CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20210574836 Transcript commissievergadering Bestuur d.d. 10 maart 2022

commissie Bestuur 21 april 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Transcript commissie d.d. 10 maart 2022 (alleen n.a.v.)36.102 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

34

Burgemeester Wienen: Ik heb niet zo heel veel directe vragen gehoord overigens. Ik wil wel zeggen dat … Ik vind het interessant om gewoon eens na te denken over dingen die zo vanzelfsprekend lijken en waarvan je zegt van, je staat er nauwelijks bij stil dat dat ook betekent in de praktijk dat bijvoorbeeld er meer bestedingen zijn voor mannen dan voor vrouwen, in bepaalde gevallen. Ik denk dat het goed is om je daarvan bewust te worden. Daarbij helpen deze vragen. Tegelijkertijd verwijzen wij een aantal keren naar dat wij de discussie met de raad willen voeren, omdat de vraag wat je dan moet doen wel een hele ingewikkelde is. Ik bedoel, als we constateren dat jongeren gewoon … Of sorry, jongens meer problemen veroorzaken, als het gaat om openbare orde, dan meisjes, moet je dan constateren van, dan moeten we de problemen niet meer bestrijden, want dan zou dat discriminatie zijn, want dan geven we meer geld uit aan jongens. Dat is denk ik iets wat niemand voor zijn rekening zou willen nemen. Je zit toch te zoeken van, wat betekent dit? Je moet ook zoeken naar nog weer verdere verbanden. Want als er gezegd wordt van, waarom wel voetballen en minder aandacht voor paardrijden? Ik denk dat het waar is. Toevallig rijd ik wel paard. Trouwens, het is echt heel erg. Ik heb voor mezelf geconstateerd dat er allerlei dingen zijn waarbij ik kennelijk niet helemaal representatief ben.

Maar goed, ik rij wel paard. Maar meestal zijn het meisjes. Dat valt mij ook op. Misschien rij ik daarom wel paard. Kan toch? Dat vind ik gezellig, vind ik leuk. Maar je kunt je ook afvragen van, wat is het gemiddelde inkomen van iemand die op een paard rijdt en het gemiddelde inkomen van iemand die op voetballen zit. Misschien kom je dan wel tot de conclusie dat als we vinden dat we dat heel erg gelijk moeten gaan trekken, dat we dan mensen met hogere inkomens meer gaan subsidiëren dan we nu doen. Het is, denk ik, een veld waar op zijn minst goed is om nog eens goed na te denken van, waar zijn er zaken waar je veel meer moet kijken naar, waar gaat het om? Het doel. Is het dan belangrijk welk gender het is, die het betreft? Bijvoorbeeld als het gaat om overlast. Soms moet je kijken, zitten er misschien nog andere aspecten aan vast, voordat je daar conclusies aan verbindt. Het laatste wat ik hierover wil zeggen, volgens mij is dit niet in de eerste plaats een punt van het college. Ik denk dat het goed is om er als college en raad samen over na te denken. De begroting wordt door de raad vastgesteld. We hebben met elkaar dingen geregeld, zoals we ze nu geregeld hebben. In een aantal gevallen kun je je afvragen van, misschien is het wel goed om wat meer aandacht te hebben voor sporten die we tot nog toe ietsje minder aandacht voor hadden.

Misschien is het wel goed om eens te kijken van, is bij de inzet van jongerenwerk er voldoende aandacht voor specifieke zaken die voor meisjes interessant zijn en dingen die voor jongens interessant zijn. Ik denk dat het heel zinnig is om die discussie dan met elkaar te voeren, maar ook uit te kijken dat we niet doordraven. A, die specifieke doelstelling uit het oog verliezen. B, dat we wellicht andere ongelijkheden in het leven roepen die we helemaal niet zo gewenst vinden, maatschappelijk. Uit de beantwoording … De voorzitter: Burgemeester, u … O, sorry. Burgemeester Wienen: Laatste zin. Uit de beantwoording kunt u afleiden dat wij er serieus naar gekeken hebben. Ik denk dat de antwoorden die we gegeven hebben duidelijk maken dat het op sommige punten interessant is om door te denken en door te discussiëren. Op andere, dat dat denk ik veel minder voor de hand ligt. De voorzitter: Nog een vraag van mevrouw Van der Windt. Gaat uw gang. Mevrouw Van der Windt: Ik wilde eigenlijk een opmerking maken. U zie bijvoorbeeld over dat paardrijden, wij gaan geen rijke mensen subsidiëren. Maar het punt is … Burgemeester Wienen: Nee, ik zeg, dat zou kunnen.

35

Mevrouw Van der Windt: Zou kunnen leiden, is het. Maar op dit moment zie je juist dat bijvoorbeeld meisjes uit arme wijken, omdat dit iets is waarvan we zeggen, dat ligt bij de ouders zelf, die kunnen niet paardrijden, omdat we daar verder geen voorziening in hebben, want dat horen ouders zelf te regelen. Je ziet dat bij … Als je voetbalt, de gemeente dat niet meer zou … Daar niet aan zou bijdragen, zou dat ook veel duurder worden. Dan zou je ook zeggen, typische rijkeluissport. Maar er zijn allemaal van dit soort dingen die effect hebben op wat meisjes of wat vrouwen kunnen doen. Wat ik met deze vragen toch hopelijk duidelijk heb gemaakt, is dat je echt wat meer moet nadenken over, wat betekent beleid en hoe pakt dat uit? Ik ben het met u eens dat het iets is van de raad en ook van het college. Dat we dat samen moeten doen. Ik hoor van de Partij van de Arbeid en GroenLinks dat ze zeggen, we willen daarover meedenken. Het zou wellicht al helpen als er toch wat vaker ook bij zaken waarbij je er niet direct aan denkt, dat er toch vanuit het college wordt nagedacht om er een paragraaf bij te doen van, hoe pakt dit eigenlijk uit? Ik vroeg me af of u dat kunt toezeggen? De voorzitter: Burgemeester. Burgemeester Wienen: Het gesprek graag, denk ik.

Dan denk ik dat het nog niet simpel is, maar het is ook wel weer uitdagend en ook denk ik wel boeiend om met elkaar daar eens over door te denken. Er zijn, denk ik, ook voorbeelden, die komen in uw vraagstelling niet naar voren, maar waar het wellicht andersom is. Het zou mij niet verbazen, om een ander ding te noemen waar ik zelf heel erg van hou, lezen, dat er meer vrouwelijke lezers zijn bij de bibliotheek dan mannelijke. Ik weet niet wat daar dan precies de consequentie van zou moeten zijn. Minder subsidie voor de bibliotheek, of een beloning voor mannen, of afschaffen van het abonnementstarief voor mannen. Ik weet niet precies. Maar ergens stopt ook, dat is wel wat ik mee wil geven, volgens mij de maakbaarheid van de samenleving. Moeten we ook met elkaar zien van, hier en daar bijsturen dat lijkt heel interessant om daar met elkaar over te praten, maar er zijn ook dingen waarvan ik denk dat het goed is als je er met elkaar over gediscussieerd hebt om te constateren van, daar komen we niet uit. De voorzitter: U heeft nog een opmerking, een interruptie van mevrouw Steyger. Mevrouw Steyger: Dank u wel. Dat is meer dat ik toch mijn laatste punt nog mee wil geven, dat identiteit niet alleen mannen of vrouwen is. Dat is ook een discussie die gaande is. Die, ik zeg maar even, misschien meer onder de jeugd speelt.

Dat dat voor ons, zeg ik maar even heel brutaal, nog niet zo op het netvlies is. Maar het is wel iets wat gaande is. Als we hierover gaan nadenken, moeten we dat, denk ik, erbij betrekken. Dank u. De voorzitter: Dank u wel voor deze toevoeging, mevrouw Steyger. Burgemeester, wilt u nog wat zeggen? Burgemeester Wienen: Daar ben ik het helemaal mee eens. Ik bedoel, er zijn meer dingen. U denkt wellicht nu ook aan genderaspecten, maar los daarvan, jong, oud, ik bedoel, er zijn allerlei verschillen tussen mensen waarvan je je kunt afvragen van, hoe werken dingen eigenlijk precies uit. Het is goed dat we het daar in ieder geval meer over hebben dan we in het verleden weleens gehad hebben. De voorzitter: Dank u wel, burgemeester. Het lijkt me dat dit een onderwerp is dat, gezien de aard ervan, waarschijnlijk nog wel een keer terug zal keren op de agenda, als daar aanleiding voor is. Ik stel voor dat als deze commissie het op prijs stelt, om daar echt een keer een onderwerp van te maken, dat we dan ook kijken of er een onderliggend stuk zou kunnen komen om hier de discussie over voort te zetten. Maar dat kan t.z.t. in de nieuwe raadsperiode besloten worden. Dank u wel burgemeester en dank u wel D66. 12.1 * 20210649829 Artikel 38-vragn D66 inz. een genderneutrale besteding van financiële middelen (JW).

36

13. Zittingsduur commissarissen en inzet oud bestuurders (ER). De voorzitter: Wij gaan door naar agendapunt 13. Daarvoor hebben wij een wethouder nodig, een andere wethouder, Eva de Raadt. Die is volgens mij onderweg hiernaartoe. U mag … Jazeker. Voor nu. Dit gaat over agendapunt 13. Ik heb mevrouw De Raadt net zien lopen. Ik neem aan dat zij alert is op het begin van dit onderwerp. Het gaat over de zittingsduur commissarissen en inzet oud bestuurders. Op verzoek van D66 geagendeerd. Doel is te bespreken of en zo ja onder welke voorwaarden kan worden afgeweken van hetgeen in de Nota Verbonden Partijen is opgenomen over de (her)benoeming van commissarissen. Maximaal twee maal vier jaar. Of er beleidsregels zijn met betrekking tot het inzetten en benoemen van oud-bestuurders door de gemeente en de periode waarna dat wel of niet mogelijk is. Het is geagendeerd, ik zei het al, door D66. Ik geef wederom mevrouw Van der Windt als eerste het woord. Gaat uw gang. Mevrouw Van der Windt: De Partij van de Arbeid had mede geagendeerd, maar ik wil hem wel even aftrappen. Ik heb eigenlijk niet zo heel veel toe te voegen aan mijn agenderingsverzoek, of aan ons agenderingsverzoek. In de management letter staan een aantal bevindingen van Deloitte. Ik lees even voor.

In eerste plaats staat er dat er bij de afgelopen jaarrekeningcontrole de onrechtmatigheden inzake EUaanbestedingen zijn toegenomen ten opzichte van boekjaar 2019, waardoor een verbetertraject noodzakelijk is. Een tweede bevinding is dat we hebben begrepen dat de grondexploitaties worden opgesteld op basis van het realistische scenario best estimate, maar de gemeente heeft geen scenario’s voor worst en best cases of crisisscenario’s. De voorzitter: Mevrouw Van der Windt er heerst enorme commotie aan deze kant van de tafel. Mevrouw Van der Windt: Ik snap het. De voorzitter: Want dit is agendapunt 13. Mevrouw Van der Windt: We gingen het over de zittingsduur hebben. Excuus. De voorzitter: U heeft het over agendapunt 15. Mevrouw Van der Windt: Excuses. Dan ben ik even verder. Zittingsduur. Sorry, u heeft helemaal gelijk. Dit punt hebben we geagendeerd naar aanleiding van de recente benoeming van de twee commissarissen van de SRO. Beide commissarissen ken ik als goede, geschikte personen. De bezwaren die hier naar voren komen, hebben echt alleen maar betrekking op de procedure en absoluut niet op de persoon. D66 vindt het belangrijk dat Haarlem beleid heeft over de inzet van oud-bestuurders. Wij vinden dat er minstens acht jaar tussen aftreden en nieuwe inzet zou moeten zitten.

Wij vinden het ook belangrijk dat er beleid komt over werken voor verbonden partijen door oud-bestuurders, omdat we het ongewenst vinden dat oud-wethouders of -burgemeesters zich te snel inzetten als vertegenwoordiger of belangenbehartiger van een verbonden partij. Ziet u, dat is een vraag aan de wethouder, een mogelijkheid om hier beleid voor te maken? Het tweede deel, binnen de wereld van de maatschappelijke governance in de zorg, in het onderwijs is het gebruikelijk dat commissarissen maximaal acht jaar verbonden zijn. D66 vindt het echt belangrijk dat de gemeente Haarlem als aandeelhouder ernaar streeft om dat in de statuten vast te leggen, zodat het vastligt. Maar zolang dat niet is gebeurd, dat de gemeente Haarlem als aandeelhouder niet instemt met de benoeming van een commissaris na ommekomst van achttien jaar. Ik ben erg benieuwd naar de visie van de wethouder, maar ook benieuwd naar de visie van mijn collega’s. Dank u wel.

37

De voorzitter: Wie mag ik het woord geven? Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank, voorzitter. D66 heeft ons twee vragen gesteld. Vraag één is of het college meer oog dient te hebben voor de benoemingstermijn en geen derde termijn toe te staan. Daar zijn wij het mee eens. Dat vinden wij ook. Vraag twee zijn wij het ook mee eens. Wat ons betreft is er behoefte aan beleid voor het benoemen van oud-wethouders of -raadsleden en het schrijven van een banencarrousel moet vermeden worden. Op afstand staan van de gemeente wordt daar ook minder mee gediend. Oud-bestuurders of -wethouders … De voorzitter: Mijnheer Trompetter, u heeft een interruptie van de heer Rutten. De heer Rutten: Mijnheer Trompetter, ik hoor u nu ook even en passant oud-raadsleden noemen. Maar over welke breedte wilt u dan nu dat de raad daar beleid over gaat maken? Want gaat het dan over alle verbonden partijen? Gaat het over overheids-nv’s? Het kan toch niet zo zijn dat als er na 16 maart een willekeurig raadslid hier afscheid neemt, maar zich nog wel maatschappelijk in wil spannen, dat die niet in het bestuur van, ik noem maar, de Raad van Commissarissen of de Raad van Toezicht van het Patronaat of een andere instelling zou kunnen acteren, omdat hij in de raad heeft gezeten? De voorzitter: Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dat punt, want dat wordt in het voorstel van D66 meegenomen.

Als het dan geen commerciële activiteit is of toezichthoudende functie, dan zou ik me daar best wel iets bij kunnen voorstellen. Het is wel gek natuurlijk als je uit de raad komt of uit het college en direct na je zittingsperiode een toezichthoudende functie gaat doen bij een door de gemeente gesubsidieerde instelling. Enerzijds zouden we er bijvoorbeeld een termijn aan kunnen koppelen. D66 noemt een termijn van acht jaar. Dat kan misschien nog wel wat korter. Maar bent u het met mij eens, mijnheer Rutten, dat je een schijn van een banencarrousel moet vermijden? Dat is dan mijn tegenvraag. Dank u. De voorzitter: De heer Rutten. De heer Rutten: Ik zie niet in dat er een banencarrousel ontstaat bij maatschappelijk betrokken Haarlemmers, die zich op wat voor manier dan ook in willen zetten in het maatschappelijk middenveld en misschien ook nog eens even een paar jaar iets in de politiek hebben gedaan. Want wilt u het dan andersom ook? Wilt u dan ook voorkomen dat mensen die in een bestuur van een vereniging of een stichting hebben gezeten, of in een toezichthoudende rol bij, ik noem maar weer even, het Patronaat, waar ik zelf vandaan kwam, op een gegeven moment dan ook niet naar de raad mogen, omdat er een schijn van belangenverstrengeling kan ontstaan, dat ze dan het belang van de stichting of de organisatie waar ze bij betrokken zijn geweest in de raad gaan zitten verdedigen.

U legt wel een hele zware claim op dat wat het bindmiddel is van de Haarlemse samenleving. Ik vind het overigens voor de politieke bestuurders uit het college een ander verhaal, want dan praat je ook over een totaal andere situatie ten aanzien van beloningsstructuren et cetera. Maar in het vrijwilligerswerk, om daar zulke claims op te gaan leggen, dat gaat mij echt veel te ver. De heer Trompetter: Ik zou die claims ook niet willen leggen, zeker als het gaat om vrijwilligerswerk bij maatschappelijke instellingen en vice versa. Vanuit die instellingen naar de raad of vice versa, zou ik geen enkel probleem mee hebben. Het zwaartepunt van mijn betoog ligt echt op de bestuurders die bezoldigde functies bijvoorbeeld gaan vervullen bij verbonden partijen. Dat zou dan voor mij het belangrijkste punt zijn.

38

De voorzitter: Dank u wel. Wie mag ik het woord geven? Niemand meer. Dan geef ik graag het woord aan de wethouder in deze. Mevrouw De Raadt, gaat uw gang. Wethouder De Raadt: Dank u wel, voorzitter. In de Haarlemse Nota Verbonden Partijen, die is vastgesteld op 25 november, is opgenomen dat de commissarissen in het beginsel een zittingsduur hebben van vier jaar, met de mogelijkheid tot een eenmalige herbenoeming van nog eens vier jaar. Op het moment dat we daarna voor de tweede en de derde herbenoeming willen gaan, dan is dat elke keer voor twee jaar, mits natuurlijk voldoende gemotiveerd. Daarbij moet, denk ik, inderdaad altijd de afweging worden gemaakt tussen wat is wenselijk, continuïteit versus de verkleving met de organisatie. Nou is het zo dat deze specifieke herbenoeming, als je dan uitgaat van de Haarlemse Nota Verbonden Partijen, die is vastgesteld op 25 november, het collegebesluit dat zit op de herbenoeming van mevrouw Olfers, die is van 7 december. Feitelijk heeft u dan gelijk. Dan zou de Haarlemse Nota Verbonden Partijen al gelden. Dat zou betekenen dat een tweede herbenoeming, een derde termijn, nog steeds zou kunnen. Weliswaar alleen dan voor twee jaar. Het college heeft toch gekozen voor vier jaar. Waarom? Enerzijds omdat het proces al in gang was gezet.

In de maanden voor het collegebesluit van 7 december zijn er onder andere afspraken gemaakt in de algemene aandeelhoudersvergadering, waar niet alleen Haarlem zitting in heeft, maar ook Amersfoort. Daar is de afspraak gemaakt dat we inderdaad voor de toekomst de commissarissen weer gaan benoemen voor maximaal twee jaar, maar dat een uitzondering wordt gemaakt voor de zittende commissarissen. Mevrouw Olfers valt daar inderdaad onder. De voorzitter: U heeft een interruptie op de wethouder. Gaat uw gang. Mevrouw Van der Windt: Maar geldt dat dan voor alle zittende commissarissen of alleen voor deze commissaris waarbij dit kennelijk al in procedure was gezet? Wethouder De Raadt: Dat geldt voor deze commissaris waar de procedure al in gang wordt gezet. Er is nog een andere commissaris, dat is ook een zittende commissaris. Ook daarvoor zou de uitzondering gelden. De afspraak die is vastgelegd in de AVH. Dan voor de nieuw commissarissen geldt de governance code of conduct, zoals wij die ook hebben vertaald in de Nota Verbonden Partijen. Dan hebben we een eerste termijn van vier jaar, een tweede termijn van vier jaar en dan eventueel, mits gemotiveerd, nog twee keer een termijn van twee jaar. Dat is denk ik mijn verhaal met betrekking tot mevrouw Olfers. Ik begreep dat u ook nog de vraag had gesteld over mevrouw Langenacker. Daar is ook een bepaald afwegingskader van belang.

Dat staat ook in de governance code, onder uitwerking 3.2.1. Dat kader komt erop neer dat op het moment dat diegene langer dan vijf jaar weg is bij de overheidsinstelling waar hij of zij eerst werkzaam was, dan zou het kunnen. In het geval van mevrouw Langenacker is dat ietsje korter, is namelijk vier jaar geweest. Maar het is ook zo dat zij SRO nooit in haar portefeuille heeft gehad. Natuurlijk, ze was wel lid van het college op dat moment. Indirect heeft ze wel over SRO misschien nagedacht, maar direct is ze er nooit bij betrokken geweest. Deze afweging is ook gemaakt. Die kunt u, als het goed is, terugvinden, ik denk in datzelfde collegebesluit, ook van 7 december. Die is genomen door de aandeelhoudende partij. Dat is in dit geval mijn collega, de heer Berkhout. Ik denk dat ik zo het voldoende heb beantwoord. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Zijn de vragen zo voldoende beantwoord door de wethouder? Mijnheer Klaver, u was net iets eerder. Gaat uw gang. De heer Klaver: Niet echt een vraag. Ik kan me vinden in de reactie op de twee punten, zoals verwoord door de wethouder. Ik vind wel dat we ons best moeten doen om die derde termijn te vermijden. Dat in principe twee termijnen het uitgangspunt is. Dat dan voorzien zou moeten worden in opvolging. Dat een derde termijn

39

meer een uitzondering dan een regel zou moeten zijn. Het tweede, denk ik dat het CDA geen behoefte heeft aan aanvullend beleid. Er is in deze individuele case een afweging gemaakt op grond van de governance code. Ik denk dat dat prima is en dat we daar ook voor toekomstige gevallen mee uit de voeten kunnen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Klaver. Mevrouw Van der Windt. Mevrouw Van der Windt: Ik sluit me aan bij de heer Klaver voor wat betreft dat dit echt een uitzondering moet zijn en dat het niet een situatie moet zijn dat je zegt, alle zittende commissarissen daar kunnen we standaard nog een derde periode van vier jaar bijplussen. Ik denk, met betrekking tot beleid ben ik het niet eens met de heer Klaver, omdat ik denk dat het goed is, ook duidelijkheid geeft voor collegeleden, als gewoon duidelijk is van wat wij hier in Haarlem normaal vinden. Ik zei net in mijn eerste termijn, acht jaar, maar ik bedoelde daarmee vier jaar. Maar dat je gewoon duidelijkheid hebt van, als je binnen vier jaar iets gaat doen met een verbonden partij, dan kan dat eigenlijk niet. Ik denk dat het beter is om die duidelijkheid vooraf te geven dan per geval tot geval te beoordelen. De voorzitter: Mijnheer Rutten.

De heer Rutten: Maar nou begrijp ik het even niet meer, mevrouw Van der Windt, want volgens mij hoor ik de wethouder zeggen dat we juist in de verbonden partijen die termijn van vijf jaar hebben. We hebben een totaal andere situatie dan in 2010, toen mijnheer Divendal hier in april 2010 het pand verliet en in december 2010 commissaris bij de NV SRO werd. Ik ben al heel blij dat we die grote stap gezet hebben. Maar graag nog even opheldering van de wethouder dan, als ik het verkeerd begrepen heb, dat we wel al iets geregeld hebben. De voorzitter: Wethouder. Wethouder De Raadt: Dank u wel, voorzitter. De heer Klaver geeft aan meer uitzondering dan regel. Daar staat ook het college achter. Dat zijn we eens. Mevrouw Van der Windt geeft aan van, u wilt het liefst nog het een en ander gieten in beleidsregels. Het college vindt dat op dit moment ook niet nodig, omdat eigenlijk gewoon de governance code geldt. SRO verwijst daar ook naar op hun website. Het zou wel kunnen dat u misschien de statuten heeft gezien op de website van SRO. Dat zijn inderdaad nog de oudere statuten. Daar is al het een en ander in gewijzigd. Maar op de website zelf wordt verwezen naar die governance code of conduct. Dan is denk ik verder beleid overbodig, want die is ook compleet in lijn met onze Nota Verbonden Partijen. De vraag van de heer Rutten.

Inderdaad, die vijf jaar toetsingskader, wanneer je weer terug zou kunnen komen en dan in een commissarissenfunctie, als je eerder bij de overheid hebt gewerkt, die staat ook in die governance code of conduct. Ook daar verwijst de SRO weer naar. Ook dat hebben we volgens mij dan ondervangen in beleidsregels. Tot zover. De voorzitter: Zijn er nog vragen, of is dit onderwerp voldoende besproken? Ik ga ervan uit dat dit onderwerp voldoende is besproken. 13.1 (Her)benoeming commissarissen NV SRO. * 20220058649 Zittingsduur commissarissen en inzet oud bestuurders. 14. Koffiepauze.

40

De voorzitter: Het is nu even koffiepauzetijd. Maar als u zegt van, we kunnen ook wel door, want we hebben net gegeten, dan mag dat natuurlijk ook. Iedereen die nu even koffiepauze wil, even graag de handen zien. Ja hoor, het is koffietijd. Gaat u maar even koffiedrinken. Dan zijn we hier over, laten we een compromisje doen, tien minuten weer terug hier. O, echt? Neem uw tijd. Dit is mist, noemen wij dat. De vraag is aan deze commissie. Mijnheer Linder. De heer Linder: Met risico natuurlijk dat er … Ik heb de mededeling niet goed gehoord. Ik was er toen niet. Maar ik vroeg me af of de burgemeester … Of er ook een mogelijkheid is dat mensen er … Dat er gefaciliteerd kan worden dat mensen ook privé vluchtelingen kunnen opvangen? Of daar een mogelijkheid is? Want ik begrijp rond om mij heen dat er wel behoefte van mensen is van mensen die zeggen van, goh, ik ben bereid om een gezin een tijdje in mijn huis op te vangen. De voorzitter: Goede vraag, mijnheer Linder. Zelfs zo goed dat die vraag is eigenlijk al beantwoord inderdaad. Maar dat maakt niet uit, want de burgemeester is best bereid om het nog even kort over te doen, toch, die beantwoording, burgemeester? Burgemeester Wienen: Zeker. Wij hebben afgesproken dat we dat inderdaad willen faciliteren.

Er zijn een aantal voorzieningen die de Rijksoverheid beschikbaar stelt om bijvoorbeeld te zorgen voor medische verzekering, een aantal andere voorzieningen die nodig zijn. Wij maken wel gebruik van bestaande coördinatiepunten die dit registreren en regelen. Er is absoluut wel een eis dat je je moet registreren. De betreffende vluchteling moet zich registreren bij de gemeente als een Oekraïense vluchteling. De bemiddeling loopt via Vluchtelingenwerk, Leger des Heils. Eens even kijken hoor, wat hadden we nog meer? Er zijn een stuk of vier organisaties die … Rode Kruis. Precies. Dank u wel. Die zeker. Maar ook Takecarebnb, geloof ik dat het heet. Er zijn er nog een aantal waarvan we zeggen van, die brengen we dan gewoon in verbinding en dan pakken we dat op. De voorzitter: Is uw vraag daarmee beantwoord, mijnheer Linder. Mijnheer Klaver. De heer Klaver: Ik heb geen vraag, maar ik wil eigenlijk mijn waardering uitspreken voor de daadkracht waarmee het college bezig is om in de huidige situatie opvang te bieden voor vluchtelingen en dat te faciliteren. Complimenten zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Klaver. Mevrouw Van der Windt. Mevrouw Van der Windt: Daar sluit ik me echt heel graag bij aan, bij de opmerking van de heer Klaver. Dank u wel.

De voorzitter: Zijn er nog meer mensen die zich daarbij willen aansluiten misschien? Mijnheer Van den Doel, GroenLinks, mijnheer Trompetter wil zich daarbij aansluiten, mijnheer Linder. Eigenlijk wil iedereen zich daarbij aansluiten, burgemeester. Mijnheer Van den Raadt van Trots, u ook. Heel goed. Burgemeester Wienen: Dank. U krijgt een raadsinformatiebrief. Als er nieuwe ontwikkelingen zijn, dan zorg ik dat u ook op de hoogte wordt gehouden. Dank. De voorzitter: Dan mag u nu naar huis. Alle vragen zijn beantwoord. Een fijne avond. Burgemeester Wienen: Dank je wel.

41

De voorzitter: Dank u wel, mevrouw De Raadt voor uw geduld. 15. Management letter Deloitte 2021 Gemeente Haarlem (ER). De voorzitter: Wij gaan naar agendapunt 15. Management letter Deloitte 2021 gemeente Haarlem. Doel is de bevindingen die door D66 zijn genoemd met elkaar te bespreken. Dat gaat over toename onregelmatigheden, EU-aanbestedingen, kwaliteit van de algemene IT-beheersingsmaatregelen en de scenario’s grondexploitaties. Dit stuk is ter bespreking. Gaat niet door naar de raad. Ik geef graag mevrouw Van der Windt als eerste het woord. Gaat uw gang. Mevrouw Van der Windt: Dank u wel, voorzitter. U heeft net al gezegd wat de punten waren die in het agenderingsverzoek vermeld waren. De vragen die daarbij stonden, staan wat mij betreft nog steeds. Hoe kijkt het college aan tegen deze bevindingen? Wat gaat u daarmee doen? Hebben die bevindingen nog consequenties voor reserveringen? Dank u wel. De voorzitter: Wie mag ik verder het woord geven? Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. We hebben het hier al vele malen over gehad. Als je het snapt, de conclusie dat de eerste en derde lijn van ‘defence’ van belang zijn voor de controle of de ‘… rechtmatigheid’. Dat de tweede lijn voornamelijk een adviserende en ondersteunende rol heeft. Daarnaast zou de tweede lijn ook een interveniërende rol moeten hebben.

Hoe wordt daar nu in voorzien, is mijn eerste vraag. Wordt het LOC, de Levers of Control voor snelle veranderingen en complexe taken … Daar wordt het ook geïmplementeerd, zoals geadviseerd in het 213A-onderzoek. Dan zijn alle aanbevelingen uit het onderzoeksrapport overgenomen en welke niet? Is er nu ook een actieprogramma, zoals ik op 4 november vorig jaar gevraagd heb? Ten aanzien van de grondexploitatie, vindt mijn fractie het nog steeds zorgelijk en risicovol dat er winst wordt genomen voordat de grex afgesloten is. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Trompetter. Verder nog iemand het woord? Nee? Dan geef ik nu graag het woord aan de wethouder. Gaat uw gang, mevrouw De Raadt. Wethouder De Raadt: Dank u wel, voorzitter. Misschien goed om allereerst te vermelden. Ik neem aan dat de agendeerder … Is dat een woord? Ja. Daar wel van op de hoogte is. Maar deze management letter is natuurlijk in eerste instantie ook bedoeld voor het management, voor de directie. Daarom wordt hij ook slechts ter kennisname aan de raad gestuurd. Wel wordt hij hierna natuurlijk ook besproken in de Auditcommissie. Er zijn een aantal punten. Die heeft u ook in uw agenderingsverzoek opgenomen. Die zal ik maar even aflopen. Als eerste de EU-aanbestedingen.

Ik denk dat ik daar in zijn algemeenheid wel van kan zeggen dat ondanks dat er in 2020 in de raad een hoger bedrag aan onrechtmatigheden is geconstateerd, uit nadere analyse … Ik heb een hele erge echo, voorzitter. Uit nadere analyse blijkt in ieder geval dat die onrechtmatigheden komen voort uit contracten die al zijn afgesloten in 2019. Ik denk dat dat goed is om het vermelden. Desalniettemin heeft de directie zich dit wel aangetrokken. Die heeft hierop ook actie ondernomen. Zo is er onder andere een nieuw formulier ontwikkeld. Dat wordt nu ook gebruikt, op het moment dat er wordt besloten om toch af te wijken en er zo een onrechtmatige situatie ontstaat. Deze afweging die dan gemaakt wordt op dat formulier, waarbij de doelmatigheid dan groter gewicht toegekend krijgt dan de rechtmatigheid, wordt hij eerst voorgelegd aan de desbetreffende directeur, die daar akkoord op geeft. Dan uw tweede punt. Dat is met betrekking tot de grondexploitaties. Het algehele beeld is dat Haarlem in ieder geval een beperkte omvang van grondexploitaties kent. Op grond van de BBV is het ook gepast om de inschatting te maken op basis van een realistisch scenario. Er wordt daarbij getoetst ook op realistische cijfers. Met andere woorden, is de

42

grondexploitatie passend bij de situatie die op dit moment geldt in de markt? Pas op het moment dat de omvang van deze grondexploitaties weer verder oploopt, dan kan er nagedacht worden om in het risicomanagement daar ook extra aandacht aan te geven. Dat stelt u volgens mij ook in uw vraag, dan kunnen we er op een gegeven moment ook meerdere scenario’s gaan opstellen. In ieder geval op dit moment kunnen we volstaan met de constatering dat de management letter geen aanleiding geeft om dat nu al te doen. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Trompetter. Gaat uw gang, mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Op het moment dat de grexen weer gaan toenemen en dat we weer meer gaan ontwikkelen, houdt het college dan wel vast aan de winstneming op een vroege termijn, zoals nu het beleid is geworden? Wethouder De Raadt: Dat is nu ook al het gebruik. Daar is geen reden om verder van af te wijken. De heer Trompetter: Sorry, wat is dan nu het gebruik? Wan voor zover mijn kennis trekt, hebben we vorig jaar … Is er een besluit genomen dat de eerder winst genomen kan worden uit de grexen dan voorheen jarenlang gebruikelijk was. Ik vind het nogal risicovol, zeker als de grexen wat groter worden.

Mijn vraag is, als de grexen weer gaan toenemen, kunnen we er dan nog eens een keer over gaan praten? Of het dan wel zo verstandig is om die winst alvast te gaan nemen? Wethouder De Raadt: Goed, als u vraagt van, op het moment dat de situatie weer verandert en u wilt het er dan over hebben, dan is dat natuurlijk altijd een mogelijkheid. Alleen op dit moment is daar nu geen reden toe. Dan het derde punt. Dat gaat over de IT-beheersingsmaatregelen en de systeemgerichte controle. U vraagt eigenlijk of zo’n systeemgerichte controle geprefereerd wordt boven een gegevensgerichte controle. Dat is wel een lastige, want een systeemgerichte controle vraagt echt wel een investering in de procesvolwassenheid. Dat is ook wel een meerjarig proces en een meerjarige inspanning voordat dat gerealiseerd is. Ik kan er in ieder geval nog wel bij zeggen dat er op dit moment geen een gemeente is die dat nu op deze … Die nu een volledig systeemgerichte controle heeft. Er vinden wel wat pilots plaats en wat experimenten, maar voor de rest, Haarlem is daar ook geen uitzondering op, want dat gebeurt overal. Ik denk, voorzitter, dat ik zo de belangrijkste vragen heb beantwoord. De voorzitter: Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Mijn vragen liggen er allemaal nog. Wethouder De Raadt: Dan moet u die nog even herhalen. De heer Trompetter: Zonde van mijn tijd, jammer genoeg.

Hoe wordt voorzien in de interveniërende rol van de tweede lijn, die is voorgesteld? Wordt het LoC-model, de Levers of Control voor snelle veranderingen en complexe taken ook toegepast? Zijn alle aanbevelingen uit het rapport overgenomen? Dat waren eigenlijk mijn vragen die nog liggen. De voorzitter: Wethouder. Wethouder De Raadt: Helder. Daar begon ik ook al mee. Deze management letter is natuurlijk in eerste instantie bedoeld voor de directie en heeft daarom ook niet echt een doorwerking op bestuurlijk niveau. Uw eerste twee vragen zijn ook erg technisch. Die ga ik gewoon mee terug nemen. Uw laatste vraag, u vraagt of

43

de directie alle aanbevelingen heeft overgenomen. Dat is inderdaad het geval. Op alle aanbevelingen is ook geacteerd. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Zijn er verder nog vragen blijven liggen, of is er reden voor aanvullende vragen? Nee? Dan stel ik voor dat we dit onderwerp afsluiten. Dan wil ik de wethouder van harte bedanken voor haar aanwezigheid. Ook u mag naar huis. Dan is het nu kwart voor negen. Ik heb een beter voorstel. Maar moet jij daar bij zijn dan? Hoeft toch niet per se? Maar het is ons ding, toch? Het is ons ding. Maar Eva heeft niks voorbereid en bovendien is het een raadsdingetje. Volgens mij, toch? We zijn eruit hoor. Goed, het is als volgt. Wij hebben nu nog twee onderwerpen van de heer Roduner. Daar moeten wij nog even op wachten. Wij dachten, in onze wijsheid, weet je, dan kijken we verder wat er nog meer op de agenda staat waar we de heer Roduner niet voor nodig hebben. 18. Brief Rekenkamercommissie d.d. 24 januari 2022 stand van zaken RKC-aanbevelingen 2022 De voorzitter: Dat is agendapunt 18. Dat is de brief van de Rekenkamercommissie van 24 januari. Dat gaat over de stand van zaken van de RKC-aanbevelingen. Dat is een soort van afspraak die we hebben gemaakt dat het eens in de zoveel tijd, om precies te zijn tweemaal per jaar, komt dat terug op deze agenda.

Dan gaan we even kijken, hoe staat het eigenlijk met die aanbevelingen? Wat is daarmee gedaan door het college? Zijn we daar blij mee? Dit is zo’n moment dat we het daarover gaan hebben. Het is echt ons ding om het erover te hebben of wij daar blij mee zijn. Dat is niet per se een collegeding. Maar we hebben nu wel een lid van het college nog hier, die misschien heel kort iets kan zeggen over een brief die misschien nog onderweg is. Zoiets. Ik wil graag deze wethouder vragen om een mededeling te doen omtrent de RKC-aanbevelingen. Het woord is aan u, wethouder. Wethouder De Raadt: Dank u wel, voorzitter. Ik kan in dit geval in zijn algemeenheid zeggen dat er nog een collegereactie aankomt. Die is afgelopen dinsdag in B&W vastgesteld. Sterker nog, volgens mij staat hij in ieder geval op de ingekomen stukken van uw agenda. Maar ik kan me voorstellen dat u daar op dit moment wellicht niet al helemaal tot in detail tot u heeft genomen. Maar daar kunt u hem, denk ik, wel vinden. Mocht u dit onderwerp dan … Mochten daar dusdanige dingen in staan dat u zegt van, dat willen we nog nader bespreken, dan kan u het natuurlijk altijd nog agenderen. Maar mijn inschatting is in ieder geval in zijn algemeenheid dat het college en de RKC elkaar volgens mij gevonden hebben.

Ik denk dat het van belang is dat vooral de aanbevelingen die ouder dan vier jaar zijn, dat dat in ieder geval in overleg besloten is om die af te doen. Voor een aantal andere aanbevelingen, die zijn ook afgedaan of bijna afgedaan, omdat daar nu bijvoorbeeld het groenbeleidsplan … Die ligt nu natuurlijk in de inspraak. Formeel is hij nog niet helemaal afgedaan. Maar we kunnen, denk ik, wel ervan uitgaan dat dat niet al te lang meer op zich laat wachten. Het fietsbeleid, daarvan kan ik u nog meegeven dat die ook onlangs in de commissie of zelfs al in de raad is geweest. Durf ik niet met zekerheid te zeggen, maar dat is een andere wethouder. Maar goed, de afdoening is in ieder geval onderweg. Wat kan ik u verder nog meegeven? Ik denk dat dat wel een beetje de belangrijkste dingen waren. Mocht u nog vragen hebben voor mij, dan hoor ik het graag. De voorzitter: Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. De punten die nog waren blijven liggen, daar is een brief over in de tijdlijn neergezet. Dat zijn de punten over de externe inhuur, wijzigingen in de personeelsbegroting en het halfjaarverslag hierover en de wijzigingen hierin. Bedoelt u dat met dat daar nog actie op wordt ondernomen, die openstaande punten?

44

Wethouder De Raadt: Ja, vanzelfsprekend. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Er komt een brief aan van het college waarin dit ook ongeveer staat vermeld. Misschien is het dan toch wel wijsheid om het hier verder vanavond niet al te lang over te hebben. Want het is natuurlijk altijd handiger als wij een stuk hebben wat hieronder ligt, op basis waarvan wij de discussie aan kunnen gaan. Nu hebben we … O, mevrouw Van der Windt. Mevrouw Van der Windt: We zitten bij elkaar, maar een van de dingen die openstaat zo meteen bij punt 17, is onze eigen zienswijze. Dat zouden we wellicht ook zonder wethouder kunnen bespreken, omdat het onze eigen zienswijze is die wij gezamenlijk aan de raad willen voorleggen. De voorzitter: Uitsprekend plan, mevrouw Van der Windt. Ik durfde het eigenlijk niet voor te stellen, maar nu u het zegt, is een uitstekend plan. Ik zal het even herhalen voor de kijkers thuis. Let op, nu wordt het interessant. Het gaat over Spaarnelanden. Er wordt gevraagd om een zienswijze. Het onderwerp is een zienswijze van deze commissie wat betreft het routeplan van Spaarnelanden. De zienswijze is onze zienswijze. In principe hebben wij daar niet echt een wethouder bij nodig. Wat wij nu gaan doen, is zoals we hier bij elkaar zitten, onder mijn briljante voorzitterschap, kijken of wij tot een gedragen zienswijze kunnen komen wat betreft het routeplan van Spaarnelanden.

Tegen de tijd dat de wethouder hier is, dan kunnen we dat gewoon aan hem … We hebben een inspreker. Heb jij hem nog gecontact of niet? Nee? Doe maar even. We kunnen hier wel mee beginnen. Er is ook nog een inspreker. Die wordt nu … We bellen nog even naar een inspreker. We delen even mee dat we een beetje een change of plans is. Dan stel ik voor dat wij gewoon dit gaan doen. Uiteindelijk rolt daar dan, als het goed is, een gedragen zienswijze uit deze bespreking in deze commissie die wij verder zonder al te veel omhaal kunnen meegeven aan het college, in de vorm van de heer Roduner. Wij bellen even met de heer Belderok. 18.1 * 20220070612 Brief Rekenkamercommissie d.d. 24 januari 2022 stand van zaken RKC-aanbevelingen 2022/1. 17. Zienswijze routekaart Spaarnelanden (FR) De voorzitter: Goed, we gaan beginnen met agendapunt 17. We hebben zojuist contact gehad met de inspreker op dit agendapunt. Die is onderweg. De raad wordt gevraagd aan te geven of de zienswijzen van deze commissie goed zijn verwerkt in het stuk wat nu voor ons ligt, met name over de doelformulering, over statuten Spaarnelanden, over het toepassen van de vrije ruimte en over het actief betrekken van de raad bij Spaarnelanden als strategische partner. Mag ik vragen de twee GroenLinksers op de achterste rij om ook even … Dank u wel. We gaan de zienswijze nu bepalen.

Is het handig als ik mevrouw Van der Windt als eerste wederom het woord geef? Daar gaat u dan? Mevrouw Van der Windt: Maar ik vind het zelf een beetje vervelend worden. Maar u mag mij als eerste het woord geven. Ik heb wat voorbereid, want ik heb een aantal dingen in de … Had ik zelf als punt. Ik weet dat ik voor sommige dingen steun heb, een aantal dingen geen steun. Wat ik mij voorstel, is dat wij een zienswijze maken aan het college en daarbij aangeven welke punten gesteund worden door welke partijen. Eventueel ook welke zienswijze als minderheidsstandpunt wordt meegegeven. Het gaat er per slot van rekening om een zienswijze. Het hoeft niet altijd per se een unaniem stuk te zijn. Wat ik graag zou willen opnemen, is dat Spaarnelanden primair een bedrijf is dat verantwoordelijk is voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte in Haarlem en Zandvoort, zoals neergelegd in DDO’s. Spaarnelanden is erop gericht om die activiteiten zo efficiënt en goedkoop mogelijk uit te voeren. Wij willen als zienswijze op de routekaart meegeven dat de

45

focus op operational excellence leidend moet zijn voor zowel de aandeelhouder, dus het college, de Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen. Wij zijn als zienswijze geen voorstander van de mogelijkheid dat Spaarnelanden zich zelfstandig, zonder goedkeuring van de aandeelhouder, op de vrije markt begeeft. Daarom willen wij als zienswijze meegeven dat in die doelformulering in de statuten wordt opgenomen, na goedkeuring van de aandeelhouders. Dan is het ook de bedoeling dat voordat die aandeelhouder, ons college, die goedkeuring, dat de aandeelhouder dan de gemeenteraad om een zienswijze vraagt. Wij willen ook als zienswijze meegeven dat Spaarnelanden prudent en voorzichtig met de gelden moet omgaan. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Klaver. Gaat uw gang. De heer Klaver: Is dit het moment om vragen te stellen, of heeft u liever dat u uw betoog even afmaakt en dan vragen aan het eind? De voorzitter: Ik denk het laatste. Ik hoor dit ook als afzonderlijke punten. U noemt nu een opsomming van … Zo meteen gaan we die punten nog even langs, neem ik aan. Gewoon van een tot en met tien. Dan gaan we daar even kijken waar de meerderheid ligt. Gaat uw gang.

Mevrouw Van der Windt: Het volgens is, prudent en voorzichtig met de gelden moet omgaan, zodat wij ook als zienswijze willen meegeven dat onder B en C in de statuten wordt opgenomen, na goedkeuring van de aandeelhouders. Het gaat om het deel dat Spaarnelanden zich garant kan stellen en leningen kan afsluiten. Dat is allemaal heel mooi, maar wel met toestemming van de aandeelhouders. We vinden verder dat het exploiteren van het taxibedrijf niet past binnen de doelomschrijving van Spaarnelanden. Daarom zouden wij als zienswijze willen meegeven dat de bepaling onder H van de statuten wordt geschrapt, waarna het taxibedrijf weer verzelfstandigd kan worden. Verder willen wij als zienswijze meegeven dat Spaarnelanden een NV is, zodat het niet alleen aan de RvB en RvC is om te bezien of een nieuwe statutenwijziging noodzakelijk, maar ook, of misschien juist, aan de aandeelhouders. Wij willen als zienswijze meegeven dat de gemeente Haarlem een wat activistischer aandeelhouder wordt, met focus op, al eerder gezegd, die operational excellence. Dan als een na laatste willen wij als zienswijze meegeven dat de gemeente als aandeelhouder zal voorstellen om de statuten te wijzigen, zodat bestuurders maximaal, niet alleen commissarissen, maar ook bestuurders maximaal voor twee periodes van vier jaar als bestuurder benoemd worden.

Als allerlaatste zouden we willen meegeven om voor eind 2022 een besluit te nemen over de toekomst van Spaarnelanden. Is het de bedoeling van de gemeente om die aandelen op termijn over te dragen, of is het de bedoeling dat de gemeente aandeelhouder van Spaarnelanden blijft? Afhankelijk van het antwoord daarop zal het college dan een voorstel aan de raad doen over de daarbij passende vrije ruimte. Dat waren de zienswijzen van D66. De voorzitter: Dank u wel. Die zienswijzen, zijn die al in bezit van de overige commissieleden, of nog niet? Als u ze wilt delen, ook met mij graag, dan stuur ik ze door aan de griffie. Dan kunnen wij ook die meerderheid noteren. Mevrouw Van der Windt: Ik stuur ze aan de griffie. De voorzitter: Prima. Maar ook graag aan mij. Mijnheer Rutten. De heer Rutten: Voorzitter, dank u wel. Ik wil mevrouw Van der Windt eigenlijk heel hartelijk bedanken voor het werk wat ze heeft gedaan om dit zo uit te werken, want heel eerlijk gezegd begon het mij een beetje te duizelen toen we het er weer over moesten gaan hebben. Dat is dan misschien wel nog even straks met de portefeuillehouder. Ik vond de brief ook wat onbegrijpelijk die we kregen. Maar ik ben heel erg blij met deze

46

constructieve wijze die D66 heeft gekozen om hier met elkaar tot een zienswijze te komen die we het college mee kunnen geven. De voorzitter: Ik denk dat dat onderschreven wordt door de rest van deze commissie. In ieder geval wel door mij. Maakt het weer een stuk overzichtelijker. Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Ik heb allemaal goede dingen gehoord van D66. Dank daarvoor ook. Ook dit is een meerderheid voor. Voor het afstoten van het taxibedrijf. Ik ben daar niet zo’n voorstander van, want het taxibedrijf is met name ooit ingezet voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt, omdat die anders geen werk zouden hebben. Op dat punt na. Maar daar wilde ik graag even een notitie van hebben. Voor de rest kunnen we wel instemmen met wat ik net gehoord heb. De voorzitter: U gaat heel snel, mijnheer Trompetter, maar prima. Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Sorry, voorzitter. GroenLinks kijkt op sommige punten er toch echt anders tegenaan. De vrije ruimte vinden wij een goed idee, omdat wij willen een ondernemend Spaarnelanden. In de vrije ruimte is vaak ‘…’ kunnen doen. Daar wordt ook geld verdiend waar wij dividend van krijgen. Daar zijn wij zeer van gecharmeerd. Het vergroot ook de slagkracht van het bedrijf. Over de commissarissen, daar zijn we het mee eens, dat twee keer vier jaar is echt meer dan voldoende.

Dat de aandeelhouder soms gekend wordt, is goed, maar niet dat wij elk ding wat Spaarnelanden … De voorzitter: Mijnheer Van den Doel, voordat u verder gaat, ik kijk even naar de griffie. U bent aan het meetypen? Prima. U bent sneller dan ik. De heer Van den Doel: Dank u wel. Dat als de statuten gewijzigd worden de aandeelhouder in kennis gesteld wordt, dat lijkt mij goed. Dat de raad voor elke statutenverandering ook ingeseind moet worden, dat lijkt mij niet altijd even belangrijk. Het hangt af van wat de wijziging is. Ik weet niet of we dat op een goede manier geformuleerd krijgen. Misschien gaan we toch wel mee daarin met D66. Dat binnen de vrije ruimte … Dat alles wat daarbinnen ondernomen wordt ook voor goedkeuring naar de raad toe moet, dat lijkt me erg overdreven, want dat haalt weer de snelheid, de slagkracht en de ondernemingszin eruit. Verder zullen we een aantal punten in de zienswijze wel of niet onderschrijven, of aanvullen met hoe wij erover denken. Dat komt dan naar het college toe. De voorzitter: Mijnheer Klaver, een moment. Ik kijk even naar mijn griffie of dit systeem werkt. Mijnheer Van den Doel, misschien kunt u een documentje maken met waarin u zegt, voor, voor, voor, voor, voor.

Wanneer u het er niet mee eens bent, een korte zienswijze, een motivatie dan erbij toch? Neem ik aan? De heer Van den Doel: Dan zal het aan mij liggen, maar ik denk dat mevrouw Van der Windt voorstelde om een zienswijze te maken met al die tien punten. Daarin op te noemen wie daar wel of niet mee kan leven. In sommige gevallen kan je dan als partij aanvullen waarom. Dat lijkt mij het antwoord op de vraag. De voorzitter: Dat denk ik ook. Maar dan vraag ik even aan de griffie of dat doable is. Is dat te doen? We gaan een poging wagen. Mijnheer Klaver. De heer Klaver: Dank u wel, voorzitter. Ik loop ze even bij langs, dan kunt u dat gelijk registreren. Het eerste punt is wat mij betreft akkoord. Eens met de zienswijze van D66. Geldt ook voor de tweede. De derde had ik de vraag, daar is het de bedoeling, als ik D66 goed begrijp dat dat in lijn is met de vraag die ik de vorige keer

47

aan de burgemeester heb gesteld om als Spaarnelanden een nieuwe activiteit begint in de vrije ruimte, dan is daar een aandeelhouders besluit voor nodig. Toen heb ik gevraagd, joh, kan dan om de zienswijze van de raad worden gevraagd? Dat heeft D66 hier zo verwoord, als ik dat goed begrijp. Dan ben ik het daar van harte mee eens. Dan een reactie op GroenLinks. Hoe vaak zal het voorkomen dat Spaarnelanden met een nieuwe activiteit begint, waarvoor een besluit van de aandeelhouders nodig is? Dan vanuit de betrokken van de raad, bij datgene wat Spaarnelanden aan activiteiten onderneemt, denk ik dat het heel goed en passend is. Dat heeft niks met gebrek aan vertrouwen te maken, zoals in de reactie van het college staat. Maar betrokkenheid van de raad bij wat Spaarnelanden aan het doen is, dat daar de zienswijze van de raad wordt gevraagd. Als ik het goed lees, dan is het als zodanig verwoord. Ik zie instemmend geknik. Daarmee ook akkoord. De vierde, prudente … Dat is ook akkoord. Taxibedrijf en het schrappen van punt H, daar ben ik niet mee akkoord. Als we kijken naar de reactie van het college, nee, de zienswijze, of het stuk van het college, dan oefent Spaarnelanden nu activiteiten uit die ook onder dat punt H vallen. Dat is meer dan het taxibedrijf. Dit gaat denk ik te kort door de bocht.

Wat ons betreft zijn de statuten, we hebben daar veel over gesproken, met die doelomschrijving, zoals hij nu is en met de onderbouwing van het college, akkoord. Dat punt onderschrijven we niet. Het volgende punt, akkoord. Het voorlaatste punt, die maximaal twee periodes van bestuurders, akkoord. Het laatste punt, is het de bedoeling van de gemeente om de aandelen in Spaarnelanden op termijn over te dragen. Dit roept de suggestie op alsof de gemeente Haarlem zijn aandelen in Spaarnelanden zou verkopen. Begrijp ik dat goed? Dat is volgens mij geenszins de bedoeling. Dat is volgens mij ook niet wat we willen. Dit roept denk ik iets op, een discussie, die we juist niet willen. Daar wil ik nog wel even reactie op van D66. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Klaver. Mevrouw Van der Windt. Mevrouw Van der Windt: Ik wil wel eventjes op het laatste punt van de heer Klaver reageren. Het is meer, ik denk dat we allemaal wat worstelen met wat is Spaarnelanden? Wat voor vrije ruimte hebben ze nodig voor het uitvoeren van eigenlijk de overheidstaak van de gemeente? Het is helemaal niet mijn bedoeling om op de agenda te krijgen dat die aandelen gekocht moeten worden.

Maar ik denk wel dat het goed is om daar gewoon nog een keer duidelijkheid over te krijgen, wat is het doel? Als inderdaad het doel is, wat ik denk en wat ik eigenlijk ook heel prima zou vinden, dat de gemeente Haarlem, samen met Zandvoort, aandeelhouder van Spaarnelanden blijft, dan weeg ik vrije ruimte en ondernemerschap natuurlijk anders dan wanneer het college eigenlijk van plan zou zijn om Spaarnelanden op termijn, de aandelen daarvan, over te dragen. De voorzitter: Mijnheer Linder. De heer Linder: Dank. Ik heb dat document niet. Ik kan daar niet zo langs lopen. De voorzitter: Wij sturen het nu even naar u toe. De heer Linder: Maar goed, ik wil me in ieder geval aansluiten in principe met wat GroenLinks heeft gezegd. Daar wij zijn het in principe ook, tenminste wat tot nu toe gezegd is, voor honderd procent mee eens. De voorzitter: Zullen we die dan gewoon noteren, mijnheer Linder? Of wilt u toch nog even de punten doorlopen? We sturen de punten sowieso even naar u toe. Mijnheer Belderok is aanwezig. Mijnheer Belderok, waar bent u? De heer Belderok: Ik ben hier.

48

De voorzitter: Dag mijnheer Belderok. Kom er maar bij. Maar vindt u het goed als wij nog even ons rondje afmaken en dat u dan daarna onmiddellijk aan het woord komt? U mag al wel vast gaan zitten hoor. De heer Belderok: Prima. De voorzitter: Dan kunt u het leuk zien van hier af. Is ook best grappig. Goed. Inmiddels heeft iedereen het document te pakken. Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dat niet, maar net als mijnheer Linder wil ik me ook aansluiten bij het betoog van GroenLinks. Ik heb het stuk ook nog steeds niet, maar in ieder geval in aanvulling wat ik zei over die taxi, de vrije ruimte is voor ons ook prima. De voorzitter: We zorgen wel dat het document alsnog bij u komt. Misschien kunt u het even verversen. Hij moet binnen zijn. De griffie heeft het net verstuurd. Mochten er dan nog op- of aanmerkingen zijn, dat geldt ook voor mijnheer Linder, dan kan het alsnog aangepast worden. Mis ik volgens mij nog mijnheer Rutten, kan dat ook? Mevrouw Wisse. Mevrouw Wisse: Dank u wel, voorzitter. Alle verbonden partijen zullen sowieso hun steentje bijdragen aan de duurzaamheidsambities van de stad. Maar wij zouden in de zienswijze de rol van Spaarnelanden op het gebied van de circulaire economie extra willen benadrukken. Want Spaarnelanden heeft als kernactiviteit, zie het statutaire doel onder A, om ons afval in te zamelen.

Omdat alle afval uit huishoudelijk afval en uit het beheer van de openbare ruimte grondstof is. In het kader van de circulaire economie is Spaarnelanden, wat ons betreft, als afvalverwerker de meest aangewezen partij in Haarlem om de circulaire ambities van de gemeente te helpen behalen. Dat stukje zal ik nu eventjes opsturen naar de griffie. Voor de rest wachten wij eventjes de conceptzienswijze af. Die wil ik graag met de fractie nog even bespreken. Dank u wel. De voorzitter: Goed, u deelt even uw tekst over de circulaire afvalinzameling nu met de griffie. Wij zorgen dat die gedeeld wordt met de commissie. Mijnheer Rutten, uw had wel … Nee? De heer Rutten: Ik denk steeds dat ik mijn hand opsteek, maar dat is helemaal niet zo. Misschien dat ik een beetje veel beweeg of zo. De voorzitter: Maar wij wachten nog wel op u. Of had u dat al gegeven en loop ik achter in mijn … De heer Rutten: Ik heb mevrouw Van der Windt natuurlijk bedankt, maar eigenlijk zijn overal wat zij daarin voorstelt wij het mee eens. In dat opzicht is het vrij simpel. De voorzitter: Fantastisch, mijnheer Rutten. De heer Rutten: Is het vrij eenvoudig. De voorzitter: Dan gaan we dat noteren. De heer Rutten: Dat kunt u meteen noteren. De voorzitter: Staat genoteerd. Mijnheer Van den Raadt, uw input.

49

De heer Van den Raadt: Dan kunnen wij ook heel kort door de bocht zijn. Wij steunen de mooie woorden van GroenLinks in dit verhaal. De voorzitter: Prima. Dank u wel. Staat genoteerd, neem ik aan? Ja. Dan is de enige zienswijze die nog ontbreekt die van de PvdA. Die zien wij graag tegemoet na maandag, neem ik aan, na de fractievergadering. Dan kan hij toegevoegd worden. Dan is de zienswijze compleet. Dan geef ik nu … Remko, mijnheer Trompetter, wilt u nog reageren? De heer Trompetter: Eens even kijken. Ook gezien de tijd, ik heb net al gezegd, ik sluit me aan bij GroenLinks. Taxibedrijf, wat ons betreft, moet erin blijven. De voorzitter: Dat blijft het. De heer Trompetter: De vrije ruimte ook. Dat blijft zo. De voorzitter: Dat geldt ook voor mijnheer Linder? U heeft de tekst gelezen? Prima. Staat alles genoteerd. Dan geef ik nu heel graag het woord aan de heer Belderok ter … O, mijnheer Rutten. De heer Rutten: Wil ik wel heel even weten hoe we dit gaan afhechten? Want er is nu een aantal punten. De griffie heeft bijgehouden wie wat waar mee eens is. Komt er nog een stuk … De heer …: Thessa, wil jij nog zeggen wat jij gaat doen, want volgens mij is dat het sleutelpunt. De voorzitter: De griffie heeft een prima voorstel, mijnheer Rutten. We doen het als volgt. De griffie gaat hier een conceptlijst van maken, zienswijze, waarin dit allemaal staat opgenomen.

Dan kan het besproken worden in de fractie, aanstaande maandag. Dan kan het voor dinsdag twaalf uur teruggestuurd worden naar de griffie. Dan weten wij ook gelijk of het inderdaad rijp is voor behandeling op deze manier, die zienswijze, en of het door kan naar de raad, als u ermee akkoord gaat. De heer Rutten: Met die verstande dat niet alle fracties zullen vergaderen maandag, want het is volgende week … De voorzitter: Of ze vergaderen of niet, laten we in ieder geval afspreken om het ons niet onnodig moeilijk te maken, maar dat er wel gewoon dinsdag voor twaalf uur een akkoord ligt op de conceptzienswijze, zoals wij die zojuist hebben samengesteld, afgesproken. Deze zienswijze gaat ook naar de partijen die hier vanavond niet meer aanwezig zijn, zoals Hart voor Haarlem bijvoorbeeld en Jouw Haarlem en de SP. Die krijgen hem ook toegestuurd. Die kunnen eventueel nog wat op- een aanvullingen doen. Dat wordt verwerkt door de griffie. Komt hij dan nog een keer terug? De heer Rutten: Laten we het in vredesnaam 24 maart afhandelen. De voorzitter: Mijnheer Rutten? De heer Rutten: Laten we het in vredesnaam de 24e dan afhandelen. Is toch een soort nog mooie afronding. Dat is het nog wel een eind goed, al goed. De voorzitter: Zou fijn zijn, mijnheer Rutten? Dat vind ik eigenlijk ook.

50

De heer Rutten: Dat zou heel fijn zijn als we dat geregeld kunnen hebben. De voorzitter: Dan is het ongeveer zoals ik zei. Alleen de partijen die nu niet aanwezig zijn, die krijgen even een kort begeleidend schrijven van de griffie wat wij hier vandaag hebben zitten doen. Die krijgen dan ook de conceptzienswijze toegestuurd, met ook de vraag of zij voor dinsdag twaalf uur hun akkoord willen geven al dan niet of het door kan naar de raad van de 24e. Dan neem ik aan dat het doorgaat als hamerstuk met stemverklaring. Heb ik zomaar het gevoel dat dat het geval zal zijn. Klopt dat? Mag ook als hamerstuk hoor. Mevrouw Van der Windt: Omdat iedereen ook de kans krijgt om een minderheidsstandpunt te verwoorden, op te nemen, zou ik denken dat als dat netjes en ordentelijk gebeurt, dat het gewoon als hamerstuk door kan. De voorzitter: Dat zou echt heerlijk zijn. Zullen we dat gewoon doen? Mocht het zo zijn dat er toch een partij is die nog behoefte heeft aan een bijdrage om hier nog wat over te zeggen, dan kan het natuurlijk altijd aangegeven worden bij de griffie. Dan kan het daar opgewaardeerd worden naar hamerstuk met stemverklaring. Mijnheer Klaver. De heer Klaver: Ik heb toch behoefte aan een aanscherping. Dat de partijen worden gevraagd om per bullet aan te geven of ze voor of tegen zijn.

De voorzitter: Zo zal dat concept er ook uitzien, mijnheer Klaver, met die aantekening van welke partijen voor of tegen zijn. Dat zal ook in het concept verwerkt zijn. De heer Klaver: Dan eventueel nog een aanvulling van de partij? De voorzitter: Aanvullende motivatie. Klopt. Mijnheer Linder. De heer Linder: Dat wilde ik zeggen, als we alleen kunnen zeggen van, we zijn er voor of tegen wat er nu staat, dat is een beetje summier. Het is wel aangeven van wat we wel dan goed vinden, neem ik aan. Het is waarschijnlijk die motivatie dan … De voorzitter: Dat moet dan wel. Maar mijnheer Linder, als u dat … Want het geldt met name … We hebben de punten genoteerd van de mensen die tot nog toe een afwijkend standpunt hebben van de manier waarop het is opgesteld. Die hebben aangegeven waarom ze afwijken van het voorgesteld standpunt van mevrouw Van der Windt. Als u een afwijkend standpunt heeft nu, wat u in dat concept opgenomen wilt zien, dan horen wij dat graag nu, want anders kunnen we het natuurlijk ook niet opnemen. Nee? Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Dan even formeel over de taxi. Het iZoof taxibedrijf, dat zit in de vrije ruimte. Dat vinden wij een prima idee. D66 zegt dat ze dat niet willen, ook wel wat andere partijen, maar GroenLinks vindt het een prima idee, omdat het in de vrije ruimte zit.

De voorzitter: Dan wil ik wel even vragen, dan bent u echt van me af, maar de partijen die nu hebben gezegd, we zijn het eens met GroenLinks, zijn het ook eens met deze motivatie? Top, top, top. Ja, dat is allemaal … Iedereen staat daar hetzelfde in. De heer Van den Doel: Wat gaat dit vlot vanavond na al die jaren, mevrouw de voorzitter en collega’s. De voorzitter: Maar u heeft natuurlijk ook een hele goede …

51

De heer Van den Doel: Het is maar goed dat de portefeuillehouder er niet is, want had waarschijnlijk alleen nog maar roet in het eten gegooid. De voorzitter: Dat had de boel enorm vertraagd. U boft maar met zo’n doortastende voorzitter ook. De heer Van den Doel: Heeft u hem al afgebeld? De voorzitter: Jammer dat ik dat zelf moet zeggen, maar het is toch … Goed, volgens mij hebben we het helemaal afgezoomd en afgehecht op deze manier. Voor alle duidelijkheid, dinsdag voor twaalf uur ziet de griffie graag het definitieve akkoord op de zienswijze tegemoet. Mijnheer Belderok, dank voor uw geduld. Het woord is nu echt aan u. Misschien zegt u wel iets waardoor alles weer helemaal anders wordt. We hopen het niet. Maar gaat vooral uw gang. De heer Belderok: Goedenavond. Ton Belderok, Platform Groen in Haarlem. Wel bekend, mag ik aannemen, inmiddels. Gaan we het niet meer over hebben. Ik kan uw avond nog sneller maken, door de dertien punten waarom ik hier ben niet te noemen, maar gewoon bij het eind te beginnen. Namelijk heel simpel, wij willen als Platform Groen, ingesteld door het college, inmiddels al een paar jaar, eigenlijk ongelofelijk graag betrokken zijn bij het DDO, het onderdeel groen, Spaarnelanden. Met andere woorden, het zou zo fijn als daar een evaluatie gaat plaatsvinden wat in onze optiek onvoldoende of nog helemaal niet heeft plaatsgevonden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12266377/2