CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20210594210 2. Bijlage 1 Taxatierapport (openbare versie)

gemeenteraad 29 juni 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Verkoop Casablancastraat 22 commerciële bedrijfsruimte32.344 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

17 november 2020 Definitief 2018-1.0 A

Casablancastraat 22 2037 AZ Haarlem 6 november 2020 0392100000087996

Meetrapport NEN 2580:2007 en NEN 2580:2007/C1:2008 Versie 2018-1.0 - 17-11-2020

INHOUDSOPGAVE

1. UITGANGSPUNTEN 1.1 Type A 1.2 Niet toegankelijke ruimte(n) 1.3 Bron 1.4 Opmerkingen

G eh ei m

2. MEETCERTIFICAAT 3. MEETSTAAT

4. VLAKKENTEKENING

5. TERMEN EN DEFINITIES

Meetrapport NEN 2580:2007 en NEN 2580:2007/C1:2008 Versie 2018-1.0 - 17-11-2020

1. UITGANGSPUNTEN 1.1 Type A Gebouw bezocht? Gecontroleerd op ruimte gebruik? Maatvoering ter plaatse gecontroleerd? Glaslijncorrectie ter plaatse ingemeten? Ruimte(n) onder 1,5 h ter plaatse ingemeten?

Ja Ja Ja Ja Ja

1.2 Niet toegankelijke ruimte(n) Niet toegankelijke ruimte(n) Niet van toepassing

Bouwlaag -

Toelichting -

G eh ei m

1.3 Bron

Tekening A01-00 - BEGANE GROND

Onderdeel DO

Soort Bestek

Opsteller Snelders Architecten

Datum 13-12-2018

1.4 Opmerkingen

Meetrapport NEN 2580:2007 en NEN 2580:2007/C1:2008 Versie 2018-1.0 - 17-11-2020

G eh ei m

2. MEETCERTIFICAAT

Meetrapport NEN 2580:2007 en NEN 2580:2007/C1:2008 Versie 2018-1.0 - 17-11-2020

Meetcertificaat NEN 2580

Objectgegevens Adres: Postcode: Plaats:

Casablancastraat 22 2037 AZ Haarlem

Inspecteur Inspectiedatum: Inspecteur: Certificaatnummer:

6 november 2020 Dhr. A. Schepers 2037AZ22

G eh ei m

Type meetcertificaat ☒ Type A: Maatvoering en ruimtegebruik gebouw op locatie gecontroleerd.

☐ Type B: Maatvoering en ruimtegebruik gebouw niet op locatie gecontroleerd.

Meetgegevens

Bruto vloeroppervlakte (BVO) Verhuurbare vloeroppervlakte (VVO) Gebruiksoppervlakte (GO) Netto vloeroppervlakte (NVO)

255,98 m² 251,75 m² 249,03 m² 247,94 m²

Gebouwgebonden buitenruimte (overdekt) Gebouwgebonden buitenruimte (niet overdekt)

0,00 m² 0,00 m²

Verklaring

Dit meetcertificaat is opgesteld volgens de beginselen van de NTA 2581:2011 “Opstellen van meetrapporten volgens NEN 2580”. Duresta Real Estate Solutions B.V. verklaart dat de gemeten oppervlakten zijn vastgesteld conform de NEN 2580:2007 en NEN 2580:2007/C1:2008. Opgemaakt te Eindhoven op 17 november 2020

Dhr. Ing. A. Schepers

Meetspecialist

Meetrapport NEN 2580:2007 en NEN 2580:2007/C1:2008 Versie 2018-1.0 - 17-11-2020

3. MEETSTAAT

BVO gebouw

Niet verhuurbaar

Verhuurbaar

Toeslagen

ei m

Bouwlaag

BVO buitenruimte

VVO

GO

Vides en Bruto Vloer- Overdekt Niet Parkeerruimte / Installatie Vertikaal Statische Ruimte VVO Glaslijn Bouwlaag- Gebouw- Verhuurbaar Gebruiksschalmgaten Oppervlakte Overdekt passage oppervlakte verkeersbouwlager dan excl. correctie niveau niveau Vloeroppervlakte ≥ 4,00 m² oppervlakte delen 1,50 m' toeslagen oppervlakte

NVO Netto Vloeroppervlakte

0,00

255,98

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

4,23

0,00

249,03

2,72

0,00

0,00

251,75

249,03

247,94

Totaal

0,00

255,98

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

4,23

0,00

249,03

2,72

0,00

0,00

251,75

249,03

247,94

G eh

0

Meetrapport NEN 2580:2007 en NEN 2580:2007/C1:2008 Versie 2018-1.0 - 17-11-2020

G eh ei m

4. VLAKKENTEKENING(EN)

Meetrapport NEN 2580:2007 en NEN 2580:2007/C1:2008 Versie 2018-1.0 - 17-11-2020

ei m

16.260

eh

16.825

0.01 251,75 m²

G

Begane grond (VVO)

1m

Verhuurbare vloeroppervlakte (VVO) totaal

249,03 m²

Gebruiksoppervlakte (GO)

5m

Tarra oppervlakte (TO)

8,04 m²

Netto vloeroppervlakte (NVO)

247,94 m² 255,98 m²

Bruto vloeroppervlakte (BVO)

Meetlijn BVO

Vides ≥ 4,00 m²

Opp. verticaal verkeer

Glaslijncorrectie

Opp. installatieruimte

Buitenruimte overdekt

Opp. < 1,50 m hoogte

Buitenruimte niet overdekt

Gem. ruimte gebouw niveau

Gem. ruimte bouwlaag niveau

251,75 m²

Adres: Postcode: Plaats:

Casablancastraat 22 2037 AZ Haarlem

Opdrachtgever: Gemeente Haarlem

Bladnr.: Certificaat nr.: Versie:

A4.01 2037AZ22 001

Tekenaar: Datum: Schaal:

AS 17-11-2020 1:100

ei m

16.260

eh

16.825

G

Begane grond (GO: 249,03 m²)

1m

5m

Gebruiksoppervlakte (GO) Adres: Postcode: Plaats:

Casablancastraat 22 2037 AZ Haarlem

Opdrachtgever: Gemeente Haarlem

Bladnr.: Certificaat nr.: Versie:

A4.02 2037AZ22 001

Tekenaar: Datum: Schaal:

AS 17-11-2020 1:100

5.

TERMEN EN DEFINITIES

5.1 Bruto vloeroppervlakte (BVO) De BVO van een ruimte of van een groep van ruimten is de oppervlakte, gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructie, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen.

Hierbij gelden de volgende aanvullingen: - Indien een binnenruimte aan een andere binnenruimte (ander gebouw of andere huurder) grenst, moet worden gemeten tot- het -hart vaneen de desbetreffende scheidingsconstructie. Indien binnenruimte aan een andere binnenruimte (ander gebouw of andere huurder) grenst, moet worden gemeten tot he - Indien een gebouwgebonden buitenruimte aan een binnenruimte grenst, moet het grondvlak van de scheidingsconstructie volledig wordeneen toegerekend aan de BVO van de binnenruimte. Indien gebouwgebonden buitenruimte aan een binnenruimte grenst, moet het grondvlak van de scheidingsconstructie voll

G eh ei m

Bij de bepaling van de BVO wordt niet meegerekend: - Een schalmgat of vide waarvan de oppervlakte ≥ 4,00 m². - Gebouwgebonden buitenruimten zoals loggia’s, balkons, niet gesloten galerijen, dakterrassen etc. - Open brand- of vluchttrappen aan de buitenzijde van het gebouw. 5.2 Verhuurbare vloeroppervlakte (VVO)

De VVO van een ruimte of een groep van ruimten is de oppervlakte, gemeten op vloerniveau, tussen de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van binnenruimten omhullen. Waar gelijke gebruiksfuncties aan elkaar grenzen, wordt gemeten tot het hart van de desbetreffende scheidingsconstructie. Bij de bepaling van de verhuurbare vloeroppervlakte wordt niet meegerekend: - Een ruimte die dient voor het onderbrengen of bedienen van gebouwinstallaties. - Een trappenhuis, met inachtneming van de 1 op 1 regel. - Een voorziening voor verticaal verkeer, trapgat of liftschacht. - Toegangssluizen naar trappenhuizen indien de sluis uitsluitend toegang biedt tot het trappenhuis. - Een schalmgat of vide, indien de oppervlakte ≥ 4,00 m². - Een ruimte die dient voor het parkeren van motorvoertuigen. - De oppervlakte van delen van vloeren waarboven de netto hoogte < 1,50 m. - Statische bouwdelen (zie 5.4) - Een vrijstaande bouwconstructie en een leidingschacht indien de horizontale doorsnede daarvan, bij schuine kolommen inclusief het gedeelte van de ruimte daaronder dat lager is dan 1,50 m, ≥ 0,50 m². - Een ruimte voor horizontaal verkeer indien deze uitsluitend dient voor het bereiken van een installatieruimte of een nooduitgang, met inachtneming van de 1 op 1 regel.

Deze verhuurbare vloeroppervlakte wordt in de meetstaat gesplitst in gebruiksruimte en bedrijfsruimte / winkelruimte. 5.3 Gebruiksoppervlakte (GO)

De gebruiksoppervlakte van een ruimte of van een groep ruimten is de oppervlakte, gemeten op vloerniveau, tussen de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen. Bij de bepaling van de GO worden niet meegerekend: - De oppervlakte van delen van vloeren, waarboven de netto-hoogte < 1,50 m, met uitzondering van vloeren onder trappen, hellingbanen e.d. - Een liftschacht. - Een trapgat, schalmgat of vide, indien de oppervlakte daarvan ≥ 4,00 m². - Een vrijstaande bouwconstructie (niet zijnde een trap) indien de horizontale doorsnede daarvan ≥ 0,50 m². - Een leidingschacht, indien de horizontale doorsnede daarvan ≥ 0,50 m². - Een dragende binnenwand. 5.4 Tarra oppervlakte (TO)

De tarra-oppervlakte van een ruimte, van een groep van ruimten of van een gebouw is gelijk aan het verschil van de brutovloeroppervlakte en de netto-vloeroppervlakte van respectievelijk de desbetreffende ruimte, groep van ruimten of het gebouw. 5.5 Netto vloeroppervlakte (NVO) De netto-vloeroppervlakte van een ruimte of van een groep ruimten is de oppervlakte, gemeten op vloerniveau, tussen de begrenzende opgaande scheidingsconstructies van de afzonderlijke ruimten.

Meetrapport NEN 2580:2007 en NEN 2580:2007/C1:2008 Versie 2018-1.0 - 17-11-2020

5.6 Installatievloeroppervlakte De installatieoppervlakte is de netto oppervlakte van de ruimten voor installaties die voldoen aan de volgende criteria: - De installatie is vast verbonden met het gebouw. - De installatie is overwegend gericht op het scheppen van de juiste omstandigheden voor het verblijven of werken in het gebouw. - De installatie is niet gericht op het produceren van goederen en/of diensten door het bedrijf.

G eh ei m

Tot de gebouwinstallaties worden onder meer gerekend: - Verwarmingsinstallatie. - Rookgasafvoer en binnenriolering. - Installatie voor koud- en warmwatervoorziening. - Installatie voor perslucht t.b.v. de klimaatregeling van het gebouw. - Installatie voor ruimtekoeling. - Installatie voor ventilatie en luchtbehandeling. - Elektrische centrale voor energievoorziening. - Kracht- en lichtinstallatie. - Transportinstallatie. - Sprinklerinstallatie (niet op verzoek van de huurder aangebracht). - Brandweer commandoruimte. 5.7 Verticaal verkeersoppervlakte

Onder verticaal verkeersoppervlakte wordt gerekend: - Ruimten die uitsluitend voor de verkeersafwikkeling in verticale richting zijn bestemd, inclusief omhullende wanden. Bijvoorbeeld trappenhuizen, inclusief rooksluizen en liftschachten. - Een trap, roltrap of hellingbaan, die meer dan 1,50 m overbrugt. Hierbij wordt, als deze onderdeel vormt van een ruimte met andere dan verticale verkeersfuncties, alleen de vloeroppervlakte ingenomen door de voorziening zelf gerekend. 5.8 Statisch bouwdelen

Tot de statische bouwdelen worden gerekend: - Alle buitenwanden. - Bij buitenwanden uitspringende bouwdelen indien het grondvlak ≥ 0,50 m². - Alle dragende binnenwanden. - Een vrijstaande kolom of een vrijstaande dragende wandschijf, indien het grondvlak ≥ 0,50 m². - Scheidingsconstructies die niet verhuurbare binnenruimten omhullen. - Scheidingsconstructies die binnenruimten omhullen met verschillende gebruiksfuncties. 5.9 Ruimten lager dan 1,50 m

De oppervlakte van delen van vloeren, waarboven de netto-hoogte < 1,50 m. 5.10 Één op één regel

Een trapbordes wordt als voorziening voor verticaal verkeer gerekend, tenzij deze (mede) dient voor het bereiken van een of meer andere verhuurbare ruimte(n) op dezelfde verdieping en de NVO van deze andere verhuurbare ruimte(n) groter is dan of gelijk is aan de NVO van het bordes zelf. Ditzelfde principe geldt voor een ruimte voor horizontaal verkeer die uitsluitend dient voor het bereiken van een installatieruimte of een nooduitgang. 5.11 Glaslijncorrectie

Ter plaatse van raamopeningen wordt gemeten vanaf de opgaande wand tot aan de binnenzijde van het glas op 1,50 m boven de vloer en ter breedte van deze raamopeningen. 5.12 Toedeling van gemeenschappelijke ruimten

Voor een gebouw dat aan verschillende gebruikers wordt verhuurd, worden de verhuurbare vloeroppervlakten van de afzonderlijke verhuurde gedeelten vastgesteld. Daarna volgt de toedeling van de gemeenschappelijke ruimten. Eerst worden de gemeenschappelijke gebruiksruimtes van de betreffende bouwlaag naar de rato over de VVO van de gebruikers van de betreffende bouwlaag verdeeld. Vervolgens worden de gemeenschappelijke gebruikruimtes bestemd voor alle gebruikers van het gebouw pro rato over alle gebruikers verdeeld. De toedeling van deze gemeenschappelijke ruimten geschiedt inclusief de daarbij behorende glaslijncorrectie. Bij bedrijfsverzamelgebouwen wordt de bedrijfsruimte niet meegeteld in de verdeling van de gemeenschappelijke gebruiksruimtes.

Meetrapport NEN 2580:2007 en NEN 2580:2007/C1:2008 Versie 2018-1.0 - 17-11-2020

Tot de gemeenschappelijke ruimten worden onder meer gerekend: - Algemene verkeersruimten ten behoeve van een gezamenlijke entree van het gebouw. - Gemeenschappelijk gebruikte containerruimten en/of andersoortige bergruimten. - Gemeenschappelijk gebruikte sanitaire groepen per verdieping of per gebouw (minder valide toiletten). 5.13 Parkeerruimte Onder parkeerruimte wordt verstaan ruimte voor het parkeren van motorvoertuigen. De ruimten worden, indien inpandig, wel gerekend tot de bruto vloeroppervlakte, maar niet tot de verhuurbare vloeroppervlakte. Deze oppervlakte wordt in de meetstaat apart weergegeven. 5.14 Winkelruimte

G eh ei m

Voor winkelruimten wordt de verhuurbare vloeroppervlakte berekend zoals beschreven in NEN 2580. De trappen en trapgaten binnen de verkoopruimte van zelfstandige winkels worden echter niet in mindering gebracht op de VVO. Toerekening van gemeenschappelijke ruimten in winkelcentra zoals winkelpassages, expeditieruimten en dergelijke ruimten vindt hier niet plaats. Deze oppervlakten worden in de meetstaat apart weergegeven.

Meetrapport NEN 2580:2007 en NEN 2580:2007/C1:2008 Versie 2018-1.0 - 17-11-2020

1

Ref: SEV (28 september 2020.4) Dos: 2019.0216.02 ONDERSPLITSING IN APPARTEMENTSRECHTEN (Casablancastraat 22 te Haarlem)

G eh ei m

___ Heden, negen oktober tweeduizend twintig, verschijnt voor mij, mr. Jean-Paul Bolhaar, ______________________________________________________ notaris te Amsterdam: ________________ mevrouw mr. Iris Louise Vis, geboren te Naarden op achtentwintig juli ______ negentienhonderdachtentachtig, die inzake deze akte haar adres heeft te 3522 HA _________ Utrecht, Jutfaseweg 1, te dezen handelend als schriftelijk gevolmachtigde van: _____ de publiekrechtelijk rechtspersoon: Gemeente Haarlem, gevestigd te Haarlem, met _____ adres 2011 RD Haarlem, Grote Markt 2, ingeschreven in het handelsregister onder ____ nummer 34369366 kantoorhoudende te 2013 DC Haarlem aan de Zijlvest 39, te dezen _____ rechtsgeldig vertegenwoordigd op grond van artikel 171 Gemeentewet en artikel 10:12 ___________ Algemene wet bestuursrecht door de heer drs. Martin Vos in hoedanigheid van ______ afdelingsmanager Vastgoed van de Gemeente Haarlem, op grond van het geldende ___________ mandateringsbesluit en zulks ter uitvoering van het besluit van het College van _______ Burgemeester en Wethouders van de gemeente Haarlem de dato zesentwintig mei ___ tweeduizend zestien (26-05-2016) met BBV nummer 2016/160736, en als zodanig deze ___________ rechtspersoon vertegenwoordigend, hierna te noemen: de Rechthebbende.

________________________________________________ De Rechthebbende verklaart: ______________________________________________________________ VOLMACHT ___ Van de gegeven volmacht blijkt uit één (1) onderhandse akte die is gehecht aan deze ____________________________________________________________________ akte. _________________________________________________________ REGISTERGOED ________ De Rechthebbende is gerechtigd tot het appartementsrecht, rechtgevend op het ___ uitsluitend gebruik van commerciële ruimte op de begane grond, plaatselijk bekend als _______ Casablancastraat 22 te Haarlem, kadastraal bekend gemeente Haarlem sectie Y ____________________ complexaanduiding 3939-A appartementindex 2, uitmakende het ___ vierhonderdveertien/vierduizend vijfhonderdzesenveertigste (414/4.546ste) onverdeeld ______________ aandeel in de gemeenschap, bestaande uit het perceel grond gelegen te ____ Casablancastraat 20-22 en Floridastraat 1 te Haarlem, kadastraal bekend Gemeente ___ Haarlem, sectie Y nummer 3779, ter grootte van ongeveer achttien are en drieënvijftig ______ centiare (18 a 53 ca), waaraan door het Kadaster voorlopig kadastrale grenzen en ______ oppervlakten zijn toegekend, hierna te noemen: het Perceel, op welk Perceel een ___ gebouw, in hoofdzaak omvattende een bioscoopcomplex en commerciële ruimten, zal ________________________ worden gerealiseerd, hierna te noemen:

het Registergoed. ___________________________________________________________ VERKRIJGING _____________________________ De Rechthebbende heeft het Perceel verkregen door: __ a. voor zover het Perceel is ontstaan uit het perceel met nummer 859: de inschrijving in de openbare registers voor registergoederen, in deel 70813 nummer 158, op twee _ juni tweeduizend zeventien (02-06-2017) van een afschrift van de akte van levering, ___ op twee juni tweeduizend zeventien (02-06-2017), verleden voor een waarnemer ___________________________________ van mr. M. Albers, notaris te Amsterdam; _ b. voor zover het Perceel is ontstaan uit het perceel met nummer 2007: de inschrijving _____ in de openbare registers voor registergoederen, in deel 59432 nummer 44, op ___ zeventien januari tweeduizend elf (17-01-2011) van een afschrift van de akte van ______ levering, op veertien januari tweeduizend elf (14-01-2011), verleden voor mr. ______________________________________ P.J.H.M. Prevoo, notaris te Haarlem; _ c. voor zover het Perceel is ontstaan uit het perceel met nummer 2824: de inschrijving

2

G eh ei m

__ in de openbare registers voor registergoederen (destijds te Haarlem), in deel 2472 __ nummer 48, op twintig november negentienhonderddrieënzestig (20-11-1963) van ____________________ een afschrift van de akte van levering, op twintig november _____ negentienhonderddrieënzestig (20-11-1963), verleden voor mr. J.P.F. Messer, ____ destijds notaris te Haarlem, mede in verband met de inschrijving in de openbare __ registers voor registergoederen (destijds te Haarlem), in deel 2482 nummer 68, op dertien februari negentienhonderdvierenzestig (13-02-1964) van een afschrift van de akte van levering, verleden voor mr. Th.A.J.M. van Eijck, destijds notaris te Haarlem; _ d. voor zover het Perceel is ontstaan uit het perceel met nummer 2935: de inschrijving ____ in de openbare registers voor registergoederen (destijds te Amsterdam), in deel 14320 nummer 47, op drie juli negentienhonderdzevenennegentig (03-07-1997) van ___ een afschrift van de akte van ruil, op drie juli negentienhonderdzevenennegentig _________ (03-07-1997), verleden voor mr. J.B. Boeser, destijds notaris te Haarlem. _ Vervolgens heeft de Rechthebbende het Perceel gesplitst in appartementsrechten bij de _ akte van splitsing in appartementsrechten op elf oktober tweeduizend negentien (11-10__ 2019), voor mr. K. de Jongh, toegevoegd notaris, bevoegd om akten te passeren in het ___ protocol van mr. J.P.

Bolhaar, destijds notaris te Utrecht, verleden, van welke akte een _____ afschrift is ingeschreven in de openbare registers voor registergoederen op veertien ______________ oktober tweeduizend negentien (14-10-2019) in deel 76587 nummer 49. ______________________________________ PUBLIEKRECHTELIJKE BEPERKINGEN _____ 1. Op het Perceel rusten volgens de kadastrale registratie geen publiekrechtelijke _________________________________________________________ beperkingen. ______ 2. Het Perceel is (gedeeltelijk) belast met een opstalrecht nutsvoorzieningen ten ____________ behoeve van Ziggo Services B.V., gevestigd te Utrecht, adres: Boven _ Vredenburgpassage 128, 3511 WR Utrecht, ingeschreven in de openbare registers voor registergoederen, op achtentwintig april tweeduizend zeventien (28-04-2017) in __ deel 70556 nummer 127, mede door de inschrijving in de openbare registers voor ___ registergoederen op vierentwintig september tweeduizend negen (24-09-2009) in ________________________________________________ deel 57226 nummer 120. _________________________________________________ SPLITSINGSVERGUNNING _______ Voor de onderhavige splitsing is geen vergunning op grond van artikel 22 van de ________________________________________________ Huisvestingswet 2014 vereist. ___________________________________________ ONDERSPLITSINGSVOORNEMEN ___________________________ 1.

De Rechthebbende heeft besloten over te gaan tot: a. de ondersplitsing van het Registergoed in appartementsrechten, als bedoeld in _______________________________________ artikel 5:107 juncto 5:106 BW; __ b. vaststelling van het bijbehorende reglement zoals bedoeld in artikel 5:111 en _____________________________________________________ 5:112 BW en; ____ c. oprichting van de bijbehorende vereniging van eigenaars, zoals bedoeld in _________________________________________ artikel 5:112 lid 1 sub e BW. __ 2. De onroerende zaak waarop het Registergoed betrekking heeft is uitgelegd in een _ tekening bestaande uit een (1) blad, als bedoeld in artikel 5:109 Burgerlijk Wetboek. Blijkens het Bewijs van in depotname, waarvan een kopie aan deze akte is gehecht, _ heeft de bewaarder van voormelde openbare registers voormelde tekening in depot _______ genomen op twee oktober tweeduizend twintig (02-10-2020) onder nummer ____________ 20200929000159, en voor het Registergoed als complexaanduiding is __________________________________________________ gehandhaafd: 3939-A. ______________________________ Voormelde tekening is aan deze akte gehecht. 3. Op voormelde tekening zijn de gedeelten van het Registergoed, die zijn bestemd om ___ als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, duidelijk aangegeven en voorzien van ___________________________ een als appartementsindex dienend Arabisch cijfer.

3

G eh ei m

__________________ 4. Het Registergoed zal omvatten twee (2) appartementsrechten. ______________________________________________________________ SPLITSING __ Ter uitvoering van het vorenstaande gaat de Rechthebbende hierbij over tot de splitsing _ in appartementsrechten en de oprichting van de vereniging van eigenaars als bedoeld in ___ artikel 5:112 lid 1 sub e Burgerlijk Wetboek, waarbij de volgende appartementsrechten ________________________________________________________________ ontstaan: ________________________________________________ APPARTEMENTSRECHTEN _______ 1. het onderappartementsrecht, rechtgevend op het uitsluitend gebruik van de __ commerciële ruimte op de begane grond, plaatselijk bekend als Casablancastraat ____ 22, kadastraal bekend gemeente Haarlem, sectie Y, complexaanduiding 3939-A ______ appartementindex A-4, uitmakende het eenhonderdveertig/vierhonderdtiende ___________ de (140/410 ) onverdeeld aandeel in de gemeenschap, bestaande uit het ________________________________________________________ Registergoed; _______ 2.

het onderappartementsrecht, rechtgevend op het uitsluitend gebruik van de ________ commerciële ruimte op de begane grond, plaatselijk bekend nog niet nader ___ aangeduid, kadastraal bekend gemeente Haarlem, sectie Y, complexaanduiding ______________________________ 3939-A appartementindex A-5, uitmakende het _____ tweehonderdzeventig/vierhonderdtiende (270/410de) onverdeeld aandeel in de ______________________________ gemeenschap, bestaande uit het Registergoed. ______________________________________________ REGLEMENT VAN SPLITSING ___ De Rechthebbende stelt hierbij het reglement, zoals bedoeld in artikel 5:111 Burgerlijk ________________________________________________ Wetboek, vast, bestaande uit: ____ a. het modelreglement bij ondersplitsing, vastgesteld door de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie vastgelegd in een akte op zes juni tweeduizend achttien (06-06____ 2018) verleden voor mr. H.M. Kolster, notaris te Rotterdam, van welke akte een __ afschrift is ingeschreven in de openbare registers voor registergoederen op zeven _______ juni tweeduizend achttien (07-06-2018), in deel 73341 nummer 90, hierna te ___________________________________________ noemen: het Modelreglement; _ b.

de diverse op het Modelreglement aangebrachte wijzigingen of aanvullingen, zoals _______________________________________________________ hierna vermeld, _____________________________________ zodat het reglement integraal luidt als volgt. ________________________________________ A. Definities en algemene bepalingen _________________________________________________________________ Artikel 1 ________________________________________________________________ Definities ____________________________________ 1.1 In het Reglement wordt verstaan onder: _______________________________________________________________ a. Akte: _____ de akte van ondersplitsing in appartementsrechten van de Gemeenschap, met _____ inbegrip van de tekening als bedoeld in artikel 5:109, lid 2 BW, het Reglement ___________________ alsmede de eventuele wijzigingen en/of aanvullingen daarop; ______________________________________________ b. Akte van Hoofdsplitsing: _ de akte van splitsing waarbij het Hoofdappartementsrecht is ontstaan, met inbegrip van de tekening als bedoeld in artikel 5:109, lid 2 BW, het Reglement Hoofdsplitsing ___________________ alsmede de eventuele wijzigingen en/of aanvullingen daarop; ___________________________________________________ c.

Appartementsrecht: ____________________________ een bij de Akte ontstaan onderappartementsrecht; ______________________________________________________________ d. Artikel: ___________________________________________ een artikel van het Reglement; __________________________________________________________ e. Beheerder: ______ de door de Vergadering benoemde (rechts-)persoon als bedoeld in Artikel 61; ____________________________________________________________ f. Bestuur: ________________________________________________ het Bestuur van de VVE;

4

g. h. i.

G eh ei m

j.

____________________________________________________________ Boekjaar: _______________________________________________ het boekjaar van de VVE; __________________________________________________________ Commissie: ____________________________ een commissie, ingesteld op grond van Artikel 63; ________________________________________________________________ BW: _________________________________________________ het Burgerlijk Wetboek; ____________________________________________________________ Eigenaar: ___ de gerechtigde tot een Appartementsrecht, waaronder begrepen een erfpachter, _ opstaller en vruchtgebruiker van een Appartementsrecht en een gerechtigde tot een ___ recht van gebruik en/of bewoning van een Privé-gedeelte, tenzij uit de tekst of de _________________________ strekking van het desbetreffende Artikel anders blijkt; ____________________________________________________________ Gebouw: ______ het gebouw of de gebouwen met toebehoren waarop het in de Hoofdsplitsing _________________________________________ betrokken recht betrekking heeft; ___________________________________________________________ Gebruiker: ___ degene die als huurder of anderszins, anders dan als Eigenaar of krachtens een _ beperkt recht, het gebruik van een Privé-gedeelte heeft als bedoeld in artikel 5:120 ________________________________________________________________ BW;

_______________________________________________________ Gemeenschap: ________________________ het in de Splitsing betrokken Hoofdappartementsrecht; ________________________________________ Gemeenschappelijke Gedeelten: ________ de gedeelten als bedoeld in artikel 5:112, lid 1, onder c BW, bestaande uit: ____________________________________ de Gemeenschappelijke Ruimten; de gedeelten van de Grond waarop het Hoofdappartementsrecht het uitsluitend __________________ recht van gebruik geeft, voor zover niet vallend onder zb; _ de onderdelen van het Gebouw en de voorzieningen als vermeld in Artikel 11; _________________________________________ Gemeenschappelijke Ruimten: ___ de in, op, naast en onder het Gebouw en/of de op en boven de Grond aanwezige _ ruimten waarop het Hoofdappartementsrecht het uitsluitend recht van gebruik geeft ______ en die blijkens de Akte niet bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden _____________________________________________________________ gebruikt; ___________________________________________ Gemeenschappelijke Zaken: ____ de roerende zaken die gelden als ‘toebehoren’ als bedoeld in artikel 5:106, lid 1 _______________________________________ BW, voor zover niet vallend onder n; ______________________________________________________________ Grond: ________ de grond waarop het in de Hoofdsplitsing betrokken recht betrekking heeft;

______________________________________________ Hoofdappartementsrecht: _________ het appartementsrecht dat bij de Akte in onderappartementsrechten wordt _____________________________________________________________ gesplitst; _______________________________________________________ Hoofdsplitsing: ________ de splitsing in appartementsrechten waarbij het Hoofdappartementsrecht is ____________________________________________________________ ontstaan; _____________________________________________________ Hoofdvereniging: ________ de vereniging van eigenaars die is opgericht bij de Akte van Hoofdsplitsing; ______________________________________________ Huishoudelijk Reglement: _________________________ het huishoudelijk reglement als bedoeld in Artikel 64; ________________________________ Huishoudelijk Reglement Hoofdsplitsing: het huishoudelijk reglement geldend voor de eigenaars van de appartementsrechten ______________________________ die zijn ontstaan bij de Akte van Hoofdsplitsing; ________________________________________________________ Jaarrekening: _________________________ de jaarrekening van de VVE als bedoeld in Artikel 16;

k. l.

m. n.

o.

p. q. r.

s. t.

u. v.

w.

5

_________________________________________________________ Jaarverslag: __________________________ het jaarverslag van de VVE als bedoeld in Artikel 16; ______________________________________________________________ y. MJOP: het in Artikel 14.3 juncto Artikel 14.4 bedoelde onderhoudsplan; ________________ ______________________________________________________ z. Ondereigenaar: ____________ de gerechtigde tot een appartementsrecht dat ontstaat ingevolge een Ondersplitsing; ________________________________________________________ ______________________________________________________ za. Ondersplitsing: _ de ondersplitsing van een Appartementsrecht als bedoeld in artikel 5:106, lid 3 BW; _______________________________________________________ zb. Privé-gedeelte: ___ het gedeelte respectievelijk de gedeelten van het Gebouw en/of de Grond dat/die ____ blijkens de Akte bestemd is/zijn om door een Eigenaar als afzonderlijk geheel te ______________________________________________________ worden gebruikt; _______________________________________________________________ zc. RVC; ____ de raad van commissarissen als bedoeld in artikel 2:48 juncto artikel 5:135 BW; __________________________________________________________ zd. Reglement: _____________________ het bij de Akte vastgestelde reglement van ondersplitsing; _____________________________________________ ze.

Reglement Hoofdsplitsing: _ het bij de Akte van hoofdsplitsing vastgestelde reglement van splitsing met inbegrip _________________________ van eventuele wijzigingen en/of aanvullingen daarop; _______________________________________________________ zf. Reservefonds; ____________________________________ het in Artikel 14 bedoelde reservefonds; ____________________________________________________________ zg. Splitsing: ______________ de bij de Akte tot stand gebrachte splitsing in appartementsrechten; ________________________________________________________________ zh. VVE: ___________________________ de bij de Akte opgerichte vereniging van eigenaars; _________________________________________________________ zi. Vergadering: _________________________________ de vergadering van eigenaars van de VVE; ____________________________________ zj. Vergadering van de Hoofdvereniging: de vergadering van eigenaars van de Hoofdvereniging; ________________________ ___________________________________________________________ zk. Voorzitter: __________________________________________ de voorzitter van de vergadering _______ 1.2 De in Artikel 1.1 vermelde begrippen kunnen zonder verlies van inhoudelijke _____________________ betekenis zowel in enkelvoud als in meervoud voorkomen.

_________________________________________________________________ Artikel 2 _______________________________ Verplichtingen van de Eigenaars en gebruikers. _ 2.1 De Eigenaars en Gebruikers moeten zich overeenkomstig de eisen van redelijkheid _ en billijkheid jegens elkaar gedragen. Iedere Eigenaar en Gebruiker dient voorts de ________ bepalingen van het Reglement, het eventuele Huishoudelijk Reglement, de ______ eventuele regels als bedoeld in artikel 5:128, lid 1 BW en overige tussen hen ____ krachtens wet of gewoonte bestaande regels voor zover die op hem betrekking ___________________________________________________ hebben, na te leven. _____ De Eigenaars en Gebruikers dienen tevens het Reglement Hoofdsplitsing, het ___ eventuele Huishoudelijk Reglement Hoofdsplitsing en de eventuele krachtens de ___ Hoofdsplitsing geldende regels als bedoeld in artikel 5:128, lid 1 BW na te leven. _______ 2.2 Een Eigenaar of Gebruiker mag geen onredelijke hinder toebrengen aan de _____ eigenaars of gebruikers van de andere appartementsrechten die ingevolge de __ splitsing en ondersplitsing van het Gebouw en de Grond dan wel van een beperkt __ recht daarop zijn ontstaan dan wel zullen ontstaan, zoals door het verspreiden van _ geuren, rook, gassen, trillingen, muziek en andere geluiden. Beroepsmatige erotiek _______ is niet toegestaan.

De handel in, productie en teelt van hard- en softdrugs is

G eh ei m

x.

6

G eh ei m

__ verboden. Regels ter voorkoming van onredelijke geluidshinder of andere vormen _____ van onredelijke hinder kunnen nader in het Huishoudelijk Reglement en/of het ____________________ Huishoudelijk Reglement Hoofdsplitsing worden vastgelegd. ____ 2.3 Iedere Eigenaar en Gebruiker is verplicht alle handelingen na te laten waardoor ______________________________________ schade kan worden toegebracht aan: _ de eigenaars of gebruikers van de andere appartementsrechten die ingevolge __ de splitsing en ondersplitsing van het Gebouw en de Grond dan wel van een ______________ beperkt recht daarop zijn ontstaan dan wel zullen ontstaan; of ____________________ hypotheekhouders en andere beperkt gerechtigden; of _____ het Gebouw, de Grond, de VVE, de Hoofdvereniging dan wel een andere ____ vereniging van eigenaars die is of wordt opgericht bij een akte van splitsing _ respectievelijk ondersplitsing van een appartementsrecht dat is ontstaan bij de ____________________________________________ Akte van Hoofdsplitsing. ____ 2.4 Iedere Eigenaar en Gebruiker dient er voor in te staan dat zijn bezoekers en zijn _______________ personeel het in de vorige leden van dit Artikel bepaalde naleven.

_________________________________________________________________ Artikel 3 ____________________________________ Aansprakelijkheid voor schade en hinder __ Iedere Eigenaar en Gebruiker is aansprakelijk voor de door hem aan het Gebouw en/of _ de Grond toegebrachte schade en voor onrechtmatige hinder, voor zover deze schade of ___ hinder aan hemzelf, bezoekers of personeel kan worden toegerekend. Hij is verplicht, ____ voor zover dit redelijk is, maatregelen te nemen of te dulden die de strekking hebben ____________________________ bedoelde schade of hinder te voorkomen of beperken. _________________________________________________________________ Artikel 4 ______________________ Waarschuwingsplicht en maatregelen bij schade of hinder In het geval dat in een Privé-gedeelte belangrijke schade is ontstaan of dreigt te ontstaan __ of gevaar dreigt voor ernstige hinder voor de eigenaars en/of gebruikers van de andere _ appartementsrechten die ingevolge de splitsing en ondersplitsing van het Gebouw en de ___ Grond dan wel van een beperkt recht daarop zijn ontstaan dan wel zullen ontstaan, is _______ iedere Eigenaar en Gebruiker verplicht het Bestuur of de Beheerder onverwijld te _______________________________ waarschuwen en de nodige maatregelen te nemen.

_________________________________________________________________ Artikel 5 _________________________________________________________ Afwenden gevaar ____ Iedere Eigenaar en Gebruiker is te allen tijde bevoegd en verplicht tot het nemen van __ maatregelen, die strekken tot het afwenden van een onmiddellijk dreigend gevaar voor: ___ de eigenaars of gebruikers van de andere appartementsrechten die ingevolge de __ splitsing en ondersplitsing van het Gebouw en de Grond dan wel van een beperkt ______________________ recht daarop zijn ontstaan dan wel zullen ontstaan; en/of _____________________________________________ het Gebouw en/of de Grond. _ Hij is alsdan verplicht de betreffende Eigenaar of Gebruiker respectievelijk het Bestuur of ______________________________________ de Beheerder onverwijld te waarschuwen.

_________________________________________________________________ Artikel 6 ______________________________________________________________ Burenrecht ______ Titel 4 van Boek 5 BW (inzake bevoegdheden en verplichtingen van eigenaars van _ naburige erven) is voor zover mogelijk van overeenkomstige toepassing op de Eigenaars __ en de Gebruikers, met dien verstande dat eventueel daarmee strijdige feitelijke situaties _ zoals deze bestaan ten tijde van de Splitsing – of, in geval van een Splitsing van een nog _ te realiseren of in aanbouw zijnde Gebouw ten tijde van de bouwkundige oplevering van _____________ het Gebouw – door de Eigenaars en Gebruikers dienen te worden geduld. _________________________________________________________________ Artikel 7 _____________________________________________________________ Publiekrecht Een krachtens het Reglement, het Reglement Hoofdsplitsing, het eventuele Huishoudelijk

7

G eh ei m

__ Reglement, het eventuele Huishoudelijk Reglement Hoofdsplitsing of een besluit van de ____ Vergadering dan wel de Vergadering van de Hoofdsplitsing toegestane inwendige of uitwendige wijziging van het Gebouw en/of de Grond mag pas worden aangebracht nadat ________ daarvoor de eventueel vereiste publiekrechtelijke vergunning of toestemming is __ verkregen. Evenzo mag een krachtens zodanig reglement of besluit toegestaan gebruik __ van Gemeenschappelijke Ruimten en/of Privé-gedeelten pas worden gemaakt, en mag ______ elke andere handeling met betrekking tot het Gebouw en/of de Grond pas worden verricht, nadat een daarvoor eventueel vereiste vergunning of toestemming als bedoeld is __ verkregen. De rechten voortvloeiende uit een dergelijke publiekrechtelijke vergunning of _______ toestemming mogen niet worden uitgeoefend als daardoor strijd ontstaat met het ___ Reglement, het Reglement Hoofdsplitsing, een eventueel Huishoudelijk Reglement of __________ een eventueel Huishoudelijk Reglement Hoofdsplitsing, tenzij de Vergadering ______ respectievelijk de Vergadering van de Hoofdvereniging voor de uitoefening van die _________ rechten krachtens het Reglement respectievelijk het Reglement Hoofdsplitsing _________________________________________________ toestemming heeft verleend. ___________________________________ B.

Aandelen die door de Splitsing ontstaan _________________________________________________________________ Artikel 8 ______________________________________________ Aandelen in de Gemeenschap ___ De breukdelen van de Appartementsrechten berusten op de grondslag van het aantal _____ vierkante meters (inpandig-) gebruiksoppervlak gemeten volgens NEN 2580 van de _________________ diverse appartementen conform het aan de Akte gehechte overzicht. _ C. Baten, schulden en kosten en reserveringen ten behoeve van het Reservefonds _________________________________________________________________ Artikel 9 ___________________________ Baten die aan de gezamenlijke Eigenaars toekomen __ 9.1 De Eigenaars zijn voor de in Artikel 8 bedoelde breukdelen gerechtigd tot de baten ____ die aan de gezamenlijke Eigenaars toekomen, tenzij in het Reglement anders is _____________________________________________________________ bepaald. ___ 9.2 Onder de in Artikel 9.1 bedoelde baten worden verstaan de aan de gezamenlijke ___ Eigenaars toekomende renten en andere opbrengsten van het vermogen van de ______ VVE, andere aan de gezamenlijke Eigenaars als zodanig toekomende baten, ____ alsmede baten toekomende aan de VVE, zoals de boeten bedoeld in Artikel 45.

__ 9.3 Onder de in Artikel 9.1 bedoelde baten worden niet verstaan schadeloosstellingen ter zake van gebreken en/of tekortkomingen aan de Gemeenschappelijke Gedeelten _ en/of Gemeenschappelijke Zaken die aan de VVE worden uitgekeerd vanwege een beroep op een garantie- en/of waarborgregeling waaraan niet alle Eigenaars rechten ______________________________________________________ kunnen ontlenen. _______ Dergelijke schadeloosstellingen komen ten goede aan de Eigenaars van de ________ Appartementsrechten ten aanzien waarvan het betreffende garantie- en/of ____ waarborgcertificaat is uitgegeven dan wel waarop de betreffende garantie- en/of ________ waarborgregeling betrekking heeft naar rato van de verhouding waarin die ______ Eigenaars in de kosten van herstel van de betreffende gebreken dienen bij te dragen. Deze schadeloosstellingen worden als zodanig in mindering gebracht op ten ______ laste van die Eigenaars komende bijdragen in de kosten die gemaakt moeten ____ worden om bedoelde gebreken en/of tekortkomingen op te heffen, een en ander __ onverminderd het bepaalde in Artikel 10.3. De kosten van een eventuele arbitrage ________ komen ten laste van de Eigenaars van de Appartementsrechten waarop de __________________ betreffende garantie- en/of waarborgregeling betrekking heeft.

________________________________________________________________ Artikel 10 ______ Schulden en kosten die voor rekening zijn van de gezamenlijke Eigenaars en _____________________________ reserveringen ten behoeve van het Reservefonds ______ 10.1 De Eigenaars zijn verplicht om voor de in Artikel 8 bedoelde breukdelen bij te

8

G eh ei m

____________________________________________________________ dragen in: ___ a. de in artikel 5:112, lid 1, onder a BW bedoelde schulden en kosten die voor _________________________ rekening van de gezamenlijke Eigenaars zijn; en ____ b. de jaarlijkse reserveringen ten behoeve van het Reservefonds, voor zover ____ krachtens het bepaalde in Artikel 10.3 geen afwijkende bijdrageplicht geldt. _____ 10.2 Tot de in Artikel 10.1 onder a bedoelde schulden en kosten worden gerekend: _____ a. die welke gemaakt zijn in verband met het onderhoud, het gebruik en het ___ behoud van de Gemeenschappelijke Gedeelten en de Gemeenschappelijke __________________________________________________________ Zaken; ________ b. die welke verband houden met noodzakelijke herstelwerkzaamheden, _ vernieuwingen en vervangingen van de Gemeenschappelijke Gedeelten en de ___ Gemeenschappelijke Zaken, voor zover die ingevolge het Reglement of een _ rechterlijke beslissing als bedoeld in artikel 5:121 BW niet ten laste komen van _______________________________________________ bepaalde Eigenaars; _ c. de schulden van de VVE, waaronder schulden uit geldlening en de kosten van ___ de VVE, waaronder de kosten van administratie en beheer die op grond van _ het Reglement niet voor rekening van een of meer (doch niet alle) Eigenaar(s) __________________________________________________________ komen; _____ d.

het bedrag van de schadevergoeding door de gezamenlijke Eigenaars als __________________ zodanig verschuldigd aan één van hen of aan een derde; ____ e. de gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten verbonden aan het optreden __ door of namens de gezamenlijke Eigenaars als procespartij in een juridische ____________________ procedure, onverminderd het bepaalde in Artikel 17.3; _______ f. de premies verschuldigd uit hoofde van de verzekeringen, die door het ______ Reglement zijn voorgeschreven of waartoe ingevolge Artikel 19 door de ____________________________________________ Vergadering is besloten; g. de verschuldigde publiekrechtelijke lasten voor zover geen aanslag is opgelegd ______________________________________ aan de afzonderlijke Eigenaars; _ h. de verwarmingskosten in geval het een gemeenschappelijke installatie betreft, ____________ waaronder begrepen de kosten van de warmwaterinstallaties, de ______ brandstofkosten, de elektriciteitskosten, de op de desbetreffende kosten ___ betrekking hebbende administratie, alsmede, voor zover van toepassing, de ____ kosten van registratie en de berekening van het warmteverbruik, alles voor _________ zover de Eigenaars daarvoor niet afzonderlijk worden aangeslagen; _______ i.

de kosten van het waterverbruik voor zover de Eigenaars daarvoor niet _____________________________________ afzonderlijk worden aangeslagen; _____________________________ j. de kosten van het opstellen van het MJOP; ___ k. de vanwege het Reglement Hoofdsplitsing door de Eigenaars verschuldigde ________________________________________________________ bijdragen; __ l. alle overige schulden en kosten, gemaakt in het belang van de gezamenlijke _______ Eigenaars als zodanig, daaronder begrepen de schulden en kosten die ___ voortvloeien uit besluiten van de Vergadering of van de Vergadering van de ____________________________________________________ Hoofdsplitsing. ___ 10.3 In afwijking van het in lid 1 van dit Artikel bepaalde komen de schulden en kosten ______ van de assurantiepremiën als bedoeld in Artikel 10 lid 2 sub f ten laste van de _________________ Eigenaars, in de verhouding van de verzekerde waarde van de __________________________________________________ Appartementsrechten. De hoogte van de door de Eigenaars verschuldigde bijdragen aan het Reservefonds _____ worden jaarlijks bepaald met inachtneming van het in dit Artikel 10.3 bepaalde. ___________ Schulden en kosten ter zake van Gemeenschappelijke Gedeelten en/of ____ Gemeenschappelijke Zaken waarvoor een garantie- en/of waarborgregeling als

9

G eh ei m

_ bedoeld in Artikel 9.3 geldt en die door die regeling volledig worden gedekt, komen __ volledig voor rekening van de Eigenaars van de Appartementsrechten ten aanzien __ waarvan het betreffende garantie- en/of waarborgcertificaat is uitgegeven dan wel _ waarop de betreffende garantie- en/of waarborgregeling betrekking heeft. Indien en __ voor zover een garantie- en/of waarborgregeling niet alle in de vorige zin bedoelde ____ kosten en schulden dekt, komen deze ten laste van de gezamenlijke Eigenaars. ________________________________________________________________ Artikel 11 __ Onderdelen van het Gebouw, Gemeenschappelijke Ruimten en voorzieningen die _____________________________ voor rekening zijn van de gezamenlijke Eigenaars _________ 11.1 Tot de onderdelen van het Gebouw, de Gemeenschappelijke Ruimten en _ voorzieningen, waarvan de kosten conform Artikel 10.2 onder a en b voor rekening ______ van de gezamenlijke Eigenaars komen, worden, voor zover aanwezig en niet __ toebehorend aan een derde en voor zover deze kosten niet krachtens de Akte van ____________ Hoofdsplitsing voor rekening zijn van de gezamenlijke eigenaars in de ______________________________________ Hoofdsplitsing, onder meer gerekend: __ a. de hoofdentree van de Onderappartementsrechten en de gang zoals zodanig _________________________ weergeven op de voormelde splitsingstekening; _________________ b.

de vloeren en de wanden die de scheiding vormen tussen ________ Gemeenschappelijke Ruimten of tussen (een) Gemeenschappelijk(e) ____________ Ruimte(n) en (een) Privé-gedeelte(n) of tussen Privé-gedeelten; ____ c. de plafonds en overige afwerklagen en de bekleding van de vloeren en de _____________ wanden die zich bevinden in de Gemeenschappelijke Ruimten; __ d. de leidingen en buizen voor, voor zover deze zich in de Gemeenschappelijke _________________________________________________ Ruimten bevinden: ___________________________ de afvoer van hemelwater en afvalwater; ____ het transport van gas, water, elektriciteit, data en telefoon-, audio- en ________________________________________________ videosignalen; __________________________________ e. de overige collectieve voorzieningen. 11.2 Op nieuwe onderdelen en voorzieningen als hiervoor bedoeld is het voorgaande van __________________ toepassing met ingang van de dag van aanbrenging daarvan. ________ 11.3 In geval van twijfel of sprake is van een onderdeel van het Gebouw of een ____________ voorziening als in dit Artikel bedoeld, geldt het bepaalde in Artikel 22.

________________________________________________________________ Artikel 12 __________ Schulden en kosten die voor rekening zijn van de individuele Eigenaars ___ Tot de schulden en kosten die voor rekening zijn van de individuele Eigenaars worden ______________________________________________________ onder meer gerekend: ________ (i) de schulden en kosten die worden gemaakt in verband met het onderhoud, ______________________ verbetering en schoonhouden van het Privé-gedeelte; en ______________________ (ii) de schulden en kosten die worden gemaakt ter zake van: _________ a. de grond gelegen naast het Gebouw, zoals weergegeven op de _____________________________________________ splitsingstekening; __ b. de gevels (daaronder begrepen de gevelbeplatingen en dilataties), de puien, _________________________________________________ de borstweringen; __ c. het onderhoud, herstel en de vervanging van de niet-dragende wanden in het ___________________________________________________ Privé-gedeelte; _ d. het onderhoud, herstel en de vervanging van plafonds en overige afwerklagen, __ zoals dekvloeren, tegelwerk, stucwerk, schilderwerk, behang en de bekleding _____________________ van de vloeren en wanden binnen het Privé-gedeelte; _ e.

het onderhoud, herstel en de vervanging van de raamkozijnen (inclusief ramen _ en het daarin aanwezige glas) alsmede deurkozijnen met de deuren (inclusief _____ schuifdeuren) en drempels die zich bevinden in de gevels en in het Privé-

10

G eh ei m

_ gedeelte, waaronder begrepen het hang- en sluitwerk en de ventilatieroosters, _________________________________________ suskasten en deurdrangers; __ f. het schilderen van de onder d bedoelde kozijnen, ramen en deuren alsmede __ van de gedeelten van de ramen en deuren (inclusief schuifdeuren) die zich in _______ gesloten toestand aan de binnenzijde van het Privé-gedeelte bevinden; ________ g. het onderhoud, herstel en de vervanging van de in het Privé-gedeelte ____ aanwezige waterclosets en wasbakken, een en ander met de bijbehorende ___ kranen en leidingwerk tot de begrenzing van het Privé-gedeelte alsmede de ________________ kasten en apparatuur in de sanitaire ruimten en de keuken; __ h. het schoonhouden en ontstoppen van alle sanitaire voorzieningen en daarbij _________ behorende afvoerleidingen tot de begrenzing van het Privé-gedeelte; _ i.

het onderhoud, herstel en de vervanging van afvoerbuizen van hemelwater en ____ afvalwater, de meterkast en de leidingen voor het transport van gas, water, ____ elektriciteit en telefoon, audio- en videosignalen van de meterkast naar het ____ Privé-gedeelte en/of in het Privé-gedeelte, waaronder tevens begrepen de __ afvoerbuizen en leidingen die zich bevinden in een vloer of een wand die het _ Privé-gedeelte omsluit en die bereikbaar zijn zonder schade van betekenis toe _____ te brengen aan de betreffende vloer of wand, een en ander voor zover de betreffende voorzieningen uitsluitend strekken ten behoeve van het betreffende ___ Privé-gedeelte. Onder schade van betekenis valt schade die niet eenvoudig ________________________________ door de Eigenaar hersteld kan worden; _______ j. het onderhoud, herstel en de vervanging van de installaties met daarbij ___ behorende leidingen, voorzieningen en overige werken voor de zelfstandige __________________________ verwarming en koeling van het Privé-gedeelte; ___ k. het onderhoud, herstel en de vervanging van de andere onderdelen van het _____ Gebouw en/of voorzieningen die in de Akte als zodanig zijn aangewezen; l.

de huisbel- en deuropenerinstallatie (inclusief de centrale panelen voorzien van _____________ drukknoppen, intercom, videofoon, videobewakingssysteem en _ naambordhouders), ook voor zover deze zich in de Privé-gedeelten bevinden, _______ met de daarbij behorende leidingen, voorzieningen en overige werken, _________________________________________ alsmede de brievenbussen; _ m. het onderhoud, herstel en de vervanging van installaties, voor zover deze zich _________ in de Privégedeelten bevinden, met de daarbij behorende leidingen, _____________________________________ voorzieningen en overige werken. ________________________________________________________________ Artikel 13 _____________________________ Verwijdering installaties en andere voorzieningen _ De Vergadering kan besluiten een installatie of een andere voorziening die voor rekening ___ komt van twee of meer Eigenaars te verwijderen. Alle bepalingen in het Reglement en ______ het eventuele Huishoudelijk Reglement met betrekking tot dergelijke installaties en _________ andere voorzieningen zijn vanaf het moment van verwijdering niet meer op de ______________ betreffende installatie respectievelijk andere voorziening van toepassing.

________________________________________________________________ Artikel 14 ____________________________________________________ Reservefonds en MJOP __________ 14.1 Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 5:126 BW houdt de VVE een __ Reservefonds in stand ter bestrijding van andere dan de gewone jaarlijkse kosten. ____ Binnen het Reservefonds kan per kostensoort een bestemmingsreserve worden ___ gevormd. Ter zake van het Reservefonds geldt voorts het bepaalde in Artikel 47. 14.2 De jaarlijkse reservering ten behoeve van het Reservefonds bedraagt ten minste het _______ bedrag dat door de Vergadering is vastgesteld ter uitvoering van het MJOP. ____ 14.3 Het MJOP is ten hoogste vijf (5) jaar oud. Het bevat een planning voor het niet_ jaarlijkse onderhoud en herstel, en de niet-jaarlijkse vernieuwing van de onderdelen

11

G eh ei m

__ van het Gebouw en van de op, in en onder de Grond aanwezige werken, waarvan _____ de kosten van onderhoud, herstel en vernieuwing voor rekening komen van de ______________ Eigenaars, een en ander met uitzondering van de Privé-gedeelten. _______________________________________________ Het MJOP bevat daartoe: _____ de werkzaamheden die verricht moeten worden in ten minste de tien (10) _______ Boekjaren volgend op het Boekjaar waarin het MJOP is vastgesteld; en __________ de berekening van de daarmee gemoeide kosten, zulks gelijkmatig ______ toegerekend aan de onderscheiden Boekjaren, zodanig dat de voor een _____ bepaald Boekjaar voorziene kosten uit het Reservefonds voldaan kunnen _________________________________________________________ worden. __ 14.4 Indien de Vergadering besluit om aan het Reservefonds bij te dragen conform het bepaalde in Artikel 14.2, is het Bestuur verplicht om een MJOP op te stellen dan wel ____ te doen opstellen. Het Bestuur zal het MJOP ter vaststelling voorleggen aan de _________________________________________________________ Vergadering. ______ 14.5 Het Reservefonds dient te worden besteed met inachtneming van het MJOP. _____ Aanwending van het Reservefonds bij afwezigheid dan wel in afwijking van het _ MJOP is uitsluitend mogelijk na een daartoe strekkend besluit van de Vergadering.

_________ Op dit besluit is het bepaalde in de Artikelen 56.4 en 56.5 van toepassing. _____________________________ D. Jaarlijkse begroting, Jaarrekening en bijdragen ________________________________________________________________ Artikel 15 _______________________________ Jaarlijkse begroting, Jaarrekening en bijdragen _______ 15.1 Uiterlijk in de jaarvergadering als bedoeld in Artikel 49.1 wordt de begroting _____ vastgesteld voor het lopende Boekjaar, in welke begroting de volgende posten _______________________________________ duidelijk moeten zijn onderscheiden: _________________ a. de schulden en kosten als bedoeld in Artikel 10.1 onder a; ___ b. de aan het desbetreffende Boekjaar toe te rekenen bedragen uit hoofde van _______________________________________________ het eventuele MJOP; __ c. de toevoegingen aan het Reservefonds en ieders aandeel daarin conform de _______________________ uit het Reglement voortvloeiende bijdrageplicht; en _______________________________________ d. de baten bedoeld in Artikel 9.2.

___ Indien één of meer Privé-gedeelten door de Eigenaar(s) wordt/worden verhuurd, ____ wordt, met het oog op de berekening van de eigenaars- en gebruikerslasten, op __ verzoek van en voor rekening van de betreffende Eigenaar(s), in de begroting een __________ splitsing aangebracht tussen kosten die aan de huurder kunnen worden _________________________________________ doorberekend en overige kosten. _____ 15.2 De begroting wordt vastgesteld door de Vergadering. Bij het vaststellen van de _____________ begroting bepaalt de Vergadering tevens het bedrag dat bij wijze van ___ voorschotbijdragen door de Eigenaars verschuldigd is, alsmede het aandeel van ___ iedere Eigenaar daarin, vastgesteld met inachtneming van het bepaalde in Artikel ________________________________________________________________ 10.1. 15.3 De Eigenaars zijn verplicht met ingang van de eerste maand van het desbetreffende _____ Boekjaar maandelijks bij vooruitbetaling één/twaalfde (1/12e) van het bedoelde ____________ aandeel aan de VVE te voldoen, tenzij de Vergadering anders besluit. ______ Voor het gedeelte van de voorschotbijdrage van een Eigenaar dat ziet op zijn __________ bijdrage aan het Reservefonds is hij bevoegd de in Artikel 47.3 bedoelde _________________________________________________ bankgarantie te stellen.

__ De betaling van de verschuldigde voorschotbijdrage kan niet worden verrekend of __________ opgeschort in verband met een (vermeende) vordering op de VVE of de ________________________________________________ gezamenlijke Eigenaars. _______ Zolang door de Vergadering niet de voorschotbijdrage voor een Boekjaar is ___ vastgesteld, moeten de Eigenaars de laatstelijk vastgestelde voorschotbijdragen

12

G eh ei m

__ voldoen. Deze voorschotbijdragen worden verrekend met de door de Vergadering ___ krachtens Artikel 15.2 vastgestelde voorschotbijdragen. Een eventueel overschot _ wordt in mindering gebracht op toekomstige nieuw vastgestelde bedragen, tenzij de ______________________________________________ Vergadering anders besluit. ________________________________________________________________ Artikel 16 ________________________________________ Jaarrekening en bijdragen Eigenaars __ 16.1 Na afloop van elk Boekjaar maakt het Bestuur het Jaarverslag en de Jaarrekening ______ op. Het Jaarverslag vermeldt de gang van zaken inzake de VVE en geeft een ________________________________________ overzicht van het gevoerde beleid. _____________________________________________ De Jaarrekening bestaat uit: de exploitatierekening als bedoeld in artikel 5:112 BW, omvattende de baten en __ lasten over het afgelopen Boekjaar, onderverdeeld naar de posten vermeld in __________________________________ Artikel 15.1, alsmede een toelichting; _______ de balans, waaruit onder meer de omvang van het Reservefonds blijkt.

___ Indien één of meer Privé-gedeelten door de Eigenaar(s) wordt/worden verhuurd, _____ wordt met het oog op de berekening van de eigenaars- en gebruikerslasten op ______ verzoek en voor rekening van de betreffende Eigenaar(s) in de lasten van de ____ exploitatierekening een splitsing aangebracht tussen kosten die aan de huurder ____________________________ kunnen worden doorberekend en overige kosten. ___ 16.2 In de jaarvergadering bedoeld in Artikel 49.1 legt het Bestuur de Jaarrekening ter _ goedkeuring voor aan de Vergadering. De Jaarrekening wordt ondertekend door de ______ bestuurders en de commissarissen. Ontbreekt een RVC en wordt omtrent de ____ getrouwheid van de stukken aan de Vergadering niet een verklaring overgelegd ____ afkomstig van een accountant bedoeld in artikel 2:393, lid 1 BW, dan brengt de _ kascommissie bedoeld in Artikel 63.2 ter vergadering verslag van haar bevindingen ______ omtrent de Jaarrekening uit. Na de goedkeuring van de Jaarrekening door de ____ Vergadering, besluit de Vergadering over de décharge van het Bestuur voor het ______________________ gevoerde beleid voor zover dat blijkt uit de Jaarrekening. 16.3 Bij het vaststellen van de Jaarrekening bepaalt de Vergadering tevens de definitieve ____ bijdragen van de Eigenaars met inachtneming van het bepaalde in Artikel 10.1.

_ 16.4 Bij de toepassing van het in Artikel 16.3 bepaalde treden de definitieve bijdragen in _________ de plaats van de in Artikel 15.2 bedoelde voorschotbijdragen. Indien deze __ voorschotbijdragen de definitieve bijdragen te boven gaan, zal het verschil aan de ____ Eigenaars worden terugbetaald, tenzij de Vergadering anders besluit. Indien de definitieve bijdragen de voorschotbijdragen te boven gaan, moeten de Eigenaars het _ tekort binnen een maand na de vaststelling van de exploitatierekening aanzuiveren, ______________________________________ tenzij de Vergadering anders besluit. ______ 16.5 Het Bestuur casu quo de Beheerder zal op verzoek en voor rekening van een ________ Eigenaar die als ondernemer wordt aangemerkt in de zin van de Wet op de ____ omzetbelasting 1968, ervoor zorg dragen dat de betreffende Eigenaar over een __ geheel Boekjaar een afrekening ontvangt waarin is opgenomen de door de VVE in _ het betreffende Boekjaar betaalde omzetbelasting, voor zover deze omzetbelasting ________ is doorberekend in de door die Eigenaar verschuldigde voorschotbijdragen _____________________________ respectievelijk definitieve bijdragen aan de VVE. ___ De afrekeningen ter zake van de reeds in rekening gebrachte voorschotbijdragen ______ respectievelijk definitieve bijdragen over het betreffende Boekjaar zullen voor _ hetzelfde bedrag worden gecrediteerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12267693/1