20210492095 4. Bijlage 3 OER Omgevingsvisie Haarlem met aanvulling definitief
Tekst van het document
Beoordelingsaspect
Externe veiligheid
Kwaliteitsniveau referentiesituatie
Autonome trend
Omgevingsvisie
↘
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Geconstateerde risico’s zijn er vooral vanwege nieuw beleid gericht op binnenstedelijk verdichten en functies mengen en het bieden van ruimte voor elektriciteitsnetwerk tot 2030 en het realiseren van warmtebronnen voor het voeden van het warmtenet na 2030. Risico’s ten aanzien van binnenstedelijk verdichten kunnen gemitigeerd worden door bij ontwikkelingen rekening te houden met aanwezigheid van bronnen met een 10-6 risicocontour. Door nieuwe woningen buiten deze contour te plaatsen kunnen risico’s gereduceerd worden. Bij aanleg van nieuwe energievoorzieningen moeten mogelijke risico’s van tevoren in beeld gebracht worden, dit vergt zorgvuldige inpassing op basis van mogelijke risicocontouren. Een geothermiedoublet heeft risico op ‘blow-out’, daarvoor gelden technische eisen conform SodM. In samenwerking met de Veiligheidsregio kunnen randvoorwaarden opgesteld worden voor in het nieuwe beleid, bijvoorbeeld op het vlak van ruimtelijke inpassing. Manier waarop gemeente Haarlem met aanbevelingen om gaat Deze aanbevelingen worden in verdere uitwerking van de omgevingsvisie opgepakt in samenwerking met de VRK (Veiligheidsregio Zuid-Kennemerland).
1-10-2021
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
BH3405MIRP2110010958
68
Beoordelingsaspect
Archeologie
Kwaliteitsniveau referentiesituatie
Autonome trend
Omgevingsvisie
=
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Geconstateerde risico’s zijn er met name als gevolg van nieuw beleid gericht op verschillende inpassing van energievoorzieningen (zoals een elektriciteitsnetwerk en warmtenet), het uitbreiden van en versterken van de waterbuffercapaciteit en het ontwikkelen van de Waarderpolder. Dit komt door graafwerkzaamheden die gerelateerd zijn aan deze uitspraken. Deze kunnen leiden tot verstoring van archeologische waarden in de bodem. Archeologische waarden zijn reeds door de Erfgoedwet beschermd. Om risico’s verder te mitigeren kunnen randvoorwaarden gesteld worden aan ontwikkelingen. Voorbeelden hiervan zijn het uitvoeren van aanvullend archeologisch onderzoek en het hanteren van en maximale diepte van 50 centimeter bij graafwerkzaamheden. Manier waarop gemeente Haarlem met aanbevelingen om gaat Deze aanbevelingen worden meegenomen in de totstandkoming van het Omgevingsplan.
Beoordelingsaspect
Stadsnatuur
Kwaliteitsniveau referentiesituatie
Autonome trend
Omgevingsvisie
↗
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering De omgevingsvisie voorziet in versterking van bestaande ecologische hotspots. Daarnaast zijn meerdere risico’s geconstateerd m.b.t. ecologische hotspots die samenhangen met beleidsuitspraken die daarmee kunnen conflicteren. Dat gaat dan om versterken voorzieningenclusters, ruimte voor elektriciteitsnetwerk, uitbreiden en versterken HOV-verbindingen, realiseren warmtebronnen voor warmtenet en ontwikkelen Waarderpolder. Geadviseerd wordt om aan deze beleidsuitspraken in vervolgbeleid randvoorwaarden te verbinden m.b.t. ontzien ecologische hotspots en natuurinclusief ontwikkelen. Manier waarop gemeente Haarlem met aanbevelingen om gaat Randvoorwaarden met betrekking tot het ontzien van ecologische hotspots en natuurinclusief ontwikkelen krijgen een plek in het Omgevingsplan.
Beoordelingsaspect
Cultuurhistorie en erfgoed
Kwaliteitsniveau referentiesituatie
Autonome trend
Omgevingsvisie
↘
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Het nieuwe beleid bevat evenveel kansen op positieve effecten als risico’s of negatieve effecten. Geconstateerde risico’s zijn er vooral vanwege nieuw beleid gericht op het realiseren van een nieuwe HOV-verbinding tot 2030 en de ontwikkeling van de Waarderpolder ook na 2030. Met name in de Waarderpolder bestaan risico’s door aanwezigheid van zeer hoge cultuurhistorische waarden namelijk de Stelling van Amsterdam. Het realiseren van een nieuwe HOV-verbinding kan leiden tot eventuele aantasting van gebieden met cultuurhistorische waarden, dit is afhankelijk van de specifieke ligging van deze HOV-verbinding. Om risico’s te mitigeren en aantasting van cultuurhistorische waarden te voorkomen dienen cultuurhistorische waarden als randvoorwaarde opgenomen te worden in uitvoeringsprogramma’s die gerelateerd zijn aan stedelijke ontwikkeling. De omgevingsvisie omvat enkele aspecten die hier op aanhaken, zoals het terug laten komen van cultuurhistorische waarden in nieuwe bebouwing. Door dit een vast onderdeel te maken in gebiedsontwikkelingen kunnen cultuurhistorische waarden geborgd worden. Manier waarop gemeente Haarlem met aanbevelingen om gaat Het waarborgen van aanwezige cultuurhistorische waarden en dit onderdeel laten zijn van uitvoeringsprogramma’s wordt gerealiseerd door het een plek te geven in het Omgevingsplan.
Het Omgevingsplan gaat naar waarschijnlijkheid gebiedsgericht ontwikkeld worden, wat ruimte biedt om per gebied aparte randvoorwaarden te scheppen met betrekking tot cultuurhistorische waarden.
1-10-2021
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
BH3405MIRP2110010958
69
Beoordelingsaspect
Kwaliteitsniveau referentiesituatie
Autonome trend
Omgevingsvisie
Verkeersveiligheid
=
☺
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Het nieuwe beleid laat meer kansen op positieve effecten zien dan risico’s op negatieve effecten. Dat biedt kansen om de gelijkblijvende autonome trend positief te beïnvloeden richting een verbeterende trend. Om uit het rode kwaliteitsniveau te komen is naar verwachting aanvullend beleid nodig, specifiek gericht op het terugdringen van verkeersongevallen. Daarbij kan gedacht worden aan het opstellen van een verkeersveiligheidsplan met een programma aan concrete uit te voeren maatregelen, gericht op het terugdringen van het aantal verkeersongevallen. Speerpunten daarin kunnen zijn aanpak van notoire verkeersveiligheidsknelpunten en beleid gericht op toenemende diversificatie op de weg en het fietspad (e-bikes, speed-pedelecs). Manier waarop gemeente Haarlem met aanbevelingen om gaat Deze aanbeveling nemen we mee in de herziening van het verkeersveiligheidsplan.
Beoordelingsaspect
Woningaanbod en behoefte
Kwaliteitsniveau referentiesituatie
Autonome trend
Omgevingsvisie
=
☺
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Er zijn kansen op positieve effecten geconstateerd, waarmee er kansen zijn om de autonome gelijkblijvende trend positief te beïnvloeden. Of het voldoende is om uit het rode kwaliteitsniveau te komen is afhankelijk van de hoeveelheid woningen die met binnenstedelijk verdichten gerealiseerd kunnen en gaan worden. Om daar nu zicht op te krijgen is nader onderzoek nodig naar de mogelijkheden van woningbouw door binnenstedelijk verdichten, hoeveel daar in mogelijk is in relatie tot de verwachten en te gewenste te faciliteren vraag en de impact op de leefomgeving en daarmee samenhangende conflicterende ruimteclaims. Manier waarop gemeente Haarlem met aanbevelingen om gaat Deze aanbeveling voor nader onderzoek wordt opgepakt in programmatische uitwerking van de Omgevingsvisie.
Beoordelingsaspect
Grondwater
Kwaliteitsniveau referentiesituatie
Autonome trend
Omgevingsvisie
↘
☺
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Het nieuwe beleid laat meer kansen op positieve effecten zien dan risico’s op negatieve effecten. Dat biedt kansen om de negatieve autonome trend positief te beïnvloeden. Het is niet te verwachten dat het voldoende is om uit het rode kwaliteitsniveau te komen. Voorbeelden van maatregelen om de grondwaterstand te beïnvloeden zijn kunstmatige grondwaterverhoging en actief peilbeheer. Omdat maatregelen locatie specifiek zijn wordt aanbevolen een nadere analyse uit te voeren bij verdere uitwerking van het Omgevingsplan of uitvoeringsprogramma’s. Hiermee kunnen passende maatregelen uitgedacht worden. Manier waarop gemeente Haarlem met aanbevelingen om gaat Nadere analyse naar grondwaterstand en de beïnvloeding hiervan wordt opgepakt in de programmatische uitwerking van de omgevingsvisie. Dit biedt Haarlem de mogelijkheid om locatie specifieke maatregelen uit te werken/door te voeren.
Beoordelingsaspect
Hitte
Kwaliteitsniveau referentiesituatie
Autonome trend
Omgevingsvisie
↘
☺
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Het nieuwe beleid laat meer kansen op positieve effecten zien dan risico’s op negatieve effecten. Dat biedt kansen om de negatieve autonome trend positief te beïnvloeden. Het is onzeker of dat voldoende is om uit het rode kwaliteitsniveau te komen. Om dit in beeld te krijgen is nadere analyse nodig van het nieuwe beleid in relatie tot het stedelijk hitte eiland effect. Manier waarop gemeente Haarlem met aanbevelingen om gaat Nadere analyse naar hittestress / hitte eiland effect wordt opgepakt in de programmatische uitwerking van de omgevingsvisie. Eén van de thematische programma’s die voortvloeit uit de omgevingsvisie betreft het programma klimaat en energie. De aanbevelingen met betrekking tot hitte worden daarin meegenomen.
1-10-2021
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
BH3405MIRP2110010958
70
Beoordelingsaspect
Werkgelegenheid en aanbod arbeidskrachten
Kwaliteitsniveau referentiesituatie
Autonome trend
Omgevingsvisie
↘
☺
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Het nieuwe beleid laat meerdere kansen op positieve effecten zien. Dat biedt kansen om de negatieve autonome trend positief te beïnvloeden. Of daarmee uit het rode kwaliteitsniveau gekomen wordt is afhankelijk van de verdere uitwerking van het beleid en daaruit voortvloeiende kwantitatieve toename in aantal banen, in relatie tot de groei in aantal inwoners die richting 2045 op zal treden. Gezien de negatieve autonome trend en de voorziene groei van inwonersaantallen is er risico dat ook met het nieuwe beleid in 2045 nog sprake is van een rood kwaliteitsniveau. Dit vergt een afweging door de gemeente Haarlem of zij het nieuwe beleid in relatie tot de gestelde ambities voldoende acht of dat er alsnog ingezet wordt op meer werkgelegenheid (arbeidsplaatsen per 1000 inwoners). Waarbij meegewogen moet worden dat meer werkgelegenheid/arbeidsplaatsen risico’s/conflictering met zich mee kan brengen op het vlak van bijvoorbeeld gezondheid, milieukwaliteit, natuur en klimaat. Manier waarop gemeente Haarlem met aanbevelingen om gaat Haarlem neemt bovenstaande aanbeveling mee in de uitwerking van de omgevingsvisie en de uitwerking van de onlangs vastgestelde Economische Visie. Of met de ingezette koers de negatieve autonome trend wordt gekeerd, moet gaan uitwijzen.
De aanwezige conflicterende belangen worden afgewogen bij eventuele extra inzet op realisatie van meer werkgelegenheid.
Beoordelingsaspect
Kwaliteitsniveau referentiesituatie
Autonome trend
Omgevingsvisie
Duurzame opwekking
↗
☺
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Er zijn kansen op positieve effecten voorzien. Versterking van de positieve autonome trend is daarmee aannemelijk. Verdere versterking is na 2030 voorzien, met realisatie van het warmtesysteem dat gevoed wordt door duurzaam opgewekte energie (aquathermie, geothermie). Het is niet te verwachten dat dat voldoende gaat zijn om uit het rode kwaliteitsniveau te komen. Daarvoor is – naast het warmtesysteem – ook substantiële inzet nodig op verduurzaming van opwekking van elektriciteit, voor zowel woningen als bedrijven. Geadviseerd wordt om nader te onderzoeken welke inzet wanneer nodig is om tijdig de klimaatdoelen te behalen en daarmee uit het rode kwaliteitsniveau te komen en daar in verdere uitwerking concrete uitvoeringsstappen voor vast te stellen. Manier waarop gemeente Haarlem met aanbevelingen om gaat De bovenstaande aanbeveling wordt meegenomen in de programmatische uitwerking van de omgevingsvisie. Eén van de thematische programma’s die voortvloeit uit de omgevingsvisie betreft het programma klimaat en energie. Ook wordt gekeken of lopende programma’s op het gebied van Duurzaamheid en Energietransitie (hieronder vallen de Transitievisie Warmte en Actieplan Schone Energie) kunnen worden vervat in programma’s passend binnen de omgevingswet.
De programma’s worden geconcretiseerd in plannen, bijvoorbeeld een uitvoeringsplan energieneutrale stad.
Beoordelingsaspect
Broeikasgassen
Kwaliteitsniveau referentiesituatie
Autonome trend
Omgevingsvisie
↗
☺
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Hier zijn kansen op positieve effecten, maar ook meerdere risico’s op negatieve effecten geconstateerd. Versterking van de positieve autonome trend is mogelijk, het is onzeker of dat voldoende gaat zijn om uit het rode kwaliteitsniveau te komen. Geconstateerde risico’s hangen vooral samen met het mogelijk maken van meer woningen, bedrijven en voorzieningen. Het is aan te bevelen om daar specifieke voorwaarden of inpassings-/ontwerpeisen aan te verbinden m.b.t. klimaat/CO2 neutraliteit, ook voor het daaraan gerelateerde verkeer. Voor de bestaande bebouwde omgeving en verkeer en vervoer is de opgave om ‘uit het rood te komen’ (reductie uitstoot in lijn met doelen klimaatwet) fors. Het is aan te bevelen om daarvoor een transitieplan op te stellen met een concreet routepad met in te zetten maatregelen die nodig en mogelijk zijn om de klimaatdoelen te halen. Manier waarop gemeente Haarlem met aanbevelingen om gaat In Haarlem wordt momenteel gewerkt aan een programma klimaatadaptatie. Eén van de thematische programma’s die voortvloeit uit de omgevingsvisie betreft het programma klimaat en energie. De aanbeveling met betrekking tot het opstellen van een transitieplan en een concreet routepad wordt daar in meegenomen.
1-10-2021
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
BH3405MIRP2110010958
71
11
Wat gebeurt er verder na dit OER?
11.1
Beleidscyclus omgevingsbeleid
De omgevingsvisie heeft een plek binnen de beleidscyclus voor omgevingsbeleid, conform de Omgevingswet. Onderstaande figuur geeft de beleidscyclus weer, en het werkt als volgt. 1) In de beleidsontwikkeling wordt de omgevingsvisie opgesteld, deze stap wordt met vaststelling van de Omgevingsvisie Haarlem 2045 voltooid; 2) In de beleidsdoorwerking worden de richtinggevende hoofdlijnen voor nieuwe uit de omgevingsvisie verder geconcretiseerd in uitvoeringsprogramma’s en andere instrumenten, zoals het omgevingsplan; 3) Tijdens de uitvoering worden de concrete besluiten en/of regels en ander instrumentarium toegepast; 4) In de terugkoppeling wordt door monitoring en evaluatie gereflecteerd op behaalde resultaten waarna deze op basis van hun betekenis input vormen voor een nieuwe beleidscyclus.
Figuur 11-1: Beleidscyclus [Aandeslagmetdeomgevingswet.nl, 2020].
11.2
Omgevingsprogramma’s en omgevingsplan
De omgevingsvisie vormt het afwegingskader voor verdere uitwerking in programma’s en plannen. Als eerste vervolgstop gaat de gemeente Haarlem de omgevingsvisie verder uitwerken in programma’s gericht op de uitvoering van de visie. Daarbij gaat het om thematische programma’s, gebiedsprogramma’s en zoneontwikkeling. Samen vormt dat het stedelijk omgevingsprogramma dat wordt opgenomen in het omgevingsplan Haarlem, zie onderstaande Figuur 11-2. Het programma Klimaat en energie, programma Geluid, programma Wonen en Duurzame mobiliteit zijn voorbeelden van thematische programma’s die voortvloeien uit de omgevingsvisie en de Omgevingswet. Gekeken wordt of de lopende programma’s Duurzaamheid en Energietransitie kunnen worden opgenomen in programma’s van de omgevingswet. Het is de bedoeling dat de programma’s vervolgens verder worden geconcretiseerd in uitvoeringsplannen.
1-10-2021
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
BH3405MIRP2110010958
72
Naast deze thematische programma’s heeft de gemeente ook het voornemen om programma’s gericht op gebieden op te stellen. Het gaat dan om gebieden waar verschillende opgaven samenkomen en zorgvuldige inpassing gevraagd is, zoals bijvoorbeeld de Spaarnedriehoek.
Figuur 11-2: Omgevingsvisie en vervolgbeleid.
Bij de uitwerking van de programma´s wordt de informatie over de leefomgeving zoals opgenomen in dit OER gebruikt en meegewogen. Belangrijk element daarin zijn de mitigerende maatregelen en adviezen voor verdere verbetering van de leefomgeving. Die worden gebruikt bij de invulling van de programma´s. Door conclusies, aandachtspunten en aanbevelingen uit dit OER daarin mee te nemen en concreet een plek te geven, wordt geborgd dat het belang van de leefomgeving zo optimaal mogelijk meegenomen blijft worden. Hetzelfde geldt voor het omgevingsplan. Voor optimale borging is het van belang dat deze werkwijze van het betrekken van leefomgevingsinformatie, mitigerende maatregelen en verbeteradviezen uit dit OER verankerd wordt in het omgevingsbeleid, de beleidscyclus en de uitvoeringsstrategie.
11.3
Onzekerheden en monitoring
De Omgevingswet stelt monitoring en evaluatie van het beleid verplicht, om in beeld te krijgen of de uitwerking van het beleid daadwerkelijk bijdraagt aan het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving. Periodiek wordt er middels een terugkoppeling nieuwe input geleverd voor de beleidsontwikkeling wat kan leiden tot voortzetting of bijsturing van het beleid. Door monitoring en evaluatie ontstaat een gesloten beleidscyclus. De Omgevingsvisie Haarlem 2045 heeft geen vastgelegde looptijd. De gemeente wil de visie actueel houden door deze na een jaar (en vervolgens om het jaar) tegen het licht te houden en zo nodig aan te passen, en waar nodig ook het OER.
1-10-2021
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
BH3405MIRP2110010958
73
Verder wil de gemeente een monitoringprogramma opzetten, aansluitend op het ‘Rad van de leefomgeving’ zoals opgenomen in dit OER. De daarin opgenomen indicatoren vormen dan het vertrekpunt. Nieuwe ontwikkelingen worden gespiegeld met de indicatoren uit het Rad van de leefomgeving om in beeld te krijgen in hoeverre ambities gehaald worden, kansen op verbetering mogelijk zijn of dat er risico´s op verslechtering zijn. Als ontwikkelingen in de kwaliteit van de leefomgeving aanleiding geven tot het hanteren van andere beoordelingscriteria dan wordt daarop ingespeeld. Geadviseerd wordt om de volgende stappen te doorlopen voor het monitoringprogramma ten behoeve van de beleidsevaluatie: • Stap 1: Welke ontwikkelingen hebben plaats gevonden sinds het vorige peil-/meetmoment? Dat kunnen ontwikkelingen zijn op het vlak van voortgang van uitvoering van het omgevingsbeleid, gemeentelijke of bovengemeentelijke projecten, autonome trends, wetenschappelijke inzichten en/of nieuwe wet- en regelgeving. • Stap 2: Vallen de gevolgen voor de leefomgeving van deze ontwikkelingen binnen de ambities van de omgevingsvisie, en/of doen zich (nieuwe) knelpunten of problemen voor? Hiervoor wordt aangesloten bij de in dit OER gehanteerde beoordelingssystematiek.
• Stap 3: Zijn er aanvullende maatregelen of ingrepen nodig om de gevolgen voor de leefomgeving acceptabel te houden of te krijgen? • Stap 4: Zijn de ambities van de omgevingsvisie nog realistisch en voldoen de gestelde kaders nog of zijn ze te ruim of juist te knellend? Is er aanleiding voor bijstellen van de bestuurlijke aanpak? • Stap 5: Geven ontwikkeling vanuit (omgevings-)programma´s of het omgevingsplan aanleiding om de omgevingsvisie bij te stellen?
1-10-2021
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
BH3405MIRP2110010958
74
Begrippenlijst Ambitie (in omgevingsvisie)
Toestand van de leefomgeving die nagestreefd wordt.
Alternatieven
De mogelijke ‘manieren’ waarop het beleid gerealiseerd kan worden. Daarbij gaat het om andere manieren om de doelstellingen gekoppeld aan een bepaalde activiteit (in aanvaardbare mate) te behalen. De Wet milieubeheer stelt dat alleen de alternatieven die redelijkerwijs een rol kunnen spelen in de besluitvorming beschouwd moeten worden.
Autonome ontwikkeling
Ontwikkelingen (meestal op het gebied van de ruimtelijke ordening) die plaatsvinden op basis van ontwikkelingen waarover een besluit is genomen, ongeacht of één van de alternatieven uit het OER gerealiseerd worden.
Beoordelingskader
Set indicatoren waarmee beoordeeld wordt a) in hoeverre met het beoogde beleid (in dit geval vooral ontwikkelprincipes) de beleidsdoelen worden gehaald ('doelbereik') en b) wat de effecten van het beleid zijn op de leefomgeving.
Beleidsinstrument
Middel dat een overheid inzet om beleid uit te voeren, bijvoorbeeld: omgevingsvisie, uitvoeringsprogramma, omgevingsvergunning, subsidieregeling.
Bevoegd gezag
Eén of meer overheidsinstanties die bevoegd zijn om over de activiteit van de initiatiefnemer het besluit te nemen.
Commissie voor de m.e.r.
Een bij wet ingestelde landelijke commissie van onafhankelijke milieudeskundigen. Zij adviseren het bevoegd gezag over de kwaliteit van de informatie in het milieueffectrapport en naar wens ook over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport.
Effect (in planMER/OER)
Gevolg van beleid op de leefomgeving.
Inspraak
Mogelijkheid om informatie te krijgen en op basis daarvan een mening, wensen of bezwaren kenbaar te maken, bijvoorbeeld voor een activiteit waarover door de overheid een besluit zal worden genomen.
Kennisgeving
Het openbaar maken van een voornemen om een m.e.r.-procedure te starten en of een m.e.r.-plichtig plan vast te stellen.
NRD
Notitie Reikwijdte en Detailniveau: notitie die beschrijft waar de m.e.r.-procedure wel en niet overgaat (‘reikwijdte’), welke aspecten in het OER onderzocht gaan worden en met welke diepgang (‘detailniveau’).
Omgevingsvisie
Plan waarin de gemeente het beleid voor de leefomgeving op lange termijn vastlegt.
Planm.e.r
M.e.r. staat voor ‘milieueffectrapportage’ en is de procedure waarbinnen een MER wordt opgesteld. De toevoeging ‘Plan’ wil zeggen dat het om een m.e.r. voor een plan gaat, zoals een omgevingsvisie.
PlanMER/OER
MER staat voor ‘Milieueffectrapport’ en bevat de resultaten van het onderzoek naar de (milieu)effecten binnen een m.e.r. De toevoeging
1-10-2021
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
BH3405MIRP2110010958
75
‘Plan’ wil zeggen dat het om een MER voor een plan gaat, zoals een Omgevingsvisie. In deze NRD wordt met OER de planMER bedoeld. Ter inzage leggen
Gedurende een bepaalde periode belanghebbende de gelegenheid geven om op een voornemen of ontwerp-plan te reageren met een zienswijze.
Uitvoeringsprogramma
Programma waarin beleidsdoelstellingen (wat gaan we doen?) worden vertaald naar concrete acties en interventies (hoe gaan we dat doen?)
Zienswijze
Reactie die een belanghebbende aan het bevoegd gezag kan sturen als reactie op de kennisgeving over een voornemen.
1-10-2021
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
BH3405MIRP2110010958
76
Bijlagen
1-10-2021
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
BH3405MIRP2110010958
77
A1
1-10-2021
Foto van de leefomgeving
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
BH3405MIRP2110010958
78
RAPPORT Foto van de leefomgeving OER Omgevingsvisie Haarlem Klant:
Gemeente Haarlem
Referentie: BH3405MIRP2109201443 Status:
Definitief/2
Datum:
1 oktober 2021
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Mobility & Infrastructure Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F reception.ame-la@nl.rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Foto van de leefomgeving Ondertitel: LOF OER Haarlem Referentie: BH3405MIRP2109201443 Status: Definitief/2 Datum: 1 oktober 2021 Projectnaam: OER Omgevingsvisie Haarlem Projectnummer: BH3405
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. en dient voor publicatie of anderszins openbaar maken te worden geanonimiseerd. 1 oktober 2021
LOF OER HAARLEM
BH3405MIRP2109201443
i
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Achtergrond en aanpak ‘Foto van de leefomgeving’
1
1.1
Waarom een ‘Foto van de leefomgeving’?
1
1.2
Aanpak ‘Foto van de leefomgeving’
1
1.3
Vigerend omgevingsbeleid en relevante fysiek ruimtelijke ingrepen
6
2
Rad van de leefomgeving Haarlem
9
3
Gezondheid
12
3.1
Luchtkwaliteit
12
3.2
Geluidhinder
16
3.3
Gezonde leefstijl en leefomgeving
21
3.4
Mogelijkheden tot ontspannen en groenbeleving
24
4
Veiligheid
27
4.1
Externe veiligheid
27
4.2
Verkeersveiligheid
32
5
Sociale samenhang
35
5.1
Sociale cohesie in buurten
35
5.2
Inclusiviteit
37
6
Wonen en voorzieningen
39
6.1
Woningaanbod en behoefte
39
6.2
Voorzieningenaanbod en behoefte
43
7
Bodem en water
47
7.1
Bodemkwaliteit
47
7.2
Grondwater
49
7.3
Oppervlaktewater
53
8
Natuur en biodiversiteit
56
8.1
Stadsnatuur
56
8.2
Beschermde soorten
60
8.3
Beschermde natuurgebieden
63
9
Cultuurhistorie, erfgoed en archeologie
68
9.1
Cultuurhistorie en erfgoed
68
9.2
Archeologie
73
1 oktober 2021
LOF OER HAARLEM
BH3405MIRP2109201443
ii
Projectgerelateerd
10
Energie en grondstoffen
76
10.1
Energieverbruik
76
10.2
Duurzame energieopwekking
78
10.3
Circulariteit
80
11
Klimaat
83
11.1
Hitte
83
11.2
Droogte
86
11.3
Wateroverlast
89
11.4
Broeikasgassen
94
12
Werklocaties en werkgelegenheid
98
12.1
Kwantiteit en kwaliteit werklocaties
98
12.2
Werkgelegenheid en aanbod arbeidskrachten
101
13
Kennis en innovatie
103
13.1
Opleidingsniveau
103
14
Bereikbaarheid
105
14.1
Autobereikbaarheid
105
14.2
Fiets
108
14.3
Openbaar vervoer
110
14.4
Duurzame en slimme mobiliteit
112
15
Gevoeligheidsanalyse COVID-19
114
Afkortingen
117
Referenties Haarlem
118
Tabellen Tabel 1-1: Beoordelingskader uit OER Omgevingsvisie Haarlem
2
Tabel 3-1: Kwaliteit van de leefomgeving in de huidige situatie voor het thema gezondheid
12
Tabel 3-2: Grenswaarden en WHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit
15
Tabel 4-1: Kwaliteit van de leefomgeving in de huidige situatie voor het thema veiligheid
27
Tabel 5-1: Kwaliteit van de leefomgeving in de huidige situatie voor het thema sociale samenhang
35
Tabel 6-1: Kwaliteit van de leefomgeving in de huidige situatie voor het thema wonen en voorzieningen 39 Tabel 6-2: Verdeling percentage woningen naar woontype
41
Tabel 6-3: Verdeling aantal woningen naar doelgroep
41
Tabel 7-1: Kwaliteit van de leefomgeving in de huidige situatie voor het thema bodem en water
47
Tabel 8-1: Kwaliteit van de leefomgeving in de huidige situatie voor het thema natuur en biodiversiteit
56
1 oktober 2021
LOF OER HAARLEM
BH3405MIRP2109201443
iii
Projectgerelateerd
Tabel 9-1: Kwaliteit van de leefomgeving in de huidige situatie voor het thema cultuurhistorie, erfgoed en archeologie 68 Tabel 10-1: Kwaliteit van de leefomgeving in de huidige situatie voor het thema energie en grondstoffen 76 Tabel 11-1: Kwaliteit van de leefomgeving in de huidige situatie voor het thema klimaat
83
Tabel 12-1: Kwaliteit van de leefomgeving in de huidige situatie voor het thema werklocaties en werkgelegenheid
98
Tabel 13-1: Kwaliteit van de leefomgeving in de huidige situatie voor het thema kennis en innovatie
103
Tabel 14-1: Kwaliteit van de leefomgeving in de huidige situatie voor het thema bereikbaarheid
105
Tabel 14-2: Score fietsstad 2020
108
Tabel 15-1: Gevoeligheidsanalyse COVID-19.
114
Figuren Figuur 1-1: Algemene schaallat van de indicatoren zoals visueel weergegeven in een uitsnede van het Rad van de leefomgeving.
5
Figuur 2-1: Rad van de leefomgeving Gemeente Haarlem
11
Figuur 3-1: Fijnstof concentratie (PM2.5) in de gemeente Haarlem in 2017
13
Figuur 3-2: Fijnstof concentratie (PM10) in de gemeente Haarlem in 2017
14
Figuur 3-3: Stikstofdioxide concentratie (NO2) in de gemeente Haarlem in 2017
14
Figuur 3-4: Geluidbelasting van wegverkeer (cumulatief) in Haarlem (Lden) 2017
17
Figuur 3-5 Geluidbelasting van treinverkeer (cumulatief) in Haarlem (Lden) 2016
18
Figuur 3-6: Geluidscontouren vliegverkeer Schiphol in Haarlem 2016
18
Figuur 3-7: Geluidhinder weg, trein en vliegtuig (2016)
19
Figuur 3-8: Beweegvriendelijke omgeving
22
Figuur 3-9: Beoordeling kernindicatoren beweegvriendelijke omgeving Haarlem
22
Figuur 3-10: Groenkaart van de gemeente Haarlem
25
Figuur 4-1: Risicokaart van de gemeente Haarlem
29
Figuur 4-2: Beleidskaart niet-gesprongen explosieven Haarlem
30
Figuur 4-3: Verkeersonveiligheid in Nederlandse gemeenten
33
Figuur 5-1: Sociale cohesie volgens omnibusenquete over de periode 2013 -2017 in Haarlem
36
Figuur 6-2: Verdeling doelgroepen en type woningen per ontwikkelzone in Haarlem
42
Figuur 7-1: Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand in de gemeente Haarlem
50
Figuur 7-2: Gemiddeld Laagste Grondwaterstand in de gemeente Haarlem
51
Figuur 7-3: Verandering in de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) tot 2050
52
Figuur 7-4: Verandering in de Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) tot aan 2050
52
Figuur 7-5: Ecologische kwaliteit oppervlaktewaterlichamen in de gemeente Haarlem
54
Figuur 8-1: Waardevolle ecologische hotspots (oranje vlakken), potentiegebieden (blauwe vlakken) en verbindingszones (gekleurde lijnen) zoals aangewezen in het ecologisch beleidsplan 2013-2030. 58 Figuur 8-2: Ligging Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid (groen gebied)
65
Figuur 8-3: Begrenzing natuurnetwerk Nederland en Ecologische Verbindingszones
66
1 oktober 2021
LOF OER HAARLEM
BH3405MIRP2109201443
iv
Projectgerelateerd
Figuur 9-1: Cultuurhistorische waardenkaart Haarlem
70
Figuur 9-2: Cultuurhistorische hoofdstructuur met aanwezige waarden in de gemeente Haarlem.
71
Figuur 9-3: Archeologische verwachtingenkaart
74
Figuur 10-1: Doelen omtrent afvalscheidingspercentage en aanbod restafval
82
Figuur 11-1: Verhard oppervlakte in percentage in buurten in Haarlem
84
Figuur 11-2: Stedelijk hitte eiland effect (UHI) in de gemeente Haarlem
85
Figuur 11-3: Risico op droogtestress in de gemeente Haarlem
87
Figuur 11-4: Risico op droogtestress in de gemeente Haarlem op basis van het 2050WH scenario
88
Figuur 11-5: Neerslagsommen en kans van optreden]
89
Figuur 11-6: Verharding per buurt (%) in de gemeente Haarlem
90
Figuur 11-7: Risicoplekken voor wateroverlast in de gemeente Haarlem
91
Figuur 11-8: Overstromingskans in Nederland
92
Figuur 11-9: CO2-uitstoot in de gemeente Haarlem uitgesplitst per hoofdsector
95
Figuur 11-10: CO2-uitstoot overige broeikasgassen in de gemeente Haarlem
96
1 oktober 2021
LOF OER HAARLEM
BH3405MIRP2109201443
v
Projectgerelateerd
1
Achtergrond en aanpak ‘Foto van de leefomgeving’
1.1
Waarom een ‘Foto van de leefomgeving’?
In beeld brengen kwaliteit van de leefomgeving Als vertrekpunt voor het omgevingseffectrapport (OER) van de omgevingsvisie van Haarlem is een ‘Foto van de leefomgeving’ opgesteld: het beeld hoe de Haarlemse leefomgeving er nu voor staat. Vervolgens is in beeld gebracht hoe de leefomgeving zich naar verwachting in de toekomst ontwikkelt (2030-2045). Dit toekomstbeeld is de autonome ontwikkeling, de verwachte toekomstige situatie bij voortzetting van het huidige beleid, rekening houdend met autonome trends (bijvoorbeeld klimaatverandering) en al genomen besluiten over ingrepen in de leefomgeving. Deze autonome ontwikkeling is de referentiesituatie voor het OER. De mogelijke effecten van het nieuwe beleid in de Omgevingsvisie worden in beeld gebracht ten opzichte van deze referentiesituatie. De foto van de leefomgeving laat zien bij welke leefomgevingsaspecten er nu en in de toekomst problemen en knelpunten optreden en welke autonome trends er daarin te verwachten zijn. Zo brengt het in beeld wat de kwaliteit is van de verschillende aspecten van de Haarlemse leefomgeving. Hiermee kan de foto van de leefomgeving bijdragen aan het aanscherpen van de Omgevingsvisie en het maken van keuzes voor nieuw strategisch beleid. In de foto van leefomgeving wordt de leefomgeving beschreven aan de hand van de thema’s en indicatoren uit het beoordelingskader van het OER.
Basis voor effectbeoordeling OER De referentiesituatie vormt het vertrekpunt voor de effectbeoordeling in het OER. Effecten van nieuw beleid worden in termen van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve beschouwd ten opzichte van de referentiesituatie. Zo ontstaat een beeld van de te verwachten impact van het nieuwe beleid, inclusief mate van invloed dat het nieuwe (strategische) beleid heeft op autonome trends en ontwikkelingen ten opzichte van het bestaande beleid. In het OER wordt een samenvatting opgenomen van de ‘foto van de leefomgeving’. Basis voor monitoring Gezien de onzekerheid over de wijze waarop het beleid uiteindelijk wordt uitgevoerd én onzekerheid over de implicaties die het beleid op lange termijn hebben voor de fysieke leefomgeving, is het belangrijk om gedurende de uitvoering van het beleid met monitoring ‘vinger aan de pols te houden’. Ook voor deze monitoring is het belangrijk om een beeld te hebben van de uitgangssituatie waartegen autonome ontwikkelingen en het optreden van effecten, kansen en risico’s kunnen worden afgezet. Deze beschrijving van de ‘foto van de leefomgeving’ biedt daarom ook een basis voor toekomstige monitoring.
1.2
Aanpak ‘Foto van de leefomgeving’
1.2.1
De basis: beoordelingskader OER
De kwaliteiten van de leefomgeving en de effecten van de Omgevingsvisie worden in beeld gebracht aan de hand van het beoordelingskader (zie tabel 1.1). Het beoordelingskader volgt de brede en integrale benadering uit de Omgevingswet [Aan de slag met de Omgevingswet, 2019]. Dit betekent dat naast de thema’s binnen de fysieke leefomgeving het beoordelingskader ook sociale en economische thema’s bevat. Met een dergelijk breed beoordelingskader kan het OER daadwerkelijk bijdragen aan een goede weging van alle relevante belangen in de Omgevingsvisie van de gemeente Haarlem.
1 oktober 2021
LOF OER HAARLEM
BH3405MIRP2109201443
1
Projectgerelateerd
Het beoordelingskader is het resultaat van een analyse van opgaven in de fysieke leefomgeving, afstemming met het proces van raadpleging over de beoogde reikwijdte en detailniveau van het OER. Het beoordelingskader is gaandeweg binnen de procesaanpak van het OER verder aangescherpt ten opzichte van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau, waarbij sommige indicatoren zijn opgesplitst of samengenomen. In het voorliggende rapport wordt per hoofdstuk een thema beschreven, met daarbij de indicatoren en onderbouwing bij toegekende kwaliteitsniveaus, de daarbij gehanteerde werkwijze en bronnen. Tabel 1-1: Beoordelingskader uit OER Omgevingsvisie Haarlem
Laag
Thema
Aspect Gezondheid
People
Veiligheid Sociale samenhang Wonen en voorzieningen Bodem en water Natuur en biodiversiteit
Planet
Cultuurhistorie, erfgoed en archeologie Energie en grondstoffen
Klimaat
Werkgelegenheid Profit
Kennis en innovatie Bereikbaarheid
Luchtkwaliteit Geluidhinder Gezonde leefstijl en leefomgeving Mogelijkheden tot ontspanning en groenbeleving Externe veiligheid Verkeersveiligheid Sociale cohesie in buurten Inclusiviteit Woningaanbod en behoefte Voorzieningenaanbod en behoefte Bodemkwaliteit Grondwater Oppervlaktewater Stadsnatuur Beschermde soorten Beschermde natuurgebieden Cultuurhistorie en erfgoed Archeologie Energieverbruik Duurzame opwekking Circulariteit Hitte Droogte Wateroverlast Broeikasgassen Kwantiteit en kwaliteit werklocaties Werkgelegenheid en aanbod arbeidskrachten Opleidingsniveau Autobereikbaarheid Wandel- en fietsnetwerk Openbaar vervoer Duurzame en slimme mobiliteit
De resultaten van de foto van de leefomgeving worden visueel weergegeven in het ‘Rad van de leefomgeving’, zie hoofdstuk 2. In het ‘Rad van de leefomgeving’ zijn van alle thema’s en indicatoren de kwaliteitsniveaus weergegeven. Het verschil tussen de referentiesituatie en de huidige situatie geeft weer in hoeverre er sprake is van een negatieve of positieve autonome trend voor de verschillende indicatoren. De kwaliteitsniveaus zijn per indicator bepaald aan de hand van de definitie en de gehanteerde schaallat voor de waardering van de huidige en autonome situatie, zoals hierna omschreven.
1 oktober 2021
LOF OER HAARLEM
BH3405MIRP2109201443
2
Projectgerelateerd
1.2.2
Aanpak beoordeling kwaliteiten van de leefomgeving
Definitie beoordelingsaspecten Belangrijk bij de waardering van de kwaliteit van de leefomgeving aan de hand van de beoordelingsaspecten is de navolgbaarheid en reproduceerbaarheid van leefomgevingskwaliteiten. De definitie van de beoordelingsaspecten is gebaseerd op de beschikbare informatie in de huidige situatie en autonome ontwikkeling (2030, aangevuld met een doorkijk naar 2045), de (milieu)wetgeving, het beleid en expert judgement o.b.v. tijdreeksen (ontwikkelingen van de indicator over de afgelopen tijd) en geografische vergelijkingen (bijvoorbeeld landelijk gemiddelde cijfers en trends). Per beoordelingsaspect is een beoordelingscriterium gedefinieerd. Voor de invulling van het beoordelingscriterium kunnen meerdere indicatoren gebruikt zijn. Voorbeeld beoordelingsaspect, -criterium en indicatoren Binnen het thema ‘Gezondheid’ is één van de beoordelingsaspecten ‘Gezonde leefstijl en leefomgeving’. Het beoordelingscriterium daarbij is de mate van een gezonde leefstijl en de beweegvriendelijkheid van de leefomgeving. De gebruikte indicator bij het beoordelen van dit criterium is de mate van beweegvriendelijkheid van de leefomgeving. Resultaten van beoordeling: kwaliteitsniveaus De beoordeling van de aspecten resulteert per aspect in een kwaliteitsniveau: groen, oranje of rood. Per aspect is een schaallat gedefinieerd voor de toekenning van een kwaliteitsniveau.
In zijn algemeenheid geldt: bij kwaliteitsniveau groen is sprake van een overwegend goede kwaliteit, er is geen sprake van overschrijding van wettelijke of beleidsnormen, knelpunten of anderszins. Bij rood is sprake van overwegend slechte kwaliteit, dat wil zeggen: er is sprake van overschrijding van normen of knelpunten. Bij oranje is er in zijn algemeenheid sprake van risico op normoverschrijding of knelpunten, de kwaliteit zit dan tussen groen en rood in. Voor het zo objectief, navolgbaar en reproduceerbaar mogelijk toekennen van kwaliteitsniveaus zijn twee aspecten bepalend: a. Beschikbare informatie en de status daarvan; b. Beschikbare referentiewaarde voor het definiëren van kwaliteitsniveau groen, oranje, rood. Per beoordelingsaspect is een schaallat voor de kwaliteitsniveaus gedefinieerd op basis van bovenstaande twee aspecten. De schaallat is gebaseerd op indicatoren die het meest tot de kern van het beoordelingsaspect behoren en waar goede informatie beschikbaar voor is om er een kwaliteitsniveau aan toe te kennen. Het kan voorkomen dat er indicatoren zijn bij een beoordelingsaspect wel in de beschrijving van de huidige situatie terugkomen, maar niet expliciet in de schaallat voor het kwaliteitsniveau.
In dat geval behoort de indicator niet tot de kern van het beoordelingsaspect en/of is de beschikbare informatie niet voldoende geschikt om het te vertalen naar een schaallat. Beschikbare informatie en status daarvan Hierbij is onderscheid in: 1. Kwantitatieve informatie: dit betreft cijfermatige informatie, bijvoorbeeld data uit rekenmodellen of meetgegevens. 2. Kwalitatieve informatie: dit betreft niet-cijfermatige informatie, bijvoorbeeld kaartmaterieel met landschapstypen. 3. Expert-judgement: in dit geval is er geen kwantitatieve of kwalitatieve informatie beschikbaar en wordt teruggevallen op het oordeel van een expert.
1 oktober 2021
LOF OER HAARLEM
BH3405MIRP2109201443
3
Projectgerelateerd
In zijn algemeenheid geldt dat kwantitatieve informatie het meest objectief, navolgbaar en reproduceerbaar is, en expert-judgement het minst. Kwalitatieve informatie zit er tussenin. Er is daarom gestreefd om de beoordeling zoveel mogelijk op basis van kwantitatieve informatie te baseren. Bij aspecten waar dat niet beschikbaar is, is teruggevallen op kwalitatieve informatie. Daar waar ook geen kwalitatieve informatie beschikbaar is, is teruggevallen op expert-judgement. Bronvermelding De leefomgevingskwaliteiten voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling zijn in beeld gebracht op basis van beschikbare (cijfermatige en kwalitatieve) informatie bij de gemeente Haarlem, waarstaatjegemeente.nl, het dashboard ‘Hoe is het leven in jouw regio van het Planbureau voor de Leefomgeving in samenwerking met Telos, de Atlas van de leefomgeving, Leefomgevingstoets omgevingsvisie Noord-Holland, PlanMER NOVI, CBS Statline, GGD Kennemerland, Platform31 en het RIVM. Per thema en indicator is in de navolgende hoofdstukken aangegeven welke bronnen specifiek zijn gebruikt.
In de beschouwing van de autonome ontwikkeling zijn de gevolgen van verschillende trends en ontwikkelingen voor de verschillende indicatoren meegewogen, zoals technologische ontwikkelingen (zoals in mobiliteit en digitalisering), maatschappelijke ontwikkelingen (zoals ontwikkeling van de economie en het aantal huishoudens) en andere autonome trends die de kwaliteit van de fysieke leefomgeving beïnvloeden (zoals klimaatverandering). Ook is meegewogen wat de verwachte invloed is als het bestaande beleid wordt voortgezet. Waar mogelijk worden belangrijke onzekerheden expliciet benoemd (denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van schone, emissieloze voertuigtechnologie). Beschikbare referentiewaarde voor het definiëren van groen, oranje, rood Onder referentiewaarde wordt hier verstaan een waarde waaraan een kwaliteitsniveau wordt gerelateerd. Hierbij is onderscheid gemaakt in: 1. Wettelijke normen; 2. Vastgestelde beleidsnormen of -doelstellingen 3. Advieswaarden van instituten (bijvoorbeeld GGD, RIVM, WHO); 4. Vraag versus aanbod (vanuit maatschappij, markt); 5. Benchmark ten opzichte van landelijk gemiddelde, tijdreeksen (ontwikkelingen van de indicator over de afgelopen tijd) en geografische vergelijkingen (cijfers en trends van vergelijkbare gemeenten of de provincie Noord-Holland); 6. Expert judgement.
Bovenstaande opsomming moet als rangorde gezien worden qua objectiviteit, navolgbaarheid en reproduceerbaarheid. Per beoordelingsaspect is het afgelopen als een ladder, te beginnen bij 1 en eindigen bij 6. Daar waar er wettelijke normen beschikbaar zijn, zijn die gehanteerd. Bij afwezigheid van wettelijke normen is teruggevallen op vastgestelde beleidsnormen en zo verder. Daar waar geen enkele andere referentie beschikbaar is om een kwaliteitsniveau aan te relateren, is teruggevallen op expert-judgement. In de hoofdstukken met de resultaten van de beoordeling zijn telkens aan het begin de gehanteerde informatie en referentiewaarde gedefinieerd.
1 oktober 2021
LOF OER HAARLEM
BH3405MIRP2109201443
4
Projectgerelateerd
Voorbeeld schaallat kwaliteitsniveau: luchtkwaliteit Binnen het thema ‘Milieukwaliteit is één van de beoordelingsaspecten ‘Luchtkwaliteit’. Het beoordelingscriterium daarbij is de concentratie van en blootstelling aan fijnstof (PM10, PM2,5) en stikstofdioxide (NO2). Beschikbare informatie: kwantitatief, concentratiekaarten op basis van modelberekeningen. Referentiewaarde: wettelijke normen (grenswaarden Wet milieubeheer) en gezondheidskundige advieswaarden (WHO). Hiermee is voor dit aspect kwantitatieve informatie beschikbaar en wettelijke normen en gezondheidskundige advieswaarden als referentiewaarden voor de definitie van kwaliteitsniveaus. Op basis hiervan is de onderstaande schaallat voor kwaliteitsniveaus toegekend. Kwaliteitsniveau Groen Oranje Rood
Luchtkwaliteit Wettelijke grenswaarden worden overal behaald en WHO-advieswaarden worden (zo goed als) overal behaald. Wettelijke grenswaarden worden overal of bijna overal behaald, WHO-advieswaarden worden niet gehaald Op meerdere locaties worden wettelijke grenswaarden overschreden.
Op basis van de beschikbare kwantitatieve informatie en de gedefinieerde schaallat is het kwaliteitsniveau toegekend voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling. Het toegekende kwaliteitsniveau is een gemeentebreed beeld, daar waar er specifieke relevante afwijkingen zijn van het gemeente brede beeld wordt dat in de onderbouwende beschrijving benoemd. De toegekende kwaliteitsniveaus zijn voor alle beoordelingsaspecten in het Rad van de leefomgeving toegekend, zoals onderstaand weergegeven.
Groen Beoordelingskader: Thema’s en beoordelingsaspecten
Oranje
Rood
Waardering per beoordelingsaspect
Figuur 1-1: Algemene schaallat van de indicatoren zoals visueel weergegeven in een uitsnede van het Rad van de leefomgeving.
1 oktober 2021
LOF OER HAARLEM
BH3405MIRP2109201443
5
Projectgerelateerd
Waardering autonome ontwikkeling Bij de beschouwing van indicatoren is een waardering gegeven aan de autonome ontwikkeling, op basis van een kwalitatieve inschatting van ontwikkelingen die optreden als gevolg van: • De mate waarin autonome trends en ontwikkelingen leiden tot een vooruitgang of achteruitgang van de huidige situatie, zoals demografische veranderingen, klimaatveranderingen en veranderingen in de woningmarkt. • De mate waarin voortzetting van bestaand (gemeentelijk) beleid leidt tot een vooruitgang of achteruitgang. • De mate waarin besluiten over plannen, programma’s en projecten die worden geïnitieerd door andere partijen zoals Rijkswaterstaat, het Hoogheemraadschap van Rijnland en omliggende gemeenten leidt tot een vooruitgang of achteruitgang. Planperiode of planhorizon De omgevingsvisie Haarlem is gericht op 2045. Omdat de meeste beschikbare informatie of trends of prognoses voor leefomgevingsaspecten niet verder gaan dan 2030 of omdat de onzekerheidsmarge na 2030 te groot wordt, is in het OER 2030 in beginsel als toekomstjaar gehanteerd. Aanvullend is een doorkijk gegeven richting 2045.
1.3
Vigerend omgevingsbeleid en relevante fysiek ruimtelijke ingrepen
1.3.1
Samenhang met andere kaders
Bij het opstellen van de omgevingsvisie is rekening gehouden met regelgeving en beleid van andere overheden. Daarbij gaat het om beleid en besluiten die onderdeel zijn van de volgende plannen en programma’s: • Europese regelgeving: M.e.r.-richtlijn, Vogel- en Habitatrichtlijn, NEC-richtlijn, Kaderrichtlijn water, Richtlijn luchtkwaliteit, Europese Richtlijn Overstromingsrisico’s, Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB), Verdrag van Malta, Verdrag van Granada, Richtlijnen trillingen. • Nationale regelgeving en beleid: o Wetten: Wet ruimtelijke ordening (Wro), Wet natuurbescherming (Wnb), Wet ammoniak en veehouderij (Wav), Wet geurhinder en veehouderij (Wgv), Wet milieubeheer (Wm), Waterwet, Wet geluidhinder (Wgh), Erfgoedwet 2016, Wet archeologische monumentenzorg (Wamz), Wet bodembescherming (Wbb); o Besluiten: Besluit ruimtelijke ordening (Bro), Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro en Rarro), Besluit huisvesting ammoniak en veehouderijen (Amvb Huisvesting), Besluit externe veiligheid inrichtingen milieubeheer (Bevi, Revi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb, Revb), Besluit externe veiligheid Transport (Bevt, Revt), Besluit bodemkwaliteit (Bbk), Besluit Kwaliteitseisen en Monitoring Water (BKMW); o Nota’s: Nationale Omgevingsvisie (NOVI), Nationaal waterplan 2016-2021, Structuurvisie buisleidingen
(2012-2035), Waterbeleid 21e Eeuw, Klimaatakkoord, regionaal energieakkoord, Energieakkoord. • Regionaal: Provinciale Omgevingsvisie Zuid-Holland, Programma Zuid-Hollands Groen, Programma Zuid-Hollandse Economie, Provinciaal Fietsplan, Regionale rampenbestrijding en crisisbeheersing beleidsplan 2019-2022, Regionaal risicoprofiel Haaglanden t.b.v. multidisciplinair rampenbestrijding en crisisbeheersing, Regionale agenda omgevingsvisie 2040 Hart van Holland • Gemeentelijk: Coalitieprogramma Duurzaam Doen, 2018-2022, Economische visie Haarlem, Structuurvisie Openbare Ruimte 2020-2040, Uitvoeringsprogramma Structuurvisie Openbare Ruimte 2020-2040, Actieplan Fiets 2020-2022, Integrale visie Stationsgebied Haarlem 2020-2040, Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs 2018-2022, Bodemprogramma Haarlem 2016-2020,
1 oktober 2021
LOF OER HAARLEM
BH3405MIRP2109201443
6
Projectgerelateerd
Strategisch Plan Afvalscheiding: Haarlems Grondstoffenbeleid 2016-2022, Integraal Waterplan Haarlem, Collegebesluit Speelruimtebeleid 2013-2020, Nota Ruimtelijke Kwaliteit Deel 1, Beleidsregels Hogere Waarden Wet Geluidhinder, Beleidsnota Archeologie, Integraal uitvoeringsprogramma sportaccommodaties 2018-2028, Programma Haarlem Circulair 2040: voortgang en actieplan 2020, Basisrioleringsplan, Dit is Haarlem: Cultuurhistorische hoofdstructuur van Haarlem.
1.3.2
Relevante fysiek ruimtelijke ingrepen
Onderstaand zijn relevante fysiek ruimtelijke ingrepen in (of in de nabijheid van) de gemeente Haarlem opgesomd. Omdat over de ingrepen inmiddels besluiten zijn genomen, maken ze onderdeel uit van de autonome ontwikkeling): Noord Project
Inhoud
Uitvoering van Ontwikkelvisie Planetenlaan- Ontwikkeling van 560 woningen (50% sociale huur en 50% middel tot dure Orionweg huur/koopwoningen) Uitvoering van Ontwikkelvisie Spaarndamseweg
Ontwikkeling van 650 woningen (50% sociale huur en 50% middel tot dure huur/koopwoningen)
Herontwikkeling Spaarndamseweg 13 (onderdeel Ontwikkelvisie Spaarndamseweg)
Realisatie van 140 kleine huurappartementen voor jongeren van 18-28 jaar waarvan 85% sociale huur.
Verspronckweg woningbouw de Meester
Restauratie en ontwikkeling van voormalige ambachtsschool naar 178 appartementen
Centrum Project
Inhoud
Gonnetstraat
Ontwikkeling van het Van Duyvenbodegebouw en voormalige complex van het Haarlemse Allergenen Laboratorium (HAL) tot locaties met woonruimte en werkplekken.
Herinrichting met als doel een aantrekkelijker verblijfsklimaat creëren waar ruimte is voor Herinrichting Nieuwe Groenmarkt en Krocht een weekmarkt en kleinschalige evenementen. Het gebied behoort tot een autoluw kernwinkelgebied Raaks III: nieuwe woningen en fietsenstalling
Bouw van 31 appartementen, 3 herenhuizen en een ondergrondse fietsenstalling voor 950 fietsen in het centrum van Haarlem.
Verkeersmaatregelen vijfhoek
Verkeersmaatregelen zoals het instellen van een autoluw gebied met meer ruimte voor voetganger en fietser en geen geparkeerde auto’s in het straatbeeld.
Zuid-west Project
Inhoud
Uitvoering van Ontwikkelvisie Zuid-West
Ontwikkeling van 1810 woningen (50% sociale huur en 50% middel tot dure huur/koopwoningen)
Uitvoering van Ontwikkelvisie Zijlweg
Ontwikkeling van 620 woningen (50% sociale huur en 50% middel tot dure huur/koopwoningen)
Koningstein herontwikkeling
Realisatie van 18 woningen i.c.m. aantal andere functies mogelijk zoals dienstverlening.
EKP terrein wordt Plaza West (onderdeel van Ontwikkelvisie Zuid-West)
Gefaseerde realisatie van ca. 600 woningen. Zowel nieuwbouw als transformatie van bestaande bebouwing.
1 oktober 2021
LOF OER HAARLEM
BH3405MIRP2109201443
7
Projectgerelateerd
Oost Project
Inhoud
Uitvoering van Ontwikkelvisie Oostpoort
Ontwikkeling van 1100 woningen (40% sociale huur/koopwoningen, 20% dure huur/koopwoningen)
Uitvoering van Ontwikkelvisie Spaarnesprong
Ontwikkeling van 530 woningen (40% sociale huur, 40% middeldure huur/koopwoningen, 20% dure huur/koopwoningen)
Herontwikkeling Slachthuisterrein
Herontwikkeling van oude slachthuisgebouwen en het slachthuisterrein in verschillende fase met als doel het terrein een icoon van de buurt en stad te maken met een duidelijk profiel en economisch duurzaam.
huur,
40%
middeldure
Herstructureren van de Zuidstrook van de Slachthuisbuurt. Het gebied is opgedeeld in Herstructurering Zuidstrook Slachthuisbuurt verschillende blokken waar sprake is van ontwikkeling van woningbouw en herinrichting van de openbare ruimte Ontwikkeling J. J. Hamelingstraat
Sloop van 148 woningen en herontwikkeling van 297 nieuwe woningen (198 sociale huurwoningen, 42 huurappartementen, 31 woonwerkwoningen en 26 koopwoningen).
Herontwikkeling van voormalige gevangenis De Koepel. Realisatie van academisch Herontwikkeling van De Koepel (onderdeel onderwijs in de Koepel, en de bouw van een campus met studentenwoningen en sociale Ontwikkelvisie Spaarnesprong) huurwoningen op het omliggende terrein van de Koepel. De Blauwe Wetering herontwikkeling
Het kantorencomplex de Blauwe Wetering aan de Richard Holkade herontwikkelen tot een woonlocatie met 430 kleine appartementen. Het bestaande gebouw wordt voor een deel gesloopt en aangevuld met nieuwbouw
Haarlemmer Stroom ontwikkeling
Het voormalige Nieuwe Energie terrein in de Waarderpolder wordt ontwikkeld tot culturele hotspot.
Fietsparkeren station Haarlem Spaarnwoude
Op korte termijn uitbreiding met 200 tot 250 fietsparkeerplekken aan de zuidzijde van het station. Op lange termijn grootschalige uitbreiding in Oostpoort
Schalkwijk Project
Inhoud
Uitvoering van Ontwikkelvisie Europaweg
Ontwikkeling van 2760 woningen (40% sociale huur/koopwoningen, 20% dure huur/koopwoningen)
huur,
40%
middeldure
Uitvoering van Ontwikkelvisie Schipholweg
Ontwikkeling van 1980 woningen (40% sociale huur/koopwoningen, 20% dure huur/koopwoningen)
huur,
40%
middeldure
Schipholpoort 40-100 (onderdeel Ontwikkelvisie Europaweg)
Drie van de vijf kantoorgebouwen wordt gesloopt waarvoor 600 huurappartementen in de plaats komen met voorzieningen (240 sociaal, 240 middelduur en 120 overig)
Sint Jacob-locatie (Poort van Boerhaave)
Voormalig Boerhaavekliniek wordt gesloopt en vervangen door nieuwbouw (240 nieuwe zorgwoningen en zorgfuncties)
Toekanweg 7 (onderdeel Ontwikkelvisie Europaweg)
Sloop van kantoor van Rijkswaterstaat, hiervoor in de huurappartementen (240 sociaal, 240 middelduur en 120 overig)
Schalkwijk Midden (onderdeel Ontwikkelvisie Europaweg)
Ontwikkeling van ca. 1250 huur- en koopwoningen in verschillende prijsklassen met veel groen.
1 oktober 2021
LOF OER HAARLEM
plaats
BH3405MIRP2109201443
komen
8
600
Projectgerelateerd
2
Rad van de leefomgeving Haarlem
De resultaten van het opstellen van de foto van de leefomgeving zijn samengevat weergegeven in het Rad van de leefomgeving Haarlem. Het transparante lichte vlak geeft de huidige situatie weer, de blauwe stippellijn de autonome ontwikkeling in 2030. Het verschil tussen de autonome ontwikkeling en de huidige situatie geeft weer in hoeverre er sprake is van een negatieve of positieve autonome trend voor de verschillende indicatoren. De positie van de lijnen in het Rad (het transparante vlak en de blauwe stippellijn) is per indicator bepaald aan de hand van de definitie en de gehanteerde schaallat voor de waardering van de huidige en autonome situatie, zoals in de navolgende hoofdstukken per thema en beoordelingsaspect beschreven en verantwoord. Onderstaand worden voor de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen beknopte samenvattingen gegeven. De volgende hoofdstukken bevatten de volledige beschrijvingen voor alle beoordelingsaspecten. Huidige situatie: wisselend kwaliteitsbeeld De huidige staat van de fysieke leefomgeving laat een wisselend beeld zien. Vooral qua verkeersveiligheid, voorzieningenniveau en behoefte, bodemkwaliteit, energieverbruik, droogte en openbaar vervoer staat de fysieke leefomgeving er op dit moment over het algemeen goed voor (beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘groen’).
Leefomgevingsaspecten met een beoordeling met kwaliteitsniveau (‘rood’) zijn gezonde leefstijl, verkeersveiligheid, woningaanbod en behoefte, grondwater, circulariteit, hitte, broeikasgassen, kwaliteit en kwantiteit werklocaties, werkgelegenheid en aanbod arbeidskrachten. Autonome ontwikkeling 2030: negatieve en positieve trends De autonome ontwikkeling laat wisselende trends zien in de kwaliteit van de leefomgeving. De leefomgevingsaspecten grondwater, hitte en werkgelegenheid en aanbod arbeidskrachten laten autonoom een negatieve trend zien waar in de huidige situatie de kwaliteit al tekortschiet (‘rood’). Bij verkeersveiligheid en circulariteit is ook in 2030 nog sprake van een tekortschietend kwaliteitsniveau, naar verwachting op hetzelfde niveau als in de huidige situatie. Bezien vanuit het belang van de kwaliteit van de leefomgeving liggen bij deze aspecten belangrijke opgaven voor de Omgevingsvisie. Voor het leefomgevingsaspect duurzame opwekking geldt dat er sprake is van positieve autonome trend maar dat deze niet voldoende is om uit kwaliteitsniveau ‘rood’ te komen. Dat betekent dat ook hier opgaven liggen voor de Omgevingsvisie.
Problemen doen zich vooral voor op de volgende plekken: • Grondwater: gemiddelde laagste grondwaterstanden (zowel GHG als GLG) liggen in het Zijlwegkwartier en in het zuiden van de Schalkwijk, en delen van de Waarderpolder (GLG) • Hitte: het stedelijk hitte-eiland effect van meer dan 2°C bevindt zich in de binnenstad, de Amsterdamsewijk, bij de Koepelgevangenis en in het zuidelijke deel van de Waarderpolder. • Werkgelegenheid en aanbod arbeidskrachten: doet zich verspreid over de gemeente Haarlem voor. • Verkeersveiligheid: doet zich verspreid over de gemeente Haarlem voor. • Circulariteit: doet zich verspreid over de gemeente Haarlem voor. Negatieve trends binnen kwaliteitsniveau ‘oranje’ zijn zichtbaar voor leefomgevingsaspecten externe veiligheid, inclusiviteit en cultuurhistorie en erfgoed. Ook hier liggen opgaven voor de Omgevingsvisie. Problemen doen zich vooral voor op de volgende plekken: • Externe veiligheid: buisleiding voor transport van gevaarlijke stoffen vanuit het westen via de Waarderpolder via de Parkwijk, de Boerhaavewijik, Europawijk naar Zuid-Schalkwijk.
Daarnaast een korte buisleiding vanaf het noorden tot in het Vondelkwartier en vanaf het zuiden tot in Den Hout • Inclusiviteit: doet zich verspreid over Haarlem voor • Cultuurhistorie en erfgoed: doet zich verspreid over Haarlem voor en betreft met name tekortschietende zichtbaarheid en herkenbaarheid van de lange lijnen en het verval van zichtlijnen op stedelijke oriëntatiepunten en zichtassen. 1 oktober 2021
LOF OER HAARLEM
BH3405MIRP2109201443
9
Projectgerelateerd
De leefomgevingsaspecten geluidhinder, gezonde leefstijl en leefomgeving, woningaanbod en behoefte, beschermde natuurgebieden en kwaliteit en kwantiteit werklocaties laten autonoom een verbetering zien van kwaliteitsniveau ‘rood’ naar ‘oranje’. Positieve trends binnen oranje zijn er bij de leefomgevingsaspecten luchtkwaliteit, oppervlaktewater, stadsnatuur, soorten en leefgebieden, fiets en duurzame en slimme mobiliteit. De leefomgevingsaspecten waar de kwaliteit in de huidige situatie goed is (‘groen’) en bij autonome ontwikkeling verder verbetert zijn energieverbruik en openbaar vervoer. Voor de leefomgevingsaspecten voorzieningenniveau en behoefte en bodemkwaliteit geldt dat deze autonoom gelijk blijven aan de huidige situatie binnen kwaliteitsniveau ‘groen’. Tenslotte geldt voor leefomgevingsaspect droogte dat er sprake is van een verslechterende trend binnen kwaliteitsniveau ‘oranje’.
1 oktober 2021
LOF OER HAARLEM
BH3405MIRP2109201443
10
Projectgerelateerd
Figuur 2-1: Rad van de leefomgeving Gemeente Haarlem
1 oktober 2021
LOF OER HAARLEM
BH3405MIRP2109201443
11
Projectgerelateerd
3
Gezondheid
Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de beoordeling van de huidige situatie en autonome ontwikkeling voor het thema gezondheid. Tabel 3-1: Kwaliteit van de leefomgeving in de huidige situatie voor het thema gezondheid Kwaliteitsniveau Kwaliteitsniveau autonome huidige situatie ontwikkeling 2030
Aspect
Criterium
Betrokken indicatoren
Luchtkwaliteit
De concentratie van en blootstelling Kwantitatief aan fijnstof (PM10 en PM2.5) en • Luchtkwaliteit concentratiekaarten stikstofdioxiden (NO2) [Atlas van de leefomgeving, 2020].
↗
Geluidhinder
Mate van geluidhinder percentage gehinderden en locaties geluidhinder en gerelateerde bronnen
Kwantitatief • Geluidbelastingkaart [Atlas van de leefomgeving, 2020] • Geluidhinder kaart [Telos PBL, 2019]
↗
De mate van een gezonde leefstijl Kwantitatief: Gezonde leefstijl en de beweegvriendelijkheid van de • Kernindicatoren beweegvriendelijke en leefomgeving leefomgeving leefomgeving [RIVM, 2017]
↗
Kwantitatief [CBS, 2020a] • Mate van groen per De gemiddelde afstand tot wijk/straat/buitengebied Mogelijkheden tot openbaar groen en water en de • Afstand tot openbaar groen ontspanning en aanwezigheid en beleefbaarheid (binnenstedelijk en buitenstedelijk) groenbeleving van groen (groenfactor) en water in • Afstand tot recreatief binnenwater straten en wijken • Waardering en beleefbaarheid groen en water
=
3.1
Luchtkwaliteit
3.1.1
Informatiebronnen en kwaliteitsniveaus
Luchtkwaliteit Status gebruikte informatie Beschikbare referentiewaarden
Kwantitatief • Luchtkwaliteit concentratiekaarten [Atlas van de leefomgeving, 2020] Wettelijke grenswaarden (Wet Milieubeheer) en WHO-advieswaarden (PM10, PM2.5 en NO2) [RIVM, 2019a].
Schaallat kwaliteitsniveaus Wettelijke grenswaarden worden overal behaald en WHO-advieswaarden worden overal of bijna overal behaald Wettelijke grenswaarden worden overal of bijna overal behaald, WHO-advieswaarden worden niet gehaald Op meerdere locaties worden wettelijke grenswaarden overschreden
Groen Oranje Rood