CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20210492095 4. Bijlage 3 OER Omgevingsvisie Haarlem met aanvulling definitief

gemeenteraad 23 december 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: Vaststellen Omgevingsvisie Haarlem 204534.562 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

46

o

•

Thema’s met aantal kansen en risico’s min of meer in evenwicht: o Natuur en biodiversiteit: kansen op positieve effecten binnen het thema natuur en biodiversiteit zijn gerelateerd aan beleidsuitspraken gericht op het toevoegen van groen in de openbare en particuliere ruimte, zoals het versterken van ecologische hotspots en ecologisch netwerk, klimaatbestendig maken leefomgeving, minder ruimte voor stilstaande auto’s, het instellen van 30 km/uur in de bebouwde kom en beweegvriendelijker maken openbare ruimte. Deze uitspraken vormen kansen voor leefgebieden van beschermde soorten door een toename in leefgebieden van beschermde soorten en een afname in verstorende factoren die van invloed zijn op leefgebieden van beschermde soorten. Uitspraken gericht op instellen 30 km/uur in de bebouwde kom en het bieden van alternatieven voor gemotoriseerd verkeer (uitbreiding van fietsen voetgangersverbindingen en -voorzieningen, het uitbreiden en versterken HOVverbindingen en realiseren logistieke hub) vormen kansen voor beschermde natuurgebieden door de reductie in stikstofuitstoot. Tenslotte vormt de versterking van ecologische hotspots en het ecologisch netwerk een kans ten aanzien van stadsnatuur door versterking van ecologische hotspots. Naast kansen kent het thema natuur en biodiversiteit ook risico’s op negatieve effecten.

Risico’s zijn enerzijds gerelateerd aan toenemende druk op ecologische hotspots (stadsnatuur) en leefgebieden van beschermde soorten door beleidsuitspraken zoals het versterken van het voorzieningencluster, ruimte voor het elektriciteitsnetwerk en uitbreiden en versterken van HOV-verbindingen. Anderzijds zijn risico’s gerelateerd aan een toenemende hoeveelheid gemotoriseerd verkeer als gevolg van ruimte voor sociaalmaatschappelijke hubs en binnenstedelijk verdichten en functies mengen. Dit kan leiden tot een toename in de uitstoot van stikstof dat zorgt voor druk op Natura 2000-gebieden in de nabijheid van Haarlem. o

1-10-2021

binnen een 10-6 risicocontour (externe veiligheid) door stedelijke inbreiding. Daarnaast worden risico’s voorzien voor beleidsuitspraken die leiden tot een verkeersaantrekkende werking, zoals bijvoorbeeld het versterken van het voorzieningencluster. Dit vormt risico’s voor verkeersveiligheid. Voor sociale samenhang, bodem en water, werklocaties en werkgelegenheid geldt dat er kansen op positieve effecten zijn geconstateerd, maar (nagenoeg) geen risico’s op negatieve effecten. Voor sociale samenhang geldt dat het inzetten op het creëren van mogelijkheden voor ontmoeting kansen vormt. Dit komt onder meer door het beweegvriendelijker maken van de openbare ruimte, het versterken van het 10-minutennetwerk gericht op bewegen en ontmoeten en ruimte voor sociaal-maatschappelijke hubs. Bij bodem en water gaat het om kansen gerelateerd aan grondwater en oppervlaktewater door beleidsuitspraken gericht op versterken ecologische hotspots en ecologisch netwerk en het klimaatbestendig maken van leefomgeving. Bij werklocaties en werkgelegenheid gaat het om kansen gerelateerd aan werkgelegenheid door een toename in banen als gevolg van toename in voorzieningen en functies.

Voor cultuurhistorie, erfgoed en archeologie geldt dat het aantal kansen en risico’s min of meer in evenwicht is, zij het dat aantal risico’s net wat meer is dan het aantal kansen. Kansen hangen samen met inzet op het versterken van het cultuurhistorische karakter bij ontwikkelingen. Het risico hangt samen met mogelijke verstoring van de bodem als gevolg van graafwerkzaamheden voor ruimte voor een elektriciteitsnetwerk.

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

47

•

Thema’s met duidelijk meer risico’s dan kansen: o Energie en grondstoffen: de risico’s binnen energie en grondstoffen hangen samen met uitbreiding in aantal woningen en voorzieningen wat resulteert in een toename in energieverbruik en hoeveelheid afval (circulariteit). Dit komt onder meer terug in beleidsuitspraken zoals binnenstedelijk verdichten en functies mengen, versterken 10minuten-netwerk gericht op bewegen en ontmoeten, ruimte voor sociaal-maatschappelijke hubs en het versterken voorzieningencluster.

Bij kennis en innovatie zijn geen kansen en risico’s geconstateerd. Effecten in relatie tot kwaliteitsniveaus autonome ontwikkeling 2030 Autonoom kwaliteitsniveau rood Voor de beoordelingsaspecten verkeersveiligheid, woningaanbod en behoefte, grondwater, circulariteit, hitte en werkgelegenheid en aanbod arbeidskrachten geldt dat daar in de autonome ontwikkeling 2030 kwaliteitsniveau rood aan toegekend is. Dit betekent dat er in 2030 bij voortzetting van het huidige beleid overwegend knelpunten of problemen te verwachten zijn. Het kwaliteitsniveau is daarbij niet veranderd ten opzichte van de huidige situatie of het laat een verslechterende trend zien. Voor deze aspecten blijkt uit de effectbeoordeling van het nieuwe beleid het volgende: • Verkeersveiligheid: het voorkeursalternatief laat meer kansen op positieve effecten zien dan risico’s op negatieve effecten. Dat biedt kansen om de gelijkblijvende autonome trend positief te beïnvloeden richting een verbeterende trend. Om uit het rode kwaliteitsniveau te komen is naar verwachting aanvullend beleid nodig, specifiek gericht op het terugdringen van verkeersongevallen. • Woningaanbod en behoefte: er zijn kansen positieve effecten geconstateerd, waarmee er kansen zijn om de autonome gelijkblijvende trend positief te beïnvloeden.

Of het voldoende is om uit het rode kwaliteitsniveau te komen is afhankelijk van de hoeveelheid woningen die met binnenstedelijk verdichten gerealiseerd kunnen en gaan worden. • Grondwater: het voorkeursalternatief laat meer kansen op positieve effecten zien dan risico’s op negatieve effecten. Dat biedt kansen om de negatieve autonome trend positief te beïnvloeden. Het is niet te verwachten dat het voldoende is om uit het rode kwaliteitsniveau te komen. • Circulariteit: het nieuwe beleid laat voornamelijk risico’s op negatieve effecten zien, waarmee er risico is dat de gelijkblijvende autonome trend omgebogen wordt richting een verslechterende trend. • Hitte: het voorkeursalternatief laat meer kansen op positieve effecten zien dan risico’s op negatieve effecten. Dat biedt kansen om de negatieve autonome trend positief te beïnvloeden. Het is onzeker of dat voldoende is om uit het rode kwaliteitsniveau te komen. • Werkgelegenheid en aanbod arbeidskrachten: het nieuwe beleid laat meerdere kansen op positieve effecten zien. Dit biedt kansen om de negatieve autonome trend positief te beïnvloeden. Het is onzeker of dat voldoende gaat zijn om uit het rode kwaliteitsniveau te komen. Daarnaast zijn er beoordelingsaspecten die beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau rood maar autonoom een verbeterende trend laten zien ten opzichte van de huidige situatie.

Dit betreft gezonde leefstijl en leefomgeving, duurzame opwekking en broeikasgassen. Daarvoor blijkt uit de effectbeoordeling: • Gezonde leefstijl en leefomgeving: het nieuwe beleid laat vooral kansen op positieve effecten zien, waardoor versterking van de autonome positieve trend aannemelijk is. Gezien het aantal geconstateerde kansen biedt dit perspectief om uit het rode kwaliteitsniveau te komen. • Duurzame opwekking: hier zijn kansen op positieve effecten voorzien. Versterking van de positieve autonome trend is daarmee aannemelijk. Verdere versterking is na 2030 voorzien, met realisatie van het warmtesysteem dat gevoed wordt door duurzaam opgewekte energie (aquathermie, geothermie). Het is niet te verwachten dat dat voldoende gaat zijn om uit het rode kwaliteitsniveau te komen. Daarvoor is – naast het warmtesysteem – ook substantiële inzet nodig op verduurzaming van opwekking van elektriciteit, voor zowel woningen als bedrijven.

1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

48

•

Broeikasgassen: hier zijn kansen op positieve effecten, maar ook meerdere risico’s op negatieve effecten geconstateerd. Versterking van de positieve autonome trend is mogelijk, het is onzeker of dat voldoende gaat zijn om uit het rode kwaliteitsniveau te komen.

Autonoom kwaliteitsniveau oranje Bij beoordelingsaspecten met een autonoom kwaliteitsniveau oranje en een autonoom verslechterende trend zijn in de meeste gevallen beperkt of geen kansen en risico’s geconstateerd. Substantiële beïnvloeding van de autonome verslechterende trend is daarmee niet aannemelijk. Het gaat dan om de aspecten externe veiligheid, inclusiviteit en cultuurhistorie en erfgoed. Mogelijkheden tot ontspannen en groenbeleving, sociale cohesie in buurten, beschermde soorten, archeologie, wateroverlast, opleidingsniveau en autobereikbaarheid zijn aspecten met een autonoom gelijkblijvende trend binnen kwaliteitsniveau oranje. Het nieuwe beleid laat bij deze beoordelingsaspecten een wisselend beeld zien. Voor de mogelijkheden tot ontspannen en groenbeleving, sociale cohesie in buurten, beschermde soorten en wateroverlast is er sprake van zowel kansen als risico’s, waarbij er meer kansen dan risico’s geconstateerd zijn. Gezien het (geringe) verschil tussen het aantal kansen en risico’s is het niet aannemelijk dat er (per saldo) sprake is van substantiële beïnvloeding van de gelijkblijvende trend binnen oranje. De daadwerkelijke beïnvloeding van het kwaliteitsniveau is afhankelijk van de mate van doorwerking in vervolgplannen en projecten.

Voor de beoordelingsaspecten archeologie en autobereikbaarheid is er sprake van overwegend meer risico’s dan kansen, waardoor bij deze beoordelingsaspecten het risico op negatieve beïnvloeding van de gelijkblijvende autonome trend binnen oranje bestaat. Tenslotte geldt voor het beoordelingsaspect opleidingsniveau dat er geen kansen of risico’s zijn geconstateerd, waardoor het niet te verwachten is dat er een verandering optreedt ten opzichte van de autonome trend. Voor de beoordelingsaspecten luchtkwaliteit, geluidhinder, oppervlaktewater, stadsnatuur, beschermde natuurgebieden, kwaliteit en kwantiteit werklocaties, fiets en duurzame en slimme mobiliteit geldt dat deze autonoom een verbetering binnen kwaliteitsniveau oranje laten zien. Voor fiets en duurzame en slimme mobiliteit geldt dat het nieuwe beleid alleen kansen op positieve effecten laat zien. Daarmee kan het nieuwe beleid de positieve autonome trend versterken. Voor luchtkwaliteit, geluidhinder en beschermde natuurgebieden zijn naast kansen ook veel risico’s geconstateerd. Daarmee is het niet aannemelijk dat er een verandering in kwaliteitsniveau zal plaatsvinden ten opzichte van de autonome ontwikkeling 2030. Voor oppervlaktewater is er sprake van een kleine kans op een positief effect. Het is aannemelijk dat voor dit aspect de autonoom positieve trend zich doorzet.

Bij kwaliteit en kwantiteit werklocaties zijn geen kansen en risico’s geconstateerd, waardoor beïnvloeding van de autonome trend niet aan de orde. Tenslotte geldt voor stadsnatuur dat sprake is van meer risico’s dan kansen. Voortzetting van de autonome positieve trend lijkt daarmee niet aannemelijk, er is mogelijk sprake van een verslechtering binnen oranje als gevolg van het nieuwe beleid. Autonoom kwaliteitsniveau groen Voor de beoordelingsaspecten voorzieningenaanbod en behoefte en openbaar vervoer geldt dat er alleen kansen op positieven effecten zijn geconstateerd. Het is daarmee aannemelijk dat de positief autonome trend (openbaar vervoer) en gelijkblijvende autonome trend (voorzieningenaanbod en behoefte) verder versterken. Daarentegen geldt voor energieverbruik dat er alleen sprake is van risico’s op negatieve effecten. Dat geeft een risico op negatieve beïnvloeding van de positieve autonome trend, Voor droogte geldt dat er sprake is van een enkele kans. Het is niet aannemelijk dat dat de negatief autonome trend zal keren. Tenslotte geldt voor bodemkwaliteit dat er geen kansen of risico’s zijn geconstateerd, waarmee beïnvloeding van de autonome trend niet aan de orde is.

1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

49

6.5

Doorkijk naar 2045

Het beeld van effecten van beleid dat niet voor 2030 verwacht wordt is als volgt. Veranderingen op het gebied van energietransitie worden na 2030 voorzien. Het gaat dan om het realiseren van een duurzaam warmtesysteem, in de vorm van warmtenet dat gevoed wordt door duurzame bronnen (aquathermie, geothermie) en restwarmte van bedrijven. Als specifieke locaties voor een warmtenet zijn Schaldwijk en de Waarderpolder aangewezen. Daarnaast vindt er, verspreid over Haarlem, isolering van bebouwing plaats. Het isoleren laat vooral kansen ’op positieve effecten zien en een enkel risico. Kansen hangen onder meer samen met een verminderd energieverbruik en verminderde uitstoot van broeikasgassen en stikstof, wat ook weer kansen oplevert voor beschermde natuurgebieden (minder neerslag van stikstof). Risico wordt voorzien voor beschermde soorten door mogelijke verstoring van leefgebieden in gebouwen, zoals spouwmuren voor vleermuizen. Het realiseren van het warmtenet (de ondergrondse infrastructuur) laat een risico zien bij archeologie. Dat hangt samen met mogelijke verstoring van de bodem bij aanleg. Realiseren warmtebronnen voor voeden warmtenet laat kansen op positieve effecten zien bij duurzame opwekking en uitstoot broeikasgassen. Dat kan daarmee zorgen voor een versterking van positieve autonome trends op die aspecten.

Het gaat om duurzame warmtebronnen (aquathermie, geothermie) waarbij minder gebruik gemaakt hoeft te worden van bronnen die voor uitstoot van broeikasgassen zorgen. Het laat daarnaast ook risico’s op negatieve effecten zien. Die hangen samen met verstorende effecten op het vlak van stadsnatuur, beschermde soorten en beschermde natuurgebieden. Ook zijn hier risico’s geconstateerd op het vlak van oppervlaktewater, bodemkwaliteit, externe veiligheid en archeologie. Dit betekent dat het realiseren van de warmtebronnen de nodige aandacht vergt, daar wordt in hoofdstuk 10 verder op in gegaan. Specifieke locaties voor warmtebronnen zijn rondom het Spaarne (TEO), aan de westkant van Haarlem (WKO) en in de Waarderpolder en Polanenpark (restwarmte). Voor het uitbreiden en versterken van waterbuffercapaciteit worden vooral kansen voorzien op positieve effecten. Het gaat dan vooral om kansen op het vlak van wateroverlast en droogte. Ook zijn er kansen op het vlak van hittestress, grondwater en beschermde soorten. Archeologie vormt een aandachtspunt. Op de uitbreiden van de waterbuffercapaciteit wordt verspreid over Haarlem ingezet, met als focusgebieden de polders aan de rand van de stad (o.a. Hekslootpolder).

Ook het hittebestendig maken van de leefomgeving vooral kansen zien op positieve effecten, op het vlak van wateroverlast hitte, beschermde soorten, mogelijkheden tot ontspannen en groenbeleving en gezonde leefstijl en leefomgeving. Aandachtspunten vormen hier luchtkwaliteit, geluidhinder en verkeersveiligheid. Dat hangt er mee samen dat hierbij ook voorzien wordt in minder ruimte voor geparkeerde auto’s. Afhankelijk van de omvang kan dat leiden tot gewijzigde verkeersstromen, waarbij vermindering van autoritten op de ene plek kunnen leiden tot toename van autoritten. Het hittebestendig maken van de leefomgeving wordt ingezet in de gehele openbare ruimte van Haarlem. De gemeente Haarlem heeft daarnaast focusgebieden aangewezen. Dit zijn de Waarderpolder en de vooroorlogse wijken Leidsebuurt, Rozenprieel, Amsterdamse buurt, Centrum, Transvaalbuurt, Leidsevaartbuurt. Het ontwikkelen van de Waarderpolder laat meer risico’s op negatieve effecten zien dan kansen op positieve effecten. Deze risico’s hangen samen met voorziene toename van verkeersbewegingen vanwege uitbreiding van bedrijfsactiviteiten (luchtkwaliteit, geluidhinder, broeikasgassen, autobereikbaarheid, verkeersveiligheid). Daarnaast zijn er risico’s met betrekking tot natuur (mogelijke verstoring van ecologische hotspot en toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden) en cultuurhistorie, erfgoed en archeologie.

Kansen op positieve effecten zijn er geconstateerd op het vlak van werkgelegenheid en aanbod arbeidskrachten (toename van werkgelegenheid) en gezonde leefstijl en leefomgeving en mogelijkheid tot ontspannen en groenbeleving (nieuwe fietsroutes en toevoeging van groen). De gemeente 1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

50

zet in op natuurinclusieve ontwikkeling door middel van borging daarvan in het omgevingsplan, dat heeft een risicobeperkende werking. Niettemin blijft een goede inpassing op dat vlak van een aandachtspunt.

1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

51

7

Wat zijn de effecten in Natura 2000-gebieden?

7.1

Passende beoordeling Natura 2000

Omdat het op voorhand niet is uitgesloten dat het nieuwe beleid in de Omgevingsvisie een (significant) negatief effect veroorzaakt op de natuurlijke kenmerken van de omliggende Natura 2000-gebieden is een passende beoordeling opgesteld op grond van de Wet natuurbescherming. Het gaat om de Natura 2000gebieden Kennemerland-Zuid, Polder Westzaan en Noordhollands Duinreservaat. In deze passende beoordeling is het nieuwe beleid uit de omgevingsvisie beoordeeld aan de hand van beleidsuitspraken die in het OER zijn geselecteerd. Het gaat om uitspraken die voldoende concreet zijn en die een relatie hebben met de leefomgeving. Deze passende beoordeling beoordeeld per uitspraak of en zo ja hoe groot het risico is op significant negatieve effecten op Natura 2000-gebied in de omgeving van Haarlem. Daarbij is getoetst aan de belangrijkste instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 20000gebied. Bij de beoordeling is aangesloten bij het karakter van het strategische beleid in de omgevingsvisie, wat wil zeggen dat de beoordeling op hoofdlijnen is gedaan. Het doel van de passende beoordeling is het in beeld brengen: a. van de risico’s op het optreden van (significant) negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van het nieuwe beleid van de Omgevingsvisie Haarlem 2045 en b. met welke maatregelen geconstateerde risico’s voorkomen of beperkt kunnen worden.

Geconstateerde risico’s zijn aandachtspunten waar bij de verdere uitwerking van het beleid rekening mee gehouden moet worden. Op deze manier kan voorkomen worden dat (significant) negatieve effecten op de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden daadwerkelijk optreden. In de passende beoordeling is naar verschillende storingsfactoren gekeken, zoals effecten van stikstofdepositie, ruimtebeslag, effecten als gevolg van hydrologische veranderingen (bijvoorbeeld verdroging of vernatting) of verstoring door geluid of optische verstoring. Het gaat hierbij om effecten in de gebruiksfase. Effecten als gevolg van de aanlegfase worden in deze passende beoordeling niet meegenomen omdat op basis van het strategische karakter onvoldoende duidelijk is op welke wijze de beleidsuitspraken worden uitgewerkt. De passende beoordeling is opgenomen in bijlage A15 onderstaand zijn de hoofdlijnen van de resultaten en conclusies opgenomen.

7.2

Resultaten passende beoordeling

Meerdere beleidsuitspraken van de Omgevingsvisie Haarlem 2045 kunnen tot risico’s leiden op significant negatieve effecten binnen Natura 2000-gebieden. Deze zijn in onderstaande tabel opgenomen. De risico’s hebben betrekking op: • Stikstofdepositie; • Verstoring door recreanten; • Wijzigingen in grondwatersysteem (verdroging). Aangezien stikstofdepositie (huidig, autonoom) een knelpunt is in alle omliggende Natura 2000-gebieden en een kleine toename al een significant negatief effect kan veroorzaken, is cumulatie met betrekking tot stikstofdepositie een belangrijk aandachtspunt. Met name voor het aangrenzende Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. De gemeente Haarlem heeft in haar omgevingsvisie ook beleidsuitspraken die leiden tot een afname aan stikstofdepositie, zoals maatregelen die het gebruik van openbaar vervoer en langzaam verkeer (fiets, wandelen) bevorderen, of de inzet van zonnepanelen en warmtenetten.

1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

52

Bij de verdere uitwerking van het nieuwe beleid moet een integrale aandacht zijn voor ontwikkelingen die kunnen leiden tot een toename van storingsfactoren binnen Natura 2000-gebieden. Door een integrale aanpak en de projectscope van een ontwikkeling zo in te steken dat ook maatregelen om stikstofdepositie te verminderen worden betrokken bij de ontwikkeling kan een significant negatief effect voorkomen worden. De omgevingsvisie, de programma’s en het omgevingsplan zijn instrumenten om tot een goede integrale uitwerking van het beleid te komen. Er zijn mogelijkheden voorhanden om significant negatieve gevolgen binnen de omliggende Natura 2000-gebieden te voorkomen. Het nieuwe beleid waar de Omgevingsvisie Haarlem 2045 in voorziet, is daarmee in beginsel uitvoerbaar in het licht van de Wat natuurbescherming (Natura 2000-gebieden). Tabel 7-1: resultaten en conclusies passende beoordeling Natura 2000. Beleidsuitspraak

Invloed op Natura 2000

Risico’s op negatief effect

Aandachtspunten bij nadere uitwerking beleid Eindbeoordeling (mitigatie)

Beleidsuitspraken 2030

1

Uitspraak voorziet in het terugdringen van de autodominantie in stadsstraten De omliggende Natura door onder andere de 2000-gebieden vermindering van Kennemerland-Zuid, parkeerplaatsen. Noordhollands Als gevolg van de gewijzigde Duinreservaat en Polder Beweegvriendelijker verkeersstromen en een Westzaan kennen maken openbare mogelijke toename van habitattypes die (zeer) ruimte zoekverkeer kan de gevoelig zijn voor stikstofdepositie in omliggende stikstofdepositie. Bij een Natura 2000-gebieden mogelijk toename is er een kans verschuiven en/of toenemen. op een significant Hierdoor zijn negatieve invloeden negatief effect. op Natura 2000-gebieden niet uitgesloten.

Bij de uitwerking van dit beleid moet kritisch gekeken worden naar de ligging van nieuwe verkeersroutes en de omgang met zoekverkeer om zo de invloed op het (Significant) Natura 2000-gebied zoveel negatief effect is mogelijk te beperken. te voorkomen. Saldering met ander beleid zoals gasloos bouwen of het voorschrijven of faciliteren emissieloos vervoer voorkomt mogelijk een toename aan stikstofdepositie.

2

Uitspraak voorziet in de ontwikkeling van ouderenwoningen en dagelijkse voorzieningen. Ontwikkeling van Bij de uitwerking van dit het 10 minuten-netwerk gaat ten De omliggende Natura beleid moet kritisch koste van parkeerplaatsen. 2000-gebieden gekeken worden naar de Aangenomen wordt dat het in de Kennemerland-Zuid, omgang met zoekverkeer beleidsuitspraak gaat om de Noordhollands om zo de invloed op het realisatie van nieuwe woningen Versterken ’10Duinreservaat en Polder Natura 2000-gebied zoveel en voorzieningen die als (Significant) minuten-netwerk’ Westzaan kennen mogelijk te beperken. kleinverbruiker (max 40 m3 negatief effect is gericht op bewegen habitattypes die gevoelig Saldering met ander beleid gas/uur) aangemerkt wordt, te voorkomen. en ontmoeten zijn voor zoals gasloos bouwen of waardoor de woningen en stikstofdepositie. Bij een het voorschrijven of bedrijvigheid aardgasvrij zullen toename is er een kans faciliteren emissieloos 4 worden gerealiseerd . Hierdoor is op een significant vervoer voorkomt mogelijk geen sprake van extra negatief effect. een toename aan stikstofemissie door het gebruik stikstofdepositie. van de nieuwe panden. Let wel, als de bedrijvigheid niet als kleinverbruiker kan worden gezien en niet gasloos wordt

4

Per 1 juli 2018 is de Gaswet veranderd, waaronder de gasaansluitplicht. Nieuwe gebouwen krijgen geen gasaansluiting meer. De wetswijziging heeft invloed op de aanvragen voor bouwvergunningen na 30 juni 2018. Deze verandering geldt voor alle kleinverbruikers (max 40 m3 gas/uur), zoals woningen en kleine bedrijfsgebouwen [RVO, 2020]. Aangenomen wordt dat nieuwe bedrijvigheid en voorzieningen die binnen woonkerken worden gerealiseerd vallen onder de kleinverbruikers. 1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

53

aangelegd, dan is er mogelijk wél sprake van extra stikstofemissie. Door de realisatie van nieuwe dagelijkse voorzieningen en mogelijke toename van zoekverkeer (als gevolg van de opgeheven parkeerplaatsen) kan de stikstofdepositie in omliggende Natura 2000gebieden mogelijk verschuiven en/of toenemen. Hierdoor zijn negatieve invloeden op Natura 2000-gebieden niet uitgesloten.

3

Uitspraak voorziet onder andere in het uitbreiden van bestaande voorzieningen en het creëren van autoluwe wandelgebieden. Aangenomen wordt dat het hier gaat om de ontwikkeling van voorzieningen die als kleinverbruiker (max 40 m3 gas/uur) aangemerkt wordt, waardoor de voorzieningen De omliggende Natura aardgasvrij zullen worden 2000-gebieden gerealiseerd1. Hierdoor is geen Kennemerland-Zuid, sprake van extra stikstofemissie Noordhollands door het gebruik van de nieuwe Duinreservaat en Polder Ruimte voor sociaalpanden. Let wel, als de Westzaan kennen maatschappelijke voorzieningen niet als habitattypes die (zeer) hubs kleinverbruiker kunnen worden gevoelig zijn voor gezien en niet gasloos wordt stikstofdepositie. Bij een aangelegd, dan is er mogelijk wél toename is er een kans sprake van extra stikstofemissie. op een significant Door de realisatie van nieuwe negatief effect. voorzieningen en het instellen van autoluwe gebieden kunnen verkeerstromen veranderen en kan de stikstofdepositie in omliggende Natura 2000gebieden mogelijk verschuiven en/of toenemen. Hierdoor zijn negatieve invloeden op Natura 2000-gebieden niet uitgesloten.

1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

Bij de uitwerking van dit beleid moet kritisch gekeken worden naar de ligging van gewijzigde verkeersstromen de omgang met zoekverkeer om zo de invloed op het (Significant) Natura 2000-gebied zoveel negatief effect is mogelijk te beperken. te voorkomen. Saldering met ander beleid zoals gasloos bouwen of het voorschrijven of faciliteren emissieloos vervoer voorkomt mogelijk een toename aan stikstofdepositie.

BH3405MIRP2110010958

54

Beleidsuitspraak

4

Binnenstedelijk verdichten en functies mengen

1-10-2021

Invloed op Natura 2000

Risico’s op negatief effect

Uitspraak voorziet onder andere in het uitbreiden van bestaande voorzieningen en woningaanbod en het creëren van autoluwe gebieden. Aangenomen wordt dat het hier gaat om de ontwikkeling van nieuwe woningen en voorzieningen die als kleinverbruiker (max 40 m3 gas/uur) aangemerkt worden, waardoor de woningen en De omliggende Natura voorzieningen aardgasvrij zullen 2000-gebieden worden gerealiseerd1. Hierdoor is Kennemerland-Zuid, geen sprake van extra Noordhollands stikstofemissie door het gebruik Duinreservaat en Polder van de nieuwe panden. Let wel, Westzaan kennen als de nieuwe voorzieningen niet habitattypes die (zeer) als kleinverbruiker kunnen gevoelig zijn voor worden gezien en niet gasloos stikstofdepositie. Bij een worden aangelegd, dan is er toename is er een kans mogelijk wél sprake van extra op een significant stikstofemissie. negatief effect. Door de realisatie van nieuwe woningen en voorzieningen en het instellen van autoluwe gebieden kunnen verkeerstromen veranderen en kan de stikstofdepositie in omliggende Natura 2000-gebieden mogelijk verschuiven en/of toenemen. Hierdoor zijn negatieve invloeden op Natura 2000-gebieden niet uitgesloten.

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

Aandachtspunten bij nadere uitwerking beleid Eindbeoordeling (mitigatie)

Bij de uitwerking van dit beleid moet kritisch gekeken worden naar de ligging van nieuwe routes en gewijzigde verkeersstromen en de omgang met zoekverkeer om zo de invloed op het (Significant) Natura 2000-gebied zoveel negatief effect is mogelijk te beperken. te voorkomen. Saldering met ander beleid zoals gasloos bouwen of het voorschrijven of faciliteren emissieloos vervoer voorkomt mogelijk een toename aan stikstofdepositie.

BH3405MIRP2110010958

55

Beleidsuitspraak

5

6

Versterken voorzieningenclusters

Invloed op Natura 2000

Risico’s op negatief effect

Uitspraak voorziet onder andere in het uitbreiden van bestaande voorzieningen (bv uitbreiden winkelaanbod). Aangenomen wordt dat het hier gaat om de ontwikkeling van voorzieningen die als kleinverbruiker (max 40 m3 gas/uur) aangemerkt worden, waardoor de voorzieningen De omliggende Natura aardgasvrij zullen worden 2000-gebieden gerealiseerd1. Hierdoor is geen Kennemerland-Zuid, sprake van extra stikstofemissie Noordhollands door het gebruik van de nieuwe Duinreservaat en Polder panden. Let wel, als de nieuwe Westzaan kennen voorzieningen niet als habitattypes die (zeer) kleinverbruiker kunnen worden gevoelig zijn voor gezien en niet gasloos worden stikstofdepositie. Bij een aangelegd, dan is er mogelijk wél toename is er een kans sprake van extra stikstofemissie. op een significant Door de realisatie van nieuwe negatief effect. voorzieningen kunnen verkeerstromen mogelijk veranderen en kan de stikstofdepositie in omliggende Natura 2000-gebieden mogelijk verschuiven en/of toenemen. Hierdoor zijn negatieve invloeden op Natura 2000-gebieden niet uitgesloten.

Aandachtspunten bij nadere uitwerking beleid Eindbeoordeling (mitigatie)

Bij de uitwerking van dit beleid moet kritisch gekeken worden naar de ligging van gewijzigde verkeersstromen om zo de invloed op het Natura 2000-gebied zoveel (Significant) mogelijk te beperken. negatief effect is Saldering met ander beleid te voorkomen. zoals gasloos bouwen of het voorschrijven of faciliteren van emissieloos vervoer voorkomt mogelijk een toename aan stikstofdepositie.

Uitspraak gaat in op het versterken van ecologische waarden in hotspots. Ook worden de recreatieve en ecologische verbindingen van de stad met de binnenduinrand versterkt. De omliggende Natura Bij de uitwerking van dit Door de versterking van de 2000-gebieden beleid moet kritisch verbindingen van de stad met de Kennemerland-Zuid, gekeken worden naar de binnenduinrand (deels gelegen Noordhollands ligging van (nieuwe) binnen Natura 2000-gebied) is er Duinreservaat en Polder recreatieve routes in en Versterken mogelijk sprake van een Westzaan kennen nabij Natura 2000-gebied. (Significant) ecologische hotspots toenemende recreatiedruk op habitattypes die (zeer) Door goede zonering, negatief effect is en ecologisch omliggende Natura 2000gevoelig zijn voor bebording en zo nodig te voorkomen. netwerk gebieden. Deze gebieden zijn betreding door recreatie. opwaardering van niet bijzonder gevoelig voor Bij een toename in de bestaande paden kan verstoring door recreanten en recreatiedruk is er een betreding van kwetsbare dergelijke, zeker niet wanneer kleine kans op een habitattypen voorkomen mensen zich aan geldende significant negatief effect. worden. regels houden. Negatieve effecten als gevolg van betreding (bijvoorbeeld door recreanten die van paden afgaan) zijn niet echter geheel uitgesloten

1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

56

Beleidsuitspraak

10

12

Invloed op Natura 2000

Risico’s op negatief effect

Aandachtspunten bij nadere uitwerking beleid Eindbeoordeling (mitigatie)

Instellen autoluwe gebieden

Bij de uitwerking van dit beleid moet kritisch Uitspraak heeft betrekking tot het De omliggende Natura gekeken worden naar de instellen van Stadscentrum en 2000-gebieden ligging van gewijzigde Schalkwijk Centrum als autoluw Kennemerland-Zuid, verkeersstromen en de gebied. Door het instellen van Noordhollands omgang met zoekverkeer autoluwe gebieden kunnen Duinreservaat en Polder om zo de invloed op het verkeerstromen mogelijk (Significant) Westzaan kennen Natura 2000-gebied zoveel veranderen en kan de negatief effect is habitattypes die (zeer) mogelijk te beperken. stikstofdepositie in omliggende te voorkomen. gevoelig zijn voor Saldering met ander beleid Natura 2000-gebieden mogelijk stikstofdepositie. Bij een zoals gasloos bouwen of verschuiven en/of toenemen. toename is er een kans het voorschrijven of Hierdoor zijn negatieve invloeden op een significant faciliteren van emissieloos op Natura 2000-gebieden niet negatief effect. vervoer voorkomt mogelijk uitgesloten. een toename aan stikstofdepositie.

Minder ruimte voor stilstaande auto’s

Beleidsuitspraak betreft de ontwikkeling van een deelmobiliteitshub aan de rand van stadsdeelcentra, het autoluw De omliggende Natura ontwikkelen van nieuwe wijken, 2000-gebieden met een lagere parkeernorm en Kennemerland-Zuid, een gefaseerde invoering van Noordhollands parkeerregulering. Door het Duinreservaat en Polder instellen van autoluwe gebieden Westzaan kennen kunnen verkeerstromen mogelijk habitattypes die (zeer) veranderen (als gevolg van gevoelig zijn voor zoekverkeer) en kan de stikstofdepositie. Bij een stikstofdepositie in omliggende toename is er een kans Natura 2000-gebieden mogelijk op een significant verschuiven en/of toenemen. negatief effect. Hierdoor zijn negatieve invloeden op Natura 2000-gebieden niet uitgesloten.

Beleidsuitspraak

Invloed op Natura 2000

Risico’s op negatief effect

Bij de uitwerking van dit beleid moet kritisch gekeken worden naar de ligging van gewijzigde verkeersstromen en de omgang met zoekverkeer om zo de invloed op het (Significant) Natura 2000-gebied zoveel negatief effect is mogelijk te beperken. te voorkomen. Saldering met ander beleid zoals gasloos bouwen of het voorschrijven of faciliteren van emissieloos vervoer voorkomt mogelijk een toename aan stikstofdepositie.

Aandachtspunten bij nadere uitwerking beleid Eindbeoordeling (mitigatie)

Beleidsuitspraken 2045

3

Uitspraak heeft betrekking op de De omliggende Natura realisatie van warmtebronnen 2000-gebieden voor het voeden van het Kennemerland-Zuid, warmtenet. Te denken valt aan Noordhollands het gebruik van thermische Duinreservaat en Polder Bij de uitwerking van het energie uit oppervlaktewater of Westzaan kennen beleid moet aandacht zijn afvalwater. Ook wordt de habitattypes die (zeer) voor de invulling van de Realiseren ontwikkeling van warmte- en gevoelig zijn voor WKO’s. Er zijn systemen (Significant) warmtebronnen voor koudebronnen (WKO) mogelijk verdroging. De afstand beschikbaar die niet in negatief effect is voeden warmtenet gemaakt. tot Polder Westzaan en open verbinding staan met te voorkomen. WKO’s kunnen bestaan uit een Noordhollands het grondwater. Negatieve open systeem dat in verbinding Duinreservaat is zodanig effecten kunnen staat met het grondwater. groot dat er een kleine voorkomen worden. Negatieve invloeden op de kans is op een significant grondwaterkwaliteit en negatief effect door grondwaterstanden (verdroging) veranderingen in het zijn niet uitgesloten en kunnen grondwatersysteem.

1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

57

een groot invloedsgebied Deze kans is groter bij hebben. Negatieve invloeden op Natura 2000-gebied droogtegevoelig Natura 2000Kennemerland Zuid dat gebied zijn niet uitgesloten grenst aan de gemeente Haarlem.

6

Ontwikkelen Waarderpolder

1-10-2021

Uitspraak is gericht op het intensiveren van bedrijfsfuncties in de Waadepolder en het ontwikkelen van en gemend woon-werkprogramma in de Spaarnedriehoek. Aangenomen wordt dat het hier gaat om de ontwikkeling van nieuwe woningen die als kleinverbruiker (max 40 m3 gas/uur) aangemerkt worden, De omliggende Natura waardoor de woningen en 2000-gebieden voorzieningen aardgasvrij zullen Kennemerland-Zuid, worden gerealiseerd1. Voor de Noordhollands ontwikkeling van bedrijfsfuncties Duinreservaat en Polder wordt uit gegaan van functies die Westzaan kennen niet kunnen worden aangemerkt habitattypes die (zeer) as kleinverbruiker en daarmee gevoelig zijn voor niet aardgasvrij worden stikstofdepositie. Bij een gerealiseerd. Hierdoor is er toename is er een kans sprake van extra stikstofemissie. op een significant Daarnaast zal de intensivering negatief effect. van bedrijfsfuncties extra werknemers en dus transportbewegingen met zich meebrengen waardoor de stikstofdepositie in omliggende Natura 2000-gebieden mogelijk kan verschuiven en/of toenemen. Hierdoor zijn negatieve invloeden op Natura 2000-gebieden niet uitgesloten.

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

Bij de uitwerking van dit beleid moet kritisch gekeken worden naar de ligging van nieuwe verkeersroutes en de omgang met zoekverkeer om zo de invloed op het (Significant) Natura 2000-gebied zoveel negatief effect is mogelijk te beperken. te voorkomen. Saldering met ander beleid zoals gasloos bouwen of het voorschrijven of faciliteren emissieloos vervoer voorkomt mogelijk een toename aan stikstofdepositie.

BH3405MIRP2110010958

58

8

Is het nieuwe beleid consistent?

De Omgevingsvisie Haarlem 2045 schetst een samenhangend, integraal beeld van de Haarlemse leefomgeving, de opgaven die er liggen, de ambities die de gemeente wil behalen en wat de gemeente aan nieuw beleid voorneemt om die ambities te behalen. Omdat het om een samenhangend, integraal beeld gaat, is het van belang dat het voorgenomen beleid voldoende consistent is en niet conflicteert. Hierbij is het van belang dat dat de ene uitspraak voor nieuw beleid geen afbreuk doet aan een andere uitspraak, maar dat uitspraken elkaar juist versterken. Want alleen dan kun je spreken van integraal beleid dat in samenhang bijdraagt aan het verbeteren van leefomgevingskwaliteiten en het behalen van ambities. In dit OER zijn zogenaamde ‘botsproeven’ uitgevoerd, waarbij de onderlinge samenhang tussen beleidsuitspraken is beschouwd. De beleidsuitspraken zijn onderling met elkaar geconfronteerd en beoordeeld op potentiële onderlinge versterking en strijdigheid.

8.1

Wijze van beoordeling

In de botsproeven zijn de beoordeelde uitspraken over nieuw beleid op systematische wijze onderling met elkaar geconfronteerd, zie bijlage A12. Vervolgens is per confrontatie beoordeeld of de beleidsuitspraken elkaar versterken of juist afbreuk doen aan elkaar. Op basis van de karakteristieken in onderstaande tabel is per confrontatie een beoordeling gegeven en ingevuld in de tabel zoals opgenomen in bijlage A12. In bijlage A13 is de onderbouwing bij elke gegeven beoordeling opgenomen. Tabel 8-1: Beoordelingskarakteristieken botsproeven. Beoordeling +

Kans op onderlinge synergie/versterking

-

Risico op onderlinge strijdigheid/afbreuk

+/-

Zowel kans op synergie als risico op strijdigheid

0

Geen kansen of risico’s

n.v.t.

8.2

Geen onderlinge relatie tussen uitspraken

Kansen voor synergie, risico’s op strijdigheden

Op basis van de uitgevoerde beoordeling zoals opgenomen in bijlage A12 is in onderstaande figuur een samenvattend beeld van de resultaten opgenomen. Per uitspraak zijn de opgetelde aantallen kansen en risico’s opgenomen. Het gaat om een rekenkundige optelling, het geeft daarmee een algemeen beeld hoeveel kansen en risico’s er geconstateerd zijn. Overall is er sprake van meer kansen op synergie dan risico’s op strijdigheid. Bij de volgende uitspraken is uitsluitend sprake van synergie: ontwikkeling Waarderpolder, benutten zonne-energie, instellen 30 km/uur binnen de bebouwde kom, realiseren logistieke hubs en isoleren bebouwing. De ontwikkeling van de Waarderpolder geeft bijvoorbeeld op verschillende vlakken kansen op synergie in de vorm van meekoppelkansen, bijvoorbeeld bij het realiseren van logistieke hubs, het isoleren van bebouwing en het benutten van zonne-energie bij nieuwbouw. Als we kijken naar andere uitspraken met veel kansen op synergie, dan vallen vooral op: beweegvriendelijker maken openbare ruimte, versterken 10-minuten-netwerk gericht op bewegen en ontmoeten, binnenstedelijk verdichten en functies mengen, ruimte voor sociaal maatschappelijke hubs, instellen autoluwe gebieden, ruimte voor minder stilstaande auto’s, uitbreiden en versterken fiets- en voetgangersverbindingen en -voorzieningen en het hittebestendig maken van de leefomgeving.

Een voorbeeld is het beweegvriendelijk maken van de openbare ruimte. Dit biedt onder andere kansen op synergie met ruimte voor sociaal maatschappelijke hubs, binnenstedelijk verdichten en uitbreiden van

1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

59

functies, het instellen van autoluwe gebieden en minder ruimte voor auto’s in de straat. Onderdeel van al deze uitspraken is het verminderen van het aantal parkeerplaatsen en deze op een andere manier invullen. Voor bovengenoemde beleidsuitspraken geldt dat er naast kansen op synergie ook sprake is van risico’s op strijdigheid. Strijdigheden hangen met name samen met mogelijke conflicterende ruimteclaims. Een voorbeeld hiervan is het zowel willen verdichten (binnenstedelijk) als het versterken van ecologische hotspots en ecologische verbindingen en het uitbreiden en versterken van waterbuffercapaciteit. Gezien de beperkte vrije ruimte in Haarlem is het de vraag of er genoeg ruimte is om deze beleidsuitspraken allemaal in te passen. Dit vergt een uitgekiende inpassing bij realisatie van het nieuwe beleid. Uitspraken met overwegend risico’s op strijdigheid zijn ruimte voor elektriciteitsnetwerk en het uitbreiden en versterken van de waterbuffercapaciteit. Voor beide uitspraken geldt dat deze een ruimteclaim leggen op zowel de open ruimte als de ondergrond. Gevolg hiervan kan een conflicterende ruimteclaim zijn. Bijvoorbeeld bij de uitspraak gericht op het uitbreiden en versterken van de waterbuffercapaciteit.

Deze tonen strijdigheid met uitspraken zoals het versterken van het 10-minuten-netwerk gericht op bewegen en ontmoeten, binnenstedelijk verdichten en functies mengen, ruimte voor elektriciteitsnetwerk en het uitbreiden en versterken van fiets- en voetgangersverbindingen en voorzieningen. Het uitbreiden en versterken van waterbuffercapaciteit vraagt om voldoende ruimte, iets waar ook de andere uitspraken om vragen. Bij binnenstedelijk verdichten en functies en mengen zijn ook meerdere risico’s op conflicten te zien, al zijn het aantal kansen op synergie groter.

Figuur 8-1: Resultaten botsproeven beleidsuitspraken.

1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

60

9

Draagt het nieuwe beleid bij aan het halen van ambities?

9.1

Wijze van beoordeling

De mate waarin het nieuwe beleid bij kan dragen aan het behalen van ambities is als volgt beoordeeld. Per ambitie en daarbij beherende deelambitie is een koppeling gelegd met de daaraan gerelateerde beoordelingsaspecten zoals opgenomen in bijlage A2. Vervolgens is op basis van de bij de beoordelingsaspecten behorende kansen en risico’s op effecten zoals beschreven in hoofdstuk 6 beoordeeld in hoeverre het te verwachten is dat het nieuwe beleid bijdraagt aan het halen van de ambities. Dat is ook weer gedaan in termen van kansen en risico’s. Daarbij is gebruik gemaakt van het aangeven van smileys: ☺ Op grond van de effectbeoordeling is overwegend sprake van kansen op positieve effecten, en daarmee kans op bijdrage aan behalen ambitie.  Op grond van de effectbeoordeling is overwegend geen sprake van kansen of risico’s of aantal kansen en risico’s zijn overwegend in evenwicht, en daarmee beperkt of geen kansen op bijdragen aan behalen ambitie.  Op grond van de effectbeoordeling is overwegend sprake van risico’s op negatieve effecten, en daarmee risico’s op afbreuk aan de ambitie.

1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

61

9.2

Behalen van ambities: kansen en risico’s

1. Haarlem is klimaatadaptief Haarlem zal steeds meer te maken krijgen met extreme hitte, droogte en regenval. Haarlem heeft zich als doel gesteld om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Dit is het geval wanneer Haarlem op essentiële onderdelen kan blijven functioneren onder extremere weersomstandigheden die eens per 100 jaar voorkomen. Deelambities Hoeveelheid (aantal vierkante meters) water- en groenoppervlakte in de stad is vergroot (om extreme regen, droogte en hitte op te kunnen vangen) De omgevingsvisie biedt overwegend kansen om hier positief aan bij te dragen. Aandeel verhard oppervlak in Haarlem is verminderd. De omgevingsvisie biedt overwegend kansen om hier positief aan bij te dragen. Hemelwater wordt verwerkt zonder overlast en schade. Polders beschikken hierbij over voldoende waterberging. De omgevingsvisie biedt overwegend kansen om hier positief aan bij te dragen. Of het voldoende is om hemelwater zonder enige vorm van overlast en/of schade te verwerken en/of dat polders over voldoende waterberging beschikken is afhankelijk van de exacte, daadwerkelijke hoeveelheid water en groen dat er bij gaat komen. Op loopafstand van iedere woning (300m) is een koele openbare toegankelijke plek gerealiseerd. De omgevingsvisie biedt overwegend kansen om hier positief aan bij te dragen.

Of binnen 300 meter van iedere woning een koele plek is gerealiseerd is afhankelijk van de exacte, daadwerkelijke koele plekken die er bij gaan komen. Haarlem maakt meer gebruik van natuurlijke oplossingen om koelingsbehoefte op te vangen. De omgevingsvisie biedt overwegend kansen om hier positief aan bij te dragen. In de Haarlemse buurten zijn meer schaduwrijke plekken gerealiseerd. De omgevingsvisie biedt overwegend kansen om hier positief aan bij te dragen. Droogte leidt niet tot technische gebreken aan gebouwde en onbebouwde omgeving. De omgevingsvisie biedt overwegend kansen om hier positief aan bij te dragen. Of het voldoende is om technische gebreken aan gebouwde en onbebouwde omgeving tegen te gaan is afhankelijk van de exacte, daadwerkelijke maatregelen die schade t.g.v. droogte tegengaan. Gerelateerde beoordelingsaspecten

Kwaliteitsniveau autonome ontwikkeling 2030

Autonome trend

Hitte

Droogte Wateroverlast

Omgevingsvisie 2030

2045

↘

☺

☺

↘

☺



=

☺

☺

Conclusie Vanwege overwegend kansen op positieve effecten bij de gerelateerde beoordelingsaspecten hitte, droogte en water mag verwacht worden dat de omgevingsvisie bij positief bij kan dragen aan deze ambitie gericht op klimaatbestendigheid in 2050.

1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

62

2. Haarlem is energieneutraal De aarde warmt op en zal hiervoor de CO2-uitstoot moeten verlagen. Dat kan door minder gebruik te maken van fossiele brandstoffen als energiebron. Haarlem wil van het gas af, werken aan een circulaire economie en in belangrijke mate in eigen energiebehoefte voorzien Deelambities Voor het verwarmen van alle gebouwen wordt gebruik gemaakt van niet-fossiele energie bronnen. De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Of de omgevingsvisie leidt tot verwarming o.b.v. niet fossiele bronnen voor alle gebouwen, is afhankelijk van de daadwerkelijke omvang van niet-fossiele bronnen (aquathermie, geothermie) en de beschikbaarheid en mogelijke inzet daarvan. Alle gebouwen in Haarlem (zowel woningen als bedrijfspanden) beschikken ten minste over energielabel C. De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen, vooral waar het woningen betreft. Aandeel gebruik duurzame energie door Haarlemse bedrijven is toegenomen. De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Inwoners uit Haarlem verbruiken minder (fossiele) energie voor mobiliteit De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Daarbij geldt wel de voorwaarde dat faciliteiten voor elektrisch vervoer gevoed worden door niet-fossiele bronnen. Laadinfrastructuur (cq. meer laadpalen) in Haarlem is toegenomen.

De omgevingsvisie biedt beperkt kansen om hier positief aan bij te dragen. Gerelateerde beoordelingsaspecten

Kwaliteitsniveau autonome ontwikkeling 2030

Autonome trend

Energieverbruik

Duurzame opwekking

Omgevingsvisie 2030

2045

↗

↗

☺

Broeikasgassen



↗

☺

☺

Duurzame en slimme mobiliteit



↗

☺

☺

Conclusie Vanwege overwegend kansen op positieve effecten bij de hieraan gerelateerde beoordelingsaspecten duurzame opwekking, broeikasgassen en duurzame en slimme mobiliteit, mag verwacht worden dat de omgevingsvisie positief bijdraagt aan deze ambitie. Voor energieverbruik zijn overwegend risico’s op negatieve effecten voorzien, dat kan afbreuk doen aan het behalen van deze ambitie.

1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

63

3. Haarlem versterkt het sociaal weefsel in de stad De samenleving is de afgelopen decennia aan een aantal grote veranderingen onderworpen en veel van deze veranderingen zullen in de toekomst in een stroomversnelling raken. Globalisering, digitalisering, vergrijzing, sociaalmaatschappelijk veranderingen, tweedeling en aansluiting voorzieningen op inwonerssamenstelling. Haarlem werkt aan het versterken van het sociaal weefsel van de stad om te werken aan een inclusief en sociaal Haarlem. De stad heeft hiervoor voldoende ruimte nodig waar sociale netwerken kunnen ontstaan en kunnen worden onderhouden. Ook heeft iedereen de essentiële sociaalmaatschappelijke en onderwijsvoorzieningen in zijn of haar nabijheid nodig, zodat iedereen mee kan doen in de samenleving en er meer kansgelijkheid ontstaat Deelambities Iedere woning beschikt over een ontmoetingsplaats in de openbare ruimte op loopafstand (300m). De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Of de omgevingsvisie leidt tot een ontmoetingsplaats in de openbare ruimte op loopafstand van iedere woning, is afhankelijk van de exacte invulling, omvang en doorwerking van het nieuwe beleid. Iedere woning beschikt over een sociaal-maatschappelijke voorzieningencluster op fietsafstand (2km). De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen.

Of de omgevingsvisie leidt tot een sociaal-maatschappelijke voorzieningencluster op fietsafstand van ieder woning, is afhankelijk van de exacte invulling, omvang en doorwerking van het nieuwe beleid. Fiets- en wandelverbindingen tussen aangrenzende stadsdelen zijn verbeterd. De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. De openbare ruimte is voor alle doelgroepen, waaronder kinderen, ouderen en minder valide, veilig en toegankelijk. De omgevingsvisie voorziet in beleid ten aanzien van het (verkeers)veiliger maken van de openbare ruimte, vooral gericht op ouderen. Hiermee biedt het beleid kansen om positief bij te dragen deze ambitie. Voorzieningen in Haarlem zijn beter toegankelijk voor ouderen. De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Divers woningaanbod voor alle generaties is gerealiseerd. De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Gerelateerde beoordelingsaspecten

Kwaliteitsniveau autonome ontwikkeling 2030

Autonome trend

Gezonde leefstijl en leefomgeving

Sociale cohesie in buurten

Omgevingsvisie 2030

2045

↗

☺

☺

=

☺

☺

Woningaanbod en behoefte



=

☺

☺

Voorzieningenaanbod en behoefte



=

☺

☺

Fiets



↗

☺

☺

Conclusie Vanwege overwegend kansen op positieve effecten bij de hieraan gerelateerde beoordelingsaspecten gezonde leefstijl en leefomgeving, sociale cohesie in buurten, woningaanbod en behoefte, voorzieningenaanbod en behoefte en fiets, mag verwacht worden dat de omgevingsvisie positief bijdraagt aan deze ambitie.

1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

64

4. Haarlem is een aantrekkelijke woon- en werkstad voor iedereen Een aantrekkelijk woon- en werkstad is een stad waar men graag komt, waar voldoende geschikte en betaalbare ruimte is om te wonen en werken en waar de verhouding tussen het aantal inwoners en het aantal banen in de stad in balans is. Ook het type banen is van belang en draagt bij aan een kwalitatieve stad. Hiermee behoudt Haarlem een stedelijke dynamiek en veranderd niet in een primair woongebied. Deelambities Haarlem behoudt minimaal 0,43fte per inwoner. De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Of 0,43fte daadwerkelijk behouden blijft is afhankelijk van de exacte invulling, omvang en doorwerking van het nieuwe beleid. Haarlem beschikt over meer woon-werkgebieden in de stad. De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Haarlem heeft meer verschillende type werkgebieden (mismatch opleidingsniveau in de stad vs. type arbeidsplaatsen verkleinen) De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Aantal passende banen binnen 30 minuten reistijd voor iedere Haarlemmer is toegenomen De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Haarlem beschermt haar erfgoed De omgevingsvisie laat zowel kansen als risico’s zien, het is daarmee sterk de vraag of aan deze ambitie bijgedragen wordt. Gerelateerde beoordelingsaspecten

Kwaliteitsniveau autonome ontwikkeling 2030

Autonome trend

Inclusiviteit

Cultuurhistorie en erfgoed

Omgevingsvisie 2030

2045

↘

↘

Kwaliteit en kwantiteit werklocaties



↗

Werkgelegenheid en aanbod arbeidskrachten



↘

☺

☺

Conclusie Vanwege overwegend kansen op positieve effecten bij het hieraan gerelateerd beoordelingsaspect werkgelegenheid en aanbod arbeidskrachten mag verwacht worden dat de omgevingsvisie positief bijdraagt aan deze ambitie. Voor inclusiviteit, cultuurhistorie en erfgoed en kwaliteit en kwantiteit werklocaties geldt dat er nagenoeg een gelijk aantal kansen als risico’s voorzien zijn het is daarmee sterk de vraag of aan alle onderdelen deze ambitie per saldo positief bijgedragen wordt.

1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

65

5. Haarlem is een gezonde stad voor mens en dier Haarlem wil de stad gezonder maken voor mens en dier om in te leven. Zowel de gezondheid van mensen als de staat van de biodiversiteit bevinden zich in een negatieve trend. De covid-pandemie laat nog eens extra goed zien hoe belangrijk een gezonde leefomgeving direct rond de woning van mensen is en gewaardeerd wordt. Het verbeteren van de luchtkwaliteit, versterken van de recreatiemogelijkheden, het beweegvriendelijk maken van de stad en natuurinclusief denk en werken zijn hierbij de opgaven. Het versterken van de biodiversiteit van de stad en het creëren van een gezonde veilige omgeving zijn hiervoor nodig Een gezonde stad is een stad die uitnodigt tot gezond gedrag en beschikt over een veilige gezonde omgeving voor mens en dier. De gezonde keuze is de makkelijke keuze. Deelambities In Haarlem vinden meer dagelijkse verplaatsingen plaats via actieve mobiliteitsvormen De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Haarlem voldoet aan de wettelijke normen voor luchtkwaliteit In de huidige situatie wordt al voldaan aan de wettelijke normen. Landelijk beleid is dat gestreefd wordt naar het bereiken van de gezondheidsadvieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie. Het is onzeker of die in Haarlem in 2030 behaald worden.

Geluidshinder van wegverkeer is verminderd De omgevingsvisie laat zowel kansen als risico’s zien, er is daarmee een risico dat de omgevingsvisie per saldo niet tot minder geluidhinder leidt. Het aantal verkeersongelukken in Haarlem is verminderd De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Aandeel binnenstedelijk groen is toegenomen/vergroot De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Ecologische hotspots in Haarlem zijn versterkt en zowel onderling als met het buitengebied beter verbonden. De omgevingsvisie voorziet in versterking van bestaande ecologische hotspots. Daarnaast zijn risico’s geconstateerd m.b.t. ecologische hotspots die samenhangen met beleidsuitspraken die daarmee kunnen conflicteren (beoordelingsaspect stadsnatuur). Dat maakt dat er risico is dat de omgevingsvisie per saldo afbreuk doet aan deze ambitie. Biodiversiteit in de stad is vergroot De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Ieder woning in Haarlem beschikt over een recreatieve voorziening op fietsafstand De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Of daadwerkelijk elke woning een recreatieve voorziening op fietsafstand heeft is afhankelijk van de exacte invulling, omvang en doorwerking van het nieuwe beleid.

De intensiteit van het gebruik van de openbare ruimte voor sport en beweging is toegenomen De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Kwaliteitsniveau autonome ontwikkeling 2030

Autonome trend

Luchtkwaliteit

Geluidhinder

Gerelateerde beoordelingsaspecten

Omgevingsvisie 2030

2045

↗

☺

☺

↗

Gezonde leefstijl en leefomgeving

↗

☺

☺

Mogelijkheden tot ontspannen en groenbeleving

=

☺

☺

Verkeersveiligheid

=

☺

☺

Stadsnatuur



↗

Beschermde soorten



=

☺

☺

Conclusie De omgevingsvisie kan voor de meeste onderdelen van deze ambitie positief bijdragen. Voor stadsnatuur (ecologische hotspots) is er risico op afbreuk, voor geluidhinder leidt de omgevingsvisie mogelijk niet tot vermindering van geluidhinder van wegverkeer.

1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

66

6. Haarlem is een bereikbare stad met een robuust netwerk Een duurzaam bereikbare stad met robuuste netwerken is een stad die beschikt over een mobiliteitssysteem waarin de verschillende modaliteiten en bijbehorende infrastructuurnetwerken op elkaar afgestemd zijn en waarbij efficiënt met de schaarse ruimte in de stad wordt omgegaan en waarbij gebruikt gemaakt wordt van hernieuwbare energie Deelambities De stedelijke bereikbaarheid per fiets, ov en voetganger is toegenomen De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Procentueel vinden meer verplaatsingen in Haarlem plaats te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer. De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. OV-capaciteit is toegenomen De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Verbindingen met het regionale fietsnetwerk zijn verbeterd. De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Kwaliteitsniveau autonome ontwikkeling 2030

Autonome trend

Fiets

Duurzame en slimme mobiliteit

Gerelateerde beoordelingsaspecten

Omgevingsvisie 2030

2045

↗

☺

☺

↗

☺

☺

Conclusie Vanwege overwegend kansen op positieve effecten bij de hieraan gerelateerde beoordelingsaspecten fiets en duurzame en slimme mobiliteit, mag verwacht worden dat de omgevingsvisie positief bijdraagt aan deze ambitie.

1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

67

10

Hoe kan de leefomgeving verder verbeterd worden?

De effectbeoordeling in hoofdstuk 6 laat zien bij welke leefomgevingsaspecten het nieuwe beleid risico’s oplevert op negatieve effecten, en/of waar er ondanks het nieuwe beleid nog een tekortschietend kwaliteitsniveau te verwachten is. Voor die aspecten geven we in dit hoofdstuk mogelijkheden voor verdere verbetering, in de vorm van beleidsopties of concrete mitigerende maatregelen. Voor Natura 2000-gebieden zijn de mitigerende maatregelen in hoofdstuk 7 beschreven. Beoordelingsaspect

Circulariteit

Kwaliteitsniveau referentiesituatie

Autonome trend

Omgevingsvisie

=

Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Geconstateerde risico’s zijn er vooral vanwege nieuw beleid tot 2030 gericht op het mogelijk maken van binnenstedelijk verdichten en functies mengen, versterken van het 10-minuten netwerk gericht op bewegen en ontmoeten (specifiek het bouwen van woningen voor ouderen) en het versterken van voorzieningenclusters en de ontwikkeling van de Waarderpolder ook na 2030. Zonder specifieke randvoorwaarden en beleid leiden deze beleidsuitspraken tot een toename van de hoeveelheid (rest)afval. De omgevingsvisie gaat deels in op afvalscheiding, met name gericht op het hergebruik van specifieke reststromen zoals textiel, apparaten en batterijen. Om een toename van de hoeveelheid (rest)afval van zowel woningen als voorzieningen te voorkomen kunnen aan de voorkant randvoorwaarden gesteld worden. Er zijn verschillende randvoorwaarden mogelijk, deze randvoorwaarden kunnen opgenomen worden in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) zoals circulair inkopen. Circulair inkopen betreft producten die bijvoorbeeld achteraf makkelijk te scheiden zijn of biologisch afbreekbaar zijn. Daarnaast kunnen er eisen gesteld worden horeca en evenementen door deze op te nemen in de vergunningseisen. Een voorbeeld hiervan is het gebruik van herbruikbare materialen of het gebruik van één type materiaal in producten zodat scheiding niet nodig is.

Aan de achterkant kan de gemeente invloed uitoefenen door afvalinzameling te bundelen en daar eisen aan te stellen. Manier waarop gemeente Haarlem met aanbevelingen om gaat Beleid omtrent circulariteit is nog in ontwikkeling. Er wordt onder andere gewerkt aan een grondstoffenplan, materialenpaspoort en een digitale grondstoffenhub. Inzet is om deze onderdelen onderdeel te laten worden van het Haarlems Civiel Planproces. Aanpassingen en aanscherpende eisen met betrekking tot de APV en vergunningen worden meegenomen richting onder andere het Omgevingsplan en beleid omtrent circulariteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12266875/1