin hij Eigenaar was. ___ 42.6 Na overdracht van een Appartementsrecht moet de verkrijger daarvan onverwijld _____ schriftelijk of per e-mail mededeling doen aan het Bestuur, dat zorgdraagt voor ________________________ kennisgeving aan het bestuur van de Hoofdvereniging. ______ 42.7 Het Bestuur zorgt ervoor dat alle overeenkomsten die op naam staan van de _ gezamenlijke Eigenaars mede komen te staan op naam van de nieuwe Eigenaar en ____________________________ niet langer op naam staan van de oude Eigenaar. __ 42.8 Indien de VVE voor de eigendomsovergang een financiële bijdrage verschuldigd is __________________ aan de Beheerder, komt deze ten laste van de oude Eigenaar.